1
00:00:02,010 --> 00:00:04,590
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,590 --> 00:00:11,010
Deze keer behandelen we
Psalmen 135 tot en met 140.

3
00:00:11,010 --> 00:00:14,070
We gaan naar Psalm 135.

4
00:00:14,070 --> 00:00:17,910
Eén ding dat we merken naarmate
we verder komen in de Psalmen,

5
00:00:17,910 --> 00:00:21,150
is dat we meestal meer
tegelijk behandelen.

6
00:00:21,150 --> 00:00:26,010
Dat wil zeggen, de Psalmen lijken sneller
voorbij te vliegen naarmate we verder in

7
00:00:26,010 --> 00:00:27,270
het boek komen.

8
00:00:27,270 --> 00:00:31,650
Dat komt deels doordat veel van
de latere Psalmen kort zijn,

9
00:00:31,650 --> 00:00:36,690
maar ook doordat ze materiaal bevatten
dat lijkt op, of zelfs identiek is aan,

10
00:00:36,690 --> 00:00:39,330
materiaal dat we al
eerder hebben behandeld.

11
00:00:39,330 --> 00:00:42,810
Daar ontkomen we in het
boek Psalmen niet aan.

12
00:00:42,810 --> 00:00:47,070
In de eerste delen van de Psalmen
komen we bepaalde uitdrukkingswijzen,

13
00:00:47,070 --> 00:00:51,390
bepaalde gedachten en bepaalde
ervaringen voor het eerst tegen.

14
00:00:51,390 --> 00:00:54,990
Dan moeten we daar opmerkingen
over maken en ze onderzoeken.

15
00:00:54,990 --> 00:00:58,710
Maar wanneer we ze tegen het einde van
het boek steeds opnieuw tegenkomen,

16
00:00:58,710 --> 00:01:03,090
is het minder nodig om die specifieke
uitleg en opmerkingen te geven,

17
00:01:03,090 --> 00:01:05,130
omdat het bekend terrein is.

18
00:01:05,130 --> 00:01:08,190
Dat zal het geval zijn bij de
Psalmen die voor ons liggen,

19
00:01:08,190 --> 00:01:13,050
en in het bijzonder bij de Psalm
die we nu bekijken, Psalm 135.

20
00:01:13,050 --> 00:01:17,850
Er staat in deze Psalm geen enkel vers
dat geheel uniek is voor deze Psalm.

21
00:01:17,850 --> 00:01:21,210
Ieder vers is óf uit een
andere Psalm geciteerd,

22
00:01:21,210 --> 00:01:25,290
óf wordt in een ander gedeelte van
de Schrift geciteerd of aangehaald,

23
00:01:25,290 --> 00:01:27,690
voor het grootste deel in de Psalmen.

24
00:01:27,690 --> 00:01:32,190
Er komen reeksen van meerdere verzen voor
die lijken op iets wat we al in eerdere

25
00:01:32,190 --> 00:01:33,750
Psalmen hebben gezien.

26
00:01:33,750 --> 00:01:37,410
Wat uitleg en commentaar betreft,
is het niet echt nodig om het

27
00:01:37,410 --> 00:01:41,970
materiaal opnieuw door te nemen, omdat
we het allemaal al eerder hebben gezien.

28
00:01:41,970 --> 00:01:43,650
Maar we zullen het opnieuw lezen.

29
00:01:43,650 --> 00:01:47,790
Dat doen we omdat dit een nieuwe
rangschikking van het materiaal is,

30
00:01:47,790 --> 00:01:51,270
ook al is het materiaal
voor ons niet nieuw.

31
00:01:51,270 --> 00:01:53,130
De rangschikking is nieuw.

32
00:01:53,130 --> 00:01:57,910
En we moeten bedenken dat degene die dit
heeft samengesteld — hij is anoniem —

33
00:01:57,910 --> 00:02:00,330
dat met een bedoeling heeft gedaan.

34
00:02:00,330 --> 00:02:03,330
De gedachten die hij uit
andere Psalmen gebruikte,

35
00:02:03,330 --> 00:02:07,890
waren namelijk betekenisvol toen ze op
deze manier bij elkaar werden gezet.

36
00:02:07,890 --> 00:02:11,550
Het hoofdthema, of de
eenheid, van deze Psalm

37
00:02:11,550 --> 00:02:16,710
lijkt een tegenstelling te zijn tussen
de luister en macht van God, de ware God,

38
00:02:16,710 --> 00:02:20,010
en de zwakheid en leegheid van afgoderij.

39
00:02:20,010 --> 00:02:24,390
Het eerste deel gaat over de
aanbidding van God, de ware God,

40
00:02:24,390 --> 00:02:26,250
en over Zijn grootheid.

41
00:02:26,250 --> 00:02:32,070
Het laatste deel gaat over de afgoden en
stelt hun zwakheid tegenover de ware God.

42
00:02:32,070 --> 00:02:38,370
Halleluja! Loof de Naam van de HEERE,
loof Hem , dienaren van de HEERE,

43
00:02:38,370 --> 00:02:42,690
We zien dat een groot aantal
van de latere Psalmen zo begint.

44
00:02:42,690 --> 00:02:45,510
In het Hebreeuws is het ‘halleluja’.

45
00:02:45,510 --> 00:02:50,850
Vooral de laatste vijf Psalmen,
Psalm 146 tot en met 150,

46
00:02:50,850 --> 00:02:54,690
beginnen en eindigen elk
met dat woord ‘halleluja’,

47
00:02:54,690 --> 00:02:57,030
of beginnen er in elk geval mee.

48
00:02:57,030 --> 00:03:02,490
Daarom worden ze de grote Hallelpsalmen
genoemd, de grote lofpsalmen.

49
00:03:02,490 --> 00:03:04,350
‘Hallelujah’ betekent:

50
00:03:04,350 --> 00:03:08,610
Prijs de Heer, en dat is wat we aan
het begin van deze Psalm hebben.

51
00:03:08,610 --> 00:03:12,990
We hebben al een aantal Psalmen
gehad die zo begonnen en eindigden.

52
00:03:12,990 --> 00:03:18,690
u, die staat in het huis van de HEERE, in
de voorhoven van het huis van onze God.

53
00:03:18,690 --> 00:03:23,790
Loof de HEERE, want de HEERE is
goed; zing psalmen voor Zijn Naam,

54
00:03:23,790 --> 00:03:24,930
want die is lieflijk.

55
00:03:24,930 --> 00:03:30,330
Want de HEERE heeft Zich Jakob verkoren,
Israël als Zijn persoonlijk eigendom.

56
00:03:30,330 --> 00:03:33,630
Hier wordt niet in het bijzonder
gesproken over de man Jakob,

57
00:03:33,630 --> 00:03:38,010
die ook Israël werd genoemd, maar
over het volk dat van hem afstamde,

58
00:03:38,010 --> 00:03:39,630
het volk Israël.

59
00:03:39,630 --> 00:03:45,690
Want ík weet: de HEERE is groot;
onze Heere gaat alle goden te boven.

60
00:03:45,690 --> 00:03:50,970
Dat is waarschijnlijk de thematische
uitspraak, de kernzin, van de hele Psalm:

61
00:03:50,970 --> 00:03:53,910
de HEERE staat boven alle goden.

62
00:03:53,910 --> 00:03:58,230
Al wat de HEERE behaagt, doet
Hij, in de hemel en op de aarde,

63
00:03:58,230 --> 00:04:00,990
in de zeeën en alle diepe wateren.

64
00:04:00,990 --> 00:04:04,230
Hij doet dampen opstijgen
van het einde der aarde,

65
00:04:04,230 --> 00:04:06,570
Hij maakt de bliksemflitsen bij de regen,

66
00:04:06,570 --> 00:04:09,870
Hij brengt de wind uit Zijn
schatkamers naar buiten.

67
00:04:09,870 --> 00:04:14,670
Hij trof de eerstgeborenen in Egypte,
van de mens af tot het vee toe.

68
00:04:14,670 --> 00:04:21,690
Hij zond tekenen en wonderen in uw midden,
Egypte, aan de farao en al zijn dienaren.

69
00:04:21,690 --> 00:04:26,910
Hij versloeg vele volken en
doodde machtige koningen: Sihon,

70
00:04:26,910 --> 00:04:31,530
de koning van de Amorieten,
en Og, de koning van Basan,

71
00:04:31,530 --> 00:04:34,410
en al de koninkrijken van Kanaän.

72
00:04:34,410 --> 00:04:40,170
Deze twee koningen, Sihon en Og, waren
koningen die niet in Kanaän woonden,

73
00:04:40,170 --> 00:04:42,630
maar aan de oostkant van de Jordaan.

74
00:04:42,630 --> 00:04:46,530
Je herinnert je misschien dat de Joden
met Mozes door de woestijn zwierven

75
00:04:46,530 --> 00:04:50,070
en uiteindelijk aan de oostkant
van het Beloofde Land kwamen.

76
00:04:50,070 --> 00:04:52,530
Toen ze onder Jozua
het land binnentrokken,

77
00:04:52,530 --> 00:04:54,450
kwamen ze vanuit het oosten.

78
00:04:54,450 --> 00:04:58,770
Ze staken de Jordaan in westelijke
richting over, het Beloofde Land in.

79
00:04:58,770 --> 00:05:03,690
Aan de oostelijke oever en de oostkant van
de Jordaan, vlak ten oosten van Kanaän,

80
00:05:03,690 --> 00:05:07,110
troffen ze bepaalde koningen aan
die zich tegen hen verzetten,

81
00:05:07,110 --> 00:05:10,230
vooral de Amorieten en de Moabieten.

82
00:05:10,230 --> 00:05:15,390
Sihon en Og behoorden tot de koningen
die ze daar tegenkwamen en overwonnen.

83
00:05:15,390 --> 00:05:18,390
Deze koningen, die ze aan
de oostkant overwonnen,

84
00:05:18,390 --> 00:05:21,990
waren de eerstelingen van de
overwinning die hun werd gegeven.

85
00:05:21,990 --> 00:05:25,830
Dat moest hen bemoedigen voor de
veldslagen die nog voor hen lagen,

86
00:05:25,830 --> 00:05:30,330
want ze zouden in het land
Kanaän tien koningen tegenkomen.

87
00:05:30,330 --> 00:05:35,250
God liet hun Zijn macht zien om hen te
bemoedigen om het land binnen te gaan

88
00:05:35,250 --> 00:05:37,650
en de andere veldslagen te voeren.

89
00:05:37,650 --> 00:05:41,790
Dat deed Hij door hun de overwinning
op deze koningen te geven.

90
00:05:41,790 --> 00:05:45,030
Er wordt gesproken over de
grote volken die Hij versloeg

91
00:05:45,030 --> 00:05:51,270
en de machtige koningen die Hij doodde, in
wezen door middel van hun oorlogen: Sihon,

92
00:05:51,270 --> 00:05:55,470
de koning van de Amorieten,
Og, de koning van Basan,

93
00:05:55,470 --> 00:05:58,410
en ook alle koninkrijken van Kanaän.

94
00:05:58,410 --> 00:06:04,230
Hun land gaf Hij als erfelijk bezit,
als erfelijk bezit aan Zijn volk Israël.

95
00:06:04,230 --> 00:06:09,930
HEERE, Uw Naam bestaat voor eeuwig;
De gedachtenis aan U, HEERE,

96
00:06:09,930 --> 00:06:12,690
is van generatie op generatie.

97
00:06:12,690 --> 00:06:15,930
Want de HEERE zal Zijn
volk recht verschaffen

98
00:06:15,930 --> 00:06:19,230
en het zal Hem berouwen
over Zijn dienaren.

99
00:06:19,230 --> 00:06:20,670
Deze uitdrukking,

100
00:06:20,670 --> 00:06:24,030
Keer terug, HEERE, hoelang nog?

101
00:06:24,030 --> 00:06:26,790
Laat het U berouwen over Uw dienaren.

102
00:06:26,790 --> 00:06:32,130
komt voor in Psalm 90, vers 13,
die door Mozes geschreven is.

103
00:06:32,130 --> 00:06:37,050
Ze is ontleend aan iets wat Mozes
eerder in Deuteronomium had gezegd.

104
00:06:37,050 --> 00:06:40,230
Dat hebben we gezien toen
we Psalm 90 behandelden.

105
00:06:40,230 --> 00:06:43,230
Wanneer er staat dat
God berouw zal krijgen,

106
00:06:43,230 --> 00:06:47,010
betekent dat niet dat Hij berouw
heeft zoals wij berouw hebben.

107
00:06:47,010 --> 00:06:50,310
Wij hebben berouw omdat we
iets verkeerds hebben gedaan

108
00:06:50,310 --> 00:06:53,250
en daarover van gedachten
moeten veranderen.

109
00:06:53,250 --> 00:06:56,850
We moeten ons omkeren en
het tegenovergestelde doen.

110
00:06:56,850 --> 00:07:01,590
Wanneer God berouw heeft, zoals de Bijbel
die uitdrukking soms met betrekking tot

111
00:07:01,590 --> 00:07:05,970
Hem gebruikt, betekent dat niet dat
Hij iets verkeerds heeft gedaan.

112
00:07:05,970 --> 00:07:11,010
Het betekent dat Hij een nieuw beleid
aanneemt, een nieuwe handelwijze.

113
00:07:11,010 --> 00:07:15,210
Hij keert Zich om en doet iets
anders dan wat Hij daarvoor deed.

114
00:07:15,210 --> 00:07:20,250
Het betekent niet dat Hij van Zijn
kant op enigerlei wijze schuld erkent.

115
00:07:20,250 --> 00:07:23,370
Zo lezen we in het verhaal
van de zondvloed dat God

116
00:07:23,370 --> 00:07:28,710
de slechtheid van de samenleving in de
dagen van Noach bezag, en dan staat er:

117
00:07:28,710 --> 00:07:33,510
Toen kreeg de HEERE er berouw over dat
Hij de mens op de aarde gemaakt had,

118
00:07:33,510 --> 00:07:35,790
en het bedroefde Hem in Zijn hart.

119
00:07:35,790 --> 00:07:38,670
Dat betekent niet dat Hij
iets kwaads had gedaan

120
00:07:38,670 --> 00:07:41,550
en berouw moest hebben
alsof het zonde was.

121
00:07:41,550 --> 00:07:46,530
Berouw hebben betekent dat het Hem
speet, dat Hij Zijn koers veranderde

122
00:07:46,530 --> 00:07:49,770
en in plaats daarvan
besloot hen uit te roeien.

123
00:07:49,770 --> 00:07:53,430
We komen dit soort taalgebruik
over God vaak tegen.

124
00:07:53,430 --> 00:07:57,210
Het kan ons verbazen als we niet
goed beseffen wat het betekent:

125
00:07:57,210 --> 00:07:59,070
dat God berouw kreeg.

126
00:07:59,070 --> 00:08:03,690
In dit geval betekent het dat God soms
een oordeel over Zijn volk bracht,

127
00:08:03,690 --> 00:08:06,150
maar dat Hij het altijd weer omkeerde.

128
00:08:06,150 --> 00:08:10,230
Hij veranderde altijd weer Zijn
beleid en wijzigde Zijn koers door

129
00:08:10,230 --> 00:08:15,210
hen later te zegenen, meestal omdat
zij zich van hun zonden bekeerden.

130
00:08:15,210 --> 00:08:20,490
Dan krijgen we deze bekende passage,
die we tegenkwamen in Psalm 115,

131
00:08:20,490 --> 00:08:22,350
vers 4 tot en met 8:

132
00:08:22,350 --> 00:08:28,290
Hun afgoden zijn zilver en goud, het werk
van mensenhanden: zij hebben een mond,

133
00:08:28,290 --> 00:08:33,810
maar spreken niet; zij hebben ogen,
maar zien niet; zij hebben oren,

134
00:08:33,810 --> 00:08:41,070
maar horen niet; zij hebben een neus, maar
ruiken niet; hun handen, die tasten niet;

135
00:08:41,070 --> 00:08:46,350
hun voeten, die gaan niet; er
komt geen geluid uit hun keel.

136
00:08:46,350 --> 00:08:51,090
Laat wie ze maken hun gelijk
worden, al wie op hen vertrouwt.

137
00:08:51,090 --> 00:08:55,950
Daar zijn die groepen weer die we
tegenkwamen in Psalm 115, vers 9,

138
00:08:55,950 --> 00:08:57,810
10 en 12.

139
00:08:57,810 --> 00:09:02,670
Hier worden er vier genoemd, maar
drie van die vier werden in Psalm 115

140
00:09:02,670 --> 00:09:06,210
samen genoemd, en ook in Psalm 118.

141
00:09:06,210 --> 00:09:09,270
Er wordt gesproken over
het huis van Israël.

142
00:09:09,270 --> 00:09:14,070
Er wordt gesproken over het huis van
Aäron, en dat is het priesterschap.

143
00:09:14,070 --> 00:09:16,770
En er wordt gesproken
over de godvrezenden,

144
00:09:16,770 --> 00:09:20,310
de heidenen die in de ware
God zijn gaan geloven.

145
00:09:20,310 --> 00:09:24,270
In dit geval wordt aan de groep ook
nog het huis van Levi toegevoegd,

146
00:09:24,270 --> 00:09:27,750
dat eigenlijk niet veel
verschilt van het huis van Aäron.

147
00:09:27,750 --> 00:09:31,350
Beide zijn groepen die voor de
dienst van God apartgezet zijn.

148
00:09:31,350 --> 00:09:35,310
Het huis van Aäron maakte zelfs
deel uit van de stam Levi.

149
00:09:35,310 --> 00:09:38,910
Er wordt dus eigenlijk geen nieuwe
gedachte toegevoegd met de woorden:

150
00:09:38,910 --> 00:09:43,710
De afgoden van de heidenvolken zijn
zilver en goud, werk van mensenhanden.

151
00:09:43,710 --> 00:09:48,990
Zij hebben een mond, maar spreken
niet; zij hebben ogen, maar zien niet.

152
00:09:48,990 --> 00:09:54,210
Zij hebben oren, maar horen niet;
er is zelfs geen adem in hun mond.

153
00:09:54,210 --> 00:09:58,890
Laat wie ze maken hun gelijk
worden, al wie op hen vertrouwt.

154
00:09:58,890 --> 00:10:04,530
Huis van Israël, loof de HEERE;
huis van Aäron, loof de HEERE.

155
00:10:04,530 --> 00:10:11,190
Huis van Levi, loof de HEERE; u
die de HEERE vreest, loof de HEERE.

156
00:10:11,190 --> 00:10:17,670
**Verwijzing gecontroleerd:** de
spreker noemde Psalmen 115:4-8,

157
00:10:17,670 --> 00:10:23,790
maar de bewoording is Psalmen 135:15-20.

158
00:10:23,790 --> 00:10:30,270
Geloofd zij de HEERE vanuit Sion, Hij
Die in Jeruzalem woont. Halleluja!

159
00:10:30,270 --> 00:10:34,230
Dat wil zeggen: de God
Die in Jeruzalem woont.

160
00:10:34,230 --> 00:10:40,410
Halleluja! Loof de Naam van de HEERE,
loof Hem , dienaren van de HEERE,

161
00:10:40,410 --> 00:10:43,470
Dit is dus werkelijk een Hallelpsalm.

162
00:10:43,470 --> 00:10:46,650
Hij begint en eindigt met de uitdrukking:

163
00:10:46,650 --> 00:10:50,610
Halleluja. Halleluja. Prijs de Heer.

164
00:10:50,610 --> 00:10:55,470
De volgende psalm is bijna komisch,
hoewel hij niet komisch bedoeld is.

165
00:10:55,470 --> 00:10:59,850
Het lezen ervan wordt zo moeizaam,
omdat in elke tweede regel,

166
00:10:59,850 --> 00:11:03,210
namelijk in het laatste
deel van ieder vers, luidt:

167
00:11:03,210 --> 00:11:08,910
Loof de HEERE, want Hij is goed, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

168
00:11:08,910 --> 00:11:14,190
Loof de God der goden, want Zijn
goedertierenheid is voor eeuwig.

169
00:11:14,190 --> 00:11:18,930
Loof de Heere der heren, want Zijn
goedertierenheid is voor eeuwig.

170
00:11:18,930 --> 00:11:25,050
Die grote wonderen doet, Hij alleen, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

171
00:11:25,050 --> 00:11:30,030
Die de hemel met inzicht maakte, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

172
00:11:30,030 --> 00:11:35,250
Die de aarde boven het water uitspande,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

173
00:11:35,250 --> 00:11:39,990
Die de grote lichten maakte, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

174
00:11:39,990 --> 00:11:45,450
de zon tot heerschappij over de dag, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

175
00:11:45,450 --> 00:11:48,810
de maan en sterren tot
heerschappij over de nacht,

176
00:11:48,810 --> 00:11:52,050
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

177
00:11:52,050 --> 00:11:55,290
Die de Egyptenaren trof
in hun eerstgeborenen,

178
00:11:55,290 --> 00:12:00,990
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;
en Israël uit hun midden uitleidde,

179
00:12:00,990 --> 00:12:07,470
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;
met sterke hand en met uitgestrekte arm,

180
00:12:07,470 --> 00:12:10,830
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

181
00:12:10,830 --> 00:12:16,230
Die de Schelfzee in tweeën deelde, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

182
00:12:16,230 --> 00:12:22,230
en Israël er middendoor deed gaan, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

183
00:12:22,230 --> 00:12:25,710
maar de farao met zijn leger
in de Schelfzee stortte,

184
00:12:25,710 --> 00:12:29,490
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

185
00:12:29,490 --> 00:12:35,490
Die Zijn volk door de woestijn leidde,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

186
00:12:35,490 --> 00:12:41,130
Die grote koningen versloeg, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

187
00:12:41,130 --> 00:12:48,270
en machtige koningen doodde, want Zijn
goedertierenheid is voor eeuwig; Sihon,

188
00:12:48,270 --> 00:12:54,750
de koning van de Amorieten, want Zijn
goedertierenheid is voor eeuwig; en Og,

189
00:12:54,750 --> 00:13:00,330
de koning van Basan, want Zijn
goedertierenheid is voor eeuwig.

190
00:13:00,330 --> 00:13:06,390
Hij gaf hun land als erfelijk bezit, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

191
00:13:06,390 --> 00:13:09,210
als erfelijk bezit aan
Zijn dienaar Israël,

192
00:13:09,210 --> 00:13:13,050
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

193
00:13:13,050 --> 00:13:19,470
Die aan ons dacht in onze nederige staat,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

194
00:13:19,470 --> 00:13:25,830
en ons aan onze tegenstanders ontrukte,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

195
00:13:25,830 --> 00:13:31,830
Die aan alle vlees voedsel geeft, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

196
00:13:31,830 --> 00:13:36,510
Loof de God van de hemel, want Zijn
goedertierenheid is voor eeuwig.

197
00:13:36,510 --> 00:13:40,170
We zijn die uitdrukking in
heel wat psalmen tegengekomen.

198
00:13:40,170 --> 00:13:45,270
Ik heb erop gewezen dat dit inderdaad
precies was wat de stammen uitspraken toen

199
00:13:45,270 --> 00:13:47,190
ze voor de legers uit gingen.

200
00:13:47,190 --> 00:13:52,470
De zangers en muzikanten gingen voor
de legers uit, niet zonder wapens,

201
00:13:52,470 --> 00:13:59,010
maar met muziekinstrumenten, toen Josafat
zijn legers in 2 Kronieken, hoofdstuk 20,

202
00:13:59,010 --> 00:14:00,570
ten strijde stuurde.

203
00:14:00,570 --> 00:14:04,350
Wat ze zongen, was precies deze regel:

204
00:14:04,350 --> 00:14:08,730
Loof de HEERE, want Zijn
goedertierenheid is voor eeuwig!

205
00:14:08,730 --> 00:14:15,030
Deze psalm herhaalt die regel in ieder
afzonderlijk vers, 26 verzen lang.

206
00:14:15,030 --> 00:14:19,950
Deze psalm wordt soms het Grote
Hallel genoemd, of de Grote Lofzang,

207
00:14:19,950 --> 00:14:22,110
omdat hij zo indrukwekkend is.

208
00:14:22,110 --> 00:14:25,710
In het Hebreeuws heeft de
uitdrukking niet zoveel lettergrepen.

