1
00:00:02,010 --> 00:00:04,290
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,290 --> 00:00:10,950
Deze keer behandelen we Mattheüs
5, vers 38 tot en met vers 42.

3
00:00:10,950 --> 00:00:14,970
Het is tijd om verder te gaan
met dit gedeelte van de Bergrede,

4
00:00:14,970 --> 00:00:18,810
waarin Jezus voorbeelden geeft
van hoe de wet van toepassing is

5
00:00:18,810 --> 00:00:21,210
op mensen die Zijn discipelen zijn.

6
00:00:21,210 --> 00:00:26,850
Met de wet wordt de oudtestamentische
wet bedoeld, met haar morele normen.

7
00:00:26,850 --> 00:00:31,950
In de tijd van Jezus waren die normen door
de manier waarop de wet werd onderwezen

8
00:00:31,950 --> 00:00:33,690
sterk verdraaid geraakt.

9
00:00:33,690 --> 00:00:37,710
Het was niet zozeer dat er iets
mis was met de wet van Mozes zelf.

10
00:00:37,710 --> 00:00:42,330
Het was eenvoudigweg zo dat de manier
waarop de rabbijnen haar onderwezen maar

11
00:00:42,330 --> 00:00:45,510
al te vaak volledig aan
de bedoeling voorbijging.

12
00:00:45,510 --> 00:00:49,230
Veel van de Farizeeën hielden zich
tenminste uiterlijk aan de wet,

13
00:00:49,230 --> 00:00:51,870
naar de letter en op een wettische manier,

14
00:00:51,870 --> 00:00:54,750
en ze leerden dat anderen
dat ook moesten doen.

15
00:00:54,750 --> 00:00:57,870
Maar ze zagen niet dat
het God om het hart ging.

16
00:00:57,870 --> 00:01:00,150
Wat God wilde, was dat mensen hun

17
00:01:00,150 --> 00:01:03,510
naaste zouden liefhebben
zoals ze zichzelf liefhebben.

18
00:01:03,510 --> 00:01:06,630
Je naaste liefhebben
zoals je jezelf liefhebt,

19
00:01:06,630 --> 00:01:10,470
doe je in werkelijkheid door
in al je omgang met je naaste

20
00:01:10,470 --> 00:01:14,550
nauwgezet rechtvaardig,
trouw en barmhartig te zijn.

21
00:01:14,550 --> 00:01:19,830
Recht, barmhartigheid en trouw:
deze drie dingen noemde Jezus

22
00:01:19,830 --> 00:01:22,230
de gewichtigere zaken van de wet.

23
00:01:22,230 --> 00:01:26,130
Hier, in dit gedeelte van
de Bergrede, laat Jezus zien

24
00:01:26,130 --> 00:01:29,370
waar het bij recht om gaat,
waar het bij trouw om gaat

25
00:01:29,370 --> 00:01:31,950
en waar het bij barmhartigheid om gaat.

26
00:01:31,950 --> 00:01:37,170
Ook laat Hij zien hoe dit van toepassing
is op wat God honderden jaren eerder

27
00:01:37,170 --> 00:01:40,170
al door Mozes aan de
Joden had geopenbaard.

28
00:01:40,170 --> 00:01:42,750
De wet waaraan de Joden trouw wilden zijn,

29
00:01:42,750 --> 00:01:46,050
had al die tijd werkelijk
in deze richting gewezen,

30
00:01:46,050 --> 00:01:48,930
maar ze hadden de betekenis ervan gemist.

31
00:01:48,930 --> 00:01:53,970
Jezus haalt de wet en haar oorspronkelijke
bedoeling tevoorschijn uit alle

32
00:01:53,970 --> 00:01:58,110
traditionele onduidelijkheid waarmee
de rabbijnen haar hadden bedekt.

33
00:01:58,110 --> 00:02:01,590
Daardoor konden ze God met hun
gedrag niet werkelijk behagen,

34
00:02:01,590 --> 00:02:06,150
want ze hadden niet onderkend wat
God wilde toen Hij deze geboden gaf.

35
00:02:06,150 --> 00:02:10,470
Ik heb geopperd dat Jezus in de
eerste twee voorbeelden die Hij gaf,

36
00:02:10,470 --> 00:02:13,110
Gods zorg om recht illustreerde.

37
00:02:13,110 --> 00:02:17,670
In de tweede twee voorbeelden
illustreerde Hij Gods zorg om trouw.

38
00:02:17,670 --> 00:02:22,590
Hij sprak over echtscheiding en over
het afleggen en nakomen van geloften.

39
00:02:22,590 --> 00:02:27,450
De laatste twee voorbeelden geeft Hij
hier aan het einde van Mattheüs 5.

40
00:02:27,450 --> 00:02:30,390
Ze illustreren Gods
zorg om barmhartigheid,

41
00:02:30,390 --> 00:02:32,910
namelijk dat Zijn volk barmhartig is.

42
00:02:32,910 --> 00:02:35,970
Hier hebben we het vijfde
voorbeeld dat Jezus geeft,

43
00:02:35,970 --> 00:02:39,810
in Mattheüs 5:38 tot en met 42.

44
00:02:39,810 --> 00:02:43,650
Het heeft duidelijk te maken met het
onderstrepen van de noodzaak om barmhartig

45
00:02:43,650 --> 00:02:45,570
te zijn tegenover anderen.

46
00:02:45,570 --> 00:02:48,810
In Mattheüs 5:38 zei Jezus:

47
00:02:48,810 --> 00:02:54,030
U hebt gehoord dat er gezegd is:
Oog voor oog en tand voor tand.

48
00:02:54,030 --> 00:02:57,690
Ik zeg u echter dat u geen
weerstand moet bieden aan de boze;

49
00:02:57,690 --> 00:03:01,830
maar wie u op de rechterwang
slaat, keer hem ook de andere toe;

50
00:03:01,830 --> 00:03:05,910
en als iemand u voor het gerecht
wil dagen en uw onderkleding nemen,

51
00:03:05,910 --> 00:03:10,770
geef hem dan ook het bovenkleed; en
wie u zal dwingen één mijl te gaan,

52
00:03:10,770 --> 00:03:12,511
ga er twee met hem .

