1
00:00:02,070 --> 00:00:04,290
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,290 --> 00:00:12,510
Deze keer behandelen we Mattheüs
22, vers 41 tot en met vers 46.

3
00:00:12,510 --> 00:00:20,070
Als je kunt, kijk dan met me mee naar
Mattheüs 22, vanaf vers 41. Daar lezen we:

4
00:00:20,070 --> 00:00:25,590
Toen de Farizeeën bijeenwaren, vroeg
Jezus hun: Wat denkt u over de Christus?

5
00:00:25,590 --> 00:00:27,510
Wiens Zoon is Hij?

6
00:00:27,510 --> 00:00:30,571
Zij zeiden tegen Hem: Davids Zoon .

7
00:00:30,571 --> 00:00:35,250
Hij zei tegen hen: Hoe kan David Hem
dan, in de Geest, zijn Heere noemen,

8
00:00:35,250 --> 00:00:41,070
als hij zegt: De Heere heeft gezegd tegen
Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand ,

9
00:00:41,070 --> 00:00:45,330
totdat Ik Uw vijanden neergelegd
heb als een voetbank voor Uw voeten?

10
00:00:45,330 --> 00:00:50,070
Als David Hem dan zijn Heere noemt,
hoe kan Hij dan zijn Zoon zijn?

11
00:00:50,070 --> 00:00:54,990
En niemand kon Hem een woord antwoorden,
en ook durfde niemand Hem vanaf die dag

12
00:00:54,990 --> 00:00:56,550
meer iets te vragen.

13
00:00:56,550 --> 00:00:58,290
Die laatste uitspraak:

14
00:00:58,290 --> 00:01:01,830
Vanaf die dag durfden ze
hem niets meer te vragen.

15
00:01:01,830 --> 00:01:06,390
weerspiegelt het feit dat juist die
dag velen Hem vragen hadden gesteld.

16
00:01:06,390 --> 00:01:10,650
Er waren veel confrontaties geweest
met het religieuze establishment.

17
00:01:10,650 --> 00:01:14,370
Sommige kwamen van de Farizeeën,
andere van de Sadduceeën,

18
00:01:14,370 --> 00:01:18,570
en toen was er nog die wetgeleerde
die kwam om Hem uit te dagen.

19
00:01:18,570 --> 00:01:22,890
Jezus had dus een reeks aanvallen van
een bepaald soort te verduren gehad,

20
00:01:22,890 --> 00:01:27,270
retorische aanvallen, waarbij Zijn
vijanden probeerden Hem, zoals er staat,

21
00:01:27,270 --> 00:01:31,950
in Zijn woorden te verstrikken of Hem
met Zijn woorden in de val te lokken.

22
00:01:31,950 --> 00:01:35,610
Ze probeerden een manier te vinden
om Hem iets te kunnen verwijten.

23
00:01:35,610 --> 00:01:39,330
Ze stelden Hem strikvragen die Hem
voor een dilemma moesten plaatsen:

24
00:01:39,330 --> 00:01:43,170
als Hij het ene antwoord gaf, zou Hij
een bepaald deel van de bevolking voor

25
00:01:43,170 --> 00:01:44,610
het hoofd stoten.

26
00:01:44,610 --> 00:01:48,810
Als Hij het andere antwoord gaf, zou Hij
het andere deel voor het hoofd stoten.

27
00:01:48,810 --> 00:01:52,230
Het was de bedoeling Hem in
moeilijkheden te brengen.

28
00:01:52,230 --> 00:01:57,030
Jezus was iedere tegenstander in een
debat altijd ruimschoots de baas,

29
00:01:57,030 --> 00:02:00,150
en dat kwam doordat Hij de waarheid was.

30
00:02:00,150 --> 00:02:04,410
Wanneer je de waarheid hebt, heb
je altijd de beste argumenten.

31
00:02:04,410 --> 00:02:08,430
Ik heb eens een verhaal gehoord, en ik
weet zeker dat sommigen de details ervan

32
00:02:08,430 --> 00:02:09,990
beter kennen dan ik.

33
00:02:09,990 --> 00:02:14,130
Voor zover ik het begrijp, was er
een bepaalde generaal op het slagveld

34
00:02:14,130 --> 00:02:19,170
tegen wie een van zijn lagere officieren
zei dat de vijand hen omsingeld had:

35
00:02:19,170 --> 00:02:21,090
‘Ze hebben ons omsingeld.’

36
00:02:21,090 --> 00:02:23,730
De generaal zei: ‘Mooi.

37
00:02:23,730 --> 00:02:27,270
Nu kunnen ze op geen enkele
manier meer aan ons ontsnappen.’

38
00:02:27,270 --> 00:02:31,590
Daar moet ik aan denken wanneer ik
deze mensen op Jezus zie afkomen.

39
00:02:31,590 --> 00:02:33,450
Ze hebben Hem omsingeld.

40
00:02:33,450 --> 00:02:38,250
Ze komen van alle kanten op Hem af en
proberen iets op Hem aan te merken.

41
00:02:38,250 --> 00:02:43,290
Ze proberen Hem vast te pinnen op een
of ander theologisch detail of zoiets.

42
00:02:43,290 --> 00:02:44,310
Er staat:

43
00:02:44,310 --> 00:02:48,930
Toen de Farizeeën bij elkaar
waren, stelde Jezus hun een vraag.

44
00:02:48,930 --> 00:02:51,870
Met andere woorden, nu ze gekomen waren,

45
00:02:51,870 --> 00:02:55,470
Hem hadden omsingeld en zich
daar tegen Hem hadden verzameld,

46
00:02:55,470 --> 00:02:59,430
lijkt Zijn houding te zijn: ‘Nu
kunnen ze niet meer wegkomen.’

