1
00:00:02,010 --> 00:00:04,470
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,470 --> 00:00:09,510
Deze keer behandelen
we Mattheüs 7, vers 6.

3
00:00:09,510 --> 00:00:13,950
We gaan naar Mattheüs 7,
vers 6, waar Jezus zei:

4
00:00:13,950 --> 00:00:18,570
Geef het heilige niet aan de honden,
en werp uw parels niet voor de zwijnen,

5
00:00:18,570 --> 00:00:22,050
opdat die ze niet op enig
moment met hun poten vertrappen,

6
00:00:22,050 --> 00:00:24,630
zich omkeren en u verscheuren.

7
00:00:24,630 --> 00:00:26,910
Wat een vreemde uitdrukking is dat:

8
00:00:26,910 --> 00:00:29,790
Geef wat heilig is niet aan honden.

9
00:00:29,790 --> 00:00:33,690
Waarschijnlijk is het beeld hier dat
iemand voedsel neemt dat in de tempel aan

10
00:00:33,690 --> 00:00:37,410
God is geofferd en rechtmatig
aan de priesters toebehoort,

11
00:00:37,410 --> 00:00:41,310
en het voor de honden gooit in plaats
van het aan de priesters te geven.

12
00:00:41,310 --> 00:00:46,650
Dat zou net zo ongepast zijn als iets
anders waar Jezus over sprak. Hij zei:

13
00:00:46,650 --> 00:00:50,910
Hij antwoordde echter en zei: Het is niet
behoorlijk het brood van de kinderen te

14
00:00:50,910 --> 00:00:53,190
nemen en naar de hondjes te werpen.

15
00:00:53,190 --> 00:00:57,630
Dat zei Hij bij een andere gelegenheid
tegen een heidense vrouw die Hem om

16
00:00:57,630 --> 00:00:59,070
een gunst vroeg.

17
00:00:59,070 --> 00:01:01,830
Op dat moment was Hij
inderdaad alleen gezonden

18
00:01:01,830 --> 00:01:06,270
naar de verloren schapen van het
huis van Israël, en dat zei Hij ook.

19
00:01:06,270 --> 00:01:09,990
Hij gebruikte het beeld van voedsel
dat aan kinderen toebehoorde,

20
00:01:09,990 --> 00:01:13,170
maar dat voor de honden werd gegooid
in plaats van aan de kinderen

21
00:01:13,170 --> 00:01:14,550
te worden gegeven.

22
00:01:14,550 --> 00:01:18,210
Wanneer Hij hier spreekt over het
geven van wat heilig is aan honden,

23
00:01:18,210 --> 00:01:21,150
bedoelt Hij vrijwel zeker heilig voedsel.

24
00:01:21,150 --> 00:01:25,770
Heilig voedsel zou voedsel zijn dat
eigenlijk bestemd is om door de priesters

25
00:01:25,770 --> 00:01:29,430
en de Levieten te worden
gegeten, niet door gewone mensen

26
00:01:29,430 --> 00:01:31,710
en al helemaal niet door honden.

27
00:01:31,710 --> 00:01:35,490
Het zou volkomen ongepast zijn om
dat voedsel te nemen en het aan de

28
00:01:35,490 --> 00:01:36,750
honden te geven.

29
00:01:36,750 --> 00:01:37,950
Hij zegt:

30
00:01:37,950 --> 00:01:40,050
En gooi je parels niet voor de zwijnen.

31
00:01:40,050 --> 00:01:42,870
Ze zouden die nauwelijks
op waarde kunnen schatten.

32
00:01:42,870 --> 00:01:47,310
Ze zouden ze gewoon vertrappen en
zich daarna ook tegen jou keren.

33
00:01:47,310 --> 00:01:50,610
Het is duidelijk dat Jezus
iets probeert over te brengen,

34
00:01:50,610 --> 00:01:52,590
maar Hij gebruikt beeldspraak.

35
00:01:52,590 --> 00:01:56,910
Ik denk niet dat iemand ooit werkelijk het
probleem heeft gehad dat hij de gewoonte

36
00:01:56,910 --> 00:02:00,150
had parels te pakken en
die naar varkens te gooien.

37
00:02:00,150 --> 00:02:02,790
Ook bevindt niemand zich
werkelijk in een positie

38
00:02:02,790 --> 00:02:06,810
waarin hij heilig brood kan pakken
en het aan honden kan geven.

39
00:02:06,810 --> 00:02:09,690
Voor zover bekend is dat
nooit een gebruik geweest,

40
00:02:09,690 --> 00:02:14,130
en het is moeilijk om je een situatie
voor te stellen waarin het zou gebeuren.

41
00:02:14,130 --> 00:02:18,390
Het is niet waarschijnlijk dat Jezus
bedoelt dat Zijn woorden in die zin

42
00:02:18,390 --> 00:02:21,030
volkomen letterlijk moeten worden opgevat.

43
00:02:21,030 --> 00:02:23,010
Hij gebruikt beeldspraak.

44
00:02:23,010 --> 00:02:25,470
Wanneer Hij over honden
en varkens spreekt,

45
00:02:25,470 --> 00:02:28,590
heeft Hij het niet werkelijk
over varkens en honden.

46
00:02:28,590 --> 00:02:30,450
Hij heeft het over mensen.

47
00:02:30,450 --> 00:02:32,910
We moeten beseffen dat dieren in de Bijbel

48
00:02:32,910 --> 00:02:37,590
soms voor mensen staan in bepaalde
wetten en illustraties in de Schrift.

49
00:02:37,590 --> 00:02:41,490
In het Oude Testament staat
bijvoorbeeld dat je een os niet mag

50
00:02:41,490 --> 00:02:44,130
muilkorven wanneer hij het graan dorst.

51
00:02:44,130 --> 00:02:46,230
Het gaat daar over een os die wordt

52
00:02:46,230 --> 00:02:50,670
gebruikt om de molensteen rond te
draaien en graan tot meel te vermalen.

