1
00:00:02,010 --> 00:00:04,470
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,470 --> 00:00:11,490
Deze keer behandelen we Mattheüs
9, vers 18 tot en met vers 26.

3
00:00:11,490 --> 00:00:14,370
Terwijl we verdergaan met
onze studie van het leven van

4
00:00:14,370 --> 00:00:20,310
Jezus in het Nieuwe Testament, gaan we
naar Mattheüs 9, te beginnen bij vers 18,

5
00:00:20,310 --> 00:00:21,510
waar we lezen:

6
00:00:21,510 --> 00:00:26,190
Toen Hij deze dingen tot hen sprak,
zie, er kwam een leidinggevende,

7
00:00:26,190 --> 00:00:31,350
die Hem aanbad en zei: Mijn dochter
is zojuist gestorven, maar kom,

8
00:00:31,350 --> 00:00:34,470
leg Uw hand op haar en zij zal leven.

9
00:00:34,470 --> 00:00:38,370
En Jezus stond op en volgde
hem met Zijn discipelen.

10
00:00:38,370 --> 00:00:42,030
En zie, een vrouw die al twaalf
jaar bloedvloeiingen had,

11
00:00:42,030 --> 00:00:46,710
kwam van achteren naar Hem toe en
raakte de zoom van Zijn bovenkleed aan;

12
00:00:46,710 --> 00:00:51,270
want zij zei bij zichzelf: Als ik
alleen maar Zijn bovenkleed aanraak,

13
00:00:51,270 --> 00:00:53,070
zal ik gezond worden.

14
00:00:53,070 --> 00:00:58,110
Jezus keerde Zich om, zag haar
en zei: Heb goede moed, dochter,

15
00:00:58,110 --> 00:01:00,210
uw geloof heeft u behouden.

16
00:01:00,210 --> 00:01:02,790
En de vrouw was vanaf dat moment gezond.

17
00:01:02,790 --> 00:01:05,670
Toen Jezus in het huis van
de leidinggevende kwam,

18
00:01:05,670 --> 00:01:11,610
en de fluitspelers en de misbaar makende
menigte zag, zei Hij tegen hen: Vertrek,

19
00:01:11,610 --> 00:01:14,970
want het meisje is niet
gestorven, maar het slaapt.

20
00:01:14,970 --> 00:01:16,530
En zij lachten Hem uit.

21
00:01:16,530 --> 00:01:21,150
Toen de menigte weggestuurd was, ging
Hij naar binnen en greep haar hand;

22
00:01:21,150 --> 00:01:22,830
en het meisje stond op.

23
00:01:22,830 --> 00:01:26,550
En het gerucht hierover verspreidde
zich door heel dat gebied.

24
00:01:26,550 --> 00:01:30,150
Dit verslag in Mattheüs is een
goede illustratie van het feit

25
00:01:30,150 --> 00:01:34,350
dat de verhalen over het leven van
Jezus in verschillende evangeliën

26
00:01:34,350 --> 00:01:37,470
soms iets anders worden
behandeld of weergegeven.

27
00:01:37,470 --> 00:01:41,310
Deze verschillen zijn in zekere zin
een bewijs van hun waarachtigheid.

28
00:01:41,310 --> 00:01:43,830
Want als deze verhalen niet waar waren,

29
00:01:43,830 --> 00:01:47,490
zou je verwachten dat degenen die ze
opschreven met elkaar hadden overlegd over

30
00:01:47,490 --> 00:01:50,490
de manier waarop ze het
verhaal zouden vertellen,

31
00:01:50,490 --> 00:01:53,970
zodat ze elkaar uiteindelijk
niet zouden tegenspreken.

32
00:01:53,970 --> 00:01:56,730
Mattheüs spreekt hierin
niemand anders tegen,

33
00:01:56,730 --> 00:02:01,290
hoewel Lukas het verhaal van deze
genezing ook vertelt, in Lukas 8.

34
00:02:01,290 --> 00:02:04,950
Mattheüs en Lukas vertellen het
verhaal op verschillende manieren.

35
00:02:04,950 --> 00:02:07,710
Lukas geeft een veel uitvoeriger verslag,

36
00:02:07,710 --> 00:02:10,890
terwijl Mattheüs het verhaal
behoorlijk heeft ingekort.

37
00:02:10,890 --> 00:02:15,810
Mattheüs doet dit van tijd tot tijd, en
andere evangelieschrijvers doen dat ook.

38
00:02:15,810 --> 00:02:20,550
Ze korten het verhaal in, in die zin dat
ze alleen de grote lijnen ervan geven in

39
00:02:20,550 --> 00:02:22,590
plaats van alle bijzonderheden.

40
00:02:22,590 --> 00:02:26,190
Mattheüs zegt bijvoorbeeld dat
de leider naar Jezus kwam en zei:

41
00:02:26,190 --> 00:02:29,550
Mijn dochter is net
gestorven. Kom haar genezen.

42
00:02:29,550 --> 00:02:32,670
Maar in Lukas krijgen we
een uitvoeriger verslag.

43
00:02:32,670 --> 00:02:37,050
De man kwam naar Jezus voordat zijn
dochter stierf en vroeg Jezus om mee te

44
00:02:37,050 --> 00:02:38,970
komen en haar te genezen.

45
00:02:38,970 --> 00:02:42,750
Toen ze zijn huis naderden, kwamen er
boodschappers die de man vertelden dat

46
00:02:42,750 --> 00:02:46,410
zijn dochter inmiddels
gestorven was. Jezus zei:

47
00:02:46,410 --> 00:02:51,810
Maar toen Jezus dat hoorde, antwoordde Hij
hem: Wees niet bevreesd, geloof alleen,

48
00:02:51,810 --> 00:02:53,730
en zij zal behouden worden.

49
00:02:53,730 --> 00:02:57,330
We zien dat Mattheüs enkele van die
bijzonderheden overslaat om het verhaal in

50
00:02:57,330 --> 00:02:59,010
de kern te vertellen.

51
00:02:59,010 --> 00:03:02,790
Hier is een man van wie de dochter
stierf, en Jezus genas haar.

52
00:03:02,790 --> 00:03:06,810
Zo wordt er ook in het verhaal van de
vrouw die aan bloedvloeiingen leed en de

53
00:03:06,810 --> 00:03:10,950
zoom van Zijn kleed aanraakte, in
Lukas veel meer informatie gegeven

54
00:03:10,950 --> 00:03:12,330
dan in Mattheüs.