47
00:02:59,430 --> 00:03:03,930
Hij zegt: ‘Goed, jullie hebben
Mij een heleboel vragen gesteld.

48
00:03:03,930 --> 00:03:06,390
Laat Mij jullie nu eens
een vraag stellen.’

49
00:03:06,390 --> 00:03:09,030
Blijkbaar besloten ze daarin mee te gaan.

50
00:03:09,030 --> 00:03:13,650
Het leek tenslotte alleen maar eerlijk
dat Hij ook Zelf een vraag mocht stellen,

51
00:03:13,650 --> 00:03:16,890
als Hij hun vragen had
beantwoord. Hij zegt:

52
00:03:16,890 --> 00:03:18,930
Wat denken jullie van de Christus?

53
00:03:18,930 --> 00:03:20,130
Wiens zoon is hij?

54
00:03:20,130 --> 00:03:22,350
Wanneer wij de term Christus horen,

55
00:03:22,350 --> 00:03:25,290
brengen we die natuurlijk
onmiddellijk in verband met Jezus,

56
00:03:25,290 --> 00:03:27,510
omdat Hij de Christus is.

57
00:03:27,510 --> 00:03:32,010
Daarom heb ik sommige mensen ten onrechte
horen denken dat Jezus hun vroeg:

58
00:03:32,010 --> 00:03:33,750
‘Wat denken jullie van Mij?

59
00:03:33,750 --> 00:03:36,030
Wat is jullie mening over Mij?’

60
00:03:36,030 --> 00:03:40,110
Jezus vroeg niet: ‘Wat denken
jullie van Mij?’ Hij zei:

61
00:03:40,110 --> 00:03:42,330
Wat denken jullie van de Christus?

62
00:03:42,330 --> 00:03:45,810
Wij christenen weten natuurlijk
dat Jezus de Christus is.

63
00:03:45,810 --> 00:03:48,390
Maar Zijn tegenstanders wisten dat niet.

64
00:03:48,390 --> 00:03:52,110
De tegenstanders hadden hun eigen
opvatting over wie de Christus was

65
00:03:52,110 --> 00:03:54,270
en wie de Christus zou zijn.

66
00:03:54,270 --> 00:03:57,090
Zij vereenzelvigden Hem niet met Jezus.

67
00:03:57,090 --> 00:04:01,110
Zijn vraag was dus niet bedoeld als
een vraag naar hun mening over Hem,

68
00:04:01,110 --> 00:04:05,370
maar naar hun leer, naar wat
zij over de Christus geloofden.

69
00:04:05,370 --> 00:04:10,050
We moeten beseffen dat het woord Christus
eenvoudigweg hetzelfde woord is als

70
00:04:10,050 --> 00:04:13,590
Messias, alleen komt
het uit een andere taal.

71
00:04:13,590 --> 00:04:19,050
Het woord Messias is ontleend aan
het Hebreeuwse woord HaMashiach,

72
00:04:19,050 --> 00:04:22,050
dat ‘de Gezalfde’ betekent.

73
00:04:22,050 --> 00:04:24,270
Wanneer dit woord in het
Grieks wordt vertaald,

74
00:04:24,270 --> 00:04:28,650
is het Griekse woord voor
‘de Gezalfde’ Christos,

75
00:04:28,650 --> 00:04:32,850
waarvan ons Nederlandse
woord Christus afkomstig is.

76
00:04:32,850 --> 00:04:36,390
Christus is eenvoudigweg een
vernederlandste vorm van het

77
00:04:36,390 --> 00:04:38,970
Griekse woord Christos.

78
00:04:38,970 --> 00:04:43,650
Christos, of Christus, is dus
hetzelfde woord als Messias.

79
00:04:43,650 --> 00:04:47,910
Het verschil is het verschil
tussen het Hebreeuws en het Grieks.

80
00:04:47,910 --> 00:04:53,910
Jezus en Zijn tegenstanders spraken in dit
debat waarschijnlijk Hebreeuws of Aramees,

81
00:04:53,910 --> 00:04:56,430
een aan het Hebreeuws verwante taal.

82
00:04:56,430 --> 00:04:59,610
Waarschijnlijk gebruikte
Hij het woord Messias:

83
00:04:59,610 --> 00:05:01,890
‘Wat denken jullie van de Messias?’

84
00:05:01,890 --> 00:05:05,250
De schrijvers van het Nieuwe Testament
hebben dit voor ons in het Grieks

85
00:05:05,250 --> 00:05:10,290
vertaald, want in die taal is het
Nieuwe Testament aan ons overgeleverd.

86
00:05:10,290 --> 00:05:13,170
Degenen onder ons die geen Grieks lezen,

87
00:05:13,170 --> 00:05:16,650
zouden kunnen zeggen dat
dit niet erg behulpzaam is.

88
00:05:16,650 --> 00:05:20,970
Maar de meeste mensen in het rijk
konden in die tijd wel Grieks lezen,

89
00:05:20,970 --> 00:05:23,310
en dat was het doel van die vertaling.

90
00:05:23,310 --> 00:05:26,730
Waar Jezus wordt voorgesteld
als iemand die zei:

91
00:05:26,730 --> 00:05:28,830
Wat denkt u over de Christus?

92
00:05:28,830 --> 00:05:30,450
Wiens Zoon is Hij?

93
00:05:30,450 --> 00:05:33,571
Zij zeiden tegen Hem: Davids Zoon .

94
00:05:33,571 --> 00:05:37,350
waren Zijn werkelijke woorden
naar alle waarschijnlijkheid:

95
00:05:37,350 --> 00:05:40,230
‘Wat is jullie opvatting over de Messias?’

96
00:05:40,230 --> 00:05:43,710
Natuurlijk hadden de Joden al
lang voordat Jezus op het toneel

97
00:05:43,710 --> 00:05:46,290
verscheen een opvatting over de Messias.

