1
00:00:02,010 --> 00:00:04,290
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,290 --> 00:00:14,310
Deze keer behandelen we Psalmen
10, 11, 12, 14, 53 en 17.

3
00:00:14,310 --> 00:00:16,470
Laten we Psalm 10 openslaan.

4
00:00:16,470 --> 00:00:19,710
We gaan de open plekken invullen
rond enkele Psalmen die we

5
00:00:19,710 --> 00:00:21,330
al hebben bestudeerd.

6
00:00:21,330 --> 00:00:24,210
Bij de behandeling van de
Messiaanse Psalmen als groep,

7
00:00:24,210 --> 00:00:26,790
de Psalmen over het
Woord van God als groep

8
00:00:26,790 --> 00:00:29,670
en de boetepsalmen als
groep hebben we al veel

9
00:00:29,670 --> 00:00:32,850
Psalmen uit het eerste deel
van het Psalter behandeld.

10
00:00:32,850 --> 00:00:36,510
Ze staan hier en daar verspreid, en
daartussen staan de Psalmen die we

11
00:00:36,510 --> 00:00:38,010
nu willen bekijken.

12
00:00:38,010 --> 00:00:40,470
Die behoren niet tot een bepaalde groep,

13
00:00:40,470 --> 00:00:44,430
al vertonen ze in veel gevallen
beslist overeenkomsten met elkaar.

14
00:00:44,430 --> 00:00:48,990
Je zult merken dat veel thema’s van
de Psalmen telkens weer terugkomen.

15
00:00:48,990 --> 00:00:54,030
Daarom vertrouw ik erop dat we niet elk
vers van elke psalm hoeven te bespreken.

16
00:00:54,030 --> 00:00:58,470
Veel ervan herhaalt namelijk een gedachte
of een gevoel dat werd genoemd in een

17
00:00:58,470 --> 00:01:02,610
eerdere psalm, waarover we toen
de tijd hadden om iets te zeggen.

18
00:01:02,610 --> 00:01:07,410
We zullen vooral proberen ons te richten
op de unieke elementen van elke psalm

19
00:01:07,410 --> 00:01:11,490
en er bij onze behandeling alle frisse
en nieuwe dingen uit te halen die

20
00:01:11,490 --> 00:01:12,810
we kunnen vinden.

21
00:01:12,810 --> 00:01:18,090
We zijn gekomen tot en met Psalm 9, en ik
zou graag willen dat we nu verdergaan met

22
00:01:18,090 --> 00:01:21,810
Psalm 10 en zo doorgaan
door de Psalmen heen.

23
00:01:21,810 --> 00:01:24,750
Deze psalm valt uiteen in twee delen.

24
00:01:24,750 --> 00:01:29,130
De eerste elf verzen lijken
één geheel van verzen te vormen

25
00:01:29,130 --> 00:01:33,270
waarin de goddeloze mensen worden
beschreven die voorspoed lijken te hebben.

26
00:01:33,270 --> 00:01:36,930
Zoals vaak het geval is wanneer
de psalmist zijn psalm begint,

27
00:01:36,930 --> 00:01:42,270
vraagt hij waarom de goddeloze mensen
altijd gezegend lijken te worden en altijd

28
00:01:42,270 --> 00:01:45,270
voorspoed lijken te hebben,
terwijl de rechtvaardigen

29
00:01:45,270 --> 00:01:47,430
geen voorspoed lijken te hebben.

30
00:01:47,430 --> 00:01:51,330
Vervolgens klinkt er in vers
12, zoals in de meeste Psalmen,

31
00:01:51,330 --> 00:01:53,910
een roep tot God om in te grijpen.

32
00:01:53,910 --> 00:01:57,930
De latere verzen, de
allerlaatste verzen van de psalm,

33
00:01:57,930 --> 00:02:01,230
geven uitdrukking aan het
vertrouwen dat God al regeert

34
00:02:01,230 --> 00:02:04,410
en dat de dingen daarom in Zijn
handen kunnen worden gelegd.

35
00:02:04,410 --> 00:02:06,510
Laten we deze psalm lezen:

36
00:02:06,510 --> 00:02:09,510
HEERE, waarom blijft U van verre staan?

37
00:02:09,510 --> 00:02:12,930
Waarom verbergt U Zich in
tijden van benauwdheid?

38
00:02:12,930 --> 00:02:17,310
Fel en hoogmoedig achtervolgt
de goddeloze de ellendige.

39
00:02:17,310 --> 00:02:21,270
Laat hen gegrepen worden in de listige
plannen die zij bedacht hebben!

40
00:02:21,270 --> 00:02:26,430
Want de goddeloze beroemt zich over zijn
hartenwens; hij zegent de hebzuchtige,

41
00:02:26,430 --> 00:02:28,410
hij lastert de HEERE.

42
00:02:28,410 --> 00:02:32,970
De goddeloze, met zijn neus
trots omhoog, onderzoekt niet.

43
00:02:32,970 --> 00:02:36,390
Al zijn gedachten zijn: Er is geen God!

44
00:02:36,390 --> 00:02:39,870
Zijn wegen bezorgen te
allen tijde verdriet.

45
00:02:39,870 --> 00:02:43,890
Uw oordelen gaan hem te hoog,
hij houdt ze ver van zich;

46
00:02:43,890 --> 00:02:46,350
al zijn tegenstanders blaast hij weg.

47
00:02:46,350 --> 00:02:49,290
Hij zegt in zijn hart:
Ik zal niet wankelen,

48
00:02:49,290 --> 00:02:53,490
want van generatie op generatie
zal mij geen onheil treffen.

49
00:02:53,490 --> 00:02:59,910
Zijn mond is vol vervloeking, bedrog en
list, onder zijn tong is kwaad en onrecht.

50
00:02:59,910 --> 00:03:02,370
Hij ligt in een hinderlaag in de dorpen,

51
00:03:02,370 --> 00:03:07,590
op verborgen plaatsen doodt hij de
onschuldige, zijn ogen loeren op de arme.

52
00:03:07,590 --> 00:03:10,530
Hij ligt in een hinderlaag
op een verborgen plaats,

53
00:03:10,530 --> 00:03:15,450
zoals een leeuw in zijn schuilplaats; hij
ligt in een hinderlaag om de ellendige te

54
00:03:15,450 --> 00:03:20,070
overvallen, hij overvalt de ellendige
als hij hem in zijn net trekt.

55
00:03:20,070 --> 00:03:25,411
Hij duikt neer, hij bukt zich, en
de arme valt in zijn sterke poten .

56
00:03:25,411 --> 00:03:28,710
Hij zegt in zijn hart:
God heeft het vergeten,

57
00:03:28,710 --> 00:03:33,570
Hij heeft Zijn aangezicht verborgen,
Hij ziet het in eeuwigheid niet.

58
00:03:33,570 --> 00:03:38,670
Sta op, HEERE God, hef Uw hand
op, vergeet de ellendigen niet.

59
00:03:38,670 --> 00:03:41,190
Waarom lastert de goddeloze God?

60
00:03:41,190 --> 00:03:45,690
Waarom zegt hij in zijn hart:
U zult geen rekenschap eisen?

61
00:03:45,690 --> 00:03:50,010
Ú ziet het wél , want U aanschouwt
de moeite en het verdriet,

62
00:03:50,010 --> 00:03:54,690
opdat men het in Uw hand geeft;
op Ú verlaat de arme zich,

63
00:03:54,690 --> 00:03:57,870
U bent geweest een Helper van de wees.

64
00:03:57,870 --> 00:04:01,350
Breek de arm van de
goddeloze en de kwaaddoener,

65
00:04:01,350 --> 00:04:04,470
eis rekenschap van hem
over zijn goddeloosheid,

66
00:04:04,470 --> 00:04:06,870
tot U er niets meer van vindt.

67
00:04:06,870 --> 00:04:13,950
De HEERE is Koning, eeuwig en altijd; de
heidenvolken zijn uit Zijn land verdwenen.

68
00:04:13,950 --> 00:04:17,190
U hebt de wens van de
zachtmoedigen gehoord, HEERE,

69
00:04:17,190 --> 00:04:21,810
U zult hun hart versterken, Uw
oor zal er acht op slaan om de

70
00:04:21,810 --> 00:04:24,570
wees en de verdrukte recht te doen.

71
00:04:24,570 --> 00:04:29,310
Dan zal een aardse sterveling
voortaan geen geweld meer bedrijven.

72
00:04:29,310 --> 00:04:32,490
Hier hebben we weer een van
de veelvoorkomende gevallen

73
00:04:32,490 --> 00:04:36,030
waarin een psalm begint met
iets wat op wanhoop lijkt.

74
00:04:36,030 --> 00:04:40,230
De schrijver vraagt zich af waar God
is en waarom Hij niet is verschenen.

75
00:04:40,230 --> 00:04:43,410
Het is heel duidelijk dat de
omstandigheden waarschijnlijk niet

76
00:04:43,410 --> 00:04:48,030
werkelijk waren veranderd in de korte
tijd die David nodig had om deze

77
00:04:48,030 --> 00:04:52,110
psalm te schrijven, of wie
hem dan ook geschreven heeft.

78
00:04:52,110 --> 00:04:56,130
Het zal niet langer dan ongeveer
een uur hebben geduurd, misschien,

79
00:04:56,130 --> 00:04:58,710
of mogelijk zelfs enkele uren.

80
00:04:58,710 --> 00:05:03,750
Maar waarschijnlijk is deze psalm in
de loop van één enkele dag geschreven.

81
00:05:03,750 --> 00:05:07,170
In de eerste elf verzen zijn
de omstandigheden zo slecht

82
00:05:07,170 --> 00:05:11,310
dat het vrijwel zeker is dat ze
niet werkelijk veel veranderd waren

83
00:05:11,310 --> 00:05:14,670
tegen de tijd dat hij het
einde van de psalm bereikte.

84
00:05:14,670 --> 00:05:17,610
Maar wat wel veranderde, was zijn houding.

85
00:05:17,610 --> 00:05:22,050
Hij maakte zich zorgen over het feit
dat de goddelozen voorspoed hadden en

86
00:05:22,050 --> 00:05:23,850
de armen vervolgden.

87
00:05:23,850 --> 00:05:28,470
Het is heel duidelijk dat de
vervolging van de godvrezende mens hem

88
00:05:28,470 --> 00:05:30,030
na aan het hart ligt.

89
00:05:30,030 --> 00:05:32,190
In het tweede vers staat:

90
00:05:32,190 --> 00:05:37,170
Fel en hoogmoedig achtervolgt
de goddeloze de ellendige.

91
00:05:37,170 --> 00:05:41,610
Laat hen gegrepen worden in de listige
plannen die zij bedacht hebben!

92
00:05:41,610 --> 00:05:45,570
In de eerste elf verzen wordt
de goddeloze voorgesteld

93
00:05:45,570 --> 00:05:51,030
als iemand die als een leeuw op de loer
ligt, klaar om zijn prooi te bespringen.

94
00:05:51,030 --> 00:05:52,830
In vers 9 zegt hij:

95
00:05:52,830 --> 00:05:56,250
Hij ligt in een hinderlaag
op een verborgen plaats,

96
00:05:56,250 --> 00:06:00,390
zoals een leeuw in zijn schuilplaats;
hij ligt in een hinderlaag

97
00:06:00,390 --> 00:06:05,130
om de ellendige te overvallen, hij
overvalt de ellendige als hij hem in

98
00:06:05,130 --> 00:06:06,630
zijn net trekt.

99
00:06:06,630 --> 00:06:12,151
Hij duikt neer, hij bukt zich, en
de arme valt in zijn sterke poten .

100
00:06:12,151 --> 00:06:17,310
Dat wil zeggen, hij laat zich zakken
zoals een leeuw die op zijn buik ligt,

101
00:06:17,310 --> 00:06:21,150
ineengedoken in het gras,
klaar om iemand te bespringen.

102
00:06:21,150 --> 00:06:24,990
De goddeloze is dus als een
leeuw: niemand daagt hem uit,

103
00:06:24,990 --> 00:06:29,370
hij is nergens bang voor en hij gaat
zeer agressief op zijn prooi af.

104
00:06:29,370 --> 00:06:34,230
Hij zegt dat de goddeloze de armen
voortdurend verdrukt en onderdrukt.

105
00:06:34,230 --> 00:06:39,870
Wat hemzelf betreft, beroemt de goddeloze
zich in vers 3 op wat zijn hart begeert.

106
00:06:39,870 --> 00:06:42,930
Dat lijkt te betekenen dat
hij zich erop kan beroemen

107
00:06:42,930 --> 00:06:45,510
dat hij alles heeft
gekregen wat hij wilde.

108
00:06:45,510 --> 00:06:47,970
En hij prijst de hebzuchtigen.

109
00:06:47,970 --> 00:06:51,270
Het woord hebzuchtig betekent begerig.

110
00:06:51,270 --> 00:06:55,530
Het Nieuwe Testament spreekt heel
veel over hebzucht. Jezus zei:

111
00:06:55,530 --> 00:07:00,450
En Hij zei tegen hen: Kijk uit en
wees op uw hoede voor de hebzucht.

112
00:07:00,450 --> 00:07:05,550
Immers, al heeft iemand overvloed,
zijn leven behoort niet tot zijn bezit.

113
00:07:05,550 --> 00:07:08,070
In Hebreeën hoofdstuk 13 staat:

114
00:07:08,070 --> 00:07:11,490
Laat uw handelwijze zonder geldzucht zijn.

115
00:07:11,490 --> 00:07:15,150
Wees tevreden met wat u hebt,
want Hij heeft Zelf gezegd:

116
00:07:15,150 --> 00:07:20,310
Ik zal u beslist niet loslaten en
Ik zal u beslist niet verlaten.

117
00:07:20,310 --> 00:07:25,110
enzovoort. Er zijn veel plaatsen in
de Bijbel die over hebzucht spreken,

118
00:07:25,110 --> 00:07:27,270
namelijk de liefde voor geld.

119
00:07:27,270 --> 00:07:31,050
Paulus zei dat de liefde voor
geld de wortel van alle kwaad is,

120
00:07:31,050 --> 00:07:33,870
en dat velen die ernaar
hebben gestreefd zichzelf

121
00:07:33,870 --> 00:07:38,490
met veel verdriet hebben doorstoken
en van het geloof zijn afgedwaald.

122
00:07:38,490 --> 00:07:41,370
En Paulus zei dat degenen
die rijk willen worden,

123
00:07:41,370 --> 00:07:45,150
overvallen worden door veel
schadelijke en dwaze begeerten,

124
00:07:45,150 --> 00:07:48,390
die de zielen van mensen in
het verderf doen verdrinken.

125
00:07:48,390 --> 00:07:50,190
Johannes zei tegen ons:

126
00:07:50,190 --> 00:07:53,910
Heb de wereld niet lief en
ook niet wat in de wereld is.

127
00:07:53,910 --> 00:07:58,530
Als iemand de wereld liefheeft, is
de liefde van de Vader niet in hem.

128
00:07:58,530 --> 00:08:02,190
Geld en de dingen in de wereld
liefhebben, hebzuchtig zijn,

129
00:08:02,190 --> 00:08:06,810
is volkomen in strijd met de gezindheid
die God wil dat christenen hebben.

130
00:08:06,810 --> 00:08:09,990
Toch zien we dat de goddeloze
de hebzuchtigen prijst,

131
00:08:09,990 --> 00:08:13,950
hoewel dat nu juist de mensen zijn
van wie de Heere een afkeer heeft,

132
00:08:13,950 --> 00:08:15,510
of die Hij haat.

133
00:08:15,510 --> 00:08:18,510
Ik besef dat hij het niet
over deze groep mensen heeft,

134
00:08:18,510 --> 00:08:23,190
maar zelfs in de kerk bestaat er een
bepaalde invloedrijke leer die verkondigt

135
00:08:23,190 --> 00:08:26,790
dat God je in het bijzonder
zegent als je voorspoedig bent,

136
00:08:26,790 --> 00:08:29,670
en dat je nooit enige
tegenspoed moet aanvaarden.

137
00:08:29,670 --> 00:08:35,010
Als je ziek of arm bent, is dit niet
Gods wil voor jou; dit is de duivel.

138
00:08:35,010 --> 00:08:38,910
Je moet je ertegen verzetten, want als
je het geloof hebt dat je geacht wordt te

139
00:08:38,910 --> 00:08:41,310
hebben, zul je nooit ziek zijn.

140
00:08:41,310 --> 00:08:43,590
Je kunt altijd je genezing krijgen.

141
00:08:43,590 --> 00:08:45,690
Je zult nooit arm zijn.

142
00:08:45,690 --> 00:08:48,090
Je kunt altijd voorspoedig zijn.

143
00:08:48,090 --> 00:08:51,390
Het doet me sterk denken
aan vers 6, waar staat:

144
00:08:51,390 --> 00:08:54,330
Hij zegt in zijn hart:
Ik zal niet wankelen,

145
00:08:54,330 --> 00:08:58,710
want van generatie op generatie
zal mij geen onheil treffen.

146
00:08:58,710 --> 00:09:02,670
Het is alsof iemand denkt dat hij
zijn leven zonder enige moeite,

147
00:09:02,670 --> 00:09:05,010
zonder tegenspoed, kan leiden.

148
00:09:05,010 --> 00:09:08,250
Die mensen prijzen in
zekere zin de hebzuchtigen.

149
00:09:08,250 --> 00:09:13,350
De man die begerig is en grote
hoeveelheden geld verdient, prijzen zij.

150
00:09:13,350 --> 00:09:15,750
Ze zeggen dat hij de godvrezende man is,

151
00:09:15,750 --> 00:09:19,830
de man die werkelijk zijn erfenis
in Christus heeft aangegrepen.

152
00:09:19,830 --> 00:09:23,670
Ik besef dat dit niet specifiek
een beschrijving van die mensen is.

153
00:09:23,670 --> 00:09:27,630
Maar het is interessant dat er enkele
overeenkomsten in houding bestaan tussen

154
00:09:27,630 --> 00:09:32,490
de goddeloze die hier beschreven wordt en
zelfs sommige christenen die wij niet als

155
00:09:32,490 --> 00:09:34,530
goddeloos zouden omschrijven.

156
00:09:34,530 --> 00:09:39,030
Zij zijn echter beslist afgedwaald naar
bepaalde denkpatronen van goddeloze

157
00:09:39,030 --> 00:09:43,590
mensen, namelijk op het gebied van
hebzucht en de gedachte dat tegenspoed

158
00:09:43,590 --> 00:09:45,750
geen deel van hun leven uitmaakt.

159
00:09:45,750 --> 00:09:50,730
De Bijbel geeft aan dat tegenspoed
deel van ons leven moet uitmaken.

160
00:09:50,730 --> 00:09:54,930
Verdrukking en beproevingen worden
ons gegeven om ons te verbeteren.

