1
00:00:02,070 --> 00:00:04,350
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,350 --> 00:00:09,990
Deze keer behandelen we Nehemia
hoofdstuk 9 tot en met 13.

3
00:00:09,990 --> 00:00:12,750
We komen bij hoofdstuk 9 van Nehemia.

4
00:00:12,750 --> 00:00:17,130
Dit speelt zich blijkbaar nog steeds
af in de zevende maand. Er staat:

5
00:00:17,130 --> 00:00:21,330
Op de vierentwintigste dag van deze
maand verzamelden de Israëlieten zich met

6
00:00:21,330 --> 00:00:24,810
vasten en in rouwgewaden,
met aarde op hun hoofd.

7
00:00:24,810 --> 00:00:29,130
En het nageslacht van Israël zonderde
zich af van alle vreemdelingen.

8
00:00:29,130 --> 00:00:34,230
Ze gingen staan en beleden hun zonden
en de ongerechtigheden van hun vaderen.

9
00:00:34,230 --> 00:00:36,630
Nadat zij op hun plaats waren gaan staan,

10
00:00:36,630 --> 00:00:39,930
lazen zij voor uit het
wetboek van de HEERE, hun God,

11
00:00:39,930 --> 00:00:44,430
gedurende een vierde deel van de dag;
en op een ander vierde deel van de dag

12
00:00:44,430 --> 00:00:48,810
deden zij belijdenis en bogen
zich neer voor de HEERE, hun God.

13
00:00:48,810 --> 00:00:54,990
Jesua en Bani, Kadmiël,
Sebanja, Bunni, Serebja,

14
00:00:54,990 --> 00:01:00,390
Bani en Chenani gingen op de verhoging van
de Levieten staan en riepen met luide stem

15
00:01:00,390 --> 00:01:02,190
tot de HEERE, hun God.

16
00:01:02,190 --> 00:01:09,450
De Levieten Jesua, Kadmiël,
Bani, Hasabneja, Serebja, Hodia,

17
00:01:09,450 --> 00:01:14,430
Sebanja en Petahja zeiden:
Sta op, loof de HEERE, uw God,

18
00:01:14,430 --> 00:01:18,450
van eeuwigheid tot eeuwigheid, en
laat men Uw heerlijke Naam loven,

19
00:01:18,450 --> 00:01:21,390
die boven alle lof en prijs verheven is.

20
00:01:21,390 --> 00:01:25,290
Nu weet ik niet wie van hen dit
zei, want dit is een lang gebed.

21
00:01:25,290 --> 00:01:28,410
Waarschijnlijk zei een van
hen dit namens de anderen.

22
00:01:28,410 --> 00:01:32,010
Waarschijnlijk was er één aan het
woord en stonden de anderen bij hem

23
00:01:32,010 --> 00:01:35,610
terwijl hij namens het volk
bad. Allereerst zeggen ze:

24
00:01:35,610 --> 00:01:40,950
Sta op en prijs de Heer, jullie
God, voor altijd en eeuwig.

25
00:01:40,950 --> 00:01:45,030
Dan wordt deze lofprijzing tot
de HEERE gericht, een heel lange,

26
00:01:45,030 --> 00:01:48,810
waarin de hele geschiedenis van
het Joodse volk wordt doorgenomen.

27
00:01:48,810 --> 00:01:50,910
U bent het, HEERE, U alleen.

28
00:01:50,910 --> 00:01:56,310
U hebt de hemel gemaakt, de allerhoogste
hemel en heel het leger erin,

29
00:01:56,310 --> 00:02:00,990
de aarde en al wat daarop is,
de zeeën en al wat daarin is,

30
00:02:00,990 --> 00:02:06,930
en U doet dat alles leven, en de menigte
aan de hemel buigt zich voor U neer.

31
00:02:06,930 --> 00:02:13,230
U bent de HEERE God, Die Abram uitkoos,
hem uit Ur van de Chaldeeën leidde

32
00:02:13,230 --> 00:02:15,870
en hem de naam Abraham gaf.

33
00:02:15,870 --> 00:02:21,030
U bevond zijn hart trouw tegenover U en
sloot met hem een verbond om het land van

34
00:02:21,030 --> 00:02:25,830
de Kanaänieten, Hethieten,
Amorieten, Ferezieten,

35
00:02:25,830 --> 00:02:30,450
Jebusieten en Girgasieten aan
zijn nakomelingen te geven.

36
00:02:30,450 --> 00:02:34,530
U hebt Uw woorden vervuld,
want U bent rechtvaardig.

37
00:02:34,530 --> 00:02:39,810
U zag de ellende van onze vaderen in
Egypte en hoorde hun geroep bij de zee.

38
00:02:39,810 --> 00:02:43,350
U deed tekenen en wonderen tegen de farao,

39
00:02:43,350 --> 00:02:46,530
zijn dienaren en heel
het volk van zijn land,

40
00:02:46,530 --> 00:02:50,490
want U wist dat zij
overmoedig tegen hen optraden.

41
00:02:50,490 --> 00:02:56,190
Zo hebt U voor Uzelf een Naam gemaakt,
zoals die tot op deze dag bekend is.

42
00:02:56,190 --> 00:03:01,290
U spleet de zee voor hen, zodat zij
midden door de zee over het droge gingen.

43
00:03:01,290 --> 00:03:06,570
Hun achtervolgers wierp U in de diepte,
als een steen in machtige wateren.

44
00:03:06,570 --> 00:03:11,250
U leidde hen overdag met een wolkkolom
en 's nachts met een vuurkolom,

45
00:03:11,250 --> 00:03:14,130
om de weg die zij moesten
gaan te verlichten.

46
00:03:14,130 --> 00:03:19,350
Ook daalde U neer op de berg Sinaï
en sprak U vanuit de hemel met hen.

47
00:03:19,350 --> 00:03:23,370
U gaf hun rechtvaardige
bepalingen en betrouwbare wetten,

48
00:03:23,370 --> 00:03:25,830
goede verordeningen en geboden.

49
00:03:25,830 --> 00:03:30,090
U maakte hun Uw heilige sabbat
bekend en gaf hun voorschriften,

50
00:03:30,090 --> 00:03:34,530
verordeningen en wetten door
de hand van Mozes, Uw dienaar.

51
00:03:34,530 --> 00:03:38,550
U gaf hun brood uit de hemel voor
hun honger en liet voor hun dorst

52
00:03:38,550 --> 00:03:40,050
water uit de rots komen.

53
00:03:40,050 --> 00:03:44,550
U zei hun het land binnen te gaan
en in bezit te nemen dat U hun onder

54
00:03:44,550 --> 00:03:45,810
ede beloofd had.

55
00:03:45,810 --> 00:03:49,650
Maar zij, onze vaderen,
handelden overmoedig,

56
00:03:49,650 --> 00:03:53,730
waren halsstarrig en luisterden
niet naar Uw geboden.

57
00:03:53,730 --> 00:03:57,810
Zij weigerden te gehoorzamen en dachten
niet aan de wonderen die U onder

58
00:03:57,810 --> 00:03:59,190
hen had gedaan.

59
00:03:59,190 --> 00:04:03,630
Zij bleven halsstarrig en stelden
in hun opstandigheid een leider aan

60
00:04:03,630 --> 00:04:06,090
om naar hun slavernij terug te keren.

61
00:04:06,090 --> 00:04:12,330
Maar U bent een God Die bereid is
te vergeven, genadig en barmhartig,

62
00:04:12,330 --> 00:04:15,690
geduldig en overvloedig
in goedertierenheid.

63
00:04:15,690 --> 00:04:19,170
U verliet hen niet, zelfs niet
toen zij voor zichzelf een

64
00:04:19,170 --> 00:04:22,890
gegoten kalf maakten en
zeiden: ‘Dit is uw god,

65
00:04:22,890 --> 00:04:27,570
die u uit het land Egypte heeft
geleid’, en U daarmee diep krenkten.

66
00:04:27,570 --> 00:04:32,010
Toch verliet U hen in Uw grote
barmhartigheid niet in de woestijn.

67
00:04:32,010 --> 00:04:36,210
De wolkkolom week overdag niet van
hen om hen op de weg te leiden,

68
00:04:36,210 --> 00:04:40,350
en de vuurkolom week 's nachts niet
om hun licht te geven op de weg die

69
00:04:40,350 --> 00:04:41,790
zij moesten gaan.

70
00:04:41,790 --> 00:04:45,570
U gaf ook Uw goede Geest
om hen te onderwijzen.

71
00:04:45,570 --> 00:04:50,550
U onthield hun Uw manna niet en
gaf hun water voor hun dorst.

72
00:04:50,550 --> 00:04:55,350
Veertig jaar onderhield U hen in de
woestijn, zodat hun niets ontbrak.

73
00:04:55,350 --> 00:04:59,250
Hun kleren versleten niet en
hun voeten zwollen niet op.

74
00:04:59,250 --> 00:05:04,290
Ook gaf U hun koninkrijken en
volken en verdeelde die in gebieden.

75
00:05:04,290 --> 00:05:09,990
Zo namen zij het land van Sihon, de
koning van Hesbon, en het land van Og,

76
00:05:09,990 --> 00:05:12,810
de koning van Basan, in bezit.

77
00:05:12,810 --> 00:05:16,530
U maakte hun kinderen zo talrijk
als de sterren aan de hemel

78
00:05:16,530 --> 00:05:20,730
en bracht hen in het land waarvan
U tegen hun vaderen had gezegd

79
00:05:20,730 --> 00:05:23,670
dat zij het moesten
binnengaan en in bezit nemen.

80
00:05:23,670 --> 00:05:26,850
Het volk ging het land
binnen en nam het in bezit.

81
00:05:26,850 --> 00:05:31,170
U onderwierp de bewoners van het
land, de Kanaänieten, aan hen.

82
00:05:31,170 --> 00:05:34,770
U gaf die met hun koningen en de
volken van het land in hun handen,

83
00:05:34,770 --> 00:05:37,650
zodat zij met hen konden
doen wat zij wilden.

84
00:05:37,650 --> 00:05:41,670
Zij veroverden versterkte
steden en vruchtbare grond en

85
00:05:41,670 --> 00:05:47,430
namen huizen vol goederen in bezit, al
uitgehouwen waterputten, wijngaarden,

86
00:05:47,430 --> 00:05:50,850
olijfgaarden en fruitbomen in overvloed.

87
00:05:50,850 --> 00:05:56,550
Zij aten, werden verzadigd en dik
en genoten van Uw grote goedheid.

88
00:05:56,550 --> 00:06:00,930
Toch waren zij ongehoorzaam en
kwamen zij tegen U in opstand.

89
00:06:00,930 --> 00:06:05,310
Zij wierpen Uw wet achter hun
rug en doodden Uw profeten,

90
00:06:05,310 --> 00:06:09,390
die tegen hen getuigden om hen
naar U te laten terugkeren.

91
00:06:09,390 --> 00:06:11,250
Zij krenkten U diep.

92
00:06:11,250 --> 00:06:15,690
Daarom gaf U hen in de macht van
hun vijanden, die hen onderdrukten.

93
00:06:15,690 --> 00:06:20,010
In hun nood riepen zij tot U
en U hoorde vanuit de hemel.

94
00:06:20,010 --> 00:06:23,730
In Uw grote barmhartigheid
gaf U hun verlossers,

95
00:06:23,730 --> 00:06:26,730
die hen uit de macht van
hun vijanden bevrijdden.

96
00:06:26,730 --> 00:06:28,770
Dit gaat over de tijd van de richteren.

97
00:06:28,770 --> 00:06:32,670
Maar als zij rust gekregen hadden,
deden zij opnieuw wat kwaad is

98
00:06:32,670 --> 00:06:34,290
voor Uw aangezicht.

99
00:06:34,290 --> 00:06:38,430
Dan gaf U hen weer over in de hand
van hun vijanden en die heersten dan

100
00:06:38,430 --> 00:06:39,810
weer over hen.

101
00:06:39,810 --> 00:06:42,870
Als zij zich dan
bekeerden en tot U riepen,

102
00:06:42,870 --> 00:06:48,990
hoorde U vanuit de hemel en redde hen vele
malen, overeenkomstig Uw barmhartigheid.

103
00:06:48,990 --> 00:06:52,830
U hebt hen gewaarschuwd om hen
te doen terugkeren naar Uw wet,

104
00:06:52,830 --> 00:06:55,470
maar zíj hebben overmoedig gehandeld.

105
00:06:55,470 --> 00:07:00,570
Ze hebben niet naar Uw geboden geluisterd,
maar hebben gezondigd tegen Uw bepalingen,

106
00:07:00,570 --> 00:07:03,750
waardoor een mens die ze houdt, leven zal.

107
00:07:03,750 --> 00:07:09,510
Zij zetten hun schouder er dwars tegenin,
zij waren halsstarrig en luisterden niet.