98
00:05:46,290 --> 00:05:51,090
De Messias was iemand over wie in het
Oude Testament veel werd gesproken.

99
00:05:51,090 --> 00:05:54,030
Ik wil daarmee niet zeggen
dat je het woord Messias

100
00:05:54,030 --> 00:05:58,290
vaak in het Oude Testament zou
aantreffen. Dat is niet zo.

101
00:05:58,290 --> 00:06:03,510
Het woord Messias komt maar heel
zelden voor in het Oude Testament.

102
00:06:03,510 --> 00:06:08,970
De profeten verwezen echter voortdurend
naar een dag waarop God Iemand zou sturen

103
00:06:08,970 --> 00:06:12,690
Die Zijn volk van hun
onderdrukkers zou bevrijden en een

104
00:06:12,690 --> 00:06:17,670
Koning van de meest rechtvaardige
en edele soort zou aanstellen.

105
00:06:17,670 --> 00:06:21,390
Hij zou de beroemde heerser en
bevrijder van Zijn volk zijn.

106
00:06:21,390 --> 00:06:25,230
De Joden hadden verschillende
opvattingen over de Messias.

107
00:06:25,230 --> 00:06:30,150
Sommigen van hen geloofden dat Hij
slechts een menselijke figuur zou zijn.

108
00:06:30,150 --> 00:06:34,770
Anderen geloofden dat Hij een wat
bovennatuurlijker figuur zou zijn.

109
00:06:34,770 --> 00:06:39,930
Maar over één leerstelling aangaande
de Messias waren ze het allemaal eens,

110
00:06:39,930 --> 00:06:43,050
namelijk dat Hij van David zou afstammen.

111
00:06:43,050 --> 00:06:47,430
De reden daarvoor is dat we
in 2 Samuel, hoofdstuk 7,

112
00:06:47,430 --> 00:06:51,570
lezen dat David op een bepaald moment
in zijn leven voorspoedig was en

113
00:06:51,570 --> 00:06:53,550
als koning regeerde.

114
00:06:53,550 --> 00:06:56,970
Zijn oorlogen lagen
grotendeels achter hem.

115
00:06:56,970 --> 00:06:58,710
Hij was nu gewoon een dikke,

116
00:06:58,710 --> 00:07:02,790
zelfgenoegzame koning en
woonde in een prachtig paleis.

117
00:07:02,790 --> 00:07:06,060
Hij begon zich zorgen te maken
omdat de ark van het verbond,

118
00:07:06,060 --> 00:07:09,210
dat Joodse meubelstuk uit de tabernakel

119
00:07:09,210 --> 00:07:11,430
dat de aanwezigheid van
God vertegenwoordigde,

120
00:07:11,430 --> 00:07:15,870
niet zo schitterend
gehuisvest was als David zelf.

121
00:07:15,870 --> 00:07:19,170
De ark stond in die
tijd gewoon in een tent.

122
00:07:19,170 --> 00:07:22,290
David liet de profeet Nathan komen en zei:

123
00:07:22,290 --> 00:07:25,410
Ik woon in dit paleis met al deze weelde,

124
00:07:25,410 --> 00:07:29,370
en toch is Gods huis
weinig meer dan een tent.

125
00:07:29,370 --> 00:07:33,510
Nathan moedigde David aan om door te
gaan met wat hij in gedachten had,

126
00:07:33,510 --> 00:07:37,530
namelijk dat David graag een
indrukwekkender huis voor de ark van het

127
00:07:37,530 --> 00:07:42,990
verbond wilde bouwen, een huis voor
God, met andere woorden, een tempel.

128
00:07:42,990 --> 00:07:45,690
Eerst moedigde Nathan David hierin aan.

129
00:07:45,690 --> 00:07:48,270
Toen corrigeerde God Nathan en zei:

130
00:07:48,270 --> 00:07:52,950
Nee, ga terug en zeg tegen David
dat Ik niet wil dat hij dit doet.

131
00:07:52,950 --> 00:07:54,330
Maar Hij zei wel:

132
00:07:54,330 --> 00:07:56,790
Er zal na jou een zoon van je komen.

133
00:07:56,790 --> 00:07:59,670
Ik zal zijn koninkrijk
voor eeuwig bevestigen,

134
00:07:59,670 --> 00:08:02,130
en hij zal een huis bouwen voor Mijn Naam.

135
00:08:02,130 --> 00:08:07,230
Te midden van deze belofte dat Salomo na
David zou komen en de tempel zou bouwen,

136
00:08:07,230 --> 00:08:12,750
werden in 2 Samuel, hoofdstuk 7,
vanaf vers 12 bepaalde dingen gezegd

137
00:08:12,750 --> 00:08:17,370
die spraken over een koning die God
uit de lijn van David zou zenden.

138
00:08:17,370 --> 00:08:21,690
Salomo zou de eerste zijn, maar er
zou een hele reeks koningen komen.

139
00:08:21,690 --> 00:08:25,170
Uiteindelijk zou dit koninkrijk
voor eeuwig gevestigd worden

140
00:08:25,170 --> 00:08:27,510
in de regering van de Messias.

141
00:08:27,510 --> 00:08:32,250
Vanaf de tijd van David wisten de
Joden dat de Messias, wanneer Hij kwam,

142
00:08:32,250 --> 00:08:34,890
uit de lijn van David zou voortkomen.

143
00:08:34,890 --> 00:08:39,450
Over het algemeen leken de meeste
Joden van mening te zijn dat de Messias

144
00:08:39,450 --> 00:08:41,850
heel veel op David zou lijken.

