1
00:00:02,070 --> 00:00:04,590
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,590 --> 00:00:10,710
Deze keer behandelen we Mattheüs
5, vers 34 tot en met vers 37.

3
00:00:10,710 --> 00:00:15,210
We nemen ook vers 33 mee als context.

4
00:00:15,210 --> 00:00:17,850
We gaan verder met onze
studie van de Bergrede,

5
00:00:17,850 --> 00:00:22,230
die te vinden is in Mattheüs 5 en
de twee daaropvolgende hoofdstukken.

6
00:00:22,230 --> 00:00:27,510
Het gedeelte dat we bekijken,
is Mattheüs 5:33 tot en met 37.

7
00:00:27,510 --> 00:00:31,770
Dit is een van de zes voorbeelden die
Jezus geeft om duidelijk te maken hoe Hij

8
00:00:31,770 --> 00:00:34,470
de wet van het Oude Testament benadert.

9
00:00:34,470 --> 00:00:37,350
Bedenk dat Jezus een Joodse leraar was.

10
00:00:37,350 --> 00:00:39,210
Hij was natuurlijk meer dan dat.

11
00:00:39,210 --> 00:00:41,910
Wij beschouwen Hem niet
alleen als een Joodse leraar,

12
00:00:41,910 --> 00:00:44,610
hoewel velen in Zijn tijd dat wel deden.

13
00:00:44,610 --> 00:00:48,810
Maar iedereen erkende dat Hij
een Joodse leraar was, een rabbi,

14
00:00:48,810 --> 00:00:53,130
en Zijn discipelen waren Joodse mannen
die onder de wet van Mozes leefden.

15
00:00:53,130 --> 00:00:58,170
Jezus bracht enkele denkbeelden naar voren
die hun radicaal en nieuw voorkwamen,

16
00:00:58,170 --> 00:01:02,610
hoewel er in werkelijkheid helemaal niets
werkelijk radicaals of nieuws was aan

17
00:01:02,610 --> 00:01:04,110
wat Jezus zei.

18
00:01:04,110 --> 00:01:07,950
Misschien wel radicaal, als we dat
woord in zijn oorspronkelijke betekenis

19
00:01:07,950 --> 00:01:11,070
opvatten: teruggaan naar de wortels.

20
00:01:11,070 --> 00:01:16,350
Jezus onderwees wat de gerechtigheid van
de wet inhoudt en wat de wet vereist.

21
00:01:16,350 --> 00:01:20,430
Alles wat Jezus hierover onderwees,
is werkelijk te vinden in de wet van

22
00:01:20,430 --> 00:01:22,050
het Oude Testament.

23
00:01:22,050 --> 00:01:25,530
Wanneer Hij over de wet
sprak, bracht Hij de oude,

24
00:01:25,530 --> 00:01:29,190
zuivere en oorspronkelijke
betekenis ervan naar voren.

25
00:01:29,190 --> 00:01:31,890
In de tijd van Jezus was de wet van Mozes,

26
00:01:31,890 --> 00:01:35,550
zoals die veertienhonderd jaar
eerder door Mozes gegeven was,

27
00:01:35,550 --> 00:01:39,570
sterk verduisterd door het
traditionele onderwijs van de rabbi’s.

28
00:01:39,570 --> 00:01:44,490
Daarom week de manier waarop de Joden de
wet in praktijk brachten in veel gevallen

29
00:01:44,490 --> 00:01:47,370
sterk af van wat oorspronkelijk
met de wet bedoeld was.

30
00:01:47,370 --> 00:01:52,530
Daarom moest Jezus de wet uitleggen,
want de wet van het Oude Testament was

31
00:01:52,530 --> 00:01:56,010
Gods openbaring van
Zijn wil voor Zijn volk.

32
00:01:56,010 --> 00:02:00,990
Gods wil verandert in wezen niet, zeker
niet als het gaat om wat Hij als goed en

33
00:02:00,990 --> 00:02:06,750
kwaad beschouwt, en om wat Hij als
rechtvaardig of onrechtvaardig beschouwt.

34
00:02:06,750 --> 00:02:10,350
Jezus spreekt erover hoe de
wet moet worden begrepen als

35
00:02:10,350 --> 00:02:13,950
bewijs van Gods opvattingen
over gerechtigheid.

36
00:02:13,950 --> 00:02:18,930
Jezus legt Gods gerechtigheid uit aan de
hand van de wet van het Oude Testament,

37
00:02:18,930 --> 00:02:23,250
want de morele kwesties in de wet
zijn nooit werkelijk veranderd.

38
00:02:23,250 --> 00:02:25,530
Moraliteit kan niet veranderen.

39
00:02:25,530 --> 00:02:29,790
Daarom wilde Jezus de oorspronkelijke
bedoeling van de wet van Mozes naar voren

40
00:02:29,790 --> 00:02:32,490
brengen, en dat is wat Hij hier deed.

41
00:02:32,490 --> 00:02:36,270
Hij voerde geen nieuwe of
vreemde denkbeelden in.

42
00:02:36,270 --> 00:02:40,950
Ze kunnen de luisteraars alleen vreemd in
de oren hebben geklonken omdat de waarheid

43
00:02:40,950 --> 00:02:44,910
en de ware betekenis van
de wet zo lang genegeerd,

44
00:02:44,910 --> 00:02:48,090
verduisterd of verwaarloosd waren.

45
00:02:48,090 --> 00:02:52,890
In dit gedeelte aan het einde van
Mattheüs 5 geeft Hij zes voorbeelden.

46
00:02:52,890 --> 00:02:55,050
Bij elk voorbeeld zegt Hij:

47
00:02:55,050 --> 00:03:00,870
Jullie hebben gehoord dat er gezegd is, en
vervolgens haalt Hij iets uit de wet aan.

48
00:03:00,870 --> 00:03:04,350
Deze Joodse mannen hadden
elke sabbat in hun synagogen

49
00:03:04,350 --> 00:03:08,850
de uitleg van de wet gehoord, en ze
hadden veel van deze dingen gehoord.

50
00:03:08,850 --> 00:03:13,410
Maar ze hadden niet begrepen waar
het in elk geval werkelijk om ging.

51
00:03:13,410 --> 00:03:14,850
Wanneer God zei:

52
00:03:14,850 --> 00:03:16,770
Doe dit niet, of:

53
00:03:16,770 --> 00:03:20,850
Doe dat, begrepen ze niet werkelijk
wat Gods voornaamste zorg was.

