1
00:00:01,950 --> 00:00:04,350
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,350 --> 00:00:11,610
Deze keer behandelen we Mattheüs
25, vers 31 tot en met vers 46.

3
00:00:11,610 --> 00:00:15,570
We kijken naar de laatste
gelijkenis in Mattheüs 25.

4
00:00:15,570 --> 00:00:19,890
Dit is de afsluitende gelijkenis en het
afsluitende gedeelte van de rede op de

5
00:00:19,890 --> 00:00:24,270
Olijfberg, de rede die
Jezus op de Olijfberg hield.

6
00:00:24,270 --> 00:00:27,030
Er staan drie gelijkenissen
in dit hoofdstuk.

7
00:00:27,030 --> 00:00:31,230
Ze hebben allemaal één boodschap,
en dat is de wederkomst van Christus

8
00:00:31,230 --> 00:00:34,230
en de noodzaak om daarop
voorbereid te zijn.

9
00:00:34,230 --> 00:00:38,670
In de eerste van deze gelijkenissen,
de gelijkenis van de tien maagden,

10
00:00:38,670 --> 00:00:42,090
was het eenvoudigweg een
algemene aansporing om

11
00:00:42,090 --> 00:00:44,670
voorbereid te zijn op
een lange vertraging,

12
00:00:44,670 --> 00:00:47,730
want Hij zei dat er een
lange vertraging zou zijn.

13
00:00:47,730 --> 00:00:50,310
De maagden die daarop
niet voorbereid waren,

14
00:00:50,310 --> 00:00:54,031
hadden er spijt van dat ze niet
klaarstonden toen Jezus kwam —

15
00:00:54,031 --> 00:00:56,430
of toen de bruidegom kwam.

16
00:00:56,430 --> 00:01:00,090
De tweede gelijkenis, de
gelijkenis van de talenten,

17
00:01:00,090 --> 00:01:04,050
gaat uitgebreider in op de
verantwoordelijkheden van de dienaren

18
00:01:04,050 --> 00:01:06,750
terwijl zij wachten tot hun heer komt.

19
00:01:06,750 --> 00:01:10,770
Ze laat zien dat zij verschillende
bekwaamheden hebben gekregen om voor hun

20
00:01:10,770 --> 00:01:14,670
meester te werken en iets voor
zijn koninkrijk voort te brengen.

21
00:01:14,670 --> 00:01:18,930
Wanneer hij terugkomt, zal van hen naar
verhouding worden verwacht dat zij de

22
00:01:18,930 --> 00:01:23,010
werken, de vrucht van hun
arbeid, aan hem aanbieden.

23
00:01:23,010 --> 00:01:25,770
En zij zullen voor hun
trouw worden beloond.

24
00:01:25,770 --> 00:01:28,530
Nu komen we bij de laatste gelijkenis.

25
00:01:28,530 --> 00:01:32,430
Ook deze richt zich op hoe de
dienaren zich moeten gedragen

26
00:01:32,430 --> 00:01:35,310
terwijl ze wachten tot Jezus terugkomt.

27
00:01:35,310 --> 00:01:38,130
Deze gelijkenis begint echter iets anders.

28
00:01:38,130 --> 00:01:41,730
De andere twee gelijkenissen in dit
hoofdstuk begonnen met de opdracht,

29
00:01:41,730 --> 00:01:43,830
daarna kwam de uitvoering van de taak,

30
00:01:43,830 --> 00:01:47,730
en vervolgens komt de heer terug
en beoordeelt hij de dienaren of de

31
00:01:47,730 --> 00:01:50,910
bruidsmeisjes en rekent hij met hen af.

32
00:01:50,910 --> 00:01:54,330
In dit geval begint de
gelijkenis met de wederkomst.

33
00:01:54,330 --> 00:01:58,170
We zien het oordeel plaatsvinden en
vervolgens wordt er teruggekeken naar het

34
00:01:58,170 --> 00:02:01,290
gedrag van degenen die
in het oordeel staan.

35
00:02:01,290 --> 00:02:04,650
We krijgen een terugblik op
hoe zij zich hebben gedragen,

36
00:02:04,650 --> 00:02:08,970
en daarop worden zij geoordeeld,
net als in de andere gelijkenissen.

37
00:02:08,970 --> 00:02:13,050
De gelijkenis begint in Mattheüs 25:31.

38
00:02:13,050 --> 00:02:18,930
Gewoonlijk noemen we die de gelijkenis
van de schapen en de bokken. Jezus zei:

39
00:02:18,930 --> 00:02:23,970
Wanneer de Zoon des mensen komen zal in
Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen

40
00:02:23,970 --> 00:02:27,990
met Hem, dan zal Hij zitten op
de troon van Zijn heerlijkheid.

41
00:02:27,990 --> 00:02:32,730
Dan zal de Koning zeggen tegen hen
die aan Zijn rechter hand zijn : Kom,

42
00:02:32,730 --> 00:02:37,650
gezegenden van Mijn Vader, beërf het
Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de

43
00:02:37,650 --> 00:02:39,450
grondlegging van de wereld.

44
00:02:39,450 --> 00:02:43,110
Want Ik had honger en u
hebt Mij te eten gegeven;

45
00:02:43,110 --> 00:02:46,710
Ik had dorst en u hebt
Mij te drinken gegeven;

46
00:02:46,710 --> 00:02:50,730
Ik was een vreemdeling en u
hebt Mij gastvrij onthaald.

47
00:02:50,730 --> 00:02:56,850
Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik
ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht;

48
00:02:56,850 --> 00:03:00,630
Ik was in de gevangenis
en u bent bij Mij gekomen.

49
00:03:00,630 --> 00:03:04,410
Dan zullen de rechtvaardigen
Hem antwoorden: Heere,

50
00:03:04,410 --> 00:03:07,950
wanneer hebben wij U hongerig
gezien en te eten gegeven?

51
00:03:07,950 --> 00:03:10,350
Of dorstig en te drinken gegeven?

52
00:03:10,350 --> 00:03:14,790
Wanneer hebben wij U als een
vreemdeling gezien en gastvrij onthaald,

53
00:03:14,790 --> 00:03:17,010
of naakt en hebben U gekleed?

54
00:03:17,010 --> 00:03:21,690
Wanneer hebben wij U ziek gezien of in
de gevangenis en zijn bij U gekomen?

