1
00:00:02,070 --> 00:00:04,590
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,590 --> 00:00:11,970
Deze keer behandelen we
Psalmen 22, 23, 24 en 15.

3
00:00:11,970 --> 00:00:14,670
We gaan nu naar Psalm 22.

4
00:00:14,670 --> 00:00:18,090
Dat is de meest aanschouwelijke
beschrijving van de kruisiging van

5
00:00:18,090 --> 00:00:21,270
Christus die in het Oude
Testament te vinden is.

6
00:00:21,270 --> 00:00:24,870
Wanneer we denken aan hoofdstukken in het
Oude Testament die over het lijden van

7
00:00:24,870 --> 00:00:31,050
Christus spreken, komen Jesaja 53 en
Psalm 22 ons gewoonlijk als eerste

8
00:00:31,050 --> 00:00:32,250
voor de geest.

9
00:00:32,250 --> 00:00:37,590
Jesaja 53 is in zijn beschrijving van de
kruisiging echter lang niet zo specifiek

10
00:00:37,590 --> 00:00:40,890
en aanschouwelijk als Psalm 22.

11
00:00:40,890 --> 00:00:45,030
Mij werd gevraagd iets duidelijker uit
te leggen wat het verband is tussen deze

12
00:00:45,030 --> 00:00:48,570
Psalmen en de ervaringen
van David en Jezus.

13
00:00:48,570 --> 00:00:52,590
We denken vaak dat de verwijzingen
naar Jezus in het Oude Testament

14
00:00:52,590 --> 00:00:56,130
allemaal de vorm hebben
van profetische uitspraken.

15
00:00:56,130 --> 00:00:59,970
In de profeten, bijvoorbeeld in Jesaja 53,

16
00:00:59,970 --> 00:01:03,990
worden profetieën uitgesproken
over de komende Messias.

17
00:01:03,990 --> 00:01:07,410
Maar in de Psalmen gebeurt dat
doorgaans niet in de vorm van

18
00:01:07,410 --> 00:01:09,510
een profetische uitspraak.

19
00:01:09,510 --> 00:01:14,310
Zoals je waarschijnlijk al hebt gezien,
bestaan de passages heel vaak gewoon uit

20
00:01:14,310 --> 00:01:19,110
David of een andere schrijver die
over zijn eigen ervaringen schrijft.

21
00:01:19,110 --> 00:01:21,810
Maar het blijkt dat veel
van wat hij ervaart,

22
00:01:21,810 --> 00:01:25,530
overeenkomt met wat de
komende Messias zou ervaren.

23
00:01:25,530 --> 00:01:29,670
De schrijver zelf wist misschien niet
eens dat hij iets schreef wat vooruitwees

24
00:01:29,670 --> 00:01:30,990
naar iets anders.

25
00:01:30,990 --> 00:01:35,430
Voor zover hij wist, schreef hij misschien
alleen over wat op zijn eigen situatie

26
00:01:35,430 --> 00:01:36,930
van toepassing was.

27
00:01:36,930 --> 00:01:40,290
Maar de Heilige Geest
inspireerde hem om alvast een

28
00:01:40,290 --> 00:01:43,290
glimp te geven van hoe
de Messias zou zijn.

29
00:01:43,290 --> 00:01:46,590
Van bijna alle Psalmen die we
tot nu toe hebben bestudeerd,

30
00:01:46,590 --> 00:01:49,590
wordt gezegd dat ze door
David zijn geschreven.

31
00:01:49,590 --> 00:01:53,190
Dat geldt ook voor de Psalmen
die we hier voor ons hebben.

32
00:01:53,190 --> 00:01:56,430
Uit verschillende manieren
waarop in het Nieuwe Testament,

33
00:01:56,430 --> 00:02:00,570
en zelfs in het Oude Testament,
over David wordt gesproken,

34
00:02:00,570 --> 00:02:06,090
weten we dat de verhouding tussen David
en Christus zo wordt beschreven dat David

35
00:02:06,090 --> 00:02:09,150
duidelijk een voorafbeelding
van de Messias is.

36
00:02:09,150 --> 00:02:11,910
David is een voorafbeelding van Christus.

37
00:02:11,910 --> 00:02:16,650
Hij was de herder-koning van Israël,
zoals ook de Messias dat zou zijn.

38
00:02:16,650 --> 00:02:19,110
Hij was Gods uitgekozen koning.

39
00:02:19,110 --> 00:02:22,170
Hij regeerde over Israël
tijdens hun gouden eeuw,

40
00:02:22,170 --> 00:02:26,670
en de Messias zou komen en een gouden
eeuw van een andere soort brengen.

41
00:02:26,670 --> 00:02:31,110
In veel opzichten wordt David gezien
als een voorafbeelding van Christus.

42
00:02:31,110 --> 00:02:35,730
Wanneer we dus over zijn ervaringen lezen,
en over de dingen die hem bezighouden,

43
00:02:35,730 --> 00:02:39,210
waar hij zich doorheen worstelt
of waarin hij zich verheugt,

44
00:02:39,210 --> 00:02:42,210
zijn dat dingen waarvan we ons
kunnen voorstellen dat ook de

45
00:02:42,210 --> 00:02:44,130
Messias ze doormaakt.

46
00:02:44,130 --> 00:02:47,130
Daarom zijn bepaalde
delen van Davids Psalmen

47
00:02:47,130 --> 00:02:49,830
rechtstreeks op de Messias van toepassing.

48
00:02:49,830 --> 00:02:53,190
Maar we denken niet
noodzakelijkerwijs dat alles wat David

49
00:02:53,190 --> 00:02:55,830
zei op de Messias van toepassing is.

50
00:02:55,830 --> 00:02:59,130
De schrijvers van het Nieuwe
Testament beweren dat ook niet.

51
00:02:59,130 --> 00:03:01,830
In een bepaalde Psalm
zullen sommige dingen

52
00:03:01,830 --> 00:03:05,850
rechtstreeks op de Messias van
toepassing zijn en andere niet.

53
00:03:05,850 --> 00:03:09,210
Er was de inspiratie van de
Heilige Geest voor nodig,

54
00:03:09,210 --> 00:03:14,610
of eenvoudigweg de vervulling ervan in de
geschiedenis, om die dingen te verklaren.

55
00:03:14,610 --> 00:03:19,290
In Psalm 22 halen de apostelen
bijvoorbeeld niet in het Nieuwe Testament

56
00:03:19,290 --> 00:03:24,450
Psalm 22 aan om ons te vertellen
dat dit over Jezus gaat.

57
00:03:24,450 --> 00:03:29,130
We hebben geen bovennatuurlijk
geestelijk inzicht nodig om dat te weten.

58
00:03:29,130 --> 00:03:33,210
De gebeurtenissen rond de kruisiging,
zoals die in de Evangeliën worden

59
00:03:33,210 --> 00:03:36,810
beschreven, vervullen bepaalde
verzen van dit hoofdstuk

60
00:03:36,810 --> 00:03:41,670
namelijk zo duidelijk dat daar geen
bovennatuurlijk inzicht voor nodig is.

61
00:03:41,670 --> 00:03:46,590
Het enige wat nodig is, is dat de
profetie in de geschiedenis wordt vervuld,

62
00:03:46,590 --> 00:03:51,210
zodat wij kunnen terugkijken en
zeggen: ‘Dit werd hier beschreven.’

63
00:03:51,210 --> 00:03:55,710
In Psalm 22 lezen we opnieuw
hoe David spreekt over zijn

64
00:03:55,710 --> 00:03:59,250
vijanden die hem hebben
omsingeld en over zijn wanhoop.

65
00:03:59,250 --> 00:04:02,670
Als je deze liederen leest,
krijg je de indruk dat David

66
00:04:02,670 --> 00:04:04,830
altijd in moeilijkheden zat.

67
00:04:04,830 --> 00:04:08,310
Hij zat niet altijd in
moeilijkheden, maar wel vaak.

68
00:04:08,310 --> 00:04:12,030
Wanneer hij in moeilijkheden
zat, bad hij meestal veel.

69
00:04:12,030 --> 00:04:14,550
Hij schreef zijn gebeden op in de vorm van

70
00:04:14,550 --> 00:04:17,790
liederen die hij daarna
steeds weer kon zingen.

71
00:04:17,790 --> 00:04:19,410
Dit is weer zo’n lied.

72
00:04:19,410 --> 00:04:24,510
Het begint met een vers dat Jezus in het
Nieuwe Testament inderdaad aanhaalde,

73
00:04:24,510 --> 00:04:26,130
en je zult het herkennen:

74
00:04:26,130 --> 00:04:32,670
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij
verlaten, bent U ver van mijn verlossing,

75
00:04:32,670 --> 00:04:35,010
van de woorden van mijn jammerklacht?

76
00:04:35,010 --> 00:04:39,930
We zullen deze Psalm lezen en daarna
teruggaan om de gedeelten eruit te halen

77
00:04:39,930 --> 00:04:42,630
die duidelijk naar Christus verwijzen.

78
00:04:42,630 --> 00:04:45,690
Vers 2 is duidelijk op
David van toepassing,

79
00:04:45,690 --> 00:04:48,090
maar niet noodzakelijkerwijs op Jezus.

80
00:04:48,090 --> 00:04:51,090
U bent het Die mij uit
de buik hebt getrokken

81
00:04:51,090 --> 00:04:54,690
en mij vertrouwen gaf toen ik
aan mijn moeders borst lag.

82
00:04:54,690 --> 00:05:00,990
Vanaf de geboorte ben ik op U aangewezen;
vanaf de moederschoot bent U mijn God.

83
00:05:00,990 --> 00:05:06,330
Blijf niet ver van mij, want de nood
is nabij en er is niemand die helpt.

84
00:05:06,330 --> 00:05:12,330
Vele stieren hebben mij omringd; sterke
stieren van Basan hebben mij omsingeld.

85
00:05:12,330 --> 00:05:16,950
Zij sperren hun muil tegen mij open
als een verscheurende, brullende leeuw.

86
00:05:16,950 --> 00:05:21,150
Als water ben ik uitgestort en
al mijn beenderen zijn ontwricht.

87
00:05:21,150 --> 00:05:24,870
Mijn hart is als was, gesmolten
diep in mijn binnenste.

88
00:05:24,870 --> 00:05:30,150
Mijn kracht is verdroogd als een potscherf
en mijn tong kleeft aan mijn gehemelte.

89
00:05:30,150 --> 00:05:32,550
U legt mij in het stof van de dood.

90
00:05:32,550 --> 00:05:37,110
Honden hebben mij omsingeld en een
horde kwaaddoeners heeft mij omgeven;

91
00:05:37,110 --> 00:05:39,810
zij hebben mijn handen
en mijn voeten doorboord.

92
00:05:39,810 --> 00:05:44,610
Want honden hebben mij omsingeld, een
horde kwaaddoeners heeft mij omgeven;

93
00:05:44,610 --> 00:05:47,610
zij hebben mijn handen
en mijn voeten doorboord.

94
00:05:47,610 --> 00:05:52,470
Al mijn beenderen zou ik kunnen
tellen; en zij, zij zien het aan,

95
00:05:52,470 --> 00:05:54,150
zij kijken naar mij.

96
00:05:54,150 --> 00:05:58,710
Zij verdelen mijn kleding onder elkaar
en werpen het lot om mijn gewaad.

97
00:05:58,710 --> 00:06:05,130
Maar U, HEERE, blijf niet ver weg;
mijn sterkte, kom mij spoedig te hulp.

98
00:06:05,130 --> 00:06:09,930
Red mijn ziel van het zwaard, mijn
eenzame ziel van het geweld van de hond.

99
00:06:09,930 --> 00:06:14,430
Verlos mij uit de muil van de leeuw
en van de hoorns van de wilde ossen.

100
00:06:14,430 --> 00:06:16,590
Ja , U hebt mij verhoord.

101
00:06:16,590 --> 00:06:21,570
Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen, in
het midden van de gemeente zal ik U loven.

102
00:06:21,570 --> 00:06:27,810
U die de HEERE vreest, loof Hem; alle
nakomelingen van Jakob, vereer Hem;

103
00:06:27,810 --> 00:06:31,710
wees bevreesd voor Hem, alle
nakomelingen van Israël.

104
00:06:31,710 --> 00:06:36,510
Want Hij heeft de ellendige in zijn
ellende niet veracht en niet verafschuwd;

105
00:06:36,510 --> 00:06:40,590
Hij heeft Zijn aangezicht niet voor
hem verborgen, maar Hij heeft gehoord,

106
00:06:40,590 --> 00:06:42,270
toen hij tot Hem riep.

107
00:06:42,270 --> 00:06:45,870
Van U zal mijn lof zijn
in een grote gemeente,

108
00:06:45,870 --> 00:06:50,670
mijn geloften zal ik nakomen
in bijzijn van wie Hem vrezen.

109
00:06:50,670 --> 00:06:55,650
De zachtmoedigen zullen eten en
verzadigd worden; wie de HEERE zoeken,

110
00:06:55,650 --> 00:06:57,210
zullen Hem loven.

111
00:06:57,210 --> 00:06:59,970
Uw hart zal voor eeuwig leven.

112
00:06:59,970 --> 00:07:05,010
Alle einden der aarde zullen eraan
denken en zich tot de HEERE bekeren:

113
00:07:05,010 --> 00:07:10,050
alle geslachten van de heidenvolken
zullen zich voor Uw aangezicht neerbuigen.

114
00:07:10,050 --> 00:07:14,850
Want het koningschap is van de HEERE,
Hij heerst over de heidenvolken.

115
00:07:14,850 --> 00:07:18,990
Alle groten der aarde zullen
eten en zich neerbuigen.

116
00:07:18,990 --> 00:07:23,550
Allen die in het stof neerdalen en hun
ziel niet in het leven kunnen behouden,

117
00:07:23,550 --> 00:07:26,070
zullen voor Zijn aangezicht neerbukken.

118
00:07:26,070 --> 00:07:30,510
Het nageslacht zal Hem dienen, en
aan de Heere toegeschreven worden

119
00:07:30,510 --> 00:07:32,490
tot in generaties.

120
00:07:32,490 --> 00:07:37,110
Zij zullen komen en Zijn gerechtigheid
verkondigen aan het volk dat geboren zal

121
00:07:37,110 --> 00:07:39,750
worden, want Hij heeft het gedaan.

122
00:07:39,750 --> 00:07:45,150
Deze psalm valt uiteen in twee delen
die heel verschillend van elkaar zijn.

123
00:07:45,150 --> 00:07:48,810
De eerste eenentwintig verzen
beschrijven de benauwdheid

124
00:07:48,810 --> 00:07:53,370
en het lijden van degene die
spreekt, zowel David als Christus,

125
00:07:53,370 --> 00:07:57,930
al was dit veel specifieker op
Christus dan op David van toepassing.

126
00:07:57,930 --> 00:08:01,890
Vanaf vers tweeëntwintig tot aan
het einde zien we dat hij niet meer

127
00:08:01,890 --> 00:08:03,630
over zijn lijden spreekt.

128
00:08:03,630 --> 00:08:07,650
Hij spreekt erover dat hij
God prijst voor de verlossing.

129
00:08:07,650 --> 00:08:10,950
Hij gaat zelfs verder met een
profetie over de gemeente.

130
00:08:10,950 --> 00:08:15,330
Dat wil niet noodzakelijk zeggen dat
David begreep dat hij over de gemeente

131
00:08:15,330 --> 00:08:20,010
profeteerde, maar wij kunnen zien
hoeveel van deze verzen in de gemeente

132
00:08:20,010 --> 00:08:21,510
in vervulling gaan.

133
00:08:21,510 --> 00:08:25,710
We zullen de twee delen van deze
psalm dus op die manier bekijken.

134
00:08:25,710 --> 00:08:28,350
De psalm begint met deze woorden:

135
00:08:28,350 --> 00:08:32,670
Mijn God, mijn God, waarom
hebt U mij verlaten?

136
00:08:32,670 --> 00:08:36,270
Een van de dingen waar veel
christenen, en vooral jonge christenen,

137
00:08:36,270 --> 00:08:40,110
moeite mee hebben, is waarom
Jezus dat aan het kruis zei.

138
00:08:40,110 --> 00:08:41,790
Waarom zei Jezus:

139
00:08:41,790 --> 00:08:48,150
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij
verlaten, bent U ver van mijn verlossing,

140
00:08:48,150 --> 00:08:50,550
van de woorden van mijn jammerklacht?

141
00:08:50,550 --> 00:08:54,690
Voor velen lijkt het erop dat Zijn
geloof Hem even in de steek liet.

142
00:08:54,690 --> 00:08:57,810
Tot op dat moment was Hij
sterk in het geloof geweest,

143
00:08:57,810 --> 00:09:01,290
maar nu vraagt Hij Zich werkelijk
af wat er aan de hand is.

144
00:09:01,290 --> 00:09:06,090
Nu zegt Hij: „God, waar bent U
nu ik U werkelijk nodig heb?”

145
00:09:06,090 --> 00:09:10,470
Het lijkt alsof Hij dit misschien
uit bitterheid of verwarring zegt.

146
00:09:10,470 --> 00:09:13,590
Maar dat is natuurlijk
helemaal niet wat Jezus deed.

147
00:09:13,590 --> 00:09:18,810
Jezus citeerde dit vers in het Aramees,
de taal die in Zijn tijd algemeen door de

148
00:09:18,810 --> 00:09:20,430
Joden werd gesproken.

149
00:09:20,430 --> 00:09:23,310
De evangeliën vertellen ons dat Hij zei:

150
00:09:23,310 --> 00:09:31,050
Ongeveer op het negende uur riep Jezus met
een luide stem: Eli, Eli, lama sabachtani?

151
00:09:31,050 --> 00:09:36,930
Dat betekent: Mijn God, Mijn
God, waarom hebt U Mij verlaten?

152
00:09:36,930 --> 00:09:39,150
wat in het Aramees betekent:

153
00:09:39,150 --> 00:09:43,470
Mijn God, mijn God, waarom
hebt U mij verlaten?

154
00:09:43,470 --> 00:09:48,270
De reden dat Jezus dit uitriep, was
niet dat Hij een antwoord zocht.

155
00:09:48,270 --> 00:09:50,550
David zocht misschien wel een antwoord.

156
00:09:50,550 --> 00:09:54,030
Misschien zei hij:
„Echt, waarom is dat zo?”

157
00:09:54,030 --> 00:09:57,510
Maar Jezus vroeg niet om een
antwoord toen Hij dit zei.

158
00:09:57,510 --> 00:10:01,050
Hij verklaarde eenvoudigweg
dat dit het geval was.

159
00:10:01,050 --> 00:10:04,590
Het is net als wanneer een
moeder tegen haar zoon zegt:

160
00:10:04,590 --> 00:10:06,750
„Waarom luister je nooit naar me?

161
00:10:06,750 --> 00:10:09,150
Waarom onthoud je nooit wat ik zeg?”

162
00:10:09,150 --> 00:10:12,150
Ze vraagt hem niet werkelijk
om een antwoord te geven.

163
00:10:12,150 --> 00:10:15,750
In feite zegt ze: „Je hoort
te onthouden wat ik zeg.

164
00:10:15,750 --> 00:10:17,610
Je hoort naar me te luisteren.”

165
00:10:17,610 --> 00:10:20,310
Het wordt als een
retorische vraag gesteld.

166
00:10:20,310 --> 00:10:22,170
Toen Jezus uitriep:

167
00:10:22,170 --> 00:10:24,270
Waarom hebt U mij verlaten?

168
00:10:24,270 --> 00:10:27,750
verklaarde Hij daarmee in feite
nadrukkelijk dat Hij op dat moment

169
00:10:27,750 --> 00:10:30,630
door God verlaten en in
de steek gelaten was.

170
00:10:30,630 --> 00:10:33,450
Dat was waar, want de Bijbel zegt:

171
00:10:33,450 --> 00:10:38,250
Want Hem Die geen zonde gekend heeft,
heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt,

172
00:10:38,250 --> 00:10:41,850
opdat wij zouden worden
gerechtigheid van God in Hem.

173
00:10:41,850 --> 00:10:44,850
en dat God Zich aan het
kruis van Jezus afkeerde,

174
00:10:44,850 --> 00:10:48,690
omdat Hij onze zonden aan Hem toerekende.

175
00:10:48,690 --> 00:10:52,170
Voor de eerste keer in Zijn
eeuwige bestaan was Jezus

176
00:10:52,170 --> 00:10:54,450
tijdelijk van Zijn Vader gescheiden.

177
00:10:54,450 --> 00:11:00,750
De hele eeuwigheid door had Jezus in de
hemel bij Zijn Vader, bij God, gewoond.

178
00:11:00,750 --> 00:11:03,330
Toen Hij naar de aarde kwam, leefde Hij

179
00:11:03,330 --> 00:11:07,650
drieëndertig jaar lang in het bewustzijn
van Zijn Vader en in gehoorzaamheid

180
00:11:07,650 --> 00:11:09,030
aan Zijn Vader.

181
00:11:09,030 --> 00:11:13,710
Er was nooit een onderbreking in hun
gemeenschap en Hij wist altijd dat Zijn

182
00:11:13,710 --> 00:11:16,050
gebeden voortdurend werden verhoord.

183
00:11:16,050 --> 00:11:19,350
Hij genoot van die eeuwige
gemeenschap met Zijn Vader

184
00:11:19,350 --> 00:11:23,610
en onderhield haar met grote
ijver, zelfs tijdens de geestelijke

185
00:11:23,610 --> 00:11:26,670
strijd met de duivel
en al die verzoekingen.

186
00:11:26,670 --> 00:11:29,910
De enige onderbreking
vond plaats aan het kruis.

187
00:11:29,910 --> 00:11:33,570
Met grote inspanning
onderhield Hij deze zuivere,

188
00:11:33,570 --> 00:11:37,470
zondeloze en ononderbroken
gemeenschap met Zijn Vader.

189
00:11:37,470 --> 00:11:42,390
Maar aan het kruis nam Hij vrijwillig
onze zonden op Zich in Zijn lichaam.

190
00:11:42,390 --> 00:11:46,890
Dat betekende dat de Vader Zich van
Hem moest afkeren en Hem voor dat

191
00:11:46,890 --> 00:11:48,630
moment moest verwerpen.

192
00:11:48,630 --> 00:11:52,410
We weten dat het voor de dood niet
mogelijk was Hem vast te houden,

193
00:11:52,410 --> 00:11:55,290
omdat Jezus Zelf niet gezondigd had.

194
00:11:55,290 --> 00:11:59,550
Maar op dat moment keerde God
Zich blijkbaar van Jezus af.

195
00:11:59,550 --> 00:12:02,670
Jezus bracht dat tot
uitdrukking toen Hij uitriep:

196
00:12:02,670 --> 00:12:08,670
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij
verlaten, bent U ver van mijn verlossing,

197
00:12:08,670 --> 00:12:10,530
van de woorden van mijn jammerklacht?

198
00:12:10,530 --> 00:12:12,450
Dat was een ware uitspraak.

199
00:12:12,450 --> 00:12:17,250
Hij was door God verlaten, hoewel
Jezus, anders dan David misschien,

200
00:12:17,250 --> 00:12:20,250
niet werkelijk in verwarring
was over de reden daarvan.

