1
00:00:02,130 --> 00:00:04,890
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,890 --> 00:00:13,470
Deze keer behandelen we Mattheüs
27, vers 9 tot en met vers 10.

3
00:00:13,470 --> 00:00:17,250
We gaan nog eens kijken naar
een gedeelte van Mattheüs 27 dat

4
00:00:17,250 --> 00:00:22,230
enkele moeilijkheden oplevert, maar
geen onoverkomelijke moeilijkheden.

5
00:00:22,230 --> 00:00:26,190
Er zijn mensen die voortdurend fouten
in de Bijbel proberen te vinden.

6
00:00:26,190 --> 00:00:29,010
Want als ze fouten in
de Bijbel kunnen vinden,

7
00:00:29,010 --> 00:00:33,450
menen ze dat ze gerechtvaardigd zijn
om de boodschap ervan te verwerpen.

8
00:00:33,450 --> 00:00:37,230
Ze menen dat als ze één fout in
de Bijbel zouden kunnen vinden,

9
00:00:37,230 --> 00:00:40,590
dit zou bewijzen dat die niet
van goddelijke oorsprong is,

10
00:00:40,590 --> 00:00:44,190
omdat God beslist geen fouten zou maken.

11
00:00:44,190 --> 00:00:48,270
Daarom scheppen ze er genoegen in
passages te vinden die volgens hen

12
00:00:48,270 --> 00:00:50,490
fouten in de Bijbel bevatten.

13
00:00:50,490 --> 00:00:54,030
Want dat geeft hun vervolgens
in hun eigen geweten

14
00:00:54,030 --> 00:00:57,330
de vrijheid om de boodschap
van de Schrift te verwerpen,

15
00:00:57,330 --> 00:01:00,930
hun eigen leven te leiden
zoals zij dat liever doen,

16
00:01:00,930 --> 00:01:03,930
en God en Christus te negeren.

17
00:01:03,930 --> 00:01:09,390
Een van de plaatsen waar ongelovigen soms
hebben gemeend zo’n fout te kunnen vinden,

18
00:01:09,390 --> 00:01:13,470
staat hier in het verhaal in Mattheüs 27.

19
00:01:13,470 --> 00:01:17,850
We lezen dat Judas Jezus voor
dertig zilverstukken verraadde.

20
00:01:17,850 --> 00:01:22,830
Voordat hij zichzelf ophing, gooide
hij dit geld op de vloer van de tempel.

21
00:01:22,830 --> 00:01:27,870
De overpriesters namen het geld en
kochten een akker van een pottenbakker.

22
00:01:27,870 --> 00:01:31,830
Mattheüs zegt dit in Mattheüs 27:9:

23
00:01:31,830 --> 00:01:36,210
Toen is vervuld wat gesproken
is door de profeet Jeremia:

24
00:01:36,210 --> 00:01:41,130
En zij hebben de dertig zilverstukken
genomen, de waarde van de Geschatte,

25
00:01:41,130 --> 00:01:43,710
Die zij geschat hadden uit de Israëlieten,

26
00:01:43,710 --> 00:01:45,630
Hier is een probleem.

27
00:01:45,630 --> 00:01:50,850
Mattheüs schrijft dit citaat uit het
Oude Testament toe aan Jeremia. Hij zegt:

28
00:01:50,850 --> 00:01:54,450
Zo ging in vervulling wat de
profeet Jeremia had gezegd.

29
00:01:54,450 --> 00:01:57,810
Hij schrijft dus een voorzegging
toe aan de profeet Jeremia.

30
00:01:57,810 --> 00:02:02,070
Maar het citaat dat hij geeft, lijkt
helemaal niet uit het boek Jeremia te

31
00:02:02,070 --> 00:02:04,830
komen, maar uit het boek Zacharia.

32
00:02:04,830 --> 00:02:08,430
In hoofdstuk 11 wordt gesproken
over dertig zilverstukken,

33
00:02:08,430 --> 00:02:14,070
en sommige woorden in deze passage zijn
ontleend aan die profetie in Zacharia 11.

34
00:02:14,070 --> 00:02:17,670
Het probleem is dat Mattheüs
Zacharia lijkt te citeren,

35
00:02:17,670 --> 00:02:20,190
maar zegt dat hij Jeremia citeert.

36
00:02:20,190 --> 00:02:23,130
Dit zou voor iemand een
gemakkelijke vergissing zijn.

37
00:02:23,130 --> 00:02:27,810
Veel profeten zeiden soortgelijke dingen,
en de boeken van de profeten worden vaak

38
00:02:27,810 --> 00:02:29,430
met elkaar verward.

39
00:02:29,430 --> 00:02:33,210
Veel mensen hebben tegen mij
gezegd: ‘Zoals er in Jesaja staat,’

40
00:02:33,210 --> 00:02:37,470
om vervolgens iets te citeren waarvan
ze dachten dat het in Jesaja stond,

41
00:02:37,470 --> 00:02:41,670
maar dat in werkelijkheid misschien
uit Jeremia kwam, of iets dergelijks.

42
00:02:41,670 --> 00:02:47,250
Of mensen zeggen: ‘Zoals er in Micha
staat,’ maar citeren per ongeluk Amos.

43
00:02:47,250 --> 00:02:49,350
Het is een gemakkelijke vergissing.

44
00:02:49,350 --> 00:02:52,950
Het zou voor iemand als Mattheüs,
of voor ieder ander mens,

45
00:02:52,950 --> 00:02:56,730
niet moeilijk zijn om de ene profeet
te citeren en te denken dat hij

46
00:02:56,730 --> 00:02:58,350
een andere citeerde.