108
00:07:09,510 --> 00:07:12,990
Vele jaren bent U geduldig
geweest ten opzichte van hen,

109
00:07:12,990 --> 00:07:18,030
en hebt U hen door Uw Geest gewaarschuwd,
door de dienst van Uw profeten,

110
00:07:18,030 --> 00:07:20,490
maar zij namen het niet ter ore.

111
00:07:20,490 --> 00:07:25,050
Toen hebt U hen in de hand van de
volken van de landen overgegeven.

112
00:07:25,050 --> 00:07:28,710
Door Uw grote barmhartigheid
hebt U hen niet vernietigd

113
00:07:28,710 --> 00:07:33,990
en hebt U hen niet verlaten, want U
bent een genadig en barmhartig God.

114
00:07:33,990 --> 00:07:39,270
Welnu, onze God, o grote,
geweldige en ontzagwekkende God,

115
00:07:39,270 --> 00:07:42,870
Die het verbond en de
goedertierenheid in acht neemt,

116
00:07:42,870 --> 00:07:47,670
laat al de moeite die ons heeft getroffen
niet gering zijn voor Uw aangezicht:

117
00:07:47,670 --> 00:07:54,450
onze koningen, onze vorsten, onze
priesters, onze profeten, en onze vaderen,

118
00:07:54,450 --> 00:08:00,210
heel Uw volk, vanaf de dagen van de
koningen van Assyrië tot op deze dag.

119
00:08:00,210 --> 00:08:04,410
U bent echter rechtvaardig geweest
in alles wat ons overkomen is.

120
00:08:04,410 --> 00:08:08,730
Want U hebt getrouw gehandeld, maar
wij hebben goddeloos gehandeld.

121
00:08:08,730 --> 00:08:13,650
Onze koningen, onze vorsten,
onze priesters en onze vaderen

122
00:08:13,650 --> 00:08:20,310
hebben Uw wet niet gehouden en zij hebben
geen acht geslagen op Uw geboden en op

123
00:08:20,310 --> 00:08:24,030
Uw getuigenissen, die U hun gegeven hebt.

124
00:08:24,030 --> 00:08:29,310
Zij hebben U in hun koninkrijk niet
gediend, ondanks Uw vele kostbaarheden,

125
00:08:29,310 --> 00:08:35,310
die U hun had gegeven, en ondanks
het uitgestrekte en vruchtbare land

126
00:08:35,310 --> 00:08:39,990
dat U aan hen overgegeven had,
en zij hebben zich niet bekeerd

127
00:08:39,990 --> 00:08:42,090
van hun slechte daden.

128
00:08:42,090 --> 00:08:45,990
Zie, vandaag zijn wij
slaven, en het land dat

129
00:08:45,990 --> 00:08:51,690
U aan onze vaderen hebt gegeven om de
vrucht en het goede daarvan te eten, zie,

130
00:08:51,690 --> 00:08:53,730
wij zijn slaven daarin.

131
00:08:53,730 --> 00:08:58,590
Daarmee wordt waarschijnlijk bedoeld dat
ze nog steeds dienaren van Assyrië zijn,

132
00:08:58,590 --> 00:09:01,710
van Perzië in dit geval. Hij zei:

133
00:09:01,710 --> 00:09:04,770
Vanaf de tijd van de Assyriërs tot nu.

134
00:09:04,770 --> 00:09:07,710
De Assyriërs hadden natuurlijk
het noordelijke koninkrijk

135
00:09:07,710 --> 00:09:09,450
in ballingschap gevoerd.

136
00:09:09,450 --> 00:09:12,930
Daarna kwamen de
Babyloniërs, en nu de Perzen.

137
00:09:12,930 --> 00:09:17,310
Tot op deze dag zijn ze nog
steeds dienaren. Er staat:

138
00:09:17,310 --> 00:09:20,910
Zie, vandaag zijn wij
slaven, en het land dat

139
00:09:20,910 --> 00:09:26,190
U aan onze vaderen hebt gegeven om de
vrucht en het goede daarvan te eten, zie,

140
00:09:26,190 --> 00:09:27,930
wij zijn slaven daarin.

141
00:09:27,930 --> 00:09:32,850
De opbrengst ervan verschaft veel rijkdom
aan de koningen die U over ons aangesteld

142
00:09:32,850 --> 00:09:35,130
hebt vanwege onze zonden.

143
00:09:35,130 --> 00:09:39,990
Zij heersen over onze lichamen en
over onze dieren naar hun goeddunken,

144
00:09:39,990 --> 00:09:42,450
en wij zijn in grote benauwdheid.

145
00:09:42,450 --> 00:09:46,470
We hebben dus weer een vruchtbaar
land, maar we eten de vruchten niet.

146
00:09:46,470 --> 00:09:51,150
Het levert voordeel op voor die heidense
heersers die vanwege onze zonden

147
00:09:51,150 --> 00:09:52,650
over ons zijn aangesteld.

148
00:09:52,650 --> 00:09:57,630
Op grond van dit alles sluiten wij een
vaste overeenkomst en stellen die op

149
00:09:57,630 --> 00:10:02,190
schrift, met het zegel van onze
vorsten, Levieten en priesters.

150
00:10:02,190 --> 00:10:05,790
De hoofdstukindeling is
hier enigszins kunstmatig.

151
00:10:05,790 --> 00:10:10,170
De tekst gaat verder en vertelt
wie dit verbond hebben verzegeld:

152
00:10:10,170 --> 00:10:13,650
de leiders en de priesters en de Levieten.

153
00:10:13,650 --> 00:10:19,710
Hun namen worden genoemd in
hoofdstuk 10, vers 1 tot en met 27.

154
00:10:19,710 --> 00:10:21,810
Eerst staat er in vers 1:

155
00:10:21,810 --> 00:10:27,390
Onder hen die hun zegel zetten
waren: Zijne Excellentie Nehemia,

156
00:10:27,390 --> 00:10:30,630
de zoon van Hachalja, en Zidkia,

157
00:10:30,630 --> 00:10:36,090
En daarna worden in vers 2 tot en met 8
de namen genoemd van enkele andere mannen,

158
00:10:36,090 --> 00:10:37,830
die priesters waren.

159
00:10:37,830 --> 00:10:42,750
We weten dat het priesters zijn, omdat
er aan het einde van vers 8 staat:

160
00:10:42,750 --> 00:10:48,270
Maäzja, Bilgai, en Semaja;
dat waren de priesters.

161
00:10:48,270 --> 00:10:51,930
We krijgen dus eerst de
landvoogd en de priesters.

162
00:10:51,930 --> 00:10:53,670
Daarna de Levieten.

163
00:10:53,670 --> 00:10:56,370
Er zijn blijkbaar twee groepen Levieten.

164
00:10:56,370 --> 00:11:04,290
In vers 9 staan Jesua, de zoon van Azanja,
Binnuï, de zoon van Henadad, en Kadmiël.

165
00:11:04,290 --> 00:11:07,770
Dan hun broeders, die
natuurlijk ook Levieten zijn.

166
00:11:07,770 --> 00:11:10,410
Ik weet niet waarom ze
afzonderlijk worden genoemd,

167
00:11:10,410 --> 00:11:14,670
maar die eerste groep moet uit
vooraanstaande Levieten hebben bestaan.

168
00:11:14,670 --> 00:11:19,770
Daarna worden tot en met vers 13 de namen
van nog een aantal Levieten genoemd.

169
00:11:19,770 --> 00:11:21,990
Dan komen de oudsten van het volk.

170
00:11:21,990 --> 00:11:25,950
Dat zouden de leiders van de geslachten
van de verschillende stammen zijn.

171
00:11:25,950 --> 00:11:28,590
De priesters en de Levieten komen eerst,

172
00:11:28,590 --> 00:11:31,710
maar de andere stammen
hebben ook hun eigen leiders.

173
00:11:31,710 --> 00:11:36,870
Die worden genoemd in de volgende
verzen, vers 14 tot en met 27.

174
00:11:36,870 --> 00:11:39,750
Nu wordt ons uitgelegd
welk verbond ze sloten.

175
00:11:39,750 --> 00:11:44,790
Waarmee ze instemden, staat in
vers 28 en verder. Er staat:

176
00:11:44,790 --> 00:11:50,670
De rest van het volk, de priesters, de
Levieten, de poortwachters, de zangers,

177
00:11:50,670 --> 00:11:55,350
de tempeldienaren, en al wie zich had
afgezonderd van de volken van de landen om

178
00:11:55,350 --> 00:12:00,210
de wet van God te houden, hun
vrouwen, hun zonen en hun dochters,

179
00:12:00,210 --> 00:12:04,350
al wie kennis en inzicht had,
verbonden zich met hun broeders en hun

180
00:12:04,350 --> 00:12:08,070
vooraanstaanden en namen met
een zelfvervloeking en een

181
00:12:08,070 --> 00:12:12,630
eed de verplichting op zich dat ze
zouden wandelen volgens de wet van God,

182
00:12:12,630 --> 00:12:16,470
die gegeven was door de dienst
van Mozes, de dienaar van God,

183
00:12:16,470 --> 00:12:19,890
en dat zij alle geboden
van de HEERE, onze Heere,

184
00:12:19,890 --> 00:12:24,930
al Zijn bepalingen en Zijn verordeningen,
in acht zouden nemen en houden:

185
00:12:24,930 --> 00:12:27,630
Die woorden ‘een
vervloeking op zich nemen’

186
00:12:27,630 --> 00:12:32,250
betekenen dat ze een vloek over zichzelf
afriepen voor het geval ze de eed die ze

187
00:12:32,250 --> 00:12:34,170
aflegden zouden breken.

188
00:12:34,170 --> 00:12:38,790
De HEERE, onze Heere,
eigenlijk, Jahweh, onze Adonai.

189
00:12:38,790 --> 00:12:42,090
Wij zullen onze dochters niet
aan de volken van het land geven,

190
00:12:42,090 --> 00:12:45,630
en hun dochters zullen wij
niet voor onze zonen nemen.

191
00:12:45,630 --> 00:12:50,130
Als de volken van het land op de
sabbatdag hun waren en allerlei soorten

192
00:12:50,130 --> 00:12:54,150
graan zullen brengen om te verkopen,
dan zullen wij dat niet op de sabbat

193
00:12:54,150 --> 00:12:57,330
of op een andere heilige
dag van hen aannemen.

194
00:12:57,330 --> 00:13:00,570
Wij zullen het zevende jaar
het land braak laten liggen,

195
00:13:00,570 --> 00:13:03,090
en afzien van allerhande rente.

196
00:13:03,090 --> 00:13:07,710
Wij leggen onszelf de geboden op dat wij
een derde sikkel per jaar zullen geven

197
00:13:07,710 --> 00:13:10,230
voor de dienst van het huis van onze God;

198
00:13:10,230 --> 00:13:14,070
voor het uitgestalde brood en
het voortdurende graanoffer,

199
00:13:14,070 --> 00:13:18,690
voor het voortdurende brandoffer,
de sabbatten, de nieuwe maanden,

200
00:13:18,690 --> 00:13:22,050
voor de feestdagen, voor
de geheiligde gaven,

201
00:13:22,050 --> 00:13:25,410
voor de zondoffers om
verzoening te doen voor Israël,

202
00:13:25,410 --> 00:13:28,410
en voor heel de dienst
van het huis van onze God.

203
00:13:28,410 --> 00:13:33,750
Er waren in wezen drie specifieke dingen
naast de algemene afspraak die ze maakten.

204
00:13:33,750 --> 00:13:38,070
De algemene afspraak was dat ze
zich zouden houden aan de wetten die

205
00:13:38,070 --> 00:13:39,750
Mozes had gegeven.

206
00:13:39,750 --> 00:13:43,890
Maar er waren drie dingen die
ze in het bijzonder opsomden.

207
00:13:43,890 --> 00:13:47,490
Eén daarvan was dat ze niet
met heidenen zouden trouwen.

208
00:13:47,490 --> 00:13:50,610
Ze zouden zich niet door
huwelijken met heidenen vermengen,

209
00:13:50,610 --> 00:13:52,890
zoals ze in vers 30 zeiden.

210
00:13:52,890 --> 00:13:58,470
Vervolgens zouden ze de sabbat houden,
zowel de sabbatdag als het zevende jaar.

211
00:13:58,470 --> 00:14:02,370
Het sabbatsjaar en de
sabbatdag zouden ze houden.

212
00:14:02,370 --> 00:14:08,790
Het laatste was dat ze zichzelf regelmatig
een belasting zouden opleggen, in vers 32.

213
00:14:08,790 --> 00:14:11,850
Een derde sikkel zilver
per man, waarschijnlijk.

214
00:14:11,850 --> 00:14:16,110
Dat zou dienen voor de algemene kosten
van het in bedrijf houden van de tempel.

215
00:14:16,110 --> 00:14:21,870
De dagelijkse, vaste offers en de
toonbroden en dergelijke kostten iets.

