1
00:00:02,070 --> 00:00:04,770
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,770 --> 00:00:11,910
Deze keer behandelen we Mattheüs
8, vers 23 tot en met vers 27.

3
00:00:11,910 --> 00:00:14,490
Laten we eens kijken
naar Mattheüs hoofdstuk 8

4
00:00:14,490 --> 00:00:19,890
en dit verhaal uit het leven van Jezus
overdenken, te beginnen bij vers 23.

5
00:00:19,890 --> 00:00:23,970
We bestuderen het Evangelie van Mattheüs
als onderdeel van onze studie van het

6
00:00:23,970 --> 00:00:25,470
leven van Jezus.

7
00:00:25,470 --> 00:00:29,430
We bekijken wat Hij tweeduizend
jaar geleden deed en zei.

8
00:00:29,430 --> 00:00:33,510
Daarbij proberen we te zien welke
invloed dat op ons kan hebben

9
00:00:33,510 --> 00:00:37,230
en wat het ons vertelt over
God en ons eigen leven.

10
00:00:37,230 --> 00:00:42,750
In Mattheüs 8:23 gaat het verhaal
verder waar we het eerder over hadden.

11
00:00:42,750 --> 00:00:46,830
Jezus had in Kapernaüm een
nacht lang mensen genezen,

12
00:00:46,830 --> 00:00:50,010
en er verzamelde zich een
grote menigte om Hem heen.

13
00:00:50,010 --> 00:00:54,930
Ik denk dat Jezus vermoedde dat ze daar
niet allemaal om de juiste redenen waren.

14
00:00:54,930 --> 00:00:58,050
Ze waren daar niet allemaal
omdat ze toegewijd waren aan het

15
00:00:58,050 --> 00:00:59,610
Koninkrijk van God.

16
00:00:59,610 --> 00:01:03,990
Ze kwamen vanwege de opzienbarende
wonderen waarover ze hoorden.

17
00:01:03,990 --> 00:01:09,150
Daarom besloot Hij in de boot te stappen
en het Meer van Galilea over te steken.

18
00:01:09,150 --> 00:01:13,410
Terwijl Hij in de boot stapte, kwamen
er een paar mannen naar Hem toe die

19
00:01:13,410 --> 00:01:15,390
aanboden met Hem mee te gaan.

20
00:01:15,390 --> 00:01:19,770
Maar Hij leek hen af te houden door
hun te vertellen wat discipelschap kost

21
00:01:19,770 --> 00:01:23,310
en welke toewijding ervoor
nodig is om Hem te volgen.

22
00:01:23,310 --> 00:01:27,570
Nu stapt Hij in de boot,
en vanaf vers 23 lezen we:

23
00:01:27,570 --> 00:01:32,310
En toen Hij aan boord van het schip
gegaan was, volgden Zijn discipelen Hem.

24
00:01:32,310 --> 00:01:36,330
Dit is een geweldig verhaal,
en ik geloof ieder woord ervan.

25
00:01:36,330 --> 00:01:38,670
Het is natuurlijk een waargebeurd verhaal,

26
00:01:38,670 --> 00:01:41,850
maar tegelijk beeldt het
iets heel belangrijks uit.

27
00:01:41,850 --> 00:01:46,590
De discipelen waren Jezus gaan volgen
omdat ze geloofden dat Hij de Messias was.

28
00:01:46,590 --> 00:01:53,190
We moeten beseffen dat het woord Messias
hetzelfde betekent als het woord Christus.

29
00:01:53,190 --> 00:01:57,450
Messias komt uit het Hebreeuws
en Christus uit het Grieks,

30
00:01:57,450 --> 00:01:59,970
maar ze zijn elkaars equivalent.

31
00:01:59,970 --> 00:02:06,270
Wanneer we Jezus ‘Christus’ noemen, is dat
hetzelfde als ‘Jezus de Messias’ zeggen.

32
00:02:06,270 --> 00:02:10,770
De Messias was iemand van wie de profeten
in het Oude Testament hadden voorspeld

33
00:02:10,770 --> 00:02:12,510
dat Hij zou komen.

34
00:02:12,510 --> 00:02:17,190
Hij zou van David afstammen en Hij
zou een groot Koning en een groot

35
00:02:17,190 --> 00:02:19,110
Bevrijder van Zijn volk zijn.

36
00:02:19,110 --> 00:02:22,890
De profeten gaven ook aan dat
er iets geheimzinnigers zou zijn

37
00:02:22,890 --> 00:02:28,710
aan de identiteit van de Messias: Hij
zou daadwerkelijk God in het vlees zijn.

38
00:02:28,710 --> 00:02:32,970
Er zijn profeten, vooral
Jesaja, die dit duidelijk maken,

39
00:02:32,970 --> 00:02:36,570
hoewel dit gegeven veel
Joodse mensen ontging.

40
00:02:36,570 --> 00:02:42,270
Veel Joodse mensen waren de Messias gaan
zien als een gewone, maar grote man,

41
00:02:42,270 --> 00:02:46,710
zoals David, die zou komen
en het volk zou bevrijden.

42
00:02:46,710 --> 00:02:49,410
Ze hadden die Schriftgedeelten
uit het oog verloren

43
00:02:49,410 --> 00:02:52,650
die erop wezen dat de
Messias God zou zijn.

44
00:02:52,650 --> 00:02:57,090
Toen de discipelen voor het eerst
over Jezus hoorden of Hem zagen,

45
00:02:57,090 --> 00:03:00,570
concludeerden ze dat Hij
inderdaad de Messias was.

46
00:03:00,570 --> 00:03:02,730
Daarom begonnen ze Hem te volgen.

47
00:03:02,730 --> 00:03:06,210
Maar het was nog niet volledig tot
hen doorgedrongen dat Hij God in

48
00:03:06,210 --> 00:03:07,650
het vlees was.

49
00:03:07,650 --> 00:03:11,010
Hier zien we dus een vertoon
van Zijn goddelijke macht.

