1
00:00:02,010 --> 00:00:04,470
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,470 --> 00:00:11,310
Deze keer behandelen we Mattheüs
6, vers 21 tot en met vers 24.

3
00:00:11,310 --> 00:00:15,990
We komen bij een heel ongebruikelijke
uitspraak van Jezus in de Bergrede.

4
00:00:15,990 --> 00:00:22,110
Die staat in Mattheüs hoofdstuk
6, de verzen 21 tot en met 24.

5
00:00:22,110 --> 00:00:24,810
Wanneer ik zeg dat die
heel ongebruikelijk is,

6
00:00:24,810 --> 00:00:29,190
bedoel ik niet dat dit hele gedeelte
ongebruikelijk of onbekend is.

7
00:00:29,190 --> 00:00:33,690
Er staan in dit gedeelte juist enkele
regels die ons heel vertrouwd zijn.

8
00:00:33,690 --> 00:00:36,690
Maar middenin staat een
heel moeilijk gedeelte.

9
00:00:36,690 --> 00:00:40,110
Jezus zei in Mattheüs 6:21:

10
00:00:40,110 --> 00:00:44,130
want waar uw schat is,
daar zal ook uw hart zijn.

11
00:00:44,130 --> 00:00:48,750
De lamp van het lichaam is het
oog; als dan uw oog oprecht is,

12
00:00:48,750 --> 00:00:53,490
zal heel uw lichaam verlicht zijn;
maar als uw oog kwaadaardig is,

13
00:00:53,490 --> 00:00:56,010
zal heel uw lichaam duister zijn.

14
00:00:56,010 --> 00:01:01,951
Als het licht dat in u is, duisternis
is, hoe groot is dan de duisternis zelf !

15
00:01:01,951 --> 00:01:07,110
Niemand kan twee heren dienen, want of hij
zal de één haten en de ander liefhebben,

16
00:01:07,110 --> 00:01:10,770
of hij zal zich aan de één
hechten en de ander minachten.

17
00:01:10,770 --> 00:01:13,650
U kunt niet God dienen en de mammon.

18
00:01:13,650 --> 00:01:16,950
Het gedeelte over het oog dat
het licht van het lichaam is,

19
00:01:16,950 --> 00:01:21,510
en de dingen die Hij daarover zei, is
het gedeelte dat ik moeilijk noemde.

20
00:01:21,510 --> 00:01:25,470
Het maakt namelijk gebruik van een
Hebreeuwse beeldspraak waarmee de meesten

21
00:01:25,470 --> 00:01:27,810
van ons niet zo vertrouwd zijn.

22
00:01:27,810 --> 00:01:32,010
Daarom zouden we gemakkelijk in verwarring
kunnen raken door Zijn uitspraak.

23
00:01:32,010 --> 00:01:36,090
Zijn oorspronkelijke luisteraars zouden
datzelfde probleem echter niet hebben

24
00:01:36,090 --> 00:01:41,010
gehad, omdat ze Joods waren en de Joodse
uitdrukking zouden hebben herkend.

25
00:01:41,010 --> 00:01:46,050
Dit gedeelte volgt onmiddellijk op de twee
voorgaande verzen en kan heel goed als de

26
00:01:46,050 --> 00:01:47,730
conclusie daarvan worden gezien.

27
00:01:47,730 --> 00:01:51,810
Daar zei Jezus dat je geen schatten
voor jezelf op aarde moet verzamelen,

28
00:01:51,810 --> 00:01:55,890
maar schatten voor jezelf in de
hemel moet verzamelen. Hij zei:

29
00:01:55,890 --> 00:01:59,310
Want waar je schat is,
daar zal ook je hart zijn.

30
00:01:59,310 --> 00:02:03,390
Daarna spreekt Hij erover dat het oog de
lamp van het lichaam is en dat een goed

31
00:02:03,390 --> 00:02:06,510
oog zal leiden tot een
lichaam dat vol licht is.

32
00:02:06,510 --> 00:02:11,010
Een slecht oog, of een boos oog,
zal leiden tot een lichaam dat vol

33
00:02:11,010 --> 00:02:13,830
duisternis is. Daarna zei Hij:

34
00:02:13,830 --> 00:02:16,110
Niemand kan twee meesters dienen.

35
00:02:16,110 --> 00:02:19,710
In het bijzonder kan niemand
God en de mammon dienen.

36
00:02:19,710 --> 00:02:23,670
Mammon is eenvoudigweg een
woord dat geld betekent.

37
00:02:23,670 --> 00:02:27,450
Jezus zegt dus dat je niet zowel
God als het geld kunt dienen.

38
00:02:27,450 --> 00:02:31,410
Dat houdt heel duidelijk verband met wat
er werd gezegd in de verzen die we de

39
00:02:31,410 --> 00:02:33,870
afgelopen paar bijeenkomsten
hebben behandeld,

40
00:02:33,870 --> 00:02:37,290
over het niet verzamelen van
schatten voor jezelf op aarde.

41
00:02:37,290 --> 00:02:41,970
Je kunt niet zowel je schatten op aarde
als je schatten in de hemel hebben.

42
00:02:41,970 --> 00:02:44,730
Heel het leven moet productief zijn.

43
00:02:44,730 --> 00:02:49,470
Wij mensen zijn natuurlijk in staat om op
een heel hoog niveau productief te zijn

44
00:02:49,470 --> 00:02:53,490
vergeleken met dieren of planten,
omdat we hersenen hebben,

45
00:02:53,490 --> 00:02:58,410
ons kunnen verplaatsen en vaardigheden
en talenten hebben, enzovoort.

46
00:02:58,410 --> 00:03:01,530
We kunnen dingen maken, we
kunnen goederen vervaardigen,

47
00:03:01,530 --> 00:03:05,610
we kunnen allerlei werk doen en
we kunnen heel veel voortbrengen.

48
00:03:05,610 --> 00:03:09,330
Tot de dingen die we
voortbrengen, behoort rijkdom.

49
00:03:09,330 --> 00:03:12,870
Rijkdom is iets wat door werk
wordt voortgebracht en deze

50
00:03:12,870 --> 00:03:16,590
rijkdom moet voor het Koninkrijk
van God worden gebruikt.