54
00:03:20,850 --> 00:03:27,450
Later in dezelfde rede, in Mattheüs
7:12, verwoordde Jezus het elders zo:

55
00:03:27,450 --> 00:03:31,890
Alles dan wat u wilt dat de
mensen u doen, doet u hun ook zo,

56
00:03:31,890 --> 00:03:34,950
want dat is de Wet en de Profeten.

57
00:03:34,950 --> 00:03:37,710
Paulus verwoordde dit
op een andere plaats zo:

58
00:03:37,710 --> 00:03:42,030
Want de hele wet wordt in één
woord vervuld, namelijk hierin:

59
00:03:42,030 --> 00:03:45,510
U zult uw naaste liefhebben als uzelf.

60
00:03:45,510 --> 00:03:51,150
Wat Jezus zegt, is dat God, toen Hij Zijn
volk in het Oude Testament de wetten gaf,

61
00:03:51,150 --> 00:03:56,190
van hen verlangde dat zij zouden leren
wat het betekent hun naaste lief te hebben

62
00:03:56,190 --> 00:03:58,530
zoals zij zichzelf liefhebben.

63
00:03:58,530 --> 00:04:01,050
Daar draait het werkelijk allemaal om.

64
00:04:01,050 --> 00:04:05,650
Op een andere plaats zei Jezus dat
de gewichtigste zaken van de wet —

65
00:04:05,650 --> 00:04:14,070
en dit zei Hij in Mattheüs 23:23 — de
belangrijkere kwesties in de wet, recht,

66
00:04:14,070 --> 00:04:16,590
barmhartigheid en trouw zijn.

67
00:04:16,590 --> 00:04:20,190
In de voorbeelden die Jezus
in Mattheüs 5 gebruikt,

68
00:04:20,190 --> 00:04:24,270
geeft Hij twee voorbeelden van de
manier waarop de wet blijk geeft van

69
00:04:24,270 --> 00:04:26,070
zorg voor recht.

70
00:04:26,070 --> 00:04:31,710
Hij geeft er twee over de manier waarop
de wet blijk geeft van zorg voor trouw.

71
00:04:31,710 --> 00:04:37,590
De spreker gebruikt hier ‘trouw’ als
weergave van het Engelse ‘faithfulness’.

72
00:04:37,590 --> 00:04:43,230
De HSV heeft in Mattheüs
23:23 ‘het geloof’.

73
00:04:43,230 --> 00:04:46,830
Hij geeft twee voorbeelden van de
manier waarop de wet blijk geeft van

74
00:04:46,830 --> 00:04:49,170
zorg voor barmhartigheid.

75
00:04:49,170 --> 00:04:54,450
Dit zijn de drie dingen waarvan
Jezus in Mattheüs 23:23 zei

76
00:04:54,450 --> 00:04:57,330
dat ze de gewichtigste
zaken van de wet waren.

77
00:04:57,330 --> 00:05:00,570
Het gaat om recht,
barmhartigheid en trouw.

78
00:05:00,570 --> 00:05:05,310
In de eerste twee voorbeelden die
Jezus gaf, over moord en overspel,

79
00:05:05,310 --> 00:05:09,330
zette Hij naar mijn overtuiging
uitvoeriger uiteen wat het betekent om

80
00:05:09,330 --> 00:05:13,710
rechtvaardig te zijn en de rechten
van andere mensen niet te vertrappen.

81
00:05:13,710 --> 00:05:17,370
Nu spreekt Hij in dit gedeelte
over twee andere kwesties.

82
00:05:17,370 --> 00:05:22,590
Een daarvan was echtscheiding, en daarover
hebben we in de vorige lezing gesproken.

83
00:05:22,590 --> 00:05:25,650
Het gedeelte dat voor ons
ligt, gaat het onderwerp van

84
00:05:25,650 --> 00:05:29,190
eden of het afleggen van
geloften aan de orde stellen.

85
00:05:29,190 --> 00:05:33,510
Echtscheiding en het nakomen van
geloften hebben allebei te maken met één

86
00:05:33,510 --> 00:05:35,850
onderwerp, namelijk trouw.

87
00:05:35,850 --> 00:05:40,110
Echtscheiding houdt hiermee verband
omdat iemand die van zijn vrouw scheidt,

88
00:05:40,110 --> 00:05:44,010
of een vrouw die van haar man
scheidt, een gelofte breekt.

89
00:05:44,010 --> 00:05:49,110
Misschien zijn ze dit vergeten, maar toen
ze trouwden, legden ze een gelofte af.

90
00:05:49,110 --> 00:05:52,530
Ze legden voor God en
getuigen een gelofte af

91
00:05:52,530 --> 00:05:55,590
en zeiden dat ze hun leven
lang bij elkaar zouden blijven,

92
00:05:55,590 --> 00:05:57,990
hoe moeilijk hun huwelijk ook zou worden.

93
00:05:57,990 --> 00:06:03,210
Dat is wat ze zeiden te zullen doen, en ze
beloofden plechtig dat ze dit zouden doen.

94
00:06:03,210 --> 00:06:06,270
Volgens de uitleg van de
spreker is een man ontrouw

95
00:06:06,270 --> 00:06:08,730
wanneer hij van zijn vrouw
scheidt om enige andere

96
00:06:08,730 --> 00:06:11,490
reden dan dat zij hem ontrouw is geweest.

97
00:06:11,490 --> 00:06:15,690
Hij betrekt ook haar bij
ontrouw, enzovoort, enzovoort.

98
00:06:15,690 --> 00:06:20,310
Waar het hier om gaat, is dat je niet van
je echtgenoot of echtgenote scheidt op

99
00:06:20,310 --> 00:06:24,330
enige andere grond dan dat hij
of zij overspel heeft gepleegd.

100
00:06:24,330 --> 00:06:27,330
Want als je dat wel doet,
verbreek je een gelofte,

101
00:06:27,330 --> 00:06:31,830
en door een gelofte te verbreken toon
je een gebrek aan integriteit of trouw.

102
00:06:31,830 --> 00:06:37,410
Dit is iets waar God, om het zacht uit
te drukken, een grote afkeer van heeft.

103
00:06:37,410 --> 00:06:39,690
Volgens de Schrift geldt zelfs:

104
00:06:39,690 --> 00:06:45,630
Maar wat betreft de lafhartigen,
ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars,

105
00:06:45,630 --> 00:06:51,450
ontuchtplegers, tovenaars,
afgodendienaars en alle leugenaars:

106
00:06:51,450 --> 00:06:55,230
hun deel is in de poel die
van vuur en zwavel brandt.

