1
00:00:02,010 --> 00:00:05,490
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:05,490 --> 00:00:09,450
Jesaja was een stadsbewoner,
een inwoner van Jeruzalem,

3
00:00:09,450 --> 00:00:15,450
terwijl Micha op het platteland woonde,
in een dorp ongeveer 40 tot 48 kilometer

4
00:00:15,450 --> 00:00:17,490
ten zuidwesten van Jeruzalem.

5
00:00:17,490 --> 00:00:20,070
Dat dorp heette Moreset-Gath.

6
00:00:20,070 --> 00:00:22,590
Dat betekent het bezit van Gath.

7
00:00:22,590 --> 00:00:26,730
Het lag dicht bij de grens met
het gebied van de Filistijnen.

8
00:00:26,730 --> 00:00:29,370
Gath was natuurlijk een Filistijnse stad.

9
00:00:29,370 --> 00:00:34,530
Hij woonde dus aan de rand van Juda,
en toch had hij veel met Jesaja gemeen.

10
00:00:34,530 --> 00:00:38,730
We weten niet of hij op enige manier
door Jesaja beïnvloed was en bekend

11
00:00:38,730 --> 00:00:40,710
was met Jesaja's bediening.

12
00:00:40,710 --> 00:00:43,650
Het lijkt waarschijnlijk
dat dit het geval was.

13
00:00:43,650 --> 00:00:49,350
Micha's bediening strekte zich uit over
de regeringen van Jotham, Achaz en Hizkia.

14
00:00:49,350 --> 00:00:52,290
Dat is dezelfde periode
als die van Jesaja,

15
00:00:52,290 --> 00:00:56,430
behalve dat Jesaja zijn bediening
ook dateert vanaf de tijd van Uzzia,

16
00:00:56,430 --> 00:00:58,890
die één koning eerder regeerde.

17
00:00:58,890 --> 00:01:04,110
Dat betekent dat Jesaja tijdens de
regeringen van vier koningen profeteerde,

18
00:01:04,110 --> 00:01:07,230
terwijl Micha tijdens de
regeringen van de laatste drie van

19
00:01:07,230 --> 00:01:09,510
diezelfde vier profeteerde.

20
00:01:09,510 --> 00:01:12,450
Dat zou erop wijzen
dat Jesaja eerder begon

21
00:01:12,450 --> 00:01:16,290
en waarschijnlijk een oudere
profeet was, een oudere man.

22
00:01:16,290 --> 00:01:21,150
Er is veel reden om aan te nemen dat
Micha bekend was met Jesaja's profetie.

23
00:01:21,150 --> 00:01:23,670
Zoals we over enkele
ogenblikken zullen zien,

24
00:01:23,670 --> 00:01:27,810
zijn er veel overeenkomsten tussen
de manier waarop Micha graag een punt

25
00:01:27,810 --> 00:01:31,590
onder woorden bracht en de
manier waarop Jesaja dat deed.

26
00:01:31,590 --> 00:01:33,390
Wat de stijl van het boek betreft,

27
00:01:33,390 --> 00:01:37,290
is Micha geschreven alsof
het een rechtbankdrama is.

28
00:01:37,290 --> 00:01:40,110
God brengt beschuldigingen
in tegen Israël,

29
00:01:40,110 --> 00:01:42,690
allereerst tegen het
noordelijke koninkrijk,

30
00:01:42,690 --> 00:01:45,510
en vervolgens tegen Juda en Jeruzalem.

31
00:01:45,510 --> 00:01:49,170
Er wordt in het boek veel taal
uit de rechtszaal gebruikt.

32
00:01:49,170 --> 00:01:51,450
In vers 2 staat bijvoorbeeld:

33
00:01:51,450 --> 00:01:53,790
Luister, volken, allemaal!

34
00:01:53,790 --> 00:01:57,150
Sla er acht op, aarde, met al wat u bevat!

35
00:01:57,150 --> 00:02:03,150
En laat de Heere HEERE Getuige tegen u
zijn, de Heere, uit Zijn heilige tempel.

36
00:02:03,150 --> 00:02:07,590
De Heere gaat Zijn zaak tegen hen
aanvoeren, zoals we daar zien.

37
00:02:07,590 --> 00:02:11,970
Evenzo staat er in
hoofdstuk 6, in vers 1 en 2:

38
00:02:11,970 --> 00:02:17,550
Luister toch naar wat de HEERE zegt: Sta
op, roep de bergen ter verantwoording,

39
00:02:17,550 --> 00:02:20,130
laat de heuvels uw stem horen.

40
00:02:20,130 --> 00:02:24,630
Luister, bergen, naar de
rechtszaak van de HEERE, ook u,

41
00:02:24,630 --> 00:02:26,850
vaste fundamenten van de aarde.

42
00:02:26,850 --> 00:02:30,390
De HEERE heeft immers een
rechtszaak met Zijn volk,

43
00:02:30,390 --> 00:02:33,150
Hij voert een rechtszaak tegen Israël.

44
00:02:33,150 --> 00:02:36,270
We lezen dus dit soort
taal uit de rechtszaal.

45
00:02:36,270 --> 00:02:41,730
Ook vinden we in vers 3 van hoofdstuk
6 een verwijzing naar God Die het volk

46
00:02:41,730 --> 00:02:46,290
aanmoedigt of uitdaagt om tegen
Hem te getuigen, als ze dat kunnen,

47
00:02:46,290 --> 00:02:49,290
om een of andere fout bij Hem te vinden.

48
00:02:49,290 --> 00:02:51,270
Hij getuigt tegen hen.

49
00:02:51,270 --> 00:02:55,710
Het woord ‘getuigenis’ is duidelijk
een term die met een rechtszaal

50
00:02:55,710 --> 00:02:57,030
te maken heeft.

51
00:02:57,030 --> 00:03:02,310
In hoofdstuk 7, vers 9, ziet het
overblijfsel ernaar uit dat God het in het

52
00:03:02,310 --> 00:03:06,270
gelijk zal stellen na het
oordeel over de goddelozen.

53
00:03:06,270 --> 00:03:10,170
Ook de taal daar doet denken aan
een motief uit de rechtszaal.

54
00:03:10,170 --> 00:03:12,750
In vers 9 van hoofdstuk 7:

55
00:03:12,750 --> 00:03:17,251
Ik zal de toorn van de HEERE dragen
— want ik heb tegen Hem gezondigd —

56
00:03:17,251 --> 00:03:20,850
totdat Hij mijn rechtszaak
voert en mij recht verschaft.

57
00:03:20,850 --> 00:03:25,050
Hij zal mij uitleiden naar het licht,
ik zal Zijn gerechtigheid zien.

58
00:03:25,050 --> 00:03:28,410
Er zijn andere profeten die hebben
aangegeven dat God als het ware een

59
00:03:28,410 --> 00:03:30,510
rechtszaak tegen Israël had.

60
00:03:30,510 --> 00:03:34,290
De verschillende profeten hebben
Gods aanklacht tegen Israël

61
00:03:34,290 --> 00:03:37,710
op verschillende manieren
uitgelegd of uitgebeeld.

62
00:03:37,710 --> 00:03:42,390
Hosea bijvoorbeeld deed dat met zijn
huwelijk en zijn hernieuwde huwelijk

63
00:03:42,390 --> 00:03:44,610
met zijn overspelige vrouw.

64
00:03:44,610 --> 00:03:48,390
Daarmee wilde hij door een vergelijking
met menselijke verhoudingen laten zien

65
00:03:48,390 --> 00:03:53,790
hoe Israël God onrecht had aangedaan
en hoe Hij een geldige reden had om

66
00:03:53,790 --> 00:03:57,150
boos op hen te zijn, net zoals
een man die zou hebben als zijn

67
00:03:57,150 --> 00:03:59,250
vrouw overspel pleegde.

68
00:03:59,250 --> 00:04:02,070
Hier kiest Micha een andere benadering.

69
00:04:02,070 --> 00:04:05,670
Hij spreekt niet over
overspel, geestelijk overspel,

70
00:04:05,670 --> 00:04:10,530
maar hij spreekt meer als een man die een
rechtszaak tegen een andere man heeft.

71
00:04:10,530 --> 00:04:15,930
In dit geval is het God tegen Israël,
omdat zij Zijn wetten hebben overtreden.

72
00:04:15,930 --> 00:04:19,170
Dat is een motief dat door
het hele boek heen loopt.

73
00:04:19,170 --> 00:04:23,190
Ik zei al dat Micha mogelijk
door Jesaja beïnvloed was.

74
00:04:23,190 --> 00:04:27,870
Het lijkt iets minder waarschijnlijk dat
Jesaja door Micha beïnvloed zou zijn.

75
00:04:27,870 --> 00:04:30,690
Jesaja schreef veel meer dan Micha,

76
00:04:30,690 --> 00:04:34,170
tenminste voor zover het om
bewaard gebleven geschriften gaat.

77
00:04:34,170 --> 00:04:38,490
Omdat Jesaja iets eerder begon dan
Micha en waarschijnlijk ouder was,

78
00:04:38,490 --> 00:04:43,350
lijkt het waarschijnlijker dat Micha door
Jesaja beïnvloed zou zijn dan andersom.

79
00:04:43,350 --> 00:04:45,990
Al is het heel goed mogelijk
dat de Heilige Geest,

80
00:04:45,990 --> 00:04:48,570
toen Hij deze twee profeten inspireerde,

81
00:04:48,570 --> 00:04:53,970
hun heel vergelijkbare boodschappen en
zelfs heel vergelijkbare bewoordingen gaf,

82
00:04:53,970 --> 00:04:58,770
geheel onafhankelijk van de vraag of ze
zelfs maar van elkaars bestaan wisten.

83
00:04:58,770 --> 00:05:03,510
Maar het lijkt onwaarschijnlijk dat Micha,
een van de weinige profeten in Juda die

84
00:05:03,510 --> 00:05:08,070
God in die tijd trouw waren, niet
van Jesaja zou hebben geweten.

85
00:05:08,070 --> 00:05:10,950
Jesaja was niet alleen
een vooraanstaand profeet,

86
00:05:10,950 --> 00:05:15,150
maar ook een staatsman en een
familielid van de koning, enzovoort.

87
00:05:15,150 --> 00:05:18,870
Hoe iemand in die tijd in Juda
een profeet van de HEERE kon zijn

88
00:05:18,870 --> 00:05:23,130
zonder te weten van Jesaja, die een
bekende staatsman en profeet was,

89
00:05:23,130 --> 00:05:25,650
is volgens mij onvoorstelbaar.

90
00:05:25,650 --> 00:05:29,490
Het lijkt dus waarschijnlijk dat
Micha Jesaja had gelezen of hem

91
00:05:29,490 --> 00:05:31,170
had horen prediken.

92
00:05:31,170 --> 00:05:35,370
Onder inspiratie nam Micha
enkele van dezelfde thema's op en

93
00:05:35,370 --> 00:05:38,850
gebruikte hij veel van dezelfde
beelden die Jesaja gebruikte.

94
00:05:38,850 --> 00:05:43,230
Ik heb in het uitgedeelde materiaal een
lijst gemaakt van heel wat beelden die in

95
00:05:43,230 --> 00:05:47,250
Micha voorkomen, maar die
ook in Jesaja te vinden zijn.

96
00:05:47,250 --> 00:05:49,950
Bij de passages uit Jesaja die ik vermeld,

97
00:05:49,950 --> 00:05:53,910
heb ik meestal maar één voorbeeld
van zo'n beeld in Jesaja gegeven,

98
00:05:53,910 --> 00:05:58,050
hoewel de meeste van deze beelden
in Jesaja telkens terugkeren.

99
00:05:58,050 --> 00:06:03,270
Ik ben bij het begin van Micha begonnen
en heb het boek tot het einde doorgenomen.

100
00:06:03,270 --> 00:06:07,350
Daarbij heb ik tien verschillende
beelden opgesomd die in Jesaja niet

101
00:06:07,350 --> 00:06:10,470
ongebruikelijk zijn, maar
die Micha ook gebruikt.

102
00:06:10,470 --> 00:06:13,590
In Micha 1:9 zegt hij bijvoorbeeld:

103
00:06:13,590 --> 00:06:18,030
Want zijn wond is ongeneeslijk,
want zij reikt tot aan Juda,

104
00:06:18,030 --> 00:06:22,290
zij raakt tot aan de poort van
mijn volk, tot aan Jeruzalem!

105
00:06:22,290 --> 00:06:26,730
Dat wil zeggen: de wonden
van Israël zijn ongeneeslijk.

106
00:06:26,730 --> 00:06:31,470
Ook in hoofdstuk 6, vers 13,
staat over hetzelfde onderwerp:

107
00:06:31,470 --> 00:06:37,050
zal Ik u ook ziek maken, door u te treffen
en te verwoesten vanwege uw zonden.

108
00:06:37,050 --> 00:06:41,130
Jesaja was zijn profetie begonnen
met deze beschrijving van Israël,

109
00:06:41,130 --> 00:06:45,270
dat door de Heere geslagen en ziek
was, als een man die van top tot

110
00:06:45,270 --> 00:06:46,950
teen geslagen was:

111
00:06:46,950 --> 00:06:49,590
Waarom wilt u nog meer geslagen worden?

112
00:06:49,590 --> 00:06:52,470
U gaat gewoon door met uw afvalligheid.

113
00:06:52,470 --> 00:06:56,250
Heel het hoofd is ziek, en
heel het hart is afgemat.

114
00:06:56,250 --> 00:07:00,810
Vanaf de voetzool tot het hoofd
toe is er geen gezonde plek aan:

115
00:07:00,810 --> 00:07:06,810
wonden en striemen en gapende wonden,
niet uitgedrukt, niet verbonden,

116
00:07:06,810 --> 00:07:08,730
en niet met olie verzacht.

117
00:07:08,730 --> 00:07:13,530
Dat had te maken met het oordeel en de
tuchtiging die over Israël waren gekomen

118
00:07:13,530 --> 00:07:18,750
als gevolg van hun zonden en doordat
God hun vergold wat ze hadden gedaan.

119
00:07:18,750 --> 00:07:23,010
Het beeld van het volk dat door God
geoordeeld wordt als een persoon die

120
00:07:23,010 --> 00:07:27,690
gewond en ziek is, komt dus
bijvoorbeeld uit Jesaja hoofdstuk 1,

121
00:07:27,690 --> 00:07:29,850
vers 5 tot en met 6.

122
00:07:29,850 --> 00:07:32,550
En het komt een paar keer terug in Micha.

123
00:07:32,550 --> 00:07:35,490
In Micha 1:16 staat:

124
00:07:35,490 --> 00:07:41,790
Scheer uw haar af, ja, scheer u kaal
vanwege uw kinderen, die u lief zijn;

125
00:07:41,790 --> 00:07:47,250
maak u zo kaal als een gier, want zij
zijn bij u weggegaan in ballingschap.

126
00:07:47,250 --> 00:07:51,090
Deze verwijzing naar kaalheid
is een verwijzing naar rouw.

127
00:07:51,090 --> 00:07:54,210
Mensen schoren hun hoofd
wanneer ze in de rouw waren.

128
00:07:54,210 --> 00:07:59,970
Wanneer hij zegt: ‘Scheer je hoofd zo kaal
als dat van een adelaar’, bedoelt hij:

129
00:07:59,970 --> 00:08:02,430
zoals de Amerikaanse zeearend.

130
00:08:02,430 --> 00:08:05,610
[Vertalersnoot: de spreker licht
hier het Engelse ‘eagle’ toe.

131
00:08:05,610 --> 00:08:08,970
De HSV heeft op deze plaats ‘gier’.]

132
00:08:08,970 --> 00:08:12,690
Scheer al je haar af, want
er is veel om over te rouwen.

133
00:08:12,690 --> 00:08:14,910
Je kinderen gaan in ballingschap.

134
00:08:14,910 --> 00:08:18,750
Dus Micha heeft daar voor ogen dat
ze hun haar afscheren om te rouwen.

135
00:08:18,750 --> 00:08:24,870
In Jesaja hoofdstuk 3 worden de vrouwen
van Juda terechtgewezen om hun hoogmoed

136
00:08:24,870 --> 00:08:27,510
en om hun sieraden enzovoort.

137
00:08:27,510 --> 00:08:31,230
In Jesaja 3:24 zegt God:

138
00:08:31,230 --> 00:08:34,230
Dan zal er in plaats van
balsemgeur stank zijn,

139
00:08:34,230 --> 00:08:37,230
en er zal een touw zijn
in plaats van een gordel,

140
00:08:37,230 --> 00:08:42,150
kaalheid in plaats van haarvlechten, het
aandoen van een rouwgewaad in plaats van

141
00:08:42,150 --> 00:08:46,590
een pronkgewaad, een brandmerk
in plaats van schoonheid.

142
00:08:46,590 --> 00:08:50,610
Uw mannen zullen door het zwaard
vallen en uw helden in de strijd.

143
00:08:50,610 --> 00:08:52,770
Dus ook hier zullen ze rouwen.

144
00:08:52,770 --> 00:08:58,290
Ze zullen hun hoofd kaalscheren vanwege
de mensen die in de strijd zijn omgekomen.

145
00:08:58,290 --> 00:09:02,070
Hetzelfde beeld staat zowel
in Jesaja als in Micha.

146
00:09:02,070 --> 00:09:06,390
Het gebruik van de beelden van
duisternis en licht komt heel veel voor

147
00:09:06,390 --> 00:09:11,010
in Jesaja en andere profeten,
en Micha gebruikt ze ook.

148
00:09:11,010 --> 00:09:17,670
In hoofdstuk 3 bijvoorbeeld, in Micha 3:6,
staat over de valse profeten van Juda:

149
00:09:17,670 --> 00:09:22,410
Daarom zal het nacht voor u worden, zonder
visioen, het zal duister worden voor

150
00:09:22,410 --> 00:09:25,050
u, zonder waarzeggerij.

151
00:09:25,050 --> 00:09:30,690
De zon zal over deze profeten ondergaan
en de dag zal donker over hen worden.

152
00:09:30,690 --> 00:09:36,630
Het beeld dat het donker is en niet licht,
als voorstelling van onheil en rampspoed,

153
00:09:36,630 --> 00:09:40,650
tegenover positieve ervaringen
en zegeningen enzovoort,

154
00:09:40,650 --> 00:09:44,910
komen we tegen in Jesaja en
verschillende andere profeten.

155
00:09:44,910 --> 00:09:50,850
In Jesaja 13:10 zegt God met
betrekking tot de val van Babylon:

156
00:09:50,850 --> 00:09:55,950
Ja, de sterren aan de hemel en hun
sterrenbeelden zullen hun licht niet laten

157
00:09:55,950 --> 00:09:59,910
schijnen, de zon zal verduisterd
worden wanneer zij opkomt,

158
00:09:59,910 --> 00:10:03,090
en de maan zal haar licht
niet laten schijnen.

159
00:10:03,090 --> 00:10:03,930
Enzovoort.

160
00:10:03,930 --> 00:10:08,070
We zien ook op allerlei andere plaatsen
in de profeten vergelijkbare beelden.

161
00:10:08,070 --> 00:10:11,490
In Jesaja hoofdstuk 9, vers 2, staat:

162
00:10:11,490 --> 00:10:15,870
Het volk dat in duisternis
wandelt, zal een groot licht zien.

163
00:10:15,870 --> 00:10:18,930
Zij die wonen in het land
van de schaduw van de dood,

164
00:10:18,930 --> 00:10:21,270
over hen zal een licht schijnen.

165
00:10:21,270 --> 00:10:24,390
Dat verwijst naar het
licht van Jezus' onderwijs.

166
00:10:24,390 --> 00:10:28,170
Zo staat er ook in Micha
hoofdstuk 7, vers 8:

167
00:10:28,170 --> 00:10:32,130
Verblijd u niet over mij, mijn
vijandin, want als ik gevallen ben,

168
00:10:32,130 --> 00:10:36,690
zal ik weer opstaan, als ik in duisternis
zit, is de HEERE mij een licht.

169
00:10:36,690 --> 00:10:39,810
Dat klinkt als Jesaja 9:2 daar.

170
00:10:39,810 --> 00:10:43,890
Dat was in het geval van Jesaja natuurlijk
een verwijzing naar het onderwijs van

171
00:10:43,890 --> 00:10:45,630
Christus in Galilea.

172
00:10:45,630 --> 00:10:49,530
Dit gaat ook over het overblijfsel
dat licht van God ontvangt.

173
00:10:49,530 --> 00:10:52,710
Dus daarin komen Micha en Jesaja overeen.

174
00:10:52,710 --> 00:10:57,990
De opvallendste overeenkomst tussen Jesaja
en Micha staat in de passage in Micha

175
00:10:57,990 --> 00:11:01,230
hoofdstuk 4, vers 1 tot en met 3.

176
00:11:01,230 --> 00:11:06,330
Die lijkt bijna woord voor woord op
een vergelijkbare passage in Jesaja 2,

177
00:11:06,330 --> 00:11:08,310
vers 2 tot en met 4.

178
00:11:08,310 --> 00:11:11,250
Je zult het herkennen
wanneer we het lezen.

179
00:11:11,250 --> 00:11:13,110
Micha 4:1:

180
00:11:13,110 --> 00:11:17,370
Het zal echter in het laatste der dagen
geschieden dat de berg van het huis van de

181
00:11:17,370 --> 00:11:20,790
HEERE vast zal staan als
de hoogste van de bergen,

182
00:11:20,790 --> 00:11:23,970
en dat hij verheven zal
worden boven de heuvels,

183
00:11:23,970 --> 00:11:26,670
en dat de volken ernaartoe zullen stromen.

184
00:11:26,670 --> 00:11:30,270
Vele heidenvolken zullen
op weg gaan en zeggen: Kom,

185
00:11:30,270 --> 00:11:35,070
laten wij opgaan naar de berg van de
HEERE, naar het huis van de God van Jakob;

186
00:11:35,070 --> 00:11:38,010
dan zal Hij ons onderwijzen
aangaande Zijn wegen,

187
00:11:38,010 --> 00:11:39,930
en zullen wij Zijn paden bewandelen.

188
00:11:39,930 --> 00:11:45,390
Want uit Sion zal de wet uitgaan en
het woord van de HEERE uit Jeruzalem.

189
00:11:45,390 --> 00:11:50,490
Hij zal oordelen tussen vele volken
en machtige heidenvolken vonnissen,

190
00:11:50,490 --> 00:11:51,990
tot ver weg.

191
00:11:51,990 --> 00:11:55,590
Zij zullen hun zwaarden
omsmeden tot ploegscharen en hun

192
00:11:55,590 --> 00:11:57,570
speren tot snoeimessen.

193
00:11:57,570 --> 00:12:01,710
Geen volk zal tegen een ander
volk het zwaard opheffen.

194
00:12:01,710 --> 00:12:04,770
Oorlog voeren zullen zij niet meer leren.

195
00:12:04,770 --> 00:12:10,170
Deze passage lijkt sterk op Jesaja
hoofdstuk 2, vers 2 tot en met 4.

196
00:12:10,170 --> 00:12:13,350
Er zijn maar een paar
woorden anders gerangschikt.

197
00:12:13,350 --> 00:12:16,350
In sommige gevallen zijn
het zelfs dezelfde woorden,

198
00:12:16,350 --> 00:12:18,390
maar in een andere volgorde.

199
00:12:18,390 --> 00:12:23,490
Waarom de passages zo sterk op elkaar
lijken en toch die verschillen vertonen,

200
00:12:23,490 --> 00:12:24,930
is niet bekend.

201
00:12:24,930 --> 00:12:28,350
Het is moeilijk voor te
stellen dat Micha dit schreef

202
00:12:28,350 --> 00:12:31,050
zonder de passage van Jesaja te kennen.

203
00:12:31,050 --> 00:12:36,150
Toch heeft hij de passage van Jesaja
niet woord voor woord overgenomen.

204
00:12:36,150 --> 00:12:39,690
Het lijkt waarschijnlijk dat
hij en Jesaja grotendeels

205
00:12:39,690 --> 00:12:42,150
dezelfde openbaring hadden ontvangen.

206
00:12:42,150 --> 00:12:46,290
De overeenkomst is zo groot dat
het waarschijnlijk lijkt dat

207
00:12:46,290 --> 00:12:50,850
Micha al op de hoogte was van de
passage waarin Jesaja dit zei.

208
00:12:50,850 --> 00:12:54,570
Micha wilde het nog eens zeggen,
maar dan enigszins veranderd,

209
00:12:54,570 --> 00:12:56,190
in zijn eigen woorden.

210
00:12:56,190 --> 00:13:00,810
Het beeld van het volk als een vrouw
die weeën heeft en een kind baart,

211
00:13:00,810 --> 00:13:03,750
vinden we bij Micha en bij Jesaja.

212
00:13:03,750 --> 00:13:10,110
In Micha hoofdstuk 4, vers 9 en 10,
zegt de tweede helft van vers 9:

213
00:13:10,110 --> 00:13:12,990
Nu, waarom slaat u zo'n luid alarm?

214
00:13:12,990 --> 00:13:16,830
Is er geen Koning onder u?
Is uw Raadsman omgekomen,

215
00:13:16,830 --> 00:13:20,430
dat smart u aangegrepen heeft
als van een barende vrouw?

216
00:13:20,430 --> 00:13:25,350
Krimp ineen en schreeuw het uit,
dochter van Sion, als een barende vrouw,

217
00:13:25,350 --> 00:13:29,130
want nu moet u de stad uit
en in het open veld wonen.

218
00:13:29,130 --> 00:13:31,470
U zult tot in Babel komen.

219
00:13:31,470 --> 00:13:34,890
Daar zult u gered worden,
daar zal de HEERE u

220
00:13:34,890 --> 00:13:37,530
verlossen uit de hand van uw vijanden.

221
00:13:37,530 --> 00:13:42,870
Verderop, in hoofdstuk 5,
vers 3, zegt Micha 5:3:

222
00:13:42,870 --> 00:13:48,150
Daarom zal Hij hen overgeven tot de tijd
dat zij die baren zal, gebaard heeft.

223
00:13:48,150 --> 00:13:52,350
Dan zal de rest van Zijn broeders
zich bekeren, met de Israëlieten.

224
00:13:52,350 --> 00:13:56,070
Het beeld van het volk dat weeën
heeft en iets ter wereld brengt,

225
00:13:56,070 --> 00:14:02,070
waarbij wat er werkelijk geboren wordt de
gemeente is, komt uit Jesaja hoofdstuk 66,

226
00:14:02,070 --> 00:14:03,810
vanaf vers 7.