201
00:12:20,250 --> 00:12:22,530
Er is nog een andere verklaring geopperd

202
00:12:22,530 --> 00:12:25,590
voor de reden waarom
Jezus deze uitspraak deed.

203
00:12:25,590 --> 00:12:29,850
Naar men mij heeft verteld, was het
gebruikelijk dat de hogepriester op

204
00:12:29,850 --> 00:12:32,370
feestdagen tussen het
volk naar buiten kwam

205
00:12:32,370 --> 00:12:37,710
en het openingsvers van een bepaalde
passage uit het Oude Testament uitriep.

206
00:12:37,710 --> 00:12:42,390
Het volk antwoordde hem dan door de rest
van de passage voor hem op te zeggen,

207
00:12:42,390 --> 00:12:46,890
of door samen met hem de rest
van de passage uit te spreken.

208
00:12:46,890 --> 00:12:50,730
Wanneer de hogepriester dus het
eerste vers van de passage uitriep,

209
00:12:50,730 --> 00:12:54,570
was dat bedoeld om het volk aan
de hele passage te herinneren,

210
00:12:54,570 --> 00:12:57,810
het hele hoofdstuk of wat het dan ook was.

211
00:12:57,810 --> 00:13:03,150
Sommigen hebben geopperd dat Jezus,
Die optrad als onze grote Hogepriester,

212
00:13:03,150 --> 00:13:05,730
aan het kruis iets soortgelijks deed.

213
00:13:05,730 --> 00:13:10,710
Terwijl Hij daar hing, riep Hij
de openingsregel van Psalm 22 uit.

214
00:13:10,710 --> 00:13:12,930
Als de mensen die regel hadden herkend

215
00:13:12,930 --> 00:13:16,050
en in gedachten het hele
hoofdstuk waren langsgegaan,

216
00:13:16,050 --> 00:13:19,350
of het hardop hadden opgezegd,
zouden ze hebben gemerkt

217
00:13:19,350 --> 00:13:23,190
dat die verzen beschreven wat
ze voor hun ogen zagen gebeuren,

218
00:13:23,190 --> 00:13:26,130
vooral in de verzen 14 tot en met 16.

219
00:13:26,130 --> 00:13:29,190
Als ze die verzen opzegden,
zouden ze zien dat ze

220
00:13:29,190 --> 00:13:32,430
profetie vervulden door Hem
aan het kruis te nagelen.

221
00:13:32,430 --> 00:13:37,230
En ze zouden zien dat Hij hun aandacht
vestigde op het feit dat wat op datzelfde

222
00:13:37,230 --> 00:13:42,750
moment gebeurde, het hoofdstuk uit de
Psalmen vervulde waaruit Hij citeerde.

223
00:13:42,750 --> 00:13:45,870
Hoe dan ook, het kan allebei bedoeld zijn.

224
00:13:45,870 --> 00:13:47,910
Beide zijn in elk geval waar.

225
00:13:47,910 --> 00:13:53,250
Op dat moment vervulde Hij deze hele
psalm, en Hij was ook door God verlaten.

226
00:13:53,250 --> 00:13:58,110
In het geval van David vraagt hij zich
eenvoudig af waarom God op dat moment

227
00:13:58,110 --> 00:14:00,210
zijn gebeden niet beantwoordt.

228
00:14:00,210 --> 00:14:03,750
Waarom lijken mijn vijanden de
overhand over mij te krijgen?

229
00:14:03,750 --> 00:14:07,110
Het hele thema van dit
eerste deel van de psalm is:

230
00:14:07,110 --> 00:14:09,690
Ik ben door mijn vijanden omsingeld.

231
00:14:09,690 --> 00:14:13,350
Ze zijn overal om mij
heen. Ze bespotten mij.

232
00:14:13,350 --> 00:14:16,650
Ze schudden hun hoofd. Vers 7 zegt:

233
00:14:16,650 --> 00:14:20,790
Allen die mij zien, bespotten
mij; zij trekken de lippen op,

234
00:14:20,790 --> 00:14:22,951
zij schudden het hoofd en zeggen :

235
00:14:22,951 --> 00:14:28,590
Ze beschouwen mij als een worm en
niet als een man, vertelt vers 6 ons.

236
00:14:28,590 --> 00:14:33,270
Vers 8 vertelt ons wat de mensen
over hem zeggen. Ze zeggen:

237
00:14:33,270 --> 00:14:38,130
Hij heeft zijn zaak op de HEERE
gewenteld — laat Die hem bevrijden!

238
00:14:38,130 --> 00:14:41,190
Laat Die hem redden,
als Hij hem genegen is.

239
00:14:41,190 --> 00:14:48,150
Het verbazingwekkende is dat dit
letterlijk werd vervuld in Mattheüs 27:39.

240
00:14:48,150 --> 00:14:51,870
De mensen zeiden deze woorden
daadwerkelijk over Jezus.

241
00:14:51,870 --> 00:14:58,050
Mattheüs 27, de verzen
39 tot en met 43, zegt:

242
00:14:58,050 --> 00:15:02,730
En de voorbijgangers lasterden
Hem, schudden hun hoofd, en zeiden:

243
00:15:02,730 --> 00:15:08,250
U Die de tempel afbreekt en in
drie dagen opbouwt, verlos Uzelf.

244
00:15:08,250 --> 00:15:11,970
Als U de Zoon van God bent,
kom dan van het kruis af!

245
00:15:11,970 --> 00:15:15,330
En evenzo spotten ook de overpriesters,

246
00:15:15,330 --> 00:15:20,610
samen met de schriftgeleerden en de
oudsten en de Farizeeën, en zij zeiden:

247
00:15:20,610 --> 00:15:24,570
Anderen heeft Hij verlost,
Zichzelf kan Hij niet verlossen.

248
00:15:24,570 --> 00:15:28,830
Als Hij de Koning van Israël is,
laat Hij nu van het kruis afkomen

249
00:15:28,830 --> 00:15:30,750
en wij zullen Hem geloven.

250
00:15:30,750 --> 00:15:36,330
Hij heeft op God vertrouwd; laat Die Hem
nu verlossen als Hij Hem welgezind is,

251
00:15:36,330 --> 00:15:39,450
want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.

252
00:15:39,450 --> 00:15:41,790
Maar let op vers 43:

253
00:15:41,790 --> 00:15:47,190
Hij vertrouwde op God; laat God Hem
nu redden, als Hij Hem echt wil.

254
00:15:47,190 --> 00:15:50,430
Dat is een citaat uit Psalm 22:8,

255
00:15:50,430 --> 00:15:54,510
hoewel de Farizeeën en schriftgeleerden
niet per se wisten dat ze daaruit

256
00:15:54,510 --> 00:15:56,670
citeerden. Daar staat:

257
00:15:56,670 --> 00:16:01,470
Hij vertrouwde erop dat de Heer hem
zou redden; laat God Hem dan redden,

258
00:16:01,470 --> 00:16:03,330
want Hij was toch blij met Hem.

259
00:16:03,330 --> 00:16:06,510
Het is verbazingwekkend
dat dit een profetie was,

260
00:16:06,510 --> 00:16:09,750
hoewel David het niet als
profetie zou hebben opgevat.

261
00:16:09,750 --> 00:16:14,430
In wezen was dit wat de mensen
destijds over David zeiden. Ze zeiden:

262
00:16:14,430 --> 00:16:16,710
Hier is een man die op God vertrouwde.

263
00:16:16,710 --> 00:16:18,270
Kijk nu eens naar hem.

264
00:16:18,270 --> 00:16:21,450
Hij zit in de problemen
en God helpt hem niet.

265
00:16:21,450 --> 00:16:25,890
Maar dat is letterlijk wat ze ook over
Jezus zeiden toen Hij aan het kruis hing.

266
00:16:25,890 --> 00:16:30,630
In de verzen 9 tot en met 11 brengt hij
echter het volgende tot uitdrukking:

267
00:16:30,630 --> 00:16:35,130
U bent het toch Die mij uit de buik
hebt getrokken, Die mij vertrouwen gaf,

268
00:16:35,130 --> 00:16:37,230
toen ik aan mijn moeders borst lag.

269
00:16:37,230 --> 00:16:42,690
Op U ben ik geworpen van de baarmoeder
af, vanaf de moederschoot bent U mijn God.

270
00:16:42,690 --> 00:16:48,090
Blijf dan niet ver van mij, want de
nood is nabij; er is immers geen helper.

271
00:16:48,090 --> 00:16:49,350
enzovoort.

272
00:16:49,350 --> 00:16:53,130
Dan beschrijft hij in vers
12 zijn huidige situatie,

273
00:16:53,130 --> 00:16:55,890
waarin hij door zijn
vijanden omsingeld is:

274
00:16:55,890 --> 00:17:01,170
Vele stieren hebben mij omringd, sterke
stieren van Basan hebben mij omsingeld.

275
00:17:01,170 --> 00:17:05,250
Waarom de stieren van Basan
worden genoemd, is niet duidelijk.

276
00:17:05,250 --> 00:17:08,910
Het is natuurlijk bekend dat Basan
bekendstond om zijn runderen,

277
00:17:08,910 --> 00:17:11,970
maar waarom dat hier genoemd
zou worden, is onzeker.

278
00:17:11,970 --> 00:17:15,390
Hij spreekt erover dat zijn
vijanden als stieren zijn,

279
00:17:15,390 --> 00:17:18,450
klaar om hem met hun
horens te grazen te nemen.

280
00:17:18,450 --> 00:17:24,210
In 1 Petrus 5:8 wordt ons verteld
dat satan als een brullende leeuw is,

281
00:17:24,210 --> 00:17:26,610
die zoekt wie hij kan verslinden.

282
00:17:26,610 --> 00:17:30,690
Hier sperren de vijanden van
Christus hun mond tegen Jezus open

283
00:17:30,690 --> 00:17:32,550
als een brullende leeuw.

284
00:17:32,550 --> 00:17:34,890
Dit zou niet zozeer een
verwijzing kunnen zijn

285
00:17:34,890 --> 00:17:37,230
naar de mensen die rond het kruis stonden,

286
00:17:37,230 --> 00:17:41,430
als wel naar de demonen
die Jezus zagen sterven.

287
00:17:41,430 --> 00:17:45,450
Ze dachten dat ze eindelijk hun
overwinning op Hem hadden behaald,

288
00:17:45,450 --> 00:17:50,130
en sperden hun mond tegen Hem open
en verkneukelden zich over Hem.

289
00:17:50,130 --> 00:17:55,650
Zo sperden ze als een verscheurende en
brullende leeuw hun mond tegen Hem open.

290
00:17:55,650 --> 00:17:56,670
Hij zegt:

291
00:17:56,670 --> 00:18:00,750
Als water ben ik uitgestort,
ontwricht zijn al mijn beenderen;

292
00:18:00,750 --> 00:18:05,250
mijn hart is als was, het is
gesmolten diep in mijn binnenste.

293
00:18:05,250 --> 00:18:09,450
We weten dat dit waarschijnlijk verwijst
naar het wegvloeien van Zijn kracht.

294
00:18:09,450 --> 00:18:11,430
Hij is volledig uitgeput.

295
00:18:11,430 --> 00:18:14,970
Maar toen Jezus in Zijn
zij werd doorstoken,

296
00:18:14,970 --> 00:18:18,630
vloeiden er letterlijk
bloed en water uit Zijn zij.

297
00:18:18,630 --> 00:18:20,370
Ze stroomden uit Hem weg.

298
00:18:20,370 --> 00:18:21,510
Hij zei:

299
00:18:21,510 --> 00:18:25,530
Als water ben ik uitgestort,
ontwricht zijn al mijn beenderen;

300
00:18:25,530 --> 00:18:29,970
mijn hart is als was, het is
gesmolten diep in mijn binnenste.

301
00:18:29,970 --> 00:18:33,090
Mijn kracht is verdroogd
als een potscherf,

302
00:18:33,090 --> 00:18:38,070
mijn tong kleeft aan mijn gehemelte;
U legt mij in het stof van de dood.

303
00:18:38,070 --> 00:18:42,750
Want honden hebben mij omsingeld, een
horde kwaaddoeners heeft mij omgeven;

304
00:18:42,750 --> 00:18:45,690
zij hebben mijn handen
en mijn voeten doorboord.

305
00:18:45,690 --> 00:18:49,710
Dat zijn beenderen ontwricht
zijn, past bij iemand die met zijn

306
00:18:49,710 --> 00:18:51,150
armen aan een kruis hangt.

307
00:18:51,150 --> 00:18:56,250
Zijn hart is als gesmolten was: zijn
moed is hem in de schoenen gezonken.

308
00:18:56,250 --> 00:18:57,990
Dat geldt althans voor David.

309
00:18:57,990 --> 00:19:01,770
Een potscherf is natuurlijk
een afgebroken stuk aardewerk.

310
00:19:01,770 --> 00:19:05,670
Een stuk aardewerk zou in een
oven gebakken en uitgedroogd zijn

311
00:19:05,670 --> 00:19:12,030
totdat het volkomen droog was, zonder enig
vocht erin, zodat het hard werd. Hij zei:

312
00:19:12,030 --> 00:19:14,430
Mijn kracht voelt net zo uitgedroogd.

313
00:19:14,430 --> 00:19:17,070
Mijn tong kleeft aan mijn gehemelte.

314
00:19:17,070 --> 00:19:20,910
We herinneren ons dat Jezus,
toen Hij aan het kruis hing, zei:

315
00:19:20,910 --> 00:19:22,230
Ik heb dorst.

316
00:19:22,230 --> 00:19:26,130
Hij had extreme dorst en ze
boden Hem azijn te drinken aan,

317
00:19:26,130 --> 00:19:28,410
maar Hij wilde die niet aannemen.

318
00:19:28,410 --> 00:19:31,950
Blijkbaar boden ze Hem die
aan om Zijn pijn te verdoven.

319
00:19:31,950 --> 00:19:35,610
Maar de verwijzing naar Zijn
dorst, naar Zijn tong die aan Zijn

320
00:19:35,610 --> 00:19:37,290
kaken kleefde, luidt:

321
00:19:37,290 --> 00:19:41,550
Als water ben ik uitgestort,
ontwricht zijn al mijn beenderen;

322
00:19:41,550 --> 00:19:45,570
mijn hart is als was, het is
gesmolten diep in mijn binnenste.

323
00:19:45,570 --> 00:19:48,330
Mijn kracht is verdroogd
als een potscherf,

324
00:19:48,330 --> 00:19:53,430
mijn tong kleeft aan mijn gehemelte;
U legt mij in het stof van de dood.

325
00:19:53,430 --> 00:19:58,230
Want honden hebben mij omsingeld, een
horde kwaaddoeners heeft mij omgeven;

326
00:19:58,230 --> 00:20:01,410
zij hebben mijn handen
en mijn voeten doorboord.

327
00:20:01,410 --> 00:20:03,570
Dan staat er in vers 16:

328
00:20:03,570 --> 00:20:05,850
Honden hebben me omsingeld.

329
00:20:05,850 --> 00:20:09,030
‘Honden’ was een Joodse
benaming voor heidenen,

330
00:20:09,030 --> 00:20:12,030
en zo heeft David het
ongetwijfeld bedoeld.

331
00:20:12,030 --> 00:20:17,010
Hij sprak over heidense honden, en
dat gold natuurlijk ook voor Jezus.

332
00:20:17,010 --> 00:20:21,630
Het waren heidenen die rondom
het kruis stonden: de Romeinen.

333
00:20:21,630 --> 00:20:24,870
Het is moeilijk je een andere
vervulling hiervan voor te stellen

334
00:20:24,870 --> 00:20:26,130
dan een kruisiging.

335
00:20:26,130 --> 00:20:29,130
De verwijzing naar beenderen
die uit het gewricht zijn,

336
00:20:29,130 --> 00:20:33,690
de verwijzing naar de dorst, de verwijzing
naar het uitgegoten zijn als water

337
00:20:33,690 --> 00:20:37,650
en de verwijzing naar het doorboren van
de handen en de voeten maken duidelijk

338
00:20:37,650 --> 00:20:40,770
dat dit een verwijzing is
naar de kruisiging van iemand.

339
00:20:40,770 --> 00:20:45,090
Het gaat beslist om Degene van
Wie David een voorafbeelding was.

340
00:20:45,090 --> 00:20:49,410
Het is moeilijk om precies te weten
wat David bedoelde toen hij zei:

341
00:20:49,410 --> 00:20:54,210
Ze hebben mijn handen en voeten doorboord,
maar ik denk dat we niet hoeven te gissen.

342
00:20:54,210 --> 00:20:55,290
Er staat:

343
00:20:55,290 --> 00:20:57,330
Ik kan al mijn botten tellen.

344
00:20:57,330 --> 00:20:58,770
Dat betekent:

345
00:20:58,770 --> 00:21:03,510
Al mijn beenderen zou ik kunnen
tellen; en zij, zij zien het aan,

346
00:21:03,510 --> 00:21:05,130
zij kijken naar mij.

347
00:21:05,130 --> 00:21:09,930
In wezen zegt hij dat hij aan dit kruis
zo ver is uitgerekt dat zijn beenderen,

348
00:21:09,930 --> 00:21:14,370
waaronder al zijn ribben, duidelijk
door de huid heen zichtbaar zijn.

349
00:21:14,370 --> 00:21:16,830
Hij zou ze kunnen tellen
als hij dat wilde.

350
00:21:16,830 --> 00:21:21,570
Want honden hebben mij omsingeld, een
horde kwaaddoeners heeft mij omgeven;

351
00:21:21,570 --> 00:21:24,630
zij hebben mijn handen
en mijn voeten doorboord.

352
00:21:24,630 --> 00:21:28,890
Al mijn beenderen zou ik kunnen
tellen; en zij, zij zien het aan,

353
00:21:28,890 --> 00:21:30,390
zij kijken naar mij.

354
00:21:30,390 --> 00:21:34,890
Zij verdelen mijn kleding onder elkaar
en werpen het lot om mijn gewaad.

355
00:21:34,890 --> 00:21:40,710
Maar U, HEERE, blijf niet ver weg;
mijn sterkte, kom mij spoedig te hulp.

356
00:21:40,710 --> 00:21:45,450
Red mijn ziel van het zwaard, mijn
eenzame ziel van het geweld van de hond.

357
00:21:45,450 --> 00:21:49,770
Verlos mij uit de muil van de leeuw
en van de hoorns van de wilde ossen.

358
00:21:49,770 --> 00:21:51,690
Ja, U hebt mij verhoord.

359
00:21:51,690 --> 00:21:56,430
Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen, in
het midden van de gemeente zal ik U loven.

360
00:21:56,430 --> 00:22:02,550
U die de HEERE vreest, loof Hem; alle
nakomelingen van Jakob, vereer Hem;

361
00:22:02,550 --> 00:22:06,510
wees bevreesd voor Hem, alle
nakomelingen van Israël.

362
00:22:06,510 --> 00:22:11,790
Want Hij heeft de ellendige in zijn
ellende niet veracht en niet verafschuwd;

363
00:22:11,790 --> 00:22:16,110
Hij heeft Zijn aangezicht niet voor
hem verborgen, maar Hij heeft gehoord,

364
00:22:16,110 --> 00:22:17,730
toen hij tot Hem riep.

365
00:22:17,730 --> 00:22:21,090
Van U zal mijn lof zijn
in een grote gemeente,

366
00:22:21,090 --> 00:22:25,770
mijn geloften zal ik nakomen
in bijzijn van wie Hem vrezen.

367
00:22:25,770 --> 00:22:30,330
De zachtmoedigen zullen eten en
verzadigd worden; wie de HEERE zoeken,

368
00:22:30,330 --> 00:22:31,950
zullen Hem loven.

369
00:22:31,950 --> 00:22:34,770
Uw hart zal voor eeuwig leven.

370
00:22:34,770 --> 00:22:39,990
Alle einden der aarde zullen eraan
denken en zich tot de HEERE bekeren:

371
00:22:39,990 --> 00:22:45,030
alle geslachten van de heidenvolken
zullen zich voor Uw aangezicht neerbuigen.

372
00:22:45,030 --> 00:22:50,010
Want het koningschap is van de HEERE,
Hij heerst over de heidenvolken.

373
00:22:50,010 --> 00:22:53,910
Alle groten der aarde zullen
eten en zich neerbuigen.

374
00:22:53,910 --> 00:22:58,650
Allen die in het stof neerdalen en hun
ziel niet in het leven kunnen behouden,

375
00:22:58,650 --> 00:23:01,410
zullen voor Zijn aangezicht neerbukken.

376
00:23:01,410 --> 00:23:05,670
Het nageslacht zal Hem dienen, en
aan de Heere toegeschreven worden

377
00:23:05,670 --> 00:23:07,530
tot in generaties.

378
00:23:07,530 --> 00:23:11,970
Zij zullen komen en Zijn gerechtigheid
verkondigen aan het volk dat geboren zal

379
00:23:11,970 --> 00:23:14,430
worden, want Hij heeft het gedaan.

380
00:23:14,430 --> 00:23:18,390
Hoewel David in feite sprak alsof
dit werkelijk met hem gebeurde,

381
00:23:18,390 --> 00:23:23,370
is deze profetie op een opmerkelijke
manier letterlijk in Jezus vervuld.

382
00:23:23,370 --> 00:23:27,570
Jezus had twee kledingstukken,
waarvan er één waardevol was.

383
00:23:27,570 --> 00:23:29,730
Iemand had het Hem gegeven.

384
00:23:29,730 --> 00:23:32,310
Het was vanaf de hals
naar beneden gebreid,

385
00:23:32,310 --> 00:23:35,310
het had geen naden en
het was zeer waardevol.

386
00:23:35,310 --> 00:23:39,390
Het andere was een gewone mantel
die om Hem heen was geslagen en heel

387
00:23:39,390 --> 00:23:40,950
weinig waarde had.

388
00:23:40,950 --> 00:23:44,670
De soldaten mochten de bezittingen
van de veroordeelde houden.

389
00:23:44,670 --> 00:23:47,670
De soldaten die Jezus
aan het kruis nagelden,

390
00:23:47,670 --> 00:23:49,950
bekeken dus wat Hij bij Zich had.

391
00:23:49,950 --> 00:23:52,110
Hij had twee kledingstukken.

392
00:23:52,110 --> 00:23:56,970
Het ene was een kledingstuk, gewoon een
mantel die Hij om Zich heen droeg en die

393
00:23:56,970 --> 00:23:58,590
niet veel waard was.

394
00:23:58,590 --> 00:24:02,850
Maar de stof was wel iets waard
en kon opnieuw worden gebruikt.

395
00:24:02,850 --> 00:24:08,610
Er waren vier soldaten, dus scheurden ze
hem in vier stukken en nam ieder er één.

396
00:24:08,610 --> 00:24:12,570
Maar toen ze Zijn gewaad zagen,
dat wil zeggen Zijn bovenkleed,

397
00:24:12,570 --> 00:24:17,550
was dat te veel waard om het in stukken
te scheuren en onder elkaar te verdelen.

398
00:24:17,550 --> 00:24:22,410
Als het heel bleef, zou het meer
waard zijn. Daarom zeiden ze:

399
00:24:22,410 --> 00:24:26,190
Zij dan zeiden tegen elkaar:
Laten wij dat niet scheuren,

400
00:24:26,190 --> 00:24:29,670
maar laten wij erom loten
voor wie het zal zijn.

