1
00:00:02,010 --> 00:00:04,350
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,350 --> 00:00:09,690
Deze keer behandelen
we Psalmen 105 en 106.

3
00:00:09,690 --> 00:00:12,030
We gaan naar Psalm 105.

4
00:00:12,030 --> 00:00:15,990
Psalm 105 en 106 zijn
beide betrekkelijk lang

5
00:00:15,990 --> 00:00:19,170
vergeleken met de meeste psalmen
die we hebben bestudeerd.

6
00:00:19,170 --> 00:00:25,770
Psalm 105 telt 45 verzen en
Psalm 106 telt 48 verzen.

7
00:00:25,770 --> 00:00:28,710
Deze psalmen hebben
iets met elkaar gemeen.

8
00:00:28,710 --> 00:00:32,370
Beide geven een doorlopend, selectief
overzicht van de geschiedenis

9
00:00:32,370 --> 00:00:33,630
van de Joden.

10
00:00:33,630 --> 00:00:36,750
Daarin komen hun ontkoming
uit Egypte aan bod,

11
00:00:36,750 --> 00:00:41,610
hun omzwervingen door de woestijn en
Gods verschillende manieren van handelen

12
00:00:41,610 --> 00:00:44,130
tegenover de Joden in de woestijn.

13
00:00:44,130 --> 00:00:48,630
Ook gaan ze verder dan dat, naar
latere perioden in hun geschiedenis.

14
00:00:48,630 --> 00:00:51,630
Net als bij enkele andere
psalmen die we hebben gezien,

15
00:00:51,630 --> 00:00:55,290
gaat het hier niet slechts om
geschiedenis omdat die interessant is,

16
00:00:55,290 --> 00:00:59,730
maar om geschiedenis met een doel,
waaruit een les moet worden geleerd.

17
00:00:59,730 --> 00:01:02,910
In Psalm 105 is het
bijna allemaal positief.

18
00:01:02,910 --> 00:01:06,690
Het is bijna uitsluitend een opsomming
van de goede dingen die God voor

19
00:01:06,690 --> 00:01:07,950
de Joden deed.

20
00:01:07,950 --> 00:01:11,070
Het gaat erover hoe Hij
Zijn beloften hield,

21
00:01:11,070 --> 00:01:15,450
ondanks veel ongunstige omstandigheden
die de indruk zouden hebben gewekt

22
00:01:15,450 --> 00:01:19,230
dat ze de vervulling van Gods
beloften in de weg zouden staan.

23
00:01:19,230 --> 00:01:23,250
Toch vervulde God trouw
iedere belofte die Hij deed.

24
00:01:23,250 --> 00:01:28,590
Zo wordt in Psalm 105 Gods trouw voor
ons uiteengezet aan de hand van de

25
00:01:28,590 --> 00:01:32,970
historische gebeurtenissen die in de
Joodse geschiedenis zijn vastgelegd.

26
00:01:32,970 --> 00:01:38,070
In Psalm 106 hebben we daarentegen
ongeveer dezelfde historische periode,

27
00:01:38,070 --> 00:01:42,390
of in elk geval een gedeeltelijke
overlapping met dezelfde periode,

28
00:01:42,390 --> 00:01:45,030
maar dan vanuit een andere
invalshoek beschreven.

29
00:01:45,030 --> 00:01:49,230
Die psalm legt niet zozeer de nadruk
op Gods trouw als wel op de ontrouw

30
00:01:49,230 --> 00:01:50,430
van het volk.

31
00:01:50,430 --> 00:01:54,630
Iemand heeft deze twee psalmen
de volgende titels gegeven.

32
00:01:54,630 --> 00:02:00,150
Psalm 105 noemde hij: ‘Niet één
ding is onvervuld gebleven.’

33
00:02:00,150 --> 00:02:04,830
Psalm 106 noemde hij: ‘Maar
geen enkele les werd geleerd.’

34
00:02:04,830 --> 00:02:10,050
Daarmee wordt bedoeld dat geen enkele
belofte van God onvervuld bleef,

35
00:02:10,050 --> 00:02:14,850
zoals blijkt uit de geschiedenis
die in Psalm 105 wordt beschreven.

36
00:02:14,850 --> 00:02:20,910
Maar de Joden leerden er geen enkele
les uit, zoals Psalm 106 laat zien.

37
00:02:20,910 --> 00:02:25,830
We zullen dit doornemen en ik zal
proberen je geheugen op te frissen over

38
00:02:25,830 --> 00:02:29,370
enkele van de verhalen waar
hier op gezinspeeld wordt.

39
00:02:29,370 --> 00:02:34,410
Omdat de lezers Joods waren, zouden
ze deze verhalen tijdens hun jeugd

40
00:02:34,410 --> 00:02:36,630
telkens opnieuw hebben gehoord.

41
00:02:36,630 --> 00:02:40,110
Daarom zinspeelt de psalmist
soms maar kort op iets,

42
00:02:40,110 --> 00:02:44,370
en die zinspeling zou bij een
Joodse lezer een hele rijkdom

43
00:02:44,370 --> 00:02:46,290
aan bijzonderheden oproepen.

44
00:02:46,290 --> 00:02:48,930
Ze zouden zich het hele
verhaal herinneren.

45
00:02:48,930 --> 00:02:53,730
Dat kan ook voor ons gelden, aangezien
de meesten van ons zojuist de

46
00:02:53,730 --> 00:02:57,450
historische gedeelten van het
Oude Testament hebben doorgenomen

47
00:02:57,450 --> 00:03:02,130
en veel van deze verhalen ons nog
vers in het geheugen zullen liggen.

48
00:03:02,130 --> 00:03:06,510
Maar voor iedereen die er minder vertrouwd
mee is of sommige van deze dingen

49
00:03:06,510 --> 00:03:11,250
misschien vergeten is, zal ik proberen
enkele bijzonderheden in te vullen.

50
00:03:11,250 --> 00:03:14,790
Dan wordt duidelijk wat hier
in herinnering wordt geroepen.

51
00:03:14,790 --> 00:03:19,230
De openingsverzen zijn in wezen
een aansporing aan Gods volk om

52
00:03:19,230 --> 00:03:24,330
over Gods wonderdaden te spreken, over
alle goede dingen die Hij heeft gedaan.

53
00:03:24,330 --> 00:03:29,790
De rest van de psalm is de eigen poging
van de psalmist om precies dat te doen:

54
00:03:29,790 --> 00:03:32,430
spreken over al Gods wonderdaden.

55
00:03:32,430 --> 00:03:36,210
Het idee is dat we het niet alleen
voor onszelf moeten houden als we veel

56
00:03:36,210 --> 00:03:38,070
zegen van God hebben ontvangen.

57
00:03:38,070 --> 00:03:42,570
We moeten deze dingen aangrijpen als
een gelegenheid om van Gods goedheid te

58
00:03:42,570 --> 00:03:47,250
getuigen tegenover degenen die Zijn
goedheid nog niet hebben leren kennen.

59
00:03:47,250 --> 00:03:50,370
Als wij uit ervaring hebben
geleerd dat God goed is,

60
00:03:50,370 --> 00:03:54,510
moeten we dat doorgeven aan degenen
die die ervaring nog niet hebben gehad,

61
00:03:54,510 --> 00:03:57,630
zodat ook zij kunnen leren
op Hem te vertrouwen.

62
00:03:57,630 --> 00:04:00,090
Dat is wat de openingsverzen zeggen.

63
00:04:00,090 --> 00:04:04,110
Voordat we die lezen, wil ik misschien
je aandacht vestigen op één vers

64
00:04:04,110 --> 00:04:06,030
in Psalm 107.

65
00:04:06,030 --> 00:04:08,970
Psalm 107, vers 2, zegt:

66
00:04:08,970 --> 00:04:11,850
Laten zo spreken wie
de HEERE verlost heeft,

67
00:04:11,850 --> 00:04:15,270
die Hij verlost heeft uit de
hand van de tegenstanders,

68
00:04:15,270 --> 00:04:17,850
Psalm 107, vers 2:

69
00:04:17,850 --> 00:04:20,910
Laat wie door de Heer
bevrijd zijn dat zeggen,

70
00:04:20,910 --> 00:04:24,270
zij die Hij uit de macht
van de vijand heeft bevrijd.

71
00:04:24,270 --> 00:04:29,370
Dit betekent dat als God je uitkomst
heeft gegeven in een bepaalde beproeving,

72
00:04:29,370 --> 00:04:32,970
of uit een bepaalde aanval die
je dreigde te overweldigen,

73
00:04:32,970 --> 00:04:37,230
en God je eruit heeft gered,
je daarover hoort te spreken.

74
00:04:37,230 --> 00:04:41,910
Je hoort het te vertellen, want er zijn
mensen die zulke problemen doormaken

75
00:04:41,910 --> 00:04:48,210
en die niet, zoals jij, door zo’n ervaring
hebben geleerd op God te vertrouwen.

76
00:04:48,210 --> 00:04:52,890
Daarom is het vertellen van Zijn
overwinningen en Zijn trouw bedoeld om

77
00:04:52,890 --> 00:04:56,670
geloof in ons te wekken wanneer
we het opnieuw vertellen.

78
00:04:56,670 --> 00:05:01,530
Het brengt deze dingen weer bij onszelf
in herinnering, want we vergeten ze vaak.

79
00:05:01,530 --> 00:05:04,410
Ook maakt het Gods trouw
aan anderen bekend.

80
00:05:04,410 --> 00:05:10,230
Denk eraan dat de psalmist in Psalm
89 — ik meen dat het vers 2 was — zei:

81
00:05:10,230 --> 00:05:12,030
Laat me je dat vers geven.

82
00:05:12,030 --> 00:05:15,090
Het is eigenlijk vers 1 in
de Engelse versnummering:

83
00:05:15,090 --> 00:05:19,230
Ik zal de blijken van goedertierenheid
van de HEERE eeuwig bezingen,

84
00:05:19,230 --> 00:05:23,910
van generatie op generatie Uw
trouw met mijn mond bekendmaken.

85
00:05:23,910 --> 00:05:27,390
Het idee is dat we Gods trouw
mondeling aan andere mensen,

86
00:05:27,390 --> 00:05:31,050
en in feite aan alle
generaties, bekend kunnen maken.

87
00:05:31,050 --> 00:05:34,890
De trouw van God is een les die
Hij wil dat alle mensen kennen.

88
00:05:34,890 --> 00:05:37,350
Onder mensen is er zo weinig trouw.

89
00:05:37,350 --> 00:05:40,230
Er zijn zoveel mensen die
zo cynisch zijn geworden

90
00:05:40,230 --> 00:05:43,170
dat ze geloven dat
niemand te vertrouwen is.

91
00:05:43,170 --> 00:05:47,010
Onder mensen is dat misschien
inderdaad waar. Paulus zei:

92
00:05:47,010 --> 00:05:48,690
Volstrekt niet!

93
00:05:48,690 --> 00:05:53,670
Zo echter moet het zijn: God is
waarachtig maar ieder mens een leugenaar,

94
00:05:53,670 --> 00:05:57,990
zoals geschreven staat: Opdat U
gerechtvaardigd wordt wanneer U recht

95
00:05:57,990 --> 00:06:01,230
spreekt, en overwint wanneer U oordeelt.

96
00:06:01,230 --> 00:06:06,030
Het is mogelijk dat ieder mens die je
ooit hebt ontmoet of ooit zult ontmoeten,

97
00:06:06,030 --> 00:06:10,830
op de een of andere manier oneerlijk zal
zijn en je misschien zal teleurstellen.

98
00:06:10,830 --> 00:06:13,710
Vaak proberen mensen
niet bewust te misleiden,

99
00:06:13,710 --> 00:06:17,370
maar wekken ze door menselijke zwakheid
per ongeluk een verkeerde indruk

100
00:06:17,370 --> 00:06:18,750
of iets dergelijks.

101
00:06:18,750 --> 00:06:21,390
Je kunt mensen eenvoudigweg
niet vertrouwen,

102
00:06:21,390 --> 00:06:23,610
maar God kun je wel vertrouwen.

103
00:06:23,610 --> 00:06:26,610
Dat is voor mensen een
moeilijke les om te leren.

104
00:06:26,610 --> 00:06:29,970
Want wanneer mensen vaak genoeg
door anderen bedrogen zijn,

105
00:06:29,970 --> 00:06:34,650
ontwikkelen ze een gewoonte van twijfel:
‘Ik geloof het pas als ik het zie’,

106
00:06:34,650 --> 00:06:37,110
zoiets. Zo was Thomas.

107
00:06:37,110 --> 00:06:41,190
Zelfs toen zijn eigen beste vrienden,
de andere apostelen, zeiden:

108
00:06:41,190 --> 00:06:45,870
De andere discipelen dan zeiden tegen
hem: Wij hebben de Heere gezien.

109
00:06:45,870 --> 00:06:49,230
Maar hij zei tegen hen: Als
ik in Zijn handen niet het

110
00:06:49,230 --> 00:06:52,470
litteken van de spijkers
zie, en mijn vinger niet

111
00:06:52,470 --> 00:06:57,030
steek in het litteken van de spijkers,
en mijn hand niet steek in Zijn zij,

112
00:06:57,030 --> 00:06:59,190
zal ik beslist niet geloven.

113
00:06:59,190 --> 00:07:03,330
Hij had hen ongetwijfeld nooit als
onbetrouwbare getuigen beschouwd,

114
00:07:03,330 --> 00:07:08,490
maar het leek zo’n radicale uitspraak dat
hij meende dat hij die niet kon geloven,

115
00:07:08,490 --> 00:07:10,530
ook al werd het hem betuigd.

116
00:07:10,530 --> 00:07:12,150
Mensen moeten eigenlijk opnieuw

117
00:07:12,150 --> 00:07:14,970
geprogrammeerd worden
om te leren vertrouwen.

118
00:07:14,970 --> 00:07:18,030
Niet noodzakelijkerwijs
om mensen te vertrouwen,

119
00:07:18,030 --> 00:07:22,590
al moeten we wel een bepaald niveau van
vertrouwen in betrouwbare mensen opbouwen,

120
00:07:22,590 --> 00:07:26,790
zodat we ons leven niet volledig
leiden in angst om bedrogen te worden

121
00:07:26,790 --> 00:07:28,110
of wat dan ook.

122
00:07:28,110 --> 00:07:31,710
Maar mensen moeten beslist
leren God te vertrouwen,

123
00:07:31,710 --> 00:07:35,910
en dat gebeurt wanneer mensen
leren dat Hij te vertrouwen is.

124
00:07:35,910 --> 00:07:40,050
De eerste fase waarin je dat
leert, is dat het je verteld wordt.

125
00:07:40,050 --> 00:07:44,310
Wanneer je getuigenissen hoort van mensen
die hebben meegemaakt hoe God hen uit een

126
00:07:44,310 --> 00:07:49,290
financiële crisis, een ernstige ziekte
of een ander groot probleem redde,

127
00:07:49,290 --> 00:07:50,970
dan bemoedigt je dat.

128
00:07:50,970 --> 00:07:55,590
Maar lang niet zoveel als nadat je het
in je eigen leven hebt zien gebeuren.

129
00:07:55,590 --> 00:07:58,950
Toch is anderen vertellen over
de trouw van God de eerste

130
00:07:58,950 --> 00:08:03,270
fase in het ontwikkelen van
vertrouwen in God bij je luisteraars.

131
00:08:03,270 --> 00:08:08,010
Daarvoor dient deze psalm: om
de trouw van God te verhalen.

132
00:08:08,010 --> 00:08:11,250
De openingsverzen zeggen
ons, zoals ik al zei,

133
00:08:11,250 --> 00:08:13,830
in wezen dat we over deze
dingen moeten praten.

134
00:08:13,830 --> 00:08:16,770
We moeten de mensen,
zelfs onder de heidenen,

135
00:08:16,770 --> 00:08:21,570
vertellen dat ze over Zijn wonderlijke
werken moeten zingen. Er staat:

136
00:08:21,570 --> 00:08:27,870
Loof de HEERE, roep Zijn Naam aan,
maak Zijn daden bekend onder de volken.

137
00:08:27,870 --> 00:08:34,170
Zing voor Hem, zing psalmen voor Hem,
spreek aandachtig van al Zijn wonderen.

138
00:08:34,170 --> 00:08:39,330
Beide verzen beginnen met een aansporing
om God te prijzen of voor Hem te zingen,

139
00:08:39,330 --> 00:08:43,590
en eindigen met de uitspraak dat we aan
andere mensen moeten bekendmaken wat

140
00:08:43,590 --> 00:08:45,150
Hij heeft gedaan.

141
00:08:45,150 --> 00:08:50,070
We zouden zelfs kunnen stellen dat het
vertellen van alles wat Hij heeft gedaan,

142
00:08:50,070 --> 00:08:52,890
deel uitmaakt van het prijzen van Hem.

143
00:08:52,890 --> 00:08:56,790
Spreken over al Zijn wonderlijke
werken maakt deel uit van onze

144
00:08:56,790 --> 00:08:58,590
lofprijzing aan Hem.

145
00:08:58,590 --> 00:09:03,330
Het brengt Hem beslist lof en
heerlijkheid wanneer we dat doen.

146
00:09:03,330 --> 00:09:07,590
Beroem u in Zijn heilige Naam,
laat het hart van wie de HEERE

147
00:09:07,590 --> 00:09:10,050
zoeken, zich verblijden.

148
00:09:10,050 --> 00:09:15,210
Vraag naar de HEERE en Zijn kracht,
zoek Zijn aangezicht voortdurend.

149
00:09:15,210 --> 00:09:18,390
Denk aan Zijn wonderen,
die Hij gedaan heeft,

150
00:09:18,390 --> 00:09:23,850
aan Zijn tekenen en de oordelen van
Zijn mond, nakomelingen van Abraham,

151
00:09:23,850 --> 00:09:28,350
Zijn dienaar, kinderen van
Jakob, Zijn uitverkorenen.

152
00:09:28,350 --> 00:09:33,690
Hij is de HEERE, onze God, Zijn
oordelen gaan over heel de aarde.

153
00:09:33,690 --> 00:09:38,310
Hij denkt aan Zijn verbond voor eeuwig,
aan de belofte die Hij gedaan heeft,

154
00:09:38,310 --> 00:09:40,410
tot in duizend generaties,

155
00:09:40,410 --> 00:09:43,710
Wanneer er staat dat Hij aan
Zijn verbond gedacht heeft,

156
00:09:43,710 --> 00:09:47,490
houdt iedere verwijzing naar
het feit dat God iets gedenkt

157
00:09:47,490 --> 00:09:49,170
altijd in dat Hij iets doet.

158
00:09:49,170 --> 00:09:52,470
Er staat dat Hij na de zondvloed
aan Noach gedacht heeft,

159
00:09:52,470 --> 00:09:56,910
toen Noach en zijn gezin zoveel
dagen in de ark hadden doorgebracht:

160
00:09:56,910 --> 00:10:02,490
En God dacht aan Noach en aan al de wilde
dieren en al het vee dat bij hem in de ark

161
00:10:02,490 --> 00:10:07,950
was; en God liet wind over de aarde
gaan, zodat het water bedaarde.

162
00:10:07,950 --> 00:10:12,450
Daarom liet Hij een wind komen om
het water te laten zakken, enzovoort.