53
00:02:50,670 --> 00:02:54,570
Hij mag geen muilkorf omkrijgen en
mag tijdens het werk niet verhinderd

54
00:02:54,570 --> 00:02:55,830
worden te eten.

55
00:02:55,830 --> 00:03:00,090
De apostel Paulus haalde
die wet aan in 1 Korinthe 9.

56
00:03:00,090 --> 00:03:02,250
Nadat hij de wet had aangehaald:

57
00:03:02,250 --> 00:03:07,470
Want in de wet van Mozes staat geschreven:
U mag een dorsende os niet muilbanden.

58
00:03:07,470 --> 00:03:10,590
Bekommert God Zich
alleen maar om de ossen?

59
00:03:10,590 --> 00:03:11,670
zei hij:

60
00:03:11,670 --> 00:03:14,550
Bekommert God Zich soms om de ossen?

61
00:03:14,550 --> 00:03:17,490
Of zegt Hij dit vooral omwille van ons?

62
00:03:17,490 --> 00:03:22,290
Vervolgens bevestigt hij dat God daar
in werkelijkheid zei dat mensen die God

63
00:03:22,290 --> 00:03:26,070
dienen niet verhinderd mogen worden
de ondersteuning te ontvangen

64
00:03:26,070 --> 00:03:27,690
die hun toekomt.

65
00:03:27,690 --> 00:03:32,430
Paulus zag deze wet over ossen als
iets wat op mensen van toepassing was.

66
00:03:32,430 --> 00:03:36,630
Het was een les over mensen waarin
een os als beeld werd gebruikt.

67
00:03:36,630 --> 00:03:40,470
Zo staat er in het Oude Testament
ook een wet in Deuteronomium

68
00:03:40,470 --> 00:03:44,850
die zegt dat je niet met een os
en een ezel samen mag ploegen.

69
00:03:44,850 --> 00:03:48,390
Voor de Joden was een os wat
wij een rein dier noemen,

70
00:03:48,390 --> 00:03:51,330
en een ezel was een onrein dier.

71
00:03:51,330 --> 00:03:54,570
Het was hun verboden met
die twee samen te ploegen.

72
00:03:54,570 --> 00:03:58,770
Daarvoor zouden ze een juk over de nek
van beide dieren moeten leggen en moeten

73
00:03:58,770 --> 00:04:03,390
proberen die dieren met elkaar te laten
samenwerken om de ploeg te trekken.

74
00:04:03,390 --> 00:04:08,310
De apostel Paulus leek ook daarin een
beeld te zien dat met mensen te maken had,

75
00:04:08,310 --> 00:04:11,430
want Paulus zei in 2 Korinthe 6:

76
00:04:11,430 --> 00:04:14,670
Vorm geen ongelijk span met ongelovigen,

77
00:04:14,670 --> 00:04:18,810
want wat heeft gerechtigheid
gemeenschappelijk met wetteloosheid,

78
00:04:18,810 --> 00:04:22,530
en welke gemeenschap is er
tussen licht en duisternis?

79
00:04:22,530 --> 00:04:27,030
Het is duidelijk dat het idee om
een ongelovige en een gelovige

80
00:04:27,030 --> 00:04:30,690
onder hetzelfde juk te
plaatsen, in de ogen van Paulus

81
00:04:30,690 --> 00:04:36,030
net zo ongepast was als een os en een
ezel onder hetzelfde juk plaatsen:

82
00:04:36,030 --> 00:04:39,810
iets reins en iets onreins
onder hetzelfde juk.

83
00:04:39,810 --> 00:04:43,470
We zullen niet ingaan op de betekenis
van die uitspraken van Paulus,

84
00:04:43,470 --> 00:04:46,410
of op het onderwijs dat hij
bij die gelegenheden gaf.

85
00:04:46,410 --> 00:04:50,910
Dit laat eenvoudigweg zien dat dieren
in het Oude Testament soms werden

86
00:04:50,910 --> 00:04:53,490
gebruikt om bepaalde mensen aan te duiden.

87
00:04:53,490 --> 00:04:56,610
In het bijzonder werden
onreine dieren gebruikt om

88
00:04:56,610 --> 00:04:59,730
onreine of goddeloze mensen aan te duiden,

89
00:04:59,730 --> 00:05:03,210
terwijl reine dieren vaak
Gods volk vertegenwoordigden.

90
00:05:03,210 --> 00:05:06,030
In het Oude Testament was
het niet ongewoon dat God,

91
00:05:06,030 --> 00:05:11,790
door de profeten of zelfs in de Psalmen,
over Gods volk Israël sprak als schapen,

92
00:05:11,790 --> 00:05:15,150
soms als geiten en soms als kalveren.

93
00:05:15,150 --> 00:05:19,710
Eén reden daarvoor is dat Israël
Gods volk was en dat al die dieren

94
00:05:19,710 --> 00:05:21,270
reine dieren zijn.

95
00:05:21,270 --> 00:05:26,130
Er zijn ook momenten in het Oude Testament
waarop heidenen, die niet Gods volk waren,

96
00:05:26,130 --> 00:05:28,830
met onreine dieren werden vergeleken.

97
00:05:28,830 --> 00:05:32,730
Dit gebeurt in het visioen
van Daniël in Daniël 7,

98
00:05:32,730 --> 00:05:36,030
waar hij vier heidense volken zag opkomen.

99
00:05:36,030 --> 00:05:40,170
In zijn visioen werden ze
voorgesteld als een leeuw, een beer,

100
00:05:40,170 --> 00:05:45,750
een luipaard en een ander soort vleeseter
die niet precies wordt geïdentificeerd.

101
00:05:45,750 --> 00:05:49,470
In al deze gevallen zouden
dit onreine dieren zijn,

102
00:05:49,470 --> 00:05:52,530
en ze vertegenwoordigen heidense volken.

103
00:05:52,530 --> 00:05:55,110
Er is in de Schrift een
heel duidelijk patroon

104
00:05:55,110 --> 00:05:58,170
waarbij over dieren wordt
gesproken en in bepaalde

105
00:05:58,170 --> 00:06:01,170
contexten een les over
mensen wordt gegeven.

