1
00:00:02,010 --> 00:00:04,650
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,650 --> 00:00:10,890
Deze keer behandelen we
Psalmen 16, 40 en 41.

3
00:00:10,890 --> 00:00:14,310
We gaan verder met onze studie
van de messiaanse Psalmen.

4
00:00:14,310 --> 00:00:18,690
In de vorige lezing hebben we
gesproken over vier messiaanse Psalmen

5
00:00:18,690 --> 00:00:22,110
die te maken hadden met het
Koninkrijk van de Messias.

6
00:00:22,110 --> 00:00:29,790
We hebben gesproken over Psalm 2,
Psalm 45, Psalm 72 en Psalm 110.

7
00:00:29,790 --> 00:00:35,910
Al deze Psalmen hadden één ding gemeen:
ze schilderden de Messias af als een groot

8
00:00:35,910 --> 00:00:39,030
Koning over een wereldwijd Koninkrijk.

9
00:00:39,030 --> 00:00:42,150
We weten, omdat de schrijvers
van het Nieuwe Testament

10
00:00:42,150 --> 00:00:47,310
het voor ons zo hebben uitgelegd,
dat dit Koninkrijk de gemeente is.

11
00:00:47,310 --> 00:00:50,370
Die breidt zich door de
prediking van het Evangelie

12
00:00:50,370 --> 00:00:53,130
steeds verder over de hele wereld uit.

13
00:00:53,130 --> 00:00:56,010
Jezus regeert in dit Koninkrijk.

14
00:00:56,010 --> 00:00:59,970
We willen ons nu richten op enkele
andere messiaanse profetieën,

15
00:00:59,970 --> 00:01:04,350
die niet zozeer de nadruk leggen op
de koninklijke rol van de Messias.

16
00:01:04,350 --> 00:01:07,350
Sommige daarvan verwijzen
naar een bepaalde gebeurtenis

17
00:01:07,350 --> 00:01:10,110
of een bepaald kenmerk van Zijn leven.

18
00:01:10,110 --> 00:01:15,870
Er zijn verschillende Psalmen die, kort
of uitvoerig, over Zijn lijden spreken.

19
00:01:15,870 --> 00:01:20,130
De Psalm die we uiteindelijk
zullen moeten behandelen, Psalm 22,

20
00:01:20,130 --> 00:01:23,850
is erg lang en behandelt
Zijn lijden uitvoerig.

21
00:01:23,850 --> 00:01:28,170
Maar er zijn andere Psalmen waarin
er terloops naar wordt verwezen.

22
00:01:28,170 --> 00:01:30,870
Ook worden verschillende
aspecten van Zijn karakter

23
00:01:30,870 --> 00:01:34,830
en Zijn bediening in een aantal
Psalmen naar voren gebracht.

24
00:01:34,830 --> 00:01:40,590
Een van de Psalmen die heel duidelijk
een messiaanse Psalm is, is Psalm 16.

25
00:01:40,590 --> 00:01:45,630
Deze Psalm wordt door twee apostelen
aangehaald, Petrus en Paulus,

26
00:01:45,630 --> 00:01:49,590
en zij zijn het er beiden geheel
over eens dat hij over de opstanding

27
00:01:49,590 --> 00:01:50,910
van Christus spreekt.

28
00:01:50,910 --> 00:01:56,550
De apostel Paulus zette in 1 Korinthe
15 voor de Korinthiërs opnieuw het

29
00:01:56,550 --> 00:02:00,930
Evangelie uiteen dat zij in
Korinthe van hem hadden gehoord.

30
00:02:00,930 --> 00:02:04,590
In 1 Korinthe 15, vanaf vers 3, zei hij:

31
00:02:04,590 --> 00:02:08,370
Want ik heb u ten eerste overgeleverd
wat ik ook ontvangen heb,

32
00:02:08,370 --> 00:02:13,470
dat Christus gestorven is voor onze
zonden, overeenkomstig de Schriften,

33
00:02:13,470 --> 00:02:17,670
Paulus zei dat Jezus’ dood
overeenkomstig de Schriften was.

34
00:02:17,670 --> 00:02:21,810
Daarmee bedoelde hij natuurlijk de
Schriften van het Oude Testament,

35
00:02:21,810 --> 00:02:25,770
want dat waren de enige Schriften
waartoe Paulus toegang had.

36
00:02:25,770 --> 00:02:27,990
Er was nog geen Nieuwe Testament.

37
00:02:27,990 --> 00:02:33,330
Hij zei dat Jezus op de derde dag is
opgestaan, overeenkomstig de Schriften.

38
00:02:33,330 --> 00:02:38,190
We zouden ons kunnen afvragen naar welke
Schriften uit het Oude Testament Paulus

39
00:02:38,190 --> 00:02:42,150
verwees toen hij sprak over de vervulling
van de Schrift in Jezus’ opstanding

40
00:02:42,150 --> 00:02:43,350
uit de dood.

41
00:02:43,350 --> 00:02:47,610
We weten zeker dat Psalm 16 ten minste
een van die Schriftgedeelten is,

42
00:02:47,610 --> 00:02:53,550
want Paulus haalde hem aan in
Handelingen 13, vers 35 tot en met 37.

43
00:02:53,550 --> 00:02:56,910
Daar paste hij hem toe op de
opstanding van Jezus Christus.

44
00:02:56,910 --> 00:03:00,690
De apostel Petrus had eerder,
op de Pinksterdag in Handelingen

45
00:03:00,690 --> 00:03:02,730
2, hetzelfde gedaan.

46
00:03:02,730 --> 00:03:06,690
Toen Petrus tegenover de Joden de
opstanding van Christus verdedigde,

47
00:03:06,690 --> 00:03:11,130
of daarover tot hen predikte,
haalde ook hij deze Psalm aan.

48
00:03:11,130 --> 00:03:15,210
In beide gevallen werden de laatste
vier verzen van de Psalm aangehaald.

49
00:03:15,210 --> 00:03:18,510
Het eerste deel van de
Psalm werd niet aangehaald.

50
00:03:18,510 --> 00:03:22,950
Beide apostelen zijn het erover eens dat
dit over de opstanding van Christus gaat.

51
00:03:22,950 --> 00:03:25,170
De reden waarom ik dit zo sterk benadruk,

52
00:03:25,170 --> 00:03:29,250
is dat je er misschien geen passage
over de opstanding in zou herkennen

53
00:03:29,250 --> 00:03:32,670
als je de Psalm zelf zou
lezen zonder dit te weten.

54
00:03:32,670 --> 00:03:35,850
Er staat namelijk geen
specifieke uitspraak dat

55
00:03:35,850 --> 00:03:38,550
die-en-die uit de dood zal opstaan.

56
00:03:38,550 --> 00:03:42,150
Het lijkt in feite duidelijk
een Psalm van David te zijn,

57
00:03:42,150 --> 00:03:46,890
over Davids eigen lijden en over zijn
eigen hoop op bevrijding uit de macht

58
00:03:46,890 --> 00:03:48,150
van de dood.

59
00:03:48,150 --> 00:03:50,430
David verkeerde vaak in gevaar.

60
00:03:50,430 --> 00:03:54,570
Als koning kende hij dikwijls
perioden van veiligheid en voorspoed,

61
00:03:54,570 --> 00:03:58,710
maar er waren ook tijden in zijn leven
waarin hij door het ene of het andere

62
00:03:58,710 --> 00:04:00,450
gevaar werd opgejaagd.

63
00:04:00,450 --> 00:04:05,310
Als hij niet tegenover Goliath stond,
was hij op de vlucht voor Saul en

64
00:04:05,310 --> 00:04:08,670
leefde hij in grotten
en holen in de aarde.

65
00:04:08,670 --> 00:04:11,790
Nadat hij koning was
geworden, probeerde zijn zoon

66
00:04:11,790 --> 00:04:14,610
Absalom tegen hem in opstand te komen.

67
00:04:14,610 --> 00:04:18,030
Binnen zijn machtsgebied
waren ook veel heidense volken

68
00:04:18,030 --> 00:04:23,490
die van tijd tot tijd tegen hem opstonden,
zoals de Filistijnen en anderen.

69
00:04:23,490 --> 00:04:27,630
David verkeerde dus vaak in
gevaar en werd soms verraden door

70
00:04:27,630 --> 00:04:30,030
vertrouwde vrienden en metgezellen.

71
00:04:30,030 --> 00:04:32,610
We zien dat een aantal van zijn Psalmen

72
00:04:32,610 --> 00:04:35,730
spreekt over een schijnbaar
wanhopige toestand.

73
00:04:35,730 --> 00:04:40,530
Maar als het erop aankomt, zijn de
meeste Psalmen heel optimistisch.

74
00:04:40,530 --> 00:04:42,930
Midden in zijn gevaren ziet David

75
00:04:42,930 --> 00:04:46,230
bevrijding gewoonlijk als
de uiteindelijke afloop.

76
00:04:46,230 --> 00:04:50,130
Hij verwacht werkelijk dat
God hem te hulp zal komen.

77
00:04:50,130 --> 00:04:53,490
Deze Psalm vormt daarop geen uitzondering.

78
00:04:53,490 --> 00:04:56,670
Hij eindigt heel
optimistisch, hoewel David

79
00:04:56,670 --> 00:05:01,230
hem kennelijk schreef in een tijd waarin
hij mogelijk met de dood werd bedreigd.

80
00:05:01,230 --> 00:05:07,230
We zullen de Psalm helemaal doorlezen en
daarna gedeelten ervan bespreken. Hij zei:

81
00:05:07,230 --> 00:05:11,190
Bewaar mij, o God, want ik heb
tot U de toevlucht genomen.

82
00:05:11,190 --> 00:05:16,110
Mijn ziel , u hebt tegen de
HEERE gezegd: U bent de Heere;

83
00:05:16,110 --> 00:05:20,430
mijn goedheid is niet voor U, maar
voor de heiligen die op de aarde zijn,

84
00:05:20,430 --> 00:05:23,790
en de machtigen, in wie
ik al mijn vreugde vind.

85
00:05:23,790 --> 00:05:27,570
Groot wordt het leed van hen die
andere goden geschenken geven;

86
00:05:27,570 --> 00:05:30,810
ik echter giet geen plengoffers
van bloed voor ze uit

87
00:05:30,810 --> 00:05:33,750
en neem de namen ervan
niet op mijn lippen.

88
00:05:33,750 --> 00:05:37,650
De HEERE is mijn enig deel en mijn beker.

89
00:05:37,650 --> 00:05:40,471
U onderhoudt wat het lot mij toewees .

90
00:05:40,471 --> 00:05:44,910
De meetsnoeren zijn voor mij in
lieflijke plaatsen gevallen, ja,

91
00:05:44,910 --> 00:05:48,030
een prachtig erfelijk
bezit heb ik gekregen.

92
00:05:48,030 --> 00:05:51,630
Ik loof de HEERE, Die
mij raad heeft gegeven;

93
00:05:51,630 --> 00:05:54,630
zelfs 's nachts onderwijzen
mij mijn nieren.

94
00:05:54,630 --> 00:05:59,910
Ik stel mij de HEERE voortdurend voor
ogen ; omdat Hij aan mijn rechterhand is,

95
00:05:59,910 --> 00:06:01,110
wankel ik niet.

96
00:06:01,110 --> 00:06:04,890
Daarom is mijn hart verblijd
en mijn eer verheugt zich,

97
00:06:04,890 --> 00:06:07,290
ook zal mijn lichaam veilig wonen.

98
00:06:07,290 --> 00:06:10,470
Want U zult mijn ziel in
het graf niet verlaten,

99
00:06:10,470 --> 00:06:14,010
U laat niet toe dat Uw
Heilige ontbinding ziet.

100
00:06:14,010 --> 00:06:16,830
U maakt mij het pad ten leven bekend;

101
00:06:16,830 --> 00:06:19,770
overvloed van blijdschap
is bij Uw aangezicht,

102
00:06:19,770 --> 00:06:23,610
lieflijkheden zijn in Uw
rechterhand, voor altijd.

103
00:06:23,610 --> 00:06:27,330
De eerste zeven verzen vormen
het gedeelte van de psalm

104
00:06:27,330 --> 00:06:30,930
dat in het Nieuwe Testament niet
op Christus wordt betrokken.

105
00:06:30,930 --> 00:06:35,370
Dat betekent niet dat er niets in
staat wat naar Christus verwijst.

106
00:06:35,370 --> 00:06:38,670
Ik zeg alleen dat het in het
Nieuwe Testament niet wordt

107
00:06:38,670 --> 00:06:41,730
aangehaald als een
verwijzing naar Christus.

108
00:06:41,730 --> 00:06:47,490
Dit is het geval met veel van de psalmen
die we messiaanse psalmen zouden noemen,

109
00:06:47,490 --> 00:06:51,450
de psalmen die informatie
over de Messias geven.

110
00:06:51,450 --> 00:06:54,270
Heel vaak is het grootste
deel van de psalm

111
00:06:54,270 --> 00:06:59,430
helemaal niet van toepassing op Christus,
of lijkt dat niet zo te zijn, terwijl één,

112
00:06:59,430 --> 00:07:03,210
twee of drie verzen, of
de helft van de psalm,

113
00:07:03,210 --> 00:07:07,710
in feite het gedeelte vormen dat in
het Nieuwe Testament wordt aangehaald.

114
00:07:07,710 --> 00:07:10,590
Het lijkt erop dat de messiaanse psalmen

115
00:07:10,590 --> 00:07:14,310
vaak over de eigen ervaring
van de psalmist spreken.

116
00:07:14,310 --> 00:07:18,810
En midden in zijn uiteenzetting komt dan
een gedeelte waarin de Heilige Geest een

117
00:07:18,810 --> 00:07:23,850
glimp geeft van het toekomstige lijden of
de toekomstige ervaringen van de komende

118
00:07:23,850 --> 00:07:27,810
Messias, Die een van Davids
nakomelingen zou zijn.

119
00:07:27,810 --> 00:07:32,850
Hier zien we dat David in de eerste
zeven verzen om bewaring roept.

120
00:07:32,850 --> 00:07:36,510
Zijn eerste smeekbede, in
het eerste vers, luidt:

121
00:07:36,510 --> 00:07:39,690
Bewaar mij, o God, want ik vertrouw op U.

122
00:07:39,690 --> 00:07:44,190
Iemand bidt gewoonlijk niet zo’n
gebed tenzij hij in gevaar verkeert.

123
00:07:44,190 --> 00:07:47,790
Bewaar mij, houd mij in leven, red mij.

124
00:07:47,790 --> 00:07:51,090
Er wordt niet duidelijk uitgelegd
waarin zijn gevaar bestond,

125
00:07:51,090 --> 00:07:54,630
maar hij is er heel zeker van
dat hij eraan zal ontkomen,

126
00:07:54,630 --> 00:07:56,550
want in vers 10 zegt hij:

127
00:07:56,550 --> 00:07:58,830
Want U laat mij niet achter in de hel

128
00:07:58,830 --> 00:08:02,190
en U laat Uw Heilige niet
tot ontbinding overgaan.

129
00:08:02,190 --> 00:08:06,630
Voor David kan dit eenvoudigweg een
verwijzing zijn geweest naar bewaring

130
00:08:06,630 --> 00:08:07,890
voor de dood.

131
00:08:07,890 --> 00:08:12,510
Dat wil zeggen dat het zijn vijanden niet
zou worden toegestaan hem gevangen te

132
00:08:12,510 --> 00:08:14,190
nemen en te doden.

133
00:08:14,190 --> 00:08:18,150
Hij zal met andere woorden niet
worden achtergelaten om te vergaan.

134
00:08:18,150 --> 00:08:22,710
Dat is in wezen hoe vers 10
geparafraseerd zou kunnen worden:

135
00:08:22,710 --> 00:08:24,810
U laat me niet wegrotten.

136
00:08:24,810 --> 00:08:27,510
David kan dit gezegd
hebben in de zin dat hij

137
00:08:27,510 --> 00:08:31,290
eenvoudig verwachtte aan het
gevaar van de dood te ontkomen,

138
00:08:31,290 --> 00:08:35,670
hoewel wij weten dat het een heel
letterlijke vervulling heeft in Jezus,

139
00:08:35,670 --> 00:08:37,530
Die uit het graf kwam.

140
00:08:37,530 --> 00:08:39,450
Sommige van deze verzen in het eerste

141
00:08:39,450 --> 00:08:42,210
gedeelte zijn een beetje
moeilijk te begrijpen.

142
00:08:42,210 --> 00:08:43,830
Hij zegt bijvoorbeeld:

143
00:08:43,830 --> 00:08:48,270
Mijn ziel, je hebt tegen de
Heer gezegd: U bent mijn Heer.

144
00:08:48,270 --> 00:08:53,550
Mijn goedheid voegt niets aan U toe, maar
komt ten goede aan de heiligen op aarde

145
00:08:53,550 --> 00:08:57,630
en aan de voortreffelijke mensen,
in wie ik al mijn vreugde vind.

