1
00:00:02,070 --> 00:00:05,010
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:05,010 --> 00:00:11,670
Deze keer behandelen we Numeri
hoofdstuk 13 tot en met 15.

3
00:00:11,670 --> 00:00:15,030
Het verhaal gaat verder
in Numeri hoofdstuk 13.

4
00:00:15,030 --> 00:00:20,790
De HEERE sprak tot Mozes: Stuur mannen
om het land Kanaän te verkennen,

5
00:00:20,790 --> 00:00:23,610
dat Ik aan de Israëlieten geef.

6
00:00:23,610 --> 00:00:28,890
Stuur uit elke stam één man,
telkens een leider uit die stam.

7
00:00:28,890 --> 00:00:33,930
Mozes stuurde hen op bevel van de
HEERE vanuit de woestijn Paran.

8
00:00:33,930 --> 00:00:37,110
Het waren allemaal leiders
van de Israëlieten.

9
00:00:37,110 --> 00:00:42,210
Dan worden hun namen genoemd, en dit zijn
niet de namen die we al zo vaak van elke

10
00:00:42,210 --> 00:00:43,590
stam hebben gehoord.

11
00:00:43,590 --> 00:00:47,130
Van elke stam wordt één
leider eropuit gestuurd

12
00:00:47,130 --> 00:00:49,530
om het land voor de stam te verkennen.

13
00:00:49,530 --> 00:00:52,770
Het zijn niet de mannen over
wie we steeds hebben gehoord.

14
00:00:52,770 --> 00:00:55,770
Maar de mannen over wie
we steeds hebben gehoord,

15
00:00:55,770 --> 00:01:00,390
zijn nodig voor de verschillende taken
die in het kamp worden uitgevoerd.

16
00:01:00,390 --> 00:01:04,290
Deze mannen moeten op een
verkenningsmissie worden uitgestuurd.

17
00:01:04,290 --> 00:01:08,190
Uit de stam Ruben een man die Sammua heet.

18
00:01:08,190 --> 00:01:13,410
Uit de stam Simeon een man
die Safat heet. Vers zes:

19
00:01:13,410 --> 00:01:17,730
Uit de stam Juda: Kaleb,
de zoon van Jefunne.

20
00:01:17,730 --> 00:01:21,390
Duidelijk een belangrijk
personage later in het verhaal.

21
00:01:21,390 --> 00:01:26,490
Uit de stam Issaschar:
Jigeal, de zoon van Jozef.

22
00:01:26,490 --> 00:01:31,290
Uit de stam Efraïm:
Hosea, de zoon van Nun.

23
00:01:31,290 --> 00:01:34,230
Dat is ook Jozua, de zoon van Nun.

24
00:01:34,230 --> 00:01:38,310
Later wordt ons verteld dat
Mozes Hosea Jozua noemde.

25
00:01:38,310 --> 00:01:42,330
We zijn Jozua natuurlijk al in veel
van de eerdere verhalen tegengekomen.

26
00:01:42,330 --> 00:01:45,030
Hij moet onder beide namen
bekend hebben gestaan,

27
00:01:45,030 --> 00:01:48,090
maar hij vertegenwoordigde de stam Efraïm.

28
00:01:48,090 --> 00:01:52,410
Uit de stam Benjamin:
Palti, de zoon van Rafu.

29
00:01:52,410 --> 00:01:57,090
Uit de stam Zebulon:
Gaddiël, de zoon van Sodi.

30
00:01:57,090 --> 00:02:02,310
Uit de stam Jozef, voor de stam
Manasse: Gaddi, de zoon van Susi.

31
00:02:02,310 --> 00:02:07,350
Dat wil zeggen, uit de stam
Manasse, aangezien de stam Efraïm

32
00:02:07,350 --> 00:02:09,330
al in vers 8 werd genoemd.

33
00:02:09,330 --> 00:02:13,050
Het andere deel van de
stam van Jozef is Manasse.

34
00:02:13,050 --> 00:02:17,430
Uit de stam Dan: Ammiël,
de zoon van Gemalli.

35
00:02:17,430 --> 00:02:22,290
Uit de stam Aser: Sethur,
de zoon van Michaël.

36
00:02:22,290 --> 00:02:27,510
Uit de stam Naftali:
Nachbi, de zoon van Wofsi.

37
00:02:27,510 --> 00:02:29,190
Dat is een aparte naam.

38
00:02:29,190 --> 00:02:32,310
Het ziet er voor mij niet eens
uit als een Hebreeuwse naam.

39
00:02:32,310 --> 00:02:37,410
Uit de stam Gad: Guel, de zoon van Machi.

40
00:02:37,410 --> 00:02:41,850
Dit zijn de namen van de mannen die
Mozes stuurde om het land te verkennen.

41
00:02:41,850 --> 00:02:46,770
En Mozes noemde Hosea,
de zoon van Nun, Jozua.

42
00:02:46,770 --> 00:02:52,050
Mozes stuurde hen eropuit om het
land Kanaän te verkennen en zei:

43
00:02:52,050 --> 00:02:57,030
Trek hier door het Zuiderland het
bergland in. Kijk hoe het land is.

44
00:02:57,030 --> 00:03:01,950
Zijn de inwoners sterk of zwak,
en zijn het er weinig of veel?

45
00:03:01,950 --> 00:03:05,250
Is het land waarin zij
wonen goed of slecht?

46
00:03:05,250 --> 00:03:09,450
Wonen ze in open nederzettingen
of versterkte steden?

47
00:03:09,450 --> 00:03:12,990
Is het land vruchtbaar of schraal?

48
00:03:12,990 --> 00:03:15,090
Staan er bomen of niet?

49
00:03:15,090 --> 00:03:18,570
Houd moed en breng wat
vruchten van het land mee.

50
00:03:18,570 --> 00:03:21,810
Het was toen de tijd van
de eerste rijpe druiven.

51
00:03:21,810 --> 00:03:25,110
Dat verklaart waarom ze wat
vruchten konden meebrengen.

52
00:03:25,110 --> 00:03:27,270
Helemaal aan het begin van het hoofdstuk

53
00:03:27,270 --> 00:03:32,550
wordt gezegd dat het uitsturen van de
verkenners op initiatief van God gebeurde.

54
00:03:32,550 --> 00:03:36,870
Of je zou de indruk krijgen dat
het op initiatief van God gebeurde.

55
00:03:36,870 --> 00:03:40,470
Er staat niet dat het op
initiatief van God gebeurde.

56
00:03:40,470 --> 00:03:44,610
Ons wordt alleen verteld dat God
zei dat ze hen moesten sturen.

57
00:03:44,610 --> 00:03:48,870
Wanneer Mozes in het boek Deuteronomium
op dit verhaal terugkomt en het opnieuw

58
00:03:48,870 --> 00:03:52,410
vertelt, geeft hij aan dat het
eigenlijk het volk was dat als

59
00:03:52,410 --> 00:03:54,270
eerste op dit idee kwam.

60
00:03:54,270 --> 00:03:57,270
En het is ook logisch dat
het zo zou zijn gegaan.

61
00:03:57,270 --> 00:04:03,630
In Deuteronomium 1, vers 22, waar Mozes
hun verhaal opnieuw vertelt, zegt hij:

62
00:04:03,630 --> 00:04:07,470
Toen kwam u allen naar
voren, naar mij toe, en zei:

63
00:04:07,470 --> 00:04:12,270
Laten wij mannen voor ons uit sturen, die
het land voor ons verkennen en ons verslag

64
00:04:12,270 --> 00:04:16,230
uitbrengen langs welke weg wij het
moeten intrekken en bij welke steden

65
00:04:16,230 --> 00:04:17,610
wij zullen komen.

66
00:04:17,610 --> 00:04:19,350
En Mozes zei:

67
00:04:19,350 --> 00:04:21,750
Deze zaak nu was goed in mijn ogen.

68
00:04:21,750 --> 00:04:25,710
Dus nam ik twaalf mannen uit
uw midden, één man per stam.

69
00:04:25,710 --> 00:04:28,950
Zij keerden zich om en
trokken het bergland in;

70
00:04:28,950 --> 00:04:32,610
zij kwamen tot aan het dal
Eskol en verkenden dat.

71
00:04:32,610 --> 00:04:37,650
Het klinkt alsof Mozes zegt dat het volk
op het idee kwam om verkenners te sturen,

72
00:04:37,650 --> 00:04:39,870
en Mozes vond het een goed idee.

73
00:04:39,870 --> 00:04:43,950
In Numeri staat dat de HEERE hem
opdroeg verkenners te sturen.

74
00:04:43,950 --> 00:04:46,590
Natuurlijk is hier geen tegenstrijdigheid.

75
00:04:46,590 --> 00:04:49,950
Kennelijk wilde het volk dat
er verkenners werden gestuurd.

76
00:04:49,950 --> 00:04:53,970
Mozes dacht dat het misschien een
goed idee was, raadpleegde de HEERE,

77
00:04:53,970 --> 00:04:58,230
en de HEERE bevestigde het
en zei: ‘Ja, stuur hen.

78
00:04:58,230 --> 00:05:00,510
Stuur deze verkenners eropuit.

79
00:05:00,510 --> 00:05:04,470
Dit zijn de namen van de mannen, en
dit is wat ze moeten verkennen en te

80
00:05:04,470 --> 00:05:05,970
weten moeten komen.’

81
00:05:05,970 --> 00:05:09,330
Waarom God dit zou toestaan,
is moeilijk te zeggen.

82
00:05:09,330 --> 00:05:13,170
Het klinkt zeker bijna alsof het van
hun kant een gebrek aan geloof was om

83
00:05:13,170 --> 00:05:14,310
verkenners te sturen.

84
00:05:14,310 --> 00:05:18,870
Want ze gaan uitzoeken of de mensen
in het land zwak of sterk zijn,

85
00:05:18,870 --> 00:05:21,870
of het een goed land
of een slecht land is.

86
00:05:21,870 --> 00:05:26,610
God heeft al gezegd dat het een land
is dat overvloeit van melk en honing.

87
00:05:26,610 --> 00:05:29,250
Waarom hebben ze verkenners
nodig om hun te vertellen

88
00:05:29,250 --> 00:05:32,190
of het een goed land
of een slecht land is?

89
00:05:32,190 --> 00:05:35,550
Het lijkt bijna een vergissing
om de verspieders te sturen,

90
00:05:35,550 --> 00:05:38,070
en het liep zeker op een ramp uit.

91
00:05:38,070 --> 00:05:42,390
Want tien van de twaalf verspieders
kwamen met een slecht verslag terug,

92
00:05:42,390 --> 00:05:46,050
wat er door de daaropvolgende
opstand van de Israëlieten toe leidde

93
00:05:46,050 --> 00:05:51,090
dat ze veertig jaar, of achtendertig
jaar, in de woestijn moesten rondzwerven.

94
00:05:51,090 --> 00:05:53,430
Het klinkt gewoon als een slecht idee.

95
00:05:53,430 --> 00:05:55,290
Waarom zou God dat doen?

96
00:05:55,290 --> 00:06:00,090
Nou, het volk wilde het, en opnieuw
gaf Hij hun waar ze om vroegen.

97
00:06:00,090 --> 00:06:03,630
Vanuit het gezichtspunt van Mozes
had het zien van het land het

98
00:06:03,630 --> 00:06:05,610
volk kunnen bemoedigen.

99
00:06:05,610 --> 00:06:10,230
Mozes had het land niet gezien, maar
God had gezegd dat het een land was dat

100
00:06:10,230 --> 00:06:12,810
overvloeit van melk en honing.

101
00:06:12,810 --> 00:06:16,290
Dus toen het Mozes goed leek
om verspieders te sturen,

102
00:06:16,290 --> 00:06:20,370
dacht hij waarschijnlijk dat ze met
een goed verslag terug zouden komen.

103
00:06:20,370 --> 00:06:22,410
Het zou het volk bemoedigen.

104
00:06:22,410 --> 00:06:25,890
Wanneer ze van de verspieders
hoorden hoe weelderig het land was,

105
00:06:25,890 --> 00:06:31,530
hoe mooi en begerenswaardig het was, zou
het volk ophouden met mopperen en blij,

106
00:06:31,530 --> 00:06:33,390
dankbaar en enthousiast zijn.

107
00:06:33,390 --> 00:06:37,590
Ik weet zeker dat Mozes dat dacht,
want het kwam geen moment bij hem op

108
00:06:37,590 --> 00:06:40,950
dat het veroveren van het
land een probleem zou zijn.

109
00:06:40,950 --> 00:06:43,710
Daar gingen de Israëlieten
zich zorgen over maken,

110
00:06:43,710 --> 00:06:46,230
omdat ze geen geloof in God hadden.

111
00:06:46,230 --> 00:06:49,950
Maar Mozes ging ervan uit dat
het veroveren van het land een

112
00:06:49,950 --> 00:06:51,930
vaststaand feit was.

113
00:06:51,930 --> 00:06:55,770
God stond aan hun kant, dus
daar konden ze niet verliezen.

114
00:06:55,770 --> 00:06:59,970
Dus ga informatie over het land
verzamelen en breng die terug,

115
00:06:59,970 --> 00:07:02,550
zodat we weten wat ons te wachten staat.

116
00:07:02,550 --> 00:07:04,890
Dan komen we niet voor
verrassingen te staan,

117
00:07:04,890 --> 00:07:09,090
en zullen we horen wat een goed
land het is en enthousiast zijn.

118
00:07:09,090 --> 00:07:11,730
God stond het toe. Maar waarom?

119
00:07:11,730 --> 00:07:17,010
Ik denk dat God wist hoe het zou aflopen,
maar ik geloof dat het een beproeving was,

120
00:07:17,010 --> 00:07:20,850
zoals de vele beproevingen die
Israël in de woestijn onderging.

121
00:07:20,850 --> 00:07:25,650
Hun geloof in God werd op de proef
gesteld doordat ze een uitdaging zagen

122
00:07:25,650 --> 00:07:29,070
en erover hoorden waar ze geen
rekening mee hadden gehouden.

123
00:07:29,070 --> 00:07:33,270
Ze wisten niet hoe groot de inwoners
waren en hoe moeilijk het zou zijn hun

124
00:07:33,270 --> 00:07:34,770
steden te veroveren.

