1
00:00:02,010 --> 00:00:04,230
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,230 --> 00:00:13,710
Deze keer behandelen we
Psalmen 35, 58, 59, 69 en 109.

3
00:00:13,710 --> 00:00:17,550
We gaan verder met onze studie
van de vloekpsalmen en zullen die,

4
00:00:17,550 --> 00:00:19,950
zo de Heere wil, afronden.

5
00:00:19,950 --> 00:00:23,610
We hebben vijf passages bestudeerd
van de eenentwintig passages

6
00:00:23,610 --> 00:00:25,710
waarin vloekbeden voorkomen.

7
00:00:25,710 --> 00:00:29,250
We gaan niet alle zestien
resterende passages bestuderen,

8
00:00:29,250 --> 00:00:32,430
maar die zestien passages
hebben één ding gemeen:

9
00:00:32,430 --> 00:00:35,190
ze zijn allemaal door David geschreven.

10
00:00:35,190 --> 00:00:40,230
Aan het begin van de vorige lezing heb ik
je een lijst van al die passages gegeven.

11
00:00:40,230 --> 00:00:44,370
De passages die we tijdens onze vorige
bijeenkomst niet hebben behandeld,

12
00:00:44,370 --> 00:00:47,790
zijn de passages die aan
David worden toegeschreven.

13
00:00:47,790 --> 00:00:51,510
Van die passages zijn er
vijf volledige psalmen.

14
00:00:51,510 --> 00:00:56,670
Ze zijn goede voorbeelden van het soort
vloekbeden dat David over mensen uitsprak.

15
00:00:56,670 --> 00:00:59,130
Sommige waren strenger dan andere.

16
00:00:59,130 --> 00:01:01,530
Maar bedenk wat we toen zeiden:

17
00:01:01,530 --> 00:01:05,670
de vloekbeden waren eenvoudigweg
oproepen tot gerechtigheid.

18
00:01:05,670 --> 00:01:10,350
Ze brachten het verlangen van de spreker
tot uitdrukking, in dit geval David,

19
00:01:10,350 --> 00:01:14,130
om te zien dat God zijn
gerechtigheid zou bevestigen.

20
00:01:14,130 --> 00:01:18,630
David bevond zich in een bijzondere
positie waarin wij ons niet bevinden,

21
00:01:18,630 --> 00:01:21,450
omdat hij koning over Gods volk was.

22
00:01:21,450 --> 00:01:25,110
Hij was wat wij de theocratische
koning zouden noemen.

23
00:01:25,110 --> 00:01:28,890
‘Theocratisch’ komt van
het woord ‘theocratie’.

24
00:01:28,890 --> 00:01:33,210
Een theocratie is een regering
die door God wordt bestuurd,

25
00:01:33,210 --> 00:01:36,270
in tegenstelling tot een
democratie of iets dergelijks,

26
00:01:36,270 --> 00:01:38,490
die door het volk wordt bestuurd.

27
00:01:38,490 --> 00:01:43,950
Een theocratie wordt door God bestuurd, en
het was oorspronkelijk Gods bedoeling dat

28
00:01:43,950 --> 00:01:46,470
Israël door Hemzelf bestuurd zou worden.

29
00:01:46,470 --> 00:01:50,010
Later, toen de richters hun taak
niet erg goed hadden vervuld,

30
00:01:50,010 --> 00:01:53,490
wilde het volk een koning,
een menselijke koning,

31
00:01:53,490 --> 00:01:56,190
hoewel God altijd hun Koning was geweest.

32
00:01:56,190 --> 00:02:01,110
Het behaagde God niet erg dat ze in 1
Samuel hoofdstuk 8 een koning wilden,

33
00:02:01,110 --> 00:02:04,830
maar Hij gaf hun er toch
een, en dat was Saul.

34
00:02:04,830 --> 00:02:08,370
Saul was zo ongeveer de
koning die ze verdienden.

35
00:02:08,370 --> 00:02:10,590
Hij was geen goede koning.