145
00:08:41,850 --> 00:08:44,850
Hij zou een militair zijn, een heerser die

146
00:08:44,850 --> 00:08:49,950
alle omliggende volken zou overwinnen en
hen schatting aan Hem zou laten betalen.

147
00:08:49,950 --> 00:08:53,970
Hij zou de waardigheid en heerlijkheid
van het volk Israël herstellen,

148
00:08:53,970 --> 00:08:57,030
nadat het door naburige
landen onderdrukt was.

149
00:08:57,030 --> 00:09:00,630
En deze Messias zou het heerlijkste
tijdperk uit de geschiedenis

150
00:09:00,630 --> 00:09:02,730
van Israël inluiden.

151
00:09:02,730 --> 00:09:07,590
Vol verlangen zagen ze uit naar de
komst van deze Persoon, de Messias.

152
00:09:07,590 --> 00:09:11,490
In veel gevallen verwachtten ze niet dat
de Messias meer zou zijn dan slechts een

153
00:09:11,490 --> 00:09:15,030
mens, net zoals David
slechts een mens was.

154
00:09:15,030 --> 00:09:17,250
David was een opmerkelijke man.

155
00:09:17,250 --> 00:09:21,210
Zelfs als jongen kon hij door de
kracht van God een reus doden.

156
00:09:21,210 --> 00:09:24,450
Maar er waren meer van zulke
opmerkelijke mensen geweest.

157
00:09:24,450 --> 00:09:28,770
In de tijd van de Makkabeeën was een
kleine groep ijverige Joden erin geslaagd

158
00:09:28,770 --> 00:09:32,550
een veel groter, onderdrukkend
Syrisch leger te verdrijven.

159
00:09:32,550 --> 00:09:37,650
De Joden hadden gloriedagen in hun
geschiedenis gekend: de dagen van Gideon,

160
00:09:37,650 --> 00:09:41,730
toen Gideon met slechts driehonderd
man de Midianieten verdreef,

161
00:09:41,730 --> 00:09:45,390
een veel groter leger van
twintigduizend man of meer.

162
00:09:45,390 --> 00:09:49,110
Ze verwachtten dat er nog zo’n
man zou komen, slechts een mens,

163
00:09:49,110 --> 00:09:52,170
die met Gods hulp
buitengewone dingen zou doen,

164
00:09:52,170 --> 00:09:57,570
Zijn volk zou bevrijden en in recht
en gerechtigheid over hen zou regeren.

165
00:09:57,570 --> 00:10:02,010
Ze zagen beslist uit naar die dag,
terwijl ze in de tijd van Jezus

166
00:10:02,010 --> 00:10:05,550
onder de verpletterende onderdrukking
van de Romeinen leefden.

167
00:10:05,550 --> 00:10:08,370
De Joden spraken vaak over de Messias.

168
00:10:08,370 --> 00:10:12,210
De meesten van hen herkenden Jezus
natuurlijk niet als de Messias.

169
00:10:12,210 --> 00:10:16,410
Maar Jezus ondervroeg hen nu
over hun opvatting, hun leer.

170
00:10:16,410 --> 00:10:20,970
Wat was hun theologische
voorstelling van de Messias? Hij zei:

171
00:10:20,970 --> 00:10:23,250
Wat denken jullie van de Messias?

172
00:10:23,250 --> 00:10:24,690
Wiens zoon is hij?

173
00:10:24,690 --> 00:10:28,890
Oftewel, wiens zoon zal de
Messias zijn wanneer Hij komt?

174
00:10:28,890 --> 00:10:30,330
Ze zeiden tegen Hem:

175
00:10:30,330 --> 00:10:32,010
De zoon van David.

176
00:10:32,010 --> 00:10:35,970
Dat was het meest voor de hand
liggende antwoord dat iemand zou geven.

177
00:10:35,970 --> 00:10:40,770
Iedere Jood die in de synagoge de
elementaire geloofsleer had doorlopen,

178
00:10:40,770 --> 00:10:42,930
zou dat antwoord kunnen geven.

179
00:10:42,930 --> 00:10:44,850
Wiens zoon is de Messias?

180
00:10:44,850 --> 00:10:47,610
De Messias is de Zoon van David.

181
00:10:47,610 --> 00:10:52,770
De uitdrukking ‘de Zoon van David’
werd zelfs een messiaanse titel.

182
00:10:52,770 --> 00:10:57,030
In het verhaal over Jezus zul je
vaak lezen dat mensen die Jezus als

183
00:10:57,030 --> 00:10:59,610
Messias herkenden, zeiden:

184
00:10:59,610 --> 00:11:05,730
De menigte die vooropliep en die volgde,
riep: Hosanna, de Zoon van David!

185
00:11:05,730 --> 00:11:09,570
Gezegend Hij Die komt
in de Naam van de Heere!

186
00:11:09,570 --> 00:11:11,971
Hosanna, in de hoogste hemelen !

187
00:11:11,971 --> 00:11:17,130
De term ‘Zoon van David’ betekent
dus eenvoudigweg de Messias.

188
00:11:17,130 --> 00:11:20,430
Het antwoord dat deze mensen
op Jezus’ vraag gaven,

189
00:11:20,430 --> 00:11:22,230
was niet moeilijk te voorzien.

190
00:11:22,230 --> 00:11:26,970
Ik weet zeker dat Jezus precies
wist welk antwoord ze zouden geven.

191
00:11:26,970 --> 00:11:32,070
Hij was voorbereid op een tweede
vraag, een vervolgvraag. Hij zegt:

192
00:11:32,070 --> 00:11:37,110
Hij zei tegen hen: Hoe kan David Hem
dan, in de Geest, zijn Heere noemen,

193
00:11:37,110 --> 00:11:43,170
als hij zegt: De Heere heeft gezegd tegen
Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand ,

194
00:11:43,170 --> 00:11:47,730
totdat Ik Uw vijanden neergelegd
heb als een voetbank voor Uw voeten?