401
00:24:29,670 --> 00:24:32,670
Opdat het Schriftwoord
vervuld zou worden dat zegt:

402
00:24:32,670 --> 00:24:37,050
Zij hebben Mijn kleren onder elkaar
verdeeld en over Mijn kleed hebben zij

403
00:24:37,050 --> 00:24:38,730
het lot geworpen.

404
00:24:38,730 --> 00:24:40,890
Dit hebben dan de soldaten gedaan.

405
00:24:40,890 --> 00:24:44,250
Het ene kledingstuk
verdeelden ze dus, oftewel

406
00:24:44,250 --> 00:24:47,850
ze scheurden het in stukken en
verdeelden die onder elkaar.

407
00:24:47,850 --> 00:24:49,590
Om het andere dobbelden ze.

408
00:24:49,590 --> 00:24:51,990
Dat is precies wat hier wordt gezegd.

409
00:24:51,990 --> 00:24:56,550
Er was voorzegd dat ze Zijn kledingstukken
onder elkaar zouden verdelen en het lot

410
00:24:56,550 --> 00:24:58,890
zouden werpen om Zijn gewaad.

411
00:24:58,890 --> 00:25:02,970
Dat dit duizend jaar voordat
Jezus werd geboren geschreven is,

412
00:25:02,970 --> 00:25:04,770
kan niet worden ontkend.

413
00:25:04,770 --> 00:25:09,210
Geen enkele criticus heeft ooit
betwist dat David dit heeft geschreven.

414
00:25:09,210 --> 00:25:14,130
Het is duidelijk zijn werk, en we weten
dat hij duizend jaar vóór Christus leefde.

415
00:25:14,130 --> 00:25:17,610
Toch heeft hij deze dingen zeer
aanschouwelijk weergegeven.

416
00:25:17,610 --> 00:25:21,570
Sommige mensen hebben gemeend dat Jezus
dit soort profetieën vervulde door dat

417
00:25:21,570 --> 00:25:23,850
eenvoudigweg bewust te doen.

418
00:25:23,850 --> 00:25:25,290
Sommige mensen hebben gedacht:

419
00:25:25,290 --> 00:25:28,710
Jezus wilde mensen laten
denken dat Hij de Messias was.

420
00:25:28,710 --> 00:25:33,390
Hij kende de profetieën, dus leefde
Hij doelbewust zo dat ze uitkwamen.

421
00:25:33,390 --> 00:25:36,930
Maar het zou voor Hem onmogelijk
zijn geweest om al deze

422
00:25:36,930 --> 00:25:39,570
profetieën door Zijn
eigen wil te vervullen.

423
00:25:39,570 --> 00:25:42,870
Misschien had Hij kunnen regelen
dat Hij gekruisigd zou worden.

424
00:25:42,870 --> 00:25:46,470
De Romeinen kruisigden in die
tijd maar al te graag Joden.

425
00:25:46,470 --> 00:25:48,450
Ze kruisigden er velen.

426
00:25:48,450 --> 00:25:51,030
Als Jezus deze profetie
had willen vervullen,

427
00:25:51,030 --> 00:25:53,130
had Hij misschien op
de een of andere manier

428
00:25:53,130 --> 00:25:55,650
Zijn eigen kruisiging kunnen regelen.

429
00:25:55,650 --> 00:26:00,450
Maar als we het verhaal lezen, kunnen
we zien dat Hij die niet had geregeld.

430
00:26:00,450 --> 00:26:02,490
Het waren de Joden die dat regelden.

431
00:26:02,490 --> 00:26:07,290
Hij deed niets om de Romeinen zo woedend
te maken dat ze Hem zouden kruisigen.

432
00:26:07,290 --> 00:26:11,190
Hij maakte de Joden woedend en liep
het risico gestenigd te worden,

433
00:26:11,190 --> 00:26:14,070
want zo zouden de Joden
mensen ter dood brengen.

434
00:26:14,070 --> 00:26:18,390
Maar het was niet Zijn toedoen dat
zij regelden dat Hij gekruisigd werd.

435
00:26:18,390 --> 00:26:21,990
Dit gebeurde onder Gods
soevereine bestuur.

436
00:26:21,990 --> 00:26:26,250
Ook zou Jezus nooit hebben kunnen regelen
dat de soldaten met Zijn kledingstukken

437
00:26:26,250 --> 00:26:28,290
deden wat hier was voorzegd.

438
00:26:28,290 --> 00:26:31,770
Dat was iets wat alleen
God had kunnen voorzeggen.

439
00:26:31,770 --> 00:26:35,790
Jezus kon het niet bewust vervullen,
omdat het niet iets was wat Hij deed,

440
00:26:35,790 --> 00:26:37,770
maar wat de soldaten deden.

441
00:26:37,770 --> 00:26:38,790
Er staat:

442
00:26:38,790 --> 00:26:42,570
Maar blijf niet ver bij mij
vandaan, Heer, mijn kracht.

443
00:26:42,570 --> 00:26:44,550
Kom snel en help me.

444
00:26:44,550 --> 00:26:48,510
Red mijn leven van het zwaard,
mijn kostbare leven uit de klauwen

445
00:26:48,510 --> 00:26:49,710
van de honden.

446
00:26:49,710 --> 00:26:53,790
‘Mijn geliefde’ betekent in het
Hebreeuws letterlijk ‘mijn enige’.

447
00:26:53,790 --> 00:26:59,850
‘Geliefde’ betekent hier ‘mijn enige’,
dus met andere woorden: mijn enige leven.

448
00:26:59,850 --> 00:27:02,010
Nu roept hij om verlossing.

449
00:27:02,010 --> 00:27:06,750
‘Van de hoorns van de wilde ossen’
hoort bij de woorden ‘verlos mij’.

450
00:27:06,750 --> 00:27:11,550
Verlos mij uit de muil van de leeuw
en van de hoorns van de wilde ossen.

451
00:27:11,550 --> 00:27:13,890
Ja, U hebt mij verhoord.

452
00:27:13,890 --> 00:27:17,190
ofwel de stieren van Basan, de wilde os.

453
00:27:17,190 --> 00:27:19,770
Omdat U naar mij hebt geluisterd, of:

454
00:27:19,770 --> 00:27:22,230
omdat U naar mij luistert.

455
00:27:22,230 --> 00:27:25,350
Nadat Hij zo’n aanschouwelijke
beschrijving heeft gegeven van de

456
00:27:25,350 --> 00:27:29,670
kruisiging van de Messias, horen
we Hem heel anders spreken.

457
00:27:29,670 --> 00:27:33,630
Volgens vers 15 is Hij in het
stof van de dood gebracht.

458
00:27:33,630 --> 00:27:37,710
Dat Hij in vers 22 verder
spreekt zoals Hij daar doet,

459
00:27:37,710 --> 00:27:42,930
moet dus betekenen dat Hij door de
dood heen is gegaan en nu is opgestaan.

460
00:27:42,930 --> 00:27:46,530
Nu leeft Hij weer en
heeft Hij een nieuw plan.

461
00:27:46,530 --> 00:27:51,390
Hij heeft besloten dat Hij Zich met een
nieuwe grote gemeente gaat verbinden.

462
00:27:51,390 --> 00:27:56,310
Denk eraan dat we de uitdrukking ‘de grote
gemeente’ een paar keer in Psalm 40 hebben

463
00:27:56,310 --> 00:28:00,270
gelezen: de gemeente, de grote ekklesia.

464
00:28:00,270 --> 00:28:04,530
Hier spreekt Hij in vers
25 over de grote gemeente:

465
00:28:04,530 --> 00:28:07,650
Van U zal mijn lof zijn
in een grote gemeente,

466
00:28:07,650 --> 00:28:11,970
mijn geloften zal ik nakomen
in bijzijn van wie Hem vrezen.

467
00:28:11,970 --> 00:28:14,070
ofwel in de gemeente.

468
00:28:14,070 --> 00:28:18,150
We hebben hier dus Jezus,
gestorven en opgestaan.

469
00:28:18,150 --> 00:28:23,070
Hij heeft nu een gemeente en
een plan voor hen. Vers 26:

470
00:28:23,070 --> 00:28:27,450
De zachtmoedigen zullen eten en
verzadigd worden; wie de HEERE zoeken,

471
00:28:27,450 --> 00:28:28,950
zullen Hem loven.

472
00:28:28,950 --> 00:28:31,590
Uw hart zal voor eeuwig leven.

473
00:28:31,590 --> 00:28:35,670
Dit wordt in Hebreeën 2:12
over Jezus aangehaald.

474
00:28:35,670 --> 00:28:39,330
De reden waarom de schrijver
van Hebreeën dit vers aanhaalt,

475
00:28:39,330 --> 00:28:42,810
is dat hij erop wijst
dat Jezus een mens werd.

476
00:28:42,810 --> 00:28:47,370
Dat blijkt uit het feit dat Hij
bereid is ons Zijn broeders te noemen,

477
00:28:47,370 --> 00:28:47,373
want Hij zegt:

478
00:28:47,373 --> 00:28:53,610
want Hij zegt: Ik zal Uw Naam
aan Mijn broeders verkondigen;

479
00:28:53,610 --> 00:28:57,090
te midden van de gemeente
zal Ik U lofzingen.

480
00:28:57,090 --> 00:29:00,630
De schrijver van Hebreeën vindt
het verbazingwekkend dat God

481
00:29:00,630 --> 00:29:02,910
mensen Zijn broeders kon noemen.

482
00:29:02,910 --> 00:29:05,610
De enige manier waarop
dat mogelijk kon zijn,

483
00:29:05,610 --> 00:29:09,750
was dat Hij een mens was
geworden en, om zo te zeggen,

484
00:29:09,750 --> 00:29:13,590
een van onze broeders binnen
het menselijk ras was geworden.

485
00:29:13,590 --> 00:29:19,170
Hebreeën 2:12 haalt dit aan om
over Zijn mens-zijn te spreken:

486
00:29:19,170 --> 00:29:24,750
hoe Jezus Zichzelf zo diep had vernederd
dat Hij ons zelfs broeders noemde door een

487
00:29:24,750 --> 00:29:25,950
mens te worden.

488
00:29:25,950 --> 00:29:27,150
Maar let op:

489
00:29:27,150 --> 00:29:32,010
Want honden hebben mij omsingeld, een
horde kwaaddoeners heeft mij omgeven;

490
00:29:32,010 --> 00:29:35,130
zij hebben mijn handen
en mijn voeten doorboord.

491
00:29:35,130 --> 00:29:39,990
Al mijn beenderen zou ik kunnen
tellen; en zij, zij zien het aan,

492
00:29:39,990 --> 00:29:41,730
zij kijken naar mij.

493
00:29:41,730 --> 00:29:46,530
Zij verdelen mijn kleding onder elkaar
en werpen het lot om mijn gewaad.

494
00:29:46,530 --> 00:29:53,130
Maar U, HEERE, blijf niet ver weg;
mijn sterkte, kom mij spoedig te hulp.

495
00:29:53,130 --> 00:29:58,710
Red mijn ziel van het zwaard, mijn
eenzame ziel van het geweld van de hond.

496
00:29:58,710 --> 00:30:03,570
Verlos mij uit de muil van de leeuw
en van de hoorns van de wilde ossen.

497
00:30:03,570 --> 00:30:05,970
Ja, U hebt mij verhoord.

498
00:30:05,970 --> 00:30:11,730
Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen, in
het midden van de gemeente zal ik U loven.

499
00:30:11,730 --> 00:30:18,210
U die de HEERE vreest, loof Hem; alle
nakomelingen van Jakob, vereer Hem;

500
00:30:18,210 --> 00:30:21,930
wees bevreesd voor Hem, alle
nakomelingen van Israël.

501
00:30:21,930 --> 00:30:26,730
Want Hij heeft de ellendige in zijn
ellende niet veracht en niet verafschuwd;

502
00:30:26,730 --> 00:30:30,990
Hij heeft Zijn aangezicht niet voor
hem verborgen, maar Hij heeft gehoord,

503
00:30:30,990 --> 00:30:32,610
toen hij tot Hem riep.

504
00:30:32,610 --> 00:30:36,510
Van U zal mijn lof zijn
in een grote gemeente,

505
00:30:36,510 --> 00:30:41,670
mijn geloften zal ik nakomen
in bijzijn van wie Hem vrezen.

506
00:30:41,670 --> 00:30:47,310
De zachtmoedigen zullen eten en
verzadigd worden; wie de HEERE zoeken,

507
00:30:47,310 --> 00:30:48,930
zullen Hem loven.

508
00:30:48,930 --> 00:30:52,230
Uw hart zal voor eeuwig leven.

509
00:30:52,230 --> 00:30:57,870
Alle einden der aarde zullen eraan
denken en zich tot de HEERE bekeren:

510
00:30:57,870 --> 00:31:03,270
alle geslachten van de heidenvolken
zullen zich voor Uw aangezicht neerbuigen.

511
00:31:03,270 --> 00:31:09,210
Want het koningschap is van de HEERE,
Hij heerst over de heidenvolken.

512
00:31:09,210 --> 00:31:13,770
Alle groten der aarde zullen
eten en zich neerbuigen.

513
00:31:13,770 --> 00:31:18,690
Allen die in het stof neerdalen en hun
ziel niet in het leven kunnen behouden,

514
00:31:18,690 --> 00:31:21,690
zullen voor Zijn aangezicht neerbukken.

515
00:31:21,690 --> 00:31:26,850
Het nageslacht zal Hem dienen, en
aan de Heere toegeschreven worden

516
00:31:26,850 --> 00:31:28,890
tot in generaties.

517
00:31:28,890 --> 00:31:32,790
Zij zullen komen en Zijn
gerechtigheid verkondigen aan het

518
00:31:32,790 --> 00:31:36,930
volk dat geboren zal worden,
want Hij heeft het gedaan.

519
00:31:36,930 --> 00:31:42,570
Zowel vers 22 als vers 25
verwijst ernaar dat Hij God

520
00:31:42,570 --> 00:31:47,910
prijst te midden van de gemeente, of
te midden van de gemeente van Christus.

521
00:31:47,910 --> 00:31:53,910
Dat betekent dat Jezus aanwezig is
wanneer wij als gemeente God prijzen.

522
00:31:53,910 --> 00:31:56,130
Denk eraan dat Jezus zei:

523
00:31:56,130 --> 00:31:59,790
Want waar twee of drie in
Mijn Naam bijeengekomen zijn,

524
00:31:59,790 --> 00:32:01,170
daar ben Ik in hun midden.

525
00:32:01,170 --> 00:32:03,390
God is natuurlijk altijd bij ons.

526
00:32:03,390 --> 00:32:08,850
Jezus is voor altijd bij ons, en ieder van
ons kan er, zelfs wanneer we alleen zijn,

527
00:32:08,850 --> 00:32:13,890
heel zeker van zijn dat Hij dichtbij
genoeg is om ons te horen en te antwoorden

528
00:32:13,890 --> 00:32:15,690
wanneer we Hem aanroepen.

529
00:32:15,690 --> 00:32:18,990
Maar Hij openbaart Zich op
een bijzondere manier in de

530
00:32:18,990 --> 00:32:21,330
gezamenlijke aanbidding van de gemeente.

531
00:32:21,330 --> 00:32:25,410
Hij is daar waar twee of meer
mensen bijeengekomen zijn.

532
00:32:25,410 --> 00:32:27,810
Hij komt daar tot uitdrukking.

533
00:32:27,810 --> 00:32:31,350
Zijn lichaam is daar en Hij
is te midden van Zijn lichaam.

534
00:32:31,350 --> 00:32:36,030
Hij is in hen belichaamd en door
onze mond prijst Hij de Vader.

535
00:32:36,030 --> 00:32:40,170
Dus mensen die in zekere zin
denken: ‘Ik kan christen zijn

536
00:32:40,170 --> 00:32:44,070
zonder naar de gemeente te
gaan,’ of die in wezen vinden:

537
00:32:44,070 --> 00:32:48,510
‘Ik kan christen zijn zonder gemeenschap
met andere christenen te hebben,’

538
00:32:48,510 --> 00:32:50,730
lopen iets heel bijzonders mis.

539
00:32:50,730 --> 00:32:54,990
Dat is de bijzondere gemeenschap en
eenheid met Christus die je in de

540
00:32:54,990 --> 00:32:56,490
gemeente kunt hebben.

541
00:32:56,490 --> 00:33:00,330
Te midden van de gemeente staat
Jezus op en brengt Hij lof.

542
00:33:00,330 --> 00:33:04,650
Dat zegt Hij hier dus
in vers 22 en vers 25.

543
00:33:04,650 --> 00:33:06,210
Vers 26:

544
00:33:06,210 --> 00:33:09,450
De zachtmoedigen zullen
eten en genoeg krijgen.

545
00:33:09,450 --> 00:33:12,090
Wie de Heer zoeken, zullen Hem prijzen.

546
00:33:12,090 --> 00:33:15,030
Jullie hart zal voor altijd leven.

547
00:33:15,030 --> 00:33:17,790
Dit verwijst kennelijk naar eeuwig leven.

548
00:33:17,790 --> 00:33:22,410
Dit is een profetie over hoe de
hele wereld Jezus zal aanbidden.

549
00:33:22,410 --> 00:33:27,510
Nogmaals, het betekent niet dat iedereen
die nu leeft zich tot Hem zal keren.

550
00:33:27,510 --> 00:33:32,070
Ik wou dat het waar was, maar
sommigen zullen zich tot Hem keren.

551
00:33:32,070 --> 00:33:37,350
De rest zal Hem óf op de oordeelsdag
moeten aanbidden, óf vernietigd worden.

552
00:33:37,350 --> 00:33:41,670
Hoe dan ook, er zal een tijd komen waarin
er niemand meer op aarde over is die

553
00:33:41,670 --> 00:33:43,050
Hem niet aanbidt.

554
00:33:43,050 --> 00:33:47,010
En degenen die dat doen, zullen
van de einden van de wereld komen.

555
00:33:47,010 --> 00:33:49,470
Ze zullen uit alle volken komen.

556
00:33:49,470 --> 00:33:53,430
Let erop dat David hier niet alleen
een Joods koninkrijk voorziet.

557
00:33:53,430 --> 00:33:56,910
Door de Geest ziet hij dat mensen
van de einden van de wereld,

558
00:33:56,910 --> 00:34:01,230
en niet alleen Israël, eraan
denken zich tot de Heere te keren.

559
00:34:01,230 --> 00:34:05,850
Niet alleen de Joden, maar alle
families van de wereld, alle volken.

560
00:34:05,850 --> 00:34:08,790
Dit wijst dus opnieuw
vooruit naar de gemeente,

561
00:34:08,790 --> 00:34:13,530
de gemeente die mensen uit alle volken
binnenbrengt om de Heere te aanbidden,

562
00:34:13,530 --> 00:34:16,290
zoals wijzelf, die niet Joods zijn.

563
00:34:16,290 --> 00:34:20,910
Want honden hebben mij omsingeld, een
horde kwaaddoeners heeft mij omgeven;

564
00:34:20,910 --> 00:34:24,090
zij hebben mijn handen
en mijn voeten doorboord.

565
00:34:24,090 --> 00:34:28,290
Al mijn beenderen zou ik kunnen
tellen; en zij, zij zien het aan,

566
00:34:28,290 --> 00:34:29,910
zij kijken naar mij.

567
00:34:29,910 --> 00:34:34,590
Zij verdelen mijn kleding onder elkaar
en werpen het lot om mijn gewaad.

568
00:34:34,590 --> 00:34:41,130
Maar U, HEERE, blijf niet ver weg;
mijn sterkte, kom mij spoedig te hulp.

569
00:34:41,130 --> 00:34:46,350
Red mijn ziel van het zwaard, mijn
eenzame ziel van het geweld van de hond.

570
00:34:46,350 --> 00:34:51,270
Verlos mij uit de muil van de leeuw
en van de hoorns van de wilde ossen.

571
00:34:51,270 --> 00:34:53,370
Ja, U hebt mij verhoord.

572
00:34:53,370 --> 00:34:59,130
Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen, in
het midden van de gemeente zal ik U loven.

573
00:34:59,130 --> 00:35:05,190
U die de HEERE vreest, loof Hem; alle
nakomelingen van Jakob, vereer Hem;

574
00:35:05,190 --> 00:35:08,550
wees bevreesd voor Hem, alle
nakomelingen van Israël.

575
00:35:08,550 --> 00:35:14,250
Want Hij heeft de ellendige in zijn
ellende niet veracht en niet verafschuwd;

576
00:35:14,250 --> 00:35:18,990
Hij heeft Zijn aangezicht niet voor
hem verborgen, maar Hij heeft gehoord,

577
00:35:18,990 --> 00:35:20,670
toen hij tot Hem riep.

578
00:35:20,670 --> 00:35:24,510
Van U zal mijn lof zijn
in een grote gemeente,

579
00:35:24,510 --> 00:35:29,430
mijn geloften zal ik nakomen
in bijzijn van wie Hem vrezen.

580
00:35:29,430 --> 00:35:34,890
De zachtmoedigen zullen eten en
verzadigd worden; wie de HEERE zoeken,

581
00:35:34,890 --> 00:35:36,390
zullen Hem loven.

582
00:35:36,390 --> 00:35:39,510
Uw hart zal voor eeuwig leven.

583
00:35:39,510 --> 00:35:44,790
Alle einden der aarde zullen eraan
denken en zich tot de HEERE bekeren:

584
00:35:44,790 --> 00:35:50,130
alle geslachten van de heidenvolken
zullen zich voor Uw aangezicht neerbuigen.

585
00:35:50,130 --> 00:35:55,710
Want het koningschap is van de HEERE,
Hij heerst over de heidenvolken.

586
00:35:55,710 --> 00:36:00,090
Alle groten der aarde zullen
eten en zich neerbuigen.

587
00:36:00,090 --> 00:36:05,730
Allen die in het stof neerdalen en hun
ziel niet in het leven kunnen behouden,

588
00:36:05,730 --> 00:36:08,490
zullen voor Zijn aangezicht neerbukken.

589
00:36:08,490 --> 00:36:13,410
Het nageslacht zal Hem dienen, en
aan de Heere toegeschreven worden

590
00:36:13,410 --> 00:36:15,330
tot in generaties.

591
00:36:15,330 --> 00:36:20,130
Zij zullen komen en Zijn gerechtigheid
verkondigen aan het volk dat

592
00:36:20,130 --> 00:36:23,790
geboren zal worden, want
Hij heeft het gedaan.

593
00:36:23,790 --> 00:36:26,790
Dat wil zeggen: onder de heidenen.

594
00:36:26,790 --> 00:36:31,590
Mensen die vet zijn op aarde worden
soms in negatieve zin bekeken,

595
00:36:31,590 --> 00:36:36,570
vooral in onze maatschappij, waarin
het populair is om slank te zijn.

596
00:36:36,570 --> 00:36:42,390
Maar ook in de Bijbel worden mensen die te
vet zijn, die zichzelf te veel verwennen,

597
00:36:42,390 --> 00:36:45,630
soms gezien als de
hoogmoedigen, de arroganten,

598
00:36:45,630 --> 00:36:48,210
degenen die de armen uitbuiten.