227
00:14:03,810 --> 00:14:06,750
Jesaja 66:7 zegt:

228
00:14:06,750 --> 00:14:09,690
Voordat zij weeën kreeg,
heeft zij gebaard.

229
00:14:09,690 --> 00:14:14,430
Nog voor een wee over haar kwam, heeft
zij een jongetje ter wereld gebracht.

230
00:14:14,430 --> 00:14:16,590
Wie heeft ooit zoiets gehoord?

231
00:14:16,590 --> 00:14:18,870
Wie heeft iets dergelijks gezien?

232
00:14:18,870 --> 00:14:21,930
Zou een land geboren
kunnen worden op één dag?

233
00:14:21,930 --> 00:14:24,990
Zou een volk geboren
kunnen worden in één keer?

234
00:14:24,990 --> 00:14:30,090
Maar Sion heeft nauwelijks weeën gekregen,
of zij heeft haar zonen al gebaard.

235
00:14:30,090 --> 00:14:33,210
Dit is het geestelijke volk, de gemeente.

236
00:14:33,210 --> 00:14:36,630
Zou Ík ontsluiting geven
en niet doen baren?

237
00:14:36,630 --> 00:14:37,830
zegt de HEERE.

238
00:14:37,830 --> 00:14:42,690
Of zou Ik, Die doe baren,
toesluiten? zegt uw God.

239
00:14:42,690 --> 00:14:44,250
En zo gaat het verder.

240
00:14:44,250 --> 00:14:47,730
Het punt hier is dat de
barensweeën van het volk Israël

241
00:14:47,730 --> 00:14:52,230
de geboorte van de gemeente, van een
geestelijk volk, zullen voortbrengen.

242
00:14:52,230 --> 00:14:56,850
Zowel Micha als Jesaja spreekt
er in die bewoordingen over.

243
00:14:56,850 --> 00:15:01,230
Jezus sprak ook over hetzelfde,
maar Hij spitste het verder toe.

244
00:15:01,230 --> 00:15:06,750
Hij en Zijn discipelen, het overblijfsel,
zouden daadwerkelijk in barensnood zijn.

245
00:15:06,750 --> 00:15:09,450
Maar als je Johannes hoofdstuk 16 opslaat,

246
00:15:09,450 --> 00:15:12,330
zou ik voorstellen bij
vers 20 te beginnen.

247
00:15:12,330 --> 00:15:14,670
Johannes 16:20:

248
00:15:14,670 --> 00:15:19,410
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u
dat u zult huilen en weeklagen,

249
00:15:19,410 --> 00:15:23,790
maar de wereld zal zich verblijden;
en u zult bedroefd zijn,

250
00:15:23,790 --> 00:15:26,910
maar uw droefheid zal
tot blijdschap worden.

251
00:15:26,910 --> 00:15:32,010
Wanneer een vrouw baart, heeft zij
droefheid, omdat haar tijd gekomen is,

252
00:15:32,010 --> 00:15:36,750
maar wanneer zij het kind gebaard heeft,
denkt zij niet meer aan de benauwdheid,

253
00:15:36,750 --> 00:15:40,710
vanwege de blijdschap dat een
mens ter wereld gekomen is.

254
00:15:40,710 --> 00:15:45,030
Ook u hebt dan nu wel droefheid,
maar Ik zal u weerzien,

255
00:15:45,030 --> 00:15:50,730
en uw hart zal zich verblijden, en
niemand zal uw blijdschap van u wegnemen.

256
00:15:50,730 --> 00:15:55,170
Dit verwijst naar het feit dat
Jezus, toen Hij zou sterven,

257
00:15:55,170 --> 00:15:58,890
Zelf door pijn heen zou gaan
als een vrouw die weeën heeft.

258
00:15:58,890 --> 00:16:03,210
En de discipelen zouden ook verdriet
hebben, als een vrouw die weeën heeft.

259
00:16:03,210 --> 00:16:06,090
Maar wanneer ze zouden zien
wat hieruit geboren werd,

260
00:16:06,090 --> 00:16:09,210
de gemeente die als gevolg
van deze pijn ontstond,

261
00:16:09,210 --> 00:16:12,090
zou er veel zijn om
zich over te verheugen.

262
00:16:12,090 --> 00:16:15,870
Hier wordt de beeldspraak
van Jesaja en Micha opgepakt

263
00:16:15,870 --> 00:16:19,650
en wordt op die manier over de
geboorte van de gemeente gesproken.

264
00:16:19,650 --> 00:16:23,070
Ook in Openbaring 12 vinden
we iets soortgelijks.

265
00:16:23,070 --> 00:16:27,990
Daar wordt in Openbaring 12:1 tot en
met 3 een vrouw gezien die zwanger is.

266
00:16:27,990 --> 00:16:31,770
De vrouw is kennelijk Israël, te
oordelen naar de symbolen die voor

267
00:16:31,770 --> 00:16:33,210
haar worden gebruikt.

268
00:16:33,210 --> 00:16:38,370
En er verscheen een groot teken in de
hemel: een vrouw, bekleed met de zon,

269
00:16:38,370 --> 00:16:43,290
en de maan was onder haar voeten en op
haar hoofd een kroon van twaalf sterren.

270
00:16:43,290 --> 00:16:49,170
En zij was zwanger en schreeuwde het uit
in barensnood en in haar pijn om te baren.

271
00:16:49,170 --> 00:16:51,750
En er verscheen een
ander teken in de hemel.

272
00:16:51,750 --> 00:16:57,270
En zie: een grote vuurrode draak
met zeven koppen en tien hoorns.

273
00:16:57,270 --> 00:16:59,970
En op zijn koppen zeven diademen.

274
00:16:59,970 --> 00:17:04,170
De twaalf sterren stellen de
twaalf stammen van Israël voor.

275
00:17:04,170 --> 00:17:11,490
Dan, in vers 5, Openbaring 12:5, baart
ze een mannelijk Kind, Dat Jezus is,

276
00:17:11,490 --> 00:17:14,430
En zij baarde een Zoon,
een mannelijk Kind,

277
00:17:14,430 --> 00:17:17,910
dat alle heidenvolken zal
hoeden met een ijzeren staf.

278
00:17:17,910 --> 00:17:21,450
En haar Kind werd weggerukt
naar God en naar Zijn troon.

279
00:17:21,450 --> 00:17:23,850
Dus het beeld van het volk dat weeën heeft

280
00:17:23,850 --> 00:17:29,130
om door de Messias en het tijdperk van de
gemeente de nieuwe orde voort te brengen,

281
00:17:29,130 --> 00:17:33,810
verschijnt voor het eerst in Jesaja,
maar is ook hier in Micha te vinden.

282
00:17:33,810 --> 00:17:36,930
Een ander beeld uit Jesaja
dat we in Micha vinden,

283
00:17:36,930 --> 00:17:39,990
is de vergelijking van de
Messias met een herder.

284
00:17:39,990 --> 00:17:44,190
Niet alle profeten spreken over de Messias
als iemand die op een herder lijkt,

285
00:17:44,190 --> 00:17:47,370
maar Micha doet dat wel, en Jesaja ook.

286
00:17:47,370 --> 00:17:50,910
In Micha 5:4 staat over de Messias:

287
00:17:50,910 --> 00:17:54,090
Hij zal staan en hen weiden
in de kracht van de HEERE,

288
00:17:54,090 --> 00:17:57,630
in de majesteit van de Naam
van de HEERE, Zijn God.

289
00:17:57,630 --> 00:18:03,330
Zij zullen veilig wonen, want nu zal Hij
groot zijn tot aan de einden van de aarde.

290
00:18:03,330 --> 00:18:04,110
Enzovoort.

291
00:18:04,110 --> 00:18:10,290
Deze beschrijving van de Messias Die
Zijn kudde weidt, lijkt op Jesaja 40:11.

292
00:18:10,290 --> 00:18:15,210
Jesaja 40:11 gaat ook over
de Messias. Daar staat:

293
00:18:15,210 --> 00:18:17,970
Als een herder zal Hij Zijn kudde weiden:

294
00:18:17,970 --> 00:18:22,890
Hij zal de lammetjes in Zijn armen
bijeenbrengen en in Zijn schoot dragen;

295
00:18:22,890 --> 00:18:25,770
de zogenden zal Hij zachtjes leiden.

296
00:18:25,770 --> 00:18:30,030
Het beeld van de Messias Die de
kudde weidt, komt uit Jesaja.

297
00:18:30,030 --> 00:18:31,890
Het staat ook in Micha.

298
00:18:31,890 --> 00:18:37,050
Ezechiël 34 spreekt ook over de Messias
als een herder Die de kudde weidt.

299
00:18:37,050 --> 00:18:42,510
Een andere plaats waar je dit in
Micha vindt, is hoofdstuk 7, vers 14,

300
00:18:42,510 --> 00:18:44,550
waar het over de Messias gaat.

301
00:18:44,550 --> 00:18:47,670
In Micha 7:14 staat:

302
00:18:47,670 --> 00:18:54,510
Weid Uw volk met Uw staf, de kudde van Uw
eigendom, die alleen in een woud woont,

303
00:18:54,510 --> 00:18:56,670
te midden van een vruchtbaar land.

304
00:18:56,670 --> 00:19:02,070
Laat hen weiden in Basan en Gilead,
als in de dagen van oude tijden af.

305
00:19:02,070 --> 00:19:04,710
En verderop in datzelfde vers:

306
00:19:04,710 --> 00:19:09,090
Laat ze in Basan en Gilead
grazen, zoals vroeger.

307
00:19:09,090 --> 00:19:15,090
Dus de Messias als Herder over Israël,
of over het overblijfsel van Israël,

308
00:19:15,090 --> 00:19:18,330
de kudde, komt hier een
paar keer ter sprake.

309
00:19:18,330 --> 00:19:21,870
Er zijn eigenlijk drie
messiaanse passages in Micha,

310
00:19:21,870 --> 00:19:26,070
en alle drie verwijzen ze naar de
gemeente als een kudde schapen.

311
00:19:26,070 --> 00:19:31,350
Twee ervan verwijzen er specifiek naar dat
de Messias als een herder van de kudde is.

312
00:19:31,350 --> 00:19:36,810
Iets anders in Micha dat je ook in
Jesaja vindt, is het gebruik van Assyrië.

313
00:19:36,810 --> 00:19:42,750
In de tijd van Micha en Jesaja was Assyrië
natuurlijk het overheersende heidense volk

314
00:19:42,750 --> 00:19:45,270
dat het noordelijke
koninkrijk zou vernietigen

315
00:19:45,270 --> 00:19:48,330
en het zuidelijke
koninkrijk zou bedreigen.

316
00:19:48,330 --> 00:19:53,610
Assyrië wordt gebruikt als een type of een
zinnebeeld van de heidense volken in het

317
00:19:53,610 --> 00:19:57,150
algemeen, van de heidenen in het algemeen.

318
00:19:57,150 --> 00:20:00,270
We zagen dat bijvoorbeeld in Jesaja 19.

319
00:20:00,270 --> 00:20:02,610
Je herinnert je dat waarschijnlijk wel.

320
00:20:02,610 --> 00:20:05,910
Het is een opvallende passage,
en we hebben er veel over

321
00:20:05,910 --> 00:20:07,950
gezegd toen we die behandelden.

322
00:20:07,950 --> 00:20:14,430
Maar in Jesaja hoofdstuk
19, vers 24 en 25, staat:

323
00:20:14,430 --> 00:20:19,950
Op die dag zal Israël de derde
zijn naast Egypte en Assyrië,

324
00:20:19,950 --> 00:20:22,410
een zegen in het midden van de aarde.

325
00:20:22,410 --> 00:20:26,790
Want de HEERE van de legermachten
zal hen zegenen met de woorden:

326
00:20:26,790 --> 00:20:32,490
Gezegend zij Mijn volk Egypte,
het werk van Mijn handen Assyrië,

327
00:20:32,490 --> 00:20:35,070
en Mijn eigendom Israël!

328
00:20:35,070 --> 00:20:39,930
Toen we dat bespraken, heb ik
gezegd dat Egypte en Assyrië werden

329
00:20:39,930 --> 00:20:43,350
gebruikt als zinnebeelden van
de heidenen in het algemeen.

330
00:20:43,350 --> 00:20:47,790
Vooral in dit geval van heidenen die
vijanden van Israël waren geweest,

331
00:20:47,790 --> 00:20:52,950
omdat Israël een tijd in slavernij in
Egypte had doorgebracht en het noordelijke

332
00:20:52,950 --> 00:20:57,570
koninkrijk door Assyrië was vernietigd,
en een groot deel van Juda ook.

333
00:20:57,570 --> 00:21:00,330
Daarom staan Assyrië en Egypte voor

334
00:21:00,330 --> 00:21:04,590
heidenen die in een vijandige
verhouding tot Israël hadden gestaan.

335
00:21:04,590 --> 00:21:09,630
Er zijn nog andere plaatsen in Jesaja
waar Assyrië op die manier wordt gebruikt.

336
00:21:09,630 --> 00:21:13,350
Micha gebruikt Assyrië kennelijk
ook op die manier als een type.

337
00:21:13,350 --> 00:21:19,710
In Micha 5:5, nadat er over de komst
van de Messias is gesproken, staat:

338
00:21:19,710 --> 00:21:21,510
Hij zal Vrede zijn.

339
00:21:21,510 --> 00:21:26,010
Wanneer Assur in ons land zal komen en
wanneer hij onze paleizen zal betreden,

340
00:21:26,010 --> 00:21:31,290
zullen wij tegen hem zeven herders doen
opstaan en acht vorsten uit de mensen.

341
00:21:31,290 --> 00:21:33,750
Nu is ‘Hij’ God.

342
00:21:33,750 --> 00:21:38,250
Het gaat hier heel duidelijk om de
bevrijding van Gods volk van hun vijanden.

343
00:21:38,250 --> 00:21:43,050
Maar het kan niet letterlijk de Assyriër
zijn, want in vers 2 tot en met 4

344
00:21:43,050 --> 00:21:45,030
wordt Jezus beschreven.

345
00:21:45,030 --> 00:21:49,890
In vers 2 werd Hij in Bethlehem
geboren, en in vers 4 weidt Hij Zijn

346
00:21:49,890 --> 00:21:51,990
schapen, de gemeente.

347
00:21:51,990 --> 00:21:55,230
Daarom kan de Assyriër niet
letterlijk Assyrië zijn,

348
00:21:55,230 --> 00:21:59,790
want nadat Jezus was gekomen,
waren er geen Assyriërs meer over.

349
00:21:59,790 --> 00:22:02,250
Ze waren een uitgestorven volk.

350
00:22:02,250 --> 00:22:05,670
Er waren Romeinen, en er
waren andere heidenen.

351
00:22:05,670 --> 00:22:08,550
Ik zou je willen voorhouden
dat de Assyriër in deze

352
00:22:08,550 --> 00:22:12,810
passages in Micha een verwijzing
is naar de vijanden van de gemeente

353
00:22:12,810 --> 00:22:16,590
of de heidenen in het
algemeen, de heidense wereld.

354
00:22:16,590 --> 00:22:20,310
Deze passages volgen immers op
de verwijzing naar de Messias

355
00:22:20,310 --> 00:22:22,830
Die komt en Zijn schapen weidt.

356
00:22:22,830 --> 00:22:26,910
En het gaat erom hoe God hen in het
gelijk zal stellen en de gemeente

357
00:22:26,910 --> 00:22:29,790
zal bewaren voor hun heidense vijanden.

358
00:22:29,790 --> 00:22:34,890
Het beeld van Israël als een onvruchtbare
wijngaard kennen we uit Jesaja,

359
00:22:34,890 --> 00:22:37,050
vooral uit Jesaja 5.

360
00:22:37,050 --> 00:22:42,390
Jesaja 5, vers 1 tot en met 7,
spreekt over de wijngaard van de Heere

361
00:22:42,390 --> 00:22:44,430
als Israël, en:

362
00:22:44,430 --> 00:22:47,190
Ik wil graag voor mijn Beminde zingen,

363
00:22:47,190 --> 00:22:50,430
een lied van mijn Geliefde
over Zijn wijngaard.

364
00:22:50,430 --> 00:22:54,090
Mijn Beminde had een wijngaard
op een vruchtbare heuvel.

365
00:22:54,090 --> 00:22:57,450
Hij spitte hem om en
zuiverde hem van stenen,

366
00:22:57,450 --> 00:23:00,450
Hij beplantte hem met edele wijnstokken.

367
00:23:00,450 --> 00:23:05,790
In het midden ervan bouwde Hij een toren,
en hakte ook een perskuip daarin uit.

368
00:23:05,790 --> 00:23:08,550
Hij verwachtte dat hij goede
druiven zou voortbrengen,

369
00:23:08,550 --> 00:23:11,130
maar hij bracht stinkende druiven voort.

370
00:23:11,130 --> 00:23:15,030
Nu dan, inwoners van
Jeruzalem en mannen van Juda,

371
00:23:15,030 --> 00:23:18,090
oordeel toch tussen Mij en Mijn wijngaard.

372
00:23:18,090 --> 00:23:22,110
Wat is er nog meer te doen aan Mijn
wijngaard, dan wat Ik eraan gedaan heb?

373
00:23:22,110 --> 00:23:25,170
Waarom heb Ik verwacht dat hij
goede druiven zou voortbrengen,

374
00:23:25,170 --> 00:23:28,050
terwijl hij slechts stinkende
druiven voortbracht?

375
00:23:28,050 --> 00:23:32,610
Nu dan, Ik wil u graag bekendmaken
wat Ik met Mijn wijngaard ga doen:

376
00:23:32,610 --> 00:23:36,450
Ik zal zijn omheining wegnemen,
zodat hij verwoest zal worden;

377
00:23:36,450 --> 00:23:40,590
Ik zal een bres slaan in zijn muur,
zodat hij vertrapt zal worden.

378
00:23:40,590 --> 00:23:42,750
Ik zal er een wildernis van maken.

379
00:23:42,750 --> 00:23:45,150
Hij zal niet gesnoeid
worden of geschoffeld,

380
00:23:45,150 --> 00:23:48,330
maar dorens en distels
zullen er opschieten.

381
00:23:48,330 --> 00:23:52,470
En Ik zal de wolken gebieden geen
regen erop te laten neerkomen.

382
00:23:52,470 --> 00:23:57,090
Want de wijngaard van de HEERE van de
legermachten is het huis van Israël,

383
00:23:57,090 --> 00:24:00,150
en de mannen van Juda
zijn Zijn lievelingsplant.

384
00:24:00,150 --> 00:24:05,370
Hij verwachtte goed bestuur, maar zie,
het werd bloedbestuur, gerechtigheid,

385
00:24:05,370 --> 00:24:07,650
maar zie, het werd geschreeuw.

386
00:24:07,650 --> 00:24:11,610
Hij gaf de wijngaard alle gunstige
omstandigheden om vrucht te dragen,

387
00:24:11,610 --> 00:24:13,470
maar dat gebeurde niet.

388
00:24:13,470 --> 00:24:17,970
Recht en gerechtigheid waren de vruchten
die Hij zocht, maar Hij kreeg ze niet.

389
00:24:17,970 --> 00:24:22,170
Micha gebruikt hetzelfde
beeld in Micha 7:1 en 2,

390
00:24:22,170 --> 00:24:25,350
of zinspeelt in elk geval
op een soortgelijk beeld.

391
00:24:25,350 --> 00:24:28,530
Micha 7:1 en 2 zegt:

392
00:24:28,530 --> 00:24:33,510
Wee mij, want het is mij vergaan als
na de inzameling van de zomervruchten,

393
00:24:33,510 --> 00:24:38,370
als na de nalezing van de wijnoogst:
er is geen tros om te eten.

394
00:24:38,370 --> 00:24:40,890
Mijn ziel verlangt naar vroege vijgen.

395
00:24:40,890 --> 00:24:45,390
Een goedertieren mens is verdwenen uit
het land en een oprechte onder de mensen

396
00:24:45,390 --> 00:24:46,650
is er niet.

397
00:24:46,650 --> 00:24:50,730
Zij loeren allen op bloed, zij
jagen op elkaar met een net.

398
00:24:50,730 --> 00:24:53,910
Let erop: hij is druiven
aan het verzamelen,

399
00:24:53,910 --> 00:24:56,670
op zoek naar rechtvaardige
mensen en trouwe mensen,

400
00:24:56,670 --> 00:24:58,350
maar hij kan ze niet vinden.

401
00:24:58,350 --> 00:25:01,650
Het is alsof er geen trossen
aan deze wijngaard hangen.

402
00:25:01,650 --> 00:25:05,850
Deze wijngaard brengt geen vrucht
voort, en de vrucht die hij zoekt,

403
00:25:05,850 --> 00:25:09,210
bestaat uit trouwe mensen
en oprechte mensen.

404
00:25:09,210 --> 00:25:14,070
Dit lijkt heel sterk op Jesaja's
gelijkenis van de wijngaard in Jesaja 5.

405
00:25:14,070 --> 00:25:17,250
In veel passages in Jesaja
zag je nog iets anders:

406
00:25:17,250 --> 00:25:20,790
hij spreekt vaak over de woestijn
die in een tuin wordt veranderd.

407
00:25:20,790 --> 00:25:24,750
Ik heb nu maar één passage gevonden,
maar ik herinner me dat we er heel wat

408
00:25:24,750 --> 00:25:27,150
tegenkwamen toen we het boek doornamen.

409
00:25:27,150 --> 00:25:31,200
En in die passages waarin hij dat
doet, en dat zijn er veel in Jesaja,

410
00:25:31,200 --> 00:25:35,190
spreekt hij vaak over de
goddelozen als doornstruiken en

411
00:25:35,190 --> 00:25:37,230
distels die verbrand zullen worden.

412
00:25:37,230 --> 00:25:39,150
De rechtvaardigen zijn als:

413
00:25:39,150 --> 00:25:43,230
om aangaande de treurenden van Sion te
beschikken dat hun gegeven zal worden

414
00:25:43,230 --> 00:25:47,790
sieraad in plaats van as,
vreugdeolie in plaats van rouw,

415
00:25:47,790 --> 00:25:50,910
een lofgewaad in plaats
van een benauwde geest,

416
00:25:50,910 --> 00:25:55,950
opdat zij genoemd worden eiken van de
gerechtigheid, een planting door de HEERE,

417
00:25:55,950 --> 00:25:57,570
om Hem te verheerlijken.

418
00:25:57,570 --> 00:26:01,410
Enzovoort, in tegenstelling
tot de doornstruiken en

419
00:26:01,410 --> 00:26:03,630
distels die geen vrucht dragen.

420
00:26:03,630 --> 00:26:08,250
Doornstruiken en distels zijn
waardeloos, onvruchtbaar onkruid,

421
00:26:08,250 --> 00:26:11,910
terwijl Zijn volk wordt vergeleken
met bomen die vrucht dragen.

422
00:26:11,910 --> 00:26:16,050
Ook Micha gebruikt minstens één
keer dit beeld van de goddelozen als

423
00:26:16,050 --> 00:26:18,390
doornstruiken en distels.

424
00:26:18,390 --> 00:26:22,530
In Micha 7:4 staat over de goddelozen:

425
00:26:22,530 --> 00:26:28,470
De beste van hen is als een doornstruik,
de oprechtste erger dan een doornhaag.

426
00:26:28,470 --> 00:26:32,850
De dag van uw wachters is
gekomen, de dag van uw vergelding.

427
00:26:32,850 --> 00:26:35,730
Nu zal er bij hen ontreddering zijn.

428
00:26:35,730 --> 00:26:39,870
Dus de vergelijking van de
goddelozen, zelfs de besten onder hen,

429
00:26:39,870 --> 00:26:44,730
met doornstruiken of distels lijkt
heel sterk op Jesaja's gebruik

430
00:26:44,730 --> 00:26:46,950
van soortgelijke beelden.

431
00:26:46,950 --> 00:26:50,490
Verder was er iets dat we bij het
doornemen van het boek Jesaja vaak

432
00:26:50,490 --> 00:26:54,570
tegenkwamen: het idee
van een nieuwe uittocht.

433
00:26:54,570 --> 00:26:59,370
God zou Zijn volk opnieuw bevrijden op
een manier die vergelijkbaar zou zijn

434
00:26:59,370 --> 00:27:02,130
met de uittocht in de tijd van Mozes.

435
00:27:02,130 --> 00:27:07,290
Maar de uittocht waarover Jesaja spreekt,
was natuurlijk een geestelijke uittocht.

436
00:27:07,290 --> 00:27:11,670
Het zou een bevrijding van Zijn volk
zijn uit de slavernij van de zonde,

437
00:27:11,670 --> 00:27:14,490
niet uit de slavernij van Egypte.

438
00:27:14,490 --> 00:27:19,290
We zagen dat bijvoorbeeld
in Jesaja 11, vers 15 en 16.

439
00:27:19,290 --> 00:27:22,710
Jesaja 11, vers 15 en 16:

440
00:27:22,710 --> 00:27:26,790
Dan zal de HEERE de inham van de
zee van Egypte met de ban slaan,

441
00:27:26,790 --> 00:27:31,770
en Hij zal Zijn hand opheffen tegen de
rivier de Eufraat door Zijn sterke wind.

442
00:27:31,770 --> 00:27:36,510
Hij zal haar uiteenslaan in zeven stromen,
en maken dat men er met zijn schoenen

443
00:27:36,510 --> 00:27:37,950
doorheen kan gaan.

444
00:27:37,950 --> 00:27:41,610
Er zal een gebaande weg zijn voor
het overblijfsel van Zijn volk,

445
00:27:41,610 --> 00:27:46,350
die overgebleven zal zijn in Assyrië,
zoals het met Israël gebeurde op de dag

446
00:27:46,350 --> 00:27:48,630
dat het wegtrok uit het land Egypte.

447
00:27:48,630 --> 00:27:53,190
Hij spreekt hier dus over een bevrijding
die Hij tot stand zal brengen en die zal

448
00:27:53,190 --> 00:27:57,150
lijken op de keer dat Hij hen uit
Egypte leidde, op de uittocht.

449
00:27:57,150 --> 00:28:03,030
Met andere woorden, Hij zegt dat het zal
zijn alsof Hij de rivier en haar zeven

450
00:28:03,030 --> 00:28:08,430
stromen slaat en drooglegt, zodat ze
met droge voeten kunnen oversteken.