161
00:09:54,930 --> 00:09:58,470
Toen Job door tegenspoed werd
getroffen, zei zijn vrouw:

162
00:09:58,470 --> 00:10:03,150
Toen zei zijn vrouw tegen hem: Houd
je nog steeds vast aan je vroomheid?

163
00:10:03,150 --> 00:10:05,430
Zeg God vaarwel en sterf.

164
00:10:05,430 --> 00:10:06,390
Hij zei:

165
00:10:06,390 --> 00:10:11,190
Maar hij zei tegen haar: Je spreekt
zoals één van de dwaze vrouwen spreekt.

166
00:10:11,190 --> 00:10:15,450
Zouden wij het goede wel van God ontvangen
en zouden we het kwade niet ontvangen?

167
00:10:15,450 --> 00:10:17,970
In dit alles zondigde
Job met zijn lippen niet.

168
00:10:17,970 --> 00:10:21,210
Dat wil zeggen: zullen wij alleen
de zegeningen ontvangen en niet

169
00:10:21,210 --> 00:10:22,710
ook de tegenspoed?

170
00:10:22,710 --> 00:10:27,390
Hij besefte dat dit niet wijs was en dat
het een dwaas voorstel van zijn vrouw was.

171
00:10:27,390 --> 00:10:30,210
Toch nemen veel christenen
dat niet ter harte.

172
00:10:30,210 --> 00:10:33,570
Ze denken dat er iets aan je
geloof en aan je wandel met God

173
00:10:33,570 --> 00:10:36,330
ontbreekt als je tegenspoed ondervindt.

174
00:10:36,330 --> 00:10:39,090
Natuurlijk kan dat soort
onderwijs erg ontmoedigend zijn

175
00:10:39,090 --> 00:10:43,290
als mensen het aanvaarden, want niet
iedereen die het gelooft is voorspoedig,

176
00:10:43,290 --> 00:10:45,990
en niet iedereen die
het gelooft is gezond.

177
00:10:45,990 --> 00:10:49,530
Als je niet gezond of voorspoedig
bent en je gelooft die leer,

178
00:10:49,530 --> 00:10:52,230
krijg je de indruk dat
er iets mis met je is.

179
00:10:52,230 --> 00:10:56,250
Daardoor voel je je schuldig, terwijl
je in werkelijkheid misschien met

180
00:10:56,250 --> 00:11:00,090
evenveel geloof leeft als wie
dan ook ooit heeft gedaan.

181
00:11:00,090 --> 00:11:03,090
En toch kan God je door
bepaalde beproevingen en

182
00:11:03,090 --> 00:11:07,590
tegenspoed heen laten gaan, die deel
uitmaken van Zijn plan voor jou,

183
00:11:07,590 --> 00:11:09,930
net zoals Job daar doorheen ging.

184
00:11:09,930 --> 00:11:14,130
We zien die man dus voorspoedig
worden en daardoor zelfverzekerd.

185
00:11:14,130 --> 00:11:18,450
Hij kan zich erop beroemen dat hij de
wens van zijn hart heeft verkregen.

186
00:11:18,450 --> 00:11:20,490
En daar neemt hij geen genoegen mee,

187
00:11:20,490 --> 00:11:24,330
maar hij probeert voortdurend zijn
bezit te vergroten door de arme man te

188
00:11:24,330 --> 00:11:28,230
onderdrukken, door de armen op de
een of andere manier uit te buiten.

189
00:11:28,230 --> 00:11:30,390
Misschien was in vroeger tijden een van de

190
00:11:30,390 --> 00:11:33,330
gebruikelijke manieren om
de armen uit te buiten,

191
00:11:33,330 --> 00:11:36,690
hun geld te lenen tegen
rente of woekerrente,

192
00:11:36,690 --> 00:11:38,670
en misschien gebeurt dat hier.

193
00:11:38,670 --> 00:11:41,910
Of misschien maakt hij
eenvoudigweg misbruik van hem,

194
00:11:41,910 --> 00:11:45,750
omdat hij weet dat de arme geen
recht kan krijgen voor de rechtbank.

195
00:11:45,750 --> 00:11:51,570
Hij kan de rechters niet omkopen zoals jij
dat kunt, omdat jij rijk bent en hij niet.

196
00:11:51,570 --> 00:11:54,150
Daarom kun je met hem doen wat je wilt.

197
00:11:54,150 --> 00:11:56,130
Je kunt zijn bezit afpakken.

198
00:11:56,130 --> 00:11:57,930
Je kunt van hem stelen.

199
00:11:57,930 --> 00:12:01,890
Je kunt hem voor je laten werken
en weigeren hem te betalen,

200
00:12:01,890 --> 00:12:05,850
niet omdat dat wettig is, maar omdat
het recht voor de rechtbank maar

201
00:12:05,850 --> 00:12:07,650
zelden wordt gehandhaafd.

202
00:12:07,650 --> 00:12:12,450
Daarom kan de rijke man, de
goddeloze man, de arme uitbuiten.

203
00:12:12,450 --> 00:12:16,650
Die uitbuiting wordt beschreven als
een leeuw die zich op zijn prooi stort:

204
00:12:16,650 --> 00:12:20,130
de rijke man die de arme
man als prooi grijpt,

205
00:12:20,130 --> 00:12:23,610
terwijl die zich op geen enkele
manier tegen hem kan verdedigen.

206
00:12:23,610 --> 00:12:28,530
En dus roept de psalmist, zoals
gewoonlijk, tot God om in te grijpen.

207
00:12:28,530 --> 00:12:29,430
Vers 12:

208
00:12:29,430 --> 00:12:32,550
HEERE, waarom blijft U van verre staan?

209
00:12:32,550 --> 00:12:36,270
Waarom verbergt U Zich in
tijden van benauwdheid?

210
00:12:36,270 --> 00:12:40,710
Fel en hoogmoedig achtervolgt
de goddeloze de ellendige.

211
00:12:40,710 --> 00:12:44,970
Laat hen gegrepen worden in de listige
plannen die zij bedacht hebben!

212
00:12:44,970 --> 00:12:50,490
Want de goddeloze beroemt zich over zijn
hartenwens; hij zegent de hebzuchtige,

213
00:12:50,490 --> 00:12:52,470
hij lastert de HEERE.

214
00:12:52,470 --> 00:12:57,270
De goddeloze, met zijn neus
trots omhoog, onderzoekt niet.

215
00:12:57,270 --> 00:13:00,810
Al zijn gedachten zijn: Er is geen God!

216
00:13:00,810 --> 00:13:04,410
Zijn wegen bezorgen te
allen tijde verdriet.

217
00:13:04,410 --> 00:13:08,610
Uw oordelen gaan hem te hoog,
hij houdt ze ver van zich;

218
00:13:08,610 --> 00:13:11,430
al zijn tegenstanders blaast hij weg.

219
00:13:11,430 --> 00:13:14,550
Hij zegt in zijn hart:
Ik zal niet wankelen,

220
00:13:14,550 --> 00:13:19,590
want van generatie op generatie
zal mij geen onheil treffen.

221
00:13:19,590 --> 00:13:27,210
Zijn mond is vol vervloeking, bedrog en
list, onder zijn tong is kwaad en onrecht.

222
00:13:27,210 --> 00:13:29,970
Hij ligt in een hinderlaag in de dorpen,

223
00:13:29,970 --> 00:13:36,570
op verborgen plaatsen doodt hij de
onschuldige, zijn ogen loeren op de arme.

224
00:13:36,570 --> 00:13:40,050
Hij ligt in een hinderlaag
op een verborgen plaats,

225
00:13:40,050 --> 00:13:46,050
zoals een leeuw in zijn schuilplaats; hij
ligt in een hinderlaag om de ellendige te

226
00:13:46,050 --> 00:13:51,270
overvallen, hij overvalt de ellendige
als hij hem in zijn net trekt.

227
00:13:51,270 --> 00:13:57,091
Hij duikt neer, hij bukt zich, en
de arme valt in zijn sterke poten .

228
00:13:57,091 --> 00:14:00,690
Hij zegt in zijn hart:
God heeft het vergeten,

229
00:14:00,690 --> 00:14:05,790
Hij heeft Zijn aangezicht verborgen,
Hij ziet het in eeuwigheid niet.

230
00:14:05,790 --> 00:14:11,130
Sta op, HEERE God, hef Uw hand
op, vergeet de ellendigen niet.

231
00:14:11,130 --> 00:14:13,830
Waarom lastert de goddeloze God?

232
00:14:13,830 --> 00:14:18,090
Waarom zegt hij in zijn hart:
U zult geen rekenschap eisen?

233
00:14:18,090 --> 00:14:22,110
Ú ziet het wél , want U aanschouwt
de moeite en het verdriet,

234
00:14:22,110 --> 00:14:26,970
opdat men het in Uw hand geeft;
op Ú verlaat de arme zich,

235
00:14:26,970 --> 00:14:30,150
U bent geweest een Helper van de wees.

236
00:14:30,150 --> 00:14:33,510
Breek de arm van de
goddeloze en de kwaaddoener,

237
00:14:33,510 --> 00:14:36,570
eis rekenschap van hem
over zijn goddeloosheid,

238
00:14:36,570 --> 00:14:38,910
tot U er niets meer van vindt.

239
00:14:38,910 --> 00:14:45,510
De HEERE is Koning, eeuwig en altijd; de
heidenvolken zijn uit Zijn land verdwenen.

240
00:14:45,510 --> 00:14:48,990
U hebt de wens van de
zachtmoedigen gehoord, HEERE,

241
00:14:48,990 --> 00:14:53,190
U zult hun hart versterken, Uw
oor zal er acht op slaan om de

242
00:14:53,190 --> 00:14:55,650
wees en de verdrukte recht te doen.

243
00:14:55,650 --> 00:14:59,850
Dan zal een aardse sterveling
voortaan geen geweld meer bedrijven.

244
00:14:59,850 --> 00:15:04,350
Wat de nederigen betreft,
staat er over hen in vers 17:

245
00:15:04,350 --> 00:15:08,250
Heer, U hebt gehoord waar
de nederigen naar verlangen.

246
00:15:08,250 --> 00:15:11,850
U zult hun hart voorbereiden
en naar hen luisteren,

247
00:15:11,850 --> 00:15:14,850
om recht te doen aan
wezen en onderdrukten,

248
00:15:14,850 --> 00:15:18,630
zodat geen mens op aarde
hen nog langer onderdrukt.

249
00:15:18,630 --> 00:15:23,910
Ook al hurkt de onderdrukker op het moment
dat dit wordt geschreven nog steeds neer,

250
00:15:23,910 --> 00:15:28,290
grijpt hij nog steeds een prooi en
onderdrukt hij nog steeds de armen,

251
00:15:28,290 --> 00:15:33,030
toch komt de psalmist tot zijn conclusie
door eenvoudigweg na te denken over wat

252
00:15:33,030 --> 00:15:36,150
in vers 16 staat en toen al waar was:

253
00:15:36,150 --> 00:15:39,690
De Heer is voor eeuwig en altijd Koning,

254
00:15:39,690 --> 00:15:42,510
en de heidenen zijn uit
Zijn land verdwenen.

255
00:15:42,510 --> 00:15:46,110
Wat hier waarschijnlijk wordt
gezegd, is dat het land Kanaän,

256
00:15:46,110 --> 00:15:50,430
oftewel het land Israël, vroeger
werd bewoond door heidenen,

257
00:15:50,430 --> 00:15:55,170
dat wil zeggen door Kanaänieten,
die er inmiddels uit verdreven zijn.

258
00:15:55,170 --> 00:15:57,990
God is dus in staat om
uiteindelijk op een dag

259
00:15:57,990 --> 00:16:00,390
alle goddelozen van de
aarde te verdrijven.

260
00:16:00,390 --> 00:16:04,290
Hij wijst erop dat dit in de
geschiedenis al gebeurd is.

261
00:16:04,290 --> 00:16:08,550
God kan Zijn overwinning op de
heidenen tonen door alleen al de

262
00:16:08,550 --> 00:16:13,290
Joden het Beloofde Land te geven
en de goddeloze heidenen voor hen

263
00:16:13,290 --> 00:16:14,970
uit te verdrijven.

264
00:16:14,970 --> 00:16:21,030
Dit is slechts een voorloper van wat God
uiteindelijk op de hele aarde zal doen.

265
00:16:21,030 --> 00:16:24,810
Uiteindelijk zullen alle
onderdrukkers verdreven worden,

266
00:16:24,810 --> 00:16:29,910
net zoals de heidenen uit Gods
land, Israël, werden verdreven.

267
00:16:29,910 --> 00:16:34,650
In vers 14 staat een interessante
en belangrijke uitspraak:

268
00:16:34,650 --> 00:16:36,390
U hebt het gezien.

269
00:16:36,390 --> 00:16:42,270
Dat wil zeggen dat God heeft gezien hoe
de goddeloze man de arme heeft onderdrukt.

270
00:16:42,270 --> 00:16:47,490
Als je toevallig onderdrukt wordt, is het
goed om te weten dat God het heeft gezien.

271
00:16:47,490 --> 00:16:51,030
Toen de Joden als slaven
in Egypte waren en God

272
00:16:51,030 --> 00:16:55,290
Mozes bij de brandende
braamstruik riep, zei Hij zelfs:

273
00:16:55,290 --> 00:16:59,370
De HEERE zei: Ik heb duidelijk
de onderdrukking van Mijn volk,

274
00:16:59,370 --> 00:17:04,050
dat in Egypte is, gezien en
heb hun geschreeuw om hulp

275
00:17:04,050 --> 00:17:06,810
vanwege hun slavendrijvers gehoord.

276
00:17:06,810 --> 00:17:09,630
Voorzeker, Ik ken hun leed.

277
00:17:09,630 --> 00:17:14,130
Daarom ben Ik neergekomen om het volk te
redden uit de hand van de Egyptenaren,

278
00:17:14,130 --> 00:17:17,790
en het te leiden uit dit land
naar een goed en ruim land,

279
00:17:17,790 --> 00:17:20,970
naar een land dat overvloeit
van melk en honing,

280
00:17:20,970 --> 00:17:26,250
naar het gebied van de Kanaänieten, de
Hethieten, de Amorieten, de Ferezieten,

281
00:17:26,250 --> 00:17:28,890
de Hevieten en de Jebusieten.

282
00:17:28,890 --> 00:17:32,970
Weten dat God de verdrukking heeft
gezien, komt erop neer dat je weet dat er

283
00:17:32,970 --> 00:17:34,410
hulp onderweg is.

284
00:17:34,410 --> 00:17:37,230
Want wanneer God iets
ziet, moet Hij handelen.

285
00:17:37,230 --> 00:17:41,670
Soms zal Hij Zich echter inhouden en de
onderdrukker een kans geven om zich te

286
00:17:41,670 --> 00:17:46,950
bekeren, omdat Hij ook van de onderdrukker
houdt en verlangt dat die zich bekeert in

287
00:17:46,950 --> 00:17:48,810
plaats van verloren te gaan.

288
00:17:48,810 --> 00:17:50,550
Maar in vers 14 staat:

289
00:17:50,550 --> 00:17:53,610
HEERE, waarom blijft U van verre staan?

290
00:17:53,610 --> 00:17:56,970
Waarom verbergt U Zich in
tijden van benauwdheid?

291
00:17:56,970 --> 00:18:01,050
Fel en hoogmoedig achtervolgt
de goddeloze de ellendige.

292
00:18:01,050 --> 00:18:04,770
Laat hen gegrepen worden in de listige
plannen die zij bedacht hebben!

293
00:18:04,770 --> 00:18:09,750
Want de goddeloze beroemt zich over zijn
hartenwens; hij zegent de hebzuchtige,

294
00:18:09,750 --> 00:18:11,610
hij lastert de HEERE.

295
00:18:11,610 --> 00:18:15,870
De goddeloze, met zijn neus
trots omhoog, onderzoekt niet.

296
00:18:15,870 --> 00:18:19,110
Al zijn gedachten zijn: Er is geen God!

297
00:18:19,110 --> 00:18:22,350
Zijn wegen bezorgen te
allen tijde verdriet.

298
00:18:22,350 --> 00:18:25,950
Uw oordelen gaan hem te hoog,
hij houdt ze ver van zich;

299
00:18:25,950 --> 00:18:28,290
al zijn tegenstanders blaast hij weg.

300
00:18:28,290 --> 00:18:31,410
Hij zegt in zijn hart:
Ik zal niet wankelen,

301
00:18:31,410 --> 00:18:35,850
want van generatie op generatie
zal mij geen onheil treffen.

302
00:18:35,850 --> 00:18:42,270
Zijn mond is vol vervloeking, bedrog en
list, onder zijn tong is kwaad en onrecht.

303
00:18:42,270 --> 00:18:44,790
Hij ligt in een hinderlaag in de dorpen,

304
00:18:44,790 --> 00:18:50,310
op verborgen plaatsen doodt hij de
onschuldige, zijn ogen loeren op de arme.

305
00:18:50,310 --> 00:18:53,490
Hij ligt in een hinderlaag
op een verborgen plaats,

306
00:18:53,490 --> 00:18:58,530
zoals een leeuw in zijn schuilplaats; hij
ligt in een hinderlaag om de ellendige te

307
00:18:58,530 --> 00:19:03,330
overvallen, hij overvalt de ellendige
als hij hem in zijn net trekt.

308
00:19:03,330 --> 00:19:08,671
Hij duikt neer, hij bukt zich, en
de arme valt in zijn sterke poten .

309
00:19:08,671 --> 00:19:12,150
Hij zegt in zijn hart:
God heeft het vergeten,

310
00:19:12,150 --> 00:19:16,950
Hij heeft Zijn aangezicht verborgen,
Hij ziet het in eeuwigheid niet.

311
00:19:16,950 --> 00:19:21,930
Sta op, HEERE God, hef Uw hand
op, vergeet de ellendigen niet.

312
00:19:21,930 --> 00:19:24,210
Waarom lastert de goddeloze God?

313
00:19:24,210 --> 00:19:28,050
Waarom zegt hij in zijn hart:
U zult geen rekenschap eisen?

314
00:19:28,050 --> 00:19:32,130
Ú ziet het wél , want U aanschouwt
de moeite en het verdriet,

315
00:19:32,130 --> 00:19:37,470
opdat men het in Uw hand geeft;
op Ú verlaat de arme zich,

316
00:19:37,470 --> 00:19:40,410
U bent geweest een Helper van de wees.

317
00:19:40,410 --> 00:19:44,130
Breek de arm van de
goddeloze en de kwaaddoener,

318
00:19:44,130 --> 00:19:47,610
eis rekenschap van hem
over zijn goddeloosheid,

319
00:19:47,610 --> 00:19:50,010
tot U er niets meer van vindt.