146
00:08:57,630 --> 00:09:02,190
Er zijn verschillende manieren om deze
uitdrukking te proberen te begrijpen:

147
00:09:02,190 --> 00:09:05,250
Mijn goedheid voegt niets aan U toe.

148
00:09:05,250 --> 00:09:10,830
We kunnen er misschien enig licht op
werpen door even naar Psalm 73 en vers

149
00:09:10,830 --> 00:09:12,150
25 te gaan.

150
00:09:12,150 --> 00:09:15,510
Dat zou een uitspraak kunnen
zijn die hetzelfde bedoelt,

151
00:09:15,510 --> 00:09:17,430
al hoeft dat niet zo te zijn.

152
00:09:17,430 --> 00:09:20,670
Psalm 73:25 zegt:

153
00:09:20,670 --> 00:09:25,470
Bezwijkt mijn lichaam en mijn hart, dan
is God de rots van mijn hart en voor

154
00:09:25,470 --> 00:09:26,670
eeuwig mijn deel.

155
00:09:26,670 --> 00:09:30,270
Er bestaat een alternatieve
vertaling van de woorden die we hier

156
00:09:30,270 --> 00:09:32,670
voor ons hebben in Psalm 16:

157
00:09:32,670 --> 00:09:34,950
mijn goedheid is niet voor U,

158
00:09:34,950 --> 00:09:40,230
en die kunnen worden vertaald als:
„Mijn welzijn bestaat niet naast U.”

159
00:09:40,230 --> 00:09:42,930
Dat klinkt misschien als
een vreemde formulering,

160
00:09:42,930 --> 00:09:47,430
maar eigenlijk niet veel vreemder
dan: „Mijn goedheid strekt zich niet

161
00:09:47,430 --> 00:09:49,050
tot U uit.”

162
00:09:49,050 --> 00:09:53,850
Als het inderdaad vertaald moet worden
met: „Mijn welzijn bestaat niet naast U”,

163
00:09:53,850 --> 00:09:57,930
dan zou dat betekenen dat U
mijn volledige welzijn bent.

164
00:09:57,930 --> 00:10:02,430
Al mijn welzijn ligt in
U besloten, en naast U is

165
00:10:02,430 --> 00:10:05,550
er niets waarop ik
vertrouw voor mijn welzijn.

166
00:10:05,550 --> 00:10:10,530
Dat zou natuurlijk
overeenkomen met Psalm 73:25:

167
00:10:10,530 --> 00:10:16,950
Wie heb ik in de hemel behalve U? En
naast U verlang ik naar niemand op aarde.

168
00:10:16,950 --> 00:10:20,790
Dat kan zijn wat hij zegt,
en dat zou heel goed kunnen.

169
00:10:20,790 --> 00:10:25,590
Dit is een van de alternatieve vertalingen
die andere vertalers aanbieden.

170
00:10:25,590 --> 00:10:29,910
Als dat echter de betekenis
is, verklaart het vers 3 niet:

171
00:10:29,910 --> 00:10:34,890
Mijn ziel , u hebt tegen de
HEERE gezegd: U bent de Heere;

172
00:10:34,890 --> 00:10:39,330
mijn goedheid is niet voor U, maar
voor de heiligen die op de aarde zijn,

173
00:10:39,330 --> 00:10:43,110
en de machtigen, in wie
ik al mijn vreugde vind.

174
00:10:43,110 --> 00:10:47,190
Groot wordt het leed van hen die
andere goden geschenken geven;

175
00:10:47,190 --> 00:10:51,990
ik echter giet geen plengoffers van
bloed voor ze uit en neem de namen ervan

176
00:10:51,990 --> 00:10:53,490
niet op mijn lippen.

177
00:10:53,490 --> 00:10:57,030
De HEERE is mijn enig deel en mijn beker.

178
00:10:57,030 --> 00:10:59,791
U onderhoudt wat het lot mij toewees .

179
00:10:59,791 --> 00:11:04,050
De meetsnoeren zijn voor mij in
lieflijke plaatsen gevallen, ja,

180
00:11:04,050 --> 00:11:06,690
een prachtig erfelijk
bezit heb ik gekregen.

181
00:11:06,690 --> 00:11:10,110
Ik loof de HEERE, Die
mij raad heeft gegeven;

182
00:11:10,110 --> 00:11:12,930
zelfs 's nachts onderwijzen
mij mijn nieren.

183
00:11:12,930 --> 00:11:18,330
Ik stel mij de HEERE voortdurend voor
ogen ; omdat Hij aan mijn rechterhand is,

184
00:11:18,330 --> 00:11:19,530
wankel ik niet.

185
00:11:19,530 --> 00:11:21,750
Eerlijk gezegd weet ik
niet hoe ik deze twee

186
00:11:21,750 --> 00:11:25,530
verzen met elkaar moet verbinden en
er een gedachtegang uit kan halen die

187
00:11:25,530 --> 00:11:27,210
heel begrijpelijk is.

188
00:11:27,210 --> 00:11:29,790
Misschien zegt hij in het
eerste van deze verzen:

189
00:11:29,790 --> 00:11:34,110
Mijn goedheid voegt niets aan U
toe, waarmee hij in wezen zegt:

190
00:11:34,110 --> 00:11:37,830
„Mijn persoonlijke gerechtigheid
reikt niet tot het niveau van

191
00:11:37,830 --> 00:11:41,670
Uw persoonlijke gerechtigheid, maar
alleen tot het niveau van de andere

192
00:11:41,670 --> 00:11:44,550
heiligen op aarde, in
wie ik vreugde vind.”

193
00:11:44,550 --> 00:11:47,790
Dat wil zeggen: in mijn
persoonlijke gerechtigheid

194
00:11:47,790 --> 00:11:50,970
ben ik vergelijkbaar met
andere godvrezende mensen,

195
00:11:50,970 --> 00:11:55,530
maar niet met U. Dat is een andere
mogelijke weergave van de gedachte,

196
00:11:55,530 --> 00:11:59,790
hoewel het bepaald niet gemakkelijk is
om hier uitsluitsel over te krijgen.

197
00:11:59,790 --> 00:12:01,890
Dan staat er in vers 4:

198
00:12:01,890 --> 00:12:05,730
Wie achter een andere god aanloopt,
krijgt steeds meer verdriet.

199
00:12:05,730 --> 00:12:10,890
Hij zegt dat zij die geen volgelingen van
Jehova zijn, maar andere goden aanbidden,

200
00:12:10,890 --> 00:12:12,810
veel verdriet zullen krijgen.

201
00:12:12,810 --> 00:12:17,130
Dit lijkt erop te wijzen dat zijn
vijanden op dat moment geen Joden waren.

202
00:12:17,130 --> 00:12:21,870
Later in de Joodse geschiedenis waren er
tijden waarin zij andere goden aanbaden,

203
00:12:21,870 --> 00:12:26,670
maar in de tijd van David werden er
in Israël geen andere goden aanbeden.

204
00:12:26,670 --> 00:12:29,970
Wanneer hij dus spreekt over
mensen die andere goden aanbidden,

205
00:12:29,970 --> 00:12:33,390
en die mensen heeft hij hier
duidelijk in gedachten, denkt hij aan

206
00:12:33,390 --> 00:12:35,910
heidenen, waarschijnlijk Filistijnen.

207
00:12:35,910 --> 00:12:39,690
Zij vormden gewoonlijk het grootste
probleem dat hij ooit tegenkwam

208
00:12:39,690 --> 00:12:41,430
buiten zijn eigen volk.

209
00:12:41,430 --> 00:12:46,350
Misschien doelt hij op de Filistijnen,
die Dagon en andere valse goden aanbidden.

210
00:12:46,350 --> 00:12:50,190
Het is heel goed denkbaar dat zij
degenen zijn die hem op dat moment

211
00:12:50,190 --> 00:12:51,930
onderdrukken of kwellen.

212
00:12:51,930 --> 00:12:56,490
En daarom zegt hij over hen: ‘Ik
weet dat zij andere goden aanbidden.

213
00:12:56,490 --> 00:13:00,090
Daarom zal God uiteindelijk
verdriet over hen brengen.’

214
00:13:00,090 --> 00:13:03,450
In Exodus 23:13 staat:

215
00:13:03,450 --> 00:13:07,710
Bij alles wat Ik tegen u gezegd
heb, moet u op uw hoede zijn.

216
00:13:07,710 --> 00:13:10,590
U mag niet aan de naam
van andere goden denken,

217
00:13:10,590 --> 00:13:13,350
die mag niet uit uw mond gehoord worden!

218
00:13:13,350 --> 00:13:16,650
Je hoort de naam van andere
goden niet uit te spreken,

219
00:13:16,650 --> 00:13:20,190
tenminste niet op een eerbiedige
of aanbiddende manier.

220
00:13:20,190 --> 00:13:24,690
En hij zegt: ‘Ik zal de bloedige
plengoffers die zij aan hun valse goden

221
00:13:24,690 --> 00:13:28,950
brengen niet brengen, en ik zal hun
namen niet op mijn lippen nemen om

222
00:13:28,950 --> 00:13:30,330
hen te aanbidden.’

223
00:13:30,330 --> 00:13:31,470
Hij zei:

224
00:13:31,470 --> 00:13:35,670
De meetsnoeren zijn voor mij in
lieflijke plaatsen gevallen, ja,

225
00:13:35,670 --> 00:13:38,490
een prachtig erfelijk
bezit heb ik gekregen.

226
00:13:38,490 --> 00:13:41,790
Ik loof de HEERE, Die
mij raad heeft gegeven;

227
00:13:41,790 --> 00:13:44,610
zelfs 's nachts onderwijzen
mij mijn nieren.

228
00:13:44,610 --> 00:13:47,130
Dat de meetsnoeren voor hem gevallen zijn,

229
00:13:47,130 --> 00:13:51,210
verwijst naar de meetsnoeren waarmee
de grenzen van iemands persoonlijke

230
00:13:51,210 --> 00:13:53,250
grondbezit werden opgemeten.

231
00:13:53,250 --> 00:13:57,990
Toen Jozua het volk Israël binnenbracht,
kreeg ieder van hen een toegewezen deel

232
00:13:57,990 --> 00:14:00,150
van het land als erfdeel.

233
00:14:00,150 --> 00:14:04,290
Dat ging in dezelfde familie
van generatie op generatie over.

234
00:14:04,290 --> 00:14:07,170
Hij verwijst hier naar het
land dat hij heeft geërfd,

235
00:14:07,170 --> 00:14:11,250
of gebruikt in elk geval termen
waarmee dat land wordt beschreven.

236
00:14:11,250 --> 00:14:14,490
De meetsnoeren hebben te maken
met de grenzen van het land.

237
00:14:14,490 --> 00:14:18,330
Dat wil zeggen: de grenzen van
het gebied dat ik heb geërfd,

238
00:14:18,330 --> 00:14:22,290
omsluiten goede of aantrekkelijke,
aangename plaatsen.

239
00:14:22,290 --> 00:14:24,570
Maar aangezien hij zojuist heeft gezegd:

240
00:14:24,570 --> 00:14:27,930
De Heer is mijn erfdeel,
spreekt hij waarschijnlijk niet

241
00:14:27,930 --> 00:14:30,510
letterlijk over het land
dat hij heeft geërfd.

242
00:14:30,510 --> 00:14:33,870
Hij spreekt over de Heere
en gebruikt beeldspraak.

243
00:14:33,870 --> 00:14:36,690
Zoals een man zich zou verheugen
over een goed stuk land

244
00:14:36,690 --> 00:14:40,710
dat hij heeft geërfd en dat
heel mooi en heel aangenaam is,

245
00:14:40,710 --> 00:14:45,810
zo heeft hij in geestelijke zin iets
heel aangenaams en heel goeds geërfd.

246
00:14:45,810 --> 00:14:47,850
En dat is een relatie met de Heere.

247
00:14:47,850 --> 00:14:49,110
Dan zegt hij:

248
00:14:49,110 --> 00:14:52,470
Ik loof de HEERE, Die
mij raad heeft gegeven;

249
00:14:52,470 --> 00:14:55,230
zelfs 's nachts onderwijzen
mij mijn nieren.

250
00:14:55,230 --> 00:14:59,550
Het Engelse woord ‘reins’
betekent hier ‘nieren’.

251
00:14:59,550 --> 00:15:03,810
De mensen in de oudheid geloofden dat de
nieren iets te maken hadden met je diepste

252
00:15:03,810 --> 00:15:07,410
gedachten, je geweten,
je emoties, enzovoort.

253
00:15:07,410 --> 00:15:11,790
Het lijkt op de manier waarop wij in
het moderne Nederlands soms zeggen:

254
00:15:11,790 --> 00:15:14,790
‘Ik houd met heel mijn
hart van deze persoon.’

255
00:15:14,790 --> 00:15:18,990
Je hart is in werkelijkheid slechts
een bloedpomp onder de vijfde rib.

256
00:15:18,990 --> 00:15:23,550
Het is niet echt iets wat liefheeft of
haat, voor zover wij weten tenminste.

257
00:15:23,550 --> 00:15:26,910
Het is niet de plaats waar
emoties vandaan komen.

258
00:15:26,910 --> 00:15:30,390
Wij geloven eigenlijk dat ze
ergens uit de geest voortkomen.

259
00:15:30,390 --> 00:15:33,930
Maar symbolisch spreken we erover
dat dit deel van ons lichaam

260
00:15:33,930 --> 00:15:35,970
bepaalde emoties voelt.

261
00:15:35,970 --> 00:15:40,410
Voor de Joden uit de oudheid hadden
de nieren een soortgelijke betekenis.

262
00:15:40,410 --> 00:15:44,310
En overal in de Psalmen zullen we
veel verwijzingen naar de nieren in

263
00:15:44,310 --> 00:15:46,350
deze betekenis aantreffen.

264
00:15:46,350 --> 00:15:49,950
Ze spreken over de innerlijke
mens, de denkprocessen,

265
00:15:49,950 --> 00:15:53,550
het geweten en de gevoelens
van de innerlijke mens.

266
00:15:53,550 --> 00:15:58,470
We zouden het zelfs gelijk kunnen stellen
aan de geest van de mens die in hem is.

267
00:15:58,470 --> 00:16:04,530
En dus zegt hij: ‘God geeft mij raad, maar
ook mijn innerlijke mens geeft mij raad

268
00:16:04,530 --> 00:16:07,410
en onderwijst mij in de nachtelijke uren.’

269
00:16:07,410 --> 00:16:11,670
Daarmee verwijst hij naar het feit dat
hij ’s nachts nadenkt en over de dingen

270
00:16:11,670 --> 00:16:13,470
van God mediteert.

271
00:16:13,470 --> 00:16:16,770
Uit zijn binnenste komen
inzicht en wijsheid voort,

272
00:16:16,770 --> 00:16:20,550
wat ook verband houdt met de
raad die hij van de Heere krijgt.

273
00:16:20,550 --> 00:16:24,510
Nu komen we bij het gedeelte
dat over Jezus wordt aangehaald:

274
00:16:24,510 --> 00:16:28,230
Daarom is mijn hart verblijd
en mijn eer verheugt zich,

275
00:16:28,230 --> 00:16:30,750
ook zal mijn lichaam veilig wonen.

276
00:16:30,750 --> 00:16:33,030
Zeggen dat God aan je rechterhand is,

277
00:16:33,030 --> 00:16:38,370
lijkt een omkering van de formulering die
we bijvoorbeeld in Psalm 110 aantreffen,

278
00:16:38,370 --> 00:16:40,830
waar Jehova tegen Jezus zei:

279
00:16:40,830 --> 00:16:42,270
Een psalm van David.

280
00:16:42,270 --> 00:16:46,590
De HEERE heeft tot mijn Heere
gesproken: Zit aan Mijn rechterhand,

281
00:16:46,590 --> 00:16:51,150
totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal
hebben tot een voetbank voor Uw voeten.

282
00:16:51,150 --> 00:16:54,390
Als je aan Zijn rechterhand
bent, kan Hij uiteraard niet

283
00:16:54,390 --> 00:16:57,090
tegelijkertijd aan jouw rechterhand zijn.

284
00:16:57,090 --> 00:17:01,830
Want als iemand aan je rechterhand
is, sta jij aan zijn linkerhand.

285
00:17:01,830 --> 00:17:03,810
Zo zit het nu eenmaal in elkaar.

286
00:17:03,810 --> 00:17:06,090
We moeten dit dus niet
letterlijk opvatten,

287
00:17:06,090 --> 00:17:09,270
alsof Jezus de Vader aan
Zijn rechterhand heeft.

288
00:17:09,270 --> 00:17:12,150
Het betekent dat de
positie aan de rechterhand,

289
00:17:12,150 --> 00:17:16,950
of dat iemand aan de rechterhand
staat, inhoudt dat hij een helper is.

290
00:17:16,950 --> 00:17:19,230
Hij is Zijn naaste helper.

291
00:17:19,230 --> 00:17:21,810
En wanneer God dus tegen Jezus zegt:

292
00:17:21,810 --> 00:17:24,870
Ga aan mijn rechterhand
zitten, betekent dit:

293
00:17:24,870 --> 00:17:30,510
‘Ik wil dat U Mijn naaste medewerker
bent, Mijn naaste metgezel en helper,

294
00:17:30,510 --> 00:17:31,950
en een partner.’