36
00:02:10,590 --> 00:02:12,810
In sommige opzichten was hij goed.

37
00:02:12,810 --> 00:02:15,990
Hij hielp hen enorm in
sommige van hun veldslagen,

38
00:02:15,990 --> 00:02:19,170
maar uiteindelijk bleek hij
een slecht mens te zijn.

39
00:02:19,170 --> 00:02:23,670
God zocht een andere koning naar
Zijn eigen hart, namelijk David.

40
00:02:23,670 --> 00:02:27,990
David werd koning, en ik denk dat hij
begreep dat hij niet slechts een koning

41
00:02:27,990 --> 00:02:31,350
was zoals andere koningen
over andere volken.

42
00:02:31,350 --> 00:02:35,130
Hij was een koning die in
het volk namens God optrad.

43
00:02:35,130 --> 00:02:38,910
Het volk moest een door God
bestuurde theocratie zijn,

44
00:02:38,910 --> 00:02:41,610
en David wilde dat niet in de weg staan.

45
00:02:41,610 --> 00:02:44,910
Hij wilde zichzelf zien,
en volgens mij terecht,

46
00:02:44,910 --> 00:02:49,650
als de koning die God had aangesteld
om Hem daar te vertegenwoordigen.

47
00:02:49,650 --> 00:02:55,170
Dat wil zeggen: David was Gods
vertegenwoordiger en moest tegenover God

48
00:02:55,170 --> 00:02:57,690
verantwoording afleggen voor zijn daden.

49
00:02:57,690 --> 00:03:00,450
De dingen die David als
koning werden aangedaan,

50
00:03:00,450 --> 00:03:03,930
waren vergrijpen tegen het
volk en tegen God Zelf,

51
00:03:03,930 --> 00:03:07,950
omdat het Gods volk was
en David Gods koning was.

52
00:03:07,950 --> 00:03:10,950
Hij was de koning die God had aangesteld.

53
00:03:10,950 --> 00:03:14,370
Daarom beschouwde David de
dingen die hem werden aangedaan

54
00:03:14,370 --> 00:03:16,950
vaak niet slechts als
persoonlijke beledigingen.

55
00:03:16,950 --> 00:03:21,390
Hij zag ze als daadwerkelijke
aanvallen op God en op Gods volk,

56
00:03:21,390 --> 00:03:24,030
want een aanslag op het
leven van een koning

57
00:03:24,030 --> 00:03:27,150
is een aanslag op het
welzijn van het volk.

58
00:03:27,150 --> 00:03:31,110
Besef dus dat David niet slechts
als één persoon spreekt over

59
00:03:31,110 --> 00:03:33,510
andere mensen die hem niet mogen.

60
00:03:33,510 --> 00:03:37,290
Hij spreekt als een koning
die in Gods plaats staat,

61
00:03:37,290 --> 00:03:39,750
als een theocratische koning.

62
00:03:39,750 --> 00:03:43,290
Hij spreekt vanuit
bezorgdheid om zowel Gods eer

63
00:03:43,290 --> 00:03:46,290
als het welzijn van het volk Israël.

64
00:03:46,290 --> 00:03:50,490
Beide zaken waren verbonden met
het persoonlijke lot van David.

65
00:03:50,490 --> 00:03:54,750
Daarom zien we dat zijn eigen
persoonlijke ervaringen aanleiding

66
00:03:54,750 --> 00:03:57,990
gaven tot sommige van de
vloekbeden die hij uitsprak.

67
00:03:57,990 --> 00:04:00,750
Iets anders om bij David
in gedachten te houden,

68
00:04:00,750 --> 00:04:05,730
is dat we zeker weten dat hij niet
wraakzuchtig was tegenover zijn vijanden.

69
00:04:05,730 --> 00:04:08,730
Ik noemde in de vorige
lezing wat we al wisten

70
00:04:08,730 --> 00:04:12,630
doordat we het afgelopen trimester
zijn leven hadden bestudeerd:

71
00:04:12,630 --> 00:04:17,730
David was meer dan edelmoedig tegenover
mensen die hem probeerden te doden.