55
00:03:12,330 --> 00:03:16,710
Maar dat komt alleen doordat Mattheüs niet
zoveel bijzonderheden wilde geven en het

56
00:03:16,710 --> 00:03:18,450
verhaal heeft ingekort.

57
00:03:18,450 --> 00:03:20,670
Nu we dit verhaal in Mattheüs bekijken,

58
00:03:20,670 --> 00:03:24,510
wil ik graag wat informatie aanvullen
die we uit de parallelle passage

59
00:03:24,510 --> 00:03:26,070
in Lukas krijgen.

60
00:03:26,070 --> 00:03:29,610
Wanneer er staat dat de man die
naar Jezus kwam een leider was,

61
00:03:29,610 --> 00:03:32,190
moeten we begrijpen dat
hij geen bestuurder was

62
00:03:32,190 --> 00:03:34,590
zoals een Romeinse functionaris.

63
00:03:34,590 --> 00:03:36,450
Hij was geen magistraat.

64
00:03:36,450 --> 00:03:40,470
Hij was geen koning,
gouverneur of proconsul.

65
00:03:40,470 --> 00:03:45,690
Deze man was een leider van de synagoge,
en de leider van de synagoge was in Israël

66
00:03:45,690 --> 00:03:48,270
niet werkelijk iemand met veel gezag.

67
00:03:48,270 --> 00:03:51,030
Hij was zoiets als de ceremoniemeester.

68
00:03:51,030 --> 00:03:54,630
Hij was de man die de dienst
in de synagoge leidde.

69
00:03:54,630 --> 00:03:58,110
In de synagoge gebeurde van
alles, en er moest iemand zijn

70
00:03:58,110 --> 00:04:00,570
die de activiteiten coördineerde.

71
00:04:00,570 --> 00:04:03,090
Dat deed de leider van de synagoge.

72
00:04:03,090 --> 00:04:06,030
Misschien preekte hij
niet eens in de synagoge.

73
00:04:06,030 --> 00:04:08,670
Misschien koos hij daar
iemand anders voor uit,

74
00:04:08,670 --> 00:04:14,250
maar hij was degene die ervoor zorgde dat
de dienst in de synagoge ordelijk verliep.

75
00:04:14,250 --> 00:04:17,550
Dit was dus geen
hooggeplaatste functionaris.

76
00:04:17,550 --> 00:04:21,210
Toch was hij in zijn eigen
gemeenschap, in die synagoge,

77
00:04:21,210 --> 00:04:24,210
een erkende godsdienstige leider.

78
00:04:24,210 --> 00:04:27,510
Lukas vertelt ons ook, en
Mattheüs doet dat niet,

79
00:04:27,510 --> 00:04:33,510
dat deze man Jaïrus heette en dat zijn
dochter twaalf jaar oud was en stierf.

80
00:04:33,510 --> 00:04:36,570
Maar de man kwam naar
Jezus voordat zij stierf.

81
00:04:36,570 --> 00:04:40,170
Het is goed om de passage in
Lukas erbij te nemen en te lezen,

82
00:04:40,170 --> 00:04:42,930
zodat we wat aanvullende informatie zien.

83
00:04:42,930 --> 00:04:46,350
In Lukas 8, vers 41, staat:

84
00:04:46,350 --> 00:04:50,730
En zie, er kwam een man,
van wie de naam Jaïrus was.

85
00:04:50,730 --> 00:04:53,370
Hij was een leidinggevende in de synagoge.

86
00:04:53,370 --> 00:04:57,690
Hij viel aan de voeten van Jezus en
smeekte Hem naar zijn huis te komen.

87
00:04:57,690 --> 00:05:02,130
Hij had namelijk één kind, een
dochter van ongeveer twaalf jaar,

88
00:05:02,130 --> 00:05:03,750
en die lag op sterven.

89
00:05:03,750 --> 00:05:07,410
Toen Hij erheen ging, drong
de menigte zich om Hem heen.

90
00:05:07,410 --> 00:05:11,730
Nu is Hij op weg naar het huis van
Jaïrus om dit meisje te genezen,

91
00:05:11,730 --> 00:05:13,590
dat nog niet gestorven is.

92
00:05:13,590 --> 00:05:15,810
Onderweg gebeurt er iets anders.

93
00:05:15,810 --> 00:05:17,910
Er vindt nog een wonder plaats.

94
00:05:17,910 --> 00:05:22,950
Het gebeurde terwijl Jezus omringd en van
alle kanten verdrongen werd door mensen.

95
00:05:22,950 --> 00:05:26,730
Hij nam voor dit wonder zelfs
helemaal niet het initiatief.

96
00:05:26,730 --> 00:05:32,070
Het overkwam Hem eenvoudigweg, en pas
nadat het gebeurd was, merkte Hij het.

97
00:05:32,070 --> 00:05:33,150
Er staat:

98
00:05:33,150 --> 00:05:35,970
En een vrouw die al twaalf
jaar bloedvloeiingen had

99
00:05:35,970 --> 00:05:39,030
en die al haar bezit aan
dokters uitgegeven had,

100
00:05:39,030 --> 00:05:41,490
maar door niemand genezen
had kunnen worden,

101
00:05:41,490 --> 00:05:45,810
kwam van achteren naar Hem toe en
raakte de zoom van Zijn bovenkleed aan;

102
00:05:45,810 --> 00:05:48,570
en onmiddellijk hield het
vloeien van haar bloed op.

103
00:05:48,570 --> 00:05:52,950
En Jezus zei: Wie is het
die Mij heeft aangeraakt?

104
00:05:52,950 --> 00:05:57,930
Toen zij het allen ontkenden, zeiden
Petrus en die bij hem waren: Meester,

105
00:05:57,930 --> 00:06:02,190
de menigte duwt tegen U aan
en verdringt U, en U zegt:

106
00:06:02,190 --> 00:06:05,010
Wie is het die Mij aangeraakt heeft?

107
00:06:05,010 --> 00:06:09,690
Toen de vrouw zag dat zij niet onopgemerkt
was, kwam zij bevend naar Hem toe,

108
00:06:09,690 --> 00:06:14,130
en nadat zij voor Hem neergevallen was,
vertelde zij voor heel het volk om welke

109
00:06:14,130 --> 00:06:17,970
reden zij Hem aangeraakt had en
dat zij onmiddellijk genezen was.