51
00:03:16,590 --> 00:03:20,670
Jezus stelt twee mogelijkheden die
mensen hebben tegenover elkaar.

52
00:03:20,670 --> 00:03:23,370
Mensen verzamelen soms schatten op aarde.

53
00:03:23,370 --> 00:03:27,690
Als ze meer rijkdom voortbrengen
dan ze nodig hebben om te overleven,

54
00:03:27,690 --> 00:03:30,870
houden ze het extra
misschien vast en zeggen ze:

55
00:03:30,870 --> 00:03:34,830
Ik zet dat overschot opzij voor
als er moeilijke tijden komen.

56
00:03:34,830 --> 00:03:39,390
Misschien doet zich een noodgeval voor,
of heb ik dit nodig als ik oud ben.

57
00:03:39,390 --> 00:03:42,930
Zo verzamelen ze voor zichzelf
hun schatten op aarde.

58
00:03:42,930 --> 00:03:46,890
Jezus zegt dat het niet verkeerd
is om rijkdom voort te brengen.

59
00:03:46,890 --> 00:03:51,450
Het is zelfs goed om rijkdom voort te
brengen en het is goed om te werken.

60
00:03:51,450 --> 00:03:55,110
Waar Hij het hier over heeft, is
wat je met het overschot doet.

61
00:03:55,110 --> 00:03:58,890
Hij zegt natuurlijk dat je je
schatten in de hemel moet verzamelen,

62
00:03:58,890 --> 00:04:00,990
zoals we de vorige keer zagen.

63
00:04:00,990 --> 00:04:05,130
Elders in het onderwijs van Jezus stelde
Hij het verzamelen van schatten in de

64
00:04:05,130 --> 00:04:09,870
hemel gelijk aan geven aan de armen:
wanneer je aan de armen geeft,

65
00:04:09,870 --> 00:04:12,030
verzamel je schatten in de hemel.

66
00:04:12,030 --> 00:04:15,750
Het spreekt vanzelf dat je niets
aan de armen kunt geven als je niets

67
00:04:15,750 --> 00:04:17,070
te geven hebt.

68
00:04:17,070 --> 00:04:20,010
Daarom vormt dit een goed
argument om te werken,

69
00:04:20,010 --> 00:04:25,530
te verdienen en rijkdom te verwerven,
zodat je die aan de armen kunt geven.

70
00:04:25,530 --> 00:04:29,370
Maar het probleem is dat de meeste
mensen die rijkdom verwerven

71
00:04:29,370 --> 00:04:33,510
hun rijkdom vasthouden in plaats
van die aan de armen te geven.

72
00:04:33,510 --> 00:04:36,570
Ze verzamelen schatten
voor zichzelf op aarde.

73
00:04:36,570 --> 00:04:41,010
Dat ze dit doen, laat zien dat ze
heel veel waarde hechten aan hun geld,

74
00:04:41,010 --> 00:04:44,190
zozeer zelfs dat ze zich
niet veilig kunnen voelen

75
00:04:44,190 --> 00:04:46,890
zonder iets voor de toekomst
te hebben weggelegd.

76
00:04:46,890 --> 00:04:48,210
Jezus zei:

77
00:04:48,210 --> 00:04:51,090
Waar je schat is, daar
zal ook je hart zijn.

78
00:04:51,090 --> 00:04:56,010
Zoals gewoonlijk spreekt Jezus over de
noodzaak dat ons hart rein is voor God en

79
00:04:56,010 --> 00:04:59,070
vrij is van zulke
drijfveren en gebondenheden

80
00:04:59,070 --> 00:05:04,110
die ons zouden verhinderen God met
een zuiver en rein hart te dienen.

81
00:05:04,110 --> 00:05:07,410
Liefde voor geld hoort
niet bij een zuiver hart.

82
00:05:07,410 --> 00:05:12,930
Hebzucht, of liefde voor geld, is iets
waarvoor de Bijbel heel vaak waarschuwt.

83
00:05:12,930 --> 00:05:15,930
Van de Tien Geboden was
het laatste gebod zelfs:

84
00:05:15,930 --> 00:05:19,110
Je moet niet verlangen
naar wat een ander heeft.

85
00:05:19,110 --> 00:05:24,810
Je mag niet verlangen naar het bezit van
iets wat je niet rechtmatig toebehoort.

86
00:05:24,810 --> 00:05:29,370
Zelfs als iets je naar menselijke
maatstaven rechtmatig toebehoort,

87
00:05:29,370 --> 00:05:32,070
behoort wat je hebt aan God toe.

88
00:05:32,070 --> 00:05:36,810
Daarom moet je het gebruiken op de manier
waarop Hij wil dat Zijn bezittingen worden

89
00:05:36,810 --> 00:05:41,070
gebruikt, die in jouw handen
zijn gelegd om beheerd te worden.

90
00:05:41,070 --> 00:05:46,230
Wat je met je schatten doet, zei Jezus,
houdt verband met waar je hart is.

91
00:05:46,230 --> 00:05:50,970
Het is niet duidelijk wat er eerst komt:
waar de schatten worden neergelegd,

92
00:05:50,970 --> 00:05:54,510
of waarop het hart zich richt. Jezus zei:

93
00:05:54,510 --> 00:05:58,470
want waar uw schat is,
daar zal ook uw hart zijn.

94
00:05:58,470 --> 00:06:02,970
De lamp van het lichaam is het
oog; als dan uw oog oprecht is,

95
00:06:02,970 --> 00:06:07,770
zal heel uw lichaam verlicht zijn;
maar als uw oog kwaadaardig is,

96
00:06:07,770 --> 00:06:10,290
zal heel uw lichaam duister zijn.

97
00:06:10,290 --> 00:06:16,171
Als het licht dat in u is, duisternis
is, hoe groot is dan de duisternis zelf !

98
00:06:16,171 --> 00:06:20,970
Niemand kan twee heren dienen, want of hij
zal de één haten en de ander liefhebben,

99
00:06:20,970 --> 00:06:24,570
of hij zal zich aan de één
hechten en de ander minachten.

100
00:06:24,570 --> 00:06:27,030
U kunt niet God dienen en de mammon.

101
00:06:27,030 --> 00:06:30,690
Daarmee bedoelde Hij dat als je je
schatten in de hemel hebt verzameld,

102
00:06:30,690 --> 00:06:33,390
je hart niet op deze aarde zal zijn.