320
00:19:50,010 --> 00:19:56,610
De HEERE is Koning, eeuwig en altijd; de
heidenvolken zijn uit Zijn land verdwenen.

321
00:19:56,610 --> 00:19:59,970
U hebt de wens van de
zachtmoedigen gehoord, HEERE,

322
00:19:59,970 --> 00:20:04,650
U zult hun hart versterken, Uw
oor zal er acht op slaan om de

323
00:20:04,650 --> 00:20:07,170
wees en de verdrukte recht te doen.

324
00:20:07,170 --> 00:20:12,090
Dan zal een aardse sterveling
voortaan geen geweld meer bedrijven.

325
00:20:12,090 --> 00:20:15,750
Dat wil zeggen: om het met
Zijn hand te vergelden.

326
00:20:15,750 --> 00:20:17,070
De uitspraak:

327
00:20:17,070 --> 00:20:21,270
De arme vertrouwt zich aan U toe,
herinnert ons aan de houding die Jezus en

328
00:20:21,270 --> 00:20:26,190
de apostelen ons leerden: dat we onze
zaak in Gods handen moeten leggen.

329
00:20:26,190 --> 00:20:31,051
Als iemand ons onderdrukt — in dit geval
werd de arme door de rijke onderdrukt —

330
00:20:31,051 --> 00:20:33,210
had de arme geen andere keus.

331
00:20:33,210 --> 00:20:35,430
Hij kon geen beroep doen op het recht.

332
00:20:35,430 --> 00:20:37,170
Wat kan de arme man doen?

333
00:20:37,170 --> 00:20:41,610
Hij kan zichzelf in Gods handen
leggen en God op het juiste moment

334
00:20:41,610 --> 00:20:43,110
recht laten brengen.

335
00:20:43,110 --> 00:20:46,050
In Romeinen hoofdstuk 12 zegt Paulus:

336
00:20:46,050 --> 00:20:50,070
Wreek uzelf niet, geliefden,
maar laat ruimte voor de toorn,

337
00:20:50,070 --> 00:20:54,990
want er staat geschreven: Mij komt
de wraak toe , Ik zal het vergelden,

338
00:20:54,990 --> 00:20:56,250
zegt de Heere.

339
00:20:56,250 --> 00:20:59,130
Het is niet de bedoeling
dat we onszelf wreken.

340
00:20:59,130 --> 00:21:03,690
Want als we dat proberen te doen, zal
God niet voor ons in beweging komen.

341
00:21:03,690 --> 00:21:08,070
Maar als we onszelf niet wreken,
leggen we onszelf in Gods handen.

342
00:21:08,070 --> 00:21:10,170
Dan zal Hij de onderdrukker straffen

343
00:21:10,170 --> 00:21:14,430
en ons belonen voor onze deugdzame
onderwerping aan Zijn wil.

344
00:21:14,430 --> 00:21:18,750
Denk eraan wat er in 1 Petrus 4:19 staat:

345
00:21:18,750 --> 00:21:24,571
Daarom, laten ook zij die lijden naar
de wil van God, hun zielen aan Hem ,

346
00:21:24,571 --> 00:21:28,890
als de getrouwe Schepper, toevertrouwen
in het doen van het goede.

347
00:21:28,890 --> 00:21:32,190
De rechtvaardige man legt
zijn zaak in Gods handen,

348
00:21:32,190 --> 00:21:34,470
de handen van een trouwe Schepper.

349
00:21:34,470 --> 00:21:38,730
Hij gelooft dat God uiteindelijk
getrouw recht zal brengen.

350
00:21:38,730 --> 00:21:42,030
We leggen onze zaak
eenvoudigweg in Zijn handen.

351
00:21:42,030 --> 00:21:46,230
Eerder in 1 Petrus wordt ook
beschreven wat Jezus overkwam

352
00:21:46,230 --> 00:21:48,630
toen Hij op aarde vervolgd werd.

353
00:21:48,630 --> 00:21:53,190
In 1 Petrus 2:21–23 staat:

354
00:21:53,190 --> 00:21:58,770
Want hiertoe bent u geroepen, omdat
ook Christus voor ons geleden heeft;

355
00:21:58,770 --> 00:22:05,250
Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat
u Zijn voetsporen zou navolgen; Hij,

356
00:22:05,250 --> 00:22:11,190
Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens
mond geen bedrog gevonden is; Die,

357
00:22:11,190 --> 00:22:15,630
toen Hij uitgescholden werd, niet
terugschold, en toen Hij leed,

358
00:22:15,630 --> 00:22:20,970
niet dreigde, maar het overgaf
aan Hem Die rechtvaardig oordeelt;

359
00:22:20,970 --> 00:22:26,490
‘Bedrog’ betekent hier oneerlijkheid
of onoprechtheid. Maar wat deed Hij?

360
00:22:26,490 --> 00:22:29,790
Jezus vertrouwde Zichzelf
toe aan de handen van God.

361
00:22:29,790 --> 00:22:32,910
Hij schold niet terug
toen zij Hem uitscholden,

362
00:22:32,910 --> 00:22:36,030
en Hij bedreigde hen niet
toen zij Hem lieten lijden.

363
00:22:36,030 --> 00:22:38,670
Hij had hen beslist kunnen bedreigen.

364
00:22:38,670 --> 00:22:42,990
Hij had kunnen zeggen: ‘Ik zal Mijn
engelen achter jullie aan sturen,

365
00:22:42,990 --> 00:22:46,050
en dan zullen jullie wel zien wie wie is.’

366
00:22:46,050 --> 00:22:48,870
Maar Hij uitte geen enkele bedreiging.

367
00:22:48,870 --> 00:22:50,790
Hij schold niet terug.

368
00:22:50,790 --> 00:22:55,470
Hij zweeg eenvoudig en vertrouwde
Zichzelf toe aan de handen van God.

369
00:22:55,470 --> 00:22:58,290
Tot Zijn laatste woorden
aan het kruis behoorden:

370
00:22:58,290 --> 00:23:05,370
En Jezus riep met luide stem en zei:
Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest.

371
00:23:05,370 --> 00:23:08,490
En toen Hij dat gezegd
had, gaf Hij de geest.

372
00:23:08,490 --> 00:23:14,970
Of, in een andere vertaling: ‘Vader, in
Uw handen vertrouw Ik Mijn geest toe.’

373
00:23:14,970 --> 00:23:20,310
Met andere woorden: ‘Ik geef Mijzelf
eenvoudig over in Uw handen.’

374
00:23:20,310 --> 00:23:22,770
Dat is wat David zei
dat de arme moet doen,

375
00:23:22,770 --> 00:23:27,150
aangezien hij zichzelf niet op eigen
kracht tegen de rijke kan verdedigen.

376
00:23:27,150 --> 00:23:30,390
Hij kan zijn toevlucht
nemen tot iets beters.

377
00:23:30,390 --> 00:23:34,890
Als de arme plotseling een fortuin erfde
en de middelen kreeg om een rechtszaak

378
00:23:34,890 --> 00:23:39,510
tegen de rijke aan te spannen en hem
zijn verdiende straf te laten ondergaan,

379
00:23:39,510 --> 00:23:41,910
zou hij beter in staat
zijn om dat te doen,

380
00:23:41,910 --> 00:23:44,310
omdat hij over die middelen beschikte.

381
00:23:44,310 --> 00:23:48,330
Maar dan zou hij nog steeds geen
zekerheid hebben dat er uiteindelijk

382
00:23:48,330 --> 00:23:50,130
recht zou worden gedaan.

383
00:23:50,130 --> 00:23:53,430
Zelfs als wij terugvochten
tegen mensen die ons aanvielen,

384
00:23:53,430 --> 00:23:56,490
zouden we misschien een kans
hebben om hen te overwinnen.

385
00:23:56,490 --> 00:23:59,370
Maar er zou ook een kans
zijn dat dit niet lukte.

386
00:23:59,370 --> 00:24:03,210
Er bestaat een kans dat er nog
steeds geen recht zou worden gedaan,

387
00:24:03,210 --> 00:24:05,010
zelfs als we terugvochten.

388
00:24:05,010 --> 00:24:08,970
Maar als we niet terugvechten en
onze zaak aan God toevertrouwen,

389
00:24:08,970 --> 00:24:13,230
kunnen we er vrij zeker van zijn dat er
uiteindelijk recht zal worden gedaan,

390
00:24:13,230 --> 00:24:15,870
want God kan niet onrechtvaardig handelen.

391
00:24:15,870 --> 00:24:18,210
Bij Hem is geen onrecht.

392
00:24:18,210 --> 00:24:22,350
De psalmist stelt zijn vertrouwen
in het feit dat God regeert.

393
00:24:22,350 --> 00:24:24,150
In vers 16 staat:

394
00:24:24,150 --> 00:24:30,030
De HEERE is Koning, eeuwig en altijd; de
heidenvolken zijn uit Zijn land verdwenen.

395
00:24:30,030 --> 00:24:32,250
In vers 12 bidt hij:

396
00:24:32,250 --> 00:24:37,050
Sta op, HEERE God, hef Uw hand
op, vergeet de ellendigen niet.

397
00:24:37,050 --> 00:24:39,210
Dan zegt hij in vers 17:

398
00:24:39,210 --> 00:24:42,630
U hebt de wens van de
zachtmoedigen gehoord, HEERE,

399
00:24:42,630 --> 00:24:46,650
U zult hun hart versterken,
Uw oor zal er acht op slaan

400
00:24:46,650 --> 00:24:49,110
God luistert dus naar de nederigen.

401
00:24:49,110 --> 00:24:53,670
God zei iets dergelijks
in Jesaja 66, vers 1 en 2:

402
00:24:53,670 --> 00:25:00,870
Zo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon
en de aarde de voetbank van Mijn voeten.

403
00:25:00,870 --> 00:25:05,610
Waar zou dan het huis zijn dat u voor
Mij zou willen bouwen en waar de plaats

404
00:25:05,610 --> 00:25:07,410
van Mijn rust?

405
00:25:07,410 --> 00:25:10,350
Want Mijn hand heeft
al die dingen gemaakt,

406
00:25:10,350 --> 00:25:14,010
en daardoor bestaan al die
dingen, spreekt de HEERE.

407
00:25:14,010 --> 00:25:18,690
Maar Ik zal zien op deze, op de
ellendige en verslagene van geest,

408
00:25:18,690 --> 00:25:21,090
en wie voor Mijn woord beeft.

409
00:25:21,090 --> 00:25:27,270
Met andere woorden, God zal omzien naar
de man met een nederige en arme geest.

410
00:25:27,270 --> 00:25:29,070
Dat zegt de psalmist.

411
00:25:29,070 --> 00:25:32,850
Nederigheid werd trouwens door
de Joden als een deugd beschouwd,

412
00:25:32,850 --> 00:25:35,910
hoewel ze die maar heel
zelden in praktijk brachten.

413
00:25:35,910 --> 00:25:40,470
Ook is nederigheid altijd als een
grote christelijke deugd beschouwd.

414
00:25:40,470 --> 00:25:44,190
Interessant genoeg hebben de
Grieken en de Romeinen nederigheid

415
00:25:44,190 --> 00:25:46,470
nooit als een deugd beschouwd.

416
00:25:46,470 --> 00:25:49,110
Zij zagen het als een teken van zwakte.

417
00:25:49,110 --> 00:25:51,450
In de cultuur van de
Grieken en de Romeinen

418
00:25:51,450 --> 00:25:57,030
werd trots als een deugd beschouwd,
evenals arrogantie, macht, enzovoort.

419
00:25:57,030 --> 00:25:59,850
De nederige mens werd niet bewonderd.

420
00:25:59,850 --> 00:26:03,030
Nederigheid was niet iets
waarvoor je hoorde te kiezen.

421
00:26:03,030 --> 00:26:07,710
Je kunt zien hoe grondig de Griekse
en Romeinse bekeerlingen van gedachten

422
00:26:07,710 --> 00:26:11,010
moesten veranderen toen
zij christen werden.

423
00:26:11,010 --> 00:26:13,350
Hun denken moest vernieuwd worden.

424
00:26:13,350 --> 00:26:18,210
Maar de Joden begrepen in hun samenleving,
omdat God het hun had verteld,

425
00:26:18,210 --> 00:26:20,610
dat ze nederig moesten zijn.

426
00:26:20,610 --> 00:26:25,050
In Spreuken zie je vaak uitspraken
over trots en nederigheid:

427
00:26:25,050 --> 00:26:30,150
Trots komt vóór de ondergang,
en hoogmoed komt vóór de val.

428
00:26:30,150 --> 00:26:33,270
en uitspraken over hoe
God de nederigen redt.

429
00:26:33,270 --> 00:26:36,090
Hij echter geeft des te meer genade.

430
00:26:36,090 --> 00:26:40,290
Daarom zegt de Schrift : God
keert Zich tegen de hoogmoedigen,

431
00:26:40,290 --> 00:26:43,170
maar aan de nederigen geeft Hij genade.

432
00:26:43,170 --> 00:26:44,430
enzovoort.

433
00:26:44,430 --> 00:26:49,170
De Schriften openbaren dat nederigheid
een deugd is, en niet alleen een deugd,

434
00:26:49,170 --> 00:26:51,390
maar ook een veilige houding.

435
00:26:51,390 --> 00:26:54,270
Als we trots zijn en
geneigd zijn te denken

436
00:26:54,270 --> 00:26:57,870
dat we in huis hebben wat nodig
is om onszelf te verdedigen

437
00:26:57,870 --> 00:27:02,970
of in onze eigen behoeften te voorzien,
dan zal God ons het laten proberen.

438
00:27:02,970 --> 00:27:06,570
Maar als we nederig onze nood
en onze zwakheid erkennen

439
00:27:06,570 --> 00:27:10,950
en onszelf aan Zijn handen toevertrouwen,
dan kan Hij uiteindelijk niet

440
00:27:10,950 --> 00:27:13,050
anders dan doen wat recht is.

441
00:27:13,050 --> 00:27:15,450
Misschien moeten we daardoor meer lijden.

442
00:27:15,450 --> 00:27:17,970
Ons lijden eindigt
misschien niet op het moment

443
00:27:17,970 --> 00:27:20,610
dat we onszelf aan Zijn
handen toevertrouwen,

444
00:27:20,610 --> 00:27:24,270
maar we kunnen uitzien naar de
uiteindelijke rechtvaardiging.

445
00:27:24,270 --> 00:27:25,890
Toen Jezus zei:

446
00:27:25,890 --> 00:27:32,670
En Jezus riep met luide stem en zei:
Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest.

447
00:27:32,670 --> 00:27:35,850
En toen Hij dat gezegd
had, gaf Hij de geest.

448
00:27:35,850 --> 00:27:38,310
kwam Hij daardoor niet van het kruis af.

449
00:27:38,310 --> 00:27:43,350
Het volgende wat Hem overkwam, was
zelfs dat Hij stierf en naar Sheol ging.

450
00:27:43,350 --> 00:27:45,150
Maar Hij kwam er weer uit.

451
00:27:45,150 --> 00:27:48,810
Onszelf aan de handen van God
toevertrouwen betekent niet dat ons lijden

452
00:27:48,810 --> 00:27:50,430
onmiddellijk zal ophouden.

453
00:27:50,430 --> 00:27:54,390
Maar het betekent wel dat we in elk geval
met een zuiver geweten door het lijden

454
00:27:54,390 --> 00:27:58,230
heen zullen gaan dat ons treft, en met
de zekerheid dat het recht wel moet

455
00:27:58,230 --> 00:28:01,650
zegevieren, omdat de zaak
in Zijn handen is gelegd.

456
00:28:01,650 --> 00:28:04,830
Als de zaak in Zijn handen
ligt, faalt Hij nooit.

457
00:28:04,830 --> 00:28:06,750
We gaan verder met Psalm 11:

458
00:28:06,750 --> 00:28:09,270
Ik heb tot de HEERE de toevlucht genomen.

459
00:28:09,270 --> 00:28:14,370
Hoe kunt u dan zeggen tegen mijn ziel:
Vlucht weg naar uw bergen, als een vogel!

460
00:28:14,370 --> 00:28:19,710
Want zie, de goddelozen spannen de boog,
zij leggen hun pijlen op de pees om in het

461
00:28:19,710 --> 00:28:22,470
donker te schieten op
de oprechten van hart.

462
00:28:22,470 --> 00:28:25,770
Voorzeker, de fundamenten
worden omvergehaald!

463
00:28:25,770 --> 00:28:27,990
Wat kan de rechtvaardige dan doen?

464
00:28:27,990 --> 00:28:33,930
De HEERE is in Zijn heilig paleis, de
troon van de HEERE staat in de hemel;

465
00:28:33,930 --> 00:28:38,070
Zijn ogen doorzien, Zijn blikken
beproeven de mensenkinderen.

466
00:28:38,070 --> 00:28:43,110
De HEERE beproeft de rechtvaardige,
maar Zijn ziel haat de goddeloze

467
00:28:43,110 --> 00:28:44,970
en wie geweld liefheeft.

468
00:28:44,970 --> 00:28:49,830
Hij zal op de goddelozen valstrikken,
vuur en zwavel doen regenen.

469
00:28:49,830 --> 00:28:53,670
Een verschroeiende storm wind
zal het deel van hun beker zijn.

470
00:28:53,670 --> 00:28:58,050
Want de HEERE is rechtvaardig, Hij
heeft rechtvaardige daden lief.

471
00:28:58,050 --> 00:29:01,170
De oprechten zullen Zijn
aangezicht aanschouwen.

472
00:29:01,170 --> 00:29:03,570
Hier staan een paar heel mooie verzen in,

473
00:29:03,570 --> 00:29:06,810
hoewel ze niet allemaal even
gemakkelijk te begrijpen zijn.

474
00:29:06,810 --> 00:29:08,670
Maar het eerste vers zegt:

475
00:29:08,670 --> 00:29:11,370
Ik heb tot de HEERE de toevlucht genomen.

476
00:29:11,370 --> 00:29:16,470
Hoe kunt u dan tegen mijn ziel zeggen:
Vlucht als een vogel naar uw bergen?

477
00:29:16,470 --> 00:29:21,750
Er moet iemand zijn geweest die David had
aangeraden weg te vluchten vanwege al zijn

478
00:29:21,750 --> 00:29:23,910
vijanden. Hij zei:

479
00:29:23,910 --> 00:29:26,970
Wacht eens even. Ik vertrouw op de Heer.

480
00:29:26,970 --> 00:29:29,790
Hoe kun je dan tegen me
zeggen dat ik moet vluchten?

481
00:29:29,790 --> 00:29:32,250
Mijn toevlucht is niet in de bergen.

482
00:29:32,250 --> 00:29:34,530
Mijn toevlucht is bij de Heer.