163
00:10:12,450 --> 00:10:16,650
Wanneer God gedenkt, betekent dat
niet dat Hij iets vergeten was.

164
00:10:16,650 --> 00:10:21,450
Het betekent dat Zijn daden laten
zien dat Hij het niet vergeten is.

165
00:10:21,450 --> 00:10:24,990
Wanneer hier dus staat dat Hij
aan Zijn verbond gedacht heeft,

166
00:10:24,990 --> 00:10:30,810
betekent het dat Hij ons heeft laten zien
dat Hij Zijn verbond niet vergeten is.

167
00:10:30,810 --> 00:10:36,750
Hij is trouw geweest aan de dingen die
Hij aan duizend generaties beloofd heeft.

168
00:10:36,750 --> 00:10:37,770
Er staat:

169
00:10:37,770 --> 00:10:43,890
aan het verbond dat Hij met Abraham
gesloten heeft, en Zijn eed aan Izak.

170
00:10:43,890 --> 00:10:46,470
Hier komen we bij de geschiedenis.

171
00:10:46,470 --> 00:10:52,230
Abraham was de eerste aan wie God
dit verbond bekendmaakte. Er staat:

172
00:10:52,230 --> 00:10:58,170
aan het verbond dat Hij met Abraham
gesloten heeft, en Zijn eed aan Izak.

173
00:10:58,170 --> 00:11:01,890
Voor Jakob heeft Hij het
vastgesteld als een verordening,

174
00:11:01,890 --> 00:11:04,710
voor Israël als een eeuwig verbond,

175
00:11:04,710 --> 00:11:09,210
In deze twee verzen worden
enkele honderden jaren bestreken:

176
00:11:09,210 --> 00:11:13,170
de generaties van Abraham, Izak en Jakob.

177
00:11:13,170 --> 00:11:18,570
God deed Zijn verbondsbeloften eerst
aan Abraham: dat Hij hem zou zegenen,

178
00:11:18,570 --> 00:11:24,270
zijn naam tot een zegen zou maken, hem
tot een groot volk zou maken en door hem

179
00:11:24,270 --> 00:11:27,570
en door zijn zaad alle volken zou zegenen.

180
00:11:27,570 --> 00:11:31,410
Dat waren de dingen die aan
Abraham werden bekendgemaakt.

181
00:11:31,410 --> 00:11:37,050
God herhaalde ze ook aan Izak, zijn
zoon, en later aan Jakob, zijn zoon.

182
00:11:37,050 --> 00:11:41,310
Zo maakte God drie generaties lang
persoonlijk het verbond bekend aan deze

183
00:11:41,310 --> 00:11:43,710
mannen uit de lijn van Abraham.

184
00:11:43,710 --> 00:11:45,150
Wanneer er staat:

185
00:11:45,150 --> 00:11:48,270
aan Israël kan dat
hetzelfde zijn als Jakob,

186
00:11:48,270 --> 00:11:51,390
omdat Jakobs naam werd
veranderd in Israël.

187
00:11:51,390 --> 00:11:54,990
Maar het is heel goed mogelijk
dat het aan het einde van vers 10

188
00:11:54,990 --> 00:12:00,570
verwijst naar het volk Israël, dat
voortkwam uit de twaalf zonen van Jakob.

189
00:12:00,570 --> 00:12:02,490
Hoe dan ook, er staat:

190
00:12:02,490 --> 00:12:05,310
en zei Dit is het verbond:

191
00:12:05,310 --> 00:12:09,150
door te zeggen: Ik zal
u het land Kanaän geven,

192
00:12:09,150 --> 00:12:11,910
het gebied dat uw erfelijk bezit is.

193
00:12:11,910 --> 00:12:14,550
Ook dat maakte deel uit van het verbond.

194
00:12:14,550 --> 00:12:19,110
Hij zou hun dit beloofde land geven
in de tijd die zo wordt beschreven:

195
00:12:19,110 --> 00:12:25,110
Toen zij met weinig mensen waren, ja,
met weinigen, en vreemdelingen daarin,

196
00:12:25,110 --> 00:12:30,090
Dat wil zeggen dat ze maar met weinigen
waren toen God beloofde dat ze het land

197
00:12:30,090 --> 00:12:31,830
ooit zouden bezitten.

198
00:12:31,830 --> 00:12:34,530
Bovendien waren ze
vreemdelingen in het land.

199
00:12:34,530 --> 00:12:39,090
Eigenlijk trokken ze er alleen maar
doorheen, of trokken ze erin rond.

200
00:12:39,090 --> 00:12:43,950
Ze reisden rond en leefden als nomaden,
ook al waren er overal in het land

201
00:12:43,950 --> 00:12:48,270
gevestigde gemeenschappen van
Kanaänieten in ommuurde steden.

202
00:12:48,270 --> 00:12:52,950
Het land was in die tijd eigendom
van de Kanaänitische volken.

203
00:12:52,950 --> 00:12:56,550
Abraham en zijn zonen waren
passanten in het land.

204
00:12:56,550 --> 00:12:58,830
Ze trokken er alleen maar doorheen.

205
00:12:58,830 --> 00:13:02,790
Toch beloofde God het hun toen
ze in die toestand verkeerden,

206
00:13:02,790 --> 00:13:05,550
veruit in de minderheid
tegenover de Kanaänieten

207
00:13:05,550 --> 00:13:09,570
en zonder ook maar enige aanspraak
op het land te lijken te hebben.

208
00:13:09,570 --> 00:13:13,830
En zij geloofden Zijn belofte dat
dit land op een dag van hen zou zijn.

209
00:13:13,830 --> 00:13:15,030
Er staat:

210
00:13:15,030 --> 00:13:20,370
en zij van volk naar volk zwierven, van
het ene koninkrijk naar het andere volk,

211
00:13:20,370 --> 00:13:24,810
Bij het woord ‘volken’ zouden we kunnen
denken aan wat we tegenwoordig onder een

212
00:13:24,810 --> 00:13:30,690
volk verstaan: een grote politieke eenheid
die zich over een groot gebied uitstrekt.

213
00:13:30,690 --> 00:13:36,210
Maar in feite bevond in die tijd elk
volk zich binnen een ommuurde stad.

214
00:13:36,210 --> 00:13:39,030
Het waren als het ware stadstaten.

215
00:13:39,030 --> 00:13:43,650
Elke stad had haar eigen koning
en was daarom een autonoom volk.

216
00:13:43,650 --> 00:13:46,530
De steden vochten met elkaar
zoals volken dat doen,

217
00:13:46,530 --> 00:13:51,330
maar het waren kleine stadskoninkrijken,
elk met een eigen koning.

218
00:13:51,330 --> 00:13:56,850
Abraham en zijn zonen trokken rond
tussen deze volken, tussen deze steden.

219
00:13:56,850 --> 00:13:59,430
liet Hij geen mens toe
hen te onderdrukken.

220
00:13:59,430 --> 00:14:04,470
Ook bestrafte Hij koningen omwille van
hen en zei : Raak Mijn gezalfden niet aan,

221
00:14:04,470 --> 00:14:06,450
doe Mijn profeten geen kwaad.

222
00:14:06,450 --> 00:14:10,170
Dat verwijst naar het feit dat
Abraham en Izak soms het gebied van

223
00:14:10,170 --> 00:14:12,150
de Filistijnen binnengingen.

224
00:14:12,150 --> 00:14:15,570
Bij één gelegenheid ging
Abraham naar Egypte.

225
00:14:15,570 --> 00:14:21,690
In Genesis, hoofdstuk 12, ging Abraham
naar Egypte, en in Genesis, hoofdstuk 20,

226
00:14:21,690 --> 00:14:25,410
ging hij het gebied van de
Filistijnen binnen, naar Gerar.

227
00:14:25,410 --> 00:14:29,670
Later ging zijn eigen zoon Izak opnieuw
het gebied van de Filistijnen binnen.

228
00:14:29,670 --> 00:14:34,590
Om de een of andere reden verlieten ze
hun land, meestal vanwege hongersnoden.

229
00:14:34,590 --> 00:14:38,010
Zoals je je herinnert, logen
ze over wie hun vrouwen waren

230
00:14:38,010 --> 00:14:40,950
en zeiden ze dat hun
vrouwen hun zussen waren.

231
00:14:40,950 --> 00:14:44,910
Ze dachten dat ze door dat te zeggen
hun eigen leven konden redden.

232
00:14:44,910 --> 00:14:49,890
Maar iedere keer dat een van de koningen
Sara of Rebekka tot vrouw wilde nemen,

233
00:14:49,890 --> 00:14:51,570
bestrafte God die koning.

234
00:14:51,570 --> 00:14:56,430
In één geval in het bijzonder,
dat van Abimelech in Genesis 20,

235
00:14:56,430 --> 00:14:59,670
sprak God werkelijk tot Abimelech en zei:

236
00:14:59,670 --> 00:15:04,410
Geef deze vrouw terug aan haar man
Abraham, want hij is een profeet,

237
00:15:04,410 --> 00:15:06,150
en doe hem geen kwaad.

238
00:15:06,150 --> 00:15:09,810
Dit is een parafrase van
die uitspraak in vers 15,

239
00:15:09,810 --> 00:15:15,030
waar staat dat God koningen
omwille van hen bestrafte en zei:

240
00:15:15,030 --> 00:15:18,990
Raak Mijn gezalfden niet aan en
doe Mijn profeten geen kwaad.

241
00:15:18,990 --> 00:15:24,210
want God had tot Abimelech gesproken
en gezegd dat Abraham een profeet was.

242
00:15:24,210 --> 00:15:29,250
Hij riep een hongersnood over het land af,
Hij liet het volledig aan brood ontbreken.

243
00:15:29,250 --> 00:15:33,990
Hij zond een man voor hen uit:
Jozef werd als slaaf verkocht.

244
00:15:33,990 --> 00:15:38,370
Men drukte zijn voeten vast in de
boeien, hijzelf kwam in de ijzers.

245
00:15:38,370 --> 00:15:43,350
Tot de tijd dat Zijn woord uitkwam, heeft
de belofte van de HEERE hem gelouterd.

246
00:15:43,350 --> 00:15:48,750
De koning stuurde boden en liet hem vrij,
de heerser van de volken liet hem los.

247
00:15:48,750 --> 00:15:53,730
Hij stelde hem aan tot heer over zijn
huis, tot heerser over al zijn bezit,

248
00:15:53,730 --> 00:15:58,470
om zijn vorsten zijn wil op te leggen
en zijn oudsten wijsheid te leren.

249
00:15:58,470 --> 00:16:02,730
Daarna kwam Israël in Egypte, Jakob
verbleef als vreemdeling in het

250
00:16:02,730 --> 00:16:04,110
land van Cham.

251
00:16:04,110 --> 00:16:08,070
Dit verwijst naar het feit dat God
weliswaar een hongersnood over het land

252
00:16:08,070 --> 00:16:11,550
Kanaän bracht, zoals in
vers 16 wordt vermeld,

253
00:16:11,550 --> 00:16:15,030
maar dat Hij de weg al had voorbereid
om de Joden door die hongersnood

254
00:16:15,030 --> 00:16:16,110
heen te redden.

255
00:16:16,110 --> 00:16:19,950
Hij had Jozef op een ongebruikelijke
manier vooruitgestuurd.

256
00:16:19,950 --> 00:16:22,950
Hij liet Jozef door zijn
broers als slaaf verkopen,

257
00:16:22,950 --> 00:16:25,890
en Jozef bracht tijd
door in de gevangenis.

258
00:16:25,890 --> 00:16:29,970
In feite was het ongeveer zeventien
jaar later dat Jozef in Egypte

259
00:16:29,970 --> 00:16:34,410
tot een machtspositie werd verheven en
zijn familie van de hongersnood kon redden

260
00:16:34,410 --> 00:16:37,890
door hen in Egypte een
bevoorrechte positie te geven.

261
00:16:37,890 --> 00:16:40,050
Dat is wat hier wordt vermeld.

262
00:16:40,050 --> 00:16:43,290
Hoewel Hij in vers 16 een
hongersnood liet komen,

263
00:16:43,290 --> 00:16:48,450
had Hij in vers 17 een man voor
hen uit gestuurd, namelijk Jozef.

264
00:16:48,450 --> 00:16:52,770
God waakte trouw over hen, ook al
stelde Hij het land met een hongersnood

265
00:16:52,770 --> 00:16:53,910
op de proef.

266
00:16:53,910 --> 00:16:56,310
Hij wist dat Hij dat zou doen.

267
00:16:56,310 --> 00:17:00,570
Daarom bereidde Hij een weg voor
waarlangs ze naar Egypte konden gaan,

268
00:17:00,570 --> 00:17:03,030
door Jozef vooruit te sturen.

269
00:17:03,030 --> 00:17:09,150
Over Jozef staat in de verzen 18 en 19
dat de boeien pijn deden aan zijn voeten.

270
00:17:09,150 --> 00:17:13,650
Dat is een nogal aanschouwelijk detail
dat in het verslag in Genesis niet werd

271
00:17:13,650 --> 00:17:18,150
genoemd, maar als dienaar en slaaf
droeg hij werkelijk boeien die

272
00:17:18,150 --> 00:17:19,890
zijn benen afknelden.

273
00:17:19,890 --> 00:17:21,450
Maar er staat ook:

274
00:17:21,450 --> 00:17:26,610
Totdat zijn woord uitkwam, stelde het
woord van de Heer hem op de proef.

275
00:17:26,610 --> 00:17:30,450
Dat gaat duidelijk over de tijd die
hij in de gevangenis doorbracht,

276
00:17:30,450 --> 00:17:32,610
want in vers 20 staat:

277
00:17:32,610 --> 00:17:35,850
De koning liet hem vrij en liet hem gaan.

278
00:17:35,850 --> 00:17:38,430
Over de tijd dat hij in de gevangenis zat,

279
00:17:38,430 --> 00:17:41,910
staat dat hij daar bleef
totdat zijn woord kwam.

280
00:17:41,910 --> 00:17:44,910
Dat verwijst waarschijnlijk
naar de profetie die God

281
00:17:44,910 --> 00:17:49,590
Jozef in dromen had gegeven, voordat
hij ooit naar Egypte werd verkocht.

282
00:17:49,590 --> 00:17:53,850
Toen hij thuis bij zijn familie
was, gaf God hem twee dromen.

283
00:17:53,850 --> 00:17:57,570
De ene ging over de schoven die
zich voor zijn schoof neerbogen,

284
00:17:57,570 --> 00:18:02,610
en de andere ging over de zon, de maan en
de sterren die zich voor hem neerbogen.

285
00:18:02,610 --> 00:18:06,030
Beide hielden in wezen in
dat zijn elf broers zich op

286
00:18:06,030 --> 00:18:08,310
een dag voor hem zouden neerbuigen.

287
00:18:08,310 --> 00:18:11,490
Dat had hij als een woord
van de Heere ontvangen.

288
00:18:11,490 --> 00:18:15,510
Denk eraan dat we het eerder hebben
gehad over het sterven van een visioen.

289
00:18:15,510 --> 00:18:17,430
Dat was zijn visioen.

290
00:18:17,430 --> 00:18:20,430
Hij had dit visioen waarin hij zou regeren

291
00:18:20,430 --> 00:18:23,790
en zijn broers daadwerkelijk
voor hem zouden buigen.

292
00:18:23,790 --> 00:18:26,490
De Heere had hem dat visioen gegeven.

293
00:18:26,490 --> 00:18:29,130
Maar toen stelde het
woord hem op de proef.

294
00:18:29,130 --> 00:18:31,530
Het woord werd eigenlijk
op de proef gesteld,

295
00:18:31,530 --> 00:18:35,490
en het stelde hem op de proef om te zien
of hij zich nog steeds aan die belofte zou

296
00:18:35,490 --> 00:18:38,430
vasthouden, zelfs toen
hij in de gevangenis zat

297
00:18:38,430 --> 00:18:43,470
en het wel uiterst onwaarschijnlijk leek
dat zijn broers hem ooit zouden aanbidden.

298
00:18:43,470 --> 00:18:47,430
Het leek er zelfs niet op dat hij
ooit uit de gevangenis zou komen.

299
00:18:47,430 --> 00:18:51,330
In die tijd wachtte hij er dus
op dat het woord zou uitkomen,

300
00:18:51,330 --> 00:18:55,050
en in zekere zin stelde
het woord hem op de proef.

301
00:18:55,050 --> 00:18:58,770
Dat wil zeggen: hij had een woord
waaraan hij zich kon vasthouden,

302
00:18:58,770 --> 00:19:00,750
maar hij kon het ook opgeven.

303
00:19:00,750 --> 00:19:04,350
Hij kon zijn geloof in dat
woord behouden of niet.

304
00:19:04,350 --> 00:19:08,190
Alleen al doordat dat woord er was,
had hij iets wat hij kon geloven

305
00:19:08,190 --> 00:19:09,690
of niet geloven.

306
00:19:09,690 --> 00:19:14,250
Dat hij die belofte had terwijl hij
zelf zo zwaar op de proef werd gesteld,

307
00:19:14,250 --> 00:19:16,950
stelde zijn geloof zwaar op de proef.

308
00:19:16,950 --> 00:19:21,270
Of hij volledig aan dat visioen
gestorven is of niet, weten we niet.

309
00:19:21,270 --> 00:19:26,130
Maar we weten dat het er beslist naar
uitzag dat dat visioen niet zou uitkomen.

310
00:19:26,130 --> 00:19:30,690
We zien dus dat God Jozef niet alleen
vooruitstuurde om het volk te sparen,

311
00:19:30,690 --> 00:19:34,890
maar dat God ook andere doelen voor
ogen had die met Jozefs eigen leven

312
00:19:34,890 --> 00:19:36,150
te maken hadden.

313
00:19:36,150 --> 00:19:40,950
Hij stelde de man op de proef, liet
zijn geloof groeien, enzovoort.

314
00:19:40,950 --> 00:19:44,850
We kunnen zien dat God in een
bepaalde situatie altijd met meer dan

315
00:19:44,850 --> 00:19:46,470
één ding bezig is.

316
00:19:46,470 --> 00:19:50,910
Hij zal in jouw persoonlijke leven werken,
en Hij zal in het persoonlijke leven van

317
00:19:50,910 --> 00:19:52,470
iemand anders werken.

318
00:19:52,470 --> 00:19:54,750
En in de relatie die
je met die ander hebt,

319
00:19:54,750 --> 00:19:57,330
zal Hij een derde resultaat teweegbrengen,

320
00:19:57,330 --> 00:20:00,930
omdat Hij op zoveel verschillende
niveaus aan het werk is.

321
00:20:00,930 --> 00:20:04,470
In dit geval werkte Hij eraan
om het volk Israël te redden,

322
00:20:04,470 --> 00:20:07,350
maar Hij was ook in
Jozefs leven aan het werk.

323
00:20:07,350 --> 00:20:11,730
En ongetwijfeld was Hij ook bezig met
de mensen in de gevangenis met wie Jozef

324
00:20:11,730 --> 00:20:12,930
te maken had.

325
00:20:12,930 --> 00:20:17,130
Nadat ernaar verwezen is dat Jozef
uit de gevangenis werd vrijgelaten,

326
00:20:17,130 --> 00:20:21,090
wordt vermeld dat hij Jakob en zijn
broers liet roepen om daar bij hem

327
00:20:21,090 --> 00:20:22,590
te komen wonen.