103
00:06:33,390 --> 00:06:35,730
Je hart zal in de hemel zijn.

104
00:06:35,730 --> 00:06:40,170
Je zult ernaar uitzien om te gaan
naar de plaats waar je schatten zijn.

105
00:06:40,170 --> 00:06:45,810
Als je je schatten op aarde verzamelt, zal
je hart op de aarde en in de wereld zijn,

106
00:06:45,810 --> 00:06:48,990
en zul je voortdurend aan de
dingen van de wereld denken.

107
00:06:48,990 --> 00:06:52,230
Dat is natuurlijk het geval bij
mensen die op aarde een grote

108
00:06:52,230 --> 00:06:54,210
hoeveelheid geld vergaren.

109
00:06:54,210 --> 00:06:56,850
Over het algemeen zijn
hun gedachten gericht op

110
00:06:56,850 --> 00:07:01,470
aardse zakelijke aangelegenheden,
het beheer ervan en dergelijke.

111
00:07:01,470 --> 00:07:04,050
Een deel daarvan kan niet worden vermeden,

112
00:07:04,050 --> 00:07:06,630
vooral als we goede
rentmeesters willen zijn

113
00:07:06,630 --> 00:07:10,410
van de grote hoeveelheden
die God ons heeft gegeven.

114
00:07:10,410 --> 00:07:14,730
Maar niettemin blijft het zo dat
wanneer we schatten op aarde hebben,

115
00:07:14,730 --> 00:07:18,930
onze gedachten, ons hart en
onze aandacht voor een groot

116
00:07:18,930 --> 00:07:21,510
deel aan de aarde gebonden zijn.

117
00:07:21,510 --> 00:07:26,010
Paulus zei tegen ons in
Kolossenzen 3, in vers 1 en 2:

118
00:07:26,010 --> 00:07:30,990
Als u nu met Christus opgewekt bent,
zoek dan de dingen die boven zijn,

119
00:07:30,990 --> 00:07:34,890
waar Christus is, Die aan
de rechter hand van God zit.

120
00:07:34,890 --> 00:07:39,090
Bedenk de dingen die boven zijn
en niet die op de aarde zijn,

121
00:07:39,090 --> 00:07:44,370
De King James gebruikt hier de
formulering „set your affection”, oftewel:

122
00:07:44,370 --> 00:07:47,790
„richt uw genegenheid”. De zin luidt:

123
00:07:47,790 --> 00:07:51,810
Bedenk de dingen die boven zijn
en niet die op de aarde zijn,

124
00:07:51,810 --> 00:07:55,350
Ons hart, onze gedachten, onze aandacht,

125
00:07:55,350 --> 00:08:01,050
onze zorgen en onze genegenheid horen
gericht te zijn op de dingen van de hemel,

126
00:08:01,050 --> 00:08:02,670
niet op de dingen van de aarde.

127
00:08:02,670 --> 00:08:06,150
We leven op aarde en we
moeten goede rentmeesters zijn

128
00:08:06,150 --> 00:08:08,370
van wat we op aarde bezitten.

129
00:08:08,370 --> 00:08:11,130
Niettemin is de aarde niet ons thuis.

130
00:08:11,130 --> 00:08:13,950
Hoe comfortabeler we het
op deze aarde hebben,

131
00:08:13,950 --> 00:08:17,610
en hoe meer van ons bezit we op
deze aarde hebben geïnvesteerd,

132
00:08:17,610 --> 00:08:21,510
hoe meer deze aarde als
ons thuis zal aanvoelen.

133
00:08:21,510 --> 00:08:25,710
Ik las over een christelijke man die een
rondleiding kreeg over het landgoed van

134
00:08:25,710 --> 00:08:27,030
een andere man.

135
00:08:27,030 --> 00:08:33,150
Het was een zeer groot landgoed, met een
herenhuis, vorstelijke tuinen enzovoort.

136
00:08:33,150 --> 00:08:38,610
Hij was erg onder de indruk van de enorme
rijkdom en schoonheid van al die dingen.

137
00:08:38,610 --> 00:08:43,410
Maar toen hij alles had gezien, zei hij:
„Dit zijn de dingen die het voor een mens

138
00:08:43,410 --> 00:08:45,930
moeilijk maken om te sterven.”

139
00:08:45,930 --> 00:08:48,630
Dat is in meer dan één opzicht waar.

140
00:08:48,630 --> 00:08:51,870
Als je je schatten op aarde
hebt, wil je niet weg.

141
00:08:51,870 --> 00:08:54,990
De dood is dan een ongewenste overgang.

142
00:08:54,990 --> 00:09:00,810
Je wilt blijven waar je schatten zijn,
want waar je schat is, daar is je hart.

143
00:09:00,810 --> 00:09:04,170
Een andere manier waarop dit het
moeilijk maakt om te sterven,

144
00:09:04,170 --> 00:09:08,970
is dat het moeilijk wordt om zo te
sterven dat je erop voorbereid bent

145
00:09:08,970 --> 00:09:10,530
God te ontmoeten.

146
00:09:10,530 --> 00:09:13,770
Want Jezus zei dat het voor
een rijke moeilijk is het

147
00:09:13,770 --> 00:09:16,170
Koninkrijk van God binnen te gaan.

148
00:09:16,170 --> 00:09:21,090
Nogmaals zeg Ik u: Het is gemakkelijker
dat een kameel door het oog van een naald

149
00:09:21,090 --> 00:09:25,350
gaat, dan dat een rijke het
Koninkrijk van God binnengaat.

150
00:09:25,350 --> 00:09:29,610
Dus in meer dan één opzicht
zijn een grote hoeveelheid geld

151
00:09:29,610 --> 00:09:33,930
en bezittingen op aarde beslist de dingen
die het voor een mens moeilijk maken

152
00:09:33,930 --> 00:09:35,310
om te sterven.

153
00:09:35,310 --> 00:09:39,630
Wat Jezus zegt, is dat je hart
zal zijn waar je schatten zijn.