599
00:36:48,210 --> 00:36:51,150
Maar tegelijk loopt er
een thema door de Schrift:

600
00:36:51,150 --> 00:36:55,650
Een zegenende ziel wordt
verzadigd, en wie te drinken geeft,

601
00:36:55,650 --> 00:36:57,570
die zal ook te drinken krijgen.

602
00:36:57,570 --> 00:36:59,970
Dat zou sommigen van
jullie blij moeten maken.

603
00:36:59,970 --> 00:37:05,130
Maar de rechtvaardigen zullen vet worden
in de zin dat God hen zal zegenen en

604
00:37:05,130 --> 00:37:09,630
voorspoed zal geven, en Zijn gunst
zal tonen door hun volop te eten

605
00:37:09,630 --> 00:37:11,790
te geven, enzovoort.

606
00:37:11,790 --> 00:37:15,630
In dit geval heeft Hij
al in vers 26 gezegd:

607
00:37:15,630 --> 00:37:19,050
De zachtmoedigen zullen
eten en genoeg krijgen.

608
00:37:19,050 --> 00:37:22,470
Dat wil zeggen: ze zullen
naar hartenlust eten.

609
00:37:22,470 --> 00:37:25,830
Wat ze zullen eten, wordt
niet duidelijk gezegd.

610
00:37:25,830 --> 00:37:30,510
Het kan zijn dat Jezus dit vers
gedeeltelijk uitlegde toen Hij zei:

611
00:37:30,510 --> 00:37:35,490
Jezus dan zei tegen hen:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:

612
00:37:35,490 --> 00:37:40,290
Als u het vlees van de Zoon des mensen
niet eet en Zijn bloed niet drinkt,

613
00:37:40,290 --> 00:37:42,630
hebt u geen leven in uzelf.

614
00:37:42,630 --> 00:37:47,250
Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed
drinkt, heeft eeuwig leven,

615
00:37:47,250 --> 00:37:50,370
en Ik zal hem doen
opstaan op de laatste dag.

616
00:37:50,370 --> 00:37:55,290
Want Mijn vlees is het ware voedsel
en Mijn bloed is de ware drank.

617
00:37:55,290 --> 00:37:58,290
Hoe dan ook, er is sprake van deelhebben.

618
00:37:58,290 --> 00:38:02,850
De mensen van deze gemeente die hier
wordt beschreven, deze grote gemeente,

619
00:38:02,850 --> 00:38:04,470
hebben deel aan Hem.

620
00:38:04,470 --> 00:38:08,070
En ze eten tot ze vol
zijn, tot ze vet zijn.

621
00:38:08,070 --> 00:38:10,650
Ze zullen eten en aanbidden.

622
00:38:10,650 --> 00:38:14,550
Alle groten der aarde zullen
eten en zich neerbuigen.

623
00:38:14,550 --> 00:38:19,350
Allen die in het stof neerdalen en hun
ziel niet in het leven kunnen behouden,

624
00:38:19,350 --> 00:38:22,170
zullen voor Zijn aangezicht neerbukken.

625
00:38:22,170 --> 00:38:24,930
Dat moet slaan op degenen die sterven.

626
00:38:24,930 --> 00:38:31,650
Nu vind ik deze uitspraak in de verzen
31 en 32 heel interessant. Er staat:

627
00:38:31,650 --> 00:38:36,030
Het nageslacht zal Hem dienen, en
aan de Heere toegeschreven worden

628
00:38:36,030 --> 00:38:37,530
tot in generaties.

629
00:38:37,530 --> 00:38:42,210
Zij zullen komen en Zijn gerechtigheid
verkondigen aan het volk dat geboren zal

630
00:38:42,210 --> 00:38:44,670
worden, want Hij heeft het gedaan.

631
00:38:44,670 --> 00:38:45,750
Er staat:

632
00:38:45,750 --> 00:38:48,510
Zijn nakomelingen zullen Hem dienen.

633
00:38:48,510 --> 00:38:52,770
Bedenk dat het zaad in het Oude
Testament meestal nageslacht betekende.

634
00:38:52,770 --> 00:38:56,670
In het Nieuwe Testament zei Paulus
natuurlijk dat het zaad van Abraham

635
00:38:56,670 --> 00:38:59,130
één enkel zaad was, Christus.

636
00:38:59,130 --> 00:39:02,550
Maar hier verwijst het woord
waarschijnlijk naar meerdere personen.

637
00:39:02,550 --> 00:39:07,590
En zo zouden de Joden het hebben begrepen
toen ze dit lazen: dat er een zaad was,

638
00:39:07,590 --> 00:39:12,570
dat wil zeggen een familie, in feite
kinderen, die Jezus zouden dienen.

639
00:39:12,570 --> 00:39:15,390
Over hen zou worden
gesproken als een geslacht.

640
00:39:15,390 --> 00:39:18,630
Ze zouden voor de Heere als
een geslacht worden gerekend.

641
00:39:18,630 --> 00:39:22,890
Het Engelse woord ‘generation’
in de gebruikte Bijbelvertaling,

642
00:39:22,890 --> 00:39:25,650
dat hier met ‘geslacht’ is weergegeven,

643
00:39:25,650 --> 00:39:30,870
betekent in modern Engels vaak een
tijdsperiode of een groep tijdgenoten.

644
00:39:30,870 --> 00:39:35,010
Maar het woord heeft eigenlijk een
ruimere betekenis dan alleen dat.

645
00:39:35,010 --> 00:39:39,510
De letterlijke betekenis van ‘generation’
in het Hebreeuws is een familie

646
00:39:39,510 --> 00:39:40,950
of een volk.

647
00:39:40,950 --> 00:39:45,030
Petrus zegt bijvoorbeeld dat
wij, de gemeente, dit zijn:

648
00:39:45,030 --> 00:39:50,850
Maar u bent een uitverkoren geslacht, een
koninklijk priesterschap, een heilig volk,

649
00:39:50,850 --> 00:39:54,150
een volk dat God Zich
tot Zijn eigendom maakte;

650
00:39:54,150 --> 00:39:59,370
opdat u de deugden zou verkondigen van Hem
Die u uit de duisternis geroepen heeft tot

651
00:39:59,370 --> 00:40:01,050
Zijn wonderbaar licht,

652
00:40:01,050 --> 00:40:05,910
Daar betekent het woord ‘generation’
degenen die uit het lichaam van

653
00:40:05,910 --> 00:40:08,070
één persoon zijn voortgebracht.

654
00:40:08,070 --> 00:40:11,370
Dit is het boek van de
afstammelingen van Adam.

655
00:40:11,370 --> 00:40:16,470
Op de dag dat God Adam schiep, maakte
Hij hem naar de gelijkenis van God.

656
00:40:16,470 --> 00:40:20,910
In Genesis betekent ‘de
afstammelingen’ de kinderen van Adam

657
00:40:20,910 --> 00:40:23,130
die uit zijn lichaam zijn voortgekomen.

658
00:40:23,130 --> 00:40:26,610
‘De geslachten’ betekent
dus de familie of het volk.

659
00:40:26,610 --> 00:40:29,430
Er staat dat dit zaad
dat Jezus zal dienen,

660
00:40:29,430 --> 00:40:34,050
dit nageslacht van Hem dat
Hem zal dienen, Zijn geslacht,

661
00:40:34,050 --> 00:40:37,470
Zijn familie of Zijn
volk genoemd zal worden.

662
00:40:37,470 --> 00:40:41,610
Met andere woorden, toekomstige
geslachten zullen van de gemeente

663
00:40:41,610 --> 00:40:45,150
over Zijn gerechtigheid
horen, van dit zaad van Hem,

664
00:40:45,150 --> 00:40:47,370
wat een verwijzing naar ons is.

665
00:40:47,370 --> 00:40:50,850
In Psalm 102:16–18 staat:

666
00:40:50,850 --> 00:40:55,590
wanneer de HEERE Sion heeft opgebouwd,
in Zijn heerlijkheid verschenen is,

667
00:40:55,590 --> 00:40:58,530
Zich gewend heeft tot het
gebed van de allerarmsten,

668
00:40:58,530 --> 00:41:00,810
en hun gebed niet heeft veracht.

669
00:41:00,810 --> 00:41:03,690
Dit wordt beschreven voor
de volgende generatie.

670
00:41:03,690 --> 00:41:07,410
Het volk dat geschapen
wordt, zal de HEERE loven.

671
00:41:07,410 --> 00:41:11,250
Deze dingen zijn geschreven voor
het geslacht dat nog moest komen.

672
00:41:11,250 --> 00:41:15,150
Betekent dat één groep mensen
die in een bepaalde tijd leeft?

673
00:41:15,150 --> 00:41:17,910
Of betekent het een familie
die nog moest komen,

674
00:41:17,910 --> 00:41:21,150
een bepaald volk dat nog
geschapen moest worden?

675
00:41:21,150 --> 00:41:25,950
Er staat dat het volk dat nog geschapen
moest worden, de Heere zou loven.

676
00:41:25,950 --> 00:41:28,830
Dat geslacht is volgens
mij de gemeente, het

677
00:41:28,830 --> 00:41:33,990
zaad dat voor de Heere als een geslacht
gerekend zou worden. Ze zijn een volk.

678
00:41:33,990 --> 00:41:38,310
Zij zullen komen en Zijn gerechtigheid
verkondigen aan het volk dat geboren zal

679
00:41:38,310 --> 00:41:40,770
worden, want Hij heeft het gedaan.

680
00:41:40,770 --> 00:41:45,630
In Psalm 22 zien we dus een heel
fascinerend en beeldend tafereel van het

681
00:41:45,630 --> 00:41:47,310
lijden van de Messias.

682
00:41:47,310 --> 00:41:50,190
In de volgende twee psalmen,
die veel korter zijn,

683
00:41:50,190 --> 00:41:53,070
krijgen we twee andere
beelden van de Messias.

684
00:41:53,070 --> 00:41:58,230
Psalm 23, de volgende psalm, is het
favoriete hoofdstuk van de meeste mensen.

685
00:41:58,230 --> 00:42:01,710
Het is waarschijnlijk het
populairste hoofdstuk in de Bijbel:

686
00:42:01,710 --> 00:42:03,870
Een psalm van David.

687
00:42:03,870 --> 00:42:07,950
De HEERE is mijn Herder,
mij ontbreekt niets.

688
00:42:07,950 --> 00:42:10,830
Ook hierin hebben we een messiaanse psalm,

689
00:42:10,830 --> 00:42:13,770
hoewel er niet in profetische
zin wordt gesproken.

690
00:42:13,770 --> 00:42:19,350
Het is geen messiaanse profetie;
het is een messiaanse psalm.

691
00:42:19,350 --> 00:42:24,270
Hij gaat over de Messias, want
Jezus zei in Johannes 10:11:

692
00:42:24,270 --> 00:42:29,250
Ik ben de goede Herder; de goede herder
geeft zijn leven voor de schapen.

693
00:42:29,250 --> 00:42:32,490
Wanneer David dus zegt dat
de Heere zijn Herder is,

694
00:42:32,490 --> 00:42:34,890
is dat een verwijzing naar Jezus.

695
00:42:34,890 --> 00:42:38,670
In Psalm 22 zagen we
het lijden van Christus.

696
00:42:38,670 --> 00:42:43,290
En we zagen dat er als gevolg van
Zijn lijden een geslacht zou komen,

697
00:42:43,290 --> 00:42:48,810
of een familie van mensen, een zaad,
een gemeente, een grote gemeente.

698
00:42:48,810 --> 00:42:51,450
Nu zien we Zijn rol als Herder.

699
00:42:51,450 --> 00:42:56,310
We zouden kunnen zeggen dat Psalm 22
terugkijkt naar de kruisiging en de

700
00:42:56,310 --> 00:42:58,170
stichting van de gemeente.

701
00:42:58,170 --> 00:43:04,170
Psalm 23 kijkt naar het heden: Jezus
Die in deze tijd Zijn volk weidt,

702
00:43:04,170 --> 00:43:06,990
terwijl wij op Zijn wederkomst wachten.

703
00:43:06,990 --> 00:43:11,850
Psalm 24 zou gezien kunnen worden als
een blik op de wederkomst van Christus

704
00:43:11,850 --> 00:43:13,830
als de Koning der ere.

705
00:43:13,830 --> 00:43:18,150
We zouden hier dus een drieluik van
Psalmen over de Messias kunnen zien:

706
00:43:18,150 --> 00:43:24,150
de lijdende Messias in Psalm 22,
de herderlijke Messias in Psalm 23

707
00:43:24,150 --> 00:43:31,230
en de terugkerende, overwinnende Messias
in Psalm 24, de heerlijke Messias.

708
00:43:31,230 --> 00:43:35,730
We zien dus deze verschillende aspecten
van Jezus in deze drie Psalmen,

709
00:43:35,730 --> 00:43:39,390
en we hebben zojuist de
lijdende Messias bestudeerd.

710
00:43:39,390 --> 00:43:42,210
Laten we nu bestuderen
hoe dit van toepassing is,

711
00:43:42,210 --> 00:43:45,270
of met welke activiteit
de Messias nu bezig is.

712
00:43:45,270 --> 00:43:47,850
We lezen in Psalm 23:

713
00:43:47,850 --> 00:43:51,570
De Heer is mijn herder;
mij ontbreekt niets.

714
00:43:51,570 --> 00:43:55,410
Het Engelse woord ‘want’
in de King James Version

715
00:43:55,410 --> 00:43:58,770
heeft veel kinderen op de
zondagsschool in verwarring gebracht

716
00:43:58,770 --> 00:44:01,530
wanneer ze dit uit hun
hoofd moesten leren.

717
00:44:01,530 --> 00:44:05,190
‘Waarom mogen we de Heere
niet willen?’ zeggen ze.

718
00:44:05,190 --> 00:44:08,790
Deze dubbelzinnigheid komt
in de Nederlandse formulering

719
00:44:08,790 --> 00:44:11,970
‘mij ontbreekt niets’ niet voor.

720
00:44:11,970 --> 00:44:15,510
‘Hoor ik niet naar Hem te
verlangen?’ Er staat niet:

721
00:44:15,510 --> 00:44:18,810
De Heer is mijn herder,
die ik niet wil missen.

722
00:44:18,810 --> 00:44:21,810
Dat wil zeggen: ‘Ik zal Hem niet willen.’

723
00:44:21,810 --> 00:44:27,030
Het Engelse woord ‘want’
betekent hier ‘gebrek hebben’.

724
00:44:27,030 --> 00:44:29,370
‘Want’ is een Oudengels woord.

725
00:44:29,370 --> 00:44:33,510
Het betekent dat je ergens gebrek
aan hebt, dat je iets niet hebt.

726
00:44:33,510 --> 00:44:37,830
En het betekent niet eens: ‘Ik zal
geen gebrek hebben aan de Heere.’

727
00:44:37,830 --> 00:44:43,650
Het betekent: ‘Omdat de Heere mijn Herder
is, zal ik nergens gebrek aan hebben.’

728
00:44:43,650 --> 00:44:46,770
Een herder voorziet in alle
behoeften van zijn schapen.

729
00:44:46,770 --> 00:44:51,090
Omdat de Heere mijn Herder is, zal
ik nooit iets tekortkomen of ergens

730
00:44:51,090 --> 00:44:52,410
gebrek aan hebben.

731
00:44:52,410 --> 00:44:55,230
Er zal altijd goed voor
mij gezorgd worden.

732
00:44:55,230 --> 00:44:57,150
Dat is wat daar gezegd wordt.

733
00:44:57,150 --> 00:44:59,970
We zouden het dus als
volgt kunnen weergeven:

734
00:44:59,970 --> 00:45:04,230
De Heer is mijn herder;
ik kom niets tekort, of:

735
00:45:04,230 --> 00:45:06,090
Een psalm van David.

736
00:45:06,090 --> 00:45:09,630
De HEERE is mijn Herder,
mij ontbreekt niets.

737
00:45:09,630 --> 00:45:12,390
Hij doet mij neerliggen in grazige weiden,

738
00:45:12,390 --> 00:45:15,150
Hij leidt mij zachtjes
naar stille wateren.

739
00:45:15,150 --> 00:45:19,470
Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij
in het spoor van de gerechtigheid,

740
00:45:19,470 --> 00:45:20,730
omwille van Zijn Naam.

741
00:45:20,730 --> 00:45:24,630
Hij begint met te zeggen dat hij,
omdat de Heere zijn Herder is,

742
00:45:24,630 --> 00:45:26,610
niets tekort zal komen.

743
00:45:26,610 --> 00:45:29,010
Vervolgens geeft hij
voorbeelden van de manier

744
00:45:29,010 --> 00:45:31,530
waarop de Herder in
zijn behoeften voorziet.

745
00:45:31,530 --> 00:45:34,770
Hij geeft hem groene
weiden om in te grazen.

746
00:45:34,770 --> 00:45:37,950
Een schaap heeft weiden
nodig om in te grazen.

747
00:45:37,950 --> 00:45:41,790
Het heeft water nodig om te
drinken, en daarom staat er:

748
00:45:41,790 --> 00:45:44,130
Hij brengt me naar rustig water.

749
00:45:44,130 --> 00:45:46,230
wat waarschijnlijk eigenlijk betekent:

750
00:45:46,230 --> 00:45:48,630
Hij geeft me nieuwe levenskracht.

751
00:45:48,630 --> 00:45:52,530
Dit verwijst waarschijnlijk naar het
feit dat wanneer een schaap afdwaalt,

752
00:45:52,530 --> 00:45:56,790
de herder eropuitgaat en het
vindt om zijn leven te redden.

753
00:45:56,790 --> 00:46:01,350
In Psalm 19:7, die we eerder
bestudeerd hebben, staat:

754
00:46:01,350 --> 00:46:05,370
De wet van de HEERE is
volmaakt, zij bekeert de ziel;

755
00:46:05,370 --> 00:46:10,590
de getuigenis van de HEERE is betrouwbaar,
zij geeft de eenvoudige wijsheid.

756
00:46:10,590 --> 00:46:14,370
Maar in de kantlijn van de
gebruikte Engelse Bijbel staat dat

757
00:46:14,370 --> 00:46:21,630
‘converting the soul’ ook, of beter, als
‘restoring the soul’ vertaald kan worden.

758
00:46:21,630 --> 00:46:26,370
Die woordelijke overeenkomst met Psalm
23 is in de Nederlandse vertaling niet

759
00:46:26,370 --> 00:46:28,830
zichtbaar. Er staat dus:

760
00:46:28,830 --> 00:46:33,990
De wet van de Heer is volmaakt en
geeft de mens nieuwe levenskracht.

761
00:46:33,990 --> 00:46:38,670
Dat is in wezen alsof een ziel die als
een verdwaald schaap heeft rondgedoold,

762
00:46:38,670 --> 00:46:41,670
wordt teruggebracht naar de
plaats waar ze thuishoort.

763
00:46:41,670 --> 00:46:47,130
De wet brengt onze ziel, of onszelf,
terug naar de juiste plaats bij God.

764
00:46:47,130 --> 00:46:51,510
Wanneer hij in Psalm 23 zegt
dat de Heere zijn ziel herstelt,

765
00:46:51,510 --> 00:46:55,350
geloof ik dat hij spreekt over de manier
waarop de Herder achter een verloren

766
00:46:55,350 --> 00:46:59,130
schaap aangaat en het terugbrengt,
zodat het niet verloren raakt.

767
00:46:59,130 --> 00:47:03,330
Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij
in het spoor van de gerechtigheid,

768
00:47:03,330 --> 00:47:05,010
omwille van Zijn Naam.

769
00:47:05,010 --> 00:47:07,350
Hij geeft mij dus leiding.

770
00:47:07,350 --> 00:47:10,290
Vervolgens geeft Hij hem veiligheid.

771
00:47:10,290 --> 00:47:12,150
In vers 4 zegt hij:

772
00:47:12,150 --> 00:47:17,070
Al ging ik ook door een dal vol schaduw
van de dood, ik zou geen kwaad vrezen,

773
00:47:17,070 --> 00:47:22,830
want U bent met mij; Uw stok en
Uw staf, die vertroosten mij.

774
00:47:22,830 --> 00:47:27,210
Hij begint met te zeggen dat God niet zal
toestaan dat hij aan iets noodzakelijks

775
00:47:27,210 --> 00:47:32,910
gebrek heeft, en hij vertelt specifiek
hoe dat in vervulling gaat. God voedt hem.

776
00:47:32,910 --> 00:47:35,070
Hij geeft hem water te drinken.

777
00:47:35,070 --> 00:47:38,490
Hij redt hem wanneer hij de
verkeerde kant op afdwaalt.

778
00:47:38,490 --> 00:47:40,890
Hij leidt hem op de juiste wegen.

779
00:47:40,890 --> 00:47:45,810
Hij is veilig omdat God bij hem is,
en hij wordt getroost door Zijn stok

780
00:47:45,810 --> 00:47:47,250
en Zijn staf.

781
00:47:47,250 --> 00:47:51,390
Deze beelden zijn natuurlijk allemaal
ontleend aan de werkelijke relatie tussen

782
00:47:51,390 --> 00:47:53,190
een herder en een schaap.

783
00:47:53,190 --> 00:47:55,770
Maar waar komt dit alles voor ons op neer?

784
00:47:55,770 --> 00:47:59,670
Wij zijn geen schapen en
eten bijvoorbeeld geen gras.

785
00:47:59,670 --> 00:48:03,510
Wat betekent het werkelijk in het
echte leven? Wanneer hij zegt:

786
00:48:03,510 --> 00:48:06,270
Hij doet mij neerliggen in grazige weiden,

787
00:48:06,270 --> 00:48:09,210
Hij leidt mij zachtjes
naar stille wateren.

788
00:48:09,210 --> 00:48:13,590
betekent dit dat God mij werkelijk
al het voedsel geeft dat ik nodig heb

789
00:48:13,590 --> 00:48:16,590
en alle dingen die ik werkelijk nodig heb.

790
00:48:16,590 --> 00:48:19,950
Schapen hebben niet veel meer
nodig dan gras om te eten.

791
00:48:19,950 --> 00:48:24,390
Alles wat wij nodig hebben om in
leven te blijven, geeft God ons.

792
00:48:24,390 --> 00:48:27,090
Schapen drinken niet uit stromend water.

793
00:48:27,090 --> 00:48:30,990
Ze zijn bang voor stromend
water, want als ze erin vallen,

794
00:48:30,990 --> 00:48:34,710
zuigt hun wol zoveel water
op dat ze zwaar worden.

795
00:48:34,710 --> 00:48:37,950
Ze kunnen dan niet uit het water
komen en zullen verdrinken.

796
00:48:37,950 --> 00:48:40,950
Daarom moeten ze uit
stilstaand water drinken.

797
00:48:40,950 --> 00:48:43,710
Ze kunnen niet uit stromend water drinken.

798
00:48:43,710 --> 00:48:45,690
Dat is een beeld van rust.

799
00:48:45,690 --> 00:48:50,790
Het spreekt over de manier waarop God
in alle rust in onze behoeften voorziet.

800
00:48:50,790 --> 00:48:54,030
Hij laat mij rustig
neerliggen in groene weiden.

801
00:48:54,030 --> 00:48:56,610
Ik kan gewoon op mijn gemak grazen.

802
00:48:56,610 --> 00:48:59,310
Ik kan zonder angst water drinken.

