1
00:00:01,950 --> 00:00:04,350
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,350 --> 00:00:11,670
Deze keer behandelen we Mattheüs
26, vers 57 tot en met vers 75.

3
00:00:11,670 --> 00:00:16,170
We beginnen bij Mattheüs 26, vers 57.

4
00:00:16,170 --> 00:00:20,430
Jezus is zojuist gearresteerd
in de hof van Gethsémané.

5
00:00:20,430 --> 00:00:22,530
Judas heeft Hem verraden.

6
00:00:22,530 --> 00:00:26,550
Petrus probeerde Hem te verdedigen
en hakte het oor af van Malchus,

7
00:00:26,550 --> 00:00:28,710
de dienaar van de hogepriester.

8
00:00:28,710 --> 00:00:31,170
Jezus genas het oor van de man.

9
00:00:31,170 --> 00:00:35,070
Jezus onderwierp Zich aan de
arrestatie, hoewel Hij zei dat Hij,

10
00:00:35,070 --> 00:00:38,730
als Hij dat gewild had, in
staat was twaalf legioenen

11
00:00:38,730 --> 00:00:41,550
engelen te hulp te roepen
om Hem te verdedigen.

12
00:00:41,550 --> 00:00:44,310
Maar Hij wilde dat niet
doen, want Hij zei:

13
00:00:44,310 --> 00:00:46,710
Hoe zouden anders de
Schriften vervuld worden,

14
00:00:46,710 --> 00:00:48,870
die zeggen dat het zo geschieden moet?

15
00:00:48,870 --> 00:00:52,710
Het ging Hem er meer om dat de Schriften
geëerd en vervuld zouden worden,

16
00:00:52,710 --> 00:00:55,230
en dat Hij de wil van Zijn Vader zou doen,

17
00:00:55,230 --> 00:00:59,310
dan dat Hij aan Zijn eigen dood
door kruisiging zou ontkomen.

18
00:00:59,310 --> 00:01:02,610
Aan het einde van vers 56 lezen we:

19
00:01:02,610 --> 00:01:06,150
maar dit alles is geschied, opdat
de Schriften van de profeten

20
00:01:06,150 --> 00:01:07,710
vervuld zouden worden.

21
00:01:07,710 --> 00:01:11,010
Toen verlieten al de
discipelen Hem en vluchtten.

22
00:01:11,010 --> 00:01:14,070
precies zoals Hij had
voorzegd dat ze zouden doen.

23
00:01:14,070 --> 00:01:17,730
Twee van die discipelen volgden
Hem uiteindelijk op een afstand,

24
00:01:17,730 --> 00:01:20,670
waarschijnlijk op een afstand
die zij veilig achtten.

25
00:01:20,670 --> 00:01:24,750
Een van hen was Johannes
en de andere was Petrus.

26
00:01:24,750 --> 00:01:28,830
Later zullen we lezen over Petrus,
toen hij op een afstand volgde.

27
00:01:28,830 --> 00:01:32,010
Maar hij was nog steeds
behoorlijk laf en niet bereid om

28
00:01:32,010 --> 00:01:34,230
openlijk voor Jezus uit te komen.

29
00:01:34,230 --> 00:01:38,070
Hij was alleen benieuwd wat er gebeurde
en wat er met Hem zou gebeuren.

30
00:01:38,070 --> 00:01:40,650
We lezen in vers 57:

31
00:01:40,650 --> 00:01:45,450
Zij die Jezus gegrepen hadden, leidden
Hem weg naar Kajafas, de hogepriester,

32
00:01:45,450 --> 00:01:48,570
waar de schriftgeleerden en
oudsten bijeengekomen waren.

33
00:01:48,570 --> 00:01:51,870
Ons wordt verteld dat de
overpriesters, het Sanhedrin,

34
00:01:51,870 --> 00:01:56,250
een manier wilden vinden om Jezus
wegens een halsmisdrijf te veroordelen.

35
00:01:56,250 --> 00:01:58,890
Toch had Hij geen enkel misdrijf gepleegd.

36
00:01:58,890 --> 00:02:01,110
Dat maakt het wat lastig, nietwaar?

37
00:02:01,110 --> 00:02:04,170
Tenzij ze eenvoudigweg zouden
zeggen: ‘Het kan ons niet

38
00:02:04,170 --> 00:02:06,810
schelen dat U geen enkel
misdrijf hebt gepleegd.

39
00:02:06,810 --> 00:02:11,190
We gaan U toch doden,’ zoals sommige
dictators misschien zouden doen.

40
00:02:11,190 --> 00:02:15,510
Maar de overpriesters wilden nog steeds
de schijn ophouden dat ze godsdienstige en

41
00:02:15,510 --> 00:02:17,430
rechtvaardige mannen waren.

42
00:02:17,430 --> 00:02:21,510
Vergeet niet dat zij de godsdienstige
leiders van de samenleving waren.

43
00:02:21,510 --> 00:02:26,790
Daarom konden ze niet eenvoudigweg zeggen:
‘Ik mag U niet, dus ga ik U doden.’

44
00:02:26,790 --> 00:02:30,150
In zo’n geval zouden ze nauwelijks
nog de schijn kunnen ophouden dat ze

45
00:02:30,150 --> 00:02:31,950
rechtvaardige mannen waren.

46
00:02:31,950 --> 00:02:35,730
Ze moesten een manier vinden om hun
kwade bedoelingen te rechtvaardigen,

47
00:02:35,730 --> 00:02:39,930
om het te laten lijken alsof ze geen
andere keuze hadden dan zo’n man

48
00:02:39,930 --> 00:02:41,190
ter dood te brengen.

49
00:02:41,190 --> 00:02:43,890
Maar wanneer iemand niets
verkeerds heeft gedaan

50
00:02:43,890 --> 00:02:48,510
en de rechtbank iets verkeerds probeert te
vinden waarvoor ze hem kan terechtstellen,

51
00:02:48,510 --> 00:02:50,190
wat moeten ze dan doen?

52
00:02:50,190 --> 00:02:54,270
Ze kunnen geen getuigen vinden die kunnen
vertellen dat Hij een misdrijf heeft

53
00:02:54,270 --> 00:02:58,050
gepleegd, aangezien Hij geen
enkel misdrijf heeft gepleegd.