110
00:06:17,970 --> 00:06:20,850
Laten we nu afzonderlijk
over dit verhaal spreken.

111
00:06:20,850 --> 00:06:24,570
Het staat midden in het verhaal
over de dochter van Jaïrus.

112
00:06:24,570 --> 00:06:29,190
Jaïrus is naar Jezus toe gekomen en
heeft Hem gevraagd mee te komen om zijn

113
00:06:29,190 --> 00:06:30,690
dochter te genezen.

114
00:06:30,690 --> 00:06:34,350
Maar voordat Jezus daar
aankomt, gebeurt er iets anders.

115
00:06:34,350 --> 00:06:36,390
Wat is dat andere voorval?

116
00:06:36,390 --> 00:06:41,430
Hier is een vrouw die precies zo lang ziek
is als de dochter van Jaïrus in leven is.

117
00:06:41,430 --> 00:06:45,810
Er wordt ons verteld dat de dochter
van Jaïrus twaalf jaar oud was.

118
00:06:45,810 --> 00:06:48,750
Deze vrouw heeft al twaalf jaar een kwaal.

119
00:06:48,750 --> 00:06:51,390
De kwaal van deze vrouw
was een bloedvloeiing,

120
00:06:51,390 --> 00:06:54,450
wat betekent dat ze een
inwendige bloeding had.

121
00:06:54,450 --> 00:06:59,010
Die was blijkbaar voortdurend aanwezig
of kwam met tussenpozen terug,

122
00:06:59,010 --> 00:07:01,830
gedurende een hele
periode van twaalf jaar.

123
00:07:01,830 --> 00:07:06,150
Dat zou voor iedere vrouw die zulke
vrouwelijke problemen had een reden tot

124
00:07:06,150 --> 00:07:09,390
bezorgdheid zijn, zeker
als er geen nauwkeurige

125
00:07:09,390 --> 00:07:12,150
medische wetenschap
beschikbaar was om te helpen.

126
00:07:12,150 --> 00:07:16,770
Het zou heel verontrustend zijn om
voortdurend op deze manier te bloeden.

127
00:07:16,770 --> 00:07:20,910
Maar in de Joodse samenleving was
het erger dan alleen verontrustend.

128
00:07:20,910 --> 00:07:24,030
Het was iets waardoor
iemand verstoten zou worden.

129
00:07:24,030 --> 00:07:27,030
Want volgens de wet werd
iemand, man of vrouw,

130
00:07:27,030 --> 00:07:30,690
die een inwendige bloeding
of enige bloedvloeiing had,

131
00:07:30,690 --> 00:07:34,470
onrein genoemd tot het moment
waarop de bloeding ophield.

132
00:07:34,470 --> 00:07:38,850
In feite was iedere vrouw om
diezelfde reden eens per maand onrein.

133
00:07:38,850 --> 00:07:41,850
Maar hier was een vrouw bij
wie de vrouwelijke problemen

134
00:07:41,850 --> 00:07:44,610
twaalf jaar lang
onophoudelijk voortduurden.

135
00:07:44,610 --> 00:07:48,150
Dat zou betekenen dat ze
niet naar de tempel kon gaan.

136
00:07:48,150 --> 00:07:50,250
Ze kon niet naar de synagoge gaan.

137
00:07:50,250 --> 00:07:52,650
Ze kon niet met mensen omgaan.

138
00:07:52,650 --> 00:07:58,050
Volgens de wet zou iedereen die haar in
deze toestand aanraakte, onrein worden.

139
00:07:58,050 --> 00:08:03,510
Ook die persoon zou na dat contact een
tijdlang niet naar de tempel mogen gaan

140
00:08:03,510 --> 00:08:05,730
of met anderen mogen omgaan.

141
00:08:05,730 --> 00:08:10,830
Je kunt dus zien dat haar toestand meer
was dan alleen een lichamelijk probleem.

142
00:08:10,830 --> 00:08:15,990
Wat haar toestand moeilijk maakte, was
meer dan alleen het lichamelijke ongemak

143
00:08:15,990 --> 00:08:19,830
en de onzekerheid over wat
er met haar aan de hand was.

144
00:08:19,830 --> 00:08:21,930
Dat zou al een kwelling voor haar zijn,

145
00:08:21,930 --> 00:08:27,270
maar ze was ook afgezonderd van alle
mensen en van de tempel en de synagoge.

146
00:08:27,270 --> 00:08:31,830
Als iemand enig contact met haar
had, zou die persoon onrein worden,

147
00:08:31,830 --> 00:08:34,530
en daarom meden de mensen haar.

148
00:08:34,530 --> 00:08:38,430
Bovendien had ze al het geld dat
ze had uitgegeven aan artsen,

149
00:08:38,430 --> 00:08:40,710
voor zover die er in die tijd waren.

150
00:08:40,710 --> 00:08:44,970
En de artsen waren evenmin in staat
geweest haar problemen op te lossen.

151
00:08:44,970 --> 00:08:47,370
Ze was dus vrijwel zonder hoop.

152
00:08:47,370 --> 00:08:49,470
Ze had over Jezus gehoord.

153
00:08:49,470 --> 00:08:55,770
Jezus stond erom bekend dat Hij rondging,
zieke mensen aanraakte, zelfs melaatsen,

154
00:08:55,770 --> 00:08:57,150
en hen genas.

155
00:08:57,150 --> 00:09:02,070
Maar zou Jezus een vrouw met een
bloedvloeiing aanraken en haar genezen?

156
00:09:02,070 --> 00:09:05,130
Zou dat Hem volgens de
wet niet onrein maken?

157
00:09:05,130 --> 00:09:09,570
Als Hij haar aanraakte, zou
Hij net als zij onrein zijn.

158
00:09:09,570 --> 00:09:12,450
Durfde ze te hopen dat Hij
dat misschien zou doen?

159
00:09:12,450 --> 00:09:15,090
Als zij Hem aanraakte
zonder dat Hij het wist,

160
00:09:15,090 --> 00:09:19,110
zou Hij natuurlijk niet verplicht
zijn Zich als een onrein persoon af te

161
00:09:19,110 --> 00:09:21,810
zonderen, want Hij zou het niet weten.

162
00:09:21,810 --> 00:09:27,090
Ze wist zeker dat Hij de kracht had om
haar te genezen als ze Hem aanraakte.