72
00:04:17,730 --> 00:04:22,710
Toen Saul hem achtervolgde, kreeg David
tweemaal de gelegenheid om zijn vijand

73
00:04:22,710 --> 00:04:25,050
Saul te doden, maar hij deed het niet,

74
00:04:25,050 --> 00:04:27,810
omdat hij de zaak liever
in Gods handen liet.

75
00:04:27,810 --> 00:04:32,430
Hij geloofde dat hij, aangezien Saul
door God tot koning was gezalfd,

76
00:04:32,430 --> 00:04:36,990
niet het recht had ook maar een hand op te
heffen tegen degene die God had gezalfd.

77
00:04:36,990 --> 00:04:42,330
Omdat God hem had aangesteld, was het aan
God om hem af te zetten als Hij dat wilde.

78
00:04:42,330 --> 00:04:44,970
David koesterde dus geen vijandigheid.

79
00:04:44,970 --> 00:04:48,570
We weten dat David om Saul
huilde toen Saul werd gedood.

80
00:04:48,570 --> 00:04:50,790
De dood van Saul deed hem verdriet,

81
00:04:50,790 --> 00:04:55,350
omdat David zeer edelmoedig en
liefdevol tegenover zijn vijanden was.

82
00:04:55,350 --> 00:04:58,590
Toen zijn zoon Absalom
tegen hem in opstand kwam,

83
00:04:58,590 --> 00:05:03,570
droeg David zijn legers uitdrukkelijk op
om voorzichtig met Absalom om te gaan,

84
00:05:03,570 --> 00:05:07,410
ook al voerde Absalom legers
aan tegen zijn eigen vader.

85
00:05:07,410 --> 00:05:11,190
David wilde dat zijn legers de
legers van Absalom zouden verslaan,

86
00:05:11,190 --> 00:05:14,550
maar hij wilde dat ze
voorzichtig met Absalom omgingen.

87
00:05:14,550 --> 00:05:19,890
Zoals je je herinnert, volgde Joab die
instructies niet op en doodde hij Absalom.

88
00:05:19,890 --> 00:05:23,670
Het deed David verdriet te horen
dat zijn zoon Absalom was gedood,

89
00:05:23,670 --> 00:05:26,910
ook al was zijn zoon tegen
hem in opstand gekomen.

90
00:05:26,910 --> 00:05:32,010
Zelfs toen David voor Absalom
vluchtte, gooide Simeï stenen naar hem.

91
00:05:32,010 --> 00:05:34,470
Simeï was een afstammeling van Saul.

92
00:05:34,470 --> 00:05:39,690
Hij haatte David, vervloekte hem
en gooide stof en stenen naar hem.

93
00:05:39,690 --> 00:05:43,710
Een van de soldaten, een van de
mannen die bij David waren, zei:

94
00:05:43,710 --> 00:05:45,870
Zal ik die hond zijn kop afhakken?

95
00:05:45,870 --> 00:05:46,890
David zei:

96
00:05:46,890 --> 00:05:51,630
Maar de koning zei: Wat heb ik
met u te maken, zonen van Zeruja?

97
00:05:51,630 --> 00:05:57,270
Ja, laat hem vervloeken, want de HEERE
heeft tegen hem gezegd: Vervloek David,

98
00:05:57,270 --> 00:06:00,690
en wie zou dan zeggen:
Waarom hebt u dat gedaan?

99
00:06:00,690 --> 00:06:06,150
Verder zei David tegen Abisaï en tegen
al zijn dienaren: Zie, mijn zoon,

100
00:06:06,150 --> 00:06:10,110
die uit mijn lichaam is voortgekomen,
staat mij naar het leven;

101
00:06:10,110 --> 00:06:12,930
hoeveel te meer dan nu deze Benjaminiet!

102
00:06:12,930 --> 00:06:17,550
Laat hem begaan en mij vervloeken,
want de HEERE heeft het hem gezegd.