195
00:11:47,730 --> 00:11:51,990
De vraag is hier: als de
Messias de zoon van David is,

196
00:11:51,990 --> 00:11:55,590
waarom zou David deze Messias
dan zijn Heere noemen?

197
00:11:55,590 --> 00:11:58,170
Spreekt een man zijn eigen zoon aan met:

198
00:11:58,170 --> 00:12:00,030
Heer, mijn Heer.

199
00:12:00,030 --> 00:12:02,130
Het antwoord is natuurlijk nee.

200
00:12:02,130 --> 00:12:06,510
Wanneer heeft David ooit over de
Messias gesproken als zijn Heere?

201
00:12:06,510 --> 00:12:09,450
Jezus citeert uit de
geschriften van David.

202
00:12:09,450 --> 00:12:13,710
Hier in vers 44 citeert Hij uit Psalm 110.

203
00:12:13,710 --> 00:12:17,910
Van alle hoofdstukken in het Oude
Testament wordt er in het Nieuwe Testament

204
00:12:17,910 --> 00:12:21,030
geen vaker aangehaald dan Psalm 110.

205
00:12:21,030 --> 00:12:23,670
Het is de passage uit het Oude Testament

206
00:12:23,670 --> 00:12:27,750
waaruit de schrijvers van het
Nieuwe Testament het vaakst putten.

207
00:12:27,750 --> 00:12:29,910
Jezus Zelf haalt hem aan.

208
00:12:29,910 --> 00:12:32,490
Psalm 110 begint met deze woorden:

209
00:12:32,490 --> 00:12:34,590
Een psalm van David.

210
00:12:34,590 --> 00:12:38,970
De HEERE heeft tot mijn Heere
gesproken: Zit aan Mijn rechterhand,

211
00:12:38,970 --> 00:12:43,590
totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal
hebben tot een voetbank voor Uw voeten.

212
00:12:43,590 --> 00:12:45,330
Hier zijn twee Heeren.

213
00:12:45,330 --> 00:12:48,450
Als je dit in het oorspronkelijke
Hebreeuws zou kunnen lezen,

214
00:12:48,450 --> 00:12:53,490
zou je zien dat voor de eerste
keer ‘Heere’ het woord Jahweh, of

215
00:12:53,490 --> 00:12:55,470
Jehova, wordt gebruikt.

216
00:12:55,470 --> 00:13:00,150
Het is de Naam van God, en soms
wordt het vertaald met Heere.

217
00:13:00,150 --> 00:13:02,610
Maar eigenlijk zouden we moeten lezen:

218
00:13:02,610 --> 00:13:04,950
Jahweh zei tegen mijn Heer.

219
00:13:04,950 --> 00:13:08,850
Hier spreekt Jahweh, en Hij
spreekt tegen iemand anders.

220
00:13:08,850 --> 00:13:11,250
Tegen die andere persoon zegt Hij:

221
00:13:11,250 --> 00:13:15,870
Ga aan Mijn rechterhand zitten totdat
Ik je vijanden tot je voetbank maak.

222
00:13:15,870 --> 00:13:19,950
De Joden hebben altijd ingezien
dat dit het soort woorden was dat

223
00:13:19,950 --> 00:13:22,350
Jahweh tegen de Messias zou zeggen.

224
00:13:22,350 --> 00:13:28,350
Daarom wisten ze dat deze passage, waarin
Jahweh tegen deze persoon spreekt en zegt:

225
00:13:28,350 --> 00:13:32,790
Ga aan Mijn rechterhand zitten totdat
Ik je vijanden tot je voetbank maak.

226
00:13:32,790 --> 00:13:37,230
een passage was die van toepassing
was op de komende Messias.

227
00:13:37,230 --> 00:13:40,770
Het punt hier is dat
David de passage schreef

228
00:13:40,770 --> 00:13:44,190
en in de volgende bewoordingen
over de Messias sprak:

229
00:13:44,190 --> 00:13:46,050
Mijn Heer.

230
00:13:46,050 --> 00:13:51,090
Jahweh zei dit tegen degene
die David „mijn Heere” noemde.

231
00:13:51,090 --> 00:13:57,210
David noemde de Messias dus „mijn Heere”,
en dat is een uitdrukking van eerbied.

232
00:13:57,210 --> 00:14:01,290
Daarmee erkent iemand dat hijzelf
ondergeschikt is aan degene die zo

233
00:14:01,290 --> 00:14:02,910
Heere wordt genoemd.

234
00:14:02,910 --> 00:14:05,610
Jezus vestigt hier de aandacht op.

235
00:14:05,610 --> 00:14:10,350
Je zegt dat de Messias de
Zoon van David is. Goed.

236
00:14:10,350 --> 00:14:13,050
Waarom noemde David Hem dan Heere?

237
00:14:13,050 --> 00:14:16,470
Nadat Hij het vers heeft
aangehaald, zegt Jezus:

238
00:14:16,470 --> 00:14:20,850
Als David Hem dan zijn Heere noemt,
hoe kan Hij dan zijn Zoon zijn?

239
00:14:20,850 --> 00:14:25,830
Het klinkt alsof Jezus het oneens is
met hun antwoord dat Hij Davids Zoon is.

240
00:14:25,830 --> 00:14:30,150
Het klinkt alsof Jezus zegt:
„Nee, hoe zou dat kunnen?

241
00:14:30,150 --> 00:14:32,430
Hij kan Davids Zoon niet zijn.

242
00:14:32,430 --> 00:14:35,190
Kijk, David noemde Hem Heere.”

243
00:14:35,190 --> 00:14:37,410
Maar dat is niet wat Jezus zegt.