209
00:14:25,710 --> 00:14:29,130
Door het aantal lettergrepen dat
de uitdrukking in het Engels heeft,

210
00:14:29,130 --> 00:14:33,870
onderbreekt ze de gedachte echt en
lijkt ze in deze psalm omslachtig.

211
00:14:33,870 --> 00:14:39,930
Maar de Hebreeuwse uitdrukking is veel
bondiger, veel korter, meer alsof je zegt:

212
00:14:39,930 --> 00:14:42,450
Aan Zijn liefde komt geen einde.

213
00:14:42,450 --> 00:14:44,190
Dat is iets korter.

214
00:14:44,190 --> 00:14:47,310
Het heeft ongeveer half
zoveel lettergrepen.

215
00:14:47,310 --> 00:14:51,990
In 26 verschillende verzen worden
allerlei voorbeelden gegeven.

216
00:14:51,990 --> 00:14:57,210
Elk vers bevat een bepaalde uitspraak
over de openbaring van Zijn grootheid.

217
00:14:57,210 --> 00:14:59,910
Na iedere uitspraak antwoordde het volk

218
00:14:59,910 --> 00:15:02,670
waarschijnlijk als een
echo met deze woorden.

219
00:15:02,670 --> 00:15:05,670
Misschien sprak de priester
de eerste uitspraak uit,

220
00:15:05,670 --> 00:15:09,390
waarna het volk gezamenlijk,
als een koor, zei:

221
00:15:09,390 --> 00:15:12,630
Want aan Zijn liefde komt geen einde.

222
00:15:12,630 --> 00:15:14,910
Zijn barmhartigheid duurt eeuwig.

223
00:15:14,910 --> 00:15:20,070
Het woord ‘mercy’ daar is dat Hebreeuwse
woord dat standvastige liefde betekent,

224
00:15:20,070 --> 00:15:23,730
of verbondsliefde, zoals de
Joden het zouden opvatten.

225
00:15:23,730 --> 00:15:25,410
Het is bij uitstek een woord dat

226
00:15:25,410 --> 00:15:28,290
betrekking heeft op Gods
trouw aan Zijn verbond.

227
00:15:28,290 --> 00:15:33,390
Hij sloot een verbond om dit volk lief
te hebben, en Hij blijft bij Zijn liefde.

228
00:15:33,390 --> 00:15:34,830
Die is standvastig.

229
00:15:34,830 --> 00:15:36,570
Die is onveranderlijk.

230
00:15:36,570 --> 00:15:38,490
Die is onvoorwaardelijk.

231
00:15:38,490 --> 00:15:40,470
Hij blijft liefhebben.

232
00:15:40,470 --> 00:15:43,830
Dit werd vrijwel zeker gezongen
op de manier die ik noemde,

233
00:15:43,830 --> 00:15:48,030
zoals bij de beurtlezing die tegenwoordig
soms in gemeenten plaatsvindt.

234
00:15:48,030 --> 00:15:53,430
De voorganger leest dan de ene regel en
vervolgens leest de gemeente de volgende.

235
00:15:53,430 --> 00:15:56,430
Sterker nog, wij zullen
het op die manier doen.

236
00:15:56,430 --> 00:16:00,990
Ik weet niet of we moeten zeggen:
‘For His mercy endureth forever,’

237
00:16:00,990 --> 00:16:05,610
zoals het in de King James staat, of de
nauwkeuriger vertaling moeten gebruiken,

238
00:16:05,610 --> 00:16:09,570
die veel meer overeenkomt met de manier
waarop het in het Hebreeuws staat:

239
00:16:09,570 --> 00:16:11,490
‘His love has no end.’

240
00:16:11,490 --> 00:16:14,130
Dat onderbreekt de gedachte niet zo sterk.

241
00:16:14,130 --> 00:16:18,930
Sommige van deze verzen worden midden
in een zin onderbroken door de uitroep:

242
00:16:18,930 --> 00:16:22,110
‘For His mercy endureth forever.’

243
00:16:22,110 --> 00:16:25,050
Wij zullen het zeggen zoals
het in de King James staat.

244
00:16:25,050 --> 00:16:29,190
Je zult merken dat wat er in de eerste
drie verzen over God wordt gezegd,

245
00:16:29,190 --> 00:16:33,450
over Hem spreekt als de
allerhoogste God, boven allen,

246
00:16:33,450 --> 00:16:36,630
boven alle goden en boven alle heren.

247
00:16:36,630 --> 00:16:41,010
Dat wil zeggen: in het rijk van
goden en dingen die worden aanbeden,

248
00:16:41,010 --> 00:16:43,470
is er niemand zo groot als God.

249
00:16:43,470 --> 00:16:46,350
Hij is de grootste en de hoogste.

250
00:16:46,350 --> 00:16:48,750
Dat is wat de eerste drie verzen zeggen.

251
00:16:48,750 --> 00:16:54,450
Vervolgens spreken de verzen 4 tot en
met 9 over Zijn grote scheppingsdaden:

252
00:16:54,450 --> 00:16:59,550
hoe Hij de hemel en de wateren schiep
en de grote lichten maakte, de zon,

253
00:16:59,550 --> 00:17:01,650
de maan en de sterren.

254
00:17:01,650 --> 00:17:06,750
Dat zijn de dingen waarover in de
verzen 4 tot en met 9 wordt gesproken.

255
00:17:06,750 --> 00:17:12,570
We zien God in de verzen 4 tot en
met 9 dus beschreven als de Schepper.

256
00:17:12,570 --> 00:17:18,810
Vervolgens gaat het in de verzen 10 tot en
met 16 over Gods bevrijding van het volk

257
00:17:18,810 --> 00:17:20,850
Israël uit Egypte.

258
00:17:20,850 --> 00:17:26,130
In de verzen 10 tot en met 16 wordt
Hij dus gevierd als Bevrijder.

259
00:17:26,130 --> 00:17:32,010
Vervolgens wordt Hij in de verzen
17 tot en met 22 beschreven als

260
00:17:32,010 --> 00:17:36,390
Degene Die de Joden overwinningen
op hun vijanden geeft.

261
00:17:36,390 --> 00:17:41,790
Hij is dus de grote Overwinnaar over
de andere volken en over hun goden.

262
00:17:41,790 --> 00:17:47,370
De laatste verzen spreken over Hem als
een vriend en als een Vader voor ons.

263
00:17:47,370 --> 00:17:50,010
We zien dus dat deze psalm God van

264
00:17:50,010 --> 00:17:54,450
begin tot eind prijst om verschillende
aspecten van Zijn karakter.

265
00:17:54,450 --> 00:17:59,310
Hij is de allerhoogste God,
boven allen. Hij is de Schepper.

266
00:17:59,310 --> 00:18:01,590
Hij is de Bevrijder van Zijn volk.

267
00:18:01,590 --> 00:18:04,590
Hij is de Overwinnaar over alle vijanden.

268
00:18:04,590 --> 00:18:09,090
En Hij is ook, zoals Jezus
ons leerde Hem aan te spreken:

269
00:18:09,090 --> 00:18:13,471
Bidt u dan zo: Onze Vader,
Die in de hemelen zijt .

270
00:18:13,471 --> 00:18:15,450
Uw Naam worde geheiligd.

271
00:18:15,450 --> 00:18:19,410
We zullen deze gedachten dus steeds
terugzien naarmate we verdergaan.

272
00:18:19,410 --> 00:18:25,050
Loof de HEERE, want Hij is goed, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

273
00:18:25,050 --> 00:18:30,750
Loof de God der goden, want Zijn
goedertierenheid is voor eeuwig.

274
00:18:30,750 --> 00:18:36,630
Loof de Heere der heren, want Zijn
goedertierenheid is voor eeuwig.

275
00:18:36,630 --> 00:18:43,170
Die grote wonderen doet, Hij alleen, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

276
00:18:43,170 --> 00:18:48,990
Die de hemel met inzicht maakte, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

277
00:18:48,990 --> 00:18:55,410
Die de aarde boven het water uitspande,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

278
00:18:55,410 --> 00:19:01,050
Die de grote lichten maakte, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

279
00:19:01,050 --> 00:19:07,590
de zon tot heerschappij over de dag, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

280
00:19:07,590 --> 00:19:11,670
de maan en sterren tot
heerschappij over de nacht,

281
00:19:11,670 --> 00:19:15,570
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

282
00:19:15,570 --> 00:19:19,110
Die de Egyptenaren trof
in hun eerstgeborenen,

283
00:19:19,110 --> 00:19:25,350
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;
en Israël uit hun midden uitleidde,

284
00:19:25,350 --> 00:19:32,370
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;
met sterke hand en met uitgestrekte arm,

285
00:19:32,370 --> 00:19:35,970
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

286
00:19:35,970 --> 00:19:42,150
Die de Schelfzee in tweeën deelde, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

287
00:19:42,150 --> 00:19:48,930
en Israël er middendoor deed gaan, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

288
00:19:48,930 --> 00:19:52,770
maar de farao met zijn leger
in de Schelfzee stortte,

289
00:19:52,770 --> 00:19:56,310
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

290
00:19:56,310 --> 00:20:02,130
Die Zijn volk door de woestijn leidde,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

291
00:20:02,130 --> 00:20:07,290
Die grote koningen versloeg, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

292
00:20:07,290 --> 00:20:13,770
en machtige koningen doodde, want Zijn
goedertierenheid is voor eeuwig; Sihon,

293
00:20:13,770 --> 00:20:19,950
de koning van de Amorieten, want Zijn
goedertierenheid is voor eeuwig; en Og,

294
00:20:19,950 --> 00:20:25,110
de koning van Basan, want Zijn
goedertierenheid is voor eeuwig.

295
00:20:25,110 --> 00:20:30,690
Hij gaf hun land als erfelijk bezit, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

296
00:20:30,690 --> 00:20:33,870
als erfelijk bezit aan
Zijn dienaar Israël,

297
00:20:33,870 --> 00:20:37,410
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

298
00:20:37,410 --> 00:20:42,990
Die aan ons dacht in onze nederige staat,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

299
00:20:42,990 --> 00:20:48,870
en ons aan onze tegenstanders ontrukte,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

300
00:20:48,870 --> 00:20:54,570
Die aan alle vlees voedsel geeft, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

301
00:20:54,570 --> 00:20:59,190
Loof de God van de hemel, want Zijn
goedertierenheid is voor eeuwig.

302
00:20:59,190 --> 00:21:03,810
Wanneer je beseft dat het woord ‘mercy’
daar de verbondsliefde betekent,

303
00:21:03,810 --> 00:21:07,470
de standvastige liefde van God,
kun je zien hoe elk van deze

304
00:21:07,470 --> 00:21:09,090
regels daarvan spreekt.

305
00:21:09,090 --> 00:21:14,430
Wanneer we het woord ‘mercy’ gebruiken,
lijken sommige regels niet te kloppen.

306
00:21:14,430 --> 00:21:18,270
Wanneer er staat hoe Hij de
eerstgeborenen van Egypte sloeg,

307
00:21:18,270 --> 00:21:21,810
gevolgd door ‘for His
mercy endureth forever’,

308
00:21:21,810 --> 00:21:24,390
lijkt dat niet erg barmhartig van God.

309
00:21:24,390 --> 00:21:29,850
Of: ‘He slew great kings, for
His mercy endureth forever.’

310
00:21:29,850 --> 00:21:32,430
Het klinkt bijna als
een tegenstrijdigheid.

311
00:21:32,430 --> 00:21:36,030
Het klinkt bijna alsof Hij in
die gevallen niet barmhartig is.

312
00:21:36,030 --> 00:21:40,111
Wanneer je beseft dat hiermee Zijn
verbondsliefde wordt bedoeld —

313
00:21:40,111 --> 00:21:44,911
dat wil zeggen, Hij had een verbond
gesloten om Israël het land te geven —

314
00:21:44,911 --> 00:21:49,290
dan zie je Zijn verbondsliefde
en Zijn trouw aan Zijn verbond

315
00:21:49,290 --> 00:21:52,650
in het feit dat Hij deze
dingen met hun vijanden deed,

316
00:21:52,650 --> 00:21:55,830
hen door de Rode Zee
heen bracht, enzovoort.

317
00:21:55,830 --> 00:22:00,150
Dat is natuurlijk een van de thema’s
die in zoveel Psalmen worden bezongen.

318
00:22:00,150 --> 00:22:04,650
Bijna elke Psalm die een deel van de
geschiedenis van de Joden doorloopt,

319
00:22:04,650 --> 00:22:07,110
legt sterke nadruk op de uittocht.

320
00:22:07,110 --> 00:22:11,310
Dat komt doordat die zo’n belangrijk
deel van hun geschiedenis was:

321
00:22:11,310 --> 00:22:13,410
de geboorte van hun volk.

322
00:22:13,410 --> 00:22:17,310
We slaan Psalm 137
helemaal over, omdat dit

323
00:22:17,310 --> 00:22:20,370
een van de vloekpsalmen was
die we hebben bestudeerd.

324
00:22:20,370 --> 00:22:24,510
Het is de psalm die door de ballingen
wordt gezongen wanneer ze naar Babylon

325
00:22:24,510 --> 00:22:28,050
zijn weggevoerd en hun wordt
gevraagd muziek te maken,

326
00:22:28,050 --> 00:22:31,650
enkele Joodse liederen voor hun
overweldigers te spelen om hen te

327
00:22:31,650 --> 00:22:33,930
vermaken. Ze zeiden:

328
00:22:33,930 --> 00:22:37,770
Hoe zouden wij een lied van de
HEERE zingen in een vreemd land?

329
00:22:37,770 --> 00:22:41,070
Vervolgens spreekt de psalm
een vloek uit over Babylon

330
00:22:41,070 --> 00:22:44,430
en de wens dat het
uiteindelijk ten val zal komen.

331
00:22:44,430 --> 00:22:46,170
Daar gaat die psalm over.

332
00:22:46,170 --> 00:22:50,910
Met Psalm 138 begint een
nieuwe reeks psalmen van David,

333
00:22:50,910 --> 00:22:52,770
acht om precies te zijn.

334
00:22:52,770 --> 00:22:56,370
Deze acht vormen Davids laatste
bijdragen aan de Psalmen,

335
00:22:56,370 --> 00:23:01,290
en het zijn acht opeenvolgende psalmen
die door David zijn geschreven.

336
00:23:01,290 --> 00:23:03,690
Daarna hebben we niets meer van David.

337
00:23:03,690 --> 00:23:06,750
In deze psalmen gaan we voor
het laatst iets van hem horen.

338
00:23:06,750 --> 00:23:11,190
Nogmaals, veel van deze psalmen
weerspiegelen andere psalmen

339
00:23:11,190 --> 00:23:13,830
en zullen niet veel
commentaar nodig hebben.

340
00:23:13,830 --> 00:23:15,870
Sommige hebben iets bijzonders.

341
00:23:15,870 --> 00:23:21,330
Psalm 139 bijvoorbeeld bevat veel
unieke elementen die in de andere

342
00:23:21,330 --> 00:23:23,310
psalmen niet voorkomen.

343
00:23:23,310 --> 00:23:26,490
Maar in Psalm 138 schrijft David:

344
00:23:26,490 --> 00:23:31,290
Ik zal U loven met heel mijn hart,
in de tegenwoordigheid van de goden

345
00:23:31,290 --> 00:23:33,270
zal ik voor U psalmen zingen.

346
00:23:33,270 --> 00:23:38,190
Ik zal mij neerbuigen naar Uw
heilig paleis en Uw Naam loven,

347
00:23:38,190 --> 00:23:43,890
om Uw goedertierenheid en om Uw
trouw, want om heel Uw Naam hebt U Uw

348
00:23:43,890 --> 00:23:46,110
belofte groot gemaakt.

349
00:23:46,110 --> 00:23:49,110
Op de dag dat ik riep,
hebt U mij verhoord;

350
00:23:49,110 --> 00:23:52,350
U hebt mij versterkt
met kracht in mijn ziel.

351
00:23:52,350 --> 00:23:55,890
Alle koningen van de aarde
zullen U loven, HEERE,

352
00:23:55,890 --> 00:23:59,730
wanneer zij de woorden uit
Uw mond gehoord hebben.

353
00:23:59,730 --> 00:24:02,970
Zij zullen zingen van
de wegen van de HEERE,

354
00:24:02,970 --> 00:24:06,210
want de heerlijkheid
van de HEERE is groot.

355
00:24:06,210 --> 00:24:10,950
Want de HEERE is verheven; toch
ziet Hij om naar de nederige,

356
00:24:10,950 --> 00:24:13,710
maar de hoogmoedige kent Hij van verre.

357
00:24:13,710 --> 00:24:17,730
Als ik midden in de benauwdheid
verkeer, maakt U mij levend;

358
00:24:17,730 --> 00:24:24,090
U strekt Uw hand uit tegen de toorn van
mijn vijanden, Uw rechterhand verlost mij.

359
00:24:24,090 --> 00:24:29,190
De HEERE zal Zijn werk voor mij
voltooien; Uw goedertierenheid, HEERE,

360
00:24:29,190 --> 00:24:33,510
is voor eeuwig; laat de
werken van Uw handen niet los.

361
00:24:33,510 --> 00:24:37,350
Wanneer ik deze psalm lees,
moet ik denken aan de spreuk:

362
00:24:37,350 --> 00:24:40,410
Iemand die verzadigd
is, vertrapt honingzeem,

363
00:24:40,410 --> 00:24:43,530
maar voor een hongerige
is al het bittere zoet.

364
00:24:43,530 --> 00:24:47,970
Dat komt helemaal niet doordat die
spreuk in deze psalm wordt uitgebeeld.

365
00:24:47,970 --> 00:24:50,490
Maar nadat je alle
Psalmen hebt doorgelopen,

366
00:24:50,490 --> 00:24:55,350
is het bijna alsof je zo verzadigd bent
dat je sommige van de latere psalmen

367
00:24:55,350 --> 00:24:59,070
nauwelijks nog kunt waarderen,
omdat je er al zo veel hebt gehad.

368
00:24:59,070 --> 00:25:02,070
Toch staan er zo veel
rijke dingen in deze psalm

369
00:25:02,070 --> 00:25:05,430
dat we hem misschien vanwege
onze verzadiging verafschuwen,

370
00:25:05,430 --> 00:25:07,770
hoewel hij werkelijk iets zoets is.

371
00:25:07,770 --> 00:25:11,970
Er staan enkele prachtige verzen
in, enkele prachtige beloften.

372
00:25:11,970 --> 00:25:14,490
We moeten ervoor zorgen
dat onze vermoeidheid,

373
00:25:14,490 --> 00:25:19,170
doordat we vóór deze psalm al
137 psalmen hebben doorlopen,

374
00:25:19,170 --> 00:25:21,930
er niet toe leidt dat we
er te snel overheen gaan

375
00:25:21,930 --> 00:25:24,330
of de prachtige dingen
missen die hij zegt.

376
00:25:24,330 --> 00:25:28,290
Helemaal aan het begin zegt hij
bijvoorbeeld dat hij voor de goden lof zal

377
00:25:28,290 --> 00:25:29,730
zingen voor de Heere:

378
00:25:29,730 --> 00:25:34,530
Ik zal U loven met heel mijn hart,
in de tegenwoordigheid van de goden

379
00:25:34,530 --> 00:25:36,990
zal ik voor U psalmen zingen.

380
00:25:36,990 --> 00:25:42,390
In sommige gevallen verwijst ‘de goden’
in de Schrift naar de rechters van Israël,

381
00:25:42,390 --> 00:25:45,030
maar volgens mij is dat
hier niet het geval.

382
00:25:45,030 --> 00:25:47,730
Er is geen reden om aan te nemen dat David

383
00:25:47,730 --> 00:25:52,470
van plan was voor de rechters te gaan
staan en speciaal lofliederen te zingen.

384
00:25:52,470 --> 00:25:56,790
Waarschijnlijker verwijst hij naar het
feit dat hij vaak in ballingschap was,

385
00:25:56,790 --> 00:25:59,910
opgejaagd door zijn zoon of door Saul.

386
00:25:59,910 --> 00:26:04,530
Hij werd verdreven naar heidense landen
waar andere goden werden aanbeden,

387
00:26:04,530 --> 00:26:08,250
waar hij zich in het gebied van
andere goden bevond en waar die andere

388
00:26:08,250 --> 00:26:11,490
goden werden aanbeden in
plaats van de ware God.

389
00:26:11,490 --> 00:26:15,870
Maar zelfs in ballingschap, zelfs te
midden van de goden van de heidenen,

390
00:26:15,870 --> 00:26:20,730
zou hij lof zingen voor de ware God, al
was hij misschien de enige die dat deed.

391
00:26:20,730 --> 00:26:23,550
Terwijl alle anderen
de andere goden prezen,

392
00:26:23,550 --> 00:26:27,930
zou hij trouw blijven en tijdens zijn
ballingschap voor de ware God zingen.

393
00:26:27,930 --> 00:26:29,070
Hij zegt:

394
00:26:29,070 --> 00:26:31,950
Op de dag dat ik riep,
hebt U mij verhoord;

395
00:26:31,950 --> 00:26:34,950
U hebt mij versterkt
met kracht in mijn ziel.

396
00:26:34,950 --> 00:26:39,210
Bedenk dat David niet leefde in de
tijd dat er een echte tempel was.

397
00:26:39,210 --> 00:26:42,570
Dit moet dus verwijzen naar
de tabernakel in Jeruzalem.

398
00:26:42,570 --> 00:26:46,290
Maar het laat ook zien dat hij in
ballingschap moet zijn geweest toen hij

399
00:26:46,290 --> 00:26:48,270
dit zei en schreef.

400
00:26:48,270 --> 00:26:50,850
In plaats van in de tempel
op Sion te aanbidden,

401
00:26:50,850 --> 00:26:53,790
moest hij zich namelijk in de
richting van de tempel keren.

402
00:26:53,790 --> 00:26:57,930
Zo bad ook Daniël, toen hij in
Babylon in ballingschap was,

403
00:26:57,930 --> 00:27:02,430
driemaal per dag in de richting van de
tempel in Jeruzalem, naar het westen.

404
00:27:02,430 --> 00:27:06,870
Hier, in ballingschap, bidt David
in de richting van de tempel.

405
00:27:06,870 --> 00:27:10,230
Want men was geneigd de
Heere te verbinden met Sion

406
00:27:10,230 --> 00:27:12,810
en met de ark van het
verbond die daar stond.

407
00:27:12,810 --> 00:27:14,010
Hij zegt:

408
00:27:14,010 --> 00:27:17,850
En ik prijs uw naam om uw liefde en trouw.

409
00:27:17,850 --> 00:27:21,810
Deze laatste regel van vers
twee is heel interessant.

410
00:27:21,810 --> 00:27:25,410
Ik moet zeggen dat hij ons op het
eerste gezicht de indruk geeft

411
00:27:25,410 --> 00:27:27,210
dat hij iets betekent.

412
00:27:27,210 --> 00:27:31,290
Maar hoe langer we erover nadenken,
hoe raadselachtiger het wordt

413
00:27:31,290 --> 00:27:33,090
wat hij zou kunnen betekenen.

414
00:27:33,090 --> 00:27:38,250
Ik heb commentaren moeten raadplegen om te
zien of ik er meer licht op kon krijgen.

415
00:27:38,250 --> 00:27:42,030
Ze lijken het onderling eens te
zijn over een bepaalde betekenis,

416
00:27:42,030 --> 00:27:45,690
die er niet noodzakelijkerwijs
gemakkelijk uit af te leiden is.

417
00:27:45,690 --> 00:27:47,190
Maar de uitspraak luidt:

418
00:27:47,190 --> 00:27:50,250
Want u hebt uw woord boven alles verheven.

419
00:27:50,250 --> 00:27:55,530
We zijn geneigd hierin een verwijzing
naar Christus, het Woord, te zien.

420
00:27:55,530 --> 00:27:57,990
Jezus is het vleesgeworden Woord.

421
00:27:57,990 --> 00:28:02,490
Dit soort Schriftgedeelten is soms erg
behulpzaam geweest in gesprekken over de

422
00:28:02,490 --> 00:28:04,890
opvatting van de Jehovah’s Getuigen.