103
00:06:17,550 --> 00:06:20,490
Misschien zal de HEERE
mijn ellende aanzien,

104
00:06:20,490 --> 00:06:23,550
en zal de HEERE mij het
goede weer teruggeven,

105
00:06:23,550 --> 00:06:25,950
in plaats van zijn
vervloeking van deze dag.

106
00:06:25,950 --> 00:06:29,970
David koesterde dus geen
vijandigheid tegenover zijn vijanden.

107
00:06:29,970 --> 00:06:33,150
Wanneer we zulke vloekbeden
in Davids geschriften lezen,

108
00:06:33,150 --> 00:06:38,010
kunnen we er zeker van zijn dat ze niet
voortkomen uit een man die eenvoudigweg

109
00:06:38,010 --> 00:06:41,670
heethoofdig en boos is
omdat iemand hem beledigt.

110
00:06:41,670 --> 00:06:43,470
Zo iemand is hij niet.

111
00:06:43,470 --> 00:06:47,670
Hoewel sommige vloekbeden die hij over
bepaalde mensen uitspreekt nogal wreed

112
00:06:47,670 --> 00:06:51,510
lijken, weten we dat hij ook
een man was die wreedheid en

113
00:06:51,510 --> 00:06:53,790
gewetenloze wraak afkeurde.

114
00:06:53,790 --> 00:06:58,050
Er waren bijvoorbeeld enkele gevallen
waarin Joab achterbakse moordaanslagen

115
00:06:58,050 --> 00:07:02,310
pleegde ten gunste van David,
maar David keurde die niet goed.

116
00:07:02,310 --> 00:07:05,550
Later droeg hij Salomo op Joab
daarom ter dood te brengen,

117
00:07:05,550 --> 00:07:08,070
omdat Joab daardoor de dood verdiende.

118
00:07:08,070 --> 00:07:12,810
Hoewel Joabs daden Davids zaak hadden
bevorderd, keurde David ze niet goed,

119
00:07:12,810 --> 00:07:14,730
omdat ze verraderlijk waren.

120
00:07:14,730 --> 00:07:16,470
Ze waren achterbaks.

121
00:07:16,470 --> 00:07:18,270
Ze waren gewetenloos.

122
00:07:18,270 --> 00:07:20,790
Ze waren wreed en barbaars.

123
00:07:20,790 --> 00:07:23,310
David stelde zulke dingen niet op prijs,

124
00:07:23,310 --> 00:07:26,550
zelfs niet wanneer zijn vrienden
ze tegen zijn vijanden deden.

125
00:07:26,550 --> 00:07:30,450
Je herinnert je misschien ook
hoe in 2 Samuel, hoofdstuk 1,

126
00:07:30,450 --> 00:07:33,930
het nieuws over Sauls dood
bij David werd gebracht.

127
00:07:33,930 --> 00:07:36,510
De man die het bracht, was geen Jood.

128
00:07:36,510 --> 00:07:38,850
Ik ben vergeten waar hij vandaan kwam.

129
00:07:38,850 --> 00:07:42,330
Hij was een Midianiet of
zoiets. Ik weet het niet meer.

130
00:07:42,330 --> 00:07:45,150
Maar de man vertelde
dat hij Saul had gedood.

131
00:07:45,150 --> 00:07:49,710
Hij vertelde dat hij Saul gewond had
aangetroffen en dat Saul had gezegd:

132
00:07:49,710 --> 00:07:52,290
Ga toch bij mij staan en dood mij.

133
00:07:52,290 --> 00:07:56,190
en daarom had hij Sauls
zwaard genomen en hem gedood.

134
00:07:56,190 --> 00:07:59,310
David liet de man terechtstellen
omdat hij Saul had gedood.

135
00:07:59,310 --> 00:08:02,670
Waarschijnlijk was dat niet omdat het
per se verkeerd is om in oorlogstijd een

136
00:08:02,670 --> 00:08:07,350
gewonde man uit zijn lijden te
verlossen, maar omdat Saul de koning was.