328
00:20:22,590 --> 00:20:24,630
In vers 23 staat:

329
00:20:24,630 --> 00:20:29,010
Ook Israël kwam naar Egypte en Jakob
verbleef als vreemdeling in het

330
00:20:29,010 --> 00:20:30,450
land van Cham.

331
00:20:30,450 --> 00:20:34,770
Denk eraan dat de Egyptenaren
afstamden van Noachs zoon Cham.

332
00:20:34,770 --> 00:20:36,870
Daar wordt hier dus naar verwezen.

333
00:20:36,870 --> 00:20:41,970
Hij deed Zijn volk zeer toenemen en maakte
het machtiger dan zijn tegenstanders.

334
00:20:41,970 --> 00:20:45,510
Dit is precies wat in
Exodus hoofdstuk 1 staat.

335
00:20:45,510 --> 00:20:49,950
De farao merkte dat de Joden zich in
het land zo snel vermenigvuldigden

336
00:20:49,950 --> 00:20:53,490
dat ze de Egyptenaren in
aantal begonnen te overtreffen.

337
00:20:53,490 --> 00:20:57,570
Dat joeg hem angst aan, en
daarom maakte hij hen tot slaven.

338
00:20:57,570 --> 00:21:00,630
Er staat dus dat zij sterker
werden dan hun vijanden,

339
00:21:00,630 --> 00:21:04,650
wat betekent dat zij sterker
werden in aantal en dergelijke.

340
00:21:04,650 --> 00:21:08,610
Hij veranderde hun hart, zodat
zij Zijn volk haatten en Zijn

341
00:21:08,610 --> 00:21:10,770
dienaren listig behandelden.

342
00:21:10,770 --> 00:21:15,990
Hij zond Mozes, Zijn dienaar,
en Aäron, die Hij verkozen had.

343
00:21:15,990 --> 00:21:19,650
Zij verrichtten onder hen de
tekenen die Hij bevolen had,

344
00:21:19,650 --> 00:21:22,350
en wonderen in het land van Cham.

345
00:21:22,350 --> 00:21:28,410
Dat wil zeggen: God keerde het hart van
de Egyptenaren ertoe Zijn volk te haten.

346
00:21:28,410 --> 00:21:32,610
Nu krijgen we een opsomming van
enkele plagen die werden gezonden.

347
00:21:32,610 --> 00:21:37,350
Niet alle tien worden genoemd, maar er
wordt hier naar heel wat plagen verwezen.

348
00:21:37,350 --> 00:21:43,711
Hij zond duisternis en maakte het duister
— zij waren Zijn woord niet ongehoorzaam —

349
00:21:43,711 --> 00:21:47,550
Hij veranderde hun water in
bloed en doodde hun vissen.

350
00:21:47,550 --> 00:21:51,810
Hun land wemelde van kikkers, tot
in de kamers van hun koningen.

351
00:21:51,810 --> 00:21:56,730
Hij sprak, en er kwamen steekvliegen
en muggen in hun hele gebied.

352
00:21:56,730 --> 00:22:01,470
Hij maakte hun regen tot hagel,
bracht vlammend vuur in hun land.

353
00:22:01,470 --> 00:22:04,890
De verwijzing naar vlammend vuur
is kennelijk een verwijzing naar de

354
00:22:04,890 --> 00:22:11,310
bolbliksem die volgens Exodus
9:23 samen met de hagelplaag kwam.

355
00:22:11,310 --> 00:22:14,910
In de Engelse vertaling waarop
deze uitleg is gebaseerd,

356
00:22:14,910 --> 00:22:18,570
staat dat het vuur of de
bliksem over de grond voortging.

357
00:22:18,570 --> 00:22:23,430
De HSV formuleert dit anders en
zegt dat vuur naar de aarde schoot.

358
00:22:23,430 --> 00:22:26,490
Er bestaat een verschijnsel
waar ik niet veel van begrijp,

359
00:22:26,490 --> 00:22:29,850
en ik weet niet zeker of
iemand het volledig begrijpt.

360
00:22:29,850 --> 00:22:32,370
Waarschijnlijk zijn er wel
mensen die er meer van weten,

361
00:22:32,370 --> 00:22:34,530
maar het wordt bolbliksem genoemd.

362
00:22:34,530 --> 00:22:38,790
In bepaalde gebieden, volgens mij in
het Middenwesten en zulke plaatsen,

363
00:22:38,790 --> 00:22:42,510
waar onweersbuien verschijnselen
vertonen die wij nooit hebben gezien,

364
00:22:42,510 --> 00:22:46,350
kan zich een echte bol van
vuur of bliksem vormen.

365
00:22:46,350 --> 00:22:51,330
Die kan over de bovenkant van een hek
lopen of rollen, of over de grond rollen.

366
00:22:51,330 --> 00:22:56,970
Hij raakt dan een boom of iets dergelijks,
en die boom barst zomaar in vlammen uit.

367
00:22:56,970 --> 00:23:01,230
Het is een verbazingwekkend verschijnsel,
en in bepaalde delen van het land is het

368
00:23:01,230 --> 00:23:04,410
helemaal niet zo ongewoon
om dit soort dingen te zien.

369
00:23:04,410 --> 00:23:09,930
Dat is kennelijk wat er gebeurde,
want in Exodus 9:23 wordt vermeld dat

370
00:23:09,930 --> 00:23:15,210
tijdens de hagelplaag de bliksem, of
het vuur, over de grond voortging.

371
00:23:15,210 --> 00:23:18,870
Daar lijkt hier in vers 32
naar verwezen te worden.

372
00:23:18,870 --> 00:23:19,890
Er staat:

373
00:23:19,890 --> 00:23:24,210
Hij trof hun wijnstok en hun
vijgenboom, Hij brak de bomen in hun

374
00:23:24,210 --> 00:23:25,890
gebied in stukken.

375
00:23:25,890 --> 00:23:28,290
Dit gebeurde tijdens de hagelplaag.

376
00:23:28,290 --> 00:23:33,870
Hij sprak, en er kwamen veldsprinkhanen,
treksprinkhanen, niet te tellen,

377
00:23:33,870 --> 00:23:36,450
In de Engelse vertaling
die de spreker gebruikt,

378
00:23:36,450 --> 00:23:40,110
worden hier naast sprinkhanen
ook ‘caterpillars’ genoemd;

379
00:23:40,110 --> 00:23:43,230
de HSV heeft ‘treksprinkhanen’.

380
00:23:43,230 --> 00:23:48,270
De volgende uitleg over rupsen en larven
sluit aan bij dat Engelse vertaalwoord.

381
00:23:48,270 --> 00:23:52,410
In het boek Joël worden vier verschillende
ontwikkelingsstadia van een sprinkhaan

382
00:23:52,410 --> 00:23:56,850
genoemd, en een rups is een van de
ontwikkelingsstadia van de larve.

383
00:23:56,850 --> 00:24:00,390
Er wordt hier dus verwezen naar
het feit dat er sprinkhanen kwamen.

384
00:24:00,390 --> 00:24:04,710
En niet slechts één generatie sprinkhanen,
maar ze waren er kennelijk lang genoeg

385
00:24:04,710 --> 00:24:06,750
om ook nakomelingen te krijgen.

386
00:24:06,750 --> 00:24:10,590
De rupsen, hun larven,
werden daar voortgebracht.

387
00:24:10,590 --> 00:24:16,230
die al het gewas in hun land opaten,
ja, zij aten de vrucht van hun akker op.

388
00:24:16,230 --> 00:24:18,870
Hij trof alle eerstgeborenen in hun land,

389
00:24:18,870 --> 00:24:22,350
de eerste vruchten van
al hun mannelijke kracht.

390
00:24:22,350 --> 00:24:26,190
Dit is de tiende plaag, waarmee
het Pascha verbonden was:

391
00:24:26,190 --> 00:24:29,010
de dood van de eerstgeboren zoon.

392
00:24:29,010 --> 00:24:34,410
‘De eerste vruchten van al hun mannelijke
kracht’ verwijst naar de eerstgeborenen.

393
00:24:34,410 --> 00:24:37,170
Hij leidde hen uit met zilver en goud,

394
00:24:37,170 --> 00:24:40,230
onder hun stammen was
niemand die struikelde.

395
00:24:40,230 --> 00:24:44,550
Het zilver en goud werden hun
door de Egyptenaren gegeven.

396
00:24:44,550 --> 00:24:48,630
Nadat de tien plagen voorbij waren,
wilden de meeste Egyptenaren,

397
00:24:48,630 --> 00:24:52,410
anders dan de farao, maar
al te graag van de Joden af.

398
00:24:52,410 --> 00:24:57,090
Ze beseften dat de plagen over hen
kwamen doordat de Joden daar waren.

399
00:24:57,090 --> 00:25:02,070
Het hart van de farao was verhard, dus hij
dacht niet zoals zijn eigen volk dacht.

400
00:25:02,070 --> 00:25:05,910
Maar de meeste mensen wilden
maar al te graag van de Joden af.

401
00:25:05,910 --> 00:25:10,350
Mozes zei de avond vóór het Pascha tegen
de Joden dat ze naar de Egyptenaren

402
00:25:10,350 --> 00:25:13,410
moesten gaan en hun om goud, zilver,

403
00:25:13,410 --> 00:25:18,810
juwelen en allerlei andere dingen moesten
vragen en die van hen moesten opeisen.

404
00:25:18,810 --> 00:25:23,190
Die werden later door de Joden in de
woestijn gebruikt om de tabernakel en het

405
00:25:23,190 --> 00:25:25,110
meubilair ervan te bouwen.

406
00:25:25,110 --> 00:25:28,770
De Egyptenaren gaven de Joden
graag alles waar ze om vroegen,

407
00:25:28,770 --> 00:25:31,170
alleen maar om hen te laten vertrekken.

408
00:25:31,170 --> 00:25:33,990
In feite betaalden ze hun om weg te gaan.

409
00:25:33,990 --> 00:25:38,250
Het was van hun kant geen diefstal
en het was ook geen afpersing dat de

410
00:25:38,250 --> 00:25:39,930
Joden dit deden.

411
00:25:39,930 --> 00:25:43,050
Ze dreigden er niet mee dat
deze dingen zouden gebeuren

412
00:25:43,050 --> 00:25:46,470
als de Egyptenaren hun
geen goud en zilver gaven,

413
00:25:46,470 --> 00:25:50,250
want het was in feite God Die
hun gezegd had dit te doen.

414
00:25:50,250 --> 00:25:54,630
Dit was misschien achterstallig loon
voor vierhonderd jaar onbetaalde arbeid

415
00:25:54,630 --> 00:25:58,170
die de Joden als slaven voor
de Egyptenaren hadden verricht.

416
00:25:58,170 --> 00:26:01,110
Ze kregen slechts een klein
percentage terugbetaald

417
00:26:01,110 --> 00:26:05,910
van wat ze betaald hadden moeten krijgen
voor al het werk dat van hen was geëist.

418
00:26:05,910 --> 00:26:09,030
Die dingen werden later
vervolgens aan God gewijd.

419
00:26:09,030 --> 00:26:12,090
Er staat dat ze met
zilver en goud vertrokken.

420
00:26:12,090 --> 00:26:15,150
Er staat dat er onder
hen niet één zwakke was.

421
00:26:15,150 --> 00:26:19,770
Dat moet betekenen dat God ieder
van hen op bovennatuurlijke wijze

422
00:26:19,770 --> 00:26:22,830
gezond had gemaakt op die specifieke nacht

423
00:26:22,830 --> 00:26:25,530
waarin ze door de Rode
Zee moesten vluchten.

424
00:26:25,530 --> 00:26:29,910
Ze hadden al hun kracht
nodig en God hield hen sterk.

425
00:26:29,910 --> 00:26:34,830
Elders wordt ons verteld dat tijdens hun
veertig jaar rondzwerven in de woestijn

426
00:26:34,830 --> 00:26:38,490
hun kleren niet versleten en
hun schoenen niet versleten.

427
00:26:38,490 --> 00:26:41,910
Dat was uiteraard ook een
bovennatuurlijke voorziening voor hen.

428
00:26:41,910 --> 00:26:45,330
Egypte was blij toen zij vertrokken,
want angst voor hen was op

429
00:26:45,330 --> 00:26:47,130
de Egyptenaren gevallen.

430
00:26:47,130 --> 00:26:49,770
Hij spreidde een wolk
uit om hen te bedekken

431
00:26:49,770 --> 00:26:52,350
en gaf vuur om de nacht te verlichten.

432
00:26:52,350 --> 00:26:56,250
Dit gebeurde nadat ze de
Rode Zee waren overgestoken.

433
00:26:56,250 --> 00:26:58,590
Ze kregen kwartels daar in de woestijn.

434
00:26:58,590 --> 00:27:02,670
Je herinnert je dat verhaal,
en daarna volgde er een plaag.

435
00:27:02,670 --> 00:27:08,430
Zij baden, en Hij deed kwartels komen,
Hij verzadigde hen met hemels brood.

436
00:27:08,430 --> 00:27:10,230
Dat verwijst naar manna.

437
00:27:10,230 --> 00:27:13,530
Hij opende een rots en
er vloeide water uit,

438
00:27:13,530 --> 00:27:16,710
dat als een rivier door de
dorre plaatsen stroomde.

439
00:27:16,710 --> 00:27:22,650
Dat verwijst naar het moment waarop Mozes
op de rots sloeg en het water eruit kwam.

440
00:27:22,650 --> 00:27:27,810
Want Hij dacht aan Zijn heilige
woord, aan Abraham, Zijn dienaar.

441
00:27:27,810 --> 00:27:33,150
Zo leidde Hij Zijn volk uit met
vreugde, Zijn uitverkorenen met gejuich.

442
00:27:33,150 --> 00:27:36,030
Hij gaf hun de landen van de heidenvolken.

443
00:27:36,030 --> 00:27:39,810
Zo namen zij in bezit waarvoor
de volken hadden gezwoegd,

444
00:27:39,810 --> 00:27:43,650
Met de heidenen worden
de Kanaänieten bedoeld.

445
00:27:43,650 --> 00:27:48,930
Hij gaf het bezit van de Kanaänieten
aan de Joden, en zij erfden hun arbeid.

446
00:27:48,930 --> 00:27:51,870
Dat betekent natuurlijk dat
de Joden niet in een of andere

447
00:27:51,870 --> 00:27:55,050
dorre woestenij terechtkwamen
die ze moesten ontginnen.

448
00:27:55,050 --> 00:28:00,750
Toen ze deze steden overnamen, waren
er al huizen gebouwd en akkers bebouwd.

449
00:28:00,750 --> 00:28:04,770
Ze liepen er gewoon binnen en
namen de arbeid van anderen over.

450
00:28:04,770 --> 00:28:06,870
Dat lijkt misschien niet erg ethisch.

451
00:28:06,870 --> 00:28:11,550
Maar als je beseft dat het Gods bedoeling
was om de Kanaänieten te oordelen,

452
00:28:11,550 --> 00:28:14,250
en dat God daar beslist
gerechtvaardigd toe was

453
00:28:14,250 --> 00:28:17,250
omdat ze een buitengewoon
goddeloos volk waren,

454
00:28:17,250 --> 00:28:21,570
dan heeft God het recht om hun bezittingen
en alles wat ze hebben te geven

455
00:28:21,570 --> 00:28:23,670
aan wie Hij maar wil.

456
00:28:23,670 --> 00:28:25,590
In Spreuken staat zelfs:

457
00:28:25,590 --> 00:28:28,290
De goede mens doet zijn
kleinkinderen erven,

458
00:28:28,290 --> 00:28:32,370
maar het vermogen van de zondaar
is weggelegd voor de rechtvaardige.

459
00:28:32,370 --> 00:28:35,730
Dat is min of meer wat er
met de Kanaänieten gebeurde.

460
00:28:35,730 --> 00:28:39,330
Ze bebouwden het land, ze
woonden er honderden jaren

461
00:28:39,330 --> 00:28:42,750
en ze deden wat goddeloos
was in de ogen van God.

462
00:28:42,750 --> 00:28:46,470
God oordeelde hen,
verdreef hen uit het land,

463
00:28:46,470 --> 00:28:50,310
vernietigde velen van hen
en gaf alles aan de Joden.

464
00:28:50,310 --> 00:28:56,010
Zo konden de Joden eenvoudig kant-en-klare
boerderijen, huizen en steden binnengaan,

465
00:28:56,010 --> 00:29:00,270
zodat ze de arbeid van de
andere volken erfden. Er staat:

466
00:29:00,270 --> 00:29:03,150
opdat zij zich aan Zijn
verordeningen zouden houden

467
00:29:03,150 --> 00:29:06,750
en Zijn wetten in acht
zouden nemen. Halleluja!

468
00:29:06,750 --> 00:29:11,250
Je kunt zien dat deze uiteenzetting over
Gods trouw in de geschiedenis van Israël

469
00:29:11,250 --> 00:29:15,690
begint met een specifieke
belofte die Hij aan Abraham gaf

470
00:29:15,690 --> 00:29:19,230
en die in de verzen 9 tot
en met 11 wordt genoemd.

471
00:29:19,230 --> 00:29:22,470
Er wordt op gewezen dat God met Abraham,

472
00:29:22,470 --> 00:29:27,510
Izak en Jakob het verbond sloot
dat Hij hun het land zou geven.

473
00:29:27,510 --> 00:29:32,010
In vers 12 wordt ons ook verteld
dat het, toen Hij deze belofte deed,

474
00:29:32,010 --> 00:29:34,830
vanuit natuurlijk oogpunt niet
waarschijnlijk was dat die

475
00:29:34,830 --> 00:29:36,450
ooit zou uitkomen.

476
00:29:36,450 --> 00:29:41,190
Het land werd namelijk bewoond door
machtige volken die tegen de Joden waren.

477
00:29:41,190 --> 00:29:43,350
De Joden waren gering in aantal.

478
00:29:43,350 --> 00:29:46,410
Ze waren slechts rondtrekkende
vreemdelingen in het land.

479
00:29:46,410 --> 00:29:50,130
Toch deed God een belofte waarvan
de vervulling vanuit natuurlijk

480
00:29:50,130 --> 00:29:52,350
oogpunt onwaarschijnlijk leek.

481
00:29:52,350 --> 00:29:55,110
De rest van het verhaal,
tot aan het einde,

482
00:29:55,110 --> 00:29:58,770
werkt toe naar het feit dat
God hun inderdaad het land gaf.

483
00:29:58,770 --> 00:30:01,590
Dat is wat Hij in vers 44 zegt:

484
00:30:01,590 --> 00:30:04,530
En Hij gaf hun de landen van de heidenen.

485
00:30:04,530 --> 00:30:09,750
Het idee hier is te laten zien dat God
beloofde Zijn volk het land te geven,

486
00:30:09,750 --> 00:30:14,610
en de geschiedenis die daarop volgt laat
zien welke stappen er werden genomen om

487
00:30:14,610 --> 00:30:15,750
dat te doen.

488
00:30:15,750 --> 00:30:21,750
Toen Abraham, Izak en Jakob die belofte
kregen, waren ze in het land Kanaän.