483
00:29:34,530 --> 00:29:41,130
Op een andere plaats, in Psalm 121, vers
1, een van de opgangsliederen, staat:

484
00:29:41,130 --> 00:29:45,270
Mijn hulp is van de HEERE, Die
hemel en aarde gemaakt heeft.

485
00:29:45,270 --> 00:29:50,250
Hij zal uw voet niet laten wankelen,
uw Bewaarder zal niet sluimeren.

486
00:29:50,250 --> 00:29:56,130
De interpunctie van Psalm 121, vers
1, in de King James is misleidend,

487
00:29:56,130 --> 00:29:57,930
omdat het lijkt alsof hij zegt:

488
00:29:57,930 --> 00:30:01,530
Ik kijk omhoog naar de bergen,
waar mijn hulp vandaan komt.

489
00:30:01,530 --> 00:30:05,610
Met andere woorden, het lijkt alsof
zijn hulp van de heuvels komt.

490
00:30:05,610 --> 00:30:07,470
Maar in werkelijkheid zegt hij:

491
00:30:07,470 --> 00:30:09,810
Ik kijk omhoog naar de bergen.

492
00:30:09,810 --> 00:30:11,550
Dan stelt hij de vraag:

493
00:30:11,550 --> 00:30:13,590
Waar komt mijn hulp vandaan?

494
00:30:13,590 --> 00:30:15,150
Het antwoord is:

495
00:30:15,150 --> 00:30:17,370
Mijn hulp komt van de Heer.

496
00:30:17,370 --> 00:30:20,970
Je hebt een keuze. Ga je
op de heuvels vertrouwen?

497
00:30:20,970 --> 00:30:25,050
Je kijkt in de richting van de heuvels
en zegt: „Moet ik daarheen vluchten,

498
00:30:25,050 --> 00:30:28,350
of moet ik in plaats daarvan
naar de Heere vluchten?”

499
00:30:28,350 --> 00:30:32,130
Er zijn tegenwoordig veel mensen
in onze samenleving die bijzonder

500
00:30:32,130 --> 00:30:36,510
paranoïde zijn over de ontwikkelingen
in de maatschappij en in de wereld.

501
00:30:36,510 --> 00:30:42,630
Ze zijn bang voor een nucleaire holocaust,
politieke onrust, revolutie, geweld,

502
00:30:42,630 --> 00:30:46,650
vervuiling of allerlei andere
dingen die mensen ertoe aanzetten

503
00:30:46,650 --> 00:30:49,950
een toevluchtsoord te zoeken in
de wildernis of in de bergen.

504
00:30:49,950 --> 00:30:53,070
Een van de zeer populaire
trends van tegenwoordig is het

505
00:30:53,070 --> 00:30:55,530
volgen van overlevingscursussen.

506
00:30:55,530 --> 00:30:58,590
Een paar jaar geleden heb ik
me daar zelf ook in verdiept,

507
00:30:58,590 --> 00:31:01,890
toen ik begon te denken dat de grote
verdrukking misschien zou komen

508
00:31:01,890 --> 00:31:03,510
voordat ik er niet meer was.

509
00:31:03,510 --> 00:31:06,870
Ik begon te denken: „Als
de grote verdrukking komt,

510
00:31:06,870 --> 00:31:09,870
wil ik in leven kunnen
blijven”, enzovoort.

511
00:31:09,870 --> 00:31:14,190
Ik bekeek een aantal tijdschriften over
leven in de wildernis en dergelijke,

512
00:31:14,190 --> 00:31:17,550
waarin voor deze overlevingscursussen
werd geadverteerd.

513
00:31:17,550 --> 00:31:22,410
Ik ontdekte dat heel, heel veel
mensen zulke cursussen hebben gevolgd.

514
00:31:22,410 --> 00:31:26,850
Ze trekken de bossen in en leven
daar, en ze leren hoe ze boomschors,

515
00:31:26,850 --> 00:31:29,490
larven en dat soort dingen kunnen eten.

516
00:31:29,490 --> 00:31:33,210
Het idee is dat mensen in
staat willen zijn te overleven.

517
00:31:33,210 --> 00:31:35,550
Veel mensen kijken naar de wildernis.

518
00:31:35,550 --> 00:31:38,730
Heel wat mensen kopen
stukken grond in de wildernis

519
00:31:38,730 --> 00:31:40,950
of zoeken naar vluchtroutes uit de stad

520
00:31:40,950 --> 00:31:44,370
voor wanneer de grote oorlog
uitbreekt of iets dergelijks.

521
00:31:44,370 --> 00:31:46,830
Ze zoeken hun toevlucht in de heuvels.

522
00:31:46,830 --> 00:31:49,050
Toch zegt de Bijbel in Kolossenzen:

523
00:31:49,050 --> 00:31:54,450
want u bent gestorven en uw leven
is met Christus verborgen in God.

524
00:31:54,450 --> 00:31:59,370
Onze enige werkelijke veiligheid
bestaat er dus in dat wij met Christus

525
00:31:59,370 --> 00:32:01,410
verborgen zijn in God.

526
00:32:01,410 --> 00:32:05,130
Ik zal je vertellen hoe mijn gedachtegang
zich uiteindelijk ontwikkelde.

527
00:32:05,130 --> 00:32:08,310
Ik dacht natuurlijk dat
wie naar de heuvels vlucht,

528
00:32:08,310 --> 00:32:12,930
in leven kan blijven om op een andere
dag het evangelie te verkondigen.

529
00:32:12,930 --> 00:32:16,650
Maar aan de andere kant: als
iemand naar de heuvels vlucht

530
00:32:16,650 --> 00:32:21,390
en het nooit beter wordt, verkondigt
hij het evangelie misschien nooit meer,

531
00:32:21,390 --> 00:32:23,850
tenzij hij tegen de bomen wil preken.

532
00:32:23,850 --> 00:32:28,590
Ik kwam tot de conclusie dat het beter is
om in de stad al predikend ten onder te

533
00:32:28,590 --> 00:32:31,590
gaan en samen met de bom omhoog te gaan,

534
00:32:31,590 --> 00:32:34,350
dan mijn dagen in paranoia door te brengen

535
00:32:34,350 --> 00:32:38,010
terwijl ik door de bossen vlucht voor
de antichrist of iets dergelijks.

536
00:32:38,010 --> 00:32:41,790
Het is beter voor mij om mijn
zaak in Gods handen te leggen,

537
00:32:41,790 --> 00:32:46,710
ook al kan dat mijn dood betekenen, in de
wetenschap dat ik ten minste iedere dag

538
00:32:46,710 --> 00:32:48,690
nuttig voor God kan leven.

539
00:32:48,690 --> 00:32:51,330
Misschien zijn mijn
dagen dan minder talrijk,

540
00:32:51,330 --> 00:32:55,830
maar wat heeft het voor zin langer te
leven als ik niets voor God kan doen?

541
00:32:55,830 --> 00:32:59,370
Wat heeft het voor zin jaar na
jaar in de bossen te overleven,

542
00:32:59,370 --> 00:33:01,590
als daar niets voor God te doen is?

543
00:33:01,590 --> 00:33:06,210
Mijn opvattingen zijn behoorlijk veranderd
en ik heb geen enkele belangstelling meer

544
00:33:06,210 --> 00:33:09,330
voor die overlevingscursussen
of wat dan ook.

545
00:33:09,330 --> 00:33:14,610
Maar veel mensen hebben die belangstelling
nog wel, en velen van hen zijn christenen.

546
00:33:14,610 --> 00:33:19,590
Er zijn veel christenen die vinden dat ze
voedselvoorraden moeten aanleggen voor de

547
00:33:19,590 --> 00:33:22,170
tijd van de grote
verdrukking die eraan komt.

548
00:33:22,170 --> 00:33:25,650
Ik heb christelijke leiders vaak
op die manier horen spreken,

549
00:33:25,650 --> 00:33:27,990
en bepaalde christelijke organisaties

550
00:33:27,990 --> 00:33:33,150
adverteren in christelijke tijdschriften
met deze pakketten met gedroogd voedsel.

551
00:33:33,150 --> 00:33:34,590
God is zuiver.

552
00:33:34,590 --> 00:33:37,710
De woorden van de HEERE
zijn reine woorden,

553
00:33:37,710 --> 00:33:42,270
als zilver gelouterd in een aarden
smeltkroes, gezuiverd zevenmaal.

554
00:33:42,270 --> 00:33:48,210
Je wilt aan dat zuivere goud, dat
zuivere zilver, geen slakken toevoegen.

555
00:33:48,210 --> 00:33:51,210
Dit verschilt zo sterk
van de woorden van mensen.

556
00:33:51,210 --> 00:33:54,570
Daarvan kun je er enkele
vertrouwen en vele niet.

557
00:33:54,570 --> 00:33:57,270
Als je naar een mens
luistert, weet je het nooit.

558
00:33:57,270 --> 00:34:02,190
Je moet alles wat hij zegt toetsen
en niets zomaar voor waar aannemen.

559
00:34:02,190 --> 00:34:05,910
Maar wanneer God spreekt, hoef
je je geen zorgen te maken.

560
00:34:05,910 --> 00:34:08,610
Er staat niets in wat onbetrouwbaar is.

561
00:34:08,610 --> 00:34:10,650
Er zitten geen slakken in.

562
00:34:10,650 --> 00:34:12,630
Het is allemaal zuiver.

563
00:34:12,630 --> 00:34:16,230
Ten slotte zegt hij in de verzen 7 en 8:

564
00:34:16,230 --> 00:34:21,030
Ú, HEERE, zult hen bewaren, U
zult hen beschermen tegen dit

565
00:34:21,030 --> 00:34:23,430
geslacht, voor eeuwig.

566
00:34:23,430 --> 00:34:27,030
Overal draven goddelozen rond,
wanneer de gemeensten onder de

567
00:34:27,030 --> 00:34:29,130
mensenkinderen verhoogd worden.

568
00:34:29,130 --> 00:34:31,110
Daarmee bedoelt hij waarschijnlijk:

569
00:34:31,110 --> 00:34:34,230
U zult uw woorden bewaren, want er staat:

570
00:34:34,230 --> 00:34:36,390
de woorden van de Heer.

571
00:34:36,390 --> 00:34:41,310
Nu is het mogelijk dat hij het heeft over
de armen, die in vers 5 worden genoemd:

572
00:34:41,310 --> 00:34:46,470
Om de verwoesting van de ellendigen en
het gekerm van de armen zal Ik nu opstaan,

573
00:34:46,470 --> 00:34:51,450
zegt de HEERE; Ik zal in veiligheid
brengen wie hij weg wil blazen.

574
00:34:51,450 --> 00:34:52,530
Hij zegt:

575
00:34:52,530 --> 00:34:54,690
U zult ze bewaren, Heer.

576
00:34:54,690 --> 00:34:58,410
U zult ze voor altijd
beschermen tegen deze generatie.

577
00:34:58,410 --> 00:35:00,930
Maar volgens mij ligt
het meer voor de hand om

578
00:35:00,930 --> 00:35:05,790
aan te nemen dat hij het heeft over de
woorden die in vers 6 worden genoemd,

579
00:35:05,790 --> 00:35:09,690
en dat Gods woorden voor
eeuwig bewaard zullen blijven.

580
00:35:09,690 --> 00:35:13,590
Jezus zei in Markus 13:31:

581
00:35:13,590 --> 00:35:16,590
De hemel en de aarde zullen voorbijgaan,

582
00:35:16,590 --> 00:35:20,190
maar Mijn woorden zullen
zeker niet voorbijgaan.

583
00:35:20,190 --> 00:35:23,010
Daarmee gaf Hij dus aan
dat ze blijvend zijn.

584
00:35:23,010 --> 00:35:28,410
Op een andere plaats, in
Lukas 16:17, zei Jezus:

585
00:35:28,410 --> 00:35:32,130
En het is gemakkelijker dat de
hemel en de aarde voorbijgaan,

586
00:35:32,130 --> 00:35:35,130
dan dat één tittel van de wet wegvalt.

587
00:35:35,130 --> 00:35:37,530
Een haaltje is een klein pennestreekje.

588
00:35:37,530 --> 00:35:42,450
Dus Hij zei dat het gemakkelijker is
dat hemel en aarde voorbijgaan dan dat

589
00:35:42,450 --> 00:35:47,430
enig detail van de wet, of van
Gods Woord, onvervuld blijft.

590
00:35:47,430 --> 00:35:51,090
Hij zegt hier in vers 7 van Psalm 12:

591
00:35:51,090 --> 00:35:55,950
Ú, HEERE, zult hen bewaren, U
zult hen beschermen tegen dit

592
00:35:55,950 --> 00:35:58,170
geslacht, voor eeuwig.

593
00:35:58,170 --> 00:35:59,550
dat wil zeggen:

594
00:35:59,550 --> 00:36:01,710
U zult ze beschermen, Heer.

595
00:36:01,710 --> 00:36:05,730
U zult ze voor altijd
beschermen tegen deze generatie.

596
00:36:05,730 --> 00:36:09,630
Het is een geweldige belofte, die
nu voor ons allemaal zichtbaar in

597
00:36:09,630 --> 00:36:11,130
vervulling is gegaan.

598
00:36:11,130 --> 00:36:15,750
Toen dit werd geschreven, waren er sinds
het geven van de Wet nog niet zoveel

599
00:36:15,750 --> 00:36:19,470
generaties voorbijgegaan,
al waren het er wel enkele.

600
00:36:19,470 --> 00:36:24,630
Maar inmiddels zijn er vele honderden
generaties voorbijgegaan sinds God

601
00:36:24,630 --> 00:36:27,510
voor het eerst de Wet van Mozes uitsprak.

602
00:36:27,510 --> 00:36:30,990
En in recentere tijden hebben
critici geprobeerd het Nieuwe

603
00:36:30,990 --> 00:36:33,090
Testament te vernietigen.

604
00:36:33,090 --> 00:36:37,830
Legers zijn opgetrokken om te proberen
het Woord van God uit te roeien.

605
00:36:37,830 --> 00:36:41,370
Communistische regeringen,
de Romeinse keizers en de

606
00:36:41,370 --> 00:36:44,010
pausen hebben dat ook geprobeerd.

607
00:36:44,010 --> 00:36:48,030
Zoveel mensen hebben geprobeerd de
Schriften uit te schakelen en volledig

608
00:36:48,030 --> 00:36:49,770
te laten verdwijnen.

609
00:36:49,770 --> 00:36:53,850
Voltaire geloofde dat de Schriften
binnen honderd jaar na zijn eigen tijd

610
00:36:53,850 --> 00:36:55,470
verdwenen zouden zijn.

611
00:36:55,470 --> 00:36:58,890
Hij stierf in 1776.

612
00:36:58,890 --> 00:37:01,650
Hij zei dat het
christendom en de Schriften

613
00:37:01,650 --> 00:37:04,530
binnen honderd jaar
uitgestorven zouden zijn.

614
00:37:04,530 --> 00:37:08,610
Hij geloofde dat de kritiek
enzovoort ze zou vernietigen.

615
00:37:08,610 --> 00:37:12,810
Maar hij is er niet meer en
de Schriften zijn er nog.

616
00:37:12,810 --> 00:37:15,630
Sterker nog, vijftig jaar na zijn dood

617
00:37:15,630 --> 00:37:19,590
werd zijn huis gekocht door het
Bijbelgenootschap van Genève en

618
00:37:19,590 --> 00:37:21,930
gebruikt als drukkerij voor Bijbels.

619
00:37:21,930 --> 00:37:25,110
Dat is een van die ironische
wendingen in de geschiedenis.

620
00:37:25,110 --> 00:37:28,230
Zo vaak hebben mensen geprobeerd
de Bijbel te vernietigen,

621
00:37:28,230 --> 00:37:33,510
maar de belofte hier is dat God de woorden
van God zal bewaren en ze vanaf deze

622
00:37:33,510 --> 00:37:37,230
generatie tot in eeuwigheid
in stand zal houden.

623
00:37:37,230 --> 00:37:40,590
Ze zullen nooit vernietigd
of weggenomen worden.

624
00:37:40,590 --> 00:37:41,910
Hij zegt:

625
00:37:41,910 --> 00:37:45,510
Overal draven goddelozen rond,
wanneer de gemeensten onder de

626
00:37:45,510 --> 00:37:47,490
mensenkinderen verhoogd worden.

627
00:37:47,490 --> 00:37:52,170
Ik heb hier geen kruisverwijzing bij,
maar ergens in Spreuken wordt vermeld

628
00:37:52,170 --> 00:37:56,370
dat wanneer goddelozen gezag
hebben, de goddeloosheid toeneemt,

629
00:37:56,370 --> 00:37:59,910
dat wil zeggen dat het aantal
goddeloze mensen toeneemt.

630
00:37:59,910 --> 00:38:02,190
Dat is in wezen ook wat dit zegt.

631
00:38:02,190 --> 00:38:05,010
Wanneer de verachtelijkste
mensen verheven worden,

632
00:38:05,010 --> 00:38:08,010
wanneer slechte mensen
machtsposities bekleden,

633
00:38:08,010 --> 00:38:10,890
dan lopen goddeloze mensen overal rond.

634
00:38:10,890 --> 00:38:16,290
Dat wil zeggen: overal om je heen zul
je door goddeloze mensen omringd zijn.

635
00:38:16,290 --> 00:38:18,750
Dit pleit voor goed bestuur.

636
00:38:18,750 --> 00:38:23,130
In Spreuken staat ook dat wanneer de
rechtvaardigen aan de macht zijn of gezag

637
00:38:23,130 --> 00:38:25,410
hebben, het volk zich verheugt.

638
00:38:25,410 --> 00:38:29,370
Maar wanneer de goddelozen gezag
hebben, verbergt het volk zich.

639
00:38:29,370 --> 00:38:33,030
Mensen moeten vanwege
goddeloze heersers onderduiken.

640
00:38:33,030 --> 00:38:37,530
Dit zegt dus in wezen dat er iets te
zeggen valt voor godvrezende mannen in het

641
00:38:37,530 --> 00:38:41,310
bestuur, mannen die de
woorden van God zullen eren.

642
00:38:41,310 --> 00:38:45,690
Want mensen die het Woord van God
negeren, zijn zelf niet betrouwbaar.

643
00:38:45,690 --> 00:38:49,170
Hun woorden zijn niet
betrouwbaar, maar die van God wel.

644
00:38:49,170 --> 00:38:50,430
We gaan verder.

645
00:38:50,430 --> 00:38:54,390
We hebben Psalm 13 bestudeerd als een
voorbeeld van een ommekeer door gebed.

646
00:38:54,390 --> 00:38:58,050
In de eerste twee verzen begint
hij met neerslachtigheid,

647
00:38:58,050 --> 00:39:02,010
in de volgende twee verzen bidt
hij en in de laatste twee verzen is

648
00:39:02,010 --> 00:39:04,230
hij volkomen optimistisch.