163
00:09:27,090 --> 00:09:29,190
Daarom wilde ze het in het geheim doen.

164
00:09:29,190 --> 00:09:33,690
Ze wilde van achteren naar Hem toe sluipen
en alleen de zoom van Zijn bovenkleed

165
00:09:33,690 --> 00:09:36,150
aanraken, waar Hij het niet zou voelen.

166
00:09:36,150 --> 00:09:40,470
Dan zou Hij niet verplicht zijn Zich
als een onrein persoon af te zonderen,

167
00:09:40,470 --> 00:09:42,690
omdat Hij er niets van zou weten.

168
00:09:42,690 --> 00:09:46,950
Toch wist ze zeker dat ze op
deze manier genezen zou worden.

169
00:09:46,950 --> 00:09:49,470
Ze hoefde het niet op deze manier te doen.

170
00:09:49,470 --> 00:09:53,130
Ik geloof dat Jezus haar hoe
dan ook zou hebben aangeraakt.

171
00:09:53,130 --> 00:09:56,970
De reden daarvoor is dat Hij eens
hetzelfde deed toen Hij tegenover

172
00:09:56,970 --> 00:09:58,650
een melaatse stond.

173
00:09:58,650 --> 00:10:02,190
Volgens de wet ben je onrein
als je een melaatse aanraakt.

174
00:10:02,190 --> 00:10:06,330
Maar Jezus raakte de melaatse
aan en Hij werd niet onrein.

175
00:10:06,330 --> 00:10:08,310
De melaatse werd rein.

176
00:10:08,310 --> 00:10:10,830
Daarom hebben we geen
reden eraan te twijfelen

177
00:10:10,830 --> 00:10:14,370
dat Jezus haar graag zou
hebben aangeraakt en genezen

178
00:10:14,370 --> 00:10:17,370
als ze op de normale manier
naar Hem toe was gekomen.

179
00:10:17,370 --> 00:10:22,050
Maar kennelijk had ze daar geen zekerheid
over en wilde ze het risico niet nemen.

180
00:10:22,050 --> 00:10:25,110
Daarom dacht ze dat ze van
achteren naar Hem toe zou gaan

181
00:10:25,110 --> 00:10:29,550
en op de een of andere manier heel
terloops alleen Zijn kleding zou aanraken,

182
00:10:29,550 --> 00:10:32,610
zodat ze niet veel aandacht
op zichzelf zou vestigen.

183
00:10:32,610 --> 00:10:34,650
Dan zou ze genezen worden.

184
00:10:34,650 --> 00:10:37,110
Dit getuigt van een geweldig geloof.

185
00:10:37,110 --> 00:10:39,930
Ze had niet alleen het
geloof dat Jezus kon genezen,

186
00:10:39,930 --> 00:10:43,470
maar ze geloofde dat Hij kon
genezen zonder te weten dat Hij aan

187
00:10:43,470 --> 00:10:44,850
het genezen was.

188
00:10:44,850 --> 00:10:49,170
Dat is belangrijk, want er zijn mensen die
genezingen tot stand lijken te brengen,

189
00:10:49,170 --> 00:10:51,930
maar in werkelijkheid trucs uithalen.

190
00:10:51,930 --> 00:10:55,050
Er zijn mensen die doen alsof ze
de kracht hebben om te genezen.

191
00:10:55,050 --> 00:10:59,130
Ik hoef niemand bij naam te noemen,
maar de afgelopen jaren zijn er enkelen

192
00:10:59,130 --> 00:11:00,870
op televisie geweest.

193
00:11:00,870 --> 00:11:03,150
Sommigen van hen zijn ontmaskerd.

194
00:11:03,150 --> 00:11:07,290
Er zijn altijd charlatans geweest die
beweerden dat ze konden genezen en die

195
00:11:07,290 --> 00:11:11,070
bedrieglijke dingen deden die
helemaal geen echte genezingen waren,

196
00:11:11,070 --> 00:11:14,910
maar die hun wel de reputatie
bezorgden dat ze konden genezen.

197
00:11:14,910 --> 00:11:18,330
Maar zij wist dat Jezus
niet een van hen was.

198
00:11:18,330 --> 00:11:22,890
Zij wist dat Zijn genezende
kracht echt was en van God kwam.

199
00:11:22,890 --> 00:11:26,730
Daar was ze zo sterk van overtuigd
dat God haar zou genezen,

200
00:11:26,730 --> 00:11:31,410
of Jezus het nu wist of niet, als
ze maar met Hem in aanraking kwam.

201
00:11:31,410 --> 00:11:36,030
Het idee dat er kracht van een heilige man
op je zou worden overgedragen wanneer je

202
00:11:36,030 --> 00:11:39,990
lichamelijk contact met hem had,
vindt zelfs enige rechtvaardiging in

203
00:11:39,990 --> 00:11:41,670
het Oude Testament.

204
00:11:41,670 --> 00:11:44,910
We kennen een geval in 2
Koningen, hoofdstuk 13,

205
00:11:44,910 --> 00:11:47,490
waarin een man in de strijd gedood was.

206
00:11:47,490 --> 00:11:51,990
Zijn vrienden wierpen hem in een grot om
zich snel van zijn lichaam te ontdoen,

207
00:11:51,990 --> 00:11:56,010
omdat de vijand eraan kwam en ze zijn
lichaam uit de weg wilden hebben.

208
00:11:56,010 --> 00:11:59,670
De grot waarin ze zijn lichaam
wierpen, bleek de plaats te zijn

209
00:11:59,670 --> 00:12:02,190
waar de profeet Elisa begraven was.

210
00:12:02,190 --> 00:12:05,430
Elisa bestond tegen die tijd
alleen nog uit beenderen.

211
00:12:05,430 --> 00:12:07,230
Zijn lichaam was vergaan.

212
00:12:07,230 --> 00:12:10,830
Maar de Bijbel zegt dat toen
het dode lichaam van deze man

213
00:12:10,830 --> 00:12:15,450
de beenderen van Elisa aanraakte,
het dode lichaam weer tot leven kwam.

214
00:12:15,450 --> 00:12:18,210
Niet dat van Elisa, maar
dat van de andere man.