489
00:30:21,750 --> 00:30:26,190
Maar God wilde de Kanaänieten kennelijk
op de een of andere manier verzwakken door

490
00:30:26,190 --> 00:30:27,930
hongersnood te sturen.

491
00:30:27,930 --> 00:30:31,770
Daarom stuurde Hij Jozef vóór
zijn familie uit naar Egypte

492
00:30:31,770 --> 00:30:35,610
en bereidde Hij in Egypte een
plaats voor de Joden voor.

493
00:30:35,610 --> 00:30:39,210
In het land Egypte liet Hij toe
dat ze onder de onderdrukking van

494
00:30:39,210 --> 00:30:41,070
de Egyptenaren kwamen.

495
00:30:41,070 --> 00:30:43,110
Dat was niet in strijd met Zijn trouw,

496
00:30:43,110 --> 00:30:46,230
want ook dat maakte deel
uit van hun vorming.

497
00:30:46,230 --> 00:30:50,490
Het was duidelijk dat ze een grote
bevrijding nodig hadden om hen te laten

498
00:30:50,490 --> 00:30:52,830
inzien dat ze God nodig hadden.

499
00:30:52,830 --> 00:30:54,990
Ze moesten moeilijkheden ondervinden.

500
00:30:54,990 --> 00:30:57,570
Als Hij Abraham er alleen
maar uit had geroepen

501
00:30:57,570 --> 00:31:02,070
en diens nageslacht door een langzaam
en geleidelijk proces tot een groot

502
00:31:02,070 --> 00:31:05,190
volk had laten worden,
zouden ze in hun geschiedenis

503
00:31:05,190 --> 00:31:08,970
geen beslissende bevrijding hebben
gehad waarop ze konden terugkijken

504
00:31:08,970 --> 00:31:13,650
als het moment waarop God hun Zijn
macht toonde en hun iets gaf om dankbaar

505
00:31:13,650 --> 00:31:14,310
voor te zijn.

506
00:31:14,310 --> 00:31:19,350
We weten dat de Joden na de bevrijding
uit Egypte daar altijd op terugkeken als

507
00:31:19,350 --> 00:31:20,850
hun Vierde juli.

508
00:31:20,850 --> 00:31:24,390
Dat was de geboorte van hun
volk, en die geboorte kwam tot

509
00:31:24,390 --> 00:31:27,450
stand door een bovennatuurlijke
bevrijding van God.

510
00:31:27,450 --> 00:31:29,970
We weten nu dat God het
zelfs op deze manier

511
00:31:29,970 --> 00:31:33,690
deed om een typologisch beeld
te geven van onze slavernij,

512
00:31:33,690 --> 00:31:35,670
waaruit Jezus ons bevrijdt.

513
00:31:35,670 --> 00:31:39,930
Het Nieuwe Testament vertelt
ons dat Jezus ons Paschalam is.

514
00:31:39,930 --> 00:31:43,350
Het Pascha was natuurlijk
wat hen uit Egypte bevrijdde.

515
00:31:43,350 --> 00:31:46,530
In het Nieuwe Testament worden
verschillende vergelijkingen gemaakt met

516
00:31:46,530 --> 00:31:50,850
onze bevrijding van de zonde, ontleend
aan beelden uit de bevrijding van de

517
00:31:50,850 --> 00:31:52,530
Joden uit Egypte.

518
00:31:52,530 --> 00:31:57,630
Alles wat God met de Joden in Egypte deed,
en de bevrijding die Hij tot stand bracht,

519
00:31:57,630 --> 00:32:00,330
maakte deel uit van Zijn trouw aan hen.

520
00:32:00,330 --> 00:32:02,970
Maar het was natuurlijk ook
het schrijven van een verhaal

521
00:32:02,970 --> 00:32:05,130
en het schilderen van een beeld voor ons,

522
00:32:05,130 --> 00:32:09,810
om bepaalde dingen vooraf te schaduwen die
Hij later door Zijn Zoon Jezus zou doen.

523
00:32:09,810 --> 00:32:12,810
Het punt is dat de details
worden doorgenomen.

524
00:32:12,810 --> 00:32:18,030
Hoewel ze vierhonderd jaar als slaven in
Egypte waren, dacht God aan Zijn verbond.

525
00:32:18,030 --> 00:32:20,910
Hij kwam en stuurde plagen over Egypte.

526
00:32:20,910 --> 00:32:23,370
Hij zorgde ervoor dat ze werden bevrijd.

527
00:32:23,370 --> 00:32:27,570
Hoewel ze vierhonderd jaar slaven
waren geweest, trokken ze rijk weg,

528
00:32:27,570 --> 00:32:29,370
met zilver en goud.

529
00:32:29,370 --> 00:32:32,250
Hij gaf hun voedsel toen ze
door de woestijn trokken.

530
00:32:32,250 --> 00:32:35,190
Hij gaf hun kwartels. Hij gaf hun brood.

531
00:32:35,190 --> 00:32:37,470
Hij gaf hun water uit de rots.

532
00:32:37,470 --> 00:32:42,270
Met andere woorden, het is een opsomming
van alle trouwe dingen die God deed

533
00:32:42,270 --> 00:32:44,670
om Zijn gunst aan dat volk te tonen.

534
00:32:44,670 --> 00:32:48,390
Uiteindelijk eindigt het ermee
dat Hij hen het land binnenbrengt.

535
00:32:48,390 --> 00:32:54,270
Zoals ik al zei, behandelt Psalm 106 voor
een deel dezelfde geschiedenis en dezelfde

536
00:32:54,270 --> 00:32:58,050
historische informatie, maar
met een andere les voor ogen.

537
00:32:58,050 --> 00:33:03,390
Het doel daarvan is te laten zien dat de
Joden, hoewel God al deze dingen deed,

538
00:33:03,390 --> 00:33:05,910
Hem nooit werkelijk gehoorzaamden.

539
00:33:05,910 --> 00:33:10,470
Ze leerden nooit werkelijk Hem te
gehoorzamen en Hem te vertrouwen.

540
00:33:10,470 --> 00:33:13,050
Dat was iets wat de Joden zelf erkenden.

541
00:33:13,050 --> 00:33:15,690
Dit is geen antisemitische uitspraak.

542
00:33:15,690 --> 00:33:19,530
Het is geschreven door een
Joodse dichter, wie dat ook was.

543
00:33:19,530 --> 00:33:21,750
We weten niet wie het geschreven heeft,

544
00:33:21,750 --> 00:33:24,570
maar het was duidelijk
een Joods geschrift.

545
00:33:24,570 --> 00:33:27,510
De Joden uit latere tijden
erkenden dat veel van hun

546
00:33:27,510 --> 00:33:30,750
ellende was voortgekomen
uit hun eigen opstandigheid,

547
00:33:30,750 --> 00:33:35,670
koppigheid en weigering om van
Gods goedheid jegens hen te leren.

548
00:33:35,670 --> 00:33:40,590
Hier hebben we deze andere geschiedenis,
die ongeveer even lang is. Die begint:

549
00:33:40,590 --> 00:33:42,030
Halleluja!

550
00:33:42,030 --> 00:33:47,310
Loof de HEERE, want Hij is goed, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

551
00:33:47,310 --> 00:33:49,650
Deze specifieke uitspraak luidt:

552
00:33:49,650 --> 00:33:53,970
Dank de Heer, want Hij is goed
en Zijn liefde duurt eeuwig.

553
00:33:53,970 --> 00:33:56,490
en komt in heel wat Psalmen voor.

554
00:33:56,490 --> 00:33:59,670
Een aantal Psalmen begint
zelfs met deze uitspraak,

555
00:33:59,670 --> 00:34:03,990
en sommige hebben haar daadwerkelijk
als een steeds terugkerend refrein.

556
00:34:03,990 --> 00:34:11,430
Psalm 136 is een interessant voorbeeld,
want Psalm 136 begint met dezelfde zin:

557
00:34:11,430 --> 00:34:16,710
Loof de HEERE, want Hij is goed, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

558
00:34:16,710 --> 00:34:18,990
Daarna eindigt elk vers met:

559
00:34:18,990 --> 00:34:21,750
Want Zijn liefde duurt eeuwig.

560
00:34:21,750 --> 00:34:26,790
Het is als een refrein dat telkens en
telkens en telkens weer wordt ingezet.

561
00:34:26,790 --> 00:34:31,770
Toen God de Joden onder Josafat
in 2 Kronieken, hoofdstuk 20,

562
00:34:31,770 --> 00:34:37,230
met hun muziekinstrumenten liet uittrekken
om zonder wapens een strijd te voeren,

563
00:34:37,230 --> 00:34:40,650
trokken ze uit en moesten ze
lofliederen voor God zingen

564
00:34:40,650 --> 00:34:43,110
in plaats van met wapens te strijden.

565
00:34:43,110 --> 00:34:46,590
Je herinnert je waarschijnlijk dat
we naar dat verhaal hebben verwezen,

566
00:34:46,590 --> 00:34:49,950
of je herinnert je dat je
het zelf hebt bestudeerd:

567
00:34:49,950 --> 00:34:54,810
hoe God het leger van de vreemdelingen
daadwerkelijk tegen zichzelf keerde,

568
00:34:54,810 --> 00:34:57,510
zodat de Joden niet eens
hoefden te strijden.

569
00:34:57,510 --> 00:35:00,870
In de beschrijving van het
zingen en het prijzen van God

570
00:35:00,870 --> 00:35:04,530
staat in 2 Kronieken 20:21:

571
00:35:04,530 --> 00:35:09,270
Hij pleegde overleg met het volk
en stelde voor de HEERE zangers aan

572
00:35:09,270 --> 00:35:12,390
en mensen die de heilige
Majesteit prijzen zouden,

573
00:35:12,390 --> 00:35:16,890
terwijl zij voor de gewapende mannen
uit trokken en zeiden: Loof de HEERE,

574
00:35:16,890 --> 00:35:19,830
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig!

575
00:35:19,830 --> 00:35:22,110
Dat was in wezen wat ze zongen:

576
00:35:22,110 --> 00:35:23,490
Halleluja!

577
00:35:23,490 --> 00:35:29,010
Loof de HEERE, want Hij is goed, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

578
00:35:29,010 --> 00:35:33,270
We zien dat Psalm 136 dit
als refrein overneemt.

579
00:35:33,270 --> 00:35:34,950
Elk vers eindigt met:

580
00:35:34,950 --> 00:35:37,590
Want zijn liefde duurt eeuwig.

581
00:35:37,590 --> 00:35:39,990
Hier staat het aan het
begin van deze psalm,

582
00:35:39,990 --> 00:35:43,650
en we zullen het ook aan het begin
van andere Psalmen aantreffen.

583
00:35:43,650 --> 00:35:47,910
Het was duidelijk een van de grote
geloofsbelijdenissen en een van de grote

584
00:35:47,910 --> 00:35:50,490
lofprijzingen van God, namelijk:

585
00:35:50,490 --> 00:35:53,130
Zijn liefde duurt eeuwig.

586
00:35:53,130 --> 00:35:57,090
De spreker bespreekt hier het
Engelse vertaalwoord ‘mercy’,

587
00:35:57,090 --> 00:36:01,770
dat meestal doet denken aan vergeving of
aan goedheid die iemand niet verdient.

588
00:36:01,770 --> 00:36:06,570
In het weergegeven HSV-vers staat
hiervoor ‘goedertierenheid’.

589
00:36:06,570 --> 00:36:09,390
Dat is natuurlijk een
heel redelijke betekenis.

590
00:36:09,390 --> 00:36:12,210
De meeste nieuwe
vertalingen hebben het woord

591
00:36:12,210 --> 00:36:15,690
barmhartigheid veranderd
in standvastige liefde.

592
00:36:15,690 --> 00:36:19,710
Dat lijkt de vertaling te zijn waaraan
voor het Hebreeuwse woord de voorkeur

593
00:36:19,710 --> 00:36:24,330
wordt gegeven: niet barmhartigheid,
maar standvastige liefde.

594
00:36:24,330 --> 00:36:26,190
Dat is heel vaak het geval.

595
00:36:26,190 --> 00:36:31,350
In het Oude Testament staat voor het
woord barmhartigheid een Hebreeuws woord

596
00:36:31,350 --> 00:36:33,810
waarvan vertalers nu menen dat het

597
00:36:33,810 --> 00:36:36,930
beter met standvastige
liefde kan worden vertaald.

598
00:36:36,930 --> 00:36:39,390
Dat is onveranderlijke liefde.

599
00:36:39,390 --> 00:36:42,330
Standvastig betekent
dat die onwrikbaar is.

600
00:36:42,330 --> 00:36:45,510
Het is in wezen Gods
onvoorwaardelijke liefde.

601
00:36:45,510 --> 00:36:50,550
Er is een lied: „De standvastige
liefde van de HEERE duurt eeuwig.”

602
00:36:50,550 --> 00:36:54,390
Dat is een regel die voorkomt in
sommige liederen die wij zingen.

603
00:36:54,390 --> 00:36:56,610
Die is juist hieraan ontleend.

604
00:36:56,610 --> 00:37:00,870
Het was precies wat de Joden zongen toen
ze eropuit trokken om de legers van de

605
00:37:00,870 --> 00:37:02,850
vreemdelingen tegemoet te gaan.

606
00:37:02,850 --> 00:37:06,690
En de HEERE eerde hen en
schonk hun overwinningen.

607
00:37:06,690 --> 00:37:09,270
Deze psalm begint op die manier:

608
00:37:09,270 --> 00:37:14,370
Prijs de Heer, dank de Heer, want
Hij is goed, want zijn liefde...

609
00:37:14,370 --> 00:37:16,530
of Zijn standvastige liefde,

610
00:37:16,530 --> 00:37:21,630
Wie zal de machtige daden van de HEERE
verwoorden, al Zijn lof verkondigen?

611
00:37:21,630 --> 00:37:23,730
In Psalm 105 stond:

612
00:37:23,730 --> 00:37:29,310
Zing voor Hem, zing psalmen voor Hem,
spreek aandachtig van al Zijn wonderen.

613
00:37:29,310 --> 00:37:31,230
Spreek over al die dingen.

614
00:37:31,230 --> 00:37:34,710
Maar nu zegt hij eigenlijk:
wie kan het allemaal vertellen?

615
00:37:34,710 --> 00:37:37,950
God heeft zoveel gedaan dat
we het geen recht kunnen doen,

616
00:37:37,950 --> 00:37:41,910
ook al zouden we proberen erover
te spreken en ervan te vertellen.

617
00:37:41,910 --> 00:37:46,410
Wie van ons kan zich alle goede dingen
herinneren die God heeft gedaan?

618
00:37:46,410 --> 00:37:51,030
Wie van ons zou werkelijk de juiste
woorden kunnen vinden om de opwinding en

619
00:37:51,030 --> 00:37:54,270
de grootsheid van die
gebeurtenis weer te geven

620
00:37:54,270 --> 00:37:58,050
zoals degenen die haar
meemaakten die hebben ervaren?

621
00:37:58,050 --> 00:38:00,750
Wie kan deze dingen werkelijk vertellen?

622
00:38:00,750 --> 00:38:04,230
Wie kan de machtige daden
van de HEERE uitspreken?

623
00:38:04,230 --> 00:38:06,870
Wie kan al Zijn lof verkondigen?

624
00:38:06,870 --> 00:38:09,210
Welzalig zij die zich
aan het recht houden,

625
00:38:09,210 --> 00:38:12,030
die te allen tijde gerechtigheid doen.

626
00:38:12,030 --> 00:38:18,630
Denk aan mij, HEERE, naar het welbehagen
in Uw volk; zie naar mij om met Uw heil,

627
00:38:18,630 --> 00:38:21,990
zodat ik het goede van Uw
uitverkorenen mag zien,

628
00:38:21,990 --> 00:38:28,530
mij mag verblijden met de blijdschap van
Uw volk, mij mag beroemen met Uw eigendom.

629
00:38:28,530 --> 00:38:31,350
Nu begint hij aan zijn
historische verslag.

630
00:38:31,350 --> 00:38:36,210
Hij begint met een samenvatting van wat
hij op het punt staat toe te lichten.

631
00:38:36,210 --> 00:38:40,050
De samenvatting luidt:
wij hebben gezondigd.

632
00:38:40,050 --> 00:38:43,170
Daar zal de hele psalm
eigenlijk over gaan.

633
00:38:43,170 --> 00:38:45,090
Wij hebben gezondigd.

634
00:38:45,090 --> 00:38:47,910
Wij hebben U niet gehoorzaamd.

635
00:38:47,910 --> 00:38:52,590
Vervolgens gaat hij toelichten hoeveel
ze hebben gezondigd en hoe vaak God

636
00:38:52,590 --> 00:38:57,990
hun de gelegenheid gaf om niet te
zondigen, maar ze toch zondigden.

637
00:38:57,990 --> 00:39:03,390
Wij hebben gezondigd, evenals onze
vaderen, wij hebben ons misdragen,

638
00:39:03,390 --> 00:39:05,370
wij hebben goddeloos gehandeld.

639
00:39:05,370 --> 00:39:09,390
Onze vaderen in Egypte hebben
Uw wonderen niet opgemerkt;

640
00:39:09,390 --> 00:39:13,110
zij hebben niet gedacht aan Uw
talrijke blijken van goedertierenheid,

641
00:39:13,110 --> 00:39:17,130
maar waren ongehoorzaam
bij de zee, de Schelfzee.

642
00:39:17,130 --> 00:39:20,790
In Psalm 105 werden enkele
van de plagen opgesomd

643
00:39:20,790 --> 00:39:24,870
die God in Egypte teweegbracht om
Zijn trouw aan de Joden te tonen

644
00:39:24,870 --> 00:39:27,870
en om een oordeel over de
Egyptenaren te brengen.

645
00:39:27,870 --> 00:39:30,810
In de Engelse vertaling
die de spreker gebruikt,

646
00:39:30,810 --> 00:39:35,250
staat dat de Joodse vaderen
Gods wonderen ‘niet begrepen’;

647
00:39:35,250 --> 00:39:39,510
de HSV zegt dat zij die
‘niet opgemerkt’ hebben.

648
00:39:39,510 --> 00:39:43,530
De uitleg die volgt, gaat uit
van die Engelse formulering:

649
00:39:43,530 --> 00:39:48,570
hoewel God wonderen in Egypte deed
en plagen over de Egyptenaren zond,

650
00:39:48,570 --> 00:39:51,330
leerden zij daar geen blijvende les uit.

651
00:39:51,330 --> 00:39:54,510
Dat betekent niet dat ze het
destijds niet waardeerden.

652
00:39:54,510 --> 00:40:00,210
Het betekent eenvoudigweg dat zij er niet
werkelijk een blijvende les uit leerden.

653
00:40:00,210 --> 00:40:04,710
Hoewel ze Gods bevrijding op dat moment
waardeerden en zich verheugden over de

654
00:40:04,710 --> 00:40:08,790
plagen die over de Egyptenaren
werden gezonden om hen te bevrijden,

655
00:40:08,790 --> 00:40:10,890
werd het toch al snel vergeten.

656
00:40:10,890 --> 00:40:14,430
Ze leerden de les van
Gods trouw niet werkelijk.

657
00:40:14,430 --> 00:40:19,410
Het is zoals toen Jezus met Zijn
discipelen het Meer van Galilea overstak.