216
00:14:21,870 --> 00:14:24,150
Helaas hebben ze dit niet volgehouden.

217
00:14:24,150 --> 00:14:27,450
We zullen zien dat ze deze dingen
eigenlijk niet hadden gedaan

218
00:14:27,450 --> 00:14:31,470
wanneer Nehemia terugkomt nadat
hij een tijd weg is geweest.

219
00:14:31,470 --> 00:14:34,350
Maar ze hebben wel een eed afgelegd.

220
00:14:34,350 --> 00:14:36,630
Er staat in vers 34:

221
00:14:36,630 --> 00:14:39,570
Wij, de priesters, de
Levieten en het volk,

222
00:14:39,570 --> 00:14:42,930
hebben het lot geworpen
over het offer van het hout,

223
00:14:42,930 --> 00:14:47,670
om dat naar het huis van onze God te
brengen, ingedeeld naar onze families,

224
00:14:47,670 --> 00:14:52,530
op vastgestelde tijden, jaar op
jaar, om dat te verbranden op het

225
00:14:52,530 --> 00:14:54,690
altaar van de HEERE onze God,

226
00:14:54,690 --> 00:14:57,690
overeenkomstig wat in
de wet beschreven staat.

227
00:14:57,690 --> 00:15:01,770
Waarschijnlijk het hout voor de
vuren, voor de kolen op het altaar.

228
00:15:01,770 --> 00:15:06,450
Iemand moest het hout aanvoeren,
en ze wierpen het lot om te bepalen

229
00:15:06,450 --> 00:15:08,430
wie van de Levieten dat zou doen.

230
00:15:08,430 --> 00:15:12,330
Wij nemen de verplichting op ons
om de eerstelingen van onze grond

231
00:15:12,330 --> 00:15:16,410
en de eerstelingen van elke
vrucht van elke boom jaar op jaar

232
00:15:16,410 --> 00:15:18,390
naar het huis van de HEERE te brengen,

233
00:15:18,390 --> 00:15:22,050
en de eerstgeborenen van onze
zonen en van onze dieren,

234
00:15:22,050 --> 00:15:24,750
overeenkomstig wat
beschreven staat in de wet;

235
00:15:24,750 --> 00:15:29,850
en om de eerstgeborenen van onze runderen
en van ons kleinvee naar het huis van onze

236
00:15:29,850 --> 00:15:34,170
God te brengen, naar de priesters die
dienstdoen in het huis van onze God.

237
00:15:34,170 --> 00:15:39,570
En de eerstelingen van ons deeg, onze
hefoffers, de vrucht van elke boom,

238
00:15:39,570 --> 00:15:43,110
nieuwe wijn en olie zullen
wij brengen naar de priesters,

239
00:15:43,110 --> 00:15:45,810
naar de voorraadkamers
van het huis van onze God.

240
00:15:45,810 --> 00:15:49,050
De tienden van onze grond
brengen wij naar de Levieten;

241
00:15:49,050 --> 00:15:52,890
de Levieten krijgen de tienden
in alle steden waar wij werken.

242
00:15:52,890 --> 00:15:57,510
Ook zal er een priester, een zoon
van Aäron, bij de Levieten zijn,

243
00:15:57,510 --> 00:15:59,610
als de Levieten de tienden ontvangen.

244
00:15:59,610 --> 00:16:02,130
En de Levieten zullen
een tiende van de tienden

245
00:16:02,130 --> 00:16:06,450
naar het huis van onze God brengen,
naar de kamers van het voorraadhuis,

246
00:16:06,450 --> 00:16:09,810
Deze voorraadkamers bevonden
zich in de tempel zelf.

247
00:16:09,810 --> 00:16:14,970
In Maleachi, waar het over de tienden
gaat, in Maleachi hoofdstuk 3 en

248
00:16:14,970 --> 00:16:16,530
vers 10, staat:

249
00:16:16,530 --> 00:16:21,810
Breng al de tienden naar het voorraadhuis,
zodat er voedsel in Mijn huis is.

250
00:16:21,810 --> 00:16:25,530
Beproef Mij toch hierin, zegt
de HEERE van de legermachten,

251
00:16:25,530 --> 00:16:31,410
of Ik niet de vensters van de hemel voor u
zal openen, en zegen over u zal uitgieten,

252
00:16:31,410 --> 00:16:34,050
zodat er geen schuren genoeg zullen zijn.

253
00:16:34,050 --> 00:16:38,430
Hij bedoelt dat het voedsel bestemd
is voor de priesters en de Levieten.

254
00:16:38,430 --> 00:16:41,910
Het voorraadhuis is niet
de plaatselijke gemeente.

255
00:16:41,910 --> 00:16:46,110
Veel mensen hebben onderwezen dat het
voorraadhuis de plek is waar je naartoe

256
00:16:46,110 --> 00:16:48,150
gaat om gevoed te worden.

257
00:16:48,150 --> 00:16:51,210
In het Nieuwe Testament ontvangen
we ons geestelijke voedsel van

258
00:16:51,210 --> 00:16:53,310
onze plaatselijke gemeente.

259
00:16:53,310 --> 00:16:56,550
Dus zou je de tienden van je
opbrengst naar je plaatselijke

260
00:16:56,550 --> 00:16:59,310
gemeente moeten brengen, het voorraadhuis.

261
00:16:59,310 --> 00:17:03,390
Dit wordt de leer van het geven van
tienden aan het voorraadhuis genoemd.

262
00:17:03,390 --> 00:17:07,230
Waarschijnlijk onderwijzen negen van
de tien kerkgenootschappen dit als

263
00:17:07,230 --> 00:17:09,090
een officiële leer.

264
00:17:09,090 --> 00:17:13,110
Ze gebruiken Maleachi om te zeggen dat
je de tienden naar het voorraadhuis moet

265
00:17:13,110 --> 00:17:15,810
brengen: dat is je plaatselijke gemeente.

266
00:17:15,810 --> 00:17:19,590
Maar de plaatselijke gemeente is
eigenlijk op geen enkele manier

267
00:17:19,590 --> 00:17:23,310
iets wat overeenkomt met het
voorraadhuis bij de tempel.

268
00:17:23,310 --> 00:17:28,110
Het voorraadhuis van de tempel was niet de
plek waar de mensen naartoe gingen om hun

269
00:17:28,110 --> 00:17:29,490
voedsel te halen.

270
00:17:29,490 --> 00:17:32,190
Het is niet de plek waar ze gingen eten.

271
00:17:32,190 --> 00:17:37,290
Het is de plek waar ze gaven om de
priesters en de Levieten te voeden.

272
00:17:37,290 --> 00:17:41,670
Daarom komt het niet overeen met
de plek waar je zelf naartoe gaat.

273
00:17:41,670 --> 00:17:44,010
Het is niet je voorraadkast.

274
00:17:44,010 --> 00:17:48,210
Het is niet de plek waar je naartoe
gaat om je voedsel te halen.

275
00:17:48,210 --> 00:17:51,570
Het voorraadhuis is hier iets heel anders.

276
00:17:51,570 --> 00:17:55,710
Het bevindt zich in de tempel en
het is de plek waar jaarlijks de

277
00:17:55,710 --> 00:17:58,110
tienden werden opgeslagen.

278
00:17:58,110 --> 00:18:03,570
Die werden het hele jaar bewaard, omdat
het graan was en dat houdbaar was.

279
00:18:03,570 --> 00:18:06,510
De priesters aten er het hele jaar van.

280
00:18:06,510 --> 00:18:10,950
want de Israëlieten en de Levieten
moeten het hefoffer van graan,

281
00:18:10,950 --> 00:18:15,210
nieuwe wijn en olie naar
de voorraadkamers brengen;

282
00:18:15,210 --> 00:18:20,310
daar zijn immers de voorwerpen van het
heiligdom, de priesters die dienstdoen,

283
00:18:20,310 --> 00:18:23,190
de poortwachters en de zangers.

284
00:18:23,190 --> 00:18:26,910
Wij zullen het huis van
onze God niet verwaarlozen.

285
00:18:26,910 --> 00:18:28,350
Hoofdstuk 11.

286
00:18:28,350 --> 00:18:33,030
Er was een klein probleem, want
Jeruzalem besloeg een groot oppervlak,

287
00:18:33,030 --> 00:18:35,550
maar er woonden niet erg veel mensen.

288
00:18:35,550 --> 00:18:38,670
De meeste mensen die uit
Perzië waren teruggekomen,

289
00:18:38,670 --> 00:18:41,970
hadden zich gevestigd in
dorpen verspreid over Juda

290
00:18:41,970 --> 00:18:45,870
en in hun eigen woonplaatsen
waar ze vandaan waren gekomen.

291
00:18:45,870 --> 00:18:49,470
Er woonde een vrij klein
aantal mensen in Jeruzalem.

292
00:18:49,470 --> 00:18:53,550
Toch had Jeruzalem een bepaalde
minimale bevolking nodig om

293
00:18:53,550 --> 00:18:57,870
als stad te kunnen functioneren
en ook om de stad te verdedigen.

294
00:18:57,870 --> 00:19:02,010
Daarom regelden ze daadwerkelijk dat
één op de tien mensen in Israël in

295
00:19:02,010 --> 00:19:03,270
Jeruzalem moest wonen.

296
00:19:03,270 --> 00:19:06,030
Dat zou veel later niet
het geval zijn geweest,

297
00:19:06,030 --> 00:19:09,690
toen de bevolking van Israël
natuurlijk veel groter was.

298
00:19:09,690 --> 00:19:12,930
Je zou waarschijnlijk geen tiende
van de bevolking binnen de muren van

299
00:19:12,930 --> 00:19:14,790
Jeruzalem kunnen onderbrengen.

300
00:19:14,790 --> 00:19:18,210
Maar op dit moment, toen er
niet zo veel mensen waren,

301
00:19:18,210 --> 00:19:22,770
wierpen ze wel het lot om te bepalen
wie daar zou blijven. Er staat:

302
00:19:22,770 --> 00:19:25,590
De vorsten van het volk
woonden in Jeruzalem,

303
00:19:25,590 --> 00:19:30,630
maar de rest van het volk wierp het lot om
één op de tien van het volk naar voren te

304
00:19:30,630 --> 00:19:34,650
brengen om in Jeruzalem, de
heilige stad, te gaan wonen,

305
00:19:34,650 --> 00:19:37,650
en negen op de tien in de andere steden.

306
00:19:37,650 --> 00:19:40,110
Het volk zegende alle mannen die zich

307
00:19:40,110 --> 00:19:43,410
vrijwillig aanboden om
in Jeruzalem te wonen.

308
00:19:43,410 --> 00:19:47,310
Het kan zijn dat degenen die
door het lot waren aangewezen,

309
00:19:47,310 --> 00:19:51,630
werden beschouwd als mensen die
hier vrijwillig mee instemden.

310
00:19:51,630 --> 00:19:55,530
Of misschien waren er sommigen
die er vrijwillig voor kozen,

311
00:19:55,530 --> 00:19:57,510
ook zonder de loting.

312
00:19:57,510 --> 00:20:02,190
Hoe dan ook, het wordt voorgesteld
alsof ze een of ander offer brengen door

313
00:20:02,190 --> 00:20:04,050
in Jeruzalem te gaan wonen.

314
00:20:04,050 --> 00:20:07,170
Het is een offer omdat ze
waarschijnlijk in hun dorpen,

315
00:20:07,170 --> 00:20:12,390
waar hun voorouders woonden, grond
hebben die van hun voorouders is geweest.

316
00:20:12,390 --> 00:20:18,210
Ze hebben landbouwgrond en huizen die ze
achterlaten om in Jeruzalem te gaan wonen.

317
00:20:18,210 --> 00:20:20,730
Ze geven het bewerken van het land op.

318
00:20:20,730 --> 00:20:25,590
Dat was wat de meesten van hen deden,
en waarschijnlijk deden ze dat graag,

319
00:20:25,590 --> 00:20:30,330
omdat ze op die manier voorspoed
konden hebben als God hun regen en

320
00:20:30,330 --> 00:20:32,310
voorspoed op het land gaf.

321
00:20:32,310 --> 00:20:36,990
Ze moesten hun beroep inruilen voor iets
wat ze als stadsbewoner konden doen.

322
00:20:36,990 --> 00:20:41,250
Gewoonlijk zou je dan ambachtsman
worden, misschien goudsmid of smid,

323
00:20:41,250 --> 00:20:43,230
of een of andere koopman.

324
00:20:43,230 --> 00:20:46,590
Je ging je bezighouden met de
verkoop van dingen of zoiets,

325
00:20:46,590 --> 00:20:48,390
in plaats van met landbouw.

326
00:20:48,390 --> 00:20:51,870
De meeste mensen waren boer, en
waarschijnlijk waren de meeste mensen ook

327
00:20:51,870 --> 00:20:53,310
het liefst boer.