154
00:09:39,630 --> 00:09:44,430
Als je je schatten aan de armen geeft
en ze daardoor in de hemel verzamelt,

155
00:09:44,430 --> 00:09:47,370
zal je hart gericht zijn
op de dingen van de hemel,

156
00:09:47,370 --> 00:09:50,970
omdat je hier op aarde niet
veel geïnvesteerd zult hebben.

157
00:09:50,970 --> 00:09:54,150
Maar als je veel in aardse
zaken hebt geïnvesteerd

158
00:09:54,150 --> 00:09:59,010
en je je schatten hebt gestoken in
de aandelenmarkt, schatkistpapier,

159
00:09:59,010 --> 00:10:04,590
onroerend goed en andere aardse zaken,
en je ze hier voor jezelf hebt verzameld,

160
00:10:04,590 --> 00:10:08,370
zoals Jezus zei dat je niet
moest doen, dan zullen je hart,

161
00:10:08,370 --> 00:10:12,030
je zorgen en je aandacht
op die dingen gericht zijn.

162
00:10:12,030 --> 00:10:15,210
Dan ben je Christus ongehoorzaam.

163
00:10:15,210 --> 00:10:21,690
Dit is hoe Jezus daar verder op ingaat, en
dit is het moeilijke gedeelte. Hij zegt:

164
00:10:21,690 --> 00:10:25,770
want waar uw schat is,
daar zal ook uw hart zijn.

165
00:10:25,770 --> 00:10:30,510
De lamp van het lichaam is het
oog; als dan uw oog oprecht is,

166
00:10:30,510 --> 00:10:35,250
zal heel uw lichaam verlicht zijn;
maar als uw oog kwaadaardig is,

167
00:10:35,250 --> 00:10:37,890
zal heel uw lichaam duister zijn.

168
00:10:37,890 --> 00:10:44,131
Als het licht dat in u is, duisternis
is, hoe groot is dan de duisternis zelf !

169
00:10:44,131 --> 00:10:49,170
Niemand kan twee heren dienen, want of hij
zal de één haten en de ander liefhebben,

170
00:10:49,170 --> 00:10:53,010
of hij zal zich aan de één
hechten en de ander minachten.

171
00:10:53,010 --> 00:10:55,650
U kunt niet God dienen en de mammon.

172
00:10:55,650 --> 00:10:58,890
Dit is een van de merkwaardigere
dingen die Jezus zei,

173
00:10:58,890 --> 00:11:02,910
en het is heel moeilijk om de precieze
betekenis ervan te achterhalen.

174
00:11:02,910 --> 00:11:05,910
Wanneer Hij zegt dat het oog
de lamp van het lichaam is,

175
00:11:05,910 --> 00:11:09,870
denken sommige mensen daarbij aan
het oog als een venster van de ziel.

176
00:11:09,870 --> 00:11:12,450
Maar dat is niet werkelijk wat Jezus zei.

177
00:11:12,450 --> 00:11:16,410
Jezus gebruikte een beeldspraak
die de Joden heel goed kenden.

178
00:11:16,410 --> 00:11:18,450
Zijn discipelen kenden die heel goed.

179
00:11:18,450 --> 00:11:22,110
Als een man een vrek was,
of als hij hebzuchtig was,

180
00:11:22,110 --> 00:11:25,890
zei men in het Joodse idioom
dat hij een boos oog had.

181
00:11:25,890 --> 00:11:29,910
Als hij vrijgevig was en gul
aan de armen gaf enzovoort,

182
00:11:29,910 --> 00:11:32,310
zei men dat hij een goed oog had.

183
00:11:32,310 --> 00:11:35,070
Of je nu begrijpt waarom
ze dit zo zeiden of niet,

184
00:11:35,070 --> 00:11:38,490
we moeten beseffen dat ze
dit inderdaad zo zeiden.

185
00:11:38,490 --> 00:11:43,650
Misschien werden een boos oog en een goed
oog respectievelijk in verband gebracht

186
00:11:43,650 --> 00:11:48,210
met gierigheid en vrijgevigheid,
omdat het oog met het begrip

187
00:11:48,210 --> 00:11:50,070
verlangen werd geassocieerd.

188
00:11:50,070 --> 00:11:53,730
In het Hebreeuwse idioom
richt je je ogen op iets,

189
00:11:53,730 --> 00:11:57,150
en dat betekent dat je
je verlangens erop richt.

190
00:11:57,150 --> 00:12:04,170
We lezen in Genesis 39, vers 7, dat Jozef,
toen hij in het huis van Potifar diende,

191
00:12:04,170 --> 00:12:09,450
een knappe man in de bloei van zijn leven
was, en dat zijn meester een vrouw had.

192
00:12:09,450 --> 00:12:10,530
Er staat:

193
00:12:10,530 --> 00:12:15,210
En het gebeurde na deze dingen dat
de vrouw van zijn heer haar oog op

194
00:12:15,210 --> 00:12:18,750
Jozef liet vallen en zei: Slaap met mij.

195
00:12:18,750 --> 00:12:24,210
Dat betekent dat ze haar verlangens op
hem richtte en hem probeerde te verleiden.

196
00:12:24,210 --> 00:12:27,630
Het lukte haar niet, maar ze probeerde
het omdat haar verlangens naar

197
00:12:27,630 --> 00:12:29,430
die man uitgingen.

198
00:12:29,430 --> 00:12:33,570
Letterlijk staat er in het Hebreeuws
dat ze haar ogen tot hem ophief.

199
00:12:33,570 --> 00:12:38,310
Maar het punt is dat haar oog
haar verlangen vertegenwoordigde.

200
00:12:38,310 --> 00:12:43,770
We weten uit de Schrift, uit Prediker
hoofdstuk 2 vers 10, dat Salomo,

201
00:12:43,770 --> 00:12:48,870
toen hij beschreef hoe hij zichzelf
alle mogelijke weelde had gegund, zei:

202
00:12:48,870 --> 00:12:52,050
Al wat mijn ogen verlangden,
onthield ik ze niet.

203
00:12:52,050 --> 00:12:55,230
Ik ontzegde mijn hart
geen enkele blijdschap,

204
00:12:55,230 --> 00:12:58,650
want mijn hart werd verblijd
vanwege al mijn zwoegen.

205
00:12:58,650 --> 00:13:01,230
Dat was mijn deel voor al mijn zwoegen.