107
00:06:55,230 --> 00:06:56,910
Dit is de tweede dood.

108
00:06:56,910 --> 00:07:01,950
Dus als je een gelofte aflegt en die
verbreekt, doe je niets minder dan liegen,

109
00:07:01,950 --> 00:07:06,750
of je maakt op zijn minst een leugen van
een gelofte die je eerder hebt afgelegd.

110
00:07:06,750 --> 00:07:10,770
Als je een belofte verbreekt, maak
je van die belofte een leugen,

111
00:07:10,770 --> 00:07:14,310
ook al heb je haar aanvankelijk
misschien niet als leugen bedoeld.

112
00:07:14,310 --> 00:07:18,690
Als je haar eenmaal hebt afgelegd,
ben je verplicht haar na te komen.

113
00:07:18,690 --> 00:07:21,270
Anders maak je jezelf tot een leugenaar.

114
00:07:21,270 --> 00:07:23,730
We hebben het eerder
over echtscheiding gehad.

115
00:07:23,730 --> 00:07:28,050
Nu is er nog een ander voorbeeld
waarin Jezus ook over trouw spreekt.

116
00:07:28,050 --> 00:07:31,890
Ik geloof dat deze passage over
het afleggen van geloften door

117
00:07:31,890 --> 00:07:34,770
christenen in hoge mate
verkeerd begrepen is.

118
00:07:34,770 --> 00:07:38,730
Ik bedoel dit niet als een kwestie
waarmee ik controverse wil oproepen.

119
00:07:38,730 --> 00:07:40,890
Ik weet alleen dat de meeste mensen,

120
00:07:40,890 --> 00:07:43,590
wanneer ze over deze
passage hebben gesproken,

121
00:07:43,590 --> 00:07:47,490
te kennen hebben gegeven dat ze haar
op een bepaalde manier begrijpen,

122
00:07:47,490 --> 00:07:50,550
en ik geloof dat die manier onjuist is.

123
00:07:50,550 --> 00:07:54,270
Laat me de passage voorlezen
en uitleggen wat ik bedoel.

124
00:07:54,270 --> 00:08:00,390
In Mattheüs 5, vanaf vers 33
tot en met vers 37, zei Jezus:

125
00:08:00,390 --> 00:08:03,870
Verder hebt u gehoord dat tegen
het voorgeslacht gezegd is:

126
00:08:03,870 --> 00:08:09,030
U zult de eed niet breken, maar u
zult voor de Heere uw eden houden.

127
00:08:09,030 --> 00:08:13,470
Maar Ik zeg u: Zweer in het
geheel niet, niet bij de hemel,

128
00:08:13,470 --> 00:08:16,890
want dat is de troon van
God; niet bij de aarde,

129
00:08:16,890 --> 00:08:21,210
want dat is de voetbank van Zijn
voeten; en ook niet bij Jeruzalem,

130
00:08:21,210 --> 00:08:23,730
want dat is de stad van de grote Koning.

131
00:08:23,730 --> 00:08:29,190
Ook bij uw hoofd mag u niet zweren, want
u kunt niet één haar wit of zwart maken;

132
00:08:29,190 --> 00:08:35,070
maar laat uw woord ja ja zijn en
uw nee nee; wat hierboven uitgaat,

133
00:08:35,070 --> 00:08:37,110
is uit de boze.

134
00:08:37,110 --> 00:08:39,090
Waar doelt Jezus hier op?

135
00:08:39,090 --> 00:08:40,710
Ik kijk toevallig in een Bijbel

136
00:08:40,710 --> 00:08:43,890
waarin de redacteuren tussenkopjes
of opschriften boven de

137
00:08:43,890 --> 00:08:45,630
alinea’s hebben gezet.

138
00:08:45,630 --> 00:08:51,750
Boven deze alinea hebben ze de volgende
woorden gezet: ‘Jezus verbiedt eden.’

139
00:08:51,750 --> 00:08:55,350
Het klinkt hier beslist
alsof Jezus eden verbiedt.

140
00:08:55,350 --> 00:08:59,550
Ik geloof echter dat dit een verkeerd
begrip is van wat Jezus bedoelt.

141
00:08:59,550 --> 00:09:04,770
Jezus zei dat de Joden in de wet te horen
hadden gekregen dat ze geen valse eed

142
00:09:04,770 --> 00:09:10,590
mochten zweren en dat ze elke eed die ze
de Heere hadden gezworen, moesten nakomen.

143
00:09:10,590 --> 00:09:13,290
Nu gaat Jezus verder en zegt Hij:

144
00:09:13,290 --> 00:09:16,170
Laat die eden gewoon helemaal achterwege.

145
00:09:16,170 --> 00:09:20,190
Laat je ja gewoon ja zijn en je nee nee.

146
00:09:20,190 --> 00:09:24,630
Wanneer Jezus zegt dat je geen eden
moet gebruiken, of wanneer Hij zegt:

147
00:09:24,630 --> 00:09:29,310
Zweer helemaal niet, dan klinkt
dat als een gebod. Als Jezus zei:

148
00:09:29,310 --> 00:09:33,750
Zweer niet, dan lijkt het erop
dat Jezus het zweren verbiedt.

149
00:09:33,750 --> 00:09:36,210
Dat is een redelijke
manier om het te begrijpen,

150
00:09:36,210 --> 00:09:40,110
maar ik geloof niet dat daarmee Zijn
werkelijke bedoeling wordt gevat.

151
00:09:40,110 --> 00:09:45,030
Om te beginnen heeft Jezus nooit iets wat
in het Oude Testament moreel juist was,

152
00:09:45,030 --> 00:09:47,910
vervolgens nu moreel verkeerd genoemd.

153
00:09:47,910 --> 00:09:51,270
Hij verduidelijkte vaak welke
dingen in het Oude Testament

154
00:09:51,270 --> 00:09:55,530
moreel juist en verkeerd waren, wanneer
dit voor de Joodse mannen niet zo

155
00:09:55,530 --> 00:09:57,810
duidelijk was als het had kunnen zijn.

156
00:09:57,810 --> 00:10:01,470
Neem bijvoorbeeld echtscheiding,
het onderwerp dat hiervoor in de

157
00:10:01,470 --> 00:10:03,030
Bergrede wordt besproken.

158
00:10:03,030 --> 00:10:08,190
In Deuteronomium 24 had het Oude Testament
gezegd dat een man van zijn vrouw mocht

159
00:10:08,190 --> 00:10:11,610
scheiden als hij iets
onreins bij haar aantrof.