53
00:03:12,511 --> 00:03:16,230
Geef aan hem die iets van u
vraagt, en keer u niet af van hem

54
00:03:16,230 --> 00:03:17,550
die van u lenen wil.

55
00:03:17,550 --> 00:03:21,210
Laten we proberen te begrijpen
wat Jezus wel en niet zegt.

56
00:03:21,210 --> 00:03:23,490
Ik wil dit beslist niet afzwakken,

57
00:03:23,490 --> 00:03:27,510
maar Jezus probeert hier ongetwijfeld
een bepaald punt te maken.

58
00:03:27,510 --> 00:03:30,690
Omdat we niet vertrouwd zijn
met Zijn manier van spreken,

59
00:03:30,690 --> 00:03:33,510
zouden we dat punt
verkeerd kunnen begrijpen.

60
00:03:33,510 --> 00:03:37,530
Dat kan ook gebeuren bij gelegenheden
waarop Hij spreekt over het afhakken van

61
00:03:37,530 --> 00:03:40,710
je rechterhand of het
uitrukken van je oog.

62
00:03:40,710 --> 00:03:42,630
Hij begint met de woorden:

63
00:03:42,630 --> 00:03:47,730
Jullie hebben gehoord dat er gezegd
werd: oog om oog en tand om tand.

64
00:03:47,730 --> 00:03:52,890
Dat stond inderdaad niet één keer, maar
meerdere keren in het Oude Testament:

65
00:03:52,890 --> 00:04:00,930
in Exodus 21 vers 24, in Leviticus
24 vers 20 en in Deuteronomium 19.

66
00:04:00,930 --> 00:04:04,110
Op al deze plaatsen
wordt deze wet herhaald:

67
00:04:04,110 --> 00:04:09,690
oog voor oog, tand voor tand,
hand voor hand, voet voor voet,

68
00:04:09,690 --> 00:04:12,750
Deze wordt soms de lex talionis genoemd.

69
00:04:12,750 --> 00:04:14,910
Het is de wet van vergelding.

70
00:04:14,910 --> 00:04:17,730
Het is de wet van wedervergelding.

71
00:04:17,730 --> 00:04:21,810
Jezus draagt Zijn discipelen
duidelijk op deze wet niet te volgen,

72
00:04:21,810 --> 00:04:25,350
en Hij vertelt hun wat ze in
plaats daarvan moeten doen.

73
00:04:25,350 --> 00:04:29,250
Voordat we kijken naar de specifieke
dingen die Jezus zei dat Zijn discipelen

74
00:04:29,250 --> 00:04:31,770
moesten doen in plaats
van deze wet te volgen,

75
00:04:31,770 --> 00:04:35,250
moeten we vragen of deze
wet nog steeds geldig is.

76
00:04:35,250 --> 00:04:38,370
Ook moeten we vragen of
Jezus probeert te zeggen:

77
00:04:38,370 --> 00:04:40,470
Deze wet deugt niet meer.

78
00:04:40,470 --> 00:04:43,410
Laten we haar vervangen
door wat Ik nu ga zeggen.

79
00:04:43,410 --> 00:04:45,330
Nee, dat is niet wat Jezus doet.

80
00:04:45,330 --> 00:04:49,110
Wanneer Jezus in dit gedeelte van
Mattheüs de verschillende voorbeelden

81
00:04:49,110 --> 00:04:50,370
geeft en zegt:

82
00:04:50,370 --> 00:04:56,430
U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht
gezegd is: U zult niet doden; en:

83
00:04:56,430 --> 00:05:00,210
Wie doodt, zal door de rechtbank
schuldig bevonden worden.

84
00:05:00,210 --> 00:05:01,050
of:

85
00:05:01,050 --> 00:05:07,230
U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht
gezegd is: U zult geen overspel plegen.

86
00:05:07,230 --> 00:05:09,990
verandert Hij de morele
leer van de wet niet.

87
00:05:09,990 --> 00:05:15,570
Hij zegt niet dat moord nu toegestaan
is of dat overspel nu toegestaan is.

88
00:05:15,570 --> 00:05:17,550
Zo is het ook wanneer Hij zegt:

89
00:05:17,550 --> 00:05:23,130
U hebt gehoord dat er gezegd is:
Oog voor oog en tand voor tand.

90
00:05:23,130 --> 00:05:24,810
en de wet aanhaalt:

91
00:05:24,810 --> 00:05:29,970
Oog om oog en tand om tand, Hij zegt
niet dat deze wet niet langer een

92
00:05:29,970 --> 00:05:31,590
rechtvaardige wet is.

93
00:05:31,590 --> 00:05:34,530
Hij maakt in werkelijkheid
een heel ander punt,

94
00:05:34,530 --> 00:05:37,950
namelijk hoe Zijn discipelen
moeten reageren op mensen die

95
00:05:37,950 --> 00:05:39,810
hun onrecht aandoen.

96
00:05:39,810 --> 00:05:42,090
De wet in het Oude Testament zei:

97
00:05:42,090 --> 00:05:48,750
oog om oog, tand om tand, maar ging
in werkelijkheid nog verder. Er stond:

98
00:05:48,750 --> 00:05:53,670
Maar als er wel dodelijk letsel
is, moet u geven leven voor leven,

99
00:05:53,670 --> 00:05:55,470
Dat betekent het volgende.

100
00:05:55,470 --> 00:05:59,730
Wanneer iemand een ander had verwond en
de gewonde partij die persoon voor het

101
00:05:59,730 --> 00:06:03,150
gerecht bracht, moest de
magistraat, de rechter,

102
00:06:03,150 --> 00:06:07,410
een straf opleggen aan degene die
de ander onrecht had aangedaan.

103
00:06:07,410 --> 00:06:10,350
Maar de vraag is: welke straf?