206
00:13:01,230 --> 00:13:06,750
Het oog staat voor je verlangens: waar je
je ogen op richt, waar je je hart op zet,

207
00:13:06,750 --> 00:13:09,210
waarnaar je verlangen uitgaat.

208
00:13:09,210 --> 00:13:11,310
Hiernaar wordt verwezen.

209
00:13:11,310 --> 00:13:15,210
Wanneer er gesproken wordt over
een kwaad oog of een goed oog,

210
00:13:15,210 --> 00:13:20,370
gaat het erom of je je verlangens richt
op wat goed is of op wat kwaad is.

211
00:13:20,370 --> 00:13:23,130
De man die gierig is met zijn bezittingen,

212
00:13:23,130 --> 00:13:26,130
verlangt op een ongezonde
manier naar geld.

213
00:13:26,130 --> 00:13:27,990
Zijn oog is niet goed.

214
00:13:27,990 --> 00:13:30,390
Zijn verlangens zijn niet gezond.

215
00:13:30,390 --> 00:13:33,390
Een man die vrijgevig
deelt van wat hij heeft,

216
00:13:33,390 --> 00:13:37,770
omdat hij liever schatten in de
hemel verzamelt, heeft een goed oog.

217
00:13:37,770 --> 00:13:41,910
Zijn verlangens gaan uit naar
wat goed en prijzenswaardig is.

218
00:13:41,910 --> 00:13:47,610
Er kan geen twijfel over bestaan dat de
gedachte van een kwaad oog of een goed oog

219
00:13:47,610 --> 00:13:52,350
voor de Joodse luisteraars van Jezus
in de eerste plaats verwees naar

220
00:13:52,350 --> 00:13:54,690
gierigheid en vrijgevigheid.

221
00:13:54,690 --> 00:13:59,610
We zien meerdere keren in het Oude
Testament dat dit taalgebruik voorkomt.

222
00:13:59,610 --> 00:14:03,330
In Spreuken 22 vers 9 staat bijvoorbeeld:

223
00:14:03,330 --> 00:14:08,790
Wie gunnend is, die wordt gezegend, want
hij geeft van zijn brood aan de armen.

224
00:14:08,790 --> 00:14:12,990
De Hebreeuwse uitdrukking die hier
met „gunnend” wordt weergegeven,

225
00:14:12,990 --> 00:14:16,410
betekent letterlijk
„iemand met een goed oog”.

226
00:14:16,410 --> 00:14:21,330
Let erop dat de man die een goed oog
heeft, zijn brood aan de armen geeft.

227
00:14:21,330 --> 00:14:24,930
In Spreuken 28 vers 22 staat echter:

228
00:14:24,930 --> 00:14:28,530
Wie zich haast naar bezit, is
iemand die niemand iets gunt,

229
00:14:28,530 --> 00:14:31,350
hij weet niet dat gebrek
over hem zal komen.

230
00:14:31,350 --> 00:14:33,990
We hebben hier dus deze
twee uitdrukkingen:

231
00:14:33,990 --> 00:14:36,930
een goed oog en een kwaad oog.

232
00:14:36,930 --> 00:14:41,850
In Spreuken 22 vers 9 staat
dat wie een goed oog heeft,

233
00:14:41,850 --> 00:14:43,710
zijn brood aan de armen geeft.

234
00:14:43,710 --> 00:14:49,470
In Spreuken 28 vers 22 staat dat iemand
die zich haast om rijk te worden,

235
00:14:49,470 --> 00:14:52,830
volgens de Hebreeuwse
beeldspraak een kwaad oog heeft;

236
00:14:52,830 --> 00:14:57,270
de Nederlandse vertaling geeft dit
weer als iemand die niemand iets gunt.

237
00:14:57,270 --> 00:15:01,590
We kunnen dus zien dat de man met een
kwaad oog een liefhebber van geld is,

238
00:15:01,590 --> 00:15:05,970
en dat een man met een goed oog
vrijgevig is en aan de armen geeft.

239
00:15:05,970 --> 00:15:08,910
In Spreuken 23 vers 6 staat:

240
00:15:08,910 --> 00:15:12,030
Eet niet het brood van
hem die niemand iets gunt,

241
00:15:12,030 --> 00:15:15,270
en wees niet belust op
zijn smakelijke gerechten.

242
00:15:15,270 --> 00:15:19,530
De New King James, die ik voor me
heb, vertaalt dat als „een vrek”:

243
00:15:19,530 --> 00:15:21,810
Eet niet van het brood van een vrek.

244
00:15:21,810 --> 00:15:25,470
Maar in het Hebreeuws, in de
oorspronkelijke tekst, staat:

245
00:15:25,470 --> 00:15:28,710
Eet niet van het brood van
iemand met een kwaad oog.

246
00:15:28,710 --> 00:15:32,970
De vertalers begrepen terecht dat
iemand met een kwaad oog een vrek is.

247
00:15:32,970 --> 00:15:35,490
Een kwaad oog is dus gierigheid.

248
00:15:35,490 --> 00:15:38,130
Een goed oog is vrijgevigheid.

249
00:15:38,130 --> 00:15:43,770
In Deuteronomium hoofdstuk 15 vers 9 zegt
God tegen de Joden dat ze vrijelijk aan de

250
00:15:43,770 --> 00:15:46,770
armen moeten geven en
niet gierig moeten zijn.

251
00:15:46,770 --> 00:15:51,570
Op een gegeven moment zegt Hij
dit in Deuteronomium 15 vers 9:

252
00:15:51,570 --> 00:15:56,490
Wees op uw hoede dat niet de verderfelijke
gedachte in uw hart opkomt dat het

253
00:15:56,490 --> 00:16:00,511
zevende jaar, het jaar van de
kwijtschelding, naderbij komt —

254
00:16:00,511 --> 00:16:04,650
waardoor u uw broeder die arm is
niets gunt en hem niets geeft,

255
00:16:04,650 --> 00:16:09,030
en hij over u tot de HEERE
roept en er zonde in u is.

256
00:16:09,030 --> 00:16:12,870
Let erop dat God zegt: zorg
ervoor dat dit niet gebeurt.