106
00:06:01,170 --> 00:06:03,030
Jezus doet hier hetzelfde.

107
00:06:03,030 --> 00:06:06,030
Hetzelfde doet Hij hier wanneer Hij zegt:

108
00:06:06,030 --> 00:06:10,530
Geef het heilige niet aan de honden,
en werp uw parels niet voor de zwijnen,

109
00:06:10,530 --> 00:06:13,950
opdat die ze niet op enig
moment met hun poten vertrappen,

110
00:06:13,950 --> 00:06:16,470
zich omkeren en u verscheuren.

111
00:06:16,470 --> 00:06:20,430
Zwijnen en honden zijn allebei
wat wij onreine dieren noemen.

112
00:06:20,430 --> 00:06:24,510
Voor een Jood moest een dier aan
twee voorwaarden voldoen om als rein

113
00:06:24,510 --> 00:06:26,130
te worden aangemerkt.

114
00:06:26,130 --> 00:06:28,770
Ten eerste moest het een herkauwer zijn.

115
00:06:28,770 --> 00:06:34,170
Zoals dat in ouder Engels werd uitgedrukt:
het dier moest zijn voedsel herkauwen.

116
00:06:34,170 --> 00:06:38,430
Een herkauwer is een soort
zoogdier met meerdere magen.

117
00:06:38,430 --> 00:06:43,530
Zulke dieren kauwen hun voedsel en
slikken het door naar een van hun magen.

118
00:06:43,530 --> 00:06:47,370
Daarna brengen ze het weer omhoog
om er nog wat meer op te kauwen

119
00:06:47,370 --> 00:06:49,650
en slikken ze het opnieuw door.

120
00:06:49,650 --> 00:06:54,630
Tijdens het verteringsproces gaat dit
voedsel door die verschillende magen heen.

121
00:06:54,630 --> 00:06:58,050
De meeste dieren doen dat
niet, maar sommige wel.

122
00:06:58,050 --> 00:07:02,070
Een koe is een voorbeeld van
een dier dat een herkauwer is.

123
00:07:02,070 --> 00:07:06,030
Een schaap, geit of hert
is een ander voorbeeld.

124
00:07:06,030 --> 00:07:09,810
De dieren die rein waren, moesten
niet alleen herkauwers zijn,

125
00:07:09,810 --> 00:07:13,050
maar ook hebben wat de Bijbel
een gespleten hoef noemt.

126
00:07:13,050 --> 00:07:15,810
Koeien, schapen en geiten hebben die ook,

127
00:07:15,810 --> 00:07:18,870
maar een dier moest beide
eigenschappen bezitten.

128
00:07:18,870 --> 00:07:22,110
Het moest een herkauwer met
een gespleten hoef zijn.

129
00:07:22,110 --> 00:07:24,330
Daarom zou een hond geen rein dier zijn,

130
00:07:24,330 --> 00:07:27,990
want hij heeft helemaal geen
hoeven en is geen herkauwer.

131
00:07:27,990 --> 00:07:31,050
Een varken was eveneens een onrein dier.

132
00:07:31,050 --> 00:07:35,310
Hoewel een varken wel een gespleten
hoef heeft, is het geen herkauwer.

133
00:07:35,310 --> 00:07:38,070
Als een dier niet aan
beide voorwaarden voldeed,

134
00:07:38,070 --> 00:07:40,950
namelijk herkauwer zijn en
een gespleten hoef hebben,

135
00:07:40,950 --> 00:07:44,010
werd het dus tot de
categorie onrein gerekend.

136
00:07:44,010 --> 00:07:48,390
Voor de Joden was een onrein dier
een dier dat niet gegeten en niet als

137
00:07:48,390 --> 00:07:50,130
offer aan God gebracht mocht worden.

138
00:07:50,130 --> 00:07:55,470
Een rein dier was een dier dat als offer
aan God gebracht en gegeten mocht worden.

139
00:07:55,470 --> 00:08:01,650
De meeste reine dieren die de Joden aten
en als offer brachten, waren schapen,

140
00:08:01,650 --> 00:08:05,310
stieren, kalveren en af en toe geiten.

141
00:08:05,310 --> 00:08:09,990
Dit waren dieren die herkauwers waren
en ook een gespleten hoef hadden,

142
00:08:09,990 --> 00:08:11,490
en ze waren rein.

143
00:08:11,490 --> 00:08:17,070
Maar honden en varkens behoorden tot de
vele soorten dieren die niet rein waren.

144
00:08:17,070 --> 00:08:22,050
De Joden zelf waren het woord ‘hond’ al
gaan gebruiken voor mensen die niet rein

145
00:08:22,050 --> 00:08:24,630
waren, als een soort beeldspraak.

146
00:08:24,630 --> 00:08:30,570
In de gedachten van veel Joden waren
alle Joden rein en alle heidenen onrein.

147
00:08:30,570 --> 00:08:35,010
Dat kwam doordat de heidenen niet alleen
niet tot het uitverkoren volk behoorden,

148
00:08:35,010 --> 00:08:39,210
maar ook religieuze gebruiken
hadden die aanstootgevend waren.

149
00:08:39,210 --> 00:08:43,590
Voordat het christendom een enorme invloed
kreeg op de cultuur van de heidenen —

150
00:08:43,590 --> 00:08:47,610
met andere woorden, in de tijd
van Christus en daarvoor —

151
00:08:47,610 --> 00:08:50,910
waren heidenen altijd
aanbidders van afgoden.

152
00:08:50,910 --> 00:08:54,630
Elke heidense samenleving
had afgoden die men aanbad.

153
00:08:54,630 --> 00:08:59,190
Dat was zeer aanstootgevend voor
God en, op hun vromere momenten,

154
00:08:59,190 --> 00:09:00,690
ook voor de Joden.

155
00:09:00,690 --> 00:09:02,790
De Joden gingen zelf bij gelegenheid

156
00:09:02,790 --> 00:09:05,430
eveneens over tot het
aanbidden van afgoden,

157
00:09:05,430 --> 00:09:10,050
maar de vromere Joden vonden het
over het algemeen weerzinwekkend.