50
00:03:11,010 --> 00:03:14,970
Aan het eind van dit verhaal
zeggen ze in vers 27:

51
00:03:14,970 --> 00:03:19,230
De mensen verwonderden zich en
zeiden: Wat voor Iemand is Dit,

52
00:03:19,230 --> 00:03:22,830
dat zelfs de winden en de
zee Hem gehoorzaam zijn?

53
00:03:22,830 --> 00:03:24,990
Daar kan natuurlijk maar
één antwoord op zijn.

54
00:03:24,990 --> 00:03:28,770
In het Oude Testament werd vaak verwezen
naar het feit dat God de wind en

55
00:03:28,770 --> 00:03:30,630
de zee beveelt.

56
00:03:30,630 --> 00:03:32,910
Zo is er het zeer
bekende verhaal van Jona,

57
00:03:32,910 --> 00:03:36,870
die door God werd geroepen om naar
Ninevé te gaan en een boodschap van

58
00:03:36,870 --> 00:03:38,310
oordeel te prediken.

59
00:03:38,310 --> 00:03:42,150
Hij had een boodschap van God,
en hij wilde die niet prediken.

60
00:03:42,150 --> 00:03:46,290
Daarom stapte hij op een schip en begon
hij de verkeerde kant op te reizen.

61
00:03:46,290 --> 00:03:48,870
Er staat dat God een storm zond.

62
00:03:48,870 --> 00:03:51,630
Die storm liet het schip bijna zinken.

63
00:03:51,630 --> 00:03:55,110
Toen Jona door zijn scheepsgenoten
overboord werd gegooid,

64
00:03:55,110 --> 00:03:57,690
zorgde God ervoor dat de storm ophield.

65
00:03:57,690 --> 00:04:02,790
Uit dat verhaal kunnen we opmaken dat God
Degene is Die de wind en de golven beveelt

66
00:04:02,790 --> 00:04:05,370
om aan te zwellen of te gaan liggen.

67
00:04:05,370 --> 00:04:09,930
Zo zijn er ook veel plaatsen in de
Psalmen die spreken over Gods vermogen om

68
00:04:09,930 --> 00:04:14,070
stormen te doen opsteken of de
golven te bevelen te gaan liggen.

69
00:04:14,070 --> 00:04:20,970
Psalm 46 en Psalm 44 spreken over Gods
macht om de wind en de golven te bevelen.

70
00:04:20,970 --> 00:04:25,890
Psalm 107 doet dat eveneens, en die
zullen we misschien wat later bekijken.

71
00:04:25,890 --> 00:04:30,150
Het punt is dat in het Oude
Testament volledig vaststond dat God

72
00:04:30,150 --> 00:04:33,630
Degene is Die de elementen
van de natuur beveelt.

73
00:04:33,630 --> 00:04:36,930
Ze gehoorzamen Hem omdat
Hij hun Schepper is.

74
00:04:36,930 --> 00:04:38,910
Nu doet Jezus hetzelfde.

75
00:04:38,910 --> 00:04:41,490
De discipelen verwonderen zich en zeggen:

76
00:04:41,490 --> 00:04:42,870
Wie kan dit zijn?

77
00:04:42,870 --> 00:04:44,910
Het is een retorische vraag.

78
00:04:44,910 --> 00:04:47,070
Wie kan dit zijn Die dit doet?

79
00:04:47,070 --> 00:04:51,390
Het antwoord uit de Bijbel, dat zij
niet durfden te opperen uit angst dat ze

80
00:04:51,390 --> 00:04:55,050
daarmee te veel zouden zeggen,
is dat Hij God moet zijn.

81
00:04:55,050 --> 00:04:58,770
Dit verhaal laat zien dat de discipelen
niet meteen begrepen wat de ware

82
00:04:58,770 --> 00:05:00,330
identiteit van Jezus was.

83
00:05:00,330 --> 00:05:03,750
Ik denk dat dit in
fasen tot hen doordrong.

84
00:05:03,750 --> 00:05:09,270
Zelfs veel later was Jezus er niet zeker
van of ze volledig begrepen wie Hij was.

85
00:05:09,270 --> 00:05:14,490
Want bij Caesarea Filippi zei
Hij in Mattheüs 16 tegen hen:

86
00:05:14,490 --> 00:05:19,410
Hij zei tegen hen: Maar
u, wie zegt u dat Ik ben?

87
00:05:19,410 --> 00:05:23,130
En toen Simon Petrus het
juiste antwoord gaf, zei hij:

88
00:05:23,130 --> 00:05:29,730
Simon Petrus antwoordde en zei: U bent
de Christus, de Zoon van de levende God.

89
00:05:29,730 --> 00:05:33,150
Jezus was opgelucht toen Hij
hoorde dat ze het goed hadden,

90
00:05:33,150 --> 00:05:35,670
want Hij wist niet zeker
hoeveel ze op dat moment

91
00:05:35,670 --> 00:05:39,030
werkelijk van Zijn ware
identiteit hadden begrepen.

92
00:05:39,030 --> 00:05:44,130
Hier zien we een van die verhalen waardoor
ze een glimp opvingen van wie deze man was

93
00:05:44,130 --> 00:05:45,690
met wie ze optrokken.

94
00:05:45,690 --> 00:05:48,270
Het begint daar op het Meer van Galilea,

95
00:05:48,270 --> 00:05:52,950
en onmiddellijk steekt er een
hevige storm op, een zware storm.

96
00:05:52,950 --> 00:05:54,990
En het was een zware storm.

97
00:05:54,990 --> 00:05:57,990
Ik ben zelf nooit op het
Meer van Galilea geweest,

98
00:05:57,990 --> 00:06:02,370
maar mensen die er wel zijn geweest,
hebben me verteld dat het heel gewoon is

99
00:06:02,370 --> 00:06:05,790
dat er op het meer
onverwacht stormen opsteken.

100
00:06:05,790 --> 00:06:09,930
Deze discipelen hadden natuurlijk
veel tijd op dat meer doorgebracht.

101
00:06:09,930 --> 00:06:15,090
Velen van hen waren hun hele leven
visser geweest, precies daar op dat meer,

102
00:06:15,090 --> 00:06:18,750
en ze waren eraan gewend
dat zulke stormen opstaken.