295
00:17:31,950 --> 00:17:34,650
In feite spreekt het over partnerschap.

296
00:17:34,650 --> 00:17:39,030
En hier gebruikt Hij hetzelfde beeld,
zonder het letterlijk te willen nemen.

297
00:17:39,030 --> 00:17:41,670
Hij zegt: ‘God is Mijn partner.

298
00:17:41,670 --> 00:17:44,190
Ik heb Hem aan Mijn rechterhand gesteld.

299
00:17:44,190 --> 00:17:46,770
Hij is dichtbij om Mij te helpen.

300
00:17:46,770 --> 00:17:51,390
Daarom weet Ik dat Ik niet zal vallen of
aan het wankelen zal worden gebracht.’

301
00:17:51,390 --> 00:17:53,790
En dan zegt hij in vers 9:

302
00:17:53,790 --> 00:17:57,510
Daarom is mijn hart verblijd
en mijn eer verheugt zich,

303
00:17:57,510 --> 00:18:00,030
ook zal mijn lichaam veilig wonen.

304
00:18:00,030 --> 00:18:04,410
David bedoelde hiermee waarschijnlijk dat
hij ondanks de gevaren ’s nachts goed zou

305
00:18:04,410 --> 00:18:07,230
kunnen slapen, omdat God bij hem was.

306
00:18:07,230 --> 00:18:10,770
Als dat zo is, zou het
overeenkomen met enkele dingen

307
00:18:10,770 --> 00:18:13,470
die hij in een paar eerdere Psalmen zei.

308
00:18:13,470 --> 00:18:18,750
Psalm 3 werd ook geschreven toen David in
gevaar verkeerde, en in vers 5 zei hij:

309
00:18:18,750 --> 00:18:23,910
Ik lag neer en sliep; ik ontwaakte,
want de HEERE ondersteunde mij.

310
00:18:23,910 --> 00:18:26,790
David gaf dus te kennen dat
hij in gevaar verkeerde,

311
00:18:26,790 --> 00:18:30,270
maar vanwege zijn geloof
in God toch goed sliep.

312
00:18:30,270 --> 00:18:33,510
In Psalm 4 deed hij een
soortgelijke uitspraak.

313
00:18:33,510 --> 00:18:36,090
Ook Psalm 4 bevat zo’n uitspraak.

314
00:18:36,090 --> 00:18:40,050
In vers 8, uitgesproken toen
David door zijn vijanden in gevaar

315
00:18:40,050 --> 00:18:41,610
werd gebracht, staat:

316
00:18:41,610 --> 00:18:47,190
In vrede zal ik gaan liggen en
weldra slapen, want U alleen, HEERE,

317
00:18:47,190 --> 00:18:49,110
doet mij veilig wonen.

318
00:18:49,110 --> 00:18:50,670
Opnieuw zegt hij:

319
00:18:50,670 --> 00:18:54,210
Ik ga vol vertrouwen
liggen en slaap rustig,

320
00:18:54,210 --> 00:18:58,770
omdat God de enige is op wie ik
vertrouw voor mijn veiligheid.

321
00:18:58,770 --> 00:19:00,150
Hier zegt hij:

322
00:19:00,150 --> 00:19:05,310
Ook mijn lichaam zal hoopvol rusten,
wat voor David waarschijnlijk betekende:

323
00:19:05,310 --> 00:19:10,110
„Omdat ik hoop op Gods behoud en
erop vertrouw dat Hij mij bewaart,

324
00:19:10,110 --> 00:19:13,050
kan ik rusten. Ik kan slapen.

325
00:19:13,050 --> 00:19:15,930
Ik kan ontspannen en vrede hebben.”

326
00:19:15,930 --> 00:19:18,870
Maar wanneer dit later
op Jezus wordt toegepast,

327
00:19:18,870 --> 00:19:21,870
zien we dat het rusten
van Zijn vlees in hoop

328
00:19:21,870 --> 00:19:26,010
verwijst naar het feit dat Zijn
lichaam werkelijk in het graf rust,

329
00:19:26,010 --> 00:19:29,790
als het ware in het graf
slaapt, maar wel in hoop.

330
00:19:29,790 --> 00:19:34,770
Hoewel Jezus’ lichaam in het graf ligt,
is er zelfs terwijl Hij in het graf

331
00:19:34,770 --> 00:19:38,250
ligt hoop, en dat is de
hoop op de opstanding.

332
00:19:38,250 --> 00:19:41,190
Dit is waarop Hij hoopt, in vers 10:

333
00:19:41,190 --> 00:19:44,490
Want U zult mijn ziel in
het graf niet verlaten,

334
00:19:44,490 --> 00:19:48,030
U laat niet toe dat Uw
Heilige ontbinding ziet.

335
00:19:48,030 --> 00:19:53,130
Oftewel: U zult niet toestaan
dat Uw Heilige ontbinding ziet.

336
00:19:53,130 --> 00:19:57,030
Er staan hier een paar woorden die
we maar beter kunnen uitleggen.

337
00:19:57,030 --> 00:20:01,890
Eén daarvan is het Engelse
woord „hell”, oftewel „hel”.

338
00:20:01,890 --> 00:20:05,910
Het onderliggende
Hebreeuwse woord is Sheol.

339
00:20:05,910 --> 00:20:08,790
Het wordt vaak gebruikt
in het Oude Testament.

340
00:20:08,790 --> 00:20:12,810
Soms vertalen nieuwere Engelse
vertalingen het niet met „hell”.

341
00:20:12,810 --> 00:20:15,210
Ze laten het gewoon in
het Hebreeuws staan.

342
00:20:15,210 --> 00:20:17,790
Ze behouden het woord Sheol.

343
00:20:17,790 --> 00:20:20,730
Er is ook een equivalent
in het Nieuwe Testament.

344
00:20:20,730 --> 00:20:23,790
Het Nieuwe Testament is natuurlijk
in het Grieks geschreven,

345
00:20:23,790 --> 00:20:27,150
en het Griekse woord voor Sheol is Hades.

346
00:20:27,150 --> 00:20:30,630
In het Oude Testament kom je
vaak het woord Sheol tegen,

347
00:20:30,630 --> 00:20:33,630
en in het Nieuwe
Testament het woord Hades.

348
00:20:33,630 --> 00:20:37,110
In beide gevallen is het in Engelse
Bijbelvertalingen niet ongebruikelijk om

349
00:20:37,110 --> 00:20:39,150
het met „hell” te vertalen.

350
00:20:39,150 --> 00:20:43,530
Sheol en Hades worden daarin
beide vaak met „hell” weergegeven.

351
00:20:43,530 --> 00:20:48,270
In andere gevallen staat er
„the grave”, oftewel „het graf”.

352
00:20:48,270 --> 00:20:52,350
Het is niet altijd gemakkelijk om in elk
afzonderlijk geval vast te stellen welke

353
00:20:52,350 --> 00:20:56,550
vertaling bedoeld is, want
beide zijn geldige vertalingen.

354
00:20:56,550 --> 00:21:02,010
Sheol en Hades kunnen volgens dit betoog
beide zowel met „hel” als met „het

355
00:21:02,010 --> 00:21:03,870
graf” worden vertaald.

356
00:21:03,870 --> 00:21:07,950
In dit geval hebben de Engelse
vertalers voor „hell” gekozen,

357
00:21:07,950 --> 00:21:12,750
maar er had ook „the grave”,
„het graf”, kunnen staan.

358
00:21:12,750 --> 00:21:16,290
Voor het betoog maakt dat
volgens de spreker niet uit.

359
00:21:16,290 --> 00:21:22,230
Het verwijst óf naar het feit dat Jezus’
ziel naar de hel ging toen Hij dood was

360
00:21:22,230 --> 00:21:25,080
en daar drie dagen in de hel doorbracht —

361
00:21:25,080 --> 00:21:28,290
en er worden enkele andere
Schriftgedeelten aangevoerd

362
00:21:28,290 --> 00:21:32,610
ter ondersteuning van dit standpunt,
hoewel geen daarvan doorslaggevend is,

363
00:21:32,610 --> 00:21:35,970
moet ik zeggen — óf het zegt eenvoudig:

364
00:21:35,970 --> 00:21:39,690
U laat mij niet — met mijn ziel
wordt in het Oude Testament

365
00:21:39,690 --> 00:21:44,070
natuurlijk gewoon mijn persoon bedoeld
— U laat mij met andere woorden

366
00:21:44,070 --> 00:21:45,690
niet in het graf blijven.

367
00:21:45,690 --> 00:21:48,450
Opnieuw ziet het vooruit
naar de opstanding:

368
00:21:48,450 --> 00:21:51,330
U laat me niet achter in het graf, of:

369
00:21:51,330 --> 00:21:54,330
U laat mijn ziel niet achter in de hel.

370
00:21:54,330 --> 00:21:57,810
Het ene of het andere wordt
als betekenis bedoeld,

371
00:21:57,810 --> 00:22:00,990
en beide zijn natuurlijk waar van Jezus.

372
00:22:00,990 --> 00:22:05,010
Als het betekent dat Zijn ziel
de hel binnenging en dat Hij daar

373
00:22:05,010 --> 00:22:07,530
predikte tot de geesten in de gevangenis,

374
00:22:07,530 --> 00:22:12,750
zoals sommigen op grond van verschillende
passages suggereren, dan is dat prima.

375
00:22:12,750 --> 00:22:17,550
Dit vers ondersteunt dat, en het spreekt
nog steeds over het feit dat Hij daar niet

376
00:22:17,550 --> 00:22:22,350
zal blijven, dat Hij zal worden
opgewekt en daaruit zal komen.

377
00:22:22,350 --> 00:22:26,370
Als het daar niet over spreekt,
als het niets meer zegt dan:

378
00:22:26,370 --> 00:22:31,110
U laat me niet achter in het graf, dan
is dat natuurlijk ook waar van Jezus.

379
00:22:31,110 --> 00:22:33,510
Geen van beide levert een probleem op,

380
00:22:33,510 --> 00:22:37,590
maar we weten niet precies welke
betekenis David voor ogen had.

381
00:22:37,590 --> 00:22:41,250
Het lijkt mij dat David
waarschijnlijk dacht in de trant van:

382
00:22:41,250 --> 00:22:43,890
U maakt mij het pad ten leven bekend;

383
00:22:43,890 --> 00:22:46,890
overvloed van blijdschap
is bij Uw aangezicht,

384
00:22:46,890 --> 00:22:50,430
lieflijkheden zijn in Uw
rechterhand, voor altijd.

385
00:22:50,430 --> 00:22:52,290
Dan zegt het tweede deel:

386
00:22:52,290 --> 00:22:56,490
En U laat Uw Heilige niet
tot ontbinding overgaan.

387
00:22:56,490 --> 00:23:01,470
Oftewel: U zult niet toestaan
dat Uw Heilige ontbinding ziet.

388
00:23:01,470 --> 00:23:05,310
Onthoud dat het woord
„corruption” in ouder Engels niet

389
00:23:05,310 --> 00:23:09,330
morele corruptie betekent, zoals
wanneer wij aan corruptie binnen

390
00:23:09,330 --> 00:23:11,010
de overheid denken.

391
00:23:11,010 --> 00:23:14,970
Wij denken gewoonlijk aan
bedriegen, liegen en misleiding.

392
00:23:14,970 --> 00:23:18,150
Dat is wat wij vaak
onder corruptie verstaan.

393
00:23:18,150 --> 00:23:23,790
Maar de werkelijke Engelse betekenis van
„corruption” is ontbinding of verrotting.

394
00:23:23,790 --> 00:23:24,810
Er staat:

395
00:23:24,810 --> 00:23:29,310
U laat Uw Heilige geen
ontbinding zien of ondergaan.

396
00:23:29,310 --> 00:23:32,370
Opnieuw kan David hiermee
in zijn eigen gedachten

397
00:23:32,370 --> 00:23:36,270
niets meer bedoeld hebben dan dat
God hem niet zou laten wegrotten.

398
00:23:36,270 --> 00:23:39,810
Hoewel zijn vijanden hem maar al
te graag zouden laten wegrotten,

399
00:23:39,810 --> 00:23:42,390
zou God niet toestaan dat dit gebeurde.

400
00:23:42,390 --> 00:23:45,210
Dat vers kan dat voor
David hebben betekend,

401
00:23:45,210 --> 00:23:49,110
maar besef dat de Heilige
Geest veel meer voor ogen had.

402
00:23:49,110 --> 00:23:52,170
Het wordt namelijk heel
letterlijk vervuld in Jezus,

403
00:23:52,170 --> 00:23:57,570
de enige Mens Die ooit gestorven is en
niet werd achtergelaten om weg te rotten.

404
00:23:57,570 --> 00:24:01,230
David zegt hier niet noodzakelijk
dat hij naar de hel zal gaan,

405
00:24:01,230 --> 00:24:04,890
dat hij in het graf zal
liggen of dat hij zal sterven.

406
00:24:04,890 --> 00:24:08,850
Hij zegt alleen dat God hem
niet aan dat lot zal overlaten.

407
00:24:08,850 --> 00:24:12,630
Maar van Jezus weten we
dat Hij wel gestorven is.

408
00:24:12,630 --> 00:24:17,310
En dat is wat de apostelen
opmaken uit vers 9, waar staat:

409
00:24:17,310 --> 00:24:20,610
Want U zult mijn ziel in
het graf niet verlaten,

410
00:24:20,610 --> 00:24:24,270
U laat niet toe dat Uw
Heilige ontbinding ziet.

411
00:24:24,270 --> 00:24:27,150
David sprak misschien niet
over zijn eigen sterven,

412
00:24:27,150 --> 00:24:32,430
maar de Heilige Geest sprak daar over het
lichaam van Jezus dat in het graf rustte.

413
00:24:32,430 --> 00:24:34,350
Maar het zal daar niet achterblijven.

414
00:24:34,350 --> 00:24:36,810
Het zal daar niet tot ontbinding overgaan.

415
00:24:36,810 --> 00:24:38,610
Het zal daar niet vergaan.

416
00:24:38,610 --> 00:24:41,310
Met andere woorden, het moet opstaan.

417
00:24:41,310 --> 00:24:45,150
Het moet weer tot leven
komen, anders zal het vergaan.

418
00:24:45,150 --> 00:24:45,810
Er staat:

419
00:24:45,810 --> 00:24:50,430
Ik stel mij de HEERE voortdurend voor
ogen ; omdat Hij aan mijn rechterhand is,

420
00:24:50,430 --> 00:24:51,690
wankel ik niet.

421
00:24:51,690 --> 00:24:55,290
Daarom is mijn hart verblijd
en mijn eer verheugt zich,

422
00:24:55,290 --> 00:24:57,570
ook zal mijn lichaam veilig wonen.

423
00:24:57,570 --> 00:25:00,990
Want U zult mijn ziel in
het graf niet verlaten,

424
00:25:00,990 --> 00:25:04,230
U laat niet toe dat Uw
Heilige ontbinding ziet.

425
00:25:04,230 --> 00:25:06,930
U maakt mij het pad ten leven bekend;

426
00:25:06,930 --> 00:25:09,750
overvloed van blijdschap
is bij Uw aangezicht,

427
00:25:09,750 --> 00:25:13,110
lieflijkheden zijn in Uw
rechterhand, voor altijd.

428
00:25:13,110 --> 00:25:18,330
De apostelen leggen dit, wanneer zij het
citeren, uit als de weg van de opstanding,

429
00:25:18,330 --> 00:25:20,790
de weg om weer tot leven te komen.

430
00:25:20,790 --> 00:25:25,350
Er staat dat God Jezus liet zien
hoe Hij weer tot leven moest komen.

431
00:25:25,350 --> 00:25:28,590
Dit is beslist een ander beeld
van de tegenwoordigheid van God

432
00:25:28,590 --> 00:25:30,930
dan de gemiddelde ongelovige heeft.

433
00:25:30,930 --> 00:25:35,070
De meeste ongelovigen hebben het
gevoel dat je, om christen te zijn,

434
00:25:35,070 --> 00:25:38,850
zo ongeveer alle genot en
alle vreugde moet opgeven.

435
00:25:38,850 --> 00:25:42,810
Je moet dan een kleurloos,
vreugdeloos leven leiden in een soort

436
00:25:42,810 --> 00:25:48,030
wettische slavernij, waarin je alle leuke
dingen opgeeft en je neerlegt bij een heel

437
00:25:48,030 --> 00:25:52,170
saai bestaan, in de hoop op een
toekomstige extase in de hemel.

438
00:25:52,170 --> 00:25:57,030
Maar zo zag David het niet, en
Jezus evenmin, over Wie dit spreekt.

439
00:25:57,030 --> 00:26:00,810
In de tegenwoordigheid van God
is juist volheid van vreugde,

440
00:26:00,810 --> 00:26:04,410
en aan Zijn rechterhand
zijn genoegens voor eeuwig.