244
00:14:37,410 --> 00:14:41,910
Jezus ontkent niet dat de Messias
de Zoon van David zou zijn.

245
00:14:41,910 --> 00:14:46,170
Jezus Zelf stamde daadwerkelijk
van David af, en het was waar

246
00:14:46,170 --> 00:14:49,230
dat de Messias van David moest afstammen.

247
00:14:49,230 --> 00:14:51,090
Dat ontkende Jezus niet.

248
00:14:51,090 --> 00:14:56,310
Het punt van Jezus’ opmerking is dat je,
naast het feit dat Hij de Zoon van David

249
00:14:56,310 --> 00:15:00,390
is, nog iets anders aan de
Messias over het hoofd ziet.

250
00:15:00,390 --> 00:15:03,210
Je erkent dat Hij de
Zoon van David zal zijn,

251
00:15:03,210 --> 00:15:06,330
en natuurlijk kon niemand dit ontkennen.

252
00:15:06,330 --> 00:15:10,470
Maar het feit dat David deze
Messias zijn Heere noemt,

253
00:15:10,470 --> 00:15:13,290
wijst erop dat er meer aan de hand is.

254
00:15:13,290 --> 00:15:18,630
De status van de Messias moet iets
extra’s omvatten wat Hem waardigheid,

255
00:15:18,630 --> 00:15:21,090
rang en verhevenheid geeft.

256
00:15:21,090 --> 00:15:26,610
Daardoor staat Hij zelfs boven David,
zodat David Hem zijn Heere noemt.

257
00:15:26,610 --> 00:15:31,830
Wat geeft de Messias die rang,
zelfs boven Zijn voorvader David?

258
00:15:31,830 --> 00:15:36,150
Jezus geeft daar geen antwoord
op, maar wij kennen het antwoord.

259
00:15:36,150 --> 00:15:41,190
Wij christenen weten het, want de Messias
stamde daadwerkelijk van David af,

260
00:15:41,190 --> 00:15:45,030
maar bovendien was Hij de
menswording van God Zelf.

261
00:15:45,030 --> 00:15:49,710
Als de menswording van God wordt
Hij dus de Zoon van God genoemd.

262
00:15:49,710 --> 00:15:54,750
Dat geeft Hem natuurlijk een waardigheid
en een positie die boven David staan.

263
00:15:54,750 --> 00:15:57,150
Hij was niet alleen Davids Zoon.

264
00:15:57,150 --> 00:15:59,190
Hij was Davids God.

265
00:15:59,190 --> 00:16:02,550
Hierin schuilt zonder
twijfel een geheimenis.

266
00:16:02,550 --> 00:16:05,970
Het is het geheimenis van de
menswording in de Schrift.

267
00:16:05,970 --> 00:16:09,150
Toch wordt heel duidelijk
verklaard dat het zo is.

268
00:16:09,150 --> 00:16:14,490
We hebben bijvoorbeeld Romeinen hoofdstuk
1, waar Paulus zei dat hij afgezonderd was

269
00:16:14,490 --> 00:16:16,710
tot het Evangelie van God.

270
00:16:16,710 --> 00:16:20,070
In vers 2 zegt hij over
het Evangelie van God:

271
00:16:20,070 --> 00:16:25,350
dat Hij tevoren beloofd had door Zijn
profeten, in de heilige Schriften,

272
00:16:25,350 --> 00:16:30,390
ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat
het vlees betreft geboren is uit het

273
00:16:30,390 --> 00:16:31,650
geslacht van David.

274
00:16:31,650 --> 00:16:37,170
Wat de Geest van heiliging betreft, is met
kracht bewezen dat Hij de Zoon van God is,

275
00:16:37,170 --> 00:16:42,810
door Zijn opstanding uit de doden,
namelijk Jezus Christus, onze Heere.

276
00:16:42,810 --> 00:16:45,690
Dat wil zeggen: Gods Zoon.

277
00:16:45,690 --> 00:16:49,350
Je ziet dat hij over Jezus
Christus, onze Heere,

278
00:16:49,350 --> 00:16:54,810
zegt dat deze man Jezus naar het vlees
uit het nageslacht van David geboren is,

279
00:16:54,810 --> 00:16:58,950
maar naar de Geest van heiligheid door
de opstanding uit de doden met kracht

280
00:16:58,950 --> 00:17:01,950
verklaard is de Zoon van God te zijn.

281
00:17:01,950 --> 00:17:08,010
De Christus is de Heere, en David
zelf noemde de Christus „mijn Heere”.

282
00:17:08,010 --> 00:17:13,170
Hiermee wordt gezegd dat Jezus twee
kanten heeft, twee kanten van de Messias.

283
00:17:13,170 --> 00:17:16,830
Er is de goddelijke kant,
en er is de menselijke kant.

284
00:17:16,830 --> 00:17:21,870
„Naar het vlees” betekent de menselijke
kant, en naar het vlees is Hij uit het

285
00:17:21,870 --> 00:17:24,210
nageslacht van David geboren.

286
00:17:24,210 --> 00:17:28,710
Wat Zijn menselijke afstamming betreft,
is het volkomen duidelijk dat David

287
00:17:28,710 --> 00:17:30,930
tot Zijn voorouders behoorde.

288
00:17:30,930 --> 00:17:33,510
Maar dat is niet alles
wat er te weten valt.

289
00:17:33,510 --> 00:17:37,050
Dat probeerde Jezus deze
mensen duidelijk te maken.

290
00:17:37,050 --> 00:17:39,330
Hij zei het niet met zoveel woorden.

291
00:17:39,330 --> 00:17:41,970
Hij liet hen er zelf over nadenken.

292
00:17:41,970 --> 00:17:46,530
Als David Hem Heere noemt, hoe
kan Hij dan Davids Zoon zijn?