104
00:06:10,350 --> 00:06:13,230
De straf moest precies rechtvaardig zijn.

105
00:06:13,230 --> 00:06:17,250
Als een man een ander had aangevallen
en hem een oog had uitgeslagen,

106
00:06:17,250 --> 00:06:21,090
dan zou de straf zijn dat hij zelf
een van zijn ogen moest verliezen.

107
00:06:21,090 --> 00:06:24,930
Als hij de hand van een man zo had verwond
of beschadigd dat die niet meer kon

108
00:06:24,930 --> 00:06:28,650
werken, dan moest de man die
de schade had aangericht,

109
00:06:28,650 --> 00:06:32,310
zelf op soortgelijke wijze
aan zijn hand verwond worden.

110
00:06:32,310 --> 00:06:37,110
Als hij iemand had gedood, dan moest
die man zijn leven geven voor een leven.

111
00:06:37,110 --> 00:06:42,690
oog voor oog, tand voor tand,
hand voor hand, voet voor voet,

112
00:06:42,690 --> 00:06:47,790
brandwond voor brandwond, wond
voor wond, striem voor striem.

113
00:06:47,790 --> 00:06:53,370
Dit alles wilde eenvoudigweg zeggen
dat als een man een ander had verwond

114
00:06:53,370 --> 00:06:56,730
en blijvende schade had
veroorzaakt waarmee die man

115
00:06:56,730 --> 00:07:00,630
de rest van zijn leven moest
leven, of hem zelfs had gedood,

116
00:07:00,630 --> 00:07:05,190
de persoon die de schade had aangericht
met gelijke munt moest betalen:

117
00:07:05,190 --> 00:07:09,990
met zijn eigen leven of met
verwondingen aan zijn eigen lichaam.

118
00:07:09,990 --> 00:07:13,530
Sommige mensen zouden dat
misschien een barbaarse wet vinden.

119
00:07:13,530 --> 00:07:17,550
Als je bijvoorbeeld in sommige
islamitische landen een brood stal,

120
00:07:17,550 --> 00:07:19,230
werd je hand afgehakt.

121
00:07:19,230 --> 00:07:23,550
Wij beschouwen dat als een barbaarse wet,
en volgens mij wordt het terecht als een

122
00:07:23,550 --> 00:07:28,230
barbaarse wet beschouwd om de hand van
een man af te hakken en hem blijvend te

123
00:07:28,230 --> 00:07:31,170
verminken omdat hij een
brood heeft gestolen.

124
00:07:31,170 --> 00:07:34,530
Dat zou in Bijbelse tijden
nooit door de Joden zijn gedaan,

125
00:07:34,530 --> 00:07:38,970
want onder de wet hoefde een man die een
dief was alleen maar terug te geven wat

126
00:07:38,970 --> 00:07:43,470
hij had gestolen, met rente,
en die rente liep heel hoog op.

127
00:07:43,470 --> 00:07:47,850
Soms moest hij vier- of vijfmaal zoveel
terugbrengen als hij had gestolen.

128
00:07:47,850 --> 00:07:52,230
De wet zou hem niet blijvend verminken
omdat hij een brood had gestolen.

129
00:07:52,230 --> 00:07:55,290
Maar als een man een andere
man blijvend verminkte

130
00:07:55,290 --> 00:07:59,910
en daarom zelf hetzelfde letsel moest
ondergaan, is dat niet barbaars.

131
00:07:59,910 --> 00:08:01,950
Dat is gewoon rechtvaardigheid.

132
00:08:01,950 --> 00:08:05,310
Dat is gewoon volkomen
nauwkeurige rechtvaardigheid.

133
00:08:05,310 --> 00:08:08,790
Als ik jouw auto beschadig,
dan mag jij mijn auto op

134
00:08:08,790 --> 00:08:10,710
soortgelijke wijze beschadigen.

135
00:08:10,710 --> 00:08:14,010
Of beter nog: ik zou jou
mijn auto moeten geven.

136
00:08:14,010 --> 00:08:18,451
Maar het punt is dat de wet
— oog om oog, tand om tand —

137
00:08:18,451 --> 00:08:20,970
gegeven was om ervoor te
zorgen dat een man niet

138
00:08:20,970 --> 00:08:24,990
zwaarder werd gestraft dan zijn misdaad
verdiende, maar ook niet lichter.

139
00:08:24,990 --> 00:08:27,930
In de Bijbel staat in
Spreuken het beginsel dat

140
00:08:27,930 --> 00:08:31,530
wie de schuldige vrijspreekt en
wie de onschuldige veroordeelt,

141
00:08:31,530 --> 00:08:34,770
voor de HEERE evenzeer een gruwel zijn.

142
00:08:34,770 --> 00:08:38,910
Wanneer een man in een rechtbank als
rechter of magistraat zit en het zijn

143
00:08:38,910 --> 00:08:42,930
taak is uitspraak te doen tussen partijen
die een klacht tegen elkaar hebben,

144
00:08:42,930 --> 00:08:47,310
kan hij vaststellen dat de één schuldig
is aan een misdaad tegen de ander.

145
00:08:47,310 --> 00:08:51,870
Wanneer het vervolgens aan de rechter is
om de straf voor de misdadiger te bepalen,

146
00:08:51,870 --> 00:08:55,530
is hij verplicht precies de
rechtvaardige straf op te leggen.

147
00:08:55,530 --> 00:08:58,830
Het is verkeerd om een man
die een brood heeft gestolen

148
00:08:58,830 --> 00:09:01,230
veertig jaar naar de gevangenis te sturen.

149
00:09:01,230 --> 00:09:05,010
Het is evenzeer verkeerd om
een man die een moordenaar is

150
00:09:05,010 --> 00:09:08,910
een tik op de vingers te geven
en hem vrijuit te laten gaan.

151
00:09:08,910 --> 00:09:13,830
Het ene is een voorbeeld van een straf
die buitenproportioneel zwaar is.

152
00:09:13,830 --> 00:09:17,010
Het andere is buitenproportioneel mild.