215
00:12:18,210 --> 00:12:23,070
Elisa, de man van God door wie de
Heilige Geest zo krachtig had gewerkt,

216
00:12:23,070 --> 00:12:27,030
kon dus zelfs door aanraking met
zijn beenderen een dode opwekken,

217
00:12:27,030 --> 00:12:29,910
hoewel Elisa zich daar
beslist niet van bewust was.

218
00:12:29,910 --> 00:12:35,250
Dit was duidelijk een wonder dat God deed
in samenhang met Zijn boodschapper Elisa.

219
00:12:35,250 --> 00:12:40,230
God deed zulke dingen om te laten zien
dat deze mannen Zijn boodschappers waren.

220
00:12:40,230 --> 00:12:45,330
Zelfs nadat Elisa gestorven was, wilde
God Israël eraan herinneren dat Elisa

221
00:12:45,330 --> 00:12:47,310
Gods boodschapper was.

222
00:12:47,310 --> 00:12:50,310
Daarom deed God op deze manier een wonder.

223
00:12:50,310 --> 00:12:53,670
Het werd met Elisa in verband
gebracht doordat de man de beenderen

224
00:12:53,670 --> 00:12:55,470
van Elisa aanraakte.

225
00:12:55,470 --> 00:12:59,370
Dat verleende nog meer geloofwaardigheid
aan de woorden die Elisa tot

226
00:12:59,370 --> 00:13:00,870
hen had gepredikt.

227
00:13:00,870 --> 00:13:04,410
Jezus was Gods boodschapper,
en dat wist zij.

228
00:13:04,410 --> 00:13:09,930
Zij wist dat Gods genezende kracht door
Hem werkzaam was en dus aanwezig was.

229
00:13:09,930 --> 00:13:13,530
Ze dacht dat Jezus Zich daarvan
niet bewust hoefde te zijn.

230
00:13:13,530 --> 00:13:17,190
De beenderen van Elisa waren
zich er immers evenmin van bewust

231
00:13:17,190 --> 00:13:20,730
dat de dode man ze aanraakte
en weer tot leven kwam.

232
00:13:20,730 --> 00:13:25,890
Zo zou ook zij weer gezond kunnen worden
als ze de zoom van Jezus’ kleed aanraakte.

233
00:13:25,890 --> 00:13:30,210
Ze was er zeker van dat haar ziekte, die
de artsen niet hadden kunnen genezen,

234
00:13:30,210 --> 00:13:33,030
door de kracht van Jezus
verholpen zou worden.

235
00:13:33,030 --> 00:13:35,550
Dus raakte ze Hem in de menigte aan,

236
00:13:35,550 --> 00:13:39,090
en Jezus voelde onmiddellijk
dat er kracht van Hem uitging.

237
00:13:39,090 --> 00:13:41,730
De kracht van God was in Hem.

238
00:13:41,730 --> 00:13:45,750
Kennelijk was die zo in Hem aanwezig
dat Hij het kon voelen wanneer die

239
00:13:45,750 --> 00:13:47,550
kracht werkzaam was.

240
00:13:47,550 --> 00:13:51,570
Dit is opmerkelijk, want die kracht
werkte niet volgens Zijn wil.

241
00:13:51,570 --> 00:13:54,690
Jezus bezat de kracht van
God, maar Hij bepaalde niet

242
00:13:54,690 --> 00:13:58,170
wanneer de kracht van God
iemand wel of niet zou genezen.

243
00:13:58,170 --> 00:14:00,030
Dat was niet Jezus’ werk.

244
00:14:00,030 --> 00:14:01,590
Dat was het werk van de Vader.

245
00:14:01,590 --> 00:14:06,630
Deze vrouw werd genezen zonder dat
Jezus wist dat ze Hem had aangeraakt.

246
00:14:06,630 --> 00:14:10,290
Pas daarna wist Hij dat er
kracht van Hem was uitgegaan,

247
00:14:10,290 --> 00:14:13,770
en Hij zei dat haar
geloof haar had genezen.

248
00:14:13,770 --> 00:14:17,670
Wat Hij daarmee bedoelde, was
natuurlijk dat haar geloof in Hem

249
00:14:17,670 --> 00:14:21,750
ervoor had gezorgd dat zij
haar genezing van God ontving.

250
00:14:21,750 --> 00:14:25,650
Niet Jezus Zelf, maar de
Vader eerde haar geloof.

251
00:14:25,650 --> 00:14:29,310
Jezus ontdekte pas achteraf
dat het gebeurd was.

252
00:14:29,310 --> 00:14:33,570
Dit stemt overeen met alles wat
Jezus onderwees over Zijn verhouding

253
00:14:33,570 --> 00:14:35,010
tot de Vader.

254
00:14:35,010 --> 00:14:37,770
Hij was er namelijk niet
om Zijn eigen wil te doen,

255
00:14:37,770 --> 00:14:41,670
maar om te doen wat de Vader
deed, wat Hij de Vader zag doen,

256
00:14:41,670 --> 00:14:45,330
en om de woorden te spreken
die de Vader Hem gaf.

257
00:14:45,330 --> 00:14:48,330
Jezus was er niet om
Zijn Vader te vervangen.

258
00:14:48,330 --> 00:14:51,630
Hij was er om mensen
tot de Vader te brengen.

259
00:14:51,630 --> 00:14:56,850
Hij was er niet om Zijn eigen wil te
doen, maar om de wil van de Vader te doen.

260
00:14:56,850 --> 00:14:59,310
Hij zei in Johannes 14:

261
00:14:59,310 --> 00:15:03,750
Gelooft u niet dat Ik in de
Vader ben en de Vader in Mij is?

262
00:15:03,750 --> 00:15:08,970
De woorden die Ik tot u spreek, spreek
Ik niet uit Mijzelf, maar de Vader,

263
00:15:08,970 --> 00:15:11,970
Die in Mij blijft, Die doet de werken.

264
00:15:11,970 --> 00:15:15,990
We kunnen dus zien dat deze
vrouw dit door ervaring ontdekte.

265
00:15:15,990 --> 00:15:21,870
Jezus wist niet wie Hem had aangeraakt,
maar God wist het wel, en God genas haar.

266
00:15:21,870 --> 00:15:26,370
Jezus wist echter wel dat iemand
Hem had aangeraakt. Hij zei:

267
00:15:26,370 --> 00:15:28,530
Wie heeft Mij aangeraakt?