160
00:10:11,610 --> 00:10:15,030
Maar het legde nooit uit wat
die onreinheid was die als

161
00:10:15,030 --> 00:10:17,610
grond voor echtscheiding kon gelden.

162
00:10:17,610 --> 00:10:20,850
Jezus maakt duidelijk dat
de onreinheid bij een vrouw

163
00:10:20,850 --> 00:10:24,030
die het voor een man mogelijk
maakt van haar te scheiden,

164
00:10:24,030 --> 00:10:26,730
ontucht of onkuisheid is.

165
00:10:26,730 --> 00:10:28,650
Jezus verandert dus niets.

166
00:10:28,650 --> 00:10:30,990
Hij legt de dingen alleen uit.

167
00:10:30,990 --> 00:10:34,470
In het Oude Testament is het
heel duidelijk dat het zweren van

168
00:10:34,470 --> 00:10:36,390
eden niet verkeerd was.

169
00:10:36,390 --> 00:10:41,490
Mensen zwoeren een eed in de Naam van
God of bij de naam van iets anders.

170
00:10:41,490 --> 00:10:43,890
Over het algemeen was
het idee dat mensen een

171
00:10:43,890 --> 00:10:48,030
eed aflegden om te garanderen
dat ze de waarheid spraken.

172
00:10:48,030 --> 00:10:51,210
We kennen tegenwoordig hetzelfde
verschijnsel in rechtszalen,

173
00:10:51,210 --> 00:10:55,770
waar iemand zweert de waarheid,
de hele waarheid en niets dan de

174
00:10:55,770 --> 00:10:57,510
waarheid te spreken.

175
00:10:57,510 --> 00:10:59,910
Dat is het afleggen van een eed.

176
00:10:59,910 --> 00:11:03,990
Zelfs de huwelijksgelofte is
een moderne vorm van een eed.

177
00:11:03,990 --> 00:11:08,070
Afgezien daarvan komt het afleggen
van eden in onze moderne cultuur

178
00:11:08,070 --> 00:11:10,890
niet zo vaak voor als in Bijbelse tijden.

179
00:11:10,890 --> 00:11:13,770
Een eed had in Bijbelse
tijden echter in wezen

180
00:11:13,770 --> 00:11:18,090
dezelfde bindende kracht als tegenwoordig
het ondertekenen van een contract,

181
00:11:18,090 --> 00:11:21,930
of als vroeger het bekrachtigen
van een afspraak met een handdruk.

182
00:11:21,930 --> 00:11:26,430
Als je elkaar daarop de hand gaf,
betekende dit dat je gebonden was.

183
00:11:26,430 --> 00:11:29,610
Zodra we elkaar daarop de
hand hebben gegeven of een

184
00:11:29,610 --> 00:11:32,190
contract hebben ondertekend,
zijn we gebonden.

185
00:11:32,190 --> 00:11:36,390
Daarvóór konden we er nog onderuit,
maar als we dat eenmaal hebben gedaan,

186
00:11:36,390 --> 00:11:40,950
zitten we eraan vast en moeten we
onze belofte en ons woord houden.

187
00:11:40,950 --> 00:11:44,970
Dat was de functie die eden
in Bijbelse tijden vervulden.

188
00:11:44,970 --> 00:11:48,750
Als een man zei: ‘Ik betaal
je donderdag als je mij deze

189
00:11:48,750 --> 00:11:52,530
koopwaar vandaag mee naar huis
laat nemen,’ en iemand zei:

190
00:11:52,530 --> 00:11:57,030
‘Ik weet niet of ik erop kan vertrouwen
dat je dat doet,’ dan zei hij misschien:

191
00:11:57,030 --> 00:11:59,910
‘Ik zweer bij God dat ik het zal doen.

192
00:11:59,910 --> 00:12:03,330
Ik zweer bij Jehovah dat ik het zal doen.’

193
00:12:03,330 --> 00:12:07,950
Dat werd dan geacht te betekenen:
‘Goed, dan ben je gebonden.

194
00:12:07,950 --> 00:12:11,850
Je hebt jezelf zojuist
met een eed gebonden.’

195
00:12:11,850 --> 00:12:15,330
Mensen zwoeren altijd bij
iets wat boven hen stond.

196
00:12:15,330 --> 00:12:17,850
Dat staat in het boek Hebreeën.

197
00:12:17,850 --> 00:12:23,910
In Hebreeën 6 staat dat mensen altijd
zweren bij iets wat groter is dan zijzelf.

198
00:12:23,910 --> 00:12:27,450
Er wordt zelfs vermeld dat God eens zwoer.

199
00:12:27,450 --> 00:12:31,290
Maar Hij kon niet zweren bij
iets wat groter was dan Hijzelf,

200
00:12:31,290 --> 00:12:34,050
dus zwoer Hij bij Zichzelf.

201
00:12:34,050 --> 00:12:39,810
Dit gaat over het moment waarop Abraham
Izak op het altaar offerde en God zei:

202
00:12:39,810 --> 00:12:44,010
Hij zei: Ik zweer bij
Mijzelf, spreekt de HEERE:

203
00:12:44,010 --> 00:12:49,650
Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw
zoon, uw enige, niet onthouden hebt,

204
00:12:49,650 --> 00:12:54,330
zal Ik u zeker rijk zegenen en
uw nageslacht zeer talrijk maken,

205
00:12:54,330 --> 00:12:59,070
als de sterren aan de hemel en als het
zand dat aan de oever van de zee is.

206
00:12:59,070 --> 00:13:03,030
Uw nageslacht zal de poort van
zijn vijanden in bezit hebben.

207
00:13:03,030 --> 00:13:06,990
**Verwijzing gecontroleerd:**
de spreker noemde Hebreeën 6,

208
00:13:06,990 --> 00:13:12,270
maar de bewoording is Genesis 22:16-17.

209
00:13:12,270 --> 00:13:17,670
Let erop: God zwoer bij Zichzelf, en
mensen zweren altijd bij iets wat groter

210
00:13:17,670 --> 00:13:18,690
is dan zijzelf.

211
00:13:18,690 --> 00:13:23,250
Maar er is niets wat groter is
dan God waarbij Hij kan zweren,

212
00:13:23,250 --> 00:13:25,950
dus zwoer Hij bij Zichzelf.