441
00:26:04,410 --> 00:26:08,850
Sommige mensen hebben geloofd dat genot
iets is wat de duivel heeft bedacht.

442
00:26:08,850 --> 00:26:12,690
Maar ik geloof helemaal niet dat
de duivel genot heeft bedacht.

443
00:26:12,690 --> 00:26:15,690
Ik geloof dat God genot heeft geschapen.

444
00:26:15,690 --> 00:26:18,390
Het is duidelijk dat Hij
de mens heeft gemaakt.

445
00:26:18,390 --> 00:26:23,610
En Hij heeft het vermogen van de mens
gemaakt om te genieten van eten, seks,

446
00:26:23,610 --> 00:26:28,050
een aangename omgeving, slaap
en allerlei andere dingen.

447
00:26:28,050 --> 00:26:31,590
Die dingen geven genot, en
God heeft genot gemaakt.

448
00:26:31,590 --> 00:26:35,190
De enige reden waarom de duivel
mensen ooit genot aanbiedt,

449
00:26:35,190 --> 00:26:38,730
is dat het lokaas is om
hen tot zonde te verleiden.

450
00:26:38,730 --> 00:26:43,290
Ik weet zeker dat de duivel niets liever
zou willen dan mensen tot zonde brengen

451
00:26:43,290 --> 00:26:45,630
zonder hun daarbij genot te geven.

452
00:26:45,630 --> 00:26:50,730
Het genot is meer een concessie die hij
hun moet doen om hen tot zonde te brengen.

453
00:26:50,730 --> 00:26:54,030
Als het geen genot gaf,
zouden ze het niet doen.

454
00:26:54,030 --> 00:26:57,690
Maar genot is niet iets wat
de duivel heeft bedacht.

455
00:26:57,690 --> 00:27:01,290
Genot is iets wat voortkomt
uit de tegenwoordigheid van God

456
00:27:01,290 --> 00:27:03,210
en uit Zijn rechterhand.

457
00:27:03,210 --> 00:27:06,030
God is een God Die van genot houdt.

458
00:27:06,030 --> 00:27:11,310
Ik bedoel geen vleselijke, kwade,
zondige genoegens, maar genot.

459
00:27:11,310 --> 00:27:15,990
Er is grote geestelijke vreugde
en groot genot voor de ziel:

460
00:27:15,990 --> 00:27:21,030
emotionele vreugde in een relatie
met God en in Zijn tegenwoordigheid.

461
00:27:21,030 --> 00:27:23,850
Wij kunnen in Zijn tegenwoordigheid komen.

462
00:27:23,850 --> 00:27:27,510
Natuurlijk zouden we in wezen in
Zijn tegenwoordigheid moeten leven.

463
00:27:27,510 --> 00:27:31,770
We zouden elke ochtend voor Hem moeten
komen en onze dag bewust in Zijn

464
00:27:31,770 --> 00:27:33,750
tegenwoordigheid moeten leven.

465
00:27:33,750 --> 00:27:37,110
Wat deze verzen over de
opstanding van Jezus betreft:

466
00:27:37,110 --> 00:27:40,410
een Jood kon deze verzen
vele eeuwen lang lezen,

467
00:27:40,410 --> 00:27:45,150
en ik weet zeker dat de Joden deze
verzen vele eeuwen lang hebben gelezen,

468
00:27:45,150 --> 00:27:49,170
zonder ooit te vermoeden dat ze iets
met de opstanding te maken hadden.

469
00:27:49,170 --> 00:27:51,810
Maar je kunt zien hoe de
apostelen ze begrepen,

470
00:27:51,810 --> 00:27:54,270
en je kunt zelfs hun
redenen daarvoor zien.

471
00:27:54,270 --> 00:27:58,350
Het zou leerzaam voor ons zijn als we
kort konden kijken naar de passages in

472
00:27:58,350 --> 00:28:03,390
Handelingen waar dit wordt geciteerd,
en naar de uitleg van de apostelen.

473
00:28:03,390 --> 00:28:06,270
Toen Jezus het verstand
van Zijn discipelen opende,

474
00:28:06,270 --> 00:28:10,470
zodat zij de Schriften konden
begrijpen, begonnen zij in passages

475
00:28:10,470 --> 00:28:14,130
zoals deze dingen te zien die
Joodse schriftgeleerden en

476
00:28:14,130 --> 00:28:16,410
rabbijnen nooit hadden gezien.

477
00:28:16,410 --> 00:28:20,610
En dat terwijl zij deze passage
door de eeuwen heen waarschijnlijk

478
00:28:20,610 --> 00:28:23,970
tientallen of honderden
keren hadden bestudeerd.

479
00:28:23,970 --> 00:28:29,910
Wanneer Petrus dit in Handelingen 2
citeert, begint het citaat bij vers 25.

480
00:28:29,910 --> 00:28:31,050
Hij zegt:

481
00:28:31,050 --> 00:28:35,430
Want David zegt over Hem: Ik
zag de Heere altijd voor mij,

482
00:28:35,430 --> 00:28:39,450
want Hij is aan mijn rechter hand
, opdat ik niet zou wankelen.

483
00:28:39,450 --> 00:28:42,750
en daarmee bedoelt hij: over Jezus.

484
00:28:42,750 --> 00:28:47,610
Dan volgt het citaat uit Psalm 16:8–11:

485
00:28:47,610 --> 00:28:51,510
Daarom is mijn hart verblijd
en mijn eer verheugt zich,

486
00:28:51,510 --> 00:28:53,850
ook zal mijn lichaam veilig wonen.

487
00:28:53,850 --> 00:28:57,090
Want U zult mijn ziel in
het graf niet verlaten,

488
00:28:57,090 --> 00:29:00,270
U laat niet toe dat Uw
Heilige ontbinding ziet.

489
00:29:00,270 --> 00:29:03,210
U maakt mij het pad ten leven bekend;

490
00:29:03,210 --> 00:29:06,210
overvloed van blijdschap
is bij Uw aangezicht,

491
00:29:06,210 --> 00:29:10,110
lieflijkheden zijn in Uw
rechterhand, voor altijd.

492
00:29:10,110 --> 00:29:14,970
Die uitdrukking is de weergave van
die laatste regel in de Septuaginta.

493
00:29:14,970 --> 00:29:17,550
In de Psalm luidt die regel:

494
00:29:17,550 --> 00:29:20,670
overvloed van blijdschap
is bij Uw aangezicht,

495
00:29:20,670 --> 00:29:24,630
lieflijkheden zijn in Uw
rechterhand, voor altijd.

496
00:29:24,630 --> 00:29:30,030
In de Septuaginta, die Petrus
citeert, is dat enigszins ingekort.

497
00:29:30,030 --> 00:29:31,770
Daar staat eenvoudig:

498
00:29:31,770 --> 00:29:35,790
U zult mij vervullen met
vreugde door Uw aangezicht.

499
00:29:35,790 --> 00:29:40,710
oftewel: met Uw aangezicht,
of: in Uw tegenwoordigheid.

500
00:29:40,710 --> 00:29:44,610
Vervolgens geeft hij in
vers 29 zijn uitleg ervan:

501
00:29:44,610 --> 00:29:49,470
Mannenbroeders, het is mij toegestaan over
de aartsvader David vrijuit tegen u te

502
00:29:49,470 --> 00:29:54,390
zeggen dat hij én gestorven én begraven
is, en dat zijn graf tot op deze dag

503
00:29:54,390 --> 00:29:55,650
bij ons is.

504
00:29:55,650 --> 00:29:59,610
Daarmee wordt stilzwijgend gezegd dat
zijn lichaam in dat graf en in die

505
00:29:59,610 --> 00:30:01,710
begraafplaats is weggerot.

506
00:30:01,710 --> 00:30:06,270
Je zou er kunnen gaan kijken en het
vergane lichaam van David kunnen vinden.

507
00:30:06,270 --> 00:30:09,390
Het is beslist niet aan
de ontbinding ontkomen.

508
00:30:09,390 --> 00:30:13,770
Aangezien hij een profeet was en wist
dat God hem met een eed gezworen had

509
00:30:13,770 --> 00:30:17,970
dat Hij uit de vrucht van zijn lichaam,
voor zover het zijn vlees betrof,

510
00:30:17,970 --> 00:30:21,870
de Christus zou doen opstaan
om Hem op zijn troon te zetten,

511
00:30:21,870 --> 00:30:25,890
daarom voorzag hij dit en zei hij
over de opstanding van Christus

512
00:30:25,890 --> 00:30:28,590
dat Zijn ziel niet is verlaten in het graf

513
00:30:28,590 --> 00:30:31,650
en dat Zijn vlees geen
ontbinding heeft gezien.

514
00:30:31,650 --> 00:30:36,630
Deze Jezus heeft God doen opstaan,
waarvan wij allen getuigen zijn.

515
00:30:36,630 --> 00:30:39,870
Je kunt zien hoe Petrus
juist die twee regels neemt:

516
00:30:39,870 --> 00:30:42,450
U zult mijn ziel in
het graf niet verlaten,

517
00:30:42,450 --> 00:30:45,990
U laat niet toe dat Uw
Heilige ontbinding ziet.

518
00:30:45,990 --> 00:30:50,610
Hij past ze in heel letterlijke zin toe en
zegt dat de enige letterlijke vervulling

519
00:30:50,610 --> 00:30:53,910
hiervan betrekking kon hebben
op de opstanding van Christus.

520
00:30:53,910 --> 00:30:56,430
Hij zei dat David een profeet was.

521
00:30:56,430 --> 00:30:58,470
Hij sprak niet over zichzelf.

522
00:30:58,470 --> 00:31:01,770
Hij sprak terwijl hij de
opstanding van Christus voorzag.

523
00:31:01,770 --> 00:31:04,230
We gaan kort naar Handelingen 13.

524
00:31:04,230 --> 00:31:08,250
We zien dat de apostel Paulus
ook dezelfde Schrift aanhaalde.

525
00:31:08,250 --> 00:31:13,230
Kort na elkaar haalt Paulus in deze preek
in Handelingen 13 drie gedeelten uit het

526
00:31:13,230 --> 00:31:15,030
Oude Testament aan.

527
00:31:15,030 --> 00:31:18,930
Twee daarvan komen uit de
Psalmen en één uit Jesaja.

528
00:31:18,930 --> 00:31:21,570
Maar om de hele
gedachtegang mee te krijgen,

529
00:31:21,570 --> 00:31:27,630
wil ik bij vers 33 beginnen en
doorlezen tot en met vers 37:

530
00:31:27,630 --> 00:31:32,730
zoals ook in de tweede psalm
geschreven staat: U bent Mijn Zoon,

531
00:31:32,730 --> 00:31:34,770
heden heb Ik U verwekt.

532
00:31:34,770 --> 00:31:36,870
Dat hebben we eerder bestudeerd.

533
00:31:36,870 --> 00:31:38,730
En dat Hij Hem uit de doden heeft

534
00:31:38,730 --> 00:31:44,610
doen opstaan om niet meer tot ontbinding
terug te keren, heeft Hij zó gezegd:

535
00:31:44,610 --> 00:31:48,990
Ik zal u de weldaden van David
geven, die betrouwbaar zijn;

536
00:31:48,990 --> 00:31:50,610
Dit Schriftwoord

537
00:31:50,610 --> 00:31:56,670
Neig uw oor en kom tot Mij,
luister, en uw ziel zal leven;

538
00:31:56,670 --> 00:31:59,670
want Ik zal met u een
eeuwig verbond sluiten:

539
00:31:59,670 --> 00:32:02,790
de betrouwbare gunstbewijzen aan David.

540
00:32:02,790 --> 00:32:07,530
komt uit Jesaja 55:3. Dan zegt hij:

541
00:32:07,530 --> 00:32:10,111
daarom zegt hij ook in een andere psalm :

542
00:32:10,111 --> 00:32:14,970
U zult Uw Heilige niet over
geven om ontbinding te zien.

543
00:32:14,970 --> 00:32:19,410
en deze andere Psalm, die hij
niet bij naam noemt, is Psalm 16,

544
00:32:19,410 --> 00:32:21,390
die we hebben bestudeerd.

545
00:32:21,390 --> 00:32:25,770
Immers, David is ontslapen
nadat hij in zijn tijd het

546
00:32:25,770 --> 00:32:30,150
raadsbesluit van God uitgediend had, en
hij is bij zijn vaderen gelegd en heeft

547
00:32:30,150 --> 00:32:34,290
wel ontbinding gezien; maar
Hij Die God opgewekt heeft,

548
00:32:34,290 --> 00:32:36,450
heeft geen ontbinding gezien.

549
00:32:36,450 --> 00:32:38,790
Dat wil zeggen: hij verging.

550
00:32:38,790 --> 00:32:43,110
Je kunt dus zien dat de apostelen
begrepen dat dit vers op de opstanding van

551
00:32:43,110 --> 00:32:44,790
Christus moest slaan.

552
00:32:44,790 --> 00:32:47,070
Als je het iets minder letterlijk neemt,

553
00:32:47,070 --> 00:32:50,370
zou het misschien op Davids
eigen situatie kunnen slaan.

554
00:32:50,370 --> 00:32:54,510
Maar als je het vers en de woorden
hun volle betekenis laat behouden,

555
00:32:54,510 --> 00:32:58,890
kunnen ze op niets anders slaan dan
op Jezus en Zijn opstanding zelf.

556
00:32:58,890 --> 00:33:01,830
Nu moeten we naar enkele
andere Psalmen gaan.

557
00:33:01,830 --> 00:33:10,410
We gaan drie Psalmen overslaan waar we
later op terugkomen: Psalm 22, 23 en 24.

558
00:33:10,410 --> 00:33:14,730
Volgens mij vormen die samen een
trilogie van Messiaanse Psalmen.

559
00:33:14,730 --> 00:33:19,110
Maar voorlopig slaan we die over,
omdat we ze samen willen behandelen.

560
00:33:19,110 --> 00:33:21,930
Laten we nu verdergaan met Psalm 40.

561
00:33:21,930 --> 00:33:25,770
Hier hebben we twee Psalmen
achter elkaar die Messiaans zijn.

562
00:33:25,770 --> 00:33:29,610
Als ik dat zeg, zeg ik opnieuw niet
dat elk vers daarin duidelijk naar

563
00:33:29,610 --> 00:33:31,410
de Messias verwijst.

564
00:33:31,410 --> 00:33:34,170
In beide gevallen zijn
het Psalmen van David.

565
00:33:34,170 --> 00:33:37,050
Ook hier spreekt hij
vanuit zijn eigen ervaring.

566
00:33:37,050 --> 00:33:41,070
In het eerste geval dankt hij
God voor bepaalde bevrijdingen.

567
00:33:41,070 --> 00:33:45,990
In de volgende Psalm, Psalm 41,
lijkt hij opnieuw in gevaar te zijn,

568
00:33:45,990 --> 00:33:47,670
of in elk geval ziek.

569
00:33:47,670 --> 00:33:51,810
Hij lijkt ziek te zijn, en zijn
vijanden zijn daar blij om.

570
00:33:51,810 --> 00:33:55,290
Maar tussen Davids eigen
getuigenis in deze Psalmen

571
00:33:55,290 --> 00:33:59,790
staan uitspraken die in hun volle
betekenis alleen op de Messias van

572
00:33:59,790 --> 00:34:01,410
toepassing kunnen zijn.

573
00:34:01,410 --> 00:34:05,850
Dat is voor het grootste deel het
kenmerk van Messiaanse Psalmen.

574
00:34:05,850 --> 00:34:08,130
De woorden van de Messiaanse Psalmen

575
00:34:08,130 --> 00:34:11,550
verwijzen in niet-letterlijke
zin naar de spreker.

576
00:34:11,550 --> 00:34:15,690
Als we willen, kunnen we ze
zien als niets meer dan poëzie.

577
00:34:15,690 --> 00:34:19,650
We kunnen in wezen zeggen dat al
die woorden er alleen maar over

578
00:34:19,650 --> 00:34:23,670
gaan dat hij in moeilijkheden
zit, dat iemand hem wil doden,

579
00:34:23,670 --> 00:34:27,510
en dat hij zich gewoon heel
poëtisch en bloemrijk uitdrukt.

580
00:34:27,510 --> 00:34:33,630
Dat is mogelijk, want de Hebreeuwse
poëzie veroorlooft zich zulke vrijheden.

581
00:34:33,630 --> 00:34:36,450
Dat hebben we in het boek Job gezien.

582
00:34:36,450 --> 00:34:39,270
Maar we merken dat de schrijvers
van het Nieuwe Testament

583
00:34:39,270 --> 00:34:43,950
graag dieper gaan en zeggen: ‘Datgene
waar dit letterlijk naar verwijst,

584
00:34:43,950 --> 00:34:45,930
moet Christus zijn.’

585
00:34:45,930 --> 00:34:50,970
Daarom zijn Davids ervaring en die van
Christus in deze Psalmen met elkaar

586
00:34:50,970 --> 00:34:52,770
vermengd en verweven.