153
00:09:17,010 --> 00:09:20,370
Iedere rechter die niet begrijpt
wat rechtvaardigheid is,

154
00:09:20,370 --> 00:09:25,890
hoort die positie niet te bekleden, want
God hecht belang aan rechtvaardigheid.

155
00:09:25,890 --> 00:09:32,730
Deze wet, oog om oog, tand om tand, moest
de rechters, de magistraten van Israël,

156
00:09:32,730 --> 00:09:36,030
leiden bij het voorschrijven van
de juiste straf voor mensen die

157
00:09:36,030 --> 00:09:39,870
misdaden hadden gepleegd waarmee
ze anderen schade hadden berokkend.

158
00:09:39,870 --> 00:09:43,950
Jezus zegt niet dat we dat zo moeten
veranderen dat rechters misdadigers nu

159
00:09:43,950 --> 00:09:48,030
niet meer straffen, of dat ze hen
op een andere manier straffen.

160
00:09:48,030 --> 00:09:51,030
Merk op dat Jezus dat
onderwerp niet behandelt.

161
00:09:51,030 --> 00:09:55,350
Jezus zegt niet: ‘Vroeger was
het oog om oog, tand om tand,

162
00:09:55,350 --> 00:09:59,670
maar nu zeg Ik alleen maar: geef
ze een tik op de vingers en laat ze

163
00:09:59,670 --> 00:10:01,170
hun weg vervolgen.’

164
00:10:01,170 --> 00:10:06,390
Ook zegt Hij niet: ‘Nu zeg Ik:
laat misdadigers vrijuit gaan.’

165
00:10:06,390 --> 00:10:09,870
Nee, Jezus spreekt hier
niet tot de magistraten.

166
00:10:09,870 --> 00:10:11,970
Hij spreekt tot Zijn discipelen.

167
00:10:11,970 --> 00:10:14,730
Hij spreekt niet tot
mannen die rechter zijn.

168
00:10:14,730 --> 00:10:19,170
Hij spreekt tot individuele personen die
misschien door iemand op de wang worden

169
00:10:19,170 --> 00:10:22,530
geslagen, of op een andere
manier worden beledigd,

170
00:10:22,530 --> 00:10:27,270
geïrriteerd of in hun rechten worden
geschonden. Wat moeten zij doen?

171
00:10:27,270 --> 00:10:30,090
Hij zegt dat je het letsel kunt verdragen

172
00:10:30,090 --> 00:10:33,330
in plaats van iemand soortgelijk
letsel toe te brengen.

173
00:10:33,330 --> 00:10:37,830
Daarmee zegt Hij niet dat de rechters
nu alle misdadigers zonder enige straf

174
00:10:37,830 --> 00:10:39,870
vrij moeten laten rondlopen.

175
00:10:39,870 --> 00:10:45,090
Jezus en de apostelen hebben beslist nooit
geloofd dat mensen die binnen de overheid

176
00:10:45,090 --> 00:10:49,530
een gezaghebbende functie bekleden
niemand zouden moeten straffen.

177
00:10:49,530 --> 00:10:52,650
Paulus maakte dat heel
duidelijk in Romeinen 13.

178
00:10:52,650 --> 00:10:56,370
Hij zei dat de magistraten,
de overheidsfunctionarissen,

179
00:10:56,370 --> 00:11:00,990
er zijn als Gods dienaren om wraak
te nemen op hen die kwaad doen.

180
00:11:00,990 --> 00:11:04,050
Petrus zei in 1 Petrus, hoofdstuk 2,

181
00:11:04,050 --> 00:11:09,210
dat overheidsfunctionarissen door God zijn
aangesteld om kwaaddoeners te straffen en

182
00:11:09,210 --> 00:11:10,770
hen die goeddoen te prijzen.

183
00:11:10,770 --> 00:11:13,350
Het christelijke Evangelie
leert beslist niet

184
00:11:13,350 --> 00:11:16,590
dat degenen die de bevoegdheid
hebben om een land te besturen

185
00:11:16,590 --> 00:11:19,770
misdaad moeten negeren of
niet moeten bestraffen.

186
00:11:19,770 --> 00:11:23,310
Het leert ook niet dat ze misdaad
moeten bestraffen volgens een andere

187
00:11:23,310 --> 00:11:28,470
maatstaf van rechtvaardigheid dan die
welke God oorspronkelijk heeft gegeven.

188
00:11:28,470 --> 00:11:34,230
Rechtvaardigheid blijft rechtvaardigheid,
en degenen die rechter zijn in rechtbanken

189
00:11:34,230 --> 00:11:37,290
behoren de maatstaf van
rechtvaardigheid te volgen.

190
00:11:37,290 --> 00:11:40,650
De meesten van ons zijn echter
geen rechters bij een rechtbank,

191
00:11:40,650 --> 00:11:44,970
en de discipelen van Jezus waren
geen rechters bij een rechtbank.

192
00:11:44,970 --> 00:11:47,130
Ze waren geen magistraten.

193
00:11:47,130 --> 00:11:51,030
Het probleem was dat de gemiddelde
Jood deze voorschriften,

194
00:11:51,030 --> 00:11:56,010
die voor de magistraten golden, opvatte
alsof ze hem niet alleen het recht gaven,

195
00:11:56,010 --> 00:12:00,990
maar hem ook geboden om wraak te nemen
op iedereen die hem onrecht aandeed.

196
00:12:00,990 --> 00:12:05,730
Met andere woorden, als iemand mijn akker
in brand stak en ik daardoor een oogst

197
00:12:05,730 --> 00:12:10,350
verloor, dan zou ik volgens deze wet
zijn akker in brand mogen steken,

198
00:12:10,350 --> 00:12:12,630
zodat hij ook een oogst verloor.

199
00:12:12,630 --> 00:12:16,830
Als ik daarentegen barmhartig wilde zijn,
kon ik het onrecht voor mijn rekening

200
00:12:16,830 --> 00:12:20,250
nemen en hoefde ik hem helemaal
niet voor de rechter te brengen.