328
00:20:53,310 --> 00:20:56,070
Maar degenen die vrijwillig
naar Jeruzalem verhuisden,

329
00:20:56,070 --> 00:20:59,910
moesten uiteraard van beroep veranderen,
omdat ze daar geen grond zouden hebben

330
00:20:59,910 --> 00:21:01,290
om te bewerken.

331
00:21:01,290 --> 00:21:04,650
Ze zouden een stedelijke
leefwijze moeten aannemen.

332
00:21:04,650 --> 00:21:06,270
In vers 3 staat:

333
00:21:06,270 --> 00:21:08,070
Dit zijn de leiders,

334
00:21:08,070 --> 00:21:11,550
Dit zijn de hoofden van het
gewest die in Jeruzalem woonden

335
00:21:11,550 --> 00:21:16,950
(in de steden van Juda woonden, ieder
in zijn bezit, in hun steden: Israël,

336
00:21:16,950 --> 00:21:20,670
de priesters, de Levieten,
de tempeldienaren en de

337
00:21:20,670 --> 00:21:23,490
nakomelingen van de slaven van Salomo).

338
00:21:23,490 --> 00:21:24,390
Er staat:

339
00:21:24,390 --> 00:21:30,090
Maar in de steden van Juda woonde iedereen
op zijn eigen grond, in zijn eigen stad:

340
00:21:30,090 --> 00:21:32,790
Israëlieten, priesters, Levieten,

341
00:21:32,790 --> 00:21:36,810
tempeldienaren en nakomelingen
van Salomo's dienaren.

342
00:21:36,810 --> 00:21:41,310
Ze woonden niet in Jeruzalem, tenzij ze
door het lot waren aangewezen als die

343
00:21:41,310 --> 00:21:42,750
ene op de tien.

344
00:21:42,750 --> 00:21:46,890
In Jeruzalem woonden sommigen van
de nakomelingen van Juda en van de

345
00:21:46,890 --> 00:21:48,930
nakomelingen van Benjamin.

346
00:21:48,930 --> 00:21:55,410
Van de nakomelingen van Juda: Ataja, de
zoon van Uzzia, de zoon van Zacharja,

347
00:21:55,410 --> 00:22:00,690
de zoon van Amarja, de zoon van
Sefatja, de zoon van Mahalaleël,

348
00:22:00,690 --> 00:22:03,150
van de nakomelingen van Perez;

349
00:22:03,150 --> 00:22:06,870
Dit zijn, denk ik, degenen
die waren uitgekozen.

350
00:22:06,870 --> 00:22:11,070
Eerst hebben we mensen uit de
stam Juda, in vers 4 tot en met 6.

351
00:22:11,070 --> 00:22:13,290
Aan het eind van vers 6 staat:

352
00:22:13,290 --> 00:22:14,910
Dit waren dappere mannen.

353
00:22:14,910 --> 00:22:17,730
Ze waren daar dus gedeeltelijk
om dapper te zijn,

354
00:22:17,730 --> 00:22:20,550
dat wil zeggen om de stad te verdedigen.

355
00:22:20,550 --> 00:22:24,390
Dapper zou betekenen dat ze in militair
opzicht bruikbaar waren voor de

356
00:22:24,390 --> 00:22:26,010
verdediging van de stad.

357
00:22:26,010 --> 00:22:29,610
Er waren er 468 uit de stam Juda.

358
00:22:29,610 --> 00:22:33,810
Dan hebben we in vers 7 tot en met
9 mensen uit de zonen van Benjamin,

359
00:22:33,810 --> 00:22:35,790
de stam Benjamin.

360
00:22:35,790 --> 00:22:39,690
Het is interessant dat Benjamin
weliswaar een veel kleinere stam was,

361
00:22:39,690 --> 00:22:44,250
maar dat er door het lot twee keer zoveel
mensen van hen waren uitgekozen om daar te

362
00:22:44,250 --> 00:22:45,990
wonen als van Juda.

363
00:22:45,990 --> 00:22:52,530
Van Juda waren er maar 468
mensen, maar van Benjamin 928.

364
00:22:52,530 --> 00:22:57,450
Er zijn dus bijna precies twee keer
zoveel Benjaminieten als Judeeërs.

365
00:22:57,450 --> 00:23:01,290
Dan gaat het in vers 10 tot
en met 14 over de priesters.

366
00:23:01,290 --> 00:23:05,130
Het totale aantal priesters was 1.192,

367
00:23:05,130 --> 00:23:08,130
maar ze worden onderverdeeld
in kleinere groepen.

368
00:23:08,130 --> 00:23:10,650
Zo lezen we bijvoorbeeld in vers 12:

369
00:23:10,650 --> 00:23:15,091
‘Van de broeders’ — dat wil zeggen:
de broeders die priester waren —

370
00:23:15,091 --> 00:23:17,430
‘die het werk van het huis verrichtten’.

371
00:23:17,430 --> 00:23:21,210
Deze woorden komen uit Nehemia 11:12.

372
00:23:21,210 --> 00:23:23,190
Blijkbaar het werk van de tempel.

373
00:23:23,190 --> 00:23:25,950
Alle priesters deden soms
het werk van de tempel,

374
00:23:25,950 --> 00:23:28,770
maar het is moeilijk te
weten hoe ze dat regelden.

375
00:23:28,770 --> 00:23:32,550
Er waren te veel priesters om hen
werkelijk allemaal tegelijk in de tempel

376
00:23:32,550 --> 00:23:33,990
te laten werken.

377
00:23:33,990 --> 00:23:37,470
David had hen in 24
priesterafdelingen verdeeld,

378
00:23:37,470 --> 00:23:41,550
en die kwamen twee keer per jaar
aan de beurt, telkens een week.

379
00:23:41,550 --> 00:23:44,970
Ik weet niet of ze dat in de
tijd van Nehemia ook deden,

380
00:23:44,970 --> 00:23:48,630
of dat ze in plaats daarvan gewoon
een deel van de priesters namen om

381
00:23:48,630 --> 00:23:51,510
voortdurend het werk in het
huis van de HEERE te doen.

382
00:23:51,510 --> 00:23:54,390
De rest zou dan alleen
ondersteunend werk doen.

383
00:23:54,390 --> 00:23:58,530
Het is echt moeilijk te weten, maar
degenen die het werk van het huis deden,

384
00:23:58,530 --> 00:24:01,170
waren met 822.

385
00:24:01,170 --> 00:24:02,910
Dan staat er in vers 13:

386
00:24:02,910 --> 00:24:06,600
En zijn broeders, familiehoofden:
tweehonderdtweeënveertig.

387
00:24:06,600 --> 00:24:13,530
Amassai, de zoon van Azareël, de zoon
van Achzai, de zoon van Mesillemoth,

388
00:24:13,530 --> 00:24:15,210
de zoon van Immer.

389
00:24:15,210 --> 00:24:18,210
Blijkbaar de hoofden van de
priesterlijke vaderhuizen.

390
00:24:18,210 --> 00:24:21,690
Daar zijn er 242 van in vers 13.

391
00:24:21,690 --> 00:24:24,690
Dan zijn er onder hen
ook strijdbare helden.

392
00:24:24,690 --> 00:24:29,670
Er waren 128 strijdbare helden,
blijkbaar ook onder de priesters.

393
00:24:29,670 --> 00:24:33,690
Ik ga ervan uit dat al deze
groepen tot de priesters behoren.

394
00:24:33,690 --> 00:24:36,630
Maar het is mogelijk dat de
hoofden van de vaderhuizen

395
00:24:36,630 --> 00:24:42,090
en de strijdbare helden aparte groepen
zijn, naast de priesters of de Levieten.

396
00:24:42,090 --> 00:24:46,410
In dat geval is het
aantal priesters maar 822.

397
00:24:46,410 --> 00:24:52,770
Dan heb je 242 hoofden van
geslachten en 128 strijdbare helden.

398
00:24:52,770 --> 00:24:59,070
Dan heb je de Levieten in vers 15 tot
en met 18, en daar zijn er 284 van.

399
00:24:59,070 --> 00:25:03,450
Dan heb je de poortwachters,
die in vers 19 worden genoemd.

400
00:25:03,450 --> 00:25:06,690
Er zijn 172 poortwachters.

401
00:25:06,690 --> 00:25:07,890
Vers 20:

402
00:25:07,890 --> 00:25:13,590
De rest van Israël, de priesters en de
Levieten woonden in alle steden van Juda,

403
00:25:13,590 --> 00:25:15,690
ieder in zijn erfelijk bezit.

404
00:25:15,690 --> 00:25:20,190
De tempeldienaren woonden op
de Ofel; Ziha en Gispa waren

405
00:25:20,190 --> 00:25:22,650
aangesteld over de tempeldienaren.

406
00:25:22,650 --> 00:25:26,730
De tempeldienaren waren natuurlijk
degenen die het hout hakten en het water

407
00:25:26,730 --> 00:25:28,350
droegen voor de tempel.

408
00:25:28,350 --> 00:25:32,010
Het waren de Gibeonieten die
door bedrog die overeenkomst met

409
00:25:32,010 --> 00:25:33,990
Jozua hadden gesloten.

410
00:25:33,990 --> 00:25:36,990
Ze hadden hier dus iemand die
toezicht hield op hun werk.

411
00:25:36,990 --> 00:25:42,090
De opzichter van de Levieten in
Jeruzalem was Uzzi, de zoon van Bani,

412
00:25:42,090 --> 00:25:47,610
de zoon van Hasabja, de zoon
van Mattanja, de zoon van Micha;

413
00:25:47,610 --> 00:25:51,930
van de nakomelingen van Asaf waren de
zangers verantwoordelijk voor het werk in

414
00:25:51,930 --> 00:25:53,790
het huis van God.

415
00:25:53,790 --> 00:25:57,570
Er was namelijk een gebod van de
koning met betrekking tot hen,

416
00:25:57,570 --> 00:26:01,050
een vaste overeenkomst met
betrekking tot de zangers,

417
00:26:01,050 --> 00:26:04,950
zodat elke dag het voor
die dag benodigde er was.

418
00:26:04,950 --> 00:26:11,790
En Petahja, de zoon van Mesezabeël, uit de
nakomelingen van Zerah, de zoon van Juda,

419
00:26:11,790 --> 00:26:15,630
stond de koning terzijde
bij elke zaak van het volk.

420
00:26:15,630 --> 00:26:18,690
Dit is dus de bestuurlijke
structuur binnen de stad,

421
00:26:18,690 --> 00:26:22,350
van die weinigen die in de stad
woonden, betrekkelijk weinigen.

422
00:26:22,350 --> 00:26:25,530
De Levieten hadden hun
eigen opzichter over zich,

423
00:26:25,530 --> 00:26:28,770
en de tempeldienaren hadden
een opzichter over zich.

424
00:26:28,770 --> 00:26:31,530
Blijkbaar was er nog
een andere man, Petahja,

425
00:26:31,530 --> 00:26:36,270
die de vertegenwoordiger van de koning
was in alle zaken die het volk aangingen.

426
00:26:36,270 --> 00:26:39,210
[Redactienoot: de spreker
noemt hier Mephihaiah;

427
00:26:39,210 --> 00:26:44,385
de beschreven functie en Nehemia
11:24 wijzen op Petahja.]

428
00:26:44,385 --> 00:26:47,610
Met de vertegenwoordiger van de koning
wordt vermoedelijk die van de koning van

429
00:26:47,610 --> 00:26:51,390
Perzië bedoeld, want er was
geen koning in Jeruzalem.

430
00:26:51,390 --> 00:26:56,130
Dan volgen de namen van mensen en
families die buiten Jeruzalem woonden,

431
00:26:56,130 --> 00:26:59,190
in vers 25 tot en met 36.

432
00:26:59,190 --> 00:27:01,470
In de dorpen op het platteland waren

433
00:27:01,470 --> 00:27:04,710
sommigen van de nakomelingen
van Juda gaan wonen:

434
00:27:04,710 --> 00:27:08,130
in Kirjat-Arba en de
bijbehorende plaatsen,

435
00:27:08,130 --> 00:27:14,310
in Dibon en de bijbehorende plaatsen,
in Jekabzeël en zijn dorpen, in Jesua,

436
00:27:14,310 --> 00:27:16,470
in Molada, in Beth-Palet,

437
00:27:16,470 --> 00:27:19,170
Enzovoort. Er zijn heel wat steden.

438
00:27:19,170 --> 00:27:20,670
Vers 31 zegt:

439
00:27:20,670 --> 00:27:24,810
De nakomelingen van Benjamin
van Geba woonden in Michmas,

440
00:27:24,810 --> 00:27:28,410
Aja en Bethel en de bijbehorende plaatsen,

441
00:27:28,410 --> 00:27:30,810
Dan worden er dorpen genoemd.