158
00:09:10,050 --> 00:09:14,970
Omdat de Joden in de tijd van Christus op
dat punt in hun geschiedenis geen afgoden

159
00:09:14,970 --> 00:09:20,430
aanbaden en de heidenen wel, hadden zij
een enorme minachting voor de heidenen.

160
00:09:20,430 --> 00:09:23,850
Het was gebruikelijk om een
heiden een hond te noemen.

161
00:09:23,850 --> 00:09:28,530
Zoals ik al zei, zelfs Jezus gebruikte
dat woord voor een heidense vrouw.

162
00:09:28,530 --> 00:09:32,010
Zij zocht hulp bij Hem op
een moment dat voor Hem

163
00:09:32,010 --> 00:09:36,570
de tijd nog niet was gekomen om
naar de heidenen te gaan. Hij zei:

164
00:09:36,570 --> 00:09:40,890
Hij antwoordde echter en zei: Het is niet
behoorlijk het brood van de kinderen te

165
00:09:40,890 --> 00:09:43,350
nemen en naar de hondjes te werpen.

166
00:09:43,350 --> 00:09:47,910
Hij zei in feite dat de dingen die God
Hem had gezonden om aan het Joodse volk te

167
00:09:47,910 --> 00:09:52,770
geven, op dat moment niet aan de
heidenen gegeven moesten worden.

168
00:09:52,770 --> 00:09:55,590
De vrouw nam daar geen
aanstoot aan en zei:

169
00:09:55,590 --> 00:10:01,350
Zij zei: Ja, Heere, maar de hondjes eten
ook van de kruimels die er vallen van de

170
00:10:01,350 --> 00:10:03,150
tafel van hun bezitter.

171
00:10:03,150 --> 00:10:07,410
Jezus was zo onder de indruk van haar
antwoord dat Hij haar toch hielp,

172
00:10:07,410 --> 00:10:09,210
ook al was ze een heidin.

173
00:10:09,210 --> 00:10:13,770
Het punt is dat het onder de Joden
gebruikelijk was om het woord ‘hond’ te

174
00:10:13,770 --> 00:10:18,930
gebruiken als aanduiding voor onreine
mensen, in het bijzonder heidenen.

175
00:10:18,930 --> 00:10:22,950
Het woord ‘zwijnen’ werd
misschien eveneens zo gebruikt.

176
00:10:22,950 --> 00:10:27,210
Hoe dan ook, toen Jezus in dit
geval over honden en zwijnen sprak,

177
00:10:27,210 --> 00:10:29,730
had Hij het beslist over mensen.

178
00:10:29,730 --> 00:10:31,710
Hij had het niet over dieren.

179
00:10:31,710 --> 00:10:33,750
Welke les leert Hij hier?

180
00:10:33,750 --> 00:10:37,770
Het is duidelijk dat Hij erkent dat
sommige mensen van andere verschillen

181
00:10:37,770 --> 00:10:40,530
wat betreft de vraag of
ze rein zijn of niet.

182
00:10:40,530 --> 00:10:44,970
Maar wat draagt Hij Zijn discipelen
op hiermee te doen? Hij zegt:

183
00:10:44,970 --> 00:10:50,370
Geef wat heilig is niet aan honden en
gooi je parels niet voor de zwijnen.

184
00:10:50,370 --> 00:10:52,770
Waar gaat deze les werkelijk over?

185
00:10:52,770 --> 00:10:54,510
Wat zijn parels?

186
00:10:54,510 --> 00:10:59,250
Als honden symbolisch zijn en
als varkens symbolisch zijn,

187
00:10:59,250 --> 00:11:04,350
dan zijn de parels en de heilige dingen
ongetwijfeld ook beeldspraken voor iets.

188
00:11:04,350 --> 00:11:05,910
Dat is moeilijk vast te stellen.

189
00:11:05,910 --> 00:11:10,470
Het is helemaal niet zo gemakkelijk om
precies te zeggen waar Hij naar verwijst.

190
00:11:10,470 --> 00:11:14,370
In veel gevallen passen christenen
dit in hun denken toe op het delen

191
00:11:14,370 --> 00:11:15,930
van het Evangelie.

192
00:11:15,930 --> 00:11:20,730
Er zijn mensen die geloven dat Jezus
zegt dat er bepaalde soorten mensen zijn

193
00:11:20,730 --> 00:11:23,430
met wie je het Evangelie niet moet delen.

194
00:11:23,430 --> 00:11:28,230
Of dat je, nadat je het met hen hebt
gedeeld, daar niet mee moet doorgaan,

195
00:11:28,230 --> 00:11:32,730
omdat ze laten zien dat ze niet
ontvankelijk zijn voor het Evangelie.

196
00:11:32,730 --> 00:11:35,610
Dat kan zijn wat Jezus voor ogen heeft.

197
00:11:35,610 --> 00:11:40,410
We kunnen in elk geval dit zeggen: de
illustratie die Jezus hier geeft van de

198
00:11:40,410 --> 00:11:45,330
honden en de varkens vertelt ons
waarschijnlijk wat Zijn hoofdgedachte is.

199
00:11:45,330 --> 00:11:48,330
Als je bijvoorbeeld parels
voor de varkens werpt,

200
00:11:48,330 --> 00:11:51,090
zullen ze geen respect hebben voor parels.

201
00:11:51,090 --> 00:11:56,190
Mensen hechten waarde aan parels omdat
ze begrijpen dat het iets zeldzaams is,

202
00:11:56,190 --> 00:11:59,670
net als andere soorten
edelstenen enzovoort.

203
00:11:59,670 --> 00:12:04,530
Waarde hechten aan iets zeldzaams,
aan een edelsteen of een juweel,

204
00:12:04,530 --> 00:12:06,990
is iets wat alleen mensen kunnen.

205
00:12:06,990 --> 00:12:11,250
Een dier zal er waarschijnlijk niet
op dezelfde manier waarde aan hechten.