54
00:02:58,050 --> 00:03:01,890
Daarom staat er dat ze een valse
getuigenverklaring zochten:

55
00:03:01,890 --> 00:03:05,430
De overpriesters en de
oudsten en heel de Raad

56
00:03:05,430 --> 00:03:10,650
zochten een valse getuigenverklaring tegen
Jezus, zodat zij Hem zouden kunnen doden,

57
00:03:10,650 --> 00:03:12,390
maar zij vonden niets.

58
00:03:12,390 --> 00:03:15,570
Het is interessant dat
er in vers 60 staat:

59
00:03:15,570 --> 00:03:19,950
En hoewel er veel valse getuigen
gekomen waren, vonden zij niets.

60
00:03:19,950 --> 00:03:24,510
Dat is een vreemde formulering, want er
staat dat ze een valse getuigenverklaring

61
00:03:24,510 --> 00:03:28,950
zochten om Jezus ter dood te brengen,
maar dat ze er geen konden vinden,

62
00:03:28,950 --> 00:03:32,310
hoewel er veel valse
getuigen naar voren kwamen.

63
00:03:32,310 --> 00:03:34,290
Spreekt dat zichzelf tegen?

64
00:03:34,290 --> 00:03:39,450
Ze zochten valse getuigen, en velen kwamen
naar voren, maar ze konden er geen vinden.

65
00:03:39,450 --> 00:03:43,470
We moeten begrijpen dat de wet van de
Joden niet alleen vereiste dat ze getuigen

66
00:03:43,470 --> 00:03:48,210
tegen iemand hadden, maar dat ze twee
of meer getuigen tegen hem hadden.

67
00:03:48,210 --> 00:03:51,810
Iemand kon door een Joodse
rechtbank niet worden veroordeeld,

68
00:03:51,810 --> 00:03:55,890
tenzij ten minste twee getuigen
verklaarden dat ze hem iets misdadigs

69
00:03:55,890 --> 00:03:57,870
hadden zien of horen doen.

70
00:03:57,870 --> 00:04:02,730
Er waren veel valse getuigen die bereid
waren naar voren te komen en te zeggen:

71
00:04:02,730 --> 00:04:06,270
‘Hij heeft dit gedaan,’
of: ‘Hij heeft dat gedaan.’

72
00:04:06,270 --> 00:04:10,230
Maar ze konden geen twee getuigen
vinden die hetzelfde zeiden.

73
00:04:10,230 --> 00:04:17,310
Dat lezen we niet zozeer hier, maar in
het parallelle verslag in Markus 14:56.

74
00:04:17,310 --> 00:04:22,350
Daar staat dat ze getuigen zochten
en dat velen naar voren kwamen, maar:

75
00:04:22,350 --> 00:04:26,190
Want velen legden een vals
getuigenis tegen Hem af,

76
00:04:26,190 --> 00:04:29,010
maar de getuigenissen
waren niet eensluidend.

77
00:04:29,010 --> 00:04:33,630
Kennelijk werden deze getuigen afgezonderd
totdat ze naar binnen werden geroepen,

78
00:04:33,630 --> 00:04:38,790
en moest ieder afzonderlijk getuigen,
zonder dat de anderen wisten wat hij zei.

79
00:04:38,790 --> 00:04:42,030
Ze konden geen twee mannen vinden
die het eens waren over dezelfde

80
00:04:42,030 --> 00:04:44,010
beschuldiging tegen Jezus.

81
00:04:44,010 --> 00:04:48,570
Er kwamen veel valse getuigen, maar
elk van hun getuigenverklaringen

82
00:04:48,570 --> 00:04:52,110
stond op zichzelf en werd
door niemand bevestigd.

83
00:04:52,110 --> 00:04:55,350
Uiteindelijk vonden ze er
twee die naar voren kwamen.

84
00:04:55,350 --> 00:04:59,250
Dat is natuurlijk het minimumaantal
dat ze volgens de wet konden hebben.

85
00:04:59,250 --> 00:05:02,010
Ze moesten ten minste
twee getuigen hebben.

86
00:05:02,010 --> 00:05:04,350
Kennelijk zeiden ze
onafhankelijk van elkaar:

87
00:05:04,350 --> 00:05:10,230
Maar ten slotte kwamen er twee valse
getuigen, die zeiden: Deze heeft gezegd:

88
00:05:10,230 --> 00:05:14,790
Ik kan de tempel van God afbreken
en hem in drie dagen opbouwen.

89
00:05:14,790 --> 00:05:21,270
In Markus 14:58 is de beschuldiging
iets anders verwoord. Ze zeiden:

90
00:05:21,270 --> 00:05:26,070
Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal
deze tempel, die met handen gemaakt is,

91
00:05:26,070 --> 00:05:31,590
afbreken en binnen drie dagen een andere
bouwen, die niet met handen gemaakt is.

92
00:05:31,590 --> 00:05:33,510
Dat is iets uitvoeriger.

93
00:05:33,510 --> 00:05:38,370
En waarschijnlijk is het zo dat Mattheüs
de getuigenis van de ene geeft en

94
00:05:38,370 --> 00:05:41,790
Markus die van de andere,
omdat er twee getuigen waren

95
00:05:41,790 --> 00:05:44,370
en ze onafhankelijk van elkaar spraken.

96
00:05:44,370 --> 00:05:48,750
Hun getuigenissen kwamen echter
wel overeen, want ze zeiden allebei

97
00:05:48,750 --> 00:05:54,030
dat ze Hem hadden horen zeggen dat Hij in
staat was de tempel af te breken en hem in

98
00:05:54,030 --> 00:05:56,010
drie dagen op te bouwen.

99
00:05:56,010 --> 00:05:59,430
Jezus heeft dat in
werkelijkheid nooit gezegd.

100
00:05:59,430 --> 00:06:02,610
Jezus heeft wel iets gezegd
wat daar een beetje op leek.

101
00:06:02,610 --> 00:06:05,550
Maar het is heel duidelijk
dat wat Hij had gezegd,

102
00:06:05,550 --> 00:06:09,990
veranderd was doordat mensen het
gerucht aan elkaar doorgaven.

103
00:06:09,990 --> 00:06:14,730
In Johannes 2 werd Jezus door de
religieuze leiders ter verantwoording

104
00:06:14,730 --> 00:06:16,890
geroepen. Ze zeiden:

105
00:06:16,890 --> 00:06:21,390
Welk teken laat U ons zien dat U
het recht hebt deze dingen te doen?