451
00:28:08,430 --> 00:28:13,170
Precies de bewoordingen uit Exodus, dat
de Joden met droge voeten door de Rode

452
00:28:13,170 --> 00:28:15,150
Zee trokken, enzovoort.

453
00:28:15,150 --> 00:28:19,110
Maar hier gaat het natuurlijk in
geestelijke zin over de uittocht die

454
00:28:19,110 --> 00:28:23,070
Jezus door Zijn dood en opstanding
tot stand heeft gebracht.

455
00:28:23,070 --> 00:28:25,710
Micha gebruikt dezelfde beeldspraak.

456
00:28:25,710 --> 00:28:28,290
Jesaja gebruikt die trouwens vaak.

457
00:28:28,290 --> 00:28:33,390
Toen we Jesaja doornamen, hadden we vaak
gelegenheid om erop te wijzen hoe Jesaja

458
00:28:33,390 --> 00:28:36,450
ons behoud, dat wij als christenen kennen,

459
00:28:36,450 --> 00:28:39,810
vergeleek met de bevrijding
van de Joden uit Egypte.

460
00:28:39,810 --> 00:28:41,550
Micha doet hetzelfde.

461
00:28:41,550 --> 00:28:46,830
In Micha 7:15, waar hij het heeft over
het Koninkrijk van de Messias in het

462
00:28:46,830 --> 00:28:51,690
messiaanse tijdperk, het huidige
tijdperk zoals ik het begrijp, zegt hij:

463
00:28:51,690 --> 00:28:56,610
Als in de dagen toen u uit het land Egypte
trok, zal Ik het wonderen doen zien.

464
00:28:56,610 --> 00:29:01,110
Hij vergelijkt dit behoud door de
Messias dus met de dagen waarin Hij hen

465
00:29:01,110 --> 00:29:02,790
uit Egypte leidde.

466
00:29:02,790 --> 00:29:05,250
Evenzo zegt hij in vers 19:

467
00:29:05,250 --> 00:29:11,190
Hij zal Zich weer over ons ontfermen, Hij
zal onze ongerechtigheden vertrappen, ja,

468
00:29:11,190 --> 00:29:14,610
U zult al hun zonden werpen
in de diepten van de zee.

469
00:29:14,610 --> 00:29:19,050
Opnieuw, zoals Hij dat deed
toen Hij hen uit Egypte leidde.

470
00:29:19,050 --> 00:29:23,490
Met andere woorden, God zal deze
ontferming en bevrijding een

471
00:29:23,490 --> 00:29:25,410
tweede keer tot uitdrukking brengen.

472
00:29:25,410 --> 00:29:30,030
Bij de uittocht zorgde God ervoor dat de
Egyptische soldaten in de diepten van de

473
00:29:30,030 --> 00:29:31,590
zee werden geworpen.

474
00:29:31,590 --> 00:29:34,470
Zij waren degenen die werden onderworpen.

475
00:29:34,470 --> 00:29:38,790
De vijanden van de Joden ten tijde
van de uittocht waren de Egyptenaren.

476
00:29:38,790 --> 00:29:43,530
God onderwierp de Egyptenaren en wierp
hen in de diepten van de Rode Zee,

477
00:29:43,530 --> 00:29:45,090
en daar stierven ze.

478
00:29:45,090 --> 00:29:48,090
Maar de tweede uittocht
zal geestelijk zijn.

479
00:29:48,090 --> 00:29:50,250
Het zullen geen Egyptenaren zijn.

480
00:29:50,250 --> 00:29:54,930
Het zullen zelfs geen Assyriërs,
Babyloniërs of Romeinen zijn.

481
00:29:54,930 --> 00:29:57,570
Het zullen onze ongerechtigheden zijn.

482
00:29:57,570 --> 00:30:02,310
Dat vertelt ons opnieuw dat de tweede
uittocht, de geestelijke uittocht,

483
00:30:02,310 --> 00:30:07,410
een geestelijke is: een bevrijding
uit de slavernij van de zonde en niet

484
00:30:07,410 --> 00:30:09,510
uit menselijke onderdrukking.

485
00:30:09,510 --> 00:30:14,910
We vinden die beeldspraak van de uittocht
dus bij Micha, net zoals bij Jesaja.

486
00:30:14,910 --> 00:30:17,610
Dit zijn de voornaamste
dingen die ik heb gevonden.

487
00:30:17,610 --> 00:30:21,990
Ik heb ze opgediept toen ik Micha
opnieuw las en ze op een rij gezet,

488
00:30:21,990 --> 00:30:24,750
omdat ik dacht dat je
daar iets aan zou hebben.

489
00:30:24,750 --> 00:30:30,030
Er zijn andere thema's die we bij Jesaja
vinden en die ook bij Micha voorkomen.

490
00:30:30,030 --> 00:30:34,710
Maar die zijn wat algemener, het soort
dingen waar alle profeten over spreken,

491
00:30:34,710 --> 00:30:38,490
zoals klachten over de dronkenschap
van mensen, hun hoogmoed,

492
00:30:38,490 --> 00:30:41,250
hun afgoderij en dat soort dingen.

493
00:30:41,250 --> 00:30:44,910
Jesaja heeft daar veel van,
Micha heeft daar veel van,

494
00:30:44,910 --> 00:30:47,670
maar dat geldt ook voor
veel andere profeten.

495
00:30:47,670 --> 00:30:51,870
Ik probeerde vooral te wijzen op de
beelden die Jesaja bekend heeft gemaakt

496
00:30:51,870 --> 00:30:54,510
en die Micha blijkbaar
ook graag gebruikte,

497
00:30:54,510 --> 00:30:57,150
of hij nu door Jesaja
beïnvloed was of niet.

498
00:30:57,150 --> 00:30:59,850
Hij had duidelijk enkele
van dezelfde thema's,

499
00:30:59,850 --> 00:31:03,390
of manieren om thema's te
verwoorden, als Jesaja.

500
00:31:03,390 --> 00:31:06,990
Iets anders over de stijl van het
boek Micha waar ik op wil wijzen,

501
00:31:06,990 --> 00:31:10,950
is dat hij op een paar plaatsen
graag woordspelingen gebruikt.

502
00:31:10,950 --> 00:31:14,070
Woordspelingen met Hebreeuwse
woorden, natuurlijk.

503
00:31:14,070 --> 00:31:16,290
In het Engels komt dat niet zo naar voren,

504
00:31:16,290 --> 00:31:20,730
en daarom zou je het niet opmerken als
je alleen een Engelse vertaling leest.

505
00:31:20,730 --> 00:31:25,650
Maar in het Hebreeuws zijn er enkele
woorden waarmee hij graag speelt.

506
00:31:25,650 --> 00:31:28,170
Een daarvan is zijn eigen naam.

507
00:31:28,170 --> 00:31:32,310
De naam Micha betekent:
‘Wie is als Jehovah?’

508
00:31:32,310 --> 00:31:37,890
De naam Michaël, die duidelijk op Micha
lijkt, betekent: ‘Wie is als God?’

509
00:31:37,890 --> 00:31:39,930
Want El is God.

510
00:31:39,930 --> 00:31:46,530
Maar de A-H aan het einde van de Engelse
naam Micah is een verkorting van Jehovah.

511
00:31:46,530 --> 00:31:50,010
Michaël betekent dus: ‘Wie is als God?’

512
00:31:50,010 --> 00:31:53,550
Micha betekent: ‘Wie is als Jehovah?’

513
00:31:53,550 --> 00:31:57,930
En in hoofdstuk 7 van
Micha, vers 18, zegt hij:

514
00:31:57,930 --> 00:32:02,070
Wie is een God als U, Die
de ongerechtigheid vergeeft,

515
00:32:02,070 --> 00:32:06,810
Die voorbijgaat aan de overtreding van
het overblijfsel van Zijn eigendom?

516
00:32:06,810 --> 00:32:09,750
Hij zal niet voor eeuwig
vasthouden aan Zijn toorn,

517
00:32:09,750 --> 00:32:12,930
want Hij vindt vreugde
in goedertierenheid.

518
00:32:12,930 --> 00:32:16,950
In zekere zin is deze vraag nog een
onderdeel van het uittochtmotief

519
00:32:16,950 --> 00:32:18,330
dat hij gebruikt.

520
00:32:18,330 --> 00:32:23,370
Want toen de Joden uit Egypte kwamen en
ze het lied van Mozes zongen in Exodus

521
00:32:23,370 --> 00:32:29,550
hoofdstuk 15, luidde een gedeelte
van dat lied in Exodus 15:11:

522
00:32:29,550 --> 00:32:32,850
Wie is als U onder de goden, HEERE?

523
00:32:32,850 --> 00:32:38,070
Wie is als U, verheerlijkt in
heiligheid, ontzagwekkend in lofzangen,

524
00:32:38,070 --> 00:32:39,930
U Die wonderen doet?

525
00:32:39,930 --> 00:32:44,010
Daar wordt de retorische
vraag gesteld: wie is als God?

526
00:32:44,010 --> 00:32:46,230
Micha stelde dezelfde vraag:

527
00:32:46,230 --> 00:32:48,510
Wie is er een God zoals U?

528
00:32:48,510 --> 00:32:53,430
En dat is eigenlijk een woordspeling op
zijn eigen naam, want zijn naam betekent:

529
00:32:53,430 --> 00:32:55,590
‘Wie is als Jehovah?’

530
00:32:55,590 --> 00:32:59,670
Een andere plaats waar hij een
uitgebreide woordspeling gebruikt,

531
00:32:59,670 --> 00:33:04,350
vinden we in hoofdstuk
1, vers 10 tot en met 15.

532
00:33:04,350 --> 00:33:07,170
Hier staat een lijst met
verschillende steden.

533
00:33:07,170 --> 00:33:09,630
De meeste daarvan zijn ons onbekend.

534
00:33:09,630 --> 00:33:13,170
Het zijn allemaal steden in
Juda, en het gaat allemaal om

535
00:33:13,170 --> 00:33:17,550
steden die de Assyriërs onder
Sanherib in Juda zouden veroveren.

536
00:33:17,550 --> 00:33:19,770
Het zijn steden in Juda.

537
00:33:19,770 --> 00:33:23,670
Sanherib veroverde 46 steden in Juda.

538
00:33:23,670 --> 00:33:27,270
Ze worden hier niet allemaal
genoemd, maar sommige wel.

539
00:33:27,270 --> 00:33:31,350
Laat ik je de passage voorlezen,
vers 10 tot en met 15.

540
00:33:31,350 --> 00:33:34,770
Maak het niet bekend in Gath,
ween niet zo jammerlijk,

541
00:33:34,770 --> 00:33:37,890
wentel u in het stof in Beth-le-Afra.

542
00:33:37,890 --> 00:33:42,690
Trek voorbij, bewoonster van
Safir, in schandelijke naaktheid.

543
00:33:42,690 --> 00:33:48,030
De bewoonster van Zaänan gaat niet
naar buiten, rouw is in Beth-Haëzel;

544
00:33:48,030 --> 00:33:50,370
Hij neemt Zijn steun van u weg.

545
00:33:50,370 --> 00:33:54,030
Ja, de bewoonster van Maroth
is ziek vanwege het goede,

546
00:33:54,030 --> 00:33:58,890
want kwaad is afgedaald van de HEERE
tot aan de poort van Jeruzalem.

547
00:33:58,890 --> 00:34:02,910
Span de snelle paarden voor de
wagen, bewoonster van Lachis.

548
00:34:02,910 --> 00:34:06,390
Die is het begin van de zonde
voor de dochter van Sion,

549
00:34:06,390 --> 00:34:10,110
want in u zijn de overtredingen
van Israël gevonden.

550
00:34:10,110 --> 00:34:13,410
Geef daarom afscheidsgeschenken
aan Moreset-Gath.

551
00:34:13,410 --> 00:34:18,150
De huizen van Achzib blijken
onbetrouwbaar voor de koningen van Israël.

552
00:34:18,150 --> 00:34:22,110
Opnieuw breng Ik een bezetter
over u, bewoonster van Maresa.

553
00:34:22,110 --> 00:34:26,370
Hij zal komen tot aan Adullam,
de luister van Israël.

554
00:34:26,370 --> 00:34:32,130
Moreset-Gath, genoemd in vers 14, is
eigenlijk Micha's eigen woonplaats.

555
00:34:32,130 --> 00:34:33,930
Daar worden wij niet veel wijzer van.

556
00:34:33,930 --> 00:34:37,890
Het is heel duidelijk dat hij
onheil, of op zijn minst ellende,

557
00:34:37,890 --> 00:34:40,590
aankondigt over deze
steden die worden genoemd.

558
00:34:40,590 --> 00:34:45,330
Maar in het Hebreeuws zit er bij vrijwel
al die namen een woordspeling in.

559
00:34:45,330 --> 00:34:47,250
Ik heb het in de aantekeningen gezet,

560
00:34:47,250 --> 00:34:50,610
omdat ik niet verwachtte dat je
dit allemaal zou kunnen volgen en

561
00:34:50,610 --> 00:34:53,250
opschrijven alleen
doordat ik het vertelde.

562
00:34:53,250 --> 00:34:54,630
Maar Gath:

563
00:34:54,630 --> 00:34:56,490
Vertel het niet in Gat.

564
00:34:56,490 --> 00:35:00,870
Het woord Gath klinkt precies als
het Hebreeuwse woord voor vertellen.

565
00:35:00,870 --> 00:35:05,730
Sommigen zouden dit dus opvatten
als: ‘Vertel het niet in Vertelstad.’

566
00:35:05,730 --> 00:35:11,070
Beth-le-Afra betekent in het
Hebreeuws huis van stof. Dus hij zegt:

567
00:35:11,070 --> 00:35:13,950
Rol door het stof in het huis van stof.

568
00:35:13,950 --> 00:35:17,490
Zoals iemand die stof op zijn
hoofd gooit wanneer hij rouwt.

569
00:35:17,490 --> 00:35:21,030
Als je door het stof rolt,
rouw je nog veel sterker.

570
00:35:21,030 --> 00:35:24,090
Een beetje stof op je
hoofd gooien is één ding.

571
00:35:24,090 --> 00:35:28,110
Op de grond gaan liggen en je
erin wentelen is nog iets anders.

572
00:35:28,110 --> 00:35:33,210
Maar het gaat erom dat de naam van
deze stad huis van stof betekent.

573
00:35:33,210 --> 00:35:35,610
Daarom gebruikt hij die uitspraak:

574
00:35:35,610 --> 00:35:39,030
wentel u in het stof in Beth-le-Afra.

575
00:35:39,030 --> 00:35:40,950
Huis van stof.

576
00:35:40,950 --> 00:35:42,870
In vers 11 zegt hij:

577
00:35:42,870 --> 00:35:46,410
Trek naakt en beschaamd voorbij, Safir.

578
00:35:46,410 --> 00:35:51,870
Shaphir betekent aangenaam of mooi,
waarschijnlijk zoiets als goed gekleed,

579
00:35:51,870 --> 00:35:55,050
uitgedost en versierd, enzovoort.

580
00:35:55,050 --> 00:36:00,690
Maar in plaats van versierd en mooi te
zijn, verkeert Safir in naakte schande.

581
00:36:00,690 --> 00:36:04,770
Zanan klinkt als het Hebreeuwse
woord voor naar buiten komen.

582
00:36:04,770 --> 00:36:09,270
Het Hebreeuwse woord voor naar buiten
komen klinkt heel erg als de naam van deze

583
00:36:09,270 --> 00:36:12,330
stad, Zanan. Dus hij zegt:

584
00:36:12,330 --> 00:36:15,030
De inwoner van Zaänan
komt niet naar buiten.

585
00:36:15,030 --> 00:36:20,130
Beth-ezel betekent huis dat
dichtbij is, of buur, of nabij huis.

586
00:36:20,130 --> 00:36:23,130
Het heeft te maken met een
huis dat vlakbij staat.

587
00:36:23,130 --> 00:36:27,390
Dus het nabije huis, Beth-ezel,
zal worden weggenomen.

588
00:36:27,390 --> 00:36:31,050
Het zal niet meer dichtbij
zijn. Dat wordt hier bedoeld.

589
00:36:31,050 --> 00:36:33,570
[Vertalersnoot: de spreker
gebruikt hier de formulering

590
00:36:33,570 --> 00:36:36,270
‘Beth-ezel wordt van u weggenomen’.

591
00:36:36,270 --> 00:36:40,650
De HSV heeft: ‘Hij neemt
Zijn steun van u weg.’]

592
00:36:40,650 --> 00:36:42,090
In vers 12:

593
00:36:42,090 --> 00:36:45,630
Ja, de bewoonster van Maroth
is ziek vanwege het goede,

594
00:36:45,630 --> 00:36:50,310
want kwaad is afgedaald van de HEERE
tot aan de poort van Jeruzalem.

595
00:36:50,310 --> 00:36:53,790
De spreker bespreekt hier
het Engelse woord ‘pined’,

596
00:36:53,790 --> 00:36:58,050
dat in zijn vertaling staat
waar de HSV ‘is ziek’ heeft.

597
00:36:58,050 --> 00:37:03,150
Volgens hem betekent het onderliggende
Hebreeuwse woord letterlijk ‘was ziek’.

598
00:37:03,150 --> 00:37:07,530
Het woord Merath klinkt als
het Hebreeuwse woord Marah.

599
00:37:07,530 --> 00:37:11,850
Dat ken je waarschijnlijk wel, want
er was een plaats die Marah heette.

600
00:37:11,850 --> 00:37:15,030
Dat was de plaats waar de
Joden bitter water dronken en

601
00:37:15,030 --> 00:37:18,510
Mozes het zoet maakte door een
boom in het water te gooien,

602
00:37:18,510 --> 00:37:21,870
toen ze uit Egypte kwamen, in Exodus 15.

603
00:37:21,870 --> 00:37:25,770
De plaats werd Marah genoemd
omdat het bitter betekent.

604
00:37:25,770 --> 00:37:29,250
Maar je herinnert je misschien dat
van Mozes wordt gezegd dat hij bij

605
00:37:29,250 --> 00:37:33,030
Marah het bittere water genas
door die boom erin te gooien.

606
00:37:33,030 --> 00:37:37,470
En God beschreef Zichzelf daar
als de HEERE Die hen geneest.

607
00:37:37,470 --> 00:37:40,050
Marah heeft dus niet alleen
met bitterheid te maken,

608
00:37:40,050 --> 00:37:44,490
maar met een bitterheid die door ziekte
wordt veroorzaakt. Wanneer hier staat:

609
00:37:44,490 --> 00:37:48,930
‘De inwoner van Maroth was ziek’, dan is
dat een woordspeling op de klank van die

610
00:37:48,930 --> 00:37:54,630
naam, die lijkt op de naam Marah,
die ziek of bitter kan betekenen.

611
00:37:54,630 --> 00:37:56,310
In vers 13:

612
00:37:56,310 --> 00:38:00,570
Span de snelle paarden voor de
wagen, bewoonster van Lachis.

613
00:38:00,570 --> 00:38:04,230
Die is het begin van de zonde
voor de dochter van Sion,

614
00:38:04,230 --> 00:38:08,010
want in u zijn de overtredingen
van Israël gevonden.

615
00:38:08,010 --> 00:38:13,530
Lachis klinkt als de Hebreeuwse term voor
span, zoals een span paarden of rossen.

616
00:38:13,530 --> 00:38:19,050
Het Hebreeuwse woord voor rossen of
een span paarden klinkt als Lachis.

617
00:38:19,050 --> 00:38:20,670
Daarom zegt hij:

618
00:38:20,670 --> 00:38:24,870
Span de snelle paarden voor de
wagen, bewoonster van Lachis.

619
00:38:24,870 --> 00:38:28,110
alsof ze ten strijde moeten
trekken om zich te verdedigen.

620
00:38:28,110 --> 00:38:31,410
Maar de gedachte is natuurlijk
dat ze zullen verliezen.

621
00:38:31,410 --> 00:38:32,970
Vers 14:

622
00:38:32,970 --> 00:38:35,390
Geef geschenken aan Moreset-Gat.

623
00:38:35,390 --> 00:38:40,110
Moresheth Gath betekent bezit van Gath.

624
00:38:40,110 --> 00:38:44,490
Geef dus geschenken aan het bezit,
of de aanwezigheid, van Gath.

625
00:38:44,490 --> 00:38:48,090
Achzib betekent bedrog of een leugen.

626
00:38:48,090 --> 00:38:49,470
Vers 15:

627
00:38:49,470 --> 00:38:54,090
Opnieuw breng Ik een bezetter
over u, bewoonster van Maresa.

628
00:38:54,090 --> 00:38:58,290
Hij zal komen tot aan Adullam,
de luister van Israël.

629
00:38:58,290 --> 00:39:01,650
Mereshah betekent
erfenis in het Hebreeuws.

630
00:39:01,650 --> 00:39:04,830
Er wordt dus een erfgenaam
naar de erfenis gebracht.

631
00:39:04,830 --> 00:39:09,990
[Vertalersnoot: de spreker leest hier
‘erfgenaam’, waar de HSV ‘bezetter’ heeft.

632
00:39:09,990 --> 00:39:12,690
Daarop berust deze woordspeling.]

633
00:39:12,690 --> 00:39:18,690
Die erfgenaam zou de Assyriër zijn die
het zal veroveren en verkrijgen en erven.

634
00:39:18,690 --> 00:39:23,790
Maar de veroveraar een erfgenaam noemen is
een woordspeling op het feit dat de naam

635
00:39:23,790 --> 00:39:26,310
van de stad een erfenis betekent.

636
00:39:26,310 --> 00:39:29,790
Een erfgenaam is iemand
die een erfenis ontvangt.

637
00:39:29,790 --> 00:39:34,350
Dit zijn de voornaamste woordspelingen
die in deze passage voorkomen.

638
00:39:34,350 --> 00:39:38,490
Ze gaan volledig verloren voor
Engelstalige mensen die een Engelse Bijbel

639
00:39:38,490 --> 00:39:41,730
lezen, maar de oorspronkelijke
Hebreeuwse luisteraars

640
00:39:41,730 --> 00:39:43,890
zouden ze natuurlijk
onmiddellijk begrijpen.

641
00:39:43,890 --> 00:39:46,230
We hebben nog een paar
andere dingen te bespreken,

642
00:39:46,230 --> 00:39:52,110
en daarna wil ik het boek Micha vers voor
vers doornemen, maar niet heel uitvoerig.

643
00:39:52,110 --> 00:39:54,870
Wat de betekenis van
het boek Micha betreft:

644
00:39:54,870 --> 00:39:58,530
hoewel het een klein boek is en
we het een kleine profeet noemen,

645
00:39:58,530 --> 00:40:02,910
heeft het eigenlijk behoorlijk wat invloed
gehad op andere gedeelten van de Schrift.

646
00:40:02,910 --> 00:40:08,130
We lezen bijvoorbeeld in Jeremia
26:18 dat de mensen van Juda zich

647
00:40:08,130 --> 00:40:11,550
honderd jaar na de tijd van
Micha zijn profetie herinnerden

648
00:40:11,550 --> 00:40:13,590
en die zelfs konden citeren.

649
00:40:13,590 --> 00:40:18,270
Dat deden ze toen Jeremia vervolgd
werd en sommigen hem wilden doden.

650
00:40:18,270 --> 00:40:20,970
Enkele van zijn medestanders
kwamen hem te hulp

651
00:40:20,970 --> 00:40:24,750
en citeerden Micha om Jeremia
in feite te verdedigen.

652
00:40:24,750 --> 00:40:31,590
Het gedeelte in Jeremia staat in
Jeremia 26, vanaf vers 17. Er staat:

653
00:40:31,590 --> 00:40:34,650
Ook stonden er mannen op
uit de oudsten van het land.

654
00:40:34,650 --> 00:40:40,050
Zij zeiden tegen heel het verzamelde volk:
Micha uit Moreset heeft in de dagen van

655
00:40:40,050 --> 00:40:43,590
Hizkia, koning van Juda, geprofeteerd.

656
00:40:43,590 --> 00:40:48,990
Hij zei tegen heel het volk van Juda:
Zo zegt de HEERE van de legermachten:

657
00:40:48,990 --> 00:40:51,690
Sion zal als een akker omgeploegd worden,

658
00:40:51,690 --> 00:40:57,270
Jeruzalem zal tot puinhopen worden en de
berg van dit huis tot hoogten in het woud.

659
00:40:57,270 --> 00:41:03,030
Hebben Hizkia, de koning van Juda, en
heel Juda hem ooit ter dood laten brengen?

660
00:41:03,030 --> 00:41:04,950
Vreesde hij niet de HEERE?

661
00:41:04,950 --> 00:41:08,370
Trachtte hij niet het aangezicht
van de HEERE gunstig te stemmen,

662
00:41:08,370 --> 00:41:13,410
zodat het de HEERE berouwde over het
kwaad dat Hij over hen uitgesproken had?

663
00:41:13,410 --> 00:41:16,230
Wij zijn bezig onszelf een
groot kwaad aan te doen!

664
00:41:16,230 --> 00:41:19,590
Ze voeren aan dat ze Jeremia
niet ter dood moeten brengen,

665
00:41:19,590 --> 00:41:23,730
want Micha zei tenslotte
soortgelijke dingen als Jeremia.

666
00:41:23,730 --> 00:41:26,550
Micha zei die tijdens
de regering van Hizkia,

667
00:41:26,550 --> 00:41:29,430
en Hizkia heeft hem
niet ter dood gebracht.

668
00:41:29,430 --> 00:41:32,310
Waarom zouden wij deze
man dan ter dood brengen?

669
00:41:32,310 --> 00:41:34,170
Dat is in feite wat ze zeggen.

670
00:41:34,170 --> 00:41:37,170
Maar dit was honderd jaar
na de tijd van Micha.

671
00:41:37,170 --> 00:41:41,610
Jeremia leefde een eeuw later, en toch
waren de woorden van Micha zo bekend

672
00:41:41,610 --> 00:41:45,570
bij de mensen dat ze die zomaar
uit hun hoofd konden citeren.

673
00:41:45,570 --> 00:41:48,930
Ze citeerden Micha hoofdstuk 3, vers 12.

