1
00:00:02,010 --> 00:00:04,530
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,530 --> 00:00:10,950
Deze keer behandelen we Mattheüs
7, vers 1 tot en met vers 5.

3
00:00:10,950 --> 00:00:15,510
We gaan kijken naar een van de meest
verkeerd begrepen verzen in de Schrift en,

4
00:00:15,510 --> 00:00:20,250
durf ik wel te zeggen, naar het favoriete
Bijbelvers van de niet-christen.

5
00:00:20,250 --> 00:00:24,330
Kun je raden wat het favoriete
Bijbelvers van de niet-christen is?

6
00:00:24,330 --> 00:00:27,270
Ik ben zelf nooit echt
een niet-christen geweest.

7
00:00:27,270 --> 00:00:31,590
Ik ben al sinds mijn jeugd christen, dus
ik moet afgaan op het aantal keren dat

8
00:00:31,590 --> 00:00:36,570
niet-christenen het aanhalen om te
raden wat hun favoriete Bijbelvers is.

9
00:00:36,570 --> 00:00:41,910
Kun je één vers bedenken dat, meer dan
welk ander vers in de hele Bijbel ook,

10
00:00:41,910 --> 00:00:45,150
het vaakst door ongelovigen
wordt aangehaald?

11
00:00:45,150 --> 00:00:47,910
Ik zal je een kleine aanwijzing geven.

12
00:00:47,910 --> 00:00:52,950
Het staat in Mattheüs
7, vers 1. Jezus zei:

13
00:00:52,950 --> 00:00:56,070
Oordeel niet, opdat u
niet geoordeeld wordt;

14
00:00:56,070 --> 00:01:00,630
Ongelovigen halen dit voortdurend
aan, meestal tegen christenen.

15
00:01:00,630 --> 00:01:06,270
Want christenen hebben vaak zeer kritische
dingen te zeggen over ongelovigen en over

16
00:01:06,270 --> 00:01:08,730
veel dingen in het leven van ongelovigen,

17
00:01:08,730 --> 00:01:13,650
omdat ongelovigen nu eenmaal heel wat
dingen doen die de Bijbel verbiedt.

18
00:01:13,650 --> 00:01:18,150
Helaas doen sommige christenen dat
ook, hoewel ze dat niet horen te doen.

19
00:01:18,150 --> 00:01:21,870
Het punt is dat ongelovigen,
wanneer ze met kritiek van

20
00:01:21,870 --> 00:01:26,610
christenen worden geconfronteerd,
meestal graag dit vers aanhalen:

21
00:01:26,610 --> 00:01:30,090
Oordeel niet, dan word je
zelf ook niet geoordeeld.

22
00:01:30,090 --> 00:01:33,990
Ze denken dat ze door dit te
doen de christen terechtwijzen

23
00:01:33,990 --> 00:01:37,650
en erop wijzen dat de christen
een van de voornaamste leringen

24
00:01:37,650 --> 00:01:41,250
van zijn eigen Heere Jezus
Christus veronachtzaamt,

25
00:01:41,250 --> 00:01:43,590
Die dit vers heeft onderwezen.

26
00:01:43,590 --> 00:01:48,390
Maar zoals ik al zei, is dit volgens mij
een van de meest verkeerd begrepen verzen

27
00:01:48,390 --> 00:01:49,530
in de Schriften.

28
00:01:49,530 --> 00:01:53,310
Zelfs christenen lijken het
niet erg goed te begrijpen.

29
00:01:53,310 --> 00:01:56,310
Laten we het daarom in
zijn context bekijken.

30
00:01:56,310 --> 00:02:02,010
Het staat in Mattheüs 7, vers 1, en we
moeten het vers begrijpen in het licht

31
00:02:02,010 --> 00:02:03,810
van wat erop volgt.

32
00:02:03,810 --> 00:02:08,310
Ik wil graag de eerste zes
verzen van Mattheüs 7 lezen:

33
00:02:08,310 --> 00:02:11,550
Oordeel niet, opdat u
niet geoordeeld wordt;

34
00:02:11,550 --> 00:02:16,410
want met het oordeel waarmee u
oordeelt, zult u zelf geoordeeld worden;

35
00:02:16,410 --> 00:02:21,030
en met welke maat u meet, zal
er bij u ook gemeten worden.

36
00:02:21,030 --> 00:02:24,390
Waarom ziet u wel de splinter
in het oog van uw broeder,

37
00:02:24,390 --> 00:02:27,630
maar merkt u de balk in
uw eigen oog niet op?

38
00:02:27,630 --> 00:02:32,670
Of, hoe zult u tegen uw broeder zeggen:
Laat toe dat ik de splinter uit uw oog

39
00:02:32,670 --> 00:02:36,690
haal; en zie, er is een
balk in uw eigen oog?

40
00:02:36,690 --> 00:02:41,850
Huichelaar, haal eerst de balk uit uw
oog en dan zult u goed kunnen zien om de

41
00:02:41,850 --> 00:02:44,850
splinter uit het oog
van uw broeder te halen.

42
00:02:44,850 --> 00:02:49,170
Geef het heilige niet aan de honden,
en werp uw parels niet voor de zwijnen,

43
00:02:49,170 --> 00:02:52,350
opdat die ze niet op enig
moment met hun poten vertrappen,

44
00:02:52,350 --> 00:02:54,990
zich omkeren en u verscheuren.

45
00:02:54,990 --> 00:02:59,490
Het is interessant dat sommigen
aannemen dat Jezus, toen Hij zei:

46
00:02:59,490 --> 00:03:02,910
Oordeel niet, dan word je
zelf ook niet geoordeeld,

47
00:03:02,910 --> 00:03:07,050
wel van mening moet zijn geweest dat
iedere beoordeling van het gedrag van

48
00:03:07,050 --> 00:03:09,810
andere mensen onaanvaardbaar is.

49
00:03:09,810 --> 00:03:14,550
Maar is het niet interessant dat Hij
slechts enkele verzen later zegt:

50
00:03:14,550 --> 00:03:19,590
Geef wat heilig is niet aan de honden
en gooi je parels niet voor de zwijnen.

51
00:03:19,590 --> 00:03:23,670
Hij heeft het hier niet over letterlijke
honden of letterlijke varkens.

52
00:03:23,670 --> 00:03:26,670
Hij heeft het over een
bepaalde categorie mensen.

53
00:03:26,670 --> 00:03:28,470
Hij gebruikt beeldspraak.