47
00:02:58,350 --> 00:03:02,790
Het probleem dat hierdoor ontstaat, is
echter dat de meesten van ons geloven dat

48
00:03:02,790 --> 00:03:05,430
Mattheüs zulke fouten niet maakte.

49
00:03:05,430 --> 00:03:08,550
Onder evangelischen is de
opvatting wijdverbreid dat

50
00:03:08,550 --> 00:03:13,590
Mattheüs onder inspiratie schreef, en dat
inspiratie van God zou betekenen dat hij

51
00:03:13,590 --> 00:03:18,090
een foutloos document voortbracht,
omdat God, Die hem inspireerde,

52
00:03:18,090 --> 00:03:19,470
geen fouten kan maken.

53
00:03:19,470 --> 00:03:22,890
Het gaat dus niet echt om de
vraag of Mattheüs als individu

54
00:03:22,890 --> 00:03:27,450
het recht heeft om zich te vergissen en
een passage uit het Oude Testament aan de

55
00:03:27,450 --> 00:03:29,730
verkeerde profeet toe te schrijven.

56
00:03:29,730 --> 00:03:33,030
Het gaat meer om de
inspiratie van Mattheüs.

57
00:03:33,030 --> 00:03:37,830
Als hij inderdaad zo’n fout maakte,
betekent dit dan dat de inspiratie van het

58
00:03:37,830 --> 00:03:40,710
Evangelie naar Mattheüs
ter discussie staat?

59
00:03:40,710 --> 00:03:43,050
Dat is iets wat we zullen bespreken.

60
00:03:43,050 --> 00:03:46,110
Laten we allereerst met
die eerste vraag beginnen.

61
00:03:46,110 --> 00:03:50,550
Staat de inspiratie van het Evangelie
naar Mattheüs ter discussie als Mattheüs

62
00:03:50,550 --> 00:03:52,050
een fout maakte?

63
00:03:52,050 --> 00:03:57,330
Naarmate deze bespreking vordert, zal ik
betogen dat Mattheüs geen fout maakte.

64
00:03:57,330 --> 00:04:00,450
Ik zal je verschillende redenen
geven waarom ik denk dat

65
00:04:00,450 --> 00:04:02,490
Mattheüs geen fout maakte.

66
00:04:02,490 --> 00:04:07,590
Maar laten we hiermee beginnen: stel
dat Mattheüs wel een fout maakte?

67
00:04:07,590 --> 00:04:10,770
Stel dat Mattheüs dacht
dat hij Jeremia citeerde,

68
00:04:10,770 --> 00:04:14,250
terwijl het vers dat hij citeerde in
werkelijkheid van een andere profeet

69
00:04:14,250 --> 00:04:16,530
kwam, namelijk Zacharia?

70
00:04:16,530 --> 00:04:20,730
Zou dat betekenen dat het Evangelie
van Mattheüs niet geïnspireerd was?

71
00:04:20,730 --> 00:04:24,330
Dat hangt ervan af hoe we
‘geïnspireerd’ opvatten.

72
00:04:24,330 --> 00:04:27,150
Er bestaan veel verschillende
meningen over de manier waarop de

73
00:04:27,150 --> 00:04:29,130
Schrift werd geïnspireerd.

74
00:04:29,130 --> 00:04:32,130
Christenen hebben vaak hun
eigen favoriete mening.

75
00:04:32,130 --> 00:04:35,610
Misschien lijkt de opvatting
die bij hen opkomt hun redelijk.

76
00:04:35,610 --> 00:04:38,610
Zodra ze die opvatting hebben
aanvaard, nemen ze aan dat

77
00:04:38,610 --> 00:04:40,950
dit is wat de Bijbel over zichzelf leert.

78
00:04:40,950 --> 00:04:46,350
Leert de Bijbel bijvoorbeeld dat de
Evangeliën — de Evangeliën naar Mattheüs,

79
00:04:46,350 --> 00:04:51,510
Markus, Lukas en Johannes — zo
geïnspireerd werden dat de schrijvers

80
00:04:51,510 --> 00:04:54,270
onmogelijk een fout van
dit soort konden maken?

81
00:04:54,270 --> 00:04:56,550
Ik ken niets in de Bijbel wat zegt

82
00:04:56,550 --> 00:05:00,030
dat de evangelieschrijvers op
die manier geïnspireerd werden.

83
00:05:00,030 --> 00:05:03,870
Ik geloof beslist dat de
Evangeliën geïnspireerd werden,

84
00:05:03,870 --> 00:05:08,730
maar nergens in de Bijbel wordt ons
uitgelegd wat dit precies betekent.

85
00:05:08,730 --> 00:05:12,090
Het betekent zeker dat we
daarin het Woord van God hebben,

86
00:05:12,090 --> 00:05:17,550
dat God de schrijvers op de een of
andere manier heeft geïnspireerd om ons

87
00:05:17,550 --> 00:05:22,110
Zijn boodschap en Zijn Woord
op betrouwbare wijze te geven.

88
00:05:22,110 --> 00:05:26,850
Maar waar staat in de Bijbel dat de
inspiratie van de Evangeliën van dien aard

89
00:05:26,850 --> 00:05:29,490
is dat er nooit sprake zou kunnen zijn van

90
00:05:29,490 --> 00:05:34,170
enige vergissing over de identiteit
van het vers dat wordt geciteerd?

91
00:05:34,170 --> 00:05:39,090
Eerlijk gezegd is er geen enkele plaats
in de Bijbel die zegt dat dit niet

92
00:05:39,090 --> 00:05:40,650
waar zou kunnen zijn.

93
00:05:40,650 --> 00:05:45,090
Is het Evangelie van Mattheüs
geïnspireerd? Zeer zeker.