674
00:41:48,930 --> 00:41:53,490
Dus hoewel het een klein boek is, was het
zelfs een eeuw na zijn tijd nog een bekend

675
00:41:53,490 --> 00:41:55,230
boek onder de Joden.

676
00:41:55,230 --> 00:41:58,530
Zelfs in een tijd waarin de
Joden behoorlijk afvallig waren,

677
00:41:58,530 --> 00:42:02,310
waren er nog mensen die zich de
profetie van Micha herinnerden.

678
00:42:02,310 --> 00:42:07,230
Ik heb al gewezen op de manier waarop
Micha hoofdstuk 4, vers 1 tot en met 3,

679
00:42:07,230 --> 00:42:09,510
lijkt op Jesaja hoofdstuk 2.

680
00:42:09,510 --> 00:42:12,690
Ik zei dat Micha waarschijnlijk
bekend was met Jesaja.

681
00:42:12,690 --> 00:42:17,370
Het is mogelijk dat Jesaja bekend was met
Micha en dat de invloed andersom werkte,

682
00:42:17,370 --> 00:42:19,290
maar dat lijkt niet waarschijnlijk.

683
00:42:19,290 --> 00:42:23,250
Jesaja heeft dit gedeelte bijvoorbeeld
in zijn vroegste hoofdstukken staan,

684
00:42:23,250 --> 00:42:27,090
die mogelijk tijdens de regering
van Uzzia zijn geschreven.

685
00:42:27,090 --> 00:42:30,690
Micha profeteerde nog niet
tijdens de regering van Uzzia.

686
00:42:30,690 --> 00:42:36,270
Je herinnert je misschien dat Jesaja 6,
vers 1, spreekt over de dood van Uzzia.

687
00:42:36,270 --> 00:42:41,010
Dat doet vermoeden dat de inhoud van
de eerste vijf hoofdstukken van Jesaja

688
00:42:41,010 --> 00:42:43,950
vóór de dood van Uzzia
geschreven kan zijn.

689
00:42:43,950 --> 00:42:48,330
Dat is precies waar dit gedeelte in
Jesaja staat, in de vroegste hoofdstukken.

690
00:42:48,330 --> 00:42:52,710
Dus aangezien Micha nog niet profeteerde
tijdens de regering van Uzzia,

691
00:42:52,710 --> 00:42:56,430
maar pas tijdens de regering
van de volgende koning, Jotham,

692
00:42:56,430 --> 00:42:58,650
was Jesaja waarschijnlijk eerder.

693
00:42:58,650 --> 00:43:04,170
Micha 5:2 is een van de meest
expliciete profetieën over de Messias.

694
00:43:04,170 --> 00:43:08,250
Er wordt specifiek vermeld dat Hij
in Bethlehem geboren zou worden,

695
00:43:08,250 --> 00:43:10,770
net als David, Zijn voorganger.

696
00:43:10,770 --> 00:43:16,710
Het wordt in Mattheüs 2:6 geciteerd door
de schriftgeleerden en overpriesters

697
00:43:16,710 --> 00:43:19,050
wanneer Herodes hen raadpleegt.

698
00:43:19,050 --> 00:43:21,632
Je herinnert je dat de wijzen
bij Herodes kwamen en zeiden:

699
00:43:21,632 --> 00:43:26,490
en zeiden: Waar is de Koning
van de Joden die geboren is?

700
00:43:26,490 --> 00:43:28,950
Want wij hebben Zijn
ster in het oosten gezien

701
00:43:28,950 --> 00:43:31,710
en zijn gekomen om Hem te aanbidden.

702
00:43:31,710 --> 00:43:35,550
Herodes raadpleegde de overpriesters
en de schriftgeleerden,

703
00:43:35,550 --> 00:43:39,750
en zij vertelden hem dat Hij in
Bethlehem geboren zou worden.

704
00:43:39,750 --> 00:43:43,350
Daarbij citeerden ze Micha 5:2.

705
00:43:43,350 --> 00:43:47,430
Dat was ongeveer zevenhonderd
jaar na de tijd van Micha.

706
00:43:47,430 --> 00:43:52,830
Dus opnieuw had zijn profetie nog steeds
invloed en was die nog steeds bekend.

707
00:43:52,830 --> 00:43:58,530
De Joden lazen Micha nog steeds,
zelfs zevenhonderd jaar na zijn tijd.

708
00:43:58,530 --> 00:44:01,770
Wat het boek Micha misschien
wel de meeste eer verleent,

709
00:44:01,770 --> 00:44:06,570
is dat Jezus uit het boek Micha citeerde,
al deed Hij dat op een manier die

710
00:44:06,570 --> 00:44:08,310
wat ongewoon lijkt.

711
00:44:08,310 --> 00:44:11,730
Hij citeerde Micha 7:6.

712
00:44:11,730 --> 00:44:14,490
In Micha 7:6 staat:

713
00:44:14,490 --> 00:44:19,350
Want de zoon maakt de vader te schande,
de dochter staat op tegen haar moeder,

714
00:44:19,350 --> 00:44:21,930
de schoondochter tegen haar schoonmoeder:

715
00:44:21,930 --> 00:44:25,230
iemands vijanden zijn
zijn eigen huisgenoten.

716
00:44:25,230 --> 00:44:28,170
Nu profeteert Micha daar helemaal niets.

717
00:44:28,170 --> 00:44:29,970
Hij beschrijft zijn eigen tijd.

718
00:44:29,970 --> 00:44:33,330
Hij beschrijft hoe verraderlijk
de mensen over het algemeen waren

719
00:44:33,330 --> 00:44:35,850
en hoe niemand te vertrouwen was.

720
00:44:35,850 --> 00:44:38,430
Zelfs familieleden verraadden elkaar.

721
00:44:38,430 --> 00:44:41,970
Toch citeerde Jezus daaruit
in Mattheüs hoofdstuk 10,

722
00:44:41,970 --> 00:44:44,850
toen Hij de twaalf met
een opdracht uitzond.

723
00:44:44,850 --> 00:44:49,110
Hij vertelde hun dat ze vervolgd
zouden worden en dat er vanwege Hem

724
00:44:49,110 --> 00:44:51,210
verdeeldheid zou ontstaan.

725
00:44:51,210 --> 00:44:55,170
Mensen van wie ze gedacht zouden
hebben dat die aan hun kant stonden,

726
00:44:55,170 --> 00:44:58,590
zouden tegen hen zijn, zelfs familieleden.

727
00:44:58,590 --> 00:45:04,350
Dus in Mattheüs 10, vers
35 en 36, zegt Jezus:

728
00:45:04,350 --> 00:45:08,610
Want Ik ben gekomen om tweedracht te
brengen tussen een man en zijn vader,

729
00:45:08,610 --> 00:45:10,770
en tussen een dochter en haar moeder,

730
00:45:10,770 --> 00:45:13,710
en tussen een schoondochter
en haar schoonmoeder;

731
00:45:13,710 --> 00:45:17,250
en iemands huisgenoten
zullen zijn vijanden zijn.

732
00:45:17,250 --> 00:45:22,830
Hij citeert in feite Micha, maar wat Hij
doet, is het in de toekomende tijd zetten.

733
00:45:22,830 --> 00:45:25,350
Micha zei het in de tegenwoordige tijd:

734
00:45:25,350 --> 00:45:29,130
De vijanden van een man
zijn zijn eigen huisgenoten.

735
00:45:29,130 --> 00:45:34,650
Micha zegt in feite dat het hele land zo
verraderlijk is, dat er geen trouw is.

736
00:45:34,650 --> 00:45:39,150
Slechts een paar verzen
eerder, in Micha 7:2, zei hij:

737
00:45:39,150 --> 00:45:42,990
Een goedertieren mens is verdwenen
uit het land en een oprechte

738
00:45:42,990 --> 00:45:44,790
onder de mensen is er niet.

739
00:45:44,790 --> 00:45:48,930
Zij loeren allen op bloed, zij
jagen op elkaar met een net.

740
00:45:48,930 --> 00:45:53,370
Er is geen loyaliteit, er is
geen samenhang binnen de familie.

741
00:45:53,370 --> 00:45:56,430
Familieleden zullen andere
familieleden verraden.

742
00:45:56,430 --> 00:46:00,270
Zo ging het eraan toe onder de
mensen in de dagen van Micha.

743
00:46:00,270 --> 00:46:04,290
Jezus vertelde Zijn discipelen dat zij
konden verwachten dat het voor hen ook zo

744
00:46:04,290 --> 00:46:08,190
zou zijn, wanneer ze voor Hem
uitkomen in een vijandige wereld.

745
00:46:08,190 --> 00:46:12,750
Dat stond in Mattheüs 10:35–36.

746
00:46:12,750 --> 00:46:15,450
Nu wil ik je graag een
overzicht van het boek geven,

747
00:46:15,450 --> 00:46:18,750
en daarna wil ik samen met
jullie het boek doornemen.

748
00:46:18,750 --> 00:46:23,790
Ik hoop het hele boek te lezen, al zal
ik niet bij elk vers commentaar geven.

749
00:46:23,790 --> 00:46:25,470
Het is niet erg lang.

750
00:46:25,470 --> 00:46:29,730
Maar laat me eerst vertellen hoe het
is opgebouwd, hoe het is ingedeeld.

751
00:46:29,730 --> 00:46:32,490
Er staan in wezen drie
profetieën in het boek,

752
00:46:32,490 --> 00:46:36,150
en elk daarvan eindigt met
het messiaanse tijdperk.

753
00:46:36,150 --> 00:46:38,430
Dat lijkt weer een beetje op Jesaja.

754
00:46:38,430 --> 00:46:41,850
Jesaja doorliep in zijn
profetie telkens een cyclus

755
00:46:41,850 --> 00:46:44,970
waarin hij sprak over Gods
klachten over het volk.

756
00:46:44,970 --> 00:46:48,690
Daarna sprak hij over het
oordeel dat over hen zou komen.

757
00:46:48,690 --> 00:46:52,770
Hij sprak erover dat een overblijfsel
van hen bewaard zou blijven,

758
00:46:52,770 --> 00:46:56,250
en van daaruit ging hij dan over op
een bespreking van het Koninkrijk

759
00:46:56,250 --> 00:46:57,690
van de Messias.

760
00:46:57,690 --> 00:47:02,310
Daarmee kwam het tot een hoogtepunt,
en later begon de cyclus weer opnieuw.

761
00:47:02,310 --> 00:47:04,950
Jesaja deed dit van tijd tot tijd.

762
00:47:04,950 --> 00:47:09,030
Zo zijn de profetieën van
Micha ook. Het zijn er drie.

763
00:47:09,030 --> 00:47:12,090
De eerste staat in hoofdstuk 1 en 2.

764
00:47:12,090 --> 00:47:16,170
De eerste profetie is
Micha hoofdstuk 1 en 2.

765
00:47:16,170 --> 00:47:19,710
De tweede is hoofdstuk 3 tot en met 5.

766
00:47:19,710 --> 00:47:24,510
Micha hoofdstuk 3, 4 en
5 is de tweede profetie.

767
00:47:24,510 --> 00:47:28,290
En de derde profetie is hoofdstuk 6 en 7.

768
00:47:28,290 --> 00:47:31,230
De reden waarom we dit
afzonderlijke profetieën noemen,

769
00:47:31,230 --> 00:47:36,480
is dat er op elk van die plaatsen,
hoofdstuk 1, hoofdstuk 3 en hoofdstuk 6,

770
00:47:36,480 --> 00:47:39,390
een nieuw begin is, iets nieuws.

771
00:47:39,390 --> 00:47:43,050
Hoofdstuk 1 is heel duidelijk
het begin van een profetie,

772
00:47:43,050 --> 00:47:46,350
het begin van het woord van
de HEERE dat tot Micha kwam.

773
00:47:46,350 --> 00:47:49,350
In hoofdstuk 3, vers 1 staat:

774
00:47:49,350 --> 00:47:55,410
Toen zei ik: Luister toch, hoofden van
Jakob en leiders van het huis van Israël,

775
00:47:55,410 --> 00:47:57,450
behoort u niet het recht te kennen?

776
00:47:57,450 --> 00:48:01,410
Vanaf hoofdstuk 1, vers
2 tot en met hoofdstuk 2,

777
00:48:01,410 --> 00:48:05,910
vers 13 heeft vrijwel alles
tussen aanhalingstekens gestaan.

778
00:48:05,910 --> 00:48:07,950
God is aan het woord geweest.

779
00:48:07,950 --> 00:48:12,690
Maar dan neemt in hoofdstuk 3, vers
1 de profeet het woord en zegt:

780
00:48:12,690 --> 00:48:17,010
En ik zei, alsof hij een nieuwe
godsspraak inleidt die hij bij een andere

781
00:48:17,010 --> 00:48:19,290
gelegenheid heeft uitgesproken.

782
00:48:19,290 --> 00:48:24,150
Daarmee is hoofdstuk 3, vers 1 het
begin van een andere godsspraak of

783
00:48:24,150 --> 00:48:25,950
een andere profetie.

784
00:48:25,950 --> 00:48:30,150
Die loopt zonder onderbreking
door tot en met hoofdstuk 5.

785
00:48:30,150 --> 00:48:35,010
Vervolgens zegt hoofdstuk 6,
waarmee de derde profetie begint:

786
00:48:35,010 --> 00:48:37,530
Luister toch naar wat de HEERE zegt:

787
00:48:37,530 --> 00:48:40,170
waarmee een andere godsspraak begint.

788
00:48:40,170 --> 00:48:43,350
We hebben dus drie
afzonderlijke godsspraken.

789
00:48:43,350 --> 00:48:48,150
Elk daarvan wordt op deze manier ingeleid,
door een onderbreking in de godsspraak,

790
00:48:48,150 --> 00:48:49,530
doordat hij zegt:

791
00:48:49,530 --> 00:48:51,450
En ik zei, of:

792
00:48:51,450 --> 00:48:53,670
De Heer zegt, of:

793
00:48:53,670 --> 00:48:57,030
Luister naar wat de Heer
zegt, of iets dergelijks.

794
00:48:57,030 --> 00:49:02,490
Maar na die paar uitspraken is het meestal
gewoon één lange godsspraak van God.

795
00:49:02,490 --> 00:49:07,470
Deze drie profetieën vormen samen een
logische voortgang in de gedachtegang.

796
00:49:07,470 --> 00:49:11,970
De eerste profetie is tegen
Israël, het noordelijke koninkrijk.

797
00:49:11,970 --> 00:49:16,050
De tweede is tegen Juda,
het zuidelijke koninkrijk.

798
00:49:16,050 --> 00:49:21,090
De derde is tegen Jeruzalem, de
hoofdstad van het zuidelijke koninkrijk.

799
00:49:21,090 --> 00:49:25,950
Het gaat dus van een godsspraak tegen
Israël naar een godsspraak tegen Juda,

800
00:49:25,950 --> 00:49:29,670
naar een godsspraak tegen de
hoofdstad van Juda, Jeruzalem.

801
00:49:29,670 --> 00:49:34,890
Het begint zoals Amos begint, door dingen
te profeteren tegen het verst verwijderde

802
00:49:34,890 --> 00:49:38,190
land en dan steeds
dichter bij huis te komen.

803
00:49:38,190 --> 00:49:40,050
Amos deed dit met Israël.

804
00:49:40,050 --> 00:49:45,150
Hij profeteerde tegen Moab en
Edom en de Filistijnen enzovoort,

805
00:49:45,150 --> 00:49:47,130
en vervolgens tegen Juda.

806
00:49:47,130 --> 00:49:52,230
En dan komt hij uiteindelijk bij
Israël zelf uit, zijn eigen volk.

807
00:49:52,230 --> 00:49:55,230
Zo begint Micha met
profeteren tegen Israël,

808
00:49:55,230 --> 00:50:00,090
dan tegen Juda en dan tegen
zijn eigen hoofdstad, Jeruzalem.

809
00:50:00,090 --> 00:50:04,050
Elk van deze profetieën geeft Gods
aanklacht tegen degenen tot wie

810
00:50:04,050 --> 00:50:05,430
Hij Zich richt.

811
00:50:05,430 --> 00:50:09,570
Gods aanklacht tegen Israël
wordt in hoofdstuk 1 en 2

812
00:50:09,570 --> 00:50:13,470
gevolgd door een korte verwijzing
naar het messiaanse tijdperk.

813
00:50:13,470 --> 00:50:17,010
De eerste profetie is
namelijk als volgt ingedeeld.

814
00:50:17,010 --> 00:50:22,470
Hoofdstuk 1, vers 1 tot en met 5 is
een inleidende aankondiging dat God van

815
00:50:22,470 --> 00:50:27,150
plan is Israël en Juda te oordelen,
hen voor het gerecht te brengen.

816
00:50:27,150 --> 00:50:32,370
Daarna vertelt hoofdstuk 1, vers 6
tot en met 16 hoe Assyrië door God

817
00:50:32,370 --> 00:50:34,770
gebruikt zal worden om
Samaria te verwoesten,

818
00:50:34,770 --> 00:50:37,620
dat is de hoofdstad van
het noordelijke koninkrijk,

819
00:50:37,620 --> 00:50:40,710
en om Juda in moeilijkheden te brengen.

820
00:50:40,710 --> 00:50:43,410
In hoofdstuk 2, vers 1 tot en met 5

821
00:50:43,410 --> 00:50:47,010
brengt God Zijn aanklacht in
tegen de leiders van Israël,

822
00:50:47,010 --> 00:50:50,910
het noordelijke koninkrijk,
en in vers 6 tot en met 11

823
00:50:50,910 --> 00:50:53,310
tegen de valse profeten van Israël.

824
00:50:53,310 --> 00:50:57,930
Hoofdstuk 2, vers 1 tot en met 5
is tegen de leiders van Israël,

825
00:50:57,930 --> 00:51:02,250
en vers 6 tot en met 11 tegen
de valse profeten van Israël.

826
00:51:02,250 --> 00:51:06,450
Dan geven de laatste twee verzen een
glimp van het messiaanse tijdperk,

827
00:51:06,450 --> 00:51:08,910
en daarmee wordt die
godsspraak afgesloten.

828
00:51:08,910 --> 00:51:14,130
Hoofdstuk 2, vers 12 tot en met 13
gaat over het Koninkrijk van de Messias

829
00:51:14,130 --> 00:51:16,650
en het herstel van het overblijfsel.

830
00:51:16,650 --> 00:51:20,130
Dan begint de tweede profetie,
en net als in de eerste

831
00:51:20,130 --> 00:51:24,270
richt hij zich eerst tot de leiders
en daarna tot de valse profeten,

832
00:51:24,270 --> 00:51:26,730
maar deze keer zijn het die van Juda.

833
00:51:26,730 --> 00:51:31,290
In hoofdstuk 3, vers 1 tot en met
4 brengt hij zijn aanklacht in

834
00:51:31,290 --> 00:51:34,650
tegen de leiders van
Juda, en in hoofdstuk 3,

835
00:51:34,650 --> 00:51:38,970
vers 5 tot en met 12 tegen
de valse profeten van Juda.

836
00:51:38,970 --> 00:51:43,170
Hij klaagt dus in deze
afzonderlijke godsspraken de leiders

837
00:51:43,170 --> 00:51:47,070
en de valse profeten van
Israël en van Juda aan.

838
00:51:47,070 --> 00:51:51,690
En zoals de eerste godsspraak eindigde
met een glimp van het messiaanse tijdperk,

839
00:51:51,690 --> 00:51:55,110
zo doet de tweede dat
ook in hoofdstuk 4 en 5.

840
00:51:55,110 --> 00:51:58,770
Een veel langere glimp,
twee hoofdstukken lang,

841
00:51:58,770 --> 00:52:02,130
gewijd aan een beschrijving van
het tijdperk van de Messias.

842
00:52:02,130 --> 00:52:07,710
Dan is de derde profetie tegen
Jeruzalem, en dat zijn hoofdstuk 6 en 7.

843
00:52:07,710 --> 00:52:10,950
In hoofdstuk 6, vers 1
tot en met hoofdstuk 7,

844
00:52:10,950 --> 00:52:15,030
vers 13 brengt hij zijn aanklacht
tegen Jeruzalem naar voren,

845
00:52:15,030 --> 00:52:17,850
datgene waarover hij ontstemd is.

846
00:52:17,850 --> 00:52:23,130
Daarna gaan de laatste verzen,
hoofdstuk 7, vers 14 tot en met 20,

847
00:52:23,130 --> 00:52:25,830
opnieuw over het messiaanse tijdperk.

848
00:52:25,830 --> 00:52:30,270
De profeet bidt om de komst van
dit tijdperk van de Messias.

849
00:52:30,270 --> 00:52:31,890
Zo verloopt de cyclus dus.

850
00:52:31,890 --> 00:52:37,290
De eerste twee hoofdstukken zijn
vóór 722 voor Christus geschreven.

851
00:52:37,290 --> 00:52:41,730
Dat weten we omdat hij voorspelt
wat Assyrië met Israël zal doen.

852
00:52:41,730 --> 00:52:48,210
Samaria, de hoofdstad van Israël,
werd in 722 door Assyrië verpletterd.

853
00:52:48,210 --> 00:52:51,150
Dus we weten dat die
eerste twee hoofdstukken

854
00:52:51,150 --> 00:52:53,130
vóór dat jaar zijn geschreven.

855
00:52:53,130 --> 00:52:56,430
De tweede profetie,
hoofdstuk 3 tot en met 5,

856
00:52:56,430 --> 00:53:02,550
is echter waarschijnlijk uitgesproken
na de val van Samaria in 722.

857
00:53:02,550 --> 00:53:05,910
We weten bijvoorbeeld dat die
profetie tijdens de regering van

858
00:53:05,910 --> 00:53:08,130
Hizkia werd uitgesproken.

859
00:53:08,130 --> 00:53:11,970
Maar dat kan vóór of na de
val van Samaria zijn geweest,

860
00:53:11,970 --> 00:53:15,450
want die vond plaats tijdens
de regering van Hizkia.

861
00:53:15,450 --> 00:53:18,870
Maar dat dit in het latere
deel van Hizkia's regering was,

862
00:53:18,870 --> 00:53:22,290
lijkt duidelijk uit het feit
dat Juda wordt aangesproken,

863
00:53:22,290 --> 00:53:25,350
terwijl het toch Jakob
en Israël wordt genoemd.

864
00:53:25,350 --> 00:53:30,210
Toen er nog twee koninkrijken waren,
was Israël onderscheiden van Juda.

865
00:53:30,210 --> 00:53:36,270
Maar toen het volk Israël, het noordelijke
koninkrijk, viel en alleen Juda overbleef,

866
00:53:36,270 --> 00:53:40,650
werd naast Juda en Jakob ook
de naam Israël voor dat ene

867
00:53:40,650 --> 00:53:43,110
overgebleven koninkrijk gebruikt.

868
00:53:43,110 --> 00:53:45,990
Het gebruik van de woorden Israël en Jakob

869
00:53:45,990 --> 00:53:49,830
om naar Juda te verwijzen
in hoofdstuk 3 tot en met 5,

870
00:53:49,830 --> 00:53:54,150
doet dus vermoeden dat deze hoofdstukken
zijn geschreven toen er geen

871
00:53:54,150 --> 00:53:57,030
noordelijk koninkrijk met
die naam meer bestond.

872
00:53:57,030 --> 00:54:00,690
Hoe weten we dat hoofdstuk
3 tot Juda was gericht?

873
00:54:00,690 --> 00:54:03,750
In vers 10 spreekt hij over degenen:

874
00:54:03,750 --> 00:54:08,250
die Sion bouwen met bloed
en Jeruzalem met onrecht.

875
00:54:08,250 --> 00:54:10,590
Sion is natuurlijk Jeruzalem.

876
00:54:10,590 --> 00:54:14,250
Hij heeft het dus over de mensen
die de stad Jeruzalem opbouwen.

877
00:54:14,250 --> 00:54:17,970
Dat zou beslist het zuidelijke
koninkrijk zijn dat dit deed.

878
00:54:17,970 --> 00:54:21,390
Hoe weten we dat dit tijdens
de regering van Hizkia was?

879
00:54:21,390 --> 00:54:27,390
Omdat we in Micha 3:12 het vers
hebben dat we zojuist in Jeremia

880
00:54:27,390 --> 00:54:29,670
26 geciteerd hebben gelezen.

881
00:54:29,670 --> 00:54:35,190
Je herinnert je dat de mensen die
Jeremia verdedigden in Jeremia 26

882
00:54:35,190 --> 00:54:38,910
Micha 3:12 aanhaalden en zeiden:

883
00:54:38,910 --> 00:54:44,550
Micha uit Moreset heeft in de dagen van
Hizkia, koning van Juda, geprofeteerd.

884
00:54:44,550 --> 00:54:48,510
Het boek Micha vertelt ons niet
dat dit in de dagen van Hizkia was,

885
00:54:48,510 --> 00:54:54,930
maar Jeremia 26:18 vertelt ons wel dat
dit tijdens de regering van Hizkia was.

886
00:54:54,930 --> 00:54:59,370
En de laatste profetie was
waarschijnlijk ook na de val van Samaria.

887
00:54:59,370 --> 00:55:00,990
We weten niet hoe laat.

888
00:55:00,990 --> 00:55:05,130
Het zal waarschijnlijk heel laat in
de dagen van Hizkia zijn geweest.

889
00:55:05,130 --> 00:55:08,130
Dat geeft je dus enig
idee van de datering.

890
00:55:08,130 --> 00:55:10,590
Nu wil ik het boek vluchtig doornemen.

891
00:55:10,590 --> 00:55:14,970
Ik zal niet op elk punt commentaar geven,
en op sommige punten die we zullen lezen,

892
00:55:14,970 --> 00:55:17,070
heb ik al wat commentaar gegeven.

893
00:55:17,070 --> 00:55:20,550
Maar er zijn enkele afzonderlijke
punten die ik wil bespreken,

894
00:55:20,550 --> 00:55:25,110
die niet aan bod kwamen onder een van de
onderwerpen die we hebben doorgenomen.

895
00:55:25,110 --> 00:55:27,090
Micha 1:1:

896
00:55:27,090 --> 00:55:32,490
Het woord van de HEERE dat kwam tot Micha
uit Moreset, in de dagen van Jotham,

897
00:55:32,490 --> 00:55:37,110
Achaz en Jehizkia, de koningen van
Juda, en dat hij gezien heeft over

898
00:55:37,110 --> 00:55:39,090
Samaria en Jeruzalem.