257
00:16:12,870 --> 00:16:16,950
De grondtekst gebruikt hier letterlijk
de beeldspraak dat je oog niet

258
00:16:16,950 --> 00:16:19,590
kwaad mag zijn tegenover je arme broeder;

259
00:16:19,590 --> 00:16:24,810
de Nederlandse vertaling geeft dit weer
als hem niets gunnen en hem niets geven.

260
00:16:24,810 --> 00:16:28,110
De man met een kwaad oog
geeft niet aan de armen.

261
00:16:28,110 --> 00:16:30,030
Hij pot zijn bezit op.

262
00:16:30,030 --> 00:16:34,770
Denk aan de gelijkenis die Jezus
in Mattheüs hoofdstuk 20 vertelde,

263
00:16:34,770 --> 00:16:39,030
waarin een man mannen inhuurde
om in zijn wijngaard te werken.

264
00:16:39,030 --> 00:16:43,170
Sommigen werkten de hele dag,
sommigen werkten een paar uur

265
00:16:43,170 --> 00:16:48,090
en sommigen werkten maar één uur, maar
ze kregen allemaal hetzelfde loon.

266
00:16:48,090 --> 00:16:53,190
Degenen die de hele dag hadden gewerkt
en slechts hetzelfde bedrag ontvingen als

267
00:16:53,190 --> 00:16:57,510
degenen die maar één uur hadden
gewerkt, klaagden en zeiden:

268
00:16:57,510 --> 00:17:02,070
Het is niet eerlijk dat wij evenveel
krijgen als zij, en niets meer.

269
00:17:02,070 --> 00:17:06,450
De meester zei tegen hen in
Mattheüs hoofdstuk 20 vers 15:

270
00:17:06,450 --> 00:17:10,290
Of is het mij niet geoorloofd
met het mijne te doen wat ik wil?

271
00:17:10,290 --> 00:17:12,990
Of bent u afgunstig omdat ik goed ben?

272
00:17:12,990 --> 00:17:14,850
Met andere woorden, hij zegt:

273
00:17:14,850 --> 00:17:20,430
Maar hij antwoordde en zei tegen een
van hen: Vriend, ik doe u geen onrecht;

274
00:17:20,430 --> 00:17:23,490
bent u het niet met mij eens
geworden over een penning?

275
00:17:23,490 --> 00:17:25,590
Neem wat van u is, en vertrek.

276
00:17:25,590 --> 00:17:27,811
Ik wil aan hem die het laatst kwam ,

277
00:17:27,811 --> 00:17:32,250
hetzelfde geven als aan u. Of is het mij
niet geoorloofd met het mijne te doen

278
00:17:32,250 --> 00:17:33,390
wat ik wil?

279
00:17:33,390 --> 00:17:36,090
Of bent u afgunstig omdat ik goed ben?

280
00:17:36,090 --> 00:17:37,170
Hij zei:

281
00:17:37,170 --> 00:17:38,850
Heb jij een kwaad oog?

282
00:17:38,850 --> 00:17:42,990
Dat wil zeggen: ben je hebzuchtig
en gierig omdat ik tegenover iemand

283
00:17:42,990 --> 00:17:44,430
anders vrijgeviger ben?

284
00:17:44,430 --> 00:17:49,050
Je kunt dus keer op keer zien dat
dit hele spreken over een kwaad oog

285
00:17:49,050 --> 00:17:52,050
betekent dat iemand
hebzuchtig of gierig is,

286
00:17:52,050 --> 00:17:56,430
en dat een goed oog hebben
betekent dat iemand vrijgevig is.

287
00:17:56,430 --> 00:18:02,550
Bovendien sprak Jezus in Markus
hoofdstuk 7, in de verzen 22 en 23,

288
00:18:02,550 --> 00:18:05,550
over dit kwade oog. Hij zei:

289
00:18:05,550 --> 00:18:11,190
diefstal, hebzucht, allerlei
kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid,

290
00:18:11,190 --> 00:18:18,150
afgunst, lastering, hoogmoed, dwaasheid;
al deze slechte dingen komen van binnenuit

291
00:18:18,150 --> 00:18:20,370
en verontreinigen de mens.

292
00:18:20,370 --> 00:18:23,130
Jezus gaf dus aan dat een kwaad oog,

293
00:18:23,130 --> 00:18:26,370
waarvan we weten dat het
een gierige geest betekent,

294
00:18:26,370 --> 00:18:29,250
iets is wat uit een slecht hart voortkomt.

295
00:18:29,250 --> 00:18:32,370
Wanneer Jezus hier dus tot
Zijn discipelen spreekt,

296
00:18:32,370 --> 00:18:37,110
die Joden zijn en heel vertrouwd zijn
met deze manier van spreken en dit

297
00:18:37,110 --> 00:18:38,910
idioom, zegt Hij:

298
00:18:38,910 --> 00:18:43,050
want waar uw schat is,
daar zal ook uw hart zijn.

299
00:18:43,050 --> 00:18:47,370
De lamp van het lichaam is het
oog; als dan uw oog oprecht is,

300
00:18:47,370 --> 00:18:52,110
zal heel uw lichaam verlicht zijn;
maar als uw oog kwaadaardig is,

301
00:18:52,110 --> 00:18:54,810
zal heel uw lichaam duister zijn.

302
00:18:54,810 --> 00:19:00,991
Als het licht dat in u is, duisternis
is, hoe groot is dan de duisternis zelf !

303
00:19:00,991 --> 00:19:05,910
Niemand kan twee heren dienen, want of hij
zal de één haten en de ander liefhebben,

304
00:19:05,910 --> 00:19:09,810
of hij zal zich aan de één
hechten en de ander minachten.

305
00:19:09,810 --> 00:19:12,630
U kunt niet God dienen en de mammon.

306
00:19:12,630 --> 00:19:16,590
In deze context spreekt Hij
natuurlijk over geven aan de armen.

307
00:19:16,590 --> 00:19:19,950
Hij spreekt over het verzamelen
van schatten in de hemel.

308
00:19:19,950 --> 00:19:22,650
Hij spreekt erover dat je
geld niet moet liefhebben.

309
00:19:22,650 --> 00:19:26,750
Hij zegt dus: als je een vrek
bent, zal je hele lichaam —

310
00:19:26,750 --> 00:19:32,190
en ik geloof dat het lichaam hier je
leven voorstelt — vol duisternis zijn.