423
00:28:04,890 --> 00:28:08,670
De Jehovah’s Getuigen verheffen
Jezus eigenlijk niet erg hoog,

424
00:28:08,670 --> 00:28:14,310
maar ze verheffen wel wat volgens hen
de Naam van God is, namelijk Jehovah.

425
00:28:14,310 --> 00:28:19,290
Ze doen het voorkomen alsof iedereen
die werkelijk tot God wil bidden de naam

426
00:28:19,290 --> 00:28:20,730
Jehovah moet gebruiken.

427
00:28:20,730 --> 00:28:24,030
En ze denken dat zij de
enige ware gelovigen zijn,

428
00:28:24,030 --> 00:28:26,850
omdat ze zichzelf bij de
naam van Jehovah noemen,

429
00:28:26,850 --> 00:28:30,750
alsof de naam van Jehovah voor ons
werkelijk het belangrijkste is.

430
00:28:30,750 --> 00:28:36,450
Maar hier staat dat God Zijn Woord zelfs
boven Zijn Naam heeft grootgemaakt.

431
00:28:36,450 --> 00:28:41,490
**Vertaaltoelichting:** de redenering van
de spreker berust hier op de Engelse King

432
00:28:41,490 --> 00:28:44,070
James-lezing ‘Thy Word’.

433
00:28:44,070 --> 00:28:49,950
De aangehaalde HSV vertaalt het
betreffende woord met ‘Uw belofte’.

434
00:28:49,950 --> 00:28:54,330
We zouden het dus zo kunnen zien
dat de Heilige Geest hier via David

435
00:28:54,330 --> 00:29:00,930
wilde voorzeggen dat het Woord, dat
later vlees zou worden, namelijk Jezus,

436
00:29:00,930 --> 00:29:04,170
zelfs boven de naam Jehovah verheven is.

437
00:29:04,170 --> 00:29:07,950
Dit betekent niet dat Hij boven
de Vader Zelf verheven is,

438
00:29:07,950 --> 00:29:13,230
maar dat we moeten denken in termen van
Jezus in plaats van de naam Jehovah.

439
00:29:13,230 --> 00:29:18,030
Per slot van rekening wordt ons in het
Nieuwe Testament door Petrus gezegd:

440
00:29:18,030 --> 00:29:23,490
En de zaligheid is in geen ander, want
er is onder de hemel geen andere Naam

441
00:29:23,490 --> 00:29:27,330
onder de mensen gegeven waardoor
wij zalig moeten worden.

442
00:29:27,330 --> 00:29:31,470
Ons wordt niet gezegd dat we in dit
tijdperk van het Nieuwe Testament

443
00:29:31,470 --> 00:29:36,690
onze blik moeten richten op de naam
Jehovah, maar op de naam van Jezus.

444
00:29:36,690 --> 00:29:40,650
Het betekent niet dat
Gods naam niet Jehovah is.

445
00:29:40,650 --> 00:29:42,810
Volgens de Bijbel is dat wel zo.

446
00:29:42,810 --> 00:29:47,970
Maar het feit is dat Hij Zich in deze
tijd van het nieuwe verbond aan de mens

447
00:29:47,970 --> 00:29:52,230
heeft geopenbaard door het
vleesgeworden Woord, Dat Jezus is,

448
00:29:52,230 --> 00:29:54,570
en hier wordt Zijn Naam bedoeld.

449
00:29:54,570 --> 00:29:58,170
Dat is niet de opvatting van
de commentatoren over dit vers.

450
00:29:58,170 --> 00:29:59,790
Dat zijn mijn eigen indrukken.

451
00:29:59,790 --> 00:30:04,590
We weten dat Jezus een naam heeft
gekregen die boven elke naam is.

452
00:30:04,590 --> 00:30:08,550
Volgens Filippenzen hoofdstuk
2, waarschijnlijk rond vers 10,

453
00:30:08,550 --> 00:30:13,590
werd Jezus verheven en kreeg Hij
een naam boven elke naam, zodat:

454
00:30:13,590 --> 00:30:18,750
opdat in de Naam van Jezus zich zou
buigen elke knie van hen die in de hemel,

455
00:30:18,750 --> 00:30:22,170
en die op de aarde, en
die onder de aarde zijn,

456
00:30:22,170 --> 00:30:27,450
Dit wijst erop dat Jezus, het Woord,
boven elke andere naam verheven is,

457
00:30:27,450 --> 00:30:30,450
zelfs boven de eerdere
namen die God gebruikte

458
00:30:30,450 --> 00:30:33,390
om Zichzelf aan Zijn volk te openbaren.

459
00:30:33,390 --> 00:30:37,050
Hij heeft Zijn Woord boven
Zijn Naam grootgemaakt.

460
00:30:37,050 --> 00:30:41,310
Dat is beslist een betekenis die
we in het vers zouden kunnen zien.

461
00:30:41,310 --> 00:30:45,690
Het enige probleem daarmee is dat we
er gewoonlijk van zouden uitgaan dat

462
00:30:45,690 --> 00:30:49,530
David niet zo’n openbaring
had over Jezus als het Woord.

463
00:30:49,530 --> 00:30:53,610
Wanneer David naar het Woord verwees,
zou hij daarom over het algemeen

464
00:30:53,610 --> 00:30:58,470
niet aan Jezus hebben gedacht, want hij
wist niets over Jezus als het Woord.

465
00:30:58,470 --> 00:31:01,290
De apostel Johannes lijkt zelfs de eerste

466
00:31:01,290 --> 00:31:06,330
te zijn geweest die ooit de openbaring
ontving dat Jezus het Woord was.

467
00:31:06,330 --> 00:31:10,410
In het boek Openbaring, in
Openbaring hoofdstuk 19,

468
00:31:10,410 --> 00:31:14,430
zag Johannes Jezus op een wit
paard rijden, en hij zegt dat:

469
00:31:14,430 --> 00:31:20,430
En Hij was bekleed met een in bloed
gedoopt bovenkleed, en Zijn Naam luidt:

470
00:31:20,430 --> 00:31:21,990
Het Woord van God.

471
00:31:21,990 --> 00:31:26,010
Het is mijn overtuiging dat
Openbaring vóór het evangelie van

472
00:31:26,010 --> 00:31:27,690
Johannes is geschreven.

473
00:31:27,690 --> 00:31:30,210
Dat is gewoon mijn overtuiging.

474
00:31:30,210 --> 00:31:34,230
Er bestaat blijkbaar enige discussie
over en niemand kan het een of

475
00:31:34,230 --> 00:31:35,250
het ander bewijzen.

476
00:31:35,250 --> 00:31:40,350
Maar ik geloof dat alleen al dit feit erop
wijst dat Openbaring eerder is geschreven

477
00:31:40,350 --> 00:31:42,090
dan het boek Johannes.

478
00:31:42,090 --> 00:31:47,190
In het boek Openbaring beschrijft Johannes
dat hij de openbaring had ontvangen

479
00:31:47,190 --> 00:31:50,070
dat Jezus het Woord van God werd genoemd.

480
00:31:50,070 --> 00:31:53,010
Toen hij later het evangelie
van Johannes schreef,

481
00:31:53,010 --> 00:31:55,170
begon hij zijn evangelie met de woorden:

482
00:31:55,170 --> 00:31:59,850
In het begin was het Woord en het
Woord was bij God en het Woord was God.

483
00:31:59,850 --> 00:32:01,230
Later zegt hij:

484
00:32:01,230 --> 00:32:04,950
En het Woord is vlees geworden
en heeft onder ons gewoond

485
00:32:04,950 --> 00:32:07,170
(en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien,

486
00:32:07,170 --> 00:32:13,110
een heerlijkheid als van de Eniggeborene
van de Vader), vol van genade en waarheid.

487
00:32:13,110 --> 00:32:17,190
wat waarschijnlijk de openbaring
weerspiegelt die hij op het eiland Patmos

488
00:32:17,190 --> 00:32:19,110
over dit onderwerp had ontvangen.

489
00:32:19,110 --> 00:32:23,310
Hoe dan ook, we krijgen de indruk
dat Johannes de eerste persoon was

490
00:32:23,310 --> 00:32:27,510
die die specifieke openbaring
ontving over Christus als het Woord.

491
00:32:27,510 --> 00:32:31,650
Als David die openbaring niet had, moet
hij dus iets anders hebben bedoeld toen

492
00:32:31,650 --> 00:32:32,790
hij dit zei.

493
00:32:32,790 --> 00:32:36,150
Ik wil wel zeggen dat de
Heilige Geest vaak iets bedoelde

494
00:32:36,150 --> 00:32:39,630
waarvan de psalmist zich
zelf niet eens bewust was.

495
00:32:39,630 --> 00:32:45,330
1 Petrus 1:10-12 vertelt ons dat de
profeten in het Oude Testament vaak

496
00:32:45,330 --> 00:32:48,930
nieuwsgierig waren naar de
betekenis van hun eigen woorden,

497
00:32:48,930 --> 00:32:52,830
maar dat de Heere hun met de volgende
woorden te kennen gaf dat deze

498
00:32:52,830 --> 00:32:55,410
boodschap niet voor henzelf bestemd was:

499
00:32:55,410 --> 00:32:58,470
Naar deze zaligheid
hebben de profeten, die

500
00:32:58,470 --> 00:33:03,690
geprofeteerd hebben over de genade die
aan u bewezen is, gezocht en gespeurd.

501
00:33:03,690 --> 00:33:08,970
Zij onderzochten op welke en wat voor tijd
de Geest van Christus, Die in hen was,

502
00:33:08,970 --> 00:33:13,531
doelde, toen Hij tevoren getuigde van
het lijden dat op Christus komen zou ,

503
00:33:13,531 --> 00:33:15,510
en ook van de heerlijkheid daarna.

504
00:33:15,510 --> 00:33:18,510
Aan hen werd geopenbaard
dat zij niet zichzelf,

505
00:33:18,510 --> 00:33:22,230
maar ons dienden in de dingen
die u nu verkondigd zijn door

506
00:33:22,230 --> 00:33:26,130
hen die u het Evangelie verkondigd
hebben door de Heilige Geest,

507
00:33:26,130 --> 00:33:29,070
Die vanuit de hemel gezonden is; dingen,

508
00:33:29,070 --> 00:33:32,430
waarin de engelen begerig
zijn zich te verdiepen.

509
00:33:32,430 --> 00:33:36,150
Ik geloof dat de psalmist
waarschijnlijk dezelfde ervaring had.

510
00:33:36,150 --> 00:33:39,750
Er waren momenten waarop de
psalmist dingen schreef die

511
00:33:39,750 --> 00:33:43,950
profetisch naar Christus verwezen,
zonder dat hij dat besefte.

512
00:33:43,950 --> 00:33:48,030
Mijn gevoel is dat dit hier in
deze zin het geval kan zijn:

513
00:33:48,030 --> 00:33:53,070
de Joden in het Oude Testament
kenden God bij Zijn naam, Jehovah.

514
00:33:53,070 --> 00:33:56,790
Dat is de naam die Hij hun
gaf, en zo noemden ze Hem.

515
00:33:56,790 --> 00:33:59,070
Maar in het Nieuwe Testament heeft God

516
00:33:59,070 --> 00:34:03,090
hun een nieuwe openbaring
gegeven die daarbovenuit gaat,

517
00:34:03,090 --> 00:34:06,810
boven de naam die Hij in het
Oude Testament openbaarde.

518
00:34:06,810 --> 00:34:09,330
Hij heeft hun een nieuwe naam gegeven.

519
00:34:09,330 --> 00:34:13,470
Het is de naam Jezus, Die
het vleesgeworden Woord is.

520
00:34:13,470 --> 00:34:17,310
Nu denk ik dat we veilig kunnen
aannemen dat David waarschijnlijk niet

521
00:34:17,310 --> 00:34:20,070
in die richting dacht
toen hij dit schreef.

522
00:34:20,070 --> 00:34:21,810
Misschien deed hij dat wel.

523
00:34:21,810 --> 00:34:24,630
We kunnen er niet zeker van
zijn dat hij dat niet deed,

524
00:34:24,630 --> 00:34:28,770
maar het lijkt onwaarschijnlijk dat
hij duizend jaar voordat Johannes

525
00:34:28,770 --> 00:34:33,270
die ontving zo’n bijzondere openbaring
had over Jezus als het Woord.

526
00:34:33,270 --> 00:34:37,770
Er is nog een andere mogelijkheid, en
dit is de opvatting van de commentatoren

527
00:34:37,770 --> 00:34:39,270
over het vers.

528
00:34:39,270 --> 00:34:44,130
Zij geloven dat het woord ‘woord’
vertaald zou moeten worden met ‘belofte’,

529
00:34:44,130 --> 00:34:48,690
omdat het een bepaald Hebreeuws woord
is dat vaak naar een belofte verwijst.

530
00:34:48,690 --> 00:34:54,330
In Psalm 119 komt dit specifieke
Hebreeuwse woord een aantal keren voor.

531
00:34:54,330 --> 00:34:58,890
Soms moet het vertaald worden met
‘belofte’ en soms met ‘woord’,

532
00:34:58,890 --> 00:35:03,030
want een belofte is een
woord, een woord van de Heere.

533
00:35:03,030 --> 00:35:08,010
Dit specifieke Hebreeuwse woord zou dus
vertaald kunnen worden met ‘belofte’.

534
00:35:08,010 --> 00:35:12,090
Wat de Naam betreft: Hij heeft
Zijn belofte, zullen we zeggen,

535
00:35:12,090 --> 00:35:14,790
grootgemaakt boven heel Zijn Naam.

536
00:35:14,790 --> 00:35:19,410
Soms verwijst de uitdrukking ‘de Naam
van de HEERE’ in het Oude Testament

537
00:35:19,410 --> 00:35:22,650
naar alles wat Hij over
Zichzelf heeft geopenbaard.

538
00:35:22,650 --> 00:35:24,870
Mozes zei bijvoorbeeld tegen God:

539
00:35:24,870 --> 00:35:28,950
Toen zei Mozes : Toon
mij toch Uw heerlijkheid!

540
00:35:28,950 --> 00:35:30,090
En God zegt:

541
00:35:30,090 --> 00:35:34,710
Maar Hij zei: Ík zal al Mijn
goedheid bij u voorbij laten komen,

542
00:35:34,710 --> 00:35:38,850
en in uw aanwezigheid zal Ik
de Naam van de HEERE uitroepen,

543
00:35:38,850 --> 00:35:42,870
maar Ik zal genadig zijn
voor wie Ik genadig zal zijn,

544
00:35:42,870 --> 00:35:47,070
en Ik zal Mij ontfermen over
wie Ik Mij ontfermen zal.

545
00:35:47,070 --> 00:35:50,670
Hij zei verder: U zou Mijn
aangezicht niet kunnen zien,

546
00:35:50,670 --> 00:35:54,390
want geen mens kan Mij
zien en in leven blijven.

547
00:35:54,390 --> 00:35:58,470
Ook zei de HEERE: Zie,
hier is een plaats bij Mij,

548
00:35:58,470 --> 00:36:00,870
waar u op de rots moet gaan staan.

549
00:36:00,870 --> 00:36:04,530
En het zal gebeuren, als Mijn
heerlijkheid voorbijtrekt,

550
00:36:04,530 --> 00:36:10,110
dat Ik u in een kloof van de rots neer
zal zetten en u met Mijn hand zal bedekken

551
00:36:10,110 --> 00:36:12,270
totdat Ik voorbijgegaan ben.

552
00:36:12,270 --> 00:36:16,410
En zodra Ik Mijn hand wegneem,
zult u Mij van achteren zien,

553
00:36:16,410 --> 00:36:19,530
maar Mijn aangezicht
zal niet gezien worden.

554
00:36:19,530 --> 00:36:24,030
Dat specifieke voorval bevat
veel mysterieuze elementen.

555
00:36:24,030 --> 00:36:27,450
Die zullen trouwens aan de orde
komen wanneer we 2 Korinthe

556
00:36:27,450 --> 00:36:29,130
hoofdstuk 3 bestuderen.

557
00:36:29,130 --> 00:36:31,710
Maar het interessante is dat God zei:

558
00:36:31,710 --> 00:36:34,170
Ik zal je mijn naam bekendmaken.

559
00:36:34,170 --> 00:36:37,530
Toen Hij vervolgens
voorbijkwam, verklaarde Hij:

560
00:36:37,530 --> 00:36:43,290
Toen de HEERE bij hem voorbijkwam,
riep Hij: HEERE, HEERE, God,

561
00:36:43,290 --> 00:36:48,990
barmhartig en genadig, geduldig en
rijk aan goedertierenheid en trouw,

562
00:36:48,990 --> 00:36:53,910
Die goedertierenheid blijft bewijzen
aan duizenden, Die ongerechtigheid,

563
00:36:53,910 --> 00:36:59,910
overtreding en zonde vergeeft, maar Die de
schuldige zeker niet voor onschuldig houdt

564
00:36:59,910 --> 00:37:04,650
en de ongerechtigheid van de vaders
vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen,

565
00:37:04,650 --> 00:37:07,411
tot in het derde en vierde geslacht .

566
00:37:07,411 --> 00:37:09,210
of iets van die strekking.

567
00:37:09,210 --> 00:37:15,690
Met andere woorden, Zijn Naam bekendmaken
was in feite Zijn karakter bekendmaken,

568
00:37:15,690 --> 00:37:17,670
wat voor God Hij is.

569
00:37:17,670 --> 00:37:21,750
Zijn Naam functioneerde
als Zijn zelfopenbaring.

570
00:37:21,750 --> 00:37:24,270
Het is zoals wanneer je iemand ontmoet.

571
00:37:24,270 --> 00:37:29,070
Als diegene je zijn naam geeft, is het
alsof hij je een aanknopingspunt geeft

572
00:37:29,070 --> 00:37:30,870
waardoor je hem kunt kennen.

573
00:37:30,870 --> 00:37:35,310
Als je iemand ontmoette en nooit zijn
naam te weten kwam, zou je later,

574
00:37:35,310 --> 00:37:39,870
wanneer je over hem sprak, misschien
zeggen: ‘Ik weet zijn naam niet,

575
00:37:39,870 --> 00:37:42,270
maar hij is zo en zo.’

576
00:37:42,270 --> 00:37:47,550
Maar door zijn naam te geven, hoeft hij in
zekere zin niet meer te worden beschreven.

577
00:37:47,550 --> 00:37:51,870
Als ik met andere mensen praat
die hem kennen en ik zeg: ‘Todd’,

578
00:37:51,870 --> 00:37:53,730
hoef ik hem niet te beschrijven.

579
00:37:53,730 --> 00:37:57,450
De naam Todd roept namelijk
alles wat hij is bij je op.

580
00:37:57,450 --> 00:38:01,470
Ik hoef niet te zeggen: ‘Er is
een vent die ongeveer zo lang is,

581
00:38:01,470 --> 00:38:05,670
van boven kaal begint te worden,
deze blonde baard laat groeien en

582
00:38:05,670 --> 00:38:07,470
altijd grapjes maakt.’

583
00:38:07,470 --> 00:38:12,210
Ik hoef hem niet voor je te beschrijven,
want je weet wie hij is en zijn naam

584
00:38:12,210 --> 00:38:14,610
draagt al die informatie in zich.

585
00:38:14,610 --> 00:38:18,570
Maar als ik zijn naam niet wist
en jij zijn naam ook niet wist,

586
00:38:18,570 --> 00:38:21,150
dan zou ik hem alleen
zo kunnen beschrijven.

587
00:38:21,150 --> 00:38:24,270
Als ik informatie over hem
probeerde over te brengen,

588
00:38:24,270 --> 00:38:26,670
zou ik moeten beschrijven hoe hij is.

589
00:38:26,670 --> 00:38:30,570
Dus toen Mozes Gods heerlijkheid
wilde zien, zei God:

590
00:38:30,570 --> 00:38:32,250
Ik zal je mijn naam vertellen.

591
00:38:32,250 --> 00:38:36,030
Maar hoewel we weten dat
Jehovah de Naam van God is

592
00:38:36,030 --> 00:38:40,590
en er in het Oude Testament vaak over
wordt gesproken als de Naam van God,

593
00:38:40,590 --> 00:38:43,230
verwees de Naam soms naar meer dan dat.

594
00:38:43,230 --> 00:38:48,090
Die stond voor alles wat God is, voor
wat Hij ons over Zichzelf heeft verteld

595
00:38:48,090 --> 00:38:50,070
en voor heel Zijn karakter.

596
00:38:50,070 --> 00:38:53,190
Als dat is wat het in
deze passage betekende,

597
00:38:53,190 --> 00:38:55,890
dan menen de commentatoren het volgende.

598
00:38:55,890 --> 00:39:00,930
Ik geef dit niet aan je door als iets
wat van de Heilige Geest afkomstig is,

599
00:39:00,930 --> 00:39:02,430
al kan het waar zijn.

600
00:39:02,430 --> 00:39:05,610
Ik zeg alleen dat dit
de algemene consensus

601
00:39:05,610 --> 00:39:10,950
lijkt te zijn van de commentatoren die ik
over deze specifieke passage heb gelezen.

602
00:39:10,950 --> 00:39:14,790
En dit is in bepaalde opzichten
een moeilijke passage.

603
00:39:14,790 --> 00:39:19,050
Zij menen dat Hij in wezen zegt:
‘De dingen die U hebt beloofd,

604
00:39:19,050 --> 00:39:24,810
gaan in feite ver uit boven de dingen die
U tot nu toe over Uzelf hebt geopenbaard.’

605
00:39:24,810 --> 00:39:28,470
Dat wil zeggen: de belofte
die Hij aan David deed,

606
00:39:28,470 --> 00:39:33,990
gaat in feite ver uit boven alles wat God
daarvoor over Zichzelf had geopenbaard.

607
00:39:33,990 --> 00:39:37,650
De nieuwe belofte die Hij
aan David heeft gegeven,

608
00:39:37,650 --> 00:39:42,210
openbaart iets meer over God dan
Hij ooit tevoren had geopenbaard.

609
00:39:42,210 --> 00:39:47,310
Daarbij betekent Zijn Naam alles
wat eerder over Hem was geopenbaard.

610
00:39:47,310 --> 00:39:49,230
Dat lijkt misschien wat gezocht.

611
00:39:49,230 --> 00:39:51,450
Het lijkt misschien wat verwrongen.

612
00:39:51,450 --> 00:39:55,770
Ik geloof dat die uitleg een
zekere mate van waarde moet hebben.

613
00:39:55,770 --> 00:39:58,770
Anders zouden alle geleerden
het er niet over eens zijn,

614
00:39:58,770 --> 00:40:02,010
zoals ze dat blijkbaar wel zijn,
en ze lijken niet van elkaar

615
00:40:02,010 --> 00:40:03,150
afhankelijk te zijn.

616
00:40:03,150 --> 00:40:07,650
Zij zien het woord ‘woord’ inderdaad
als iets wat misschien beter met

617
00:40:07,650 --> 00:40:12,690
‘belofte’ vertaald kan worden, en het
woord ‘naam’ mogelijk als iets wat

618
00:40:12,690 --> 00:40:17,910
staat voor alles wat God is of alles
wat Hij over Zichzelf heeft geopenbaard.

619
00:40:17,910 --> 00:40:21,630
Als dat het geval is, dan zouden
we dat daar kunnen invullen.

620
00:40:21,630 --> 00:40:24,870
Maar zelfs als we dat aanvaarden,
is het nog steeds niet de

621
00:40:24,870 --> 00:40:26,970
meest vloeiende gedachtegang.

622
00:40:26,970 --> 00:40:29,790
Toch kan dat zijn wat
David in gedachten had.

623
00:40:29,790 --> 00:40:33,630
Wanneer ik de Psalmen lees, en
vooral Psalmen die volgens mij over

624
00:40:33,630 --> 00:40:37,830
Christus spreken, ben ik altijd
benieuwd: wat dacht David?

625
00:40:37,830 --> 00:40:40,470
Dacht hij hierover met
betrekking tot Christus,

626
00:40:40,470 --> 00:40:43,290
of wist hij niet eens dat
hij over Christus sprak?

627
00:40:43,290 --> 00:40:47,910
Toen hij Psalm 22 schreef, met die
beeldende beschrijving van de kruisiging

628
00:40:47,910 --> 00:40:51,810
en alles, gebruikte hij toen alleen
bewoordingen die in zijn ogen heel

629
00:40:51,810 --> 00:40:56,970
poëtisch waren en op beeldende wijze
uitlegden hoezeer hij zelf leed?