803
00:48:59,310 --> 00:49:01,290
Het is een vredig bestaan.

804
00:49:01,290 --> 00:49:06,210
Dat wil zeggen: Hij redt mij van
mijn eigen afdwalen en rondzwerven.

805
00:49:06,210 --> 00:49:09,930
Hij laat mij niet te ver gaan
voordat Hij mij corrigeert.

806
00:49:09,930 --> 00:49:14,190
Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij
in het spoor van de gerechtigheid,

807
00:49:14,190 --> 00:49:16,050
omwille van Zijn Naam.

808
00:49:16,050 --> 00:49:18,870
Dat is een beeld van goddelijke leiding.

809
00:49:18,870 --> 00:49:22,110
God leert ons hoe we op de
juiste weg moeten wandelen,

810
00:49:22,110 --> 00:49:24,210
het pad van de gerechtigheid.

811
00:49:24,210 --> 00:49:26,370
Dat doet Hij natuurlijk door de Schriften,

812
00:49:26,370 --> 00:49:29,670
maar Hij doet het ook op
verschillende andere manieren.

813
00:49:29,670 --> 00:49:33,630
Goddelijke leiding is een van de
grote voorrechten van de christen:

814
00:49:33,630 --> 00:49:36,870
hij heeft nu een Herder. Jezus zei:

815
00:49:36,870 --> 00:49:41,010
Voor hem doet de deurwachter open
en de schapen horen zijn stem,

816
00:49:41,010 --> 00:49:45,210
en hij roept zijn eigen schapen bij
hun naam en leidt ze naar buiten.

817
00:49:45,210 --> 00:49:48,450
En wanneer hij zijn eigen schapen
naar buiten gedreven heeft,

818
00:49:48,450 --> 00:49:53,850
gaat hij voor hen uit, en de schapen
volgen hem, omdat zij zijn stem kennen.

819
00:49:53,850 --> 00:49:57,930
Er zijn verschillende manieren waarop
Jezus Zijn stem laat horen en Zijn

820
00:49:57,930 --> 00:50:00,210
wil aan ons bekendmaakt, maar als

821
00:50:00,210 --> 00:50:04,170
christenen hebben wij het voorrecht
door Hem geleid te worden.

822
00:50:04,170 --> 00:50:07,290
In het achtste hoofdstuk
van Romeinen staat:

823
00:50:07,290 --> 00:50:11,430
Immers, zovelen als er door de
Geest van God geleid worden,

824
00:50:11,430 --> 00:50:12,810
die zijn kinderen van God.

825
00:50:12,810 --> 00:50:15,330
Van ons die kinderen van God zijn, wordt

826
00:50:15,330 --> 00:50:19,590
gezegd dat wij degenen zijn die
door de Geest van God worden geleid.

827
00:50:19,590 --> 00:50:23,610
Dat is vers 14, Romeinen 8:14.

828
00:50:23,610 --> 00:50:26,550
De Heilige Geest leidt ons dus.

829
00:50:26,550 --> 00:50:30,690
Jezus leidt ons door Zijn
Geest over de juiste paden,

830
00:50:30,690 --> 00:50:33,030
en het is goed om dat te weten.

831
00:50:33,030 --> 00:50:35,070
Het geeft ons zekerheid.

832
00:50:35,070 --> 00:50:40,110
Al ging ik ook door een dal vol schaduw
van de dood, ik zou geen kwaad vrezen,

833
00:50:40,110 --> 00:50:46,350
want U bent met mij; Uw stok en
Uw staf, die vertroosten mij.

834
00:50:46,350 --> 00:50:48,750
Het dal van de schaduw van de dood

835
00:50:48,750 --> 00:50:52,830
verwijst waarschijnlijk naar het
werkelijk verkeren in levensgevaar.

836
00:50:52,830 --> 00:50:58,050
Tijdens onze christelijke levenswandel
gaan we samen met de Heere onze weg.

837
00:50:58,050 --> 00:51:02,610
Dan komen we op een bepaalde plaats
waar een schaduw over de weg valt.

838
00:51:02,610 --> 00:51:05,190
Dat is de schaduw van de dood.

839
00:51:05,190 --> 00:51:11,310
We gaan door een bepaald dal, en daar
ligt deze schaduw. We moeten erdoorheen.

840
00:51:11,310 --> 00:51:16,410
Maar door de schaduw van de dood heen
gaan is niet iets om bang voor te zijn,

841
00:51:16,410 --> 00:51:18,750
want God is met ons.

842
00:51:18,750 --> 00:51:22,110
Zelfs als we sterven, is
het slechts een schaduw.

843
00:51:22,110 --> 00:51:25,470
Een schaduw kan beangstigend
zijn als je ervan schrikt.

844
00:51:25,470 --> 00:51:30,330
Een schaduw is soms veel groter dan
het voorwerp dat de schaduw werpt.

845
00:51:30,330 --> 00:51:33,750
Als het laat op de dag is en
je buiten in de zon staat,

846
00:51:33,750 --> 00:51:38,490
kan zelfs een kleine steen een heel
lange schaduw werpen wanneer de zon

847
00:51:38,490 --> 00:51:40,170
bijna onder is.

848
00:51:40,170 --> 00:51:43,950
Zo kan iets wat helemaal niet
groot of intimiderend is,

849
00:51:43,950 --> 00:51:47,010
een zeer intimiderende schaduw werpen.

850
00:51:47,010 --> 00:51:50,430
De dood is niet iets waarvoor
we bang zouden moeten zijn,

851
00:51:50,430 --> 00:51:54,090
hoewel hij soms een
angstaanjagende schaduw werpt.

852
00:51:54,090 --> 00:51:56,850
De meeste mensen zijn bang voor de dood.

853
00:51:56,850 --> 00:52:00,030
De meeste mensen zijn
doodsbang voor de dood.

854
00:52:00,030 --> 00:52:03,690
Maar hij zegt hier dat de
dood slechts een schaduw is.

855
00:52:03,690 --> 00:52:06,390
Een schaduw kan je geen kwaad doen.

856
00:52:06,390 --> 00:52:11,610
Als God met je is, kun je dwars door dat
dal van de schaduw van de dood heen gaan

857
00:52:11,610 --> 00:52:13,950
en er helemaal niet bang voor zijn.

858
00:52:13,950 --> 00:52:18,930
Eén ding dat we over schaduwen weten, is
dat alleen al het feit dat er een schaduw

859
00:52:18,930 --> 00:52:23,190
bestaat, ons vertelt dat er
aan de andere kant licht is.

860
00:52:23,190 --> 00:52:26,490
Er moet aan de andere kant
van het voorwerp licht zijn

861
00:52:26,490 --> 00:52:28,650
om die schaduw te kunnen werpen.

862
00:52:28,650 --> 00:52:33,390
Omdat de dood een schaduw werpt, betekent
dit dat er voor ons aan de andere kant van

863
00:52:33,390 --> 00:52:35,250
de dood licht is.

864
00:52:35,250 --> 00:52:39,450
Aan het einde van de psalm spreekt
hij over wat ons daar wacht:

865
00:52:39,450 --> 00:52:45,150
Ja, goedheid en goedertierenheid zullen
mij volgen al de dagen van mijn leven.

866
00:52:45,150 --> 00:52:49,350
Ik zal in het huis van de HEERE
blijven tot in lengte van dagen.

867
00:52:49,350 --> 00:52:53,190
In wezen zegt hij dus: ‘Ik ben
zelfs niet bang voor de dood.’

868
00:52:53,190 --> 00:52:57,630
Dat is voor een deel omdat God mij uit de
dood kan redden wanneer ik door het dal

869
00:52:57,630 --> 00:52:59,310
van de schaduw van de dood ga.

870
00:52:59,310 --> 00:53:00,990
Hij kan mijn leven redden.

871
00:53:00,990 --> 00:53:05,370
Maar ook als ik door de dood heen
moet gaan, is die slechts een schaduw.

872
00:53:05,370 --> 00:53:10,230
Hij beangstigt me niet werkelijk, want
hij houdt voor mij geen echte gevaren in,

873
00:53:10,230 --> 00:53:12,030
omdat ik behouden ben.

874
00:53:12,030 --> 00:53:14,610
Aan het einde van vers 4 zegt hij:

875
00:53:14,610 --> 00:53:17,670
Uw stok en uw staf stellen me gerust.

876
00:53:17,670 --> 00:53:22,290
De knots en de staf waren twee
van de werktuigen die een herder,

877
00:53:22,290 --> 00:53:25,470
naast de slinger,
gewoonlijk bij zich droeg.

878
00:53:25,470 --> 00:53:31,050
Een slinger werd gebruikt om stenen mee
te werpen, vaak om vijanden zoals wolven,

879
00:53:31,050 --> 00:53:34,230
die het op de schapen
gemunt hadden, te verjagen.

880
00:53:34,230 --> 00:53:37,710
Een slinger werd ook gebruikt
om de schapen te sturen.

881
00:53:37,710 --> 00:53:41,790
Herders in Israël zijn erg
bedreven met hun slingers.

882
00:53:41,790 --> 00:53:44,010
In het Oude Testament staat:

883
00:53:44,010 --> 00:53:48,750
Onder al dit volk waren zevenhonderd
van de beste mannen linkshandig.

884
00:53:48,750 --> 00:53:53,730
Ieder van hen kon haarfijn met een
steen slingeren zonder te missen.

885
00:53:53,730 --> 00:53:57,990
Wat dat ook precies betekende,
het betekende in elk geval dat ze

886
00:53:57,990 --> 00:54:00,210
heel nauwkeurig waren.

887
00:54:00,210 --> 00:54:05,910
Herders in Israël waren zeer bedreven
met slingers, en dat zijn ze nog steeds.

888
00:54:05,910 --> 00:54:08,850
Als een schaap van de rest
van de kudde afdwaalt,

889
00:54:08,850 --> 00:54:11,970
gaat de herder er vaak
niet zelf achteraan.

890
00:54:11,970 --> 00:54:14,610
Hij legt dan een steen in zijn slinger,

891
00:54:14,610 --> 00:54:17,310
slingert hem daarheen en laat de steen

892
00:54:17,310 --> 00:54:20,130
vlak voor de neus van
het schaap neerkomen.

893
00:54:20,130 --> 00:54:23,730
Daar schrikt het schaap van,
en dan draait het zich om

894
00:54:23,730 --> 00:54:26,370
en keert het terug naar
de rest van de kudde.

895
00:54:26,370 --> 00:54:30,450
De slinger is dus een waardevol
werktuig en wapen van de herder.

896
00:54:30,450 --> 00:54:32,790
Maar de slinger wordt hier niet genoemd.

897
00:54:32,790 --> 00:54:38,370
De andere twee werktuigen wel, en die
zijn ook waardevol: de knots en de staf.

898
00:54:38,370 --> 00:54:41,430
Een knots was een knuppel die
een herder bij zich droeg.

899
00:54:41,430 --> 00:54:46,170
Het was een korte, dikke stok die voor
verschillende dingen gebruikt kon worden.

900
00:54:46,170 --> 00:54:49,290
Vaak zat er aan het
uiteinde een zware knobbel.

901
00:54:49,290 --> 00:54:53,670
Hij was van hardhout gemaakt en was een
knuppel van ongeveer zestig centimeter

902
00:54:53,670 --> 00:54:57,510
lang, met aan het uiteinde
een massieve houten knobbel.

903
00:54:57,510 --> 00:55:01,890
Hij werd gebruikt om roofdieren,
zoals leeuwen, op hun kop te slaan.

904
00:55:01,890 --> 00:55:06,870
Toen David leeuwen en beren doodde,
weten we niet welke wapens hij gebruikte,

905
00:55:06,870 --> 00:55:11,370
maar waarschijnlijk was zijn knuppel,
zijn knots, een van de dingen die hij tot

906
00:55:11,370 --> 00:55:12,750
zijn beschikking had.

907
00:55:12,750 --> 00:55:15,990
De knuppel werd ook gebruikt
om dieven af te slaan.

908
00:55:15,990 --> 00:55:18,630
Soms kwamen er dieven om
de schapen mee te nemen,

909
00:55:18,630 --> 00:55:21,990
maar de herder gebruikte de
knuppel om hen af te weren.

910
00:55:21,990 --> 00:55:25,230
Iets anders waarvoor hij,
verrassend genoeg, werd gebruikt,

911
00:55:25,230 --> 00:55:29,910
was om de poot te breken van een schaap
dat voortdurend van de weg afdwaalde.

912
00:55:29,910 --> 00:55:33,030
Een herder brak daadwerkelijk
de poot van het schaap.

913
00:55:33,030 --> 00:55:37,230
Daarna moest hij het dragen, want hij
kon het daar niet zomaar achterlaten.

914
00:55:37,230 --> 00:55:38,670
Het zou sterven.

915
00:55:38,670 --> 00:55:42,390
Maar hij brak zijn poot om te
voorkomen dat het afdwaalde.

916
00:55:42,390 --> 00:55:45,990
Met zijn gebroken poot zou het
niet proberen af te dwalen.

917
00:55:45,990 --> 00:55:48,210
Het zou zich door hem laten dragen.

918
00:55:48,210 --> 00:55:52,110
Voor een schaap lijkt het misschien een
bevoorrechte positie om op de schouders

919
00:55:52,110 --> 00:55:54,150
van de herder gedragen te worden.

920
00:55:54,150 --> 00:55:56,850
Toch is dat niet de juiste
plaats voor het schaap.

921
00:55:56,850 --> 00:56:01,290
Het schaap hoort zelf te kunnen lopen en
de herder op de juiste manier te volgen.

922
00:56:01,290 --> 00:56:05,190
Als een schaap op de schouders van de
herder gedragen moet worden en zijn

923
00:56:05,190 --> 00:56:09,390
poot gebroken moet worden, is dat
een teken dat het opstandig is.

924
00:56:09,390 --> 00:56:12,930
De poot genas natuurlijk
weer, maar het was een straf.

925
00:56:12,930 --> 00:56:17,910
De knuppel werd ook gebruikt om de
schapen te corrigeren. David zegt:

926
00:56:17,910 --> 00:56:20,490
Uw stok en uw staf stellen me gerust.

927
00:56:20,490 --> 00:56:25,530
De staf was een herdersstaf, een lange
stok met een haak aan het uiteinde.

928
00:56:25,530 --> 00:56:28,290
Die werd op vergelijkbare
wijze gebruikt om een

929
00:56:28,290 --> 00:56:32,010
schaap terug op het pad te
trekken als het binnen bereik was.

930
00:56:32,010 --> 00:56:35,910
Ook als een schaap over een
afgrond was gevallen en nog leefde,

931
00:56:35,910 --> 00:56:39,630
maar vastzat in struikgewas
waar de herder niet bij kon,

932
00:56:39,630 --> 00:56:42,210
kon hij zijn herdersstaf
naar beneden steken.

933
00:56:42,210 --> 00:56:45,390
Hij kon de haak onder de
voorpoot van het schaap haken,

934
00:56:45,390 --> 00:56:48,330
het schaap omhoogtrekken en het zo redden.

935
00:56:48,330 --> 00:56:52,170
De herder gebruikte deze hulpmiddelen
om de schapen veilig te houden,

936
00:56:52,170 --> 00:56:55,650
maar ook om ze te corrigeren. David zegt:

937
00:56:55,650 --> 00:57:00,030
Al ging ik ook door een dal vol schaduw
van de dood, ik zou geen kwaad vrezen,

938
00:57:00,030 --> 00:57:05,250
want U bent met mij; Uw stok en
Uw staf, die vertroosten mij.

939
00:57:05,250 --> 00:57:10,410
Het is voor mij een troost te weten dat
U niet alleen hulpmiddelen en wapens hebt

940
00:57:10,410 --> 00:57:15,450
waarmee U vijanden kunt verjagen,
maar ook dat U mij zult corrigeren.

941
00:57:15,450 --> 00:57:19,050
U zult mij niet laten afdwalen
zonder mijn been te breken.

942
00:57:19,050 --> 00:57:24,630
U zult mij daadwerkelijk tegenhouden als
ik een weg insla die mij zal vernietigen.

943
00:57:24,630 --> 00:57:28,770
Dat betekent dat wanneer de
tuchtiging van de Heere over mij komt,

944
00:57:28,770 --> 00:57:30,870
ik die kan aanvaarden.

945
00:57:30,870 --> 00:57:33,510
Ik veracht de tuchtiging
van de Heere niet,

946
00:57:33,510 --> 00:57:38,610
want Hij doet dat om mij te corrigeren en
mij te redden van mijzelf en van andere

947
00:57:38,610 --> 00:57:40,950
gevaren waarvan ik niets weet.

948
00:57:40,950 --> 00:57:46,110
Hij zegt: ‘Het is voor mij een troost
te weten dat U een knuppel hebt,

949
00:57:46,110 --> 00:57:50,790
ook al kan die knuppel soms tegen mij
worden gebruikt wanneer ik opstandig ben,

950
00:57:50,790 --> 00:57:53,190
om mij te helpen en te tuchtigen.

951
00:57:53,190 --> 00:57:55,830
Toch is het een troost om dat te weten.’

952
00:57:55,830 --> 00:57:59,550
Dan verandert in vers
5 en 6 de beeldspraak.

953
00:57:59,550 --> 00:58:04,590
Het gaat niet langer over een herder en
schapen, maar over gasten in een huis.

954
00:58:04,590 --> 00:58:09,570
God wordt nu niet als herder voorgesteld,
maar als de Gastheer van een feestmaal.

955
00:58:09,570 --> 00:58:10,470
Hij zegt:

956
00:58:10,470 --> 00:58:14,730
U maakt voor mij de tafel gereed
voor de ogen van mijn tegenstanders;

957
00:58:14,730 --> 00:58:18,690
U zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.

958
00:58:18,690 --> 00:58:21,630
Dit zou natuurlijk niet iets zijn
wat schapen zouden waarderen,

959
00:58:21,630 --> 00:58:23,850
dus de beeldspraak is veranderd.

960
00:58:23,850 --> 00:58:29,130
Ja, goedheid en goedertierenheid zullen
mij volgen al de dagen van mijn leven.

961
00:58:29,130 --> 00:58:33,090
Ik zal in het huis van de HEERE
blijven tot in lengte van dagen.

962
00:58:33,090 --> 00:58:36,750
Nu spreekt hij erover dat
hij een gast is in Gods huis.

963
00:58:36,750 --> 00:58:40,170
Dat er voor hem een tafel wordt
klaargemaakt in de aanwezigheid van zijn

964
00:58:40,170 --> 00:58:45,510
vijanden betekent ongetwijfeld dat God hem
alle gastvrijheid heeft geboden die hij

965
00:58:45,510 --> 00:58:49,110
nodig heeft, ondanks het feit
dat er vijanden om hem heen zijn

966
00:58:49,110 --> 00:58:51,750
die hem proberen te gronde te richten.

967
00:58:51,750 --> 00:58:54,150
Hij woont in de
tegenwoordigheid van de Heere,

968
00:58:54,150 --> 00:58:56,730
die hij nooit zal hoeven te verlaten.

969
00:58:56,730 --> 00:59:00,210
Hij zal altijd in de
tegenwoordigheid van de Heere zijn.

970
00:59:00,210 --> 00:59:05,310
Goedheid en barmhartigheid zijn de
dingen die God hem als Zijn gast schenkt.

971
00:59:05,310 --> 00:59:06,390
Hij zegt:

972
00:59:06,390 --> 00:59:10,590
U zalft mijn hoofd met olie
en mijn beker stroomt over.

973
00:59:10,590 --> 00:59:13,890
Dit is opnieuw een beeld van
een gast bij een feestmaal.

974
00:59:13,890 --> 00:59:18,390
Denk eraan dat Jezus door een Farizeeër
voor het feestmaal was uitgenodigd.

975
00:59:18,390 --> 00:59:23,310
De vrouw kwam binnen, huilde, maakte
Zijn voeten nat met haar tranen en

976
00:59:23,310 --> 00:59:25,290
droogde ze af met haar haar.

977
00:59:25,290 --> 00:59:28,350
De Farizeeër Simon dacht in zijn hart:

978
00:59:28,350 --> 00:59:33,810
Toen de Farizeeër die Hem uitgenodigd
had, dat zag, zei hij bij zichzelf:

979
00:59:33,810 --> 00:59:39,750
Deze Man zou, als Hij een profeet was, wel
weten wie en wat voor vrouw het is die Hem

980
00:59:39,750 --> 00:59:42,930
aanraakt, want zij is een zondares.

981
00:59:42,930 --> 00:59:44,430
Jezus zei:

982
00:59:44,430 --> 00:59:49,950
En Hij keerde Zich om naar de vrouw
en zei tegen Simon: Ziet u deze vrouw?

983
00:59:49,950 --> 00:59:54,810
Ik ben in uw huis gekomen: water
voor Mijn voeten hebt u niet gegeven,

984
00:59:54,810 --> 00:59:57,810
maar zij heeft Mijn voeten
met tranen natgemaakt

985
00:59:57,810 --> 01:00:02,610
en met het haar van haar hoofd
afgedroogd; u hebt Mij geen kus gegeven,

986
01:00:02,610 --> 01:00:05,370
maar vanaf het moment
dat zij binnengekomen is,

987
01:00:05,370 --> 01:00:08,310
heeft zij niet opgehouden
Mijn voeten te kussen;

988
01:00:08,310 --> 01:00:11,190
met olie hebt u Mijn hoofd niet gezalfd,

989
01:00:11,190 --> 01:00:14,250
maar zij heeft Mijn
voeten met zalf gezalfd.

990
01:00:14,250 --> 01:00:16,170
Hij zei daarmee tegen Simon:

991
01:00:16,170 --> 01:00:19,830
U hebt Mij niet de gebruikelijke
gastvrijheid geboden die

992
01:00:19,830 --> 01:00:22,650
gastheren hun gasten
normaal gesproken bieden,

993
01:00:22,650 --> 01:00:25,710
wat naar ik aanneem iets
feestelijks was om te doen.

994
01:00:25,710 --> 01:00:28,170
Ik kan me niet voorstellen waarom iemand

995
01:00:28,170 --> 01:00:30,690
olie over zijn hoofd
gegoten zou willen hebben,

996
01:00:30,690 --> 01:00:35,070
maar dat werd gewoonlijk bij
gasten gedaan, om hen te eren of om

997
01:00:35,070 --> 01:00:36,630
een andere reden.

998
01:00:36,630 --> 01:00:42,090
Je moet beseffen dat de cultuur in het
Midden-Oosten heel anders is dan de onze.

999
01:00:42,090 --> 01:00:47,370
Hier wordt ermee bedoeld dat God ons
als gasten in Zijn huis heeft opgenomen.

1000
01:00:47,370 --> 01:00:50,010
Hij heeft een tafel voor ons klaargemaakt.

1001
01:00:50,010 --> 01:00:53,910
Onze vijanden hebben niet kunnen
verhinderen dat dit gebeurde.

1002
01:00:53,910 --> 01:00:57,090
Onze vijanden zijn
misschien zelfs aanwezig als

1003
01:00:57,090 --> 01:01:01,290
gevangenen die in de strijd
verslagen zijn en nu moeten toezien

1004
01:01:01,290 --> 01:01:04,110
hoe wij de overwinningsmaaltijd eten.

1005
01:01:04,110 --> 01:01:06,510
Onze beker vloeit over.