899
00:55:39,090 --> 00:55:43,230
Micha was een profeet van het
zuidelijke koninkrijk, zoals ik al zei,

900
00:55:43,230 --> 00:55:47,250
en het grootste deel van zijn
profetie is tegen Juda gericht.

901
00:55:47,250 --> 00:55:51,270
Maar die is ook gericht tegen
Samaria, het noordelijke koninkrijk.

902
00:55:51,270 --> 00:55:56,130
Terwijl Hosea en Amos hun profetieën bijna
volledig tegen het noordelijke koninkrijk

903
00:55:56,130 --> 00:56:01,350
richtten, profeteerde Micha tegen het
noordelijke en het zuidelijke koninkrijk.

904
00:56:01,350 --> 00:56:03,870
Vooral tegen het
zuidelijke, maar de eerste

905
00:56:03,870 --> 00:56:07,590
twee hoofdstukken zijn tegen het
noordelijke koninkrijk gericht.

906
00:56:07,590 --> 00:56:12,690
Hij profeteerde tegen beide huizen van
Israël tijdens de regeringen van Jotham,

907
00:56:12,690 --> 00:56:14,550
Achaz en Hizkia.

908
00:56:14,550 --> 00:56:20,370
Jotham was een goede koning, Achaz was
een slechte, Hizkia was een goede koning.

909
00:56:20,370 --> 00:56:23,310
Een deel van de tijd
waarin Micha profeteerde,

910
00:56:23,310 --> 00:56:25,410
regeerden er dus goede koningen.

911
00:56:25,410 --> 00:56:29,970
Maar dat betekent niet dat er geen
grote zonden in de samenleving waren.

912
00:56:29,970 --> 00:56:32,670
Zelfs tijdens de regeringen
van de betere koningen

913
00:56:32,670 --> 00:56:36,810
was de samenleving in veel
gevallen behoorlijk verdorven.

914
00:56:36,810 --> 00:56:38,130
Vers 2:

915
00:56:38,130 --> 00:56:40,410
Luister, volken, allemaal!

916
00:56:40,410 --> 00:56:43,770
Sla er acht op, aarde, met al wat u bevat!

917
00:56:43,770 --> 00:56:49,710
En laat de Heere HEERE Getuige tegen u
zijn, de Heere, uit Zijn heilige tempel.

918
00:56:49,710 --> 00:56:53,250
Want zie, de HEERE komt
uit Zijn woonplaats,

919
00:56:53,250 --> 00:56:56,730
Hij daalt af en treedt op
de hoogten van de aarde.

920
00:56:56,730 --> 00:57:02,070
De bergen smelten onder Hem weg, de
dalen splijten als was voor het vuur,

921
00:57:02,070 --> 00:57:03,990
als water dat langs een helling vloeit.

922
00:57:03,990 --> 00:57:10,650
Dit alles is om de overtreding van Jakob
en om de zonden van het huis van Israël.

923
00:57:10,650 --> 00:57:12,870
Wie is de overtreding van Jakob?

924
00:57:12,870 --> 00:57:14,670
Is het niet Samaria?

925
00:57:14,670 --> 00:57:17,130
En wie zijn de offerhoogten van Juda?

926
00:57:17,130 --> 00:57:19,110
Is het niet Jeruzalem?

927
00:57:19,110 --> 00:57:22,410
Daarom maak Ik van Samaria
een puinhoop in het veld,

928
00:57:22,410 --> 00:57:25,350
een plek voor het planten
van een wijngaard.

929
00:57:25,350 --> 00:57:29,910
Ik stort haar stenen in het dal,
en haar fundamenten leg Ik bloot.

930
00:57:29,910 --> 00:57:34,110
En al haar beelden worden verbrijzeld,
en al haar hoerenloon wordt met

931
00:57:34,110 --> 00:57:38,190
vuur verbrand, van al haar
afgoden maak Ik een woestenij,

932
00:57:38,190 --> 00:57:40,950
want met hoerenloon heeft
zij ze bijeengebracht

933
00:57:40,950 --> 00:57:43,470
en tot hoerenloon keren ze terug.

934
00:57:43,470 --> 00:57:45,090
In vers 3 staat:

935
00:57:45,090 --> 00:57:47,670
God komt uit Zijn verblijfplaats.

936
00:57:47,670 --> 00:57:52,170
Dit is een van de plaatsen waar we
lezen dat God neerdaalt, dat God komt,

937
00:57:52,170 --> 00:57:56,490
dat de Heere komt, terwijl het duidelijk
niet gaat over een lichamelijke komst van

938
00:57:56,490 --> 00:57:59,370
God of van Jezus naar de aarde.

939
00:57:59,370 --> 00:58:04,170
Ik heb je eerder gewezen op de plaatsen
in zowel het Oude als het Nieuwe Testament

940
00:58:04,170 --> 00:58:06,810
die over de komst van de
Heere lijken te spreken,

941
00:58:06,810 --> 00:58:10,170
maar die naar mijn mening niet
naar de wederkomst verwijzen.

942
00:58:10,170 --> 00:58:14,910
Er zijn natuurlijk plaatsen waar de Bijbel
volgens mij naar de wederkomst verwijst.

943
00:58:14,910 --> 00:58:19,770
Maar we moeten oppassen dat we uit dit
soort taalgebruik niet te veel afleiden,

944
00:58:19,770 --> 00:58:26,550
want Jesaja zelf sprak in Jesaja 19:1
over de Heere Die naar Egypte komt,

945
00:58:26,550 --> 00:58:28,470
rijdend op een snelle wolk.

946
00:58:28,470 --> 00:58:30,750
De last over Egypte.

947
00:58:30,750 --> 00:58:35,550
Zie, de HEERE rijdt op een
snelle wolk en komt in Egypte.

948
00:58:35,550 --> 00:58:39,570
De afgoden van Egypte zullen
beven voor Zijn aangezicht

949
00:58:39,570 --> 00:58:43,650
en het hart van de Egyptenaren
zal smelten in hun binnenste.

950
00:58:43,650 --> 00:58:46,110
Nu spreekt Micha over de Heere Die

951
00:58:46,110 --> 00:58:48,870
neerdaalt en de hoogten
van de aarde betreedt.

952
00:58:48,870 --> 00:58:52,050
En hij heeft het niet over
de wederkomst van Christus.

953
00:58:52,050 --> 00:58:55,470
Hij heeft het over de
verwoesting van Samaria die in

954
00:58:55,470 --> 00:58:58,710
722 voor Christus plaatsvond.

955
00:58:58,710 --> 00:59:02,910
We weten dat hij het daarover
heeft, omdat hij in vers 5 zegt:

956
00:59:02,910 --> 00:59:05,730
Dit komt allemaal door
de misstappen van Jakob.

957
00:59:05,730 --> 00:59:07,050
En later zegt hij:

958
00:59:07,050 --> 00:59:09,150
Luister, volken, allemaal!

959
00:59:09,150 --> 00:59:12,690
Sla er acht op, aarde, met al wat u bevat!

960
00:59:12,690 --> 00:59:18,390
En laat de Heere HEERE Getuige tegen u
zijn, de Heere, uit Zijn heilige tempel.

961
00:59:18,390 --> 00:59:21,270
Want zie, de HEERE komt
uit Zijn woonplaats,

962
00:59:21,270 --> 00:59:24,810
Hij daalt af en treedt op
de hoogten van de aarde.

963
00:59:24,810 --> 00:59:29,430
De bergen smelten onder Hem weg, de
dalen splijten als was voor het vuur,

964
00:59:29,430 --> 00:59:31,770
als water dat langs een helling vloeit.

965
00:59:31,770 --> 00:59:37,230
Dit alles is om de overtreding van Jakob
en om de zonden van het huis van Israël.

966
00:59:37,230 --> 00:59:39,570
Wie is de overtreding van Jakob?

967
00:59:39,570 --> 00:59:41,250
Is het niet Samaria?

968
00:59:41,250 --> 00:59:43,650
En wie zijn de offerhoogten van Juda?

969
00:59:43,650 --> 00:59:45,570
Is het niet Jeruzalem?

970
00:59:45,570 --> 00:59:49,050
Daarom maak Ik van Samaria
een puinhoop in het veld,

971
00:59:49,050 --> 00:59:51,750
een plek voor het planten
van een wijngaard.

972
00:59:51,750 --> 00:59:56,190
Ik stort haar stenen in het dal,
en haar fundamenten leg Ik bloot.

973
00:59:56,190 --> 01:00:00,630
En al haar beelden worden verbrijzeld,
en al haar hoerenloon wordt met

974
01:00:00,630 --> 01:00:04,890
vuur verbrand, van al haar
afgoden maak Ik een woestenij,

975
01:00:04,890 --> 01:00:09,330
want met hoerenloon heeft zij ze
bijeengebracht en tot hoerenloon

976
01:00:09,330 --> 01:00:10,650
keren ze terug.

977
01:00:10,650 --> 01:00:12,390
Dat is Samaria.

978
01:00:12,390 --> 01:00:17,370
Hij heeft het dus over het oordeel dat het
noordelijke koninkrijk hier op aarde trof,

979
01:00:17,370 --> 01:00:20,910
toen de Assyriërs kwamen
en Samaria verwoestten.

980
01:00:20,910 --> 01:00:25,830
Dat stelt hij gelijk aan het neerdalen
van de Heere om Israël te oordelen.

981
01:00:25,830 --> 01:00:27,750
Let nu eens op vers 4.

982
01:00:27,750 --> 01:00:31,410
Hij spreekt daar over de
bergen die onder Hem smelten:

983
01:00:31,410 --> 01:00:37,470
De bergen smelten onder Hem en de dalen
splijten open als was voor het vuur

984
01:00:37,470 --> 01:00:40,470
en als water dat van een
steile helling stroomt.

985
01:00:40,470 --> 01:00:43,230
Dit is duidelijk apocalyptische taal.

986
01:00:43,230 --> 01:00:46,170
Als dit soort taal in het
boek Openbaring staat,

987
01:00:46,170 --> 01:00:49,950
zijn mensen geneigd die op te
vatten als het einde van de wereld.

988
01:00:49,950 --> 01:00:54,030
Maar mensen zien niet in dat de taal
die gebruikt wordt in Openbaring,

989
01:00:54,030 --> 01:00:58,890
in de rede op de Olijfberg, in Zacharia,
op deze plaats en op veel andere

990
01:00:58,890 --> 01:01:01,170
plaatsen, apocalyptisch is.

991
01:01:01,170 --> 01:01:03,570
Het gaat niet over het
einde van de wereld.

992
01:01:03,570 --> 01:01:07,830
Het gaat niet over letterlijke bergen
die smelten en dat soort dingen.

993
01:01:07,830 --> 01:01:13,410
Joël gebruikt soortgelijke taal aan het
einde van Joël hoofdstuk 3, vers 18.

994
01:01:13,410 --> 01:01:16,470
Hier gaat het over zegen
in plaats van vervloeking,

995
01:01:16,470 --> 01:01:18,630
maar let eens op het taalgebruik.

996
01:01:18,630 --> 01:01:20,730
Joël 3:18:

997
01:01:20,730 --> 01:01:24,630
Op die dag zal het gebeuren dat de
bergen van jonge wijn zullen druipen,

998
01:01:24,630 --> 01:01:26,790
de heuvels van melk zullen stromen,

999
01:01:26,790 --> 01:01:30,690
en alle waterstromen van Juda
zullen overlopen van water.

1000
01:01:30,690 --> 01:01:33,510
Een bron zal uit het huis
van de HEERE ontspringen,

1001
01:01:33,510 --> 01:01:36,210
die het dal van Sittim zal bevochtigen.

1002
01:01:36,210 --> 01:01:37,350
enzovoort.

1003
01:01:37,350 --> 01:01:40,890
Het beeld van bergen die druipen
van nieuwe wijn en heuvels

1004
01:01:40,890 --> 01:01:44,190
die vloeien van melk is
niet letterlijk bedoeld.

1005
01:01:44,190 --> 01:01:48,030
Het was ook niet letterlijk bedoeld
toen Mozes en Jozua het land

1006
01:01:48,030 --> 01:01:50,190
Kanaän beschreven als:

1007
01:01:50,190 --> 01:01:54,630
Daarom ben Ik neergekomen om het volk te
redden uit de hand van de Egyptenaren,

1008
01:01:54,630 --> 01:01:58,050
en het te leiden uit dit land
naar een goed en ruim land,

1009
01:01:58,050 --> 01:02:01,290
naar een land dat overvloeit
van melk en honing,

1010
01:02:01,290 --> 01:02:06,690
naar het gebied van de Kanaänieten, de
Hethieten, de Amorieten, de Ferezieten,

1011
01:02:06,690 --> 01:02:09,510
de Hevieten en de Jebusieten.

1012
01:02:09,510 --> 01:02:11,910
Dit zijn eenvoudig beelden van voorspoed.

1013
01:02:11,910 --> 01:02:16,470
En dit beeld van dalen die splijten
en bergen die smelten hier in Micha,

1014
01:02:16,470 --> 01:02:21,210
verwijst eenvoudig naar het oordeel
en de verwoesting die over hen komen.

1015
01:02:21,210 --> 01:02:24,390
Dat noemen we apocalyptische beeldspraak.

1016
01:02:24,390 --> 01:02:27,150
Daarom moeten we die
niet zo ver doorvoeren

1017
01:02:27,150 --> 01:02:29,610
dat we een letterlijke
vervulling verwachten,

1018
01:02:29,610 --> 01:02:32,850
met echte bergen die splijten enzovoort.

1019
01:02:32,850 --> 01:02:34,710
Hij zegt in vers 6:

1020
01:02:34,710 --> 01:02:38,610
Daarom ga ik van Samaria een
hoop puin op het land maken.

1021
01:02:38,610 --> 01:02:42,210
Samaria was de hoofdstad van
het noordelijke koninkrijk.

1022
01:02:42,210 --> 01:02:47,970
Verderop, in hoofdstuk 3, vers 12, zei
hij dat Hij hetzelfde zal doen met Sion,

1023
01:02:47,970 --> 01:02:52,170
of Jeruzalem, de hoofdstad
van het zuidelijke koninkrijk.

1024
01:02:52,170 --> 01:02:56,790
Beide hoofdsteden zullen worden verwoest
en tot puinhopen worden gemaakt.

1025
01:02:56,790 --> 01:02:57,930
Vers 8:

1026
01:02:57,930 --> 01:03:00,630
Hierover zal ik rouw
bedrijven en weeklagen,

1027
01:03:00,630 --> 01:03:05,190
zal ik berooid en naakt mijn weg
gaan, zal ik huilen als de jakhalzen,

1028
01:03:05,190 --> 01:03:08,130
en klaaglijk roepen als de struisvogels.

1029
01:03:08,130 --> 01:03:12,330
Want zijn wond is ongeneeslijk,
want zij reikt tot aan Juda,

1030
01:03:12,330 --> 01:03:16,590
zij raakt tot aan de poort van
mijn volk, tot aan Jeruzalem!

1031
01:03:16,590 --> 01:03:21,510
De wonden van Israël, het noordelijke
koninkrijk, zijn ongeneeslijk.

1032
01:03:21,510 --> 01:03:23,430
Ze zullen niet worden verlost.

1033
01:03:23,430 --> 01:03:27,030
Ze zullen niet van deze
Assyrische dreiging worden gered.

1034
01:03:27,030 --> 01:03:29,010
Ze zijn ongeneeslijk.

1035
01:03:29,010 --> 01:03:33,750
En Israël is niet alleen gevallen, of
zal onvermijdelijk voor Assyrië vallen,

1036
01:03:33,750 --> 01:03:38,190
maar de Assyriërs zullen zelfs ook
naar Juda optrekken en tot aan de

1037
01:03:38,190 --> 01:03:40,110
poort van Jeruzalem komen.

1038
01:03:40,110 --> 01:03:42,390
We weten dat dit gebeurd is.

1039
01:03:42,390 --> 01:03:45,870
Sanherib stuurde zijn troepen
onder Rabsake naar Jeruzalem.

1040
01:03:45,870 --> 01:03:50,850
Hij veroverde wel 46 Judese steden,
maar Jeruzalem veroverde hij niet.

1041
01:03:50,850 --> 01:03:55,350
Uiteindelijk werd hij bij de muur van
Jeruzalem tegengehouden en ten slotte

1042
01:03:55,350 --> 01:03:58,950
teruggedreven door het
bovennatuurlijke oordeel van God.

1043
01:03:58,950 --> 01:04:03,570
God sloeg die soldaten terwijl ze
sliepen, door een engel van de Heere.

1044
01:04:03,570 --> 01:04:06,450
Daar verwijst hij naar in vers 9.

1045
01:04:06,450 --> 01:04:09,630
We hebben vers 10 tot
en met 15 al gelezen,

1046
01:04:09,630 --> 01:04:12,210
waarin een reeks van die
steden wordt genoemd.

1047
01:04:12,210 --> 01:04:15,330
Ik wil erop wijzen dat
de woorden in vers 10:

1048
01:04:15,330 --> 01:04:18,450
Vertel het niet in Gat niet
alleen een woordspeling zijn,

1049
01:04:18,450 --> 01:04:21,990
omdat ‘Gath’ klinkt als
het woord voor ‘vertellen’.

1050
01:04:21,990 --> 01:04:27,330
Het is ook een citaat van David
zelf in 2 Samuel 1, vers 20.

1051
01:04:27,330 --> 01:04:31,290
Toen hij hoorde dat Saul en Jonathan
in de strijd waren gesneuveld,

1052
01:04:31,290 --> 01:04:33,930
zong David dit klaaglied over hen.

1053
01:04:33,930 --> 01:04:38,130
In 2 Samuel 1:19 en 20 staat:

1054
01:04:38,130 --> 01:04:42,930
O sieraad van Israël, op Uw
hoogten ligt hij, gesneuveld.

1055
01:04:42,930 --> 01:04:44,910
Hoe zijn de helden gevallen!

1056
01:04:44,910 --> 01:04:49,710
Maak het niet bekend in Gath, breng de
boodschap niet op de straten van Askelon,

1057
01:04:49,710 --> 01:04:52,590
anders verblijden de dochters
van de Filistijnen zich,

1058
01:04:52,590 --> 01:04:56,430
anders springen de dochters van
de onbesnedenen op van vreugde.

1059
01:04:56,430 --> 01:04:59,670
Gath en Askelon waren
Filistijnse steden, en

1060
01:04:59,670 --> 01:05:03,630
Saul had natuurlijk zijn hele leven
oorlog gevoerd tegen de Filistijnen.

1061
01:05:03,630 --> 01:05:08,490
Nu hij dood was, wilde David niet dat de
Filistijnse steden konden juichen over de

1062
01:05:08,490 --> 01:05:10,170
dood van hun vijanden.

1063
01:05:10,170 --> 01:05:13,890
Een bijzonder genadige manier voor
David om te spreken over iemand

1064
01:05:13,890 --> 01:05:17,130
die zo'n verstokte vijand
van hem was geweest.

1065
01:05:17,130 --> 01:05:20,610
Vertel het niet in Gat is een
deel van Davids klaaglied.

1066
01:05:20,610 --> 01:05:22,350
Micha citeert het met opzet.

1067
01:05:22,350 --> 01:05:27,210
Gath zou ook door de Assyriërs worden
veroverd, samen met deze Judese steden,

1068
01:05:27,210 --> 01:05:30,510
omdat Gath en Judea
dicht bij elkaar lagen.

1069
01:05:30,510 --> 01:05:35,970
Moreset-Gath, zijn eigen woonplaats, lag
vlak naast Gath en behoorde tot Gath.

1070
01:05:35,970 --> 01:05:39,030
We hebben die laatste verzen
van hoofdstuk 1 behandeld.

1071
01:05:39,030 --> 01:05:42,810
Die lopen al die steden langs en
die woordspelingen die daar staan.

1072
01:05:42,810 --> 01:05:46,410
Vervolgens zijn in hoofdstuk
2 de verzen 1 tot en met 5

1073
01:05:46,410 --> 01:05:51,150
gericht tegen de heersers van het
noordelijke koninkrijk. Hij zegt:

1074
01:05:51,150 --> 01:05:55,770
Wee hun die onrecht uitdenken,
kwaad uitwerken op hun slaapplaats,

1075
01:05:55,770 --> 01:05:58,350
en het bij het licht van
de morgenstond uitvoeren,

1076
01:05:58,350 --> 01:06:01,050
omdat zij daartoe bij machte zijn.

1077
01:06:01,050 --> 01:06:05,970
Zij begeren akkers en roven
die, en huizen, en nemen die af.

1078
01:06:05,970 --> 01:06:11,430
Zo onderdrukken zij de man en zijn
huis, de mens en zijn erfelijk bezit.

1079
01:06:11,430 --> 01:06:14,730
Daarom, zo zegt de HEERE, zie, Ik bedenk

1080
01:06:14,730 --> 01:06:19,290
kwaad over dit geslacht waar u uw nekken
niet uit weg kunt nemen en waardoor u niet

1081
01:06:19,290 --> 01:06:22,950
rechtop verder kunt gaan, want
het zal een kwade tijd zijn.

1082
01:06:22,950 --> 01:06:25,950
Op die dag zal men een
spreuk over u aanheffen,

1083
01:06:25,950 --> 01:06:30,690
klaaglijk klagend met een rouwklacht,
en zeggen: Wij zijn geheel verwoest,

1084
01:06:30,690 --> 01:06:33,750
Hij doet het deel van mijn
volk van eigenaar veranderen.

1085
01:06:33,750 --> 01:06:38,490
Hoe neemt Hij het van mij weg, Hij
deelt onze akkers uit aan afvalligen!

1086
01:06:38,490 --> 01:06:41,550
Daarom zult u niemand hebben
die volgens het lot het

1087
01:06:41,550 --> 01:06:44,850
meetsnoer uitwerpt in de
gemeente van de HEERE.

1088
01:06:44,850 --> 01:06:49,290
Dit is dus gericht tegen de heersers
die zo doortrapt te werk gaan om de

1089
01:06:49,290 --> 01:06:52,170
weerloze mensen onder
hun gezag uit te buiten,

1090
01:06:52,170 --> 01:06:56,070
dat ze 's nachts wakker in bed
liggen om hun plannen te bedenken.

1091
01:06:56,070 --> 01:06:59,010
Er staat dat ze 's morgens,
zodra het licht wordt,

1092
01:06:59,010 --> 01:07:01,950
naar buiten rennen om
hun plannen te bedenken.

1093
01:07:01,950 --> 01:07:04,770
Ze begeren de akkers van andere mensen.

1094
01:07:04,770 --> 01:07:10,050
Vers 2 zegt dat ze die met geweld
afnemen, dat ze iemands erfdeel afnemen.

1095
01:07:10,050 --> 01:07:14,610
Dit is ongetwijfeld een toespeling op
wat Achab had gedaan in de dagen van

1096
01:07:14,610 --> 01:07:16,350
Izebel en Achab.

1097
01:07:16,350 --> 01:07:21,390
Weet je nog, hij nam op precies deze
manier de wijngaard van Naboth af.

1098
01:07:21,390 --> 01:07:24,270
Hoewel Achab een koning van Israël was,

1099
01:07:24,270 --> 01:07:28,110
leefde hij enkele generaties
vóór de tijd van Micha.

1100
01:07:28,110 --> 01:07:32,850
Maar het lijkt waarschijnlijk dat Achabs
succes hiermee een precedent schiep.

1101
01:07:32,850 --> 01:07:36,390
Daardoor gingen andere
heersers na hem hetzelfde doen

1102
01:07:36,390 --> 01:07:39,870
wanneer ze iets wilden
hebben: het gewoon afpakken.

1103
01:07:39,870 --> 01:07:44,310
De zonden van Achab en Omri waren
zelfs een voorbeeld geworden,

1104
01:07:44,310 --> 01:07:49,230
niet alleen voor latere koningen van
Israël, maar ook voor koningen van Juda.

1105
01:07:49,230 --> 01:07:54,570
We lezen in Micha 6:16, in
een profetie tegen Jeruzalem:

1106
01:07:54,570 --> 01:07:59,070
Want men houdt zich aan de verordeningen
van Omri en aan alles wat het huis van

1107
01:07:59,070 --> 01:08:00,630
Achab gedaan heeft.

1108
01:08:00,630 --> 01:08:05,370
U gaat voort in hun opvattingen, zodat
Ik u overgeef aan de verwoesting,

1109
01:08:05,370 --> 01:08:08,490
en haar inwoners maak tot een aanfluiting.

1110
01:08:08,490 --> 01:08:11,490
Zo zult u de smaad van Mijn volk dragen.

1111
01:08:11,490 --> 01:08:13,470
Dat is in Jeruzalem.

1112
01:08:13,470 --> 01:08:17,490
Achab en Omri waren koningen
van het noordelijke koninkrijk,

1113
01:08:17,490 --> 01:08:19,770
niet van het zuidelijke koninkrijk.

1114
01:08:19,770 --> 01:08:23,130
Toch werd de goddeloosheid
van deze goddeloze koningen

1115
01:08:23,130 --> 01:08:27,690
niet alleen bedreven door de opvolgers
van Achab in het noordelijke koninkrijk.

1116
01:08:27,690 --> 01:08:32,370
Zelfs de koningen van Juda, of veel
van de vorsten en heersers van Juda,

1117
01:08:32,370 --> 01:08:34,530
volgden dezelfde praktijken.

1118
01:08:34,530 --> 01:08:39,930
Daarom zegt God dat Hij boos is en dat Hij
het erfdeel van het noordelijke koninkrijk

1119
01:08:39,930 --> 01:08:41,670
aan de Assyriërs weggeeft.

1120
01:08:41,670 --> 01:08:46,110
In hoofdstuk 2, vers 6, richt
hij zich tot de valse profeten

1121
01:08:46,110 --> 01:08:48,810
en spreekt hij een
veroordeling over hen uit:

1122
01:08:48,810 --> 01:08:51,270
Ze profeteren: Profeteer niet!

1123
01:08:51,270 --> 01:08:53,310
Ze moeten er niet over profeteren!

1124
01:08:53,310 --> 01:08:55,710
Er komt geen einde aan al die smaad.

1125
01:08:55,710 --> 01:09:00,450
U die huis van Jakob genoemd wordt,
komt de Geest van de HEERE soms tekort?

1126
01:09:00,450 --> 01:09:02,010
Zijn dat Zijn daden?