630
00:40:56,970 --> 00:41:01,350
En besefte hij niet dat dit ook uitbeeldde
dat de toekomstige Christus werkelijk

631
00:41:01,350 --> 00:41:02,910
gekruisigd zou worden?

632
00:41:02,910 --> 00:41:06,870
Ik weet het niet, maar het is
interessant om daarover na te denken.

633
00:41:06,870 --> 00:41:11,370
Om de Schrift te begrijpen, helpt het
namelijk altijd om iets te weten over wat

634
00:41:11,370 --> 00:41:13,710
de schrijver probeerde over te brengen.

635
00:41:13,710 --> 00:41:16,770
En dan ten tweede, en
misschien nog belangrijker,

636
00:41:16,770 --> 00:41:19,770
wat de Heilige Geest
probeerde over te brengen.

637
00:41:19,770 --> 00:41:24,090
In dit geval kan David het volgende
hebben gezegd. Wanneer hij zegt:

638
00:41:24,090 --> 00:41:28,530
Ik zal mij neerbuigen naar Uw
heilig paleis en Uw Naam loven,

639
00:41:28,530 --> 00:41:33,030
om Uw goedertierenheid en om
Uw trouw, want om heel Uw Naam

640
00:41:33,030 --> 00:41:35,010
hebt U Uw belofte groot gemaakt.

641
00:41:35,010 --> 00:41:37,770
Op de dag dat ik riep,
hebt U mij verhoord;

642
00:41:37,770 --> 00:41:41,130
U hebt mij versterkt
met kracht in mijn ziel.

643
00:41:41,130 --> 00:41:44,370
Alle koningen van de aarde
zullen U loven, HEERE,

644
00:41:44,370 --> 00:41:47,550
wanneer zij de woorden uit
Uw mond gehoord hebben.

645
00:41:47,550 --> 00:41:50,850
Zij zullen zingen van
de wegen van de HEERE,

646
00:41:50,850 --> 00:41:54,030
want de heerlijkheid
van de HEERE is groot.

647
00:41:54,030 --> 00:41:58,950
Want de HEERE is verheven; toch
ziet Hij om naar de nederige,

648
00:41:58,950 --> 00:42:01,770
maar de hoogmoedige kent Hij van verre.

649
00:42:01,770 --> 00:42:05,910
Als ik midden in de benauwdheid
verkeer, maakt U mij levend;

650
00:42:05,910 --> 00:42:12,270
U strekt Uw hand uit tegen de toorn van
mijn vijanden, Uw rechterhand verlost mij.

651
00:42:12,270 --> 00:42:18,030
De HEERE zal Zijn werk voor mij
voltooien; Uw goedertierenheid, HEERE,

652
00:42:18,030 --> 00:42:22,830
is voor eeuwig; laat de
werken van Uw handen niet los.

653
00:42:22,830 --> 00:42:26,670
kan David hebben bedoeld dat de
beloften die God aan David gaf,

654
00:42:26,670 --> 00:42:31,710
alles overtreffen wat God vóór die
tijd over Zichzelf had geopenbaard.

655
00:42:31,710 --> 00:42:36,750
Maar de feitelijke bewoordingen, althans
zoals die in de Engelse vertaling staan —

656
00:42:36,750 --> 00:42:39,970
en het is trouwens een goede
weergave van het Hebreeuws —

657
00:42:39,970 --> 00:42:42,990
lijken bijna over Jezus te spreken.

658
00:42:42,990 --> 00:42:48,330
Het is bijna alsof het Woord dat
vlees is geworden, Jezus Christus,

659
00:42:48,330 --> 00:42:53,850
voor ons een verhevener openbaring is dan
de openbaring die in het Oude Testament

660
00:42:53,850 --> 00:42:56,730
door de Naam Jehovah werd gegeven.

661
00:42:56,730 --> 00:42:59,490
Meer hoeven we niet met
dit vers te worstelen.

662
00:42:59,490 --> 00:43:02,850
Ik weet niet of dit vers je
moeilijkheden zou hebben opgeleverd

663
00:43:02,850 --> 00:43:05,550
als ik er geen opmerkingen
over had gemaakt.

664
00:43:05,550 --> 00:43:09,090
Maar als ik het lees, wil
ik weten waar het over gaat.

665
00:43:09,090 --> 00:43:12,510
Nu ik erover uitgepraat ben,
weet ik het nog steeds niet,

666
00:43:12,510 --> 00:43:14,430
maar ik heb wel enkele ideeën.

667
00:43:14,430 --> 00:43:15,990
In vers 3 staat:

668
00:43:15,990 --> 00:43:20,790
Toen ik naar u riep, antwoordde u
mij en gaf u mij innerlijke kracht.

669
00:43:20,790 --> 00:43:22,410
Let erop dat hij zegt:

670
00:43:22,410 --> 00:43:27,210
Ik riep, wat erop wijst dat hij in
moeilijke omstandigheden verkeerde.

671
00:43:27,210 --> 00:43:29,190
Hij maakte een beproeving door.

672
00:43:29,190 --> 00:43:32,490
Dus riep hij tot God en God antwoordde.

673
00:43:32,490 --> 00:43:35,550
Als je een beproeving
doormaakt en tot God roept,

674
00:43:35,550 --> 00:43:37,950
hoe verwacht je dan dat Hij antwoordt?

675
00:43:37,950 --> 00:43:40,530
Je verwacht dat Hij de
beproeving verandert.

676
00:43:40,530 --> 00:43:43,590
Je verwacht dat Hij de
omstandigheden verandert.

677
00:43:43,590 --> 00:43:45,870
Daar roep je gewoonlijk tot Hem om.

678
00:43:45,870 --> 00:43:49,530
Maar God antwoordde hem niet
door de beproeving te veranderen.

679
00:43:49,530 --> 00:43:53,970
Zijn antwoord bestond erin dat Hij
David veranderde en hem kracht gaf.

680
00:43:53,970 --> 00:43:57,450
Het was net als toen Paulus
vanwege zijn doorn in het vlees

681
00:43:57,450 --> 00:44:01,950
driemaal tot God riep dat die
weggenomen mocht worden. God zei:

682
00:44:01,950 --> 00:44:05,970
Maar Hij heeft tegen mij gezegd:
Mijn genade is voor u genoeg,

683
00:44:05,970 --> 00:44:09,210
want Mijn kracht wordt
in zwakheid volbracht.

684
00:44:09,210 --> 00:44:12,210
Daarom zal ik veel liever
roemen in mijn zwakheden,

685
00:44:12,210 --> 00:44:15,390
opdat de kracht van
Christus in mij komt wonen.

686
00:44:15,390 --> 00:44:16,950
Daarom zegt Paulus:

687
00:44:16,950 --> 00:44:21,030
Maar Hij heeft tegen mij gezegd:
Mijn genade is voor u genoeg,

688
00:44:21,030 --> 00:44:24,390
want Mijn kracht wordt
in zwakheid volbracht.

689
00:44:24,390 --> 00:44:27,450
Daarom zal ik veel liever
roemen in mijn zwakheden,

690
00:44:27,450 --> 00:44:30,150
opdat de kracht van
Christus in mij komt wonen.

691
00:44:30,150 --> 00:44:36,090
Daarom heb ik een behagen in zwakheden:
in smadelijke behandelingen, in noden,

692
00:44:36,090 --> 00:44:40,470
in vervolgingen, in
benauwdheden, om Christus' wil.

693
00:44:40,470 --> 00:44:43,110
Want wanneer ik zwak
ben, dan ben ik machtig.

694
00:44:43,110 --> 00:44:45,630
Het is een vergelijkbare situatie.

695
00:44:45,630 --> 00:44:48,870
Paulus riep tot de Heere om
deze beproeving weg te nemen.

696
00:44:48,870 --> 00:44:53,610
De beproeving werd niet weggenomen,
maar God beloofde hem sterker te maken.

697
00:44:53,610 --> 00:44:56,070
Dat is wat David hier ondervond.

698
00:44:56,070 --> 00:44:59,670
Wat zijn beproeving ook was, het
lijkt erop dat hij op dit moment

699
00:44:59,670 --> 00:45:01,830
misschien in ballingschap was.

700
00:45:01,830 --> 00:45:05,790
Misschien riep hij om bevrijd
te worden van Saul of Absalom,

701
00:45:05,790 --> 00:45:09,750
of wie het ook was die hem bij
deze gelegenheid achtervolgde.

702
00:45:09,750 --> 00:45:13,530
De Heere antwoordde hem, maar Hij
antwoordde hem niet door hem onmiddellijk

703
00:45:13,530 --> 00:45:15,570
terug te brengen naar Jeruzalem.

704
00:45:15,570 --> 00:45:20,550
Hij antwoordde hem door hem kracht te
geven voor de beproeving van dat moment:

705
00:45:20,550 --> 00:45:24,030
Alle koningen van de aarde
zullen U loven, HEERE,

706
00:45:24,030 --> 00:45:27,630
wanneer zij de woorden uit
Uw mond gehoord hebben.

707
00:45:27,630 --> 00:45:33,210
Vers 4 en de verzen daarna zijn in wezen
een geloofsuitspraak over de toekomst.

708
00:45:33,210 --> 00:45:37,830
Ik geloof dat dit waarschijnlijk verwijst
naar de tijd waarin de Heere terugkeert,

709
00:45:37,830 --> 00:45:43,290
wanneer Jezus terugkomt en alle knieën
zich buigen en alle tongen belijden.

710
00:45:43,290 --> 00:45:46,411
Het woord ‘loven’ in vers 4 —

711
00:45:46,411 --> 00:45:49,290
Zij zullen zingen van
de wegen van de HEERE,

712
00:45:49,290 --> 00:45:52,470
want de heerlijkheid
van de HEERE is groot.

713
00:45:52,470 --> 00:45:56,550
— is in feite niet het gebruikelijke
Hebreeuwse woord voor loven.

714
00:45:56,550 --> 00:46:00,390
Het is eigenlijk een woord
dat ‘belijden’ betekent.

715
00:46:00,390 --> 00:46:05,010
In het Hebreeuws wordt het
gewoonlijk met ‘belijden’ vertaald.

716
00:46:05,010 --> 00:46:06,330
Als er staat:

717
00:46:06,330 --> 00:46:09,090
Alle koningen op aarde
zullen u erkennen, Heer,

718
00:46:09,090 --> 00:46:13,530
dan zou dat natuurlijk betekenen
dat, zoals Filippenzen 2 ons zegt,

719
00:46:13,530 --> 00:46:19,050
elke knie zich zal buigen en elke
tong zal belijden dat Jezus Heere is.

720
00:46:19,050 --> 00:46:22,710
Uiteindelijk zullen al die koningen
die zich nu tegen Hem verzetten,

721
00:46:22,710 --> 00:46:27,991
zich op een dag moeten neerbuigen en
Hem als de ware Koning moeten belijden —

722
00:46:27,991 --> 00:46:32,130
eigenlijk als de Koning der
koningen en de Heere der heren.

723
00:46:32,130 --> 00:46:36,210
Alle koningen van de aarde
zullen U loven, of U belijden,

724
00:46:36,210 --> 00:46:39,030
wanneer zij de woorden uit Uw mond horen.

725
00:46:39,030 --> 00:46:44,250
Of dat nu de woorden van oordeel zijn die
op de oordeelsdag van Zijn troon uitgaan,

726
00:46:44,250 --> 00:46:47,850
of de woorden die mensen
in deze tegenwoordige tijd

727
00:46:47,850 --> 00:46:51,630
horen wanneer zij met het Woord
van God in aanraking komen

728
00:46:51,630 --> 00:46:55,890
en velen van hen zich dan natuurlijk
neerbuigen en Hem belijden.

729
00:46:55,890 --> 00:47:00,150
Uiteindelijk zullen alle koningen
Christus belijden doordat zij

730
00:47:00,150 --> 00:47:02,370
woorden uit Zijn mond horen.

731
00:47:02,370 --> 00:47:04,770
Op dit moment hebben ze een keuze.

732
00:47:04,770 --> 00:47:10,410
Ze kunnen Hem in dit leven belijden als
reactie op Zijn woorden van het Evangelie.

733
00:47:10,410 --> 00:47:13,950
Wanneer ze het Evangelie
horen, kunnen ze Hem belijden,

734
00:47:13,950 --> 00:47:19,350
Hem gehoorzamen en christen worden,
zoals sommige koningen hebben gedaan,

735
00:47:19,350 --> 00:47:21,630
hoewel het er maar heel weinig zijn.

736
00:47:21,630 --> 00:47:24,930
De anderen, die het in dit
leven niet zullen doen,

737
00:47:24,930 --> 00:47:27,630
zullen het in het volgende leven doen.

738
00:47:27,630 --> 00:47:31,950
Zij zullen op de oordeelsdag
Zijn woord van veroordeling horen

739
00:47:31,950 --> 00:47:36,210
en zij zullen belijden dat
Hij inderdaad Heere is.

740
00:47:36,210 --> 00:47:41,070
Want de HEERE is verheven; toch
ziet Hij om naar de nederige,

741
00:47:41,070 --> 00:47:43,830
maar de hoogmoedige kent Hij van verre.

742
00:47:43,830 --> 00:47:48,090
Dit zou in het bijzonder verwijzen naar
degenen die in deze tijd gehoor geven aan

743
00:47:48,090 --> 00:47:53,190
het Woord van de Heere en Hem
als hun Heere en Koning belijden.

744
00:47:53,190 --> 00:47:57,990
Dat zal hun natuurlijk vreugde brengen
en zij zullen zingen en Hem aanbidden.

745
00:47:57,990 --> 00:48:02,010
Als ik midden in de benauwdheid
verkeer, maakt U mij levend;

746
00:48:02,010 --> 00:48:08,310
U strekt Uw hand uit tegen de toorn van
mijn vijanden, Uw rechterhand verlost mij.

747
00:48:08,310 --> 00:48:10,830
Hij heeft het zojuist over koningen gehad.

748
00:48:10,830 --> 00:48:13,830
Zij behoren niet tot de
nederigen van de aarde.

749
00:48:13,830 --> 00:48:17,970
Dit verwijst naar het feit dat God
Zijn oproep tot koningen richt.

750
00:48:17,970 --> 00:48:22,230
Hij zendt Zijn Woord naar koningen en
geeft hun reden om zich te verheugen en

751
00:48:22,230 --> 00:48:23,550
behouden te worden.

752
00:48:23,550 --> 00:48:28,410
Maar Hij richt Zijn oproep niet alleen tot
de invloedrijken van de aarde, de rijken,

753
00:48:28,410 --> 00:48:31,530
de koningen en de machtige
mensen van de aarde.

754
00:48:31,530 --> 00:48:36,690
Hoewel God Zelf hoog is — zo hoog zelfs
dat de koningen van de aarde Hem moeten

755
00:48:36,690 --> 00:48:42,150
belijden als hoger dan zijzelf — slaat
Hij toch acht op de nederige mensen.

756
00:48:42,150 --> 00:48:44,670
Met de nederigen zouden
altijd de mensen in de

757
00:48:44,670 --> 00:48:49,770
lagere lagen van de samenleving worden
bedoeld, de mensen uit de lagere klasse,

758
00:48:49,770 --> 00:48:54,210
degenen die in de knel zitten en
mensen die in moeilijkheden verkeren.

759
00:48:54,210 --> 00:48:57,690
Niet de mensen die op hun troon
zitten en in weelde leven,

760
00:48:57,690 --> 00:49:01,290
maar degenen die als David zijn,
die zich op dat moment niet

761
00:49:01,290 --> 00:49:03,450
in zo’n situatie bevond.

762
00:49:03,450 --> 00:49:06,750
Misschien zou de verwijzing naar de
koningen zelfs een verwijzing naar

763
00:49:06,750 --> 00:49:11,310
Saul zijn, als David bij deze
gelegenheid voor Saul vluchtte.

764
00:49:11,310 --> 00:49:14,910
Saul zelf zou zich op een dag
voor Gods gezag moeten buigen.

765
00:49:14,910 --> 00:49:18,630
Maar God sloeg acht op de
nederigen, zoals David.

766
00:49:18,630 --> 00:49:21,210
Maar de hoogmoedige kent Hij van verre.

767
00:49:21,210 --> 00:49:26,790
Zowel in het boek Jakobus als in 1 Petrus
staan uitspraken van deze strekking:

768
00:49:26,790 --> 00:49:30,570
God geeft de nederigen genade,
maar weerstaat, zoals er

769
00:49:30,570 --> 00:49:32,310
staat, de hoogmoedigen.

770
00:49:32,310 --> 00:49:39,330
Jakobus 4:6 is een van die plaatsen, en
ook in het vijfde hoofdstuk van 1 Petrus.

771
00:49:39,330 --> 00:49:45,570
Jakobus 4:6, en ik geloof
dat het 1 Petrus 5:6 is.

772
00:49:45,570 --> 00:49:48,990
Daar wordt dus gezegd dat de
Heere de hoogmoedigen weerstaat,

773
00:49:48,990 --> 00:49:51,210
maar de nederigen genade geeft.

774
00:49:51,210 --> 00:49:55,230
Dat is waarschijnlijk gebaseerd op
dit soort uitspraak in de Psalmen:

775
00:49:55,230 --> 00:49:58,890
God ziet om naar wie
eenvoudig en nederig is,

776
00:49:58,890 --> 00:50:02,730
maar hoogmoedige mensen kent
Hij alleen van een afstand.

777
00:50:02,730 --> 00:50:06,690
Vers 7 lijkt op een vers uit Psalm 23.

778
00:50:06,690 --> 00:50:08,550
Herinner je je dit vers?

779
00:50:08,550 --> 00:50:13,590
Al ging ik ook door een dal vol schaduw
van de dood, ik zou geen kwaad vrezen,

780
00:50:13,590 --> 00:50:18,750
want U bent met mij; Uw stok en
Uw staf, die vertroosten mij.

781
00:50:18,750 --> 00:50:22,410
Dat komt uit Psalm 23, vers 4.

782
00:50:22,410 --> 00:50:25,230
Hier hebben we dezelfde
schrijver, die zegt:

783
00:50:25,230 --> 00:50:30,330
Ik zal mij neerbuigen naar Uw
heilig paleis en Uw Naam loven,

784
00:50:30,330 --> 00:50:35,430
om Uw goedertierenheid en om
Uw trouw, want om heel Uw Naam

785
00:50:35,430 --> 00:50:37,950
hebt U Uw belofte groot gemaakt.

786
00:50:37,950 --> 00:50:40,830
Op de dag dat ik riep,
hebt U mij verhoord;

787
00:50:40,830 --> 00:50:43,890
U hebt mij versterkt
met kracht in mijn ziel.

788
00:50:43,890 --> 00:50:47,430
Alle koningen van de aarde
zullen U loven, HEERE,

789
00:50:47,430 --> 00:50:50,610
wanneer zij de woorden uit
Uw mond gehoord hebben.

790
00:50:50,610 --> 00:50:53,430
Zij zullen zingen van
de wegen van de HEERE,

791
00:50:53,430 --> 00:50:56,490
want de heerlijkheid
van de HEERE is groot.

792
00:50:56,490 --> 00:51:00,870
Want de HEERE is verheven; toch
ziet Hij om naar de nederige,

793
00:51:00,870 --> 00:51:03,390
maar de hoogmoedige kent Hij van verre.

794
00:51:03,390 --> 00:51:07,410
Als ik midden in de benauwdheid
verkeer, maakt U mij levend;

795
00:51:07,410 --> 00:51:12,930
U strekt Uw hand uit tegen de toorn van
mijn vijanden, Uw rechterhand verlost mij.

796
00:51:12,930 --> 00:51:17,610
De HEERE zal Zijn werk voor mij
voltooien; Uw goedertierenheid, HEERE,

797
00:51:17,610 --> 00:51:21,510
is voor eeuwig; laat de
werken van Uw handen niet los.

798
00:51:21,510 --> 00:51:26,490
Ik heb bij een eerdere psalm al gezegd dat
de uitdrukking ‘de rechterhand van God’,

799
00:51:26,490 --> 00:51:31,170
‘Uw rechterhand’ of ‘Zijn
rechterhand’ een verschijnsel is

800
00:51:31,170 --> 00:51:35,550
dat we zowel bij de Profeten als
in de Psalmen zullen aantreffen.

801
00:51:35,550 --> 00:51:39,750
Er is weliswaar geen plaats in het Nieuwe
Testament die ons duidelijk vertelt dat

802
00:51:39,750 --> 00:51:42,150
zulke verwijzingen op Christus slaan.

803
00:51:42,150 --> 00:51:48,450
Maar iedere keer dat we de uitdrukking ‘de
rechterhand’ of ‘Gods rechterhand’ zien,

804
00:51:48,450 --> 00:51:53,250
zouden die passages nog steeds volkomen
logisch zijn als we daar de naam

805
00:51:53,250 --> 00:51:55,350
Jezus voor in de plaats zetten.

806
00:51:55,350 --> 00:52:00,990
In Jesaja staat bijvoorbeeld dat God keek
en dat Hij Zich erover verwonderde dat er

807
00:52:00,990 --> 00:52:03,750
geen voorbidder en geen redder was.

808
00:52:03,750 --> 00:52:07,950
Daarom staat er dat Zijn
rechterhand Hem behoud bracht.

809
00:52:07,950 --> 00:52:10,590
Dat zou natuurlijk een
beeld van Jezus zijn.

810
00:52:10,590 --> 00:52:15,990
**Vertaaltoelichting:** dit verband met
‘de rechterhand’ berust op de Engelse

811
00:52:15,990 --> 00:52:18,210
vertaling die de spreker gebruikt.

812
00:52:18,210 --> 00:52:23,910
De HSV heeft in Jesaja 59:16 ‘Zijn arm’.

813
00:52:23,910 --> 00:52:26,130
Dat is het soort gebruik
van de rechterhand

814
00:52:26,130 --> 00:52:28,350
dat we in de Schriften aantreffen.

815
00:52:28,350 --> 00:52:31,830
De rechterhand van God
is altijd de Redder,

816
00:52:31,830 --> 00:52:36,210
altijd Degene Die Zijn hand
uitstrekt om te redden, zo lijkt het.

817
00:52:36,210 --> 00:52:37,710
Zoals hij hier zegt:

818
00:52:37,710 --> 00:52:40,350
Uw rechterhand zal mij redden.

819
00:52:40,350 --> 00:52:43,710
David dacht waarschijnlijk
niet specifiek aan Jezus.

820
00:52:43,710 --> 00:52:46,590
Maar in het Nieuwe Testament
wordt ons verteld dat

821
00:52:46,590 --> 00:52:49,950
Jezus aan de rechterhand
van God de Vader is.

822
00:52:49,950 --> 00:52:55,650
Dat duidt natuurlijk op Zijn ereplaats
naast God, met gezag naast de Vader.

823
00:52:55,650 --> 00:52:56,790
Er staat:

824
00:52:56,790 --> 00:53:00,030
De Heer zal afmaken wat
Hij voor mij is begonnen.

825
00:53:00,030 --> 00:53:04,110
Dit doet je misschien denken aan een
uitspraak in het Nieuwe Testament,

826
00:53:04,110 --> 00:53:08,010
in Filippenzen 1:6. Paulus zei:

827
00:53:08,010 --> 00:53:12,270
Ik vertrouw erop dat Hij Die
in u een goed werk begonnen is,

828
00:53:12,270 --> 00:53:16,170
dat voltooien zal tot op
de dag van Jezus Christus.

829
00:53:16,170 --> 00:53:21,990
Dat wil zeggen: God heeft al aanspraak op
je gemaakt en Hij is in je aan het werk,

830
00:53:21,990 --> 00:53:25,230
zoals een andere plaats in
Filippenzen ons vertelt.

831
00:53:25,230 --> 00:53:29,490
Ik denk dat het Filippenzen
2:13 is, waar staat:

832
00:53:29,490 --> 00:53:33,930
want het is God, Die in u werkt
zowel het willen als het werken,

833
00:53:33,930 --> 00:53:35,790
naar Zijn welbehagen.