201
00:12:20,250 --> 00:12:23,310
Ik zou hem geen enkele
straf hoeven op te leggen.

202
00:12:23,310 --> 00:12:27,510
Als iemand in dat geval mijn oogst in
brand stak en ik hem wel voor de rechter

203
00:12:27,510 --> 00:12:32,190
bracht, dan zou de rechter moeten
zeggen: ‘Jij hebt zijn oogst verbrand;

204
00:12:32,190 --> 00:12:34,230
hij heeft jouw oogst verbrand.

205
00:12:34,230 --> 00:12:36,930
Zo is het recht hier
gelijkelijk toegepast.’

206
00:12:36,930 --> 00:12:39,930
Maar het is aan mij, als
de benadeelde partij,

207
00:12:39,930 --> 00:12:43,410
om te beslissen of ik hem
überhaupt voor de rechter breng.

208
00:12:43,410 --> 00:12:46,290
Het is aan mij, als de benadeelde partij,

209
00:12:46,290 --> 00:12:50,070
om te beslissen of ik het
onrecht eenvoudigweg genadig en

210
00:12:50,070 --> 00:12:54,330
barmhartig voor mijn rekening neem,
in plaats van hem onrecht aan te doen.

211
00:12:54,330 --> 00:12:58,710
Jezus geeft geen nieuwe invulling
aan wat gerechtigheid inhoudt

212
00:12:58,710 --> 00:13:02,190
wanneer magistraten die
aan misdadigers opleggen.

213
00:13:02,190 --> 00:13:06,930
Hij spreekt over individuele burgers
en over hoe zij moeten reageren

214
00:13:06,930 --> 00:13:09,930
wanneer ze misschien een
zaak tegen iemand hebben.

215
00:13:09,930 --> 00:13:14,730
Iemand heeft hun onrecht aangedaan en ze
zouden hem voor de rechter kunnen brengen,

216
00:13:14,730 --> 00:13:17,430
maar ze kunnen besluiten dat niet te doen.

217
00:13:17,430 --> 00:13:22,170
Als iemand je slaat, je eigendom
beschadigt of je iets dergelijks aandoet,

218
00:13:22,170 --> 00:13:25,590
kun je hem gewoon vergeven
en het daarbij laten.

219
00:13:25,590 --> 00:13:28,410
Je hoeft niet te eisen dat
hij vergelding ondergaat

220
00:13:28,410 --> 00:13:32,430
volgens de normen die de rechtbanken
volgens de wet moeten volgen.

221
00:13:32,430 --> 00:13:36,570
Toen Jozef, de man van Maria,
ontdekte dat ze zwanger was,

222
00:13:36,570 --> 00:13:39,090
had hij haar voor de
rechtbank kunnen brengen.

223
00:13:39,090 --> 00:13:41,250
Men zou haar ter dood hebben veroordeeld,

224
00:13:41,250 --> 00:13:44,970
omdat men zou hebben aangenomen
dat ze ontrouw was geweest.

225
00:13:44,970 --> 00:13:50,190
Hoewel wij weten dat ze op wonderbaarlijke
wijze zwanger was en nog steeds maagd was,

226
00:13:50,190 --> 00:13:54,210
kon ze dat onmogelijk tot
tevredenheid van sceptici bewijzen.

227
00:13:54,210 --> 00:13:57,570
Daarom zou men hebben aangenomen
dat ze geen maagd was,

228
00:13:57,570 --> 00:14:02,250
dat ze haar geloften had geschonden en
dat ze volgens de wet de dood verdiende.

229
00:14:02,250 --> 00:14:06,270
Maar Jozef besloot dat hij haar
daar niet aan wilde onderwerpen.

230
00:14:06,270 --> 00:14:09,690
Hij wilde haar daar niet aan
blootstellen, dus besloot hij haar

231
00:14:09,690 --> 00:14:13,950
in stilte weg te sturen, toch niet
met haar te trouwen en de hele zaak

232
00:14:13,950 --> 00:14:15,270
te laten rusten.

233
00:14:15,270 --> 00:14:17,430
Dat was heel barmhartig van hem.

234
00:14:17,430 --> 00:14:22,470
In 1 Korinthe, hoofdstuk 6, bekritiseert
Paulus de christenen in Korinthe

235
00:14:22,470 --> 00:14:25,470
omdat ze dit patroon van
gerechtigheid niet volgen.

236
00:14:25,470 --> 00:14:28,770
Hij zegt zelfs dat ze bereid
zouden moeten zijn het

237
00:14:28,770 --> 00:14:31,470
onrecht van een broeder
voor hun rekening te nemen,

238
00:14:31,470 --> 00:14:34,530
in plaats van een rechtszaak
tegen hem aan te spannen.

239
00:14:34,530 --> 00:14:40,170
Bij wijze van berisping zegt hij
in vers 5 en 6 van 1 Korinthe 6:

240
00:14:40,170 --> 00:14:42,630
Tot beschaming zeg ik u dit.

241
00:14:42,630 --> 00:14:46,830
Is er dan onder u niemand
die wijs is, zelfs niet één,

242
00:14:46,830 --> 00:14:50,370
die in staat zou zijn een
oordeel te vellen in een

243
00:14:50,370 --> 00:14:52,170
geschil tussen zijn broeders?

244
00:14:52,170 --> 00:14:56,070
Maar de ene broeder spant een
rechtszaak aan tegen de andere broeder,

245
00:14:56,070 --> 00:14:57,990
en dat voor ongelovigen.

246
00:14:57,990 --> 00:14:59,190
Hij zegt:

247
00:14:59,190 --> 00:15:02,310
Dan is er al volledig
sprake van verlies onder u,

248
00:15:02,310 --> 00:15:05,010
dat u onder elkaar rechtszaken hebt.

249
00:15:05,010 --> 00:15:07,230
Waarom lijdt u niet liever onrecht?

250
00:15:07,230 --> 00:15:09,750
Waarom laat u zich niet liever benadelen?