206
00:12:11,250 --> 00:12:15,690
Een raaf kan zich inderdaad aangetrokken
voelen tot een glimmend voorwerp,

207
00:12:15,690 --> 00:12:18,930
maar hij weet niet wat het verschil
is tussen het deksel van een

208
00:12:18,930 --> 00:12:21,510
conservenblik en een zilveren munt.

209
00:12:21,510 --> 00:12:26,250
Het is gewoon een dier dat zich
aangetrokken voelt tot glimmende dingen.

210
00:12:26,250 --> 00:12:30,210
Mensen daarentegen kunnen de waarde
van iets onderkennen op grond van de

211
00:12:30,210 --> 00:12:33,750
zeldzaamheid ervan of op
grond van iets anders.

212
00:12:33,750 --> 00:12:35,670
Wij zijn verfijnder dan dieren.

213
00:12:35,670 --> 00:12:39,270
Dus als je een parel zou nemen
en die aan iemand zou geven,

214
00:12:39,270 --> 00:12:42,210
zou die naar alle waarschijnlijkheid
gewaardeerd worden.

215
00:12:42,210 --> 00:12:45,210
Waarschijnlijk zou die
gekoesterd en met blijdschap en

216
00:12:45,210 --> 00:12:47,310
dankbaarheid aangenomen worden.

217
00:12:47,310 --> 00:12:50,070
Maar als je die parel
in een varkenshok gooit,

218
00:12:50,070 --> 00:12:52,770
begrijpen de varkens
niet goed wat er gebeurt.

219
00:12:52,770 --> 00:12:55,050
Ze denken dat je dingen naar hen gooit.

220
00:12:55,050 --> 00:12:58,890
Misschien keren ze zich tegen je,
vertrappen ze de parels en vallen

221
00:12:58,890 --> 00:13:00,090
ze je aan.

222
00:13:00,090 --> 00:13:02,730
Dat is wat Jezus zei dat ze zouden doen.

223
00:13:02,730 --> 00:13:07,110
De reden dat ze dat doen, is natuurlijk
dat ze niet weten wat een parel is.

224
00:13:07,110 --> 00:13:10,170
Voor hen verschilt die
niet van een kiezelsteen.

225
00:13:10,170 --> 00:13:13,530
Een varken lijkt hier daarom
te staan voor het soort mens

226
00:13:13,530 --> 00:13:17,130
dat de waarde van wat je hem
geeft niet kan onderkennen.

227
00:13:17,130 --> 00:13:20,310
Heel duidelijk heeft Hij het
niet over financiële giften.

228
00:13:20,310 --> 00:13:24,330
Hij zegt niet: ‘Geef geen geld of
waardevolle voorwerpen aan mensen

229
00:13:24,330 --> 00:13:25,950
die ondankbaar zijn.’

230
00:13:25,950 --> 00:13:30,450
Hij heeft het over iets geestelijks,
en Hij spreekt over heilige dingen:

231
00:13:30,450 --> 00:13:33,270
Geef wat heilig is niet aan de honden.

232
00:13:33,270 --> 00:13:36,450
Heel mogelijk doelt Hij
op het Evangelie zelf.

233
00:13:36,450 --> 00:13:38,370
Dat is niet helemaal duidelijk.

234
00:13:38,370 --> 00:13:41,370
Misschien heeft Hij nog andere
heilige dingen in gedachten,

235
00:13:41,370 --> 00:13:44,520
maar Hij zegt duidelijk dat je de
dingen die echte waarde hebben,

236
00:13:44,520 --> 00:13:48,870
dat wil zeggen geestelijke waarde,
niet moet geven aan mensen die niet

237
00:13:48,870 --> 00:13:51,930
in staat lijken te zijn de
waarde ervan te onderkennen.

238
00:13:51,930 --> 00:13:55,230
Er zijn mensen die, wanneer
ze het Woord van God horen,

239
00:13:55,230 --> 00:14:00,210
het onmiddellijk herkennen als het Woord
van God, zich erin verheugen en zeggen:

240
00:14:00,210 --> 00:14:05,490
‘God zij dank dat dit mij gegeven is en
dat ik de gelegenheid heb gekregen het

241
00:14:05,490 --> 00:14:06,630
aan te nemen.’

242
00:14:06,630 --> 00:14:09,570
Wanneer Paulus aan
verschillende gemeenten schreef,

243
00:14:09,570 --> 00:14:12,330
erkende hij soms dat zijn toehoorders het

244
00:14:12,330 --> 00:14:15,630
Evangelie op die manier
van hem hadden aangenomen.

245
00:14:15,630 --> 00:14:21,210
In 1 Thessalonicenzen, hoofdstuk
2, vers 13, zegt Paulus:

246
00:14:21,210 --> 00:14:24,690
Daarom danken ook wij God
zonder ophouden dat u,

247
00:14:24,690 --> 00:14:28,170
toen u van ons het gepredikte
Woord van God hebt ontvangen,

248
00:14:28,170 --> 00:14:33,270
het ook aangenomen hebt, niet als een
mensenwoord, maar (zoals het werkelijk is)

249
00:14:33,270 --> 00:14:37,770
als Gods Woord, dat ook
werkzaam is in u die gelooft.

250
00:14:37,770 --> 00:14:41,910
Paulus zei dat hij zich verheugde over
wat hij bij de Thessalonicenzen zag,

251
00:14:41,910 --> 00:14:45,750
omdat zij onmiddellijk konden
herkennen dat het het Woord van God was

252
00:14:45,750 --> 00:14:48,690
toen hij het Evangelie aan hen predikte.

253
00:14:48,690 --> 00:14:52,290
En zij namen het als zodanig
met grote eerbied aan.

254
00:14:52,290 --> 00:14:54,510
Er zijn andere mensen
die het Evangelie niet

255
00:14:54,510 --> 00:14:58,350
aannemen als het Woord van God
wanneer je het aan hen predikt.

256
00:14:58,350 --> 00:15:02,550
Misschien kan het hun zelfs niets
schelen of het het Woord van God is.