103
00:06:18,750 --> 00:06:22,770
Maar toch heb ik begrepen dat het
niet altijd gemakkelijk is om te zien

104
00:06:22,770 --> 00:06:25,230
wanneer er een storm op komst is.

105
00:06:25,230 --> 00:06:29,430
Ze konden aan de overtocht beginnen
zonder enig vermoeden dat ze

106
00:06:29,430 --> 00:06:33,690
vóór ze de overkant bereikten door
een storm zouden worden overvallen.

107
00:06:33,690 --> 00:06:36,270
Blijkbaar gebeurde dat
bij deze gelegenheid.

108
00:06:36,270 --> 00:06:41,970
Ze vertrokken, en deze geweldige storm
stak op, en het was me een storm.

109
00:06:41,970 --> 00:06:42,750
Er staat:

110
00:06:42,750 --> 00:06:46,770
En zie, er ontstond een grote
onstuimigheid in de zee,

111
00:06:46,770 --> 00:06:50,730
zodat het schip door de golven
bedekt werd; maar Hij sliep.

112
00:06:50,730 --> 00:06:55,650
Het is duidelijk dat deze boot, een
kleine roeiboot, een vissersboot,

113
00:06:55,650 --> 00:06:57,390
gevaar liep te zinken.

114
00:06:57,390 --> 00:07:00,210
Een van de verbazingwekkende
dingen hieraan is dat

115
00:07:00,210 --> 00:07:03,870
Jezus tijdens de hele
beproeving gewoon doorsliep.

116
00:07:03,870 --> 00:07:08,250
Naar alle waarschijnlijkheid werd Hij
nat als de golven de boot overspoelden

117
00:07:08,250 --> 00:07:11,430
en zij haastig het water
uit de boot hoosden.

118
00:07:11,430 --> 00:07:13,470
Er moet ook veel lawaai zijn geweest,

119
00:07:13,470 --> 00:07:17,130
terwijl de discipelen naar elkaar
schreeuwden en probeerden het hoofd boven

120
00:07:17,130 --> 00:07:18,390
water te houden.

121
00:07:18,390 --> 00:07:21,390
En toch was Jezus vast in slaap.

122
00:07:21,390 --> 00:07:24,150
Er staat niet dat Hij
deed alsof Hij sliep.

123
00:07:24,150 --> 00:07:28,890
Dat had Hij natuurlijk kunnen doen, alleen
maar om te zien wat ze zouden doen als Hij

124
00:07:28,890 --> 00:07:30,870
niet bewust oplette.

125
00:07:30,870 --> 00:07:33,270
Maar de Bijbel zegt
werkelijk dat Hij sliep,

126
00:07:33,270 --> 00:07:36,270
en daarom moet Hij heel moe zijn geweest.

127
00:07:36,270 --> 00:07:41,250
Dit is een van die plaatsen waar we
zien dat Jezus, hoewel Hij God was,

128
00:07:41,250 --> 00:07:45,750
bepaalde menselijke beperkingen
op Zich nam toen Hij mens werd.

129
00:07:45,750 --> 00:07:48,090
Een van de dingen die
de Bijbel over God zegt,

130
00:07:48,090 --> 00:07:52,110
is dat Hij niet moe wordt
en niet sluimert of slaapt.

131
00:07:52,110 --> 00:07:57,810
En toch legde Jezus, toen Hij mens werd,
deze goddelijke eigenschap van almacht af,

132
00:07:57,810 --> 00:08:01,890
waardoor Hij alle macht en
onuitputtelijke energie bezit.

133
00:08:01,890 --> 00:08:05,190
Hij werd een mens, en
Zijn lichaam werd moe.

134
00:08:05,190 --> 00:08:10,410
Hij had een hele nacht mensen genezen en
verlangde ernaar Zijn slaap in te halen.

135
00:08:10,410 --> 00:08:15,510
Dus sliep Hij in de boot, en Hij
was zo moe dat zelfs alle commotie,

136
00:08:15,510 --> 00:08:19,770
de storm en het opspattende water
Hem niet meteen wakker maakten.

137
00:08:19,770 --> 00:08:23,610
De discipelen waren er natuurlijk
bezorgd over dat Jezus niet wakker werd,

138
00:08:23,610 --> 00:08:25,890
dus maakten ze Hem wakker en zeiden:

139
00:08:25,890 --> 00:08:30,810
En Zijn discipelen kwamen bij Hem,
wekten Hem en zeiden: Heere, red

140
00:08:30,810 --> 00:08:32,730
ons, wij vergaan!

141
00:08:32,730 --> 00:08:34,410
Maar Hij zei tegen hen:

142
00:08:34,410 --> 00:08:38,250
Waarom zijn jullie bang? Hebben
jullie dan zo weinig vertrouwen?

143
00:08:38,250 --> 00:08:43,950
Toen stond Hij op en bestrafte de wind
en de zee, en het werd volkomen stil.

144
00:08:43,950 --> 00:08:46,830
Merk op dat Hij de wind
en de zee bestraft,

145
00:08:46,830 --> 00:08:50,730
maar niet voordat Hij de
discipelen bestraft. Hij zegt:

146
00:08:50,730 --> 00:08:52,530
Waar is jullie vertrouwen?

147
00:08:52,530 --> 00:08:54,870
Waarom hebben jullie zo weinig vertrouwen?

148
00:08:54,870 --> 00:08:58,050
Ik heb me soms het hoofd
gebroken over deze opmerking.

149
00:08:58,050 --> 00:09:02,250
Het lijkt mij niet dat het ongepast was
dat de discipelen zich zorgen maakten dat

150
00:09:02,250 --> 00:09:03,750
ze zouden zinken.

151
00:09:03,750 --> 00:09:07,590
De boot liep tenslotte vol
water en leek te zinken.

152
00:09:07,590 --> 00:09:09,870
Waarom zouden ze weinig geloof hebben?

153
00:09:09,870 --> 00:09:14,130
Het is niet zo dat geloven dat hun
boot kon zinken hetzelfde was als niet

154
00:09:14,130 --> 00:09:15,690
in God geloven.