106
00:06:21,390 --> 00:06:25,650
Wat Hij namelijk deed, was de
geldwisselaars de tempel uit jagen.

107
00:06:25,650 --> 00:06:26,850
Ze zeiden:

108
00:06:26,850 --> 00:06:31,470
Welk teken laat U ons zien dat U
het recht hebt deze dingen te doen?

109
00:06:31,470 --> 00:06:32,250
Hij zei:

110
00:06:32,250 --> 00:06:37,050
Breek deze tempel af en in drie
dagen zal Ik hem laten herrijzen.

111
00:06:37,050 --> 00:06:41,430
Dat is duidelijk de uitspraak van
Jezus die deze mensen aanpasten.

112
00:06:41,430 --> 00:06:44,370
Misschien wisten ze niet
dat ze hem aanpasten.

113
00:06:44,370 --> 00:06:48,810
Misschien hadden ze hem via via
gehoord en was hij veranderd.

114
00:06:48,810 --> 00:06:53,490
Jezus zei niet dat Hij de tempel zou
afbreken en hem in drie dagen weer zou

115
00:06:53,490 --> 00:06:55,770
opbouwen. Hij zei:

116
00:06:55,770 --> 00:07:01,290
Jezus antwoordde en zei tegen hen:
Breek deze tempel af en in drie dagen

117
00:07:01,290 --> 00:07:03,330
zal Ik hem laten herrijzen.

118
00:07:03,330 --> 00:07:07,710
Johannes vertelt ons dat Hij niet
eens over de Joodse tempel sprak.

119
00:07:07,710 --> 00:07:13,050
Hij sprak over de tempel van Zijn lichaam:
als deze mannen Jezus zouden doden,

120
00:07:13,050 --> 00:07:17,850
zou Hij Zichzelf drie dagen later
weer opwekken. Dat bedoelde Hij.

121
00:07:17,850 --> 00:07:21,390
Maar Hij heeft nooit gezegd
dat Hij de tempel zou afbreken.

122
00:07:21,390 --> 00:07:25,290
Hij daagde hen er eenvoudig
toe uit dat te doen en zei:

123
00:07:25,290 --> 00:07:29,670
Als u dat doet, zal Ik hem in
drie dagen laten herrijzen.

124
00:07:29,670 --> 00:07:32,970
Deze getuigen citeerden
Jezus dus verkeerd.

125
00:07:32,970 --> 00:07:38,250
Zoals ik al zei, misschien hadden ze
deze uitspraak van Jezus via via gehoord

126
00:07:38,250 --> 00:07:42,450
en was hij veranderd in de vorm
waarin zij hem hier weergeven.

127
00:07:42,450 --> 00:07:46,770
Maar als dat zo is, zouden ze geen
getuigen in een rechtszaak mogen zijn,

128
00:07:46,770 --> 00:07:49,830
want ze zeggen dat ze Hem
dit hebben horen zeggen.

129
00:07:49,830 --> 00:07:54,230
Een getuige die een gerucht heeft
gehoord dat deze man iets heeft gezegd —

130
00:07:54,230 --> 00:07:57,090
iemand vertelde mij
dat iemand hem vertelde

131
00:07:57,090 --> 00:07:59,670
dat iemand haar vertelde
dat iemand dit zei —

132
00:07:59,670 --> 00:08:02,670
is niet het soort getuige dat
in een rechtszaak optreedt.

133
00:08:02,670 --> 00:08:06,150
Hoe dan ook, zelfs als ze
de waarheid hadden verteld,

134
00:08:06,150 --> 00:08:08,310
zelfs als Jezus had gezegd:

135
00:08:08,310 --> 00:08:14,370
Maar ten slotte kwamen er twee valse
getuigen, die zeiden: Deze heeft gezegd:

136
00:08:14,370 --> 00:08:19,290
Ik kan de tempel van God afbreken
en hem in drie dagen opbouwen.

137
00:08:19,290 --> 00:08:23,430
dan zou men Hem weliswaar voor gek
kunnen houden omdat Hij zoiets zei,

138
00:08:23,430 --> 00:08:27,030
maar is het werkelijk strafbaar
om zulke dingen te zeggen?

139
00:08:27,030 --> 00:08:32,430
Waar staat de wet die zegt: je zult niet
zeggen dat je de tempel kunt afbreken en

140
00:08:32,430 --> 00:08:35,010
hem in drie dagen weer kunt opbouwen?

141
00:08:35,010 --> 00:08:39,030
Er is niets wat op zichzelf
godslasterlijk of op zichzelf

142
00:08:39,030 --> 00:08:41,790
onwettig is aan het
doen van zo’n uitspraak.

143
00:08:41,790 --> 00:08:46,290
Dus ook al vonden ze uiteindelijk twee
getuigen die iets zeiden wat sterk met

144
00:08:46,290 --> 00:08:52,230
elkaar overeenkwam, wat ze zeiden was niet
genoeg om iemand ter dood te veroordelen.

145
00:08:52,230 --> 00:08:57,090
Ik weet zeker dat de raadsleden zich
achter de oren krabden en zeiden: goed,

146
00:08:57,090 --> 00:08:59,370
eindelijk hebben we iets tegen Hem.

147
00:08:59,370 --> 00:09:04,830
Hij zei dat Hij de tempel kon afbreken
en hem in drie dagen weer kon opbouwen.

148
00:09:04,830 --> 00:09:06,930
Maar helpt dat ons verder?

149
00:09:06,930 --> 00:09:09,630
Helpt dat ons om Hem te kruisigen?

150
00:09:09,630 --> 00:09:14,010
Op welke gronden kruisig je iemand
omdat Hij zoiets heeft gezegd?

151
00:09:14,010 --> 00:09:17,070
Het proces was dus in een impasse beland.

152
00:09:17,070 --> 00:09:19,890
Ze waren niet van plan
Jezus te laten gaan,

153
00:09:19,890 --> 00:09:23,850
maar ze konden geen enkele manier
vinden om Hem te veroordelen.

154
00:09:23,850 --> 00:09:29,130
De hogepriester stond op — dat
was Kajafas — en zei tegen Jezus:

155
00:09:29,130 --> 00:09:34,050
En de hogepriester stond op en
zei tegen Hem: Antwoordt U niets?

156
00:09:34,050 --> 00:09:36,270
Wat getuigen dezen tegen U?