137
00:08:07,350 --> 00:08:12,810
David had Sauls positie geëerbiedigd,
hoewel Saul een goddeloze koning was.

138
00:08:12,810 --> 00:08:16,230
David had veel gelegenheden gehad
om Saul ter dood te brengen,

139
00:08:16,230 --> 00:08:17,790
maar had dat niet gedaan.

140
00:08:17,790 --> 00:08:22,110
Hij vond het oneerbiedig tegenover God
om iemand ter dood te brengen die God had

141
00:08:22,110 --> 00:08:26,070
gezalfd, om je hand uit te
steken naar Gods gezalfde.

142
00:08:26,070 --> 00:08:29,790
Als God hem had aangesteld, was
het Gods zaak om hem af te zetten,

143
00:08:29,790 --> 00:08:32,490
en deze man had niet
het recht dat te doen.

144
00:08:32,490 --> 00:08:34,530
Daarom doodde David de man.

145
00:08:34,530 --> 00:08:38,550
Hoewel wij Sauls dood zouden beschouwen
als iets wat in Davids belang was,

146
00:08:38,550 --> 00:08:41,430
was dat in zekere zin
iets waarop hij wachtte.

147
00:08:41,430 --> 00:08:47,190
David was tot koning gezalfd en kon de
troon pas bestijgen wanneer Saul stierf.

148
00:08:47,190 --> 00:08:51,090
Toen Saul dus stierf, was
zijn dood in Davids belang.

149
00:08:51,090 --> 00:08:53,430
Het was Gods oordeel over Saul

150
00:08:53,430 --> 00:08:57,690
en waarschijnlijk de vervulling van
enkele vloekbeden die David had gebeden.

151
00:08:57,690 --> 00:09:01,530
Toch stelde David het niet op prijs
dat iemand er geen vrees voor had Gods

152
00:09:01,530 --> 00:09:03,150
gezalfde te doden.

153
00:09:03,150 --> 00:09:05,370
David was een man met principes.

154
00:09:05,370 --> 00:09:09,870
Hij was niet wraakzuchtig tegenover
zijn vijanden en hij keurde wreedheid of

155
00:09:09,870 --> 00:09:11,970
gewetenloze daden niet goed.

156
00:09:11,970 --> 00:09:16,350
Daarom denk ik dat we David zulke
kwade motieven niet kunnen toeschrijven

157
00:09:16,350 --> 00:09:18,450
wanneer we deze vloekbeden lezen.

158
00:09:18,450 --> 00:09:22,410
Hij doet dit duidelijk om dezelfde
redenen die we hebben besproken.

159
00:09:22,410 --> 00:09:25,470
Het komt voort uit bezorgdheid
om Gods heerlijkheid.

160
00:09:25,470 --> 00:09:29,130
Het komt voort uit bezorgdheid
om het welzijn van Gods volk,

161
00:09:29,130 --> 00:09:33,690
om de komst van Gods Koninkrijk en
om de omverwerping van het kwaad,

162
00:09:33,690 --> 00:09:36,210
zodat het goede kan zegevieren.

163
00:09:36,210 --> 00:09:38,550
Zo gaan we deze Psalmen bekijken.

164
00:09:38,550 --> 00:09:41,610
De eerste daarvan is Psalm 35.

165
00:09:41,610 --> 00:09:45,990
We gaan niet naar alle korte passages
kijken, want het zijn er zoveel.

166
00:09:45,990 --> 00:09:49,230
Er zijn er elf van David
die we niet gaan bekijken.

167
00:09:49,230 --> 00:09:53,730
We zullen die tegenkomen, of we
zijn sommige ervan al tegengekomen.

168
00:09:53,730 --> 00:09:59,970
We hebben Psalm 5, Psalm 6,
Psalm 28 en Psalm 40 al gezien.

169
00:09:59,970 --> 00:10:04,290
Elk daarvan is een Psalm met korte
passages waarin vloekbeden staan,

170
00:10:04,290 --> 00:10:08,490
en elk daarvan is van David,
maar we gaan ze nu niet bekijken.