55
00:03:21,690 --> 00:03:26,670
En de Koning zal hun
antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u:

56
00:03:26,670 --> 00:03:30,570
voor zover u dit voor een van deze
geringste broeders van Mij gedaan hebt,

57
00:03:30,570 --> 00:03:32,850
hebt u dat voor Mij gedaan.

58
00:03:32,850 --> 00:03:38,010
Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan
de linker hand zijn : Ga weg van Mij,

59
00:03:38,010 --> 00:03:43,530
vervloekten, in het eeuwige vuur, dat
voor de duivel en zijn engelen bestemd is.

60
00:03:43,530 --> 00:03:48,270
Want Ik ben hongerig geweest en
u hebt Mij niet te eten gegeven;

61
00:03:48,270 --> 00:03:52,950
Ik ben dorstig geweest en u hebt
Mij niet te drinken gegeven;

62
00:03:52,950 --> 00:03:58,530
Ik was een vreemdeling en u hebt
Mij niet gastvrij onthaald; naakt,

63
00:03:58,530 --> 00:04:05,490
en u hebt Mij niet gekleed; ziek en in de
gevangenis, en u hebt Mij niet bezocht.

64
00:04:05,490 --> 00:04:08,610
Dan zullen ook die Hem antwoorden: Heere,

65
00:04:08,610 --> 00:04:13,650
wanneer hebben wij U hongerig gezien
of dorstig of als een vreemdeling of

66
00:04:13,650 --> 00:04:18,270
naakt of ziek of in de gevangenis,
en hebben U niet gediend?

67
00:04:18,270 --> 00:04:21,030
En dezen zullen gaan in de eeuwige straf,

68
00:04:21,030 --> 00:04:23,850
maar de rechtvaardigen
in het eeuwige leven.

69
00:04:23,850 --> 00:04:27,570
Het is interessant dat we dit gewoonlijk
de gelijkenis van de schapen en

70
00:04:27,570 --> 00:04:29,010
de bokken noemen.

71
00:04:29,010 --> 00:04:33,870
De reden is dat Jezus zei dat Hij de
volken in twee groepen zal verdelen,

72
00:04:33,870 --> 00:04:36,630
zoals een herder de schapen
van de bokken scheidt,

73
00:04:36,630 --> 00:04:38,850
waarbij Hij de schapen
aan Zijn rechterhand

74
00:04:38,850 --> 00:04:41,370
en de bokken aan Zijn linkerhand zet.

75
00:04:41,370 --> 00:04:45,810
Daarna heeft de gelijkenis echter niets
meer met schapen of bokken te maken.

76
00:04:45,810 --> 00:04:49,890
Degenen aan Zijn rechterhand worden
niet langer met schapen vergeleken

77
00:04:49,890 --> 00:04:53,310
en degenen aan Zijn linkerhand
worden niet langer bokken genoemd.

78
00:04:53,310 --> 00:04:56,730
Ze doen zelfs dingen die schapen
noch bokken zouden kunnen doen.

79
00:04:56,730 --> 00:04:58,890
Hier verschuift de beeldspraak.

80
00:04:58,890 --> 00:05:03,030
De verdeling van de volken in twee groepen
wordt vergeleken met een herder die in

81
00:05:03,030 --> 00:05:05,370
zijn kudde schapen van bokken scheidt.

82
00:05:05,370 --> 00:05:08,910
Maar afgezien daarvan lijken de
betrokken personen helemaal niet op

83
00:05:08,910 --> 00:05:10,410
schapen of bokken.

84
00:05:10,410 --> 00:05:14,670
We hebben hier mensen die de gelegenheid
hebben om de armen te helpen en die dat

85
00:05:14,670 --> 00:05:17,190
óf wel óf niet doen.

86
00:05:17,190 --> 00:05:21,090
Schapen verkeren natuurlijk helemaal
niet in een positie om mensen te helpen.

87
00:05:21,090 --> 00:05:25,530
Wat we hier hebben, zijn een paar verzen
waarin Hij dit oordeel vergelijkt met die

88
00:05:25,530 --> 00:05:30,210
scheiding van schapen en bokken die je
vaak bij de kudden van herders zou zien.

89
00:05:30,210 --> 00:05:33,510
Maar vervolgens wordt die
beeldspraak onmiddellijk losgelaten

90
00:05:33,510 --> 00:05:35,850
en is het gewoon een rechtszitting.

91
00:05:35,850 --> 00:05:41,370
Er is een rechter, een koning, en er zijn
personen die als beklaagden terechtstaan.

92
00:05:41,370 --> 00:05:44,670
Sommigen van hen worden in
het gelijk gesteld en beloond;

93
00:05:44,670 --> 00:05:46,410
sommigen worden gestraft.

94
00:05:46,410 --> 00:05:49,830
Dit komt natuurlijk sterk overeen
met het hoogtepunt van elk van de

95
00:05:49,830 --> 00:05:51,870
twee voorgaande gelijkenissen.

96
00:05:51,870 --> 00:05:55,830
De bruidegom kwam, en de vijf
wijze maagden gingen de vreugde van

97
00:05:55,830 --> 00:05:57,630
het bruiloftsfeest binnen.

98
00:05:57,630 --> 00:06:00,390
De vijf dwaze maagden werden gestraft.

99
00:06:00,390 --> 00:06:04,290
In de gelijkenis van de talenten
kwam de heer en sprak hij recht.

100
00:06:04,290 --> 00:06:06,750
De trouwe rentmeesters werden beloond.

101
00:06:06,750 --> 00:06:09,450
De ontrouwe rentmeester werd gestraft.

102
00:06:09,450 --> 00:06:11,790
Hier gaat het over de
volken van de wereld,

103
00:06:11,790 --> 00:06:14,310
want Jezus zei dat de Zoon des mensen,

104
00:06:14,310 --> 00:06:18,510
wanneer Hij in Zijn heerlijkheid komt
en al Zijn heilige engelen met Hem,

105
00:06:18,510 --> 00:06:21,390
op de troon van Zijn
heerlijkheid zal zitten, en:

106
00:06:21,390 --> 00:06:25,770
Wanneer de Zoon des mensen komen
zal in Zijn heerlijkheid en

107
00:06:25,770 --> 00:06:31,170
al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij
zitten op de troon van Zijn heerlijkheid.