268
00:15:28,530 --> 00:15:31,770
Petrus vond dat blijkbaar
een nogal onredelijke vraag,

269
00:15:31,770 --> 00:15:35,970
omdat er kennelijk drommen mensen om
Hem heen stonden die Hem verdrongen,

270
00:15:35,970 --> 00:15:40,290
Hem aanraakten, tegen Hem
aan botsten, enzovoort.

271
00:15:40,290 --> 00:15:44,250
Dat gebeurde nogal vaak in
deze nauwe straten. Petrus zei:

272
00:15:44,250 --> 00:15:47,370
Hoe bedoelt U: ‘Wie heeft U aangeraakt?’

273
00:15:47,370 --> 00:15:49,230
Iedereen raakt U aan.

274
00:15:49,230 --> 00:15:50,610
Jezus zei:

275
00:15:50,610 --> 00:15:55,650
Jezus zei: Iemand heeft Mij aangeraakt,
want Ik heb gemerkt dat er kracht van

276
00:15:55,650 --> 00:15:57,450
Mij uitgegaan is.

277
00:15:57,450 --> 00:16:01,410
Slechts één persoon in de menigte
had Hem in geloof aangeraakt.

278
00:16:01,410 --> 00:16:05,310
Het is ook opmerkelijk, want de
vrouw had Hem niet eens aangeraakt.

279
00:16:05,310 --> 00:16:09,630
Ze had alleen Zijn kleed aangeraakt,
en toch voelde Hij die aanraking.

280
00:16:09,630 --> 00:16:14,250
Hij merkte niets van het gedrang, het
botsen en al die aanrakingen van andere

281
00:16:14,250 --> 00:16:19,530
mensen die geen geloof hadden, omdat er
niets van Hem uitging en in hen kwam.

282
00:16:19,530 --> 00:16:22,290
Ze zochten geen contact met Hem in geloof.

283
00:16:22,290 --> 00:16:25,830
Ze waren heel dicht bij Hem,
maar ze hadden geen geloof.

284
00:16:25,830 --> 00:16:29,010
Het doet me denken aan mensen
die heel vaak naar de kerk gaan,

285
00:16:29,010 --> 00:16:31,830
maar nooit enig geloof in Christus hebben.

286
00:16:31,830 --> 00:16:35,970
Ze staan in contact met Jezus, maar
er gaat nooit kracht van Hem uit

287
00:16:35,970 --> 00:16:41,130
om hen te genezen, hen te helpen, hen
beter te maken of hen te behouden,

288
00:16:41,130 --> 00:16:45,870
omdat ze niet in geloof hun hand
uitstrekken en Hem aanraken.

289
00:16:45,870 --> 00:16:49,650
Misschien leven ze hun hele
leven heel dicht bij Hem.

290
00:16:49,650 --> 00:16:53,490
Misschien hebben ze vaak contact met
Hem door het bezoeken van de kerk of

291
00:16:53,490 --> 00:16:54,510
wat dan ook.

292
00:16:54,510 --> 00:16:58,590
Maar als iemand geen geloof
heeft, ontvangt hij niets van God.

293
00:16:58,590 --> 00:17:03,090
Jakobus verwoordde het in
Jakobus, hoofdstuk 1, als volgt:

294
00:17:03,090 --> 00:17:07,830
Maar laat hij er in geloof om
vragen en daarbij niet twijfelen.

295
00:17:07,830 --> 00:17:11,610
Immers, wie twijfelt, lijkt
op een golf van de zee,

296
00:17:11,610 --> 00:17:15,990
die door de wind voortgestuwd
en op- en-neergeworpen wordt.

297
00:17:15,990 --> 00:17:19,950
Want zo iemand moet niet denken dat
hij iets ontvangen zal van de Heere.

298
00:17:19,950 --> 00:17:23,490
Met andere woorden, de
man die geen geloof heeft,

299
00:17:23,490 --> 00:17:27,150
moet niet verwachten dat hij
iets van de Heere zal ontvangen.

300
00:17:27,150 --> 00:17:29,970
Hier is dus een vrouw die geloof had.

301
00:17:29,970 --> 00:17:34,290
Haar geloof was op Christus
gericht. Ze raakte Hem aan.

302
00:17:34,290 --> 00:17:36,930
Hij genas haar duidelijk niet met opzet.

303
00:17:36,930 --> 00:17:41,190
Ze werd door God genezen
vanwege haar geloof in Christus.

304
00:17:41,190 --> 00:17:43,350
Dat is alles wat Jezus zei.

305
00:17:43,350 --> 00:17:47,250
Jezus zei niet: „Ik heb
je genezen.” Hij zei:

306
00:17:47,250 --> 00:17:52,890
Hij zei tegen haar: Heb goede moed,
dochter, uw geloof heeft u genezen;

307
00:17:52,890 --> 00:17:54,750
ga heen in vrede!

308
00:17:54,750 --> 00:17:59,310
Om precies te zijn: God genas haar
natuurlijk vanwege haar geloof,

309
00:17:59,310 --> 00:18:02,730
maar dat is nog steeds een andere
manier om hetzelfde te zeggen.

310
00:18:02,730 --> 00:18:07,290
En dus zei Hij haar dat ze in vrede
moest gaan, en dat deed ze inderdaad.

311
00:18:07,290 --> 00:18:11,610
Ze had een nieuw leven, nadat ze twaalf
jaar als het ware dood was geweest

312
00:18:11,610 --> 00:18:15,990
en van familie, vrienden en de
synagoge gescheiden was geweest.

313
00:18:15,990 --> 00:18:20,490
Toen deze vrouw wegging, vervolgde Jezus
Zijn tocht naar het huis van de man die

314
00:18:20,490 --> 00:18:22,830
een dochter had die hulp nodig had.

315
00:18:22,830 --> 00:18:26,850
Volgens de laatste berichten die
zij hadden ontvangen, was ze ziek.

316
00:18:26,850 --> 00:18:30,150
Maar in vers 49 van Lukas 8 staat:

317
00:18:30,150 --> 00:18:34,710
Terwijl Hij nog sprak, kwam er iemand van
het huis van het hoofd van de synagoge en

318
00:18:34,710 --> 00:18:39,870
zei tegen hem: Uw dochter is
gestorven; val de Meester niet lastig.

319
00:18:39,870 --> 00:18:45,630
Maar toen Jezus dat hoorde, antwoordde Hij
hem: Wees niet bevreesd, geloof alleen,

320
00:18:45,630 --> 00:18:47,670
en zij zal behouden worden.