311
00:19:32,190 --> 00:19:36,990
Als je vrijgevig bent, zal je
hele lichaam, je hele leven,

312
00:19:36,990 --> 00:19:38,790
vervuld zijn met licht.

313
00:19:38,790 --> 00:19:43,350
Wat Hij in wezen zegt, is dat je als
iemand in de duisternis zult zijn

314
00:19:43,350 --> 00:19:48,210
wanneer je van geld houdt, wanneer
je oog door hebzucht verduisterd is.

315
00:19:48,210 --> 00:19:51,630
Zo iemand kan niet zien
waar hij heen gaat.

316
00:19:51,630 --> 00:19:56,010
Hij zal door zijn hebzucht verblind
zijn en zal in deze wereld niet

317
00:19:56,010 --> 00:20:00,330
wijs of rechtvaardig kunnen wandelen,
omdat hij in het duister is.

318
00:20:00,330 --> 00:20:05,550
Maar als iemand vrijgevig is en zijn
hart vrij is van liefde voor geld,

319
00:20:05,550 --> 00:20:08,550
dan heeft die persoon een goed oog.

320
00:20:08,550 --> 00:20:12,990
Hij geeft aan de armen en zijn
hele leven is vervuld met licht.

321
00:20:12,990 --> 00:20:15,630
Hij kan zien waar hij heen gaat.

322
00:20:15,630 --> 00:20:19,230
In 1 Johannes worden de ideeën
van wandelen in het licht

323
00:20:19,230 --> 00:20:24,690
en wandelen in de duisternis op vrijwel
dezelfde manier tegenover elkaar gesteld.

324
00:20:24,690 --> 00:20:30,690
In 1 Johannes hoofdstuk 2 vertelt Johannes
ons dat we onze broeder moeten liefhebben.

325
00:20:30,690 --> 00:20:32,970
Vanaf vers 9 zegt hij:

326
00:20:32,970 --> 00:20:35,970
Wie zegt dat hij in het licht
is en zijn broeder haat,

327
00:20:35,970 --> 00:20:39,030
die is tot nog toe in de duisternis.

328
00:20:39,030 --> 00:20:41,370
Hier zijn twee soorten mensen.

329
00:20:41,370 --> 00:20:45,450
De een bevindt zich in de duisternis,
weet niet waar hij heen gaat

330
00:20:45,450 --> 00:20:47,910
en is door de duisternis verblind.

331
00:20:47,910 --> 00:20:51,270
De ander bevindt zich in het
licht en hij struikelt niet,

332
00:20:51,270 --> 00:20:53,850
omdat hij kan zien waar hij heen gaat.

333
00:20:53,850 --> 00:20:55,530
Wat is het verschil?

334
00:20:55,530 --> 00:20:58,890
De man in het licht is degene
die zijn broeder liefheeft.

335
00:20:58,890 --> 00:21:02,430
Degene in de duisternis is
degene die zijn broeder haat.

336
00:21:02,430 --> 00:21:06,990
Hoe strookt dat met wat Jezus zei
in de passage die we hier bekijken?

337
00:21:06,990 --> 00:21:10,890
Later zegt Johannes
dit in 1 Johannes 3:11:

338
00:21:10,890 --> 00:21:14,250
Want dit is de boodschap die u
vanaf het begin gehoord hebt,

339
00:21:14,250 --> 00:21:16,590
dat wij elkaar moeten liefhebben;

340
00:21:16,590 --> 00:21:18,870
Dan, in vers 17:

341
00:21:18,870 --> 00:21:23,130
Wie dan de goederen van de wereld heeft,
en zijn broeder gebrek ziet lijden,

342
00:21:23,130 --> 00:21:27,990
maar zijn hart voor hem toesluit, hoe
kan de liefde van God in hem blijven?

343
00:21:27,990 --> 00:21:31,890
Merk op dat Johannes zegt dat de
liefde van God zichtbaar wordt

344
00:21:31,890 --> 00:21:36,630
wanneer je goederen van deze wereld
hebt, ziet dat je broeder gebrek heeft

345
00:21:36,630 --> 00:21:39,570
en hem iets geeft. Dat is liefde.

346
00:21:39,570 --> 00:21:44,010
Als je hem niets geeft, als je je hart
voor hem sluit en niets voor hem doet,

347
00:21:44,010 --> 00:21:46,410
hoe woont de liefde van God dan in je?

348
00:21:46,410 --> 00:21:50,490
Het is duidelijk dat Johannes liefde,
of op zijn minst een deel van wat liefde

349
00:21:50,490 --> 00:21:54,750
inhoudt, gelijkstelt aan het helpen
van je broeders die gebrek hebben.

350
00:21:54,750 --> 00:21:57,990
Hij heeft al gezegd dat je in het
licht wandelt als je liefhebt.

351
00:21:57,990 --> 00:22:01,530
Als je haat, bevind je
je in de duisternis.

352
00:22:01,530 --> 00:22:06,290
Jezus zei dat als je oog goed is — dat
wil zeggen, als je vrijgevig bent —

353
00:22:06,290 --> 00:22:08,610
je lichaam vol licht is.

354
00:22:08,610 --> 00:22:13,650
Als je oog slecht is — dat wil zeggen, als
je gierig bent en de armen niet helpt —

355
00:22:13,650 --> 00:22:16,590
is je lichaam vervuld met duisternis.

356
00:22:16,590 --> 00:22:19,530
Je kunt zien dat hier
een parallel bestaat.

357
00:22:19,530 --> 00:22:24,870
Wat Jezus zegt, is dat je je naaste moet
liefhebben en niet van geld moet houden.

358
00:22:24,870 --> 00:22:28,170
Je moet de behoeftigen meer
liefhebben dan je geld.

359
00:22:28,170 --> 00:22:31,470
Als je meer van je geld
houdt, is je oog slecht,

360
00:22:31,470 --> 00:22:34,890
wandel je in de duisternis
en ben je vol duisternis.

361
00:22:34,890 --> 00:22:39,210
Als je je broeder meer liefhebt
dan je geld, zul je vrijgevig zijn.

362
00:22:39,210 --> 00:22:43,530
Je oog is goed en je zult in
het licht wandelen, zei Jezus.