587
00:34:52,770 --> 00:34:57,270
Natuurlijk verwijzen de gedeelten die naar
Christus verwijzen, in een beperktere,

588
00:34:57,270 --> 00:34:59,910
minder letterlijke zin ook naar David.

589
00:34:59,910 --> 00:35:02,850
Laten we bijvoorbeeld Psalm 40 lezen:

590
00:35:02,850 --> 00:35:05,370
Lang heb ik de HEERE verwacht, en Hij

591
00:35:05,370 --> 00:35:08,370
boog Zich naar mij toe en
hoorde mijn hulpgeroep.

592
00:35:08,370 --> 00:35:13,530
Hij beurde mij op uit een kuil vol
kolkend water , uit modderig slijk;

593
00:35:13,530 --> 00:35:17,430
Hij zette mijn voeten op een rots
en maakte mijn schreden vast.

594
00:35:17,430 --> 00:35:22,110
Hij legde mij een nieuw lied in de
mond, een lofzang voor onze God.

595
00:35:22,110 --> 00:35:26,130
Velen zullen het zien en vrezen,
en op de HEERE vertrouwen.

596
00:35:26,130 --> 00:35:29,070
Welzalig de man die op de
HEERE zijn vertrouwen stelt,

597
00:35:29,070 --> 00:35:33,750
en zich niet wendt tot wie hoogmoedig
zijn of afdwalen naar leugen.

598
00:35:33,750 --> 00:35:39,270
HEERE, mijn God, veel zijn Uw wonderen,
die Ú hebt gedaan, en Uw gedachten,

599
00:35:39,270 --> 00:35:41,070
die U over ons hebt.

600
00:35:41,070 --> 00:35:43,530
Men kan ze voor U niet uiteenzetten.

601
00:35:43,530 --> 00:35:47,550
Zou ik ze verkondigen en uitspreken,
dan zijn ze zó machtig veel

602
00:35:47,550 --> 00:35:49,410
dat ik ze niet kan tellen.

603
00:35:49,410 --> 00:35:52,950
U hebt geen vreugde gevonden
in slachtoffer en graanoffer,

604
00:35:52,950 --> 00:35:57,870
U hebt Mijn oren doorboord; brandoffer
en zondoffer hebt U niet geëist.

605
00:35:57,870 --> 00:36:02,550
Toen zei Ik: Zie, Ik kom, in de
boekrol is over Mij geschreven.

606
00:36:02,550 --> 00:36:06,390
Ik vind er vreugde in, Mijn
God, om Uw welbehagen te doen;

607
00:36:06,390 --> 00:36:09,270
Uw wet draag Ik diep in Mijn binnenste.

608
00:36:09,270 --> 00:36:14,130
Ik breng de blijde boodschap van de
gerechtigheid in de grote gemeente; zie,

609
00:36:14,130 --> 00:36:15,870
mijn lippen belet ik niet.

610
00:36:15,870 --> 00:36:17,490
Ú, HEERE, weet het!

611
00:36:17,490 --> 00:36:20,610
Uw gerechtigheid verberg
ik niet diep in mijn hart,

612
00:36:20,610 --> 00:36:23,730
Uw waarheid en Uw heil verkondig ik.

613
00:36:23,730 --> 00:36:29,070
Uw goedertierenheid en Uw trouw
verzwijg ik niet in de grote gemeente.

614
00:36:29,070 --> 00:36:33,090
HEERE, Ú zult mij Uw
barmhartigheid niet onthouden;

615
00:36:33,090 --> 00:36:37,950
laat Uw goedertierenheid en Uw
trouw mij voortdurend beschermen.

616
00:36:37,950 --> 00:36:41,970
Want rampen, niet te
tellen, hebben mij omvangen;

617
00:36:41,970 --> 00:36:45,270
mijn ongerechtigheden
hebben mij getroffen.

618
00:36:45,270 --> 00:36:48,810
Die regel zou nooit op Christus
van toepassing kunnen zijn.

619
00:36:48,810 --> 00:36:51,150
En ik heb ze niet kunnen overzien.

620
00:36:51,150 --> 00:36:54,450
Zij zijn machtig veel meer
dan de haren van mijn hoofd,

621
00:36:54,450 --> 00:36:56,730
en mijn hart heeft mij verlaten.

622
00:36:56,730 --> 00:37:02,370
Laat het U behagen, HEERE, mij te
redden; HEERE, kom mij spoedig te hulp.

623
00:37:02,370 --> 00:37:06,870
Laat tezamen beschaamd en rood van
schaamte worden wie mij naar het leven

624
00:37:06,870 --> 00:37:11,850
staan om dat te vernielen; laat
terugwijken en te schande worden wie

625
00:37:11,850 --> 00:37:14,010
vreugde vinden in mijn onheil.

626
00:37:14,010 --> 00:37:19,230
Laat als loon voor hun smaad verwoest
worden wie tegen mij zeggen: Haha!

627
00:37:19,230 --> 00:37:24,810
Laat in U vrolijk en verblijd zijn allen
die U zoeken; laat wie Uw heil liefhebben,

628
00:37:24,810 --> 00:37:28,110
voortdurend zeggen: De HEERE is groot!

629
00:37:28,110 --> 00:37:32,310
Ík ben wel ellendig en arm,
maar de Heere denkt aan mij.

630
00:37:32,310 --> 00:37:37,410
U bent mijn Helper en mijn Bevrijder;
mijn God, wacht niet langer!

631
00:37:37,410 --> 00:37:41,250
Het lijkt erop dat deze passage
geschreven kan zijn door David

632
00:37:41,250 --> 00:37:46,290
voordat hij zijn koninklijke gezag kreeg,
want hij zegt dat hij arm en behoeftig is.

633
00:37:46,290 --> 00:37:50,490
Dat zou beslist een goede beschrijving
zijn van zijn lichamelijke omstandigheden

634
00:37:50,490 --> 00:37:54,990
voordat hij het koningschap kreeg, want
hij vluchtte door de woestijn voor Saul.

635
00:37:54,990 --> 00:37:58,110
Het is echter mogelijk dat
hij dit geestelijk bedoelt:

636
00:37:58,110 --> 00:37:59,550
Ik ben arm.

637
00:37:59,550 --> 00:38:02,010
Ik heb een verbrijzelde geest.

638
00:38:02,010 --> 00:38:07,830
Ik zie mezelf als iemand die geestelijk in
grote nood verkeert, ook al ben ik koning.

639
00:38:07,830 --> 00:38:09,930
Dat zou ook het geval kunnen zijn.

640
00:38:09,930 --> 00:38:13,230
Hoe dan ook, over het
algemeen lijkt het te passen.

641
00:38:13,230 --> 00:38:17,250
De Psalmen passen in het algemeen
meer bij de periode waarin David

642
00:38:17,250 --> 00:38:20,850
voor Saul vluchtte dan bij de
tijd waarin hij koning was.

643
00:38:20,850 --> 00:38:25,410
In de eerste drie verzen spreekt hij
erover dat hij geduldig op de HEERE heeft

644
00:38:25,410 --> 00:38:27,570
gewacht, en hij zegt:

645
00:38:27,570 --> 00:38:31,110
Lang heb ik de HEERE verwacht,
en Hij boog Zich naar mij toe en

646
00:38:31,110 --> 00:38:32,850
hoorde mijn hulpgeroep.

647
00:38:32,850 --> 00:38:37,830
Hij beurde mij op uit een kuil vol
kolkend water , uit modderig slijk;

648
00:38:37,830 --> 00:38:41,610
Hij zette mijn voeten op een rots
en maakte mijn schreden vast.

649
00:38:41,610 --> 00:38:46,050
Hij legde mij een nieuw lied in de
mond, een lofzang voor onze God.

650
00:38:46,050 --> 00:38:50,010
Velen zullen het zien en vrezen,
en op de HEERE vertrouwen.

651
00:38:50,010 --> 00:38:51,330
enzovoort.

652
00:38:51,330 --> 00:38:55,170
Dit zou ook gezien kunnen worden als een
mogelijke verwijzing naar de opstanding

653
00:38:55,170 --> 00:39:00,450
van Jezus, hoewel het Nieuwe Testament
het nergens als zodanig aanhaalt.

654
00:39:00,450 --> 00:39:04,170
Er is een later gedeelte van deze
Psalm dat in het Nieuwe Testament over

655
00:39:04,170 --> 00:39:06,030
Jezus wordt aangehaald.

656
00:39:06,030 --> 00:39:09,930
Dat maakt ons erop attent dat er
een messiaans thema door deze Psalm

657
00:39:09,930 --> 00:39:11,310
heen geweven is.

658
00:39:11,310 --> 00:39:16,650
Maar deze drie verzen aan het begin worden
niet in het Nieuwe Testament aangehaald.

659
00:39:16,650 --> 00:39:21,870
Daarom weten we niet of ze bedoeld zijn
als een messiaans gedeelte van de Psalm.

660
00:39:21,870 --> 00:39:25,890
Maar omdat bijvoorbeeld de verzen
6 tot en met 10 dat wel zijn,

661
00:39:25,890 --> 00:39:29,790
is het ook mogelijk dat de
verzen 1 tot en met 3 dat zijn.

662
00:39:29,790 --> 00:39:33,270
Dat zou hiervan nog een interessante
verwijzing maken naar de dood

663
00:39:33,270 --> 00:39:35,550
en opstanding van de Messias.

664
00:39:35,550 --> 00:39:38,430
Welzalig de man die op de
HEERE zijn vertrouwen stelt,

665
00:39:38,430 --> 00:39:42,990
en zich niet wendt tot wie hoogmoedig
zijn of afdwalen naar leugen.

666
00:39:42,990 --> 00:39:48,570
De kuil wordt vaak beschouwd als een
synoniem voor de hel, Sheol of het graf.

667
00:39:48,570 --> 00:39:53,310
In wezen zou dit kunnen verwijzen naar
het opstaan uit het graf: uit het slijk,

668
00:39:53,310 --> 00:39:55,290
dat de aarde zou voorstellen.

669
00:39:55,290 --> 00:39:57,750
Het had gemakkelijk
aangehaald kunnen worden.

670
00:39:57,750 --> 00:40:01,650
Ik verbaas me erover dat het niet in
het Nieuwe Testament is aangehaald,

671
00:40:01,650 --> 00:40:04,530
al kan het heel goed zijn
aangehaald in een deel van de

672
00:40:04,530 --> 00:40:08,190
prediking van de apostelen dat
niet voor ons is opgetekend.

673
00:40:08,190 --> 00:40:11,550
Wat betreft het leggen van een
nieuw lied in mijn mond, ja,

674
00:40:11,550 --> 00:40:15,630
een lofzang voor onze God: dat
is het getuigenis van David,

675
00:40:15,630 --> 00:40:20,550
dat is ons getuigenis, en dat
is ook het getuigenis van Jezus.

676
00:40:20,550 --> 00:40:25,650
Want de Schrift zegt dat Jezus lofzangen
zingt te midden van de gemeente.

677
00:40:25,650 --> 00:40:30,270
Zelfs terwijl wij lofzangen zingen,
is Jezus in ons midden en zingt Hij

678
00:40:30,270 --> 00:40:31,770
met ons lofzangen.

679
00:40:31,770 --> 00:40:36,330
Dat staat in Psalm 22:22,
waar we in een andere les

680
00:40:36,330 --> 00:40:38,430
afzonderlijk naar zullen kijken.

681
00:40:38,430 --> 00:40:44,850
Psalm 22:22 vermeldt dat Jezus lofzangen
zingt te midden van de gemeente.

682
00:40:44,850 --> 00:40:49,290
We kunnen zien dat een van de thema’s
die in deze Psalm steeds terugkeren,

683
00:40:49,290 --> 00:40:51,450
te maken heeft met de gemeente.

684
00:40:51,450 --> 00:40:53,790
Hij zegt bijvoorbeeld in vers 9:

685
00:40:53,790 --> 00:40:58,650
Ik breng de blijde boodschap van de
gerechtigheid in de grote gemeente; zie,

686
00:40:58,650 --> 00:41:00,210
mijn lippen belet ik niet.

687
00:41:00,210 --> 00:41:01,530
Ú, HEERE, weet het!

688
00:41:01,530 --> 00:41:03,990
Vers 10 zegt helemaal aan het einde:

689
00:41:03,990 --> 00:41:07,710
Uw gerechtigheid verberg
ik niet diep in mijn hart,

690
00:41:07,710 --> 00:41:11,070
Uw waarheid en Uw heil verkondig ik.

691
00:41:11,070 --> 00:41:16,350
Uw goedertierenheid en Uw trouw
verzwijg ik niet in de grote gemeente.

692
00:41:16,350 --> 00:41:21,330
Het woord ‘gemeente’ is in het
Griekse Oude Testament ekklesia.

693
00:41:21,330 --> 00:41:26,310
Dat is hetzelfde woord dat in het Nieuwe
Testament met ‘gemeente’ wordt vertaald.

694
00:41:26,310 --> 00:41:31,230
Deze Psalm heeft dus verbanden met de
gemeente en natuurlijk met de Messias.

695
00:41:31,230 --> 00:41:35,130
Hij gaat tamelijk uitvoerig in
op de barmhartigheden van God,

696
00:41:35,130 --> 00:41:39,750
op hoe wonderbaarlijk Zijn werken zijn
en hoeveel gedachten Hij over ons heeft,

697
00:41:39,750 --> 00:41:40,950
wat goed is.

698
00:41:40,950 --> 00:41:45,930
Als men ze in volgorde zou opsommen,
zijn ze niet te tellen, enzovoort.

699
00:41:45,930 --> 00:41:51,390
Dan hebben we in de verzen 6 tot en met
10 het duidelijk messiaanse gedeelte.

700
00:41:51,390 --> 00:41:53,850
Het zou misschien niet zo
duidelijk messiaans zijn

701
00:41:53,850 --> 00:41:56,790
als het niet in het Nieuwe
Testament werd aangehaald.

702
00:41:56,790 --> 00:42:01,830
Maar omdat dat wel gebeurt, is het dat
ook en weten we dat het messiaans is:

703
00:42:01,830 --> 00:42:05,550
U hebt geen vreugde gevonden
in slachtoffer en graanoffer,

704
00:42:05,550 --> 00:42:11,010
U hebt Mijn oren doorboord; brandoffer
en zondoffer hebt U niet geëist.

705
00:42:11,010 --> 00:42:15,810
Toen zei Ik: Zie, Ik kom, in de
boekrol is over Mij geschreven.

706
00:42:15,810 --> 00:42:20,130
Ik vind er vreugde in, Mijn
God, om Uw welbehagen te doen;

707
00:42:20,130 --> 00:42:22,890
Uw wet draag Ik diep in Mijn binnenste.

708
00:42:22,890 --> 00:42:26,790
Ik kan me niet herinneren dat de verzen
9 en 10 in het Nieuwe Testament worden

709
00:42:26,790 --> 00:42:30,570
aangehaald, maar ze maken duidelijk
deel uit van dezelfde woorden

710
00:42:30,570 --> 00:42:33,510
en zouden net zo goed op
Jezus van toepassing zijn:

711
00:42:33,510 --> 00:42:36,870
Ik heb in de grote samenkomst
over gerechtigheid gesproken.

712
00:42:36,870 --> 00:42:41,670
Ik heb mijn mond niet gehouden, Heer,
dat weet U. Ik heb uw gerechtigheid niet

713
00:42:41,670 --> 00:42:43,230
voor mezelf gehouden.

714
00:42:43,230 --> 00:42:46,290
Ik heb verteld over uw
trouw en uw redding.

715
00:42:46,290 --> 00:42:51,390
Ik heb uw liefde en uw waarheid niet
voor de grote samenkomst verzwegen.

716
00:42:51,390 --> 00:42:54,450
Dat wil zeggen dat de
spreker, David, zegt:

717
00:42:54,450 --> 00:42:58,890
Ik besef dat U iets anders
wilt dan offers en offergaven.

718
00:42:58,890 --> 00:43:03,150
Dit is iets wat hij ook
in de 51e Psalm vermeldt.

719
00:43:03,150 --> 00:43:06,870
Laten we even snel naar de
51e Psalm kijken om deze

720
00:43:06,870 --> 00:43:09,930
vergelijkbare gedachte bij David te zien.

721
00:43:09,930 --> 00:43:13,470
David schreef de 51e
Psalm natuurlijk toen hij

722
00:43:13,470 --> 00:43:16,350
berouw had over zijn zonde met Bathseba.

723
00:43:16,350 --> 00:43:21,750
In Psalm 51, de verzen
16 en 17, zegt David:

724
00:43:21,750 --> 00:43:26,010
Want U vindt geen vreugde in
offers, anders zou ik ze brengen;

725
00:43:26,010 --> 00:43:28,950
in brandoffers schept U geen behagen.

726
00:43:28,950 --> 00:43:32,190
De offers voor God zijn
een gebroken geest;

727
00:43:32,190 --> 00:43:37,170
een verbrijzeld en verslagen hart
zult U, o God, niet verachten.