1127
01:09:02,010 --> 01:09:05,310
Doen Mijn woorden geen goed
bij hem die oprecht wandelt?

1128
01:09:05,310 --> 01:09:10,170
Maar onlangs stelde Mijn volk zich nog op
als een vijand tegenover een kledingstuk.

1129
01:09:10,170 --> 01:09:13,710
U rukt de mantel af van
nietsvermoedende voorbijgangers

1130
01:09:13,710 --> 01:09:15,630
die terugkeren van de strijd.

1131
01:09:15,630 --> 01:09:19,770
De vrouwen van Mijn volk verdrijft
u, elk uit het huis dat haar lief is,

1132
01:09:19,770 --> 01:09:23,790
haar kleine kinderen ontneemt
u voor eeuwig Mijn sieraad.

1133
01:09:23,790 --> 01:09:27,570
Sta op en ga weg, want dit
is niet het land van de rust.

1134
01:09:27,570 --> 01:09:31,110
Omdat het verontreinigd is,
brengt het de ondergang, ja,

1135
01:09:31,110 --> 01:09:33,030
een verschrikkelijke ondergang.

1136
01:09:33,030 --> 01:09:37,290
Als er iemand is die wind naloopt,
en bedrieglijk liegt en zegt:

1137
01:09:37,290 --> 01:09:40,290
Ik profeteer voor u voor
wijn en sterkedrank,

1138
01:09:40,290 --> 01:09:43,050
dan is hij voor dit volk de profeet!

1139
01:09:43,050 --> 01:09:48,330
Wat hier wordt gezegd, is dat het volk
ware profeten verbiedt om te profeteren.

1140
01:09:48,330 --> 01:09:51,210
Er waren ware profeten in Israël.

1141
01:09:51,210 --> 01:09:56,670
Hosea profeteerde in deze tijd in Israël,
maar er waren daar ook valse profeten.

1142
01:09:56,670 --> 01:10:01,230
We weten dat Amos, enige tijd
vóór Hosea, niet veel eerder,

1143
01:10:01,230 --> 01:10:06,510
slechts één generatie eerder, van de
priester in Bethel niet mocht profeteren.

1144
01:10:06,510 --> 01:10:11,430
Net als hier wilde het volk Israël
niet dat de ware profeten profeteerden.

1145
01:10:11,430 --> 01:10:15,150
Ze noemden ware profetie
gebabbel. In vers 6:

1146
01:10:15,150 --> 01:10:16,710
Jullie kletsen maar wat.

1147
01:10:16,710 --> 01:10:19,590
Jullie maken alleen maar
lawaai. Doe dat niet.

1148
01:10:19,590 --> 01:10:21,270
Stop met profeteren.

1149
01:10:21,270 --> 01:10:23,370
Maar in vers 7 zegt hij:

1150
01:10:23,370 --> 01:10:25,710
Wordt de Geest van de Heer beperkt?

1151
01:10:25,710 --> 01:10:30,210
[Vertalersnoot: de spreker gebruikt
hier ‘beperkt’, waar de HSV vraagt:

1152
01:10:30,210 --> 01:10:33,090
‘komt de Geest van de HEERE soms tekort?’]

1153
01:10:33,090 --> 01:10:37,110
Met andere woorden, kan
degene die profeteert nalaten

1154
01:10:37,110 --> 01:10:40,590
te profeteren als de Geest
van de Heere tot hem spreekt?

1155
01:10:40,590 --> 01:10:42,210
Kunnen ze dat beperken?

1156
01:10:42,210 --> 01:10:44,190
Kunnen ze het tegenhouden?

1157
01:10:44,190 --> 01:10:46,410
Zijn dit niet de dingen die Hij doet?

1158
01:10:46,410 --> 01:10:49,770
[Vertalersnoot: de spreker gebruikt
hier een ontkennende vraagvorm:

1159
01:10:49,770 --> 01:10:51,990
‘Zijn dit niet Zijn daden?’

1160
01:10:51,990 --> 01:10:55,710
De HSV heeft: ‘Zijn dat Zijn daden?’]

1161
01:10:55,710 --> 01:11:01,410
Met andere woorden, zijn deze woorden
niet Gods woorden en geen mensenwoorden?

1162
01:11:01,410 --> 01:11:04,590
Hoe kunnen we tegenhouden
dat ze in vervulling gaan?

1163
01:11:04,590 --> 01:11:06,930
Verder zegt Hij in vers 7:

1164
01:11:06,930 --> 01:11:10,410
Doen Mijn woorden geen goed
aan iemand die eerlijk leeft?

1165
01:11:10,410 --> 01:11:13,110
Waarom zou je Mijn
woorden niet willen horen?

1166
01:11:13,110 --> 01:11:15,870
Mijn woorden zijn goed voor goede mensen.

1167
01:11:15,870 --> 01:11:17,670
Ben je een slecht mens?

1168
01:11:17,670 --> 01:11:21,030
Waarom zou je verbieden dat
Gods woorden worden gesproken,

1169
01:11:21,030 --> 01:11:24,510
als Zijn woorden goed zijn voor
de mensen die oprecht wandelen?

1170
01:11:24,510 --> 01:11:26,250
Ben je dan niet oprecht?

1171
01:11:26,250 --> 01:11:27,990
Dat is wat hij suggereert.

1172
01:11:27,990 --> 01:11:32,790
Toch zegt hij in vers 11 dat deze mensen
iemand wel als hun babbelaar of profeet

1173
01:11:32,790 --> 01:11:36,750
aanvaarden als hij in een
valse geest spreekt en liegt.

1174
01:11:36,750 --> 01:11:41,550
Het gaat om een valse profeet wiens
profetie met wijn en drank te maken heeft.

1175
01:11:41,550 --> 01:11:45,390
Dat kan betekenen dat hij
profeteert terwijl hij dronken is,

1176
01:11:45,390 --> 01:11:49,350
of dat hij profeteert dat het
volk voorspoedig zal zijn en veel

1177
01:11:49,350 --> 01:11:51,090
wijn en drank zal hebben.

1178
01:11:51,090 --> 01:11:53,010
Het kan allebei betekenen.

1179
01:11:53,010 --> 01:11:56,130
Maar Micha noemt dat soort
profetie echt gebabbel.

1180
01:11:56,130 --> 01:11:59,790
[Vertalersnoot: de spreker bespreekt
hier de Engelse formuleringen ‘of

1181
01:11:59,790 --> 01:12:06,270
wine and drink’ en ‘prattler’:
‘over wijn en drank’ en ‘babbelaar’.

1182
01:12:06,270 --> 01:12:11,730
De HSV heeft ‘voor wijn en
sterkedrank’ en ‘de profeet’.]

1183
01:12:11,730 --> 01:12:16,650
Wat vers 8 en 9 betreft,
vooral vers 9, waar staat:

1184
01:12:16,650 --> 01:12:21,630
De vrouwen van Mijn volk verdrijft
u, elk uit het huis dat haar lief is,

1185
01:12:21,630 --> 01:12:26,250
haar kleine kinderen ontneemt
u voor eeuwig Mijn sieraad.

1186
01:12:26,250 --> 01:12:30,570
Dit betekent dat de mensen die niet naar
de profeten van God hebben geluisterd,

1187
01:12:30,570 --> 01:12:34,290
maar in plaats daarvan naar
valse profeten hebben geluisterd,

1188
01:12:34,290 --> 01:12:36,870
onheil over zichzelf hebben gebracht.

1189
01:12:36,870 --> 01:12:41,250
De Israëlieten worden uit hun huizen
weggevoerd en gaan in ballingschap,

1190
01:12:41,250 --> 01:12:46,170
en de heerlijkheid van het volk Israël
wordt door de Assyriërs weggenomen.

1191
01:12:46,170 --> 01:12:51,870
Deze profetie eindigt in vers 12 en
13 met een verwijzing naar de Messias:

1192
01:12:51,870 --> 01:12:56,490
Ik zal u, Jakob, zeker
verzamelen, geheel en al.

1193
01:12:56,490 --> 01:13:00,210
Ik zal het overblijfsel van
Israël zeker bijeenbrengen.

1194
01:13:00,210 --> 01:13:05,550
Ik zal het samenbrengen als schapen van
Bozra, als een kudde midden in zijn weide.

1195
01:13:05,550 --> 01:13:07,650
Het zal er gonzen van de mensen.

1196
01:13:07,650 --> 01:13:10,410
De Doorbreker trekt vóór hen op.

1197
01:13:10,410 --> 01:13:15,210
Zij zullen doorbreken, door de poort
trekken en daardoor naar buiten gaan.

1198
01:13:15,210 --> 01:13:19,650
Hun Koning gaat vóór hen uit,
de HEERE gaat aan de spits.

1199
01:13:19,650 --> 01:13:22,290
Hun Koning is hier de Messias.

1200
01:13:22,290 --> 01:13:24,510
Hier worden twee beelden gebruikt.

1201
01:13:24,510 --> 01:13:28,470
In vers 12 is het beeld dat van
een kudde of een schaapskooi.

1202
01:13:28,470 --> 01:13:32,070
En in vers 13 lijkt het meer op
een uitbraak uit de gevangenis,

1203
01:13:32,070 --> 01:13:38,010
op een uittocht: losbreken, ontsnappen
uit de gevangenis of uit slavernij.

1204
01:13:38,010 --> 01:13:42,930
In vers 13 gaat het over Iemand Die
zal komen om je te helpen uitbreken.

1205
01:13:42,930 --> 01:13:46,350
Degene zal komen Die je
bevrijding tot stand zal brengen.

1206
01:13:46,350 --> 01:13:50,910
Hij is de Koning Die voor je uit zal
gaan, en je zult Hem naar buiten volgen.

1207
01:13:50,910 --> 01:13:54,330
Daarmee verandert de beeldspraak
ten opzichte van vers 12,

1208
01:13:54,330 --> 01:13:58,350
waar het gaat over een herder
en een kudde, enzovoort.

1209
01:13:58,350 --> 01:14:00,630
Let erop dat er in vers 12 staat:

1210
01:14:00,630 --> 01:14:03,990
Ik zal jullie zeker allemaal
bij elkaar brengen, Jakob.

1211
01:14:03,990 --> 01:14:06,630
Iemand zou dat kunnen
opvatten als alle Joden.

1212
01:14:06,630 --> 01:14:08,850
Maar de regel direct daarna zegt:

1213
01:14:08,850 --> 01:14:12,270
Ik zal zeker bijeenbrengen
wat er van Israël over is.

1214
01:14:12,270 --> 01:14:16,830
Het overblijfsel van Israël en
heel Jakob: dat lijkt vreemd,

1215
01:14:16,830 --> 01:14:22,170
want ‘overblijfsel’ en ‘heel’
zijn tegengestelde begrippen.

1216
01:14:22,170 --> 01:14:26,010
Maar natuurlijk wordt heel het
geestelijke Israël bijeengebracht door het

1217
01:14:26,010 --> 01:14:29,730
overblijfsel van de Joden te verzamelen,
en de rest van de heidenen die

1218
01:14:29,730 --> 01:14:31,470
de gemeente binnenkomen.

1219
01:14:31,470 --> 01:14:34,530
Op die manier, zegt Hij in vers 12:

1220
01:14:34,530 --> 01:14:38,310
Ik zal ze bij elkaar brengen
als schapen in een schaapskooi.

1221
01:14:38,310 --> 01:14:42,090
Jezus zei in Johannes
hoofdstuk 10, vers 16:

1222
01:14:42,090 --> 01:14:46,170
Ik heb nog andere schapen, die
niet van deze schaapskooi zijn;

1223
01:14:46,170 --> 01:14:50,610
ook die moet Ik binnenbrengen, en zij
zullen Mijn stem horen en het zal worden

1224
01:14:50,610 --> 01:14:52,830
één kudde en één Herder.

1225
01:14:52,830 --> 01:14:54,990
Namelijk schapen uit de heidenen.

1226
01:14:54,990 --> 01:14:57,210
Dat gaat hier kennelijk over hetzelfde.

1227
01:14:57,210 --> 01:14:59,250
Hij zegt in vers 12:

1228
01:14:59,250 --> 01:15:03,270
Ik zal u, Jakob, zeker
verzamelen, geheel en al.

1229
01:15:03,270 --> 01:15:06,690
Ik zal het overblijfsel van
Israël zeker bijeenbrengen.

1230
01:15:06,690 --> 01:15:11,670
Ik zal het samenbrengen als schapen van
Bozra, als een kudde midden in zijn weide.

1231
01:15:11,670 --> 01:15:13,710
Het zal er gonzen van de mensen.

1232
01:15:13,710 --> 01:15:16,590
De Doorbreker trekt vóór hen op.

1233
01:15:16,590 --> 01:15:21,390
Zij zullen doorbreken, door de poort
trekken en daardoor naar buiten gaan.

1234
01:15:21,390 --> 01:15:25,230
Hun Koning gaat vóór hen uit,
de HEERE gaat aan de spits.

1235
01:15:25,230 --> 01:15:30,210
Jesaja sprak bij een aantal gelegenheden
over het grote aantal mensen dat vanuit de

1236
01:15:30,210 --> 01:15:32,850
volken in Gods kudde zou
worden binnengebracht.

1237
01:15:32,850 --> 01:15:35,730
En dat is kennelijk waar
hier naar wordt verwezen.

1238
01:15:35,730 --> 01:15:40,710
Met hoofdstuk 3 begint de tweede
godsspraak, deze keer tegen Juda.

1239
01:15:40,710 --> 01:15:45,030
Net als in de eerste stelt hij eerst
de leiders aan de kaak en daarna

1240
01:15:45,030 --> 01:15:46,830
de valse profeten.

1241
01:15:46,830 --> 01:15:50,850
Vers 1 tot en met 4 zijn gericht
tegen de heersers van Juda:

1242
01:15:50,850 --> 01:15:57,030
Toen zei ik: Luister toch, hoofden van
Jakob en leiders van het huis van Israël,

1243
01:15:57,030 --> 01:15:59,070
behoort u niet het recht te kennen?

1244
01:15:59,070 --> 01:16:01,830
Zij haten het goede en
hebben het kwade lief,

1245
01:16:01,830 --> 01:16:06,270
zij stropen hun huid van hen af
en hun vlees van hun beenderen.

1246
01:16:06,270 --> 01:16:12,210
Ja, zij zijn het die het vlees van Mijn
volk eten, hun huid van hen afstropen,

1247
01:16:12,210 --> 01:16:18,210
hun beenderen breken, ze uiteenleggen als
in een pot, als vlees midden in een ketel.

1248
01:16:18,210 --> 01:16:22,710
Dan zullen zij tot de HEERE roepen,
maar Hij zal hun niet antwoorden.

1249
01:16:22,710 --> 01:16:25,830
In die tijd zal Hij Zijn
aangezicht voor hen verbergen,

1250
01:16:25,830 --> 01:16:28,110
omdat zij kwaad gedaan hebben.

1251
01:16:28,110 --> 01:16:31,770
Deze verwijzing naar hoe ze de
mensen ontkleden, hen villen,

1252
01:16:31,770 --> 01:16:36,750
hen in stukken hakken en in de pot
stoppen: dat gebeurde niet letterlijk.

1253
01:16:36,750 --> 01:16:39,570
Dat is wat ze met offers
in de tempel deden.

1254
01:16:39,570 --> 01:16:44,370
Ze vilden ze, hakten ze in stukken
en kookten een deel van het vlees.

1255
01:16:44,370 --> 01:16:48,450
Hij verwijst hier naar de mishandeling
die een dier gewoonlijk moest ondergaan

1256
01:16:48,450 --> 01:16:50,130
wanneer het geofferd werd.

1257
01:16:50,130 --> 01:16:53,010
De leiders van Israël offeren mensen.

1258
01:16:53,010 --> 01:16:56,610
Niet letterlijk, maar ze
mishandelen de mensen van Juda,

1259
01:16:56,610 --> 01:17:00,990
buiten hen uit en onderdrukken hen, op
een manier die vergelijkbaar is met hoe

1260
01:17:00,990 --> 01:17:02,130
ze dieren offeren.

1261
01:17:02,130 --> 01:17:06,030
Hij gebruikt woorden die wat gruwelijker
zijn dan wat er letterlijk gebeurt.

1262
01:17:06,030 --> 01:17:09,210
Dan richt hij zich in
vers 5 tegen de profeten:

1263
01:17:09,210 --> 01:17:13,350
Zo zegt de HEERE tegen de profeten
die Mijn volk misleiden, die,

1264
01:17:13,350 --> 01:17:17,070
als zij met hun tanden kunnen
bijten, vrede verkondigen.

1265
01:17:17,070 --> 01:17:22,170
Wie hun echter niets in hun mond
geeft, aan hem verklaren zij de oorlog.

1266
01:17:22,170 --> 01:17:24,810
Dat zijn profeten die op geld uit zijn.

1267
01:17:24,810 --> 01:17:28,770
Als je voedsel in hun mond stopt,
zullen ze je vrede verkondigen.

1268
01:17:28,770 --> 01:17:33,510
Maar ze zullen oorlog tegen je verkondigen
als je niets in hun mond stopt.

1269
01:17:33,510 --> 01:17:38,790
Daarom zal het nacht voor u worden, zonder
visioen, het zal duister worden voor

1270
01:17:38,790 --> 01:17:41,250
u, zonder waarzeggerij.

1271
01:17:41,250 --> 01:17:47,010
De zon zal over deze profeten ondergaan
en de dag zal donker over hen worden.

1272
01:17:47,010 --> 01:17:51,690
Een profeet zonder visioen stelt
als profeet niet veel voor.

1273
01:17:51,690 --> 01:17:55,770
Deze valse profeten ontvingen
geen boodschappen van God;

1274
01:17:55,770 --> 01:18:00,570
ze gebruikten waarzeggerij,
wat natuurlijk occult is.

1275
01:18:00,570 --> 01:18:04,770
In wezen zegt Hij: ‘Ik zal niet
toestaan dat jullie nog meer visioenen

1276
01:18:04,770 --> 01:18:06,750
of waarzeggingen krijgen.

1277
01:18:06,750 --> 01:18:09,750
Jullie zullen duisternis
hebben, geen licht.

1278
01:18:09,750 --> 01:18:11,730
Jullie zullen niets zien.’

1279
01:18:11,730 --> 01:18:15,870
Je zult niets te bieden hebben aan de
mensen die voedsel in je mond stoppen,

1280
01:18:15,870 --> 01:18:18,570
en ze zullen je waarschijnlijk
niet meer betalen.

1281
01:18:18,570 --> 01:18:23,250
De zieners zullen beschaamd worden
en de waarzeggers rood van schaamte,

1282
01:18:23,250 --> 01:18:25,830
zij zullen allen hun
baard en snor bedekken,

1283
01:18:25,830 --> 01:18:28,170
want er komt geen antwoord van God.

1284
01:18:28,170 --> 01:18:32,130
In tegenstelling tot de valse
profeten beschrijft Micha zichzelf,

1285
01:18:32,130 --> 01:18:33,930
een ware profeet in Juda:

1286
01:18:33,930 --> 01:18:37,590
Ik daarentegen ben vol van de
kracht van de Geest van de HEERE,

1287
01:18:37,590 --> 01:18:42,210
van recht en heldenmoed, om Jakob
zijn overtreding te verkondigen en

1288
01:18:42,210 --> 01:18:44,190
Israël zijn zonde.

1289
01:18:44,190 --> 01:18:49,470
Hoor nu dit, hoofden van het huis van
Jakob en leiders van het huis van Israël,

1290
01:18:49,470 --> 01:18:54,090
die een afschuw hebben van recht
en al wat recht is, verdraaien,

1291
01:18:54,090 --> 01:18:57,810
die Sion bouwen met bloed
en Jeruzalem met onrecht.

1292
01:18:57,810 --> 01:19:01,110
Ik weet niet precies hoe ze het
met bloedvergieten opbouwden,

1293
01:19:01,110 --> 01:19:05,190
maar in wezen verwierven ze door
onderdrukking en blijkbaar zelfs

1294
01:19:05,190 --> 01:19:07,410
moord geld voor hun projecten.

1295
01:19:07,410 --> 01:19:10,110
Hun hoofden spreken er
recht voor geschenken,

1296
01:19:10,110 --> 01:19:15,690
hun priesters onderwijzen voor loon, hun
profeten plegen waarzeggerij voor geld.

1297
01:19:15,690 --> 01:19:21,150
En nog steunen zij op de HEERE en
zeggen: Is de HEERE niet in ons midden?

1298
01:19:21,150 --> 01:19:23,430
Ons zal geen kwaad overkomen.

1299
01:19:23,430 --> 01:19:26,370
Dit zeiden ze in de dagen van Jeremia ook:

1300
01:19:26,370 --> 01:19:31,230
Stel uw vertrouwen niet op bedrieglijke
woorden: De tempel van de HEERE,

1301
01:19:31,230 --> 01:19:35,550
de tempel van de HEERE, de
tempel van de HEERE is dit!

1302
01:19:35,550 --> 01:19:39,990
Dat zeiden ze blijkbaar in de dagen
van Micha over de Assyrische dreiging:

1303
01:19:39,990 --> 01:19:41,610
De Heer is bij ons.

1304
01:19:41,610 --> 01:19:44,370
Hoe kan ons dan iets ergs overkomen?

1305
01:19:44,370 --> 01:19:48,150
En dat terwijl ze dingen doen
die voor God verfoeilijk zijn.

1306
01:19:48,150 --> 01:19:52,110
Daarom zal omwille van u Sion
als een akker omgeploegd worden,

1307
01:19:52,110 --> 01:19:57,390
Jeruzalem een puinhoop worden en de berg
van dit huis tot hoogten in het woud.

1308
01:19:57,390 --> 01:20:02,310
Dit zou figuurlijk kunnen zijn, in die
zin dat de Babyloniërs uiteindelijk,

1309
01:20:02,310 --> 01:20:06,330
lang na de dagen van Micha,
Jeruzalem inderdaad verwoestten,

1310
01:20:06,330 --> 01:20:09,150
hoewel ze het niet letterlijk
als een akker omploegden.

1311
01:20:09,150 --> 01:20:14,370
Later, nadat de Romeinen Jeruzalem hadden
verwoest, was er een Romeinse generaal,

1312
01:20:14,370 --> 01:20:18,810
Terentius Rufus, die na de verwoesting
van de tempel met een ploeg

1313
01:20:18,810 --> 01:20:20,670
het fundament omwoelde.

1314
01:20:20,670 --> 01:20:25,110
Hij gebruikte daadwerkelijk een ploeg om
de funderingsstenen van de tempel los te

1315
01:20:25,110 --> 01:20:29,430
trekken, en Sion werd letterlijk
als een akker omgeploegd.

1316
01:20:29,430 --> 01:20:34,290
Het zou dus iets letterlijks kunnen zijn
dat naar zo ver in de toekomst verwijst.

1317
01:20:34,290 --> 01:20:38,370
Of het zou figuurlijk kunnen zijn:
dat Sion verwoest zou worden,

1318
01:20:38,370 --> 01:20:43,110
wat de Babyloniërs ook hebben gedaan, al
hebben ze het niet letterlijk omgeploegd.

1319
01:20:43,110 --> 01:20:46,170
Nadat Micha al deze slechte
dingen heeft gezegd,

1320
01:20:46,170 --> 01:20:49,890
sluit hij ook deze Godsspraak weer
af met een verwijzing naar het

1321
01:20:49,890 --> 01:20:53,670
messiaanse tijdperk, zoals
hij dat bij de eerste deed.

1322
01:20:53,670 --> 01:20:58,230
Deze keer is die verwijzing veel
langer, twee hoofdstukken lang.

1323
01:20:58,230 --> 01:21:01,050
Hoofdstuk 4, vers 1 zegt:

1324
01:21:01,050 --> 01:21:03,930
Het zal echter in het
laatste der dagen geschieden

1325
01:21:03,930 --> 01:21:08,910
dat de berg van het huis van de HEERE vast
zal staan als de hoogste van de bergen,

1326
01:21:08,910 --> 01:21:11,670
en dat hij verheven zal
worden boven de heuvels,

1327
01:21:11,670 --> 01:21:14,430
en dat de volken ernaartoe zullen stromen.

1328
01:21:14,430 --> 01:21:17,790
Vele heidenvolken zullen
op weg gaan en zeggen: Kom,

1329
01:21:17,790 --> 01:21:22,470
laten wij opgaan naar de berg van de
HEERE, naar het huis van de God van Jakob;

1330
01:21:22,470 --> 01:21:25,770
dan zal Hij ons onderwijzen
aangaande Zijn wegen,

1331
01:21:25,770 --> 01:21:28,230
en zullen wij Zijn paden bewandelen.

1332
01:21:28,230 --> 01:21:32,970
Want uit Sion zal de wet uitgaan en
het woord van de HEERE uit Jeruzalem.

1333
01:21:32,970 --> 01:21:37,590
Hij zal oordelen tussen vele volken
en machtige heidenvolken vonnissen,

1334
01:21:37,590 --> 01:21:39,090
tot ver weg.

1335
01:21:39,090 --> 01:21:42,570
Zij zullen hun zwaarden
omsmeden tot ploegscharen en hun

1336
01:21:42,570 --> 01:21:43,950
speren tot snoeimessen.

1337
01:21:43,950 --> 01:21:47,610
Geen volk zal tegen een ander
volk het zwaard opheffen.

1338
01:21:47,610 --> 01:21:50,490
Oorlog voeren zullen zij niet meer leren.

1339
01:21:50,490 --> 01:21:55,050
Zoals ik je eerder heb verteld, is dit een
passage die sommige mensen zouden opvatten

1340
01:21:55,050 --> 01:21:58,950
als een verwijzing naar het
duizendjarige Koninkrijk van de Messias

1341
01:21:58,950 --> 01:22:00,450
door Zijn wederkomst.

1342
01:22:00,450 --> 01:22:04,230
Ik ben geneigd te geloven dat
het over de gemeente gaat.

1343
01:22:04,230 --> 01:22:06,510
Er zitten geestelijke aspecten aan.

1344
01:22:06,510 --> 01:22:11,370
De berg van het huis van de HEERE is
de gemeente, het geestelijke Sion,

1345
01:22:11,370 --> 01:22:14,130
het geestelijke huis van de HEERE.

1346
01:22:14,130 --> 01:22:17,550
In het Nieuwe Testament is
de gemeente het huis van God.