1006
01:01:06,510 --> 01:01:12,390
God heeft ons meer gegeven dan wij nodig
hebben en Hij heeft ons met olie gezalfd.

1007
01:01:12,390 --> 01:01:16,410
Hij heeft alle genadige vormen
van gastvrijheid betoond.

1008
01:01:16,410 --> 01:01:21,150
Goedheid en barmhartigheid zijn de dingen
die Hij ons al de dagen van ons leven

1009
01:01:21,150 --> 01:01:23,190
schenkt. Hij zegt:

1010
01:01:23,190 --> 01:01:27,450
U maakt voor mij de tafel gereed
voor de ogen van mijn tegenstanders;

1011
01:01:27,450 --> 01:01:31,890
U zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.

1012
01:01:31,890 --> 01:01:37,890
Ja, goedheid en goedertierenheid zullen
mij volgen al de dagen van mijn leven.

1013
01:01:37,890 --> 01:01:42,390
Ik zal in het huis van de HEERE
blijven tot in lengte van dagen.

1014
01:01:42,390 --> 01:01:44,910
In vers 6 lijkt hij in wezen te zeggen

1015
01:01:44,910 --> 01:01:49,890
dat ik mijn hele leven lang een bepaalde
ervaring zal hebben, en dat ik daarna,

1016
01:01:49,890 --> 01:01:52,890
tot in eeuwigheid, ook
een ervaring zal hebben.

1017
01:01:52,890 --> 01:01:56,310
Mijn ervaring tijdens mijn
leven is dat Gods goedheid

1018
01:01:56,310 --> 01:02:01,110
en Zijn barmhartigheid mij betoond zullen
worden, al de dagen van mijn leven.

1019
01:02:01,110 --> 01:02:04,110
Dat betekent niet dat ik geen
moeilijkheden zal hebben,

1020
01:02:04,110 --> 01:02:07,410
maar het betekent dat God
aan mijn kant zal staan.

1021
01:02:07,410 --> 01:02:09,570
God zal voor mij klaarstaan.

1022
01:02:09,570 --> 01:02:11,790
Hij zal mij horen wanneer ik roep.

1023
01:02:11,790 --> 01:02:16,230
Hij zal mij mijn hele leven lang
barmhartigheid en goedheid betonen.

1024
01:02:16,230 --> 01:02:18,570
Ik kan deze zegeningen verwachten.

1025
01:02:18,570 --> 01:02:21,690
Maar zelfs daarna geldt,
tot in eeuwigheid:

1026
01:02:21,690 --> 01:02:24,330
Ik zal in het huis van de Heer wonen.

1027
01:02:24,330 --> 01:02:27,810
Nu betekent dit niet dat het huis van
de Heere gelijkgesteld moet worden

1028
01:02:27,810 --> 01:02:29,190
met de hemel.

1029
01:02:29,190 --> 01:02:33,570
Christenen zijn gewoonlijk geneigd de term
‘het huis van de Heere’ gelijk te stellen

1030
01:02:33,570 --> 01:02:34,950
met de hemel.

1031
01:02:34,950 --> 01:02:39,270
David zal dat begrip waarschijnlijk
niet hebben gehad zoals wij dat hebben.

1032
01:02:39,270 --> 01:02:43,770
Voor hem was het huis van de Heere
de tabernakel en later de tempel.

1033
01:02:43,770 --> 01:02:48,270
In het Oude Testament verwijst het huis
van de Heere vrijwel altijd naar de tempel

1034
01:02:48,270 --> 01:02:50,070
en niet naar de hemel.

1035
01:02:50,070 --> 01:02:54,210
In feite verwijst het huis van de Heere
nergens in de Bijbel naar de hemel,

1036
01:02:54,210 --> 01:02:57,630
noch in het Oude, noch
in het Nieuwe Testament.

1037
01:02:57,630 --> 01:03:01,950
In het Oude Testament verwijst het
naar de tempel en de tabernakel.

1038
01:03:01,950 --> 01:03:05,610
In het Nieuwe Testament verwijst
het gewoonlijk naar de gemeente,

1039
01:03:05,610 --> 01:03:10,290
die het huis van de Heere is, het
lichaam van Christus, met andere woorden:

1040
01:03:10,290 --> 01:03:11,610
het volk van God.

1041
01:03:11,610 --> 01:03:15,750
Er is geen enkele plaats in de Bijbel
waar de hemel het huis van de Heere wordt

1042
01:03:15,750 --> 01:03:17,970
genoemd, behalve hier.

1043
01:03:17,970 --> 01:03:22,470
Het lijkt erop dat dit misschien verwijst
naar zijn eeuwige leven in de hemel,

1044
01:03:22,470 --> 01:03:25,770
maar toch denkt hij niet zozeer
aan de hemel als een plaats,

1045
01:03:25,770 --> 01:03:27,870
maar als een huiselijke plek.

1046
01:03:27,870 --> 01:03:33,390
Ik denk dat hij eenvoudigweg denkt in
termen van lid zijn van Gods huisgezin.

1047
01:03:33,390 --> 01:03:38,190
Hij zal altijd van deze gastvrijheid
van God genieten, waar hij ook is,

1048
01:03:38,190 --> 01:03:41,250
of hij nu op aarde of in de hemel is.

1049
01:03:41,250 --> 01:03:45,750
Tot in eeuwigheid zal hij als het
ware in het huis van de Heere wonen.

1050
01:03:45,750 --> 01:03:48,390
Hij zal een huisgast van God zijn.

1051
01:03:48,390 --> 01:03:53,730
Daarom zal hij al deze weldaden
ervaren: zijn beker die overvloeit,

1052
01:03:53,730 --> 01:03:58,290
de zalving met olie, een tafel
die voor hem wordt klaargemaakt en

1053
01:03:58,290 --> 01:04:00,450
geregelde maaltijden voor hem.

1054
01:04:00,450 --> 01:04:05,610
Hij zal die zijn hele leven lang
ervaren en in feite tot in eeuwigheid.

1055
01:04:05,610 --> 01:04:07,710
Het zal altijd zo zijn.

1056
01:04:07,710 --> 01:04:09,990
God zal in zijn behoeften voorzien.

1057
01:04:09,990 --> 01:04:16,350
Hij is dus onze Herder en onze Gastheer
in Zijn huis, nu en tot in eeuwigheid.

1058
01:04:16,350 --> 01:04:19,470
De Herderspsalm schildert dus
nog een ander aspect van onze

1059
01:04:19,470 --> 01:04:21,390
verhouding tot Jezus.

1060
01:04:21,390 --> 01:04:26,250
Jezus is de Herder van de schapen,
zoals Hij Zelf over Zichzelf sprak.

1061
01:04:26,250 --> 01:04:30,870
Deze psalm zal ongetwijfeld in Zijn
gedachten zijn geweest toen Hij zei:

1062
01:04:30,870 --> 01:04:35,670
Ik ben de goede Herder; de goede herder
geeft zijn leven voor de schapen.

1063
01:04:35,670 --> 01:04:38,310
Hij zal aan deze psalm hebben gedacht:

1064
01:04:38,310 --> 01:04:40,290
Een psalm van David.

1065
01:04:40,290 --> 01:04:43,530
De HEERE is mijn Herder,
mij ontbreekt niets.

1066
01:04:43,530 --> 01:04:48,690
Dat kwam trouwens neer op de aanspraak
dat Hij de Messias, of zelfs Jehovah, was,

1067
01:04:48,690 --> 01:04:51,510
want Psalm 23:1 zegt:

1068
01:04:51,510 --> 01:04:53,370
‘JHWH is mijn Herder.’

1069
01:04:53,370 --> 01:05:00,090
De HSV geeft de Godsnaam JHWH
hier weer als ‘de HEERE’.

1070
01:05:00,090 --> 01:05:01,410
Jezus zei:

1071
01:05:01,410 --> 01:05:05,490
‘Ik ben de goede Herder,’ wat volgens
de spreker daarom gelijkstond aan de

1072
01:05:05,490 --> 01:05:09,510
aanspraak: ‘Ik ben JHWH.’

1073
01:05:09,510 --> 01:05:14,850
Als we verdergaan naar Psalm 24, wordt
ons een nog heerlijker beeld geschilderd.

1074
01:05:14,850 --> 01:05:18,630
De aanleiding voor het schrijven van
deze psalm was waarschijnlijk dat David

1075
01:05:18,630 --> 01:05:20,790
de ark naar de berg Sion bracht.

1076
01:05:20,790 --> 01:05:24,870
Je herinnert je dat de ark lange
tijd in het huis van een man genaamd

1077
01:05:24,870 --> 01:05:29,430
Obed-Edom had gestaan en nooit
in Jeruzalem was geweest.

1078
01:05:29,430 --> 01:05:32,130
Toen David koning werd, trok hij met zijn

1079
01:05:32,130 --> 01:05:35,430
legers op tegen de mensen
die in Jeruzalem woonden.

1080
01:05:35,430 --> 01:05:37,650
Oorspronkelijk waren dat geen Joden.

1081
01:05:37,650 --> 01:05:42,630
Jeruzalem werd, net als de rest van
Palestina, bewoond door Kanaänieten.

1082
01:05:42,630 --> 01:05:46,110
Het was een van de laatste vestingen
van de Kanaänieten die door de

1083
01:05:46,110 --> 01:05:47,910
Joden werden verslagen.

1084
01:05:47,910 --> 01:05:52,590
Jozua had in zijn tijd zelfs de meeste
vestingen van de Kanaänieten veroverd,

1085
01:05:52,590 --> 01:05:54,090
zoals je je herinnert.

1086
01:05:54,090 --> 01:05:59,250
Maar zelfs in de tijd van David waren er
nog enkele steden waaruit de Kanaänieten

1087
01:05:59,250 --> 01:06:01,050
nooit verdreven waren.

1088
01:06:01,050 --> 01:06:02,970
Jeruzalem was daar één van.

1089
01:06:02,970 --> 01:06:06,810
De mensen die in Jeruzalem
woonden, werden Jebusieten genoemd.

1090
01:06:06,810 --> 01:06:09,930
Dat was gewoon een
ander Kanaänitisch volk.

1091
01:06:09,930 --> 01:06:12,750
David besloot, waarschijnlijk
door openbaring,

1092
01:06:12,750 --> 01:06:15,390
dat Jeruzalem de hoofdstad moest zijn.

1093
01:06:15,390 --> 01:06:19,650
Het was niet goed dat de hoofdstad vol
heidenen zat in plaats van Gods volk,

1094
01:06:19,650 --> 01:06:23,910
vooral omdat dit Gods land was,
dat Hij aan Zijn volk had gegeven.

1095
01:06:23,910 --> 01:06:28,110
Daarom voerde David zijn legers
aan tegen de Jebusieten en verdreef

1096
01:06:28,110 --> 01:06:29,850
hij hen uiteindelijk.

1097
01:06:29,850 --> 01:06:33,030
Hij was de enige man die
daartoe in staat was.

1098
01:06:33,030 --> 01:06:37,170
Daarna maakte hij Jeruzalem tot
zijn hoofdstad en zijn vesting.

1099
01:06:37,170 --> 01:06:41,010
Niet lang daarna besloot hij dat hij
de ark van het verbond daarheen wilde

1100
01:06:41,010 --> 01:06:43,170
brengen, naar de hoofdstad.

1101
01:06:43,170 --> 01:06:47,490
Als je je het verhaal herinnert,
ging dat met veel pracht en praal.

1102
01:06:47,490 --> 01:06:51,030
Hij liet de ark op een ossenwagen
naar Jeruzalem brengen.

1103
01:06:51,030 --> 01:06:55,410
David ging voor de ark uit,
dansend, springend en God

1104
01:06:55,410 --> 01:06:57,750
prijzend voor de ark van het verbond.

1105
01:06:57,750 --> 01:06:59,370
Het was een groot feest.

1106
01:06:59,370 --> 01:07:04,050
Ik weet zeker dat er luid op trompetten
werd geblazen en dat er legers in vol

1107
01:07:04,050 --> 01:07:06,030
ornaat achteraan marcheerden.

1108
01:07:06,030 --> 01:07:08,610
Het geheel was bijzonder feestelijk.

1109
01:07:08,610 --> 01:07:12,030
Verscheidene psalmen lijken
daarover geschreven te zijn.

1110
01:07:12,030 --> 01:07:16,410
Dit is er één van, en
een andere was Psalm 68.

1111
01:07:16,410 --> 01:07:19,110
Die is vrijwel zeker
geschreven en gezongen

1112
01:07:19,110 --> 01:07:21,810
terwijl de ark naar
Jeruzalem werd vervoerd.

1113
01:07:21,810 --> 01:07:24,690
Als we aannemen dat dit
ook hier het geval is,

1114
01:07:24,690 --> 01:07:28,170
zal dat ons enigszins helpen
deze psalm te begrijpen.

1115
01:07:28,170 --> 01:07:33,210
De meeste geleerden geloven dat dit
de achtergrond van deze psalm was.

1116
01:07:33,210 --> 01:07:39,570
De aarde is van de HEERE en al wat
zij bevat, de wereld en wie er wonen.

1117
01:07:39,570 --> 01:07:45,390
Want Híj heeft haar gegrondvest op de
zeeën en haar vastgezet op de rivieren.

1118
01:07:45,390 --> 01:07:47,970
Wie zal de berg van de HEERE beklimmen?

1119
01:07:47,970 --> 01:07:50,730
Wie zal staan in Zijn heilige plaats?

1120
01:07:50,730 --> 01:07:57,150
Wie rein is van handen en zuiver van hart,
wie zijn ziel niet opheft tot wat vals is,

1121
01:07:57,150 --> 01:07:59,130
en niet bedrieglijk zweert.

1122
01:07:59,130 --> 01:08:04,050
Hij zal zegen ontvangen van de HEERE en
gerechtigheid van de God van zijn heil.

1123
01:08:04,050 --> 01:08:08,910
Dat is het geslacht van hen die naar
Hem vragen, die Uw aangezicht zoeken;

1124
01:08:08,910 --> 01:08:10,650
dat is Jakob.

1125
01:08:10,650 --> 01:08:16,230
Sela Hef uw hoofden op, o poorten,
en verhef u, eeuwige deuren,

1126
01:08:16,230 --> 01:08:18,870
opdat de Koning der ere binnengaat.

1127
01:08:18,870 --> 01:08:21,270
Wie is deze Koning der ere?

1128
01:08:21,270 --> 01:08:27,210
De HEERE, sterk en geweldig, de
HEERE, geweldig in de strijd.

1129
01:08:27,210 --> 01:08:32,550
Hef uw hoofden op, o poorten,
ja, verhef ze , eeuwige deuren,

1130
01:08:32,550 --> 01:08:35,190
opdat de Koning der ere binnengaat.

1131
01:08:35,190 --> 01:08:38,130
Wie is Hij, deze Koning der ere?

1132
01:08:38,130 --> 01:08:43,590
De HEERE van de legermachten,
Hij is de Koning der ere. Sela

1133
01:08:43,590 --> 01:08:46,110
Er zit veel in deze korte psalm.

1134
01:08:46,110 --> 01:08:49,770
Vooral het laatste gedeelte
bevat echte opwinding.

1135
01:08:49,770 --> 01:08:52,410
Het eerste gedeelte is ook opwindend.

1136
01:08:52,410 --> 01:08:56,490
Het begint met de uitspraak dat de
aarde aan de Heere toebehoort en

1137
01:08:56,490 --> 01:08:59,370
dat alle mensen die
erop wonen van Hem zijn.

1138
01:08:59,370 --> 01:09:03,270
Misschien zegt David hiermee dat hij
daarom het recht had om Jeruzalem in te

1139
01:09:03,270 --> 01:09:06,150
nemen en die mensen eruit te verdrijven.

1140
01:09:06,150 --> 01:09:10,110
Dat was het grondgebied van de
Heere, net als de rest van de aarde,

1141
01:09:10,110 --> 01:09:15,270
en de Heere had het recht om dat
stuk grond, Jeruzalem, op te eisen.

1142
01:09:15,270 --> 01:09:17,970
Hij heeft haar, dat wil zeggen de aarde,

1143
01:09:17,970 --> 01:09:22,230
gegrondvest op de zeeën en haar
gevestigd op de waterstromen.

1144
01:09:22,230 --> 01:09:24,930
‘Op’ betekent hier eigenlijk ‘boven’.

1145
01:09:24,930 --> 01:09:29,310
Hij heeft ervoor gezorgd dat het
droge land boven het water uitsteekt.

1146
01:09:29,310 --> 01:09:32,670
Dat zegt Genesis ook:
God liet het droge land

1147
01:09:32,670 --> 01:09:35,070
te midden van de zeeën tevoorschijn komen.

1148
01:09:35,070 --> 01:09:39,090
Hij zegt in wezen dat God
de aarde, het droge land,

1149
01:09:39,090 --> 01:09:43,350
zo heeft gegrondvest dat die
boven de zeespiegel uitsteekt.

1150
01:09:43,350 --> 01:09:44,550
Er staat:

1151
01:09:44,550 --> 01:09:46,590
Wie mag de berg van de Heer opgaan?

1152
01:09:46,590 --> 01:09:50,790
De verwijzing naar het feit dat Hij
het droge land tevoorschijn liet komen,

1153
01:09:50,790 --> 01:09:54,510
roept natuurlijk het beeld op
van bergen die omhoogkomen.

1154
01:09:54,510 --> 01:09:57,390
Nu spreekt hij over de berg van de Heere.

1155
01:09:57,390 --> 01:10:00,030
Dat is Sion, waar Jeruzalem lag.

1156
01:10:00,030 --> 01:10:04,470
Ze trekken met de ark van het verbond
op naar de berg Sion, naar Jeruzalem.

1157
01:10:04,470 --> 01:10:05,610
Hij zegt:

1158
01:10:05,610 --> 01:10:08,070
Wie mag de berg van de Heer opgaan?

1159
01:10:08,070 --> 01:10:10,950
Niet iedereen heeft het
voorrecht om dit te doen.

1160
01:10:10,950 --> 01:10:13,350
Dit zijn twee verschillende vragen.

1161
01:10:13,350 --> 01:10:17,370
De ene is: wie kan daar
aanvankelijk naartoe gaan?

1162
01:10:17,370 --> 01:10:19,410
Wie kan daarheen opklimmen?

1163
01:10:19,410 --> 01:10:24,150
De tweede is: wie kan daar
blijven? Wie kan daar staan?

1164
01:10:24,150 --> 01:10:27,750
Allereerst dus: wie heeft
het voorrecht erheen te gaan,

1165
01:10:27,750 --> 01:10:31,410
en wie heeft het voorrecht
daar te staan of te blijven?

1166
01:10:31,410 --> 01:10:35,190
Hij geeft een antwoord daarop,
met bepaalde voorwaarden:

1167
01:10:35,190 --> 01:10:40,950
De aarde is van de HEERE en al wat
zij bevat, de wereld en wie er wonen.

1168
01:10:40,950 --> 01:10:46,350
Want Híj heeft haar gegrondvest op de
zeeën en haar vastgezet op de rivieren.

1169
01:10:46,350 --> 01:10:48,930
Wie zal de berg van de HEERE beklimmen?

1170
01:10:48,930 --> 01:10:51,690
Wie zal staan in Zijn heilige plaats?

1171
01:10:51,690 --> 01:10:58,170
Wie rein is van handen en zuiver van hart,
wie zijn ziel niet opheft tot wat vals is,

1172
01:10:58,170 --> 01:11:00,330
en niet bedrieglijk zweert.

1173
01:11:00,330 --> 01:11:05,790
Hij zal zegen ontvangen van de HEERE en
gerechtigheid van de God van zijn heil.

1174
01:11:05,790 --> 01:11:11,130
Dat is het geslacht van hen die naar
Hem vragen, die Uw aangezicht zoeken;

1175
01:11:11,130 --> 01:11:12,930
dat is Jakob.

1176
01:11:12,930 --> 01:11:18,150
Sela Hef uw hoofden op, o poorten,
en verhef u, eeuwige deuren,

1177
01:11:18,150 --> 01:11:20,790
opdat de Koning der ere binnengaat.

1178
01:11:20,790 --> 01:11:23,250
Wie is deze Koning der ere?

1179
01:11:23,250 --> 01:11:29,010
De HEERE, sterk en geweldig, de
HEERE, geweldig in de strijd.

1180
01:11:29,010 --> 01:11:33,810
Hef uw hoofden op, o poorten,
ja, verhef ze , eeuwige deuren,

1181
01:11:33,810 --> 01:11:36,390
opdat de Koning der ere binnengaat.

1182
01:11:36,390 --> 01:11:39,270
Wie is Hij, deze Koning der ere?

1183
01:11:39,270 --> 01:11:44,250
De HEERE van de legermachten,
Hij is de Koning der ere. Sela

1184
01:11:44,250 --> 01:11:49,410
Zijn ziel tot ijdelheid verheffen verwijst
in feite naar het aanbidden van afgoden.

1185
01:11:49,410 --> 01:11:53,010
In het taalgebruik van de
Joden waren ijdelheden afgoden.

1186
01:11:53,010 --> 01:11:57,390
Het verwijst dus naar iemand die
geen afgoden heeft aanbeden en niet

1187
01:11:57,390 --> 01:11:59,310
bedrieglijk heeft gezworen.

1188
01:11:59,310 --> 01:12:05,070
Met andere woorden: iemand die niet heeft
gelogen of valse beloften heeft gedaan.

1189
01:12:05,070 --> 01:12:11,790
De formulering ‘reine handen en een zuiver
hart’ ‘Rein van handen en zuiver van hart’

1190
01:12:11,790 --> 01:12:16,710
geeft aan dat zijn daden goed zijn en
dat zijn motieven eveneens goed zijn.

1191
01:12:16,710 --> 01:12:20,730
De Joden dachten gewoonlijk dat ze
beoordeeld zouden worden op hun daden:

1192
01:12:20,730 --> 01:12:24,150
of ze rein voedsel aten,
of ze de sabbat hielden

1193
01:12:24,150 --> 01:12:27,030
en of ze de voorgeschreven
offers brachten.

1194
01:12:27,030 --> 01:12:31,650
Het ging om de daden van hun handen,
om de dingen die ze uiterlijk deden.

1195
01:12:31,650 --> 01:12:34,530
Ze dachten dat alleen die
dingen belangrijk waren.

1196
01:12:34,530 --> 01:12:38,670
Maar David besefte dat het ook
te maken had met een rein hart,

1197
01:12:38,670 --> 01:12:40,530
met de juiste motieven.

1198
01:12:40,530 --> 01:12:43,350
Alleen overspel vermijden was niet genoeg.

1199
01:12:43,350 --> 01:12:48,210
Je moest een rein hart hebben,
geen overspelig hart, enzovoort.

1200
01:12:48,210 --> 01:12:53,250
Hij zegt in wezen dat de man die werkelijk
in de tegenwoordigheid van God zal staan

1201
01:12:53,250 --> 01:12:57,150
en onafgebroken gemeenschap
met God zal kunnen genieten,

1202
01:12:57,150 --> 01:13:01,770
een man is die zijn hart
en zijn daden rein houdt.

1203
01:13:01,770 --> 01:13:05,850
Zijn handen zijn rein en
zijn hart is ook rein.