213
00:13:25,950 --> 00:13:29,430
De reden waarom mensen bij iets
groters dan zichzelf zwoeren,

214
00:13:29,430 --> 00:13:32,970
was de volgende gedachte:
als je mij niet vertrouwt,

215
00:13:32,970 --> 00:13:35,850
als je niet denkt dat
mijn woord betrouwbaar is,

216
00:13:35,850 --> 00:13:40,530
als je twijfels hebt over mijn karakter,
laat mij dan een beroep doen op het

217
00:13:40,530 --> 00:13:43,230
karakter van iets wat groter is dan ik.

218
00:13:43,230 --> 00:13:45,570
Laat mij zweren bij Jeruzalem.

219
00:13:45,570 --> 00:13:47,790
Laat mij zweren bij de hemel.

220
00:13:47,790 --> 00:13:50,370
Laat mij zweren bij de aarde.

221
00:13:50,370 --> 00:13:54,090
Of laat mij zelfs zweren bij Jehovah Zelf.

222
00:13:54,090 --> 00:13:58,110
Daarmee zei iemand in feite:
„Als ik mijn woord breek,

223
00:13:58,110 --> 00:14:02,010
tast ik de naam aan van degene
bij wie ik heb gezworen.”

224
00:14:02,010 --> 00:14:06,090
Dus als ik bij Jeruzalem
zweer, dan bega ik als het ware

225
00:14:06,090 --> 00:14:09,990
godslastering tegen Jeruzalem
als ik mijn eed breek.

226
00:14:09,990 --> 00:14:14,130
Als ik bij God zweer, bega
ik godslastering tegen God

227
00:14:14,130 --> 00:14:15,930
als ik mijn eed breek.

228
00:14:15,930 --> 00:14:18,210
Dat was de functie van zweren.

229
00:14:18,210 --> 00:14:22,350
Men nam aan dat mensen een zekere
mate van vreze voor God hadden

230
00:14:22,350 --> 00:14:26,490
en dat ze de Naam van God, of
iets anders wat heilig was,

231
00:14:26,490 --> 00:14:31,410
niet in een eed zouden aanroepen tenzij
ze werkelijk de waarheid spraken.

232
00:14:31,410 --> 00:14:33,210
Daar draaiden eden om.

233
00:14:33,210 --> 00:14:35,430
Jezus zegt tegen Zijn discipelen:

234
00:14:35,430 --> 00:14:40,230
Maar Ik zeg u: Zweer in het
geheel niet, niet bij de hemel,

235
00:14:40,230 --> 00:14:43,590
want dat is de troon van
God; niet bij de aarde,

236
00:14:43,590 --> 00:14:47,910
want dat is de voetbank van Zijn
voeten; en ook niet bij Jeruzalem,

237
00:14:47,910 --> 00:14:50,730
want dat is de stad van de grote Koning.

238
00:14:50,730 --> 00:14:56,310
Ook bij uw hoofd mag u niet zweren, want
u kunt niet één haar wit of zwart maken;

239
00:14:56,310 --> 00:15:01,590
maar laat uw woord ja ja zijn en
uw nee nee; wat hierboven uitgaat,

240
00:15:01,590 --> 00:15:03,270
is uit de boze.

241
00:15:03,270 --> 00:15:06,270
Dat is de wezenlijke
waarheid die Hij hun vertelt.

242
00:15:06,270 --> 00:15:09,810
Maar ik moet enkele dingen
verduidelijken, want Jezus zegt:

243
00:15:09,810 --> 00:15:11,490
Zweer helemaal niet.

244
00:15:11,490 --> 00:15:15,990
Jakobus benadrukt dit zelfs
in Jakobus 5. Hij zegt:

245
00:15:15,990 --> 00:15:20,790
Maar voor alle dingen, mijn broeders,
zweer niet: niet bij de hemel,

246
00:15:20,790 --> 00:15:25,530
ook niet bij de aarde, en zweer
ook geen enkele andere eed,

247
00:15:25,530 --> 00:15:32,790
maar laat uw ja ja zijn en uw nee nee,
opdat u niet onder enig oordeel valt.

248
00:15:32,790 --> 00:15:35,910
Hij citeert in feite wat Jezus hier zei.

249
00:15:35,910 --> 00:15:40,230
Verbood Jezus het gebruik van eden
alsof het afleggen van een eed iets

250
00:15:40,230 --> 00:15:44,010
immoreels is, iets wat
aanstootgevend is voor God?

251
00:15:44,010 --> 00:15:47,250
Ik denk niet dat dit de juiste
manier is om het te begrijpen,

252
00:15:47,250 --> 00:15:50,430
hoewel sommige christenen
het wel zo hebben opgevat.

253
00:15:50,430 --> 00:15:54,510
Er zijn christenen die voor de
rechtbank geen eed willen afleggen,

254
00:15:54,510 --> 00:15:59,070
en er zijn veel christenen die vinden
dat elke vorm van eed in strijd is

255
00:15:59,070 --> 00:16:01,050
met wat Jezus onderwees.

256
00:16:01,050 --> 00:16:04,710
Het is niet moeilijk te begrijpen
waarom ze dat zouden denken.

257
00:16:04,710 --> 00:16:07,110
Deze verzen wekken inderdaad die indruk.

258
00:16:07,110 --> 00:16:10,170
Maar je kunt dit ook op een
andere manier begrijpen.

259
00:16:10,170 --> 00:16:13,950
Er is op zichzelf niets immoreels
aan het afleggen van een eed,

260
00:16:13,950 --> 00:16:16,470
zelfs niet aan zweren bij God.

261
00:16:16,470 --> 00:16:21,090
Sterker nog, de Bijbel leert
dat zweren bij God gepast is.

262
00:16:21,090 --> 00:16:24,210
Ik zeg niet dat wij bij
God zouden moeten zweren.

263
00:16:24,210 --> 00:16:27,870
Ik zeg dat de Joden het gebod
kregen om bij God te zweren,

264
00:16:27,870 --> 00:16:31,410
in plaats van bij andere
goden, bij valse goden.

265
00:16:31,410 --> 00:16:34,950
In Exodus 23:13 zei God in de wet:

266
00:16:34,950 --> 00:16:39,090
Bij alles wat Ik tegen u gezegd
heb, moet u op uw hoede zijn.

267
00:16:39,090 --> 00:16:42,030
U mag niet aan de naam
van andere goden denken,

268
00:16:42,030 --> 00:16:44,310
die mag niet uit uw mond gehoord worden!

269
00:16:44,310 --> 00:16:48,930
Daarmee bedoelt Hij volgens de spreker:
gebruik de namen van andere goden

270
00:16:48,930 --> 00:16:50,430
niet in eden.