157
00:09:36,270 --> 00:09:37,950
Maar Jezus zweeg.

158
00:09:37,950 --> 00:09:40,950
De reden waarom de hogepriester
hier tussenbeide kwam,

159
00:09:40,950 --> 00:09:44,130
was dat ze met de getuigen
geen stap verder kwamen.

160
00:09:44,130 --> 00:09:46,230
Daarom dacht hij dat hij de beklaagde

161
00:09:46,230 --> 00:09:49,290
maar eens aan een kruisverhoor
moest onderwerpen.

162
00:09:49,290 --> 00:09:52,770
Er waren in de Joodse wet
trouwens bepaalde voorschriften.

163
00:09:52,770 --> 00:09:56,250
Die zijn niet te vinden in de
Joodse wet die God had gegeven,

164
00:09:56,250 --> 00:09:59,970
maar in de wetten die de Joden
hadden aangenomen als hun eigen

165
00:09:59,970 --> 00:10:01,890
procedure voor de rechtbank.

166
00:10:01,890 --> 00:10:06,390
Volgens hun procedure was het
onwettig dat de hogepriester de

167
00:10:06,390 --> 00:10:09,810
getuige aan een kruisverhoor
onderwierp wanneer de andere

168
00:10:09,810 --> 00:10:14,070
getuigen door de mand waren
gevallen en niets konden aanvoeren.

169
00:10:14,070 --> 00:10:16,590
Volgens de Joodse wet was het niet juist

170
00:10:16,590 --> 00:10:19,470
dat een hogepriester
belastende beschuldigingen

171
00:10:19,470 --> 00:10:23,970
tegen iemand probeerde aan te voeren
wanneer er geen getuigen waren geweest die

172
00:10:23,970 --> 00:10:25,290
dat konden doen.

173
00:10:25,290 --> 00:10:28,110
Maar dat is precies wat
de hogepriester hier doet.

174
00:10:28,110 --> 00:10:30,810
Hij overtreedt hun eigen regels.

175
00:10:30,810 --> 00:10:36,090
Hij zegt: goed, luister, met
deze getuigen komen we nergens.

176
00:10:36,090 --> 00:10:38,850
Laten we gewoon met Jezus Zelf spreken.

177
00:10:38,850 --> 00:10:42,330
Ik bezweer U. Hebt U niets te antwoorden?

178
00:10:42,330 --> 00:10:46,350
Deze mannen getuigen
tegen U. Maar Jezus zweeg.

179
00:10:46,350 --> 00:10:49,470
De hogepriester nam het
woord en zei tegen Hem:

180
00:10:49,470 --> 00:10:51,210
Maar Jezus zweeg.

181
00:10:51,210 --> 00:10:56,310
En de hogepriester antwoordde Hem:
Ik bezweer U bij de levende God,

182
00:10:56,310 --> 00:11:00,750
dat U ons zegt of U de
Christus bent, de Zoon van God.

183
00:11:00,750 --> 00:11:06,750
Met andere woorden, Kajafas stelde
Jezus onder ede en zei: zweer bij God.

184
00:11:06,750 --> 00:11:11,190
Ik bezweer U in de Naam van
God de waarheid te vertellen.

185
00:11:11,190 --> 00:11:13,350
Het is een andere manier om dat te doen,

186
00:11:13,350 --> 00:11:17,190
maar het komt op hetzelfde neer als
wanneer je een getuige in een rechtszaak

187
00:11:17,190 --> 00:11:22,950
vraagt de waarheid te vertellen, de
hele waarheid en niets dan de waarheid,

188
00:11:22,950 --> 00:11:25,530
zo waarlijk helpe hem God almachtig.

189
00:11:25,530 --> 00:11:30,910
Kajafas vroeg Jezus bij God te zweren en
onder ede te zeggen of Hij de Messias was

190
00:11:30,910 --> 00:11:36,630
— dat is wat het woord Christus betekent
— en of Hij de Zoon van God was.

191
00:11:36,630 --> 00:11:39,570
Jezus verbrak uiteindelijk
Zijn stilzwijgen,

192
00:11:39,570 --> 00:11:43,890
misschien uit respect voor Zijn Vader,
Wiens Naam hier door de priester was

193
00:11:43,890 --> 00:11:47,370
aangeroepen, ook al had de priester
nauwelijks enig recht om die

194
00:11:47,370 --> 00:11:48,450
aan te roepen.

195
00:11:48,450 --> 00:11:52,710
Maar omdat Jezus de eer van Zijn
Vader wel degelijk ter harte ging,

196
00:11:52,710 --> 00:11:56,910
en omdat de levende God was
aangeroepen, antwoordde Jezus hem,

197
00:11:56,910 --> 00:11:59,190
waarschijnlijk uit eerbied voor God:

198
00:11:59,190 --> 00:12:02,430
Jezus zei tegen hem: U hebt het gezegd.

199
00:12:02,430 --> 00:12:08,070
Maar Ik zeg u: Van nu aan zult u de Zoon
des mensen zien zitten aan de rechter hand

200
00:12:08,070 --> 00:12:12,570
van de kracht van God en zien
komen op de wolken van de hemel.

201
00:12:12,570 --> 00:12:18,810
Toen Jezus zei: „Dat zegt u”, stemde
Hij daarmee in: „Ik ben de Christus.

202
00:12:18,810 --> 00:12:21,030
Ik ben de Zoon van God.”

203
00:12:21,030 --> 00:12:25,470
Van tijd tot tijd ontmoet ik mensen die
tegen me zeggen dat Jezus nooit beweerd

204
00:12:25,470 --> 00:12:27,630
heeft de Zoon van God te zijn.

205
00:12:27,630 --> 00:12:32,130
Ze zeggen dat Hij alleen beweerd
heeft de Zoon des mensen te zijn.

206
00:12:32,130 --> 00:12:36,630
Mensen die dat zeggen, bewijzen daarmee
dat ze nooit enig onderzoek hebben gedaan,

207
00:12:36,630 --> 00:12:39,030
of dat ze niet erg ver hebben gekeken.

208
00:12:39,030 --> 00:12:41,550
Ze hebben niet onderzocht wat ze zeggen.