125
00:07:34,770 --> 00:07:37,470
Ze wisten alleen dat er een goed land was.

126
00:07:37,470 --> 00:07:41,910
Maar toen ze over de hindernissen hoorden,
werd dat voor hen een gelegenheid om God

127
00:07:41,910 --> 00:07:43,650
te vertrouwen of niet.

128
00:07:43,650 --> 00:07:48,810
Zoals in alle andere gevallen liet God
dit toe als een beproeving van hun geloof,

129
00:07:48,810 --> 00:07:51,450
een beproeving waarin ze faalden.

130
00:07:51,450 --> 00:07:53,250
Vers 21 zegt:

131
00:07:53,250 --> 00:07:57,870
Zij gingen op weg en verkenden
het land, van de woestijn Zin tot

132
00:07:57,870 --> 00:08:00,330
Rehob, bij Lebo-Hamath.

133
00:08:00,330 --> 00:08:03,810
Dat is, naar ik begrijp,
een totale afstand van

134
00:08:03,810 --> 00:08:08,790
ongeveer tweehonderdnegentig kilometer,
en daar deden ze veertig dagen over.

135
00:08:08,790 --> 00:08:09,810
Er staat:

136
00:08:09,810 --> 00:08:15,510
Zij gingen het Zuiderland in en kwamen
tot aan Hebron, en daar woonden Ahiman,

137
00:08:15,510 --> 00:08:19,410
Sesai en Talmai, nakomelingen van Enak.

138
00:08:19,410 --> 00:08:23,790
Hebron nu was zeven jaar eerder
gebouwd dan Zoan in Egypte.

139
00:08:23,790 --> 00:08:27,030
We lezen later over de
nakomelingen van Enak.

140
00:08:27,030 --> 00:08:29,130
In vers 33 staat:

141
00:08:29,130 --> 00:08:32,910
Wij hebben er ook reuzen
gezien, nakomelingen van Enak,

142
00:08:32,910 --> 00:08:34,770
afkomstig van de reuzen.

143
00:08:34,770 --> 00:08:37,530
Wij waren in onze eigen
ogen als sprinkhanen,

144
00:08:37,530 --> 00:08:40,230
en zo waren wij ook in hun ogen.

145
00:08:40,230 --> 00:08:42,330
Dus ze zagen daar reuzen.

146
00:08:42,330 --> 00:08:47,070
Als we het over reuzen hebben, hebben
we het gewoon over heel grote mensen.

147
00:08:47,070 --> 00:08:51,030
We hebben het niet over reuzen
zoals in Sjaak en de bonenstaak.

148
00:08:51,030 --> 00:08:54,030
We hebben het over reuzen zoals Goliath.

149
00:08:54,030 --> 00:08:58,590
Goliath was tussen de twee meter
zeventig en drie meter lang.

150
00:08:58,590 --> 00:09:00,690
Dat is een behoorlijk grote man.

151
00:09:00,690 --> 00:09:04,650
Dat is zelfs groter dan Bo, maar
hij zou tegenwoordig ongeveer een

152
00:09:04,650 --> 00:09:06,570
gemiddelde basketballer zijn.

153
00:09:06,570 --> 00:09:11,490
Maar nee, basketballers zijn eigenlijk
niet zo lang, al komen ze in de buurt.

154
00:09:11,490 --> 00:09:14,550
Er zijn tegenwoordig
reuzen van die omvang.

155
00:09:14,550 --> 00:09:17,130
Er zijn mannen die zo lang zijn.

156
00:09:17,130 --> 00:09:20,670
Het zijn genetische
uitzonderingen, maar ze bestaan.

157
00:09:20,670 --> 00:09:24,390
Blijkbaar waren er vroeger
families van zulke grote mensen.

158
00:09:24,390 --> 00:09:28,710
Misschien is het zelfs zo dat wanneer er
tegenwoordig een genetische uitzondering

159
00:09:28,710 --> 00:09:33,270
in de vorm van een reus voorkomt,
dat een terugkeer naar vroeger is,

160
00:09:33,270 --> 00:09:39,030
een recessief gen dat vanuit die tijd door
de hele geschiedenis heen is doorgegeven.

161
00:09:39,030 --> 00:09:40,350
Ik weet het niet.

162
00:09:40,350 --> 00:09:44,850
Maar grote mensen bestaan, en kleine
mensen bestaan in verschillende

163
00:09:44,850 --> 00:09:46,050
delen van de wereld.

164
00:09:46,050 --> 00:09:48,990
Pygmeeën zijn behoorlijk
uitzonderlijk in hun kleinheid,

165
00:09:48,990 --> 00:09:52,650
maar we weten dat ze bestaan,
omdat ze nog steeds bestaan.

166
00:09:52,650 --> 00:09:56,730
Er hebben in het verleden dus mensen van
allerlei verschillende afmetingen bestaan,

167
00:09:56,730 --> 00:10:01,530
met inbegrip van sommige families,
rassen, die reuzen waren,

168
00:10:01,530 --> 00:10:03,270
groter dan gewone mensen.

169
00:10:03,270 --> 00:10:07,650
Nadat Hebron in vers 22
is genoemd, staat er ook:

170
00:10:07,650 --> 00:10:12,090
Hebron was trouwens zeven jaar
eerder gebouwd dan Zoan in Egypte.

171
00:10:12,090 --> 00:10:15,270
Dit is weer een van die terloopse
aanwijzingen dat Mozes dit

172
00:10:15,270 --> 00:10:17,010
werkelijk heeft geschreven.

173
00:10:17,010 --> 00:10:21,690
De bronnenhypothese houdt in dat deze
boeken eeuwen later zijn geschreven,

174
00:10:21,690 --> 00:10:24,390
toen de Joden al eeuwen in Israël woonden,

175
00:10:24,390 --> 00:10:29,130
daarna in ballingschap naar Babylon
waren gegaan en weer waren teruggekomen.

176
00:10:29,130 --> 00:10:32,010
Deze boeken zouden daarna zijn geschreven.

177
00:10:32,010 --> 00:10:34,830
Maar waarom zou iemand die zo veel later

178
00:10:34,830 --> 00:10:38,010
schreef Hebron vergelijken
met een plaats in Egypte?

179
00:10:38,010 --> 00:10:42,330
Hebron was trouwens een buitengewoon
bekende stad in Juda, in Israël,

180
00:10:42,330 --> 00:10:45,930
en daarom hoefden hun geen
bijzonderheden te worden verteld.

181
00:10:45,930 --> 00:10:49,050
Eeuwen nadat de Israëlieten
in Israël waren gaan wonen,

182
00:10:49,050 --> 00:10:52,230
hoefden hun geen dingen over
Hebron te worden verteld,

183
00:10:52,230 --> 00:10:55,170
zeker niet door een vergelijking
met dingen in Egypte.

184
00:10:55,170 --> 00:10:59,250
Het is duidelijk dat dit geschreven is
voor mensen van wie werd aangenomen dat ze

185
00:10:59,250 --> 00:11:02,790
vertrouwd waren met Egypte,
maar niet met Kanaän.

186
00:11:02,790 --> 00:11:06,390
Dat zou alleen gelden voor de
Israëlieten in de tijd van Mozes,

187
00:11:06,390 --> 00:11:10,590
omdat ze wel in Egypte waren
geweest, maar niet in Kanaän.

188
00:11:10,590 --> 00:11:11,670
Dus:

189
00:11:11,670 --> 00:11:15,150
Hebron was zeven jaar eerder
gebouwd dan Zoan in Egypte.

190
00:11:15,150 --> 00:11:19,650
Er wordt aangenomen dat de lezers weten
wanneer Zoan in Egypte is gebouwd,

191
00:11:19,650 --> 00:11:24,630
maar ze zouden niet weten wanneer Hebron
is gebouwd als het hun niet werd verteld.

192
00:11:24,630 --> 00:11:28,770
Ze zijn beter bekend met deze plaats
in Egypte dan met wat uiteindelijk een

193
00:11:28,770 --> 00:11:30,870
bekende stad in Israël werd.

194
00:11:30,870 --> 00:11:34,290
Dit is dus duidelijk geschreven
voor mensen uit Egypte.

195
00:11:34,290 --> 00:11:38,670
Toen kwamen ze in het dal Eskol,
dat, zo komen we te weten,

196
00:11:38,670 --> 00:11:42,750
zo werd genoemd omdat
Eskol ‘tros’ betekent.

197
00:11:42,750 --> 00:11:46,170
Ik denk dat zij het zo noemden,
of dat iemand het zo noemde,

198
00:11:46,170 --> 00:11:49,530
vanwege die grote tros
druiven die ze daar haalden.

199
00:11:49,530 --> 00:11:54,270
Daarna kwamen zij aan in het dal
Eskol en sneden daar een rank af met

200
00:11:54,270 --> 00:11:59,010
één tros druiven, die zij met zijn
tweeën aan een draagstok moesten dragen.

201
00:11:59,010 --> 00:12:02,670
Ook namen zij wat granaatappels
en wat vijgen mee.

202
00:12:02,670 --> 00:12:06,150
Soms worden die druiven in
Bijbelse prentenboeken afgebeeld

203
00:12:06,150 --> 00:12:09,450
alsof ze zo groot zijn
als meloenen of zoiets.

204
00:12:09,450 --> 00:12:14,550
Maar waarschijnlijk waren het druiven van
gewone grootte, alleen een enorme tros.

205
00:12:14,550 --> 00:12:17,430
Een heel, heel vruchtbaar land.

206
00:12:17,430 --> 00:12:22,050
Die druiventrossen zijn zo zwaar dat er
twee mannen nodig zijn om ze tussen zich

207
00:12:22,050 --> 00:12:23,970
in aan een stok te dragen.

208
00:12:23,970 --> 00:12:27,270
Dat liet zien hoe buitengewoon
vruchtbaar dit land was.

209
00:12:27,270 --> 00:12:31,170
Ze brachten ook wat granaatappels
en vijgen van die plek mee.

210
00:12:31,170 --> 00:12:35,310
Die zouden een mooie aanvulling op
het manna zijn voor wie ze mocht eten.

211
00:12:35,310 --> 00:12:40,050
In de woestijn groeide geen fruit, dus
het was fijn om wat fruit te krijgen.

212
00:12:40,050 --> 00:12:42,510
Hoeveel ze meebrachten, weten we niet,

213
00:12:42,510 --> 00:12:45,990
maar waarschijnlijk niet genoeg
voor twee of drie miljoen mensen.

214
00:12:45,990 --> 00:12:49,530
Naar alle waarschijnlijkheid hebben
enkele leiders ervan gegeten.

215
00:12:49,530 --> 00:12:54,510
Die plaats noemde men het dal Eskol
vanwege de tros die de Israëlieten

216
00:12:54,510 --> 00:12:55,710
daar afgesneden hadden.

217
00:12:55,710 --> 00:13:00,150
Het waren dus duidelijk de
Israëlieten die het die naam gaven.

218
00:13:00,150 --> 00:13:05,250
Daarvoor heette het niet Eskol, maar omdat
ze die bepaalde tros hadden afgesneden,

219
00:13:05,250 --> 00:13:08,670
noemden de Israëlieten
het het Dal van de Tros.

220
00:13:08,670 --> 00:13:11,610
Daarna keerden zij terug van
het verkennen van het land,

221
00:13:11,610 --> 00:13:14,010
na verloop van veertig dagen.

222
00:13:14,010 --> 00:13:17,970
Zij gingen op weg en kwamen
bij Mozes en bij Aäron,

223
00:13:17,970 --> 00:13:21,570
en bij heel de gemeenschap van
de Israëlieten, in de woestijn

224
00:13:21,570 --> 00:13:23,670
Paran, bij Kades.

225
00:13:23,670 --> 00:13:27,630
En zij brachten aan hen en
heel de gemeenschap verslag uit

226
00:13:27,630 --> 00:13:30,030
en toonden hun de vruchten van het land.

227
00:13:30,030 --> 00:13:34,950
Zij vertelden het Mozes en zeiden: Wij
zijn in dat land gekomen waarheen u ons

228
00:13:34,950 --> 00:13:40,050
gestuurd hebt, en werkelijk, het
vloeit over van melk en honing,

229
00:13:40,050 --> 00:13:42,090
en dit is zijn vrucht.

230
00:13:42,090 --> 00:13:45,630
Het volk echter dat in
dat land woont, is sterk,

231
00:13:45,630 --> 00:13:50,310
de steden zijn versterkt en heel groot,
en ook hebben wij daar nakomelingen

232
00:13:50,310 --> 00:13:51,930
van Enak gezien.

233
00:13:51,930 --> 00:13:53,070
De reuzen.

234
00:13:53,070 --> 00:13:57,390
In het Zuiderland woont Amalek, in
het bergland wonen de Hethieten,

235
00:13:57,390 --> 00:14:02,010
de Jebusieten en de Amorieten, aan
de zee en aan de oever van de Jordaan

236
00:14:02,010 --> 00:14:03,810
wonen de Kanaänieten.

237
00:14:03,810 --> 00:14:08,010
Die informatie bracht het volk
blijkbaar in beroering, want er staat:

238
00:14:08,010 --> 00:14:12,630
Toen bracht Kaleb het volk
tegenover Mozes tot bedaren, en zei:

239
00:14:12,630 --> 00:14:16,650
Laten wij vrijmoedig optrekken,
wij zullen het land in bezit nemen,

240
00:14:16,650 --> 00:14:19,170
want wij zullen het zeker overmeesteren.

241
00:14:19,170 --> 00:14:22,470
Maar de mannen die met hem
opgetrokken waren, zeiden:

242
00:14:22,470 --> 00:14:26,790
Wij kunnen tegen dat volk niet
optrekken, want het is sterker dan wij.

243
00:14:26,790 --> 00:14:29,190
Hier schiet hun geloof dus tekort.

244
00:14:29,190 --> 00:14:33,630
Het volk is sterker dan wij,
dus we kunnen het niet innemen.

245
00:14:33,630 --> 00:14:35,010
Wat doet dat er nu toe?

246
00:14:35,010 --> 00:14:37,170
Waar is God in hun denken?

247
00:14:37,170 --> 00:14:42,570
Veel situaties waarmee we in de wereld te
maken krijgen, liggen buiten onze macht.