658
00:40:19,410 --> 00:40:20,430
Hij zei:

659
00:40:20,430 --> 00:40:26,010
En Hij gebood hun en zei: Kijk uit, pas
op voor het zuurdeeg van de Farizeeën

660
00:40:26,010 --> 00:40:28,290
en voor het zuurdeeg van Herodes.

661
00:40:28,290 --> 00:40:29,910
De discipelen zeiden:

662
00:40:29,910 --> 00:40:33,871
En zij spraken er met elkaar
over en zeiden: Dit zegt Hij ,

663
00:40:33,871 --> 00:40:35,910
omdat wij geen broden hebben.

664
00:40:35,910 --> 00:40:39,690
want ze wisten niet waar
Hij het over had. Hij zei:

665
00:40:39,690 --> 00:40:43,170
En Jezus, Die dat wist, zei tegen hen:

666
00:40:43,170 --> 00:40:46,230
Waarom spreekt u erover met
elkaar dat u geen broden hebt?

667
00:40:46,230 --> 00:40:48,630
Ziet u het nog niet in
en begrijpt u het niet?

668
00:40:48,630 --> 00:40:50,610
Hebt u nog uw verharde hart?

669
00:40:50,610 --> 00:40:52,770
U hebt ogen, en u ziet niet?

670
00:40:52,770 --> 00:40:55,290
En u hebt oren, en u hoort niet?

671
00:40:55,290 --> 00:40:59,791
En herinnert u zich niet, toen Ik de vijf
broden brak voor de vijfduizend mannen ,

672
00:40:59,791 --> 00:41:03,210
hoeveel volle manden met
stukken brood u opraapte?

673
00:41:03,210 --> 00:41:05,610
Zij zeiden tegen Hem: Twaalf.

674
00:41:05,610 --> 00:41:08,491
En toen Ik de zeven brak
voor de vierduizend mannen ,

675
00:41:08,491 --> 00:41:11,730
hoeveel volle manden met
stukken brood u opraapte?

676
00:41:11,730 --> 00:41:13,950
En zij zeiden: Zeven.

677
00:41:13,950 --> 00:41:15,090
Hij zei:

678
00:41:15,090 --> 00:41:18,450
En Hij zei tegen hen: Waarom
begrijpt u het dan niet?

679
00:41:18,450 --> 00:41:22,650
Wat Hij daar kennelijk zei, was: begrijpen
jullie niet dat Ik Me geen zorgen

680
00:41:22,650 --> 00:41:24,210
maak over brood?

681
00:41:24,210 --> 00:41:26,430
Ik kan brood vermenigvuldigen.

682
00:41:26,430 --> 00:41:28,350
Daar is geen enkel probleem.

683
00:41:28,350 --> 00:41:30,450
Herinneren jullie je die gevallen niet?

684
00:41:30,450 --> 00:41:33,270
Hebben jullie de les van
de broden niet geleerd?

685
00:41:33,270 --> 00:41:36,150
Een van de evangeliën zegt
zelfs dat ze Zijn bedoeling niet

686
00:41:36,150 --> 00:41:41,310
begrepen omdat ze de les van de broden
niet begrepen, of niet hadden geleerd.

687
00:41:41,310 --> 00:41:44,070
Ze begrepen het wonder van de broden niet.

688
00:41:44,070 --> 00:41:47,970
Ze hadden wonderen gezien en
zich er destijds over verheugd,

689
00:41:47,970 --> 00:41:53,370
maar ze leerden er geen blijvende les
uit: dat God voor alles kan zorgen.

690
00:41:53,370 --> 00:41:58,170
Ze leerden niet om het vertrouwen op Hem
voor toekomstige bevrijdingen tot een vast

691
00:41:58,170 --> 00:42:01,530
denkpatroon te maken. Daarom staat er:

692
00:42:01,530 --> 00:42:06,630
Wij hebben gezondigd, evenals onze
vaderen, wij hebben ons misdragen,

693
00:42:06,630 --> 00:42:08,850
wij hebben goddeloos gehandeld.

694
00:42:08,850 --> 00:42:13,110
Onze vaderen in Egypte hebben
Uw wonderen niet opgemerkt;

695
00:42:13,110 --> 00:42:17,130
zij hebben niet gedacht aan Uw
talrijke blijken van goedertierenheid,

696
00:42:17,130 --> 00:42:20,850
maar waren ongehoorzaam
bij de zee, de Schelfzee.

697
00:42:20,850 --> 00:42:24,510
Dat betekent niet dat ze geen
waardering hadden voor de plagen,

698
00:42:24,510 --> 00:42:28,170
maar dat die hun denkgewoonten
niet werkelijk veranderden.

699
00:42:28,170 --> 00:42:31,890
Ze leerden daardoor nog altijd
niet op God te vertrouwen.

700
00:42:31,890 --> 00:42:35,130
Er staat dat ze Hem bij
de Rode Zee tartten.

701
00:42:35,130 --> 00:42:40,050
Daarmee wordt bedoeld dat de Joden,
voordat God de Rode Zee opende, zeiden:

702
00:42:40,050 --> 00:42:44,550
en zij zeiden tegen Mozes:
Waren er in Egypte geen graven,

703
00:42:44,550 --> 00:42:48,030
dat u ons hebt meegenomen om
in de woestijn te sterven?

704
00:42:48,030 --> 00:42:51,870
Hoe hebt u dit met ons kunnen doen
door ons uit Egypte te leiden?

705
00:42:51,870 --> 00:42:56,490
Was dit niet wat wij in Egypte al
tegen u zeiden: Laat ons met rust,

706
00:42:56,490 --> 00:42:58,830
laten wij de Egyptenaren maar dienen?

707
00:42:58,830 --> 00:43:03,510
Want het is beter voor ons de Egyptenaren
te dienen dan in de woestijn te sterven.

708
00:43:03,510 --> 00:43:04,770
enzovoort.

709
00:43:04,770 --> 00:43:09,450
Ze klaagden werkelijk tegen Mozes en tegen
God omdat Hij hen naar een plaats had

710
00:43:09,450 --> 00:43:12,330
gebracht waar ze dachten
dat ze zouden sterven.

711
00:43:12,330 --> 00:43:16,950
Daarmee tartten ze God, maar God
was op dat moment geduldig met hen.

712
00:43:16,950 --> 00:43:17,970
Er staat:

713
00:43:17,970 --> 00:43:23,010
Maar Hij verloste hen omwille van Zijn
Naam, om Zijn macht bekend te maken.

714
00:43:23,010 --> 00:43:26,490
Hij bestrafte de Schelfzee,
zodat ze droogviel;

715
00:43:26,490 --> 00:43:30,090
Hij deed hen door de diepe wateren
gaan als door een woestijn.

716
00:43:30,090 --> 00:43:32,730
Hij verloste hen uit de hand van de hater,

717
00:43:32,730 --> 00:43:35,850
Hij bevrijdde hen uit
de hand van de vijand.

718
00:43:35,850 --> 00:43:40,050
Water bedolf hun tegenstanders,
niet één van hen bleef over.

719
00:43:40,050 --> 00:43:44,310
Toen geloofden zij Zijn
woorden, zij zongen Zijn lof.

720
00:43:44,310 --> 00:43:47,430
In Exodus 15 kwamen ze aan de overkant.

721
00:43:47,430 --> 00:43:50,850
Opeens geloofden ze, maar
dat duurde maar heel kort.

722
00:43:50,850 --> 00:43:53,910
Aan de andere kant van de
zee zongen ze Gods lof.

723
00:43:53,910 --> 00:43:58,110
Maar het was slechts een tijdelijke
opwekking, want in vers 13 staat:

724
00:43:58,110 --> 00:44:00,630
Maar zij vergaten spoedig Zijn werken.

725
00:44:00,630 --> 00:44:05,310
Zij wachtten niet op Zijn raad, en werden
met gulzigheid bevangen in de woestijn;

726
00:44:05,310 --> 00:44:08,130
zij stelden God op de
proef in de wildernis.

727
00:44:08,130 --> 00:44:12,810
Toen gaf Hij hun wat zij begeerden,
maar henzelf deed Hij uitteren.

728
00:44:12,810 --> 00:44:18,630
Dezezelfde periode van omzwervingen in
de woestijn wordt in Psalm 105 genoemd.

729
00:44:18,630 --> 00:44:22,230
In Psalm 105 wordt niet
vermeld hoe het volk reageerde,

730
00:44:22,230 --> 00:44:25,890
maar alleen dat God trouw
was en hun kwartels zond.

731
00:44:25,890 --> 00:44:28,830
In vers 40 van de vorige psalm staat:

732
00:44:28,830 --> 00:44:34,290
Zij baden, en Hij deed kwartels komen,
Hij verzadigde hen met hemels brood.

733
00:44:34,290 --> 00:44:37,470
Hij opende een rots en
er vloeide water uit,

734
00:44:37,470 --> 00:44:40,710
dat als een rivier door de
dorre plaatsen stroomde.

735
00:44:40,710 --> 00:44:44,010
Daar wordt alleen getoond
hoe God in de woestijn

736
00:44:44,010 --> 00:44:46,170
al die goede dingen voor hen deed.

737
00:44:46,170 --> 00:44:50,970
Maar deze psalm haalt dezelfde verhalen
aan en wijst erop dat ze die dingen van

738
00:44:50,970 --> 00:44:55,290
God kregen omdat ze klaagden,
omdat ze boos waren op God,

739
00:44:55,290 --> 00:44:59,550
omdat ze mopperden en omdat ze
niet tevreden waren met Hem.

740
00:44:59,550 --> 00:45:01,230
In vers 13 staat:

741
00:45:01,230 --> 00:45:03,390
Ze wachtten niet op Zijn raad.

742
00:45:03,390 --> 00:45:08,190
Dat zou kunnen betekenen dat ze op God
vooruitliepen toen Hij hun niet had gezegd

743
00:45:08,190 --> 00:45:10,110
dat ze verder moesten trekken.

744
00:45:10,110 --> 00:45:13,110
Maar dat lijkt hier niet
de betekenis te zijn.

745
00:45:13,110 --> 00:45:18,450
Als je aan het verhaal denkt, is dat niet
echt wat er gebeurde. Wanneer er staat:

746
00:45:18,450 --> 00:45:20,790
Ze wachtten niet op Zijn raad.

747
00:45:20,790 --> 00:45:26,490
bedenk dan dat de uitdrukking ‘op God
wachten’ vaak in de Psalmen voorkomt.

748
00:45:26,490 --> 00:45:30,270
In Psalm 104, die we een
tijdje geleden hebben gelezen,

749
00:45:30,270 --> 00:45:33,090
worden de vijf scheppingsdagen doorlopen.

750
00:45:33,090 --> 00:45:37,350
Daar wordt in het bijzonder gesproken
over de dieren waarvoor God zorgt.

751
00:45:37,350 --> 00:45:40,710
In Psalm 104:27 staat:

752
00:45:40,710 --> 00:45:45,270
Zij allen wachten op U, dat U
hun voedsel geeft op zijn tijd.

753
00:45:45,270 --> 00:45:50,730
Dat wil zeggen dat al deze geschapen
wezens voor hun voedsel op God wachten.

754
00:45:50,730 --> 00:45:55,590
Op God wachten betekent natuurlijk dat je
naar Hem kijkt met de verwachting en het

755
00:45:55,590 --> 00:45:58,050
vooruitzicht dat Hij zal voorzien.

756
00:45:58,050 --> 00:46:02,370
Het betekent in wezen dat je
Hem vertrouwt en tot rust komt,

757
00:46:02,370 --> 00:46:06,810
terwijl je geduldig wacht tot
Hij het op de juiste tijd geeft.

758
00:46:06,810 --> 00:46:10,290
Zo zijn de dieren, zegt hij. Hij zegt:

759
00:46:10,290 --> 00:46:14,310
Daar ligt de zee, groot
en wijd uitgestrekt;

760
00:46:14,310 --> 00:46:20,250
daar leeft krioelend gedierte, niet
te tellen, kleine dieren en grote.

761
00:46:20,250 --> 00:46:23,670
Daar varen de schepen,
daar gaat de Leviathan,

762
00:46:23,670 --> 00:46:26,910
die U gevormd hebt om
hem erin te laten spelen.

763
00:46:26,910 --> 00:46:31,410
Zij allen wachten op U, dat U
hun voedsel geeft op zijn tijd.

764
00:46:31,410 --> 00:46:36,390
Geeft U het hun, zij verzamelen
het, doet U Uw hand open,

765
00:46:36,390 --> 00:46:38,790
zij worden met het goede verzadigd.

766
00:46:38,790 --> 00:46:43,110
In tegenstelling daarmee wachtten
de Joden in Psalm 106 niet op Hem.

767
00:46:43,110 --> 00:46:45,810
Dat wil zeggen dat ze niet geduldig waren.

768
00:46:45,810 --> 00:46:50,370
Ze wachtten niet op Zijn tijd,
op Zijn raad, met andere woorden,

769
00:46:50,370 --> 00:46:55,890
op de beslissing die Hij zou nemen over
wanneer en hoe Hij hun te eten zou geven.

770
00:46:55,890 --> 00:46:59,730
Ze wachtten niet op Hem zoals
de dieren dat deden, maar:

771
00:46:59,730 --> 00:47:02,850
en werden met gulzigheid
bevangen in de woestijn;

772
00:47:02,850 --> 00:47:05,730
zij stelden God op de
proef in de wildernis.

773
00:47:05,730 --> 00:47:10,110
Dit hevige verlangen was een
verlangen naar voedsel en naar vlees,

774
00:47:10,110 --> 00:47:12,390
en ze riepen om kwartels.

775
00:47:12,390 --> 00:47:17,190
Je weet nog hoe God hun kwartels
zond en er een plaag over hen kwam

776
00:47:17,190 --> 00:47:20,310
omdat ze dit vlees gulzig
naar binnen schrokten.

777
00:47:20,310 --> 00:47:24,630
Ze hadden waarschijnlijk al maanden geen
vlees gegeten en verslonden uitgehongerd

778
00:47:24,630 --> 00:47:30,570
dit rottende vlees, deze dode kwartels
die rondom hen op de grond waren gevallen.

779
00:47:30,570 --> 00:47:33,390
Er brak onder hen een grote plaag uit.

780
00:47:33,390 --> 00:47:37,110
Daar wordt in vers 15
naar verwezen, waar staat:

781
00:47:37,110 --> 00:47:41,790
Toen gaf Hij hun wat zij begeerden,
maar henzelf deed Hij uitteren.

782
00:47:41,790 --> 00:47:46,590
Dat wil zeggen dat God hun gaf waar ze om
vroegen, maar het was niet goed voor hen.

783
00:47:46,590 --> 00:47:51,150
Dat is iets beangstigends en een
interessant beginsel uit de Schrift,

784
00:47:51,150 --> 00:47:53,550
dat volgens mij voor alle tijden geldt.

785
00:47:53,550 --> 00:47:59,190
God heeft ons gezegd dat Hij ons hoort als
wij iets vragen overeenkomstig Zijn wil.

786
00:47:59,190 --> 00:48:04,890
En als Hij ons hoort, weten we dat Hij
ons geeft wat we van Hem gevraagd hebben.

787
00:48:04,890 --> 00:48:09,330
Zo staat het in 1 Johannes 5:14-15:

788
00:48:09,330 --> 00:48:14,251
En dit is de vrijmoedigheid die
wij hebben in het toegaan tot God ,

789
00:48:14,251 --> 00:48:19,350
dat Hij ons verhoort, telkens als
wij iets bidden naar Zijn wil.

790
00:48:19,350 --> 00:48:24,750
Er is geen garantie dat Hij ons iets
zal geven waar we om vragen als het niet

791
00:48:24,750 --> 00:48:26,310
naar Zijn wil is.

792
00:48:26,310 --> 00:48:29,970
Maar als we pech hebben,
doet Hij dat misschien toch.

793
00:48:29,970 --> 00:48:33,630
Vaak vragen we om dingen
die niet Gods wil zijn.

794
00:48:33,630 --> 00:48:38,430
De reden dat ze niet Zijn wil zijn,
is dat ze niet goed voor ons zijn.

795
00:48:38,430 --> 00:48:41,790
Als ze goed voor ons waren,
zou Hij ze voor ons willen,

796
00:48:41,790 --> 00:48:44,490
want Zijn wil is goed voor ons.

797
00:48:44,490 --> 00:48:51,630
Want God, de HEERE, is een zon en een
schild, de HEERE zal genade en eer geven,

798
00:48:51,630 --> 00:48:56,250
Hij zal het goede niet onthouden aan
hen die in oprechtheid hun weg gaan.

799
00:48:56,250 --> 00:48:59,790
Maar als Hij ons iets onthoudt
omdat het niet goed voor ons is,

800
00:48:59,790 --> 00:49:04,770
en wij Hem er toch voortdurend om smeken,
klagen dat we het niet hebben en eisen dat

801
00:49:04,770 --> 00:49:07,950
Hij het ons geeft, dan
geeft Hij het vaak toch.

802
00:49:07,950 --> 00:49:10,350
Ook al is het niet Zijn
wil om dat te doen.

803
00:49:10,350 --> 00:49:14,130
Het is van Zijn kant meer
een disciplinaire maatregel.

804
00:49:14,130 --> 00:49:19,110
Hij geeft ons waar we om vragen, omdat
Hij weet dat het ons een les zal leren,

805
00:49:19,110 --> 00:49:21,690
of dat zou het in elk geval moeten doen.

806
00:49:21,690 --> 00:49:25,290
Het is op zijn minst bedoeld
om ons een les te leren.

807
00:49:25,290 --> 00:49:30,570
In hun geval gaf Hij hun waar ze om
vroegen, maar het kostte hun heel veel,

808
00:49:30,570 --> 00:49:32,730
zoals Hij wist dat zou gebeuren.

809
00:49:32,730 --> 00:49:35,070
Maar ze waren zo veeleisend.

810
00:49:35,070 --> 00:49:39,990
Ze stelden God in de woestijn op de
proef en eisten dat Hij hun brood gaf.

811
00:49:39,990 --> 00:49:44,910
Dus gaf Hij hun waar ze om vroegen,
maar tegelijk liet Hij hen uitteren.

812
00:49:44,910 --> 00:49:47,130
Er zijn tegenwoordig veel
mensen in de gemeente

813
00:49:47,130 --> 00:49:52,170
die denken dat God hun loopjongen is
en elk verzoek van hen moet inwilligen.

814
00:49:52,170 --> 00:49:55,290
Er zijn bepaalde Schriftgedeelten
die gebruikt kunnen worden,

815
00:49:55,290 --> 00:49:58,110
en ook gebruikt worden door
sommige soorten christenen,

816
00:49:58,110 --> 00:50:01,950
die erop wijzen dat we alles
kunnen krijgen waar we om vragen.

817
00:50:01,950 --> 00:50:05,970
Er staat een Schriftgedeelte
in Johannes 15 waar Jezus zei:

818
00:50:05,970 --> 00:50:09,510
Als u in Mij blijft en
Mijn woorden in u blijven,

819
00:50:09,510 --> 00:50:12,990
vraag wat u maar wilt en
het zal u ten deel vallen.

820
00:50:12,990 --> 00:50:16,110
Er zijn ook andere
Schriftgedeelten van die strekking.