257
00:15:02,550 --> 00:15:04,830
Als je een parel naar een varken gooit

258
00:15:04,830 --> 00:15:07,650
en het varken toont er
geen belangstelling voor,

259
00:15:07,650 --> 00:15:11,910
en als je dat varken ervan zou kunnen
overtuigen dat het geen gewone steen is

260
00:15:11,910 --> 00:15:15,870
maar een parel van grote waarde, dan
zou het varken er nog steeds geen

261
00:15:15,870 --> 00:15:17,610
belangstelling voor tonen.

262
00:15:17,610 --> 00:15:21,150
Het heeft eenvoudigweg niet het
vermogen om de waarde van dat

263
00:15:21,150 --> 00:15:22,470
voorwerp te onderkennen.

264
00:15:22,470 --> 00:15:26,430
Er zijn mensen die in zo’n
gemoedstoestand verkeren dat ze niet

265
00:15:26,430 --> 00:15:29,970
in staat zijn de waarde van
geestelijke dingen te onderkennen,

266
00:15:29,970 --> 00:15:34,290
net zomin als een hond heilig
brood op waarde kan schatten of een

267
00:15:34,290 --> 00:15:36,750
varken een kostbare edelsteen.

268
00:15:36,750 --> 00:15:40,650
Ze zijn eenvoudigweg niet in staat
de waarde ervan te herkennen.

269
00:15:40,650 --> 00:15:44,130
Daarom zullen ze niet alleen geen
waardering hebben voor wat je hun geeft,

270
00:15:44,130 --> 00:15:45,930
maar ook niet voor jou.

271
00:15:45,930 --> 00:15:48,690
In de illustratie die Jezus geeft, kan een

272
00:15:48,690 --> 00:15:53,310
varken het als een vijandige daad
opvatten als je een parel naar hem gooit.

273
00:15:53,310 --> 00:15:58,710
Het kan de parel negeren of vertrappen
en vervolgens jou aanvallen.

274
00:15:58,710 --> 00:16:01,650
Hoe vertaalt dit zich
naar de omgang met mensen?

275
00:16:01,650 --> 00:16:04,530
Ik ga uit van wat de
meeste mensen aannemen,

276
00:16:04,530 --> 00:16:08,670
namelijk dat de parels waarover
Jezus spreekt de dingen van God zijn,

277
00:16:08,670 --> 00:16:12,810
de waarheden van de Schrift en
de waarheden van het Evangelie.

278
00:16:12,810 --> 00:16:17,730
Er zijn mensen aan wie je de waarheid
eenvoudigweg niet kunt toevertrouwen.

279
00:16:17,730 --> 00:16:20,610
Dat betekent niet dat je
tegen hen moet liegen.

280
00:16:20,610 --> 00:16:24,330
Het betekent alleen dat ze de
waarheid zullen misbruiken.

281
00:16:24,330 --> 00:16:28,770
Daarom wil je hun niet meer geven
dan ze naar waarde kunnen schatten.

282
00:16:28,770 --> 00:16:33,870
Ik geloof dat we het Evangelie aan
ieder schepsel moeten prediken.

283
00:16:33,870 --> 00:16:38,190
Jezus Zelf zei dat in Markus 16. Hij zegt:

284
00:16:38,190 --> 00:16:42,330
En Hij zei tegen hen: Ga
heen in heel de wereld,

285
00:16:42,330 --> 00:16:45,390
predik het Evangelie aan alle schepselen.

286
00:16:45,390 --> 00:16:48,750
Ik geloof dat iedereen
het Evangelie moet horen.

287
00:16:48,750 --> 00:16:52,590
Maar er komt een moment waarop
iemand het Evangelie heeft gehoord

288
00:16:52,590 --> 00:16:57,750
en zijn reactie erop heel duidelijk maakt
dat hij er geen waardering voor heeft.

289
00:16:57,750 --> 00:17:00,510
In feite lijkt hij heel
duidelijk het soort mens te zijn

290
00:17:00,510 --> 00:17:03,150
dat er nooit waardering
voor zou kunnen hebben,

291
00:17:03,150 --> 00:17:07,050
zelfs als hij werkelijk begreep
dat het een Woord van God is.

292
00:17:07,050 --> 00:17:08,970
God kan hem niets schelen.

293
00:17:08,970 --> 00:17:11,970
Heilige dingen kunnen hem niets schelen.

294
00:17:11,970 --> 00:17:16,110
Het zou niet verstandig zijn om onder
zulke omstandigheden bij deze mensen op

295
00:17:16,110 --> 00:17:19,650
bekering te blijven aandringen,
want ze zullen alleen maar een hekel

296
00:17:19,650 --> 00:17:20,790
aan je krijgen.

297
00:17:20,790 --> 00:17:24,810
Het is interessant dat christenen, of
mensen die een hart voor God hebben,

298
00:17:24,810 --> 00:17:29,130
een heel ander waardesysteem hebben
dan mensen die dat niet hebben.

299
00:17:29,130 --> 00:17:32,190
Zo staat er vele malen
in het boek Spreuken:

300
00:17:32,190 --> 00:17:36,150
Wijs een spotter niet terecht,
anders zal hij u haten.

301
00:17:36,150 --> 00:17:39,810
Wijs een wijze terecht,
en hij zal u liefhebben.

302
00:17:39,810 --> 00:17:43,350
Als je erover nadenkt: als
je iets doet wat verkeerd is,

303
00:17:43,350 --> 00:17:46,290
wil je dan dat iemand je
daarop wijst, of niet?

304
00:17:46,290 --> 00:17:50,250
Het antwoord op die vraag laat
zien of je, geestelijk gesproken,

305
00:17:50,250 --> 00:17:52,890
een dwaas of een wijs mens bent.

306
00:17:52,890 --> 00:17:55,650
Een wijs mens wil doen wat juist is.

307
00:17:55,650 --> 00:18:00,090
En als zo iemand doet wat verkeerd
is, wil diegene gecorrigeerd worden.

308
00:18:00,090 --> 00:18:04,110
Dat betekent niet dat het niet
gênant is om gecorrigeerd te worden.