248
00:14:42,570 --> 00:14:45,750
We moeten daarin gewoon op God vertrouwen.

249
00:14:45,750 --> 00:14:49,590
En vooral als God iets heeft
beloofd, is het volkomen

250
00:14:49,590 --> 00:14:52,710
irrelevant dat wij het
niet kunnen laten gebeuren.

251
00:14:52,710 --> 00:14:55,830
Het is niet aan ons om
het te laten gebeuren.

252
00:14:55,830 --> 00:15:00,210
Het is aan God om het te laten
gebeuren als Hij het belooft.

253
00:15:00,210 --> 00:15:05,370
Juda kreeg in de dagen van koning Josafat
met een soortgelijke crisis te maken.

254
00:15:05,370 --> 00:15:11,010
Een enorm leger, veel groter dan de
legers van Juda, viel Josafat aan,

255
00:15:11,010 --> 00:15:13,650
die koning van het volk Juda was.

256
00:15:13,650 --> 00:15:16,710
Hij was toevallig een godvrezende koning.

257
00:15:16,710 --> 00:15:19,110
Ze hadden niet zo veel
godvrezende koningen,

258
00:15:19,110 --> 00:15:21,630
maar hij was een godvrezende koning.

259
00:15:21,630 --> 00:15:24,870
Ze werden aangevallen door
een coalitie van de Moabieten,

260
00:15:24,870 --> 00:15:28,590
de Ammonieten en de mensen
uit het Seïrgebergte.

261
00:15:28,590 --> 00:15:30,390
Dat waren Edomieten.

262
00:15:30,390 --> 00:15:34,950
Het was een veel grotere strijdmacht dan
Josafat ooit het hoofd zou kunnen bieden.

263
00:15:34,950 --> 00:15:37,830
In 2 Kronieken hoofdstuk 20 staat:

264
00:15:37,830 --> 00:15:41,490
Josafat werd bang en
besloot de HEERE te zoeken.

265
00:15:41,490 --> 00:15:44,010
Hij riep in heel Juda een vasten uit.

266
00:15:44,010 --> 00:15:48,210
De inwoners van Juda kwamen bijeen
om de HEERE om hulp te vragen.

267
00:15:48,210 --> 00:15:51,450
Uit alle steden van Juda
kwamen zij om Hem te zoeken.

268
00:15:51,450 --> 00:15:55,230
Toen ging Josafat tussen de gemeente
van Juda en Jeruzalem staan,

269
00:15:55,230 --> 00:15:58,770
in het huis van de HEERE,
vóór de nieuwe voorhof,

270
00:15:58,770 --> 00:16:03,210
En hij bad. Zijn gebed komt in
vers 12 in wezen hierop uit:

271
00:16:03,210 --> 00:16:06,510
Onze God, zult U geen
gericht over hen oefenen?

272
00:16:06,510 --> 00:16:11,190
In ons is immers geen kracht tegen deze
grote troepenmacht die op ons af komt,

273
00:16:11,190 --> 00:16:16,170
en wij weten niet, wat wij moeten
doen, maar op U zijn onze ogen gericht.

274
00:16:16,170 --> 00:16:20,790
Dit is eigenlijk de manier waarop Israël
diezelfde soort crisis tegemoet had moeten

275
00:16:20,790 --> 00:16:23,190
treden. Josafat zei:

276
00:16:23,190 --> 00:16:26,250
We kunnen niets beginnen
tegen zo'n grote overmacht.

277
00:16:26,250 --> 00:16:27,870
Ze zijn ons veruit de baas.

278
00:16:27,870 --> 00:16:29,550
We kunnen ze niet verslaan.

279
00:16:29,550 --> 00:16:33,090
Maar we kijken niet naar
onszelf, we kijken naar U.

280
00:16:33,090 --> 00:16:35,730
Daarom vragen we U om het op te lossen.

281
00:16:35,730 --> 00:16:39,750
Het volk Israël had in de dagen van
Mozes ook alle gelegenheid om naar

282
00:16:39,750 --> 00:16:41,010
God te kijken.

283
00:16:41,010 --> 00:16:43,890
Ze hadden Zijn wonderen dag na dag gezien.

284
00:16:43,890 --> 00:16:48,030
Hij had hun zelfs al eens eerder de
overwinning op de Amalekieten gegeven.

285
00:16:48,030 --> 00:16:52,230
En ze hadden beslist gezien dat God
het leger van de Egyptenaren in de Rode

286
00:16:52,230 --> 00:16:53,670
Zee kon vernietigen.

287
00:16:53,670 --> 00:16:58,050
Ze hadden moeten weten dat als God zegt
dat Hij de Kanaänieten gaat overwinnen,

288
00:16:58,050 --> 00:16:59,970
dat geen probleem zou zijn.

289
00:16:59,970 --> 00:17:02,790
Maar hun ogen waren niet op God gericht.

290
00:17:02,790 --> 00:17:05,910
Hun geloof wordt voortdurend
verzwakt doordat ze naar de

291
00:17:05,910 --> 00:17:08,010
natuurlijke omstandigheden kijken.

292
00:17:08,010 --> 00:17:13,230
Maar er waren twee eerlijke mannen die
God vreesden en op God vertrouwden:

293
00:17:13,230 --> 00:17:15,210
Kaleb en Jozua.

294
00:17:15,210 --> 00:17:17,250
We hebben over Kaleb gelezen.

295
00:17:17,250 --> 00:17:19,770
Binnenkort zullen we ook over Jozua lezen.

296
00:17:19,770 --> 00:17:22,170
Maar Kaleb was de eerste die zei:

297
00:17:22,170 --> 00:17:26,490
Toen bracht Kaleb het volk
tegenover Mozes tot bedaren, en zei:

298
00:17:26,490 --> 00:17:30,510
Laten wij vrijmoedig optrekken,
wij zullen het land in bezit nemen,

299
00:17:30,510 --> 00:17:32,910
want wij zullen het zeker overmeesteren.

300
00:17:32,910 --> 00:17:37,950
Maar vers 32 zegt dat de meerderheid de
Israëlieten een slecht bericht gaf over

301
00:17:37,950 --> 00:17:40,890
het land dat ze verkend hadden. Ze zeiden:

302
00:17:40,890 --> 00:17:45,210
En zij lieten een kwaad gerucht uitgaan
bij de Israëlieten over het land dat zij

303
00:17:45,210 --> 00:17:49,230
verkend hadden, door te zeggen: Het land
waar wij doorgetrokken zijn om het te

304
00:17:49,230 --> 00:17:52,650
verkennen, is een land dat
zijn inwoners verslindt,

305
00:17:52,650 --> 00:17:55,770
en heel het volk dat wij in het
midden daarvan gezien hebben,

306
00:17:55,770 --> 00:17:58,230
bestaat uit mannen van grote lengte.

307
00:17:58,230 --> 00:18:00,750
Een land dat zijn inwoners verslindt.

308
00:18:00,750 --> 00:18:03,210
Het is moeilijk te
zeggen wat dat betekent.

309
00:18:03,210 --> 00:18:06,690
Het betekent zeker niet dat het
een land is zoals een woestijn,

310
00:18:06,690 --> 00:18:08,970
dat niet genoeg voedsel voortbrengt.

311
00:18:08,970 --> 00:18:13,650
Want ze hebben er al op gewezen dat
het overvloeit van melk en honing

312
00:18:13,650 --> 00:18:15,510
en dat er veel fruit is.

313
00:18:15,510 --> 00:18:18,270
Het kan betekenen dat er
andere omstandigheden zijn

314
00:18:18,270 --> 00:18:20,430
die de inwoners bedreigen.

315
00:18:20,430 --> 00:18:24,630
Misschien wilde dieren die uit de jungle
bij de Jordaan tevoorschijn komen,

316
00:18:24,630 --> 00:18:28,770
beren en leeuwen en dergelijke, waarvan
we weten dat ze vroeger in dat gebied

317
00:18:28,770 --> 00:18:30,990
voorkwamen, of iets anders.

318
00:18:30,990 --> 00:18:34,050
Maar er waren ook grote mensen, reuzen.

319
00:18:34,050 --> 00:18:35,190
En dus zeiden ze:

320
00:18:35,190 --> 00:18:38,610
Maar de mannen die met hem
opgetrokken waren, zeiden:

321
00:18:38,610 --> 00:18:42,870
Wij kunnen tegen dat volk niet
optrekken, want het is sterker dan wij.

322
00:18:42,870 --> 00:18:46,830
Wij hebben er ook reuzen
gezien, nakomelingen van Enak,

323
00:18:46,830 --> 00:18:48,570
afkomstig van de reuzen.

324
00:18:48,570 --> 00:18:51,510
Wij waren in onze eigen
ogen als sprinkhanen,

325
00:18:51,510 --> 00:18:54,210
en zo waren wij ook in hun ogen.

326
00:18:54,210 --> 00:18:55,830
Dat is dus het verslag.

327
00:18:55,830 --> 00:18:57,690
We zijn als insecten.

328
00:18:57,690 --> 00:19:00,510
Ze zouden ons als beestjes
kunnen platdrukken.

329
00:19:00,510 --> 00:19:02,370
Zo zagen wij onszelf.

330
00:19:02,370 --> 00:19:04,170
Zo zagen zij ons.

331
00:19:04,170 --> 00:19:06,090
Nu hoofdstuk 14.

332
00:19:06,090 --> 00:19:08,970
Toen begon heel de
gemeenschap luid te weeklagen

333
00:19:08,970 --> 00:19:12,030
en bleef het volk in
die nacht luid jammeren.

334
00:19:12,030 --> 00:19:13,170
Alweer huilen.

335
00:19:13,170 --> 00:19:17,130
Al de Israëlieten morden
tegen Mozes en tegen Aäron.

336
00:19:17,130 --> 00:19:21,750
Heel de gemeenschap zei tegen hen:
Waren wij maar in het land Egypte of in

337
00:19:21,750 --> 00:19:23,970
deze woestijn gestorven!

338
00:19:23,970 --> 00:19:26,070
Waren wij maar gestorven!

339
00:19:26,070 --> 00:19:29,310
Het blijkt dat ze wat dat
betreft hun zin zullen krijgen.

340
00:19:29,310 --> 00:19:34,110
Waarom brengt de HEERE ons dan naar dit
land, zodat wij door het zwaard vallen,

341
00:19:34,110 --> 00:19:39,090
en onze vrouwen en onze kleine kinderen
tot prooi worden van de vijand?

342
00:19:39,090 --> 00:19:42,750
Zou het niet beter voor ons
zijn naar Egypte terug te keren?

343
00:19:42,750 --> 00:19:46,830
En zij zeiden tegen elkaar:
Laten wij een hoofd aanstellen en

344
00:19:46,830 --> 00:19:48,870
naar Egypte terugkeren!

345
00:19:48,870 --> 00:19:52,830
Dit is dus de ergste opstand
van de Israëlieten tot nu toe.

346
00:19:52,830 --> 00:19:57,210
Ze hebben eerder gemord, maar nu
praten ze over in opstand komen.

347
00:19:57,210 --> 00:20:00,690
Ze wilden Mozes en Aäron zelfs stenigen.

348
00:20:00,690 --> 00:20:03,330
We zullen ontdekken dat
ze daarover nadachten,

349
00:20:03,330 --> 00:20:06,510
en ook over het stenigen
van Jozua en Kaleb.

350
00:20:06,510 --> 00:20:10,830
Iedereen die trouw was aan Jahweh,
wilden deze mensen doodstenigen.

351
00:20:10,830 --> 00:20:13,590
En ze wilden een nieuwe
leider aanstellen en zich

352
00:20:13,590 --> 00:20:16,110
door hem terug naar Egypte laten brengen.

353
00:20:16,110 --> 00:20:20,370
Dit is gewoon een regelrechte,
boosaardige opstand tegen God

354
00:20:20,370 --> 00:20:23,670
en tegen het leiderschap
dat God heeft aangesteld.

355
00:20:23,670 --> 00:20:28,230
Toen wierpen Mozes en Aäron
zich met hun gezicht ter aarde,

356
00:20:28,230 --> 00:20:31,530
voor heel de verzamelde
gemeenschap van de Israëlieten.

357
00:20:31,530 --> 00:20:35,670
We zullen in het verhaal van het boek
Numeri nog een aantal keren zien dat

358
00:20:35,670 --> 00:20:39,750
Mozes en Aäron zich met hun
gezicht ter aarde werpen.

359
00:20:39,750 --> 00:20:42,510
Het is niet helemaal
duidelijk wat dat betekent.

360
00:20:42,510 --> 00:20:47,190
Waarschijnlijk wierpen ze zich neer en
baden ze, naar alle waarschijnlijkheid.

361
00:20:47,190 --> 00:20:50,970
Er staat dat ze het deden voor de
hele vergadering van de gemeente,

362
00:20:50,970 --> 00:20:54,630
maar dat betekent misschien alleen
dat ze daar op dat moment waren,

363
00:20:54,630 --> 00:20:57,150
toen ze het volk hoorden morren.

364
00:20:57,150 --> 00:21:01,590
Mozes en Aäron beseften dat ze
niets anders konden doen dan bidden,

365
00:21:01,590 --> 00:21:04,830
en dus wierpen ze zich gewoon
met hun gezicht ter aarde.

366
00:21:04,830 --> 00:21:10,290
En Jozua, de zoon van Nun, en
Kaleb, de zoon van Jefunne,

367
00:21:10,290 --> 00:21:13,620
twee van hen die het land verkend
hadden, scheurden hun kleren,

368
00:21:13,620 --> 00:21:15,480
Dat is een teken van verdriet.

369
00:21:15,480 --> 00:21:19,290
en zeiden tegen heel de
gemeenschap van de Israëlieten:

370
00:21:19,290 --> 00:21:22,290
Het land waar wij doorgetrokken
zijn om het te verkennen,

371
00:21:22,290 --> 00:21:24,390
is een bijzonder goed land.

372
00:21:24,390 --> 00:21:28,830
Als de HEERE ons genegen is,
zal Hij ons in dat land brengen

373
00:21:28,830 --> 00:21:34,230
en zal Hij het ons geven, een land
dat overvloeit van melk en honing.