821
00:50:16,110 --> 00:50:18,810
Markus 11:24 zegt:

822
00:50:18,810 --> 00:50:24,270
Daarom zeg Ik u: alles wat u biddend
begeert, geloof dat u het ontvangen zult,

823
00:50:24,270 --> 00:50:26,190
en het zal u ten deel vallen.

824
00:50:26,190 --> 00:50:31,830
Zulke Schriftgedeelten wijzen erop dat je
gewoon kunt vragen om wat je maar wilt,

825
00:50:31,830 --> 00:50:33,450
en dat je het dan kunt krijgen.

826
00:50:33,450 --> 00:50:35,790
De voorwaarden die daarin besloten liggen,

827
00:50:35,790 --> 00:50:41,070
zijn te vinden in andere Schriftgedeelten
en soms zelfs in dezelfde passages.

828
00:50:41,070 --> 00:50:44,970
Die maken duidelijk dat deze belofte
alleen geldt als je verlangens

829
00:50:44,970 --> 00:50:47,070
godvruchtige verlangens zijn.

830
00:50:47,070 --> 00:50:51,030
Als je verlangens godvruchtige
verlangens zijn, kun je erom vragen

831
00:50:51,030 --> 00:50:52,830
en zal God het je geven.

832
00:50:52,830 --> 00:50:56,130
Maar veel mensen hebben
gedacht dat het een algemene,

833
00:50:56,130 --> 00:50:59,730
onvoorwaardelijke belofte
is: wat je ook maar wilt,

834
00:50:59,730 --> 00:51:03,330
vraag het gewoon aan God en
je kunt het van Hem eisen.

835
00:51:03,330 --> 00:51:05,730
Er is een hele stroming van christenen,

836
00:51:05,730 --> 00:51:09,210
een hele beweging in de
christelijke wereld van vandaag,

837
00:51:09,210 --> 00:51:13,890
die zo over gebed denkt: het
is gewoon jouw manier om God

838
00:51:13,890 --> 00:51:16,050
jouw wil te laten uitvoeren.

839
00:51:16,050 --> 00:51:21,690
Het is jouw manier om je zelfzuchtige
verlangens vervuld te krijgen en God

840
00:51:21,690 --> 00:51:26,790
als je assistent of je loopjongen te
gebruiken om het voor je te regelen.

841
00:51:26,790 --> 00:51:30,810
Zo wordt gebed tegenwoordig
door veel christenen gezien.

842
00:51:30,810 --> 00:51:35,790
Ze kunnen er zelfs van getuigen dat ze
om welvaart hebben gebeden en dat God

843
00:51:35,790 --> 00:51:37,950
hun welvaart heeft gegeven.

844
00:51:37,950 --> 00:51:39,930
Wat hebben ze ermee gedaan?

845
00:51:39,930 --> 00:51:44,790
Ze gingen eropuit en kochten nieuwe
auto’s, nieuwe huizen, nieuwe

846
00:51:44,790 --> 00:51:47,070
apparaten, alles nieuw.

847
00:51:47,070 --> 00:51:51,930
Ze leefden op een manier die volgens
de woorden van Jezus duidelijk niet

848
00:51:51,930 --> 00:51:54,030
aangenaam is voor God.

849
00:51:54,030 --> 00:51:58,650
Toch kunnen ze ervan getuigen dat
God hun gebeden heeft verhoord.

850
00:51:58,650 --> 00:52:04,110
Ze kunnen ervan getuigen dat dit werkelijk
werkt, dat dit werkelijk iets goeds is,

851
00:52:04,110 --> 00:52:09,150
omdat God het heeft gezegend: ze
vroegen erom en Hij gaf het hun.

852
00:52:09,150 --> 00:52:12,750
Maar ze houden er geen rekening
mee dat God hun kan geven

853
00:52:12,750 --> 00:52:16,950
waar ze om vragen en tegelijk
hun ziel kan laten verkommeren.

854
00:52:16,950 --> 00:52:21,990
Er zijn mensen die God in zekere zin
daadwerkelijk tuchtigt door hun te geven

855
00:52:21,990 --> 00:52:25,230
waar ze om vragen en hen
op de proef te stellen.

856
00:52:25,230 --> 00:52:28,890
Mijn schoonvader, die op twee
verschillende momenten in zijn leven

857
00:52:28,890 --> 00:52:33,210
miljonair is geweest en bij twee
afzonderlijke gelegenheden een miljoen

858
00:52:33,210 --> 00:52:38,370
heeft verdiend, is van mening dat
rijkdom geen zegen van God is.

859
00:52:38,370 --> 00:52:40,830
Hij zegt dat het een beproeving is.

860
00:52:40,830 --> 00:52:44,610
Wanneer God je rijkdom geeft,
is dat niet om je te zegenen,

861
00:52:44,610 --> 00:52:49,290
maar om je op de proef te stellen en te
zien hoe geestelijk je werkelijk bent.

862
00:52:49,290 --> 00:52:53,430
Hij wil zien of je er een goede
rentmeester over zult zijn of dat je zult

863
00:52:53,430 --> 00:52:56,130
vervallen tot zelfzuchtige genotzucht.

864
00:52:56,130 --> 00:52:58,050
Hij is een interessant figuur.

865
00:52:58,050 --> 00:53:00,870
Hij is natuurlijk de vader van mijn vrouw.

866
00:53:00,870 --> 00:53:05,490
Mijn vrouw vertelde me dat hij en zijn
vrouw allebei slechte ogen hebben.

867
00:53:05,490 --> 00:53:08,970
Zelfs toen hij miljonair was,
ging hij niet naar een optometrist

868
00:53:08,970 --> 00:53:11,850
om een bril op sterkte te laten aanmeten.

869
00:53:11,850 --> 00:53:15,690
Hij ging naar Woolworth’s en kocht
daar voor drie dollar, of iets

870
00:53:15,690 --> 00:53:18,330
dergelijks, zo’n vergrootbrilletje.

871
00:53:18,330 --> 00:53:23,550
Het zijn halve brillen, zodat hij tegelijk
kon lezen en naar het nieuws kon kijken.

872
00:53:23,550 --> 00:53:27,510
Hij koopt van die goedkope
brillen, draagt goedkope kleren en

873
00:53:27,510 --> 00:53:29,670
rijdt in een goedkope auto.

874
00:53:29,670 --> 00:53:31,230
Het is best grappig.

875
00:53:31,230 --> 00:53:35,430
Niemand zou, als hij hem zag,
vermoeden dat hij miljonair was.

876
00:53:35,430 --> 00:53:40,110
Dat is hij nu niet meer, maar zelfs toen
hij miljonair was, leefde hij altijd zo.

877
00:53:40,110 --> 00:53:44,490
Ik geloof dat dit komt doordat hij
begrijpt dat als God geld geeft,

878
00:53:44,490 --> 00:53:49,410
het een beproeving is om te zien of je er
een goede rentmeester over zult zijn of

879
00:53:49,410 --> 00:53:51,990
dat je gewoon zelfzuchtig zult worden.

880
00:53:51,990 --> 00:53:56,910
In dit geval gaf God hun waar ze om
vroegen, en het was niet goed voor hen.

881
00:53:56,910 --> 00:53:59,850
Dat is bij veel christenen
het geval geweest.

882
00:53:59,850 --> 00:54:03,690
God geeft hun rijkdom en
die richt hen te gronde.

883
00:54:03,690 --> 00:54:06,150
Die vernietigt hun geestelijke leven.

884
00:54:06,150 --> 00:54:09,450
Het laat ons zien hoe
noodzakelijk het voor ons is om

885
00:54:09,450 --> 00:54:14,250
overeenkomstig de wil van God te bidden,
in plaats van te proberen gebed te zien

886
00:54:14,250 --> 00:54:17,250
als een middel om onze eigen
wil te laten geschieden

887
00:54:17,250 --> 00:54:19,650
en onze begeerten vervuld te krijgen.

888
00:54:19,650 --> 00:54:21,630
Er staat in Jakobus 4:

889
00:54:21,630 --> 00:54:24,150
U hebt niet, omdat u niet bidt.

890
00:54:24,150 --> 00:54:28,110
U bidt wel, maar ontvangt
niet, omdat u verkeerd bidt:

891
00:54:28,110 --> 00:54:31,230
u wilt het gevraagde aan
uw begeerten besteden.

892
00:54:31,230 --> 00:54:36,030
Het enige wat erger is dan iets vanuit je
begeerten vragen en het niet ontvangen,

893
00:54:36,030 --> 00:54:39,870
is iets vanuit je begeerten
vragen en het wel ontvangen.

894
00:54:39,870 --> 00:54:43,770
God zal je dikwijls uit barmhartigheid
onthouden waar je om vraagt,

895
00:54:43,770 --> 00:54:46,650
omdat Hij weet dat het
niet goed voor je is.

896
00:54:46,650 --> 00:54:49,290
Maar als je Hem maar
genoeg blijft lastigvallen,

897
00:54:49,290 --> 00:54:51,330
geeft Hij het je misschien toch.

898
00:54:51,330 --> 00:54:54,510
Als je klaagt en je
gezindheid daarin verkeerd is,

899
00:54:54,510 --> 00:54:56,850
en als je God probeert te manipuleren door

900
00:54:56,850 --> 00:55:00,990
beloften uit de Schrift zo te
verdraaien dat God dit wel moet doen,

901
00:55:00,990 --> 00:55:04,950
zegt God misschien gewoon:
‘Goed, Ik zal het doen.

902
00:55:04,950 --> 00:55:07,050
Ik zal doen wat je hebt gezegd.’

903
00:55:07,050 --> 00:55:10,590
Maar in veel gevallen is het
een beproeving en een oordeel,

904
00:55:10,590 --> 00:55:14,010
en het komt hun ziel of
hun geest niet ten goede.

905
00:55:14,010 --> 00:55:16,770
Maar zij vergaten spoedig Zijn werken.

906
00:55:16,770 --> 00:55:21,570
Zij wachtten niet op Zijn raad, en werden
met gulzigheid bevangen in de woestijn;

907
00:55:21,570 --> 00:55:24,450
zij stelden God op de
proef in de wildernis.

908
00:55:24,450 --> 00:55:29,250
Toen gaf Hij hun wat zij begeerden,
maar henzelf deed Hij uitteren.

909
00:55:29,250 --> 00:55:34,950
Zij werden jaloers op Mozes in het kamp,
en op Aäron, de heilige van de HEERE.

910
00:55:34,950 --> 00:55:40,830
De aarde opende zich en verslond
Dathan en bedolf de aanhang van Abiram.

911
00:55:40,830 --> 00:55:43,650
Dit verwijst naar de opstand van Korach.

912
00:55:43,650 --> 00:55:47,430
Korach was een Leviet die
vond dat Aäron en Mozes

913
00:55:47,430 --> 00:55:49,650
te veel gezag naar zich toetrokken.

914
00:55:49,650 --> 00:55:52,530
Hij besefte niet dat
God hen had aangesteld.

915
00:55:52,530 --> 00:55:57,270
Of, als hij dat wel besefte,
probeerde hij dat feit te verdoezelen.

916
00:55:57,270 --> 00:56:00,030
Hij wilde evenveel gezag hebben als zij.

917
00:56:00,030 --> 00:56:05,190
God was boos, want het was natuurlijk
God Die Mozes en Aäron had aangesteld,

918
00:56:05,190 --> 00:56:06,690
en niet een mens.

919
00:56:06,690 --> 00:56:12,150
Daarom opende God de aarde en verzwolg
Hij Korach en zijn metgezellen.

920
00:56:12,150 --> 00:56:17,190
Dathan en Abiram, die hier worden
genoemd, waren metgezellen van Korach,

921
00:56:17,190 --> 00:56:19,890
want zij waren jaloers op Mozes.

922
00:56:19,890 --> 00:56:24,690
Er wordt dus verteld hoe God hun
Zijn oordelen liet zien. Er staat:

923
00:56:24,690 --> 00:56:29,610
Een vuur brandde onder hun aanhang,
een vlam verzengde de goddelozen.

924
00:56:29,610 --> 00:56:32,430
Dat gebeurde ook toen
de aarde zich opende.

925
00:56:32,430 --> 00:56:36,870
Er was vuur in het kamp, dat zich
erdoorheen verspreidde en de huizen en

926
00:56:36,870 --> 00:56:42,090
gezinnen van veel van de goddeloze mensen
die in opstand waren gekomen, verteerde.

927
00:56:42,090 --> 00:56:43,230
Er staat:

928
00:56:43,230 --> 00:56:48,511
Zij maakten een kalf bij de Horeb en
bogen zich neer voor een gegoten beeld .

929
00:56:48,511 --> 00:56:51,870
Horeb is de berg Sinaï,
waar de wet werd gegeven.

930
00:56:51,870 --> 00:56:54,390
Terwijl Mozes op de berg de wet ontving,

931
00:56:54,390 --> 00:56:58,890
maakten zij het gouden kalf en
aanbaden zij het gegoten beeld.

932
00:56:58,890 --> 00:57:02,850
Zij ruilden hun Eer in voor het
evenbeeld van een rund, dat gras eet.

933
00:57:02,850 --> 00:57:08,670
Deze uitspraak is zo geformuleerd dat ze
verbazing en afkeer zou moeten oproepen:

934
00:57:08,670 --> 00:57:12,750
zij veranderden de heerlijkheid
van God in het beeld van een dier.

935
00:57:12,750 --> 00:57:16,290
De apostel Paulus nam
juist deze woorden over.

936
00:57:16,290 --> 00:57:18,870
Het lijdt zelfs geen
twijfel dat hij naar dit

937
00:57:18,870 --> 00:57:22,950
vers verwees toen hij in Romeinen
hoofdstuk 1 sprak over de

938
00:57:22,950 --> 00:57:27,030
neergang van degenen die de waarheid
in ongerechtigheid onderdrukken,

939
00:57:27,030 --> 00:57:32,670
en over het feit dat zij God kenden maar
de kennis van God niet wilden vasthouden.

940
00:57:32,670 --> 00:57:33,750
Er staat:

941
00:57:33,750 --> 00:57:37,290
en hebben zij de heerlijkheid
van de onvergankelijke God

942
00:57:37,290 --> 00:57:41,010
vervangen door een beeld dat
lijkt op een vergankelijk mens,

943
00:57:41,010 --> 00:57:45,390
op vogels en op viervoetige
en kruipende dieren.

944
00:57:45,390 --> 00:57:48,030
wat duidelijk een
verwijzing naar dit vers is.

945
00:57:48,030 --> 00:57:51,630
Zij veranderden hun heerlijkheid,
waarmee God wordt bedoeld,

946
00:57:51,630 --> 00:57:53,370
in de gedaante van een os.

947
00:57:53,370 --> 00:57:54,270
Er staat:

948
00:57:54,270 --> 00:57:59,490
Zij vergaten God, hun Heiland, Die
grote dingen gedaan had in Egypte,

949
00:57:59,490 --> 00:58:04,350
wonderen in het land van Cham,
ontzagwekkende dingen bij de Schelfzee.

950
00:58:04,350 --> 00:58:08,970
Alles wat God voor hen had
gedaan, vergaten zij. Er staat:

951
00:58:08,970 --> 00:58:11,550
Hij zei dat Hij hen zou wegvagen.

952
00:58:11,550 --> 00:58:16,650
Als Mozes, Zijn uitverkorene, niet voor
Zijn aangezicht in de bres had gestaan om

953
00:58:16,650 --> 00:58:21,210
Zijn grimmigheid af te wenden, dan
zou Hij hen te gronde gericht hebben.

954
00:58:21,210 --> 00:58:26,430
Vers 23 verwijst naar het feit dat
God, toen zij het gouden kalf maakten,

955
00:58:26,430 --> 00:58:29,550
tegen Mozes zei dat Hij
de Joden zou vernietigen

956
00:58:29,550 --> 00:58:32,550
en uit Mozes zelf een
nieuw volk zou maken,

957
00:58:32,550 --> 00:58:36,810
dat groter zou zijn dan het volk
dat Hij al uit de Joden had gemaakt.

958
00:58:36,810 --> 00:58:40,650
Mozes was trouw aan de beloften
die God aan Abraham had gedaan.

959
00:58:40,650 --> 00:58:44,730
Hij besefte dat dit niet goed zou zijn
en ging voor het volk staan om voor

960
00:58:44,730 --> 00:58:46,110
hen te pleiten.

961
00:58:46,110 --> 00:58:49,110
Dit verhaal levert sommige
mensen problemen op,

962
00:58:49,110 --> 00:58:54,330
omdat het klinkt alsof God van plan was
Zijn belofte aan Abraham te breken en

963
00:58:54,330 --> 00:58:56,490
Mozes Hem daarvan afpraatte.

964
00:58:56,490 --> 00:59:01,830
Maar ik vat dit zo op, dat God Mozes
betrok bij een bediening van voorbede.

965
00:59:01,830 --> 00:59:05,190
Hij stelde Mozes feitelijk
op de proef om te zien of

966
00:59:05,190 --> 00:59:08,310
Mozes op dit nieuwe
aanbod zou ingaan, of dat

967
00:59:08,310 --> 00:59:12,510
Mozes zou vasthouden aan de
beloften die eerder waren gedaan.

968
00:59:12,510 --> 00:59:15,870
God stemde heel snel met
Mozes in toen Mozes zei:

969
00:59:15,870 --> 00:59:19,350
Nu dan, of U toch hun
zonde wilde vergeven!

970
00:59:19,350 --> 00:59:24,510
Maar indien niet, schrap mij alstublieft
uit Uw boek, dat U geschreven hebt.

971
00:59:24,510 --> 00:59:25,770
God zei toen:

972
00:59:25,770 --> 00:59:29,070
Toen kreeg de HEERE berouw
over het kwaad dat Hij

973
00:59:29,070 --> 00:59:31,650
gesproken had Zijn volk te zullen aandoen.

974
00:59:31,650 --> 00:59:36,090
Het lijkt erop dat God niet met veel
moeite overgehaald hoefde te worden.

975
00:59:36,090 --> 00:59:41,370
Hij dreigde dit in wezen te doen om Mozes
de gelegenheid te geven voorbede te doen

976
00:59:41,370 --> 00:59:44,370
en een bediening van
voorbede op zich te nemen.

977
00:59:44,370 --> 00:59:46,170
En God verhoorde hem.

978
00:59:46,170 --> 00:59:51,090
Wanneer er dan in vers 24 staat dat
zij het aangename land verachtten,

979
00:59:51,090 --> 00:59:55,710
verwijst dat naar het moment waarop de
verspieders naar Kanaän werden gestuurd.

980
00:59:55,710 --> 00:59:58,950
Tien van hen kwamen terug
met een ongunstig verslag.

981
00:59:58,950 --> 01:00:04,230
Hoewel zij ermee instemden dat het een
aangenaam land was en, zoals ik al zei,

982
01:00:04,230 --> 01:00:07,950
overvloeiend van melk en
honing, verachtten zij het toch.

983
01:00:07,950 --> 01:00:10,230
Zij achtten het van weinig waarde.

984
01:00:10,230 --> 01:00:14,730
Zij verlangden er niet naar, omdat zij
vonden dat het te veel zou kosten om te

985
01:00:14,730 --> 01:00:16,230
proberen het te veroveren.