171
00:10:08,490 --> 00:10:13,230
De overige zullen we tegenkomen wanneer
we de Psalmen behandelen waarin ze staan.

172
00:10:13,230 --> 00:10:20,970
We willen de vijf vloekpsalmen behandelen
die David schreef: Psalm 35, Psalm 58,

173
00:10:20,970 --> 00:10:26,430
Psalm 59, Psalm 69 en Psalm 109.

174
00:10:26,430 --> 00:10:35,070
Het zijn dus de Psalmen
35, 58, 59, 69 en 109.

175
00:10:35,070 --> 00:10:37,110
Psalm 35 zegt:

176
00:10:37,110 --> 00:10:41,430
Voer mijn rechtszaak, HEERE,
tegen wie mij bestrijden;

177
00:10:41,430 --> 00:10:44,010
strijd tegen wie tegen mij strijden.

178
00:10:44,010 --> 00:10:48,510
Neem schild en rondas ter hand
en sta op om mij te helpen.

179
00:10:48,510 --> 00:10:52,830
Neem ook de speer en versper
de weg voor wie mij vervolgen.

180
00:10:52,830 --> 00:10:56,130
Zeg tegen mijn ziel: Ik ben uw heil.

181
00:10:56,130 --> 00:11:00,210
Laat wie mij naar het leven staan
beschaamd en te schande worden;

182
00:11:00,210 --> 00:11:05,010
laat wie kwaad tegen mij beramen
terugdeinzen en vernederd worden.

183
00:11:05,010 --> 00:11:10,410
Laat hen als kaf voor de wind zijn en
laat de engel van de HEERE hen verdrijven.

184
00:11:10,410 --> 00:11:16,110
Laat hun weg donker en glad zijn en laat
de engel van de HEERE hen vervolgen.

185
00:11:16,110 --> 00:11:20,790
Met andere woorden, zij vervolgen
mij en zitten mij achterna.

186
00:11:20,790 --> 00:11:26,610
Laat de engel van de Heere zich omkeren,
hen achternazitten en hen vervolgen.

187
00:11:26,610 --> 00:11:31,950
Laat hun weg, terwijl ze mij
achternazitten, donker en glibberig zijn,

188
00:11:31,950 --> 00:11:36,270
zodat ze hun achtervolging niet erg
doeltreffend kunnen voortzetten.

189
00:11:36,270 --> 00:11:41,250
Laat verwoesting over hem komen zonder
dat hij het merkt, laat zijn net,

190
00:11:41,250 --> 00:11:46,950
dat hij heimelijk spande , hemzelf vangen;
laat hem daarin vallen, met verwoesting.

191
00:11:46,950 --> 00:11:50,310
Dat wil zeggen: ze hebben
een val voor mij gezet,

192
00:11:50,310 --> 00:11:53,730
hoewel ik hun daar geen
enkele reden toe heb gegeven.

193
00:11:53,730 --> 00:11:59,490
Zij vergelden mij kwaad voor goed, zij
willen mij van het leven beroven. Maar ik?

194
00:11:59,490 --> 00:12:03,090
Waren zij ziek, dan was een
rouwgewaad mijn kleding;

195
00:12:03,090 --> 00:12:06,930
ik kwelde mijzelf door te vasten,
mijn gebed kwam telkens terug

196
00:12:06,930 --> 00:12:08,310
in mijn binnenste.

197
00:12:08,310 --> 00:12:12,630
Alsof het mijn vriend was, of mijn
broeder, zo liep ik steeds rond;

198
00:12:12,630 --> 00:12:16,950
ik ging gebukt, in het zwart gehuld,
als iemand die om zijn moeder treurt.

199
00:12:16,950 --> 00:12:21,390
Maar toen ík strompelde, waren
zij verblijd en verzamelden zich;

200
00:12:21,390 --> 00:12:23,730
zij verzamelden zich om mij heen.