54
00:03:28,470 --> 00:03:32,190
Als Jezus wil dat we onze parels
niet voor de zwijnen werpen,

55
00:03:32,190 --> 00:03:36,030
hoe kunnen we dan weten wanneer
we dat wel doen en wanneer niet,

56
00:03:36,030 --> 00:03:40,230
tenzij we oordelen dat sommige
mensen zwijnen zijn en andere niet?

57
00:03:40,230 --> 00:03:42,810
Laten we hier realistisch zijn.

58
00:03:42,810 --> 00:03:47,910
Jezus wil dat we op de een of andere
manier overeenkomstig dit vers handelen.

59
00:03:47,910 --> 00:03:50,790
Als ik mijn parels niet
voor de zwijnen mag werpen,

60
00:03:50,790 --> 00:03:54,510
hoe kan ik dit dan gehoorzamen,
tenzij ik geoordeeld heb

61
00:03:54,510 --> 00:03:58,050
dat de ene persoon een
zwijn is en de andere niet?

62
00:03:58,050 --> 00:04:01,830
Natuurlijk is het niet erg liefdevol
om van iemand te denken dat die persoon

63
00:04:01,830 --> 00:04:03,030
een zwijn is.

64
00:04:03,030 --> 00:04:07,050
Maar Jezus gaf duidelijk aan
dat sommige soorten mensen

65
00:04:07,050 --> 00:04:10,410
werkelijk het best met die
benaming aangeduid kunnen worden.

66
00:04:10,410 --> 00:04:14,670
Het is belangrijk dat we weten
welke mensen Hij op het oog heeft,

67
00:04:14,670 --> 00:04:18,210
en daarvoor moeten we toch
bepaalde oordelen vellen?

68
00:04:18,210 --> 00:04:22,650
Oordelen is in feite een van de
voornaamste bezigheden van morele wezens

69
00:04:22,650 --> 00:04:27,330
en moet gebeuren, tenzij we in
een amorele wereld willen leven.

70
00:04:27,330 --> 00:04:31,470
Want oordelen betekent eenvoudigweg
dat je een beslissing neemt,

71
00:04:31,470 --> 00:04:37,170
een morele beslissing: is deze handeling
moreel juist of moreel verkeerd?

72
00:04:37,170 --> 00:04:40,470
Dat is het soort oordeel dat
we voortdurend moeten vellen.

73
00:04:40,470 --> 00:04:43,350
Als je in de verleiding
komt om overspel te plegen,

74
00:04:43,350 --> 00:04:48,570
kun je die verleiding alleen vermijden als
je oordeelt dat zulk gedrag verkeerd is.

75
00:04:48,570 --> 00:04:52,710
Als je dat oordeel niet velt, zal
niets je ervan weerhouden het te doen.

76
00:04:52,710 --> 00:04:55,770
Als je in de verleiding komt
om van je werkgever te stelen,

77
00:04:55,770 --> 00:04:58,650
tegen je vrienden of tegen
de overheid te liegen,

78
00:04:58,650 --> 00:05:00,810
of iets anders te doen wat verkeerd is,

79
00:05:00,810 --> 00:05:04,770
kun je daar geen weerstand aan bieden
tenzij je besluit dat dit gedrag

80
00:05:04,770 --> 00:05:08,250
onaanvaardbaar is, dat
dit gedrag verkeerd is.

81
00:05:08,250 --> 00:05:12,570
Zo'n beslissing nemen is een
oordeel vellen. Dat is wat het is.

82
00:05:12,570 --> 00:05:14,910
Het is een moreel oordeel.

83
00:05:14,910 --> 00:05:20,250
Heeft Jezus ons geleerd dat we geen morele
oordelen moeten vellen? Natuurlijk niet.

84
00:05:20,250 --> 00:05:24,570
Jezus velde voortdurend
morele oordelen. Hij zei:

85
00:05:24,570 --> 00:05:28,470
Maar Ik zeg u dat al wie naar een
vrouw kijkt om haar te begeren,

86
00:05:28,470 --> 00:05:31,590
in zijn hart al overspel
met haar gepleegd heeft.

87
00:05:31,590 --> 00:05:34,890
Dat is een moreel oordeel. Jezus zei:

88
00:05:34,890 --> 00:05:39,090
Maar Ik zeg u: Al wie ten
onrechte boos is op zijn broeder,

89
00:05:39,090 --> 00:05:41,850
zal schuldig bevonden
worden door de rechtbank.

90
00:05:41,850 --> 00:05:45,150
En al wie tegen zijn broeder zegt: Raka!

91
00:05:45,150 --> 00:05:50,190
zal schuldig bevonden worden door
de Raad; maar al wie zegt: Dwaas!

92
00:05:50,190 --> 00:05:53,370
die zal schuldig bevonden
worden tot het helse vuur.

93
00:05:53,370 --> 00:05:55,830
Dat is een morele beoordeling.

94
00:05:55,830 --> 00:06:00,150
Gedurende heel Jezus' bediening
velt Hij morele oordelen.

95
00:06:00,150 --> 00:06:03,510
Hij zei zeer harde dingen
tegen de schriftgeleerden en

96
00:06:03,510 --> 00:06:06,990
Farizeeën en veroordeelde
hen om hun huichelarij.

97
00:06:06,990 --> 00:06:09,510
Dat is een oordeel dat wordt geveld.

98
00:06:09,510 --> 00:06:15,030
Jezus kan mensen onmogelijk geleerd hebben
om helemaal geen enkel oordeel te vellen.

99
00:06:15,030 --> 00:06:19,710
Hij gebiedt Zijn discipelen zelfs om bij
bepaalde gelegenheden wel te oordelen.

100
00:06:19,710 --> 00:06:25,110
In Johannes 7, vers 24, bijvoorbeeld,
begint het vers met dezelfde woorden als

101
00:06:25,110 --> 00:06:28,770
het vers dat we in Mattheüs 7:1 lazen:

102
00:06:28,770 --> 00:06:33,990
Oordeel niet naar wat voor ogen is,
maar vel een rechtvaardig oordeel.

103
00:06:33,990 --> 00:06:36,930
We lazen in Mattheüs 7:1:

104
00:06:36,930 --> 00:06:40,050
Oordeel niet, opdat u
niet geoordeeld wordt;

105
00:06:40,050 --> 00:06:44,250
In Johannes 7:24 begint
het ook met de woorden:

106
00:06:44,250 --> 00:06:45,750
Oordeel niet.