1347
01:22:17,550 --> 01:22:21,810
Dat heidenen uit alle volken toestromen,
heeft te maken met de toestroom van

1348
01:22:21,810 --> 01:22:25,890
heidenen naar de gemeente, die
nu al tweeduizend jaar gaande is.

1349
01:22:25,890 --> 01:22:29,730
Dat ze hun oorlogswapens
veranderen in landbouwwerktuigen,

1350
01:22:29,730 --> 01:22:33,210
duidt erop dat degenen die vroeger
vijandig waren en geneigd waren

1351
01:22:33,210 --> 01:22:36,630
oorlog met elkaar te voeren,
nu niet langer vijandig zijn

1352
01:22:36,630 --> 01:22:39,570
doordat ze in Christus
met elkaar verzoend zijn.

1353
01:22:39,570 --> 01:22:43,170
Ze hebben geen wapens meer nodig
om tegen elkaar te vechten.

1354
01:22:43,170 --> 01:22:47,070
In plaats daarvan houden ze zich bezig
met het opkweken van het zaad van

1355
01:22:47,070 --> 01:22:49,470
het Koninkrijk, enzovoort.

1356
01:22:49,470 --> 01:22:51,810
Eén ding in de passage van Micha dat

1357
01:22:51,810 --> 01:22:55,410
enigszins verschilt van de
vergelijkbare passage van Jesaja,

1358
01:22:55,410 --> 01:22:57,570
is dat hij in vers 4 zegt:

1359
01:22:57,570 --> 01:23:02,430
Maar zij zullen zitten, ieder onder
zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom,

1360
01:23:02,430 --> 01:23:07,170
niemand zal ze schrik aanjagen, want de
mond van de HEERE van de legermachten

1361
01:23:07,170 --> 01:23:08,790
heeft het gesproken.

1362
01:23:08,790 --> 01:23:11,430
Dit gedeelte staat niet bij Jesaja.

1363
01:23:11,430 --> 01:23:15,210
Want alle volken gaan op weg,
elk in de naam van zijn god,

1364
01:23:15,210 --> 01:23:21,810
maar wij zullen op weg gaan in de Naam van
de HEERE, onze God, voor eeuwig en altijd.

1365
01:23:21,810 --> 01:23:27,090
De verwijzing naar ieder die wandelt in
de naam van zijn god, met een kleine g,

1366
01:23:27,090 --> 01:23:31,470
duidt erop dat de passage betrekking
heeft op een tijd waarin er nog steeds

1367
01:23:31,470 --> 01:23:32,970
heidenen zullen zijn.

1368
01:23:32,970 --> 01:23:36,570
Er zullen nog steeds mensen
zijn die Jehovah niet dienen.

1369
01:23:36,570 --> 01:23:40,590
Gods volk, degenen die Zijn
heilige berg binnenstromen,

1370
01:23:40,590 --> 01:23:43,950
degenen die deelhebben aan
het messiaanse Koninkrijk,

1371
01:23:43,950 --> 01:23:48,930
degenen die de gemeente binnenkomen,
zullen wandelen in de Naam van Jehovah.

1372
01:23:48,930 --> 01:23:53,010
Maar er zullen nog steeds andere
mensen zijn die wandelen in de naam van

1373
01:23:53,010 --> 01:23:54,690
hun andere goden.

1374
01:23:54,690 --> 01:23:57,390
Dat is in het tijdperk
van de gemeente het geval,

1375
01:23:57,390 --> 01:23:59,730
maar vermoedelijk zou
dat niet het geval zijn

1376
01:23:59,730 --> 01:24:03,810
tijdens het duizendjarige rijk
nadat Jezus is teruggekomen.

1377
01:24:03,810 --> 01:24:07,170
We zouden mogen aannemen dat we
geen mensen zouden aantreffen

1378
01:24:07,170 --> 01:24:10,650
die wandelen in de naam van
andere goden dan Jehovah,

1379
01:24:10,650 --> 01:24:15,630
als Jezus tijdens de duizendjarige
regering over de hele aarde regeert.

1380
01:24:15,630 --> 01:24:19,770
Daarom vind ik dat dit extra gewicht
geeft aan de gedachte dat we hier naar de

1381
01:24:19,770 --> 01:24:24,090
gemeente kijken en niet naar een
toekomstig duizendjarig rijk.

1382
01:24:24,090 --> 01:24:25,230
Vers 6:

1383
01:24:25,230 --> 01:24:29,490
Op die dag, spreekt de HEERE,
zal Ik verzamelen wie mank gaat,

1384
01:24:29,490 --> 01:24:34,050
bijeenbrengen wie verdreven is
en wie Ik kwaad aangedaan heb.

1385
01:24:34,050 --> 01:24:38,910
Ik zal wie mank gaat, stellen tot een
overblijfsel en wie verdreven was tot een

1386
01:24:38,910 --> 01:24:44,130
machtig volk, en de HEERE zal over
hen Koning zijn op de berg Sion,

1387
01:24:44,130 --> 01:24:46,170
van nu aan tot in eeuwigheid.

1388
01:24:46,170 --> 01:24:50,130
Ik vat dit op als het
geestelijke Sion, de gemeente.

1389
01:24:50,130 --> 01:24:52,530
van nu aan tot in eeuwigheid.

1390
01:24:52,530 --> 01:24:57,570
Let op, het is geen regering van duizend
jaar; het is een regering voor eeuwig.

1391
01:24:57,570 --> 01:25:02,910
En u, Schaapstoren, Ofel van de
dochter van Sion, naar u zal gaan, ja,

1392
01:25:02,910 --> 01:25:05,790
naar u zal komen de
heerschappij van vroeger,

1393
01:25:05,790 --> 01:25:08,550
het koningschap van de
dochter van Jeruzalem.

1394
01:25:08,550 --> 01:25:13,170
Dat wil zeggen, het gezag van het
Davidische koninkrijk zal worden hersteld

1395
01:25:13,170 --> 01:25:18,630
in Jezus, Die uit het nageslacht van
David is en Die nu gezag heeft over

1396
01:25:18,630 --> 01:25:20,250
hemel en aarde.

1397
01:25:20,250 --> 01:25:23,550
Nu, waarom slaat u zo'n luid alarm?

1398
01:25:23,550 --> 01:25:27,510
Is er geen Koning onder u?
Is uw Raadsman omgekomen,

1399
01:25:27,510 --> 01:25:31,350
dat smart u aangegrepen heeft
als van een barende vrouw?

1400
01:25:31,350 --> 01:25:36,750
Krimp ineen en schreeuw het uit,
dochter van Sion, als een barende vrouw,

1401
01:25:36,750 --> 01:25:40,950
want nu moet u de stad uit
en in het open veld wonen.

1402
01:25:40,950 --> 01:25:43,350
U zult tot in Babel komen.

1403
01:25:43,350 --> 01:25:47,790
Daar zult u gered worden, daar zal
de HEERE u verlossen uit de hand

1404
01:25:47,790 --> 01:25:49,350
van uw vijanden.

1405
01:25:49,350 --> 01:25:50,550
Hij zegt:

1406
01:25:50,550 --> 01:25:53,310
En jullie zullen zelfs naar Babylon gaan.

1407
01:25:53,310 --> 01:25:57,930
Dit wordt geprofeteerd ruim honderd
jaar voordat ze naar Babel gingen.

1408
01:25:57,930 --> 01:26:02,790
Toen Micha dit profeteerde, vormde
Babel niet eens een bedreiging.

1409
01:26:02,790 --> 01:26:06,990
Babel was op dat moment gewoon een
van de kleine volken die onder het juk

1410
01:26:06,990 --> 01:26:08,850
van Assyrië lagen.

1411
01:26:08,850 --> 01:26:12,870
Er was dus op grond van natuurlijke
inzichten geen enkele manier

1412
01:26:12,870 --> 01:26:16,290
waarop men in de dagen van
Micha had kunnen voorzien dat

1413
01:26:16,290 --> 01:26:19,890
Babel aan de macht zou komen,
het gebied zou veroveren

1414
01:26:19,890 --> 01:26:22,830
en de Joden in ballingschap zou voeren.

1415
01:26:22,830 --> 01:26:28,650
En toch voorzag hij het, net als Jesaja,
dat de Joden naar Babel zouden gaan.

1416
01:26:28,650 --> 01:26:33,930
Net als bij Jesaja is de verlossing van
de Joden uit Babel ook hier, denk ik,

1417
01:26:33,930 --> 01:26:36,690
een type van het messiaanse tijdperk.

1418
01:26:36,690 --> 01:26:39,750
Dat zullen we vooral in
hoofdstuk 5 duidelijk zien.

1419
01:26:39,750 --> 01:26:40,950
Vers 11:

1420
01:26:40,950 --> 01:26:44,310
Nu verzamelen zich tegen
u vele heidenvolken.

1421
01:26:44,310 --> 01:26:50,370
Zij zeggen: Laat haar ontheiligd worden,
en laten onze ogen Sion aanschouwen.

1422
01:26:50,370 --> 01:26:53,790
Zíj echter kennen de
gedachten van de HEERE niet.

1423
01:26:53,790 --> 01:26:58,650
Zij begrijpen Zijn raadsbesluit niet:
dat Hij hen bijeengebracht heeft als

1424
01:26:58,650 --> 01:27:00,990
graanschoven op de dorsvloer.

1425
01:27:00,990 --> 01:27:08,010
Sta op en dors, dochter van Sion, want Ik
zal uw hoorn van ijzer maken en Ik zal uw

1426
01:27:08,010 --> 01:27:12,210
hoeven van brons maken, en u
zult vele volken verpletteren

1427
01:27:12,210 --> 01:27:16,710
en Ik zal hun winstbejag met de
ban slaan: het is voor de HEERE,

1428
01:27:16,710 --> 01:27:20,310
hun vermogen is voor de
Heere van heel de aarde.

1429
01:27:20,310 --> 01:27:25,290
Gods volk wordt vergeleken met een os
die het graan op de dorsvloer dorst,

1430
01:27:25,290 --> 01:27:28,650
met ijzeren horens en bronzen hoeven.

1431
01:27:28,650 --> 01:27:34,470
Dat duidt op een onoverwinnelijk
dier, de dorsende os met de horens en

1432
01:27:34,470 --> 01:27:36,390
hoeven van metaal.

1433
01:27:36,390 --> 01:27:41,310
Wie zou weerstand kunnen bieden aan
ijzeren horens en bronzen hoeven?

1434
01:27:41,310 --> 01:27:46,290
Zelfs Jezus Zelf had, toen Hij in
Openbaring hoofdstuk 1 werd gezien,

1435
01:27:46,290 --> 01:27:48,090
voeten als brons.

1436
01:27:48,090 --> 01:27:52,410
Dat wijst er ook op dat Hij
zou oordelen en vertrappen.

1437
01:27:52,410 --> 01:27:54,690
Hij zou alles verbrijzelen.

1438
01:27:54,690 --> 01:27:57,450
Brons is een behoorlijk sterk metaal.

1439
01:27:57,450 --> 01:28:02,550
De gedachte hier is dat er volken
zijn die tegen Gods volk optrekken,

1440
01:28:02,550 --> 01:28:07,290
maar alle tegenstand tegen Zijn volk zal
alleen maar dienen om de goddelozen te

1441
01:28:07,290 --> 01:28:11,550
vernietigen en onder hen het
koren van het kaf te scheiden.

1442
01:28:11,550 --> 01:28:15,750
Dit dorsen verwijst naar het
scheiden van het koren en het kaf.

1443
01:28:15,750 --> 01:28:20,850
En dat is, denk ik, wat er gebeurt wanneer
de gemeente het Evangelie verkondigt onder

1444
01:28:20,850 --> 01:28:23,910
de heidenen, onder de vijanden van God.

1445
01:28:23,910 --> 01:28:28,410
Sommigen van hen blijken koren
te zijn; ze komen tot bekering.

1446
01:28:28,410 --> 01:28:31,950
Anderen blijken kaf te zijn, en
op de langere termijn worden ze

1447
01:28:31,950 --> 01:28:34,170
uiteindelijk gewoon vertrapt.

1448
01:28:34,170 --> 01:28:35,670
Hoofdstuk 5:

1449
01:28:35,670 --> 01:28:39,690
Verzamel nu je troepen, stad vol soldaten.

1450
01:28:39,690 --> 01:28:41,490
Hij heeft ons belegerd.

1451
01:28:41,490 --> 01:28:45,510
Ze zullen de rechter van Israël
met een stok op zijn wang slaan.

1452
01:28:45,510 --> 01:28:48,990
Dit is waarschijnlijk een verwijzing
naar de val van het koninkrijk,

1453
01:28:48,990 --> 01:28:54,570
de Babylonische ballingschap, gevolgd
door de geboorte van de Messias in vers 2.

1454
01:28:54,570 --> 01:28:59,010
Al is het mogelijk dat vers 1, het slaan
van de rechter van Israël met een stok op

1455
01:28:59,010 --> 01:29:03,270
de wang, een verwijzing is
naar Jezus Die geslagen werd.

1456
01:29:03,270 --> 01:29:06,150
Zo spreekt Jesaja 50 over Jezus:

1457
01:29:06,150 --> 01:29:09,690
Mijn wangen aan hen die
Mij de baard uitplukken.

1458
01:29:09,690 --> 01:29:13,410
Mijn gezicht verberg Ik
niet voor smaad en speeksel.

1459
01:29:13,410 --> 01:29:17,130
Enzovoort. We weten dat
Jezus geslagen werd.

1460
01:29:17,130 --> 01:29:21,870
Maar ik vermoed dat vers 1 verwijst naar
de vernietiging van de Davidische dynastie

1461
01:29:21,870 --> 01:29:24,030
door de Babylonische ballingschap.

1462
01:29:24,030 --> 01:29:28,770
Die wordt pas in vers 2 hersteld, met de
geboorte van de Messias uit Bethlehem,

1463
01:29:28,770 --> 01:29:31,530
dezelfde plaats waar David vandaan kwam.

1464
01:29:31,530 --> 01:29:37,110
En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein
om te zijn onder de duizenden van Juda,

1465
01:29:37,110 --> 01:29:41,550
uit u zal Mij voortkomen Die
een Heerser zal zijn in Israël.

1466
01:29:41,550 --> 01:29:45,510
Zijn oorsprongen zijn van
oudsher, van eeuwige dagen af.

1467
01:29:45,510 --> 01:29:48,270
Geen erg belangrijke
stad in het land Juda.

1468
01:29:48,270 --> 01:29:52,470
Dit vers vertelt ons dat de Messias wat
Zijn menselijke oorsprong betreft uit

1469
01:29:52,470 --> 01:29:55,230
Bethlehem zal komen, maar
dat Zijn oorsprong in

1470
01:29:55,230 --> 01:29:57,270
werkelijkheid verder teruggaat.

1471
01:29:57,270 --> 01:29:59,130
Hij is de eeuwige God.

1472
01:29:59,130 --> 01:30:04,290
Alleen begint Zijn aardse levensloop als
mens in Bethlehem, zoals ook bij David,

1473
01:30:04,290 --> 01:30:05,850
die een type van Hem was.

1474
01:30:05,850 --> 01:30:11,010
Daarom zal Hij hen overgeven tot de tijd
dat zij die baren zal, gebaard heeft.

1475
01:30:11,010 --> 01:30:15,030
Dan zal de rest van Zijn broeders
zich bekeren, met de Israëlieten.

1476
01:30:15,030 --> 01:30:17,190
Dat wil zeggen, de Joden.

1477
01:30:17,190 --> 01:30:20,670
Hij zal staan en hen weiden
in de kracht van de HEERE,

1478
01:30:20,670 --> 01:30:24,570
in de majesteit van de Naam
van de HEERE, Zijn God.

1479
01:30:24,570 --> 01:30:29,970
Zij zullen veilig wonen, want nu zal Hij
groot zijn tot aan de einden van de aarde.

1480
01:30:29,970 --> 01:30:31,710
Hij zal Vrede zijn.

1481
01:30:31,710 --> 01:30:36,390
Wanneer Assur in ons land zal komen en
wanneer hij onze paleizen zal betreden,

1482
01:30:36,390 --> 01:30:41,790
zullen wij tegen hem zeven herders doen
opstaan en acht vorsten uit de mensen.

1483
01:30:41,790 --> 01:30:44,790
Paulus zei in Efeze 2:14:

1484
01:30:44,790 --> 01:30:49,290
Want Hij is onze vrede, Die
beiden één gemaakt heeft.

1485
01:30:49,290 --> 01:30:53,070
En door de tussenmuur, die
scheiding maakte, af te breken,

1486
01:30:53,070 --> 01:30:54,990
De Joden en de heidenen.

1487
01:30:54,990 --> 01:30:57,570
zegt Efeze 2:14.

1488
01:30:57,570 --> 01:31:00,090
En dit gaat over Jezus en zegt:

1489
01:31:00,090 --> 01:31:02,910
Hij zal voor vrede zorgen.

1490
01:31:02,910 --> 01:31:08,430
‘Zeven en acht’ is een typisch hebraïsme
om een onbepaald aantal aan te geven.

1491
01:31:08,430 --> 01:31:11,130
Het gaat hier om mensen die verzet bieden.

1492
01:31:11,130 --> 01:31:15,690
Dan zullen zij de Naam van de HEERE
vrezen vanwaar de zon ondergaat,

1493
01:31:15,690 --> 01:31:18,630
en Zijn heerlijkheid
van waar de zon opkomt.

1494
01:31:18,630 --> 01:31:23,130
Als de vijand zal komen als een
rivier, zal de Geest van de HEERE de

1495
01:31:23,130 --> 01:31:24,990
banier tegen hem oprichten.

1496
01:31:24,990 --> 01:31:29,130
zei Jesaja. En hier staat
een soortgelijke gedachte:

1497
01:31:29,130 --> 01:31:30,930
Hij zal Vrede zijn.

1498
01:31:30,930 --> 01:31:35,850
Wanneer Assur in ons land zal komen en
wanneer hij onze paleizen zal betreden,

1499
01:31:35,850 --> 01:31:41,190
zullen wij tegen hem zeven herders doen
opstaan en acht vorsten uit de mensen.

1500
01:31:41,190 --> 01:31:44,130
Zij zullen het land van
Assur weiden met het zwaard,

1501
01:31:44,130 --> 01:31:46,530
het land van Nimrod
met getrokken zwaarden.

1502
01:31:46,530 --> 01:31:51,150
Zo zal Hij ons redden van Assur, wanneer
die in ons land zal komen en wanneer die

1503
01:31:51,150 --> 01:31:53,190
ons gebied zal betreden.

1504
01:31:53,190 --> 01:31:56,071
— dat wil zeggen, wanneer
de Assyriër komt —

1505
01:31:56,071 --> 01:32:00,630
God heeft Jeruzalem inderdaad van de
Assyriërs verlost toen ze binnenvielen.

1506
01:32:00,630 --> 01:32:02,850
Maar dit verwijst daar
waarschijnlijk niet naar,

1507
01:32:02,850 --> 01:32:06,630
want Hij verloste hen niet door
zeven herders en vorstelijke mannen,

1508
01:32:06,630 --> 01:32:09,150
maar door een engel van de Heere.

1509
01:32:09,150 --> 01:32:12,090
Daarom moet dit waarschijnlijk
geestelijk worden opgevat,

1510
01:32:12,090 --> 01:32:14,130
met betrekking tot de gemeente.

1511
01:32:14,130 --> 01:32:18,750
Het overblijfsel van Jakob zal
zijn te midden van vele volken als

1512
01:32:18,750 --> 01:32:22,050
dauw van de HEERE, als
regendruppels op het gewas,

1513
01:32:22,050 --> 01:32:26,190
dat niet uitziet naar iemand en
niet hoopt op mensenkinderen.

1514
01:32:26,190 --> 01:32:30,990
Ja, het overblijfsel van Jakob
zal onder de heidenvolken zijn,

1515
01:32:30,990 --> 01:32:35,130
te midden van veel volken, als een
leeuw onder de dieren van het woud,

1516
01:32:35,130 --> 01:32:38,310
als een jonge leeuw onder
de schaapskudden, die,

1517
01:32:38,310 --> 01:32:43,530
wanneer hij erdoorheen trekt, vertrapt
en verscheurt, en er is niemand die redt.

1518
01:32:43,530 --> 01:32:46,950
Uw hand zal verhoogd zijn
boven uw tegenstanders

1519
01:32:46,950 --> 01:32:50,130
en al uw vijanden zullen
uitgeroeid worden.

1520
01:32:50,130 --> 01:32:54,630
Nu, onder het overblijfsel versta
ik hier natuurlijk de gemeente.

1521
01:32:54,630 --> 01:32:59,610
In de Nederlandse versnummering wordt de
gemeente in vers 6 vergeleken met dauw,

1522
01:32:59,610 --> 01:33:03,570
en in vers 7 met een leeuw
onder de dieren van het woud.

1523
01:33:03,570 --> 01:33:06,630
Beide beelden gaan over hoe
het overblijfsel van Jakob

1524
01:33:06,630 --> 01:33:10,771
is te midden van vele volken,
te midden van vele mensen —

1525
01:33:10,771 --> 01:33:12,930
hoe de kerk in de wereld is.

1526
01:33:12,930 --> 01:33:15,930
Ten eerste is ze als dauw uit de hemel.

1527
01:33:15,930 --> 01:33:18,330
Ze is een koninkrijk uit de hemel.

1528
01:33:18,330 --> 01:33:22,470
De gemeente vindt haar oorsprong in
de hemel en ze brengt verkwikking.

1529
01:33:22,470 --> 01:33:27,750
Het is zoals de dauw neerdaalt en de grond
bevochtigt, en dat is goed voor de aarde.

1530
01:33:27,750 --> 01:33:32,610
De aanwezigheid van de gemeente hier is
alsof Gods Koninkrijk uit de hemel gekomen

1531
01:33:32,610 --> 01:33:38,430
is en hier op aarde is, zoals
zuurdeeg in een klomp deeg, enzovoort.

1532
01:33:38,430 --> 01:33:40,950
Ze heeft een positieve
invloed op de aarde,

1533
01:33:40,950 --> 01:33:44,070
maar ze hoeft aan mensen geen
verantwoording af te leggen.

1534
01:33:44,070 --> 01:33:47,910
Zoals de dauw: je hebt
geen macht over de dauw.

1535
01:33:47,910 --> 01:33:50,790
Je kunt hem niet vasthouden
als hij gaat verdampen.

1536
01:33:50,790 --> 01:33:54,690
Hij staat onder Gods gezag,
niet onder dat van jou.

1537
01:33:54,690 --> 01:33:58,170
De gemeente hoeft aan mensen
geen verantwoording af te leggen.

1538
01:33:58,170 --> 01:34:00,570
Ze staat niet onder menselijk gezag.

1539
01:34:00,570 --> 01:34:02,430
Ze is een werk van God.

1540
01:34:02,430 --> 01:34:06,570
Ze daalt uit de hemel neer als
dauw, maar ze verkwikt de aarde

1541
01:34:06,570 --> 01:34:08,370
en ze is goed voor de aarde.

1542
01:34:08,370 --> 01:34:11,490
Maar ze is ook als een leeuw
te midden van de volken.

1543
01:34:11,490 --> 01:34:15,450
Dat wil zeggen, ze is een macht
om rekening mee te houden.

1544
01:34:15,450 --> 01:34:20,130
De kerk is niet alleen een zegen;
ze heeft ook een doel voor ogen.

1545
01:34:20,130 --> 01:34:25,410
Ze komt ook als een strijder om oorlog te
voeren tegen de machten van de duisternis,

1546
01:34:25,410 --> 01:34:30,210
om het gezag van de heidense volken te
betwisten en hen onder het gezag van

1547
01:34:30,210 --> 01:34:31,710
Christus te brengen.

1548
01:34:31,710 --> 01:34:36,870
Dit is dus een zegevierende kerk en
een macht om rekening mee te houden,

1549
01:34:36,870 --> 01:34:39,510
zoals een leeuw te midden van schapen.

1550
01:34:39,510 --> 01:34:42,510
Nu zei Jezus dat Hij
Zijn discipelen uitzond:

1551
01:34:42,510 --> 01:34:46,410
Zie, Ik zend u als schapen
te midden van de wolven;

1552
01:34:46,410 --> 01:34:51,150
wees dus bedachtzaam als de
slangen en oprecht als de duiven.

1553
01:34:51,150 --> 01:34:54,090
In zekere zin, lichamelijk gesproken,

1554
01:34:54,090 --> 01:34:57,870
bevinden individuele christenen
zich in een vijandige wereld

1555
01:34:57,870 --> 01:34:59,910
waar hun kwaad kan worden aangedaan.

1556
01:34:59,910 --> 01:35:04,170
Maar als je het geheel ruimer bekijkt,
lijkt de kerk meer op een leeuw

1557
01:35:04,170 --> 01:35:07,590
te midden van schapen,
omdat ze de wereld verovert.

1558
01:35:07,590 --> 01:35:11,610
Het Koninkrijk van God is bestemd
om de hele aarde te vullen,

1559
01:35:11,610 --> 01:35:14,610
zoals Daniël en Jezus Zelf hebben gezegd.

1560
01:35:14,610 --> 01:35:17,490
En dat is waar het volgens
mij daar over gaat.

1561
01:35:17,490 --> 01:35:18,870
In vers 10:

1562
01:35:18,870 --> 01:35:21,750
Op die dag zal het
gebeuren, spreekt de HEERE,

1563
01:35:21,750 --> 01:35:24,870
dat Ik uw paarden uit
uw midden zal uitroeien

1564
01:35:24,870 --> 01:35:27,810
en dat Ik uw wagens zal doen vergaan.

1565
01:35:27,810 --> 01:35:29,070
net zoals:

1566
01:35:29,070 --> 01:35:33,510
Hij zal oordelen tussen de
heidenvolken en veel volken vonnissen.

1567
01:35:33,510 --> 01:35:37,230
En zij zullen hun zwaarden
omsmeden tot ploegscharen en hun

1568
01:35:37,230 --> 01:35:39,150
speren tot snoeimessen.

1569
01:35:39,150 --> 01:35:42,990
Geen volk zal tegen een ander
volk het zwaard opheffen.

1570
01:35:42,990 --> 01:35:45,930
Oorlog voeren zullen zij niet meer leren.

1571
01:35:45,930 --> 01:35:51,030
zodat strijdwagens en paarden niet nodig
zullen zijn in het Koninkrijk van God.