155
00:09:15,690 --> 00:09:21,450
Ze geloofden wel in God, maar ze wisten
dat boten desondanks soms zinken.

156
00:09:21,450 --> 00:09:24,870
Waarom werd hun geloof bij
deze gelegenheid bestraft?

157
00:09:24,870 --> 00:09:28,350
Ik geloof dat het hierom was:
ze hadden meer dan genoeg

158
00:09:28,350 --> 00:09:32,670
reden om te geloven dat Jezus
de beloofde Messias was.

159
00:09:32,670 --> 00:09:36,150
En toch was Hij Zijn Koninkrijk
nog niet binnengegaan.

160
00:09:36,150 --> 00:09:39,450
Hij had nog niet vervuld
wat de Messias moest doen.

161
00:09:39,450 --> 00:09:44,970
Als deze boot op dat moment, daar midden
op het Meer van Galilea, was gezonken,

162
00:09:44,970 --> 00:09:49,530
zou dat een einde hebben gemaakt aan
het leven en de bediening van Jezus.

163
00:09:49,530 --> 00:09:54,870
Daarom zou het onmogelijk zijn geweest dat
de Messiaanse beloften en profetieën door

164
00:09:54,870 --> 00:09:56,130
Hem werden vervuld.

165
00:09:56,130 --> 00:09:59,370
Als ze werkelijk geloofden
dat Hij de Messias was,

166
00:09:59,370 --> 00:10:03,870
dan moesten ze hebben geloofd dat Zijn
bestemming nog vervuld moest worden.

167
00:10:03,870 --> 00:10:08,010
Hij kon op dat moment niet naar de bodem
van het Meer van Galilea zinken en op

168
00:10:08,010 --> 00:10:09,690
deze manier sterven.

169
00:10:09,690 --> 00:10:12,630
Ik denk dat Hij verwachtte
dat ze dat zouden beseffen.

170
00:10:12,630 --> 00:10:16,710
Hoewel zelfs godvruchtige mensen naar
de bodem van de zee kunnen zinken en

171
00:10:16,710 --> 00:10:19,950
verdrinken, was er toch Iemand bij hen van

172
00:10:19,950 --> 00:10:23,370
Wie ze hadden moeten weten dat Zijn
bestemming nog niet vervuld was,

173
00:10:23,370 --> 00:10:25,290
en zij waren bij Hem.

174
00:10:25,290 --> 00:10:28,350
Zolang Hij in de boot was,
kon die boot niet zinken,

175
00:10:28,350 --> 00:10:32,310
zodat de beloften van God door
Hem vervuld konden worden.

176
00:10:32,310 --> 00:10:36,690
Dat ze hiervoor bang waren, betekende dat
ze die dingen niet met elkaar in verband

177
00:10:36,690 --> 00:10:39,690
brachten, terwijl ze dat
wel hadden moeten doen.

178
00:10:39,690 --> 00:10:42,690
Wanneer we ons in wanhopige
situaties bevinden,

179
00:10:42,690 --> 00:10:45,750
denken we vaak niet zo
helder als we zouden moeten.

180
00:10:45,750 --> 00:10:48,030
Wij zouden bij deze gelegenheid misschien

181
00:10:48,030 --> 00:10:54,030
vergevingsgezinder tegenover de discipelen
zijn dan Jezus leek te zijn toen Hij hen

182
00:10:54,030 --> 00:10:55,650
bestrafte en zei:

183
00:10:55,650 --> 00:10:59,310
Waarom zijn jullie zo bang,
met zo weinig vertrouwen?

184
00:10:59,310 --> 00:11:01,830
In een van de evangeliën staat:

185
00:11:01,830 --> 00:11:03,810
Waar is jullie vertrouwen?

186
00:11:03,810 --> 00:11:08,430
We kunnen dus zien dat Jezus
teleurgesteld was dat ze bang waren.

187
00:11:08,430 --> 00:11:11,070
Zou jij in die omstandigheden bang zijn?

188
00:11:11,070 --> 00:11:15,630
Of laat ik je dit vragen: ben jij bang
in de omstandigheden waarin je je op

189
00:11:15,630 --> 00:11:17,430
dit moment bevindt?

190
00:11:17,430 --> 00:11:20,610
Verkeer je in omstandigheden
die beangstigend zijn?

191
00:11:20,610 --> 00:11:25,110
Zo ja, laat ik je dan vragen:
is Jezus bij jou in de boot?

192
00:11:25,110 --> 00:11:27,930
Jezus was, zoals we in dit verhaal zien,

193
00:11:27,930 --> 00:11:31,110
in staat hen veilig te brengen
waar Hij wilde dat ze heen gingen,

194
00:11:31,110 --> 00:11:33,210
en de storm te laten ophouden.

195
00:11:33,210 --> 00:11:37,050
Maar wat als Jezus had gewild
dat ze zouden vergaan en in dit

196
00:11:37,050 --> 00:11:38,730
water zouden sterven?

197
00:11:38,730 --> 00:11:41,970
Zouden ze zich wat dat betreft
aan Zijn wil toevertrouwen?

198
00:11:41,970 --> 00:11:45,870
Dat maakt deel uit van wat het
betekent om geloof te hebben.

199
00:11:45,870 --> 00:11:50,010
Geloof hebben, of op God vertrouwen,
betekent onder meer niet alleen dat ik

200
00:11:50,010 --> 00:11:53,250
geloof dat God mij uit mijn
moeilijkheden kan halen.

201
00:11:53,250 --> 00:11:57,810
Het betekent ook dat God bij mij is,
of Hij mij nu wel of niet uit mijn

202
00:11:57,810 --> 00:12:03,690
moeilijkheden haalt, en dat Zijn wil zal
geschieden zolang ik mij aan Hem overgeef.

203
00:12:03,690 --> 00:12:07,110
Als ik in moeilijkheden verkeer,
geloof ik beslist dat God

204
00:12:07,110 --> 00:12:11,130
in staat is om iedere moeilijkheid
aan te pakken die Hij wil aanpakken.