986
01:00:16,230 --> 01:00:21,090
Zij dachten zelfs dat zij het niet konden
veroveren vanwege de grootte en kracht van

987
01:00:21,090 --> 01:00:23,130
de toenmalige bewoners.

988
01:00:23,130 --> 01:00:25,470
Zij vertrouwden dus niet op God.

989
01:00:25,470 --> 01:00:30,870
Zij achtten het land niet waardevol genoeg
om het erop te wagen God te vertrouwen,

990
01:00:30,870 --> 01:00:34,050
erheen te trekken en
het in bezit te nemen.

991
01:00:34,050 --> 01:00:37,530
In zekere zin verachtten
zij dus het aangename land,

992
01:00:37,530 --> 01:00:40,170
of achtten zij het van weinig waarde.

993
01:00:40,170 --> 01:00:44,790
Zij versmaadden het begerenswaardige
land, zij geloofden Zijn woord niet,

994
01:00:44,790 --> 01:00:50,370
maar zij morden in hun tenten; naar de
stem van de HEERE luisterden zij niet.

995
01:00:50,370 --> 01:00:55,830
Dat wil zeggen: Zijn stem had hun
gezegd, Zijn woord had hun gezegd,

996
01:00:55,830 --> 01:01:00,090
dat Hij hun het land zou geven,
maar zij luisterden daar niet naar.

997
01:01:00,090 --> 01:01:01,770
Zij geloofden het niet.

998
01:01:01,770 --> 01:01:03,750
Zij handelden er niet naar.

999
01:01:03,750 --> 01:01:06,510
Daarom hief Hij Zijn hand tegen hen op en

1000
01:01:06,510 --> 01:01:09,390
zwoer dat Hij hen zou
neervellen in de woestijn,

1001
01:01:09,390 --> 01:01:13,230
dat Hij hun nageslacht zou
neervellen onder de heidenvolken

1002
01:01:13,230 --> 01:01:15,750
en hen zou verstrooien door de landen.

1003
01:01:15,750 --> 01:01:20,850
Ook koppelden zij zich aan Baäl-Peor,
zij aten de offers voor de doden.

1004
01:01:20,850 --> 01:01:25,230
Dit gebeurde tijdens de veertig jaar van
omzwervingen nadat zij hadden geweigerd

1005
01:01:25,230 --> 01:01:27,450
het land Kanaän binnen te trekken.

1006
01:01:27,450 --> 01:01:32,610
God stuurde hen terug en liet hen nog
eens 38 jaar door de woestijn rondzwerven,

1007
01:01:32,610 --> 01:01:35,550
totdat hun hele generatie gestorven was.

1008
01:01:35,550 --> 01:01:39,330
In die tijd vond het voorval
met Baäl-Peor plaats.

1009
01:01:39,330 --> 01:01:41,670
Dat heeft te maken met
het verhaal van Bileam.

1010
01:01:41,670 --> 01:01:45,630
Je herinnert je hoe Bileam
door Balak, de koning van Moab,

1011
01:01:45,630 --> 01:01:50,310
werd ingehuurd om de Joden te
vervloeken, en God zei tegen Bileam:

1012
01:01:50,310 --> 01:01:54,270
Toen zei God tegen Bileam:
U mag niet met hen meegaan,

1013
01:01:54,270 --> 01:01:57,810
u mag dat volk niet vervloeken,
want het is gezegend.

1014
01:01:57,810 --> 01:02:03,030
Maar Balak bood Bileam geld aan om hen te
vervloeken, en hij wilde dat geld hebben.

1015
01:02:03,030 --> 01:02:05,610
In het Nieuwe Testament
wordt ons verteld dat

1016
01:02:05,610 --> 01:02:08,670
Bileam het loon van de
ongerechtigheid liefhad.

1017
01:02:08,670 --> 01:02:13,770
Dat wil zeggen: hij hield van het geld, en
daarom zocht hij toch naar een manier om

1018
01:02:13,770 --> 01:02:15,270
hen te vervloeken.

1019
01:02:15,270 --> 01:02:19,350
Elke keer dat Bileam op een berg
stond, uitkeek over de Joden

1020
01:02:19,350 --> 01:02:23,250
en van plan was hen te
vervloeken, raakte hij in trance,

1021
01:02:23,250 --> 01:02:27,450
en kwamen er zegeningen uit zijn
mond in plaats van vervloekingen.

1022
01:02:27,450 --> 01:02:31,290
En dus zei Balak, de koning
die hem had ingehuurd:

1023
01:02:31,290 --> 01:02:36,690
Toen zei Balak tegen Bileam: Als u
het volk beslist niet wilt vervloeken,

1024
01:02:36,690 --> 01:02:38,850
zegen het dan in ieder geval ook niet.

1025
01:02:38,850 --> 01:02:40,230
En Bileam zei:

1026
01:02:40,230 --> 01:02:45,150
Toen zei Bileam tegen Balak: Zie,
ik ben nu naar u toe gekomen;

1027
01:02:45,150 --> 01:02:47,670
zal ik nu echter ook
maar iets kunnen spreken?

1028
01:02:47,670 --> 01:02:51,210
Het woord dat God mij in de
mond legt, zal ik spreken.

1029
01:02:51,210 --> 01:02:55,410
Maar omdat Bileam het geld wilde hebben,
vond hij een manier waarop hij hen kon

1030
01:02:55,410 --> 01:02:57,630
vervloeken. Hij zei:

1031
01:02:57,630 --> 01:03:00,510
Zie, zíj waren door de raad van Bileam

1032
01:03:00,510 --> 01:03:04,290
voor de Israëlieten de aanleiding
tot trouwbreuk tegen de HEERE,

1033
01:03:04,290 --> 01:03:09,510
in het geval van Peor, waardoor de plaag
kwam onder de gemeenschap van de HEERE.

1034
01:03:09,510 --> 01:03:13,770
Dat is dus de raad die Bileam
gaf en die Balak uitvoerde.

1035
01:03:13,770 --> 01:03:16,050
Bileams redenering was:

1036
01:03:16,050 --> 01:03:18,210
Zo zal hun eigen God hen vervloeken.

1037
01:03:18,210 --> 01:03:23,190
Ik kan hen niet vervloeken, maar als je
hen tot afgoderij en ontucht verleidt,

1038
01:03:23,190 --> 01:03:25,710
zal hun eigen God hen vervloeken.

1039
01:03:25,710 --> 01:03:28,230
En zo bereik je toch je doel.

1040
01:03:28,230 --> 01:03:31,770
Bileam wist uiteindelijk toch
voor zijn raad betaald te worden.

1041
01:03:31,770 --> 01:03:36,150
Daarom zegt het Nieuwe Testament dat hij
het loon van de ongerechtigheid liefhad.

1042
01:03:36,150 --> 01:03:40,950
Daar wordt hier naar verwezen,
naar dit verhaal over Baäl-Peor.

1043
01:03:40,950 --> 01:03:45,810
Vanwege deze zonde, waartoe de Joden
door de raad van Bileam werden verleid,

1044
01:03:45,810 --> 01:03:48,930
kwamen de Moabitische
vrouwen inderdaad bij hen.

1045
01:03:48,930 --> 01:03:51,090
Ze begonnen de mannen te verleiden.

1046
01:03:51,090 --> 01:03:55,830
Er vond op grote schaal ontucht
plaats, en daarna afgoderij:

1047
01:03:55,830 --> 01:03:58,650
ze gingen Baäl en dergelijke aanbidden.

1048
01:03:58,650 --> 01:04:02,010
God zond een plaag door het
kamp om het volk te treffen,

1049
01:04:02,010 --> 01:04:05,130
precies zoals Bileam had
gezegd dat Hij zou doen.

1050
01:04:05,130 --> 01:04:07,290
Hij bracht een vloek over het volk.

1051
01:04:07,290 --> 01:04:13,050
Maar de plaag werd gestopt toen Pinehas,
de zoon van Aäron, twee mensen zag,

1052
01:04:13,050 --> 01:04:17,370
een Israëlitische man en een
Moabitische vrouw, die openlijk,

1053
01:04:17,370 --> 01:04:22,230
voor de ogen van iedereen, regelrecht
de tent van de man binnengingen om

1054
01:04:22,230 --> 01:04:23,970
ontucht te bedrijven.

1055
01:04:23,970 --> 01:04:28,830
Pinehas rende met een speer de tent binnen
en stak die dwars door hen beiden heen,

1056
01:04:28,830 --> 01:04:31,290
terwijl ze op heterdaad betrapt waren.

1057
01:04:31,290 --> 01:04:36,030
Het is nogal een gruwelijk verhaal,
zoals veel verhalen in de Bijbel zijn,

1058
01:04:36,030 --> 01:04:38,310
maar het zijn ware verhalen.

1059
01:04:38,310 --> 01:04:40,230
God had er behagen in.

1060
01:04:40,230 --> 01:04:43,530
De ijver van Pinehas werd
in zijn voordeel vermeld,

1061
01:04:43,530 --> 01:04:48,210
zoals we zelfs hier in dit verslag
zullen zien, omdat hij de plaag stopte.

1062
01:04:48,210 --> 01:04:52,590
Dat wil zeggen: hij voltrok een
representatieve daad van oordeel

1063
01:04:52,590 --> 01:04:54,750
over de zonde die was begaan.

1064
01:04:54,750 --> 01:04:57,690
Hij maakte een einde aan
de zonde en aan de plaag,

1065
01:04:57,690 --> 01:05:01,230
want daarna zou niemand
anders hiermee doorgaan.

1066
01:05:01,230 --> 01:05:04,650
Ze wilden niet ook met een
speer doorstoken worden.

1067
01:05:04,650 --> 01:05:08,250
Zo bracht Pinehas de vrees
voor God onder het volk.

1068
01:05:08,250 --> 01:05:11,310
Ze bekeerden zich van hun
zonde en de plaag hield op.

1069
01:05:11,310 --> 01:05:16,830
Bij de beschrijving van dit voorval
bij Baäl-Peor staat in vers 28:

1070
01:05:16,830 --> 01:05:22,110
Ook koppelden zij zich aan Baäl-Peor,
zij aten de offers voor de doden.

1071
01:05:22,110 --> 01:05:25,350
Daarmee worden waarschijnlijk
dode afgoden bedoeld,

1072
01:05:25,350 --> 01:05:28,770
de offers die gebracht werden
aan goden die niet leefden.

1073
01:05:28,770 --> 01:05:31,950
Zij verwekten de HEERE
tot toorn met hun daden,

1074
01:05:31,950 --> 01:05:34,470
zodat er een plaag onder hen uitbrak.

1075
01:05:34,470 --> 01:05:39,930
Met ‘de HEERE’ wordt God bedoeld; ‘hun
daden’ kan hier ook worden weergegeven

1076
01:05:39,930 --> 01:05:42,150
als ‘hun activiteiten’.

1077
01:05:42,150 --> 01:05:47,430
Toen stond Pinehas op en oefende gericht
en de plaag werd tot stilstand gebracht.

1078
01:05:47,430 --> 01:05:48,510
Of gestopt.

1079
01:05:48,510 --> 01:05:54,330
Het is hem gerekend tot gerechtigheid, van
generatie op generatie, tot in eeuwigheid.

1080
01:05:54,330 --> 01:05:57,630
Dat is een interessante
uitspraak in vers 31:

1081
01:05:57,630 --> 01:06:01,470
dat de ijver van Pinehas bij het
voltrekken van het oordeel hem als

1082
01:06:01,470 --> 01:06:03,450
gerechtigheid werd toegerekend.

1083
01:06:03,450 --> 01:06:07,530
Dat zijn precies dezelfde woorden
die over Abraham worden gezegd:

1084
01:06:07,530 --> 01:06:11,130
dat zijn geloof hem als
gerechtigheid werd toegerekend.

1085
01:06:11,130 --> 01:06:17,310
Het is interessant dat de apostel Paulus
in het Nieuwe Testament vaak Genesis 15:6

1086
01:06:17,310 --> 01:06:19,230
citeert, waar staat:

1087
01:06:19,230 --> 01:06:24,030
En hij geloofde in de HEERE, en Die
rekende hem dat tot gerechtigheid.

1088
01:06:24,030 --> 01:06:29,550
en dat hij dit citeert om aan te tonen dat
wij door geloof gerechtvaardigd worden.

1089
01:06:29,550 --> 01:06:33,210
Hij citeert nooit dit vers, dat
bijna hetzelfde is verwoord,

1090
01:06:33,210 --> 01:06:37,170
waar de ijver van Pinehas hem als
gerechtigheid werd toegerekend.

1091
01:06:37,170 --> 01:06:39,390
Dat zou willekeurig kunnen lijken.

1092
01:06:39,390 --> 01:06:44,430
Het zou kunnen lijken alsof Paulus die ene
verwijzing in het Oude Testament uitkiest

1093
01:06:44,430 --> 01:06:47,310
die bij zijn doel past
en de andere negeert.

1094
01:06:47,310 --> 01:06:51,990
Maar er is een reden waarom hij vermeldt
dat Abraham vanwege zijn geloof als

1095
01:06:51,990 --> 01:06:57,090
rechtvaardig werd gerekend, en niet
vermeldt dat Pinehas vanwege zijn ijver

1096
01:06:57,090 --> 01:07:00,390
en zijn oordeel als
rechtvaardig werd gerekend.

1097
01:07:00,390 --> 01:07:04,410
Paulus benadrukt dat de weldaden
die aan Abraham waren beloofd,

1098
01:07:04,410 --> 01:07:08,910
terechtgekomen zijn bij mensen die
de weg zijn gegaan die Abraham ging,

1099
01:07:08,910 --> 01:07:11,370
die het geloof van Abraham hadden.

1100
01:07:11,370 --> 01:07:14,490
De manier waarop Abraham als
rechtvaardig werd gerekend,

1101
01:07:14,490 --> 01:07:18,150
is veel belangrijker dan de
manier waarop Pinehas dat werd,

1102
01:07:18,150 --> 01:07:21,390
omdat er geen bijzondere
beloften aan Pinehas of aan zijn

1103
01:07:21,390 --> 01:07:23,130
nageslacht werden gedaan.

1104
01:07:23,130 --> 01:07:26,130
De verbonden werden niet
met die man gesloten,

1105
01:07:26,130 --> 01:07:30,990
en daarom vormden zijn kinderen slechts
een van de minder belangrijke families.

1106
01:07:30,990 --> 01:07:33,270
Ze waren een van de
priesterlijke families,

1107
01:07:33,270 --> 01:07:36,450
maar slechts een van de
vele families in Israël,

1108
01:07:36,450 --> 01:07:39,570
terwijl heel Israël van Abraham afstamde.

1109
01:07:39,570 --> 01:07:44,970
Paulus benadrukt dat de ware kinderen van
Abraham, de ware kinderen van het verbond,

1110
01:07:44,970 --> 01:07:49,710
degenen zijn die op dezelfde manier als
rechtvaardig werden gerekend als Abraham.

1111
01:07:49,710 --> 01:07:53,310
Het zou geen zin hebben om te
benadrukken dat Pinehas vanwege zijn

1112
01:07:53,310 --> 01:07:58,050
ijver als rechtvaardig werd gerekend, en
ons wordt niet gezegd dat wij de ijver van

1113
01:07:58,050 --> 01:08:01,410
Pinehas bij het oordelen van
zondaars moeten navolgen.

1114
01:08:01,410 --> 01:08:04,950
Het is niet de bedoeling dat
wij in onze tijd speren door

1115
01:08:04,950 --> 01:08:06,810
ontuchtplegers heen steken.

1116
01:08:06,810 --> 01:08:12,150
De Bijbel zegt in 1 Korinthe 5 zelfs
dat we niet over hen horen te oordelen.

1117
01:08:12,150 --> 01:08:15,810
Hij zegt dat we over hen moeten
oordelen als ze in de gemeente zijn.

1118
01:08:15,810 --> 01:08:17,130
Maar Paulus zegt:

1119
01:08:17,130 --> 01:08:20,610
Het is toch niet aan mij om hen
die buiten zijn te oordelen?

1120
01:08:20,610 --> 01:08:23,250
Oordeelt u immers niet
alleen hen die binnen zijn?

1121
01:08:23,250 --> 01:08:28,830
Het punt is dat Pinehas liet zien dat hij
een juiste gezindheid tegenover God en

1122
01:08:28,830 --> 01:08:32,550
ijver voor God had, doordat
hij deze mensen doorstak.

1123
01:08:32,550 --> 01:08:35,070
Dat werd hem tot gerechtigheid gerekend.

1124
01:08:35,070 --> 01:08:38,250
Dat wil zeggen, het werd
hem ten goede gerekend.

1125
01:08:38,250 --> 01:08:41,130
Zijn gerechtigheid werd
zichtbaar in die daad.

1126
01:08:41,130 --> 01:08:44,370
Maar de manier waarop Pinehas
rechtvaardig werd gerekend,

1127
01:08:44,370 --> 01:08:47,070
wordt ons niet als voorbeeld voorgehouden.

1128
01:08:47,070 --> 01:08:50,250
De manier waarop Abraham
rechtvaardig werd gerekend,

1129
01:08:50,250 --> 01:08:53,730
is veel meer van toepassing
op onze eigen situatie,

1130
01:08:53,730 --> 01:08:56,790
zoals Paulus in zijn
geschriften duidelijk maakt.

1131
01:08:56,790 --> 01:08:58,890
In vers 32 staat:

1132
01:08:58,890 --> 01:09:02,250
Zij maakten Hem zeer toornig
bij het water van Meriba,

1133
01:09:02,250 --> 01:09:04,950
het verging Mozes slecht omwille van hen.

1134
01:09:04,950 --> 01:09:07,110
oftewel bij Meriba.

1135
01:09:07,110 --> 01:09:10,590
Dat is de plaats waar er water
uit de rots werd gegeven.

1136
01:09:10,590 --> 01:09:14,670
We zien al deze gevallen waarin
ze God tot toorn verwekten.

1137
01:09:14,670 --> 01:09:17,970
In vers 14 verlangden ze hevig naar vlees.

1138
01:09:17,970 --> 01:09:20,670
In vers 19 maakten ze een kalf.

1139
01:09:20,670 --> 01:09:24,930
In vers 28 verbonden
ze zich met Baäl-Peor.

1140
01:09:24,930 --> 01:09:27,270
En nu staat er in vers 32:

1141
01:09:27,270 --> 01:09:30,330
Ze maakten Hem kwaad bij
het water van de ruzie.

1142
01:09:30,330 --> 01:09:33,210
Ze klaagden dat God hen de
woestijn in had gebracht,

1143
01:09:33,210 --> 01:09:36,630
dat ze zouden sterven en
dat ze geen water hadden.

1144
01:09:36,630 --> 01:09:41,490
Want zij tergden zijn geest, zodat hij met
zijn lippen ondoordachte woorden sprak.

1145
01:09:41,490 --> 01:09:46,350
Dit betekent dat Mozes het geklaag
van deze mensen zo beu werd.

1146
01:09:46,350 --> 01:09:49,530
Nadat God hun zoveel
barmhartigheid had betoond,

1147
01:09:49,530 --> 01:09:53,910
bleven ze tegen God klagen en
tegen God in opstand komen.

1148
01:09:53,910 --> 01:09:58,350
Mozes werd het zo beu dat hij
zichzelf niet in bedwang hield.