321
00:18:47,670 --> 00:18:52,350
Dat wil zeggen: terwijl Hij sprak met
deze vrouw die aan bloedvloeiing leed,

322
00:18:52,350 --> 00:18:57,270
kwam er iemand uit het huis van de overste
van de synagoge, die tegen hem zei:

323
00:18:57,270 --> 00:18:59,250
Uw dochter is dood.

324
00:18:59,250 --> 00:19:00,810
Val de leraar niet lastig.

325
00:19:00,810 --> 00:19:04,290
Maar toen Jezus het
hoorde, antwoordde Hij hem:

326
00:19:04,290 --> 00:19:08,010
Wees niet bang. Geloof alleen,
dan zal ze weer beter worden.

327
00:19:08,010 --> 00:19:12,030
Er is iets aan deze korte woordenwisseling
wat mij altijd geraakt heeft

328
00:19:12,030 --> 00:19:16,410
als het gaat om Jezus’
medeleven en fijngevoeligheid.

329
00:19:16,410 --> 00:19:20,910
Deze overste van de synagoge had
een dochter die op sterven lag.

330
00:19:20,910 --> 00:19:26,490
Niets kon haar helpen, behalve misschien
Jezus, als hij Hem op tijd kon bereiken.

331
00:19:26,490 --> 00:19:29,190
En dus komt hij naar Jezus toe rennen en

332
00:19:29,190 --> 00:19:33,450
smeekt Hem om zijn dochter te komen
genezen voordat het te laat is.

333
00:19:33,450 --> 00:19:37,230
Jezus is onderweg en dan
wordt Hij opgehouden door deze

334
00:19:37,230 --> 00:19:39,870
zaak met de vrouw die
aan bloedvloeiing leed.

335
00:19:39,870 --> 00:19:43,530
Uiteindelijk staat Hij stil
en loopt Hij enkele seconden,

336
00:19:43,530 --> 00:19:46,710
of misschien enkele
minuten, vertraging op.

337
00:19:46,710 --> 00:19:51,690
Hij is bijna bij het huis van de man
en dan komt het bericht: „Te laat.

338
00:19:51,690 --> 00:19:53,250
Je hebt het niet gehaald.

339
00:19:53,250 --> 00:19:54,990
Je dochter is dood.

340
00:19:54,990 --> 00:19:58,530
Val Jezus niet langer
lastig. Laat Hem gaan.

341
00:19:58,530 --> 00:20:00,570
Nu is er geen hoop meer.”

342
00:20:00,570 --> 00:20:03,990
Wat moet de moed de overste van
de synagoge op dat moment in de

343
00:20:03,990 --> 00:20:05,610
schoenen zijn gezonken.

344
00:20:05,610 --> 00:20:07,770
Hij was bijna op tijd geweest.

345
00:20:07,770 --> 00:20:11,550
Zijn dochter had misschien nog geleefd
als hij iets eerder was geweest.

346
00:20:11,550 --> 00:20:15,570
Tegen alle hoop in had hij gehoopt
dat ze het misschien zou overleven,

347
00:20:15,570 --> 00:20:18,390
als hij Jezus maar op
tijd daar kon krijgen.

348
00:20:18,390 --> 00:20:23,130
Maar dan komt het bericht: „Nee,
het is te laat. Het is te laat.

349
00:20:23,130 --> 00:20:27,990
Je kunt haar net zo goed opgeven
en Jezus Zijn weg laten vervolgen.”

350
00:20:27,990 --> 00:20:32,430
Jezus wist natuurlijk onmiddellijk hoe
diep dit bericht deze man zou treffen.

351
00:20:32,430 --> 00:20:36,390
Jezus sprak niet met de boodschapper
en Hij wachtte niet tot de man iets

352
00:20:36,390 --> 00:20:37,650
tegen Hem zei.

353
00:20:37,650 --> 00:20:40,890
Hij keerde Zich eenvoudig
naar Jaïrus en zei:

354
00:20:40,890 --> 00:20:42,270
Wees niet bang.

355
00:20:42,270 --> 00:20:44,850
Laat me het je voorlezen. Hij zegt:

356
00:20:44,850 --> 00:20:47,970
Geloof alleen, dan zal
ze weer beter worden.

357
00:20:47,970 --> 00:20:51,990
Deze man had zojuist gezien hoe
een vrouw die alleen maar geloofde,

358
00:20:51,990 --> 00:20:56,910
door haar geloof genezen was: de
vrouw die aan bloedvloeiing leed.

359
00:20:56,910 --> 00:21:00,810
En nu zegt Jezus tegen hem:
„Je dochter is gestorven,

360
00:21:00,810 --> 00:21:04,050
maar geloof alleen en
ze zal genezen worden.

361
00:21:04,050 --> 00:21:05,790
Het komt goed met haar.”

362
00:21:05,790 --> 00:21:09,930
Toen Hij het huis binnenkwam, stond Hij
niemand toe mee naar binnen te gaan,

363
00:21:09,930 --> 00:21:13,530
behalve Petrus, Jakobus en Johannes.

364
00:21:13,530 --> 00:21:17,490
Deze drie mannen kregen vaak het
voorrecht om met Jezus mee te gaan

365
00:21:17,490 --> 00:21:21,030
naar plaatsen waar de andere
discipelen niet bij mochten zijn.

366
00:21:21,030 --> 00:21:26,550
Ze worden soms de binnenste kring
genoemd: Petrus, Jakobus en Johannes.

367
00:21:26,550 --> 00:21:31,470
Nadat Jezus was heengegaan, werden zij
de voornaamste leiders van de discipelen.

368
00:21:31,470 --> 00:21:36,450
Als onderdeel van hun opleiding liet Hij
hen meer dingen zien dan de anderen zagen.

369
00:21:36,450 --> 00:21:41,130
Hij had hen ook bij Zich op de berg der
verheerlijking en daar zagen ze dingen

370
00:21:41,130 --> 00:21:43,230
die de anderen niet zagen.

371
00:21:43,230 --> 00:21:48,330
Deze drie mannen en de ouders gingen de
kamer binnen waar het meisje dood lag.

372
00:21:48,330 --> 00:21:49,770
En er staat:

373
00:21:49,770 --> 00:21:53,850
Allen huilden luid en
bedreven rouw over haar.