205
00:12:11,130 --> 00:12:14,310
Er is geen probleem zo
groot of God is groter,

206
00:12:14,310 --> 00:12:17,970
en Hij kan elk probleem dat ik heb
oplossen als ik mijn vertrouwen

207
00:12:17,970 --> 00:12:19,290
op Hem stel.

208
00:12:19,290 --> 00:12:22,830
Maar wat als Hij dat niet doet?
Hij hoeft het niet te doen.

209
00:12:22,830 --> 00:12:24,810
Misschien wil Hij dat ik sterf.

210
00:12:24,810 --> 00:12:27,510
Misschien wil Hij dat ik
beproevingen doormaak.

211
00:12:27,510 --> 00:12:30,510
Misschien wil Hij dat deze
moeilijkheid voortduurt.

212
00:12:30,510 --> 00:12:33,750
Maar als Hij mijn Heere
is en als ik Hem liefheb,

213
00:12:33,750 --> 00:12:36,870
dan ben ik bereid Zijn
wil voor mij te omarmen,

214
00:12:36,870 --> 00:12:40,050
zelfs als die de dood
of beproevingen inhoudt.

215
00:12:40,050 --> 00:12:43,650
Mijn geloof in God is daarom
meer dan alleen mijn geloof

216
00:12:43,650 --> 00:12:48,150
dat Hij iets goeds voor mij zal doen
wanneer ik wil dat er iets gebeurt.

217
00:12:48,150 --> 00:12:53,490
Het is mijn geloof in Zijn karakter,
dat Hij altijd zal doen wat juist is,

218
00:12:53,490 --> 00:12:57,150
zelfs als dat iets is waaraan
ik niet de voorkeur zou geven.

219
00:12:57,150 --> 00:13:01,350
Dat zij Jezus bij zich hadden, had
hun het vermogen moeten geven zich

220
00:13:01,350 --> 00:13:04,710
neer te leggen bij alles
wat Hij hun liet overkomen.

221
00:13:04,710 --> 00:13:05,730
Als iemand zegt:

222
00:13:05,730 --> 00:13:10,650
En Zijn discipelen kwamen bij Hem
, wekten Hem en zeiden: Heere, red

223
00:13:10,650 --> 00:13:12,570
ons, wij vergaan!

224
00:13:12,570 --> 00:13:15,930
dan lijken er veel redenen te
zijn waarom Hij hun geloof bij die

225
00:13:15,930 --> 00:13:18,150
gelegenheid onvoldoende vond.

226
00:13:18,150 --> 00:13:21,630
Zoals ik eerder zei, moest Hij
Zijn bestemming nog vervullen

227
00:13:21,630 --> 00:13:23,970
en daarom kon Hij niet vergaan.

228
00:13:23,970 --> 00:13:26,010
Bovendien was Hij bij hen.

229
00:13:26,010 --> 00:13:28,530
Hij kon hen redden als Hij dat wilde.

230
00:13:28,530 --> 00:13:31,710
Natuurlijk sliep Hij,
en dat verontrustte hen.

231
00:13:31,710 --> 00:13:35,430
Maar toen ze Hem wakker maakten,
toonden ze ook niet bepaald een groot

232
00:13:35,430 --> 00:13:41,550
geloof nu Hij wakker was: ‘O, nu U
wakker bent, Jezus, is alles in orde.’

233
00:13:41,550 --> 00:13:44,070
Ze waren nog steeds doodsbang.

234
00:13:44,070 --> 00:13:47,850
Maar Jezus bestrafte hen
vanwege hun gebrek aan geloof,

235
00:13:47,850 --> 00:13:51,090
en daarna bestrafte Hij
de wind en de golven.

236
00:13:51,090 --> 00:13:54,810
Het is interessant dat Hij tegen
de wind en de golven sprak.

237
00:13:54,810 --> 00:13:58,950
Er was nog een andere gelegenheid in
het Oude Testament waarbij een man

238
00:13:58,950 --> 00:14:02,610
invloed uitoefende op het
weer, en dat was Elia.

239
00:14:02,610 --> 00:14:06,210
Elia ging naar koning
Achab en Izebel en zei:

240
00:14:06,210 --> 00:14:13,110
En Elia, de Tisbiet, uit de inwoners van
Gilead, zei tegen Achab: Zo waar de HEERE,

241
00:14:13,110 --> 00:14:17,430
de God van Israël, leeft,
voor Wiens aangezicht ik sta,

242
00:14:17,430 --> 00:14:22,170
er zal deze jaren geen dauw of
regen komen, behalve op mijn woord!

243
00:14:22,170 --> 00:14:26,610
Toen ging hij weg, en drieënhalf
jaar lang regende het niet.

244
00:14:26,610 --> 00:14:30,930
Aan het einde van die drieënhalf
jaar ging hij de berg op en bad daar.

245
00:14:30,930 --> 00:14:36,450
Hij bad zevenmaal vurig dat de regen
zou komen, en uiteindelijk kwam die ook.

246
00:14:36,450 --> 00:14:40,830
Zo wordt Elia ons bijvoorbeeld
in het boek Jakobus, hoofdstuk 5,

247
00:14:40,830 --> 00:14:44,070
voorgehouden als een voorbeeld
van een man die door gebed

248
00:14:44,070 --> 00:14:46,230
werkelijk voor elkaar kreeg wat nodig was.

249
00:14:46,230 --> 00:14:51,450
Hij bad vurig dat het niet zou regenen,
en drieënhalf jaar lang regende het niet.

250
00:14:51,450 --> 00:14:54,630
Daarna bad hij opnieuw,
en toen kwam de regen.

251
00:14:54,630 --> 00:14:58,470
Er is dus nog een geval waarin een
man invloed uitoefende op het weer,

252
00:14:58,470 --> 00:15:00,270
maar het is heel anders.

253
00:15:00,270 --> 00:15:05,430
Elia gebood de regen niet om te komen en
gebood de regen ook niet om op te houden.

254
00:15:05,430 --> 00:15:08,370
Hij moest bidden en
God vragen dat te doen.