94
00:05:45,090 --> 00:05:48,270
Mattheüs is een van de
twaalf, en Jezus zei:

95
00:05:48,270 --> 00:05:53,430
Maar de Trooster, de Heilige Geest,
Die de Vader zenden zal in Mijn Naam,

96
00:05:53,430 --> 00:05:57,570
Die zal u in alles onderwijzen en u
in herinnering brengen alles wat Ik

97
00:05:57,570 --> 00:05:58,770
u gezegd heb.

98
00:05:58,770 --> 00:06:01,710
Het voornaamste materiaal
in het boek Mattheüs

99
00:06:01,710 --> 00:06:05,430
bestaat uit de toespraken
en uitspraken van Christus.

100
00:06:05,430 --> 00:06:09,150
Jezus beloofde de apostelen dat
de Heilige Geest hun die dingen te

101
00:06:09,150 --> 00:06:10,470
binnen zou brengen.

102
00:06:10,470 --> 00:06:13,230
Omdat Mattheüs dus een
van de apostelen was,

103
00:06:13,230 --> 00:06:17,790
aanvaarden we dat de Heilige Geest hem die
dingen inderdaad te binnen heeft gebracht.

104
00:06:17,790 --> 00:06:22,050
Wanneer hij opschreef wat Jezus zei,
hebben we dus reden om te geloven dat de

105
00:06:22,050 --> 00:06:26,610
Heilige Geest hem inspireerde om
zich te herinneren wat Jezus zei

106
00:06:26,610 --> 00:06:28,950
en dat nauwkeurig weer te geven.

107
00:06:28,950 --> 00:06:31,050
Verder lezen we over Jezus:

108
00:06:31,050 --> 00:06:34,830
Toen opende Hij hun verstand
zodat zij de Schriften begrepen.

109
00:06:34,830 --> 00:06:38,250
waarmee de Schriften van het
Oude Testament worden bedoeld.

110
00:06:38,250 --> 00:06:42,150
Wanneer Mattheüs bijvoorbeeld een
vers uit het Oude Testament citeert

111
00:06:42,150 --> 00:06:46,590
en zegt dat dit een vervulling daarvan is,
hebben we dus reden om te geloven dat dit

112
00:06:46,590 --> 00:06:50,250
voortkomt uit een geïnspireerd
begrip van die verzen.

113
00:06:50,250 --> 00:06:55,290
Want Jezus opende zijn verstand,
samen met dat van de andere apostelen,

114
00:06:55,290 --> 00:06:57,810
zodat zij de Schriften konden begrijpen.

115
00:06:57,810 --> 00:07:01,350
Er staat veel in waarvoor hij
niet geïnspireerd hoefde te zijn,

116
00:07:01,350 --> 00:07:05,790
omdat hij eenvoudigweg gebeurtenissen
vastlegde die hij had gezien.

117
00:07:05,790 --> 00:07:10,470
Mattheüs was als een van de apostelen
een groot deel van de tijd bij Jezus.

118
00:07:10,470 --> 00:07:14,550
Veel van wat hij schreef, had hij
dus met zijn eigen ogen gezien.

119
00:07:14,550 --> 00:07:18,030
Het was niet per se noodzakelijk dat
hij geïnspireerd werd om die dingen

120
00:07:18,030 --> 00:07:19,290
op te schrijven.

121
00:07:19,290 --> 00:07:23,190
Maar of hij bij het opschrijven van
die dingen geïnspireerd was of niet,

122
00:07:23,190 --> 00:07:26,130
komt eigenlijk neer op
een kwestie van mening.

123
00:07:26,130 --> 00:07:29,910
Mattheüs vertelt ons namelijk
niet wanneer, en ook niet óf,

124
00:07:29,910 --> 00:07:32,070
hij onder inspiratie schreef.

125
00:07:32,070 --> 00:07:36,090
We kunnen terecht afleiden dat hij
handelde vanuit een geïnspireerd begrip

126
00:07:36,090 --> 00:07:40,530
toen hij opschreef wat Jezus zei en toen
hij de Schriften van het Oude Testament

127
00:07:40,530 --> 00:07:44,070
uitlegde in het licht van
Jezus’ leven, enzovoort.

128
00:07:44,070 --> 00:07:46,590
Hij was immers een van de apostelen.

129
00:07:46,590 --> 00:07:50,610
Maar dat betekent niet noodzakelijk dat
hij een volmaakt mens was die nooit een

130
00:07:50,610 --> 00:07:52,590
persoonlijke fout kon maken.

131
00:07:52,590 --> 00:07:57,330
Het betekent niet dat Mattheüs, als hij
persoonlijke brieven aan mensen schreef,

132
00:07:57,330 --> 00:08:00,990
nooit een woord verkeerd zou spellen
of een citaat aan de verkeerde

133
00:08:00,990 --> 00:08:02,370
persoon zou toeschrijven.

134
00:08:02,370 --> 00:08:06,930
Als Mattheüs hier dus inderdaad een
fout maakte en Zacharia citeerde

135
00:08:06,930 --> 00:08:09,870
terwijl hij dacht dat
hij Jeremia citeerde,

136
00:08:09,870 --> 00:08:14,310
dan zou dat zeker een uitdaging vormen
voor het begrip dat sommige mensen hebben

137
00:08:14,310 --> 00:08:19,110
van wat het betekent dat Mattheüs
een geïnspireerd Evangelie is.

138
00:08:19,110 --> 00:08:25,650
Die uitdaging zou waardevol kunnen zijn,
of Mattheüs nu wel of geen fout maakte.

139
00:08:25,650 --> 00:08:28,890
Want ik denk dat we vaak
heel veel veronderstellen

140
00:08:28,890 --> 00:08:33,210
over wat het betekent om te zeggen
dat de Bijbel geïnspireerd is.