107
00:06:45,750 --> 00:06:48,630
Jezus gaat echter verder
en verduidelijkt het:

108
00:06:48,630 --> 00:06:53,130
Oordeel niet afgaand op wat je
ziet, maar oordeel rechtvaardig.

109
00:06:53,130 --> 00:06:58,050
Dit zijn twee afzonderlijke
geboden van Christus. Het ene is:

110
00:06:58,050 --> 00:07:00,810
Oordeel niet, en het andere is:

111
00:07:00,810 --> 00:07:05,610
Oordeel niet naar wat voor ogen is,
maar vel een rechtvaardig oordeel.

112
00:07:05,610 --> 00:07:06,810
Hij zegt:

113
00:07:06,810 --> 00:07:12,030
Oordeel niet afgaand op wat je
ziet, maar oordeel wél rechtvaardig.

114
00:07:12,030 --> 00:07:16,110
Wat bedoelt Hij? Benader de
dingen niet oppervlakkig.

115
00:07:16,110 --> 00:07:21,510
Spreek geen oordeel over iets uit voordat
je het werkelijk helemaal hebt aangehoord.

116
00:07:21,510 --> 00:07:23,190
In Spreuken staat:

117
00:07:23,190 --> 00:07:25,830
Wie antwoordt voordat
hij geluisterd heeft,

118
00:07:25,830 --> 00:07:28,770
het is hem tot dwaasheid en schande.

119
00:07:28,770 --> 00:07:31,710
Vaak vellen we een overhaast
oordeel over dingen

120
00:07:31,710 --> 00:07:34,710
zonder ze werkelijk helemaal
te hebben aangehoord.

121
00:07:34,710 --> 00:07:37,530
Iets lijkt ons op een
bepaalde manier te zijn.

122
00:07:37,530 --> 00:07:40,410
We gaan af op hoe het er
aan de oppervlakte uitziet

123
00:07:40,410 --> 00:07:43,710
en vellen een oordeel
dat veel te voorbarig is.

124
00:07:43,710 --> 00:07:48,630
De Bijbel zegt in Spreuken ook dat wie
als eerste zijn eigen zaak bepleit,

125
00:07:48,630 --> 00:07:53,190
gelijk lijkt te hebben, totdat zijn
naaste komt en hem ondervraagt.

126
00:07:53,190 --> 00:07:56,250
Soms vellen we een oordeel
over iets terwijl we maar

127
00:07:56,250 --> 00:08:01,410
één kant van de kwestie hebben gehoord
en de andere kant niet. Dat is verkeerd.

128
00:08:01,410 --> 00:08:04,470
Dat is oordelen naar
wat iets lijkt te zijn.

129
00:08:04,470 --> 00:08:09,450
Het is een oppervlakkig, niet
diepgaand soort oordeel. Jezus zei:

130
00:08:09,450 --> 00:08:12,870
Nee, doe dat niet. Je moet
rechtvaardig oordelen.

131
00:08:12,870 --> 00:08:17,610
Dat is een gebod van Christus, net zoals
het gebod om niet te oordelen een gebod

132
00:08:17,610 --> 00:08:19,050
van Christus is.

133
00:08:19,050 --> 00:08:23,670
Het is duidelijk dat de Bijbel en Jezus
ons aansporen om op een bepaalde manier

134
00:08:23,670 --> 00:08:27,390
wel te oordelen en op een
andere manier niet te oordelen.

135
00:08:27,390 --> 00:08:33,810
Volgens Johannes 7:24 is oordelen
naar wat iets lijkt te zijn dus

136
00:08:33,810 --> 00:08:36,690
één manier waarop we niet moeten oordelen.

137
00:08:36,690 --> 00:08:40,050
Is dat waar Jezus het hier
in Mattheüs over heeft?

138
00:08:40,050 --> 00:08:41,610
Nee, dat is het niet.

139
00:08:41,610 --> 00:08:44,190
Hij heeft het over een
ander soort oordelen,

140
00:08:44,190 --> 00:08:46,710
en het is heel duidelijk wat dat is.

141
00:08:46,710 --> 00:08:49,170
Hij zegt dat als je anderen oordeelt,

142
00:08:49,170 --> 00:08:54,570
je geoordeeld zult worden met dezelfde
maat die je gebruikt om hen te oordelen.

143
00:08:54,570 --> 00:08:57,390
Als je een meetlat gebruikt
om iemand te meten,

144
00:08:57,390 --> 00:09:01,530
zal die meetlat worden gebruikt
om jouw morele leven te meten.

145
00:09:01,530 --> 00:09:04,170
Daar kun je dus maar
beter op voorbereid zijn.

146
00:09:04,170 --> 00:09:07,650
Hij vergelijkt het met iemand
die een balk in zijn oog heeft.

147
00:09:07,650 --> 00:09:10,590
Als het mogelijk was om een
balk in je oog te hebben,

148
00:09:10,590 --> 00:09:14,370
zou je gezichtsvermogen daardoor
natuurlijk ernstig worden belemmerd.

149
00:09:14,370 --> 00:09:17,910
Toch denkt hij dat hij een splinter
in het oog van iemand anders ziet

150
00:09:17,910 --> 00:09:20,130
en biedt hij aan die te verwijderen.

151
00:09:20,130 --> 00:09:23,730
Het aanbod om een splinter uit het
oog van je naaste te verwijderen,

152
00:09:23,730 --> 00:09:28,110
is Jezus’ manier om in beeldspraak te
zeggen dat je iemand oordeelt en kritiek

153
00:09:28,110 --> 00:09:29,490
op hem levert.

154
00:09:29,490 --> 00:09:34,410
Je probeert hem te vertellen hoe hij zich
kan verbeteren en wat er mis met hem is:

155
00:09:34,410 --> 00:09:36,810
‘Laat mij die splinter uit je oog halen.

156
00:09:36,810 --> 00:09:39,030
Laat mij kritiek op je leveren.

157
00:09:39,030 --> 00:09:41,490
Laat mij je helpen je fouten te zien.’

158
00:09:41,490 --> 00:09:45,630
Dat is waar Hij naar verwijst wanneer Hij
spreekt over iemand die een splinter uit

159
00:09:45,630 --> 00:09:47,730
het oog van zijn naaste haalt.

160
00:09:47,730 --> 00:09:51,270
Dat komt neer op hem beoordelen op
een manier waarvan Hij zegt dat we die

161
00:09:51,270 --> 00:09:52,470
niet moeten hanteren.