108
00:06:31,170 --> 00:06:34,950
En vóór Hem zullen al de
volken bijeengebracht worden,

109
00:06:34,950 --> 00:06:40,050
en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de
herder de schapen van de bokken scheidt.

110
00:06:40,050 --> 00:06:42,930
En Hij zal de schapen aan
Zijn rechter hand zetten,

111
00:06:42,930 --> 00:06:45,570
maar de bokken aan Zijn linker hand .

112
00:06:45,570 --> 00:06:50,070
Alle volken zullen hier voor Hem worden
gebracht om geoordeeld te worden.

113
00:06:50,070 --> 00:06:54,210
Anders dan de voorgaande gelijkenissen
gaat deze gelijkenis niet over het

114
00:06:54,210 --> 00:06:56,130
oordeel over christenen.

115
00:06:56,130 --> 00:07:00,150
Dit is een oordeel over de volken
als geheel, dat wil zeggen:

116
00:07:00,150 --> 00:07:02,070
over de hele wereld.

117
00:07:02,070 --> 00:07:06,150
Sommigen hebben volgens mij de fout
gemaakt te zeggen dat wat hier gebeurt

118
00:07:06,150 --> 00:07:08,130
niet het laatste oordeel is.

119
00:07:08,130 --> 00:07:10,890
Maar dat is natuurlijk het
standpunt van iemand die

120
00:07:10,890 --> 00:07:15,270
gelooft dat er na de terugkeer van
Jezus een duizendjarig rijk van

121
00:07:15,270 --> 00:07:17,070
duizend jaar zal zijn.

122
00:07:17,070 --> 00:07:22,050
Zij zeggen: ‘Hier komt Jezus terug
en roept Hij de volken voor Zich,

123
00:07:22,050 --> 00:07:27,090
maar volgens deze opvatting zal Hij
sommigen het duizendjarig rijk in sturen,

124
00:07:27,090 --> 00:07:30,990
en anderen zullen niet in
het duizendjarig rijk zijn.’

125
00:07:30,990 --> 00:07:35,910
Hij oordeelt dus, zeggen
zij, volken als categorieën.

126
00:07:35,910 --> 00:07:42,450
Bijvoorbeeld Groot-Brittannië,
Babylon, Spanje, Assyrië, Edom,

127
00:07:42,450 --> 00:07:46,290
Duitsland of Amerika. Dat zijn volken.

128
00:07:46,290 --> 00:07:50,010
Sommigen voeren als argument
aan dat dit geen oordeel over

129
00:07:50,010 --> 00:07:54,450
afzonderlijke personen is dat hun
uiteindelijke eeuwige bestemming bepaalt.

130
00:07:54,450 --> 00:07:58,110
Dit is in feite een oordeel
over nationale eenheden,

131
00:07:58,110 --> 00:08:03,030
dat bepaalt of zij toestemming krijgen om
de duizendjarige regering binnen te gaan

132
00:08:03,030 --> 00:08:06,750
en daar nog duizend jaar te
blijven vóór het laatste oordeel,

133
00:08:06,750 --> 00:08:09,570
of dat zij daar geen
toestemming voor krijgen.

134
00:08:09,570 --> 00:08:13,170
Volgens mij worden hiermee
enkele ernstige fouten gemaakt.

135
00:08:13,170 --> 00:08:17,250
Maar voordat ik je vertel wat die
fouten volgens mij zijn, ga ik verder.

136
00:08:17,250 --> 00:08:20,850
Sommigen geloven dat de volken die
de Joden goed hebben behandeld,

137
00:08:20,850 --> 00:08:24,390
toestemming zullen krijgen om het
duizendjarig rijk binnen te gaan,

138
00:08:24,390 --> 00:08:29,010
en dat de volken die de Joden niet goed
hebben behandeld, dat niet zullen krijgen.

139
00:08:29,010 --> 00:08:34,470
Volgens hen wordt daarnaar verwezen met
de woorden ‘Mijn broeders’. Jezus zei:

140
00:08:34,470 --> 00:08:39,270
En de Koning zal hun
antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u:

141
00:08:39,270 --> 00:08:43,350
voor zover u dit voor een van deze
geringste broeders van Mij gedaan hebt,

142
00:08:43,350 --> 00:08:45,510
hebt u dat voor Mij gedaan.

143
00:08:45,510 --> 00:08:48,570
Zij zeggen: ‘Jezus was Joods.

144
00:08:48,570 --> 00:08:50,610
De Joden zijn Zijn broeders.’

145
00:08:50,610 --> 00:08:55,170
Het scenario dat sommigen schetsen,
is daarom dat Jezus terugkeert,

146
00:08:55,170 --> 00:08:59,071
alle volken bijeenbrengt en
hen als volken oordeelt —

147
00:08:59,071 --> 00:09:02,370
niet als afzonderlijke
personen, maar als volken.

148
00:09:02,370 --> 00:09:06,630
Hij bekijkt de geschiedenis van de manier
waarop zij de Joden hebben behandeld.

149
00:09:06,630 --> 00:09:09,030
Hebben zij de Joden goed behandeld?

150
00:09:09,030 --> 00:09:13,230
Mooi, dan mogen zij het
duizendjarig rijk binnengaan en nog

151
00:09:13,230 --> 00:09:18,570
duizend jaar voortbestaan vóór het laatste
oordeel aan het einde van de wereld.

152
00:09:18,570 --> 00:09:23,490
Als zij de Joden niet goed hebben
behandeld, valt voor hen nu al het doek.

153
00:09:23,490 --> 00:09:27,810
Die volken zullen de duizendjarige
regering van Christus niet binnengaan.

154
00:09:27,810 --> 00:09:30,870
Deze opvatting, die door
velen wordt aangehangen,

155
00:09:30,870 --> 00:09:34,770
is naar mijn vermoeden een van
de allerberoerdste interpretaties

156
00:09:34,770 --> 00:09:39,210
die ik ooit op welke Schriftpassage
dan ook toegepast heb zien worden.

157
00:09:39,210 --> 00:09:41,370
Daar zijn verschillende redenen voor.