251
00:15:09,750 --> 00:15:14,970
Dat betekent: waarom onderga je het
onrecht niet zonder terug te vechten?

252
00:15:14,970 --> 00:15:19,410
Dat zegt Paulus om de christenen duidelijk
te maken dat ze behoren te doen wat

253
00:15:19,410 --> 00:15:21,030
Jezus heeft gezegd.

254
00:15:21,030 --> 00:15:25,110
Als je broeder je onrecht aandoet, hoef
je hem niet voor de rechter te brengen.

255
00:15:25,110 --> 00:15:26,730
Je kunt hem vergeven.

256
00:15:26,730 --> 00:15:29,310
Je kunt het onrecht
voor je rekening nemen.

257
00:15:29,310 --> 00:15:33,750
Je kunt jezelf onrecht laten
aandoen, nietwaar? Waarom niet?

258
00:15:33,750 --> 00:15:35,550
Dat is barmhartig zijn.

259
00:15:35,550 --> 00:15:39,150
Als je broeder je onrecht aandoet
en je hem voor de rechter brengt,

260
00:15:39,150 --> 00:15:43,110
waarna hem een straf wordt
opgelegd, dan is dat gerechtigheid.

261
00:15:43,110 --> 00:15:46,350
Maar barmhartigheid is iets
anders dan gerechtigheid.

262
00:15:46,350 --> 00:15:50,310
Het betekent dat ik afstand doe
van mijn recht om wraak te nemen,

263
00:15:50,310 --> 00:15:53,130
en dat ik je barmhartigheid
en vergeving schenk,

264
00:15:53,130 --> 00:15:55,590
zelfs als je daar niet om hebt gevraagd.

265
00:15:55,590 --> 00:15:59,070
Jezus geeft verschillende voorbeelden
van hoe de discipelen dit beginsel

266
00:15:59,070 --> 00:16:00,210
zouden kunnen volgen.

267
00:16:00,210 --> 00:16:02,850
Hij zegt in vers 39:

268
00:16:02,850 --> 00:16:07,230
Ik zeg u echter dat u geen
weerstand moet bieden aan de boze;

269
00:16:07,230 --> 00:16:11,490
maar wie u op de rechterwang
slaat, keer hem ook de andere toe;

270
00:16:11,490 --> 00:16:15,510
Al deze dingen hebben te maken
met het tonen van barmhartigheid.

271
00:16:15,510 --> 00:16:20,010
Ze hebben te maken met het opgeven van
je rechten ten behoeve van iemand anders,

272
00:16:20,010 --> 00:16:23,970
die geen enkel recht heeft om van
je te verwachten dat je dit doet.

273
00:16:23,970 --> 00:16:27,870
Stel bijvoorbeeld dat iemand je,
zonder dat je hem hebt uitgedaagd,

274
00:16:27,870 --> 00:16:29,430
op je wang slaat.

275
00:16:29,430 --> 00:16:35,010
De wet ‘oog om oog, tand om tand’ zou
dan duidelijk maken dat je hem voor de

276
00:16:35,010 --> 00:16:38,970
rechtbank zou kunnen slepen en
tegen de rechter zou kunnen zeggen:

277
00:16:38,970 --> 00:16:42,270
‘Deze man kwam zomaar naar me
toe en sloeg me op mijn wang,

278
00:16:42,270 --> 00:16:45,750
terwijl ik niets heb gedaan
om hem daartoe uit te dagen.’

279
00:16:45,750 --> 00:16:48,930
De rechter zou zeggen:
‘Het is heel eenvoudig.

280
00:16:48,930 --> 00:16:50,610
Jij slaat hem op zijn wang.

281
00:16:50,610 --> 00:16:54,990
Het is oog om oog, tand
om tand, wang om wang.’

282
00:16:54,990 --> 00:16:59,430
Dan zou je hem op zijn wang slaan,
en daarmee zou de zaak zijn afgedaan.

283
00:16:59,430 --> 00:17:01,470
Dat zou gerechtigheid zijn.

284
00:17:01,470 --> 00:17:02,730
Maar Jezus zei:

285
00:17:02,730 --> 00:17:06,750
Als iemand je op de ene wang slaat,
keer hem dan ook de andere toe.

286
00:17:06,750 --> 00:17:11,190
Met andere woorden, geef hem als het
ware toestemming om je ook op de andere

287
00:17:11,190 --> 00:17:12,570
wang te slaan.

288
00:17:12,570 --> 00:17:14,730
Daarmee toon je barmhartigheid.

289
00:17:14,730 --> 00:17:17,850
Terwijl je wraak zou kunnen
nemen, doe je dat niet.

290
00:17:17,850 --> 00:17:21,690
In plaats daarvan vergeef je hem en
geef je hem zelfs de gelegenheid je

291
00:17:21,690 --> 00:17:23,430
nogmaals te slaan.

292
00:17:23,430 --> 00:17:26,670
Sommigen hebben deze leer over
het toekeren van de andere wang

293
00:17:26,670 --> 00:17:30,930
opgevat als een leer die elke vorm
van zelfverdediging zou verbieden,

294
00:17:30,930 --> 00:17:33,150
zelfs wanneer je in levensgevaar verkeert.

295
00:17:33,150 --> 00:17:37,050
Ik zal niet zeggen dat de
passage wel of niet zo ver gaat.

296
00:17:37,050 --> 00:17:42,630
Alles wat ik kan zeggen, is dat dit niet
de situatie is die Jezus hier schetst.

297
00:17:42,630 --> 00:17:47,490
Jezus schetst geen situatie waarin
je in levensgevaar verkeert.

298
00:17:47,490 --> 00:17:51,570
Hij schetst alleen een situatie
waarin iemand je op de wang slaat.

299
00:17:51,570 --> 00:17:55,230
Het is interessant dat Hij zegt
dat het om je rechterwang gaat.