162
00:09:52,470 --> 00:09:55,530
Hij zegt echter dat je niet
tegen je naaste kunt zeggen:

163
00:09:55,530 --> 00:09:59,910
‘Laat mij die splinter uit je oog halen,’
als je een balk in je eigen oog hebt.

164
00:09:59,910 --> 00:10:02,190
Maar in vers 5 zegt Hij wel:

165
00:10:02,190 --> 00:10:07,290
Huichelaar, haal eerst de balk uit uw
oog en dan zult u goed kunnen zien om de

166
00:10:07,290 --> 00:10:09,990
splinter uit het oog
van uw broeder te halen.

167
00:10:09,990 --> 00:10:13,830
Als de splinter uit het oog van je
broeder verwijderen betekent dat je

168
00:10:13,830 --> 00:10:17,010
kritiek op hem levert en hem
helpt zijn fouten te zien,

169
00:10:17,010 --> 00:10:22,470
dan kun je dat doen zodra de balk niet
meer in je eigen oog zit. Jezus zei:

170
00:10:22,470 --> 00:10:28,410
Haal eerst die balk uit je oog, dan kun je
weer helder zien en over anderen oordelen.

171
00:10:28,410 --> 00:10:30,510
Wat is die balk in het oog?

172
00:10:30,510 --> 00:10:32,490
Waar heeft Hij het hier over?

173
00:10:32,490 --> 00:10:36,750
Dat is heel duidelijk als je
nauwkeurig kijkt naar wat Hij zei.

174
00:10:36,750 --> 00:10:38,730
In vers 5 zei Hij:

175
00:10:38,730 --> 00:10:42,630
Huichelaar, haal eerst
de balk uit je eigen oog.

176
00:10:42,630 --> 00:10:46,290
Dan zul je helder genoeg zien om
de splinter uit het oog van je

177
00:10:46,290 --> 00:10:47,670
broeder te halen.

178
00:10:47,670 --> 00:10:52,290
Iemand die beweert goed genoeg te kunnen
zien om kritiek op een ander te leveren,

179
00:10:52,290 --> 00:10:55,350
maar in zijn eigen leven
hetzelfde probleem heeft,

180
00:10:55,350 --> 00:11:00,930
zelfs in ernstiger mate dan degene op wie
hij kritiek levert, is een huichelaar.

181
00:11:00,930 --> 00:11:05,370
Wat Jezus de discipelen dus
verbiedt, is huichelachtig oordelen:

182
00:11:05,370 --> 00:11:07,830
ze moeten niet met twee maten meten.

183
00:11:07,830 --> 00:11:09,750
Daar komt het werkelijk op neer.

184
00:11:09,750 --> 00:11:12,450
Je moet anderen niet
beoordelen naar een andere

185
00:11:12,450 --> 00:11:15,870
maatstaf dan die waarnaar
je jezelf beoordeelt.

186
00:11:15,870 --> 00:11:20,790
Daarom zei Hij dat de maatstaf die je
gebruikt, het oordeel waarmee je oordeelt,

187
00:11:20,790 --> 00:11:25,650
als oordeel naar jou zal terugkeren:
je zult er zelf naar geoordeeld worden.

188
00:11:25,650 --> 00:11:29,910
Dezelfde maat die je gebruikt, of
dezelfde maatstaf die je gebruikt,

189
00:11:29,910 --> 00:11:32,250
zal worden gebruikt om jou te meten.

190
00:11:32,250 --> 00:11:36,870
Het punt hier is dus dat Jezus
huichelachtig oordelen verbiedt.

191
00:11:36,870 --> 00:11:41,790
Hij spreekt degene die Hij zegt te
stoppen met oordelen aan als huichelaar

192
00:11:41,790 --> 00:11:45,930
en zegt dat hij deze balk uit
zijn eigen oog moet halen.

193
00:11:45,930 --> 00:11:50,130
Hij acht het echter wel mogelijk
om de balk uit het oog te halen

194
00:11:50,130 --> 00:11:55,230
en helder genoeg te zien om de splinter
uit het oog van de broeder te verwijderen.

195
00:11:55,230 --> 00:11:58,110
Dat zegt Hij heel duidelijk in vers 5.

196
00:11:58,110 --> 00:12:04,350
De vraag is dan: tot wie spreekt Jezus
wanneer Hij hun opdraagt niet te oordelen?

197
00:12:04,350 --> 00:12:09,210
Hij spreekt tot de huichelaar die in
zijn eigen leven grotere problemen heeft

198
00:12:09,210 --> 00:12:12,990
dan de problemen in het leven van
degene op wie hij kritiek levert

199
00:12:12,990 --> 00:12:14,730
en die hij oordeelt.

200
00:12:14,730 --> 00:12:19,050
Als dezelfde maatstaf die hij gebruikt om
kritiek op die ander te leveren op zijn

201
00:12:19,050 --> 00:12:23,730
eigen leven werd toegepast, zou hij
daardoor zwaar veroordeeld worden.

202
00:12:23,730 --> 00:12:25,530
Dat is wat Jezus zegt.

203
00:12:25,530 --> 00:12:29,070
Mensen die zelf niet kunnen standhouden
onder het oordeel van een bepaalde

204
00:12:29,070 --> 00:12:32,850
maatstaf, moeten anderen daarom
niet streng oordelen door die

205
00:12:32,850 --> 00:12:34,470
maatstaf te gebruiken.

206
00:12:34,470 --> 00:12:38,790
Als ik nu naar iemand toe zou gaan die
een homoseksuele levensstijl heeft,

207
00:12:38,790 --> 00:12:42,510
wat volgens mij tegen de Schrift
ingaat en daarom verkeerd is,

208
00:12:42,510 --> 00:12:43,950
en ik zou tegen hem zeggen:

209
00:12:43,950 --> 00:12:46,590
Je leeft op een manier
waar God niet blij mee is.

210
00:12:46,590 --> 00:12:50,611
Maar stel dat ik zelf met een
vergelijkbare zonde worstelde —

211
00:12:50,611 --> 00:12:55,260
bijvoorbeeld pornografie, of dat ik
mijn vrouw bedroog, God verhoede het.

212
00:12:55,260 --> 00:13:00,450
Dan is dit het punt: als ik iemand
om zijn morele leven bekritiseer,

213
00:13:00,450 --> 00:13:04,710
terwijl dezelfde maatstaf van morele
zuiverheid die ik op hem toepas mij zou

214
00:13:04,710 --> 00:13:08,610
veroordelen, dan ben ik de
huichelaar over wie Hij spreekt.