649
00:39:04,230 --> 00:39:07,650
Dit is een heel aanschouwelijk
voorbeeld van deze tendens

650
00:39:07,650 --> 00:39:09,810
die we vaak in de Psalmen zien.

651
00:39:09,810 --> 00:39:12,690
Maar we zullen dit vers
niet opnieuw bestuderen,

652
00:39:12,690 --> 00:39:14,910
omdat we het al besproken hebben.

653
00:39:14,910 --> 00:39:17,610
We komen nu bij Psalm 14.

654
00:39:17,610 --> 00:39:21,270
Psalm 14 is bijna identiek
aan een andere Psalm.

655
00:39:21,270 --> 00:39:23,610
Hij verschilt slechts in enkele woorden,

656
00:39:23,610 --> 00:39:27,030
maar de gedachten zijn
vrijwel overal hetzelfde.

657
00:39:27,030 --> 00:39:30,150
De andere Psalm is Psalm 53.

658
00:39:30,150 --> 00:39:34,290
Ik wil ze allebei bekijken om te
zien welke verschillen er zijn.

659
00:39:34,290 --> 00:39:36,390
Dit is een Psalm van David:

660
00:39:36,390 --> 00:39:39,390
Een psalm van David, voor de koorleider.

661
00:39:39,390 --> 00:39:43,050
De dwaas zegt in zijn
hart: Er is geen God.

662
00:39:43,050 --> 00:39:46,950
Zij handelen verderfelijk,
bedrijven gruwelijke daden;

663
00:39:46,950 --> 00:39:48,990
er is niemand die goeddoet.

664
00:39:48,990 --> 00:39:52,350
De HEERE heeft uit de hemel
neergezien op de mensenkinderen,

665
00:39:52,350 --> 00:39:56,730
om te zien of er iemand verstandig
was, iemand die God zocht.

666
00:39:56,730 --> 00:40:02,670
Zij allen zijn afgedwaald, tezamen zijn
zij verdorven; er is niemand die goeddoet,

667
00:40:02,670 --> 00:40:04,230
zelfs niet één.

668
00:40:04,230 --> 00:40:07,710
Hebben zij dan geen kennis,
allen die onrecht bedrijven,

669
00:40:07,710 --> 00:40:10,950
die mijn volk opeten alsof zij brood aten?

670
00:40:10,950 --> 00:40:13,230
Zij roepen de HEERE niet aan.

671
00:40:13,230 --> 00:40:17,010
Daar worden zij door angst bevangen,
want God is bij het geslacht

672
00:40:17,010 --> 00:40:18,750
van de rechtvaardige!

673
00:40:18,750 --> 00:40:21,750
Weliswaar beschaamt u het
voornemen van de ellendige,

674
00:40:21,750 --> 00:40:24,210
maar de HEERE is zijn toevlucht.

675
00:40:24,210 --> 00:40:27,630
Och, dat Israëls verlossing uit Sion kwam!

676
00:40:27,630 --> 00:40:31,110
Wanneer de HEERE de gevangenen
van Zijn volk laat terugkeren,

677
00:40:31,110 --> 00:40:35,310
dan zal Jakob zich verheugen,
Israël zal verblijd zijn.

678
00:40:35,310 --> 00:40:40,590
De eerste drie verzen zeggen in wezen dat
er niet veel goede mensen te vinden zijn.

679
00:40:40,590 --> 00:40:42,090
Hij zegt zelfs:

680
00:40:42,090 --> 00:40:44,670
er is niemand, echt niet één.

681
00:40:44,670 --> 00:40:48,570
Je zou dit dichterlijk kunnen
opvatten als een lichte overdrijving,

682
00:40:48,570 --> 00:40:51,570
tenzij we het over
absolute goedheid hebben.

683
00:40:51,570 --> 00:40:54,630
Als hij het heeft over
volkomen goede mensen die

684
00:40:54,630 --> 00:40:58,530
nooit iets verkeerds hebben gedaan, dan
zouden we terecht kunnen zeggen dat er

685
00:40:58,530 --> 00:41:01,470
niemand is, zelfs niet één.

686
00:41:01,470 --> 00:41:03,330
Zo gebruikt Paulus het.

687
00:41:03,330 --> 00:41:08,550
Paulus citeert deze passage
in Romeinen 3:10–12.

688
00:41:08,550 --> 00:41:13,170
Hij citeert hier de verzen
1 tot en met 3 en zegt:

689
00:41:13,170 --> 00:41:18,270
zoals geschreven staat: Er is
niemand rechtvaardig, ook niet één,

690
00:41:18,270 --> 00:41:22,830
er is niemand die verstandig
is, er is niemand die God zoekt.

691
00:41:22,830 --> 00:41:27,270
Allen zijn zij afgedwaald, samen
zijn zij nutteloos geworden.

692
00:41:27,270 --> 00:41:31,050
Er is niemand die goeddoet,
er is er zelfs niet één.

693
00:41:31,050 --> 00:41:35,670
Als we het hebben over absolute
gerechtigheid zoals Jezus die bezat,

694
00:41:35,670 --> 00:41:39,630
dus zondeloosheid, dan kan dat
natuurlijk als een volkomen

695
00:41:39,630 --> 00:41:42,090
letterlijke uitspraak worden opgevat.

696
00:41:42,090 --> 00:41:45,450
Nee, niet één is zondeloos.

697
00:41:45,450 --> 00:41:49,350
Aan de andere kant gebruiken de
Psalmen het woord ‘rechtvaardig’

698
00:41:49,350 --> 00:41:54,450
en de uitdrukking ‘goeddoen’ meestal
in een meer betrekkelijke betekenis.

699
00:41:54,450 --> 00:41:57,810
De psalmist vermeldt vaak
dat hij rechtvaardig is,

700
00:41:57,810 --> 00:42:02,370
dat hij heeft gedaan wat rechtvaardig
is, dat hij heeft gedaan wat goed is.

701
00:42:02,370 --> 00:42:06,450
Als het hier zo bedoeld is — als
hij spreekt over goede mensen,

702
00:42:06,450 --> 00:42:10,770
van wie hij erkent dat er een
aantal zijn, onder wie hijzelf —

703
00:42:10,770 --> 00:42:12,630
dan zou zijn uitspraak:

704
00:42:12,630 --> 00:42:15,930
Er is niemand die rechtvaardig
is, echt niet één,

705
00:42:15,930 --> 00:42:17,790
meer een dichterlijke uitspraak zijn.

706
00:42:17,790 --> 00:42:20,430
Het lijkt dan meer op wat Elia zei:

707
00:42:20,430 --> 00:42:26,490
Hij zei: Ik heb mij zeer voor de HEERE,
de God van de legermachten, ingezet.

708
00:42:26,490 --> 00:42:29,970
De Israëlieten hebben
immers Uw verbond verlaten,

709
00:42:29,970 --> 00:42:34,950
Uw altaren omvergehaald en Uw
profeten met het zwaard gedood.

710
00:42:34,950 --> 00:42:41,070
Ik alleen ben overgebleven, en zij staan
mij naar het leven om het mij te benemen.

711
00:42:41,070 --> 00:42:45,990
Hij zegt niet per se dat hij werkelijk
heeft nagegaan of er nog anderen zijn.

712
00:42:45,990 --> 00:42:51,990
Hij bedoelt dat hij uit eigen ervaring
naast zichzelf zelfs niet één andere

713
00:42:51,990 --> 00:42:53,970
rechtvaardige man kan noemen.

714
00:42:53,970 --> 00:42:59,250
Maar nogmaals, zoals ik al zei, Paulus
kan het heel letterlijk nemen wanneer hij

715
00:42:59,250 --> 00:43:02,070
spreekt over absolute gerechtigheid.

716
00:43:02,070 --> 00:43:06,630
Hij laat dan zien dat niemand van ons
door zijn eigen werken gerechtvaardigd

717
00:43:06,630 --> 00:43:08,490
kan worden, want:

718
00:43:08,490 --> 00:43:12,750
Want allen hebben gezondigd en
missen de heerlijkheid van God,

719
00:43:12,750 --> 00:43:17,130
Hij kan het heel letterlijk nemen, hoewel
de psalmist misschien niet aan zoiets

720
00:43:17,130 --> 00:43:21,750
denkt, want, zoals ik al zei,
dezelfde schrijver, David,

721
00:43:21,750 --> 00:43:25,590
spreekt vaak over zichzelf als
iemand die rechtvaardig is.

722
00:43:25,590 --> 00:43:30,930
Wanneer we bij Psalm 17 komen, zul je
zelfs zien hoe duidelijk hij over zichzelf

723
00:43:30,930 --> 00:43:33,690
spreekt als iemand die rechtvaardig is.

724
00:43:33,690 --> 00:43:37,590
Maar hij wijst hier in algemene
zin op de verdorvenheid van

725
00:43:37,590 --> 00:43:39,870
vrijwel alle mannen die hij kent.

726
00:43:39,870 --> 00:43:41,070
In zijn uitspraak:

727
00:43:41,070 --> 00:43:44,070
Een psalm van David, voor de koorleider.

728
00:43:44,070 --> 00:43:47,730
De dwaas zegt in zijn
hart: Er is geen God.

729
00:43:47,730 --> 00:43:51,150
Zij handelen verderfelijk,
bedrijven gruwelijke daden;

730
00:43:51,150 --> 00:43:53,190
er is niemand die goeddoet.

731
00:43:53,190 --> 00:43:56,790
De HEERE heeft uit de hemel
neergezien op de mensenkinderen,

732
00:43:56,790 --> 00:44:01,170
om te zien of er iemand verstandig
was, iemand die God zocht.

733
00:44:01,170 --> 00:44:07,290
Zij allen zijn afgedwaald, tezamen zijn
zij verdorven; er is niemand die goeddoet,

734
00:44:07,290 --> 00:44:08,790
zelfs niet één.

735
00:44:08,790 --> 00:44:12,450
Hebben zij dan geen kennis,
allen die onrecht bedrijven,

736
00:44:12,450 --> 00:44:15,690
die mijn volk opeten alsof zij brood aten?

737
00:44:15,690 --> 00:44:17,790
Zij roepen de HEERE niet aan.

738
00:44:17,790 --> 00:44:21,330
Daar worden zij door angst bevangen,
want God is bij het geslacht

739
00:44:21,330 --> 00:44:23,010
van de rechtvaardige!

740
00:44:23,010 --> 00:44:26,130
Weliswaar beschaamt u het
voornemen van de ellendige,

741
00:44:26,130 --> 00:44:28,830
maar de HEERE is zijn toevlucht.

742
00:44:28,830 --> 00:44:32,430
Och, dat Israëls verlossing uit Sion kwam!

743
00:44:32,430 --> 00:44:35,790
Wanneer de HEERE de gevangenen
van Zijn volk laat terugkeren,

744
00:44:35,790 --> 00:44:39,870
dan zal Jakob zich verheugen,
Israël zal verblijd zijn.

745
00:44:39,870 --> 00:44:45,330
is het Hebreeuwse woord voor ‘dwaas’
nabal, Nabal was de naam van een man die

746
00:44:45,330 --> 00:44:50,970
zich daadwerkelijk, op een niet al te
ernstige manier, tegen David verzette.

747
00:44:50,970 --> 00:44:53,610
Toen David voor Saul op de vlucht was,

748
00:44:53,610 --> 00:44:58,650
woonde deze rijke man Nabal op het
land waar David doorheen vluchtte.

749
00:44:58,650 --> 00:45:02,250
David stuurde boodschappers naar
Nabal met de vraag of hij voedsel van

750
00:45:02,250 --> 00:45:03,810
hem kon krijgen.

751
00:45:03,810 --> 00:45:05,610
Nabal wees hem af.

752
00:45:05,610 --> 00:45:10,830
David werd zo kwaad op Nabal dat hij de
man met zijn legermacht wilde aanvallen

753
00:45:10,830 --> 00:45:12,690
en hem wilde uitroeien.

754
00:45:12,690 --> 00:45:15,870
Maar de vrouw van Nabal,
die Abigail heette,

755
00:45:15,870 --> 00:45:19,890
ging naar buiten en bracht
voedsel naar David en zijn mannen.

756
00:45:19,890 --> 00:45:22,650
Ze smeekte hem niet te
komen om haar man te doden.

757
00:45:22,650 --> 00:45:27,270
David zei dat ze een wijze vrouw was
en liet haar gaan. Maar zij zegt:

758
00:45:27,270 --> 00:45:31,830
Laat mijn heer toch geen aandacht schenken
aan deze verdorven man, aan Nabal,

759
00:45:31,830 --> 00:45:38,250
want zoals zijn naam is, zo is hij: Nabal
is zijn naam en er is dwaasheid in hem.

760
00:45:38,250 --> 00:45:42,690
Maar ik, uw dienares, heb de knechten
van mijn heer, die u gezonden

761
00:45:42,690 --> 00:45:44,250
hebt, niet gezien.

762
00:45:44,250 --> 00:45:47,370
want het woord nabal betekent dwaas.

763
00:45:47,370 --> 00:45:49,710
Zijn naam betekende dwaas.

764
00:45:49,710 --> 00:45:54,090
Uiteindelijk stierf Nabal de volgende
dag, blijkbaar aan een hartaanval,

765
00:45:54,090 --> 00:45:56,910
en Abigail werd een van Davids vrouwen.

766
00:45:56,910 --> 00:45:58,770
Maar dat is een ander verhaal.

767
00:45:58,770 --> 00:46:02,970
Wanneer David hier schrijft: ‘De
dwaas heeft bij zichzelf gezegd:

768
00:46:02,970 --> 00:46:06,990
Er is geen God’, is het mogelijk dat
hij dit kort na zijn ervaring met

769
00:46:06,990 --> 00:46:11,010
Nabal schreef en daarbij heel
sterk aan deze man dacht.

770
00:46:11,010 --> 00:46:13,350
Het is ook mogelijk dat dit niet zo was,

771
00:46:13,350 --> 00:46:16,470
want nabal was het
gewone woord voor dwaas.

772
00:46:16,470 --> 00:46:20,430
Maar omdat David inderdaad conflicten
had met een man die zo heette,

773
00:46:20,430 --> 00:46:23,610
is het een interessante
mogelijkheid dat hij aan hem denkt.

774
00:46:23,610 --> 00:46:28,230
Hij neemt de naam van de man en maakt van
de uitspraak meer een algemene uitspraak

775
00:46:28,230 --> 00:46:31,590
over alle mensen die als dwazen
kunnen worden omschreven.

776
00:46:31,590 --> 00:46:34,470
Hier zegt hij dat een
atheïst een dwaas is.

777
00:46:34,470 --> 00:46:37,830
Het is interessant dat de mensen die
zichzelf tegenwoordig het geleerdst

778
00:46:37,830 --> 00:46:41,490
vinden, meestal degenen zijn
die het atheïsme aanhangen.

779
00:46:41,490 --> 00:46:44,010
Meestal hebben ze daar
geen goede redenen voor.

780
00:46:44,010 --> 00:46:47,610
Maar onder wetenschappers is het
modieus om atheïstisch te zijn,

781
00:46:47,610 --> 00:46:51,270
om te beweren dat alles verklaard kan
worden door wetenschappelijke wetten en

782
00:46:51,270 --> 00:46:54,150
mechanismen, mechanistische
processen enzovoort.

783
00:46:54,150 --> 00:46:58,170
Alles wordt beheerst door natuurwetten,
de natuur heeft alles gedaan

784
00:46:58,170 --> 00:46:59,970
en er is geen God.

785
00:46:59,970 --> 00:47:04,110
Maar hoewel atheïsten tegenwoordig
misschien menen dat ze een reputatie van

786
00:47:04,110 --> 00:47:06,810
wijsheid en geleerdheid
voor zichzelf opbouwen,

787
00:47:06,810 --> 00:47:10,350
zegt David dat juist zij
terecht dwazen worden genoemd.

788
00:47:10,350 --> 00:47:14,730
Ze negeren namelijk de duidelijkste
werkelijkheden van de natuur om hen heen.

789
00:47:14,730 --> 00:47:19,770
De hemel vertelt Gods eer, het gewelf
verkondigt het werk van Zijn handen.

790
00:47:19,770 --> 00:47:23,970
Degenen die zeggen dat er geen God
is, hebben geen verontschuldiging.

791
00:47:23,970 --> 00:47:28,830
Ze zijn dwaas omdat ze moedwillig hun
ogen sluiten voor de werkelijkheid die

792
00:47:28,830 --> 00:47:32,130
overal om hen heen
luidkeels van God getuigt.

793
00:47:32,130 --> 00:47:34,350
In het tweede vers, waar staat:

794
00:47:34,350 --> 00:47:39,090
De Heer keek vanuit de hemel neer op de
mensen om te zien of er iemand was die het

795
00:47:39,090 --> 00:47:44,250
begreep en God zocht, doet het ons
denken aan de tijd vóór de zondvloed.

796
00:47:44,250 --> 00:47:48,390
Er staat dat God vanuit de
hemel neerkeek en dat Hij zag:

797
00:47:48,390 --> 00:47:52,770
En de HEERE zag dat de slechtheid
van de mens op de aarde groot was,

798
00:47:52,770 --> 00:47:57,570
en dat al de gedachtespinsels van zijn
hart elke dag alleen maar slecht waren.

799
00:47:57,570 --> 00:48:00,630
Het geeft hetzelfde beeld
van God Die neerziet

800
00:48:00,630 --> 00:48:03,210
en ziet hoe goddeloos de mensen zijn.

801
00:48:03,210 --> 00:48:05,430
Wat Hij in vers 3 ziet, is:

802
00:48:05,430 --> 00:48:08,430
Een psalm van David, voor de koorleider.

803
00:48:08,430 --> 00:48:11,910
De dwaas zegt in zijn
hart: Er is geen God.

804
00:48:11,910 --> 00:48:15,570
Zij handelen verderfelijk,
bedrijven gruwelijke daden;

805
00:48:15,570 --> 00:48:17,550
er is niemand die goeddoet.

806
00:48:17,550 --> 00:48:20,730
De HEERE heeft uit de hemel
neergezien op de mensenkinderen,

807
00:48:20,730 --> 00:48:24,330
om te zien of er iemand verstandig
was, iemand die God zocht.

808
00:48:24,330 --> 00:48:30,090
Zij allen zijn afgedwaald, tezamen zijn
zij verdorven; er is niemand die goeddoet,

809
00:48:30,090 --> 00:48:31,410
zelfs niet één.

810
00:48:31,410 --> 00:48:35,130
Hebben zij dan geen kennis,
allen die onrecht bedrijven,

811
00:48:35,130 --> 00:48:38,250
die mijn volk opeten alsof zij brood aten?

812
00:48:38,250 --> 00:48:40,410
Zij roepen de HEERE niet aan.

813
00:48:40,410 --> 00:48:43,170
Daar worden zij door
angst bevangen, want God

814
00:48:43,170 --> 00:48:45,930
is bij het geslacht van de rechtvaardige!