141
00:08:33,210 --> 00:08:38,370
Onze veronderstellingen gaan veel verder
dan wat de Schrift over zichzelf zegt.

142
00:08:38,370 --> 00:08:41,970
Ik ben van mening dat
Mattheüs geen fout maakte,

143
00:08:41,970 --> 00:08:47,010
en daarom hoeft deze hele overweging
onze aandacht niet in beslag te nemen.

144
00:08:47,010 --> 00:08:50,610
Maar ik denk wel dat, als
Mattheüs een fout maakte,

145
00:08:50,610 --> 00:08:55,350
dit zeker vraagtekens zou zetten bij
de manier waarop de meesten van ons de

146
00:08:55,350 --> 00:08:57,870
inspiratie van de Schrift begrijpen.

147
00:08:57,870 --> 00:09:03,810
Het zou het getuigenis van Mattheüs in het
algemeen niet noodzakelijk ongeldig maken.

148
00:09:03,810 --> 00:09:08,610
Stel dat ik voor de rechtbank getuig
over een gebeurtenis die ik heb gezien.

149
00:09:08,610 --> 00:09:12,750
Ook als mijn relaas waar is, kan
ik me in een detail vergissen.

150
00:09:12,750 --> 00:09:16,950
Ik kan bijvoorbeeld zeggen dat de
politieagent die er zelf bij was iets

151
00:09:16,950 --> 00:09:22,050
heeft gezegd, terwijl later blijkt dat
niet de politieagent maar iemand anders

152
00:09:22,050 --> 00:09:23,310
het heeft gezegd.

153
00:09:23,310 --> 00:09:27,510
Dat maakt niet alles waarvan ik
getuige ben geweest ongeldig.

154
00:09:27,510 --> 00:09:30,330
Ik kan me vergissen in
wie wat heeft gezegd,

155
00:09:30,330 --> 00:09:33,870
maar wat mijn getuigenis van
de gebeurtenissen zelf betreft,

156
00:09:33,870 --> 00:09:38,790
maakt een kleine fout de waarheid van
mijn algemene getuigenis niet ongeldig.

157
00:09:38,790 --> 00:09:42,930
Als Mattheüs in dit geval een fout
maakte, zoals veel mensen denken,

158
00:09:42,930 --> 00:09:46,290
zou dat niet betekenen dat zijn
hele verslag over het leven van

159
00:09:46,290 --> 00:09:48,750
Jezus onbetrouwbaar is.

160
00:09:48,750 --> 00:09:52,830
Een ongelovige die meent dat
Mattheüs hier een fout maakte,

161
00:09:52,830 --> 00:09:56,850
zou daar dus enige troost uit
kunnen putten en zeggen: ‘Aha,

162
00:09:56,850 --> 00:09:59,550
daarom kan ik het hele
Evangelie verwerpen.’

163
00:09:59,550 --> 00:10:01,350
Dat zou niet verstandig zijn.

164
00:10:01,350 --> 00:10:06,150
Als iemand een fout maakt, betekent dat
niet dat alles wat hij over elk ander

165
00:10:06,150 --> 00:10:08,670
onderwerp zegt verkeerd is.

166
00:10:08,670 --> 00:10:11,190
Zij die denken dat
Mattheüs een fout maakte,

167
00:10:11,190 --> 00:10:15,630
hebben daarmee dus niet de mogelijkheid
gekregen om de hele boodschap van Jezus te

168
00:10:15,630 --> 00:10:18,630
verwerpen, al denken ze misschien van wel.

169
00:10:18,630 --> 00:10:23,490
Ik heb al verscheidene keren gezegd dat
ik niet denk dat Mattheüs een fout maakte,

170
00:10:23,490 --> 00:10:25,290
maar hoe kunnen we dat zeggen?

171
00:10:25,290 --> 00:10:28,710
Er zijn bepaalde mogelijkheden
die we moeten overwegen.

172
00:10:28,710 --> 00:10:33,450
Een daarvan is de volgende, en geleerden
hebben dit als mogelijkheid geopperd.

173
00:10:33,450 --> 00:10:36,690
De boekrollen van het Oude
Testament die Mattheüs kende —

174
00:10:36,690 --> 00:10:40,030
naar alle waarschijnlijkheid
had hij geen eigen exemplaren —

175
00:10:40,030 --> 00:10:42,990
waren erg groot en erg duur.

176
00:10:42,990 --> 00:10:45,330
Ze moesten met de hand worden geschreven.

177
00:10:45,330 --> 00:10:47,430
Er waren geen drukpersen.

178
00:10:47,430 --> 00:10:50,670
Boeken werden in die tijd niet
op grote schaal geproduceerd

179
00:10:50,670 --> 00:10:53,010
en waren daarom erg duur.

180
00:10:53,010 --> 00:10:57,510
Grote boeken werden in elk geval
doorgaans op grote boekrollen geschreven.

181
00:10:57,510 --> 00:11:00,030
Meestal kon je die niet met je meenemen.

182
00:11:00,030 --> 00:11:03,210
Deze boekrollen bevonden zich
waarschijnlijk in de synagoge,

183
00:11:03,210 --> 00:11:05,190
en Mattheüs zal zijn kennis van deze

184
00:11:05,190 --> 00:11:07,770
passages uit het Oude
Testament hebben opgedaan

185
00:11:07,770 --> 00:11:10,350
door die boekrollen in
de synagoge te lezen.

186
00:11:10,350 --> 00:11:15,330
Het hele Oude Testament zou niet op
één enkele boekrol hebben gestaan.

187
00:11:15,330 --> 00:11:21,090
Daarvoor was er te veel materiaal; het zou
een onhanteerbare boekrol zijn geworden.