215
00:13:08,610 --> 00:13:12,750
Als ik God niet gehoorzaam, kan
ik niet oordelen over anderen die

216
00:13:12,750 --> 00:13:14,610
God niet gehoorzamen.

217
00:13:14,610 --> 00:13:19,470
Maar als ik de balk uit mijn eigen oog
haal, als ik God inderdaad gehoorzaam,

218
00:13:19,470 --> 00:13:24,750
als ik in gehoorzaamheid aan Hem leef,
dan ben ik in een positie om anderen die

219
00:13:24,750 --> 00:13:28,050
ongehoorzaam zijn te helpen
hun dwaling in te zien.

220
00:13:28,050 --> 00:13:29,970
Dat is wat Jezus zegt.

221
00:13:29,970 --> 00:13:34,050
Jezus verbiedt beslist niet
iedere vorm van oordelen.

222
00:13:34,050 --> 00:13:37,470
Sterker nog, zoals ik
al zei, Hij gebiedt ons:

223
00:13:37,470 --> 00:13:42,210
Oordeel niet naar wat voor ogen is,
maar vel een rechtvaardig oordeel.

224
00:13:42,210 --> 00:13:47,250
Als je naar Paulus kijkt in 1 Korinthe,
zul je merken dat Paulus het hele boek

225
00:13:47,250 --> 00:13:51,630
1 Korinthe door bepleit dat christenen
onderscheidingsvermogen gebruiken,

226
00:13:51,630 --> 00:13:53,610
dat ze dingen beoordelen.

227
00:13:53,610 --> 00:13:57,870
Oordelen betekent eenvoudig dat je
onderscheidingsvermogen gebruikt,

228
00:13:57,870 --> 00:14:01,710
dat je een oordeel vormt,
dat je onderscheid maakt.

229
00:14:01,710 --> 00:14:05,910
In 1 Korinthe 2:15 zegt
Paulus bijvoorbeeld:

230
00:14:05,910 --> 00:14:09,090
De geestelijke mens
beoordeelt wel alle dingen,

231
00:14:09,090 --> 00:14:11,970
zelf echter wordt hij
door niemand beoordeeld.

232
00:14:11,970 --> 00:14:17,491
Een geestelijk mens — dat wil zeggen,
iemand die geen balk in zijn oog heeft —

233
00:14:17,491 --> 00:14:22,590
is in een positie om alles rechtvaardig
te beoordelen en daarbij helder te zien.

234
00:14:22,590 --> 00:14:27,090
Paulus zegt dus in 1 Korinthe
2:15 dat de geestelijke mens

235
00:14:27,090 --> 00:14:29,250
werkelijk alle dingen beoordeelt.

236
00:14:29,250 --> 00:14:32,130
In hoofdstuk 5 van 1 Korinthe, vers 3,

237
00:14:32,130 --> 00:14:36,210
spreekt hij over een man die in een
incestueuze relatie leefde en deel

238
00:14:36,210 --> 00:14:39,270
uitmaakte van de gemeente. Paulus zegt:

239
00:14:39,270 --> 00:14:43,950
Ik heb, hoewel afwezig met het
lichaam, maar aanwezig met de geest,

240
00:14:43,950 --> 00:14:47,071
namelijk reeds besloten
— alsof ik aanwezig was —

241
00:14:47,071 --> 00:14:49,590
ten aanzien van hem die
dat zo gedaan heeft,

242
00:14:49,590 --> 00:14:51,330
Paulus zegt met andere woorden:

243
00:14:51,330 --> 00:14:53,430
Ik heb over hem geoordeeld.

244
00:14:53,430 --> 00:14:57,450
De Engelse Bijbeltekst waarop de
spreker zijn woordkeus baseert,

245
00:14:57,450 --> 00:15:01,170
gebruikt hier ‘judged’, waar
de aangehaalde Nederlandse

246
00:15:01,170 --> 00:15:03,690
vertaling ‘besloten’ heeft.

247
00:15:03,690 --> 00:15:07,530
Later in hetzelfde hoofdstuk,
in vers 12 en 13, zegt hij:

248
00:15:07,530 --> 00:15:10,950
Het is toch niet aan mij om hen
die buiten zijn te oordelen?

249
00:15:10,950 --> 00:15:13,830
Oordeelt u immers niet
alleen hen die binnen zijn?

250
00:15:13,830 --> 00:15:16,830
Maar hen die buiten zijn, oordeelt God.

251
00:15:16,830 --> 00:15:19,350
En doe de kwaaddoener uit uw midden weg.

252
00:15:19,350 --> 00:15:23,010
Paulus zegt dat christenen het
morele gedrag van mensen binnen de

253
00:15:23,010 --> 00:15:24,930
gemeente moeten beoordelen.

254
00:15:24,930 --> 00:15:28,410
De mensen buiten de gemeente
vallen buiten ons terrein.

255
00:15:28,410 --> 00:15:31,110
Het is Gods zaak om hen te oordelen.

256
00:15:31,110 --> 00:15:35,430
In 1 Korinthe 6:2–5 zegt Paulus:

257
00:15:35,430 --> 00:15:38,670
Weet u niet dat de heiligen
de wereld zullen oordelen?

258
00:15:38,670 --> 00:15:41,310
En als door u de wereld geoordeeld wordt,

259
00:15:41,310 --> 00:15:45,690
zou u dan ongeschikt zijn voor de
meest onbeduidende rechtszaken?

260
00:15:45,690 --> 00:15:48,450
Weet u niet dat wij
engelen zullen oordelen?

261
00:15:48,450 --> 00:15:50,910
Hoeveel te meer dan alledaagse dingen?

262
00:15:50,910 --> 00:15:53,910
Als u dus rechtszaken hebt
over alledaagse dingen,

263
00:15:53,910 --> 00:15:57,810
stel dan hen aan die in de
gemeente niet in aanzien zijn.

264
00:15:57,810 --> 00:15:59,671
Tot beschaming zeg ik u dit .

265
00:15:59,671 --> 00:16:03,570
Is er dan onder u niemand
die wijs is, zelfs niet één,

266
00:16:03,570 --> 00:16:06,390
die in staat zou zijn een
oordeel te vellen in een geschil

267
00:16:06,390 --> 00:16:07,950
tussen zijn broeders?

268
00:16:07,950 --> 00:16:12,330
Zie je dit? Paulus zegt dat de gemeente
tekortschiet als er niemand in de gemeente

269
00:16:12,330 --> 00:16:16,170
wijs genoeg is om zulke
zaken voor hen te beoordelen.