255
00:15:08,370 --> 00:15:14,130
Hij lag lange tijd op zijn aangezicht en
bad: ‘God, laat het alstublieft regenen.’

256
00:15:14,130 --> 00:15:16,350
Uiteindelijk deed God dat.

257
00:15:16,350 --> 00:15:19,590
Jezus daarentegen bad niet
dat de regen zou ophouden.

258
00:15:19,590 --> 00:15:25,050
Hij deed eenvoudigweg Gods werk en gebood
de regen op te houden, en dat gebeurde.

259
00:15:25,050 --> 00:15:27,990
Jezus was dus niet zomaar
een andere profeet die

260
00:15:27,990 --> 00:15:30,630
bad dat God hen uit de
storm zou bevrijden.

261
00:15:30,630 --> 00:15:34,290
Hij stond op en sprak de
storm rechtstreeks toe,

262
00:15:34,290 --> 00:15:37,770
precies zoals God dat zou
doen en met het gezag van God.

263
00:15:37,770 --> 00:15:40,950
Daarom vonden de discipelen
het zo verbazingwekkend.

264
00:15:40,950 --> 00:15:45,270
Het is interessant dat Jezus
levenloze dingen bestrafte: de wind,

265
00:15:45,270 --> 00:15:47,130
de golven en de zee.

266
00:15:47,130 --> 00:15:50,970
Bestraffen betekent gewoonlijk
dat je iemand streng terechtwijst,

267
00:15:50,970 --> 00:15:54,630
of in zekere zin
corrigeert en confronteert.

268
00:15:54,630 --> 00:15:58,230
Dat doe je bij mensen die je
kunnen horen en die kunnen denken.

269
00:15:58,230 --> 00:16:04,170
Je spreekt bewuste wezens aan, maar de zee
is niet bewust en de wind is niet bewust.

270
00:16:04,170 --> 00:16:06,150
Hoewel we er niet zeker van kunnen zijn

271
00:16:06,150 --> 00:16:11,190
dat zelfs onbewuste elementen niet op de
een of andere manier in staat zijn God

272
00:16:11,190 --> 00:16:13,410
te horen wanneer Hij spreekt.

273
00:16:13,410 --> 00:16:15,810
Jezus is tenslotte de Schepper.

274
00:16:15,810 --> 00:16:18,990
In het scheppingsverhaal
lezen we dat God zei:

275
00:16:18,990 --> 00:16:21,390
Laat er licht zijn, en er was licht.

276
00:16:21,390 --> 00:16:26,250
Blijkbaar hoorde de duisternis
Hem en gehoorzaamde ze. God zei:

277
00:16:26,250 --> 00:16:29,970
En God zei: Laat het water
dat onder de hemel is,

278
00:16:29,970 --> 00:16:35,970
in één plaats samenvloeien en laat het
droge zichtbaar worden! En het was zo.

279
00:16:35,970 --> 00:16:37,410
en dat gebeurde.

280
00:16:37,410 --> 00:16:41,910
Het lijkt er inderdaad op dat God de
macht heeft om zelfs levenloze dingen

281
00:16:41,910 --> 00:16:45,990
bevelen te geven, en ze
doen wat Hij hun opdraagt.

282
00:16:45,990 --> 00:16:50,910
We weten dat God wezens zonder
menselijk verstand, zoals vogels,

283
00:16:50,910 --> 00:16:52,950
in hun bewegingen bestuurt.

284
00:16:52,950 --> 00:16:57,270
De Bijbel vertelt ons dat God
hun trek leidt, enzovoort.

285
00:16:57,270 --> 00:17:01,470
En dus kan God Zelf natuurlijk
levenloze dingen aanspreken.

286
00:17:01,470 --> 00:17:03,630
Ze zijn Zijn dienaren.

287
00:17:03,630 --> 00:17:06,870
Als Schepper kan Jezus
precies dat hebben gedaan.

288
00:17:06,870 --> 00:17:12,030
Er zijn mensen die geloven dat het feit
dat Jezus de wind en de golven bestrafte,

289
00:17:12,030 --> 00:17:17,310
ons vertelt dat er demonische machten
achter deze specifieke storm zaten.

290
00:17:17,310 --> 00:17:19,890
Dat zou niet bij alle
stormen het geval zijn,

291
00:17:19,890 --> 00:17:24,090
maar deze storm kan heel goed
door de duivel zelf gestuurd zijn.

292
00:17:24,090 --> 00:17:28,410
De reden waarom dit wordt geopperd, is
dat zich aan de overkant van het meer,

293
00:17:28,410 --> 00:17:31,230
waar Jezus en Zijn
discipelen naartoe gingen,

294
00:17:31,230 --> 00:17:35,610
twee door demonen bezeten mannen
bevonden die tussen de graven woonden.

295
00:17:35,610 --> 00:17:39,690
Het waren zeer angstaanjagende
figuren, die met hun woestheid de

296
00:17:39,690 --> 00:17:41,790
hele streek terroriseerden.

297
00:17:41,790 --> 00:17:45,210
Dit waren enkele van de voornaamste
gevangenen van de duivel.

298
00:17:45,210 --> 00:17:49,891
Toen Jezus hen ontmoette — en dat komt
in het volgende verhaal aan de orde —

299
00:17:49,891 --> 00:17:53,550
wierp Hij de demonen uit
hen, en werden ze bevrijd.

300
00:17:53,550 --> 00:17:57,330
De duivel verloor twee van zijn
voornaamste gevangenen aan Jezus.

301
00:17:57,330 --> 00:18:01,650
Sommigen hebben geopperd dat de duivel,
terwijl Jezus het meer overstak,

302
00:18:01,650 --> 00:18:05,970
gemakkelijk kon zien dat Jezus op weg
was naar een ontmoeting met deze mannen.

303
00:18:05,970 --> 00:18:10,770
Hij kon gemakkelijk voorspellen dat
Jezus de demonen uit hen zou werpen.