374
00:21:34,230 --> 00:21:38,370
Alleen, kom tegen de HEERE
niet in opstand, en u,

375
00:21:38,370 --> 00:21:43,410
wees niet bevreesd voor de bevolking van
het land, want zij zijn ons tot voedsel,

376
00:21:43,410 --> 00:21:47,850
hun schaduw is van hen geweken,
en de HEERE is met ons.

377
00:21:47,850 --> 00:21:50,010
Wees niet bevreesd voor hen!

378
00:21:50,010 --> 00:21:52,530
Dat had het volk nu toch moeten bezielen.

379
00:21:52,530 --> 00:21:54,870
Dit waren twee van de verkenners.

380
00:21:54,870 --> 00:21:58,110
Ze zijn er geweest; ze
hebben het land gezien.

381
00:21:58,110 --> 00:22:00,690
Ze zeggen dat het zeer de moeite waard is.

382
00:22:00,690 --> 00:22:04,710
Dat ze God ter sprake brachten, had
ieders geloof moeten versterken,

383
00:22:04,710 --> 00:22:08,730
want ze hebben God in hun midden
wonderen zien doen. En ze zeggen:

384
00:22:08,730 --> 00:22:12,630
Als de Heer blij met ons is, zal
Hij ons het land binnenbrengen;

385
00:22:12,630 --> 00:22:14,430
Hij zal het ons geven.

386
00:22:14,430 --> 00:22:16,110
Hier spreekt geloof.

387
00:22:16,110 --> 00:22:20,310
Hier spreekt ook gezond verstand,
op grond van hun ervaring.

388
00:22:20,310 --> 00:22:21,510
Maar er staat:

389
00:22:21,510 --> 00:22:25,890
Toen zei heel de gemeenschap dat
men hen met stenen moest stenigen.

390
00:22:25,890 --> 00:22:30,270
Maar de heerlijkheid van de HEERE
verscheen in de tent van ontmoeting,

391
00:22:30,270 --> 00:22:32,190
voor al de Israëlieten.

392
00:22:32,190 --> 00:22:35,010
Dat is een dramatisch
hoogtepunt in het verhaal,

393
00:22:35,010 --> 00:22:38,610
wanneer de heerlijkheid van de
HEERE voor iedereen verschijnt.

394
00:22:38,610 --> 00:22:40,530
Hij verscheen niet altijd, maar het is

395
00:22:40,530 --> 00:22:44,130
duidelijk dat de Israëlieten
nu in de problemen gaan komen.

396
00:22:44,130 --> 00:22:47,790
Net zoals toen Mirjam en
Aäron kritiek hadden op Mozes,

397
00:22:47,790 --> 00:22:52,650
en de HEERE plotseling vanuit de
tabernakel tegen hen sprak en zei:

398
00:22:52,650 --> 00:22:58,710
Meteen zei de HEERE tegen Mozes, en tegen
Aäron, en tegen Mirjam: U met zijn drieën,

399
00:22:58,710 --> 00:23:00,930
vertrek naar de tent van ontmoeting.

400
00:23:00,930 --> 00:23:03,510
En zij vertrokken met
z'n drieën daarnaartoe.

401
00:23:03,510 --> 00:23:06,210
God verschijnt midden in hun gemopper.

402
00:23:06,210 --> 00:23:09,690
En je kunt merken dat Hij
boos is. Hij gaat iets doen.

403
00:23:09,690 --> 00:23:11,010
En er staat:

404
00:23:11,010 --> 00:23:16,830
En de HEERE zei tegen Mozes: Hoelang
zal dit volk Mij nog verwerpen?

405
00:23:16,830 --> 00:23:21,810
En hoelang zullen zij niet in Mij geloven,
ondanks al de tekenen die Ik in het midden

406
00:23:21,810 --> 00:23:23,250
van hen gedaan heb?

407
00:23:23,250 --> 00:23:26,910
Ik zal het met de pest treffen
en Ik zal het verstoten,

408
00:23:26,910 --> 00:23:31,290
en Ik zal u tot een groter en
machtiger volk maken dan dit is.

409
00:23:31,290 --> 00:23:36,090
Dit is natuurlijk iets wat God Mozes ook
had aangeboden toen ze het gouden kalf

410
00:23:36,090 --> 00:23:41,790
hadden gemaakt, destijds in
Exodus hoofdstuk 32, vers 10.

411
00:23:41,790 --> 00:23:44,550
God had gezegd dat Hij hetzelfde zou doen.

412
00:23:44,550 --> 00:23:50,670
Hij zou hen allemaal uitroeien en gewoon
uit Mozes een nieuw volk laten voortkomen.

413
00:23:50,670 --> 00:23:55,770
En net als bij die gelegenheid bad
Mozes voor hen en deed hij voorbede.

414
00:23:55,770 --> 00:24:01,950
Het is interessant: soms is God boos
en brengt Mozes Hem tot bedaren.

415
00:24:01,950 --> 00:24:09,090
Soms is Mozes boos, en God en Mozes
zijn om de beurt degene die boos is.

416
00:24:09,090 --> 00:24:11,670
Hier is God nu boos op hen.

417
00:24:11,670 --> 00:24:17,850
Maar Mozes zei tegen de HEERE: Dan
zullen de Egyptenaren het horen; immers,

418
00:24:17,850 --> 00:24:21,330
U hebt door Uw kracht dit
volk uit hun midden geleid.

419
00:24:21,330 --> 00:24:25,710
Zij zullen het zeggen tegen de inwoners
van dit land, die gehoord hebben dat U,

420
00:24:25,710 --> 00:24:31,770
HEERE, in het midden van dit volk bent,
dat U oog in oog gezien wordt, HEERE,

421
00:24:31,770 --> 00:24:35,370
en dat Uw wolk boven hen
staat, en dat U overdag

422
00:24:35,370 --> 00:24:40,290
in een wolkkolom voor hen uit gaat
en 's nachts in een vuurkolom.

423
00:24:40,290 --> 00:24:45,210
Zou U dit volk als één man doden, dan
zullen de volken die bij geruchte van U

424
00:24:45,210 --> 00:24:50,130
gehoord hebben, zeggen: Omdat de HEERE dit
volk niet in het land kon brengen dat Hij

425
00:24:50,130 --> 00:24:54,750
hun gezworen had, daarom heeft
Hij hen in de woestijn afgeslacht.

426
00:24:54,750 --> 00:25:00,390
Nu dan, laat toch de kracht van de Heere
groot worden, zoals U gesproken hebt:

427
00:25:00,390 --> 00:25:04,110
De HEERE is geduldig en
rijk aan goedertierenheid,

428
00:25:04,110 --> 00:25:07,350
Hij vergeeft de ongerechtigheid
en de overtreding,

429
00:25:07,350 --> 00:25:10,290
Hij houdt de schuldige
zeker niet voor onschuldig

430
00:25:10,290 --> 00:25:13,830
en vergeldt de ongerechtigheid
van de vaderen aan de kinderen,

431
00:25:13,830 --> 00:25:16,650
tot in het derde en het vierde geslacht.

432
00:25:16,650 --> 00:25:19,950
Hij citeert wat God tegen
hem had gezegd op de berg,

433
00:25:19,950 --> 00:25:24,570
toen God bij die eerdere gelegenheid
Zijn Naam aan Mozes bekendmaakte.

434
00:25:24,570 --> 00:25:28,830
Hij zegt: ‘Wees zoals U
zei dat U was, toen U zei:

435
00:25:28,830 --> 00:25:32,670
De HEERE is geduldig en
rijk aan goedertierenheid,

436
00:25:32,670 --> 00:25:35,910
Hij vergeeft de ongerechtigheid
en de overtreding,

437
00:25:35,910 --> 00:25:38,910
Hij houdt de schuldige
zeker niet voor onschuldig

438
00:25:38,910 --> 00:25:42,270
en vergeldt de ongerechtigheid
van de vaderen aan de kinderen,

439
00:25:42,270 --> 00:25:44,250
tot in het derde en het vierde geslacht.

440
00:25:44,250 --> 00:25:47,790
Vergeef toch de
ongerechtigheid van dit volk,

441
00:25:47,790 --> 00:25:51,150
overeenkomstig de grootheid
van Uw goedertierenheid,

442
00:25:51,150 --> 00:25:54,930
en zoals U dit volk vergeven
hebt, vanaf Egypte tot hier toe.

443
00:25:54,930 --> 00:25:59,970
Met andere woorden, U hebt hun tot
nu toe ontferming en genade bewezen.

444
00:25:59,970 --> 00:26:02,970
Dit is niet het juiste moment
om daarmee op te houden.

445
00:26:02,970 --> 00:26:08,010
Als U hen vernietigt, zoals U zegt, dan
zal dat U een slechte naam bezorgen.

446
00:26:08,010 --> 00:26:12,990
Want iedereen in het land Kanaän
weet wat U in Egypte hebt gedaan.

447
00:26:12,990 --> 00:26:15,690
Ze weten van de wolk en de zuil.

448
00:26:15,690 --> 00:26:18,450
Ze weten dat U dit volk zichtbaar leidt.

449
00:26:18,450 --> 00:26:22,770
Als U hen nu hier doodt, zullen
ze gewoon aannemen dat U dat deed

450
00:26:22,770 --> 00:26:27,630
omdat U besloten had dat U Kanaän
niet voor hen kon veroveren.

451
00:26:27,630 --> 00:26:29,910
En U wilt niet dat ze dat denken.

452
00:26:29,910 --> 00:26:35,610
Dus Mozes pleit, net als eerder, bij
God op grond van Gods goede Naam.

453
00:26:35,610 --> 00:26:40,530
En Mozes maakt zich zorgen om
Gods goede Naam onder de mensen.

454
00:26:40,530 --> 00:26:42,090
Toen zei de Heere:

455
00:26:42,090 --> 00:26:46,410
De HEERE zei: Op uw woord
heb Ik hun vergeven.

456
00:26:46,410 --> 00:26:51,150
Echter, zo waar Ik leef, de hele
aarde zal met de heerlijkheid van de

457
00:26:51,150 --> 00:26:53,010
HEERE vervuld worden!

458
00:26:53,010 --> 00:26:57,030
Want al de mannen die Mijn heerlijkheid
gezien hebben en Mijn tekenen,

459
00:26:57,030 --> 00:27:00,270
die Ik in Egypte en in
de woestijn gedaan heb,

460
00:27:00,270 --> 00:27:03,690
en die Mij nu al tien keer op
de proef gesteld hebben en niet

461
00:27:03,690 --> 00:27:06,810
naar Mijn stem hebben
geluisterd, zij zullen het land

462
00:27:06,810 --> 00:27:10,770
dat Ik hun vaderen
gezworen heb, niet zien!

463
00:27:10,770 --> 00:27:15,090
Ja, geen van allen die Mij
verworpen hebben, zullen het zien!

464
00:27:15,090 --> 00:27:19,050
Maar Mijn dienaar Kaleb, omdat
in hem een andere geest was

465
00:27:19,050 --> 00:27:21,990
en hij erin volhard
heeft Mij na te volgen,

466
00:27:21,990 --> 00:27:24,810
hem zal Ik brengen in het
land waar hij geweest is,

467
00:27:24,810 --> 00:27:27,930
en zijn nageslacht zal het in bezit nemen.

468
00:27:27,930 --> 00:27:32,550
Nu zou je verwachten dat Hij ook
Jozua noemt, maar dat doet Hij niet.

469
00:27:32,550 --> 00:27:37,350
Maar later, in vers 30, doet
Hij dat wel. Daar zegt Hij dit.

470
00:27:37,350 --> 00:27:41,850
Hij voorspelt opnieuw dat iedereen
zal sterven. Dan zegt Hij:

471
00:27:41,850 --> 00:27:47,010
U zult beslist niet in dat land komen
waarover Ik Mijn hand opgeheven heb,

472
00:27:47,010 --> 00:27:52,950
dat Ik u daarin zou laten wonen, behalve
Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua,

473
00:27:52,950 --> 00:27:54,510
de zoon van Nun.

474
00:27:54,510 --> 00:27:57,270
Dus soms wordt alleen Kaleb genoemd.

475
00:27:57,270 --> 00:28:00,510
Op andere plaatsen wordt
Jozua samen met hem genoemd,

476
00:28:00,510 --> 00:28:03,210
maar die beide mannen
hebben het overleefd.

477
00:28:03,210 --> 00:28:07,170
De Amalekieten en de
Kanaänieten wonen in het dal.

478
00:28:07,170 --> 00:28:12,510
Keer morgen om en trek verder de woestijn
in, in de richting van de Schelfzee.

479
00:28:12,510 --> 00:28:17,850
Met andere woorden, vermijd de
Amalekieten, vermijd de Kanaänieten.

480
00:28:17,850 --> 00:28:19,470
‘Ga daar het land niet in.

481
00:28:19,470 --> 00:28:22,290
Ga gewoon terug in de
richting van de Rode Zee,

482
00:28:22,290 --> 00:28:25,530
langs de weg waarlangs je
gekomen bent’, zei God.

483
00:28:25,530 --> 00:28:29,250
Ze zullen zich dus omkeren en
teruggaan, niet naar Egypte,

484
00:28:29,250 --> 00:28:31,590
maar gewoon terug de woestijn in.

485
00:28:31,590 --> 00:28:35,130
Toen sprak de Heere tot
Mozes en Aäron en zei:

486
00:28:35,130 --> 00:28:38,730
Daarna sprak de HEERE
tot Mozes en tot Aäron:

487
00:28:38,730 --> 00:28:43,590
Hoelang zal Ik nog bij deze boosaardige
gemeenschap blijven, die tegen Mij mort?

488
00:28:43,590 --> 00:28:47,970
Ik heb het gemor van de Israëlieten
gehoord, waarmee zij tegen Mij morren.

489
00:28:47,970 --> 00:28:52,950
Zeg tegen hen: Zo waar Ik leef,
spreekt de HEERE, voorwaar,

490
00:28:52,950 --> 00:28:57,150
Ik zal met u doen zoals u ten
aanhoren van Mij gesproken hebt.

491
00:28:57,150 --> 00:29:00,030
In deze woestijn zullen
uw dode lichamen vallen,

492
00:29:00,030 --> 00:29:04,050
te weten allen van u die geteld
zijn, naar hun volledige aantal,

493
00:29:04,050 --> 00:29:08,190
van twintig jaar oud en daarboven,
u die tegen Mij gemord hebt.