270
00:16:16,170 --> 00:16:18,930
Een geestelijk mens
beoordeelt alle dingen,

271
00:16:18,930 --> 00:16:22,410
en christenen moeten zich
voortdurend een oordeel vormen.

272
00:16:22,410 --> 00:16:25,650
Trouwens, niet-christenen
doen dat voortdurend.

273
00:16:25,650 --> 00:16:28,230
Ook zij beoordelen voortdurend dingen.

274
00:16:28,230 --> 00:16:32,490
Ze beoordelen voortdurend of
iemand hen goed behandelt of niet.

275
00:16:32,490 --> 00:16:37,290
Iemand die nooit oordeelt bestaat niet,
want om volkomen zonder oordeel te zijn,

276
00:16:37,290 --> 00:16:39,390
zou je amoreel moeten zijn.

277
00:16:39,390 --> 00:16:43,650
Je zou iemand moeten zijn die in
geen enkele situatie een mening heeft

278
00:16:43,650 --> 00:16:46,110
over wat goed en verkeerd is.

279
00:16:46,110 --> 00:16:49,110
Zo iemand loopt er op
deze planeet niet rond.

280
00:16:49,110 --> 00:16:52,110
Er zijn misschien mensen
die beweren dat ze zo zijn.

281
00:16:52,110 --> 00:16:54,750
Er zijn mensen die zeggen
dat God niet bestaat,

282
00:16:54,750 --> 00:16:57,570
dat er daarom geen
absolute normen bestaan,

283
00:16:57,570 --> 00:17:00,930
en dat er daarom geen goed
en geen kwaad bestaat.

284
00:17:00,930 --> 00:17:04,170
Dat kunnen ze zeggen,
maar loop op hen af en

285
00:17:04,170 --> 00:17:07,590
steel onder bedreiging met
een vuurwapen hun portemonnee.

286
00:17:07,590 --> 00:17:10,890
Kijk dan maar of ze geloven
dat dat verkeerd was of niet.

287
00:17:10,890 --> 00:17:14,490
Ze geloven wel degelijk dat
er goed en kwaad bestaat.

288
00:17:14,490 --> 00:17:19,290
Er zijn mensen voor wie het filosofisch
gezien modieus is om te zeggen dat ze niet

289
00:17:19,290 --> 00:17:22,290
in absolute morele normen geloven.

290
00:17:22,290 --> 00:17:24,930
Ze geloven niet in goed en kwaad.

291
00:17:24,930 --> 00:17:29,670
Maar niemand leeft ooit op die manier,
want we leven in een wereld waarin iemand

292
00:17:29,670 --> 00:17:33,810
dood zou moeten zijn om niet te beseffen
dat sommige dingen verkeerd zijn.

293
00:17:33,810 --> 00:17:38,130
Als iemand zegt dat hij niet gelooft
dat ook maar iets verkeerd is,

294
00:17:38,130 --> 00:17:41,430
ga dan zijn stereo-installatie
uit zijn huis stelen.

295
00:17:41,430 --> 00:17:47,550
Of leen zijn auto, rijd hem total loss en
laat hem langs de kant van de weg achter.

296
00:17:47,550 --> 00:17:50,730
Kijk dan of hij vindt dat
dat goed of verkeerd was.

297
00:17:50,730 --> 00:17:54,390
Ik garandeer je dat hij daar
een mening over zal hebben.

298
00:17:54,390 --> 00:17:59,130
In 1 Korinthe 7:25 spoort
Paulus de christenen aan

299
00:17:59,130 --> 00:18:02,190
om over bepaalde zaken
een oordeel te vormen.

300
00:18:02,190 --> 00:18:06,450
De Engelse Bijbeltekst waarop de
spreker zijn formulering baseert,

301
00:18:06,450 --> 00:18:10,650
gebruikt hier ‘judgment’, waar de
aangehaalde Nederlandse vertaling

302
00:18:10,650 --> 00:18:13,410
‘mening’ heeft. Paulus zegt:

303
00:18:13,410 --> 00:18:17,730
Wat betreft hen die nog maagd zijn,
heb ik geen bevel van de Heere.

304
00:18:17,730 --> 00:18:22,110
Ik geef echter mijn mening als iemand die
barmhartigheid van de Heere heeft gekregen

305
00:18:22,110 --> 00:18:23,670
om trouw te zijn.

306
00:18:23,670 --> 00:18:26,850
In vers 40 van 1 Korinthe 7 zegt hij ook:

307
00:18:26,850 --> 00:18:30,810
Maar zij is gelukkiger, als zij
zo blijft, naar mijn mening.

308
00:18:30,810 --> 00:18:33,750
En ik denk ook dat ik
de Geest van God heb.

309
00:18:33,750 --> 00:18:37,470
Daarmee bedoelt hij dat de weduwe
naar zijn oordeel gelukkiger is

310
00:18:37,470 --> 00:18:39,390
als ze ongehuwd blijft.

311
00:18:39,390 --> 00:18:42,750
Ook hier gebruikt de Engelse
Bijbeltekst ‘judgment’,

312
00:18:42,750 --> 00:18:46,650
waar de aangehaalde Nederlandse
vertaling ‘mening’ heeft.

313
00:18:46,650 --> 00:18:50,310
Paulus vormt oordelen en hij
spoort de christenen aan om

314
00:18:50,310 --> 00:18:52,530
eveneens oordelen te vormen.

315
00:18:52,530 --> 00:18:55,890
In 1 Korinthe 11:13 zei Paulus:

316
00:18:55,890 --> 00:19:01,890
Oordeel bij uzelf: is het gepast dat een
vrouw met onbedekt hoofd tot God bidt?

317
00:19:01,890 --> 00:19:04,950
Hij zegt dat ze deze zaak
zelf moeten beoordelen.

318
00:19:04,950 --> 00:19:08,370
Het is belangrijk dat je in
staat bent om oordelen te vormen.

319
00:19:08,370 --> 00:19:12,870
In hoofdstuk 14 van 1
Korinthe, vers 29, zegt hij:

320
00:19:12,870 --> 00:19:17,790
En laten twee of drie profeten spreken,
en laten de anderen het beoordelen.

321
00:19:17,790 --> 00:19:22,710
Dat wil zeggen: laat de anderen in
de gemeente de profetie beoordelen.

322
00:19:22,710 --> 00:19:24,870
Wat moeten ze eraan beoordelen?

323
00:19:24,870 --> 00:19:30,990
Ze moeten beoordelen of die juist of
onjuist is, of die waar of onwaar is,

324
00:19:30,990 --> 00:19:35,490
of het een echte profetie
of een valse profetie is.