188
00:11:21,090 --> 00:11:25,230
Ze zullen het Oude Testament op
verscheidene boekrollen hebben gehad.

189
00:11:25,230 --> 00:11:29,670
Er is geopperd dat een van deze
boekrollen misschien Jeremia en de

190
00:11:29,670 --> 00:11:31,590
kleine profeten bevatte.

191
00:11:31,590 --> 00:11:35,370
Tot de kleine profeten
zou Zacharia behoren.

192
00:11:35,370 --> 00:11:39,210
Deze boekrol zou de Jeremia-rol
genoemd kunnen zijn.

193
00:11:39,210 --> 00:11:42,750
Als dat zo is, dan stonden
de kleine profeten zoals

194
00:11:42,750 --> 00:11:46,290
Mattheüs die kende
misschien op de Jeremia-rol.

195
00:11:46,290 --> 00:11:49,530
Ze stonden dan als het
ware in het boek Jeremia.

196
00:11:49,530 --> 00:11:53,250
Dat zou niet betekenen dat Jeremia
die woorden had geschreven.

197
00:11:53,250 --> 00:11:56,430
Hij schreef alleen het boek Jeremia.

198
00:11:56,430 --> 00:12:01,170
Die boekrol kan bij de Joden bekend
hebben gestaan als de Jeremia-rol,

199
00:12:01,170 --> 00:12:05,250
omdat Jeremia het eerste en
voornaamste boek erop was.

200
00:12:05,250 --> 00:12:10,230
Mattheüs kan daarom iets van die rol,
namelijk een passage uit Zacharia,

201
00:12:10,230 --> 00:12:12,750
aan Jeremia hebben toegeschreven.

202
00:12:12,750 --> 00:12:17,730
Sommigen hebben betoogd dat dit verklaart
hoe Mattheüs Zacharia kon citeren

203
00:12:17,730 --> 00:12:20,850
en toch kon denken dat
hij Jeremia citeerde,

204
00:12:20,850 --> 00:12:24,510
of het eenvoudigweg aan
Jeremia kon toeschrijven.

205
00:12:24,510 --> 00:12:26,910
Daar zie ik één probleem mee.

206
00:12:26,910 --> 00:12:31,350
Mattheüs zegt niet: ‘Zoals in het
boek van Jeremia staat geschreven’,

207
00:12:31,350 --> 00:12:35,490
om vervolgens iets te
citeren. Als hij had gezegd:

208
00:12:35,490 --> 00:12:38,430
Zoals in het boek van
Jeremia staat geschreven,

209
00:12:38,430 --> 00:12:44,430
dan zouden we kunnen redeneren: ‘Aha,
het boek Jeremia betekent de Jeremia-rol,

210
00:12:44,430 --> 00:12:48,330
die niet alleen het boek Jeremia
bevat, maar ook andere boeken.’

211
00:12:48,330 --> 00:12:51,990
Hij zou het dan hebben over de
plaats waar hij het geschreven vond.

212
00:12:51,990 --> 00:12:54,570
Maar de feitelijke
bewoording van Mattheüs is:

213
00:12:54,570 --> 00:12:58,770
Toen is vervuld wat gesproken
is door de profeet Jeremia:

214
00:12:58,770 --> 00:13:03,270
En zij hebben de dertig zilverstukken
genomen, de waarde van de Geschatte,

215
00:13:03,270 --> 00:13:07,470
Die zij geschat hadden uit de
Israëlieten, en zij hebben die gegeven

216
00:13:07,470 --> 00:13:11,610
voor de akker van de pottenbakker,
zoals de Heere mij bevolen heeft.

217
00:13:11,610 --> 00:13:15,330
Er wordt gezegd dat Jeremia de
man is die de woorden sprak.

218
00:13:15,330 --> 00:13:17,730
We zoeken dus naar een andere verklaring.

219
00:13:17,730 --> 00:13:21,210
De Jeremia-rol werkt
misschien voor sommige mensen,

220
00:13:21,210 --> 00:13:25,110
maar naar mijn mening is het niet de
verklaring die de voorkeur verdient.

221
00:13:25,110 --> 00:13:28,770
Sommige mensen denken dat Mattheüs
profetieën van twee verschillende

222
00:13:28,770 --> 00:13:31,110
profeten heeft samengevoegd.

223
00:13:31,110 --> 00:13:35,610
We weten dat Markus dit heeft
gedaan, en Mattheüs elders ook.

224
00:13:35,610 --> 00:13:38,910
Over een gebeurtenis die wordt
beschreven, wordt op meer dan

225
00:13:38,910 --> 00:13:41,730
één plaats in het Oude
Testament gesproken.

226
00:13:41,730 --> 00:13:46,830
De schrijver in het Nieuwe Testament voegt
de beide verslagen uit het Oude Testament

227
00:13:46,830 --> 00:13:50,910
eenvoudig samen alsof
ze één geheel vormen.

228
00:13:50,910 --> 00:13:55,050
In Mattheüs 21:4 staat bijvoorbeeld:

229
00:13:55,050 --> 00:14:00,030
Dit alles is gebeurd opdat vervuld zou
worden wat gesproken is door de profeet,

230
00:14:00,030 --> 00:14:01,350
toen hij zei:

231
00:14:01,350 --> 00:14:05,670
De bewoording van dit
citaat hier in Mattheüs 21:5

232
00:14:05,670 --> 00:14:09,810
is in feite een combinatie van
twee verschillende profetieën.

233
00:14:09,810 --> 00:14:13,350
Een ervan komt uit Jesaja
en een uit Zacharia,

234
00:14:13,350 --> 00:14:16,530
en de twee zijn tot één
citaat samengevoegd.