201
00:12:23,730 --> 00:12:29,430
Zij waren kreupel en ik merkte het niet,
zij scheurden hun kleren en zwegen niet.

202
00:12:29,430 --> 00:12:34,770
In hun eigen kring van huichelachtige
spotters knarsetandden zij over mij.

203
00:12:34,770 --> 00:12:37,770
Heere, hoelang zult U toekijken?

204
00:12:37,770 --> 00:12:40,650
Verlos mijn ziel van
hun verwoestende daden,

205
00:12:40,650 --> 00:12:43,230
mijn eenzame ziel van de jonge leeuwen.

206
00:12:43,230 --> 00:12:46,770
Met andere woorden, het
waren valse beschuldigingen,

207
00:12:46,770 --> 00:12:50,850
dingen waarvan ik nog nooit had gehoord
voordat ze mij de schuld ervan gaven.

208
00:12:50,850 --> 00:12:54,810
Hij wijst erop dat juist deze
mensen, die hem nu aanvielen,

209
00:12:54,810 --> 00:12:58,830
mensen waren met wie hij medelijden
had betoond toen ze ziek waren.

210
00:12:58,830 --> 00:13:02,910
Hij had daadwerkelijk gevast en
gebeden dat ze beter zouden worden.

211
00:13:02,910 --> 00:13:06,510
Hij had een rouwgewaad
gedragen en om hen gerouwd.

212
00:13:06,510 --> 00:13:10,530
Maar toen de rollen waren omgedraaid
en hij degene was die in moeilijkheden

213
00:13:10,530 --> 00:13:15,570
verkeerde, verheugden ze zich en
maakten ze misbruik van de situatie.

214
00:13:15,570 --> 00:13:18,150
Wie deze mensen zijn, weten we niet.

215
00:13:18,150 --> 00:13:22,050
De meest waarschijnlijke gedachte
is dat het óf mensen waren die met

216
00:13:22,050 --> 00:13:26,850
Saul verbonden waren, mogelijk
met inbegrip van Saul zelf, óf,

217
00:13:26,850 --> 00:13:31,710
bij een latere gelegenheid, mensen
die met Absalom verbonden waren.

218
00:13:31,710 --> 00:13:36,150
Dat laatste is waarschijnlijker, omdat er
veel mensen waren die vrienden van David

219
00:13:36,150 --> 00:13:40,350
waren geweest en om wie hij best
gerouwd kan hebben toen ze ziek waren,

220
00:13:40,350 --> 00:13:43,470
maar die zich samen met
Absalom tegen hem keerden.

221
00:13:43,470 --> 00:13:46,170
Toen Saul hem achtervolgde, had David

222
00:13:46,170 --> 00:13:50,550
daarentegen niet veel vrienden binnen
het bestuur die aan Sauls kant stonden,

223
00:13:50,550 --> 00:13:53,070
omdat David daar nog maar pas was.

224
00:13:53,070 --> 00:13:56,430
Het is dus waarschijnlijk dat
dit de tweede situatie is,

225
00:13:56,430 --> 00:13:59,310
waarin Absalom zich tegen David keerde.

226
00:13:59,310 --> 00:14:05,130
Er waren mannen zoals Achitofel, die
Davids raadsman was geweest, en Abner,

227
00:14:05,130 --> 00:14:08,370
en er waren vele anderen die
zich tegen David keerden,

228
00:14:08,370 --> 00:14:13,170
terwijl ze bevriend met hem waren geweest
en hij medelijden met hen had gehad.

229
00:14:13,170 --> 00:14:18,510
Maar toen hij tegenspoed ondervond,
keerden ze zich tegen hem, zoals hij zei.

230
00:14:18,510 --> 00:14:21,990
Daarom roept hij ertoe op dat
hun rechtvaardig vergolden wordt.

231
00:14:21,990 --> 00:14:23,070
Hij zegt:

232
00:14:23,070 --> 00:14:29,370
Dan zal ik U loven in de grote gemeente,
onder machtig veel volk zal ik U prijzen.