494
00:29:08,190 --> 00:29:10,710
God gaat dus doen wat
jullie gezegd hebben.

495
00:29:10,710 --> 00:29:12,450
Waar hebben ze dat gezegd?

496
00:29:12,450 --> 00:29:14,370
Hij zei het in vers 2:

497
00:29:14,370 --> 00:29:18,090
Al de Israëlieten morden
tegen Mozes en tegen Aäron.

498
00:29:18,090 --> 00:29:22,530
Heel de gemeenschap zei tegen hen:
Waren wij maar in het land Egypte of in

499
00:29:22,530 --> 00:29:24,570
deze woestijn gestorven!

500
00:29:24,570 --> 00:29:26,550
Waren wij maar gestorven!

501
00:29:26,550 --> 00:29:31,530
Hij zegt: ‘Goed, dat hebben jullie
dus gezegd. Dat is wat Ik ga doen.

502
00:29:31,530 --> 00:29:36,990
Uw kleine kinderen, van wie u zei: Zij
zullen tot prooi worden van de vijand!

503
00:29:36,990 --> 00:29:42,750
hen zal Ik erin brengen; zij zullen dat
land, dat u verworpen hebt, leren kennen.

504
00:29:42,750 --> 00:29:47,430
Dat hadden ze gezegd toen ze in vers
3 aan het mopperen waren. Ze zeiden:

505
00:29:47,430 --> 00:29:51,870
Waarom brengt de HEERE ons dan naar dit
land, zodat wij door het zwaard vallen,

506
00:29:51,870 --> 00:29:56,490
en onze vrouwen en onze kleine kinderen
tot prooi worden van de vijand?

507
00:29:56,490 --> 00:29:59,550
Zou het niet beter voor ons
zijn naar Egypte terug te keren?

508
00:29:59,550 --> 00:30:04,050
Hij zei: ‘Jullie waren dus bang dat jullie
kinderen slachtoffers zouden worden.

509
00:30:04,050 --> 00:30:06,030
Maak je daar geen zorgen over.

510
00:30:06,030 --> 00:30:10,530
Maar wat u betreft, uw dode lichamen
zullen in deze woestijn vallen.

511
00:30:10,530 --> 00:30:14,310
Uw kinderen zullen veertig jaar
in deze woestijn rondzwerven,

512
00:30:14,310 --> 00:30:18,810
en zij zullen uw hoererijen dragen,
totdat uw dode lichamen in deze

513
00:30:18,810 --> 00:30:20,610
woestijn vergaan zijn.

514
00:30:20,610 --> 00:30:25,110
Overeenkomstig het aantal dagen dat u
dat land verkend hebt, veertig dagen,

515
00:30:25,110 --> 00:30:29,070
voor elke dag een jaar, zult
u uw ongerechtigheden dragen,

516
00:30:29,070 --> 00:30:33,090
veertig jaar lang, en u zult
van Mij tegenstand ondervinden.

517
00:30:33,090 --> 00:30:36,810
Nu bleek het in werkelijkheid nog
maar achtendertig jaar te zijn.

518
00:30:36,810 --> 00:30:40,230
Hij telde de bijna twee jaar
die ze al achter de rug hadden,

519
00:30:40,230 --> 00:30:43,770
of in elk geval delen van twee
jaar die ze achter de rug hadden,

520
00:30:43,770 --> 00:30:47,970
dus mee als een deel van de straf
dat ze al hadden uitgezeten.

521
00:30:47,970 --> 00:30:52,170
Maar in totaal zouden ze veertig
jaar in de woestijn zijn. Hij zegt:

522
00:30:52,170 --> 00:30:56,310
Je zult merken wat het
betekent als Ik je afwijs.

523
00:30:56,310 --> 00:31:00,090
[Vertalersnoot: De spreker volgt hier
de Engelse formulering ‘My rejection’,

524
00:31:00,090 --> 00:31:02,490
oftewel ‘Mijn verwerping’.

525
00:31:02,490 --> 00:31:08,250
De hierboven aangehaalde HSV heeft ‘u
zult van Mij tegenstand ondervinden’.

526
00:31:08,250 --> 00:31:11,670
Zijn volgende uitleg sluit aan
bij de Engelse formulering.]

527
00:31:11,670 --> 00:31:15,330
Dat is iets wat ik nooit zou willen
leren kennen: Gods verwerping.

528
00:31:15,330 --> 00:31:19,050
Het feit dat God mensen kan
verwerpen die eens Zijn volk waren,

529
00:31:19,050 --> 00:31:20,790
is iets beangstigends.

530
00:31:20,790 --> 00:31:24,930
Want wie je verder ook afwijst,
als je God aan jouw kant hebt,

531
00:31:24,930 --> 00:31:29,550
heb je soms nog maar één troost
in de wereld: „Nou, ik heb God.

532
00:31:29,550 --> 00:31:32,310
Ik heb verder niets, maar ik heb God.”

533
00:31:32,310 --> 00:31:36,210
Maar als Hij je verwerpt,
blijft er werkelijk niets over.

534
00:31:36,210 --> 00:31:40,050
Ik kan me niets angstaanjagenders
voorstellen dan je door God

535
00:31:40,050 --> 00:31:41,490
verworpen te voelen.

536
00:31:41,490 --> 00:31:47,310
Ík, de HEERE, heb gesproken: Voorwaar,
Ik zal dit doen met heel deze

537
00:31:47,310 --> 00:31:51,030
boosaardige gemeenschap,
die tegen Mij samenspant.

538
00:31:51,030 --> 00:31:55,950
Zij zullen in deze woestijn
omkomen, ja, zij zullen er sterven!

539
00:31:55,950 --> 00:32:00,270
Dat ze in de woestijn zullen omkomen,
klinkt een beetje als hoofdstuk 13,

540
00:32:00,270 --> 00:32:06,330
vers 32, waar ze zeiden dat het
land Kanaän zijn inwoners verslindt.

541
00:32:06,330 --> 00:32:10,710
[Vertalersnoot: In het Engelse citaat
staat hier ‘consumed’, oftewel ‘verteerd’.

542
00:32:10,710 --> 00:32:17,190
De spreker verbindt dat met ‘devours’,
oftewel ‘verslindt’, in Numeri 13:32.]

543
00:32:17,190 --> 00:32:20,730
En zij lieten een kwaad gerucht
uitgaan bij de Israëlieten

544
00:32:20,730 --> 00:32:23,850
over het land dat zij verkend
hadden, door te zeggen:

545
00:32:23,850 --> 00:32:26,490
Het land waar wij doorgetrokken
zijn om het te verkennen,

546
00:32:26,490 --> 00:32:31,590
is een land dat zijn inwoners verslindt,
en heel het volk dat wij in het midden

547
00:32:31,590 --> 00:32:35,490
daarvan gezien hebben, bestaat
uit mannen van grote lengte.

548
00:32:35,490 --> 00:32:39,870
Nou, jullie willen dat land niet in
omdat het zijn inwoners verslindt.

549
00:32:39,870 --> 00:32:43,890
Jullie zullen in dit land
verslonden worden, in de woestijn.

550
00:32:43,890 --> 00:32:45,630
Die zal jullie verteren.

551
00:32:45,630 --> 00:32:47,610
Jullie zullen hier sterven.

552
00:32:47,610 --> 00:32:51,690
En de mannen die Mozes uitgestuurd
had om het land te verkennen, en die,

553
00:32:51,690 --> 00:32:56,250
teruggekeerd, heel de gemeenschap tegen
hem hadden doen morren door over het land

554
00:32:56,250 --> 00:32:59,670
een kwaad gerucht te
laten uitgaan, die mannen,

555
00:32:59,670 --> 00:33:03,450
die over dat land een kwaad
gerucht hadden laten uitgaan,

556
00:33:03,450 --> 00:33:08,010
stierven ten gevolge van een plaag,
voor het aangezicht van de HEERE.

557
00:33:08,010 --> 00:33:11,430
Een of andere plaag die God
over alle tien liet komen.

558
00:33:11,430 --> 00:33:15,030
Maar van de mannen die eropuit gegaan
waren om het land te verkennen,

559
00:33:15,030 --> 00:33:21,510
bleven Jozua, de zoon van Nun, en
Kaleb, de zoon van Jefunne, in leven.

560
00:33:21,510 --> 00:33:23,730
God spaarde hen dus natuurlijk.

561
00:33:23,730 --> 00:33:27,570
Deze mannen legden de kinderen van
Israël een struikelblok in de weg

562
00:33:27,570 --> 00:33:30,150
door een slecht verslag uit te brengen.

563
00:33:30,150 --> 00:33:33,870
Ze werden niet gedood omdat ze vertelden
dat er reuzen in het land waren

564
00:33:33,870 --> 00:33:37,290
of dat de steden groot
waren, want dat was waar.

565
00:33:37,290 --> 00:33:40,770
Er was geen reden waarom ze
dat niet zouden mogen zeggen.

566
00:33:40,770 --> 00:33:46,230
Maar ze werden geoordeeld omdat ze
in hoofdstuk 13, vers 31 zeiden:

567
00:33:46,230 --> 00:33:48,990
Maar de mannen die met hem
opgetrokken waren, zeiden:

568
00:33:48,990 --> 00:33:53,550
Wij kunnen tegen dat volk niet
optrekken, want het is sterker dan wij.

569
00:33:53,550 --> 00:33:59,130
Het is één ding om erop te wijzen dat
ze sterk en groot en machtig zijn.

570
00:33:59,130 --> 00:34:03,030
Het is iets anders om te zeggen
dat we hen niet kunnen verslaan.

571
00:34:03,030 --> 00:34:09,690
Daarin verschilden Jozua en Kaleb
van hen, want Kaleb zei in vers 30:

572
00:34:09,690 --> 00:34:14,910
Toen bracht Kaleb het volk
tegenover Mozes tot bedaren, en zei:

573
00:34:14,910 --> 00:34:19,590
Laten wij vrijmoedig optrekken,
wij zullen het land in bezit nemen,

574
00:34:19,590 --> 00:34:22,530
want wij zullen het zeker overmeesteren.

575
00:34:22,530 --> 00:34:26,430
Jozua en Kaleb zeiden
allebei in hoofdstuk 14:

576
00:34:26,430 --> 00:34:29,850
en zeiden tegen heel de
gemeenschap van de Israëlieten:

577
00:34:29,850 --> 00:34:33,030
Het land waar wij doorgetrokken
zijn om het te verkennen,

578
00:34:33,030 --> 00:34:35,070
is een bijzonder goed land.

579
00:34:35,070 --> 00:34:39,570
Als de HEERE ons genegen is,
zal Hij ons in dat land brengen

580
00:34:39,570 --> 00:34:44,730
en zal Hij het ons geven, een land
dat overvloeit van melk en honing.

581
00:34:44,730 --> 00:34:49,890
Alleen, kom tegen de HEERE
niet in opstand, en u,

582
00:34:49,890 --> 00:34:54,990
wees niet bevreesd voor de bevolking van
het land, want zij zijn ons tot voedsel,

583
00:34:54,990 --> 00:34:59,910
hun schaduw is van hen geweken,
en de HEERE is met ons.

584
00:34:59,910 --> 00:35:02,250
Wees niet bevreesd voor hen!

585
00:35:02,250 --> 00:35:03,990
Ze zeiden in vers 9:

586
00:35:03,990 --> 00:35:08,910
‘De Kanaänieten worden niet meer
beschermd, en we kunnen ze makkelijk aan.’

587
00:35:08,910 --> 00:35:14,250
Kaleb en Jozua ontkenden dus niet dat
er grote steden en grote mensen waren.

588
00:35:14,250 --> 00:35:18,930
Ze maakten alleen heel duidelijk dat
God hen in onze handen kan geven,

589
00:35:18,930 --> 00:35:21,690
dus er is geen reden om bang te zijn.

590
00:35:21,690 --> 00:35:24,870
We zien hen dus in
opstand komen tegen God.

591
00:35:24,870 --> 00:35:28,770
Nu gaan ze proberen God van
gedachten te laten veranderen.

592
00:35:28,770 --> 00:35:31,350
In vers 39 staat:

593
00:35:31,350 --> 00:35:35,130
Mozes sprak deze woorden
tot al de Israëlieten.

594
00:35:35,130 --> 00:35:37,350
Toen treurde het volk zeer.

595
00:35:37,350 --> 00:35:40,050
En ze besloten van
gedachten te veranderen.

596
00:35:40,050 --> 00:35:43,470
Ze besloten toch maar te
proberen het land in te nemen

597
00:35:43,470 --> 00:35:45,990
in plaats van in de woestijn te sterven.

598
00:35:45,990 --> 00:35:48,570
De woestijn was geen
prettige plek om te zijn.

599
00:35:48,570 --> 00:35:52,710
Ze wilden nu liever hun kansen
wagen door Kanaän binnen te trekken,

600
00:35:52,710 --> 00:35:54,210
maar het is te laat.

601
00:35:54,210 --> 00:35:55,170
Er staat:

602
00:35:55,170 --> 00:36:00,210
Zij stonden 's morgens vroeg op en klommen
naar de top van de berg en zeiden: Zie,

603
00:36:00,210 --> 00:36:04,590
hier zijn wij, wij zullen op weg gaan
naar de plaats waarvan de HEERE gesproken

604
00:36:04,590 --> 00:36:06,870
heeft, want wij hebben gezondigd.

605
00:36:06,870 --> 00:36:10,170
Nu is het goed om te zeggen dat we
gezondigd hebben wanneer we gezondigd

606
00:36:10,170 --> 00:36:13,530
hebben, maar soms is het
te laat om dat te zeggen.

607
00:36:13,530 --> 00:36:16,650
Saul kreeg de opdracht alle
Amalekieten te vernietigen,

608
00:36:16,650 --> 00:36:21,030
maar hij spaarde een deel van de
schapen en hij spaarde koning Agag.