325
00:19:35,490 --> 00:19:39,810
Zie je hoe vaak de Bijbel ons zegt
dat we over dingen moeten oordelen?

326
00:19:39,810 --> 00:19:44,550
Als we niet over dingen oordelen, weigeren
we feitelijk gebruik te maken van het

327
00:19:44,550 --> 00:19:48,990
onderscheidingsvermogen dat
mensen wel en dieren niet hebben.

328
00:19:48,990 --> 00:19:52,890
Dieren hebben niet het vermogen
om morele oordelen te vellen.

329
00:19:52,890 --> 00:19:57,150
Dieren handelen alleen uit instinct,
maar mensen hebben een vermogen dat

330
00:19:57,150 --> 00:19:58,650
dieren niet hebben.

331
00:19:58,650 --> 00:20:01,770
Dit maakt deel uit van
het beeld van God in ons:

332
00:20:01,770 --> 00:20:05,730
we weten dat sommige dingen goed
en andere dingen verkeerd zijn.

333
00:20:05,730 --> 00:20:08,010
Dit is een menselijke eigenschap.

334
00:20:08,010 --> 00:20:10,950
Het is een eigenschap
die op die van God lijkt.

335
00:20:10,950 --> 00:20:14,670
God was de eerste Persoon Die wist
dat sommige dingen goed en andere

336
00:20:14,670 --> 00:20:16,530
dingen verkeerd waren.

337
00:20:16,530 --> 00:20:21,330
Adam en Eva werden natuurlijk voor het
eerst verleid door de slang, die zei:

338
00:20:21,330 --> 00:20:24,570
Maar God weet dat, op de
dag dat u daarvan eet,

339
00:20:24,570 --> 00:20:30,690
uw ogen geopend zullen worden en dat u
als God zult zijn, goed en kwaad kennend.

340
00:20:30,690 --> 00:20:34,770
Die kennis van goed en kwaad
is eenvoudigweg het vermogen om

341
00:20:34,770 --> 00:20:36,810
morele oordelen te vellen.

342
00:20:36,810 --> 00:20:41,910
Natuurlijk is dit een vermogen dat
op dat van God lijkt. Satan zei:

343
00:20:41,910 --> 00:20:45,810
Jullie zullen als God zijn en
weten wat goed en kwaad is.

344
00:20:45,810 --> 00:20:48,390
Op dat ene punt had hij gelijk.

345
00:20:48,390 --> 00:20:50,670
Nadat ze van de vrucht hadden gegeten,

346
00:20:50,670 --> 00:20:53,730
leken ze in sommige
opzichten minder op God.

347
00:20:53,730 --> 00:20:58,530
Ze waren minder heilig, minder
rein en minder onschuldig dan Hij.

348
00:20:58,530 --> 00:21:01,890
Maar God Zelf erkende tegen
het einde van Genesis 3

349
00:21:01,890 --> 00:21:06,690
dat ze meer op God waren gaan lijken
in de zin dat ze goed en kwaad kenden.

350
00:21:06,690 --> 00:21:10,290
Dat was niet noodzakelijkerwijs
iets waarin Hij wilde dat ze meer

351
00:21:10,290 --> 00:21:15,270
inzicht zouden krijgen, en het was voor
hen de verkeerde richting om in te gaan.

352
00:21:15,270 --> 00:21:19,890
Maar het punt is dat God Degene
is Die goed en kwaad kent.

353
00:21:19,890 --> 00:21:23,910
Hij is Degene Die de uiteindelijke
Rechter over alle dingen is,

354
00:21:23,910 --> 00:21:27,690
en de enige manier waarop wij in
harmonie met Hem kunnen leven,

355
00:21:27,690 --> 00:21:30,750
is door met Zijn oordelen in te stemmen.

356
00:21:30,750 --> 00:21:35,670
Wanneer Hij oordeelt dat iets goed is
en wij niet oordelen dat het goed is,

357
00:21:35,670 --> 00:21:38,430
dan hebben we geen voeling
met de werkelijkheid.

358
00:21:38,430 --> 00:21:42,870
Als God zegt dat iets verkeerd is en
wij niet erkennen dat het verkeerd is,

359
00:21:42,870 --> 00:21:45,630
dan hebben we geen voeling
met de werkelijkheid.

360
00:21:45,630 --> 00:21:50,370
De morele werkelijkheid is net zo
werkelijk als de fysieke werkelijkheid.

361
00:21:50,370 --> 00:21:54,931
Net zoals er werkelijk een planeet
aarde, een zon en een maan zijn —

362
00:21:54,931 --> 00:21:59,790
die behoren tot de fysieke werkelijkheid
— zo is het even zeker dat moord,

363
00:21:59,790 --> 00:22:02,910
overspel en diefstal moreel verkeerd zijn.

364
00:22:02,910 --> 00:22:07,350
Het is een ander soort werkelijkheid,
maar toch is het werkelijkheid.

365
00:22:07,350 --> 00:22:11,910
Oordelen is eenvoudigweg onze manier
om die werkelijkheid te erkennen.

366
00:22:11,910 --> 00:22:15,150
Zoals een man die kan zien
onderscheid kan maken tussen

367
00:22:15,150 --> 00:22:18,510
verschillende kleuren en
tussen licht en duisternis,

368
00:22:18,510 --> 00:22:21,690
zo kan iemand die een
rechtvaardig oordeel kan vellen,

369
00:22:21,690 --> 00:22:26,250
onderscheid maken tussen wat moreel
goed en wat moreel verkeerd is.

370
00:22:26,250 --> 00:22:30,510
Als iemand dat niet kan, betekent
dit dat zijn waarneming vervormd is.

371
00:22:30,510 --> 00:22:36,210
Als iemand weigert dat te doen, betekent
dit dat hij weigert volledig mens te zijn.

372
00:22:36,210 --> 00:22:38,730
Want alleen de menselijke
soort heeft van God

373
00:22:38,730 --> 00:22:43,470
het vermogen gekregen om te weten
dat er moreel goed en kwaad bestaat

374
00:22:43,470 --> 00:22:45,450
en om dat te kunnen herkennen.

375
00:22:45,450 --> 00:22:48,930
De Schriften zijn er om ons
van die dingen bewust te maken.

376
00:22:48,930 --> 00:22:53,610
Het onderwijs van Jezus in deze
specifieke passage in Mattheüs 7

377
00:22:53,610 --> 00:22:56,610
gaat niet over het vellen
van juiste oordelen,

378
00:22:56,610 --> 00:22:58,890
en daar heb ik veel over gesproken.