834
00:53:35,790 --> 00:53:39,930
Ik geloof dat je dat in
Filippenzen 2:13 zult vinden.

835
00:53:39,930 --> 00:53:41,970
God is in je aan het werk.

836
00:53:41,970 --> 00:53:47,010
In Filippenzen 1:6 zegt hij dat
God dat werk zal volbrengen.

837
00:53:47,010 --> 00:53:49,050
Het werk dat Hij in je begonnen is,

838
00:53:49,050 --> 00:53:52,470
zal Hij volbrengen tot de
dag van Christus Jezus.

839
00:53:52,470 --> 00:53:56,610
Dat betekent dat Hij niet ergens
aan begint en er dan mee ophoudt.

840
00:53:56,610 --> 00:54:00,210
God is niet iemand die
opgeeft, zoals sommige mensen.

841
00:54:00,210 --> 00:54:03,750
Hij begint niet ergens aan om
vervolgens te zeggen: ‘Nou,

842
00:54:03,750 --> 00:54:06,270
ik denk dat Ik nu maar
iets anders ga doen.’

843
00:54:06,270 --> 00:54:09,210
Hij heeft trouwens behoorlijk
veel in je geïnvesteerd.

844
00:54:09,210 --> 00:54:12,330
In het begin heeft Hij een
hoge prijs voor je betaald door

845
00:54:12,330 --> 00:54:15,030
Jezus te sturen om voor je te sterven.

846
00:54:15,030 --> 00:54:20,010
Daarna heeft Hij Zich de moeite getroost
je je hele leven achterna te zitten om je

847
00:54:20,010 --> 00:54:21,690
tot bekering te brengen.

848
00:54:21,690 --> 00:54:24,930
Hij heeft Zijn Geest
gezonden om je te laten zien,

849
00:54:24,930 --> 00:54:28,770
je ogen voor het Evangelie te
openen, je te laten begrijpen,

850
00:54:28,770 --> 00:54:33,030
je te overtuigen en je ertoe
te brengen daarop te reageren.

851
00:54:33,030 --> 00:54:34,890
Hij heeft dat allemaal gedaan.

852
00:54:34,890 --> 00:54:38,850
Sinds je christen bent, heeft Hij veel
dingen in je leven gedaan waarvan je

853
00:54:38,850 --> 00:54:40,410
zelf kunt getuigen.

854
00:54:40,410 --> 00:54:45,150
Je kunt veranderingen zien die Hij in
je leven tot stand heeft gebracht of

855
00:54:45,150 --> 00:54:47,550
geprobeerd heeft tot stand te brengen.

856
00:54:47,550 --> 00:54:50,490
Als Hij ze nog niet helemaal
tot stand heeft gebracht,

857
00:54:50,490 --> 00:54:52,230
werkt Hij er nog steeds aan.

858
00:54:52,230 --> 00:54:56,490
Maar soms hebben we het gevoel
dat onze groei zo langzaam gaat.

859
00:54:56,490 --> 00:55:02,250
Soms lijkt het zelfs alsof we één stap
vooruitzetten en twee stappen achteruit.

860
00:55:02,250 --> 00:55:05,370
Dan lijkt het gewoon:
‘Ik zal er nooit komen.

861
00:55:05,370 --> 00:55:07,830
Ik zal er echt nooit komen.’

862
00:55:07,830 --> 00:55:12,270
Maar nee, jij bent niet degene die
ervoor zal zorgen dat je daar komt.

863
00:55:12,270 --> 00:55:14,730
Natuurlijk zijn wij medewerkers van God.

864
00:55:14,730 --> 00:55:16,530
We moeten meewerken.

865
00:55:16,530 --> 00:55:20,910
Als we ons tegen Hem verzetten,
zal het alleen maar langzamer gaan.

866
00:55:20,910 --> 00:55:22,950
Als we ons tegen Hem verzetten,

867
00:55:22,950 --> 00:55:26,910
zal het uiteindelijk opstandigheid
worden en zullen we terugvallen.

868
00:55:26,910 --> 00:55:31,170
Maar als we ons niet verzetten, als
we werkelijk met God willen meewerken,

869
00:55:31,170 --> 00:55:33,990
dan is het Zijn kracht, en niet de onze,

870
00:55:33,990 --> 00:55:37,350
die alles wat ons aangaat
tot voltooiing zal brengen.

871
00:55:37,350 --> 00:55:41,070
Hij zal alles wat mij aangaat
tot voltooiing brengen.

872
00:55:41,070 --> 00:55:44,910
Denk eens aan alle machten die
God tot Zijn beschikking heeft.

873
00:55:44,910 --> 00:55:49,050
De Psalmen bezingen zo vaak Zijn
macht over de wind, de golven,

874
00:55:49,050 --> 00:55:51,330
de sterren en al die dingen.

875
00:55:51,330 --> 00:55:56,490
Denk eens aan de enorme kracht die ervoor
zorgt dat de zon en de sterren hun banen

876
00:55:56,490 --> 00:55:58,350
door het heelal volgen.

877
00:55:58,350 --> 00:56:03,270
Die hemellichamen zijn miljoenen keren
groter dan de aarde en bewegen zich in

878
00:56:03,270 --> 00:56:04,350
een bepaalde baan.

879
00:56:04,350 --> 00:56:08,851
Hoeveel menselijke energie —
raketbrandstof of wat dan ook —

880
00:56:08,851 --> 00:56:12,270
zou ervoor nodig zijn om een
van die dingen te verplaatsen,

881
00:56:12,270 --> 00:56:14,490
al was het maar een paar centimeter?

882
00:56:14,490 --> 00:56:16,590
Dat is volstrekt onmogelijk.

883
00:56:16,590 --> 00:56:20,850
Alle brandstof op aarde zou niet genoeg
kracht kunnen voortbrengen om die

884
00:56:20,850 --> 00:56:22,410
dingen te verplaatsen.

885
00:56:22,410 --> 00:56:28,470
Maar God beweegt ze moeiteloos, niet
één, maar allemaal, miljoenen ervan.

886
00:56:28,470 --> 00:56:33,630
Hij houdt ze in beweging en zorgt
ervoor dat ze niet uit hun baan raken.

887
00:56:33,630 --> 00:56:38,370
Gods macht is zo groot en Hij
beschikt over alle natuurkrachten.

888
00:56:38,370 --> 00:56:43,110
Sterker nog, Hij houdt alle geestelijke
machten van de wereld in toom.

889
00:56:43,110 --> 00:56:47,490
We weten dat Hij satan en de
boze geesten beperkingen oplegt.

890
00:56:47,490 --> 00:56:49,710
Hij stelt hun bepaalde grenzen.

891
00:56:49,710 --> 00:56:53,430
Hij leidt alles wat er in de
wereld gebeurt in bepaalde banen.

892
00:56:53,430 --> 00:56:55,110
Hij is soeverein.

893
00:56:55,110 --> 00:56:58,110
Dat is wat het woord ‘soeverein’ betekent.

894
00:56:58,110 --> 00:57:00,990
Hij heeft werkelijk alles onder controle.

895
00:57:00,990 --> 00:57:06,390
Niets kan zich tegen Hem verzetten en
uiteindelijk Zijn bedoelingen dwarsbomen.

896
00:57:06,390 --> 00:57:10,890
Nu dat zo is, moet je beseffen
dat Hij elke druk kan uitoefenen

897
00:57:10,890 --> 00:57:16,230
die Hij maar op jouw leven wil uitoefenen,
om je te volmaken en je te brengen tot wat

898
00:57:16,230 --> 00:57:17,790
je behoort te zijn.

899
00:57:17,790 --> 00:57:21,150
Hij zet je niet zomaar in een
betonnen geul waarin je niet

900
00:57:21,150 --> 00:57:26,010
naar rechts of links kunt afslaan,
want zo wil Hij niet met ons omgaan.

901
00:57:26,010 --> 00:57:28,410
Hij wil met onze wil werken.

902
00:57:28,410 --> 00:57:33,390
Hij wil ons in staat stellen uit
vrije wil op Hem te reageren.

903
00:57:33,390 --> 00:57:38,250
Daarom zijn er momenten waarop we
merken dat we niet precies doen wat Hij

904
00:57:38,250 --> 00:57:40,710
volgens ons waarschijnlijk
liever had gewild.

905
00:57:40,710 --> 00:57:45,870
Misschien denken we dan: ‘God heeft deze
situatie niet werkelijk onder controle.’

906
00:57:45,870 --> 00:57:51,030
Maar besef dat God het uiteindelijke
resultaat wel onder controle heeft.

907
00:57:51,030 --> 00:57:54,690
God geeft ons de vrijheid om
onze lessen op een gemakkelijke

908
00:57:54,690 --> 00:57:56,910
of een moeilijke manier te leren.

909
00:57:56,910 --> 00:58:00,030
We kunnen onmiddellijk op Zijn
Woord reageren en het op de

910
00:58:00,030 --> 00:58:01,830
gemakkelijke manier leren.

911
00:58:01,830 --> 00:58:04,470
Als we niet onmiddellijk
op Zijn Woord reageren,

912
00:58:04,470 --> 00:58:09,210
laat Hij ons deze kant en die kant opgaan
en een paar moeilijke lessen leren.

913
00:58:09,210 --> 00:58:13,530
Maar uiteindelijk geeft Hij
wel leiding. De Bijbel zegt:

914
00:58:13,530 --> 00:58:19,230
Als hij valt, wordt hij niet weggeworpen,
want de HEERE ondersteunt zijn hand.

915
00:58:19,230 --> 00:58:23,460
**Verwijzing gecontroleerd:** de
voorafgaande uitspraak van de spreker,

916
00:58:23,460 --> 00:58:27,360
‘De voetstappen van een man
worden door de HEERE bepaald’,

917
00:58:27,360 --> 00:58:33,210
berust op Psalm 37:23 in
de King James Version.

918
00:58:33,210 --> 00:58:40,890
Het weergegeven HSV-citaat is Psalm
37:24 en bevat die uitspraak niet.

919
00:58:40,890 --> 00:58:44,730
Hij werkt in je om te willen
en te doen wat Hem behaagt.

920
00:58:44,730 --> 00:58:50,070
Zo kiezen we zelf of we daarheen de
rechte weg nemen of een kronkelweg volgen.

921
00:58:50,070 --> 00:58:54,930
Maar God is aan het werk en zal het
uiteindelijke resultaat tot stand brengen.

922
00:58:54,930 --> 00:58:57,690
Dat is iets waaruit we hoop moeten putten.

923
00:58:57,690 --> 00:59:02,430
Een deskundige op het gebied van
christelijke counseling, Jay Adams,

924
00:59:02,430 --> 00:59:06,030
die veel boeken over christelijke
counseling heeft geschreven,

925
00:59:06,030 --> 00:59:09,030
gelooft dat mensen wanneer
ze voor counseling komen

926
00:59:09,030 --> 00:59:11,190
bovenal hoop moeten krijgen.

927
00:59:11,190 --> 00:59:16,050
Wanneer mensen voor counseling komen,
is dat gewoonlijk een laatste redmiddel.

928
00:59:16,050 --> 00:59:19,830
Sommige mensen vinden het gewoon
heerlijk om naar een counselor te gaan,

929
00:59:19,830 --> 00:59:22,890
maar de meeste mensen willen
niet naar een counselor,

930
00:59:22,890 --> 00:59:25,470
vooral niet bij
huwelijksproblemen en dergelijke.

931
00:59:25,470 --> 00:59:30,630
Het is namelijk gênant om hun problemen
open en bloot op tafel te leggen.

932
00:59:30,630 --> 00:59:33,450
Wanneer mensen bij een
counselor komen, is dat

933
00:59:33,450 --> 00:59:36,870
meestal omdat ze vrijwel
ten einde raad zijn.

934
00:59:36,870 --> 00:59:38,970
Ze hebben al het andere geprobeerd.

935
00:59:38,970 --> 00:59:40,470
Het heeft niet gewerkt.

936
00:59:40,470 --> 00:59:44,310
Ze zeggen: ‘Nou, misschien
moeten we counseling proberen.’

937
00:59:44,310 --> 00:59:46,770
Tegen de tijd dat iemand
bij een counselor komt,

938
00:59:46,770 --> 00:59:49,530
heeft diegene heel vaak geen hoop meer.

939
00:59:49,530 --> 00:59:51,510
Hij heeft de hoop verloren.

940
00:59:51,510 --> 00:59:55,350
Misschien had hij eerder, toen hij
probeerde zichzelf te verbeteren,

941
00:59:55,350 --> 00:59:57,090
nog een zekere hoop.

942
00:59:57,090 --> 01:00:01,770
Hij verwachtte: ‘Oké, als ik
dit probeer, zal dat werken.’

943
01:00:01,770 --> 01:00:03,690
Nee, dat werkte niet.

944
01:00:03,690 --> 01:00:07,890
‘Als ik dat probeer, zal dat
werken.’ Dat werkte ook niet.

945
01:00:07,890 --> 01:00:10,650
Uiteindelijk komt hij bij een counselor.

946
01:00:10,650 --> 01:00:14,310
Tegen die tijd heeft hij zo
ongeveer alle hoop verloren.

947
01:00:14,310 --> 01:00:19,290
Zijn counselor is zijn laatste hoop, of
soms gaat hij naar de counselor omdat hij

948
01:00:19,290 --> 01:00:21,690
verder helemaal geen hoop meer heeft.

949
01:00:21,690 --> 01:00:24,330
Wat Jay Adams in zijn
boek voor christelijke

950
01:00:24,330 --> 01:00:30,450
counselors zeer sterk benadrukt, is dat je
mensen hoop moet geven, omdat er hoop is.

951
01:00:30,450 --> 01:00:34,050
Mensen die geen enkele hoop
hebben, zullen niet veranderen.

952
01:00:34,050 --> 01:00:38,010
Als ze de hoop verliezen,
zullen ze alleen maar wanhopen.

953
01:00:38,010 --> 01:00:41,370
Ze zullen het veranderingsproces
niet doorlopen.

954
01:00:41,370 --> 01:00:46,950
Ze zullen niet inzien wat voor zin het
heeft dat veranderingsproces te doorlopen.

955
01:00:46,950 --> 01:00:51,030
‘Wat voor zin heeft het om de
veranderingen in mijn leven aan te brengen

956
01:00:51,030 --> 01:00:55,050
die de counselor me voorschrijft,
aangezien het toch niet zal werken?

957
01:00:55,050 --> 01:00:58,050
Ik ben gedoemd om volledig
ten onder te gaan.’

958
01:00:58,050 --> 01:01:01,470
Het is een feit dat een christelijke
counselor goede redenen heeft

959
01:01:01,470 --> 01:01:07,290
om degene die hij begeleidt hoop te geven,
omdat God bepaalde beloften heeft gedaan.

960
01:01:07,290 --> 01:01:12,510
Het werk dat Hij in je begonnen is,
zal Hij voltooien. David begreep:

961
01:01:12,510 --> 01:01:17,190
Ik zal mij neerbuigen naar Uw
heilig paleis en Uw Naam loven,

962
01:01:17,190 --> 01:01:22,290
om Uw goedertierenheid en om
Uw trouw, want om heel Uw Naam

963
01:01:22,290 --> 01:01:25,050
hebt U Uw belofte groot gemaakt.

964
01:01:25,050 --> 01:01:28,170
Op de dag dat ik riep,
hebt U mij verhoord;

965
01:01:28,170 --> 01:01:31,230
U hebt mij versterkt
met kracht in mijn ziel.

966
01:01:31,230 --> 01:01:35,070
Alle koningen van de aarde
zullen U loven, HEERE,

967
01:01:35,070 --> 01:01:38,310
wanneer zij de woorden uit
Uw mond gehoord hebben.

968
01:01:38,310 --> 01:01:41,430
Zij zullen zingen van
de wegen van de HEERE,

969
01:01:41,430 --> 01:01:44,130
want de heerlijkheid
van de HEERE is groot.

970
01:01:44,130 --> 01:01:48,930
Want de HEERE is verheven; toch
ziet Hij om naar de nederige,

971
01:01:48,930 --> 01:01:51,630
maar de hoogmoedige kent Hij van verre.

972
01:01:51,630 --> 01:01:55,890
Als ik midden in de benauwdheid
verkeer, maakt U mij levend;

973
01:01:55,890 --> 01:02:02,670
U strekt Uw hand uit tegen de toorn van
mijn vijanden, Uw rechterhand verlost mij.

974
01:02:02,670 --> 01:02:08,250
De HEERE zal Zijn werk voor mij
voltooien; Uw goedertierenheid, HEERE,

975
01:02:08,250 --> 01:02:13,350
is voor eeuwig; laat de
werken van Uw handen niet los.

976
01:02:13,350 --> 01:02:16,770
Dat wil zeggen: de dingen
die mijn ontwikkeling,

977
01:02:16,770 --> 01:02:22,110
mijn groei en mijn bestemming
betreffen, zal God volmaken.

978
01:02:22,110 --> 01:02:24,630
Hij zal ze tot voltooiing brengen.

979
01:02:24,630 --> 01:02:27,630
Dat is wat ‘volmaken’ betekent.

980
01:02:27,630 --> 01:02:32,610
Hij zal het tot voltooiing brengen,
en dat geeft grond voor hoop.

981
01:02:32,610 --> 01:02:35,310
Daarom hoeven we nooit te wanhopen.

982
01:02:35,310 --> 01:02:38,730
Als we ooit iemand moeten
begeleiden die wanhopig is,

983
01:02:38,730 --> 01:02:41,730
moet diegene dit soort hoop krijgen.

984
01:02:41,730 --> 01:02:45,990
Hij moet hoop krijgen,
omdat er bij God hoop is.

985
01:02:45,990 --> 01:02:47,970
David verwoordt het zo:

986
01:02:47,970 --> 01:02:51,450
De Heer zal afmaken wat
Hij voor mij is begonnen.

987
01:02:51,450 --> 01:02:55,410
Hij neemt dat refrein uit Psalm 136 over:

988
01:02:55,410 --> 01:03:00,690
Uw goedertierenheid, Uw
standvastige liefde, is voor eeuwig.

989
01:03:00,690 --> 01:03:05,550
Die laatste regel is eenvoudigweg
een gebed dat in vervulling zal gaan

990
01:03:05,550 --> 01:03:08,190
wat de eerste regel van het vers zegt.

991
01:03:08,190 --> 01:03:11,130
De eerste regel van het vers zegt dat God

992
01:03:11,130 --> 01:03:14,730
datgene wat mij aangaat
tot voltooiing zal brengen.

993
01:03:14,730 --> 01:03:19,950
In de laatste regel van het vers wordt
gebeden dat dit inderdaad zo zal zijn.

994
01:03:19,950 --> 01:03:25,050
Hij heeft er vertrouwen in dat het waar
is, maar niet zonder dat hij ervoor bidt.

995
01:03:25,050 --> 01:03:29,790
Hij gelooft dat God het zal doen, maar
toch vindt hij dat hij moet bidden

996
01:03:29,790 --> 01:03:32,250
en God moet vragen het te doen.

997
01:03:32,250 --> 01:03:35,250
Want hij weet dat het Gods
wil is om het te doen,

998
01:03:35,250 --> 01:03:40,110
maar hij moet God de ruimte geven om
het te doen door Hem erom te vragen,

999
01:03:40,110 --> 01:03:42,450
door te bidden. Dus:

1000
01:03:42,450 --> 01:03:47,550
Ik zal mij neerbuigen naar Uw
heilig paleis en Uw Naam loven,

1001
01:03:47,550 --> 01:03:53,010
om Uw goedertierenheid en om
Uw trouw, want om heel Uw Naam

1002
01:03:53,010 --> 01:03:55,950
hebt U Uw belofte groot gemaakt.

1003
01:03:55,950 --> 01:03:59,010
Op de dag dat ik riep,
hebt U mij verhoord;

1004
01:03:59,010 --> 01:04:02,430
U hebt mij versterkt
met kracht in mijn ziel.

1005
01:04:02,430 --> 01:04:06,030
Alle koningen van de aarde
zullen U loven, HEERE,

1006
01:04:06,030 --> 01:04:09,330
wanneer zij de woorden uit
Uw mond gehoord hebben.

1007
01:04:09,330 --> 01:04:12,270
Zij zullen zingen van
de wegen van de HEERE,

1008
01:04:12,270 --> 01:04:15,090
want de heerlijkheid
van de HEERE is groot.

1009
01:04:15,090 --> 01:04:19,410
Want de HEERE is verheven; toch
ziet Hij om naar de nederige,

1010
01:04:19,410 --> 01:04:22,050
maar de hoogmoedige kent Hij van verre.

1011
01:04:22,050 --> 01:04:26,250
Als ik midden in de benauwdheid
verkeer, maakt U mij levend;

1012
01:04:26,250 --> 01:04:31,950
U strekt Uw hand uit tegen de toorn van
mijn vijanden, Uw rechterhand verlost mij.

1013
01:04:31,950 --> 01:04:36,330
De HEERE zal Zijn werk voor mij
voltooien; Uw goedertierenheid, HEERE,

1014
01:04:36,330 --> 01:04:40,050
is voor eeuwig; laat de
werken van Uw handen niet los.

1015
01:04:40,050 --> 01:04:42,030
waarmee hij zijn leven bedoelt.

1016
01:04:42,030 --> 01:04:44,430
Mijn leven is het werk van Uw handen.

1017
01:04:44,430 --> 01:04:47,130
Laat Uw werk op dit punt niet in de steek.

1018
01:04:47,130 --> 01:04:51,690
Psalm 139 is tamelijk lang, 24 verzen,

1019
01:04:51,690 --> 01:04:55,350
maar bevat behoorlijk wat interessante
elementen die vrij uniek zijn

1020
01:04:55,350 --> 01:04:56,850
voor deze psalm.

1021
01:04:56,850 --> 01:05:01,350
Het wordt dus niet slechts een herhaling
van veel dingen die we al gelezen hebben.

1022
01:05:01,350 --> 01:05:02,550
Er staat:

1023
01:05:02,550 --> 01:05:05,730
HEERE, U doorgrondt en kent mij.

1024
01:05:05,730 --> 01:05:11,130
Ú kent mijn zitten en mijn opstaan,
U begrijpt van verre mijn gedachten.

1025
01:05:11,130 --> 01:05:16,650
U onderzoekt mijn gaan en mijn liggen,
U bent met al mijn wegen vertrouwd.

1026
01:05:16,650 --> 01:05:22,230
Al is er nog geen woord op mijn
tong, zie, HEERE, U weet het alles.

1027
01:05:22,230 --> 01:05:27,510
U sluit mij in van achter en van
voren, U legt Uw hand op mij.

1028
01:05:27,510 --> 01:05:32,370
Dit kennen — het is mij te wonderlijk,
te hoog, ik kan er niet bij.

1029
01:05:32,370 --> 01:05:34,710
“Whither shall I go from Thy Spirit?

1030
01:05:34,710 --> 01:05:37,590
Or whither shall I flee from Thy presence?

1031
01:05:37,590 --> 01:05:41,370
If I ascend up into
heaven, Thou art there.

1032
01:05:41,370 --> 01:05:46,290
If I make my bed in hell,
behold, Thou art there.

1033
01:05:46,290 --> 01:05:51,150
If I take the wings of the morning and
dwell in the uttermost parts of the sea,

1034
01:05:51,150 --> 01:05:57,210
even there Thy hand shall lead me,
and Thy right hand shall hold me.

1035
01:05:57,210 --> 01:06:00,990
If I say, Surely the
darkness shall cover me,

1036
01:06:00,990 --> 01:06:04,050
even the night shall be light about me.

1037
01:06:04,050 --> 01:06:10,170
Yea, the darkness hideth not from
Thee, but the night shineth as the day.

1038
01:06:10,170 --> 01:06:14,250
The darkness and the light
are both alike to Thee.

1039
01:06:14,250 --> 01:06:16,770
Want Ú hebt mijn nieren geschapen,

1040
01:06:16,770 --> 01:06:19,350
of mijn nieren, mijn innerlijke mens.

1041
01:06:19,350 --> 01:06:21,210
Dat wordt daarmee uitgebeeld.

1042
01:06:21,210 --> 01:06:24,390
mij in de schoot van mijn moeder geweven.