374
00:21:53,850 --> 00:21:58,890
Hij zei: Huil niet; zij is niet
gestorven, maar zij slaapt.

375
00:21:58,890 --> 00:22:02,250
Dit waren beroepsrouwklagers
die waren ingehuurd.

376
00:22:02,250 --> 00:22:05,730
Ze hadden blijkbaar als gieren
rondgehangen terwijl ze ziek was

377
00:22:05,730 --> 00:22:08,190
en wachtten alleen maar tot ze stierf.

378
00:22:08,190 --> 00:22:12,330
Nu het bericht was gekomen dat ze
gestorven was, begonnen ze te rouwen,

379
00:22:12,330 --> 00:22:14,730
omdat ze daarvoor betaald zouden worden.

380
00:22:14,730 --> 00:22:18,090
Ze lachten Jezus allemaal
spottend uit toen Hij dat zei,

381
00:22:18,090 --> 00:22:20,130
omdat ze wisten dat ze dood was.

382
00:22:20,130 --> 00:22:24,930
Maar Jezus stuurde hen allemaal naar
buiten, nam haar bij de hand en riep:

383
00:22:24,930 --> 00:22:29,670
Maar toen Hij hen allen naar buiten
gestuurd had, pakte Hij haar hand en riep:

384
00:22:29,670 --> 00:22:31,110
Kind, sta op!

385
00:22:31,110 --> 00:22:32,790
In het Aramees is dat:

386
00:22:32,790 --> 00:22:38,190
En Hij pakte de hand van het kind
en zei tegen haar: Talitha, koemi!

387
00:22:38,190 --> 00:22:42,690
Dat is vertaald: Meisje
(Ik zeg je), sta op.

388
00:22:42,690 --> 00:22:45,870
Toen keerde haar geest terug
en ze stond onmiddellijk op.

389
00:22:45,870 --> 00:22:48,810
En Hij gaf opdracht haar
iets te eten te geven.

390
00:22:48,810 --> 00:22:52,770
Haar ouders waren verbijsterd, maar Hij
droeg hun op niemand te vertellen wat

391
00:22:52,770 --> 00:22:54,150
er gebeurd was.

392
00:22:54,150 --> 00:22:58,530
Toch lezen we in Mattheüs dat het
nieuws daarover zich overal verspreidde.

393
00:22:58,530 --> 00:23:02,070
Blijkbaar waren ze dus niet in staat
het nieuws voor zich te houden.

394
00:23:02,070 --> 00:23:04,590
Jezus wekt hier iemand uit de dood op.

395
00:23:04,590 --> 00:23:09,510
Dit is het eerste opgetekende geval
waarin Jezus iemand uit de dood opwekte:

396
00:23:09,510 --> 00:23:14,190
dit twaalfjarige meisje, dat
waarschijnlijk pas enkele ogenblikken of

397
00:23:14,190 --> 00:23:16,530
uren daarvoor gestorven was.

398
00:23:16,530 --> 00:23:20,190
Later wekte Hij nog een man
uit de dood op, Lazarus,

399
00:23:20,190 --> 00:23:25,770
en een jongen of jongeman die de enige
zoon was van een weduwe in de stad Naïn.

400
00:23:25,770 --> 00:23:29,430
We lezen drie keer dat Jezus
mensen uit de dood opwekte.

401
00:23:29,430 --> 00:23:31,950
Misschien heeft Hij dat veel vaker gedaan.

402
00:23:31,950 --> 00:23:34,770
De evangeliën vermelden
niet alles wat Hij deed,

403
00:23:34,770 --> 00:23:39,330
maar Jezus liet zien dat Hij de
macht had om de doden op te wekken.

404
00:23:39,330 --> 00:23:45,330
Bij één gelegenheid, in Johannes hoofdstuk
11, legde Hij het zo uit. Hij zei:

405
00:23:45,330 --> 00:23:50,250
Ik ben de Opstanding en het Leven;
wie in Mij gelooft, zal leven,

406
00:23:50,250 --> 00:23:54,630
ook al was hij gestorven, en
ieder die leeft en in Mij gelooft,

407
00:23:54,630 --> 00:23:57,210
zal niet sterven in eeuwigheid.

408
00:23:57,210 --> 00:24:00,450
Jezus is Degene Die de doden levend maakt.

409
00:24:00,450 --> 00:24:03,810
En de Bijbel leert dat ieder
mens geestelijk dood is,

410
00:24:03,810 --> 00:24:08,550
totdat hij tot Christus is gekomen
en dit leven van Hem heeft ontvangen.

411
00:24:08,550 --> 00:24:11,670
Wij worden geboren zoals
de Bijbel het zegt:

412
00:24:11,670 --> 00:24:14,551
Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt ,

413
00:24:14,551 --> 00:24:18,690
u die dood was door de
overtredingen en de zonden,

414
00:24:18,690 --> 00:24:24,150
Alleen Jezus is in staat ons geestelijk
op te wekken tot het leven van God en

415
00:24:24,150 --> 00:24:27,930
ons uit deze toestand van
dood in zonde te halen.

416
00:24:27,930 --> 00:24:31,050
Als je je leven niet aan
Christus hebt overgegeven,

417
00:24:31,050 --> 00:24:33,570
als je niet een van Zijn volgelingen bent,

418
00:24:33,570 --> 00:24:36,630
dan leert de Schrift dat
je geestelijk dood bent,

419
00:24:36,630 --> 00:24:39,930
hoewel je lichamelijk
en verstandelijk leeft.

420
00:24:39,930 --> 00:24:42,990
Geestelijk sta je niet
werkelijk in contact met God.

421
00:24:42,990 --> 00:24:44,910
Je bent in duisternis.

422
00:24:44,910 --> 00:24:47,490
Misschien beschouw je
jezelf als heel verlicht,

423
00:24:47,490 --> 00:24:50,430
maar de Bijbel zegt dat je dat niet bent.

424
00:24:50,430 --> 00:24:55,110
Als je je tot Christus wendt, als je
je geloof stelt in Hem Die voor jou

425
00:24:55,110 --> 00:24:59,250
gestorven en weer opgestaan
is, zal Hij je leven geven.

426
00:24:59,250 --> 00:25:03,990
Verbind jezelf aan Hem en volg
Hem al de dagen van je leven.

427
00:25:03,990 --> 00:25:05,310
We zullen hier nog meer over spreken.