158
00:09:41,370 --> 00:09:44,010
Om te beginnen is het
enige wat ervoor pleit,

159
00:09:44,010 --> 00:09:49,350
dat er staat dat Hij alle volken voor
Zich zal roepen en hen zal scheiden.

160
00:09:49,350 --> 00:09:53,790
Sommigen beweren dat dit betekent
dat Hij afzonderlijke volken bedoelt,

161
00:09:53,790 --> 00:09:56,070
en niet afzonderlijke burgers.

162
00:09:56,070 --> 00:09:58,050
Maar dat betekent het helemaal niet.

163
00:09:58,050 --> 00:09:59,550
Toen Jezus zei:

164
00:09:59,550 --> 00:10:04,950
Ga dan heen, onderwijs al de volken,
hen dopend in de Naam van de Vader

165
00:10:04,950 --> 00:10:10,230
en van de Zoon en van de Heilige Geest,
hun lerend alles wat Ik u geboden heb,

166
00:10:10,230 --> 00:10:11,730
in acht te nemen.

167
00:10:11,730 --> 00:10:14,910
bedoelde Hij niet dat hele
landen discipelen zouden worden,

168
00:10:14,910 --> 00:10:19,590
maar dat afzonderlijke personen binnen
die landen discipelen zouden worden.

169
00:10:19,590 --> 00:10:24,750
Een volk kan geen discipel worden, hoewel
een volk misschien wel hoofdzakelijk uit

170
00:10:24,750 --> 00:10:26,610
discipelen zou kunnen bestaan.

171
00:10:26,610 --> 00:10:31,050
Maar discipelen zijn afzonderlijke
mensen. Toch zei Jezus:

172
00:10:31,050 --> 00:10:34,650
Ga eropuit en maak alle
volken tot Mijn leerlingen.

173
00:10:34,650 --> 00:10:39,450
Dat betekent mensen uit alle volken,
en hier betekent het hetzelfde.

174
00:10:39,450 --> 00:10:44,130
Wanneer de Zoon des mensen komen zal in
Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen

175
00:10:44,130 --> 00:10:48,270
met Hem, dan zal Hij zitten op
de troon van Zijn heerlijkheid.

176
00:10:48,270 --> 00:10:51,810
En vóór Hem zullen al de
volken bijeengebracht worden,

177
00:10:51,810 --> 00:10:56,730
en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de
herder de schapen van de bokken scheidt.

178
00:10:56,730 --> 00:10:59,550
En Hij zal de schapen aan
Zijn rechter hand zetten,

179
00:10:59,550 --> 00:11:01,530
maar de bokken aan Zijn linker hand .

180
00:11:01,530 --> 00:11:05,310
betekent dat het niet alleen een
oordeel over Israël zal zijn;

181
00:11:05,310 --> 00:11:08,430
het zal om een internationaal
gezelschap gaan.

182
00:11:08,430 --> 00:11:13,410
Alle mensen uit alle volken zullen bij de
wederkomst van Christus worden geoordeeld.

183
00:11:13,410 --> 00:11:16,050
Wat betreft de gedachte
dat zij worden geoordeeld

184
00:11:16,050 --> 00:11:21,090
om te bepalen of zij wel of niet
het duizendjarig rijk binnengaan:

185
00:11:21,090 --> 00:11:25,650
deze interpretatie is als exegese
volledig uit de lucht gegrepen

186
00:11:25,650 --> 00:11:28,770
omdat de mensen die haar
gebruiken haar nodig hebben.

187
00:11:28,770 --> 00:11:33,390
De passage leert duidelijk niet dat
er een duizendjarig rijk zal zijn.

188
00:11:33,390 --> 00:11:38,070
In feite lijkt zij te leren dat er
geen duizendjarig rijk zal zijn.

189
00:11:38,070 --> 00:11:41,970
Omdat veel mensen in een toekomstig
duizendjarig rijk geloven,

190
00:11:41,970 --> 00:11:44,970
moeten zij dit kunstmiddel
bedenken en zeggen:

191
00:11:44,970 --> 00:11:48,390
‘Deze mensen worden niet naar
de hemel en de hel gestuurd,

192
00:11:48,390 --> 00:11:51,030
maar het duizendjarig rijk in.’

193
00:11:51,030 --> 00:11:54,030
Want zij geloven dat er
tussen de wederkomst van

194
00:11:54,030 --> 00:11:56,730
Christus en het werkelijke
einde van de wereld

195
00:11:56,730 --> 00:12:00,090
een tussenliggende periode
van duizend jaar ligt.

196
00:12:00,090 --> 00:12:04,110
Dit stemt echter niet overeen
met de gelijkenis zelf.

197
00:12:04,110 --> 00:12:09,210
Merk op dat de rechtvaardigen niet het
duizendjarig rijk in worden gestuurd.

198
00:12:09,210 --> 00:12:11,790
Ze worden ergens anders heen gestuurd.

199
00:12:11,790 --> 00:12:13,830
In vers 34 staat:

200
00:12:13,830 --> 00:12:18,870
Dan zal de Koning zeggen tegen hen
die aan Zijn rechter hand zijn : Kom,

201
00:12:18,870 --> 00:12:24,030
gezegenden van Mijn Vader, beërf het
Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de

202
00:12:24,030 --> 00:12:25,890
grondlegging van de wereld.

203
00:12:25,890 --> 00:12:29,790
Want Ik had honger en u
hebt Mij te eten gegeven;

204
00:12:29,790 --> 00:12:33,330
Ik had dorst en u hebt
Mij te drinken gegeven;

205
00:12:33,330 --> 00:12:37,290
Ik was een vreemdeling en u
hebt Mij gastvrij onthaald.

206
00:12:37,290 --> 00:12:43,650
Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik
ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht;

207
00:12:43,650 --> 00:12:46,950
Ik was in de gevangenis
en u bent bij Mij gekomen.

208
00:12:46,950 --> 00:12:50,190
Was dat het duizendjarig rijk? Nee.

209
00:12:50,190 --> 00:12:55,230
In vers 46 staat dat de rechtvaardigen
het eeuwige leven binnengaan.

210
00:12:55,230 --> 00:12:59,250
Dit Koninkrijk is geen
regering van duizend jaar.

211
00:12:59,250 --> 00:13:01,110
Dit is eeuwig leven.