363
00:22:43,530 --> 00:22:46,470
Johannes werkt dit verder
uit in de passage die we in 1

364
00:22:46,470 --> 00:22:48,150
Johannes hebben gezien.

365
00:22:48,150 --> 00:22:51,810
In vers 24 van Mattheüs 6 zei Jezus:

366
00:22:51,810 --> 00:22:54,930
Niemand kan twee meesters
dienen, want hij zal

367
00:22:54,930 --> 00:22:57,810
óf de een haten en van de ander houden,

368
00:22:57,810 --> 00:23:01,170
óf trouw zijn aan de een
en de ander verachten.

369
00:23:01,170 --> 00:23:04,590
Je kunt niet zowel God
als de mammon dienen.

370
00:23:04,590 --> 00:23:06,750
Jezus gebruikt het
dienen van een menselijke

371
00:23:06,750 --> 00:23:11,790
meester of het werken voor een werkgever
als voorbeeld om duidelijk te maken dat je

372
00:23:11,790 --> 00:23:16,530
geen twee meesters of werkgevers kunt
hebben aan wie je even trouw bent.

373
00:23:16,530 --> 00:23:21,390
Er zal een moment komen waarop ze allebei
aanspraak proberen te maken op dezelfde

374
00:23:21,390 --> 00:23:25,290
uren van je dag, en dan zul
je tussen hen moeten kiezen.

375
00:23:25,290 --> 00:23:28,530
Je kunt niet even trouw
zijn aan twee meesters.

376
00:23:28,530 --> 00:23:32,070
De een moet in je trouw
voorrang krijgen boven de ander.

377
00:23:32,070 --> 00:23:35,490
Als ze je dus allebei vragen
om op dezelfde dag te werken,

378
00:23:35,490 --> 00:23:40,410
zul je tegen de een zeggen: ‘Het
spijt me,’ en tegen de ander: ‘Ja,

379
00:23:40,410 --> 00:23:41,730
dat zal ik doen.’

380
00:23:41,730 --> 00:23:46,110
Je zult de een verkiezen en de
ander als het ware verachten.

381
00:23:46,110 --> 00:23:50,130
Dat wil zeggen, je zult hem
niet dezelfde trouw betonen.

382
00:23:50,130 --> 00:23:53,490
Jezus zei dat het zo is
met God en de mammon.

383
00:23:53,490 --> 00:23:57,090
Je kunt niet tegelijkertijd
God en de mammon dienen.

384
00:23:57,090 --> 00:24:02,730
Eerder zei Hij dat we schatten in de
hemel moeten verzamelen en niet op aarde.

385
00:24:02,730 --> 00:24:05,610
Blijkbaar is het verzamelen
van schatten op aarde

386
00:24:05,610 --> 00:24:08,610
voor onszelf het dienen van de mammon.

387
00:24:08,610 --> 00:24:12,330
Schatten verzamelen in
de hemel is God dienen.

388
00:24:12,330 --> 00:24:16,650
Wanneer we aan de armen geven,
geven we aan God, zegt de Bijbel.

389
00:24:16,650 --> 00:24:18,570
We kunnen niet beide doen.

390
00:24:18,570 --> 00:24:22,470
We kunnen niet voor onszelf schatten
op aarde verzamelen en tegelijk

391
00:24:22,470 --> 00:24:24,570
schatten in de hemel verzamelen.

392
00:24:24,570 --> 00:24:28,110
Hij zei dat je het ene
kunt doen, maar niet beide.

393
00:24:28,110 --> 00:24:31,710
Zorg er daarom voor dat je je
schatten in de hemel verzamelt.

394
00:24:31,710 --> 00:24:35,850
Dat doe je door een goed oog en
een vrijgevige geest te hebben,

395
00:24:35,850 --> 00:24:41,370
door gul aan de armen te geven en door
meer van mensen te houden dan van je geld.

396
00:24:41,370 --> 00:24:46,470
Als je geld verwerft, is het niet
voor jezelf; het is voor Christus.

397
00:24:46,470 --> 00:24:51,810
Het is bestemd voor wat Hij nodig heeft,
en Christus heeft ook nu dingen nodig.

398
00:24:51,810 --> 00:24:54,330
Jezus zei in Mattheüs 25:

399
00:24:54,330 --> 00:24:57,510
Ik had honger en u gaf Mij te eten.

400
00:24:57,510 --> 00:25:00,450
Ik was naakt en u gaf Mij kleren.

401
00:25:00,450 --> 00:25:01,590
Hij zei:

402
00:25:01,590 --> 00:25:06,210
En de Koning zal hun
antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u:

403
00:25:06,210 --> 00:25:10,230
voor zover u dit voor een van deze
geringste broeders van Mij gedaan hebt,

404
00:25:10,230 --> 00:25:12,090
hebt u dat voor Mij gedaan.

405
00:25:12,090 --> 00:25:14,250
Maar tegen de bokken zei Hij ook:

406
00:25:14,250 --> 00:25:17,370
Ik had honger en u gaf Mij niet te eten.

407
00:25:17,370 --> 00:25:20,670
Ik was naakt en u gaf Mij geen kleren.

408
00:25:20,670 --> 00:25:21,990
Hij zei:

409
00:25:21,990 --> 00:25:25,470
Voor zover u dit voor een van
deze geringsten niet gedaan hebt,

410
00:25:25,470 --> 00:25:27,630
hebt u het ook niet voor Mij gedaan.

411
00:25:27,630 --> 00:25:32,010
De leer van Christus is dat we God
dienen door Zijn broeders te dienen.

412
00:25:32,010 --> 00:25:34,890
Wanneer zij iets nodig
hebben, helpen we hen.

413
00:25:34,890 --> 00:25:37,410
Dan verzamelen we schatten in de hemel.

414
00:25:37,410 --> 00:25:41,490
Als we dit niet doen, verzamelen
we schatten voor onszelf op aarde.

415
00:25:41,490 --> 00:25:44,490
We dienen het geld; we dienen God niet.

416
00:25:44,490 --> 00:25:46,470
We kunnen niet beide doen.

417
00:25:46,470 --> 00:25:50,850
Daarom zal ons hart zijn waar onze
schatten zijn: óf in de hemel,

418
00:25:50,850 --> 00:25:51,390
óf op aarde.