235
00:14:16,530 --> 00:14:20,790
Een deel van wat Jesaja zei en
een deel van wat Zacharia zei,

236
00:14:20,790 --> 00:14:24,930
zijn bij elkaar gezet en tot
één samengesteld citaat gemaakt.

237
00:14:24,930 --> 00:14:29,310
Jesaja is een grote profeet en
Zacharia was een kleine profeet,

238
00:14:29,310 --> 00:14:32,550
maar we hebben hier een
combinatie waarin hun woorden tot

239
00:14:32,550 --> 00:14:34,650
één geheel zijn versmolten.

240
00:14:34,650 --> 00:14:39,450
Mattheüs vertelt ons niet welke profeet
hij naar zijn eigen opvatting citeert.

241
00:14:39,450 --> 00:14:43,050
Hij zegt alleen dat het de
profeet was die dit zei.

242
00:14:43,050 --> 00:14:48,930
We zien dat hij profetieën van Jesaja
en Zacharia tot één geheel samenvoegt.

243
00:14:48,930 --> 00:14:54,270
We zien Markus iets soortgelijks doen
in Markus 1, in de openingsverzen.

244
00:14:54,270 --> 00:14:55,470
Daar staat:

245
00:14:55,470 --> 00:15:00,150
Het begin van het Evangelie van
Jezus Christus, de Zoon van God.

246
00:15:00,150 --> 00:15:04,230
Het is zoals er geschreven
staat in de profeten: Zie,

247
00:15:04,230 --> 00:15:10,950
Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die
voor U uit Uw weg gereed zal maken, en:

248
00:15:10,950 --> 00:15:15,990
De stem van iemand die roept in de
woestijn: Maak de weg van de Heere gereed,

249
00:15:15,990 --> 00:15:17,790
maak Zijn paden recht.

250
00:15:17,790 --> 00:15:21,690
Dit wordt in Markus voorgesteld
alsof het één citaat is.

251
00:15:21,690 --> 00:15:23,790
Het zijn echter twee citaten.

252
00:15:23,790 --> 00:15:29,130
Het ene komt uit Maleachi 3:1
en het andere uit Jesaja 40.

253
00:15:29,130 --> 00:15:34,590
We hebben hier een citaat uit een kleine
profeet en een grote profeet samengevoegd:

254
00:15:34,590 --> 00:15:37,590
een uit Maleachi en een uit Jesaja.

255
00:15:37,590 --> 00:15:41,730
Ze zijn gecombineerd alsof
het één langer citaat is.

256
00:15:41,730 --> 00:15:47,310
Interessant is hoe het in de King James
en de New King James staat. Daar staat:

257
00:15:47,310 --> 00:15:51,810
Het begin van het Evangelie van
Jezus Christus, de Zoon van God.

258
00:15:51,810 --> 00:15:55,650
Het is zoals er geschreven
staat in de profeten: Zie,

259
00:15:55,650 --> 00:16:02,011
Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die
voor U uit Uw weg gereed zal maken, en :

260
00:16:02,011 --> 00:16:07,590
De stem van iemand die roept in de
woestijn: Maak de weg van de Heere gereed,

261
00:16:07,590 --> 00:16:09,150
maak Zijn paden recht.

262
00:16:09,150 --> 00:16:13,230
Maar in de Alexandrijnse tekst, die
door de meeste moderne vertalingen wordt

263
00:16:13,230 --> 00:16:15,570
gevolgd, staat er letterlijk:

264
00:16:15,570 --> 00:16:18,750
Zoals bij de profeet
Jesaja staat geschreven.

265
00:16:18,750 --> 00:16:23,610
De hierboven weergegeven HSV
volgt hier de andere lezing:

266
00:16:23,610 --> 00:16:26,430
‘zoals er geschreven
staat in de profeten’.

267
00:16:26,430 --> 00:16:28,590
Dat is interessant als je erover nadenkt,

268
00:16:28,590 --> 00:16:33,810
want het gegeven citaat komt deels
uit Jesaja en deels uit Maleachi.

269
00:16:33,810 --> 00:16:37,230
Toch wordt Markus in de oudste
handschriften van het Nieuwe Testament

270
00:16:37,230 --> 00:16:42,810
voorgesteld als iemand die zegt: ‘Zoals
bij de profeet Jesaja staat geschreven.’

271
00:16:42,810 --> 00:16:48,030
Vervolgens citeert hij deze twee
profeten, maar noemt hij alleen Jesaja.

272
00:16:48,030 --> 00:16:52,410
Dit brengt de mogelijkheid naar voren dat
de schrijvers van het Nieuwe Testament

273
00:16:52,410 --> 00:16:55,950
het als een geldige handelwijze
beschouwden om verschillende

274
00:16:55,950 --> 00:17:01,470
profetieën uit het Oude Testament samen
te voegen alsof ze één geheel vormden.

275
00:17:01,470 --> 00:17:06,330
Als een ervan van een grote profeet
kwam en een van een kleine profeet,

276
00:17:06,330 --> 00:17:10,350
zou het gebruikelijk zijn om
alleen de grote profeet te noemen.

277
00:17:10,350 --> 00:17:14,010
Als je een combinatie van
Jesaja en Maleachi citeert,

278
00:17:14,010 --> 00:17:16,950
kun je zeggen dat Jesaja dit heeft gezegd,

279
00:17:16,950 --> 00:17:21,750
omdat hij een deel ervan heeft gezegd
en een ander deel uit Maleachi komt.

280
00:17:21,750 --> 00:17:25,530
Dat kan eenvoudig een literair
middel zijn dat de schrijvers van het

281
00:17:25,530 --> 00:17:27,510
Nieuwe Testament gebruikten.

282
00:17:27,510 --> 00:17:29,790
Als dat zo is, dan is het mogelijk dat

283
00:17:29,790 --> 00:17:33,270
Mattheüs hetzelfde doet in
de passage die we bespreken.