271
00:16:50,430 --> 00:16:53,790
De Engelse Bijbeltekst
waarop deze uitleg berust,

272
00:16:53,790 --> 00:16:57,630
spreekt over het ‘noemen’ van
de namen van andere goden.

273
00:16:57,630 --> 00:17:03,030
De HSV formuleert dit als ‘aan
de naam van andere goden denken’.

274
00:17:03,030 --> 00:17:07,350
De spreker betoogt dat het niet om een
absoluut verbod op het noemen van die

275
00:17:07,350 --> 00:17:11,670
namen kan gaan, omdat de profeten anders
zelf dit verbod vaak zouden hebben

276
00:17:11,670 --> 00:17:16,410
overtreden wanneer zij Baäl,
Molech enzovoort noemden.

277
00:17:16,410 --> 00:17:20,430
Wat Hij bedoelt, is dat je hun
namen niet in eden moet noemen.

278
00:17:20,430 --> 00:17:26,010
Dat wordt duidelijk wanneer je dezelfde
uitdrukking aantreft in Jozua 23:7,

279
00:17:26,010 --> 00:17:27,570
waar Jozua zei:

280
00:17:27,570 --> 00:17:30,570
en zodat u zich niet
inlaat met deze volken,

281
00:17:30,570 --> 00:17:33,810
deze hier die bij u overgebleven zijn.

282
00:17:33,810 --> 00:17:38,370
U mag niet aan de naam van hun goden
denken en er niet bij laten zweren.

283
00:17:38,370 --> 00:17:41,850
U mag ze niet dienen en u
er niet voor neerbuigen.

284
00:17:41,850 --> 00:17:45,090
Volgens de spreker heeft het
noemen van de naam van hun goden

285
00:17:45,090 --> 00:17:48,390
hier te maken met het zweren
bij de namen van hun goden.

286
00:17:48,390 --> 00:17:54,930
De HSV formuleert de twee bepalingen als
‘niet aan de naam van hun goden denken’ en

287
00:17:54,930 --> 00:17:57,090
‘er niet bij laten zweren’.

288
00:17:57,090 --> 00:18:03,390
Zij moesten bij de Naam van God, Jehovah,
zweren, niet bij de namen van valse goden.

289
00:18:03,390 --> 00:18:08,430
In Jesaja 65:16 wordt zelfs
gesproken over een toestand

290
00:18:08,430 --> 00:18:12,030
die in het tijdperk van het
nieuwe verbond zou moeten heersen.

291
00:18:12,030 --> 00:18:15,990
Dat is de context waarin Jesaja
hierover spreekt. Hij zegt:

292
00:18:15,990 --> 00:18:21,390
zodat wie zich zegenen zal op aarde, zich
zal zegenen in de God van de waarheid,

293
00:18:21,390 --> 00:18:25,770
en wie zweren zal op aarde, zal
zweren bij de God van de waarheid,

294
00:18:25,770 --> 00:18:29,010
omdat de benauwdheden van
vroeger vergeten zullen zijn,

295
00:18:29,010 --> 00:18:32,190
omdat zij verborgen zullen
zijn voor Mijn ogen.

296
00:18:32,190 --> 00:18:36,270
Met andere woorden, zodra God
Zijn behoud heeft gebracht,

297
00:18:36,270 --> 00:18:40,470
wat Hij nu in Christus heeft
gedaan, zegt Hij dat zij die zweren,

298
00:18:40,470 --> 00:18:44,130
of zij die zichzelf zegenen,
dat zullen doen in de

299
00:18:44,130 --> 00:18:46,530
Naam van de God van de waarheid.

300
00:18:46,530 --> 00:18:50,490
Deze woorden betekenen dat je
zweert bij de Naam van de ware God

301
00:18:50,490 --> 00:18:53,130
en niet bij de naam van valse goden.

302
00:18:53,130 --> 00:18:57,750
In het hele Oude Testament was zweren
bij de Naam van God nooit verboden.

303
00:18:57,750 --> 00:19:00,750
Sterker nog, het werd vaak goedgekeurd.

304
00:19:00,750 --> 00:19:03,990
Hij zei in Leviticus 19:12:

305
00:19:03,990 --> 00:19:07,230
U mag geen valse eed
afleggen in Mijn Naam,

306
00:19:07,230 --> 00:19:10,170
en zo de Naam van uw God ontheiligen.

307
00:19:10,170 --> 00:19:11,850
Ik ben de HEERE.

308
00:19:11,850 --> 00:19:17,550
Let erop: je ontheiligde de Naam van God
wanneer je valselijk bij Zijn Naam zwoer.

309
00:19:17,550 --> 00:19:21,330
Dat betekent dat als je
zei: „Ik zweer bij Jehovah,”

310
00:19:21,330 --> 00:19:26,130
en je vervolgens je eed niet hield,
je natuurlijk Zijn Naam ontheiligde.

311
00:19:26,130 --> 00:19:27,750
Dat mocht je niet doen.

312
00:19:27,750 --> 00:19:31,830
Het punt was niet dat je nooit bij
de Naam van Jehovah mocht zweren.

313
00:19:31,830 --> 00:19:36,090
Het punt was dat als je dat
deed, je je eed moest houden.

314
00:19:36,090 --> 00:19:42,150
In Deuteronomium 23, vers 21 tot
en met 23, staat bijvoorbeeld:

315
00:19:42,150 --> 00:19:45,390
Wanneer u de HEERE, uw God,
een gelofte gedaan hebt,

316
00:19:45,390 --> 00:19:49,470
mag u niet aarzelen die na te
komen, want de HEERE, uw God,

317
00:19:49,470 --> 00:19:53,370
zal dat zeker van u eisen, en
dan zou er zonde in u zijn.

318
00:19:53,370 --> 00:19:56,130
Maar als u ervan afziet
een gelofte te doen,

319
00:19:56,130 --> 00:20:01,050
is er geen zonde in u. Wat er over uw
lippen komt, moet u houden en doen,

320
00:20:01,050 --> 00:20:05,850
net als wanneer u de HEERE, uw God,
een vrijwillige gave beloofd hebt,

321
00:20:05,850 --> 00:20:08,490
iets wat u met uw eigen
mond gesproken hebt.

322
00:20:08,490 --> 00:20:11,850
Dit gaat natuurlijk over een
gelofte die aan God wordt gedaan.

323
00:20:11,850 --> 00:20:15,930
Maar een gelofte of een eed is
hetzelfde, of die nu aan God

324
00:20:15,930 --> 00:20:18,090
of aan een mens wordt gedaan.