728
00:43:37,170 --> 00:43:41,790
Je ziet dus dat David, toen hij zich
bekeerde van zijn zonde met Bathseba,

729
00:43:41,790 --> 00:43:45,810
besefte dat offers niet werkelijk
alles waren waar God naar zocht.

730
00:43:45,810 --> 00:43:49,350
Volgens de Joodse wet bracht
je, als je zonden had begaan,

731
00:43:49,350 --> 00:43:53,430
een schuldoffer naar de tempel,
of naar de tabernakel in de tijd

732
00:43:53,430 --> 00:43:55,170
voordat er een tempel was.

733
00:43:55,170 --> 00:43:57,630
De priester offerde het dan voor je.

734
00:43:57,630 --> 00:44:02,970
Het bloed werd gesprenkeld enzovoort,
en dat diende om je zonde te bedekken.

735
00:44:02,970 --> 00:44:06,750
David zei: „Ik besef dat
U niet alleen dat wilt.”

736
00:44:06,750 --> 00:44:10,710
Dat was een inzicht dat David
had en de meeste Joden niet.

737
00:44:10,710 --> 00:44:14,190
De meeste Joden waren er heel
tevreden mee de offers te brengen

738
00:44:14,190 --> 00:44:17,490
zonder dat er iets veranderde
in hun innerlijke mens.

739
00:44:17,490 --> 00:44:23,490
Ze beschouwden het als iets ritueels: ik
kan zondigen en daarna een offer brengen.

740
00:44:23,490 --> 00:44:27,090
En als ik opnieuw zondig,
breng ik gewoon nog een offer.

741
00:44:27,090 --> 00:44:30,810
Dan zal God mij aannemen,
omdat ik die offers breng.

742
00:44:30,810 --> 00:44:36,270
Maar David besefte door inspiratie dat
God iets diepers wilde dan alleen het

743
00:44:36,270 --> 00:44:38,310
rituele offer van een dier.

744
00:44:38,310 --> 00:44:40,170
Hij wilde iets in het hart.

745
00:44:40,170 --> 00:44:43,170
Hij wilde dat het hart
van een mens veranderde.

746
00:44:43,170 --> 00:44:48,510
Daarom zei David dat hij gemakkelijk een
offer zou brengen als God dat verlangde.

747
00:44:48,510 --> 00:44:53,070
Als koning had hij duizenden stieren
kunnen offeren als hij dat wilde.

748
00:44:53,070 --> 00:44:57,330
Maar hij besefte dat dit niet is
waar God werkelijk naar zoekt.

749
00:44:57,330 --> 00:45:01,890
God houdt Zich niet bezig met de
vraag hoeveel stieren ik kan offeren.

750
00:45:01,890 --> 00:45:06,630
Hij zoekt een gebroken hart dat
berouw heeft, een verbrijzeld hart.

751
00:45:06,630 --> 00:45:09,690
David zegt: „Dat zult U niet verachten.”

752
00:45:09,690 --> 00:45:11,790
Daar zien we dus het inzicht van David.

753
00:45:11,790 --> 00:45:16,110
Nu gaan we terug naar de psalm
die we bekijken, Psalm 40.

754
00:45:16,110 --> 00:45:17,790
In vers 6 zegt hij:

755
00:45:17,790 --> 00:45:20,730
U wilde geen offers en offergaven.

756
00:45:20,730 --> 00:45:23,670
Dat klinkt precies als Psalm 51.

757
00:45:23,670 --> 00:45:27,450
U hebt geen vreugde gevonden
in slachtoffer en graanoffer,

758
00:45:27,450 --> 00:45:32,670
U hebt Mijn oren doorboord; brandoffer
en zondoffer hebt U niet geëist.

759
00:45:32,670 --> 00:45:37,170
Het woord „geopend” betekent
in het Hebreeuws „uitgegraven”

760
00:45:37,170 --> 00:45:39,510
of mogelijk „doorboord”.

761
00:45:39,510 --> 00:45:42,270
Er zijn dus twee manieren
om dit uit te leggen.

762
00:45:42,270 --> 00:45:46,650
De ene uitleg zou zijn, zoals wij het
waarschijnlijk geneigd zouden zijn uit te

763
00:45:46,650 --> 00:45:49,770
leggen: „U hebt mijn oren geopend.”

764
00:45:49,770 --> 00:45:55,050
Dat betekent dan: „U hebt mij het
vermogen gegeven om U te horen.”

765
00:45:55,050 --> 00:45:57,570
Dat is een heel goed mogelijke uitleg.

766
00:45:57,570 --> 00:46:01,770
Wij spreken er ook over dat Hij
onze ogen en onze oren opent,

767
00:46:01,770 --> 00:46:04,470
zodat wij kunnen zien en horen.

768
00:46:04,470 --> 00:46:06,630
Dat kan zijn wat David zegt.

769
00:46:06,630 --> 00:46:12,030
Maar omdat daar het woord „uitgegraven”
staat — „U hebt mijn oor uitgegraven”,

770
00:46:12,030 --> 00:46:17,190
of „doorboord” — kan het verwijzen
naar het doorboren van de oorlel.

771
00:46:17,190 --> 00:46:20,730
Dat was iets wat bij een slaaf
voor het leven werd gedaan.

772
00:46:20,730 --> 00:46:24,630
Je herinnert je dat een slaaf aan
wie zijn vrijheid werd aangeboden,

773
00:46:24,630 --> 00:46:28,710
een slaaf voor het leven kon worden
als hij uit liefde voor zijn meester

774
00:46:28,710 --> 00:46:33,870
zijn hele leven slaaf wilde blijven
en zijn vrijheid niet wilde aannemen.

775
00:46:33,870 --> 00:46:37,590
Het ritueel was dat ze hem naar
de deur van het huis brachten

776
00:46:37,590 --> 00:46:39,930
en zijn hoofd ertegenaan hielden.

777
00:46:39,930 --> 00:46:45,030
Ze gebruikten een priem om zijn oor te
doorboren en deden er een oorring in.

778
00:46:45,030 --> 00:46:49,950
Omdat zijn oor doorboord was, zou dat
voortaan altijd laten zien dat hij

779
00:46:49,950 --> 00:46:53,550
levenslang de slaaf was van de
man die zijn oor had doorboord.

780
00:46:53,550 --> 00:46:58,050
David kan daar dat beeld gebruiken:
„U hebt mijn oor doorboord.

781
00:46:58,050 --> 00:47:00,990
God, U wilde niet alleen
dat ik offers bracht.

782
00:47:00,990 --> 00:47:02,970
U wilde dat ik U diende.”

783
00:47:02,970 --> 00:47:10,110
Met andere woorden, dat ik Uw dienaar was,
Uw slaaf voor het leven, Uw liefdesslaaf.

784
00:47:10,110 --> 00:47:14,670
Het gaat er niet om dat je slaafs iets
doet omdat de wet zegt dat je het moet

785
00:47:14,670 --> 00:47:19,470
doen, maar dat je uit liefde voor God
ervoor kiest Zijn dienaar te zijn.

786
00:47:19,470 --> 00:47:22,230
Ook dat kan het heel goed betekenen.

787
00:47:22,230 --> 00:47:24,330
Beide zijn heel goed mogelijk.

788
00:47:24,330 --> 00:47:28,470
Iets interessants is dat wanneer
dit in het boek Hebreeën over

789
00:47:28,470 --> 00:47:32,790
Jezus wordt aangehaald, er uit
de Septuaginta wordt geciteerd,

790
00:47:32,790 --> 00:47:34,590
en die luidt iets anders.

791
00:47:34,590 --> 00:47:36,750
In de Septuaginta staat:

792
00:47:36,750 --> 00:47:42,390
U wilde geen offers en offergaven, maar
U hebt een lichaam voor mij klaargemaakt.

793
00:47:42,390 --> 00:47:45,810
Zoals je ziet, is dat een
heel grote verandering.

794
00:47:45,810 --> 00:47:50,550
Het is een grote verandering van
„U hebt mijn oor uitgegraven” naar

795
00:47:50,550 --> 00:47:53,070
„U hebt voor mij een lichaam bereid”.

796
00:47:53,070 --> 00:47:58,050
Waarom de vertalers van de Septuaginta
voor die vertaling kozen, weten we niet.

797
00:47:58,050 --> 00:48:01,470
Maar interessant genoeg is dat de
versie die de schrijvers van het

798
00:48:01,470 --> 00:48:03,810
Nieuwe Testament aanhaalden.

799
00:48:03,810 --> 00:48:07,830
In Hebreeën wordt die aangehaald
als de lezing die beter past

800
00:48:07,830 --> 00:48:10,110
bij een vervulling in Christus.

801
00:48:10,110 --> 00:48:12,390
Daar zullen we het zo meteen over hebben.

802
00:48:12,390 --> 00:48:17,130
We komen binnenkort bij Hebreeën om te
bespreken hoe deze passage wordt gebruikt.

803
00:48:17,130 --> 00:48:21,510
Maar laten we eerst proberen uit te
zoeken wat David er zelf bij dacht,

804
00:48:21,510 --> 00:48:23,610
hoe David over deze woorden dacht.

805
00:48:23,610 --> 00:48:26,850
Als hij niet begreep dat de
Geest hem in werkelijkheid

806
00:48:26,850 --> 00:48:31,650
geïnspireerde woorden over de Messias gaf,
wat zouden deze woorden dan voor David

807
00:48:31,650 --> 00:48:34,050
in zijn eigen ervaring hebben betekend?

808
00:48:34,050 --> 00:48:39,210
Waarschijnlijk zegt hij: „God, ik ben
gaan beseffen dat de offers en de rituele

809
00:48:39,210 --> 00:48:41,970
offergaven van de tempel niet genoeg zijn.

810
00:48:41,970 --> 00:48:44,730
U wilt werkelijk dat
mensen Uw dienaar zijn,

811
00:48:44,730 --> 00:48:47,250
of U wilt dat mensen naar U luisteren.”

812
00:48:47,250 --> 00:48:53,010
Hoe dan ook: „U opent mijn oren”,
of: „U doorboort mijn oor.”

813
00:48:53,010 --> 00:48:59,670
Hoe dan ook zegt hij: „U zoekt mensen die
U horen, die U volgen en die U dienen,

814
00:48:59,670 --> 00:49:03,750
en niet alleen mensen die aan de rituele
vereisten van de tempel voldoen.”

815
00:49:03,750 --> 00:49:05,070
En toen zei hij:

816
00:49:05,070 --> 00:49:09,750
Toen zei Ik: Zie, Ik kom, in de
boekrol is over Mij geschreven.

817
00:49:09,750 --> 00:49:14,130
Ik vind er vreugde in, Mijn
God, om Uw welbehagen te doen;

818
00:49:14,130 --> 00:49:16,890
Uw wet draag Ik diep in Mijn binnenste.

819
00:49:16,890 --> 00:49:21,810
Met andere woorden, hij zegt, net als
een dienaar van wie het oor is doorboord

820
00:49:21,810 --> 00:49:24,750
en die dient omdat hij
van zijn meester houdt:

821
00:49:24,750 --> 00:49:27,810
„Ik schep er vreugde in Uw wil te doen.

822
00:49:27,810 --> 00:49:31,770
Ik doe het niet omdat het een
slaafse vorm van gebondenheid is.

823
00:49:31,770 --> 00:49:35,070
Ik doe het omdat ik er
vreugde in schep het te doen.

824
00:49:35,070 --> 00:49:40,170
Ik kom om Uw wil te doen, en ik
schep er vreugde in het te doen.”

825
00:49:40,170 --> 00:49:41,970
Nu is deze uitspraak:

826
00:49:41,970 --> 00:49:47,250
Toen zei Ik: Zie, Ik kom, in de
boekrol is over Mij geschreven.

827
00:49:47,250 --> 00:49:51,450
niet duidelijk als het erom gaat
wat David hier bedoeld zou hebben.

828
00:49:51,450 --> 00:49:55,830
Over welk boek spreekt hij, waarin
over hem geschreven zou staan?

829
00:49:55,830 --> 00:49:59,430
Of misschien staat er niet
werkelijk over hem geschreven.

830
00:49:59,430 --> 00:50:03,510
Misschien zegt hij in wezen alleen
dat de wet ook tot hem spreekt,

831
00:50:03,510 --> 00:50:06,330
of dat de wet ook op
hem van toepassing is.

832
00:50:06,330 --> 00:50:10,170
Maar deze woorden worden heel
letterlijk vervuld in Christus,

833
00:50:10,170 --> 00:50:14,910
en daarom laat de schrijver van Hebreeën
ze ten volle tot hun recht komen.

834
00:50:14,910 --> 00:50:18,870
We kunnen in Hebreeën hoofdstuk
10 zien hoe hij ze gebruikte.

835
00:50:18,870 --> 00:50:21,930
Het is een heel interessant
gebruik van deze woorden.

836
00:50:21,930 --> 00:50:25,230
En je kunt zien dat deze
psalm heel bruikbaar werd

837
00:50:25,230 --> 00:50:28,950
om aan te tonen dat Jezus een
einde maakte aan het offerstelsel,

838
00:50:28,950 --> 00:50:33,870
en dat Jezus het nieuwe verbond
instelde, dat geen offers omvatte.

839
00:50:33,870 --> 00:50:38,490
Daarmee deed Hij het oude verbond
teniet, dat wel offers omvatte.

840
00:50:38,490 --> 00:50:43,290
Hebreeën 10 probeert aan te tonen dat
het offer van Christus ver verheven is

841
00:50:43,290 --> 00:50:46,110
boven het offerstelsel
van het Oude Testament.

842
00:50:46,110 --> 00:50:50,790
Bij de vergelijking of tegenstelling
tussen die twee staat er in vers 3:

843
00:50:50,790 --> 00:50:55,230
Maar nu wordt men door deze offers elk
jaar opnieuw aan de zonden herinnerd.

844
00:50:55,230 --> 00:51:00,450
Want het is onmogelijk dat het bloed van
stieren en bokken de zonden wegneemt.

845
00:51:00,450 --> 00:51:05,010
Met ‘die offers’ worden de offers
van het Oude Testament bedoeld.

846
00:51:05,010 --> 00:51:09,990
Stieren en bokken waren de dieren die
de Joden in het Oude Testament offerden.

847
00:51:09,990 --> 00:51:13,050
Het was niet mogelijk dat
die de zonden wegnamen.

848
00:51:13,050 --> 00:51:16,290
Dat begreep David zelfs
in het Oude Testament al,

849
00:51:16,290 --> 00:51:18,630
hoewel veel Joden dat niet begrepen.

850
00:51:18,630 --> 00:51:22,650
En nu citeert hij uit
onze passage in Psalm 40:

851
00:51:22,650 --> 00:51:25,350
Slachtoffer en graanoffer
hebt U niet gewild,

852
00:51:25,350 --> 00:51:28,290
maar U hebt voor Mij een
lichaam gereedgemaakt.

853
00:51:28,290 --> 00:51:29,850
Dat komt overeen met:

854
00:51:29,850 --> 00:51:33,450
U hebt geen vreugde gevonden
in slachtoffer en graanoffer,

855
00:51:33,450 --> 00:51:38,730
U hebt Mijn oren doorboord; brandoffer
en zondoffer hebt U niet geëist.

856
00:51:38,730 --> 00:51:40,590
of: doorboord.

857
00:51:40,590 --> 00:51:42,450
Let erop dat de schrijver:

858
00:51:42,450 --> 00:51:47,791
Toen zei Ik: Zie, Ik kom — in de
boekrol is over Mij geschreven —

859
00:51:47,791 --> 00:51:50,250
om Uw wil te doen, o God.

860
00:51:50,250 --> 00:51:52,470
als een tussenzin weergeeft.

861
00:51:52,470 --> 00:51:54,990
Vers 7 moet dus zo worden gelezen:

862
00:51:54,990 --> 00:51:59,790
Toen zei ik: kijk, ik kom
om uw wil te doen, God.

863
00:51:59,790 --> 00:52:02,850
De schrijver van Hebreeën
gaat het volgende betogen:

864
00:52:02,850 --> 00:52:08,070
op deze plaatsen spreekt Jezus, en
Jezus erkent met zoveel woorden dat het

865
00:52:08,070 --> 00:52:11,550
offerstelsel van het Oude
Testament ontoereikend was.

866
00:52:11,550 --> 00:52:15,450
Die offers maakten geen einde
aan het zondeprobleem in de mens.

867
00:52:15,450 --> 00:52:19,830
Ze bedekten zonden tijdelijk, maar
ze konden de zonde niet wegnemen.

868
00:52:19,830 --> 00:52:22,170
Ze konden de mens niet veranderen.

869
00:52:22,170 --> 00:52:24,990
Ze konden hem niet minder zondig maken.

870
00:52:24,990 --> 00:52:27,810
Daarom moesten ze jaar
na jaar worden gebracht,

871
00:52:27,810 --> 00:52:31,050
want het was niet mogelijk
dat ze de zonden wegnamen.

872
00:52:31,050 --> 00:52:33,750
God had geen behagen in dat stelsel.

873
00:52:33,750 --> 00:52:38,130
Dat wil zeggen: niet genoeg behagen
om het te laten voortbestaan.