379
00:22:58,890 --> 00:23:02,670
Het gaat erom dat je geen
verkeerde oordelen velt.

380
00:23:02,670 --> 00:23:06,690
Het gaat erom dat je mensen niet
beoordeelt aan de hand van een maatstaf

381
00:23:06,690 --> 00:23:11,730
waardoor je zelf veroordeeld zou worden
als zij diezelfde maatstaf namen en die

382
00:23:11,730 --> 00:23:14,370
langs jou legden. Jezus zei:

383
00:23:14,370 --> 00:23:19,410
want met het oordeel waarmee u
oordeelt, zult u zelf geoordeeld worden;

384
00:23:19,410 --> 00:23:23,670
en met welke maat u meet, zal
er bij u ook gemeten worden.

385
00:23:23,670 --> 00:23:27,630
Hij vergeleek het met een
balk, een plank, in je oog,

386
00:23:27,630 --> 00:23:31,890
terwijl degene over wie je oordeelt
misschien slechts een splinter heeft.

387
00:23:31,890 --> 00:23:36,870
Maar Hij zei wel dat het mogelijk en
noodzakelijk is om, als je zo iemand bent,

388
00:23:36,870 --> 00:23:42,450
zo’n huichelaar, geen huichelaar meer te
zijn en die plank uit je oog te halen.

389
00:23:42,450 --> 00:23:46,710
Dat wil zeggen, het gebrek in je
eigen leven dat door die plank wordt

390
00:23:46,710 --> 00:23:50,130
voorgesteld: daarvan moet je je bekeren.

391
00:23:50,130 --> 00:23:51,810
Je moet het wegdoen.

392
00:23:51,810 --> 00:23:55,590
Je moet iemand worden die andere
mensen van dienst kan zijn door

393
00:23:55,590 --> 00:23:57,930
splinters uit hun ogen te halen.

394
00:23:57,930 --> 00:24:00,330
Let erop hoe Jezus het ziet.

395
00:24:00,330 --> 00:24:04,530
Rechtvaardig over iemand oordelen
is diegene een dienst bewijzen,

396
00:24:04,530 --> 00:24:07,230
zoals wanneer je een
splinter uit zijn oog haalt.

397
00:24:07,230 --> 00:24:09,930
Als je iets in je oog had, zou je er zeker

398
00:24:09,930 --> 00:24:14,070
baat bij hebben als iemand je hielp
die splinter uit je oog te halen,

399
00:24:14,070 --> 00:24:15,930
en je zou dat waarderen.

400
00:24:15,930 --> 00:24:18,450
Waarom stellen mensen
het dan niet op prijs

401
00:24:18,450 --> 00:24:20,850
wanneer er over hen geoordeeld wordt?

402
00:24:20,850 --> 00:24:23,670
Sommigen stellen het meer
op prijs dan anderen,

403
00:24:23,670 --> 00:24:28,530
maar de meeste mensen stellen het niet op
prijs wanneer er over hen geoordeeld wordt

404
00:24:28,530 --> 00:24:33,450
door iemand die zij als een huichelaar
zien, iemand van wie ze zeggen:

405
00:24:33,450 --> 00:24:37,770
‘Deze persoon is niet beter dan
ik en hij bekritiseert mij.’

406
00:24:37,770 --> 00:24:41,310
Jezus geeft aan dat die
afkeer net zo redelijk is

407
00:24:41,310 --> 00:24:45,330
als wanneer iemand een splinter in zijn
oog had en niet geholpen wilde worden

408
00:24:45,330 --> 00:24:48,570
door iemand die een plank
in zijn eigen oog heeft.

409
00:24:48,570 --> 00:24:52,290
Maar als christenen rondliepen
met minder planken in hun ogen,

410
00:24:52,290 --> 00:24:56,910
als christenen meer leefden zoals
Christus, dan zouden hun suggesties,

411
00:24:56,910 --> 00:25:02,090
hun kritiek, hun opbouwende opmerkingen
— met andere woorden, hun oordelen —

412
00:25:02,090 --> 00:25:05,790
misschien beter ontvangen worden
door degenen die er baat bij

413
00:25:05,790 --> 00:25:07,230
zouden kunnen hebben.

414
00:25:07,230 --> 00:25:12,510
Vergeet niet: met liefde beoordeeld
worden, rechtvaardig beoordeeld worden,

415
00:25:12,510 --> 00:25:14,070
is geen nadeel.

416
00:25:14,070 --> 00:25:18,930
Als ik iets verkeerd doe, bewijst degene
die mij dat vertelt mij een grote dienst.

417
00:25:18,930 --> 00:25:23,190
Maar het is voor mij veel moeilijker
om dat van die persoon aan te nemen

418
00:25:23,190 --> 00:25:26,790
als die persoon overduidelijke
gebreken in zijn eigen

419
00:25:26,790 --> 00:25:28,530
christelijke levenswandel heeft.

420
00:25:28,530 --> 00:25:33,210
Als christen behoor ik nederig genoeg
te zijn om zulke kritiek te aanvaarden,

421
00:25:33,210 --> 00:25:38,070
ook als die afkomstig is van iemand
die zelf allerminst onberispelijk is.

422
00:25:38,070 --> 00:25:42,870
Degene die mij bekritiseert, heeft
misschien duidelijke tekortkomingen.

423
00:25:42,870 --> 00:25:47,310
Toch behoor ik bereid te zijn om te
overwegen of zijn kritiek terecht is,

424
00:25:47,310 --> 00:25:52,050
want ik kan daar baat bij hebben, ook
als hij er zelf geen baat bij heeft.

425
00:25:52,050 --> 00:25:57,810
Als christen moet ik dus nederig kritiek
aanvaarden, zelfs van onwaardige gevers.

426
00:25:57,810 --> 00:26:02,250
Maar ik kan niet verwachten dat anderen
mijn kritiek en mijn oordeel over hen

427
00:26:02,250 --> 00:26:04,830
aanvaarden als mijn eigen leven niet in

428
00:26:04,830 --> 00:26:07,950
overeenstemming is met de
maatstaf die ik hanteer

429
00:26:07,950 --> 00:26:10,950
wanneer ik hen beoordeel en bekritiseer.

430
00:26:10,950 --> 00:26:13,110
Dat is wat Jezus hier leert.

431
00:26:13,110 --> 00:26:14,730
We komen nog terug op de Bergrede.