442
00:27:30,810 --> 00:27:32,370
Vers 36 zegt:

443
00:27:32,370 --> 00:27:37,770
Van de Levieten woonden sommigen in land
dat aan Juda en Benjamin toebedeeld was.

444
00:27:37,770 --> 00:27:43,230
Dit is voor ons geen bijzonder belangrijke
informatie om te weten, al die details.

445
00:27:43,230 --> 00:27:45,450
Deze mensen zijn niet beroemd.

446
00:27:45,450 --> 00:27:50,550
Nou ja, dat zijn ze denk ik wel als ze
in de Bijbel staan — beroemder dan ik.

447
00:27:50,550 --> 00:27:53,910
Maar we weten niets over
hen behalve hun namen,

448
00:27:53,910 --> 00:27:56,850
waar ze woonden en waarom ze daar woonden.

449
00:27:56,850 --> 00:28:01,590
We hebben hier dus een van die vele
lijsten waar de boeken Nehemia en Ezra

450
00:28:01,590 --> 00:28:03,270
zo dol op zijn.

451
00:28:03,270 --> 00:28:04,950
Hoofdstuk 12 zegt:

452
00:28:04,950 --> 00:28:10,170
Dit zijn de priesters en de Levieten die
met Zerubbabel, de zoon van Sealthiël,

453
00:28:10,170 --> 00:28:15,090
en Jesua waren opgetrokken:
Seraja, Jeremia, Ezra,

454
00:28:15,090 --> 00:28:16,890
Dan volgt er een lange lijst.

455
00:28:16,890 --> 00:28:21,630
Deze priesters waren lang geleden
meegetrokken, en tot en met vers 7 worden

456
00:28:21,630 --> 00:28:24,630
al hun namen genoemd. Dan staat er:

457
00:28:24,630 --> 00:28:31,110
Sallu, Amok, Hilkia en Jedaja; dat
waren de hoofden van de priesters en hun

458
00:28:31,110 --> 00:28:33,810
broeders in de dagen van Jesua.

459
00:28:33,810 --> 00:28:35,070
Vers 8 zegt:

460
00:28:35,070 --> 00:28:43,770
De Levieten waren: Jesua, Binnuï,
Kadmiël, Serebja, Juda, en Mattanja.

461
00:28:43,770 --> 00:28:47,610
Hij en zijn broeders waren
verantwoordelijk voor de dankliederen.

462
00:28:47,610 --> 00:28:50,370
En ook daar worden heel wat namen genoemd.

463
00:28:50,370 --> 00:28:52,050
Dan zegt vers 12:

464
00:28:52,050 --> 00:28:56,970
In de dagen van Jojakim waren de
volgende priesters familiehoofden:

465
00:28:56,970 --> 00:29:01,710
van Seraja was dat Meraja;
van Jeremia, Hananja,

466
00:29:01,710 --> 00:29:07,050
En dan worden de priesters genoemd, de
zonen van de vaderhuizen, enzovoort,

467
00:29:07,050 --> 00:29:09,450
helemaal tot en met vers 21.

468
00:29:09,450 --> 00:29:11,550
In vers 22 staat:

469
00:29:11,550 --> 00:29:14,790
De Levieten werden in
de dagen van Eljasib,

470
00:29:14,790 --> 00:29:19,590
Jojada en Johanan en Jaddua
ingeschreven als familiehoofden,

471
00:29:19,590 --> 00:29:24,510
en de priesters tijdens het
koningschap van Darius, de Pers.

472
00:29:24,510 --> 00:29:27,690
De nakomelingen van
Levi, de familiehoofden,

473
00:29:27,690 --> 00:29:32,130
werden in het boek van de kronieken
ingeschreven, tot de dagen van Johanan,

474
00:29:32,130 --> 00:29:34,110
de zoon van Eljasib.

475
00:29:34,110 --> 00:29:40,590
De hoofden van de Levieten waren Hasabja,
Serebja, en Jesua, de zoon van Kadmiël,

476
00:29:40,590 --> 00:29:43,470
en hun broeders stonden,
dienst voor dienst,

477
00:29:43,470 --> 00:29:49,650
tegenover hen om te prijzen en te loven,
volgens het gebod van David, de man Gods:

478
00:29:49,650 --> 00:29:52,770
Dan volgen in vers 25 de namen van de

479
00:29:52,770 --> 00:29:57,150
poortwachters die de wacht hielden
bij de voorraadkamers en de poorten.

480
00:29:57,150 --> 00:29:59,130
In vers 26 staat:

481
00:29:59,130 --> 00:30:04,830
Dezen waren er in de dagen van Jojakim,
de zoon van Jesua, de zoon van Jozadak,

482
00:30:04,830 --> 00:30:08,730
en in de dagen van Nehemia, de
landvoogd, en van de priester

483
00:30:08,730 --> 00:30:10,770
Ezra, de schriftgeleerde.

484
00:30:10,770 --> 00:30:13,890
We hebben dus heel wat namen van
mensen die in die tijd leefden,

485
00:30:13,890 --> 00:30:15,870
van priesters en Levieten.

486
00:30:15,870 --> 00:30:17,670
Nu komt er weer wat actie.

487
00:30:17,670 --> 00:30:22,290
Het is tijd om de muur in te
wijden, de muur die nu voltooid is.

488
00:30:22,290 --> 00:30:25,770
Dat deden ze door twee groepen
priesters met muziekinstrumenten op

489
00:30:25,770 --> 00:30:27,750
één punt te laten beginnen.

490
00:30:27,750 --> 00:30:31,050
Die liepen boven op de muur
in tegengestelde richtingen,

491
00:30:31,050 --> 00:30:34,230
totdat ze elkaar aan de
andere kant zouden ontmoeten.

492
00:30:34,230 --> 00:30:37,170
Zo werd de hele muur
met lofprijzing bedekt.

493
00:30:37,170 --> 00:30:41,670
Met andere woorden, ze zongen en
aanbaden God terwijl ze liepen.

494
00:30:41,670 --> 00:30:46,170
Veel hiervan zou natuurlijk niet de
moeite waard zijn om uitvoerig te lezen,

495
00:30:46,170 --> 00:30:49,830
om de eenvoudige reden dat er alleen
maar de verschillende punten langs de

496
00:30:49,830 --> 00:30:51,210
muur worden genoemd.

497
00:30:51,210 --> 00:30:52,230
Er staat:

498
00:30:52,230 --> 00:30:55,050
Bij de inwijding van de muur van Jeruzalem

499
00:30:55,050 --> 00:30:59,070
zochten zij de Levieten uit al hun
woonplaatsen om hen naar Jeruzalem te

500
00:30:59,070 --> 00:31:04,830
brengen, om met blijdschap de inwijding te
verrichten, met dankzegging en met gezang,

501
00:31:04,830 --> 00:31:07,890
met cimbalen, luiten en harpen.

502
00:31:07,890 --> 00:31:10,890
De nakomelingen van de
zangers verzamelden zich,

503
00:31:10,890 --> 00:31:13,590
zowel vanuit het omliggende
gebied van Jeruzalem

504
00:31:13,590 --> 00:31:18,210
als vanuit de dorpen van de Netofatieten,
en vanuit het huis van Gilgal,

505
00:31:18,210 --> 00:31:20,730
en vanuit de velden van Geba en Azmaveth,

506
00:31:20,730 --> 00:31:24,570
want de zangers hadden dorpen voor
zichzelf gebouwd rond Jeruzalem.

507
00:31:24,570 --> 00:31:29,790
De priesters en de Levieten reinigden
zich; vervolgens reinigden zij het volk,

508
00:31:29,790 --> 00:31:31,830
de poorten en de muur.

509
00:31:31,830 --> 00:31:34,650
Met ‘ik’ wordt hier
kennelijk Nehemia bedoeld.

510
00:31:34,650 --> 00:31:37,650
Toen liet ik de vorsten
van Juda de muur opgaan.

511
00:31:37,650 --> 00:31:42,510
Ik stelde twee grote dankkoren en
processies op: de ene ging naar rechts,

512
00:31:42,510 --> 00:31:47,190
over de muur, naar de Mestpoort, en
achter hen liep Hosaja met de helft van de

513
00:31:47,190 --> 00:31:53,730
vorsten van Juda, en Azarja,
Ezra en Mesullam, Juda, Benjamin,

514
00:31:53,730 --> 00:31:59,970
Semaja en Jeremia, en van de nakomelingen
van de priesters met trompetten: Zacharja,

515
00:31:59,970 --> 00:32:06,330
de zoon van Jonathan, de zoon van Semaja,
de zoon van Mattanja, de zoon van Michaja,

516
00:32:06,330 --> 00:32:14,010
de zoon van Zakkur, de zoon van Asaf, en
zijn broeders Semaja en Azareël, Milalai,

517
00:32:14,010 --> 00:32:21,510
Gilalai, Maäi, Nethaneël en Juda, en
Hanani, met muziekinstrumenten van David,

518
00:32:21,510 --> 00:32:22,830
de man Gods.

519
00:32:22,830 --> 00:32:26,430
En Ezra, de schriftgeleerde,
ging voor hen uit.

520
00:32:26,430 --> 00:32:30,030
Zij gingen vervolgens naar de
Bronpoort, en recht voor hen uit

521
00:32:30,030 --> 00:32:34,890
gingen zij via de trappen van de stad van
David naar boven, waar de muur oploopt,

522
00:32:34,890 --> 00:32:39,270
boven het huis van David langs tot
aan de Waterpoort in het oosten.

523
00:32:39,270 --> 00:32:42,930
Het tweede dankkoor ging in
tegenovergestelde richting,

524
00:32:42,930 --> 00:32:47,190
met mij erachter, en met de
helft van het volk, over de muur,

525
00:32:47,190 --> 00:32:50,730
boven de Bakoventoren langs,
tot aan de Brede Muur,

526
00:32:50,730 --> 00:32:51,870
Enzovoort.

527
00:32:51,870 --> 00:32:56,610
In de volgende paar verzen volgt een lange
lijst van de plaatsen waar ze op de muur

528
00:32:56,610 --> 00:33:01,230
langskwamen, de verschillende
locaties, de poorten enzovoort,

529
00:33:01,230 --> 00:33:02,970
de verschillende punten.

530
00:33:02,970 --> 00:33:05,730
In vers 40 en 41 zegt hij:

531
00:33:05,730 --> 00:33:08,970
De twee dankkoren gingen
in het huis van God staan,

532
00:33:08,970 --> 00:33:12,690
evenals ik en de helft van de
bestuurders die bij mij waren,

533
00:33:12,690 --> 00:33:14,730
en de priesters met trompetten.

534
00:33:14,730 --> 00:33:16,350
Dan noemt hij namen.

535
00:33:16,350 --> 00:33:25,050
en Maäseja, Semaja, Eleazar, Uzzi,
Johanan, Malchia, Elam en Ezer.

536
00:33:25,050 --> 00:33:29,550
Ook lieten de zangers zich
horen, en Jizrahja, de opzichter.

537
00:33:29,550 --> 00:33:33,150
Zij brachten op die dag grote
offers en waren verblijd,

538
00:33:33,150 --> 00:33:35,970
want God had hen in grote mate verblijd,

539
00:33:35,970 --> 00:33:38,850
en ook de vrouwen en de
kinderen waren verblijd,

540
00:33:38,850 --> 00:33:42,630
zodat de blijdschap van
Jeruzalem van ver gehoord werd.

541
00:33:42,630 --> 00:33:46,230
Deze lange lijsten worden voor ons
misschien vervelend om te lezen,

542
00:33:46,230 --> 00:33:47,610
al die namen.

543
00:33:47,610 --> 00:33:52,770
Maar één ding waarvan ze getuigen, is
dat we hier historische verslagen lezen.

544
00:33:52,770 --> 00:33:54,570
Dit is geen mythologie.

545
00:33:54,570 --> 00:33:58,830
Iemand die een mythe verzint, zou niet
zoveel namen verzinnen alleen maar om

546
00:33:58,830 --> 00:34:00,150
ruimte te vullen.

547
00:34:00,150 --> 00:34:03,450
De namen zijn bewaard
omdat ze waren vastgelegd.

548
00:34:03,450 --> 00:34:07,890
Ze hadden opgeschreven wie deze kant op
zou gaan en wie die kant op zou gaan,

549
00:34:07,890 --> 00:34:09,870
dus hebben ze al hun namen.

550
00:34:09,870 --> 00:34:13,890
En Ezra neemt deze lijsten om
de een of andere reden graag op.

551
00:34:13,890 --> 00:34:15,510
Hij is zelf priester.

552
00:34:15,510 --> 00:34:19,170
De priesters hadden echt een
voorliefde voor lijsten met namen en

553
00:34:19,170 --> 00:34:21,630
geslachtsregisters en dat soort dingen.

554
00:34:21,630 --> 00:34:26,910
Eén ding kunnen we zeggen: al deze
namen en deze geografische plaatsen

555
00:34:26,910 --> 00:34:29,310
leveren geen boeiende lectuur op.