609
00:36:21,030 --> 00:36:24,090
Toen de profeet Samuel
hem daarmee confronteerde,

610
00:36:24,090 --> 00:36:28,710
bleef Saul ontkennen dat hij iets
verkeerds had gedaan. Hij zei:

611
00:36:28,710 --> 00:36:32,430
Saul zei: Die heeft men van
de Amalekieten meegebracht,

612
00:36:32,430 --> 00:36:37,710
want het volk heeft de beste schapen en
runderen gespaard om de HEERE, uw God,

613
00:36:37,710 --> 00:36:42,330
te offeren, maar het overige
hebben wij met de ban geslagen.

614
00:36:42,330 --> 00:36:44,370
Uiteindelijk zei Samuel:

615
00:36:44,370 --> 00:36:47,670
Want opstandigheid is een
zonde van waarzeggerij,

616
00:36:47,670 --> 00:36:51,390
en tegenstreven is
afgoderij en beeldendienst.

617
00:36:51,390 --> 00:36:56,070
Omdat u het woord van de HEERE
verworpen hebt, heeft Hij u verworpen,

618
00:36:56,070 --> 00:36:58,710
zodat u geen koning meer zult zijn.

619
00:36:58,710 --> 00:37:01,020
Toen Saul dat hoorde, zei hij:

620
00:37:01,020 --> 00:37:04,950
Toen zei Saul tegen
Samuel: Ik heb gezondigd,

621
00:37:04,950 --> 00:37:08,970
omdat ik het bevel van de HEERE
en uw woorden overtreden heb,

622
00:37:08,970 --> 00:37:13,110
want ik was bevreesd voor het volk
en heb naar hun stem geluisterd.

623
00:37:13,110 --> 00:37:17,670
Nu dan, vergeef mij toch mijn
zonde, en keer met mij terug,

624
00:37:17,670 --> 00:37:20,250
dan zal ik mij voor de HEERE neerbuigen.

625
00:37:20,250 --> 00:37:24,690
Maar het was te laat. God had
hem verworpen. Samuel zei:

626
00:37:24,690 --> 00:37:28,590
Nee, God heeft u als koning
verworpen, omdat u het woord van de

627
00:37:28,590 --> 00:37:30,390
HEERE hebt verworpen.

628
00:37:30,390 --> 00:37:34,350
Soms zegt iemand dat hij gezondigd
heeft, maar is het een beetje laat.

629
00:37:34,350 --> 00:37:37,650
Het is nadat hij een
oordeel heeft ondergaan

630
00:37:37,650 --> 00:37:40,350
of gehoord waar hij niet blij mee is.

631
00:37:40,350 --> 00:37:43,830
De farao zei ook een paar
keer dat hij gezondigd had,

632
00:37:43,830 --> 00:37:49,290
tijdens die plagen die over hem kwamen,
maar hij had geen berouw. Judas zei:

633
00:37:49,290 --> 00:37:54,030
en zei: Ik heb gezondigd, want
ik heb onschuldig bloed verraden!

634
00:37:54,030 --> 00:37:58,290
Maar zij zeiden: Wat gaat ons
dat aan? U moet maar zien.

635
00:37:58,290 --> 00:38:00,990
En hij ging weg en hing zichzelf op.

636
00:38:00,990 --> 00:38:05,130
Er zijn mensen die toegeven dat ze
gezondigd hebben, maar het is te laat,

637
00:38:05,130 --> 00:38:07,470
en het is geen echte bekering.

638
00:38:07,470 --> 00:38:10,950
Hier zeggen ze: „Goed,
we hebben gezondigd.

639
00:38:10,950 --> 00:38:14,370
Nu zou God ons weer moeten
toestaan het land in te nemen.”

640
00:38:14,370 --> 00:38:15,810
Toen zei Mozes:

641
00:38:15,810 --> 00:38:20,790
Maar Mozes zei: Waarom overtreedt
u zo het bevel van de HEERE?

642
00:38:20,790 --> 00:38:23,490
Want dat zal niet voorspoedig verlopen.

643
00:38:23,490 --> 00:38:27,150
Ga niet op weg, want de HEERE
zal niet in uw midden zijn,

644
00:38:27,150 --> 00:38:30,090
zodat u niet door uw
vijanden verslagen wordt.

645
00:38:30,090 --> 00:38:33,390
Want de Amalekieten en de
Kanaänieten staan daar vóór u,

646
00:38:33,390 --> 00:38:36,510
en u zult door het zwaard
vallen, want omdat u zich van

647
00:38:36,510 --> 00:38:40,470
achter de HEERE afgekeerd hebt,
zal de HEERE niet met u zijn.

648
00:38:40,470 --> 00:38:44,010
Toch probeerden zij overmoedig
naar de top van de berg te klimmen,

649
00:38:44,010 --> 00:38:47,250
maar de ark van het verbond
van de HEERE en Mozes

650
00:38:47,250 --> 00:38:49,410
weken niet uit het midden van het kamp.

651
00:38:49,410 --> 00:38:53,490
Ze namen de ark dus niet met zich
mee, en Mozes ging niet met hen mee.

652
00:38:53,490 --> 00:38:58,290
Toen kwamen de Amalekieten en de
Kanaänieten, die in dat bergland woonden,

653
00:38:58,290 --> 00:39:03,030
naar beneden en versloegen hen, en
zij verpletterden hen, tot Horma toe.

654
00:39:03,030 --> 00:39:08,610
De les hier is dus: gehoorzaam God
voordat Hij van gedachten verandert.

655
00:39:08,610 --> 00:39:13,650
Toen ze besloten dat ze het land
niet konden innemen, zei God: ‘Goed,

656
00:39:13,650 --> 00:39:15,810
dan zal Ik het jullie niet laten doen.’

657
00:39:15,810 --> 00:39:20,430
Ze zeiden: ‘Maar wacht eens, laten
we hier nog eens over nadenken.

658
00:39:20,430 --> 00:39:23,010
Ik denk dat we er nu klaar voor zijn.

659
00:39:23,010 --> 00:39:25,590
We willen niet in de woestijn sterven.’

660
00:39:25,590 --> 00:39:29,130
En Mozes zei: ‘Nee, nu is het te laat.

661
00:39:29,130 --> 00:39:31,290
God heeft het plan veranderd.

662
00:39:31,290 --> 00:39:33,450
Hij heeft het besluit veranderd.

663
00:39:33,450 --> 00:39:36,390
We gaan ons aan Zijn
huidige besluit houden.’

664
00:39:36,390 --> 00:39:39,210
Je kunt geen aanspraak maken op een oude,

665
00:39:39,210 --> 00:39:43,530
achterhaalde belofte omdat die je
beter bevalt dan wat er sindsdien

666
00:39:43,530 --> 00:39:44,970
voor in de plaats is gekomen.

667
00:39:44,970 --> 00:39:49,650
Ik denk hier weleens aan in verband
met het huidige volk Israël.

668
00:39:49,650 --> 00:39:53,790
Sommige mensen vinden het iets
geweldigs als het volk Israël zijn

669
00:39:53,790 --> 00:39:58,710
tempel zou herbouwen en in Israël
weer aanbidders van God zou worden.

670
00:39:58,710 --> 00:40:03,150
Israël zou een godsdienstig volk
kunnen worden en de ware God

671
00:40:03,150 --> 00:40:05,850
volgens het oude verbond kunnen aanbidden.

672
00:40:05,850 --> 00:40:08,970
Maar kijk, ze hebben
het verbond verbroken.

673
00:40:08,970 --> 00:40:13,950
En ze hadden de gelegenheid om het goed
te maken, zei God, maar dat deden ze niet.

674
00:40:13,950 --> 00:40:16,770
Daarom sloot Hij een nieuw verbond.

675
00:40:16,770 --> 00:40:20,430
Nu het nieuwe verbond is
gekomen, is het oude achterhaald,

676
00:40:20,430 --> 00:40:23,010
dus kunnen ze niet naar
het oude terugkeren.

677
00:40:23,010 --> 00:40:24,990
Dat is niet meer beschikbaar.

678
00:40:24,990 --> 00:40:26,790
God heeft een nieuw plan.

679
00:40:26,790 --> 00:40:29,430
Als Israëlieten aanbidders
van God willen worden,

680
00:40:29,430 --> 00:40:33,090
moeten ze komen volgens het
nieuwe plan, het nieuwe verbond.

681
00:40:33,090 --> 00:40:36,630
Ze kunnen niet terugkomen op de
voorwaarden van het oude verbond,

682
00:40:36,630 --> 00:40:41,070
alleen maar omdat hun voorouders
daaraan ontrouw waren en zij er nu

683
00:40:41,070 --> 00:40:42,630
trouw aan willen zijn.

684
00:40:42,630 --> 00:40:46,470
Voor dat verbond is het
te laat. Dat is voorbij.

685
00:40:46,470 --> 00:40:49,950
En zo had God hun hier één belofte gedaan.

686
00:40:49,950 --> 00:40:53,610
Die wezen ze af, en dus
maakte Hij een ander plan.

687
00:40:53,610 --> 00:40:57,210
En nu willen ze het oude
weer. Maar dat is voorbij.

688
00:40:57,210 --> 00:40:59,850
Die belofte geldt niet meer voor hen.

689
00:40:59,850 --> 00:41:02,130
Die geldt nu alleen voor hun kinderen.

690
00:41:02,130 --> 00:41:05,310
En dus gaan ze toch op weg
om een strijd te voeren.

691
00:41:05,310 --> 00:41:10,290
Ik weet niet hoeveel van deze manschappen
eropuit trokken, maar ze werden verslagen.

692
00:41:10,290 --> 00:41:15,090
En ze ontdekten dat ze inderdaad toch in
de woestijn zouden moeten rondzwerven.

693
00:41:15,090 --> 00:41:19,470
God was niet langer met hen bij de
onderneming om Kanaän te gaan veroveren.

694
00:41:19,470 --> 00:41:23,010
Ik wil erop wijzen dat God
deze bijzondere opstand tegen

695
00:41:23,010 --> 00:41:26,010
Hem in herinnering hield als de terging.

696
00:41:26,010 --> 00:41:31,740
In Psalm 95, die natuurlijk vrij uitvoerig
wordt aangehaald in Hebreeën 3 en 4,

697
00:41:31,740 --> 00:41:34,170
staat midden in vers 7:

698
00:41:34,170 --> 00:41:39,090
Want Hij is onze God en wij zijn het
volk van Zijn weide en de schapen

699
00:41:39,090 --> 00:41:40,470
van Zijn hand.

700
00:41:40,470 --> 00:41:46,230
Heden, indien u Zijn stem hoort,
verhard uw hart niet, zoals te Meriba,

701
00:41:46,230 --> 00:41:49,170
zoals in de dagen van
Massa in de woestijn:

702
00:41:49,170 --> 00:41:53,490
Dit verwijst naar het verhaal dat we
zojuist hebben gelezen, de opstand,

703
00:41:53,490 --> 00:41:55,590
of eigenlijk de beproeving.

704
00:41:55,590 --> 00:41:59,130
[Vertalersnoot: Waar de HSV
hier ‘Meriba’ en ‘Massa’ heeft,

705
00:41:59,130 --> 00:42:03,630
gebruikt het Engelse citaat van de spreker
woorden voor ‘opstand’ en ‘beproeving’.

706
00:42:03,630 --> 00:42:06,690
Zijn toelichting sluit aan
bij die Engelse weergave.]

707
00:42:06,690 --> 00:42:11,190
daar stelden uw vaderen Mij op de
proef, daar beproefden zij Mij,

708
00:42:11,190 --> 00:42:13,410
hoewel zij Mijn werk zagen.

709
00:42:13,410 --> 00:42:16,770
Veertig jaar heb Ik gewalgd van
dit geslacht; Ik heb gezegd:

710
00:42:16,770 --> 00:42:21,210
Zij zijn een volk met een dwalend
hart, en zíj kennen Mijn wegen niet.

711
00:42:21,210 --> 00:42:26,310
Daarom heb Ik in Mijn toorn gezworen:
Mijn rust zullen zij nooit binnengaan!

712
00:42:26,310 --> 00:42:32,310
‘Mijn rust binnengaan’ betekent, in elk
geval op één niveau, Kanaän binnengaan.

713
00:42:32,310 --> 00:42:34,830
De schrijver van Hebreeën
wijst erop dat dit ook nog een

714
00:42:34,830 --> 00:42:36,750
andere betekenislaag heeft.

715
00:42:36,750 --> 00:42:40,230
Want hij zei dat die rust
meer was dan alleen Kanaän,

716
00:42:40,230 --> 00:42:43,410
maar dat het Gods rust is
die we moeten binnengaan.

717
00:42:43,410 --> 00:42:47,250
Vanwege dit voorbeeld hier zegt de
schrijver van Hebreeën dat we ervoor

718
00:42:47,250 --> 00:42:51,750
moeten zorgen dat we niet dezelfde
fout maken en door gebrek aan geloof

719
00:42:51,750 --> 00:42:53,910
Zijn rust niet binnengaan.

720
00:42:53,910 --> 00:42:55,530
Hoofdstuk 15.

721
00:42:55,530 --> 00:43:01,290
De HEERE sprak tot Mozes: Spreek
tot de Israëlieten en zeg tegen hen:

722
00:43:01,290 --> 00:43:04,830
Wanneer u komt in het land dat
Ik u als uw woongebied geef,

723
00:43:04,830 --> 00:43:07,590
en u een vuuroffer voor de HEERE bereidt,

724
00:43:07,590 --> 00:43:11,430
een brandoffer of slachtoffer
als inlossing van een gelofte,

725
00:43:11,430 --> 00:43:16,830
of een vrijwillige gave, of om op uw
feestdagen de HEERE een aangename geur te

726
00:43:16,830 --> 00:43:21,090
bereiden, van de runderen of
van het kleinvee, dan zal hij,

727
00:43:21,090 --> 00:43:23,490
die zijn offergave aan de HEERE aanbiedt,

728
00:43:23,490 --> 00:43:27,750
een graanoffer van een tiende efa
meelbloem, gemengd met een kwart

729
00:43:27,750 --> 00:43:29,790
hin olie, aanbieden.

730
00:43:29,790 --> 00:43:32,910
En wijn als plengoffer,
een kwart hin per lam,

731
00:43:32,910 --> 00:43:35,550
moet u bij het brandoffer
of het slachtoffer doen.

732
00:43:35,550 --> 00:43:39,570
Wat hier nu eenvoudigweg wordt
gezegd, is dat je bij je brandoffer,

733
00:43:39,570 --> 00:43:43,590
je dierlijke brandoffers,
ook graanoffers moet brengen.