1043
01:06:24,390 --> 01:06:28,650
Ik loof U omdat ik ontzagwekkend
wonderlijk gemaakt ben;

1044
01:06:28,650 --> 01:06:32,730
wonderlijk zijn Uw werken,
mijn ziel weet dat zeer goed.

1045
01:06:32,730 --> 01:06:35,190
Mijn beenderen waren
voor U niet verborgen,

1046
01:06:35,190 --> 01:06:39,630
toen ik in het verborgene gemaakt ben en
geborduurd werd in de laagste plaatsen

1047
01:06:39,630 --> 01:06:40,890
van de aarde.

1048
01:06:40,890 --> 01:06:43,890
Uw ogen hebben mijn
ongevormd begin gezien,

1049
01:06:43,890 --> 01:06:45,690
of nog zonder vorm,

1050
01:06:45,690 --> 01:06:48,990
Uw ogen hebben mijn
ongevormd begin gezien,

1051
01:06:48,990 --> 01:06:54,150
en zij alle werden in Uw boek beschreven,
de dagen dat zij gevormd werden,

1052
01:06:54,150 --> 01:06:56,730
toen er nog niet één van hen bestond.

1053
01:06:56,730 --> 01:07:00,330
“How precious are Thy
thoughts unto me, O God!

1054
01:07:00,330 --> 01:07:02,550
How great is the sum of them!

1055
01:07:02,550 --> 01:07:06,690
If I should count them, they are
more in number than the sand.

1056
01:07:06,690 --> 01:07:09,990
When I awake, I am still with Thee.

1057
01:07:09,990 --> 01:07:13,290
Surely Thou wilt slay the wicked, O God.

1058
01:07:13,290 --> 01:07:16,230
Depart from me therefore, ye bloody men!

1059
01:07:16,230 --> 01:07:22,350
For they speak against Thee wickedly,
and Thine enemies take Thy Name in vain.

1060
01:07:22,350 --> 01:07:25,950
Do not I hate them, O
Lord, that hate Thee?

1061
01:07:25,950 --> 01:07:29,790
And am I not grieved with those
that rise up against Thee?

1062
01:07:29,790 --> 01:07:32,370
I hate them with perfect hatred.

1063
01:07:32,370 --> 01:07:34,950
I count them mine enemies.

1064
01:07:34,950 --> 01:07:38,130
Search me, O God, and know my heart.

1065
01:07:38,130 --> 01:07:43,290
Try me and know my thoughts, and see
if there be any wicked way in me,

1066
01:07:43,290 --> 01:07:46,170
and lead me in the way everlasting.”

1067
01:07:46,170 --> 01:07:48,870
Hier staan veel verzen in
die je misschien al kende,

1068
01:07:48,870 --> 01:07:52,650
omdat er een aantal zeer
citeerbare verzen tussen staan.

1069
01:07:52,650 --> 01:07:57,390
In de eerste zes verzen spreekt hij
voornamelijk over Gods alwetendheid,

1070
01:07:57,390 --> 01:08:01,290
wat betekent dat God
alles weet. Hij zegt dus:

1071
01:08:01,290 --> 01:08:04,590
HEERE, U doorgrondt en kent mij.

1072
01:08:04,590 --> 01:08:08,610
Het woord ‘searched’ betekent
eigenlijk dat alle onderdelen worden

1073
01:08:08,610 --> 01:08:14,070
doorzocht en uitgezocht, en in feite
dat elk detail wordt geanalyseerd.

1074
01:08:14,070 --> 01:08:16,890
God heeft dus elk detail
van mijn leven gekend.

1075
01:08:16,890 --> 01:08:21,510
Zoals hij later uitlegt: zelfs toen ik in
de schoot van mijn moeder gevormd werd,

1076
01:08:21,510 --> 01:08:23,910
wist U alles over mij.

1077
01:08:23,910 --> 01:08:27,630
Heere, U hebt mij doorzocht
en U hebt mij gekend.

1078
01:08:27,630 --> 01:08:31,290
In de volgende verzen,
vers 2 tot en met 6,

1079
01:08:31,290 --> 01:08:34,710
werkt hij verder uit hoeveel
God werkelijk over mij weet.

1080
01:08:34,710 --> 01:08:37,170
Hij kent mijn neerzitten en mijn opstaan.

1081
01:08:37,170 --> 01:08:41,970
Met andere woorden, Hij weet wanneer
ik ga zitten en wanneer ik opsta.

1082
01:08:41,970 --> 01:08:45,090
God, U ziet elke beweging die ik maak.

1083
01:08:45,090 --> 01:08:49,170
Dit is moeilijk te begrijpen,
omdat de woorden ‘van verre’

1084
01:08:49,170 --> 01:08:51,930
op verschillende manieren
kunnen worden opgevat.

1085
01:08:51,930 --> 01:08:56,850
‘Van verre’ kan een afstand in ruimte
of een afstand in tijd betekenen.

1086
01:08:56,850 --> 01:09:02,610
Het kan ‘ver weg’ betekenen in de zin
dat God miljarden kilometers verderop is,

1087
01:09:02,610 --> 01:09:04,470
maar toch mijn gedachte ziet.

1088
01:09:04,470 --> 01:09:08,550
Of het kan slaan op mijn gedachten
die in de tijd nog ver weg zijn,

1089
01:09:08,550 --> 01:09:13,410
die nog niet gedacht zijn, of op gedachten
die honderden jaren geleden gedacht zijn,

1090
01:09:13,410 --> 01:09:14,790
of wat dan ook.

1091
01:09:14,790 --> 01:09:19,590
In zijn geval kunnen het natuurlijk geen
gedachten uit zijn eigen verstand zijn die

1092
01:09:19,590 --> 01:09:25,230
honderden jaren eerder gedacht waren, maar
wel gedachten die in de tijd ver weg zijn.

1093
01:09:25,230 --> 01:09:27,630
Het is niet duidelijk
wat er bedoeld wordt.

1094
01:09:27,630 --> 01:09:33,330
Omdat hij in vers 7 tot en met 12 heel
duidelijk maakt dat God niet ver weg is,

1095
01:09:33,330 --> 01:09:38,310
maar overal aanwezig is, is het
waarschijnlijk dat ‘van verre’ een afstand

1096
01:09:38,310 --> 01:09:39,870
in tijd betekent.

1097
01:09:39,870 --> 01:09:43,950
Persoonlijk geloof ik dat hij hier
zegt dat God onze gedachten kent

1098
01:09:43,950 --> 01:09:48,330
voordat we ze denken, gedachten
die voor ons nog toekomstig zijn.

1099
01:09:48,330 --> 01:09:50,070
Ze zijn ver bij ons vandaan.

1100
01:09:50,070 --> 01:09:53,370
We kunnen ze niet bereiken, omdat
we nog niet op dat punt in de

1101
01:09:53,370 --> 01:09:55,050
tijd zijn aangekomen.

1102
01:09:55,050 --> 01:09:57,810
Maar God kent onze toekomstige gedachten.

1103
01:09:57,810 --> 01:10:01,050
Dat is nogal wat wanneer je die
gedachte grondig onderzoekt.

1104
01:10:01,050 --> 01:10:04,050
Een psalm van David, voor de koorleider.

1105
01:10:04,050 --> 01:10:07,170
HEERE, U doorgrondt en kent mij.

1106
01:10:07,170 --> 01:10:12,210
Ú kent mijn zitten en mijn opstaan,
U begrijpt van verre mijn gedachten.

1107
01:10:12,210 --> 01:10:17,250
U onderzoekt mijn gaan en mijn liggen,
U bent met al mijn wegen vertrouwd.

1108
01:10:17,250 --> 01:10:21,990
Al is er nog geen woord op mijn
tong, zie, HEERE, U weet het alles.

1109
01:10:21,990 --> 01:10:27,030
U sluit mij in van achter en van
voren, U legt Uw hand op mij.

1110
01:10:27,030 --> 01:10:31,590
Dit kennen — het is mij te wonderlijk,
te hoog, ik kan er niet bij.

1111
01:10:31,590 --> 01:10:34,950
Dat wil zeggen: U
omringt alles wat ik doe.

1112
01:10:34,950 --> 01:10:39,870
Wanneer ik loop, wanneer ik neerlig,
bent U bekend met al mijn wegen.

1113
01:10:39,870 --> 01:10:43,050
Dan zegt hij dat dit zelfs
voor zijn woorden geldt:

1114
01:10:43,050 --> 01:10:46,710
Nog voordat er een woord op mijn
tong ligt, weet U al precies wat ik

1115
01:10:46,710 --> 01:10:47,970
ga zeggen, Heer.

1116
01:10:47,970 --> 01:10:51,990
Dat wil zeggen: ieder woord
dat ik spreek, houdt U bij.

1117
01:10:51,990 --> 01:10:56,490
U bent Zich volkomen bewust van
alles wat ik zeg, alles wat ik doe,

1118
01:10:56,490 --> 01:11:00,330
zelfs alles wat ik denk en
alles wat ik nog zal denken.

1119
01:11:00,330 --> 01:11:03,810
U hebt mij van achteren
en van voren omsloten.

1120
01:11:03,810 --> 01:11:07,470
Dat betekent waarschijnlijk dat U
Zich bewust bent van mijn verleden

1121
01:11:07,470 --> 01:11:09,030
en mijn toekomst.

1122
01:11:09,030 --> 01:11:11,370
En U hebt Uw hand op mij gelegd.

1123
01:11:11,370 --> 01:11:13,470
Die kennis is mij te wonderbaar.

1124
01:11:13,470 --> 01:11:19,410
Dat wil zeggen: ze gaat mij gewoon ver te
boven. Ze is te hoog. Ik kan er niet bij.

1125
01:11:19,410 --> 01:11:25,110
Dezelfde schrijver, David, zei
in een eerdere psalm, Psalm 131:

1126
01:11:25,110 --> 01:11:29,490
Voorwaar, ik heb mijn ziel tot
rust en tot stilte gebracht,

1127
01:11:29,490 --> 01:11:33,090
als een kind dat de borst
ontwend is, bij zijn moeder,

1128
01:11:33,090 --> 01:11:36,930
mijn ziel is in mij als een
kind dat de borst ontwend is.

1129
01:11:36,930 --> 01:11:39,690
Psalm 131, vers 1.

1130
01:11:39,690 --> 01:11:45,030
Ik houd mij niet bezig met grote zaken
of met dingen die te hoog voor mij zijn.

1131
01:11:45,030 --> 01:11:50,670
Nu vertelt hij ons dat één ding dat
te hoog voor hem is, Gods kennis is:

1132
01:11:50,670 --> 01:11:51,870
hoeveel God weet.

1133
01:11:51,870 --> 01:11:55,710
Ik was ooit betrokken bij een conflict
in onze gemeente in Santa Cruz

1134
01:11:55,710 --> 01:11:58,590
dat eindigde in een
scheuring van de gemeente.

1135
01:11:58,590 --> 01:12:02,490
Ik stond aan de behoudende kant, en de
mensen die zich afscheidden stonden aan

1136
01:12:02,490 --> 01:12:03,750
de andere kant.

1137
01:12:03,750 --> 01:12:06,870
De mensen die zich afscheidden,
waren een groep die zichzelf

1138
01:12:06,870 --> 01:12:09,270
als intellectuelen presenteerde.

1139
01:12:09,270 --> 01:12:12,510
Zij geloofden dat ze met
intellectuele argumenten

1140
01:12:12,510 --> 01:12:15,210
Gods voorkennis konden wegredeneren.

1141
01:12:15,210 --> 01:12:18,690
Zij geloofden dat God
de toekomst niet kende.

1142
01:12:18,690 --> 01:12:23,790
Zij benadrukten het als volgt: als God
absolute kennis van de toekomst heeft,

1143
01:12:23,790 --> 01:12:27,030
dan is de toekomst
noodzakelijkerwijs bepaald.

1144
01:12:27,030 --> 01:12:32,130
Want als die niet bepaald is, kan Hij niet
met zekerheid weten wat er gaat gebeuren.

1145
01:12:32,130 --> 01:12:34,110
Ze zou bepaald moeten zijn.

1146
01:12:34,110 --> 01:12:37,890
En als ze bepaald is, hebben
wij daarin geen keuze.

1147
01:12:37,890 --> 01:12:42,090
Als onze daden bepaald zijn, als
onze toekomstige gedachten al bekend

1148
01:12:42,090 --> 01:12:46,170
zijn voordat wij ze denken,
dan ligt alles strikt vast.

1149
01:12:46,170 --> 01:12:48,390
Wij hebben daarin geen keuze.

1150
01:12:48,390 --> 01:12:50,430
Wij hebben geen vrije wil.

1151
01:12:50,430 --> 01:12:54,990
Je kunt zien hoe dat beantwoordt aan
een intellectuele vorm van logica.

1152
01:12:54,990 --> 01:12:58,290
Omdat zij op grond van die
logica betoogden dat de mens wel

1153
01:12:58,290 --> 01:13:01,650
degelijk een vrije wil heeft,
meenden zij daarom dat God

1154
01:13:01,650 --> 01:13:05,670
geen voorkennis moest hebben,
geen kennis van de toekomst.

1155
01:13:05,670 --> 01:13:09,090
Zij zeiden dat God sommige
toekomstige dingen wel kent,

1156
01:13:09,090 --> 01:13:12,570
omdat er bepaalde dingen zijn
die Hij kan laten gebeuren.

1157
01:13:12,570 --> 01:13:16,050
Daarom weet Hij bijvoorbeeld op
welke dag de wereld zal eindigen,

1158
01:13:16,050 --> 01:13:18,570
omdat Hij er een einde aan zal maken.

1159
01:13:18,570 --> 01:13:20,490
Hij weet wanneer Hij dat zal doen.

1160
01:13:20,490 --> 01:13:25,590
Maar zij zeiden dat de mens een vrije wil
heeft om zijn eigen gedachten te denken

1161
01:13:25,590 --> 01:13:30,030
en zijn eigen zonden of zijn
eigen rechtvaardige daden te doen.

1162
01:13:30,030 --> 01:13:34,710
Vanwege die vrijheid die de mens
heeft, weet God volgens hen nog niet

1163
01:13:34,710 --> 01:13:37,590
wat de mens in bepaalde gevallen zal doen.

1164
01:13:37,590 --> 01:13:42,030
Ze suggereerden dus dat Gods
kennis van de toekomst beperkt was:

1165
01:13:42,030 --> 01:13:45,450
dat God alleen wist wat Hij
Zelf tot stand kon brengen,

1166
01:13:45,450 --> 01:13:50,970
maar dat Hij niet wist en niet kon weten
wat individuele mensen zouden gaan doen.

1167
01:13:50,970 --> 01:13:53,730
Ik stond aan de andere
kant van die discussie.

1168
01:13:53,730 --> 01:13:58,590
We hadden in de gemeente zelfs een
raad waarin daarover werd gedebatteerd.

1169
01:13:58,590 --> 01:14:03,990
Deze passage en Psalm 131 behoorden
tot de Schriftgedeelten waarmee ik

1170
01:14:03,990 --> 01:14:05,850
mijn uiteenzetting begon.

1171
01:14:05,850 --> 01:14:09,810
Wanneer David spreekt over
Gods grote, onbeperkte kennis,

1172
01:14:09,810 --> 01:14:13,350
zegt hij misschien niet duidelijk
dat de gedachten die God kent

1173
01:14:13,350 --> 01:14:15,330
toekomstige gedachten zijn.

1174
01:14:15,330 --> 01:14:18,990
Maar wanneer de passage wordt
ontleed, klinkt vers 2 voor mij

1175
01:14:18,990 --> 01:14:22,110
alsof hij het over
toekomstige gedachten heeft.

1176
01:14:22,110 --> 01:14:26,130
Zelfs als dat niet het geval was,
is het heel duidelijk dat David

1177
01:14:26,130 --> 01:14:32,130
nadenkt over Gods hogere kennis en over
het feit dat God alles lijkt te weten.

1178
01:14:32,130 --> 01:14:34,290
Dan komt hij tot de conclusie:

1179
01:14:34,290 --> 01:14:39,090
Die kennis is te wonderlijk voor
mij; ze gaat mijn begrip te boven.

1180
01:14:39,090 --> 01:14:44,370
Met andere woorden: ik kan niet hopen
te doorgronden hoeveel God weet.

1181
01:14:44,370 --> 01:14:49,050
Vervolgens wees ik erop
dat David in Psalm 131 zei:

1182
01:14:49,050 --> 01:14:52,590
Mijn hart is niet hoogmoedig en
ik kijk niet op anderen neer.

1183
01:14:52,590 --> 01:14:57,390
Ik houd me niet bezig met grootse zaken
of met dingen die te hoog gegrepen

1184
01:14:57,390 --> 01:14:58,230
zijn voor mij.

1185
01:14:58,230 --> 01:15:01,830
Zoals ik het zag, hielden deze
mensen zich bezig met dingen die

1186
01:15:01,830 --> 01:15:03,630
te hoog voor hen waren.

1187
01:15:03,630 --> 01:15:06,210
Dat God de toekomst zou kunnen kennen

1188
01:15:06,210 --> 01:15:10,170
zonder noodzakelijkerwijs de
vrije wil van de mens te schenden,

1189
01:15:10,170 --> 01:15:13,590
behoort beslist tot wat
voor God mogelijk is.

1190
01:15:13,590 --> 01:15:15,990
Niets kan onmogelijk worden genoemd.

1191
01:15:15,990 --> 01:15:19,890
Wij kunnen God niet beperken op
manieren waarvan Hij Zelf niet heeft

1192
01:15:19,890 --> 01:15:22,530
verklaard dat Hij daarin beperkt is.

1193
01:15:22,530 --> 01:15:26,730
Hij heeft nooit gezegd dat Zijn
kennis van de toekomst beperkt is.

1194
01:15:26,730 --> 01:15:31,110
Het kan te hoog voor ons zijn om te
begrijpen hoe Hij de toekomst kan kennen

1195
01:15:31,110 --> 01:15:33,570
zonder onze vrije wil te schenden.

1196
01:15:33,570 --> 01:15:37,470
Want het lijkt erop dat het enkele
feit dat Hij de toekomst kent,

1197
01:15:37,470 --> 01:15:41,130
die toekomst bepaalt, waardoor
wij geen vrijheid hebben.

1198
01:15:41,130 --> 01:15:45,810
Maar de Bijbel geeft aan dat wij een
aanzienlijke mate van vrije wil hebben en

1199
01:15:45,810 --> 01:15:51,450
dat God de toekomst kent, met inbegrip
van de toekomstige keuzes van mensen.

1200
01:15:51,450 --> 01:15:55,110
Er zijn veel gevallen waarin de
toekomstige keuzes van mensen heel

1201
01:15:55,110 --> 01:15:56,910
goed bekend waren.

1202
01:15:56,910 --> 01:15:58,950
Jezus zei tegen Petrus:

1203
01:15:58,950 --> 01:16:05,190
En Jezus zei tegen hem: Voorwaar, Ik
zeg u dat u vandaag, in deze nacht,

1204
01:16:05,190 --> 01:16:10,050
voordat de haan twee keer gekraaid zal
hebben, Mij driemaal zult verloochenen.

1205
01:16:10,050 --> 01:16:11,790
Hoe wist Hij dat?

1206
01:16:11,790 --> 01:16:16,470
Daarin had Petrus de vrijheid om
de ene of de andere keuze te maken,

1207
01:16:16,470 --> 01:16:19,350
maar Jezus wist dat
hij bij die gelegenheid

1208
01:16:19,350 --> 01:16:21,990
drie keer de verkeerde keuze zou maken.

1209
01:16:21,990 --> 01:16:25,170
Hij wist dat Judas Hem zou verraden.

1210
01:16:25,170 --> 01:16:27,390
Dat staat in Johannes 6.

1211
01:16:27,390 --> 01:16:31,110
Jezus wist vanaf het begin
wie Hem zou verraden.

1212
01:16:31,110 --> 01:16:35,010
Het boek Openbaring, dat toekomstige
dingen lijkt te vertellen,

1213
01:16:35,010 --> 01:16:38,310
noemt veel toekomstige keuzes
die mensen zullen maken,

1214
01:16:38,310 --> 01:16:42,390
waaronder dat zij trouw zullen
zweren aan het beest, enzovoort.

1215
01:16:42,390 --> 01:16:45,270
Het is duidelijk dat God
weet wat de toekomst is.

1216
01:16:45,270 --> 01:16:48,390
Hij wist dat Kores de
Joden zou laten gaan.

1217
01:16:48,390 --> 01:16:56,010
In Jesaja 44 en 45 beschrijft Hij een man,
150 jaar voordat die man geboren werd.

1218
01:16:56,010 --> 01:16:59,850
God noemt hem bij zijn naam en
vertelt precies wat hij zal doen.

1219
01:16:59,850 --> 01:17:04,290
Hij wist dat farao zich ertegen zou
verzetten het volk te laten gaan.

1220
01:17:04,290 --> 01:17:06,750
Hij wist hoelang hij zich zou verzetten,

1221
01:17:06,750 --> 01:17:11,070
en Hij wist precies wanneer
farao uiteindelijk zou instemmen.

1222
01:17:11,070 --> 01:17:13,710
Aan het begin zei Hij tegen Mozes:

1223
01:17:13,710 --> 01:17:19,350
**Vertaaltoelichting:** de spreker
haalt Exodus 4:21 hier aan als

1224
01:17:19,350 --> 01:17:22,890
voorbeeld van Gods voorkennis
van een menselijke keuze.

1225
01:17:22,890 --> 01:17:28,050
De weergegeven HSV formuleert
echter dat God Zelf het hart van de

1226
01:17:28,050 --> 01:17:29,850
farao zal verharden.

1227
01:17:29,850 --> 01:17:34,710
De HEERE zei tegen Mozes: Nu
u naar Egypte gaat terugkeren,

1228
01:17:34,710 --> 01:17:39,270
zie erop toe dat u al de wonderen
waartoe Ik u in staat gesteld heb,

1229
01:17:39,270 --> 01:17:41,070
vóór de farao doet.

1230
01:17:41,070 --> 01:17:46,650
Ikzelf echter zal zijn hart verharden,
zodat hij het volk niet zal laten gaan.

1231
01:17:46,650 --> 01:17:49,170
Maar toen de tiende plaag kwam, zei Hij:

1232
01:17:49,170 --> 01:17:52,170
Dit zal werken. Hierna laat hij je gaan.

1233
01:17:52,170 --> 01:17:56,490
God geeft beslist aan dat Hij de
toekomstige keuzes van mensen kent.

1234
01:17:56,490 --> 01:18:00,630
Hij kende Judas, Hij kende
Petrus, Hij kende iedereen.

1235
01:18:00,630 --> 01:18:05,610
Als de Bijbel dus openbaart dat God
zulke toekomstige dingen inderdaad kent,

1236
01:18:05,610 --> 01:18:10,050
dan moeten we dat geloven, ook al
weten we niet hoe Hij ze kan kennen.

1237
01:18:10,050 --> 01:18:14,430
Als ik de vrije wil heb om morgen elke
gedachte te denken die ik maar wil,

1238
01:18:14,430 --> 01:18:18,810
hoe kan God dan weten wat ik zal
kiezen als Hij mij niet beheerst?

1239
01:18:18,810 --> 01:18:20,430
Hoe kan Hij dat weten?

1240
01:18:20,430 --> 01:18:24,450
Ik weet niet hoe Hij dat kan weten,
maar dat hoef ik ook niet te weten.

1241
01:18:24,450 --> 01:18:28,590
Alles wat ik weet, is dat Hij
heeft gezegd dat het waar is.

1242
01:18:28,590 --> 01:18:32,790
Zijn kennis is mij te
wonderbaar. Ze is te hoog.

1243
01:18:32,790 --> 01:18:36,150
Ik kan er niet bij, en ik hoef
er ook niet bij te kunnen.

1244
01:18:36,150 --> 01:18:38,910
Ik hoef mij niet bezig
te houden met hoge dingen

1245
01:18:38,910 --> 01:18:41,430
of met dingen die te hoog voor mij zijn.

1246
01:18:41,430 --> 01:18:44,190
Dat is Gods probleem, niet het mijne.

1247
01:18:44,190 --> 01:18:49,110
Ik geloof dat het gewoon een kwestie
van trots is bij deze mensen die

1248
01:18:49,110 --> 01:18:51,870
tegen Gods voorkennis proberen in te gaan.