815
00:48:45,930 --> 00:48:49,170
Weliswaar beschaamt u het
voornemen van de ellendige,

816
00:48:49,170 --> 00:48:52,050
maar de HEERE is zijn toevlucht.

817
00:48:52,050 --> 00:48:55,890
Och, dat Israëls verlossing uit Sion kwam!

818
00:48:55,890 --> 00:48:59,310
Wanneer de HEERE de gevangenen
van Zijn volk laat terugkeren,

819
00:48:59,310 --> 00:49:03,750
dan zal Jakob zich verheugen,
Israël zal verblijd zijn.

820
00:49:03,750 --> 00:49:10,230
Het woord ‘filthy’ wordt in de New English
Bible vertaald als ‘rotten to the core’.

821
00:49:10,230 --> 00:49:13,350
Iedereen is tot in de kern verrot geraakt.

822
00:49:13,350 --> 00:49:18,030
Met andere woorden, dit zijn
mensen die God niet hebben gezocht.

823
00:49:18,030 --> 00:49:22,830
Ze hebben geen acht geslagen op
Zijn zelfopenbaring. Ze zijn dwazen.

824
00:49:22,830 --> 00:49:24,690
Ze negeren Zijn wet.

825
00:49:24,690 --> 00:49:28,350
Blijkbaar zijn de werken die
ze doen gruwelijke werken.

826
00:49:28,350 --> 00:49:33,990
In hun daden trotseren ze God dus
rechtstreeks door in zonde te leven

827
00:49:33,990 --> 00:49:36,630
en Zijn wetten te overtreden.

828
00:49:36,630 --> 00:49:41,670
Naast het overtreden van Gods wetten en
het rechtstreeks trotseren van God doen ze

829
00:49:41,670 --> 00:49:47,370
nog iets anders: ze trotseren Hem
indirect door Zijn volk te vervolgen.

830
00:49:47,370 --> 00:49:49,710
Dat staat in vers 4:

831
00:49:49,710 --> 00:49:52,950
Snappen al die mensen die
kwaad doen er dan niets van?

832
00:49:52,950 --> 00:49:58,110
Ze verslinden mijn volk alsof ze
brood eten en roepen de Heer niet aan.

833
00:49:58,110 --> 00:50:02,310
Toen werden ze doodsbang, want
God is bij de rechtvaardigen.

834
00:50:02,310 --> 00:50:05,250
Hij zegt dat die mensen
die Gods volk vervolgen,

835
00:50:05,250 --> 00:50:07,710
in grote angst zullen worden gebracht.

836
00:50:07,710 --> 00:50:12,330
God zal datgene waar ze bang voor
zijn over hen brengen en hen straffen,

837
00:50:12,330 --> 00:50:14,910
omdat Hij te midden van Zijn volk is.

838
00:50:14,910 --> 00:50:17,850
Het geslacht van de
rechtvaardigen is Gods volk.

839
00:50:17,850 --> 00:50:22,830
Met ‘u beschaamt het voornemen van de
ellendige’ wordt waarschijnlijk bedoeld,

840
00:50:22,830 --> 00:50:27,450
hoewel dat niet zeker is, dat je de arme
man beschaamd hebt door het onrecht dat

841
00:50:27,450 --> 00:50:29,610
hem in de rechtszaal is aangedaan.

842
00:50:29,610 --> 00:50:33,270
Met ‘counsel’ wordt vaak
juridisch advies bedoeld.

843
00:50:33,270 --> 00:50:35,430
Wanneer een arme man
naar de rechter gaat om

844
00:50:35,430 --> 00:50:38,670
door het oordeel van de rechter
in het gelijk te worden gesteld,

845
00:50:38,670 --> 00:50:41,130
hebben deze mensen
misbruik van hem gemaakt

846
00:50:41,130 --> 00:50:43,770
en hem schandelijk onrecht aangedaan.

847
00:50:43,770 --> 00:50:47,250
Al is de formulering daar
enigszins moeilijk te begrijpen.

848
00:50:47,250 --> 00:50:51,330
Dan wordt er in vers 7 geroepen
en verlangd naar de dag waarop God

849
00:50:51,330 --> 00:50:55,290
alles recht zal zetten, wanneer de
goddelozen gestraft zullen worden

850
00:50:55,290 --> 00:50:59,310
en de rechtvaardigen weer
verheven zullen worden. Hij zegt:

851
00:50:59,310 --> 00:51:02,850
Och, dat Israëls verlossing uit Sion kwam!

852
00:51:02,850 --> 00:51:06,210
Wanneer de HEERE de gevangenen
van Zijn volk laat terugkeren,

853
00:51:06,210 --> 00:51:10,770
dan zal Jakob zich verheugen,
Israël zal verblijd zijn.

854
00:51:10,770 --> 00:51:14,430
Jakob en Israël zijn gewoon
twee verschillende namen.

855
00:51:14,430 --> 00:51:17,370
Het waren allebei namen voor dezelfde man.

856
00:51:17,370 --> 00:51:19,110
Zijn naam was Jakob.

857
00:51:19,110 --> 00:51:24,810
Op een nacht worstelde hij met God, en
vanaf dat moment noemden ze hem Israël.

858
00:51:24,810 --> 00:51:29,610
Soms werd het volk Israël genoemd naar de
naam die de man vóór zijn bekering had,

859
00:51:29,610 --> 00:51:34,110
en soms naar zijn latere
naam: Jakob of Israël.

860
00:51:34,110 --> 00:51:36,330
Hier treffen we beide namen aan,

861
00:51:36,330 --> 00:51:39,930
waarschijnlijk alleen omwille
van het poëtische parallellisme.

862
00:51:39,930 --> 00:51:44,550
De uitdrukking kan in het Hebreeuws
worden vertaald als ‘herstelt het lot’.

863
00:51:44,550 --> 00:51:49,050
Hij sprak dus over het moment waarop de
Heere het lot van Zijn volk herstelt.

864
00:51:49,050 --> 00:51:53,730
Dat hoeft niet te betekenen dat zij
op dat moment in gevangenschap waren.

865
00:51:53,730 --> 00:51:58,290
David leefde niet lang genoeg om mee te
maken dat het volk in gevangenschap ging,

866
00:51:58,290 --> 00:52:00,750
zoals later in Babylon gebeurde.

867
00:52:00,750 --> 00:52:05,730
Sommigen hebben gemeend dat David deze
psalm niet geschreven kan hebben omdat

868
00:52:05,730 --> 00:52:09,810
hier gevangenschap wordt genoemd, en dat
hij door de Joden geschreven moet zijn

869
00:52:09,810 --> 00:52:12,990
toen zij in ballingschap,
in gevangenschap, waren.

870
00:52:12,990 --> 00:52:17,310
Maar David hoeft dat niet te zeggen,
en de psalm hoeft dat niet te zeggen,

871
00:52:17,310 --> 00:52:19,950
want letterlijk kan het
eenvoudig betekenen:

872
00:52:19,950 --> 00:52:22,650
‘Wacht maar tot God hun lot herstelt.’

873
00:52:22,650 --> 00:52:27,570
Weet je nog wat er in Job, hoofdstuk
42, vers 10 over Job staat?

874
00:52:27,570 --> 00:52:31,110
En de HEERE bracht een omkeer
in het levenslot van Job,

875
00:52:31,110 --> 00:52:33,510
toen hij gebeden had voor zijn vrienden.

876
00:52:33,510 --> 00:52:38,190
De HEERE vermeerderde alles wat Job
bezeten had tot het dubbele toe.

877
00:52:38,190 --> 00:52:42,810
Ook hier betekent dezelfde uitdrukking
dat Hij zijn lot herstelde.

878
00:52:42,810 --> 00:52:46,830
Het betekent niet dat hij letterlijk
door iemand gevangen werd gehouden.

879
00:52:46,830 --> 00:52:51,750
We zien dus dat de psalm de goddelozen
allereerst beschrijft aan de hand van hun

880
00:52:51,750 --> 00:52:56,190
openlijk gruwelijke praktijken,
die tegen de wetten van God ingaan.

881
00:52:56,190 --> 00:53:01,650
Ten tweede beschrijft hij hen aan de hand
van het feit dat ze Gods volk vervolgen.

882
00:53:01,650 --> 00:53:05,730
Dat is de grote misrekening,
want ze beseffen niet dat God

883
00:53:05,730 --> 00:53:07,590
te midden van Zijn volk is.

884
00:53:07,590 --> 00:53:11,910
Toen Saul de gemeente vervolgde, werd
hij plotseling tot staan gebracht doordat

885
00:53:11,910 --> 00:53:13,290
de Heere zei:

886
00:53:13,290 --> 00:53:17,970
en toen hij op de grond gevallen was,
hoorde hij een stem die tegen hem zei:

887
00:53:17,970 --> 00:53:21,570
Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij?

888
00:53:21,570 --> 00:53:27,330
Je kunt Gods volk niet vervolgen
zonder God Zelf te vervolgen.

889
00:53:27,330 --> 00:53:30,510
In een van de psalmen waar we
binnenkort aan toe zullen komen,

890
00:53:30,510 --> 00:53:33,150
zullen we een verwijzing
aantreffen naar God,

891
00:53:33,150 --> 00:53:36,750
Die Zijn volk beschermt als Zijn oogappel.

892
00:53:36,750 --> 00:53:39,810
Met de oogappel wordt
natuurlijk de pupil bedoeld.

893
00:53:39,810 --> 00:53:41,910
Iemand beschermt zijn oog.

894
00:53:41,910 --> 00:53:46,170
Als iemand zijn oog wil aanraken,
zal hij dat niet toelaten.

895
00:53:46,170 --> 00:53:49,890
God beschermt Zijn volk als Zijn oogappel.

896
00:53:49,890 --> 00:53:52,470
In Zacharia zei God tegen de Joden:

897
00:53:52,470 --> 00:53:57,751
Want zo zegt de HEERE van de legermachten:
Nadat Hij heerlijkheid heeft beloofd ,

898
00:53:57,751 --> 00:54:01,590
heeft Hij Mij gezonden tot die
heidenvolken die u beroven,

899
00:54:01,590 --> 00:54:05,610
want wie u aanraakt,
raakt Zijn oogappel aan.

900
00:54:05,610 --> 00:54:10,170
Hoe voelt het wanneer iemand je
oog aanraakt? Pijnlijk, natuurlijk.

901
00:54:10,170 --> 00:54:13,170
Als iemand een vinger naar
hen uitsteekt, zegt Hij,

902
00:54:13,170 --> 00:54:15,630
is dat alsof hij God in het oog prikt.

903
00:54:15,630 --> 00:54:21,030
Daarop zal God niet achteroverleunen en
het zomaar over Zich heen laten komen.

904
00:54:21,030 --> 00:54:24,150
Dat was dus de misrekening
van de goddelozen.

905
00:54:24,150 --> 00:54:26,490
Ze overtreden niet
alleen de wetten van God,

906
00:54:26,490 --> 00:54:29,430
maar ze vervolgen ook het volk van God.

907
00:54:29,430 --> 00:54:32,130
Nu zal Hij hen in angst brengen.

908
00:54:32,130 --> 00:54:36,690
Uiteindelijk verlangt de psalmist naar de
dag waarop God het lot van het volk van

909
00:54:36,690 --> 00:54:40,890
God zal herstellen en de
goddelozen zal vernietigen.

910
00:54:40,890 --> 00:54:45,210
Psalm 53 is, zoals ik
al zei, bijna identiek.

911
00:54:45,210 --> 00:54:48,810
Dat kun je zien door er
eenvoudigweg even naar te kijken:

912
00:54:48,810 --> 00:54:52,710
De dwaas zegt in zijn
hart: Er is geen God.

913
00:54:52,710 --> 00:54:57,030
Zij handelen verderfelijk, zij
bedrijven gruwelijk onrecht;

914
00:54:57,030 --> 00:54:59,370
er is niemand die goeddoet.

915
00:54:59,370 --> 00:55:03,810
enzovoort. De psalm komt bijna
exact overeen met de andere.

916
00:55:03,810 --> 00:55:08,070
Laat me hem even doorlopen en je de
voornaamste verschillen laten zien.

917
00:55:08,070 --> 00:55:11,910
De meeste verschillen zijn
heel klein of verwaarloosbaar.

918
00:55:11,910 --> 00:55:16,230
De meeste zijn niet eens verschillen,
behalve in de woordvolgorde,

919
00:55:16,230 --> 00:55:19,770
al is er één gedeelte waar wel
een belangrijk verschil is.

920
00:55:19,770 --> 00:55:25,530
In het eerste vers is het enige
verschil tussen Psalm 53 en Psalm 14 dat

921
00:55:25,530 --> 00:55:27,390
Psalm 53 zegt:

922
00:55:27,390 --> 00:55:33,210
Ze zijn verdorven en hebben afschuwelijke
dingen gedaan, terwijl Psalm 14 zegt:

923
00:55:33,210 --> 00:55:35,970
Een psalm van David, voor de koorleider.

924
00:55:35,970 --> 00:55:39,630
De dwaas zegt in zijn
hart: Er is geen God.

925
00:55:39,630 --> 00:55:43,350
Zij handelen verderfelijk,
bedrijven gruwelijke daden;

926
00:55:43,350 --> 00:55:45,390
er is niemand die goeddoet.

927
00:55:45,390 --> 00:55:48,690
Je kunt zien dat de gedachten
in wezen niet verschillen.

928
00:55:48,690 --> 00:55:51,090
Alleen de formulering is anders.

929
00:55:51,090 --> 00:55:54,270
Er is ook een klein verschil in vers 2.

930
00:55:54,270 --> 00:55:57,150
Psalm 53:2 zegt:

931
00:55:57,150 --> 00:56:00,390
God heeft uit de hemel
neergezien op de mensenkinderen,

932
00:56:00,390 --> 00:56:04,710
om te zien of er iemand verstandig
was, iemand die God zocht.

933
00:56:04,710 --> 00:56:06,990
terwijl Psalm 14 zegt:

934
00:56:06,990 --> 00:56:10,410
De HEERE heeft uit de hemel
neergezien op de mensenkinderen,

935
00:56:10,410 --> 00:56:14,910
om te zien of er iemand verstandig
was, iemand die God zocht.

936
00:56:14,910 --> 00:56:18,450
Het woord ‘God’ is Elohim.

937
00:56:18,450 --> 00:56:23,190
In Psalm 14 staat ‘Heere’, of ‘Jehovah’.

938
00:56:23,190 --> 00:56:27,810
In feite wordt in heel Psalm
14 de naam ‘Jehovah’ gebruikt,

939
00:56:27,810 --> 00:56:32,130
terwijl deze psalm de naam
‘Elohim’, God, gebruikt.

940
00:56:32,130 --> 00:56:35,490
Ik weet niet wat de betekenis
van die verandering is.

941
00:56:35,490 --> 00:56:40,770
Voor zover ik kan nagaan, is het in feite
niet echt een betekenisvolle verandering,

942
00:56:40,770 --> 00:56:43,890
aangezien God en Jehovah
hetzelfde wezen zijn.

943
00:56:43,890 --> 00:56:49,950
Toch is het een interessant feit dat deze
psalm overal het woord ‘God’ gebruikt,

944
00:56:49,950 --> 00:56:55,830
terwijl Psalm 14 op dezelfde plaatsen
consequent het woord ‘Jehovah’ gebruikt,

945
00:56:55,830 --> 00:56:59,070
of ‘Heere’ in de King Jamesvertaling.

946
00:56:59,070 --> 00:57:04,410
Aan het eind van vers 2 staat dat Hij
kijkt om te zien of er ook mensen zijn:

947
00:57:04,410 --> 00:57:07,050
die verstandig was, die God zocht.

948
00:57:07,050 --> 00:57:10,410
Het enige verschil is
dat hoofdstuk 14 zegt:

949
00:57:10,410 --> 00:57:13,350
verstandig was en God zocht.

950
00:57:13,350 --> 00:57:16,410
Er is geen werkelijk verschil in gedachte.

951
00:57:16,410 --> 00:57:19,290
In vers 3 zegt hoofdstuk 14:

952
00:57:19,290 --> 00:57:25,830
Zij allen zijn afgedwaald, tezamen zijn
zij verdorven; er is niemand die goeddoet,

953
00:57:25,830 --> 00:57:27,330
zelfs niet één.

954
00:57:27,330 --> 00:57:28,770
Hier zegt hij:

955
00:57:28,770 --> 00:57:33,090
Ieder van hen heeft zich afgekeerd,
tezamen zijn zij verdorven,

956
00:57:33,090 --> 00:57:36,690
er is niemand die
goeddoet, zelfs niet één.

957
00:57:36,690 --> 00:57:40,650
In Psalm 14 is het beeld
dus dat zij afgeweken zijn,

958
00:57:40,650 --> 00:57:43,050
dat zij de juiste weg hebben verlaten,

959
00:57:43,050 --> 00:57:46,890
terwijl het hier meer klinkt
alsof zij afvallig zijn geworden

960
00:57:46,890 --> 00:57:48,990
of teruggedreven zijn.

961
00:57:48,990 --> 00:57:52,050
In beide gevallen is
de gedachte hetzelfde.

962
00:57:52,050 --> 00:57:53,910
Zij volgen God niet.

963
00:57:53,910 --> 00:57:59,130
Maar het ene geeft het beeld dat
zij het pad verlaten en afwijken,

964
00:57:59,130 --> 00:58:04,290
terwijl het andere het beeld geeft
dat zij werkelijk afvallig worden.

965
00:58:04,290 --> 00:58:05,970
In vers 4 staat:

966
00:58:05,970 --> 00:58:09,810
Hebben zij dan geen kennis
die onrecht bedrijven,

967
00:58:09,810 --> 00:58:13,470
die mijn volk opeten alsof zij brood aten?

968
00:58:13,470 --> 00:58:15,330
Zij roepen God niet aan.

969
00:58:15,330 --> 00:58:17,490
Terwijl hoofdstuk 14 zegt:

970
00:58:17,490 --> 00:58:21,810
Hebben zij dan geen kennis,
allen die onrecht bedrijven,

971
00:58:21,810 --> 00:58:25,530
die mijn volk opeten alsof zij brood aten?

972
00:58:25,530 --> 00:58:27,570
Zij roepen de HEERE niet aan.

973
00:58:27,570 --> 00:58:31,470
Er is geen verschil van
betekenis. Wanneer er staat:

974
00:58:31,470 --> 00:58:36,450
Ze verslinden mijn volk alsof ze brood
eten en hebben God niet aangeroepen,

975
00:58:36,450 --> 00:58:39,390
dan zit het enige
verschil in de bewoording.

976
00:58:39,390 --> 00:58:41,190
De andere psalm zegt:

977
00:58:41,190 --> 00:58:46,230
Ze verslinden mijn volk alsof ze
brood eten en roepen de Heer niet aan.