304
00:18:10,770 --> 00:18:15,930
Om dat te voorkomen, stuurde de vijand dus
een storm om de boot te laten zinken en te

305
00:18:15,930 --> 00:18:18,150
proberen Jezus uit de weg te ruimen

306
00:18:18,150 --> 00:18:21,810
voordat Hij deze door demonen
bezeten mannen kon ontmoeten.

307
00:18:21,810 --> 00:18:23,850
We kunnen hier niet zeker van zijn.

308
00:18:23,850 --> 00:18:28,770
Maar sommigen neigen tot dit scenario
vanwege het feit dat Jezus de storm

309
00:18:28,770 --> 00:18:31,830
bestrafte alsof die een levend wezen was.

310
00:18:31,830 --> 00:18:36,210
We lezen bij andere gelegenheden
dat Jezus demonen bestrafte.

311
00:18:36,210 --> 00:18:39,630
Er moet dus op zijn minst rekening
worden gehouden met de mogelijkheid

312
00:18:39,630 --> 00:18:44,730
dat dit geen gewone storm was, maar een
storm die door de vijand was gestuurd,

313
00:18:44,730 --> 00:18:46,650
en dat Jezus met Zijn bestraffing

314
00:18:46,650 --> 00:18:51,630
nadrukkelijk de geestelijke machten
aansprak die deze storm veroorzaakten.

315
00:18:51,630 --> 00:18:53,970
Of die theorie klopt, weet ik niet.

316
00:18:53,970 --> 00:18:57,150
Misschien sprak Hij gewoon
levenloze dingen aan.

317
00:18:57,150 --> 00:19:00,030
En ik twijfel er niet aan
dat God de macht heeft

318
00:19:00,030 --> 00:19:05,790
om het levenloze en het onbewuste aan te
spreken en het daarop te laten reageren.

319
00:19:05,790 --> 00:19:11,070
God gaf tenslotte een dode man het
bevel naar buiten te komen. Jezus zei:

320
00:19:11,070 --> 00:19:17,130
En toen Hij dit gezegd had, riep Hij met
een luide stem: Lazarus, kom naar buiten!

321
00:19:17,130 --> 00:19:21,090
en een dode man kan niets horen,
maar hij kwam toch naar buiten.

322
00:19:21,090 --> 00:19:23,970
Ik kan hier dus niet te veel uit afleiden.

323
00:19:23,970 --> 00:19:27,930
Toch denken sommige mensen dat
er demonische machten achter deze

324
00:19:27,930 --> 00:19:31,710
storm kunnen hebben gezeten, en er
zijn enkele gronden voor die theorie.

325
00:19:31,710 --> 00:19:36,270
Hoe dan ook, demonisch of niet, de
storm was Jezus en Zijn discipelen

326
00:19:36,270 --> 00:19:38,010
niet gunstig gezind.

327
00:19:38,010 --> 00:19:40,470
Hij vormde een uitdaging voor hen.

328
00:19:40,470 --> 00:19:45,930
Bij die gelegenheid was hij hun vijand,
totdat Jezus de golven tot bedaren bracht.

329
00:19:45,930 --> 00:19:49,530
Maar het is interessant dat
Jezus de discipelen bestrafte

330
00:19:49,530 --> 00:19:51,750
voordat Hij de storm bestrafte.

331
00:19:51,750 --> 00:19:56,130
Voordat Jezus de vijand bestraft,
bestraft Hij Zijn vrienden.

332
00:19:56,130 --> 00:19:57,930
Waarom zou dat zijn?

333
00:19:57,930 --> 00:20:02,670
In 1 Petrus staat dat het oordeel
begint bij het huis van God.

334
00:20:02,670 --> 00:20:04,590
Zij die vrienden van Jezus zijn,

335
00:20:04,590 --> 00:20:07,950
hebben minder verontschuldiging
om de verkeerde kant op te gaan

336
00:20:07,950 --> 00:20:11,250
of verkeerd te denken dan
de vijanden van Christus.

337
00:20:11,250 --> 00:20:15,990
Zij die vijanden van Christus zijn,
bevinden zich in de duisternis.

338
00:20:15,990 --> 00:20:20,310
Als Hij de vijand zou bestraffen voordat
Hij de zonde in Zijn eigen discipelen had

339
00:20:20,310 --> 00:20:23,310
bestraft, zou Hij handelen alsof de vijand

340
00:20:23,310 --> 00:20:26,850
evenveel verantwoordelijkheid
droeg als zij die Hem kennen.

341
00:20:26,850 --> 00:20:31,350
Maar zij die Jezus kennen, dragen de
grotere verantwoordelijkheid om juist te

342
00:20:31,350 --> 00:20:33,930
denken en juist te handelen.

343
00:20:33,930 --> 00:20:36,690
Daarom worden zij als
eersten gecorrigeerd,

344
00:20:36,690 --> 00:20:38,970
voordat de storm zelf wordt bestraft.

345
00:20:38,970 --> 00:20:44,070
Toen Jezus dit had gedaan, lezen we dat
de mannen zich verwonderden en zeiden:

346
00:20:44,070 --> 00:20:48,330
De mensen verwonderden zich en
zeiden: Wat voor Iemand is Dit,

347
00:20:48,330 --> 00:20:52,050
dat zelfs de winden en de
zee Hem gehoorzaam zijn?

348
00:20:52,050 --> 00:20:56,730
Het antwoord durfden ze op dat punt in hun
verhouding met Hem niet eens te opperen,

349
00:20:56,730 --> 00:21:00,870
want het enige antwoord dat
ergens op sloeg, zou God zijn.

350
00:21:00,870 --> 00:21:04,350
Laat me een gedeelte
uit Psalm 107 voorlezen.

351
00:21:04,350 --> 00:21:06,570
Luister maar of dit bekend klinkt.

352
00:21:06,570 --> 00:21:10,170
Het begint bij Psalm 107, vers 23.

353
00:21:10,170 --> 00:21:11,790
De psalmist schreef:

354
00:21:11,790 --> 00:21:17,070
Er zijn mensen die met schepen de zee op
gaan en handeldrijven op de grote wateren.

355
00:21:17,070 --> 00:21:21,030
Zij zien de werken van de HEERE
en Zijn wonderen in de diepte.