1249
01:18:51,870 --> 01:18:53,550
Ze proberen te zeggen:

1250
01:18:53,550 --> 01:18:56,970
Als we het niet kunnen begrijpen,
kan het niet waar zijn.

1251
01:18:56,970 --> 01:19:00,990
Maar daarmee verheffen ze natuurlijk
het menselijk verstand tot een niveau

1252
01:19:00,990 --> 01:19:06,450
waarop de mens denkt dat zijn verstand
alles kan begrijpen wat werkelijk bestaat.

1253
01:19:06,450 --> 01:19:10,530
En dat kan vanzelfsprekend
niet zo zijn. God zei:

1254
01:19:10,530 --> 01:19:13,110
Want Mijn gedachten
zijn niet uw gedachten,

1255
01:19:13,110 --> 01:19:17,250
en uw wegen zijn niet Mijn
wegen, spreekt de HEERE.

1256
01:19:17,250 --> 01:19:19,950
Want zoals de hemel hoger is dan de aarde,

1257
01:19:19,950 --> 01:19:25,530
zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen
en Mijn gedachten dan uw gedachten.

1258
01:19:25,530 --> 01:19:30,510
David beseft hier dat de verzen 7 tot en
met 12 iets beschrijven wat kan overkomen

1259
01:19:30,510 --> 01:19:34,410
als frustratie omdat hij
niet aan God kan ontsnappen.

1260
01:19:34,410 --> 01:19:37,650
Misschien had hij er eigenlijk helemaal
geen belangstelling voor om aan

1261
01:19:37,650 --> 01:19:39,270
God te ontsnappen.

1262
01:19:39,270 --> 01:19:43,050
Misschien probeerde hij alleen op
levendige wijze duidelijk te maken dat

1263
01:19:43,050 --> 01:19:44,850
God overal is.

1264
01:19:44,850 --> 01:19:49,350
Maar de beelden die hij kiest, geven
aan dat er in elk geval momenten zijn

1265
01:19:49,350 --> 01:19:53,310
waarop hij wenst dat hij aan Gods
aandacht zou kunnen ontsnappen.

1266
01:19:53,310 --> 01:19:55,170
Hier heeft hij zojuist gezegd:

1267
01:19:55,170 --> 01:20:00,510
Ú kent mijn zitten en mijn opstaan,
U begrijpt van verre mijn gedachten.

1268
01:20:00,510 --> 01:20:05,790
U onderzoekt mijn gaan en mijn liggen,
U bent met al mijn wegen vertrouwd.

1269
01:20:05,790 --> 01:20:10,350
Al is er nog geen woord op mijn
tong, zie, HEERE, U weet het alles.

1270
01:20:10,350 --> 01:20:14,910
U sluit mij in van achter en van
voren, U legt Uw hand op mij.

1271
01:20:14,910 --> 01:20:16,110
Hij zegt:

1272
01:20:16,110 --> 01:20:20,490
Waar kan ik Uw Geest ontgaan,
waar Uw aangezicht ontvluchten?

1273
01:20:20,490 --> 01:20:24,210
Als ik naar de hemel opga,
bent U daar vanzelfsprekend.

1274
01:20:24,210 --> 01:20:27,690
Maar als ik naar de hel
afdaal, bent U daar ook.

1275
01:20:27,690 --> 01:20:29,910
Hel betekent hier Sheol.

1276
01:20:29,910 --> 01:20:34,050
In het Hebreeuws staat Sheol,
wat het graf kan betekenen.

1277
01:20:34,050 --> 01:20:37,710
Zelfs als ik sterf, kan
ik niet aan U ontsnappen.

1278
01:20:37,710 --> 01:20:41,490
Zelfs als ik naar het graf ga,
kan ik daar niet aan U ontsnappen,

1279
01:20:41,490 --> 01:20:43,410
want U bent daar ook.

1280
01:20:43,410 --> 01:20:46,230
Hoe waar is dat sinds Jezus stierf.

1281
01:20:46,230 --> 01:20:49,350
Jezus daalde af naar de
lagere delen van de aarde,

1282
01:20:49,350 --> 01:20:53,370
opdat Hij alle dingen zou
vervullen, staat er in Efeze 4.

1283
01:20:53,370 --> 01:20:56,790
Jezus is Zelf daadwerkelijk
afgedaald in Sheol.

1284
01:20:56,790 --> 01:21:01,770
Wat David hier zegt, is dat er zelfs
in de dood geen ontsnappen aan U is.

1285
01:21:01,770 --> 01:21:03,630
In vers 9 zegt hij:

1286
01:21:03,630 --> 01:21:07,830
Nam ik vleugels van de dageraad,
woonde ik aan het einde van de zee,

1287
01:21:07,830 --> 01:21:11,490
Hij had niet letterlijk vleugels
zoals wij die tegenwoordig hebben

1288
01:21:11,490 --> 01:21:13,590
en kon geen vliegtuig nemen.

1289
01:21:13,590 --> 01:21:17,010
Dat betekent natuurlijk
de verre heidense landen.

1290
01:21:17,010 --> 01:21:22,290
David had inzicht, want we weten dat
hij bad met zijn gezicht naar Jeruzalem.

1291
01:21:22,290 --> 01:21:25,770
Hij dacht in termen van God
Die in Jeruzalem woonde,

1292
01:21:25,770 --> 01:21:30,930
rondom de ark van het verbond, en
alle Joden waren geneigd zo te denken.

1293
01:21:30,930 --> 01:21:36,570
Maar David besefte dat veel daarvan in
wezen een manier van denken was en dat God

1294
01:21:36,570 --> 01:21:38,910
daar niet werkelijk toe beperkt was.

1295
01:21:38,910 --> 01:21:42,630
Hij besefte dat zelfs als
hij ver van Jeruzalem was,

1296
01:21:42,630 --> 01:21:46,530
in de uiterste delen van de
zee, op de verre eilanden,

1297
01:21:46,530 --> 01:21:51,510
God hem ook daar nog steeds zou
leiden, of hij dat nu wilde of niet.

1298
01:21:51,510 --> 01:21:54,750
Gods hand zou nog steeds op hem rusten.

1299
01:21:54,750 --> 01:21:58,470
Dat is wat hij in de verzen 9 en 10 zegt.

1300
01:21:58,470 --> 01:22:02,190
Vervolgens zegt hij in de verzen 11 en 12

1301
01:22:02,190 --> 01:22:06,330
dat je je voor mensen kunt verbergen
wanneer je het donker ingaat,

1302
01:22:06,330 --> 01:22:10,350
omdat mensen in het donker
niet kunnen zien. Dus zegt hij:

1303
01:22:10,350 --> 01:22:12,750
Ik wacht gewoon tot het donker is.

1304
01:22:12,750 --> 01:22:14,610
Dan kan God me niet zien.

1305
01:22:14,610 --> 01:22:17,130
Maar het maakt geen enkel verschil.

1306
01:22:17,130 --> 01:22:21,570
Nacht, licht en duisternis
maken voor God geen verschil.

1307
01:22:21,570 --> 01:22:24,390
Dat heeft natuurlijk niets
te maken met geestelijk licht

1308
01:22:24,390 --> 01:22:26,550
en geestelijke duisternis.

1309
01:22:26,550 --> 01:22:29,910
We weten dat die dingen voor
God niet hetzelfde zijn.

1310
01:22:29,910 --> 01:22:34,290
Hij heeft het over het vermogen van
de duisternis om dingen te verbergen.

1311
01:22:34,290 --> 01:22:38,250
Voor mensen maakt het een groot
verschil of het licht of donker is.

1312
01:22:38,250 --> 01:22:41,850
Er worden ’s nachts veel meer
misdrijven gepleegd dan overdag,

1313
01:22:41,850 --> 01:22:44,490
om heel voor de hand liggende redenen.

1314
01:22:44,490 --> 01:22:47,250
Mensen kunnen ’s nachts
gemakkelijker met dingen wegkomen,

1315
01:22:47,250 --> 01:22:50,790
omdat andere mensen hen in het
donker minder goed kunnen zien.

1316
01:22:50,790 --> 01:22:53,610
Maar bij God bestaat dat onderscheid niet.

1317
01:22:53,610 --> 01:22:56,790
Zelfs als ik zeg dat de
duisternis mij zal verbergen,

1318
01:22:56,790 --> 01:22:59,970
zal het midden in de nacht
als het middaguur zijn.

1319
01:22:59,970 --> 01:23:03,930
Wat God betreft, Hij kan in
duisternis en licht zien.

1320
01:23:03,930 --> 01:23:06,330
Het is voor Hem allemaal hetzelfde.

1321
01:23:06,330 --> 01:23:09,450
Hij heeft geen natuurlijk
licht nodig om te zien.

1322
01:23:09,450 --> 01:23:13,350
Zijn gezichtsvermogen is daarvan
niet afhankelijk zoals het onze.

1323
01:23:13,350 --> 01:23:18,630
Zo brengt hij tot uitdrukking dat er niet
aan Gods aanwezigheid te ontkomen valt.

1324
01:23:18,630 --> 01:23:22,950
We hebben eerder benadrukt dat David soms
sprak over hoe hij in de aanwezigheid van

1325
01:23:22,950 --> 01:23:24,630
de Heere wilde komen.

1326
01:23:24,630 --> 01:23:28,170
En toch zegt hij hier:
hoe kun je eraan ontkomen?

1327
01:23:28,170 --> 01:23:31,950
Ik heb eerder gezegd dat de
aanwezigheid van God in de Schrift op

1328
01:23:31,950 --> 01:23:33,750
twee manieren wordt gezien.

1329
01:23:33,750 --> 01:23:37,590
In de ene betekenis gaat het om
Zijn universele aanwezigheid,

1330
01:23:37,590 --> 01:23:41,970
en daar wordt hier over gesproken:
Hij is alomtegenwoordig.

1331
01:23:41,970 --> 01:23:44,130
Hij is op alle plaatsen tegelijk.

1332
01:23:44,130 --> 01:23:47,910
Maar de andere betekenis is
Zijn geopenbaarde aanwezigheid.

1333
01:23:47,910 --> 01:23:52,710
Hoewel Hij op alle plaatsen tegelijk
is, ervaar je Hem namelijk niet overal.

1334
01:23:52,710 --> 01:23:56,670
Je geniet niet noodzakelijkerwijs
op elk moment van Zijn aanwezigheid,

1335
01:23:56,670 --> 01:24:01,230
of Hij openbaart Zijn aanwezigheid
niet op elk moment en op elke plaats.

1336
01:24:01,230 --> 01:24:04,290
Er zijn dus twee betekenissen
waarin Hij aanwezig is.

1337
01:24:04,290 --> 01:24:07,050
Hij kan op een bepaalde
bijeenkomst van christenen

1338
01:24:07,050 --> 01:24:10,950
of op een bepaalde plek op
aarde, op een bepaald moment,

1339
01:24:10,950 --> 01:24:13,770
op geopenbaarde wijze aanwezig zijn.

1340
01:24:13,770 --> 01:24:18,870
Dat was Hij toen Jezus op aarde rondliep,
en dat was Hij in de tabernakel.

1341
01:24:18,870 --> 01:24:24,510
Of we kunnen denken aan Zijn universele
aanwezigheid, die evenzeer werkelijk is.

1342
01:24:24,510 --> 01:24:26,190
Hij is overal tegelijk.

1343
01:24:26,190 --> 01:24:30,510
De verzen 13 tot en met 16
gaan over Gods kennis van hem.

1344
01:24:30,510 --> 01:24:34,170
Niet alleen over Zijn kennis
van Davids huidige daden,

1345
01:24:34,170 --> 01:24:37,410
maar over het feit dat
Hij alles van hem wist,

1346
01:24:37,410 --> 01:24:40,590
zelfs voordat hij in de
baarmoeder gevormd was.

1347
01:24:40,590 --> 01:24:45,450
Dit gaat beslist over Gods voorkennis,
want hij spreekt over de tijd

1348
01:24:45,450 --> 01:24:49,590
voordat mijn lichaamsdelen zelfs
maar in het embryo gevormd waren.

1349
01:24:49,590 --> 01:24:54,870
Het woord dat in vers 16 met
‘ongevormd begin’ wordt weergegeven,

1350
01:24:54,870 --> 01:24:58,950
duidt in het Hebreeuws eigenlijk
op het embryo. Er staat:

1351
01:24:58,950 --> 01:25:02,310
Uw ogen hebben mijn
ongevormd begin gezien,

1352
01:25:02,310 --> 01:25:07,110
en zij alle werden in Uw boek beschreven,
de dagen dat zij gevormd werden,

1353
01:25:07,110 --> 01:25:09,570
toen er nog niet één van hen bestond.

1354
01:25:09,570 --> 01:25:14,190
Hij spreekt er dus over dat God al wist
hoe hij eruit zou zien toen David nog een

1355
01:25:14,190 --> 01:25:16,650
embryo in de baarmoeder
van zijn moeder was.

1356
01:25:16,650 --> 01:25:19,410
Hij wist al dat hij niet
alleen tien vingers zou hebben,

1357
01:25:19,410 --> 01:25:22,650
maar ook hoe de vingerafdrukken
eruit zouden zien.

1358
01:25:22,650 --> 01:25:27,570
Natuurlijk vertelt men ons tegenwoordig
dat embryo’s al in een heel vroeg stadium

1359
01:25:27,570 --> 01:25:30,150
volledig ontwikkelde
vingerafdrukken hebben.

1360
01:25:30,150 --> 01:25:32,970
Maar het punt is dat God hem al kende

1361
01:25:32,970 --> 01:25:36,510
voordat ook maar iets daarvan aan
zijn lichaam tot bestaan kwam.

1362
01:25:36,510 --> 01:25:39,090
God kende al die lichaamsdelen al.

1363
01:25:39,090 --> 01:25:42,510
Over al zijn lichaamsdelen
zegt hij in vers 16:

1364
01:25:42,510 --> 01:25:44,850
stonden in Uw boek geschreven.

1365
01:25:44,850 --> 01:25:50,370
Dat betekent natuurlijk dat God alle delen
van Davids lichaam al had opgeschreven en

1366
01:25:50,370 --> 01:25:54,630
geïnventariseerd voordat ook maar
één daarvan tot bestaan kwam,

1367
01:25:54,630 --> 01:25:56,730
elk detail van zijn leven.

1368
01:25:56,730 --> 01:26:02,190
**Vertaaltoelichting:** de uitleg van de
spreker volgt hier de King James-lezing

1369
01:26:02,190 --> 01:26:03,150
‘all my members’.

1370
01:26:03,150 --> 01:26:09,750
In de HSV verwijst ‘zij
alle’ in Psalm 139:16

1371
01:26:09,750 --> 01:26:13,110
naar de dagen die in Gods
boek beschreven zijn.

1372
01:26:13,110 --> 01:26:14,790
In vers 13 staat:

1373
01:26:14,790 --> 01:26:20,730
Want Ú hebt mijn nieren geschapen, mij
in de schoot van mijn moeder geweven.

1374
01:26:20,730 --> 01:26:25,050
Die twee werkwoorden zijn ongelukkige
vertalingen uit het Hebreeuws.

1375
01:26:25,050 --> 01:26:30,450
Het eerste, ‘possessed’, zou beter
vertaald kunnen worden met ‘gevormd’.

1376
01:26:30,450 --> 01:26:34,410
Het Hebreeuwse woord
betekent werkelijk ‘gevormd’.

1377
01:26:34,410 --> 01:26:38,310
Waarom het in dit geval met
‘possessed’ vertaald is, weet ik niet.

1378
01:26:38,310 --> 01:26:43,590
Het woord ‘covered’ zou beter vertaald
kunnen worden met ‘samengeweven’.

1379
01:26:43,590 --> 01:26:48,330
**Vertaaltoelichting:** deze kritiek
betreft de Engelse King James-woorden

1380
01:26:48,330 --> 01:26:50,550
‘possessed’ en ‘covered’.

1381
01:26:50,550 --> 01:26:56,190
De aangehaalde HSV gebruikt hier
al ‘geschapen’ en ‘geweven’.

1382
01:26:56,190 --> 01:27:00,090
Het is het woord dat gebruikt
wordt voor het weven van stof,

1383
01:27:00,090 --> 01:27:03,750
waarbij de verschillende kleuren
draad allemaal tot één stuk

1384
01:27:03,750 --> 01:27:05,790
stof worden samengeweven.

1385
01:27:05,790 --> 01:27:08,310
We zouden het dus zo moeten vertalen:

1386
01:27:08,310 --> 01:27:10,950
Want u hebt mijn binnenste gevormd.

1387
01:27:10,950 --> 01:27:15,090
Met de nieren worden waarschijnlijk
alle inwendige organen bedoeld.

1388
01:27:15,090 --> 01:27:19,410
God vormde de organen in zijn
lichaam en weefde hem samen:

1389
01:27:19,410 --> 01:27:22,890
U hebt mij in de buik van
mijn moeder in elkaar gezet.

1390
01:27:22,890 --> 01:27:27,510
U hebt al mijn onderdelen daar
tot één geheel samengeweven.

1391
01:27:27,510 --> 01:27:29,430
Hij zegt in vers 14:

1392
01:27:29,430 --> 01:27:33,930
Ik loof U omdat ik ontzagwekkend
wonderlijk gemaakt ben;

1393
01:27:33,930 --> 01:27:38,970
wonderlijk zijn Uw werken,
mijn ziel weet dat zeer goed.

1394
01:27:38,970 --> 01:27:43,110
David had er geen idee van
hoe waar die uitspraak is.

1395
01:27:43,110 --> 01:27:47,430
In zijn tijd was er natuurlijk bij
lange na niet zoveel onderzoek gedaan.

1396
01:27:47,430 --> 01:27:51,390
Maar in zekere zin maakte dat het
misschien nog wonderbaarlijker.

1397
01:27:51,390 --> 01:27:55,050
Wij kunnen bijvoorbeeld het menselijk oog
bestuderen vanuit het gezichtspunt van

1398
01:27:55,050 --> 01:27:59,070
mensen die in een tijdperk van
wetenschappelijke ontdekkingen leven.

1399
01:27:59,070 --> 01:28:03,810
We kunnen te weten komen dat er miljarden
kleine kegeltjes en staafjes zijn

1400
01:28:03,810 --> 01:28:07,590
die de lichtgolven via de
oogzenuw naar onze hersenen voeren

1401
01:28:07,590 --> 01:28:09,690
en ze daar in een beeld omzetten.

1402
01:28:09,690 --> 01:28:12,690
We kunnen spreken over
alle delen van het oog:

1403
01:28:12,690 --> 01:28:15,810
het hoornvlies en hoe
dat het oog beschermt,

1404
01:28:15,810 --> 01:28:18,870
en vervolgens via de
pupil naar de lens gaan.

1405
01:28:18,870 --> 01:28:22,710
De lens projecteert het beeld
ondersteboven op het netvlies

1406
01:28:22,710 --> 01:28:24,150
achter in het oog.

1407
01:28:24,150 --> 01:28:27,930
Door wetenschappelijk onderzoek zijn
we al die dingen te weten gekomen,

1408
01:28:27,930 --> 01:28:31,230
en kunnen we zeggen:
‘Dat is verbazingwekkend.

1409
01:28:31,230 --> 01:28:33,090
Dat is wonderbaarlijk.’

1410
01:28:33,090 --> 01:28:36,330
Maar in zekere zin was het
in zijn tijd niet minder

1411
01:28:36,330 --> 01:28:39,150
wonderbaarlijk of verbazingwekkend.

1412
01:28:39,150 --> 01:28:41,550
Hij wist tenslotte dat er iets gebeurt.

1413
01:28:41,550 --> 01:28:46,410
Hij wist dat beelden op de een of andere
manier door dat kleine gaatje gaan en

1414
01:28:46,410 --> 01:28:50,250
ergens in zijn hoofd veranderen
in iets wat hij kan zien.

1415
01:28:50,250 --> 01:28:52,170
Hij wist niet hoe dat gebeurde.

1416
01:28:52,170 --> 01:28:56,190
En de wetenschappelijke ontdekkingen van
de moderne tijd hebben de verbazing en

1417
01:28:56,190 --> 01:28:58,770
verwondering erover niet verminderd.

1418
01:28:58,770 --> 01:29:01,290
Ze hebben die eigenlijk
alleen maar versterkt.

1419
01:29:01,290 --> 01:29:06,150
Ze hebben ons, denk ik, alleen maar
bewuster gemaakt van hoe gedetailleerd wij

1420
01:29:06,150 --> 01:29:07,650
in elkaar zitten.

1421
01:29:07,650 --> 01:29:12,150
Darwin, die natuurlijk probeerde te
betogen dat wij zonder goddelijke leiding,

1422
01:29:12,150 --> 01:29:16,770
zonder leiding van God, geëvolueerd
zijn, schreef eens aan een vriend

1423
01:29:16,770 --> 01:29:17,970
over de oogbol.

1424
01:29:17,970 --> 01:29:21,990
Hij zei: ‘Telkens wanneer ik
aan het oog denk, huiver ik.’

1425
01:29:21,990 --> 01:29:25,350
Hij zei dat omdat hij wist
hoe complex het oog was.

1426
01:29:25,350 --> 01:29:29,010
Het deed hem huiveren wanneer hij
probeerde te bedenken hoe hij dat vanuit

1427
01:29:29,010 --> 01:29:30,930
de evolutie kon verklaren.

1428
01:29:30,930 --> 01:29:34,650
Hij had zijn hele reputatie
op de evolutietheorie gezet.

1429
01:29:34,650 --> 01:29:38,430
Maar telkens wanneer hij aan het
oog dacht, kreeg hij de kriebels,

1430
01:29:38,430 --> 01:29:41,430
omdat hij besefte dat er geen
verklaring was voor de manier

1431
01:29:41,430 --> 01:29:43,890
waarop dat geëvolueerd zou kunnen zijn.

1432
01:29:43,890 --> 01:29:45,630
Het is te complex.

1433
01:29:45,630 --> 01:29:48,450
Het wijst te sterk op een ontwerper.

1434
01:29:48,450 --> 01:29:52,230
David wist niet alles wat wij
weten over het oog of, laten we

1435
01:29:52,230 --> 01:29:55,110
zeggen, het voortplantingsstelsel.

1436
01:29:55,110 --> 01:30:00,210
Denk eens aan wat je weet over seksuele
voortplanting, over hoe die werkt.

1437
01:30:00,210 --> 01:30:03,210
Denk eens aan alle bijzonderheden daarvan.

1438
01:30:03,210 --> 01:30:05,250
David wist al die dingen niet.

1439
01:30:05,250 --> 01:30:09,810
Hij wist natuurlijk wel dat voortplanting
plaatsvond door seksuele activiteit.

1440
01:30:09,810 --> 01:30:15,030
Hij had geen idee van de eicel en de
zaadcel en van alles wat daarbij gebeurt.

1441
01:30:15,030 --> 01:30:19,290
Maar hij wist dat zijn lichaam
wonderbaarlijke eigenschappen had,

1442
01:30:19,290 --> 01:30:21,210
Dat benam hem de adem.

1443
01:30:21,210 --> 01:30:25,830
Hoe meer wij te weten komen, hoe meer
dat natuurlijk waar blijkt te zijn.

1444
01:30:25,830 --> 01:30:30,030
Hoe meer we erover leren, hoe
meer het ons de adem beneemt.

1445
01:30:30,030 --> 01:30:33,930
Sommige mensen denken dat
geloof in God en in wonderen

1446
01:30:33,930 --> 01:30:38,130
vroeger geschikt was voor mensen die
geen wetenschappelijke kennis hadden.

1447
01:30:38,130 --> 01:30:42,930
Mensen in oude, primitieve tijden
kenden de wetten van de wetenschap niet.

1448
01:30:42,930 --> 01:30:45,330
Daarom verklaarden ze
alles als een wonder,

1449
01:30:45,330 --> 01:30:48,870
of schreven ze alles aan God
toe omdat ze niet beter wisten.

1450
01:30:48,870 --> 01:30:52,110
Maar atheïsten zeggen over het algemeen:

1451
01:30:52,110 --> 01:30:56,190
‘Wetenschappelijke ontdekkingen
hebben het overbodig gemaakt om in God

1452
01:30:56,190 --> 01:31:00,930
en wonderen te geloven, want nu kunnen
we alles wetenschappelijk verklaren.’