978
00:58:46,230 --> 00:58:49,170
Dan komt hier in vers 5 het verschil.

979
00:58:49,170 --> 00:58:50,910
Deze psalm zegt:

980
00:58:50,910 --> 00:58:55,470
Daar zijn zij door angst bevangen,
maar er was niets angst wekkends ;

981
00:58:55,470 --> 00:58:58,650
want God heeft de beenderen
van uw belagers verstrooid.

982
00:58:58,650 --> 00:59:02,370
U hebt hen te schande gemaakt,
omdat God hen heeft verworpen.

983
00:59:02,370 --> 00:59:05,250
Dezelfde passage luidt in Psalm 14:

984
00:59:05,250 --> 00:59:08,790
Daar worden zij door angst bevangen,
want God is bij het geslacht

985
00:59:08,790 --> 00:59:10,410
van de rechtvaardige!

986
00:59:10,410 --> 00:59:13,050
Weliswaar beschaamt u het
voornemen van de ellendige,

987
00:59:13,050 --> 00:59:15,210
maar de HEERE is zijn toevlucht.

988
00:59:15,210 --> 00:59:18,030
Dat is het enige wat
overeenkomt, want er staat:

989
00:59:18,030 --> 00:59:20,550
Want God is bij de rechtvaardigen.

990
00:59:20,550 --> 00:59:23,010
Jullie hebben de plannen van
de arme belachelijk gemaakt,

991
00:59:23,010 --> 00:59:25,170
omdat de Heer zijn toevlucht is.

992
00:59:25,170 --> 00:59:29,670
Je kunt zien dat Psalm 14 erover spreekt
hoe God de arme in het gelijk zal stellen

993
00:59:29,670 --> 00:59:32,430
tegenover degenen die hem
te schande hebben gemaakt.

994
00:59:32,430 --> 00:59:35,850
Het beeld is dat de arme op dit
moment te schande is gemaakt.

995
00:59:35,850 --> 00:59:39,990
De raad van de arme is door de
goddeloze man te schande gemaakt.

996
00:59:39,990 --> 00:59:43,830
Maar hier spreekt hij erover dat
God het oordeel over de goddeloze

997
00:59:43,830 --> 00:59:45,270
al heeft voltrokken:

998
00:59:45,270 --> 00:59:48,930
Want God heeft de botten verstrooid
van degene die jou belegerde.

999
00:59:48,930 --> 00:59:52,590
Dit verwijst waarschijnlijk naar het
zich legeren tegen de Joden als volk,

1000
00:59:52,590 --> 00:59:54,510
waardoor zij belegerd worden.

1001
00:59:54,510 --> 00:59:58,410
Dit spreekt dus over een
nationale ramp of nationale nood.

1002
00:59:58,410 --> 01:00:03,270
Waarschijnlijk is Psalm 53 een enigszins
aangepaste versie van Psalm 14,

1003
01:00:03,270 --> 01:00:06,630
die werd aangepast voor
een nationale noodsituatie.

1004
01:00:06,630 --> 01:00:08,790
Er is daar dus maar een klein verschil.

1005
01:00:08,790 --> 01:00:11,970
Het enige verschil in
vers 6 is dat er staat:

1006
01:00:11,970 --> 01:00:15,870
Och, dat Israëls volkomen
verlossing uit Sion kwam!

1007
01:00:15,870 --> 01:00:19,050
Wanneer God de gevangenen van
Zijn volk laat terugkeren,

1008
01:00:19,050 --> 01:00:23,250
dan zal Jakob zich verheugen,
Israël zal verblijd zijn.

1009
01:00:23,250 --> 01:00:27,630
Ook daar staat in Psalm 14 het
woord Jehovah in plaats van God.

1010
01:00:27,630 --> 01:00:31,410
De gedachten in de twee psalmen
zijn dus praktisch identiek,

1011
01:00:31,410 --> 01:00:34,050
met vrijwel helemaal geen verandering.

1012
01:00:34,050 --> 01:00:37,230
In enkele gevallen is de
woordvolgorde veranderd,

1013
01:00:37,230 --> 01:00:40,770
maar zonder dat de gedachte
ook maar enigszins verandert.

1014
01:00:40,770 --> 01:00:45,150
Nu wil ik nog één andere
psalm behandelen, Psalm 17.

1015
01:00:45,150 --> 01:00:49,290
Bij het eerste deel zal deze psalm
niet veel commentaar nodig hebben.

1016
01:00:49,290 --> 01:00:52,890
In wezen is het opnieuw een roep
om gerechtigheid van een man

1017
01:00:52,890 --> 01:00:55,410
die duidelijk een zuiver geweten heeft.

1018
01:00:55,410 --> 01:01:00,030
Het is een man die geleden heeft en weet
dat hij niets verkeerds heeft gedaan

1019
01:01:00,030 --> 01:01:03,210
waardoor hij dat verdiende,
zoals misschien Job.

1020
01:01:03,210 --> 01:01:05,250
In dit geval is het David.

1021
01:01:05,250 --> 01:01:08,190
Hij weet dat hij onschuldig
is, maar hij lijdt,

1022
01:01:08,190 --> 01:01:10,950
en hij roept tot God om gerechtigheid.

1023
01:01:10,950 --> 01:01:14,130
Hij betuigt zijn onschuld
op zo'n manier dat hij God

1024
01:01:14,130 --> 01:01:20,130
werkelijk uitdaagt om hem te komen
oordelen: Kom mij oordelen; doorzoek mij.

1025
01:01:20,130 --> 01:01:24,270
Je kunt wel zien dat iemand een zuiver
geweten moet hebben als hij God vraagt

1026
01:01:24,270 --> 01:01:25,530
dat te doen.

1027
01:01:25,530 --> 01:01:28,410
Waarschijnlijk zijn de
slotverzen het enige deel dat

1028
01:01:28,410 --> 01:01:32,430
veel commentaar nodig heeft, en
die zijn werkelijk voortreffelijk.

1029
01:01:32,430 --> 01:01:38,010
Laat van Uw aangezicht mijn recht
uitgaan, laat Uw ogen zien wat billijk is.

1030
01:01:38,010 --> 01:01:41,370
‘Geveinsd’ betekent dat je doet alsof.

1031
01:01:41,370 --> 01:01:45,810
Dit is dus een oprechte roep, zonder
dat hij ook maar ergens doet alsof.

1032
01:01:45,810 --> 01:01:50,490
U hebt mijn hart beproefd, het 's
nachts doorzocht, U hebt mij getoetst,

1033
01:01:50,490 --> 01:01:51,870
U vindt niets.

1034
01:01:51,870 --> 01:01:55,470
Wat ik ook moge denken, het
komt mij niet uit de mond.

1035
01:01:55,470 --> 01:02:00,390
Let op: ‘mijn oordeel’ betekent hier
een rechterlijke uitspraak die door een

1036
01:02:00,390 --> 01:02:02,070
rechter wordt gedaan.

1037
01:02:02,070 --> 01:02:04,590
‘Billijk’ betekent hier ‘rechtvaardig’.

1038
01:02:04,590 --> 01:02:09,270
Wat de daden van de mens betreft,
ík ben overeenkomstig het woord van

1039
01:02:09,270 --> 01:02:13,770
Uw lippen op mijn hoede geweest
voor de paden van de gewelddadige.

1040
01:02:13,770 --> 01:02:17,070
Dat wil zeggen: U hebt
mijn karakter doorzocht,

1041
01:02:17,070 --> 01:02:20,250
en er is niets kwaads in
mij wat U kunt vinden.

1042
01:02:20,250 --> 01:02:25,470
Ik hield mijn schreden in Uw sporen, zodat
mijn voetstappen niet zouden wankelen.

1043
01:02:25,470 --> 01:02:31,350
Ík roep U aan, omdat U mij verhoort,
o God; neig Uw oor tot mij,

1044
01:02:31,350 --> 01:02:33,330
luister naar mijn woorden.

1045
01:02:33,330 --> 01:02:39,210
Toon de wonderen van Uw goedertierenheid,
U, Die hen verlost die tot U de toevlucht

1046
01:02:39,210 --> 01:02:43,470
nemen, van hen die tegen
Uw rechterhand opstaan.

1047
01:02:43,470 --> 01:02:48,810
Bewaar mij als Uw oogappel, verberg
mij onder de schaduw van Uw vleugels

1048
01:02:48,810 --> 01:02:52,710
voor de goddelozen die mij
verwoesten, voor mijn doodsvijanden,

1049
01:02:52,710 --> 01:02:54,330
die mij omsingelen.

1050
01:02:54,330 --> 01:02:59,250
Zoals een mens zijn oog beschermt tegen
dingen die erin kunnen komen of tegen

1051
01:02:59,250 --> 01:03:01,530
verwonding, zegt hij:

1052
01:03:01,530 --> 01:03:05,550
Bescherm me zoals een mens
zijn eigen oog beschermt.

1053
01:03:05,550 --> 01:03:08,370
Bescherm me als uw oogappel.

1054
01:03:08,370 --> 01:03:11,490
Met hun vet hebben zij
hun hart afgesloten,

1055
01:03:11,490 --> 01:03:14,910
met hun mond hebben zij
trotse taal gesproken.

1056
01:03:14,910 --> 01:03:18,871
Zij omringen nu onze
schreden, zij loeren op ons ,

1057
01:03:18,871 --> 01:03:21,150
door zich ter aarde neer te buigen.

1058
01:03:21,150 --> 01:03:24,450
Met andere woorden, het
gaat hun voor de wind.

1059
01:03:24,450 --> 01:03:29,370
Zij zijn dik en welvarend, en
zij zijn trots en hoogmoedig.

1060
01:03:29,370 --> 01:03:32,730
Hij is als een leeuw die
ernaar verlangt te verscheuren,

1061
01:03:32,730 --> 01:03:35,790
als een jonge leeuw die
op verborgen plaatsen zit.

1062
01:03:35,790 --> 01:03:38,370
Of: ‘zij hebben ons omsingeld’.

1063
01:03:38,370 --> 01:03:42,030
Sta op, HEERE, treed hem
tegemoet, vel hem neer;

1064
01:03:42,030 --> 01:03:45,330
bevrijd mijn ziel met Uw
zwaard van de goddeloze,

1065
01:03:45,330 --> 01:03:50,310
Je ziet hoe vaak een goddeloze, rijke man
wordt vergeleken met een leeuw die zich op

1066
01:03:50,310 --> 01:03:52,350
een weerloze prooi stort.

1067
01:03:52,350 --> 01:03:57,270
bevrijd mij met Uw hand van de mannen,
HEERE, van de mannen van de wereld,

1068
01:03:57,270 --> 01:04:00,270
die hun deel hebben in dít leven.

1069
01:04:00,270 --> 01:04:03,391
U vult hun buik met Uw
verborgen schatten ;

1070
01:04:03,391 --> 01:04:08,730
hun kinderen worden verzadigd en laten
hun overschot na aan hún kinderen.

1071
01:04:08,730 --> 01:04:14,190
Ik echter zal in gerechtigheid Uw
aangezicht aanschouwen; ik zal,

1072
01:04:14,190 --> 01:04:18,090
wanneer ik ontwaak, verzadigd
worden met Uw beeld.

1073
01:04:18,090 --> 01:04:21,270
De uitspraak in vers 13 luidt:

1074
01:04:21,270 --> 01:04:27,390
Sta op, Heer, houd hem tegen en werp
hem neer: red mij van de slechterik,

1075
01:04:27,390 --> 01:04:29,190
die uw zwaard is.

1076
01:04:29,190 --> 01:04:31,590
Dan staat er in het volgende vers:

1077
01:04:31,590 --> 01:04:35,190
HEERE, waarom blijft U van verre staan?

1078
01:04:35,190 --> 01:04:38,970
Waarom verbergt U Zich in
tijden van benauwdheid?

1079
01:04:38,970 --> 01:04:43,410
Fel en hoogmoedig achtervolgt
de goddeloze de ellendige.

1080
01:04:43,410 --> 01:04:48,330
Laat hen gegrepen worden in de listige
plannen die zij bedacht hebben!

1081
01:04:48,330 --> 01:04:54,330
Want de goddeloze beroemt zich over zijn
hartenwens; hij zegent de hebzuchtige,

1082
01:04:54,330 --> 01:04:56,250
hij lastert de HEERE.

1083
01:04:56,250 --> 01:05:01,230
De goddeloze, met zijn neus
trots omhoog, onderzoekt niet.

1084
01:05:01,230 --> 01:05:04,770
Al zijn gedachten zijn: Er is geen God!

1085
01:05:04,770 --> 01:05:08,430
Zijn wegen bezorgen te
allen tijde verdriet.

1086
01:05:08,430 --> 01:05:12,810
Uw oordelen gaan hem te hoog,
hij houdt ze ver van zich;

1087
01:05:12,810 --> 01:05:15,570
al zijn tegenstanders blaast hij weg.

1088
01:05:15,570 --> 01:05:18,810
Hij zegt in zijn hart:
Ik zal niet wankelen,

1089
01:05:18,810 --> 01:05:23,730
want van generatie op generatie
zal mij geen onheil treffen.

1090
01:05:23,730 --> 01:05:30,630
Zijn mond is vol vervloeking, bedrog en
list, onder zijn tong is kwaad en onrecht.

1091
01:05:30,630 --> 01:05:33,210
Hij ligt in een hinderlaag in de dorpen,

1092
01:05:33,210 --> 01:05:38,430
op verborgen plaatsen doodt hij de
onschuldige, zijn ogen loeren op de arme.

1093
01:05:38,430 --> 01:05:41,310
Hij ligt in een hinderlaag
op een verborgen plaats,

1094
01:05:41,310 --> 01:05:45,570
zoals een leeuw in zijn schuilplaats;
hij ligt in een hinderlaag om de

1095
01:05:45,570 --> 01:05:51,030
ellendige te overvallen, hij overvalt de
ellendige als hij hem in zijn net trekt.

1096
01:05:51,030 --> 01:05:56,311
Hij duikt neer, hij bukt zich, en
de arme valt in zijn sterke poten .

1097
01:05:56,311 --> 01:05:59,490
Hij zegt in zijn hart:
God heeft het vergeten,

1098
01:05:59,490 --> 01:06:04,410
Hij heeft Zijn aangezicht verborgen,
Hij ziet het in eeuwigheid niet.

1099
01:06:04,410 --> 01:06:09,270
Sta op, HEERE God, hef Uw hand
op, vergeet de ellendigen niet.

1100
01:06:09,270 --> 01:06:11,790
Waarom lastert de goddeloze God?

1101
01:06:11,790 --> 01:06:16,170
Waarom zegt hij in zijn hart:
U zult geen rekenschap eisen?

1102
01:06:16,170 --> 01:06:20,790
Ú ziet het wél , want U aanschouwt
de moeite en het verdriet,

1103
01:06:20,790 --> 01:06:25,650
opdat men het in Uw hand geeft;
op Ú verlaat de arme zich,

1104
01:06:25,650 --> 01:06:28,530
U bent geweest een Helper van de wees.

1105
01:06:28,530 --> 01:06:32,250
Breek de arm van de
goddeloze en de kwaaddoener,

1106
01:06:32,250 --> 01:06:35,670
eis rekenschap van hem
over zijn goddeloosheid,

1107
01:06:35,670 --> 01:06:38,310
tot U er niets meer van vindt.

1108
01:06:38,310 --> 01:06:45,510
De HEERE is Koning, eeuwig en altijd; de
heidenvolken zijn uit Zijn land verdwenen.

1109
01:06:45,510 --> 01:06:48,990
U hebt de wens van de
zachtmoedigen gehoord, HEERE,

1110
01:06:48,990 --> 01:06:53,910
U zult hun hart versterken, Uw
oor zal er acht op slaan om de

1111
01:06:53,910 --> 01:06:56,490
wees en de verdrukte recht te doen.

1112
01:06:56,490 --> 01:07:01,590
Dan zal een aardse sterveling
voortaan geen geweld meer bedrijven.

1113
01:07:01,590 --> 01:07:07,230
Dit lijkt te zeggen dat hij erkent dat
goddeloze mensen Gods werktuigen zijn,

1114
01:07:07,230 --> 01:07:12,930
Zijn zwaard en Zijn hand, die straf
en tuchtiging over mensen brengen.

1115
01:07:12,930 --> 01:07:15,870
Dat is beslist een Schriftuurlijk concept,

1116
01:07:15,870 --> 01:07:19,770
maar volgens mij is het
waarschijnlijk niet wat hij hier zegt.

1117
01:07:19,770 --> 01:07:25,050
Let op de woorden die daar in de gebruikte
Engelse vertaling cursief zijn gedrukt.

1118
01:07:25,050 --> 01:07:29,670
Als je een verwijzing in de kantlijn hebt,
staat daar waarschijnlijk dat een andere,

1119
01:07:29,670 --> 01:07:32,190
zeer legitieme lezing zou zijn:

1120
01:07:32,190 --> 01:07:34,770
Red mij met uw zwaard van de slechterik.

1121
01:07:34,770 --> 01:07:38,010
De cursief gedrukte woorden
staan niet in het Hebreeuws.

1122
01:07:38,010 --> 01:07:42,810
Er zou dus een ander woord kunnen worden
ingevuld in plaats van ‘which is’.

1123
01:07:42,810 --> 01:07:46,890
De uitdrukking ‘which is’, die
daar cursief gedrukt staat,

1124
01:07:46,890 --> 01:07:50,010
zou vervangen kunnen
worden door het woord ‘by’.

1125
01:07:50,010 --> 01:07:53,910
Dat zou in de huidige context
mogelijk begrijpelijker zijn.

1126
01:07:53,910 --> 01:07:58,350
Het is waar dat andere passages spreken
over de legers van de heidenen als

1127
01:07:58,350 --> 01:08:00,150
werktuigen in Gods handen.

1128
01:08:00,150 --> 01:08:05,670
Hij gebruikt die om straf te brengen over
volken die rijp zijn voor het oordeel.

1129
01:08:05,670 --> 01:08:09,030
Toch is het waarschijnlijk
niet waar hij hier aan denkt.

1130
01:08:09,030 --> 01:08:11,970
Hij ziet hier niet de
waarde van de goddelozen.

1131
01:08:11,970 --> 01:08:17,070
Hij ziet niet dat God hen gebruikt en
dat ze werkelijk Gods werktuigen zijn.

1132
01:08:17,070 --> 01:08:21,150
Dat is een tamelijk diepgaand
concept om hier terloops te noemen.

1133
01:08:21,150 --> 01:08:24,690
Als hij het zou noemen, zou het
volgens mij veel uitvoeriger

1134
01:08:24,690 --> 01:08:26,430
uitgewerkt moeten worden.