300
00:17:55,230 --> 00:18:00,090
Als je er even over nadenkt, weet je dat
wanneer iemand je op de rechterwang slaat,

301
00:18:00,090 --> 00:18:02,370
hij dat óf met zijn linkerhand doet,

302
00:18:02,370 --> 00:18:06,630
omdat die hand tegenover jouw rechterwang
staat als hij met zijn gezicht naar je toe

303
00:18:06,630 --> 00:18:08,970
staat, óf met zijn rechterhand.

304
00:18:08,970 --> 00:18:13,350
Als hij zijn rechterhand gebruikt, moet
hij je dus met de rug van zijn hand slaan.

305
00:18:13,350 --> 00:18:16,650
Als iemand die tegenover je staat
je met zijn linkerhand slaat,

306
00:18:16,650 --> 00:18:19,110
kan hij je recht met zijn vuist raken.

307
00:18:19,110 --> 00:18:22,471
Maar als iemand tegenover je staat
en zijn rechterhand gebruikt —

308
00:18:22,471 --> 00:18:26,851
en normaal gesproken zou men ervan uitgaan
dat de meeste mensen rechtshandig zijn —

309
00:18:26,851 --> 00:18:31,350
moet hij je met de rug van zijn hand
slaan als hij je op de rechterwang slaat.

310
00:18:31,350 --> 00:18:35,130
Zijn rechterhand staat namelijk
eigenlijk tegenover jouw linkerwang.

311
00:18:35,130 --> 00:18:39,390
Dat hij je op je rechterwang slaat, wijst
erop dat hij zijn hand naar achteren naar

312
00:18:39,390 --> 00:18:43,050
je toe beweegt en je met de rug van
zijn rechterhand op je wang slaat.

313
00:18:43,050 --> 00:18:47,190
In dit geval zou het niet zozeer gaan
om iemand die je probeert af te tuigen,

314
00:18:47,190 --> 00:18:50,370
maar om iemand die je alleen
maar probeert te beledigen.

315
00:18:50,370 --> 00:18:55,110
In het Oosten is het aanraken van
iemands gezicht een grove belediging.

316
00:18:55,110 --> 00:18:58,470
In zijn gezicht spugen,
hem in het gezicht slaan

317
00:18:58,470 --> 00:19:03,750
of hem een klap in het gezicht geven,
voert die belediging nog een stap verder.

318
00:19:03,750 --> 00:19:07,650
Jezus beschrijft geen situatie
waarin iemand wordt aangevallen

319
00:19:07,650 --> 00:19:09,870
en in levensgevaar verkeert.

320
00:19:09,870 --> 00:19:13,710
Hij beschrijft een situatie
waarin iemand wordt beledigd,

321
00:19:13,710 --> 00:19:17,670
zwaar wordt beledigd en wordt
uitgedaagd om te vechten.

322
00:19:17,670 --> 00:19:20,190
Hij gaat niet op de provocatie in.

323
00:19:20,190 --> 00:19:22,590
Hij neemt de uitnodiging niet aan.

324
00:19:22,590 --> 00:19:24,510
Hij vecht niet terug.

325
00:19:24,510 --> 00:19:28,710
Iemand slaat je in het gezicht en
jij geeft hem de gelegenheid om je,

326
00:19:28,710 --> 00:19:31,950
als hij dat wil, ook van
de andere kant te slaan.

327
00:19:31,950 --> 00:19:36,870
Dit betekent dat je niet eist dat je
in het gelijk wordt gesteld omdat jou

328
00:19:36,870 --> 00:19:38,490
onrecht is aangedaan.

329
00:19:38,490 --> 00:19:42,810
Je bent bereid om zo nodig
nog meer onrecht te ondergaan,

330
00:19:42,810 --> 00:19:46,230
om deze andere persoon geen kwaad te doen.

331
00:19:46,230 --> 00:19:51,510
Zo zegt Jezus ook dat als iemand je wil
aanklagen en je onderkleed wil afnemen,

332
00:19:51,510 --> 00:19:54,090
je hem meer moet geven dan hij wil:

333
00:19:54,090 --> 00:19:58,350
En als iemand u voor het gerecht
wil dagen en uw onderkleding nemen,

334
00:19:58,350 --> 00:20:00,510
geef hem dan ook het bovenkleed.

335
00:20:00,510 --> 00:20:05,490
Als iemand je wil dwingen één mijl
met hem mee te gaan, ga er dan twee.

336
00:20:05,490 --> 00:20:09,090
Dit speelde in de tijd dat
de Romeinen Israël bezetten.

337
00:20:09,090 --> 00:20:12,570
Volgens de wet mochten zij iedere
burger die daar toevallig stond,

338
00:20:12,570 --> 00:20:16,050
verplichten dienst te verrichten
door hun bagage te dragen.

339
00:20:16,050 --> 00:20:18,870
De Romeinse soldaten hadden
veel spullen te dragen.

340
00:20:18,870 --> 00:20:23,250
Ze konden iedere Joodse man die
daar stond, beetpakken en zeggen:

341
00:20:23,250 --> 00:20:24,870
‘Draag dit voor mij.’

342
00:20:24,870 --> 00:20:29,190
Volgens de wet moest die man het
één mijl dragen, maar niet verder.

343
00:20:29,190 --> 00:20:33,870
Na één mijl ontsloeg de Romeinse
wet die Jood van zijn verplichting.

344
00:20:33,870 --> 00:20:38,490
Hij kon ophouden met dragen en de soldaat
moest een andere man vinden om het de

345
00:20:38,490 --> 00:20:40,290
volgende mijl te dragen.

346
00:20:40,290 --> 00:20:41,370
Jezus zei:

347
00:20:41,370 --> 00:20:46,110
als iemand je dwingt één mijl met
hem mee te lopen, loop er dan twee.

348
00:20:46,110 --> 00:20:50,610
Dat betekent natuurlijk dat je niet
vasthoudt aan je recht om weg te lopen.

349
00:20:50,610 --> 00:20:54,990
Als deze man wil dat zijn bagage
verder dan één mijl wordt gedragen,

350
00:20:54,990 --> 00:20:59,550
hoef je niet alleen te doen wat binnen de
grenzen valt van wat de wet van je eist.