209
00:12:41,550 --> 00:12:45,150
Jezus heeft wel degelijk
beweerd de Zoon van God te zijn,

210
00:12:45,150 --> 00:12:49,650
hoewel het waar is dat Hij veel vaker
beweerde de Zoon des mensen te zijn

211
00:12:49,650 --> 00:12:52,530
dan dat Hij beweerde de
Zoon van God te zijn.

212
00:12:52,530 --> 00:12:57,150
Maar je vindt in de evangeliën een aantal
momenten waarop Jezus heel duidelijk maakt

213
00:12:57,150 --> 00:13:00,630
dat Hij de Zoon van God
is, en dit is daar één van.

214
00:13:00,630 --> 00:13:04,950
Hij werd in de rechtszaal onder
ede gesteld. Er werd Hem gevraagd:

215
00:13:04,950 --> 00:13:06,750
Ben jij de Zoon van God?

216
00:13:06,750 --> 00:13:07,830
Hij zei:

217
00:13:07,830 --> 00:13:10,710
Ja, dat ben ik. Dat zeg je zelf.

218
00:13:10,710 --> 00:13:12,270
Daar hield Hij niet op.

219
00:13:12,270 --> 00:13:16,770
Nu Hij Zijn stilzwijgen eenmaal had
verbroken, besloot Hij verder te gaan,

220
00:13:16,770 --> 00:13:18,150
en Hij zei:

221
00:13:18,150 --> 00:13:23,010
Vervolgens zei Hij: „Maar
Ik zeg jullie: vanaf nu…”

222
00:13:23,010 --> 00:13:28,170
Met „vanaf nu” bedoelt Hij: op
een bepaald moment in de toekomst.

223
00:13:28,170 --> 00:13:31,290
Jezus zei tegen hem: U hebt het gezegd.

224
00:13:31,290 --> 00:13:36,510
Maar Ik zeg u: Van nu aan zult
u de Zoon des mensen zien zitten

225
00:13:36,510 --> 00:13:41,790
aan de rechter hand van de kracht van God
en zien komen op de wolken van de hemel.

226
00:13:41,790 --> 00:13:44,910
Ik neem aan dat de meesten
van ons als christenen

227
00:13:44,910 --> 00:13:48,270
dit opvatten als een
voorspelling van Zijn wederkomst.

228
00:13:48,270 --> 00:13:51,510
Maar als het een voorspelling
is van Jezus’ wederkomst,

229
00:13:51,510 --> 00:13:56,490
vraag je je af hoe van Kajafas en de
mensen die daar toen aanwezig waren,

230
00:13:56,490 --> 00:13:59,430
gezegd kon worden dat zij die zouden zien.

231
00:13:59,430 --> 00:14:04,890
Want zij zijn gestorven, ze zijn nu
dood, en Jezus is nog niet teruggekomen.

232
00:14:04,890 --> 00:14:10,110
Iemand zou kunnen aanvoeren: „Nou, ik neem
aan dat Jezus hen uit de dood zal opwekken

233
00:14:10,110 --> 00:14:11,730
om het te aanschouwen.”

234
00:14:11,730 --> 00:14:16,110
Maar ik weet niet of dat de natuurlijkste
manier is om het op te vatten.

235
00:14:16,110 --> 00:14:21,750
Eerder, in Mattheüs 16:28, zei
Jezus tegen Zijn discipelen:

236
00:14:21,750 --> 00:14:26,010
Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn
sommigen van hen die hier staan,

237
00:14:26,010 --> 00:14:30,210
die de dood niet zullen proeven voordat
zij de Zoon des mensen hebben zien komen

238
00:14:30,210 --> 00:14:31,770
in Zijn Koninkrijk.

239
00:14:31,770 --> 00:14:36,090
In Mattheüs 24 sprak Hij
ook over de Zoon des mensen

240
00:14:36,090 --> 00:14:39,930
Die met de wolken van de
hemel zou komen, en Hij zei:

241
00:14:39,930 --> 00:14:44,670
Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht
zal zeker niet voorbijgaan,

242
00:14:44,670 --> 00:14:46,590
totdat al deze dingen gebeurd zijn.

243
00:14:46,590 --> 00:14:50,430
Met andere woorden, Jezus voorspelde
tweemaal dat Hij zou komen,

244
00:14:50,430 --> 00:14:54,450
en dat Hij zou komen binnen de
generatie van de mensen die Hem hoorden.

245
00:14:54,450 --> 00:14:58,590
Eén keer noemde Hij zelfs dat Hij
met de wolken van de hemel zou komen.

246
00:14:58,590 --> 00:15:02,370
Die dingen staan ook in
deze uitspraak. Hij zegt:

247
00:15:02,370 --> 00:15:06,450
Jullie zullen de Zoon des mensen aan de
rechterhand van de Macht zien zitten en

248
00:15:06,450 --> 00:15:09,030
Hem op de wolken van de hemel zien komen.

249
00:15:09,030 --> 00:15:13,650
Hij zei dat tegen het Sanhedrin, tegen
de mannen die op dat moment leefden.

250
00:15:13,650 --> 00:15:16,110
Net als bij de andere
uitspraken die Hij deed,

251
00:15:16,110 --> 00:15:18,990
namelijk dat de discipelen
niet allemaal zouden sterven,

252
00:15:18,990 --> 00:15:23,010
of dat die generatie niet voorbij
zou gaan voordat mensen dit zagen,

253
00:15:23,010 --> 00:15:27,570
lijkt het erop dat Hij tegen Kajafas en
de overpriesters zei dat zij tijdens hun

254
00:15:27,570 --> 00:15:32,070
leven de Zoon des mensen zouden zien
terugkomen in oordeel en in macht.

255
00:15:32,070 --> 00:15:34,050
Als Hij het over Zijn wederkomst had,

256
00:15:34,050 --> 00:15:36,990
dan is Zijn voorspelling
natuurlijk niet uitgekomen.

257
00:15:36,990 --> 00:15:40,830
Maar wij christenen geloven in elk geval
niet dat een voorspelling van Jezus niet

258
00:15:40,830 --> 00:15:44,010
kon uitkomen, want Hij
was geen valse profeet.

259
00:15:44,010 --> 00:15:46,050
Hij was de ware Messias.

260
00:15:46,050 --> 00:15:50,490
Daarom zou ik moeten zeggen dat
Jezus’ voorspelling wel is uitgekomen.