1149
01:09:58,350 --> 01:10:02,430
Hoewel God hem had gezegd om de tweede
keer alleen maar naar buiten te gaan

1150
01:10:02,430 --> 01:10:06,570
en tot de rots te spreken,
ging hij woedend naar buiten.

1151
01:10:06,570 --> 01:10:11,190
Hij sprak niet tot het volk met de
kalmte die God van hem verwachtte.

1152
01:10:11,190 --> 01:10:15,330
In plaats daarvan sloeg
hij op de rots. Hij zei:

1153
01:10:15,330 --> 01:10:21,570
En Mozes en Aäron riepen de gemeente voor
de rots bijeen, en hij zei tegen hen:

1154
01:10:21,570 --> 01:10:28,350
Luister toch, ongehoorzamen, zullen wij
voor u uit deze rots water voortbrengen?

1155
01:10:28,350 --> 01:10:33,810
En hij sloeg erop. De Engelse parafrase
van de spreker formuleert Mozes’ vraag

1156
01:10:33,810 --> 01:10:37,110
als een vraag over het
opnieuw slaan van de rots;

1157
01:10:37,110 --> 01:10:43,410
de HSV noemt het slaan pas in het volgende
vers en formuleert de vraag anders.

1158
01:10:43,410 --> 01:10:49,410
Later nam God hem apart en zei: ‘Mozes,
dat was niet wat Ik je had opgedragen.’

1159
01:10:49,410 --> 01:10:53,250
Het liep slecht af voor Mozes, want
daardoor mocht hij het Beloofde

1160
01:10:53,250 --> 01:10:54,870
Land niet binnengaan.

1161
01:10:54,870 --> 01:10:59,250
Maar de schrijver geeft hier natuurlijk
aan dat Mozes dit slechte lot onderging

1162
01:10:59,250 --> 01:11:05,070
doordat het volk hem tergde, vanwege de
opstandigheid van het volk. Er staat:

1163
01:11:05,070 --> 01:11:08,910
Ze maakten hem zo kwaad dat
hij er zomaar iets uitflapte.

1164
01:11:08,910 --> 01:11:12,450
Daarom liep het door hun
toedoen slecht af voor Mozes.

1165
01:11:12,450 --> 01:11:14,730
Mozes had veel voor hen gedaan.

1166
01:11:14,730 --> 01:11:17,310
God had hem gebruikt om hen te bevrijden,

1167
01:11:17,310 --> 01:11:20,010
hij had vaak zijn leven voor hen ingezet

1168
01:11:20,010 --> 01:11:24,090
en hij was zelfs voor hen ten beste
gekomen toen God hen wilde uitroeien.

1169
01:11:24,090 --> 01:11:26,190
Ze waren hem dus veel verschuldigd.

1170
01:11:26,190 --> 01:11:29,910
Hij was als een vader met drie
miljoen kinderen die hij grootbracht.

1171
01:11:29,910 --> 01:11:33,690
Hij probeerde hen te leiden,
probeerde hun goede leiding te geven

1172
01:11:33,690 --> 01:11:35,910
en probeerde hen veilig te houden.

1173
01:11:35,910 --> 01:11:39,510
Toch bracht hun opstandigheid
zelfs hem in moeilijkheden.

1174
01:11:39,510 --> 01:11:42,810
Ondanks alle gunst die hij
de Israëlieten had betoond,

1175
01:11:42,810 --> 01:11:47,910
brachten ze hem in moeilijkheden door hem
zo te tergen dat hij onbezonnen sprak.

1176
01:11:47,910 --> 01:11:50,250
En toen liep het slecht met hem af.

1177
01:11:50,250 --> 01:11:52,710
Dan staat er in vers 34:

1178
01:11:52,710 --> 01:11:57,210
Zij vaagden de volken niet weg,
zoals de HEERE hun bevolen had;

1179
01:11:57,210 --> 01:12:02,970
Dat gebeurde na de dagen van Mozes,
toen Jozua het volk Kanaän binnenleidde.

1180
01:12:02,970 --> 01:12:07,710
Ze vernietigden genoeg volken om het
hele land in bezit te nemen. Dat is waar.

1181
01:12:07,710 --> 01:12:10,410
Maar ze lieten sommige
volken voortbestaan.

1182
01:12:10,410 --> 01:12:14,490
De Jebusieten in Jeruzalem bleven
daar bijvoorbeeld wonen tot David

1183
01:12:14,490 --> 01:12:17,190
hen enkele eeuwen later uitroeide.

1184
01:12:17,190 --> 01:12:21,570
David leefde waarschijnlijk drie of
vier eeuwen na de tijd van Jozua.

1185
01:12:21,570 --> 01:12:25,890
Gedurende die eeuwen woonden de
Jebusieten, die Kanaänieten waren,

1186
01:12:25,890 --> 01:12:27,750
nog steeds in Jeruzalem.

1187
01:12:27,750 --> 01:12:31,110
Er waren nog veel andere
Kanaänitische stammen die niet

1188
01:12:31,110 --> 01:12:32,910
volledig waren uitgeroeid.

1189
01:12:32,910 --> 01:12:35,250
De Joden trokken het land binnen.

1190
01:12:35,250 --> 01:12:39,930
In plaats van te doen wat God had gezegd
en alle Kanaänieten uit te roeien,

1191
01:12:39,930 --> 01:12:44,190
roeiden ze er slechts genoeg uit om
overal waar ze wilden hun steden te kunnen

1192
01:12:44,190 --> 01:12:46,770
bewonen. Ze namen het over.

1193
01:12:46,770 --> 01:12:49,350
Maar toen ze eenmaal een
plaats van rust hadden

1194
01:12:49,350 --> 01:12:53,010
en op een plaats waren gekomen
waar ze zich op hun gemak voelden,

1195
01:12:53,010 --> 01:12:55,110
wilden ze niet meer ten strijde trekken.

1196
01:12:55,110 --> 01:12:58,590
Daarom lieten ze de andere Kanaänieten
vreedzaam tussen hen wonen,

1197
01:12:58,590 --> 01:13:01,350
terwijl God hun had
gezegd dat niet te doen.

1198
01:13:01,350 --> 01:13:05,550
God had hen gewaarschuwd dat als ze
ook maar enige Kanaänieten in het land

1199
01:13:05,550 --> 01:13:10,950
achterlieten, die Kanaänieten hen tot hun
afgodische godsdiensten zouden verleiden.

1200
01:13:10,950 --> 01:13:14,550
Dat is precies wat er gebeurde
en wat hier wordt vermeld.

1201
01:13:14,550 --> 01:13:15,630
Er staat:

1202
01:13:15,630 --> 01:13:19,770
Zij vaagden de volken niet weg,
zoals de HEERE hun bevolen had;

1203
01:13:19,770 --> 01:13:24,090
maar zij vermengden zich met de
heidenvolken en leerden hun gebruiken.

1204
01:13:24,090 --> 01:13:26,790
Dat is wat God had gezegd
dat er zou gebeuren.

1205
01:13:26,790 --> 01:13:30,750
Zij dienden hun afgoden, die
hun tot een valstrik werden.

1206
01:13:30,750 --> 01:13:36,270
Zo zien we telkens opnieuw hoe het volk
tekortschoot en ongehoorzaam was en niet

1207
01:13:36,270 --> 01:13:41,550
leefde naar wat God hun had opgedragen,
ondanks al Zijn goedheid tegenover hen.

1208
01:13:41,550 --> 01:13:46,110
Bovendien offerden zij hun zonen
en hun dochters aan de demonen.

1209
01:13:46,110 --> 01:13:49,650
Dat zij hun eigen kinderen op
altaren aan Molech offerden,

1210
01:13:49,650 --> 01:13:53,670
is zo afschuwelijk dat wij ons
nauwelijks kunnen voorstellen dat mensen

1211
01:13:53,670 --> 01:13:55,410
ooit zoiets deden.

1212
01:13:55,410 --> 01:13:58,650
Vooral mensen die als beschaafd
beschouwd zouden worden,

1213
01:13:58,650 --> 01:14:04,350
mensen die wetten en alles hadden, zoals
de Joden dat hadden. Toch deden ze het.

1214
01:14:04,350 --> 01:14:08,550
Het laat zien hoe diep de mens
in verdorvenheid kan wegzinken

1215
01:14:08,550 --> 01:14:10,710
zonder Gods ingrijpen.

1216
01:14:10,710 --> 01:14:15,330
Zelfs met Gods ingrijpen, doordat
Hij hun wetten en bepalingen gaf,

1217
01:14:15,330 --> 01:14:18,990
zonken ze nog steeds tot die
diepte van verdorvenheid.

1218
01:14:18,990 --> 01:14:21,510
Dat was wat de Kanaänieten deden.

1219
01:14:21,510 --> 01:14:26,130
Ze aanbaden Molech en verbrandden hun
kinderen levend in de armen van dit

1220
01:14:26,130 --> 01:14:29,970
koperen beeld — hun baby’s
— en brachten kinderoffers.

1221
01:14:29,970 --> 01:14:33,390
De Joden raakten daadwerkelijk bij
zulke dingen betrokken omdat ze de

1222
01:14:33,390 --> 01:14:35,430
Kanaänieten niet uitroeiden.

1223
01:14:35,430 --> 01:14:38,370
Ze voelden zich tot die
godsdienst aangetrokken.

1224
01:14:38,370 --> 01:14:42,390
Je zou kunnen zeggen: „Waarom zouden
mensen zich aangetrokken voelen

1225
01:14:42,390 --> 01:14:45,630
tot zo’n afschuwelijke,
demonische godsdienst?”

1226
01:14:45,630 --> 01:14:48,990
Het antwoord is dat die
vleselijk en geestelijk was.

1227
01:14:48,990 --> 01:14:51,870
Er zaten demonen achter
die zeer verleidelijk waren

1228
01:14:51,870 --> 01:14:53,850
en mensen erin meetrokken.

1229
01:14:53,850 --> 01:14:57,150
Je vraagt je misschien af
waarom mensen eropuit gaan,

1230
01:14:57,150 --> 01:15:00,270
dronken worden en zo hun leven verwoesten.

1231
01:15:00,270 --> 01:15:05,730
Of waarom ze heroïneverslaafd worden, PCP
gebruiken of iets anders nemen dat hun

1232
01:15:05,730 --> 01:15:07,890
verstand voorgoed zal verwoesten.

1233
01:15:07,890 --> 01:15:09,810
Waarom zouden mensen dat doen?

1234
01:15:09,810 --> 01:15:12,690
Het is duidelijk dat ze
niet rationeel denken.

1235
01:15:12,690 --> 01:15:17,070
Ze worden op een irrationele manier
meegesleept door geestelijke misleiding

1236
01:15:17,070 --> 01:15:19,050
en geestelijke machten.

1237
01:15:19,050 --> 01:15:21,390
Dat is wat mensen hierin meetrok.

1238
01:15:21,390 --> 01:15:25,410
Ook ging de aanbidding van Molech
gepaard met veel immoraliteit,

1239
01:15:25,410 --> 01:15:27,570
veel orgieën en dergelijke.

1240
01:15:27,570 --> 01:15:30,210
Dat sprak het vlees
meer aan dan de zuivere,

1241
01:15:30,210 --> 01:15:33,210
heilige godsdienst die God hun voorhield.

1242
01:15:33,210 --> 01:15:37,110
Die dingen brachten de Joden ertoe dit
afschuwelijke offer van kinderen aan

1243
01:15:37,110 --> 01:15:38,550
Molech te brengen.

1244
01:15:38,550 --> 01:15:43,530
Zij vergoten onschuldig bloed, het
bloed van hun zonen en dochters.

1245
01:15:43,530 --> 01:15:46,350
Zij offerden hen aan
de afgoden van Kanaän,

1246
01:15:46,350 --> 01:15:49,890
zodat het land door deze
bloedschulden ontheiligd werd.

1247
01:15:49,890 --> 01:15:52,590
Zij verontreinigden
zichzelf door hun werken,

1248
01:15:52,590 --> 01:15:55,110
zij bedreven hoererij door hun daden.

1249
01:15:55,110 --> 01:16:01,230
Deze uitdrukking, andere goden achterna
hoereren, komt vaak voor bij de profeten.

1250
01:16:01,230 --> 01:16:06,150
Ze verwijst naar het beeld dat de Joden
als het ware Gods vrouw moesten zijn.

1251
01:16:06,150 --> 01:16:09,930
Hij was voor hen een echtgenoot
en zij waren Zijn vrouw.

1252
01:16:09,930 --> 01:16:13,410
Daarom kwam hun aanbidding alleen Hem toe.

1253
01:16:13,410 --> 01:16:17,850
Zoals een vrouw alleen met haar
echtgenoot seksuele omgang hoort te hebben

1254
01:16:17,850 --> 01:16:22,770
en met niemand anders, zo moesten
de Joden alleen Jehovah aanbidden

1255
01:16:22,770 --> 01:16:24,450
en niemand anders.

1256
01:16:24,450 --> 01:16:29,490
Maar ze gingen werkelijk hoereren, als
een vrouw die eropuit zou gaan en seksuele

1257
01:16:29,490 --> 01:16:33,210
omgang met een andere man
zou hebben. Dat deden ze.

1258
01:16:33,210 --> 01:16:35,730
Ze aanbaden andere goden.

1259
01:16:35,730 --> 01:16:39,570
Daarom waren ze prostituees,
overspelige vrouwen.

1260
01:16:39,570 --> 01:16:42,030
Het volk werd overspelig.

1261
01:16:42,030 --> 01:16:45,690
Geestelijk overspel wordt
vaak genoemd bij de profeten

1262
01:16:45,690 --> 01:16:48,270
en het verwijst altijd naar dit feit:

1263
01:16:48,270 --> 01:16:54,510
ze aanbaden andere goden en schonden hun
verbond met hun echtgenoot, de ware God.

1264
01:16:54,510 --> 01:16:58,530
Dat was vers 39. Vers 40 zegt:

1265
01:16:58,530 --> 01:17:02,370
Daarom ontbrandde de toorn
van de HEERE tegen Zijn volk,

1266
01:17:02,370 --> 01:17:05,070
Hij had een afschuw van Zijn eigendom.

1267
01:17:05,070 --> 01:17:09,270
Hij gaf hen in de hand van de
heidenvolken; wie hen haatten,

1268
01:17:09,270 --> 01:17:10,710
heersten over hen.

1269
01:17:10,710 --> 01:17:15,150
Hun vijanden onderdrukten hen, zij
werden vernederd onder hun hand.

1270
01:17:15,150 --> 01:17:19,950
Dit gaat over de kortere perioden van
onderdrukking in de tijd van de Richteren.

1271
01:17:19,950 --> 01:17:22,470
Je herinnert je het
verhaal van de Richteren.

1272
01:17:22,470 --> 01:17:27,690
Vanwege de afgoderij van de Joden
liet God de Filistijnen, de Moabieten,

1273
01:17:27,690 --> 01:17:30,990
de Midianieten of een andere stam opkomen.

1274
01:17:30,990 --> 01:17:35,250
Die onderdrukten hen dan een tijdlang,
totdat de richters opstonden.

1275
01:17:35,250 --> 01:17:36,510
Daar verwijst dit naar.

1276
01:17:36,510 --> 01:17:40,770
Hij redde hen vele keren, zíj
echter tergden Hem door hun plannen

1277
01:17:40,770 --> 01:17:43,830
en raakten uitgeteerd
door hun ongerechtigheid.

1278
01:17:43,830 --> 01:17:47,610
Toch zag Hij hun benauwdheid,
toen Hij hun roepen hoorde.

1279
01:17:47,610 --> 01:17:51,330
Dat wil zeggen: iedere keer
dat ze zich leken te bekeren,

1280
01:17:51,330 --> 01:17:55,470
zond Hij een richter om hen te
bevrijden en gaf Hij hun opnieuw een

1281
01:17:55,470 --> 01:17:57,390
periode van vrijheid.

1282
01:17:57,390 --> 01:18:01,770
Daarna zondigden ze weer en
doorliepen ze dezelfde cyclus.

1283
01:18:01,770 --> 01:18:05,790
Hij dacht hun ten goede aan
Zijn verbond; Hij had berouw,

1284
01:18:05,790 --> 01:18:08,430
naar Zijn grote goedertierenheid.

1285
01:18:08,430 --> 01:18:12,150
Daarom bewees Hij hun
barmhartigheid bij allen die hen als

1286
01:18:12,150 --> 01:18:14,070
gevangenen hadden weggevoerd.

1287
01:18:14,070 --> 01:18:17,070
Dit zou de Babylonische ballingschap zijn.

1288
01:18:17,070 --> 01:18:21,510
Nadat ze als gevangenen naar Babylon
waren weggevoerd, kregen de Perzen,

1289
01:18:21,510 --> 01:18:27,090
die Babylon veroverden, medelijden met
hen en gaven hun de kans om naar hun eigen

1290
01:18:27,090 --> 01:18:29,010
land terug te keren.

1291
01:18:29,010 --> 01:18:32,790
Zelfs daarin was God trouw,
toen Hij hen strafte.

1292
01:18:32,790 --> 01:18:37,830
Hij zorgde ervoor dat zelfs hun
gevangennemers medelijden met hen kregen.

1293
01:18:37,830 --> 01:18:41,070
Dat deed Hij met Cyrus,
de Perzische koning,

1294
01:18:41,070 --> 01:18:44,370
die medelijden met hen
kreeg en hen vrijliet.

1295
01:18:44,370 --> 01:18:47,310
Dit gaat duidelijk voorbij
aan de tijd van de Richteren,

1296
01:18:47,310 --> 01:18:51,510
want de onderdrukkers uit die tijd
hadden geen medelijden met hen.

1297
01:18:51,510 --> 01:18:55,470
Maar later waren het de
veroveraars van Babylon, de Perzen,

1298
01:18:55,470 --> 01:18:59,130
die medelijden met hen kregen
en hen naar huis stuurden.

1299
01:18:59,130 --> 01:19:01,410
Dan eindigt hij met een gebed:

1300
01:19:01,410 --> 01:19:06,270
Verlos ons, HEERE, onze God, breng
ons bijeen vanuit de heidenvolken,

1301
01:19:06,270 --> 01:19:10,590
opdat wij Uw heilige Naam loven
en ons beroemen in Uw lof.

1302
01:19:10,590 --> 01:19:14,790
Blijkbaar waren velen van hen ten tijde
van dit schrijven nog steeds verspreid als

1303
01:19:14,790 --> 01:19:17,430
gevolg van de Babylonische ballingschap.

1304
01:19:17,430 --> 01:19:22,770
Geloofd zij de HEERE, de God van
Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid;

1305
01:19:22,770 --> 01:19:27,090
laat heel het volk
zeggen: Amen. Halleluja!

1306
01:19:27,090 --> 01:19:32,070
Zoals je misschien al had geraden, is dit
het einde van weer een van de vijf boeken.

1307
01:19:32,070 --> 01:19:34,830
Dit is het einde van het vierde boek.

1308
01:19:34,830 --> 01:19:40,530
Psalm 107 begint dus het vijfde,
langste en laatste boek van de Psalmen,

1309
01:19:40,530 --> 01:19:42,031
waar we de volgende keer
aan toe zullen komen.