325
00:20:18,090 --> 00:20:23,850
Het punt is dat je, als je een gelofte
aflegt, je gelofte moet nakomen.

326
00:20:23,850 --> 00:20:27,690
Er is niets immoreels aan het afleggen
van een gelofte in de Naam van God

327
00:20:27,690 --> 00:20:29,430
of bij iets anders.

328
00:20:29,430 --> 00:20:34,230
Nergens in het Oude Testament werd dat
als immoreel of verkeerd beschouwd,

329
00:20:34,230 --> 00:20:36,990
en in het Nieuwe Testament evenmin.

330
00:20:36,990 --> 00:20:41,490
Jezus werd onder ede gesteld toen
Hij in Mattheüs 26 terechtstond.

331
00:20:41,490 --> 00:20:46,410
Toen Jezus tijdens het proces bleef
zwijgen, zei de hogepriester tegen Hem:

332
00:20:46,410 --> 00:20:51,570
Ik bezweer U bij de levende God, dat
U ons zegt of U de Christus bent,

333
00:20:51,570 --> 00:20:53,130
de Zoon van God.

334
00:20:53,130 --> 00:20:54,510
Jezus antwoordde:

335
00:20:54,510 --> 00:20:56,130
U hebt het gezegd.

336
00:20:56,130 --> 00:20:59,250
Hij liet toe dat Hij
onder ede werd gesteld.

337
00:20:59,250 --> 00:21:02,010
Paulus legde zelf van
tijd tot tijd eden af

338
00:21:02,010 --> 00:21:05,670
om mensen die misschien aan hem
twijfelden ervan te verzekeren dat hij

339
00:21:05,670 --> 00:21:07,230
de waarheid sprak.

340
00:21:07,230 --> 00:21:09,240
In Galaten 1 zei hij bijvoorbeeld:

341
00:21:09,240 --> 00:21:12,480
Dit soort taal komt bij
Paulus meer dan eens voor.

342
00:21:12,480 --> 00:21:15,570
In Galaten 1:20 zei hij:

343
00:21:15,570 --> 00:21:19,890
Wat ik u schrijf, zie, ik getuig
voor God dat ik niet lieg.

344
00:21:19,890 --> 00:21:22,590
Dat komt min of meer neer op de uitspraak:

345
00:21:22,590 --> 00:21:26,010
„Ik zweer bij de
rechtschapenheid van God Zelf.”

346
00:21:26,010 --> 00:21:27,450
Dit zijn eden.

347
00:21:27,450 --> 00:21:31,410
Dit zijn precies de dingen waarvan sommige
christenen denken dat we ze niet mogen

348
00:21:31,410 --> 00:21:33,630
doen, omdat Jezus zei:

349
00:21:33,630 --> 00:21:35,190
Zweer helemaal niet.

350
00:21:35,190 --> 00:21:39,030
Maar laat me uitleggen waar het
Jezus hier volgens mij om ging.

351
00:21:39,030 --> 00:21:43,710
In de tijd van Jezus hadden de Farizeeën
het systeem van eden afleggen veranderd

352
00:21:43,710 --> 00:21:45,810
in nog een manier om mensen te bedriegen.

353
00:21:45,810 --> 00:21:49,710
In de Joodse tradities van de rabbijnen
hadden ze een heel systeem van

354
00:21:49,710 --> 00:21:53,790
eden bedacht, waarvan sommige
bindend waren en andere niet.

355
00:21:53,790 --> 00:22:00,330
We weten dit omdat Jezus naar dit gegeven
verwijst wanneer Hij hen in Mattheüs 23,

356
00:22:00,330 --> 00:22:05,070
vers 16 tot en met 22
aanspreekt. Hij zegt:

357
00:22:05,070 --> 00:22:10,530
Wee u, blinde leiders, die zegt:
Heeft iemand gezworen bij de tempel,

358
00:22:10,530 --> 00:22:15,510
dan betekent dat niets; maar heeft iemand
gezworen bij het goud van de tempel,

359
00:22:15,510 --> 00:22:18,150
dan is hij aan die eed gebonden.

360
00:22:18,150 --> 00:22:19,830
Dwazen en blinden!

361
00:22:19,830 --> 00:22:24,690
Want wat is meer, het goud of
de tempel, die het goud heiligt?

362
00:22:24,690 --> 00:22:29,250
En: heeft iemand gezworen bij het
altaar, dan betekent dat niets;

363
00:22:29,250 --> 00:22:32,490
maar heeft iemand gezworen
bij de gave die daarop ligt,

364
00:22:32,490 --> 00:22:35,010
dan is hij aan die eed gebonden.

365
00:22:35,010 --> 00:22:36,630
Dwazen en blinden!

366
00:22:36,630 --> 00:22:41,490
Want wat is meer, de gave of
het altaar, dat de gave heiligt?

367
00:22:41,490 --> 00:22:45,150
Wie daarom zweert bij het
altaar, die zweert daarbij

368
00:22:45,150 --> 00:22:49,110
en bij alles wat daarop ligt;
en wie zweert bij de tempel,

369
00:22:49,110 --> 00:22:55,050
die zweert daarbij en bij Hem Die daarin
woont; en wie zweert bij de hemel,

370
00:22:55,050 --> 00:22:59,430
die zweert bij de troon van
God en bij Hem Die daarop zit.

371
00:22:59,430 --> 00:23:01,170
Je kunt zien dat Jezus hier een

372
00:23:01,170 --> 00:23:05,070
gebruik van de schriftgeleerden
en Farizeeën aan de orde stelt.

373
00:23:05,070 --> 00:23:09,270
Zij zeiden: „Als je bij de tempel
zweert, is dat niet bindend.

374
00:23:09,270 --> 00:23:13,170
Maar als je bij het goud van de
tempel zweert, is het wel bindend.

375
00:23:13,170 --> 00:23:16,590
Als je bij het altaar
zweert, is dat niet bindend.

376
00:23:16,590 --> 00:23:20,670
Als je bij de gave op het altaar
zweert, is het wel bindend.”

377
00:23:20,670 --> 00:23:24,030
Wat ze deden, was zoeken
naar mazen in de wet.

378
00:23:24,030 --> 00:23:28,470
Stel dat iemand zei: „Luister, ik betaal
je donderdag voor de koopwaar die ik

379
00:23:28,470 --> 00:23:32,610
vandaag meeneem,” en de ander
zei: „Ik vertrouw je niet.”

380
00:23:32,610 --> 00:23:38,070
Dan kon je zeggen: „Ik zweer bij de tempel
dat ik donderdag terugkom en je betaal.”