261
00:15:50,490 --> 00:15:55,590
Het is heel goed mogelijk, zoals ik ook
geloof dat Zijn opmerkingen in Mattheüs 16

262
00:15:55,590 --> 00:16:00,390
en Mattheüs 24 bedoeld zijn, dat deze
woorden verwijzen naar Zijn komst

263
00:16:00,390 --> 00:16:03,270
ten oordeel in het jaar 70 na Christus.

264
00:16:03,270 --> 00:16:07,590
Niet naar Zijn daadwerkelijke wederkomst,
maar naar de komst van Gods oordeel over

265
00:16:07,590 --> 00:16:11,370
Jeruzalem, toen de Romeinen
kwamen en die stad verwoestten.

266
00:16:11,370 --> 00:16:15,750
Daarover werd in de Schrift gesproken
als God Die Zijn legers zond.

267
00:16:15,750 --> 00:16:20,010
Het werd aangeduid als de wraak van God
over Israël vanwege de dingen die ze

268
00:16:20,010 --> 00:16:21,750
Jezus hadden aangedaan.

269
00:16:21,750 --> 00:16:25,650
Met hetzelfde beeld dat de profeten
van het Oude Testament gebruikten,

270
00:16:25,650 --> 00:16:30,330
kon zeker worden gezegd dat dit Jezus
was Die kwam om hen te oordelen.

271
00:16:30,330 --> 00:16:35,130
Wat Hij er ook mee bedoelde, het viel niet
goed bij de mensen die Hem toen hoorden.

272
00:16:35,130 --> 00:16:38,490
Er staat dat Kajafas zijn kleren scheurde.

273
00:16:38,490 --> 00:16:42,510
Het scheuren van je kleren was een
manier om te zeggen dat je diep bedroefd

274
00:16:42,510 --> 00:16:44,250
en geërgerd was.

275
00:16:44,250 --> 00:16:48,270
In veel gevallen was het in het Oude
Testament een teken van bekering.

276
00:16:48,270 --> 00:16:53,370
Maar het scheuren van de kleren is in
wezen een uiting van hevige ontsteltenis,

277
00:16:53,370 --> 00:16:56,910
schok, verbazing en ergernis over iets.

278
00:16:56,910 --> 00:17:02,310
De hogepriester deed dus alsof Jezus
zojuist godslastering had gepleegd.

279
00:17:02,310 --> 00:17:06,390
Er bestond in het Oude Testament
inderdaad een precedent om mensen vanwege

280
00:17:06,390 --> 00:17:08,550
godslastering ter dood te brengen.

281
00:17:08,550 --> 00:17:11,910
Omdat ze een aanklacht
tegen Jezus zochten op grond

282
00:17:11,910 --> 00:17:16,950
waarvan ze Hem ter dood konden brengen,
dachten de priesters waarschijnlijk: „Aha,

283
00:17:16,950 --> 00:17:19,050
we hebben eindelijk wat we nodig hebben.

284
00:17:19,050 --> 00:17:20,850
Hij heeft God gelasterd.”

285
00:17:20,850 --> 00:17:25,230
Maar als we erover nadenken, wat
zei Jezus dan dat godslastering was?

286
00:17:25,230 --> 00:17:28,650
Hij zei dat Hij de Christus
was, de Zoon van God.

287
00:17:28,650 --> 00:17:32,970
Maar werkelijk, waar werd volgens
enig precedent in de Joodse wet

288
00:17:32,970 --> 00:17:37,350
het beweren dat iemand de Messias
was ooit godslastering genoemd?

289
00:17:37,350 --> 00:17:40,110
Veel Joden zeiden dat ze de Messias waren.

290
00:17:40,110 --> 00:17:42,810
Ze werden hiervoor niet
door het Sanhedrin vervolgd.

291
00:17:42,810 --> 00:17:46,950
Gewoonlijk werden ze door de Romeinen
vervolgd omdat ze zulke dingen zeiden,

292
00:17:46,950 --> 00:17:51,990
en deze valse messiassen werden gewoonlijk
door de Romeinen opgespoord en gedood.

293
00:17:51,990 --> 00:17:56,310
Maar de Joden hadden nooit gezegd dat het
godslastering is wanneer iemand zegt dat

294
00:17:56,310 --> 00:17:57,870
hij de Messias is.

295
00:17:57,870 --> 00:18:03,630
Dat iemand zegt dat hij de Zoon van God
is, is op zichzelf evenmin godslastering.

296
00:18:03,630 --> 00:18:08,790
De term Zoon van God is namelijk vaag
genoeg dat zelfs in het Oude Testament

297
00:18:08,790 --> 00:18:11,910
bepaalde personen zonen
van God worden genoemd.

298
00:18:11,910 --> 00:18:17,010
Met andere woorden, toen Jezus zei dat
Hij de Messias, de Zoon van God was,

299
00:18:17,010 --> 00:18:21,570
zei Hij niets waarvoor een precedent
bestond om het godslastering te noemen.

300
00:18:21,570 --> 00:18:22,890
Maar toen Hij zei:

301
00:18:22,890 --> 00:18:26,970
Jullie zullen de Zoon des mensen aan
de rechterhand van de Macht zien zitten

302
00:18:26,970 --> 00:18:29,910
en Hem op de wolken van
de hemel zien komen.

303
00:18:29,910 --> 00:18:33,990
klonk dat zeker als een uitspraak
die óf door een goddelijk persoon

304
00:18:33,990 --> 00:18:36,630
óf door een krankzinnige
zou worden gedaan.

305
00:18:36,630 --> 00:18:39,930
Maar ook dat is nog niet
hetzelfde als godslastering.

306
00:18:39,930 --> 00:18:44,550
Niets in Jezus’ uitspraak kwam
noodzakelijkerwijs neer op de woorden:

307
00:18:44,550 --> 00:18:45,990
‘Ik ben God.’

308
00:18:45,990 --> 00:18:50,850
En er stond ook niets in wat op
enigerlei wijze oneerbiedig was

309
00:18:50,850 --> 00:18:55,770
tegenover de Naam van God, wat bij
godslastering wel het geval zou zijn.

310
00:18:55,770 --> 00:18:58,410
De hogepriester en
degenen die bij hem waren,

311
00:18:58,410 --> 00:19:02,010
hadden echter de hele nacht
geprobeerd Jezus iets te laten zeggen

312
00:19:02,010 --> 00:19:04,410
waarmee Hij Zichzelf zou belasten.