556
00:34:29,310 --> 00:34:33,510
Dat betekent dat ze niet zouden zijn
opgenomen als dit mythologie was,

557
00:34:33,510 --> 00:34:36,270
die alleen maar werd geschreven
als een heldenverhaal

558
00:34:36,270 --> 00:34:38,910
over legendarische heldendaden.

559
00:34:38,910 --> 00:34:42,390
We lezen echte geschiedenis
over echte mensen.

560
00:34:42,390 --> 00:34:43,890
Hun namen kennen we.

561
00:34:43,890 --> 00:34:45,930
Hun gezichten kennen we niet.

562
00:34:45,930 --> 00:34:48,330
Maar doordat ze in de
Schriften vermeld staan,

563
00:34:48,330 --> 00:34:51,990
is de herinnering aan hen
eigenlijk voor altijd bewaard.

564
00:34:51,990 --> 00:34:53,010
Er staat:

565
00:34:53,010 --> 00:34:57,270
Ook werden op die dag mannen aangesteld
over de kamers voor de voorraden,

566
00:34:57,270 --> 00:35:00,930
voor de hefoffers, voor de
eerstelingen en voor de tienden,

567
00:35:00,930 --> 00:35:05,490
om daarin de door de wet voorgeschreven
delen van de opbrengst van de velden om de

568
00:35:05,490 --> 00:35:08,370
steden te verzamelen voor
de priesters en de Levieten,

569
00:35:08,370 --> 00:35:12,570
want er was blijdschap in Juda over
de priesters en de Levieten die daar

570
00:35:12,570 --> 00:35:13,950
in dienst stonden,

571
00:35:13,950 --> 00:35:16,950
Enzovoort. In vers 45:

572
00:35:16,950 --> 00:35:21,870
en hun taak ten behoeve van hun God en
hun taak bij de reiniging vervulden,

573
00:35:21,870 --> 00:35:24,270
evenals de zangers en de poortwachters,

574
00:35:24,270 --> 00:35:28,650
overeenkomstig het gebod van
David en Salomo, zijn zoon.

575
00:35:28,650 --> 00:35:30,030
Vers 46:

576
00:35:30,030 --> 00:35:33,750
In de dagen van David
en Asaf, van oudsher,

577
00:35:33,750 --> 00:35:37,470
waren er namelijk hoofden van de
zangers en voor het loflied en de

578
00:35:37,470 --> 00:35:38,970
lofzangen voor God.

579
00:35:38,970 --> 00:35:43,530
In de dagen van Zerubbabel en
in de dagen van Nehemia gaf heel

580
00:35:43,530 --> 00:35:48,690
Israël de delen voor de zangers en de
poortwachters, een deel voor elke dag.

581
00:35:48,690 --> 00:35:51,930
Ook zonderden zij heilige
gaven af voor de Levieten,

582
00:35:51,930 --> 00:35:55,770
en de Levieten zonderden die
af voor de kinderen van Aäron.

583
00:35:55,770 --> 00:36:00,270
Dit gaat gewoon over hoe deze mensen
in hun levensonderhoud voorzagen.

584
00:36:00,270 --> 00:36:05,550
De kinderen van Israël gaven dingen aan de
zangers en de muzikanten en de Levieten,

585
00:36:05,550 --> 00:36:08,790
en de Levieten gaven een deel
daarvan aan de priesters.

586
00:36:08,790 --> 00:36:11,130
Dan komen we bij het laatste hoofdstuk,

587
00:36:11,130 --> 00:36:15,090
waarin er eigenlijk nog een paar
interessante verhaallijnen overblijven.

588
00:36:15,090 --> 00:36:18,090
Misschien vinden sommigen van
jullie de lijsten en dergelijke

589
00:36:18,090 --> 00:36:20,070
die we hebben behandeld interessant.

590
00:36:20,070 --> 00:36:24,570
Maar ik vermoed dat de meesten van
jullie het verhaal interessanter vinden,

591
00:36:24,570 --> 00:36:29,730
en dat is wat we in de rest van het
boek hebben, dit laatste hoofdstuk 13.

592
00:36:29,730 --> 00:36:30,690
Er staat:

593
00:36:30,690 --> 00:36:35,910
Op die dag werd er voorgelezen uit het
boek van Mozes voor de oren van het volk.

594
00:36:35,910 --> 00:36:40,530
Daarin werd voorgeschreven bevonden
dat een Ammoniet of een Moabiet

595
00:36:40,530 --> 00:36:44,190
tot in eeuwigheid niet in de
gemeente van God mocht komen,

596
00:36:44,190 --> 00:36:48,810
omdat zij de Israëlieten niet met
brood en water tegemoetgekomen waren,

597
00:36:48,810 --> 00:36:52,770
en men Bileam tegen hen had
ingehuurd om hen te vervloeken;

598
00:36:52,770 --> 00:36:56,070
onze God had de vloek
echter veranderd in zegen.

599
00:36:56,070 --> 00:37:00,330
Dat wil zeggen: toen Bileam was
ingehuurd om hen te vervloeken,

600
00:37:00,330 --> 00:37:04,770
doorkruiste God op bovennatuurlijke
wijze Bileams bedoelingen

601
00:37:04,770 --> 00:37:08,430
en zorgde Hij ervoor
dat hij Israël zegende.

602
00:37:08,430 --> 00:37:10,290
Daar verwijst dit naar.

603
00:37:10,290 --> 00:37:12,630
Maar de Moabieten en de Ammonieten

604
00:37:12,630 --> 00:37:15,330
werden hiervoor nog steeds
verantwoordelijk gehouden,

605
00:37:15,330 --> 00:37:19,890
en God had gezegd dat ze niet in de
gemeente van de Heere mochten komen.

606
00:37:19,890 --> 00:37:22,530
Het gebeurde, toen zij de wet hoorden,

607
00:37:22,530 --> 00:37:27,390
dat zij alle mensen van allerlei
herkomst afzonderden van Israël.

608
00:37:27,390 --> 00:37:33,030
Het gedeelte van de wet dat ze
hierover lazen, is Deuteronomium 23,

609
00:37:33,030 --> 00:37:35,190
vers 3 tot en met 4.

610
00:37:35,190 --> 00:37:40,650
Daar gaat het erover dat deze mensen uit
deze volken tot in het tiende geslacht

611
00:37:40,650 --> 00:37:43,110
niet in het huis van
de Heere mochten komen.

612
00:37:43,110 --> 00:37:46,890
In Deuteronomium 23, vers 3 en 4, staat:

613
00:37:46,890 --> 00:37:51,690
Een Ammoniet of Moabiet mag niet
in de gemeente van de HEERE komen;

614
00:37:51,690 --> 00:37:54,450
zelfs hun nakomelingen
van de tiende generatie

615
00:37:54,450 --> 00:37:58,110
mogen tot in eeuwigheid niet in
de gemeente van de HEERE komen,

616
00:37:58,110 --> 00:38:02,610
vanwege het feit dat zij u onderweg niet
met brood en water tegemoetgekomen zijn

617
00:38:02,610 --> 00:38:07,590
toen u uit Egypte wegtrok; en
omdat hij Bileam, de zoon van Beor,

618
00:38:07,590 --> 00:38:12,210
uit Pethor in Mesopotamië, tegen u
ingehuurd heeft om u te vervloeken.

619
00:38:12,210 --> 00:38:17,790
Dit is dus het gedeelte dat ze lazen
in Nehemia 13, vers 1 tot en met 3.

620
00:38:17,790 --> 00:38:22,230
Ze zagen dat de Ammoniet en de Moabiet tot
het tiende geslacht niet in de gemeente

621
00:38:22,230 --> 00:38:24,030
van de Heere mochten komen.

622
00:38:24,030 --> 00:38:28,230
Wat betekent dat? Ik heb sommige
mensen horen opperen dat het betekent:

623
00:38:28,230 --> 00:38:31,590
tot het tiende geslacht
na de tijd van Mozes.

624
00:38:31,590 --> 00:38:35,670
Dat wil zeggen: tien generaties
lang na de tijd van Mozes

625
00:38:35,670 --> 00:38:40,950
moeten Ammonieten en Moabieten erbuiten
blijven, maar daarna mogen ze binnenkomen.

626
00:38:40,950 --> 00:38:44,490
Maar de tijd waarover we hier
lezen, de tijd van Nehemia,

627
00:38:44,490 --> 00:38:47,430
was veel meer dan tien generaties later.

628
00:38:47,430 --> 00:38:49,830
Daarom kan het dat niet betekenen.

629
00:38:49,830 --> 00:38:54,450
Wat het waarschijnlijk betekent, is dat
iedereen die ergens onder zijn voorouders,

630
00:38:54,450 --> 00:38:59,070
tot tien generaties terug,
Moabieten of Ammonieten heeft,

631
00:38:59,070 --> 00:39:04,170
te veel Ammonitisch of Moabitisch bloed
in zich heeft en uitgesloten zal worden

632
00:39:04,170 --> 00:39:06,150
van de gemeente van de Heere.

633
00:39:06,150 --> 00:39:09,810
Maar zelfs God overtrad
dit, doordat Hij David

634
00:39:09,810 --> 00:39:13,350
en Salomo uitkoos om het
huis van de Heere te bouwen,

635
00:39:13,350 --> 00:39:18,150
hoewel zij een paar generaties terug
Moabitisch bloed in zich hadden.

636
00:39:18,150 --> 00:39:20,070
Ruth was een Moabitische.

637
00:39:20,070 --> 00:39:24,750
Maar mogelijk maakte het verschil dat
zij de moeder was en niet de vader.

638
00:39:24,750 --> 00:39:29,250
Het kan zijn dat een afstammeling van
een Moabiet zijn betekent dat je van een

639
00:39:29,250 --> 00:39:31,170
Moabitische man afstamt.

640
00:39:31,170 --> 00:39:35,370
De afstamming wordt immers via de
vader gevolgd, niet via de moeder.

641
00:39:35,370 --> 00:39:37,290
Het is dus moeilijk te zeggen.

642
00:39:37,290 --> 00:39:40,890
Blijkbaar werden er op dit gebied
heel wat compromissen gesloten

643
00:39:40,890 --> 00:39:43,710
onder de ballingen die uit
Perzië waren teruggekomen.

644
00:39:43,710 --> 00:39:45,330
In vers 4 staat:

645
00:39:45,330 --> 00:39:50,370
Hiervóór had Eljasib, de priester die
aangesteld was over de kamers van het huis

646
00:39:50,370 --> 00:39:56,310
van onze God, en die verwant was aan
Tobia, een grote kamer voor hem gemaakt;

647
00:39:56,310 --> 00:40:01,830
daar brachten zij vroeger steeds het
graanoffer, de wierook, de voorwerpen,

648
00:40:01,830 --> 00:40:05,971
de tienden van het graan, van
de nieuwe wijn en de olie —

649
00:40:05,971 --> 00:40:10,591
overeenkomstig het gebod voor de
Levieten, de zangers en de poortwachters —

650
00:40:10,591 --> 00:40:12,390
en het hefoffer voor de priesters.

651
00:40:12,390 --> 00:40:16,290
Toen dit alles plaatsvond
was ik niet in Jeruzalem,

652
00:40:16,290 --> 00:40:20,790
want in het tweeëndertigste jaar van
Arthahsasta, de koning van Babel,

653
00:40:20,790 --> 00:40:24,930
moest ik bij de koning terugkomen,
maar na verloop van dagen

654
00:40:24,930 --> 00:40:27,330
kreeg ik weer verlof van de koning.

655
00:40:27,330 --> 00:40:31,230
Toen ik in Jeruzalem aankwam,
kreeg ik inzicht in het kwaad dat

656
00:40:31,230 --> 00:40:36,810
Eljasib ten behoeve van Tobia gedaan had,
door een kamer voor hem te maken in de

657
00:40:36,810 --> 00:40:39,090
voorhoven van het huis van God.

658
00:40:39,090 --> 00:40:43,650
Deze voorraadkamers in de tempel
waren er om het graan op te slaan

659
00:40:43,650 --> 00:40:46,950
waarvan de Levieten en de priesters
het hele jaar zouden leven.

660
00:40:46,950 --> 00:40:52,470
Maar blijkbaar had de priester
Eljasib Tobia een gunst bewezen,

661
00:40:52,470 --> 00:40:54,690
om een reden die we niet kennen.

662
00:40:54,690 --> 00:40:58,710
Hij had een van die kamers leeggemaakt
en hem toegestaan zijn spullen daar

663
00:40:58,710 --> 00:40:59,910
neer te zetten.

664
00:40:59,910 --> 00:41:05,310
Of hij die als verblijfplaats, als
opslagruimte of als kantoor gebruikte,

665
00:41:05,310 --> 00:41:09,150
weten we niet, maar Tobia had die
kamer op de een of andere manier

666
00:41:09,150 --> 00:41:10,710
in gebruik genomen.