212
00:13:01,110 --> 00:13:03,090
Dit is eeuwig leven.

213
00:13:03,090 --> 00:13:07,170
Dit is een eeuwige toestand,
geen tijdelijke toestand.

214
00:13:07,170 --> 00:13:12,090
Wat de goddelozen betreft: er staat niet
dat hun deelname aan het duizendjarig

215
00:13:12,090 --> 00:13:13,650
rijk wordt ontzegd.

216
00:13:13,650 --> 00:13:17,070
Er staat dat hun het
eeuwige leven wordt ontzegd.

217
00:13:17,070 --> 00:13:19,350
Hij zegt in vers 41:

218
00:13:19,350 --> 00:13:24,450
Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan
de linker hand zijn : Ga weg van Mij,

219
00:13:24,450 --> 00:13:29,970
vervloekten, in het eeuwige vuur, dat
voor de duivel en zijn engelen bestemd is.

220
00:13:29,970 --> 00:13:32,550
Opnieuw staat er in vers 46:

221
00:13:32,550 --> 00:13:35,250
En dezen zullen gaan in de eeuwige straf,

222
00:13:35,250 --> 00:13:37,890
maar de rechtvaardigen
in het eeuwige leven.

223
00:13:37,890 --> 00:13:39,690
Waar gaat het hier dus om?

224
00:13:39,690 --> 00:13:43,710
Gaat het erom of een volk als
geheel het recht zal hebben het

225
00:13:43,710 --> 00:13:46,170
duizendjarig rijk binnen te gaan?

226
00:13:46,170 --> 00:13:51,090
Nee, het gaat erom dat afzonderlijke
mensen naar de hemel of naar de hel gaan,

227
00:13:51,090 --> 00:13:54,930
het eeuwige leven of de
eeuwige straf ingaan.

228
00:13:54,930 --> 00:13:58,890
In deze passage staat niets
over een duizendjarig rijk.

229
00:13:58,890 --> 00:14:01,410
De enige reden waarom
iemand dat erin zou brengen,

230
00:14:01,410 --> 00:14:05,370
is dat hij een theologie heeft die
hem verplicht het erin te brengen.

231
00:14:05,370 --> 00:14:08,070
Die theologie kan ter
discussie worden gesteld

232
00:14:08,070 --> 00:14:11,310
wanneer we zien dat Jezus
haar niet ondersteunde.

233
00:14:11,310 --> 00:14:14,310
Jezus gaf aan dat Hij,
wanneer Hij terugkomt,

234
00:14:14,310 --> 00:14:18,150
op Zijn troon zal zitten en
alle mensen zal oordelen.

235
00:14:18,150 --> 00:14:23,310
Sommigen zullen de eeuwige straf ingaan,
sommigen zullen het eeuwige leven ingaan,

236
00:14:23,310 --> 00:14:25,410
en daarmee is het afgelopen.

237
00:14:25,410 --> 00:14:27,930
Daarna is er niets meer
om naar uit te kijken.

238
00:14:27,930 --> 00:14:30,990
Iedereen is dan zijn
eeuwige toestand ingegaan,

239
00:14:30,990 --> 00:14:33,750
en dat is alles wat er nog overblijft.

240
00:14:33,750 --> 00:14:38,370
Iets anders wat hier interessant is, is
dat we zien dat de rechtvaardigen en de

241
00:14:38,370 --> 00:14:41,790
goddelozen op hetzelfde
moment geoordeeld worden.

242
00:14:41,790 --> 00:14:45,930
Er zijn mensen die geloven dat
de rechtvaardigen zeven jaar

243
00:14:45,930 --> 00:14:49,350
vóór de wederkomst van Christus
zullen worden opgenomen.

244
00:14:49,350 --> 00:14:53,430
Wanneer zij worden opgenomen, zullen
ze op een ander tijdstip voor een

245
00:14:53,430 --> 00:14:56,130
afzonderlijke rechterstoel staan.

246
00:14:56,130 --> 00:15:00,210
Later, aan het einde der
tijden, wanneer Jezus terugkomt,

247
00:15:00,210 --> 00:15:02,970
zullen de goddelozen geoordeeld worden.

248
00:15:02,970 --> 00:15:08,610
Maar in dit verhaal laat Jezus alle mensen
op hetzelfde moment geoordeeld worden.

249
00:15:08,610 --> 00:15:10,050
Wanneer is dat?

250
00:15:10,050 --> 00:15:14,670
Dan zal Hij alle mensen, alle
volken, voor Zich brengen.

251
00:15:14,670 --> 00:15:19,170
Sommigen zullen behouden worden
en sommigen zullen verloren gaan.

252
00:15:19,170 --> 00:15:22,290
Dit is een algemeen
oordeel over alle partijen,

253
00:15:22,290 --> 00:15:27,030
en het gebeurt allemaal op hetzelfde
moment, niet op verschillende momenten.

254
00:15:27,030 --> 00:15:30,270
Hoe zit het met de gedachte
dat de broeders van Jezus over

255
00:15:30,270 --> 00:15:35,550
wie hier gesproken wordt de Joden zijn,
en dat mensen naar de hemel of de hel

256
00:15:35,550 --> 00:15:39,150
gaan op grond van de manier
waarop ze de Joden behandelen?

257
00:15:39,150 --> 00:15:42,990
Dat is naar mijn mening werkelijk
een verkeerde interpretatie,

258
00:15:42,990 --> 00:15:46,410
omdat Jezus de Joden nooit
Zijn broeders noemde.

259
00:15:46,410 --> 00:15:49,950
Hoewel Hij Joods was,
waren er zelfs enkele Joden

260
00:15:49,950 --> 00:15:54,870
die zeer nauw aan Hem verwant waren,
namelijk Zijn broers en zussen,

261
00:15:54,870 --> 00:15:57,570
en Hij noemde hen niet Zijn broeders.

262
00:15:57,570 --> 00:16:02,370
Bij een bepaalde gelegenheid kwamen
Zijn moeder en Zijn broers naar Hem toe,

263
00:16:02,370 --> 00:16:06,690
in Markus hoofdstuk 3, en zeiden
dat ze Hem wilden spreken.

264
00:16:06,690 --> 00:16:11,130
Een boodschapper bracht deze
boodschap aan Jezus over. Hij zei:

265
00:16:11,130 --> 00:16:16,470
En Hij antwoordde hun en zei: Wie is
Mijn moeder, of wie zijn Mijn broers?