351
00:20:59,550 --> 00:21:02,250
Uit liefde voor je
naaste kun je verdergaan,

352
00:21:02,250 --> 00:21:07,410
zelfs uit liefde voor je onderdrukker,
de Romeinse soldaat. Je kunt hem dienen.

353
00:21:07,410 --> 00:21:09,870
Je kunt hem barmhartigheid bewijzen.

354
00:21:09,870 --> 00:21:14,310
Je kunt hem meer vrijgevigheid betonen
dan waarop hij volgens zijn bevoegdheid

355
00:21:14,310 --> 00:21:15,870
aanspraak kan maken.

356
00:21:15,870 --> 00:21:20,190
Dat is wat Jezus hier van begin
tot eind zegt. Wanneer Hij zegt:

357
00:21:20,190 --> 00:21:25,110
als iemand je om iets vraagt, geef het
hem, dan is dat enigszins een hyperbool,

358
00:21:25,110 --> 00:21:30,030
want er zouden beslist uitzonderingen op
zijn die Jezus en de apostelen erkennen.

359
00:21:30,030 --> 00:21:33,930
Het zou verkeerd zijn om je kinderen
alles te geven waar ze om vroegen,

360
00:21:33,930 --> 00:21:38,910
want veel dingen waar ze om vroegen,
zouden hun schaden als je die aan hen gaf.

361
00:21:38,910 --> 00:21:40,470
Toen Jezus zei:

362
00:21:40,470 --> 00:21:44,430
Geef aan wie jou iets vraagt, bedoelde
Hij niet letterlijk dat dit zonder

363
00:21:44,430 --> 00:21:45,870
enig voorbehoud geldt.

364
00:21:45,870 --> 00:21:48,870
In 2 Thessalonicenzen 3 staat zelfs:

365
00:21:48,870 --> 00:21:53,670
Want ook toen wij bij u waren, bevalen
wij u dit: als iemand niet wil werken,

366
00:21:53,670 --> 00:21:55,290
zal hij ook niet eten.

367
00:21:55,290 --> 00:21:59,910
en er staat dat christenen geen mensen
moeten onderhouden die niet willen werken.

368
00:21:59,910 --> 00:22:03,390
Iemand die niet kan werken is
natuurlijk een ander verhaal.

369
00:22:03,390 --> 00:22:07,650
Maar iemand die weigert te werken,
hoewel hij wel zou kunnen werken,

370
00:22:07,650 --> 00:22:11,850
mag volgens 2 Thessalonicenzen
3 geen eten krijgen.

371
00:22:11,850 --> 00:22:16,710
Wat Jezus zegt, is dit: je moet
bereid zijn op iedere mogelijke manier

372
00:22:16,710 --> 00:22:21,990
waarop je een broeder of zuster van dienst
kunt zijn, barmhartigheid te bewijzen.

373
00:22:21,990 --> 00:22:25,350
Als iemand je slaat, sla dan niet terug.

374
00:22:25,350 --> 00:22:29,070
Laat hem je nog een keer slaan
als hij daar plezier aan beleeft.

375
00:22:29,070 --> 00:22:32,670
Als iemand je wil aanklagen,
vecht dan niet tegen hem.

376
00:22:32,670 --> 00:22:34,710
Bewijs hem barmhartigheid.

377
00:22:34,710 --> 00:22:36,570
Wees vriendelijk voor hem.

378
00:22:36,570 --> 00:22:39,150
Doe goed aan degene die jou kwaad doet.

379
00:22:39,150 --> 00:22:42,990
Als iemand je dwingt één
mijl te gaan, ga er dan twee.

380
00:22:42,990 --> 00:22:48,090
Als iemand je geld nodig heeft, ben je het
hem niet verschuldigd, maar geef hem wat.

381
00:22:48,090 --> 00:22:49,950
Help hem uit de nood.

382
00:22:49,950 --> 00:22:54,090
Strikt genomen heb je, als je dat geld
hebt verdiend en het wettelijk jouw geld

383
00:22:54,090 --> 00:22:57,390
is, het recht om het uit
te geven zoals je wilt.

384
00:22:57,390 --> 00:23:00,450
De man die erom vraagt,
heeft er geen recht op.

385
00:23:00,450 --> 00:23:03,810
Maar uit barmhartigheid zou je hem
iets geven van de middelen waarvan

386
00:23:03,810 --> 00:23:05,190
je zelf leeft.

387
00:23:05,190 --> 00:23:08,790
Dat wil zeggen: je hebt het recht
om het voor jezelf te gebruiken,

388
00:23:08,790 --> 00:23:11,010
maar in plaats daarvan geef je het aan hem

389
00:23:11,010 --> 00:23:13,350
en laat je hem het voor
zijn behoeften gebruiken.

390
00:23:13,350 --> 00:23:17,250
Dit zijn allemaal manieren waarop ons
wordt opgedragen afstand te doen van onze

391
00:23:17,250 --> 00:23:19,830
eigen rechten om barmhartig te zijn.

392
00:23:19,830 --> 00:23:24,330
En barmhartigheid maakt deel uit van
wat het betekent om lief te hebben.

393
00:23:24,330 --> 00:23:29,250
Jezus wijst er opnieuw op dat de wet
gegeven is om ons te helpen begrijpen

394
00:23:29,250 --> 00:23:34,050
wat het betekent onze naaste lief te
hebben zoals wij onszelf liefhebben.

395
00:23:34,050 --> 00:23:37,710
Barmhartigheid is een
wezenlijk onderdeel van liefde.

396
00:23:37,710 --> 00:23:43,110
Zonder dat kunnen we de wet onmogelijk
gehoorzamen op een manier die God behaagt.

397
00:23:43,110 --> 00:23:47,790
We zullen Zijn laatste voorbeeld in
Mattheüs hoofdstuk 5 behandelen en daarna

398
00:23:47,790 --> 00:23:49,110
verdergaan met de Bergrede.