667
00:41:10,710 --> 00:41:16,110
Dit was volstrekt kwalijk in mijn ogen;
daarom wierp ik al het huisraad van Tobia

668
00:41:16,110 --> 00:41:17,550
uit de kamer naar buiten.

669
00:41:17,550 --> 00:41:21,630
Ik zei dat ze de kamers moesten reinigen,
en ik liet de voorwerpen van het huis van

670
00:41:21,630 --> 00:41:25,470
God daar terugbrengen, met
het graanoffer en de wierook.

671
00:41:25,470 --> 00:41:30,750
Bedenk dat Tobia een Ammoniet was, en een
Ammoniet mocht niet in de gemeente komen.

672
00:41:30,750 --> 00:41:34,350
En nu had hij nota bene een
kamer in de tempel zelf.

673
00:41:34,350 --> 00:41:36,330
Dit ergerde Nehemia.

674
00:41:36,330 --> 00:41:39,870
Hij kon niet begrijpen hoe dit
compromis tot stand was gekomen.

675
00:41:39,870 --> 00:41:43,590
Hij gaat er gewoon heen en begint
spullen de kamer uit te gooien,

676
00:41:43,590 --> 00:41:48,090
de straat op of de binnenplaats op,
zodat ze afgevoerd kunnen worden.

677
00:41:48,090 --> 00:41:51,630
Verder kwam ik te weten dat de delen
voor de Levieten niet werden gegeven,

678
00:41:51,630 --> 00:41:55,890
en dat de Levieten en de zangers, die
het werk verrichtten, waren gevlucht,

679
00:41:55,890 --> 00:41:57,750
ieder naar zijn eigen veld.

680
00:41:57,750 --> 00:42:01,530
Dat wil zeggen dat de mensen waren
opgehouden tienden te betalen.

681
00:42:01,530 --> 00:42:06,150
Daardoor hadden de Levieten geen eten, dus
moesten ze teruggaan om akkers te zoeken

682
00:42:06,150 --> 00:42:10,470
die ze konden bewerken, in plaats van
in Jeruzalem bij de tempel te werken.

683
00:42:10,470 --> 00:42:13,290
Ik riep de machthebbers
ter verantwoording en zei:

684
00:42:13,290 --> 00:42:15,870
Waarom is het huis van God verlaten?

685
00:42:15,870 --> 00:42:19,950
Ik bracht hen bij elkaar en ik
deed hen hun plaats weer innemen.

686
00:42:19,950 --> 00:42:22,770
Toen bracht heel Juda de
tienden van het graan,

687
00:42:22,770 --> 00:42:26,250
de nieuwe wijn en de olie
weer naar de voorraadkamers.

688
00:42:26,250 --> 00:42:32,190
En ik gaf Selemja, de priester, en Zadok,
de schrijver, en van de Levieten Pedaja,

689
00:42:32,190 --> 00:42:37,350
de leiding over de voorraadkamers, en
naast hen Hanan, de zoon van Zakkur,

690
00:42:37,350 --> 00:42:40,770
de zoon van Mattanja, want
zij werden betrouwbaar geacht,

691
00:42:40,770 --> 00:42:43,770
en het was aan hen om alles
onder hun broeders te verdelen.

692
00:42:43,770 --> 00:42:49,170
Denk hierom aan mij, mijn God, wis mijn
blijken van goedertierenheid niet uit,

693
00:42:49,170 --> 00:42:54,090
die ik aan het huis van mijn God en
aan de eredienst daarin, heb bewezen.

694
00:42:54,090 --> 00:42:59,190
In die dagen zag ik in Juda mensen die
op de sabbat de wijnpersen aan het treden

695
00:42:59,190 --> 00:43:04,770
waren en die hopen graan brachten en
die op ezels laadden, en ook wijn,

696
00:43:04,770 --> 00:43:08,490
druiven en vijgen en
allerlei andere lasten.

697
00:43:08,490 --> 00:43:11,550
Zij brachten die naar
Jeruzalem op de sabbatdag.

698
00:43:11,550 --> 00:43:15,270
Het volk had zich met een eed in
een verbond verplicht om deze dingen

699
00:43:15,270 --> 00:43:16,470
niet te doen.

700
00:43:16,470 --> 00:43:19,710
Hij komt terug, en dit is
waar ze mee bezig zijn.

701
00:43:19,710 --> 00:43:24,030
Op de dag dat zij dat voedsel
gingen verkopen, waarschuwde ik hen.

702
00:43:24,030 --> 00:43:29,010
Ook woonden er Tyriërs, die vis
aanvoerden en allerlei koopwaar,

703
00:43:29,010 --> 00:43:32,670
die zij op de sabbat aan de
Judeeërs en in Jeruzalem verkochten.

704
00:43:32,670 --> 00:43:37,110
Toen riep ik de edelen van Juda ter
verantwoording en zei tegen hen:

705
00:43:37,110 --> 00:43:39,750
Wat is dit voor een
wandaad die u verricht,

706
00:43:39,750 --> 00:43:42,390
waardoor u de sabbatdag ontheiligt?

707
00:43:42,390 --> 00:43:44,550
Deden uw vaderen niet evenzo?

708
00:43:44,550 --> 00:43:49,710
En vervolgens bracht onze God al dit
kwaad over ons en over deze stad.

709
00:43:49,710 --> 00:43:53,490
En u voegt nog eens toe aan de
brandende toorn over Israël door de

710
00:43:53,490 --> 00:43:55,170
sabbat te ontheiligen!

711
00:43:55,170 --> 00:43:59,070
Toen het vóór de sabbat donker begon
te worden bij de poorten van Jeruzalem,

712
00:43:59,070 --> 00:44:02,970
beval ik de poorten te sluiten en
gaf ik opdracht ze pas na de sabbat

713
00:44:02,970 --> 00:44:04,050
weer te openen.

714
00:44:04,050 --> 00:44:06,870
Ik stelde enkele van mijn
dienaren bij de poorten op,

715
00:44:06,870 --> 00:44:10,050
zodat er op de sabbat geen lasten
zouden worden binnengebracht.

716
00:44:10,050 --> 00:44:12,930
De kooplieden en verkopers
van allerlei waren

717
00:44:12,930 --> 00:44:15,570
overnachtten een of twee
keer buiten Jeruzalem.

718
00:44:15,570 --> 00:44:19,770
Ik waarschuwde hen en zei:
Waarom overnacht u bij de muur?

719
00:44:19,770 --> 00:44:22,650
Als u dat nog eens doet,
zal ik de hand aan u slaan!

720
00:44:22,650 --> 00:44:25,710
Met andere woorden: ‘Ik
zal jullie arresteren.’

721
00:44:25,710 --> 00:44:28,470
Vanaf die tijd kwamen ze
niet meer op de sabbat.

722
00:44:28,470 --> 00:44:31,470
Ik zei tegen de Levieten
dat ze zich moesten reinigen

723
00:44:31,470 --> 00:44:35,790
en dat ze de poorten zouden komen
bewaken om de sabbatdag te heiligen.

724
00:44:35,790 --> 00:44:38,310
Denk ook hierom aan mij, mijn God,

725
00:44:38,310 --> 00:44:42,810
en spaar mij overeenkomstig de
grootheid van Uw goedertierenheid.

726
00:44:42,810 --> 00:44:47,250
Het beleid om de poorten bij
zonsondergang vóór de sabbat te sluiten

727
00:44:47,250 --> 00:44:50,010
en ze dicht te houden tot
de sabbat voorbij was,

728
00:44:50,010 --> 00:44:53,550
was de manier om kooplieden
van buiten tegen te houden.

729
00:44:53,550 --> 00:44:57,090
Sommigen probeerden nog steeds te
komen, maar hij zei dat ze het een of

730
00:44:57,090 --> 00:44:58,650
twee keer probeerden.

731
00:44:58,650 --> 00:45:01,710
Toen bedreigde hij hen en
kwamen ze niet meer terug.

732
00:45:01,710 --> 00:45:05,790
Waarschijnlijk was het vanwege dit beleid
om de poorten op de sabbat gesloten te

733
00:45:05,790 --> 00:45:10,590
houden dat Jezus in Mattheüs
24 tegen Zijn discipelen zei,

734
00:45:10,590 --> 00:45:13,350
toen Hij het over de
verwoesting van Jeruzalem had:

735
00:45:13,350 --> 00:45:17,370
Wanneer u de gruwel van de verwoesting
op de heilige plaats ziet staan,

736
00:45:17,370 --> 00:45:20,790
laten dan zij die in Judea zijn, vluchten.

737
00:45:20,790 --> 00:45:25,950
Vlucht uit Jeruzalem, vlucht de rivier
over naar de bergen. En Hij zei:

738
00:45:25,950 --> 00:45:31,410
En bid dat uw vlucht niet zal plaatsvinden
in de winter en ook niet op een sabbat.

739
00:45:31,410 --> 00:45:34,770
De winter en de sabbatdag
zouden allebei bijzonder

740
00:45:34,770 --> 00:45:37,170
ongelegen tijden zijn om te reizen.

741
00:45:37,170 --> 00:45:39,870
Dat gold vooral voor
inwoners van Jeruzalem

742
00:45:39,870 --> 00:45:44,850
die op de sabbat probeerden weg te komen,
omdat de poorten dan gesloten zouden zijn.

743
00:45:44,850 --> 00:45:48,690
Waarschijnlijk was het dus
vanwege dit beleid dat Jezus zei:

744
00:45:48,690 --> 00:45:54,270
En bid dat uw vlucht niet zal plaatsvinden
in de winter en ook niet op een sabbat.

745
00:45:54,270 --> 00:45:59,670
Dit beleid lijkt door Nehemia te zijn
ingevoerd en werd daarvoor niet toegepast.

746
00:45:59,670 --> 00:46:03,390
Ook zag ik in die dagen
Joden die Asdoditische,

747
00:46:03,390 --> 00:46:07,170
Ammonitische en Moabitische
vrouwen bij zich hadden doen wonen.

748
00:46:07,170 --> 00:46:09,990
Hun kinderen spraken voor
de helft Asdoditisch,

749
00:46:09,990 --> 00:46:14,190
en ze konden geen Judees spreken,
maar spraken overeenkomstig de taal

750
00:46:14,190 --> 00:46:15,630
van elk volk.

751
00:46:15,630 --> 00:46:19,170
Ik had onenigheid met
hen en ik vervloekte hen.

752
00:46:19,170 --> 00:46:22,770
En ik sloeg sommige mannen van
hen en trok hun de haren uit.

753
00:46:22,770 --> 00:46:27,990
Ik liet hen zweren bij God: U zult
uw dochters niet aan hun zonen geven

754
00:46:27,990 --> 00:46:32,070
en van hun dochters niemand voor
uw zonen of voor uzelf nemen!

755
00:46:32,070 --> 00:46:36,450
Dat zouden natuurlijk de vaders zijn die
hun zonen en dochters aan deze mensen uit

756
00:46:36,450 --> 00:46:38,430
andere volken hadden gegeven.

757
00:46:38,430 --> 00:46:41,910
Is het niet met betrekking tot deze
dingen dat Salomo, de koning van

758
00:46:41,910 --> 00:46:43,890
Israël, gezondigd heeft?

759
00:46:43,890 --> 00:46:47,550
Terwijl er onder veel heidenvolken
geen koning was zoals hij,

760
00:46:47,550 --> 00:46:52,890
en hij zijn God lief was en God hem tot
koning gesteld had over heel Israël?

761
00:46:52,890 --> 00:46:55,710
Ook hem deden de uitheemse
vrouwen zondigen.

762
00:46:55,710 --> 00:47:00,270
Zullen wij dan naar u luisteren door al
dit grote kwaad te doen door onze God

763
00:47:00,270 --> 00:47:04,290
ontrouw te zijn door uitheemse
vrouwen bij u te doen wonen?

764
00:47:04,290 --> 00:47:07,770
Toen ze destijds in hoofdstuk
10 dit verbond sloten,

765
00:47:07,770 --> 00:47:12,090
was trouwen met mensen uit andere volken
een van de dingen waarvan ze zeiden dat ze

766
00:47:12,090 --> 00:47:13,650
die niet zouden doen.

767
00:47:13,650 --> 00:47:18,630
In hoofdstuk 10, vers 30 staat dat een van
de dingen waartoe ze zich in het verbond

768
00:47:18,630 --> 00:47:20,610
verbonden, dit was:

769
00:47:20,610 --> 00:47:24,150
Wij zullen onze dochters niet
aan de volken van het land geven,

770
00:47:24,150 --> 00:47:27,690
en hun dochters zullen wij
niet voor onze zonen nemen.

771
00:47:27,690 --> 00:47:31,770
Daar hadden ze zich niet aan gehouden
toen hij een tijd terug in Perzië was.