734
00:43:43,590 --> 00:43:45,690
En hier wordt verteld hoeveel.

735
00:43:45,690 --> 00:43:50,910
Als je offer een lam is, breng je daarbij
een tiende efa meel en een kwart hin olie

736
00:43:50,910 --> 00:43:52,830
en een kwart hin wijn.

737
00:43:52,830 --> 00:43:57,750
Vervolgens zegt Hij in vers 6
en 7 dat je, als het een ram is,

738
00:43:57,750 --> 00:44:00,390
de hoeveelheden van die dingen vergroot.

739
00:44:00,390 --> 00:44:06,690
In plaats van een tiende efa meel is het
twee tiende efa meel, volgens vers 6.

740
00:44:06,690 --> 00:44:11,250
En in plaats van een kwart hin olie
en wijn is het een derde hin olie

741
00:44:11,250 --> 00:44:13,230
en een derde hin wijn.

742
00:44:13,230 --> 00:44:17,430
Dan krijgen we in vers 8 tot
en met 10 dezelfde informatie,

743
00:44:17,430 --> 00:44:20,130
maar nu voor wanneer ze een rund offeren.

744
00:44:20,130 --> 00:44:24,450
Hoe groter het dier, hoe
groter de hoeveelheden meel.

745
00:44:24,450 --> 00:44:28,230
Deze keer moeten ze drie
tiende efa meel meebrengen

746
00:44:28,230 --> 00:44:31,950
en een halve hin olie
en een halve hin wijn.

747
00:44:31,950 --> 00:44:35,250
En dat is waar vers 1
tot en met 10 over gaan:

748
00:44:35,250 --> 00:44:40,050
hoeveel graan en wijn en olie
ze als graanoffer bij deze

749
00:44:40,050 --> 00:44:43,410
brandoffers moeten leveren. Vers 11:

750
00:44:43,410 --> 00:44:47,550
Zo moet gedaan worden voor
elk rund, of voor elke ram,

751
00:44:47,550 --> 00:44:51,810
of voor het kleinvee onder de
schapen of onder de geiten.

752
00:44:51,810 --> 00:44:56,490
Overeenkomstig het aantal dat u
bereidt, moet u voor elk dier doen,

753
00:44:56,490 --> 00:44:59,010
overeenkomstig hun aantal.

754
00:44:59,010 --> 00:45:03,870
Elke ingezetene van het land moet
deze dingen zo doen om een vuuroffer,

755
00:45:03,870 --> 00:45:07,710
een aangename geur voor
de HEERE, aan te bieden.

756
00:45:07,710 --> 00:45:11,430
En wanneer er een vreemdeling bij
u verblijft of in uw midden is,

757
00:45:11,430 --> 00:45:14,910
al uw generaties door,
moet hij een vuuroffer,

758
00:45:14,910 --> 00:45:18,510
een aangename geur voor de HEERE, offeren.

759
00:45:18,510 --> 00:45:21,150
Net zoals u doet, zo moet ook hij doen.

760
00:45:21,150 --> 00:45:25,470
Voor u, gemeente, en voor de
vreemdeling die bij u verblijft,

761
00:45:25,470 --> 00:45:31,170
geldt één verordening, een eeuwige
verordening, al uw generaties door:

762
00:45:31,170 --> 00:45:36,570
net zoals u, zo moet ook de vreemdeling
voor het aangezicht van de HEERE zijn.

763
00:45:36,570 --> 00:45:42,450
Eén wet en één bepaling geldt voor u en
voor de vreemdeling die bij u verblijft.

764
00:45:42,450 --> 00:45:46,890
Het lijkt mij dat die vreemdeling,
zoals ik al zei, een heiden zou zijn.

765
00:45:46,890 --> 00:45:50,970
Deze uitspraken maken heel duidelijk
dat God het heidenen niet moeilijker

766
00:45:50,970 --> 00:45:52,590
maakt dan Joden.

767
00:45:52,590 --> 00:45:57,150
Heidenen en Joden konden op
dezelfde voorwaarden tot God komen.

768
00:45:57,150 --> 00:46:01,410
Alleen deden de heidenen dat
niet in heel groten getale.

769
00:46:01,410 --> 00:46:05,070
De Joden moesten hun kinderen
op de achtste dag besnijden.

770
00:46:05,070 --> 00:46:06,930
Heidenen deden dat niet.

771
00:46:06,930 --> 00:46:11,010
Maar als een heiden dat wilde doen,
als een heiden een Jood wilde worden,

772
00:46:11,010 --> 00:46:12,330
dan kon dat.

773
00:46:12,330 --> 00:46:17,250
Een buitenlander kon God op dezelfde
voorwaarden aanbidden als een Jood.

774
00:46:17,250 --> 00:46:20,490
Het maakte niet uit wat
zijn nationaliteit was.

775
00:46:20,490 --> 00:46:24,390
Natuurlijk moest hij besneden worden,
maar aan die voorwaarden moesten de

776
00:46:24,390 --> 00:46:26,190
Joden ook voldoen.

777
00:46:26,190 --> 00:46:30,210
We zien dat God eigenlijk
nooit een racist is geweest.

778
00:46:30,210 --> 00:46:34,770
God heeft nooit echt bijzonder veel
waarde aan iemand gehecht omdat die

779
00:46:34,770 --> 00:46:36,450
Joods bloed had.

780
00:46:36,450 --> 00:46:41,190
Maar als mensen het verbond naleefden,
als ze de besnijdenis toepasten,

781
00:46:41,190 --> 00:46:46,170
als ze de regels van het verbond
naleefden, dan waren ze aanvaardbaar.

782
00:46:46,170 --> 00:46:49,590
Of ze nu een geboren Jood
waren of een vreemdeling van

783
00:46:49,590 --> 00:46:51,630
elders die onder hen woonde.

784
00:46:51,630 --> 00:46:57,630
Opnieuw sprak de HEERE tot Mozes,
en in vers 17 en 18 zei Hij:

785
00:46:57,630 --> 00:47:01,050
Spreek tot de Israëlieten
en zeg tegen hen:

786
00:47:01,050 --> 00:47:04,050
Als u gekomen bent in het
land waarheen Ik u breng,

787
00:47:04,050 --> 00:47:07,110
en het gebeurt dat u van
het brood van het land eet,

788
00:47:07,110 --> 00:47:10,110
dan moet u de HEERE een hefoffer brengen.

789
00:47:10,110 --> 00:47:14,310
U moet van de eerstelingen van uw
deeg een koek als hefoffer brengen.

790
00:47:14,310 --> 00:47:17,850
Zoals het hefoffer van de
dorsvloer, zo moet u dat brengen.

791
00:47:17,850 --> 00:47:21,870
U moet van de eerstelingen van uw
deeg de HEERE een hefoffer geven,

792
00:47:21,870 --> 00:47:23,850
al uw generaties door.

793
00:47:23,850 --> 00:47:28,590
Dan gaat het verder met de wet voor het
zondoffer, die al eerder is uiteengezet.

794
00:47:28,590 --> 00:47:31,290
We hoeven die eigenlijk
niet opnieuw door te nemen.

795
00:47:31,290 --> 00:47:35,850
In de eerste hoofdstukken van
Leviticus, vooral in hoofdstuk 5 en 6,

796
00:47:35,850 --> 00:47:37,830
gaat het over de zondoffers.

797
00:47:37,830 --> 00:47:42,390
Hier gaat het er opnieuw over en krijgen
we in wezen dezelfde soort informatie als

798
00:47:42,390 --> 00:47:43,950
we eerder kregen.

799
00:47:43,950 --> 00:47:47,910
De nadruk ligt hier vooral op het
onopzettelijke karakter van de zonden,

800
00:47:47,910 --> 00:47:50,130
en vers 22 zegt dat.

801
00:47:50,130 --> 00:47:55,950
Het woord ‘onopzettelijk’ wordt in dit
hele gedeelte steeds weer, steeds weer,

802
00:47:55,950 --> 00:47:57,630
steeds weer gebruikt.

803
00:47:57,630 --> 00:48:01,290
Hoewel hier hetzelfde ritueel
voor het zondoffer wordt gegeven,

804
00:48:01,290 --> 00:48:06,390
wordt hier sterker dan eerder benadrukt
dat het om onopzettelijke zonden gaat.

805
00:48:06,390 --> 00:48:11,130
Je vindt het woord ‘onopzettelijk’
bijvoorbeeld in vers 22.

806
00:48:11,130 --> 00:48:13,650
Je vindt het in vers 25.

807
00:48:13,650 --> 00:48:18,570
Je vindt het in vers 26,
het woord ‘onopzettelijk’.

808
00:48:18,570 --> 00:48:22,230
In vers 27 opnieuw ‘onopzettelijk’.

809
00:48:22,230 --> 00:48:26,370
In vers 28 vind je het meer dan één keer:

810
00:48:26,370 --> 00:48:30,570
Dan moet de priester verzoening doen
voor die persoon die zonder opzet

811
00:48:30,570 --> 00:48:35,850
gezondigd heeft, met een onopzettelijke
zonde, voor het aangezicht van de HEERE,

812
00:48:35,850 --> 00:48:39,930
om verzoening voor hem te doen,
en het zal hem vergeven worden.

813
00:48:39,930 --> 00:48:42,450
En dan vers 29:

814
00:48:42,450 --> 00:48:44,490
Wie onbedoeld zondigt.

815
00:48:44,490 --> 00:48:49,290
Het is waar dat in de eerdere wetgeving
over het zondoffer al was vermeld dat het

816
00:48:49,290 --> 00:48:51,690
voor onopzettelijke zonde was.

817
00:48:51,690 --> 00:48:56,310
Maar hier is duidelijk dat het woord
‘onopzettelijk’ als een mantra is.

818
00:48:56,310 --> 00:49:02,490
Het wordt steeds weer, steeds weer, steeds
weer genoemd om het tegenover vers 30 en

819
00:49:02,490 --> 00:49:03,810
31 te stellen:

820
00:49:03,810 --> 00:49:06,690
Maar de persoon die iets
met opgeheven hand doet,

821
00:49:06,690 --> 00:49:11,490
van de ingezetenen of van de
vreemdelingen, die lastert de HEERE:

822
00:49:11,490 --> 00:49:14,910
die persoon moet uit het midden
van zijn volk uitgeroeid worden,

823
00:49:14,910 --> 00:49:19,170
want hij heeft het woord van de HEERE
veracht en Zijn gebod verbroken.

824
00:49:19,170 --> 00:49:24,330
Die persoon moet beslist uitgeroeid
worden, zijn ongerechtigheid is op hem.

825
00:49:24,330 --> 00:49:27,270
Dat is iets anders dan
onopzettelijke zonden.

826
00:49:27,270 --> 00:49:31,410
Als je moedwillig zondigt, dan
zou ‘moedwillig’ in het Hebreeuws

827
00:49:31,410 --> 00:49:34,890
letterlijk de uitdrukking
‘met opgeheven hand’ zijn.

828
00:49:34,890 --> 00:49:41,130
Het is gewoon een uitdrukking die
betekent: brutaal, brutaal en opzettelijk.

829
00:49:41,130 --> 00:49:45,210
Veel mensen die er niet op uit zijn
om tegen God in opstand te komen,

830
00:49:45,210 --> 00:49:48,630
zondigen uit zwakheid of uit onwetendheid.

831
00:49:48,630 --> 00:49:52,830
Van veel dingen die we hebben gedaan,
ontdekten we later dat het zonden waren,

832
00:49:52,830 --> 00:49:57,870
toen we de Schrift lazen en beseften dat
het zonden waren. We wisten het niet.

833
00:49:57,870 --> 00:50:00,750
Of we komen meer feiten
over de zaak te weten.

834
00:50:00,750 --> 00:50:04,410
Dan beseffen we dat we bij iets
betrokken waren dat verkeerd was.

835
00:50:04,410 --> 00:50:07,590
Als we destijds meer over
de situatie hadden geweten,

836
00:50:07,590 --> 00:50:09,810
hadden we dat toen al kunnen weten.

837
00:50:09,810 --> 00:50:12,150
We beseffen dat we gezondigd hebben.

838
00:50:12,150 --> 00:50:15,390
Of we weten op het moment
zelf zelfs dat het zonde is,

839
00:50:15,390 --> 00:50:19,470
maar hoewel we niet willen zondigen,
zijn we zwak en bezwijken we.

840
00:50:19,470 --> 00:50:23,250
Dat valt allemaal onder de
categorie onopzettelijke zonde.

841
00:50:23,250 --> 00:50:26,310
De overmoedige zonde,
de moedwillige zonde,

842
00:50:26,310 --> 00:50:30,510
is in feite regelrechte opstand
tegen God. En er is een verschil.

843
00:50:30,510 --> 00:50:34,350
Wanneer we daadwerkelijk zondigen,
vinden we het moeilijk om dat

844
00:50:34,350 --> 00:50:38,670
onderscheid in onze gedachten te
maken, omdat we ons er bij het zondigen

845
00:50:38,670 --> 00:50:41,610
van bewust zijn dat we gezondigd hebben.

846
00:50:41,610 --> 00:50:46,950
Het is moeilijk om onszelf ervan te
overtuigen dat we het onopzettelijk deden.

847
00:50:46,950 --> 00:50:50,730
Maar het is nu eenmaal zo dat
opzettelijkheid te maken heeft

848
00:50:50,730 --> 00:50:53,730
met je algemene houding tegenover God.

849
00:50:53,730 --> 00:50:59,550
Iemand die tegen God in opstand komt, valt
in een andere categorie dan een christen.

850
00:50:59,550 --> 00:51:05,310
Een christen zondigt uit zwakheid,
uit dwaasheid, uit onwetendheid,

851
00:51:05,310 --> 00:51:08,670
maar een christen
zondigt niet opzettelijk.

852
00:51:08,670 --> 00:51:13,830
Dat wil zeggen: hij wil niet iemand
worden die tegen God in opstand komt.

853
00:51:13,830 --> 00:51:18,030
Hij is er niet op uit om
van God vervreemd te raken.