313
00:19:04,410 --> 00:19:07,290
Jezus had tot dit moment gezwegen.

314
00:19:07,290 --> 00:19:11,070
Dit was de eerste keer dat Hij
Zijn eigen mond had opengedaan.

315
00:19:11,070 --> 00:19:16,170
Dus wat Hij ook zei, ze zouden er
hoe dan ook een draai aan geven

316
00:19:16,170 --> 00:19:18,870
waardoor ze het
godslastering konden noemen.

317
00:19:18,870 --> 00:19:23,790
Hoewel Jezus in werkelijkheid niets
godslasterlijks zei, besloten ze:

318
00:19:23,790 --> 00:19:26,070
‘Dat is de aanklacht
die we gaan gebruiken.

319
00:19:26,070 --> 00:19:28,530
Hij heeft godslastering gepleegd.’

320
00:19:28,530 --> 00:19:30,750
Dus in vers 65 staat:

321
00:19:30,750 --> 00:19:35,490
Toen scheurde de hogepriester zijn
kleren en zei: Hij heeft God gelasterd.

322
00:19:35,490 --> 00:19:37,950
Waarom hebben wij nog getuigen nodig?

323
00:19:37,950 --> 00:19:41,310
Zie, nu hebt u Zijn godslastering gehoord.

324
00:19:41,310 --> 00:19:43,230
Ze waren de getuigen beu.

325
00:19:43,230 --> 00:19:46,950
Het liep met die getuigen
niet erg goed. Dus zei hij:

326
00:19:46,950 --> 00:19:51,870
Toen scheurde de hogepriester zijn
kleren en zei: Hij heeft God gelasterd.

327
00:19:51,870 --> 00:19:54,390
Waarom hebben wij nog getuigen nodig?

328
00:19:54,390 --> 00:19:57,570
Zie, nu hebt u Zijn godslastering gehoord.

329
00:19:57,570 --> 00:20:03,690
Wat denkt u? En zij antwoordden en zeiden:
Hij is schuldig en verdient de dood.

330
00:20:03,690 --> 00:20:07,470
Dat zei Kajafas tegen het
gerecht. Ze antwoordden:

331
00:20:07,470 --> 00:20:09,450
Hij verdient de dood.

332
00:20:09,450 --> 00:20:12,390
Dit was bij voorbaat al
een uitgemaakte zaak.

333
00:20:12,390 --> 00:20:16,230
Het was niet iets wat ze besloten
vanwege wat Hij had gezegd.

334
00:20:16,230 --> 00:20:18,510
Voordat ze Hem ook maar
gearresteerd hadden,

335
00:20:18,510 --> 00:20:21,450
hadden ze al besloten dat
Hij de dood verdiende.

336
00:20:21,450 --> 00:20:25,290
Daarom zochten ze alleen maar naar
een excuus om dit te kunnen zeggen.

337
00:20:25,290 --> 00:20:27,930
Uiteindelijk kregen ze
de kans om het te zeggen:

338
00:20:27,930 --> 00:20:29,670
Hij verdient de dood.

339
00:20:29,670 --> 00:20:33,690
Toen spuwden zij in Zijn gezicht
en sloegen Hem met vuisten.

340
00:20:33,690 --> 00:20:38,550
En anderen sloegen Hem in het gezicht
en zeiden: Profeteer ons, Christus:

341
00:20:38,550 --> 00:20:40,890
wie is het die U geslagen heeft?

342
00:20:40,890 --> 00:20:45,630
In enkele van de andere Evangeliën
krijgen we hierover meer bijzonderheden.

343
00:20:45,630 --> 00:20:48,810
Daar lezen we hoe Jezus aan
soldaten werd overgeleverd

344
00:20:48,810 --> 00:20:51,450
om dit soort mishandeling te ondergaan.

345
00:20:51,450 --> 00:20:54,810
Ze blinddoekten Hem en
sloegen Hem, en zeiden:

346
00:20:54,810 --> 00:20:56,250
Voorspel het ons.

347
00:20:56,250 --> 00:21:00,630
Als je de Messias bent, moet je kunnen
voorspellen wie je geslagen heeft.

348
00:21:00,630 --> 00:21:02,370
Zo bespotten ze Hem.

349
00:21:02,370 --> 00:21:04,830
Volgens de hier gebruikte
Engelse vertaling

350
00:21:04,830 --> 00:21:06,930
sloegen ze Hem met de vlakke hand.

351
00:21:06,930 --> 00:21:08,490
Ze spuwden Hem in het gezicht.

352
00:21:08,490 --> 00:21:13,350
Dit is de vernedering die de Joden
van die tijd de Zoon van God aandeden.

353
00:21:13,350 --> 00:21:17,910
Je hoeft je niet af te vragen waarom ze de
straf die over hen kwam zozeer verdienden,

354
00:21:17,910 --> 00:21:21,210
toen de Romeinen kwamen
en hun stad verwoestten.

355
00:21:21,210 --> 00:21:24,210
We weten dat Petrus Jezus
hierna verloochende,

356
00:21:24,210 --> 00:21:30,390
en daarover lezen we in de volgende
verzen, de verzen 69 tot en met 75:

357
00:21:30,390 --> 00:21:35,670
Petrus zat buiten op de binnenplaats; een
dienstmeisje kwam naar hem toe en zei:

358
00:21:35,670 --> 00:21:38,670
Ook u was bij Jezus, de Galileeër.

359
00:21:38,670 --> 00:21:43,830
Maar hij ontkende het in het bijzijn van
allen en zei: Ik weet niet wat u zegt.

360
00:21:43,830 --> 00:21:48,390
Toen hij naar buiten ging, naar de
poort, zag een ander dienstmeisje hem,

361
00:21:48,390 --> 00:21:53,610
en die zei tegen hen die daar waren
: Hij was ook bij Jezus de Nazarener.

362
00:21:53,610 --> 00:21:59,070
En hij ontkende het opnieuw, met een
eed, en zei : Ik ken de Mens niet.

363
00:21:59,070 --> 00:22:04,050
Kort daarna zeiden zij die daar stonden
en dichterbij kwamen, tegen Petrus:

364
00:22:04,050 --> 00:22:08,730
Werkelijk, u bent een van hen,
want uw spraak verraadt u.

365
00:22:08,730 --> 00:22:13,650
Blijkbaar betekende dit dat hij een
accent had, een Galilees accent.