772
00:47:31,770 --> 00:47:37,050
In hoofdstuk 10, vers 31 beloofden
ze dat ze de sabbat zouden houden,

773
00:47:37,050 --> 00:47:39,870
maar ook daar hadden ze
zich niet aan gehouden.

774
00:47:39,870 --> 00:47:44,250
Toen hij terugkwam, trof hij hen
aan terwijl ze dat overtraden.

775
00:47:44,250 --> 00:47:47,010
En dan zeiden ze
natuurlijk in hoofdstuk 10,

776
00:47:47,010 --> 00:47:50,490
vers 32 dat ze de Levieten
en de aanbidding in de

777
00:47:50,490 --> 00:47:52,350
tempel zouden ondersteunen.

778
00:47:52,350 --> 00:47:54,750
Ook daarmee waren ze gestopt.

779
00:47:54,750 --> 00:47:58,290
Alles waartoe ze zich in hun
verbond met God hadden verplicht,

780
00:47:58,290 --> 00:47:59,970
deden ze dus niet meer.

781
00:47:59,970 --> 00:48:02,070
Nehemia was woedend.

782
00:48:02,070 --> 00:48:05,190
Het is interessant hoe
gewelddadig hij soms is.

783
00:48:05,190 --> 00:48:10,050
Eerder, in vers 8, gooide hij alle
huisraad van Tobia de kamer uit.

784
00:48:10,050 --> 00:48:13,950
Hij gaat gewoon naar binnen en
begint spullen de deur uit te gooien.

785
00:48:13,950 --> 00:48:15,570
In vers 11 zegt hij:

786
00:48:15,570 --> 00:48:18,510
Ik riep de machthebbers
ter verantwoording en zei:

787
00:48:18,510 --> 00:48:20,670
Waarom is het huis van God verlaten?

788
00:48:20,670 --> 00:48:24,630
Ik bracht hen bij elkaar en ik
deed hen hun plaats weer innemen.

789
00:48:24,630 --> 00:48:29,670
En dan in vers 25, over die mannen die hun
zonen en dochters met de Ammonieten lieten

790
00:48:29,670 --> 00:48:31,230
trouwen, zei hij:

791
00:48:31,230 --> 00:48:37,350
Ik ging tegen ze in, vervloekte ze, sloeg
sommigen van hen en trok hun haar uit.

792
00:48:37,350 --> 00:48:42,090
In vers 28 zullen we zien dat hij een
andere man wegjaagt uit het priesterschap,

793
00:48:42,090 --> 00:48:43,830
zoals we nog zullen zien.

794
00:48:43,830 --> 00:48:45,570
In vers 28:

795
00:48:45,570 --> 00:48:50,490
Een van de zonen van Jojada, de
zoon van Eljasib, de hogepriester,

796
00:48:50,490 --> 00:48:54,030
was een schoonzoon van
Sanballat, de Horoniet.

797
00:48:54,030 --> 00:48:56,190
Daarom joeg ik hem bij mij weg.

798
00:48:56,190 --> 00:48:58,170
Ik joeg hem bij me weg.

799
00:48:58,170 --> 00:49:02,730
Deze man was priester en toch was hij
getrouwd met een dochter van Sanballat,

800
00:49:02,730 --> 00:49:05,010
een van de vijanden van Israël.

801
00:49:05,010 --> 00:49:07,530
Blijkbaar verdreef hij hem
dus uit het priesterschap

802
00:49:07,530 --> 00:49:10,290
en liet hij hem niet
blijven. Dan zegt hij:

803
00:49:10,290 --> 00:49:14,370
Denk aan hen, mijn God, vanwege de
ontwijding van het priesterschap,

804
00:49:14,370 --> 00:49:17,910
namelijk het verbond van het
priesterschap en van de Levieten.

805
00:49:17,910 --> 00:49:22,590
Nehemia moet zich vreselijk gefrustreerd
hebben gevoeld nadat hij eerder deze

806
00:49:22,590 --> 00:49:24,450
hervormingen had doorgevoerd.

807
00:49:24,450 --> 00:49:27,750
Toen lazen ze de wet en
wilde het hele volk vol

808
00:49:27,750 --> 00:49:32,250
ijver een eed afleggen dat ze zich
aan al deze dingen zouden houden.

809
00:49:32,250 --> 00:49:36,450
Hij gaat een poosje weg en komt
terug, en op elk van deze punten

810
00:49:36,450 --> 00:49:38,790
hebben ze hun beloften alweer gebroken.

811
00:49:38,790 --> 00:49:43,350
Ik zal je eens wat zeggen: als iemand
een gemeente leidt als voorganger,

812
00:49:43,350 --> 00:49:47,070
heeft hij daar zijn handen vol
aan als hij het serieus neemt,

813
00:49:47,070 --> 00:49:51,210
want er is zoveel gesjoemel
met principes en zoveel zonde.

814
00:49:51,210 --> 00:49:55,770
De voorganger hoort voortdurend over
nieuwe schandalen in zijn eigen gemeente,

815
00:49:55,770 --> 00:49:58,470
tenzij het een heel kleine gemeente is.

816
00:49:58,470 --> 00:50:02,550
Als je oudste bent in een gemeente,
zoals ik dat weleens ben geweest,

817
00:50:02,550 --> 00:50:06,150
lijkt het alsof er elke week wanneer
de oudsten bijeenkomen weer een nieuw

818
00:50:06,150 --> 00:50:11,010
schandaal is, een nieuwe zonde waarin
iemand verwikkeld is en die aangepakt moet

819
00:50:11,010 --> 00:50:13,350
worden. Daar word je moe van.

820
00:50:13,350 --> 00:50:17,970
Je begint te denken: waarom kunnen
deze mensen zich niet gewoon gedragen?

821
00:50:17,970 --> 00:50:20,010
Wat mankeert deze mensen?

822
00:50:20,010 --> 00:50:23,190
Het moet wel zo zijn dat ze
God gewoon niet echt kennen.

823
00:50:23,190 --> 00:50:27,510
Ze blijven proberen een God te
gehoorzamen Die ze niet kennen of

824
00:50:27,510 --> 00:50:30,090
over Wie ze niet ernstig nadenken.

825
00:50:30,090 --> 00:50:31,890
Ze vrezen de Heere niet.

826
00:50:31,890 --> 00:50:36,150
Het is ontzettend ergerlijk, want
een man die geestelijk leidinggeeft,

827
00:50:36,150 --> 00:50:39,210
is meestal iemand die de Heere wel vreest.

828
00:50:39,210 --> 00:50:41,370
Daarom geeft hij geestelijk leiding.

829
00:50:41,370 --> 00:50:43,830
Hij is voorganger of iets dergelijks.

830
00:50:43,830 --> 00:50:47,550
Meestal is dat omdat hij de Heere
liefheeft en God wil dienen.

831
00:50:47,550 --> 00:50:50,610
Het is ontzettend moeilijk
om deze mensen te begrijpen,

832
00:50:50,610 --> 00:50:55,470
die zomaar tot ongehoorzaamheid vervallen,
en dat zonder onder druk te staan.

833
00:50:55,470 --> 00:50:58,950
Het is niet zo dat je je dochters
aan een heiden moet uithuwelijken.

834
00:50:58,950 --> 00:51:02,370
Het is niet zo dat je onder
enige druk staat om dat te doen.

835
00:51:02,370 --> 00:51:06,090
Mensen doen dat omdat God
hun gewoon niets kan schelen.

836
00:51:06,090 --> 00:51:10,410
Dat is iets wat voor een man van God
ontzettend moeilijk te begrijpen is.

837
00:51:10,410 --> 00:51:14,070
Nehemia was hier ongetwijfeld
erg door verbijsterd.

838
00:51:14,070 --> 00:51:15,870
Hij zegt in vers 30:

839
00:51:15,870 --> 00:51:20,610
Zo reinigde ik hen van al het vreemde en
ik stelde diensten vast voor de priesters

840
00:51:20,610 --> 00:51:24,990
en de Levieten, ieder voor zijn werk,
en ook voor het offer van het hout op de

841
00:51:24,990 --> 00:51:27,990
vastgestelde tijden en
voor de eerstelingen.

842
00:51:27,990 --> 00:51:30,450
Denk aan mij, mijn God, ten goede.

843
00:51:30,450 --> 00:51:34,350
Dit is eigenlijk een samenvatting
van wat hij voor Israël heeft gedaan.

844
00:51:34,350 --> 00:51:37,890
Hij wees de priesters en de Levieten
de taken toe die bij hen hoorden,

845
00:51:37,890 --> 00:51:41,550
en hij zuiverde de stad van
haar heidense activiteiten.

846
00:51:41,550 --> 00:51:46,530
[Vertalersnoot: de spreker leest in
Nehemia 13:30 de Engelse woorden ‘of

847
00:51:46,530 --> 00:51:50,190
everything pagan’ (van
alles wat heidens is).

848
00:51:50,190 --> 00:51:53,550
De HSV heeft hier ‘van al het vreemde’.

849
00:51:53,550 --> 00:51:58,710
Zijn uitleg over heidense activiteiten
sluit aan bij die Engelse weergave.]

850
00:51:58,710 --> 00:52:00,750
En hij eindigt met de woorden:

851
00:52:00,750 --> 00:52:03,630
Denk aan mij, mijn God, ten goede.

852
00:52:03,630 --> 00:52:05,550
God heeft aan hem gedacht.

853
00:52:05,550 --> 00:52:07,650
Zelfs wij denken nog aan hem.

854
00:52:07,650 --> 00:52:10,770
God heeft ervoor gezorgd dat
hij in herinnering blijft,

855
00:52:10,770 --> 00:52:13,830
want er is een heel boek
over zijn activiteiten.

856
00:52:13,830 --> 00:52:16,650
En in zijn tijd wist hij
niet dat dat er zou komen.

857
00:52:16,650 --> 00:52:22,650
Hij wist niet dat mensen dit boek 2500
jaar later zouden lezen en zouden zeggen:

858
00:52:22,650 --> 00:52:26,490
‘Zo, die Nehemia, dat
was een goede kerel.’

859
00:52:26,490 --> 00:52:29,970
En hij wordt in goede herinnering
gehouden omdat hij goed was,

860
00:52:29,970 --> 00:52:33,810
en hij bad dat God ervoor zou
zorgen dat hij herinnerd werd.

861
00:52:33,810 --> 00:52:36,570
Dit is dus het verhaal
van een man die gewoon een

862
00:52:36,570 --> 00:52:40,770
doorsnee Jood in een vreemd land
is en die hart had voor zending.

863
00:52:40,770 --> 00:52:43,830
Hij verlangde ernaar dat er
dingen zouden veranderen.

864
00:52:43,830 --> 00:52:47,730
En hij stelde zich beschikbaar
voor God, en hij bad veel.

865
00:52:47,730 --> 00:52:50,370
Hij was een gebedsstrijder, zou ik zeggen.

866
00:52:50,370 --> 00:52:53,370
En God gebruikte hem
en maakte hem beroemd.

867
00:52:53,370 --> 00:52:57,390
Hij maakte hem voor altijd beroemd
vanwege zijn ijver voor God.

868
00:52:57,390 --> 00:53:01,230
Hij was zowel een heel praktische
man als een geestelijke man.

869
00:53:01,230 --> 00:53:05,910
Blijkbaar dacht hij niet dat bidden en
op God vertrouwen betekenden dat je geen

870
00:53:05,910 --> 00:53:08,730
wijze en praktische dingen
meer hoefde te doen.

871
00:53:08,730 --> 00:53:13,170
Volgens Spreuken maakt wijsheid deel
uit van Gods leiding in ons leven.

872
00:53:13,170 --> 00:53:17,670
En deze man had praktische wijsheid en
wist hoe hij dingen moest aanpakken,

873
00:53:17,670 --> 00:53:21,210
en hij geloofde in hard
werken en op God vertrouwen.

874
00:53:21,210 --> 00:53:25,110
En dus is volgens mij een van de
belangrijkste lessen uit Nehemia

875
00:53:25,110 --> 00:53:29,130
dat een man die heel veel bidt
en een groot geloof in God heeft,

876
00:53:29,130 --> 00:53:32,550
ook geen enkele reden ziet
om zich minder in te spannen.

877
00:53:32,550 --> 00:53:36,810
Hij zet zijn werkkracht en bekwaamheid
in en maakt plannen om de dingen te laten

878
00:53:36,810 --> 00:53:40,590
gebeuren waarvoor hij bidt
dat ze zullen gebeuren. Want:

879
00:53:40,590 --> 00:53:43,050
Want Gods medearbeiders zijn wíj.

880
00:53:43,050 --> 00:53:45,750
Gods akker en Gods bouwwerk bent ú.

881
00:53:45,750 --> 00:53:49,710
Wanneer we bidden dat iets gedaan
zal worden, moeten we bereid zijn om,

882
00:53:49,710 --> 00:53:53,790
als God ons roept, er zelf iets aan
te doen als antwoord op die gebeden.