854
00:51:18,030 --> 00:51:23,010
Mensen die dat wel wilden, moesten uit
Israël worden verwijderd, afgezonderd,

855
00:51:23,010 --> 00:51:25,110
van het volk afgesneden.

856
00:51:25,110 --> 00:51:29,670
Dat betekent over het algemeen dat
ze ter dood moesten worden gebracht.

857
00:51:29,670 --> 00:51:31,170
Vers 32:

858
00:51:31,170 --> 00:51:33,570
Toen de Israëlieten in de woestijn waren,

859
00:51:33,570 --> 00:51:37,770
troffen zij een man aan die
hout sprokkelde op de sabbatdag.

860
00:51:37,770 --> 00:51:40,590
Dit was duidelijk een Hebreeuwse man.

861
00:51:40,590 --> 00:51:43,890
En zij die hem aantroffen
terwijl hij hout sprokkelde,

862
00:51:43,890 --> 00:51:48,450
brachten hem naar Mozes en naar
Aäron, en naar heel de gemeenschap.

863
00:51:48,450 --> 00:51:52,530
Zij namen hem in hechtenis, want er was
nog geen beslissing genomen wat met hem

864
00:51:52,530 --> 00:51:53,970
gedaan moest worden.

865
00:51:53,970 --> 00:51:58,830
Toen zei de HEERE tegen Mozes:
Die man moet zeker gedood worden.

866
00:51:58,830 --> 00:52:02,610
Heel de gemeenschap moet hem met
stenen stenigen buiten het kamp.

867
00:52:02,610 --> 00:52:06,030
Toen bracht heel de gemeenschap
hem weg tot buiten het kamp,

868
00:52:06,030 --> 00:52:12,090
en zij stenigden hem met stenen, zodat hij
stierf, zoals de HEERE Mozes geboden had.

869
00:52:12,090 --> 00:52:15,150
Dit lijkt heel erg op dat
verhaal in Leviticus over die

870
00:52:15,150 --> 00:52:18,810
half-Israëlitische man die
ruzie had en God lasterde.

871
00:52:18,810 --> 00:52:21,150
Ze wisten niet zeker wat
ze met hem moesten doen,

872
00:52:21,150 --> 00:52:23,310
dus brachten ze hem bij Mozes.

873
00:52:23,310 --> 00:52:27,870
En God zei tegen hem dat hij die man
moest doden, en dat deden ze dan ook.

874
00:52:27,870 --> 00:52:30,390
Het is een heel vergelijkbaar verhaal.

875
00:52:30,390 --> 00:52:33,690
In beide gevallen ontheiligde
iemand iets heiligs.

876
00:52:33,690 --> 00:52:39,090
In het eerste geval werd de heilige Naam
van God door godslastering ontheiligd.

877
00:52:39,090 --> 00:52:41,790
Hier werd de heilige sabbat ontheiligd.

878
00:52:41,790 --> 00:52:45,510
In beide gevallen lijkt het ons
buitengewoon ver te gaan om iemand voor

879
00:52:45,510 --> 00:52:47,070
zoiets te stenigen.

880
00:52:47,070 --> 00:52:51,150
Dat komt doordat we in een
pluralistische samenleving leven.

881
00:52:51,150 --> 00:52:53,670
Mensen hebben vrijheid van godsdienst.

882
00:52:53,670 --> 00:52:56,910
Ze hebben de vrijheid om het
christendom af te wijzen.

883
00:52:56,910 --> 00:53:00,990
Ze hebben de vrijheid om
christelijke ceremoniën af te wijzen.

884
00:53:00,990 --> 00:53:03,630
Ze hoeven geen enkele
dag heilig te houden.

885
00:53:03,630 --> 00:53:08,970
Ze kunnen atheïst zijn en alle rechten
van een Amerikaans staatsburger hebben.

886
00:53:08,970 --> 00:53:12,270
Er bestaat geen verplichting
om godvruchtig te zijn.

887
00:53:12,270 --> 00:53:14,490
Dat gold niet in Israël.

888
00:53:14,490 --> 00:53:17,490
Israël was geen
pluralistische samenleving.

889
00:53:17,490 --> 00:53:19,410
Het was een verbondsvolk.

890
00:53:19,410 --> 00:53:25,230
Ze hadden ermee ingestemd dat te zijn,
en God had hen uitgekozen om dat te zijn.

891
00:53:25,230 --> 00:53:30,150
Daarom waren ze anders dan andere mensen
en moesten ze bepaalde dingen anders doen.

892
00:53:30,150 --> 00:53:34,890
Er is nauwelijks iets waarop God in de wet
zo herhaaldelijk de nadruk had gelegd als

893
00:53:34,890 --> 00:53:36,690
op het houden van de sabbat.

894
00:53:36,690 --> 00:53:39,510
Het stond niet alleen in
de Tien Geboden, het werd

895
00:53:39,510 --> 00:53:42,930
keer op keer op keer op
keer op keer genoemd.

896
00:53:42,930 --> 00:53:47,550
Bijna iedere keer dat er wetgeving
werd gegeven, werd eraan toegevoegd:

897
00:53:47,550 --> 00:53:49,650
En vergeet Mijn sabbat niet.

898
00:53:49,650 --> 00:53:53,130
Er is dus absoluut geen excuus
voor iemand die Joods is

899
00:53:53,130 --> 00:53:56,430
om niet te weten dat hij op
de sabbat hoort te rusten.

900
00:53:56,430 --> 00:53:59,550
En daar is hij buiten
takken aan het verzamelen.

901
00:53:59,550 --> 00:54:04,050
Dus werd hij ter dood gebracht,
als afschrikwekkend voorbeeld.

902
00:54:04,050 --> 00:54:08,910
Deze dingen gaan, nogmaals, nogal
tegen ons moderne gevoel in,

903
00:54:08,910 --> 00:54:12,630
maar alleen omdat ons
gevoel zo humanistisch is.

904
00:54:12,630 --> 00:54:17,130
We staan zozeer aan de kant van de
mensen in plaats van aan de kant van God.

905
00:54:17,130 --> 00:54:20,070
Wanneer er een geschil
is tussen God en mensen,

906
00:54:20,070 --> 00:54:25,350
gaat ons medeleven altijd uit naar
de mensen, omdat we zelf mensen zijn.

907
00:54:25,350 --> 00:54:27,090
We zijn net als zij.

908
00:54:27,090 --> 00:54:30,810
Maar met ons medeleven moeten
we aan Gods kant staan.

909
00:54:30,810 --> 00:54:35,550
Wanneer mensen God ontheiligen en
tegen God in opstand komen enzovoort,

910
00:54:35,550 --> 00:54:37,650
is de dood wat ze verdienen.

911
00:54:37,650 --> 00:54:41,850
Als we daar niet achter staan, komt dat
alleen doordat we niet graag willen denken

912
00:54:41,850 --> 00:54:45,630
dat we de dood verdienen voor de
dingen die we tegen God hebben gedaan.

913
00:54:45,630 --> 00:54:47,370
Maar die verdienen we wel.

914
00:54:47,370 --> 00:54:49,710
Want het loon van de zonde is de dood,

915
00:54:49,710 --> 00:54:55,950
maar de genadegave van God is eeuwig
leven, door Jezus Christus, onze Heere.

916
00:54:55,950 --> 00:55:00,330
Nu bevat het laatste deel van dit
hoofdstuk een vreemd regeltje dat God voor

917
00:55:00,330 --> 00:55:02,070
de Joden instelde.

918
00:55:02,070 --> 00:55:05,850
Ze moeten namelijk een blauwe rand
en kwastjes aan hun kleding hebben.

919
00:55:05,850 --> 00:55:09,870
Blijkbaar moest iedere
Jood die dragen. Er staat:

920
00:55:09,870 --> 00:55:15,090
De HEERE sprak tot Mozes: Spreek
tot de Israëlieten en zeg tegen hen

921
00:55:15,090 --> 00:55:18,450
dat zij voor zichzelf,
al hun generaties door,

922
00:55:18,450 --> 00:55:21,450
kwastjes moeten maken aan
de hoeken van hun kleren.

923
00:55:21,450 --> 00:55:25,770
Aan de kwastjes aan de hoek moeten zij
een blauwpurperen draad bevestigen.

924
00:55:25,770 --> 00:55:29,850
Die zal voor u aan de kwastjes
zitten, opdat u, wanneer u hem ziet,

925
00:55:29,850 --> 00:55:33,270
aan al de geboden van de
HEERE denkt en die doet,

926
00:55:33,270 --> 00:55:37,770
zodat u niet uw eigen hart en
uw eigen ogen zult onderzoeken,

927
00:55:37,770 --> 00:55:42,930
waar u als in hoererij achteraan gaat;
opdat u aan al Mijn geboden denkt

928
00:55:42,930 --> 00:55:46,410
en die doet, en heilig bent voor uw God.

929
00:55:46,410 --> 00:55:51,510
Ik ben de HEERE, uw God, Die u
uit het land Egypte geleid heeft,

930
00:55:51,510 --> 00:55:53,670
om u tot een God te zijn.

931
00:55:53,670 --> 00:55:56,310
Ik ben de HEERE, uw God.

932
00:55:56,310 --> 00:55:59,430
Nu wordt dit voorschrift over het
aanbrengen van die kwastjes aan de

933
00:55:59,430 --> 00:56:03,030
kleding, om je eraan te
herinneren de wet te houden,

934
00:56:03,030 --> 00:56:07,110
misschien op dit punt gegeven omdat
de suggestie wordt gewekt dat deze

935
00:56:07,110 --> 00:56:11,730
Israëliet het gewoon een beetje vergat,
een beetje vergat dat het sabbat was.

936
00:56:11,730 --> 00:56:13,410
Dat mag je niet vergeten.

937
00:56:13,410 --> 00:56:17,850
Je hoort de sabbat te gedenken,
de sabbat niet te vergeten.

938
00:56:17,850 --> 00:56:19,590
Het gebod luidde:

939
00:56:19,590 --> 00:56:22,830
Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt.

940
00:56:22,830 --> 00:56:26,010
Deze man was misschien
vergeten dat het zaterdag was.

941
00:56:26,010 --> 00:56:29,670
Hij was misschien de wet
vergeten. Het is mogelijk.

942
00:56:29,670 --> 00:56:32,190
Sommige mensen zijn gewoon zo dom.

943
00:56:32,190 --> 00:56:36,030
In dit geval werden mensen
die zo dom waren in Israël uit

944
00:56:36,030 --> 00:56:37,890
de genenpool verwijderd.

945
00:56:37,890 --> 00:56:40,770
Je wilt niet dat zulke
domheid zich verspreidt.

946
00:56:40,770 --> 00:56:44,130
Als je er niet aan kunt denken om
één dag per week heilig te houden,

947
00:56:44,130 --> 00:56:47,670
dan schiet je verstandelijk tekort,
en we willen niet dat er in deze

948
00:56:47,670 --> 00:56:50,730
gemeenschap meer van zulke
mensen worden voortgebracht.

949
00:56:50,730 --> 00:56:54,810
Geef die man de Darwin Award, omdat
hij vanwege zijn domheid uit de

950
00:56:54,810 --> 00:56:56,250
genenpool is verwijderd.

951
00:56:56,250 --> 00:57:00,690
En om te voorkomen dat mensen zo
vergeetachtig zijn, zegt God dus:

952
00:57:00,690 --> 00:57:04,230
‘Laten We je iets geven dat
je er dagelijks aan herinnert.

953
00:57:04,230 --> 00:57:08,370
Als je je kleren aantrekt, hangen
daar deze blauwe kwastjes aan.

954
00:57:08,370 --> 00:57:09,690
Waar is dat voor?

955
00:57:09,690 --> 00:57:13,650
Dat is precies wat je je moet
afvragen. Waar zijn die voor?

956
00:57:13,650 --> 00:57:16,890
O ja, ze moeten me aan
Gods wetten herinneren.’

957
00:57:16,890 --> 00:57:21,270
Als je ernaar kijkt, zo staat er,
zul je eraan herinnerd worden.

958
00:57:21,270 --> 00:57:24,330
Dus je loopt over straat
en vergeet de wet van God,

959
00:57:24,330 --> 00:57:28,710
en je kijkt naar beneden en ziet dit
kwastje aan je omslagdoek bungelen.

960
00:57:28,710 --> 00:57:32,370
Je zegt: ‘Wat krijgen we nou? Wat is dat?

961
00:57:32,370 --> 00:57:34,590
O ja, de wetten van God.’

962
00:57:34,590 --> 00:57:38,910
Nu is er aan kwastjes op zichzelf niets
wat mensen aan de wet zou herinneren,

963
00:57:38,910 --> 00:57:41,190
behalve dat ze daarvoor bedoeld zijn.

964
00:57:41,190 --> 00:57:42,870
Het is iets ongewoons.

965
00:57:42,870 --> 00:57:45,870
Het is een bijzondere
versiering aan hun kleding.

966
00:57:45,870 --> 00:57:47,910
Andere mensen dragen die niet.

967
00:57:47,910 --> 00:57:51,930
Als ze hun kwastjes daar zien
hangen, zullen ze zeggen: ‘O ja,

968
00:57:51,930 --> 00:57:55,950
dat herinnert me eraan: ik moet
alle wetten van God houden.’

969
00:57:55,950 --> 00:57:59,490
En zo geeft God hun dat in hun kleding.

970
00:57:59,490 --> 00:58:04,710
God schrijft voor wat ze eten, op
welke dagen ze werken, wat ze dragen.

971
00:58:04,710 --> 00:58:08,550
God is voor de Jood de Meester
over alle terreinen van het leven,

972
00:58:08,550 --> 00:58:13,050
en daardoor ook voor de christen,
omdat wij het nieuwe Israël zijn.

973
00:58:13,050 --> 00:58:15,810
Maar wij hoeven de
kwastjes niet te dragen.

974
00:58:15,810 --> 00:58:20,190
Maar we moeten wel onthouden wat
Christus heeft gezegd dat we moeten doen,

975
00:58:20,190 --> 00:58:25,230
omdat we dat ook moeten doen, net
zoals zij moesten doen wat Mozes zei.

976
00:58:25,230 --> 00:58:28,590
In hoofdstuk 16 komen we
bij de opstand van Korach,

977
00:58:28,590 --> 00:58:29,910
en dat is een spannend verhaal.