356
00:21:21,030 --> 00:21:26,130
Op Zijn bevel steekt een stormwind
op, die de golven hoog doet oprijzen.

357
00:21:26,130 --> 00:21:30,150
Ze gaan omhoog naar de hemel
en dalen neer in de diepten;

358
00:21:30,150 --> 00:21:32,430
van ellende bezwijkt hun ziel.

359
00:21:32,430 --> 00:21:37,410
Ze wankelen en zwalken als een
dronkaard en weten zich geen raad meer.

360
00:21:37,410 --> 00:21:42,390
Dan roepen zij in hun benauwdheid tot
de HEERE, en Hij leidt hen uit hun nood.

361
00:21:42,390 --> 00:21:46,290
Hij brengt de storm tot stilte
en doet de golven zwijgen.

362
00:21:46,290 --> 00:21:50,310
Zij zijn blij wanneer het rustig
wordt, en Hij leidt hen naar de haven

363
00:21:50,310 --> 00:21:52,170
waarnaar zij verlangden.

364
00:21:52,170 --> 00:21:55,170
Let op de woorden over
de ziel van de zeelieden.

365
00:21:55,170 --> 00:21:58,650
Klinkt dat niet als hetzelfde verhaal
dat we zojuist hebben gelezen?

366
00:21:58,650 --> 00:22:02,370
Maar dit werd duizend jaar vóór
de tijd van Christus geschreven.

367
00:22:02,370 --> 00:22:06,210
Het spreekt in algemene zin
over mensen die de zee op gaan.

368
00:22:06,210 --> 00:22:08,430
God doet een storm opsteken.

369
00:22:08,430 --> 00:22:13,950
Ze worden doodsbang en weten zich
geen raad meer, dus roepen ze tot God.

370
00:22:13,950 --> 00:22:19,710
God brengt de zee tot bedaren, en daarna
danken ze Hem ervoor en zijn ze opgelucht.

371
00:22:19,710 --> 00:22:23,010
Deze psalm komt zo sterk
overeen met dit verhaal,

372
00:22:23,010 --> 00:22:25,530
dat het moeilijk voor
te stellen is dat deze

373
00:22:25,530 --> 00:22:30,630
ervaring van de discipelen op zee niet
eenvoudigweg een uitbeelding van juist

374
00:22:30,630 --> 00:22:31,950
die psalm was.

375
00:22:31,950 --> 00:22:37,470
Maar Wie is het in de psalm Die de zee
tot bedaren brengt? Het is de Heere.

376
00:22:37,470 --> 00:22:39,870
Jehova brengt de zee tot bedaren.

377
00:22:39,870 --> 00:22:43,170
De discipelen maken
precies deze ervaring mee:

378
00:22:43,170 --> 00:22:47,910
ze roepen de Heere aan in hun benauwdheid,
en Hij brengt de zee tot bedaren,

379
00:22:47,910 --> 00:22:49,950
precies zoals de psalmist zei.

380
00:22:49,950 --> 00:22:52,110
Maar zij riepen Jezus aan.

381
00:22:52,110 --> 00:22:55,470
In de psalm roepen ze tot God, Jehova God,

382
00:22:55,470 --> 00:22:59,010
en Jezus deed precies
hetzelfde als wat Jehova doet.

383
00:22:59,010 --> 00:23:02,130
Hij is in feite Jehova.

384
00:23:02,130 --> 00:23:04,050
Dat begonnen ze te beseffen.

385
00:23:04,050 --> 00:23:07,350
Wie is deze man? Wie kan dit zijn?

386
00:23:07,350 --> 00:23:09,210
In Markus staat volgens mij:

387
00:23:09,210 --> 00:23:14,910
En zij vreesden met grote vrees en
zeiden tegen elkaar: Wie is Deze toch,

388
00:23:14,910 --> 00:23:18,450
dat zelfs de wind en de
zee Hem gehoorzaam zijn?

389
00:23:18,450 --> 00:23:19,170
Of:

390
00:23:19,170 --> 00:23:21,990
Wat is dit voor iemand
met wie we op pad zijn?

391
00:23:21,990 --> 00:23:26,730
In het Evangelie van Markus,
hoofdstuk 4, vers 41,

392
00:23:26,730 --> 00:23:30,750
staat er na het moment waarop
Jezus de storm tot bedaren bracht:

393
00:23:30,750 --> 00:23:35,370
Ze werden doodsbang en zeiden
tegen elkaar: Wie kan dit zijn,

394
00:23:35,370 --> 00:23:38,370
dat zelfs de wind en de
zee naar hem luisteren?

395
00:23:38,370 --> 00:23:43,110
Let erop dat ze buitengewoon bevreesd
waren nadat het gevaar voorbij was.

396
00:23:43,110 --> 00:23:45,870
Ze waren bang toen de
storm er was, maar ze waren

397
00:23:45,870 --> 00:23:50,310
nog banger toen de storm tot
bedaren was gebracht. Waarom?

398
00:23:50,310 --> 00:23:54,930
Omdat ze kippenvel kregen bij de
gedachte: ‘Deze man met Wie wij reizen,

399
00:23:54,930 --> 00:23:59,070
is meer dan Hij op het eerste
gezicht lijkt. Wie is Hij?’

400
00:23:59,070 --> 00:24:03,330
Het bezorgde hun in zekere zin de kriebels
toen ze beseften dat deze Persoon,

401
00:24:03,330 --> 00:24:07,110
Die hun vriend en metgezel was,
meer was dan ze op het eerste

402
00:24:07,110 --> 00:24:08,670
gezicht hadden gedacht.

403
00:24:08,670 --> 00:24:11,310
En misschien was Hij zelfs wel God.

404
00:24:11,310 --> 00:24:14,730
Stel je voor dat dit besef
langzaam tot je doordringt.

405
00:24:14,730 --> 00:24:19,050
Ik hoop dat dit besef ook tot jou
doordringt terwijl we het leven van

406
00:24:19,050 --> 00:24:23,550
Christus bestuderen en samen verdergaan
door het Evangelie van Mattheüs.