1572
01:35:51,030 --> 01:35:56,250
Ik zal de steden van uw land uitroeien
en Ik zal al uw vestingen afbreken.

1573
01:35:56,250 --> 01:36:01,710
Ik zal de toverijen uit uw hand uitroeien
en u zult geen wolkenduiders meer hebben.

1574
01:36:01,710 --> 01:36:05,970
Met andere woorden, er zal
hervorming en heiligheid zijn.

1575
01:36:05,970 --> 01:36:10,530
Alle zonden en occultisme en
afgoderij zullen verdwenen zijn.

1576
01:36:10,530 --> 01:36:15,570
Ik zal uw afgodsbeelden en uw gewijde
stenen uit uw midden uitroeien,

1577
01:36:15,570 --> 01:36:19,530
zodat u zich niet meer zult neerbuigen
voor het werk van uw handen.

1578
01:36:19,530 --> 01:36:24,630
Ik zal uw gewijde palen uit uw midden
wegrukken en uw steden wegvagen.

1579
01:36:24,630 --> 01:36:29,310
Ik zal in toorn en in grimmigheid
wraak doen aan de heidenvolken die

1580
01:36:29,310 --> 01:36:31,050
niet willen luisteren.

1581
01:36:31,050 --> 01:36:35,490
Dat wil zeggen, degenen die niet
naar het Evangelie hebben geluisterd.

1582
01:36:35,490 --> 01:36:37,950
Hij brengt het Evangelie naar de volken.

1583
01:36:37,950 --> 01:36:41,310
En de godvruchtigen zullen
hun afgoden weggooien en hun

1584
01:36:41,310 --> 01:36:43,950
toverijen wegdoen, enzovoort.

1585
01:36:43,950 --> 01:36:47,610
Ze zullen hun leven hervormen
en zich bij de gemeente voegen.

1586
01:36:47,610 --> 01:36:52,350
Maar over de volken die dat niet doen,
zal Hij wraak oefenen in toorn en woede,

1587
01:36:52,350 --> 01:36:54,270
te beginnen met Jeruzalem.

1588
01:36:54,270 --> 01:36:58,830
Maar ook de heidense volken die dezelfde
opstandigheid tegen God vertonen,

1589
01:36:58,830 --> 01:37:02,070
zullen uiteindelijk
Zijn toorn ondervinden.

1590
01:37:02,070 --> 01:37:06,450
Nu staat de laatste profetie
in de hoofdstukken 6 en 7.

1591
01:37:06,450 --> 01:37:12,330
Luister toch naar wat de HEERE zegt: Sta
op, roep de bergen ter verantwoording,

1592
01:37:12,330 --> 01:37:15,210
laat de heuvels uw stem horen.

1593
01:37:15,210 --> 01:37:20,130
Luister, bergen, naar de
rechtszaak van de HEERE, ook u,

1594
01:37:20,130 --> 01:37:22,410
vaste fundamenten van de aarde.

1595
01:37:22,410 --> 01:37:25,470
De HEERE heeft immers een
rechtszaak met Zijn volk,

1596
01:37:25,470 --> 01:37:28,050
Hij voert een rechtszaak tegen Israël.

1597
01:37:28,050 --> 01:37:33,510
De bergen en de heuvels worden dus
opgeroepen om getuigen te zijn van deze

1598
01:37:33,510 --> 01:37:38,310
aanklacht die God tegen Zijn volk gaat
indienen, zoals in een rechtszaak.

1599
01:37:38,310 --> 01:37:43,590
Nu spreekt Hij tot het volk en vertelt
Hij hun wat Hij tegen hen heeft.

1600
01:37:43,590 --> 01:37:46,470
Mijn volk, wat heb Ik u aangedaan?

1601
01:37:46,470 --> 01:37:48,450
Waarmee heb Ik u vermoeid?

1602
01:37:48,450 --> 01:37:50,070
Getuig tegen Mij!

1603
01:37:50,070 --> 01:37:55,110
Ik heb u immers uit het land Egypte
geleid, u verlost uit het slavenhuis.

1604
01:37:55,110 --> 01:38:00,510
Ik heb Mozes, Aäron en
Mirjam vóór u uit gezonden.

1605
01:38:00,510 --> 01:38:07,110
Mijn volk, denk toch aan wat Balak, de
koning van Moab, beraamde, en wat Bileam,

1606
01:38:07,110 --> 01:38:12,690
de zoon van Beor, hem antwoordde, aan
wat er gebeurd is van Sittim tot Gilgal,

1607
01:38:12,690 --> 01:38:15,810
opdat u de gerechtigheid
van de HEERE kent.

1608
01:38:15,810 --> 01:38:18,210
En denk eraan hoe Ik jullie bevrijd heb.

1609
01:38:18,210 --> 01:38:22,290
Ik heb jullie goede leiders gegeven
en Ik heb het plan tegen jullie dat

1610
01:38:22,290 --> 01:38:24,450
Bileam aandroeg, verijdeld.

1611
01:38:24,450 --> 01:38:27,870
Met andere woorden: Ik heb
veel voor jullie gedaan.

1612
01:38:27,870 --> 01:38:30,690
Ik heb behoorlijk veel
in jullie geïnvesteerd.

1613
01:38:30,690 --> 01:38:34,050
Waarom zijn jullie Mij
niet gehoorzaam geweest?

1614
01:38:34,050 --> 01:38:36,810
Waarom zijn jullie Mij niet trouw geweest?

1615
01:38:36,810 --> 01:38:41,910
In vers 6 en 7 lijkt Micha volgens mij
de reactie van het volk op deze aanklacht

1616
01:38:41,910 --> 01:38:43,110
weer te geven.

1617
01:38:43,110 --> 01:38:48,270
En het volk reageert nogal schamper,
zo van: ‘Nou, wat wilt U dan, God?

1618
01:38:48,270 --> 01:38:51,090
Wilt U dat we onze
kinderen offeren, of zo?’

1619
01:38:51,090 --> 01:38:55,410
Ze reageren haast sarcastisch
of opstandig, zo van: ‘God,

1620
01:38:55,410 --> 01:38:57,090
U vraagt wel veel.

1621
01:38:57,090 --> 01:39:00,990
Waarom bent U niet tevreden
met hoe we zijn?’ Hij zegt:

1622
01:39:00,990 --> 01:39:05,850
Waarmee zal ik de HEERE tegemoet
gaan en mij buigen voor de hoge God?

1623
01:39:05,850 --> 01:39:10,530
Zal ik Hem tegemoet gaan met
brandoffers, met eenjarige kalveren?

1624
01:39:10,530 --> 01:39:16,350
Zou de HEERE behagen scheppen in duizenden
rammen, in tienduizenden oliebeken?

1625
01:39:16,350 --> 01:39:19,530
Zal ik mijn eerstgeborene
geven voor mijn overtreding,

1626
01:39:19,530 --> 01:39:23,010
de vrucht van mijn moederschoot
voor de zonde van mijn ziel?

1627
01:39:23,010 --> 01:39:28,410
Dit is nogal extreem, en eigenlijk
zeggen ze: ‘Hoe stel je God tevreden?

1628
01:39:28,410 --> 01:39:31,350
God is blijkbaar nogal
moeilijk tevreden te stellen.

1629
01:39:31,350 --> 01:39:34,590
Wat wilt U van mij? Duizend rammen?

1630
01:39:34,590 --> 01:39:36,750
Duizenden rivieren van olie?

1631
01:39:36,750 --> 01:39:39,990
Wilt U dat ik mijn eigen
eerstgeboren zoon offer?

1632
01:39:39,990 --> 01:39:42,030
Zal dat God tevredenstellen?’

1633
01:39:42,030 --> 01:39:46,410
Ze suggereren dat God eigenlijk niet
redelijk is en dat Zijn eisen nogal

1634
01:39:46,410 --> 01:39:49,290
extreem zijn, nogal onredelijk.

1635
01:39:49,290 --> 01:39:52,350
En van wie kun je verwachten
dat hij daaraan voldoet?

1636
01:39:52,350 --> 01:39:56,370
Maar het antwoord dat wordt gegeven,
waarschijnlijk door de profeet op de vraag

1637
01:39:56,370 --> 01:39:59,010
van het volk, staat in vers 8:

1638
01:39:59,010 --> 01:40:02,370
Hij heeft u, mens,
bekendgemaakt wat goed is.

1639
01:40:02,370 --> 01:40:05,550
En wat vraagt de HEERE van
u anders dan recht te doen,

1640
01:40:05,550 --> 01:40:09,870
goedertierenheid lief te hebben en
ootmoedig te wandelen met uw God.

1641
01:40:09,870 --> 01:40:13,530
Hij zegt eigenlijk dat God gewoon
op zoek is naar alledaags fatsoen.

1642
01:40:13,530 --> 01:40:17,730
Hij wil dat je het juiste doet, dat
je rechtvaardig bent in je handelen,

1643
01:40:17,730 --> 01:40:21,810
dat je barmhartig bent voor mensen,
dat je nederig bent voor God

1644
01:40:21,810 --> 01:40:23,610
en dat je met Hem wandelt.

1645
01:40:23,610 --> 01:40:25,590
Dat zijn de eenvoudige dingen.

1646
01:40:25,590 --> 01:40:28,470
Dit is een geweldig
vers om over te preken.

1647
01:40:28,470 --> 01:40:33,330
Maar wat hij hier zegt, is dat Gods
eisen helemaal niet onredelijk zijn.

1648
01:40:33,330 --> 01:40:35,910
Hij wil gewoon dat je fatsoenlijk bent.

1649
01:40:35,910 --> 01:40:40,290
Hij wil gewoon dat je rechtvaardig
en barmhartig en nederig bent.

1650
01:40:40,290 --> 01:40:43,110
Dan ben je gewoon een redelijk goed mens.

1651
01:40:43,110 --> 01:40:45,630
Het gaat Hem niet zozeer
om de grote hoeveelheid

1652
01:40:45,630 --> 01:40:49,530
rammen die je offert en
rivieren van olie, enzovoort.

1653
01:40:49,530 --> 01:40:52,410
Het is niet duur om God
tevreden te stellen.

1654
01:40:52,410 --> 01:40:57,330
Je hoeft alleen maar iemand te zijn die
rechtvaardig, barmhartig en nederig is.

1655
01:40:57,330 --> 01:41:02,970
En voor ons, gevallen en hoogmoedige
wezens, kan dat een zware opgave zijn.

1656
01:41:02,970 --> 01:41:07,110
Maar het is nog steeds buitengewoon
redelijk dat God dat vraagt.

1657
01:41:07,110 --> 01:41:09,630
En dat is alles wat God vraagt.

1658
01:41:09,630 --> 01:41:13,530
Nu somt hij enkele zonden van het
volk op die deel uitmaken van Zijn

1659
01:41:13,530 --> 01:41:15,210
aanklacht tegen hen.

1660
01:41:15,210 --> 01:41:16,770
Vanaf vers 9:

1661
01:41:16,770 --> 01:41:22,651
De stem van de HEERE roept tot de stad: —
Uw Naam ziet uit naar wat wezenlijk is —

1662
01:41:22,651 --> 01:41:26,070
Hoor de roede en Wie hem
voor u bestemd heeft.

1663
01:41:26,070 --> 01:41:28,230
Ze zijn met de roede geslagen.

1664
01:41:28,230 --> 01:41:30,930
Waarom dringt de boodschap
niet tot hen door?

1665
01:41:30,930 --> 01:41:33,150
Hoor wat de roede tegen hen zegt.

1666
01:41:33,150 --> 01:41:34,830
Wie heeft dat bepaald?

1667
01:41:34,830 --> 01:41:36,930
Dat heeft God namelijk gedaan.

1668
01:41:36,930 --> 01:41:41,430
Zijn er in het huis van de goddeloze nog
schatten door goddeloosheid verkregen

1669
01:41:41,430 --> 01:41:44,370
en een krappe efa, wat te verfoeien is?

1670
01:41:44,370 --> 01:41:48,150
Dat wil zeggen: er is
onrechtmatig verkregen bezit

1671
01:41:48,150 --> 01:41:53,070
dat nog steeds niet is teruggegeven aan
de slachtoffers van wie het is afgenomen.

1672
01:41:53,070 --> 01:41:56,730
Zou Ik rein zijn met een
goddeloze weegschaal en met een

1673
01:41:56,730 --> 01:41:58,770
zak valse weegstenen?

1674
01:41:58,770 --> 01:42:01,470
Dit zijn oneerlijke handelspraktijken.

1675
01:42:01,470 --> 01:42:06,090
We weten dat de verwijzingen naar valse
weegschalen in Spreuken, enzovoort,

1676
01:42:06,090 --> 01:42:08,610
te maken hebben met corruptie op de markt.

1677
01:42:08,610 --> 01:42:13,470
Omdat haar rijken er vol geweld zijn,
haar inwoners er leugens spreken,

1678
01:42:13,470 --> 01:42:15,630
hun tong bedrieglijk is in hun mond,

1679
01:42:15,630 --> 01:42:21,090
Dus geweld en bedrog: dat zijn enkele
dingen die God tegen hen heeft.

1680
01:42:21,090 --> 01:42:27,030
zal Ik u ook ziek maken, door u te treffen
en te verwoesten vanwege uw zonden.

1681
01:42:27,030 --> 01:42:30,150
Zelf zult u eten, maar
niet verzadigd worden,

1682
01:42:30,150 --> 01:42:33,450
uw gevoel van leegte zal
in uw binnenste blijven.

1683
01:42:33,450 --> 01:42:36,930
U zult iets wegleggen, maar
het niet in veiligheid brengen,

1684
01:42:36,930 --> 01:42:41,190
en wat u in veiligheid zult brengen,
zal Ik overgeven aan het zwaard.

1685
01:42:41,190 --> 01:42:44,670
Ze zullen dus voedseltekorten
hebben, enzovoort.

1686
01:42:44,670 --> 01:42:49,650
Zelf zult u zaaien, maar niet
maaien, zelf zult u olijven treden,

1687
01:42:49,650 --> 01:42:54,750
maar u niet met olie zalven, en nieuwe
wijn oogsten, maar geen wijn drinken.

1688
01:42:54,750 --> 01:42:58,470
Mogelijk omdat ze door de
Syriërs belegerd zouden worden

1689
01:42:58,470 --> 01:43:03,810
en de Syriërs hun gewassen zouden opeten
terwijl zij in de stad opgesloten zaten.

1690
01:43:03,810 --> 01:43:07,050
De landbouwgronden lagen
immers buiten de stadsmuren.

1691
01:43:07,050 --> 01:43:11,250
Want men houdt zich aan de verordeningen
van Omri en aan alles wat het huis van

1692
01:43:11,250 --> 01:43:12,870
Achab gedaan heeft.

1693
01:43:12,870 --> 01:43:17,310
U gaat voort in hun opvattingen, zodat
Ik u overgeef aan de verwoesting,

1694
01:43:17,310 --> 01:43:20,370
en haar inwoners maak tot een aanfluiting.

1695
01:43:20,370 --> 01:43:23,070
Zo zult u de smaad van Mijn volk dragen.

1696
01:43:23,070 --> 01:43:24,810
Hoofdstuk 7:

1697
01:43:24,810 --> 01:43:29,970
Wee mij, want het is mij vergaan als
na de inzameling van de zomervruchten,

1698
01:43:29,970 --> 01:43:35,130
als na de nalezing van de wijnoogst:
er is geen tros om te eten.

1699
01:43:35,130 --> 01:43:38,190
Mijn ziel verlangt naar vroege vijgen.

1700
01:43:38,190 --> 01:43:42,870
Een goedertieren mens is verdwenen uit
het land en een oprechte onder de mensen

1701
01:43:42,870 --> 01:43:44,130
is er niet.

1702
01:43:44,130 --> 01:43:48,870
Zij loeren allen op bloed, zij
jagen op elkaar met een net.

1703
01:43:48,870 --> 01:43:53,070
God zoekt naar goede mensen zoals
naar vruchten in een wijngaard,

1704
01:43:53,070 --> 01:43:54,930
maar Hij vindt er geen.

1705
01:43:54,930 --> 01:43:59,190
Om kwaad te doen staan hun
handen goed: de vorst eist,

1706
01:43:59,190 --> 01:44:03,630
de rechter doet uitspraak
tegen betaling, wie groot is,

1707
01:44:03,630 --> 01:44:08,070
beslist naar eigen begeerte
en zo verdraaien zij de zaak.

1708
01:44:08,070 --> 01:44:14,490
De beste van hen is als een doornstruik,
de oprechtste erger dan een doornhaag.

1709
01:44:14,490 --> 01:44:18,930
De dag van uw wachters is
gekomen, de dag van uw vergelding.

1710
01:44:18,930 --> 01:44:21,750
Nu zal er bij hen ontreddering zijn.

1711
01:44:21,750 --> 01:44:27,810
Dan spreekt hij erover hoe onbetrouwbaar
iedereen is, ook vrienden en familie.

1712
01:44:27,810 --> 01:44:31,470
Geloof een vriend niet,
vertrouw niet op een huisvriend,

1713
01:44:31,470 --> 01:44:35,190
bewaak de deuren van uw mond
voor haar die in uw schoot ligt.

1714
01:44:35,190 --> 01:44:36,270
je vrouw.

1715
01:44:36,270 --> 01:44:40,950
Want de zoon maakt de vader te schande,
de dochter staat op tegen haar moeder,

1716
01:44:40,950 --> 01:44:43,530
de schoondochter tegen haar schoonmoeder:

1717
01:44:43,530 --> 01:44:47,130
iemands vijanden zijn
zijn eigen huisgenoten.

1718
01:44:47,130 --> 01:44:51,810
Zelf zal ik echter uitzien naar de HEERE,
ik zal wachten op de God van mijn heil.

1719
01:44:51,810 --> 01:44:53,790
Mijn God zal mij horen.

1720
01:44:53,790 --> 01:44:59,250
zegt Micha. Hij spreekt, denk ik, als
vertegenwoordiger van het overblijfsel,

1721
01:44:59,250 --> 01:45:02,610
het rechtvaardige
overblijfsel in het algemeen.

1722
01:45:02,610 --> 01:45:06,690
Dat is ook in vers 8 aan het woord,
het rechtvaardige overblijfsel.

1723
01:45:06,690 --> 01:45:10,590
Verblijd u niet over mij, mijn
vijandin, want als ik gevallen ben,

1724
01:45:10,590 --> 01:45:15,870
zal ik weer opstaan, als ik in duisternis
zit, is de HEERE mij een licht.

1725
01:45:15,870 --> 01:45:20,371
Ik zal de toorn van de HEERE dragen
— want ik heb tegen Hem gezondigd —

1726
01:45:20,371 --> 01:45:24,450
totdat Hij mijn rechtszaak
voert en mij recht verschaft.

1727
01:45:24,450 --> 01:45:28,950
Hij zal mij uitleiden naar het licht,
ik zal Zijn gerechtigheid zien.

1728
01:45:28,950 --> 01:45:31,950
Dit is natuurlijk uiteindelijk
aan het kruis gebeurd.

1729
01:45:31,950 --> 01:45:34,290
Mijn vijandin zal dat zien.

1730
01:45:34,290 --> 01:45:39,330
Schaamte zal haar bedekken die tegen
mij zei: Waar is de HEERE, uw God?

1731
01:45:39,330 --> 01:45:41,670
Mijn ogen zullen op haar neerzien.

1732
01:45:41,670 --> 01:45:45,510
Nu zal zij worden vertrapt
als slijk op straat.

1733
01:45:45,510 --> 01:45:49,650
Waarom wordt de vijand
hier met ‘zij’ aangeduid?

1734
01:45:49,650 --> 01:45:53,670
Waarschijnlijk omdat Jeruzalem,
het niet behouden Jeruzalem,

1735
01:45:53,670 --> 01:45:58,590
de Joden die de Messias verwierpen,
de maagdelijke dochter van Sion is.

1736
01:45:58,590 --> 01:46:02,730
Met ‘zij’ wordt waarschijnlijk
de stad Jeruzalem bedoeld.

1737
01:46:02,730 --> 01:46:06,510
En waarschijnlijk verwijst dit hier
naar de verwoesting van Jeruzalem,

1738
01:46:06,510 --> 01:46:09,510
zoals we dat vaak bij
de profeten tegenkomen.

1739
01:46:09,510 --> 01:46:12,510
Nadat er over de messiaanse
zegeningen is gesproken,

1740
01:46:12,510 --> 01:46:17,970
volgt de vernietiging van de Joden die Hem
verwierpen, in het jaar 70 na Christus.

1741
01:46:17,970 --> 01:46:20,250
‘Zij die mijn vijand is.’

1742
01:46:20,250 --> 01:46:24,750
De Joodse stad Jeruzalem was zeker
de eerste vijand van de gemeente:

1743
01:46:24,750 --> 01:46:29,670
zij kruisigde Jezus en doodde
veel van de apostelen, enzovoort.

1744
01:46:29,670 --> 01:46:30,810
Vers 11:

1745
01:46:30,810 --> 01:46:33,570
Op de dag waarop Hij
uw muren zal herbouwen,

1746
01:46:33,570 --> 01:46:36,750
op die dag zal het besluit
zich ver verspreiden.

1747
01:46:36,750 --> 01:46:39,270
Dit zijn de muren van
het geestelijke Sion.

1748
01:46:39,270 --> 01:46:42,090
Het is een dag waarop
men naar u toe komt vanaf

1749
01:46:42,090 --> 01:46:46,890
Assyrië tot aan de steden van Egypte,
en vanaf Egypte tot aan de rivier,

1750
01:46:46,890 --> 01:46:50,610
van zee tot zee, van berg tot berg.

1751
01:46:50,610 --> 01:46:54,090
Dit betekent eenvoudig dat
mensen vanuit de hele wereld de

1752
01:46:54,090 --> 01:46:55,830
gemeente zullen binnenkomen.

1753
01:46:55,830 --> 01:46:59,550
Maar de aarde zal worden tot
een woestenij, om zijn bewoners,

1754
01:46:59,550 --> 01:47:01,890
vanwege de vrucht van hun daden.

1755
01:47:01,890 --> 01:47:04,170
En dat is natuurlijk ook het geval.

1756
01:47:04,170 --> 01:47:08,010
Gedurende het grootste deel van het
tijdperk van de gemeente zijn daar,

1757
01:47:08,010 --> 01:47:12,630
in het land Israël, geen mensen
geweest, geen beschaving.

1758
01:47:12,630 --> 01:47:15,690
[Vertalersnoot: de spreker
zegt hier ‘het land Israël’,

1759
01:47:15,690 --> 01:47:20,130
waar het voorafgaande
HSV-citaat ‘de aarde’ heeft.]

1760
01:47:20,130 --> 01:47:26,130
Weid Uw volk met Uw staf, de kudde van Uw
eigendom, die alleen in een woud woont,

1761
01:47:26,130 --> 01:47:28,230
te midden van een vruchtbaar land.

1762
01:47:28,230 --> 01:47:33,210
Laat hen weiden in Basan en Gilead,
als in de dagen van oude tijden af.

1763
01:47:33,210 --> 01:47:38,070
Dit is een gebed of God de
Messias, de Herder, wil zenden.

1764
01:47:38,070 --> 01:47:43,050
Als in de dagen toen u uit het land Egypte
trok, zal Ik het wonderen doen zien.

1765
01:47:43,050 --> 01:47:48,390
De heidenvolken zullen het zien en
beschaamd worden, ondanks al hun macht.

1766
01:47:48,390 --> 01:47:52,470
Zij zullen de hand op de mond
leggen, hun oren zullen doof worden.

1767
01:47:52,470 --> 01:47:55,170
Zij zullen stof likken als de slang; als

1768
01:47:55,170 --> 01:47:59,430
kruipende dieren van de aarde zullen
zij sidderend uit hun burchten komen,

1769
01:47:59,430 --> 01:48:03,690
naar de HEERE, onze God,
zullen zij in angst komen,

1770
01:48:03,690 --> 01:48:06,930
en zij zullen voor U bevreesd zijn.

1771
01:48:06,930 --> 01:48:11,190
Wie is een God als U, Die
de ongerechtigheid vergeeft,

1772
01:48:11,190 --> 01:48:15,390
Die voorbijgaat aan de overtreding van
het overblijfsel van Zijn eigendom?

1773
01:48:15,390 --> 01:48:18,030
Hij zal niet voor eeuwig
vasthouden aan Zijn toorn,

1774
01:48:18,030 --> 01:48:20,910
want Hij vindt vreugde
in goedertierenheid.

1775
01:48:20,910 --> 01:48:26,730
Hij zal Zich weer over ons ontfermen, Hij
zal onze ongerechtigheden vertrappen, ja,

1776
01:48:26,730 --> 01:48:30,270
U zult al hun zonden werpen
in de diepten van de zee.

1777
01:48:30,270 --> 01:48:34,830
U zult Jakob de trouw bewijzen
en Abraham de goedertierenheid,

1778
01:48:34,830 --> 01:48:39,330
die U aan onze vaderen gezworen
hebt vanaf de dagen van weleer.

1779
01:48:39,330 --> 01:48:41,670
Deze vervulling van de aan Abraham

1780
01:48:41,670 --> 01:48:46,110
beloofde barmhartigheden vindt
plaats in Christus en de gemeente.

1781
01:48:46,110 --> 01:48:51,150
Volgens Galaten 3:16 worden deze
beloften aan Abraham en aan zijn

1782
01:48:51,150 --> 01:48:55,230
zaad vervuld in Christus en
degenen die in Christus zijn.

1783
01:48:55,230 --> 01:48:57,450
We hebben het hier dus over de gemeente.

1784
01:48:57,450 --> 01:48:59,610
De volken zullen beschaamd worden.

1785
01:48:59,610 --> 01:49:02,850
De volken zullen doodsbang
zijn wanneer ze zien hoe God

1786
01:49:02,850 --> 01:49:05,130
Zijn volk in het gelijk stelt.

1787
01:49:05,130 --> 01:49:08,310
Alle vijanden van de gemeente
zullen beschaamd worden

1788
01:49:08,310 --> 01:49:11,490
en op hun buik liggen
als slangen van de aarde.

1789
01:49:11,490 --> 01:49:16,830
Ze zullen doodsbang zijn vanwege de vrees
voor God op de dag van Zijn oordeel.

1790
01:49:16,830 --> 01:49:18,750
Daarmee zijn we aan het
einde van het boek gekomen.