266
00:16:16,470 --> 00:16:19,470
Hij keek om Zich heen naar
Zijn discipelen en zei:

267
00:16:19,470 --> 00:16:25,410
En terwijl Hij rondom Zich keek naar
hen die om Hem heen zaten, zei Hij: Zie,

268
00:16:25,410 --> 00:16:27,690
Mijn moeder en Mijn broeders;

269
00:16:27,690 --> 00:16:28,710
Hij zei:

270
00:16:28,710 --> 00:16:34,770
want wie de wil van God doet, die is Mijn
broeder en Mijn zuster en Mijn moeder.

271
00:16:34,770 --> 00:16:37,650
Met andere woorden, Jezus zei:

272
00:16:37,650 --> 00:16:41,790
Met andere woorden, Jezus zei
dat Zijn broeders degenen zijn

273
00:16:41,790 --> 00:16:44,070
die Zijn Vader gehoorzamen.

274
00:16:44,070 --> 00:16:46,350
Dat waren natuurlijk Zijn discipelen.

275
00:16:46,350 --> 00:16:48,990
Wij noemen hen tegenwoordig christenen.

276
00:16:48,990 --> 00:16:53,250
In Zijn onderwijs waren Zijn
broeders niet de etnische Joden.

277
00:16:53,250 --> 00:16:58,110
Zijn broeders waren degenen die Zijn
volgelingen waren, de christenen.

278
00:16:58,110 --> 00:17:02,730
Waar het hier om gaat, is dat zulke dingen
gedaan worden voor Zijn volgelingen,

279
00:17:02,730 --> 00:17:04,290
voor de christenen.

280
00:17:04,290 --> 00:17:07,770
We zien dat de schapen,
oftewel de goede mensen,

281
00:17:07,770 --> 00:17:12,570
in situaties zijn geweest waarin
ze christenen in nood aantroffen:

282
00:17:12,570 --> 00:17:17,010
naakt en met kleding nodig,
hongerig, zonder onderdak

283
00:17:17,010 --> 00:17:19,710
en zonder iemand die voor hen zorgde.

284
00:17:19,710 --> 00:17:23,250
Deze mensen hadden medelijden
met hen en dienden hen.

285
00:17:23,250 --> 00:17:27,030
Dan zijn er mensen die discipelen
van Jezus in nood tegenkwamen

286
00:17:27,030 --> 00:17:29,610
en hen niet op deze manier dienden.

287
00:17:29,610 --> 00:17:33,210
Sommigen hebben betoogd dat
dit lijkt te pleiten voor een

288
00:17:33,210 --> 00:17:35,730
eeuwig oordeel op grond van werken.

289
00:17:35,730 --> 00:17:40,170
Sommigen voelen zich hier erg
ongemakkelijk bij, omdat ze zeggen:

290
00:17:40,170 --> 00:17:43,050
„Wacht eens even, wij worden
niet behouden door werken.

291
00:17:43,050 --> 00:17:45,330
Wij worden behouden door geloof.”

292
00:17:45,330 --> 00:17:49,410
Maar ik wil erop wijzen dat er in de
Bijbel veel plaatsen zijn die over het

293
00:17:49,410 --> 00:17:54,150
oordeel spreken, en dat het altijd
een oordeel op grond van werken is.

294
00:17:54,150 --> 00:17:59,430
Dat geldt ongeacht of christenen of
niet-christenen geoordeeld worden.

295
00:17:59,430 --> 00:18:04,890
Het oordeel in de Schrift is altijd
een oordeel waarin werken meewegen.

296
00:18:04,890 --> 00:18:09,390
Jezus zei in Mattheüs 16:27:

297
00:18:09,390 --> 00:18:14,130
Want de Zoon des mensen zal komen
in de heerlijkheid van Zijn Vader,

298
00:18:14,130 --> 00:18:18,750
met Zijn engelen, en dan zal Hij
ieder vergelden naar zijn daden.

299
00:18:18,750 --> 00:18:23,670
Merk op dat de Zoon des mensen komt
in de heerlijkheid van Zijn Vader,

300
00:18:23,670 --> 00:18:25,110
met Zijn engelen.

301
00:18:25,110 --> 00:18:29,490
Let op Mattheüs 25:31:

302
00:18:29,490 --> 00:18:34,770
Wanneer de Zoon des mensen komen zal in
Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen

303
00:18:34,770 --> 00:18:39,210
met Hem, dan zal Hij zitten op
de troon van Zijn heerlijkheid.

304
00:18:39,210 --> 00:18:42,090
Het is hetzelfde. Wat gebeurt er?

305
00:18:42,090 --> 00:18:48,390
‘Dan zal Hij ieder vergelden naar zijn
daden’, staat er in Mattheüs 16:27.

306
00:18:48,390 --> 00:18:54,030
Deze gelijkenis werkt dat verder uit
en vertelt om wat voor werken het gaat:

307
00:18:54,030 --> 00:18:58,650
werken van vrijgevigheid, werken van
liefdadigheid voor Zijn discipelen.

308
00:18:58,650 --> 00:19:02,370
Er zijn veel andere plaatsen
die over het oordeel spreken.

309
00:19:02,370 --> 00:19:08,130
De apostel Paulus leert zeker dat het
oordeel een oordeel over werken zal zijn.

310
00:19:08,130 --> 00:19:12,450
Romeinen hoofdstuk 2 is een van de
plaatsen waar dit naar voren komt.

311
00:19:12,450 --> 00:19:18,150
Er zijn er nog meer, maar in Romeinen
hoofdstuk 2 staat vanaf vers 6 over God:

312
00:19:18,150 --> 00:19:20,730
Die ieder vergelden zal naar zijn werken,

313
00:19:20,730 --> 00:19:25,650
Merk op dat God op de dag waarop Hij
alle mensen vergeldt, heerlijkheid,

314
00:19:25,650 --> 00:19:30,870
eer en vrede zal schenken aan iedereen
die het goede werkt, dat wil zeggen:

315
00:19:30,870 --> 00:19:32,970
die goede werken doet.