1135
01:08:26,430 --> 01:08:30,210
Het lijkt waarschijnlijker dat
we dit als volgt moeten lezen:

1136
01:08:30,210 --> 01:08:34,170
Sta op, HEERE, treed hem
tegemoet, vel hem neer;

1137
01:08:34,170 --> 01:08:37,530
bevrijd mijn ziel met Uw
zwaard van de goddeloze,

1138
01:08:37,530 --> 01:08:42,450
bevrijd mij met Uw hand van de mannen,
HEERE, van de mannen van de wereld,

1139
01:08:42,450 --> 01:08:45,330
die hun deel hebben in dít leven.

1140
01:08:45,330 --> 01:08:48,331
U vult hun buik met Uw
verborgen schatten ;

1141
01:08:48,331 --> 01:08:53,430
hun kinderen worden verzadigd en laten
hun overschot na aan hún kinderen.

1142
01:08:53,430 --> 01:08:57,810
Ik echter zal in gerechtigheid Uw
aangezicht aanschouwen; ik zal,

1143
01:08:57,810 --> 01:09:01,050
wanneer ik ontwaak, verzadigd
worden met Uw beeld.

1144
01:09:01,050 --> 01:09:06,030
Dat wil zeggen: bevrijd mij
door Uw hand en door Uw zwaard.

1145
01:09:06,030 --> 01:09:11,010
Dat is iets anders dan erkennen dat de
goddeloze mensen Zijn hand en zwaard zijn.

1146
01:09:11,010 --> 01:09:15,030
Dat zou een totaal ander concept
zijn — een geldig concept,

1147
01:09:15,030 --> 01:09:19,290
maar volgens mij niet noodzakelijk
wat hij hier in gedachten heeft.

1148
01:09:19,290 --> 01:09:23,430
De andere formulering is
beslist een alternatieve lezing.

1149
01:09:23,430 --> 01:09:28,650
Deze mannen worden beschreven als mensen
die in hun eigen vet opgesloten zijn.

1150
01:09:28,650 --> 01:09:30,630
Het gaat hun voorspoedig.

1151
01:09:30,630 --> 01:09:35,610
In vers 14 wordt over hen gezegd dat
zij hun deel in dit leven hebben.

1152
01:09:35,610 --> 01:09:38,130
Vergeet niet dat Jezus zei:

1153
01:09:38,130 --> 01:09:41,670
Wees op uw hoede dat u
uw liefdegave niet geeft

1154
01:09:41,670 --> 01:09:45,630
in tegenwoordigheid van de mensen
om door hen gezien te worden;

1155
01:09:45,630 --> 01:09:49,770
anders hebt u geen loon bij uw
Vader, Die in de hemelen is.

1156
01:09:49,770 --> 01:09:53,790
Wanneer u dan een liefdegave geeft,
laat het niet voor u uitbazuinen,

1157
01:09:53,790 --> 01:09:57,390
zoals de huichelaars in de
synagogen en op de straten doen,

1158
01:09:57,390 --> 01:10:00,330
opdat zij door de mensen
geëerd zouden worden.

1159
01:10:00,330 --> 01:10:04,290
Voorwaar, Ik zeg u:
Zij hebben hun loon al.

1160
01:10:04,290 --> 01:10:08,310
Hij zegt dat je jouw rechtvaardige
daden in het verborgene moet doen

1161
01:10:08,310 --> 01:10:11,490
en dat je Vader in de
hemel je dan zal belonen.

1162
01:10:11,490 --> 01:10:14,010
Hij zei tegen hen die vervolgd worden:

1163
01:10:14,010 --> 01:10:16,950
Zalig zijn zij die vervolgd
worden om de gerechtigheid,

1164
01:10:16,950 --> 01:10:20,310
want van hen is het
Koninkrijk der hemelen.

1165
01:10:20,310 --> 01:10:23,550
Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt,

1166
01:10:23,550 --> 01:10:28,170
en door te liegen allerlei kwaad
tegen u spreekt, omwille van Mij.

1167
01:10:28,170 --> 01:10:32,490
Verblijd en verheug u, want uw
loon is groot in de hemelen,

1168
01:10:32,490 --> 01:10:36,930
want zo hebben ze de profeten
vervolgd die er vóór u geweest zijn.

1169
01:10:36,930 --> 01:10:39,390
De christen zoekt geen aardse beloning.

1170
01:10:39,390 --> 01:10:43,770
In Hebreeën 11 staat dat degenen die
in schapenvachten en geitenvellen

1171
01:10:43,770 --> 01:10:46,530
rondzwierven en weigerden
bevrijd te worden,

1172
01:10:46,530 --> 01:10:48,690
naar een betere opstanding zochten.

1173
01:10:48,690 --> 01:10:50,790
Ze zochten hun beloning ergens anders.

1174
01:10:50,790 --> 01:10:56,010
Door het geloof heeft hij Egypte
verlaten zonder bevreesd te zijn voor de

1175
01:10:56,010 --> 01:10:57,510
toorn van de koning.

1176
01:10:57,510 --> 01:11:01,590
Want hij bleef standvastig,
als zag hij de Onzichtbare.

1177
01:11:01,590 --> 01:11:04,890
staat er in Hebreeën 11:27.

1178
01:11:04,890 --> 01:11:08,430
Volgens mij is het Hebreeën 11:27.

1179
01:11:08,430 --> 01:11:12,990
Hij bleef standvastig, omdat hij
uitzag naar de vergelding van het loon.

1180
01:11:12,990 --> 01:11:16,710
Hij dacht niet aan de beloningen
die de rijkdom van Egypte bood.

1181
01:11:16,710 --> 01:11:20,730
Hij dacht aan de beloningen die hij
als godvrezend man zou ontvangen,

1182
01:11:20,730 --> 01:11:23,850
en die misschien pas bij
de opstanding zouden komen.

1183
01:11:23,850 --> 01:11:26,730
Deze mannen die hij
beschrijft, hebben hun deel.

1184
01:11:26,730 --> 01:11:29,070
Ze hebben hun beloning in dit leven.

1185
01:11:29,070 --> 01:11:32,550
In het volgende vers stelt
hij zichzelf daartegenover.

1186
01:11:32,550 --> 01:11:35,670
Maar een van de dingen die hij
ter beschrijving van hen zegt,

1187
01:11:35,670 --> 01:11:38,970
is dat ze veel kinderen hebben
en de rest van hun bezit aan hun

1188
01:11:38,970 --> 01:11:40,830
kleine kinderen nalaten.

1189
01:11:40,830 --> 01:11:44,970
Dat wil zeggen dat het hun in
alle opzichten voorspoedig gaat.

1190
01:11:44,970 --> 01:11:49,350
Niet alleen met hun bezittingen, maar
ook hun gezinnen worden steeds groter.

1191
01:11:49,350 --> 01:11:53,730
Ze zijn voorspoedig genoeg om hun
kinderen een nalatenschap na te laten.

1192
01:11:53,730 --> 01:11:55,050
Dan zegt hij:

1193
01:11:55,050 --> 01:11:59,610
Maar wat hemzelf betreft, is het
contrast: ‘Ik ben anders dan zij.’

1194
01:11:59,610 --> 01:12:03,930
Ik echter zal in gerechtigheid Uw
aangezicht aanschouwen; ik zal,

1195
01:12:03,930 --> 01:12:07,470
wanneer ik ontwaak, verzadigd
worden met Uw beeld.

1196
01:12:07,470 --> 01:12:11,730
Het woord voor ‘verzadigd’ is daar
hetzelfde Hebreeuwse woord als het woord

1197
01:12:11,730 --> 01:12:14,790
voor ‘vol’ in vers 14.

1198
01:12:14,790 --> 01:12:18,870
Sta op, HEERE, treed hem
tegemoet, vel hem neer;

1199
01:12:18,870 --> 01:12:21,990
bevrijd mijn ziel met Uw
zwaard van de goddeloze,

1200
01:12:21,990 --> 01:12:26,910
bevrijd mij met Uw hand van de mannen,
HEERE, van de mannen van de wereld,

1201
01:12:26,910 --> 01:12:28,950
die hun deel hebben in dít leven.

1202
01:12:28,950 --> 01:12:32,431
U vult hun buik met Uw
verborgen schatten ;

1203
01:12:32,431 --> 01:12:37,470
hun kinderen worden verzadigd en laten
hun overschot na aan hún kinderen.

1204
01:12:37,470 --> 01:12:41,970
In het Hebreeuws worden ‘vol’ en
‘verzadigd’ met hetzelfde woord

1205
01:12:41,970 --> 01:12:45,990
weergegeven; dat woord kan
beide betekenissen hebben.

1206
01:12:45,990 --> 01:12:51,030
Het betekent natuurlijk verzadigd
zijn, tevreden zijn, vol zijn.

1207
01:12:51,030 --> 01:12:53,850
Er is een rechtstreekse
tegenstelling bedoeld.

1208
01:12:53,850 --> 01:12:56,370
Hij zegt dat deze mensen vol zijn van de

1209
01:12:56,370 --> 01:13:00,870
zegeningen die mensen in deze wereld
kunnen hebben: grote gezinnen,

1210
01:13:00,870 --> 01:13:03,750
grote maaltijden en grote winsten.

1211
01:13:03,750 --> 01:13:06,030
Hun deel is in deze wereld.

1212
01:13:06,030 --> 01:13:10,890
Ze maken in dit leven mee dat de
zegeningen over hen worden uitgestort.

1213
01:13:10,890 --> 01:13:12,090
Maar hij zegt:

1214
01:13:12,090 --> 01:13:16,170
Ik zal met iets anders tevreden
zijn, of daardoor verzadigd worden.

1215
01:13:16,170 --> 01:13:22,290
Zij zijn tevreden met deze aardse dingen,
maar ik ben tevreden met Uw gelijkenis.

1216
01:13:22,290 --> 01:13:28,830
zegt hij. Dat betekent dat hij beseft dat
integriteit en gerechtigheid van karakter

1217
01:13:28,830 --> 01:13:31,350
voorwaarden zijn om God te zien.

1218
01:13:31,350 --> 01:13:35,070
Hij kan Gods aangezicht
niet aanschouwen en God niet

1219
01:13:35,070 --> 01:13:37,770
zien als hij onrechtvaardig is.

1220
01:13:37,770 --> 01:13:42,750
Daarom moet hij rechtvaardig leven om
de rechtvaardige God te aanschouwen.

1221
01:13:42,750 --> 01:13:46,710
Er kan geen gemeenschap zijn
tussen licht en duisternis.

1222
01:13:46,710 --> 01:13:52,110
In 1 Johannes, hoofdstuk 1,
vers 5 en 6 staat namelijk:

1223
01:13:52,110 --> 01:13:56,730
God is licht en in Hem is in
het geheel geen duisternis.

1224
01:13:56,730 --> 01:13:59,550
Als wij zeggen dat wij
gemeenschap met Hem hebben

1225
01:13:59,550 --> 01:14:04,950
en wij toch in de duisternis wandelen,
liegen wij en doen de waarheid niet.

1226
01:14:04,950 --> 01:14:09,630
We kunnen niet in gemeenschap met God
wandelen als we in de duisternis zijn,

1227
01:14:09,630 --> 01:14:14,430
want Hij is licht en er is in Hem
in het geheel geen duisternis.

1228
01:14:14,430 --> 01:14:16,410
Hij is volkomen rechtvaardig.

1229
01:14:16,410 --> 01:14:20,370
Als we Zijn aangezicht willen aanschouwen
en gemeenschap met Hem willen hebben,

1230
01:14:20,370 --> 01:14:24,150
moeten ook wij rechtvaardig
leven. Dus zegt hij:

1231
01:14:24,150 --> 01:14:28,710
Ik echter zal in gerechtigheid Uw
aangezicht aanschouwen; ik zal,

1232
01:14:28,710 --> 01:14:32,670
wanneer ik ontwaak, verzadigd
worden met Uw beeld.

1233
01:14:32,670 --> 01:14:36,330
waarmee hij bedoelt: „Ik ga
een rechtvaardig leven leiden,

1234
01:14:36,330 --> 01:14:41,490
en ik ga mijn ogen op God gericht houden
in plaats van op deze aardse zegeningen

1235
01:14:41,490 --> 01:14:43,950
waar goddeloze mensen naar streven.”

1236
01:14:43,950 --> 01:14:44,910
Hij zegt:

1237
01:14:44,910 --> 01:14:49,230
Ik zal tevreden zijn wanneer ik
wakker word en Uw evenbeeld zie.

1238
01:14:49,230 --> 01:14:52,110
Dit betekent óf wanneer
ik 's morgens wakker word,

1239
01:14:52,110 --> 01:14:55,470
óf wanneer ik uit de dood
word opgewekt, misschien,

1240
01:14:55,470 --> 01:14:57,570
en dat laatste is waarschijnlijker.

1241
01:14:57,570 --> 01:15:02,670
Wanneer ik uit de dood word opgewekt,
zal ik verzadigd zijn met Uw gelijkenis.

1242
01:15:02,670 --> 01:15:07,890
Dat wil zeggen: doordat ik Zijn gelijkenis
kan zien, zal ik verzadigd zijn.

1243
01:15:07,890 --> 01:15:11,310
Alleen al het zien van Zijn
aangezicht, van Zijn beeld,

1244
01:15:11,310 --> 01:15:15,810
dat ik op de morgen van de opstanding
zal aanschouwen, zal mij verzadigen.

1245
01:15:15,810 --> 01:15:17,670
De andere mogelijkheid is:

1246
01:15:17,670 --> 01:15:21,570
Ik zal tevreden zijn wanneer ik
wakker word als Uw evenbeeld,

1247
01:15:21,570 --> 01:15:24,330
waarmee bedoeld wordt:
wanneer ik wakker word,

1248
01:15:24,330 --> 01:15:27,750
wanneer ik word opgewekt
en ik Uw gelijkenis draag.

1249
01:15:27,750 --> 01:15:31,530
Dan gaat het er niet noodzakelijk om
dat ik verzadigd ben doordat ik naar Uw

1250
01:15:31,530 --> 01:15:36,510
gelijkenis kijk, maar dat ik verzadigd
ben doordat ik Uw gelijkenis draag.

1251
01:15:36,510 --> 01:15:39,690
Beide gedachten kunnen uit
de passage worden afgeleid.

1252
01:15:39,690 --> 01:15:43,890
Over welke van de twee jou naar jouw
gevoel door de Geest wordt ingegeven,

1253
01:15:43,890 --> 01:15:45,630
moet je waarschijnlijk mediteren.

1254
01:15:45,630 --> 01:15:51,210
De gedachte is dat mijn verzadiging
later komt, wanneer ik uit de dood opsta,

1255
01:15:51,210 --> 01:15:53,370
op de dag van de opstanding.

1256
01:15:53,370 --> 01:15:55,950
Mijn beloning is niet in dit leven.

1257
01:15:55,950 --> 01:16:01,410
Het contrast staat in vers 14:
zij hebben hun deel in dit leven;

1258
01:16:01,410 --> 01:16:05,730
het mijne ligt in de opstanding,
in het volgende leven.

1259
01:16:05,730 --> 01:16:07,110
Jezus zei:

1260
01:16:07,110 --> 01:16:10,890
En Hij zei ook tegen hem
die Hem uitgenodigd had:

1261
01:16:10,890 --> 01:16:16,110
Wanneer u een middag- of avondmaaltijd
houdt, roep dan niet uw vrienden,

1262
01:16:16,110 --> 01:16:20,970
ook niet uw broers, en niet uw
familieleden of rijke buren,

1263
01:16:20,970 --> 01:16:26,010
opdat ook zij u niet op hun beurt
terugvragen en het u vergolden wordt.

1264
01:16:26,010 --> 01:16:31,590
Wanneer u echter een feestmaaltijd
gereedmaakt, nodig dan armen, verminkten,

1265
01:16:31,590 --> 01:16:33,570
kreupelen en blinden.

1266
01:16:33,570 --> 01:16:38,430
En u zult zalig zijn, omdat zij
niets hebben om u te vergelden.

1267
01:16:38,430 --> 01:16:42,690
Want het zal u vergolden worden in
de opstanding van de rechtvaardigen.

1268
01:16:42,690 --> 01:16:48,990
Met andere woorden, de keuze is: wil je
nu een beloning, of wil je die later?

1269
01:16:48,990 --> 01:16:52,530
Hij maakt duidelijk dat je
jezelf tekortdoet als je jouw

1270
01:16:52,530 --> 01:16:54,450
beloning nu aanneemt.

1271
01:16:54,450 --> 01:16:58,710
Als zij je terugbetalen, zul je
geen andere beloning ontvangen.

1272
01:16:58,710 --> 01:17:02,430
Maar jij moet, al was het
alleen maar uit eigenbelang,

1273
01:17:02,430 --> 01:17:05,190
streven naar de beloning
die in de hemel is.

1274
01:17:05,190 --> 01:17:08,070
Dat is niet de beste reden
om daarnaar te streven,

1275
01:17:08,070 --> 01:17:13,290
maar het punt is dat het in jouw belang
is om nu geen beloning aan te nemen.

1276
01:17:13,290 --> 01:17:18,450
Dan zal God in zekere zin vaststellen
dat Hij nog een onbetaalde schuld heeft.

1277
01:17:18,450 --> 01:17:22,710
Je hebt iets goeds gedaan en bent
daar in dit leven niet voor beloond.

1278
01:17:22,710 --> 01:17:26,670
Daarom zal God ervoor zorgen dat je
in het volgende leven wordt beloond.

1279
01:17:26,670 --> 01:17:31,110
En dus zegt de psalmist: mijn
verzadiging komt niet in dit leven,

1280
01:17:31,110 --> 01:17:34,950
niet door de dingen waarmee mensen
zich in deze wereld willen verrijken,

1281
01:17:34,950 --> 01:17:37,110
maar door de gelijkenis van God.

1282
01:17:37,110 --> 01:17:42,690
Ik zal verzadigd zijn wanneer ik ontwaak
en de gelijkenis van Christus draag.

1283
01:17:42,690 --> 01:17:46,410
Intussen zal ik Zijn aangezicht
in gerechtigheid aanschouwen.

1284
01:17:46,410 --> 01:17:48,690
Ik ga een rechtvaardig leven leiden.

1285
01:17:48,690 --> 01:17:52,230
Ik ga niet de wegen volgen
die deze mensen volgen.

1286
01:17:52,230 --> 01:17:56,730
Ik ga niet streven naar de
verzadiging waarnaar zij streven.

1287
01:17:56,730 --> 01:18:00,570
Mijn verzadiging zal komen
doordat ik als God ben.

1288
01:18:00,570 --> 01:18:03,930
Dat zal uiteindelijk pas werkelijkheid
worden bij de opstanding,

1289
01:18:03,930 --> 01:18:07,950
hoewel ik mij tussen nu en dan
zeker in die richting kan bewegen.