874
00:52:38,130 --> 00:52:40,410
Het was niet voor altijd toereikend.

875
00:52:40,410 --> 00:52:44,790
Het was iets voorlopigs dat God gaf
om vooruit te wijzen naar Christus,

876
00:52:44,790 --> 00:52:49,710
maar het was niet iets wat werkelijk tot
stand bracht wat God gedaan wilde hebben.

877
00:52:49,710 --> 00:52:54,330
Volgens de schrijver zegt Jezus dat
wanneer hij Hem als volgt citeert:

878
00:52:54,330 --> 00:52:57,690
Slachtoffer en graanoffer
hebt U niet gewild,

879
00:52:57,690 --> 00:53:00,510
maar U hebt voor Mij een
lichaam gereedgemaakt.

880
00:53:00,510 --> 00:53:04,350
Met andere woorden, in plaats van
het offerstelsel heeft God voor Jezus

881
00:53:04,350 --> 00:53:05,910
een lichaam bereid.

882
00:53:05,910 --> 00:53:09,990
Volgens de schrijver van Hebreeën kan
dit verwijzen naar het lichaam dat uit de

883
00:53:09,990 --> 00:53:14,190
maagd Maria geboren werd —
de mens Jezus van Nazareth,

884
00:53:14,190 --> 00:53:18,690
het menselijke lichaam waarin
Jezus leefde — of naar de gemeente;

885
00:53:18,690 --> 00:53:22,230
beide interpretaties zouden
enigszins van toepassing zijn.

886
00:53:22,230 --> 00:53:27,090
Want de gemeente is eenvoudigweg de
voortzetting van Zijn fysieke lichaam.

887
00:53:27,090 --> 00:53:30,090
Hij is het Hoofd; wij zijn de leden.

888
00:53:30,090 --> 00:53:34,410
Hoe dan ook kunnen we zien dat de
gemeente verband houdt met deze passage.

889
00:53:34,410 --> 00:53:38,370
Maar het punt is dat wat de offers van
het Oude Testament niet konden doen,

890
00:53:38,370 --> 00:53:41,970
tot stand moest worden gebracht
doordat Jezus een fysieke,

891
00:53:41,970 --> 00:53:44,190
lichamelijke gestalte aannam.

892
00:53:44,190 --> 00:53:48,630
Hij moest immers Zichzelf als
offer brengen. Daarom zegt Hij:

893
00:53:48,630 --> 00:53:53,971
Toen zei Ik: Zie, Ik kom — in de
boekrol is over Mij geschreven —

894
00:53:53,971 --> 00:53:56,130
om Uw wil te doen, o God.

895
00:53:56,130 --> 00:54:01,470
Toen zei Ik: Zie, Ik kom, in de
boekrol is over Mij geschreven.

896
00:54:01,470 --> 00:54:05,430
is een heel begrijpelijke verwijzing
als die op Christus slaat.

897
00:54:05,430 --> 00:54:08,850
Uit de mond van David was
dit moeilijk uit te leggen.

898
00:54:08,850 --> 00:54:11,610
Uit de mond van Christus
is het gemakkelijk.

899
00:54:11,610 --> 00:54:13,290
Hij zegt eenvoudig:

900
00:54:13,290 --> 00:54:16,470
Het hele Oude Testament gaat over Mij.

901
00:54:16,470 --> 00:54:19,770
Met andere woorden, het
hele Oude Testament heeft

902
00:54:19,770 --> 00:54:22,050
Hem werkelijk als hoofdonderwerp.

903
00:54:22,050 --> 00:54:26,130
Wanneer we de Psalmen lezen, zien
we hoeveel daarvan werkelijk Jezus

904
00:54:26,130 --> 00:54:27,750
als onderwerp hebben.

905
00:54:27,750 --> 00:54:31,410
En dat geldt niet alleen voor de
Psalmen, maar voor het hele boekwerk.

906
00:54:31,410 --> 00:54:35,550
Als je de gedachtegang hier kunt
volgen, wordt het citaat uit de psalm

907
00:54:35,550 --> 00:54:39,210
in de verzen 6 en 7 als volgt gebruikt:

908
00:54:39,210 --> 00:54:44,310
Jezus erkende dat het offerstelsel van
het Oude Testament ontoereikend was.

909
00:54:44,310 --> 00:54:45,750
Daarom zei Hij:

910
00:54:45,750 --> 00:54:48,450
Kijk, ik kom om uw wil te doen.

911
00:54:48,450 --> 00:54:53,310
Met andere woorden, ‘Uw wil doen’
staat tegenover het offerstelsel.

912
00:54:53,310 --> 00:54:55,530
De wil van God die Jezus kwam doen,

913
00:54:55,530 --> 00:54:59,310
is een nieuw verbond dat het
oude offerstelsel vervangt.

914
00:54:59,310 --> 00:55:03,390
Dat is wat de schrijver in
vers 8 zegt en vervolgens:

915
00:55:03,390 --> 00:55:06,390
Daarvoor had Hij gezegd: Slachtoffer en

916
00:55:06,390 --> 00:55:11,670
graanoffer en brandoffers en offers voor
de zonde hebt U niet gewild en zij hebben

917
00:55:11,670 --> 00:55:15,870
U niet behaagd, hoewel zij
overeenkomstig de wet worden gebracht.

918
00:55:15,870 --> 00:55:20,850
Daarna sprak Hij: Zie, Ik
kom om Uw wil te doen, o God.

919
00:55:20,850 --> 00:55:24,870
Hij neemt het eerste weg om het tweede
daarvoor in de plaats te zetten.

920
00:55:24,870 --> 00:55:29,190
Op grond van die wil zijn wij geheiligd
door het offer van het lichaam van Jezus

921
00:55:29,190 --> 00:55:32,491
Christus, eens en voor altijd gebracht .

922
00:55:32,491 --> 00:55:34,051
— einde citaat —

923
00:55:34,051 --> 00:55:38,130
In vers 10 zouden we het woord ‘wil’
tussen aanhalingstekens kunnen zetten,

924
00:55:38,130 --> 00:55:42,570
omdat hij uit de Schrift de
woorden ‘Uw wil doen’ citeert.

925
00:55:42,570 --> 00:55:47,690
Door die ‘wil’ — dat wil zeggen, de
wil van God die Jezus moest vervullen —

926
00:55:47,690 --> 00:55:51,630
moesten allen die door het offer
van Zijn lichaam geheiligd worden,

927
00:55:51,630 --> 00:55:54,690
eens en voor altijd heiliging ontvangen.

928
00:55:54,690 --> 00:55:58,890
Het argument dat in Hebreeën aan
Psalm 40 wordt ontleend, is dit:

929
00:55:58,890 --> 00:56:02,430
de offers van het Oude Testament
konden zonden bedekken,

930
00:56:02,430 --> 00:56:05,730
maar ze konden het probleem van
de zonde niet werkelijk oplossen.

931
00:56:05,730 --> 00:56:10,230
Dat kon alleen worden opgelost doordat
Jezus Zelf een lichaam aannam en

932
00:56:10,230 --> 00:56:13,170
eens en voor altijd voor ons stierf.

933
00:56:13,170 --> 00:56:15,390
Daarover werd gesproken met de woorden:

934
00:56:15,390 --> 00:56:17,430
Ik kom om Uw wil te doen.

935
00:56:17,430 --> 00:56:20,550
Denk eraan hoe Jezus in
de hof van Gethsémané

936
00:56:20,550 --> 00:56:22,770
vlak voor Zijn kruisiging stond.

937
00:56:22,770 --> 00:56:26,250
In zekere zin hing Hij
al bijna aan het kruis.

938
00:56:26,250 --> 00:56:30,510
Hij was nog maar een paar uur van
de kruisiging verwijderd. Hij zei:

939
00:56:30,510 --> 00:56:34,230
Niet wat Ik wil, maar
wat U wilt moet gebeuren.

940
00:56:34,230 --> 00:56:36,570
Hij kwam om Gods wil te doen.

941
00:56:36,570 --> 00:56:39,240
En die wil, zegt de
schrijver van Hebreeën,

942
00:56:39,240 --> 00:56:44,190
was de wil van God om het lichaam
van Jezus als offer te geven,

943
00:56:44,190 --> 00:56:50,190
om een einde te maken aan het offersysteem
en om voor altijd, eens en voor altijd,

944
00:56:50,190 --> 00:56:52,650
heiliging voor ons tot stand te brengen.

945
00:56:52,650 --> 00:56:57,270
Als we teruggaan naar Psalm 40,
kunnen we zien hoe dit wordt gebruikt.

946
00:56:57,270 --> 00:57:01,320
Wat daar in wezen wordt gezegd, is
dat, wat David er ook mee bedoelde,

947
00:57:01,320 --> 00:57:04,950
de Heilige Geest de
woorden van Jezus sprak.

948
00:57:04,950 --> 00:57:08,670
Hij zei dat Jezus een einde
zou maken aan het offersysteem

949
00:57:08,670 --> 00:57:11,550
door Zijn eigen lichaam
aan God te offeren.

950
00:57:11,550 --> 00:57:15,750
Misschien zit je nog steeds te puzzelen
over het verschil tussen wat er in vers 6

951
00:57:15,750 --> 00:57:17,250
van de Psalm staat:

952
00:57:17,250 --> 00:57:21,510
U hebt geen vreugde gevonden
in slachtoffer en graanoffer,

953
00:57:21,510 --> 00:57:27,690
U hebt Mijn oren doorboord; brandoffer
en zondoffer hebt U niet geëist.

954
00:57:27,690 --> 00:57:31,290
en hoe dat in Hebreeën wordt
aangehaald, waar staat:

955
00:57:31,290 --> 00:57:33,990
Daarom zegt Hij bij
Zijn komst in de wereld:

956
00:57:33,990 --> 00:57:37,590
Slachtoffer en graanoffer
hebt U niet gewild,

957
00:57:37,590 --> 00:57:41,010
maar U hebt voor Mij een
lichaam gereedgemaakt.

958
00:57:41,010 --> 00:57:43,710
Dat klinkt als twee heel
verschillende dingen.

959
00:57:43,710 --> 00:57:47,490
Maar als je er echt goed naar
kijkt, verschillen ze niet zo sterk.

960
00:57:47,490 --> 00:57:52,230
Als het gaat over het doorboren van het
oor en iemand tot een dienstknecht maken,

961
00:57:52,230 --> 00:57:56,070
dan is dat in wezen wat Jezus
deed toen Hij een lichaam aannam.

962
00:57:56,070 --> 00:58:00,750
Hij werd de Dienstknecht van Jehova,
een term die in Jesaja vaak voor de

963
00:58:00,750 --> 00:58:02,490
Messias wordt gebruikt.

964
00:58:02,490 --> 00:58:08,250
Jesaja gebruikt de term ‘de Dienstknecht
van Jehova’ heel vaak voor de Messias.

965
00:58:08,250 --> 00:58:12,090
Hij werd Gods Dienstknecht
door een lichaam aan te nemen.

966
00:58:12,090 --> 00:58:16,170
Zelfs als we niet kunnen begrijpen
waarom de ene bewoording met de andere is

967
00:58:16,170 --> 00:58:21,090
vertaald, kunnen we in elk geval zien dat
ze allebei hetzelfde begrip uitdrukken met

968
00:58:21,090 --> 00:58:22,950
betrekking tot Christus.

969
00:58:22,950 --> 00:58:26,730
In vers 9 en 10 hebben we
al gelezen hoe Hij zei:

970
00:58:26,730 --> 00:58:31,650
Ik breng de blijde boodschap van de
gerechtigheid in de grote gemeente; zie,

971
00:58:31,650 --> 00:58:33,450
mijn lippen belet ik niet.

972
00:58:33,450 --> 00:58:35,370
Ú, HEERE, weet het!

973
00:58:35,370 --> 00:58:38,610
Uw gerechtigheid verberg
ik niet diep in mijn hart,

974
00:58:38,610 --> 00:58:41,430
Uw waarheid en Uw heil verkondig ik.

975
00:58:41,430 --> 00:58:46,410
Uw goedertierenheid en Uw trouw
verzwijg ik niet in de grote gemeente.

976
00:58:46,410 --> 00:58:48,390
De grote gemeente.

977
00:58:48,390 --> 00:58:51,330
Jezus maakte de waarheid
bekend aan de gemeente,

978
00:58:51,330 --> 00:58:54,510
maar Hij verborg de waarheid
wel voor degenen die niet tot de

979
00:58:54,510 --> 00:58:56,610
gemeente behoorden, nietwaar?

980
00:58:56,610 --> 00:59:01,110
Hij vertelde gelijkenissen, zodat
degenen die niet geloofden en die niet

981
00:59:01,110 --> 00:59:04,290
bestemd waren om de geheimenissen
van het Koninkrijk te kennen,

982
00:59:04,290 --> 00:59:06,090
het niet zouden begrijpen.

983
00:59:06,090 --> 00:59:09,510
Maar aan Zijn gelovigen legde
Hij alles afzonderlijk uit.

984
00:59:09,510 --> 00:59:11,910
Het enige andere vers in deze Psalm

985
00:59:11,910 --> 00:59:16,590
dat volgens mij echt enige
toelichting nodig heeft, is vers 16:

986
00:59:16,590 --> 00:59:22,050
Laat in U vrolijk en verblijd zijn allen
die U zoeken; laat wie Uw heil liefhebben,

987
00:59:22,050 --> 00:59:25,350
voortdurend zeggen: De HEERE is groot!

988
00:59:25,350 --> 00:59:27,990
is wat wij voortdurend behoren te zeggen.

989
00:59:27,990 --> 00:59:31,770
Ik zou willen voorstellen dat we
de Heere voortdurend grootmaken.

990
00:59:31,770 --> 00:59:37,530
Ik wil verdergaan met Psalm 41, omdat
ook dat een messiaanse Psalm is en er een

991
00:59:37,530 --> 00:59:41,250
passage in staat die Jezus in het
Nieuwe Testament met betrekking

992
00:59:41,250 --> 00:59:43,350
tot Zichzelf aanhaalt.

993
00:59:43,350 --> 00:59:48,810
Dat is vers 9, dat Jezus aanhaalt —
of dat niet precies wordt aangehaald,

994
00:59:48,810 --> 00:59:51,710
maar waarop in het Nieuwe
Testament wordt gezinspeeld —

995
00:59:51,710 --> 00:59:55,350
over het verraad van Jezus door Judas.

996
00:59:55,350 --> 00:59:59,250
Welzalig is hij die verstandig
omgaat met een ellendige;

997
00:59:59,250 --> 01:00:02,850
in dagen van onheil zal
de HEERE hem bevrijden.

998
01:00:02,850 --> 01:00:06,690
De HEERE zal hem bewaren en
hem in het leven behouden;

999
01:00:06,690 --> 01:00:09,450
hij zal op aarde gelukkig gemaakt worden.

1000
01:00:09,450 --> 01:00:12,690
Geef hem niet over aan het
verlangen van zijn vijanden.

1001
01:00:12,690 --> 01:00:17,190
De HEERE zal hem ondersteunen op
zijn rustbank; als hij ziek is,

1002
01:00:17,190 --> 01:00:19,950
maakt U heel zijn ziek bed anders.

1003
01:00:19,950 --> 01:00:21,450
of het zou kunnen zijn:

1004
01:00:21,450 --> 01:00:24,630
U zult hem tijdens zijn
ziekte weer beter maken.

1005
01:00:24,630 --> 01:00:29,310
Wat dat waarschijnlijk betekent, is dat
God hem van zijn ziekte zal genezen.

1006
01:00:29,310 --> 01:00:33,510
Hij spreekt over een gezegend
mens die goed is voor de armen.

1007
01:00:33,510 --> 01:00:38,970
God zal goed voor hem zijn, en wanneer hij
ziek is, zal er voor hem worden gezorgd.

1008
01:00:38,970 --> 01:00:43,290
Naarmate de Psalm zich ontvouwt,
ontdekken we dat David zelf ziek is

1009
01:00:43,290 --> 01:00:45,570
terwijl hij dit schrijft, en dat zijn

1010
01:00:45,570 --> 01:00:48,870
vijanden er genoegen in
scheppen dat hij ziek is.

1011
01:00:48,870 --> 01:00:50,190
Vers 4 zegt:

1012
01:00:50,190 --> 01:00:57,330
Ik zei: HEERE, wees mij genadig; genees
mijn ziel, want ik heb tegen U gezondigd.

1013
01:00:57,330 --> 01:00:59,430
betekent natuurlijk eenvoudig:

1014
01:00:59,430 --> 01:01:00,630
Genees mij.

1015
01:01:00,630 --> 01:01:02,430
Hij spreekt over ziek zijn:

1016
01:01:02,430 --> 01:01:04,590
Want ik heb tegen U gezondigd.

1017
01:01:04,590 --> 01:01:07,890
Hij zag zijn ziekte als
een straf voor zonde.

1018
01:01:07,890 --> 01:01:10,651
Mijn vijanden spreken
kwaad over mij en zeggen :

1019
01:01:10,651 --> 01:01:13,890
Wanneer zal hij sterven
en zijn naam vergaan?