309
00:18:04,110 --> 00:18:07,470
Als je rondloopt met ei op je
gezicht zonder dat je het weet,

310
00:18:07,470 --> 00:18:10,050
wil je dan dat iemand
het je vertelt of niet?

311
00:18:10,050 --> 00:18:12,990
Natuurlijk is het een beetje
gênant als iemand het je vertelt,

312
00:18:12,990 --> 00:18:15,870
maar wil je niet dat
diegene het je vertelt?

313
00:18:15,870 --> 00:18:20,370
Ben je niet liever even in verlegenheid
gebracht, zodat je het kunt schoonmaken,

314
00:18:20,370 --> 00:18:23,730
dan dat iedereen het ziet maar
niemand iets tegen je zegt?

315
00:18:23,730 --> 00:18:26,190
Hetzelfde geldt als je gulp openstaat.

316
00:18:26,190 --> 00:18:29,970
Soms hebben mensen dat probleem
en wil niemand er iets van zeggen.

317
00:18:29,970 --> 00:18:32,550
Het is gênant als iemand je erop wijst.

318
00:18:32,550 --> 00:18:35,790
Maar sommige dingen waarvan
het gênant is om ze te horen,

319
00:18:35,790 --> 00:18:38,490
zijn waardevol voor
degene die ze moet horen,

320
00:18:38,490 --> 00:18:40,470
en diegene kan er dankbaar voor zijn.

321
00:18:40,470 --> 00:18:44,010
Iemand die de waarheid liefheeft,
de dingen van God liefheeft

322
00:18:44,010 --> 00:18:46,590
en in een juiste verhouding
met God wil staan,

323
00:18:46,590 --> 00:18:50,730
kan het ongemakkelijk en gênant vinden
wanneer hem wordt verteld dat hij iets

324
00:18:50,730 --> 00:18:54,210
verkeerds doet, of dat
wat hij doet zonde is.

325
00:18:54,210 --> 00:18:58,350
Maar hij zal het toch aanvaarden,
omdat hij de waarheid liefheeft.

326
00:18:58,350 --> 00:19:01,890
Er zijn mensen die er
totaal anders over denken.

327
00:19:01,890 --> 00:19:06,750
Zij willen niets horen wat hen in
verlegenheid brengt of te schande maakt.

328
00:19:06,750 --> 00:19:10,230
De waarheid kan hun minder
schelen dan gelukkig zijn,

329
00:19:10,230 --> 00:19:13,590
door niemand bekritiseerd
worden, enzovoort.

330
00:19:13,590 --> 00:19:19,050
De Bijbel noemt iemand die correctie
haat een dwaas en tekent een wijs mens

331
00:19:19,050 --> 00:19:21,630
als iemand die correctie aanvaardt.

332
00:19:21,630 --> 00:19:25,110
Voor geestelijke zaken in
het algemeen geldt hetzelfde.

333
00:19:25,110 --> 00:19:29,670
Iemand die het Evangelie hoort en daardoor
heel goed in verlegenheid gebracht kan

334
00:19:29,670 --> 00:19:35,850
worden en zich voor zijn eigen zonde kan
schamen, zal het óf aanvaarden en zeggen:

335
00:19:35,850 --> 00:19:37,590
‘Dit is het Woord van God.

336
00:19:37,590 --> 00:19:40,770
Het is een kostbare
parel van grote waarde.

337
00:19:40,770 --> 00:19:43,830
Het is iets van ontzaglijke waarde.

338
00:19:43,830 --> 00:19:47,310
Ik zal het aanvaarden, hoeveel
schaamte het me ook kost

339
00:19:47,310 --> 00:19:49,350
om mijn zonde toe te geven.

340
00:19:49,350 --> 00:19:55,170
Ik zal het toch aanvaarden, omdat het de
waarheid is en ik de waarheid waardeer.’

341
00:19:55,170 --> 00:19:58,890
Maar er zijn genoeg andere
mensen die zich eenvoudigweg

342
00:19:58,890 --> 00:20:01,530
ongemakkelijk voelen bij de waarheid.

343
00:20:01,530 --> 00:20:03,690
De waarheid is niet vleiend.

344
00:20:03,690 --> 00:20:08,910
De waarheid prikt de luchtbel van hun
eigen vermeende goedheid en deugdzaamheid

345
00:20:08,910 --> 00:20:11,610
door, en dat bevalt hun niet.

346
00:20:11,610 --> 00:20:16,230
Daarom zullen ze haar verwerpen, en zullen
ze ook de boodschapper willen vertrappen.

347
00:20:16,230 --> 00:20:20,910
Er komt een moment, zegt Jezus, waarop je
kunt onderscheiden dat iemand met wie je

348
00:20:20,910 --> 00:20:25,290
de waarheid deelt niet werkelijk
in die waarheid geïnteresseerd is.

349
00:20:25,290 --> 00:20:28,650
Als iemand werkelijk niet in
de waarheid geïnteresseerd is,

350
00:20:28,650 --> 00:20:31,530
dan is hij naar alle
waarschijnlijkheid het soort mens

351
00:20:31,530 --> 00:20:34,830
dat Jezus beschrijft als
een hond of een varken.

352
00:20:34,830 --> 00:20:36,870
Zo iemand is onrein.

353
00:20:36,870 --> 00:20:41,490
Zoals een varken de waarde van een
parel die ervoor wordt geworpen niet kan

354
00:20:41,490 --> 00:20:46,230
onderkennen, zo kan een bepaald soort mens
de waarde van de waarheid die hem wordt

355
00:20:46,230 --> 00:20:48,870
gegeven niet onderkennen.

356
00:20:48,870 --> 00:20:54,330
Zodra je hebt ontdekt dat iemand zo is,
moet je hem niet nog meer waarheid geven,

357
00:20:54,330 --> 00:20:58,290
anders zal hij die waarheid
en jouzelf mishandelen.

358
00:20:58,290 --> 00:21:03,930
Toen Jezus tot de menigten vreemdelingen
sprak, sprak Hij altijd in gelijkenissen.