1204
01:13:05,850 --> 01:13:10,410
Die man zal volgens vers 5
zegen van de Heere ontvangen

1205
01:13:10,410 --> 01:13:13,890
en gerechtigheid van
de God van zijn behoud.

1206
01:13:13,890 --> 01:13:17,070
Die man zal gerechtigheid
van God ontvangen.

1207
01:13:17,070 --> 01:13:20,490
Gerechtigheid is een
geschenk dat God ons geeft,

1208
01:13:20,490 --> 01:13:25,350
en door ons geloof in Jezus Christus
wordt ons gerechtigheid toegerekend,

1209
01:13:25,350 --> 01:13:27,870
zoals Abraham God geloofde:

1210
01:13:27,870 --> 01:13:32,490
Zoals Abraham God geloofde en het
hem tot gerechtigheid werd gerekend.

1211
01:13:32,490 --> 01:13:33,570
Er staat:

1212
01:13:33,570 --> 01:13:38,490
Want honden hebben mij omsingeld, een
horde kwaaddoeners heeft mij omgeven;

1213
01:13:38,490 --> 01:13:41,670
zij hebben mijn handen
en mijn voeten doorboord.

1214
01:13:41,670 --> 01:13:45,990
Al mijn beenderen zou ik kunnen
tellen; en zij, zij zien het aan,

1215
01:13:45,990 --> 01:13:47,550
zij kijken naar mij.

1216
01:13:47,550 --> 01:13:52,290
Zij verdelen mijn kleding onder elkaar
en werpen het lot om mijn gewaad.

1217
01:13:52,290 --> 01:13:58,410
Maar U, HEERE, blijf niet ver weg;
mijn sterkte, kom mij spoedig te hulp.

1218
01:13:58,410 --> 01:14:03,390
Red mijn ziel van het zwaard, mijn
eenzame ziel van het geweld van de hond.

1219
01:14:03,390 --> 01:14:07,890
Verlos mij uit de muil van de leeuw
en van de hoorns van de wilde ossen.

1220
01:14:07,890 --> 01:14:10,110
Ja, U hebt mij verhoord.

1221
01:14:10,110 --> 01:14:15,450
Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen, in
het midden van de gemeente zal ik U loven.

1222
01:14:15,450 --> 01:14:21,390
U die de HEERE vreest, loof Hem; alle
nakomelingen van Jakob, vereer Hem;

1223
01:14:21,390 --> 01:14:25,350
wees bevreesd voor Hem, alle
nakomelingen van Israël.

1224
01:14:25,350 --> 01:14:30,270
Want Hij heeft de ellendige in zijn
ellende niet veracht en niet verafschuwd;

1225
01:14:30,270 --> 01:14:34,530
Hij heeft Zijn aangezicht niet voor
hem verborgen, maar Hij heeft gehoord,

1226
01:14:34,530 --> 01:14:36,270
toen hij tot Hem riep.

1227
01:14:36,270 --> 01:14:39,990
Van U zal mijn lof zijn
in een grote gemeente,

1228
01:14:39,990 --> 01:14:44,490
mijn geloften zal ik nakomen
in bijzijn van wie Hem vrezen.

1229
01:14:44,490 --> 01:14:49,470
De zachtmoedigen zullen eten en
verzadigd worden; wie de HEERE zoeken,

1230
01:14:49,470 --> 01:14:51,090
zullen Hem loven.

1231
01:14:51,090 --> 01:14:53,910
Uw hart zal voor eeuwig leven.

1232
01:14:53,910 --> 01:14:59,070
Alle einden der aarde zullen eraan
denken en zich tot de HEERE bekeren:

1233
01:14:59,070 --> 01:15:03,990
alle geslachten van de heidenvolken
zullen zich voor Uw aangezicht neerbuigen.

1234
01:15:03,990 --> 01:15:08,970
Want het koningschap is van de HEERE,
Hij heerst over de heidenvolken.

1235
01:15:08,970 --> 01:15:12,870
Alle groten der aarde zullen
eten en zich neerbuigen.

1236
01:15:12,870 --> 01:15:17,310
Allen die in het stof neerdalen en hun
ziel niet in het leven kunnen behouden,

1237
01:15:17,310 --> 01:15:19,590
zullen voor Zijn aangezicht neerbukken.

1238
01:15:19,590 --> 01:15:23,610
Het nageslacht zal Hem dienen, en
aan de Heere toegeschreven worden

1239
01:15:23,610 --> 01:15:25,350
tot in generaties.

1240
01:15:25,350 --> 01:15:29,490
Zij zullen komen en Zijn gerechtigheid
verkondigen aan het volk dat geboren zal

1241
01:15:29,490 --> 01:15:31,890
worden, want Hij heeft het gedaan.

1242
01:15:31,890 --> 01:15:35,430
Bedenk dat er in Psalm 22, vers 30, stond:

1243
01:15:35,430 --> 01:15:39,450
Zijn nakomelingen zullen Hem
dienen; ze zullen voor de Heer als

1244
01:15:39,450 --> 01:15:41,250
een generatie gelden.

1245
01:15:41,250 --> 01:15:45,450
David had al verwezen naar een nageslacht
dat Christus dient en gezegd dat dit

1246
01:15:45,450 --> 01:15:48,750
nageslacht als een generatie
zou worden aangeduid.

1247
01:15:48,750 --> 01:15:52,950
Nu verwijst hij er in vers 6
opnieuw naar, naar de gemeente:

1248
01:15:52,950 --> 01:15:57,510
Dit is de generatie van mensen die Hem
zoeken, die uw gezicht zoeken, Jakob.

1249
01:15:57,510 --> 01:15:59,910
In het Hebreeuws staat het precies zo:

1250
01:15:59,910 --> 01:16:03,150
die uw gezicht zoeken, Jakob,
maar dat klinkt vreemd,

1251
01:16:03,150 --> 01:16:05,910
omdat niemand het
aangezicht van Jakob zoekt.

1252
01:16:05,910 --> 01:16:09,750
Vanwege die vreemde formulering
heeft de Septuaginta de woorden

1253
01:16:09,750 --> 01:16:11,910
‘de God van Jakob’ ingevoegd:

1254
01:16:11,910 --> 01:16:15,030
Om uw gezicht te zoeken, God van Jakob,

1255
01:16:15,030 --> 01:16:17,610
en dat is misschien wat er
werkelijk bedoeld wordt.

1256
01:16:17,610 --> 01:16:22,290
Het is mogelijk dat de woorden ‘God van’
op een bepaald moment door een schrijffout

1257
01:16:22,290 --> 01:16:24,450
bij het kopiëren zijn weggevallen.

1258
01:16:24,450 --> 01:16:27,510
Daardoor zijn de handschriften
tot ons gekomen met de woorden:

1259
01:16:27,510 --> 01:16:32,010
Want honden hebben mij omsingeld, een
horde kwaaddoeners heeft mij omgeven;

1260
01:16:32,010 --> 01:16:34,710
zij hebben mijn handen
en mijn voeten doorboord.

1261
01:16:34,710 --> 01:16:38,670
Al mijn beenderen zou ik kunnen
tellen; en zij, zij zien het aan,

1262
01:16:38,670 --> 01:16:40,410
zij kijken naar mij.

1263
01:16:40,410 --> 01:16:44,970
Zij verdelen mijn kleding onder elkaar
en werpen het lot om mijn gewaad.

1264
01:16:44,970 --> 01:16:52,110
Maar U, HEERE, blijf niet ver weg;
mijn sterkte, kom mij spoedig te hulp.

1265
01:16:52,110 --> 01:16:57,510
Red mijn ziel van het zwaard, mijn
eenzame ziel van het geweld van de hond.

1266
01:16:57,510 --> 01:17:02,310
Verlos mij uit de muil van de leeuw
en van de hoorns van de wilde ossen.

1267
01:17:02,310 --> 01:17:04,350
Ja, U hebt mij verhoord.

1268
01:17:04,350 --> 01:17:10,170
Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen, in
het midden van de gemeente zal ik U loven.

1269
01:17:10,170 --> 01:17:16,650
U die de HEERE vreest, loof Hem; alle
nakomelingen van Jakob, vereer Hem;

1270
01:17:16,650 --> 01:17:20,850
wees bevreesd voor Hem, alle
nakomelingen van Israël.

1271
01:17:20,850 --> 01:17:26,370
Want Hij heeft de ellendige in zijn
ellende niet veracht en niet verafschuwd;

1272
01:17:26,370 --> 01:17:30,930
Hij heeft Zijn aangezicht niet voor
hem verborgen, maar Hij heeft gehoord,

1273
01:17:30,930 --> 01:17:32,670
toen hij tot Hem riep.

1274
01:17:32,670 --> 01:17:36,330
Van U zal mijn lof zijn
in een grote gemeente,

1275
01:17:36,330 --> 01:17:41,490
mijn geloften zal ik nakomen
in bijzijn van wie Hem vrezen.

1276
01:17:41,490 --> 01:17:46,350
De zachtmoedigen zullen eten en
verzadigd worden; wie de HEERE zoeken,

1277
01:17:46,350 --> 01:17:47,970
zullen Hem loven.

1278
01:17:47,970 --> 01:17:50,850
Uw hart zal voor eeuwig leven.

1279
01:17:50,850 --> 01:17:56,130
Alle einden der aarde zullen eraan
denken en zich tot de HEERE bekeren:

1280
01:17:56,130 --> 01:18:01,170
alle geslachten van de heidenvolken
zullen zich voor Uw aangezicht neerbuigen.

1281
01:18:01,170 --> 01:18:06,030
Want het koningschap is van de HEERE,
Hij heerst over de heidenvolken.

1282
01:18:06,030 --> 01:18:10,170
Alle groten der aarde zullen
eten en zich neerbuigen.

1283
01:18:10,170 --> 01:18:15,450
Allen die in het stof neerdalen en hun
ziel niet in het leven kunnen behouden,

1284
01:18:15,450 --> 01:18:17,910
zullen voor Zijn aangezicht neerbukken.

1285
01:18:17,910 --> 01:18:22,830
Het nageslacht zal Hem dienen, en
aan de Heere toegeschreven worden

1286
01:18:22,830 --> 01:18:24,750
tot in generaties.

1287
01:18:24,750 --> 01:18:28,590
Zij zullen komen en Zijn
gerechtigheid verkondigen aan het

1288
01:18:28,590 --> 01:18:32,130
volk dat geboren zal worden,
want Hij heeft het gedaan.

1289
01:18:32,130 --> 01:18:34,590
terwijl er oorspronkelijk
kan hebben gestaan:

1290
01:18:34,590 --> 01:18:36,090
God van Jakob.

1291
01:18:36,090 --> 01:18:40,170
Het is ook mogelijk dat er een kleine
verandering in de Hebreeuwse tekst heeft

1292
01:18:40,170 --> 01:18:42,990
plaatsgevonden en dat
er oorspronkelijk stond:

1293
01:18:42,990 --> 01:18:45,990
‘die Uw aangezicht zoeken zoals Jakob’

1294
01:18:45,990 --> 01:18:49,470
Hoe het ook zij, het verwijst
waarschijnlijk niet naar het zoeken van

1295
01:18:49,470 --> 01:18:52,950
Jakob, maar óf naar het
zoeken van de God van Jakob,

1296
01:18:52,950 --> 01:18:56,970
óf naar het zoeken van Gods
aangezicht zoals Jakob dat deed.

1297
01:18:56,970 --> 01:19:00,630
Er wordt hier gezegd dat degenen
die Gods aangezicht zoeken,

1298
01:19:00,630 --> 01:19:05,370
het geslacht zijn waarover hij
hier spreekt. Zij zijn de gemeente.

1299
01:19:05,370 --> 01:19:08,790
Zij zijn degenen met reine
handen en een zuiver hart,

1300
01:19:08,790 --> 01:19:11,850
die geen valse goden aanbidden, enzovoort.

1301
01:19:11,850 --> 01:19:16,170
Het zou interessant zijn om op
dit punt naar Psalm 15 te gaan.

1302
01:19:16,170 --> 01:19:18,210
Ik denk niet dat we dat zullen doen,

1303
01:19:18,210 --> 01:19:21,450
eenvoudigweg omdat we dan op
een zijspoor zouden raken.

1304
01:19:21,450 --> 01:19:26,250
Maar Psalm 15 lijkt sterk op de
verzen 3 en 4 van deze Psalm.

1305
01:19:26,250 --> 01:19:30,930
Alleen wordt daar uitvoeriger besproken
wie er in de tegenwoordigheid van de Heere

1306
01:19:30,930 --> 01:19:34,830
mag staan, en er worden meer
vereisten genoemd dan hier.

1307
01:19:34,830 --> 01:19:38,670
Misschien bekijken we die Psalm
nadat we deze Psalm hebben afgemaakt,

1308
01:19:38,670 --> 01:19:40,890
maar het is werkelijk een parallel.

1309
01:19:40,890 --> 01:19:47,070
Psalm 15 is een uitvoerigere parallel
van Psalm 24, de verzen 3 en 4.

1310
01:19:47,070 --> 01:19:50,490
Dit is een oproep aan de poorten
van de stad om open te gaan,

1311
01:19:50,490 --> 01:19:55,230
om als het ware hun hoofden op te heffen
en deze belangrijke bezoeker te ontvangen:

1312
01:19:55,230 --> 01:19:59,010
de ark van het verbond, de
Koning der heerlijkheid.

1313
01:19:59,010 --> 01:20:02,850
Gods tegenwoordigheid werd altijd
met de ark in verband gebracht.

1314
01:20:02,850 --> 01:20:06,930
David was de koning die voor de ark
uitging toen die werd binnengebracht,

1315
01:20:06,930 --> 01:20:10,410
maar hij zei niet: ‘Hef je
hoofden op, grote poorten,

1316
01:20:10,410 --> 01:20:15,870
zodat ik naar binnen kan gaan, ik,
David, de grote koning van Israël.’

1317
01:20:15,870 --> 01:20:18,690
Hij spreekt over de
Koning der heerlijkheid.

1318
01:20:18,690 --> 01:20:20,970
Wie is de Koning der heerlijkheid?

1319
01:20:20,970 --> 01:20:23,190
Niet David, maar de Heere.

1320
01:20:23,190 --> 01:20:26,250
Hij spreekt over het binnenkomen
van de ark van het verbond,

1321
01:20:26,250 --> 01:20:29,250
die het binnenkomen van
de Heere zou voorstellen.

1322
01:20:29,250 --> 01:20:31,710
Tegelijkertijd zou dit
gezien kunnen worden

1323
01:20:31,710 --> 01:20:35,490
als een messiaanse profetie
over de wederkomst van Jezus:

1324
01:20:35,490 --> 01:20:39,210
dat Hij naar de aarde zou terugkomen
en dat de aarde als het ware

1325
01:20:39,210 --> 01:20:42,210
haar poorten moet openen
om Hem te ontvangen.

1326
01:20:42,210 --> 01:20:46,170
Wanneer we dit lezen, zouden we
het op beide manieren kunnen zien:

1327
01:20:46,170 --> 01:20:51,750
De aarde is van de HEERE en al wat
zij bevat, de wereld en wie er wonen.

1328
01:20:51,750 --> 01:20:57,210
Want Híj heeft haar gegrondvest op de
zeeën en haar vastgezet op de rivieren.

1329
01:20:57,210 --> 01:20:59,850
Wie zal de berg van de HEERE beklimmen?

1330
01:20:59,850 --> 01:21:02,490
Wie zal staan in Zijn heilige plaats?

1331
01:21:02,490 --> 01:21:08,790
Wie rein is van handen en zuiver van hart,
wie zijn ziel niet opheft tot wat vals is,

1332
01:21:08,790 --> 01:21:10,830
en niet bedrieglijk zweert.

1333
01:21:10,830 --> 01:21:16,110
Hij zal zegen ontvangen van de HEERE en
gerechtigheid van de God van zijn heil.

1334
01:21:16,110 --> 01:21:20,850
Dat is het geslacht van hen die naar
Hem vragen, die Uw aangezicht zoeken;

1335
01:21:20,850 --> 01:21:21,930
dat is Jakob.

1336
01:21:21,930 --> 01:21:27,630
Sela Hef uw hoofden op, o poorten,
en verhef u, eeuwige deuren,

1337
01:21:27,630 --> 01:21:30,030
opdat de Koning der ere binnengaat.

1338
01:21:30,030 --> 01:21:32,430
Wie is deze Koning der ere?

1339
01:21:32,430 --> 01:21:38,670
De HEERE, sterk en geweldig, de
HEERE, geweldig in de strijd.

1340
01:21:38,670 --> 01:21:43,650
Hef uw hoofden op, o poorten,
ja, verhef ze , eeuwige deuren,

1341
01:21:43,650 --> 01:21:46,110
opdat de Koning der ere binnengaat.

1342
01:21:46,110 --> 01:21:49,170
Wie is Hij, deze Koning der ere?

1343
01:21:49,170 --> 01:21:54,210
De HEERE van de legermachten,
Hij is de Koning der ere. Sela

1344
01:21:54,210 --> 01:21:58,650
Het Engelse woord ‘hosts’
betekent ‘legermachten’.

1345
01:21:58,650 --> 01:22:01,230
Hij is de Koning der heerlijkheid.

1346
01:22:01,230 --> 01:22:07,110
God wordt hier beschreven als de Heere,
machtig in de strijd, sterk en machtig,

1347
01:22:07,110 --> 01:22:09,330
de Heere van de legermachten.

1348
01:22:09,330 --> 01:22:14,790
Opnieuw is God de grote Overwinnaar,
Degene Die Zijn vijanden heeft overwonnen.

1349
01:22:14,790 --> 01:22:18,810
Dit zou natuurlijk heel betekenisvol
zijn in die specifieke context,

1350
01:22:18,810 --> 01:22:22,830
waarin David in de Naam van
de Heere eropuit was gegaan

1351
01:22:22,830 --> 01:22:27,150
en de Jebusieten had overwonnen,
die de vijanden van de Joden waren.

1352
01:22:27,150 --> 01:22:30,690
Daarmee werd aangetoond dat
God machtig is in de strijd

1353
01:22:30,690 --> 01:22:33,330
en hem hier de overwinning had gegeven.

1354
01:22:33,330 --> 01:22:37,290
We zouden hierin een oproep aan de aarde
kunnen zien om de komst van Jezus te

1355
01:22:37,290 --> 01:22:40,050
ontvangen. Laat Hem binnenkomen.

1356
01:22:40,050 --> 01:22:41,670
Hij zal terugkomen.

1357
01:22:41,670 --> 01:22:44,010
Hij is de Koning der heerlijkheid.

1358
01:22:44,010 --> 01:22:49,470
In het boek Handelingen wordt Hij de Vorst
der heerlijkheid genoemd — Jezus dus.

1359
01:22:49,470 --> 01:22:53,970
Maar ook die termen zouden als onderling
verwisselbaar beschouwd kunnen worden.

1360
01:22:53,970 --> 01:22:57,750
In Psalm 22 zien we de
Messias als de Lijdende,

1361
01:22:57,750 --> 01:23:02,910
in Psalm 23 de Messias als de
Herder, en in Psalm 24 de Messias

1362
01:23:02,910 --> 01:23:05,070
als de Koning der heerlijkheid.

1363
01:23:05,070 --> 01:23:10,530
We kunnen ook zien dat dit de nadruk legt
op het verleden, het heden en de toekomst,

1364
01:23:10,530 --> 01:23:14,070
want Hij heeft eens en
voor altijd geleden.

1365
01:23:14,070 --> 01:23:15,870
Hij zal nooit meer lijden.

1366
01:23:15,870 --> 01:23:19,350
Dat ligt in het verleden, in Psalm 22.

1367
01:23:19,350 --> 01:23:24,810
Vandaag, in ons huidige tijdperk,
is Hij onze Herder, Die ons leidt.

1368
01:23:24,810 --> 01:23:27,330
Dat is Psalm 23.

1369
01:23:27,330 --> 01:23:32,130
In Psalm 24 moet Hij nog komen
en Zijn heerlijkheid tonen,

1370
01:23:32,130 --> 01:23:36,810
machtig in de strijd komen en Zichzelf
bij Zijn wederkomst tonen als de

1371
01:23:36,810 --> 01:23:38,490
Koning der heerlijkheid.

1372
01:23:38,490 --> 01:23:43,650
Ik wil je aandacht toch op Psalm
15 vestigen, want Psalm 15 werkt,

1373
01:23:43,650 --> 01:23:48,570
zoals ik al zei, verder uit
wat in Psalm 24:4 wordt gezegd.

1374
01:23:48,570 --> 01:23:51,030
Er is nog één andere plaats in de Bijbel

1375
01:23:51,030 --> 01:23:56,490
waar op een soortgelijke manier wordt
gesproken, en dat is in Jesaja 33.

1376
01:23:56,490 --> 01:24:00,570
Ik zou dat moeten voorlezen, of
je kunt het zelf ook opzoeken.

1377
01:24:00,570 --> 01:24:08,010
In Jesaja 33, de verzen 14 tot en met 17,
staat een passage die hier sterk op lijkt.

1378
01:24:08,010 --> 01:24:11,010
Jesaja 33:14 zegt:

1379
01:24:11,010 --> 01:24:16,710
De zondaars in Sion zijn angstig,
huiver heeft de huichelaars aangegrepen:

1380
01:24:16,710 --> 01:24:20,310
Wie onder ons kan verblijven
bij een verterend vuur?

1381
01:24:20,310 --> 01:24:23,490
Wie onder ons kan verblijven
bij een eeuwige gloed?

1382
01:24:23,490 --> 01:24:27,150
Met andere woorden: wie
zal bij God kunnen wonen?

1383
01:24:27,150 --> 01:24:29,970
Want onze God is een verterend vuur.

1384
01:24:29,970 --> 01:24:32,190
Het is dezelfde soort vraag:

1385
01:24:32,190 --> 01:24:34,890
Wie mag de berg van de Heer opgaan?

1386
01:24:34,890 --> 01:24:37,230
Wie mag in Zijn heilige plaats staan?

1387
01:24:37,230 --> 01:24:39,570
Het antwoord, vers 15:

1388
01:24:39,570 --> 01:24:42,870
Hij die wandelt in gerechtigheid
en billijk spreekt,

1389
01:24:42,870 --> 01:24:48,450
die winstbejag door afpersing verwerpt,
die zijn handen afwerend schudt om geen

1390
01:24:48,450 --> 01:24:52,410
geschenken aan te nemen, die
zijn oor dichtstopt om niet

1391
01:24:52,410 --> 01:24:57,631
van bloedvergieten te horen, die zijn
ogen sluit om het kwaad niet te zien —

1392
01:24:57,631 --> 01:24:59,430
— of van moordplannen —

1393
01:24:59,430 --> 01:25:04,170
Je kunt de overeenkomst zien
tussen deze passage in Jesaja 33

1394
01:25:04,170 --> 01:25:08,130
en de psalm die we
hebben gelezen, Psalm 24.

1395
01:25:08,130 --> 01:25:09,870
Wie zal daar kunnen wonen?

1396
01:25:09,870 --> 01:25:11,790
Wie zal in de hoogte kunnen wonen

1397
01:25:11,790 --> 01:25:15,810
en zijn verblijfplaats hebben in de
beschutting van de rotsvestingen?