284
00:17:33,270 --> 00:17:37,950
Hij zegt dat hij Jeremia citeert, maar een
groot deel van het citaat dat hij geeft,

285
00:17:37,950 --> 00:17:39,990
komt uit Zacharia 11.

286
00:17:39,990 --> 00:17:42,750
Hij citeert Zacharia niet uitvoerig.

287
00:17:42,750 --> 00:17:44,790
Het citaat is zelfs niet exact.

288
00:17:44,790 --> 00:17:49,830
Het lijkt meer op een parafrase en spreekt
over het nemen van dertig zilverstukken

289
00:17:49,830 --> 00:17:53,250
en het werpen daarvan naar de
pottenbakker voor zijn akker.

290
00:17:53,250 --> 00:17:55,350
Dat is natuurlijk letterlijk gebeurd.

291
00:17:55,350 --> 00:18:00,330
Maar in Zacharia 11 wordt de passage
die het meest op dit citaat lijkt,

292
00:18:00,330 --> 00:18:03,150
niet met precies dezelfde
woorden geciteerd.

293
00:18:03,150 --> 00:18:09,630
De fundamentele, wezenlijke bijzonderheden
zijn hetzelfde en ze staan in de profetie,

294
00:18:09,630 --> 00:18:12,450
maar dit is hier geen rechtstreeks citaat.

295
00:18:12,450 --> 00:18:15,930
Daarom hebben velen gedacht
dat Mattheüs mogelijk aan

296
00:18:15,930 --> 00:18:21,270
twee profetieën tegelijk dacht, één
uit Jeremia en één uit Zacharia,

297
00:18:21,270 --> 00:18:23,550
en dat hij alleen Jeremia noemt.

298
00:18:23,550 --> 00:18:28,710
Dit is een mogelijkheid, net zoals
Markus uit Maleachi en Jesaja citeert

299
00:18:28,710 --> 00:18:30,570
en alleen Jesaja noemt.

300
00:18:30,570 --> 00:18:35,190
De grote profeet wordt genoemd, de kleine
profeet wordt niet bij name genoemd,

301
00:18:35,190 --> 00:18:39,450
maar beide worden geraadpleegd
en uit beide wordt geciteerd.

302
00:18:39,450 --> 00:18:44,250
Nergens in het boek Jeremia is er een
exacte overeenkomst met dit citaat.

303
00:18:44,250 --> 00:18:49,230
Maar er was een passage in Jeremia waarin
Jeremia te horen kreeg dat hij een akker

304
00:18:49,230 --> 00:18:53,430
moest kopen met het oog op de
komende verwoesting van Jeruzalem.

305
00:18:53,430 --> 00:18:57,990
Hij moest een akker van zijn oom
kopen, en dus kocht hij een akker.

306
00:18:57,990 --> 00:19:02,670
Het is mogelijk dat Mattheüs die handeling
zag als iets wat overeenkwam met het

307
00:19:02,670 --> 00:19:06,150
kopen van deze akker, kort
voordat Jeruzalem in het jaar

308
00:19:06,150 --> 00:19:08,370
70 na Christus werd verwoest.

309
00:19:08,370 --> 00:19:13,950
En mogelijk werd de handeling van Jeremia,
samen met de profetie die tot hem kwam dat

310
00:19:13,950 --> 00:19:18,150
hij een akker moest kopen,
gecombineerd met wat in Zacharia staat

311
00:19:18,150 --> 00:19:21,390
over het kopen van een akker
voor dertig zilverstukken.

312
00:19:21,390 --> 00:19:25,050
In de gedachten van Mattheüs
vertoonden deze twee dingen

313
00:19:25,050 --> 00:19:28,410
beide een overeenkomst
met wat Judas had gedaan.

314
00:19:28,410 --> 00:19:33,510
Omdat één van deze profetieën in
Jeremia staat en één in Zacharia,

315
00:19:33,510 --> 00:19:38,430
en Jeremia de grote profeet is terwijl
Zacharia een kleine profeet is,

316
00:19:38,430 --> 00:19:42,390
noemt Mattheüs alleen
Jeremia en niet Zacharia.

317
00:19:42,390 --> 00:19:45,510
Of dit werkelijk is wat
Mattheüs heeft gedaan,

318
00:19:45,510 --> 00:19:49,170
kunnen we niet met zekerheid zeggen,
maar het is heel goed mogelijk.

319
00:19:49,170 --> 00:19:53,130
Het is mogelijk dat hij in zijn
gedachten twee profetieën combineert,

320
00:19:53,130 --> 00:19:58,710
één uit Jeremia en één uit Zacharia, en
dat hij alleen de ene noemt, Jeremia,

321
00:19:58,710 --> 00:20:00,330
en niet de andere.

322
00:20:00,330 --> 00:20:02,250
Er is nog een kleine overweging.

323
00:20:02,250 --> 00:20:05,730
Het is eigenlijk een afzonderlijk
probleem dat we moeten bekijken.

324
00:20:05,730 --> 00:20:09,210
Waar in Zacharia over dertig
zilverstukken wordt gesproken,

325
00:20:09,210 --> 00:20:12,750
is dat niet precies een voorspelling
dat de Messias voor dat bedrag

326
00:20:12,750 --> 00:20:16,410
verraden zou worden, hoewel
Mattheüs het zo gebruikt en

327
00:20:16,410 --> 00:20:18,810
christenen het vaak zo gebruiken.

328
00:20:18,810 --> 00:20:22,950
In feite staat er in Zacharia niet dat
de Messias voor dertig zilverstukken

329
00:20:22,950 --> 00:20:24,450
verraden zou worden.