359
00:21:03,930 --> 00:21:07,050
In Mattheüs 13 vroegen de discipelen:

360
00:21:07,050 --> 00:21:11,010
En de discipelen kwamen naar
Hem toe en zeiden tegen Hem:

361
00:21:11,010 --> 00:21:14,190
Waarom spreekt U tot
hen door gelijkenissen?

362
00:21:14,190 --> 00:21:15,330
Hij zei:

363
00:21:15,330 --> 00:21:20,310
Omdat het u gegeven is de geheimenissen
van het Koninkrijk der hemelen te kennen,

364
00:21:20,310 --> 00:21:22,830
maar aan hen is het niet gegeven.

365
00:21:22,830 --> 00:21:25,830
Met ‘u’ bedoelde Hij de discipelen.

366
00:21:25,830 --> 00:21:29,610
Wat Hij bedoelde, was dat die
discipelen al hadden laten zien

367
00:21:29,610 --> 00:21:33,990
dat ze vastbesloten waren Hem te
volgen en belangstelling hadden voor de

368
00:21:33,990 --> 00:21:35,370
waarheid van God.

369
00:21:35,370 --> 00:21:38,430
Hij wilde dat zij al Zijn geheimen kenden.

370
00:21:38,430 --> 00:21:42,150
Hij sprak duidelijk met hen
en legde in hun aanwezigheid

371
00:21:42,150 --> 00:21:45,270
de verborgenheden van het
Koninkrijk van God uit.

372
00:21:45,270 --> 00:21:49,770
Maar Hij vertrouwde de menigten, die niet
zo’n blijk van toewijding of liefde voor

373
00:21:49,770 --> 00:21:53,670
de waarheid hadden gegeven, niet alle
verborgenheden van het Koninkrijk

374
00:21:53,670 --> 00:21:54,870
der hemelen toe.

375
00:21:54,870 --> 00:21:58,410
Hij verborg die in verhalen
die wij gelijkenissen noemen.

376
00:21:58,410 --> 00:22:02,490
Zo leek Jezus Zelf het beginsel in
praktijk te brengen dat Hij Zijn

377
00:22:02,490 --> 00:22:04,650
parels niet voor de zwijnen wierp.

378
00:22:04,650 --> 00:22:08,670
Als iemand in de menigte meer wilde
weten over wat Jezus bedoelde,

379
00:22:08,670 --> 00:22:13,350
kon diegene naar Hem toe komen,
zich aan Hem verbinden, Hem volgen,

380
00:22:13,350 --> 00:22:17,550
een discipel worden en laten
zien dat hij de waarheid liefhad.

381
00:22:17,550 --> 00:22:20,550
Als dat het geval was, zouden ook aan hem

382
00:22:20,550 --> 00:22:23,970
de verborgenheden van het
Koninkrijk van God worden gegeven,

383
00:22:23,970 --> 00:22:28,290
want Jezus legde Zijn discipelen
onder vier ogen alles uit.

384
00:22:28,290 --> 00:22:31,590
Zo geeft Jezus Zelf het
voorbeeld van deze leer,

385
00:22:31,590 --> 00:22:34,710
en ik denk dat dit ook
leerzaam is voor ons.

386
00:22:34,710 --> 00:22:39,090
We moeten bereid zijn het Evangelie
aan iedereen te verkondigen.

387
00:22:39,090 --> 00:22:41,910
Maar wanneer we merken
dat iemand halsstarrig is

388
00:22:41,910 --> 00:22:47,370
en de waarheid niet wil waarderen, moeten
we hem niet lastigvallen met nog meer.

389
00:22:47,370 --> 00:22:50,610
Zulke mensen laten zien dat
ze behoren tot die groep

390
00:22:50,610 --> 00:22:54,090
waarover Paulus in 2
Thessalonicenzen 2 spreekt:

391
00:22:54,090 --> 00:22:58,950
omdat zij de liefde voor de waarheid niet
aangenomen hebben om zalig te worden.

392
00:22:58,950 --> 00:23:04,230
en daarom geeft God hun niet nog
meer waarheid. Paulus zegt zelfs:

393
00:23:04,230 --> 00:23:07,290
En daarom zal God hun een
krachtige dwaling zenden,

394
00:23:07,290 --> 00:23:09,510
zodat zij de leugen geloven.

395
00:23:09,510 --> 00:23:13,110
Gods waarheid is voor degenen
die het vermogen hebben

396
00:23:13,110 --> 00:23:16,050
haar naar waarde te
schatten en te omarmen.

397
00:23:16,050 --> 00:23:18,750
Ik geloof dat alle mensen
in twee groepen vallen.

398
00:23:18,750 --> 00:23:22,230
De ene groep bestaat uit degenen
die de waarheid liefhebben

399
00:23:22,230 --> 00:23:26,310
en alles voor de waarheid zullen
opofferen, zelfs hun reputatie,

400
00:23:26,310 --> 00:23:29,310
hun populariteit en hun comfort.

401
00:23:29,310 --> 00:23:33,150
Maar er zijn anderen die iets
méér liefhebben dan de waarheid,

402
00:23:33,150 --> 00:23:38,130
en zij zijn degenen aan wie God geen
recht geeft op een volledige bekendmaking

403
00:23:38,130 --> 00:23:39,510
van de waarheid.

404
00:23:39,510 --> 00:23:43,110
Dat is wat Hij volgens mij
tegen Zijn discipelen zegt.

405
00:23:43,110 --> 00:23:48,330
Dit zijn degenen die de waarde van
de waarheid niet kunnen inzien.

406
00:23:48,330 --> 00:23:51,930
Val hen er daarom niet mee lastig,
want ze zullen zich alleen maar

407
00:23:51,930 --> 00:23:54,270
vijandig tegenover je opstellen.

408
00:23:54,270 --> 00:24:00,390
Dat is volgens mij de betekenis van deze
uitspraak van Jezus hier in Mattheüs 7:6.

409
00:24:00,390 --> 00:24:02,670
We zullen onze studie van
de Bergrede voortzetten.