381
00:23:38,070 --> 00:23:41,130
Als je donderdag niet kwam
opdagen om hem te betalen,

382
00:23:41,130 --> 00:23:43,650
en hij bij je aan de deur kwam en zei:

383
00:23:43,650 --> 00:23:47,430
„Je hebt bij de tempel gezworen
dat je me donderdag zou betalen.

384
00:23:47,430 --> 00:23:52,410
Nu is het donderdag en heb je me niet
betaald,” dan kon je zeggen: „Ah,

385
00:23:52,410 --> 00:23:55,410
maar ik heb niet bij het
goud van de tempel gezworen.

386
00:23:55,410 --> 00:24:00,870
Als je het opzoekt, zul je zien dat zweren
bij de tempel geen bindende eed is.”

387
00:24:00,870 --> 00:24:03,090
Dat was wat ze ervan hadden gemaakt.

388
00:24:03,090 --> 00:24:05,730
Dit hele systeem van eden afleggen was

389
00:24:05,730 --> 00:24:10,890
zo verdorven geraakt door de religieuze
huichelaars en door oneerlijke mensen,

390
00:24:10,890 --> 00:24:12,690
dat het afleggen van een eed,

391
00:24:12,690 --> 00:24:15,870
wat oorspronkelijk bedoeld was
om mensen eerlijk te houden,

392
00:24:15,870 --> 00:24:19,410
nog een manier was geworden
om oneerlijk te zijn.

393
00:24:19,410 --> 00:24:21,030
Daarom zei Jezus:

394
00:24:21,030 --> 00:24:26,130
Maar Ik zeg u: Zweer in het
geheel niet, niet bij de hemel,

395
00:24:26,130 --> 00:24:28,470
want dat is de troon van God;

396
00:24:28,470 --> 00:24:32,910
Hij zei niet dat er op zichzelf iets
verkeerds aan is om in de Naam van God een

397
00:24:32,910 --> 00:24:35,550
eed af te leggen en die na te komen.

398
00:24:35,550 --> 00:24:39,750
Wat Hij zei, is dat deze hele
kwestie van eden afleggen niet

399
00:24:39,750 --> 00:24:41,610
eens nodig zou moeten zijn.

400
00:24:41,610 --> 00:24:45,450
Je ja moet ja zijn, met of zonder eed.

401
00:24:45,450 --> 00:24:49,890
Je nee moet nee betekenen,
met of zonder eed.

402
00:24:49,890 --> 00:24:52,110
Je moet altijd eerlijk zijn.

403
00:24:52,110 --> 00:24:56,850
Het gaat God om trouw, niet om de
vraag of je de juiste eed aflegt.

404
00:24:56,850 --> 00:25:00,450
Wat God betreft, kun je eden
zelfs helemaal achterwege laten

405
00:25:00,450 --> 00:25:05,850
en gewoon eerlijk zijn — even eerlijk
wanneer je geen eed aflegt als wanneer je

406
00:25:05,850 --> 00:25:07,890
er wel een had afgelegd.

407
00:25:07,890 --> 00:25:11,370
Dat is volgens mij in
wezen waar Jezus op doelt.

408
00:25:11,370 --> 00:25:14,850
Ik denk niet dat Hij zegt dat
christenen in een rechtbank niet onder

409
00:25:14,850 --> 00:25:16,470
ede gesteld mogen worden.

410
00:25:16,470 --> 00:25:21,510
Ik denk niet dat Hij zegt dat het verkeerd
is om een huwelijksgelofte af te leggen.

411
00:25:21,510 --> 00:25:22,890
Dat is een eed.

412
00:25:22,890 --> 00:25:28,290
Ik geloof niet dat Hij werkelijk zegt
dat eden op zich iets slechts zijn.

413
00:25:28,290 --> 00:25:30,750
Het punt is alleen dat het, vanwege wat

414
00:25:30,750 --> 00:25:34,170
eden in de Joodse samenleving
van die tijd waren geworden,

415
00:25:34,170 --> 00:25:38,550
beter was om ze helemaal te
vermijden en gewoon eerlijk te zijn.

416
00:25:38,550 --> 00:25:40,950
Wees gewoon altijd eerlijk.

417
00:25:40,950 --> 00:25:43,350
Wees iemand met integriteit.

418
00:25:43,350 --> 00:25:45,450
Wees iemand met karakter.

419
00:25:45,450 --> 00:25:48,810
Wees iemand wiens woord bindend is.

420
00:25:48,810 --> 00:25:52,950
Helaas zijn er in onze tijd veel mensen
die hopen dat ze vertrouwd worden

421
00:25:52,950 --> 00:25:56,310
omdat er een vis op hun chequeboekje
of een vis op de sticker op

422
00:25:56,310 --> 00:25:57,930
hun autobumper staat.

423
00:25:57,930 --> 00:26:04,170
Omdat ze in feite de Naam van God, de Naam
van Jezus of de naam ‘christen’ dragen,

424
00:26:04,170 --> 00:26:06,750
verwachten ze dat mensen hen geloven.

425
00:26:06,750 --> 00:26:10,110
Maar vervolgens komen ze hun
verplichtingen vaak niet na,

426
00:26:10,110 --> 00:26:12,390
net alsof ze geen christenen zijn.

427
00:26:12,390 --> 00:26:17,850
Helaas hebben veel mensen die zakendoen
met mensen die belijden christen te zijn,

428
00:26:17,850 --> 00:26:20,130
gemerkt dat dit inderdaad zo is.

429
00:26:20,130 --> 00:26:23,670
Dit is de Naam van de Heere
tevergeefs op je nemen.

430
00:26:23,670 --> 00:26:25,830
Dit is jezelf christen noemen.

431
00:26:25,830 --> 00:26:29,190
Je zweert niet per se bij
Christus, maar je maakt wel bekend

432
00:26:29,190 --> 00:26:32,490
dat je een eerlijk mens en een
volgeling van Christus bent.

433
00:26:32,490 --> 00:26:37,530
Als je niet eerlijk bent, is dat een
grote smaad en een zonde tegen God.

434
00:26:37,530 --> 00:26:42,090
God verlangt trouw, en daar gaat
dit hele onderwijs over eden over,

435
00:26:42,090 --> 00:26:44,010
voor zover ik kan nagaan.

436
00:26:44,010 --> 00:26:47,130
We zullen verdergaan met onze
studie van de Bergrede en een

437
00:26:47,130 --> 00:26:47,910
volgend punt behandelen.