330
00:20:24,450 --> 00:20:29,430
Wat er in Zacharia 11 staat, is dat
de profeet zelf een rol speelde.

331
00:20:29,430 --> 00:20:33,690
Mogelijk gebeurde dit letterlijk, of
het kan in een visioen zijn gebeurd,

332
00:20:33,690 --> 00:20:36,810
maar hij speelde de rol
van de herder van Israël.

333
00:20:36,810 --> 00:20:39,510
Hij was de herder en als zodanig

334
00:20:39,510 --> 00:20:42,390
vertegenwoordigde hij
werkelijk de Messias.

335
00:20:42,390 --> 00:20:46,170
Omdat hij door Israël gehaat
werd, nam hij ontslag,

336
00:20:46,170 --> 00:20:50,430
brak hij zijn herdersstaven en
gaf hij de taak aan anderen over.

337
00:20:50,430 --> 00:20:52,770
Toen hij ontslag nam, zei hij:

338
00:20:52,770 --> 00:20:54,990
‘Geef me dan een ontslagvergoeding.

339
00:20:54,990 --> 00:20:57,210
Wat vinden jullie mijn diensten waard?’

340
00:20:57,210 --> 00:20:58,350
Hij zegt:

341
00:20:58,350 --> 00:21:04,170
Want Ik had tegen hen gezegd: Als het
goed is in uw ogen, geef Mij Mijn loon;

342
00:21:04,170 --> 00:21:05,970
zo niet, laat het na.

343
00:21:05,970 --> 00:21:10,230
Toen hebben zij Mijn loon
afgewogen: dertig zilverstukken.

344
00:21:10,230 --> 00:21:15,150
In Zacharia 11 zijn de dertig
zilverstukken niet de prijs voor verraad.

345
00:21:15,150 --> 00:21:19,650
Het lijkt meer op een ontslagvergoeding
die aan de profeet wordt gegeven door

346
00:21:19,650 --> 00:21:24,270
mensen die zijn bediening niet waarderen,
en het wordt feitelijk beschouwd als een

347
00:21:24,270 --> 00:21:26,730
beledigend laag geldbedrag.

348
00:21:26,730 --> 00:21:30,570
‘Ontslagvergoeding’ is hier
een verklarende parafrase;

349
00:21:30,570 --> 00:21:36,390
de HSV spreekt neutraler over
‘Mijn loon’. Het is een belediging.

350
00:21:36,390 --> 00:21:41,670
In die hele uitgebeelde gelijkenis
vertegenwoordigt de profeet de Messias.

351
00:21:41,670 --> 00:21:45,990
En het feit dat ze hem voor zijn
inspanningen dertig zilverstukken gaven,

352
00:21:45,990 --> 00:21:50,970
wijst erop dat ze zijn bediening, en
hemzelf, op dat bedrag waardeerden.

353
00:21:50,970 --> 00:21:53,610
Hij was hun niet meer waard dan dat.

354
00:21:53,610 --> 00:21:59,010
Met andere woorden, ze bepaalden de waarde
van de Messias op dertig zilverstukken.

355
00:21:59,010 --> 00:22:02,910
Zo verliep het in Zacharia
11. Toen Judas zei:

356
00:22:02,910 --> 00:22:07,290
en zei: Wat wilt u mij geven,
als ik Hem aan u overlever?

357
00:22:07,290 --> 00:22:10,050
En zij kenden hem dertig
zilverstukken toe.

358
00:22:10,050 --> 00:22:12,390
Ze gaven hem dertig zilverstukken.

359
00:22:12,390 --> 00:22:14,670
In dit opzicht is er een overeenkomst:

360
00:22:14,670 --> 00:22:19,650
de overpriesters wilden Jezus in handen
krijgen, maar ze moesten voor Hem betalen.

361
00:22:19,650 --> 00:22:24,390
De prijs die ze bereid waren voor Hem
te betalen, was dertig zilverstukken.

362
00:22:24,390 --> 00:22:28,170
Dat wijst erop dat dit de waarde
was die ze aan Hem toekenden.

363
00:22:28,170 --> 00:22:32,070
Dat was wat Hij hun waard was, net
zoals Zacharia dat bedrag van het

364
00:22:32,070 --> 00:22:33,750
volk Israël kreeg.

365
00:22:33,750 --> 00:22:38,970
Daaruit bleek dat dit de waarde was die
ze aan hem toekenden, niet meer dan dat.

366
00:22:38,970 --> 00:22:44,310
In beide gevallen — zowel toen Judas
Jezus verraadde als toen Zacharia zijn

367
00:22:44,310 --> 00:22:48,690
profetische rol vervulde —
waardeerde het volk Israël de Messias

368
00:22:48,690 --> 00:22:50,550
op dertig zilverstukken.

369
00:22:50,550 --> 00:22:51,870
Dat is de overeenkomst.

370
00:22:51,870 --> 00:22:55,650
Het is niet precies een voorspelling
over het verraad van de Messias,

371
00:22:55,650 --> 00:23:00,390
of als dat wel zo is, dan is
die in elk geval sterk verhuld.

372
00:23:00,390 --> 00:23:05,070
Wat Mattheüs naar voren brengt, is niet
zozeer dat Jezus voor hetzelfde bedrag

373
00:23:05,070 --> 00:23:09,090
werd verraden, maar dat dit bedrag aan
een pottenbakker werd gegeven om een

374
00:23:09,090 --> 00:23:10,530
akker te kopen.

375
00:23:10,530 --> 00:23:15,870
Zacharia voorspelt dat wel, en dat is ook
gebeurd, zoals Mattheüs hier vermeldt.

376
00:23:15,870 --> 00:23:18,630
We zullen op deze passages
terugkomen en verder lezen.