1020
01:01:13,890 --> 01:01:15,510
Dat is wat ze denken.

1021
01:01:15,510 --> 01:01:17,790
Als een van hen naar mij komt kijken,

1022
01:01:17,790 --> 01:01:22,110
spreekt hij valse dingen en
zijn hart brengt onrecht bijeen;

1023
01:01:22,110 --> 01:01:25,171
gaat hij naar buiten, dan
spreekt hij daarover .

1024
01:01:25,171 --> 01:01:29,190
Er wordt gezegd dat zijn vijanden
zich er in het geheim over verheugen

1025
01:01:29,190 --> 01:01:34,230
dat hij ziek op bed ligt en hopen
dat hij zal sterven. Ze zeggen:

1026
01:01:34,230 --> 01:01:35,910
Wanneer gaat hij dood?

1027
01:01:35,910 --> 01:01:39,630
Maar ze komen hem bezoeken en
praten bedrieglijk tegen hem.

1028
01:01:39,630 --> 01:01:42,030
Ze doen alsof ze bezorgd zijn.

1029
01:01:42,030 --> 01:01:47,070
Ze bezoeken hem aan zijn ziekbed en
gedragen zich alsof ze heel bezorgd zijn,

1030
01:01:47,070 --> 01:01:50,790
maar wanneer ze bij hem
weggaan, spreken ze heel anders.

1031
01:01:50,790 --> 01:01:54,810
Wanneer zo iemand naar buiten
gaat, praat hij er anders over.

1032
01:01:54,810 --> 01:01:58,650
Allen die mij haten,
mompelen tezamen over mij.

1033
01:01:58,650 --> 01:02:02,191
Zij bedenken tegen mij wat
slecht voor mij is en zeggen :

1034
01:02:02,191 --> 01:02:08,310
Verdorven praktijken kleven hem aan;
wie zo neerligt, zal niet meer opstaan.

1035
01:02:08,310 --> 01:02:12,150
Met andere woorden, ze verheugen
zich erover dat hij ziek is

1036
01:02:12,150 --> 01:02:15,090
en dat er een of andere
ziekte in zijn lichaam zit.

1037
01:02:15,090 --> 01:02:19,770
Ze zeggen: ‘Nee, ik denk niet dat
hij hier nog van zal herstellen.’

1038
01:02:19,770 --> 01:02:21,990
Dan staat er in vers 9:

1039
01:02:21,990 --> 01:02:27,810
Zelfs de man met wie ik in vrede leefde ,
op wie ik vertrouwde, die mijn brood at,

1040
01:02:27,810 --> 01:02:29,970
heeft zich tegen mij gekeerd.

1041
01:02:29,970 --> 01:02:35,130
Dit verwees naar het verraad van Jezus
door Judas, maar het gold ook voor David,

1042
01:02:35,130 --> 01:02:36,690
zoals we zullen zien.

1043
01:02:36,690 --> 01:02:43,230
Maar U, HEERE, wees mij genadig, en laat
mij opstaan, zodat ik het hun vergeld.

1044
01:02:43,230 --> 01:02:49,290
Hierdoor weet ik dat U mij genegen bent:
dat mijn vijand over mij niet zal juichen.

1045
01:02:49,290 --> 01:02:53,310
Want wat mij betreft, U ondersteunt
mij in mijn oprechtheid,

1046
01:02:53,310 --> 01:02:56,790
U plaatst mij voor Uw
aangezicht, voor eeuwig.

1047
01:02:56,790 --> 01:03:02,730
Geloofd zij de HEERE, de God van
Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid!

1048
01:03:02,730 --> 01:03:04,770
Amen, ja, amen.

1049
01:03:04,770 --> 01:03:08,550
De reden voor dit dubbele
amen aan het eind van vers 13

1050
01:03:08,550 --> 01:03:13,230
is dat dit het einde is van het eerste
van de vijf boeken van de Psalmen.

1051
01:03:13,230 --> 01:03:17,790
Ze eindigen allemaal met
zoiets, een lofprijzing.

1052
01:03:17,790 --> 01:03:22,050
Eén ding om hier te overwegen is dat
we nergens in de Bijbel iets over deze

1053
01:03:22,050 --> 01:03:28,650
ziekte van David lezen, tenzij dit de
ziekte is die hij vóór zijn dood had.

1054
01:03:28,650 --> 01:03:31,650
Vóór zijn dood leed hij aan tering.

1055
01:03:31,650 --> 01:03:35,670
In de Bijbel wordt ons verteld
dat hij, toen hij heel oud was

1056
01:03:35,670 --> 01:03:39,870
en op het punt stond te
sterven, niet warm kon blijven.

1057
01:03:39,870 --> 01:03:44,250
Ze stapelden dekens op hem om te
voorkomen dat hij het koud kreeg.

1058
01:03:44,250 --> 01:03:47,430
Maar ook al legden ze een
heleboel dekens op hem,

1059
01:03:47,430 --> 01:03:50,610
er staat dat ze hem niet
warm konden krijgen.

1060
01:03:50,610 --> 01:03:55,470
Uiteindelijk haalden ze een jong
meisje binnen dat Abisag heette.

1061
01:03:55,470 --> 01:03:58,770
Zij moest bij hem in bed
liggen en hem warm houden,

1062
01:03:58,770 --> 01:04:03,270
hoewel de Bijbel duidelijk zegt
dat ze geen seksuele omgang hadden.

1063
01:04:03,270 --> 01:04:06,870
Ik denk dat ze dit een betere
oplossing vonden dan een hond,

1064
01:04:06,870 --> 01:04:10,830
en het zou er vreemder hebben
uitgezien als er een man bij hem in bed

1065
01:04:10,830 --> 01:04:12,210
was komen liggen.

1066
01:04:12,210 --> 01:04:15,510
Dus vonden ze dat het net
zo goed een vrouw kon zijn,

1067
01:04:15,510 --> 01:04:19,890
maar hij was te oud om belangstelling
te hebben voor seksuele omgang.

1068
01:04:19,890 --> 01:04:24,690
Ze was er alleen maar om hem warm
te houden, om zijn bed te verwarmen.

1069
01:04:24,690 --> 01:04:28,710
Voor zover we weten, is hij
nooit van die ziekte hersteld.

1070
01:04:28,710 --> 01:04:32,730
Het is mogelijk dat dit de ziekte
is waarover hij het hier heeft.

1071
01:04:32,730 --> 01:04:36,150
In dat geval zouden
zijn woorden in vers 9:

1072
01:04:36,150 --> 01:04:40,110
Mijn goede vriend, die ik
vertrouwde en die van mijn brood at,

1073
01:04:40,110 --> 01:04:44,430
heeft zich tegen mij gekeerd, kunnen
verwijzen naar het feit dat David

1074
01:04:44,430 --> 01:04:46,950
ziek op bed lag en stervende was.

1075
01:04:46,950 --> 01:04:49,920
Een aantal van zijn
mannen, Joab en anderen,

1076
01:04:49,920 --> 01:04:54,870
hadden tijdens al zijn kwellingen als
jonge man en tijdens al zijn beproevingen

1077
01:04:54,870 --> 01:04:56,550
aan zijn kant gestaan.

1078
01:04:56,550 --> 01:04:59,490
Maar toen liepen ze over
naar zijn zoon Adonia,

1079
01:04:59,490 --> 01:05:01,950
die de troon probeerde te bemachtigen.

1080
01:05:01,950 --> 01:05:07,410
Adonia, een van Davids zonen, besloot
zichzelf tot koning uit te roepen,

1081
01:05:07,410 --> 01:05:11,070
ook al had David gezegd dat
Salomo koning zou worden.

1082
01:05:11,070 --> 01:05:15,990
Adonia probeerde enkele raadgevers en
krijgers uit Davids leger aan zijn kant te

1083
01:05:15,990 --> 01:05:18,150
krijgen, en dat lukte hem.

1084
01:05:18,150 --> 01:05:20,790
Dat zou kunnen zijn waar
hier naar verwezen wordt

1085
01:05:20,790 --> 01:05:24,270
wanneer hij spreekt over
degenen die aan zijn tafel aten.

1086
01:05:24,270 --> 01:05:29,250
De koning had altijd bepaalde bevoorrechte
mensen die van zijn brood mochten eten

1087
01:05:29,250 --> 01:05:32,850
en samen met hem aan
zijn tafel mochten eten.

1088
01:05:32,850 --> 01:05:36,570
Mogelijk hadden sommigen van
hen Adonia trouw gezworen.

1089
01:05:36,570 --> 01:05:38,430
Dat zou dit alles verklaren.

1090
01:05:38,430 --> 01:05:42,150
Een andere mogelijke uitleg is
dat hij niet letterlijk ziek was,

1091
01:05:42,150 --> 01:05:45,990
maar ziekte op dichterlijke wijze
gebruikte als symbool voor zijn

1092
01:05:45,990 --> 01:05:47,670
positie als koning.

1093
01:05:47,670 --> 01:05:51,990
Er was een tijd dat zijn zoon
Absalom tegen hem in opstand kwam.

1094
01:05:51,990 --> 01:05:56,130
Hij verdreef hem en enkele van
zijn volgelingen uit het koninkrijk

1095
01:05:56,130 --> 01:05:59,310
en wilde hen zelfs
achtervolgen om hen te doden.

1096
01:05:59,310 --> 01:06:02,370
Absalom probeerde zich
de troon toe te eigenen.

1097
01:06:02,370 --> 01:06:06,690
Natuurlijk werd Absalom bij die poging
gedood, zoals je je misschien herinnert.

1098
01:06:06,690 --> 01:06:11,430
Maar in die tijd liepen bepaalde vrienden
van David over naar Absaloms kant.

1099
01:06:11,430 --> 01:06:16,230
Achitofel was een van hen, de
raadgever die zo wijs heette te zijn.

1100
01:06:16,230 --> 01:06:20,670
Hij was Davids raadgever geweest,
maar vervolgens liep hij over en

1101
01:06:20,670 --> 01:06:22,890
koos hij de kant van Absalom.

1102
01:06:22,890 --> 01:06:25,170
David zou daaraan gedacht kunnen hebben.

1103
01:06:25,170 --> 01:06:29,070
Wanneer hij spreekt over een ziekte
waarvan hij niet zal herstellen,

1104
01:06:29,070 --> 01:06:30,630
zeggen zijn vijanden:

1105
01:06:30,630 --> 01:06:34,470
Hij heeft een ernstige ziekte;
hij wordt niet meer beter.

1106
01:06:34,470 --> 01:06:36,690
Hij zou figuurlijk kunnen spreken.

1107
01:06:36,690 --> 01:06:40,590
Met andere woorden, de regering
van deze man is voorbij.

1108
01:06:40,590 --> 01:06:42,570
Hij gaat snel ten onder.

1109
01:06:42,570 --> 01:06:46,230
Zijn situatie is ongezond
en verslechtert snel.

1110
01:06:46,230 --> 01:06:49,410
Hij is niet lichamelijk
ziek, maar zijn positie,

1111
01:06:49,410 --> 01:06:53,670
zijn veiligheid en al het andere
verkeren in een ziekelijke toestand

1112
01:06:53,670 --> 01:06:55,590
en gaan snel achteruit.

1113
01:06:55,590 --> 01:06:59,730
Hoe dan ook, we weten niet in
welke situatie David dit schreef.

1114
01:06:59,730 --> 01:07:02,190
Het kan een van beide zijn geweest.

1115
01:07:02,190 --> 01:07:06,150
In beide gevallen waren er mensen
die zijn vrienden waren geweest.

1116
01:07:06,150 --> 01:07:10,230
Ze waren door hem bevoorrecht en
begunstigd doordat ze aan zijn tafel

1117
01:07:10,230 --> 01:07:13,230
mochten eten, maar ze
keerden zich van hem af.

1118
01:07:13,230 --> 01:07:16,710
Dit werd letterlijk vervuld
toen Judas Jezus verraadde.

1119
01:07:16,710 --> 01:07:20,910
Toen Jezus bij het Laatste
Avondmaal aan tafel zat, zei Hij:

1120
01:07:20,910 --> 01:07:24,690
Een van jullie zal Mij verraden,
en de discipelen zeiden:

1121
01:07:24,690 --> 01:07:30,510
En deze ging tegen Jezus' borst liggen
en zei tegen Hem: Heere, wie is het?

1122
01:07:30,510 --> 01:07:32,550
Johannes fluisterde Hem toe:

1123
01:07:32,550 --> 01:07:34,410
Wie zal U verraden?

1124
01:07:34,410 --> 01:07:35,610
Hij zei:

1125
01:07:35,610 --> 01:07:39,930
Jezus antwoordde: Die is het aan
wie Ik het stuk brood zal geven,

1126
01:07:39,930 --> 01:07:41,310
nadat Ik het ingedoopt heb.

1127
01:07:41,310 --> 01:07:45,810
En toen Hij het stuk brood ingedoopt
had, gaf Hij het aan Judas Iskariot,

1128
01:07:45,810 --> 01:07:47,310
de zoon van Simon.

1129
01:07:47,310 --> 01:07:50,790
Toen gaf Jezus het ingedoopte
stukje brood aan Judas,

1130
01:07:50,790 --> 01:07:54,030
en Judas verliet de kamer
om Jezus te gaan verraden.

1131
01:07:54,030 --> 01:07:58,410
Je kunt dus zien dat Davids ervaring
een voorafschaduwing was van de

1132
01:07:58,410 --> 01:08:00,330
ervaring van Christus.

1133
01:08:00,330 --> 01:08:02,730
David was een koning.

1134
01:08:02,730 --> 01:08:07,470
David was Gods uitverkoren koning,
maar er waren mensen die hem

1135
01:08:07,470 --> 01:08:09,450
ten val probeerden te brengen.

1136
01:08:09,450 --> 01:08:12,330
Bij deze poging om David
ten val te brengen,

1137
01:08:12,330 --> 01:08:15,450
liepen veel van Davids
vertrouwde vrienden over.

1138
01:08:15,450 --> 01:08:19,410
Ze keerden zich tegen hem en
kozen de kant van zijn vijanden.

1139
01:08:19,410 --> 01:08:21,750
Dat overkwam Jezus ook.

1140
01:08:21,750 --> 01:08:25,470
Jezus was Gods uitverkoren
koning voor Israël,

1141
01:08:25,470 --> 01:08:28,650
maar de gezagsdragers die
destijds aan de macht waren,

1142
01:08:28,650 --> 01:08:30,810
wilden niet dat Hij koning werd.

1143
01:08:30,810 --> 01:08:34,530
De schriftgeleerden en
Farizeeën, het Sanhedrin,

1144
01:08:34,530 --> 01:08:39,030
wilden niet dat Jezus koning
werd, en zij waren Zijn vijanden.

1145
01:08:39,030 --> 01:08:42,150
Minstens één van Jezus’
vrienden liep over,

1146
01:08:42,150 --> 01:08:45,030
koos de andere kant en verraadde Hem.

1147
01:08:45,030 --> 01:08:49,110
Zo zien we in deze psalm een
beeld van de Messias op het moment

1148
01:08:49,110 --> 01:08:53,070
dat het erop lijkt dat het
snel bergafwaarts met Hem gaat.

1149
01:08:53,070 --> 01:08:57,150
Toen Judas Jezus verraadde,
nam Zijn populariteit af.

1150
01:08:57,150 --> 01:09:00,210
Ooit waren duizenden
mensen Hem gevolgd, maar nu

1151
01:09:00,210 --> 01:09:03,510
haastte Hij Zich in het donker
van de ene plek naar de andere om

1152
01:09:03,510 --> 01:09:05,190
arrestatie te ontlopen.

1153
01:09:05,190 --> 01:09:09,870
Hij verbleef buiten de stad en sloop de
stad binnen om in het geheim met Zijn

1154
01:09:09,870 --> 01:09:13,170
discipelen bijeen te komen
voor het Pascha en zo.

1155
01:09:13,170 --> 01:09:15,750
Hij verloor snel aan populariteit.

1156
01:09:15,750 --> 01:09:17,910
Zijn vijanden hadden Zijn dood beraamd.

1157
01:09:17,910 --> 01:09:22,290
Ze dachten dat ze een vrijwel zekere
manier hadden om Hem te pakken te krijgen.

1158
01:09:22,290 --> 01:09:24,090
Ze hadden Judas aan hun kant.

1159
01:09:24,090 --> 01:09:28,050
De dingen die over David werden gezegd
toen zijn koninkrijk werd bedreigd en zijn

1160
01:09:28,050 --> 01:09:31,770
vrienden overliepen, waren
dus in symbolische zin ook op

1161
01:09:31,770 --> 01:09:33,570
Jezus van toepassing.

1162
01:09:33,570 --> 01:09:37,230
David wordt hier opnieuw gezien als
een voorafbeelding van Christus,

1163
01:09:37,230 --> 01:09:39,750
zoals hij dat ook op andere plaatsen is.

1164
01:09:39,750 --> 01:09:42,390
Er zijn nog enkele andere
Messiaanse psalmen te behandelen.