316
00:19:32,970 --> 00:19:37,170
Wie kwaad doet, zal Hij vergelden
met verdrukking en benauwdheid,

317
00:19:37,170 --> 00:19:39,690
verontwaardiging en toorn.

318
00:19:39,690 --> 00:19:42,870
Paulus en Jezus leren dus dezelfde leer.

319
00:19:42,870 --> 00:19:47,130
Het oordeel zal een oordeel
zijn waarin werken meewegen.

320
00:19:47,130 --> 00:19:51,870
Wat te denken van nog een getuige over
dat onderwerp? Petrus bijvoorbeeld.

321
00:19:51,870 --> 00:19:55,890
Petrus schrijft over dit onderwerp
in de eerste brief van Petrus.

322
00:19:55,890 --> 00:19:59,130
In hoofdstuk 1, vers 17 zegt hij:

323
00:19:59,130 --> 00:20:04,470
En als u Hem als Vader aanroept Die zonder
aanzien des persoons naar ieders werk

324
00:20:04,470 --> 00:20:08,070
oordeelt, wandel dan in
de vreze des Heeren ,

325
00:20:08,070 --> 00:20:10,710
gedurende de tijd van uw vreemdelingschap,

326
00:20:10,710 --> 00:20:16,770
Let op: Petrus zegt dat de Vader, Die
wij christenen als onze Vader aanroepen,

327
00:20:16,770 --> 00:20:20,790
iedereen zonder aanzien des
persoons naar zijn werken oordeelt.

328
00:20:20,790 --> 00:20:24,570
Daarom leven wij van dag
tot dag in de vreze Gods.

329
00:20:24,570 --> 00:20:29,250
Petrus vertelt ons dus wat Jezus en
Paulus ons allebei hebben verteld:

330
00:20:29,250 --> 00:20:35,310
het oordeel is een oordeel over werken,
een oordeel waarin werken meewegen.

331
00:20:35,310 --> 00:20:37,350
Wat te denken van Johannes?

332
00:20:37,350 --> 00:20:40,230
Hij is nog een belangrijke
schrijver van de Schrift.

333
00:20:40,230 --> 00:20:46,470
Johannes zegt hierover in zijn boek
Openbaring, in Openbaring 20:12:

334
00:20:46,470 --> 00:20:50,430
En ik zag de doden, klein
en groot, voor God staan.

335
00:20:50,430 --> 00:20:54,150
En de boeken werden geopend en
nog een ander boek werd geopend,

336
00:20:54,150 --> 00:20:56,190
namelijk het boek des levens.

337
00:20:56,190 --> 00:20:59,730
En de doden werden geoordeeld
overeenkomstig wat in de boeken geschreven

338
00:20:59,730 --> 00:21:02,370
stond, overeenkomstig hun werken.

339
00:21:02,370 --> 00:21:06,510
Iedereen wordt op de dag van het
oordeel naar zijn werken geoordeeld.

340
00:21:06,510 --> 00:21:11,550
Deze passage in Mattheüs 25
vormt daarop geen uitzondering.

341
00:21:11,550 --> 00:21:15,870
Ze stemt overeen met alles wat de
Schrift over dat onderwerp zegt.

342
00:21:15,870 --> 00:21:20,790
Wanneer Jezus terugkomt, zal Hij jou
en mij naar onze werken oordelen.

343
00:21:20,790 --> 00:21:24,930
Nu zal iemand hoogstwaarschijnlijk
zeggen: „Dan zeg je dus dat wij door onze

344
00:21:24,930 --> 00:21:26,730
werken behouden worden.”

345
00:21:26,730 --> 00:21:30,810
Nee, de Bijbel zegt niet dat wij
door onze werken behouden worden,

346
00:21:30,810 --> 00:21:34,830
en zegt uitdrukkelijk dat wij
niet door werken behouden worden.

347
00:21:34,830 --> 00:21:37,410
Wij worden door geloof behouden.

348
00:21:37,410 --> 00:21:41,730
Maar er is geen tegenspraak tussen de
uitspraak dat wij door geloof behouden

349
00:21:41,730 --> 00:21:46,290
worden en de uitspraak dat wij naar
onze werken geoordeeld zullen worden.

350
00:21:46,290 --> 00:21:52,050
De Bijbel leert namelijk dat een waar,
reddend geloof altijd werken voortbrengt.

351
00:21:52,050 --> 00:21:56,310
Als God op de dag van het
oordeel eenvoudigweg zou vragen:

352
00:21:56,310 --> 00:21:59,910
„Geloofde je in Mij?”,
zou iedereen ja zeggen.

353
00:21:59,910 --> 00:22:04,290
Als alleen van belang was of mensen
zeiden dat zij in Hem geloofden,

354
00:22:04,290 --> 00:22:06,270
zou iedereen behouden worden.

355
00:22:06,270 --> 00:22:07,950
Dat zou geweldig zijn.

356
00:22:07,950 --> 00:22:10,650
Maar feit is dat niet
iedereen behouden wordt.

357
00:22:10,650 --> 00:22:12,870
Veel mensen geloven niet in Hem.

358
00:22:12,870 --> 00:22:17,610
Veel mensen die denken dat zij in Hem
geloven, geloven duidelijk niet in Hem,

359
00:22:17,610 --> 00:22:20,190
want hun leven bewijst het tegendeel.

360
00:22:20,190 --> 00:22:24,030
De beste manier waarop God op de
dag van het oordeel aan iemand

361
00:22:24,030 --> 00:22:27,930
en aan het heelal kan laten zien
of die persoon geloof had of niet,

362
00:22:27,930 --> 00:22:30,030
is door zijn werken te tonen.

363
00:22:30,030 --> 00:22:33,510
Als je een geloof hebt dat
redt, zul je werken hebben,

364
00:22:33,510 --> 00:22:37,890
want volgens Jakobus hoofdstuk
2 is geloof zonder werken dood.

365
00:22:37,890 --> 00:22:42,810
Paulus zei hetzelfde in
Galaten 5:6. Hij zei:

366
00:22:42,810 --> 00:22:47,370
In Christus Jezus heeft namelijk
niet het besneden zijn enige kracht,

367
00:22:47,370 --> 00:22:53,430
en ook niet het onbesneden zijn, maar het
geloof, dat door de liefde werkzaam is.