293
00:17:46,530 --> 00:17:49,110
Is er niet meer aan de hand dan je beseft?

294
00:17:49,110 --> 00:17:53,190
Is de status van de Messias niet
meer dan die van slechts een mens,

295
00:17:53,190 --> 00:17:57,450
als Hij van David kan afstammen
en David toch tegen Hem opziet,

296
00:17:57,450 --> 00:18:01,230
Hem Heere noemt en Hem
als zijn meerdere erkent?

297
00:18:01,230 --> 00:18:06,450
Toen Jezus deze opmerking maakte,
ontkende Hij dus, zoals ik al zei,

298
00:18:06,450 --> 00:18:09,510
niet dat de Messias de
Zoon van David zou zijn.

299
00:18:09,510 --> 00:18:15,330
Sommigen vragen zich af of Jezus wel de
Zoon van David was, of van David afstamde.

300
00:18:15,330 --> 00:18:20,190
De eenvoudige reden daarvoor is dat de
geslachtslijn van Jezus die in Mattheüs

301
00:18:20,190 --> 00:18:25,410
staat, inderdaad de geslachtslijn is
van iemand die van David afstamde.

302
00:18:25,410 --> 00:18:30,030
De persoon in de geslachtslijn van
Mattheüs 1 die op deze manier van David

303
00:18:30,030 --> 00:18:33,870
afstamde, is echter Jozef,
die met Maria trouwde.

304
00:18:33,870 --> 00:18:39,330
En de Bijbel zegt uitdrukkelijk dat Jozef
niet de biologische vader van Jezus was.

305
00:18:39,330 --> 00:18:41,970
Het feit dat Jozef van David afstamde,

306
00:18:41,970 --> 00:18:45,510
zoals de geslachtslijn in
Mattheüs 1 ons vertelt,

307
00:18:45,510 --> 00:18:50,070
zegt ons dus niets over de lichamelijke
afstamming van Jezus Christus,

308
00:18:50,070 --> 00:18:54,090
want Jezus werd niet als
zoon van Jozef geboren.

309
00:18:54,090 --> 00:18:59,370
Als dat wel zo was, zouden we duidelijk
kunnen zeggen dat Hij van David afstamde,

310
00:18:59,370 --> 00:19:01,950
want daar hebben we die geslachtslijn.

311
00:19:01,950 --> 00:19:06,870
Maar omdat Jezus geen menselijke vader
had en werkelijk de Zoon van God was,

312
00:19:06,870 --> 00:19:11,430
moet Zijn menselijke geslachtslijn
via Zijn moeder worden gevolgd.

313
00:19:11,430 --> 00:19:15,510
Er is een kleine moeilijkheid, omdat we
nergens in de Bijbel een geslachtslijn

314
00:19:15,510 --> 00:19:18,810
hebben die uitdrukkelijk
die van Maria wordt genoemd.

315
00:19:18,810 --> 00:19:22,890
Daardoor vermoeden sommigen dat we
misschien geen enkel bewijs hebben dat

316
00:19:22,890 --> 00:19:26,130
Jezus biologisch het zaad van David was.

317
00:19:26,130 --> 00:19:31,830
Als Hij dat niet was, kon Hij natuurlijk
niet de Messias zijn. Maar er is bewijs.

318
00:19:31,830 --> 00:19:35,310
Je moet erover nadenken en
het een beetje bestuderen,

319
00:19:35,310 --> 00:19:41,370
maar er is bewijs dat Jezus lichamelijk
van David afstamde via Maria,

320
00:19:41,370 --> 00:19:43,170
niet via Jozef.

321
00:19:43,170 --> 00:19:49,590
Dit bewijs is te vinden in Lukas
3, vanaf vers 23. Daar staat:

322
00:19:49,590 --> 00:19:54,390
En Hij, Jezus, was ongeveer dertig
jaar toen Hij Zijn dienstwerk begon.

323
00:19:54,390 --> 00:19:58,950
Hij was, naar men dacht, de Zoon
van Jozef, de zoon van Heli,

324
00:19:58,950 --> 00:20:01,530
enzovoort, tot aan vers 31:

325
00:20:01,530 --> 00:20:09,150
de zoon van Meleas, de zoon van Maïnan,
de zoon van Mattatha, de zoon van Nathan,

326
00:20:09,150 --> 00:20:10,890
de zoon van David,

327
00:20:10,890 --> 00:20:14,670
Hier hebben we duidelijk een
geslachtslijn waarin David voorkomt

328
00:20:14,670 --> 00:20:18,630
en iemand die van David
afstamde. Maar wie is dat?

329
00:20:18,630 --> 00:20:22,170
Het klinkt alsof dit eveneens
de geslachtslijn van Jozef is,

330
00:20:22,170 --> 00:20:28,650
want er staat dat Jezus, naar men dacht,
de zoon was van Jozef, de zoon van Heli,

331
00:20:28,650 --> 00:20:31,410
de zoon van Matthat, enzovoort.

332
00:20:31,410 --> 00:20:35,370
Opnieuw lijkt het erop dat we de
geslachtslijn van Jozef hebben.

333
00:20:35,370 --> 00:20:37,470
Er valt echter iets op te merken.

334
00:20:37,470 --> 00:20:42,210
De geslachtslijn hier is totaal anders
dan de geslachtslijn in Mattheüs.

335
00:20:42,210 --> 00:20:45,150
Het is de geslachtslijn
van een andere persoon,

336
00:20:45,150 --> 00:20:49,290
en toch klinken ze allebei alsof het
de geslachtslijnen van Jozef zijn.

337
00:20:49,290 --> 00:20:50,730
Maar dat kan niet.