1398
01:25:15,810 --> 01:25:19,890
Degenen die oprecht
wandelen, oprecht spreken en

1399
01:25:19,890 --> 01:25:24,090
steekpenningen en de opbrengsten van
onderdrukking verachten, enzovoort.

1400
01:25:24,090 --> 01:25:27,030
Met andere woorden,
degenen die zich niet tot

1401
01:25:27,030 --> 01:25:30,690
oneerlijkheid verlagen om
rijk te worden, enzovoort.

1402
01:25:30,690 --> 01:25:35,730
Zij zullen de Koning in Zijn schoonheid
aanschouwen, de Koning der heerlijkheid.

1403
01:25:35,730 --> 01:25:40,350
Als we teruggaan naar Psalm 15,
die slechts vijf verzen lang is,

1404
01:25:40,350 --> 01:25:43,350
zien we dat daar een
soortgelijke vraag wordt gesteld

1405
01:25:43,350 --> 01:25:46,170
en een soortgelijk antwoord wordt gegeven,

1406
01:25:46,170 --> 01:25:52,350
hoewel vollediger dan alle antwoorden die
we tot nu toe hebben bestudeerd. Psalm 15:

1407
01:25:52,350 --> 01:25:55,350
HEERE, wie zal verblijven in Uw tent?

1408
01:25:55,350 --> 01:25:58,170
Wie zal wonen op Uw heilige berg?

1409
01:25:58,170 --> 01:26:01,710
Dezelfde vraag als in Psalm 24:3.

1410
01:26:01,710 --> 01:26:05,610
Dat wil zeggen: hij zal nooit
worden weggenomen van zijn plaats

1411
01:26:05,610 --> 01:26:09,630
in Gods heilige woonplaats,
nooit worden weggenomen uit de

1412
01:26:09,630 --> 01:26:11,430
tegenwoordigheid van God.

1413
01:26:11,430 --> 01:26:13,110
Wie deze dingen doet...

1414
01:26:13,110 --> 01:26:14,790
Nou, wat zijn die dingen?

1415
01:26:14,790 --> 01:26:17,370
Sommige daarvan zijn in het
Engels van de King James

1416
01:26:17,370 --> 01:26:21,570
een beetje moeilijk te doorgronden,
maar we kunnen ze allemaal begrijpen.

1417
01:26:21,570 --> 01:26:26,070
In vers 2 verwijst ‘de man die oprecht
wandelt’ natuurlijk naar een man

1418
01:26:26,070 --> 01:26:28,710
die volgens de wegen van God wandelt.

1419
01:26:28,710 --> 01:26:33,750
‘Oprecht’ is een woord dat de Bijbel vaak
gebruikt voor wandelen op een manier die

1420
01:26:33,750 --> 01:26:36,630
geen schande of schaamte
met zich meebrengt.

1421
01:26:36,630 --> 01:26:41,070
Je kunt rechtop staan, met
opgeheven hoofd voor God staan,

1422
01:26:41,070 --> 01:26:43,710
omdat je op een heilige manier wandelt.

1423
01:26:43,710 --> 01:26:48,990
Gerechtigheid of recht doen betekent
dat je daden rechtvaardig zijn.

1424
01:26:48,990 --> 01:26:51,630
Je doet mensen geen onrecht aan.

1425
01:26:51,630 --> 01:26:54,930
De waarheid spreken in
zijn hart betekent dat hij

1426
01:26:54,930 --> 01:26:58,290
daadwerkelijk vanuit zijn
hart de waarheid spreekt.

1427
01:26:58,290 --> 01:27:02,010
Het is een andere manier waarop
dit vertaald zou kunnen worden.

1428
01:27:02,010 --> 01:27:07,110
Het zegt in wezen dat hij de waarheid
spreekt en geen bedrieger is.

1429
01:27:07,110 --> 01:27:10,290
Zijn hart stemt overeen met wat hij zegt.

1430
01:27:10,290 --> 01:27:12,750
Het is iets wat vanbinnen komt.

1431
01:27:12,750 --> 01:27:16,590
Wie niet met zijn tong
kwaadspreekt, is geen roddelaar.

1432
01:27:16,590 --> 01:27:21,811
Iemand die kwaadspreekt over zijn
naaste of zijn naaste kwaad aandoet —

1433
01:27:21,811 --> 01:27:25,471
iedereen die roddelt of
tegen zijn naaste zondigt —

1434
01:27:25,471 --> 01:27:28,410
voldoet niet aan de
beschreven voorwaarden.

1435
01:27:28,410 --> 01:27:32,130
Dat geldt ook voor iemand die
zijn naaste in opspraak brengt.

1436
01:27:32,130 --> 01:27:37,050
Dit zou vertaald kunnen worden als iemand
die een smet op zijn naaste werpt of iets

1437
01:27:37,050 --> 01:27:40,830
over zijn naaste opgraaft
wat hem in diskrediet brengt.

1438
01:27:40,830 --> 01:27:45,030
Dat wil zeggen: hij probeert zijn
naaste in diskrediet te brengen

1439
01:27:45,030 --> 01:27:47,790
of op de een of andere
manier te belasteren.

1440
01:27:47,790 --> 01:27:50,490
Als iemand dat doet, is hij niet geschikt.

1441
01:27:50,490 --> 01:27:55,830
In zijn ogen is de verworpene veracht,
maar wie de HEERE vrezen, eert hij.

1442
01:27:55,830 --> 01:28:00,210
Heeft hij gezworen tot zijn schade,
zijn eed verandert hij niet.

1443
01:28:00,210 --> 01:28:03,570
‘Contemned’ is een woord dat
voor ons nogal ongebruikelijk is,

1444
01:28:03,570 --> 01:28:07,530
maar het betekent dat iemand
met minachting wordt bejegend.

1445
01:28:07,530 --> 01:28:11,130
Het betekent dat iemand
slechte mensen niet bewondert.

1446
01:28:11,130 --> 01:28:12,810
Hij veracht hen.

1447
01:28:12,810 --> 01:28:15,690
Dat betekent niet
precies dat hij hen haat.

1448
01:28:15,690 --> 01:28:20,910
Het betekent eenvoudigweg dat hij hen
als laag en verachtelijk beschouwt.

1449
01:28:20,910 --> 01:28:22,410
Hij eert hen niet.

1450
01:28:22,410 --> 01:28:24,570
Hij eert de goddelozen niet.

1451
01:28:24,570 --> 01:28:28,290
Hij probeert niet de gunst van
goddeloze mensen te winnen.

1452
01:28:28,290 --> 01:28:31,650
Hij probeert geen vriend
van de wereld te zijn.

1453
01:28:31,650 --> 01:28:34,950
Zweren heeft natuurlijk te maken
met het afleggen van een eed,

1454
01:28:34,950 --> 01:28:39,510
het doen van een belofte en jezelf
aan een verplichting binden.

1455
01:28:39,510 --> 01:28:42,630
Er staat dat hij zweert
tot zijn eigen schade.

1456
01:28:42,630 --> 01:28:45,210
Dit betekent dat hij een toezegging doet.

1457
01:28:45,210 --> 01:28:48,210
Hij bindt zich met een
eed om iets te doen,

1458
01:28:48,210 --> 01:28:50,790
maar op het moment dat
hij die toezegging doet,

1459
01:28:50,790 --> 01:28:54,330
beseft hij niet dat het hem meer
pijn zal doen dan hij dacht.

1460
01:28:54,330 --> 01:28:56,910
Het zal meer kosten dan hij dacht.

1461
01:28:56,910 --> 01:28:59,430
Wanneer je belooft iets
voor iemand te doen

1462
01:28:59,430 --> 01:29:03,150
en je vervolgens beseft dat
het veel meer tijd zal kosten

1463
01:29:03,150 --> 01:29:08,370
of veel meer geld zal kosten dan je dacht,
dan heb je tot je eigen schade gezworen.

1464
01:29:08,370 --> 01:29:10,410
Je hebt een toezegging gedaan.

1465
01:29:10,410 --> 01:29:14,250
Je hebt gezworen, maar het is
tot je eigen schade gebleken,

1466
01:29:14,250 --> 01:29:17,010
omdat het je meer gaat
kosten dan je wilde.

1467
01:29:17,010 --> 01:29:19,830
Maar hij zegt dat degene
die bij God zal wonen,

1468
01:29:19,830 --> 01:29:24,090
iemand is die tot zijn eigen schade
zweert en daar niet op terugkomt.

1469
01:29:24,090 --> 01:29:27,810
Dat wil zeggen: hij probeert
er niet onderuit te komen.

1470
01:29:27,810 --> 01:29:31,470
Hij is erachter gekomen dat hij tot
zijn eigen schade heeft gezworen,

1471
01:29:31,470 --> 01:29:34,830
maar toch zet hij door en
komt hij zijn toezegging na,

1472
01:29:34,830 --> 01:29:39,510
ook al kost het hem meer dan hij van plan
was, meer dan waarop hij had gerekend.

1473
01:29:39,510 --> 01:29:41,790
Hij is loyaal. Hij is trouw.

1474
01:29:41,790 --> 01:29:43,470
Hij is te vertrouwen.

1475
01:29:43,470 --> 01:29:47,130
Je kunt erop vertrouwen dat als
hij je zegt dat hij iets zal doen,

1476
01:29:47,130 --> 01:29:50,850
hij het ook zal doen, zelfs
als het duurder blijkt te zijn

1477
01:29:50,850 --> 01:29:55,110
dan hij hoopte of wist dat het
zou zijn. Hij zal het toch doen.

1478
01:29:55,110 --> 01:29:59,190
Hij is een trouw persoon,
of zij is een trouw persoon.

1479
01:29:59,190 --> 01:30:02,190
Het huwelijk is hier vaak
een goed voorbeeld van.

1480
01:30:02,190 --> 01:30:06,390
Wanneer de meeste mensen
trouwen, zweren ze in zekere zin.

1481
01:30:06,390 --> 01:30:08,970
Ze leggen eden af, geloften.

1482
01:30:08,970 --> 01:30:12,930
Ze zweren hun leven lang trouw
te zijn en dat soort dingen.

1483
01:30:12,930 --> 01:30:17,250
Maar wanneer de meeste mensen trouwen,
weten ze niet waar ze aan beginnen.

1484
01:30:17,250 --> 01:30:21,750
Zelfs mensen die al eerder getrouwd zijn
geweest, weten niet waar ze aan beginnen,

1485
01:30:21,750 --> 01:30:26,730
omdat je iemand nooit echt leert kennen
voordat je met die persoon samenwoont.

1486
01:30:26,730 --> 01:30:31,350
Daarom vinden veel heidenen dat het
beter is om ongetrouwd samen te wonen,

1487
01:30:31,350 --> 01:30:33,390
als een soort proefhuwelijk.

1488
01:30:33,390 --> 01:30:35,790
Maar dat is natuurlijk tegen de regels.

1489
01:30:35,790 --> 01:30:40,710
De reden dat het tegen de regels is, is
dat je, als je met iemand samenwoont,

1490
01:30:40,710 --> 01:30:44,550
waarschijnlijk alle onaangename
dingen over die persoon te weten komt

1491
01:30:44,550 --> 01:30:47,310
en dan niet met die persoon zult trouwen.

1492
01:30:47,310 --> 01:30:51,330
Het punt van het huwelijk is dat
God twee mensen aan elkaar bindt

1493
01:30:51,330 --> 01:30:53,550
en dat Hij wil dat ze bij elkaar blijven,

1494
01:30:53,550 --> 01:30:57,630
zodat ze niet zomaar bij elkaar weg kunnen
gaan wanneer ze ontdekken dat ze moeilijk

1495
01:30:57,630 --> 01:30:59,370
met elkaar kunnen opschieten.

1496
01:30:59,370 --> 01:31:01,710
Dat ze moeilijk met
elkaar kunnen opschieten,

1497
01:31:01,710 --> 01:31:05,490
is Gods manier om hen allebei
tot volmaaktheid te brengen.

1498
01:31:05,490 --> 01:31:09,930
Het brengt voor ieder van hen beproevingen
met zich mee die hen veranderen en hen

1499
01:31:09,930 --> 01:31:12,510
ertoe brengen volmaaktere
mensen te worden.

1500
01:31:12,510 --> 01:31:17,070
Maar als ze het huwelijk gewoon konden
verbreken, zouden ze niet veranderen.

1501
01:31:17,070 --> 01:31:19,410
God bindt hen zo aan elkaar.

1502
01:31:19,410 --> 01:31:23,910
En heel vaak komen ze na hun huwelijk
dingen over elkaar te weten die ze in geen

1503
01:31:23,910 --> 01:31:28,230
miljoen jaar te weten zouden zijn gekomen
door alleen maar verkering te hebben,

1504
01:31:28,230 --> 01:31:32,850
omdat je bepaalde dingen pas ontdekt
wanneer je daadwerkelijk samenwoont.

1505
01:31:32,850 --> 01:31:36,570
Zo hebben veel mensen gemerkt dat
ze bij het huwelijksaltaar een

1506
01:31:36,570 --> 01:31:40,290
eed hebben afgelegd en dat die
hun tot schade is geworden.

1507
01:31:40,290 --> 01:31:44,250
Dat wil zeggen: hun huwelijkspartner
bleek een veel slechter mens te zijn

1508
01:31:44,250 --> 01:31:46,050
dan ze hadden verwacht.

1509
01:31:46,050 --> 01:31:49,050
Bijna elk ongelukkig
huwelijk is zo’n geval.

1510
01:31:49,050 --> 01:31:52,230
Toen die mensen trouwden, dachten
ze niet dat het een ongelukkig

1511
01:31:52,230 --> 01:31:53,670
huwelijk zou worden.

1512
01:31:53,670 --> 01:31:56,730
Ze dachten dat het goed
en gelukkig zou worden.

1513
01:31:56,730 --> 01:32:00,810
Er bleek iets verborgen te zijn,
iets wat ze later ontdekten.

1514
01:32:00,810 --> 01:32:05,010
Ze hadden tot hun eigen schade gezworen,
maar ze komen er niet op terug.

1515
01:32:05,010 --> 01:32:08,250
Als ze zich aan hun verplichting
houden, zijn ze trouw.

1516
01:32:08,250 --> 01:32:11,790
Ook al hebben ze ontdekt dat hun
verplichting hen in grotere moeilijkheden

1517
01:32:11,790 --> 01:32:16,710
heeft gebracht dan ze wilden of hadden
voorzien, toch blijven ze er trouw aan.

1518
01:32:16,710 --> 01:32:21,090
Omdat ze een eed hebben afgelegd,
houden ze zich aan hun woord.

1519
01:32:21,090 --> 01:32:22,710
Zulke mensen zijn het.

1520
01:32:22,710 --> 01:32:24,750
Ook staat er in vers 5:

1521
01:32:24,750 --> 01:32:27,750
Zijn geld leent hij niet uit tegen rente,

1522
01:32:27,750 --> 01:32:29,070
Dat betekent rente.

1523
01:32:29,070 --> 01:32:32,910
De Joden mochten rente vragen
over leningen aan buitenstaanders,

1524
01:32:32,910 --> 01:32:38,010
aan heidenen, maar ze mochten geen rente
vragen over leningen aan mede-Joden.

1525
01:32:38,010 --> 01:32:41,010
Dit was grotendeels
bedoeld om te voorkomen dat

1526
01:32:41,010 --> 01:32:43,290
rijke mensen de armen onderdrukten.

1527
01:32:43,290 --> 01:32:47,070
De mensen die geld moeten
lenen, zijn meestal arm.

1528
01:32:47,070 --> 01:32:51,570
Soms onderdrukte een rijk persoon
de armen door rente te vragen.

1529
01:32:51,570 --> 01:32:55,710
Als een arme Jood naar een rijke
man toe kwam en zei: ‘Luister,

1530
01:32:55,710 --> 01:32:57,570
ik kom om van de honger.

1531
01:32:57,570 --> 01:33:00,510
Mijn gezin heeft kleding en voedsel nodig.

1532
01:33:00,510 --> 01:33:02,670
Zou ik wat geld van je kunnen lenen?’

1533
01:33:02,670 --> 01:33:06,630
dan kon hij zeggen: ‘Ja, je
kunt tien dollar van me lenen,

1534
01:33:06,630 --> 01:33:10,470
maar dan moet je voor me werken
of twintig dollar terugbetalen.’

1535
01:33:10,470 --> 01:33:14,790
De arme verkeerde in een positie
waarin hij daarmee moest instemmen,

1536
01:33:14,790 --> 01:33:17,610
omdat hij dat geld zo hard nodig had.

1537
01:33:17,610 --> 01:33:20,550
Op die manier onderdrukten
de rijken de armen.

1538
01:33:20,550 --> 01:33:25,710
Ze gebruikten hun geld om aan de armen
geld te verdienen en hen uit te buiten.

1539
01:33:25,710 --> 01:33:28,950
Rijke mensen leenden doorgaans geen geld.

1540
01:33:28,950 --> 01:33:33,450
Het was niet zoals in onze samenleving,
waar je alles op krediet koopt.

1541
01:33:33,450 --> 01:33:37,050
Tegenwoordig kun je dingen
kopen die je niet kunt betalen.

1542
01:33:37,050 --> 01:33:41,070
En zelfs als je rijk bent, maak je
waarschijnlijk schulden om een huis,

1543
01:33:41,070 --> 01:33:43,650
een auto of iets dergelijks te kopen.

1544
01:33:43,650 --> 01:33:45,630
Dat deden ze destijds niet.

1545
01:33:45,630 --> 01:33:47,970
Ze kochten al die dingen niet op krediet.

1546
01:33:47,970 --> 01:33:52,950
De mensen die geld leenden, waren mensen
die honger hadden en geld moesten lenen.

1547
01:33:52,950 --> 01:33:55,350
Maar een rijke man leende nooit.

1548
01:33:55,350 --> 01:33:57,990
Het was zelfs een schande
als je moest lenen.

1549
01:33:57,990 --> 01:33:59,670
Het was vernederend.

1550
01:33:59,670 --> 01:34:03,270
Het betekende dat Gods
zegen niet op je rustte.

1551
01:34:03,270 --> 01:34:06,330
Daarom moest je lenen
en kon je niet uitlenen.

1552
01:34:06,330 --> 01:34:10,230
God had de Joden zelfs gezegd
dat als ze Zijn wetten hielden,

1553
01:34:10,230 --> 01:34:14,490
ze aan andere volken zouden
uitlenen en zelf niet zouden lenen.

1554
01:34:14,490 --> 01:34:18,810
De wet van de Joden bepaalde dat ze de
armen niet mochten onderdrukken met dit

1555
01:34:18,810 --> 01:34:21,690
soort woekerrente, met dit soort rente.

1556
01:34:21,690 --> 01:34:24,330
Hij zegt dus dat de man die dit niet doet,

1557
01:34:24,330 --> 01:34:28,830
de man die zijn geld niet tegen
rente uitleent, ook geschikt is.

1558
01:34:28,830 --> 01:34:33,090
een geschenk ten nadele van de
onschuldige aanvaardt hij niet.

1559
01:34:33,090 --> 01:34:36,810
Wie deze dingen doet, zal
niet wankelen, voor eeuwig.

1560
01:34:36,810 --> 01:34:40,230
Dat betekent dat hij zich
niet tegen betaling als een

1561
01:34:40,230 --> 01:34:44,970
valse getuige in de rechtszaal tegen een
onschuldig persoon zal laten gebruiken.

1562
01:34:44,970 --> 01:34:48,990
Hij zal geen geld aannemen
om een valse getuige te zijn.

1563
01:34:48,990 --> 01:34:52,770
Met andere woorden, wat wordt
er gezegd over de persoon die

1564
01:34:52,770 --> 01:34:57,030
voortdurend bij God mag verblijven
en gemeenschap met Hem mag hebben?

1565
01:34:57,030 --> 01:34:59,130
Hij doet rechtvaardige dingen.

1566
01:34:59,130 --> 01:35:03,510
Hij doet zijn naaste geen kwaad:
niet door hem kwaad te doen,

1567
01:35:03,510 --> 01:35:08,970
niet door kwaad van hem te spreken en
niet door mee te gaan in laster tegen hem.

1568
01:35:08,970 --> 01:35:10,230
Hij is trouw.

1569
01:35:10,230 --> 01:35:14,130
Hij komt zijn verplichtingen
na, zelfs als dat moeilijk is.

1570
01:35:14,130 --> 01:35:16,230
Hij buit de armen niet uit.

1571
01:35:16,230 --> 01:35:20,910
Hij leent geld uit wanneer mensen het
nodig hebben, zonder rente te vragen.

1572
01:35:20,910 --> 01:35:24,990
Hij zal op geen enkele manier geld
aannemen om een onschuldig persoon

1573
01:35:24,990 --> 01:35:26,550
onrecht aan te doen.

1574
01:35:26,550 --> 01:35:29,970
Dit zijn de verschillende
dingen waarop David hier wijst.

1575
01:35:29,970 --> 01:35:35,430
We zien dat Psalm 15 ons, net
als Psalm 24, voorwaarden geeft.

1576
01:35:35,430 --> 01:35:38,910
Niet iedereen kan zomaar de
aanwezigheid van de Heere binnenwandelen

1577
01:35:38,910 --> 01:35:40,590
en daar blijven.

1578
01:35:40,590 --> 01:35:43,770
Daarvoor moet je een rein
hart en reine handen hebben.

1579
01:35:43,770 --> 01:35:46,530
Daarmee eindigt dit
gedeelte van onze studie.

1580
01:35:46,530 --> 01:35:49,650
Toen we bij Psalm 15 kwamen,
hadden we het natuurlijk niet meer

1581
01:35:49,650 --> 01:35:51,690
over messiaanse psalmen.

1582
01:35:51,690 --> 01:35:56,910
Maar omdat Psalm 24 en Psalm 15
deze overeenkomsten vertonen,

1583
01:35:56,910 --> 01:36:00,570
vond ik het gerechtvaardigd om
ook op die psalm in te gaan.

1584
01:36:00,570 --> 01:36:02,850
Wanneer we op het onderwerp terugkomen,

1585
01:36:02,850 --> 01:36:06,690
zullen we waarschijnlijk niet specifiek
naar messiaanse psalmen kijken,

1586
01:36:06,690 --> 01:36:08,910
maar naar een andere groep psalmen.

1587
01:36:08,910 --> 01:36:13,290
We zullen zien dat er naast de psalmen
die we zojuist hebben behandeld nog andere

1588
01:36:13,290 --> 01:36:15,150
messiaanse psalmen zijn.

1589
01:36:15,150 --> 01:36:20,730
Tot nu toe hebben we slechts zeven of acht
psalmen behandeld die messiaans waren.

1590
01:36:20,730 --> 01:36:22,470
Er zijn er nog veel meer.

1591
01:36:22,470 --> 01:36:26,310
En er zijn veel andere gedeelten
van de Psalmen met uitspraken die op

1592
01:36:26,310 --> 01:36:29,850
Christus van toepassing zijn,
maar die zullen we tegenkomen

1593
01:36:29,850 --> 01:36:32,070
terwijl we de Psalmen doorlopen.

1594
01:36:32,070 --> 01:36:36,270
In de meeste gevallen gaat het daarbij
niet om psalmen die in hun geheel als

1595
01:36:36,270 --> 01:36:37,110
messiaans worden beschouwd.