368
00:22:53,430 --> 00:22:59,490
Geloof dat door liefde werkt: dat is
wat volgens de Schrift bij God telt.

369
00:22:59,490 --> 00:23:00,750
Paulus zei dat.

370
00:23:00,750 --> 00:23:03,930
Hij zei in wezen hetzelfde als Jakobus,

371
00:23:03,930 --> 00:23:07,710
hoewel sommigen ten onrechte
hebben gedacht dat die twee

372
00:23:07,710 --> 00:23:11,130
tegengestelde opvattingen
hebben. Dat hebben ze niet.

373
00:23:11,130 --> 00:23:16,290
Als wij door geloof behouden worden,
zal dat uit onze werken blijken.

374
00:23:16,290 --> 00:23:20,670
Daarom hoeft er op de dag van het
oordeel nooit verwarring te ontstaan,

375
00:23:20,670 --> 00:23:25,530
waarbij God zegt: „Volgens Mij was
je geen gelovige”, en iemand zegt:

376
00:23:25,530 --> 00:23:27,990
„Maar dat was ik wel, echt wel.”

377
00:23:27,990 --> 00:23:30,750
Want als je dat was, zal het blijken.

378
00:23:30,750 --> 00:23:34,890
Jezus zei dat het zal blijken
uit de liefde die je hebt.

379
00:23:34,890 --> 00:23:39,630
Elders, in Johannes 13:35, zei Jezus:

380
00:23:39,630 --> 00:23:43,290
Hierdoor zullen allen inzien
dat u Mijn discipelen bent:

381
00:23:43,290 --> 00:23:45,630
als u liefde onder elkaar hebt.

382
00:23:45,630 --> 00:23:49,650
Dat betekent dat je de hongerigen
ziet en hun te eten geeft,

383
00:23:49,650 --> 00:23:52,530
dat je de naakten ziet
en hun kleding geeft,

384
00:23:52,530 --> 00:23:56,850
en dat je de daklozen ziet en binnen
de grenzen van je mogelijkheden iets

385
00:23:56,850 --> 00:23:58,050
voor hen doet.

386
00:23:58,050 --> 00:24:03,390
Dat stemt overeen met wat Jezus
elders in Mattheüs hoofdstuk 7 leerde.

387
00:24:03,390 --> 00:24:05,610
In vers 21 zegt Hij:

388
00:24:05,610 --> 00:24:09,330
Niet ieder die tegen
Mij zegt: Heere, Heere,

389
00:24:09,330 --> 00:24:12,030
zal binnengaan in het
Koninkrijk der hemelen,

390
00:24:12,030 --> 00:24:15,690
maar wie de wil doet van Mijn
Vader, Die in de hemelen is.

391
00:24:15,690 --> 00:24:20,370
Velen zullen op die dag tegen
Mij zeggen: Heere, Heere,

392
00:24:20,370 --> 00:24:26,190
hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd,
en in Uw Naam demonen uitgedreven,

393
00:24:26,190 --> 00:24:29,310
en in Uw Naam veel krachten gedaan?

394
00:24:29,310 --> 00:24:34,470
Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik
heb u nooit gekend; ga weg van Mij,

395
00:24:34,470 --> 00:24:36,690
u die de wetteloosheid werkt!

396
00:24:36,690 --> 00:24:40,170
Hier zijn dus mensen die
in Jezus' Naam profeteren,

397
00:24:40,170 --> 00:24:44,310
demonen uitdrijven en machtige
werken doen, en zij zijn niet

398
00:24:44,310 --> 00:24:46,350
behouden, zei Jezus.

399
00:24:46,350 --> 00:24:48,210
Wat redt een mens dan wel?

400
00:24:48,210 --> 00:24:54,390
Niet dat je „Heere, Heere” zegt,
maar dat je Jezus als je Heere hebt.

401
00:24:54,390 --> 00:24:57,810
Met andere woorden: je
noemt Hem niet alleen Heere,

402
00:24:57,810 --> 00:25:00,810
maar je leeft alsof Hij je Heere is.

403
00:25:00,810 --> 00:25:04,890
Als je echt gelooft, zul
je leven alsof je gelooft.

404
00:25:04,890 --> 00:25:08,250
Niet iedereen die zegt: „Heere, Heere”,

405
00:25:08,250 --> 00:25:10,770
zal het Koninkrijk van
Mijn Vader binnengaan,

406
00:25:10,770 --> 00:25:12,990
maar wie de wil van Mijn Vader doet.

407
00:25:12,990 --> 00:25:15,330
Het gaat erom wat je doet.

408
00:25:15,330 --> 00:25:20,070
In Mattheüs 25, in deze gelijkenis
van de schapen en de bokken,

409
00:25:20,070 --> 00:25:24,390
laat Jezus zien wat het inhoudt
om de wil van de Vader te doen.

410
00:25:24,390 --> 00:25:28,470
Het houdt in dat je de armen en
behoeftigen helpt wanneer je hen ziet,

411
00:25:28,470 --> 00:25:30,990
en in het bijzonder de gelovigen.

412
00:25:30,990 --> 00:25:35,010
Bij een bepaalde gelegenheid
zei Jezus dat wie een discipel

413
00:25:35,010 --> 00:25:39,870
zelfs maar een beker koud water
geeft, zijn loon niet zal verliezen.

414
00:25:39,870 --> 00:25:42,330
De manier waarop je
een christen behandelt,

415
00:25:42,330 --> 00:25:45,150
de manier waarop je
Gods dienaren behandelt,

416
00:25:45,150 --> 00:25:49,230
zal gelden als bewijs dat
je wel of geen geloof hebt.

417
00:25:49,230 --> 00:25:52,890
Het geloof van deze mensen,
of het ontbreken daarvan,

418
00:25:52,890 --> 00:25:56,310
blijkt uit de manier waarop
zij andere mensen behandelen.

419
00:25:56,310 --> 00:25:58,890
Dat is een consequente
leer van de Schrift.

420
00:25:58,890 --> 00:26:04,290
Het oordeel bij Jezus' wederkomst zal
daarom op onze werken gebaseerd zijn.

421
00:26:04,290 --> 00:26:08,550
Behoud is door geloof, maar
waar geloof blijkt uit werken.

422
00:26:08,550 --> 00:26:10,350
Hoe zal het met jou
aflopen in dat oordeel?