366
00:22:13,650 --> 00:22:17,730
Van Jezus’ discipelen was bekend
dat de meesten Galileeërs waren.

367
00:22:17,730 --> 00:22:22,470
Toen begon hij zich te vervloeken
en te zweren: Ik ken de Mens niet.

368
00:22:22,470 --> 00:22:27,870
En meteen kraaide de haan; en Petrus
herinnerde zich het woord van Jezus,

369
00:22:27,870 --> 00:22:32,190
Die tegen hem gezegd had: Voordat
de haan gekraaid zal hebben,

370
00:22:32,190 --> 00:22:34,530
zult u Mij driemaal verloochenen.

371
00:22:34,530 --> 00:22:37,050
Toen ging hij naar
buiten en huilde bitter.

372
00:22:37,050 --> 00:22:39,811
Hier, in Jezus’ uur van nood —

373
00:22:39,811 --> 00:22:44,911
vanuit menselijk oogpunt vermoedelijk het
uur waarin Hij de grootste nood kende —

374
00:22:44,911 --> 00:22:49,110
staat Petrus’ vriend Jezus terecht en
kan Hij ter dood worden veroordeeld,

375
00:22:49,110 --> 00:22:51,630
terwijl Hij niets verkeerds heeft gedaan.

376
00:22:51,630 --> 00:22:55,650
Petrus heeft niet eens genoeg moed
om te zeggen: ‘Ik ben Zijn vriend.

377
00:22:55,650 --> 00:22:57,450
Ik sta aan Zijn kant.

378
00:22:57,450 --> 00:22:59,670
Ik ben een van Zijn volgelingen.

379
00:22:59,670 --> 00:23:02,430
Ik protesteer tegen dit onrecht.’

380
00:23:02,430 --> 00:23:06,570
Petrus is een lafaard, en Petrus
beseft dat nadat hij Jezus

381
00:23:06,570 --> 00:23:08,370
driemaal verloochend heeft.

382
00:23:08,370 --> 00:23:10,590
Het was niet eens zo dat Petrus hierover

383
00:23:10,590 --> 00:23:13,350
specifiek door de politie
aan de tand werd gevoeld.

384
00:23:13,350 --> 00:23:15,870
Als het de politie was
geweest die hem ondervroeg,

385
00:23:15,870 --> 00:23:19,950
had hij misschien kunnen denken:
‘Ik word hier straks gearresteerd.’

386
00:23:19,950 --> 00:23:23,190
Dan had de angst hem
begrijpelijkerwijs kunnen aangrijpen:

387
00:23:23,190 --> 00:23:25,050
‘Misschien word ik gekruisigd.’

388
00:23:25,050 --> 00:23:29,730
Maar dit waren gewoon wat mensen die zich
daar op de binnenplaats stonden te warmen.

389
00:23:29,730 --> 00:23:33,390
Ze herkenden Petrus, of ze
herkenden zijn manier van spreken,

390
00:23:33,390 --> 00:23:35,370
zijn accent, enzovoort.

391
00:23:35,370 --> 00:23:38,730
Hij ontkende met klem dat hij Jezus kende.

392
00:23:38,730 --> 00:23:40,650
Bedenk dat Jezus zei:

393
00:23:40,650 --> 00:23:43,830
Maar wie Mij verloochenen
zal voor de mensen,

394
00:23:43,830 --> 00:23:48,150
die zal Ik ook verloochenen voor
Mijn Vader, Die in de hemelen is.

395
00:23:48,150 --> 00:23:52,530
Petrus verloochende Jezus tegenover de
mensen, en hij zou tot op de dag van

396
00:23:52,530 --> 00:23:57,570
vandaag beslist verloren zijn als
hier geen vervolg op was gekomen.

397
00:23:57,570 --> 00:24:03,090
Later, na Zijn opstanding, herstelde
Jezus Petrus bij het Meer van Galilea,

398
00:24:03,090 --> 00:24:07,590
zowel wat zijn behoud als zijn
positie onder de apostelen betreft.

399
00:24:07,590 --> 00:24:12,870
Hier staat dat zodra hij Jezus voor de
derde keer verloochende, de haan kraaide.

400
00:24:12,870 --> 00:24:17,850
In het Evangelie van Lukas staat dat
Jezus op dat moment naar Petrus keek.

401
00:24:17,850 --> 00:24:22,770
Dat is heel aangrijpend, want Jezus
hoorde niet hoe Petrus Hem verloochende,

402
00:24:22,770 --> 00:24:25,290
maar Hij wist dat Hij het had voorspeld.

403
00:24:25,290 --> 00:24:27,390
Hij hoorde de haan kraaien.

404
00:24:27,390 --> 00:24:31,290
Toen Jezus de haan hoorde, wist
Hij dat Petrus het had gedaan

405
00:24:31,290 --> 00:24:36,990
en keek Hij door het raam naar Petrus, met
een blik waaruit bleek dat Hij het wist.

406
00:24:36,990 --> 00:24:40,470
Petrus besefte wat er was
gebeurd, ging naar buiten,

407
00:24:40,470 --> 00:24:43,050
bekeerde zich en huilde bitter.

408
00:24:43,050 --> 00:24:46,650
Wat Petrus heeft gedaan,
hebben veel mensen gedaan.

409
00:24:46,650 --> 00:24:51,030
Velen van ons weten beter, maar zijn
niet bereid daarvoor uit te komen.

410
00:24:51,030 --> 00:24:55,050
We kennen Jezus, maar we zijn
bang om voor Hem op te komen.

411
00:24:55,050 --> 00:25:00,510
God kijkt ook naar ons met de wetenschap
van wat we doen, en Hij kent onze lafheid.

412
00:25:00,510 --> 00:25:04,170
Als we laf zijn tegenover
mensen, heeft Jezus gezegd:

413
00:25:04,170 --> 00:25:08,670
Ik zal tegenover Mijn Vader in de
hemel niet zeggen dat Ik jullie ken.

414
00:25:08,670 --> 00:25:12,030
Ik stel voor dat we de fout
van Petrus niet herhalen,

415
00:25:12,030 --> 00:25:16,350
maar dat we Christus vrijmoedig
tegenover de mensen blijven verkondigen,

416
00:25:16,350 --> 00:25:18,870
zelfs wanneer we met vervolging
worden geconfronteerd.