338
00:20:50,730 --> 00:20:55,530
Daarom geloven veel geleerden — en dat
klinkt mij volkomen logisch in de oren —

339
00:20:55,530 --> 00:21:00,990
dat we in Lukas 3 niet de geslachtslijn
van Jozef hebben, maar die van Maria.

340
00:21:00,990 --> 00:21:05,310
Wanneer er staat dat Jezus, naar
men dacht, de zoon van Jozef was,

341
00:21:05,310 --> 00:21:08,730
zegt Lukas niet dat Jezus
de zoon van Jozef was.

342
00:21:08,730 --> 00:21:13,770
Dat zou allemaal tussen haakjes moeten
staan: Jezus was — ‘naar men dacht,

343
00:21:13,770 --> 00:21:17,850
de zoon van Jozef’ — maar stamde
in werkelijkheid af van Heli,

344
00:21:17,850 --> 00:21:20,370
de zoon van Matthan, enzovoort.

345
00:21:20,370 --> 00:21:24,870
Als het zo gelezen moet worden, en er is
alle reden om te denken dat dit zo is,

346
00:21:24,870 --> 00:21:28,470
dan staat er dat Jezus weliswaar
algemeen en in het openbaar

347
00:21:28,470 --> 00:21:32,310
als de zoon van Jozef werd
beschouwd, maar dat Hij dat niet was.

348
00:21:32,310 --> 00:21:37,410
Hij was de zoon van, of stamde af
van, een andere man die Heli heette.

349
00:21:37,410 --> 00:21:40,830
Heli zou de dichtstbijzijnde
mannelijke voorouder van Jezus zijn.

350
00:21:40,830 --> 00:21:44,190
En in het geval van iemand die
geen menselijke vader heeft,

351
00:21:44,190 --> 00:21:48,750
zou Zijn dichtstbijzijnde mannelijke
voorouder de vader van Zijn moeder zijn,

352
00:21:48,750 --> 00:21:51,030
Zijn grootvader van moederskant.

353
00:21:51,030 --> 00:21:54,870
Dat zou betekenen dat Heli
de vader van Maria was.

354
00:21:54,870 --> 00:21:58,650
Ik hoop dat ik het niet zo heb gezegd
dat het al te ingewikkeld klinkt.

355
00:21:58,650 --> 00:22:00,990
Het is eigenlijk bijzonder eenvoudig.

356
00:22:00,990 --> 00:22:05,490
Maar het bewijs dat Lukas 3 de
geslachtslijn van Maria geeft en niet

357
00:22:05,490 --> 00:22:08,850
die van Jozef, is volgens mij heel sterk.

358
00:22:08,850 --> 00:22:13,230
Omdat we zien dat deze persoon
in Lukas 3 van David afstamde,

359
00:22:13,230 --> 00:22:19,230
hebben we het bewijs dat Jezus, zoals de
Messias moest zijn, de zoon van David was.

360
00:22:19,230 --> 00:22:22,170
Ik wil nog op één ander kenmerk wijzen.

361
00:22:22,170 --> 00:22:24,330
Jezus spreekt over David.

362
00:22:24,330 --> 00:22:28,110
Hij citeert Psalm 110
en maakt deze opmerking:

363
00:22:28,110 --> 00:22:33,510
Hij zei tegen hen: Hoe kan David Hem
dan, in de Geest, zijn Heere noemen,

364
00:22:33,510 --> 00:22:34,770
als hij zegt:

365
00:22:34,770 --> 00:22:38,430
Dat is Mattheüs 22:43.

366
00:22:38,430 --> 00:22:43,110
Toen David de Psalmen schreef,
schreef hij volgens Jezus in de Geest.

367
00:22:43,110 --> 00:22:47,970
Dit lijkt een bevestiging van Jezus te
zijn dat de Psalmen geïnspireerd zijn,

368
00:22:47,970 --> 00:22:52,170
of op zijn minst dat de Psalmen
van David geïnspireerd zijn.

369
00:22:52,170 --> 00:22:56,070
Oprechte evangelische christenen
twijfelen hier gewoonlijk niet aan,

370
00:22:56,070 --> 00:23:01,350
maar sommigen zouden zich afvragen of dat
ooit in het Nieuwe Testament bevestigd is.

371
00:23:01,350 --> 00:23:02,790
Dat is zo.

372
00:23:02,790 --> 00:23:08,610
Jezus zei dat David, toen hij Psalm
110 schreef, in de Geest schreef.

373
00:23:08,610 --> 00:23:10,710
Hij zegt niet eenvoudig:

374
00:23:10,710 --> 00:23:12,930
Waarom noemt David Hem Heer?

375
00:23:12,930 --> 00:23:14,010
Hij zegt:

376
00:23:14,010 --> 00:23:18,450
Waarom noemt David Hem,
geïnspireerd door de Geest, Heer?

377
00:23:18,450 --> 00:23:23,370
Het is alsof Hij zegt dat David hier niet
gewoon een vergissing gemaakt kan hebben.

378
00:23:23,370 --> 00:23:25,110
Hij zei het door de Geest.

379
00:23:25,110 --> 00:23:28,170
De Heilige Geest openbaarde dit aan David.

380
00:23:28,170 --> 00:23:32,670
Daarom wist David door de Heilige Geest
dat de Messias niet alleen een nakomeling

381
00:23:32,670 --> 00:23:36,630
van David zou zijn, maar ook
iemand die veel meer was.

382
00:23:36,630 --> 00:23:41,670
Iemand die zo ver boven David stond
dat David Hem Heere kon noemen.

383
00:23:41,670 --> 00:23:44,790
Wij hebben een verklaring die
de Farizeeën niet konden geven,

384
00:23:44,790 --> 00:23:47,910
en dat is dat wij weten dat
Hij de Zoon van God was.