1453
01:31:00,930 --> 01:31:03,030
Maar dat is eenvoudigweg niet waar.

1454
01:31:03,030 --> 01:31:05,730
We kunnen veel dingen
wetenschappelijk verklaren,

1455
01:31:05,730 --> 01:31:09,030
maar daarmee verdwijnt de
noodzaak van een God niet.

1456
01:31:09,030 --> 01:31:13,230
Hoe beter we de wonderen begrijpen, of
hoe beter we de wetenschappelijke feiten

1457
01:31:13,230 --> 01:31:17,130
begrijpen, hoe meer we zien
dat het wonderbaarlijk is.

1458
01:31:17,130 --> 01:31:21,030
Hoe meer we zien dat zoiets
niet zomaar gebeurd kan zijn en

1459
01:31:21,030 --> 01:31:23,910
niet zonder een ontwerper
ontworpen kan zijn.

1460
01:31:23,910 --> 01:31:28,110
Het bewijst ons alleen maar
des te meer dat er een God is.

1461
01:31:28,110 --> 01:31:32,190
De wetenschap is er niet in geslaagd
de noodzaak om in God te geloven

1462
01:31:32,190 --> 01:31:33,330
weg te nemen.

1463
01:31:33,330 --> 01:31:35,250
Maar hij vermeldt natuurlijk:

1464
01:31:35,250 --> 01:31:38,310
zij alle werden in Uw boek beschreven,

1465
01:31:38,310 --> 01:31:43,290
Dat wil zeggen dat van tevoren bepaald
was dat ze tot bestaan zouden komen,

1466
01:31:43,290 --> 01:31:46,230
nog voordat ze in de
baarmoeder gevormd werden.

1467
01:31:46,230 --> 01:31:50,310
Dit zou mensen iets moeten zeggen
wanneer ze proberen te bepalen of een

1468
01:31:50,310 --> 01:31:55,470
embryo wel of niet een mens is, en of
een embryo terecht geaborteerd kan worden

1469
01:31:55,470 --> 01:31:59,430
zonder te verhinderen dat een
mensenleven tot ontwikkeling komt.

1470
01:31:59,430 --> 01:32:02,250
Hier wordt in wezen gezegd
dat ieder deel van het

1471
01:32:02,250 --> 01:32:05,010
embryo in Gods boek geschreven stond, nog

1472
01:32:05,010 --> 01:32:07,830
voordat het ook maar
enigszins gevormd was.

1473
01:32:07,830 --> 01:32:11,910
Dat wil zeggen: Hij had de
bestelling al uitgeschreven.

1474
01:32:11,910 --> 01:32:16,770
Hij had een inkooporder uitgeschreven
om deze mens te laten leveren.

1475
01:32:16,770 --> 01:32:19,470
Zelfs voordat hij in de
baarmoeder werd vervaardigd,

1476
01:32:19,470 --> 01:32:23,190
lag de blauwdruk ervoor al
klaar. Hij was al besteld.

1477
01:32:23,190 --> 01:32:27,570
Als hij geaborteerd wordt, is dat
natuurlijk een mensenleven waarvan God,

1478
01:32:27,570 --> 01:32:32,550
nog voordat het ooit verwekt was, had
bepaald dat het tot leven moest komen,

1479
01:32:32,550 --> 01:32:35,610
dat het op zijn minst
werkelijk verwekt moest worden,

1480
01:32:35,610 --> 01:32:38,670
en waarvan Hij wilde dat
het geboren zou worden.

1481
01:32:38,670 --> 01:32:42,210
Maar de zonden van mensen zouden
dat natuurlijk kunnen veranderen.

1482
01:32:42,210 --> 01:32:45,750
Ze veranderen echter niet de
eeuwige bestemming van dat embryo,

1483
01:32:45,750 --> 01:32:50,370
want God verlangde ernaar dat
dat embryo behouden zou worden.

1484
01:32:50,370 --> 01:32:56,490
Ik geloof dat een geaborteerde baby een
levende ziel en een behouden ziel is.

1485
01:32:56,490 --> 01:33:01,110
Hoe verschrikkelijk abortus ook is,
één troost is dat de behoudenis van

1486
01:33:01,110 --> 01:33:03,830
geaborteerde baby’s —
dat geloof ik althans —

1487
01:33:03,830 --> 01:33:06,690
als gegarandeerd kan worden beschouwd.

1488
01:33:06,690 --> 01:33:09,870
Van baby’s die geboren
worden, is immers niet altijd

1489
01:33:09,870 --> 01:33:13,110
gegarandeerd dat ze
opgroeien en behouden worden.

1490
01:33:13,110 --> 01:33:16,710
Dat rechtvaardigt abortus
beslist op geen enkele manier,

1491
01:33:16,710 --> 01:33:18,810
maar het is wel een kleine troost,

1492
01:33:18,810 --> 01:33:22,290
aangezien we weten dat er
miljoenen geaborteerd worden.

1493
01:33:22,290 --> 01:33:27,390
In vers 17 en 18 wordt eenvoudigweg
gezegd dat Gods gedachten,

1494
01:33:27,390 --> 01:33:29,971
of de feiten die Hij over mij kent —

1495
01:33:29,971 --> 01:33:33,930
Daarom, hoe kostbaar zijn
mij Uw gedachten, o God,

1496
01:33:33,930 --> 01:33:37,890
hoe machtig groot is hun
aantal. Zou ik ze tellen?

1497
01:33:37,890 --> 01:33:43,350
Zij zijn talrijker dan korrels zand;
ontwaak ik, dan ben ik nog bij U.

1498
01:33:43,350 --> 01:33:44,310
of:

1499
01:33:44,310 --> 01:33:49,230
voor mij zo talrijk en kostbaar zijn
dat de som ervan niet te tellen is.

1500
01:33:49,230 --> 01:33:54,030
Alles wat God over mij weet: als je iedere
gedachte die God over mij heeft zou kunnen

1501
01:33:54,030 --> 01:33:58,490
opschrijven, alles wat Hij over
mij weet, alle bijzonderheden —

1502
01:33:58,490 --> 01:34:03,390
hoeveel atomen er in mijn lichaam zijn,
hoeveel moleculen, hoeveel eiwitten,

1503
01:34:03,390 --> 01:34:08,250
hoeveel aminozuren — dan zou geen enkele
lijst alles kunnen bevatten wat Hij

1504
01:34:08,250 --> 01:34:09,630
over mij weet.

1505
01:34:09,630 --> 01:34:12,090
De som van de gedachten
die Hij over ons heeft,

1506
01:34:12,090 --> 01:34:16,470
is groter dan wat geteld kan
worden, talrijker dan het zand.

1507
01:34:16,470 --> 01:34:17,610
En hij zegt:

1508
01:34:17,610 --> 01:34:20,430
Als ik wakker word, ben
ik nog steeds bij u.

1509
01:34:20,430 --> 01:34:22,890
Dat lijkt een misplaatste uitspraak.

1510
01:34:22,890 --> 01:34:26,910
Je zou verwachten dat die eerder aan
het einde van vers 12 thuishoort,

1511
01:34:26,910 --> 01:34:31,230
waar hij het erover heeft gehad
dat Gods aanwezigheid er altijd is,

1512
01:34:31,230 --> 01:34:33,210
ongeacht waar hij naartoe gaat.

1513
01:34:33,210 --> 01:34:38,070
Hoe dan ook, hij lijkt te zeggen dat God
zelfs wanneer hij slaapt over hem waakt,

1514
01:34:38,070 --> 01:34:42,090
en dat Gods aanwezigheid er al
is wanneer hij wakker wordt.

1515
01:34:42,090 --> 01:34:47,970
Vers 19 tot en met 22 kunnen in bepaalde
opzichten wat onaangenaam overkomen,

1516
01:34:47,970 --> 01:34:51,210
omdat hij spreekt over het
haten van mensen en over

1517
01:34:51,210 --> 01:34:53,310
haten met een volkomen haat.

1518
01:34:53,310 --> 01:34:56,190
Wat misschien nog verrassender
is dan dat hij dit zegt,

1519
01:34:56,190 --> 01:34:59,010
is dat hij aan het
einde van de psalm zegt:

1520
01:34:59,010 --> 01:35:04,950
Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart,
beproef mij en ken mijn gedachten.

1521
01:35:04,950 --> 01:35:09,990
Zie of er bij mij een schadelijke
weg is en leid mij op de eeuwige weg.

1522
01:35:09,990 --> 01:35:16,110
Wij zouden kunnen denken: ‘Er is duidelijk
een goddeloze weg in hem. Hij haat mensen.

1523
01:35:16,110 --> 01:35:18,990
Jezus zei dat we onze
vijanden moeten liefhebben.’

1524
01:35:18,990 --> 01:35:22,230
En toch zei David niet dat
hij zijn vijanden haatte.

1525
01:35:22,230 --> 01:35:24,570
Hij zei dat hij Gods vijanden haatte.

1526
01:35:24,570 --> 01:35:26,850
Dat is een heel belangrijk onderscheid.

1527
01:35:26,850 --> 01:35:29,970
Ik zeg niet dat wij moeten
leren mensen te haten.

1528
01:35:29,970 --> 01:35:34,050
Maar we weten wel dat een van de
psalmen die we hebben gelezen, zei:

1529
01:35:34,050 --> 01:35:37,650
U die de HEERE liefhebt, haat het kwade.

1530
01:35:37,650 --> 01:35:41,490
Hij bewaart de ziel van Zijn
gunstelingen, Hij redt hen uit de hand

1531
01:35:41,490 --> 01:35:43,230
van de goddelozen.

1532
01:35:43,230 --> 01:35:47,910
David belooft eenvoudigweg dat hij Gods
kant zal kiezen tegenover het kwaad.

1533
01:35:47,910 --> 01:35:52,290
We hebben hem dit eerder zien
doen in Psalm 111. Hij zei:

1534
01:35:52,290 --> 01:35:56,070
Wie bedrog pleegt, zal binnen
mijn huis niet verblijven.

1535
01:35:56,070 --> 01:36:00,210
Wie leugens spreekt, zal voor
mijn ogen geen stand houden.

1536
01:36:00,210 --> 01:36:02,550
Maar bedenk dat hij als koning sprak.

1537
01:36:02,550 --> 01:36:07,050
Hij zei in wezen dat hij geen enkel
compromis met het kwaad zou toestaan,

1538
01:36:07,050 --> 01:36:11,070
zelfs niet als hij daar als koning
enig voordeel van zou kunnen hebben.

1539
01:36:11,070 --> 01:36:15,210
Bepaalde goddeloze mannen zijn waardevol
om aan je kant te hebben als je een

1540
01:36:15,210 --> 01:36:16,950
politiek ambt bekleedt.

1541
01:36:16,950 --> 01:36:20,670
Maar hij zei dat hij helemaal geen
gelegenheidsverbonden met goddeloze mannen

1542
01:36:20,670 --> 01:36:23,310
zal sluiten. Hij zal hen mijden.

1543
01:36:23,310 --> 01:36:27,990
Hij haat hen omdat zij God haten,
niet omdat zij zijn vijanden zijn,

1544
01:36:27,990 --> 01:36:30,630
maar omdat zij Gods vijanden zijn.

1545
01:36:30,630 --> 01:36:33,690
Hij haat hen met een volkomen haat.

1546
01:36:33,690 --> 01:36:37,230
Dat moet betekenen dat er
helemaal geen zelfzucht in zit.

1547
01:36:37,230 --> 01:36:39,210
Het is niet iets onzuivers.

1548
01:36:39,210 --> 01:36:43,230
Het is meer alsof hij Gods
gevoelens hierover overneemt.

1549
01:36:43,230 --> 01:36:46,710
De Bijbel spreekt duidelijk
over mensen die God haat.

1550
01:36:46,710 --> 01:36:48,450
Er staat in Maleachi:

1551
01:36:48,450 --> 01:36:53,850
Ik heb u liefgehad, zegt de HEERE, maar
u zegt: Waarin hebt U ons liefgehad?

1552
01:36:53,850 --> 01:36:57,390
Was Ezau niet de broer van
Jakob? spreekt de HEERE.

1553
01:36:57,390 --> 01:37:00,870
Toch heb Ik Jakob liefgehad,
en Ezau heb Ik gehaat.

1554
01:37:00,870 --> 01:37:03,630
Ik heb zijn bergen
gemaakt tot een woestenij,

1555
01:37:03,630 --> 01:37:08,130
en zijn erfelijk bezit prijsgegeven
aan de jakhalzen van de woestijn.

1556
01:37:08,130 --> 01:37:10,590
Maleachi hoofdstuk 1 zegt:

1557
01:37:10,590 --> 01:37:14,790
Toch heb Ik Jakob liefgehad,
en Ezau heb Ik gehaat.

1558
01:37:14,790 --> 01:37:18,750
In Spreuken staat dat er zes of
zeven dingen zijn die God haat,

1559
01:37:18,750 --> 01:37:21,690
en sommige van de genoemde
dingen zijn mensen.

1560
01:37:21,690 --> 01:37:26,790
een valse getuige die leugens blaast, en
die tussen broeders twisten teweegbrengt.

1561
01:37:26,790 --> 01:37:30,030
Dat is een mens die tweedracht
zaait onder broeders.

1562
01:37:30,030 --> 01:37:32,550
Hij is een van de dingen die God haat.

1563
01:37:32,550 --> 01:37:34,650
Er zijn mensen die God haat.

1564
01:37:34,650 --> 01:37:37,710
Nu haat Hij hen in de ene betekenis.

1565
01:37:37,710 --> 01:37:40,710
In een andere betekenis
heeft Hij hen lief.

1566
01:37:40,710 --> 01:37:45,570
Hij heeft hen lief in de zin dat Hij
liever heeft dat zij behouden worden.

1567
01:37:45,570 --> 01:37:48,690
Hij wenst dat zij behouden zouden worden.

1568
01:37:48,690 --> 01:37:52,770
Hij is bereid elk offer te
brengen opdat zij behouden worden.

1569
01:37:52,770 --> 01:37:55,350
Toch verwerpen zij Zijn behoud.

1570
01:37:55,350 --> 01:37:57,330
Ze spugen Hem in het gezicht.

1571
01:37:57,330 --> 01:37:59,430
Ze wijzen al Zijn liefde af.

1572
01:37:59,430 --> 01:38:04,110
Hij weet dat velen van hen dat tot
hun dood zullen doen en Zijn behoud

1573
01:38:04,110 --> 01:38:06,090
nooit zullen aannemen.

1574
01:38:06,090 --> 01:38:10,830
In feite werpen ze Zijn liefde van
zich af en verdienen daardoor in plaats

1575
01:38:10,830 --> 01:38:12,690
daarvan Zijn haat.

1576
01:38:12,690 --> 01:38:16,950
Nu is God langzaam tot toorn
en rijk aan barmhartigheid,

1577
01:38:16,950 --> 01:38:22,170
maar de Bijbel geeft aan dat Gods toorn
niet voor altijd zal worden ingehouden.

1578
01:38:22,170 --> 01:38:25,650
Hij heeft mensen lief,
zelfs vijanden van Hem.

1579
01:38:25,650 --> 01:38:28,950
Dat blijkt duidelijk uit het
geval van de apostel Paulus.

1580
01:38:28,950 --> 01:38:34,110
Toen hij Gods vijand was, had God hem
nog steeds lief en zocht Hij hem op.

1581
01:38:34,110 --> 01:38:37,410
En dat heeft Hij bij veel
grote misdadigers gedaan.

1582
01:38:37,410 --> 01:38:41,610
Maar dat betekent niet dat er geen
mensen zijn tegenover wie God vanwege hun

1583
01:38:41,610 --> 01:38:45,030
goddeloosheid een afkerige
houding heeft aangenomen,

1584
01:38:45,030 --> 01:38:50,370
en vanwege hun keuze om volledig en
voorgoed tegen God in opstand te komen.

1585
01:38:50,370 --> 01:38:52,650
Ik wil nog één Psalm lezen.

1586
01:38:52,650 --> 01:38:54,930
Ik zal er niet erg veel over zeggen.

1587
01:38:54,930 --> 01:38:58,530
Het is weer een van die Psalmen
van David waarin hij om bevrijding

1588
01:38:58,530 --> 01:39:00,030
van vijanden roept.

1589
01:39:00,030 --> 01:39:03,690
Die lijkt inhoudelijk en naar de
geest natuurlijk op veel van de andere

1590
01:39:03,690 --> 01:39:05,910
Psalmen van David die we hebben gelezen.

1591
01:39:05,910 --> 01:39:09,450
Red mij, HEERE, van slechte mensen.

1592
01:39:09,450 --> 01:39:14,130
Bescherm mij tegen de mannen van geweld,
die veel kwaad in hun hart bedenken,

1593
01:39:14,130 --> 01:39:17,010
elke dag samenscholen om te strijden.

1594
01:39:17,010 --> 01:39:21,930
Zij scherpen hun tong als een slang,
addervergif is onder hun lippen.

1595
01:39:21,930 --> 01:39:25,950
Sela Bewaar mij, HEERE, voor
de handen van de goddeloze.

1596
01:39:25,950 --> 01:39:30,870
Bescherm mij tegen mannen van geweld,
die mijn voeten denken weg te stoten.

1597
01:39:30,870 --> 01:39:34,950
De hoogmoedigen verborgen
een strik voor mij en touwen.

1598
01:39:34,950 --> 01:39:40,530
Zij spanden een net langs de weg,
valstrikken zetten zij voor mij. Sela

1599
01:39:40,530 --> 01:39:44,730
Het woord ‘gin’ duidt een
bepaald soort val aan.

1600
01:39:44,730 --> 01:39:46,830
Ze hebben een val voor me gezet.

1601
01:39:46,830 --> 01:39:52,110
Ik heb tegen de HEERE gezegd:
U bent mijn God, neem, HEERE,

1602
01:39:52,110 --> 01:39:54,930
mijn luide smeekbeden ter ore.

1603
01:39:54,930 --> 01:39:58,830
HEERE Heere, kracht van
mijn heil, U hebt mijn hoofd

1604
01:39:58,830 --> 01:40:00,990
beschut op de dag van de strijd.

1605
01:40:00,990 --> 01:40:05,010
Dit betekent waarschijnlijk dat Hij een
beschermende bedekking over hem heen

1606
01:40:05,010 --> 01:40:08,550
legde, zodat hij in de
strijd niet gewond raakte.

1607
01:40:08,550 --> 01:40:14,310
HEERE, vervul de wensen van de goddeloze
niet, laat zijn boze plannen niet lukken;

1608
01:40:14,310 --> 01:40:16,830
zij zouden zich trots verheffen.

1609
01:40:16,830 --> 01:40:19,771
Sela Het hoofd van wie mij omringen —

1610
01:40:19,771 --> 01:40:23,070
laat het kwaad van zijn
lippen hemzelf bedekken.

1611
01:40:23,070 --> 01:40:26,310
Vurige kolen moeten over
hen uitgestort worden.

1612
01:40:26,310 --> 01:40:32,370
O God, doe hen vallen in het vuur, in
diepe kuilen, zodat zij niet meer opstaan.

1613
01:40:32,370 --> 01:40:35,910
Dit is een van de
vervloekingsuitspraken in de Psalmen.

1614
01:40:35,910 --> 01:40:41,491
Een man met een boze tong houdt op de
aarde geen stand, een man van geweld —

1615
01:40:41,491 --> 01:40:45,330
laat onheil hem vangen, totdat
hij helemaal verdreven is.

1616
01:40:45,330 --> 01:40:49,410
Ik weet dat de HEERE de rechtszaak
van de ellendige en het recht van de

1617
01:40:49,410 --> 01:40:50,610
armen zal behartigen.

1618
01:40:50,610 --> 01:40:54,330
Voorzeker, de rechtvaardigen
zullen Uw Naam loven,

1619
01:40:54,330 --> 01:40:57,330
de oprechten zullen voor
Uw aangezicht wonen.

1620
01:40:57,330 --> 01:41:00,990
De uitspraak dat de oprechten in
Gods tegenwoordigheid zullen wonen,

1621
01:41:00,990 --> 01:41:05,790
herinnert ons aan Psalm 15
en Psalm 24, waar staat:

1622
01:41:05,790 --> 01:41:08,790
Hij die oprecht wandelt
en gerechtigheid beoefent,

1623
01:41:08,790 --> 01:41:11,430
die met zijn hart de waarheid spreekt.

1624
01:41:11,430 --> 01:41:15,390
Het verwijst naar de karaktereigenschappen
van degenen die ervoor in aanmerking

1625
01:41:15,390 --> 01:41:20,730
zouden komen om in voortdurende,
ononderbroken gemeenschap met God te zijn.

1626
01:41:20,730 --> 01:41:24,270
De laatste uitspraken, de verzen 12 en 13,

1627
01:41:24,270 --> 01:41:27,810
zijn zoals zoveel andere
de afsluitende uitspraken

1628
01:41:27,810 --> 01:41:30,450
waarin hij zijn vertrouwen
in God uitspreekt,

1629
01:41:30,450 --> 01:41:33,210
hoewel de omstandigheden
nog niet zijn veranderd.

1630
01:41:33,210 --> 01:41:37,710
Hij roept nog steeds om hulp, maar toch
spreekt hij zijn volledige vertrouwen uit

1631
01:41:37,710 --> 01:41:42,150
dat God voor zijn recht zal opkomen
en zijn zaak zal behartigen.

1632
01:41:42,150 --> 01:41:46,050
De vervloekingen waar hij in de
verzen 8 tot en met 11 om vraagt,

1633
01:41:46,050 --> 01:41:49,470
zijn vervloekingen die tegen
het kwaad worden uitgesproken.

1634
01:41:49,470 --> 01:41:52,170
Ze lijken niet uit
zelfzucht voort te komen,

1635
01:41:52,170 --> 01:41:56,490
al zijn de mensen over wie hij onheil
afroept natuurlijk wel mensen die

1636
01:41:56,490 --> 01:41:58,710
onheil over hem hebben afgeroepen.

1637
01:41:58,710 --> 01:42:01,770
Maar hij vraagt God deze dingen
niet alleen vanuit een gevoel

1638
01:42:01,770 --> 01:42:03,690
van persoonlijke wraak.

1639
01:42:03,690 --> 01:42:08,730
In feite probeert hij te voorkomen
dat de goddelozen zichzelf verheffen.

1640
01:42:08,730 --> 01:42:10,110
Vers 8 zegt:

1641
01:42:10,110 --> 01:42:12,390
zodat ze zich niet verheffen.

1642
01:42:12,390 --> 01:42:14,130
In vers 11 staat:

1643
01:42:14,130 --> 01:42:18,150
Laat iemand die kwaadspreekt geen
vaste voet aan de grond krijgen.

1644
01:42:18,150 --> 01:42:22,710
Hij beseft dat het slecht zal aflopen
voor de aarde en voor de zaak van God

1645
01:42:22,710 --> 01:42:25,170
wanneer de goddelozen gezag bekleden.

1646
01:42:25,170 --> 01:42:29,850
En dat was wat er gebeurde: de goddelozen
probeerden blijkbaar gezag over hem te

1647
01:42:29,850 --> 01:42:33,150
krijgen, hoewel hij de
rechtmatige koning was.

1648
01:42:33,150 --> 01:42:37,650
Het Koninkrijk van God zal niet op
aarde zichtbaar zijn en Zijn wil

1649
01:42:37,650 --> 01:42:42,150
zal niet op aarde gedaan worden als
de goddelozen vaste voet krijgen.

1650
01:42:42,150 --> 01:42:45,750
Daarom roept hij in feite om de
vernietiging van de goddelozen,

1651
01:42:45,750 --> 01:42:48,030
zodat zulke dingen niet gebeuren.

1652
01:42:48,030 --> 01:42:52,950
Hij bekommert zich meer om de zaak van
God dan om zijn eigen persoonlijke wraak.

1653
01:42:52,950 --> 01:42:57,570
Dat is het geval met zoveel van die
vloekpsalmen, waarschijnlijk met allemaal.

1654
01:42:57,570 --> 01:43:01,830
We komen hierop terug en zullen, denk
ik, de Psalmen waarschijnlijk afronden.