233
00:14:29,370 --> 00:14:33,810
Laat over mij zich niet verblijden
wie om valse redenen mijn vijand zijn,

234
00:14:33,810 --> 00:14:38,010
en laat niet heimelijk knipogen
wie mij zonder reden haten.

235
00:14:38,010 --> 00:14:42,330
Want over vrede spreken zij niet,
maar tegen de stillen in den lande

236
00:14:42,330 --> 00:14:44,730
bedenken zij bedrieglijke zaken.

237
00:14:44,730 --> 00:14:49,830
Zij sperren hun mond wijd open
tegen mij; zij zeggen: Haha,

238
00:14:49,830 --> 00:14:51,870
ons oog heeft het gezien!

239
00:14:51,870 --> 00:14:57,690
U hebt het gezien, HEERE, zwijg
niet; Heere, blijf niet ver van mij.

240
00:14:57,690 --> 00:15:02,790
Ontwaak en word wakker om mij
recht te doen ; mijn God en Heere,

241
00:15:02,790 --> 00:15:04,891
om mijn rechtszaak te voeren .

242
00:15:04,891 --> 00:15:08,010
Hier is volgens mij een
zekere ironie bedoeld.

243
00:15:08,010 --> 00:15:12,210
Hij zegt dat zij hebben willen zien
dat David op de vlucht werd gejaagd.

244
00:15:12,210 --> 00:15:13,530
Nu zeggen ze:

245
00:15:13,530 --> 00:15:16,770
Aha, dus eindelijk kregen we onze zin.

246
00:15:16,770 --> 00:15:18,570
We hebben het zien gebeuren.

247
00:15:18,570 --> 00:15:23,250
Hij zegt: nou, zij zijn niet de
enigen die het hebben gezien.

248
00:15:23,250 --> 00:15:25,710
God, U hebt het ook gezien.

249
00:15:25,710 --> 00:15:29,790
Daarom, omdat U het hebt
gezien, moet U reageren.

250
00:15:29,790 --> 00:15:32,610
Zwijg niet en blijf niet ver weg.

251
00:15:32,610 --> 00:15:36,390
Doe mij recht naar Uw
gerechtigheid, HEERE, mijn God;

252
00:15:36,390 --> 00:15:38,970
laat hen zich over mij niet verblijden.

253
00:15:38,970 --> 00:15:43,891
— met andere woorden, om mij recht te
verschaffen, tot mijn rechtvaardiging —

254
00:15:43,891 --> 00:15:48,210
Laat hen niet zeggen in hun
hart: Aha, wij hebben onze zin!

255
00:15:48,210 --> 00:15:51,570
Laat hen niet zeggen: Wij
hebben hem verslonden!

256
00:15:51,570 --> 00:15:55,470
Laat beschaamd en tezamen
rood van schaamte worden

257
00:15:55,470 --> 00:16:01,350
wie zich over mijn onheil verblijden; laat
met schaamte en schande bekleed worden

258
00:16:01,350 --> 00:16:02,850
wie zich tegen mij verheffen.

259
00:16:02,850 --> 00:16:07,890
Laat vrolijk zingen en verblijd zijn wie
vreugde vinden in mijn gerechtigheid;

260
00:16:07,890 --> 00:16:11,310
laat hen voortdurend
zeggen: De HEERE is groot!

261
00:16:11,310 --> 00:16:14,850
Hij vindt vreugde in de
vrede van Zijn dienaar.

262
00:16:14,850 --> 00:16:20,730
Dan zal mijn tong Uw gerechtigheid tot
uiting brengen, Uw lof, de hele dag.

263
00:16:20,730 --> 00:16:25,050
waarmee hij bedoelt: spreek het
oordeel in mijn voordeel uit.

264
00:16:25,050 --> 00:16:29,310
Nadat hij zijn kwade wensen heeft
uitgesproken over degenen die zich tegen

265
00:16:29,310 --> 00:16:32,790
zijn koninkrijk verzetten,
wie zij ook waren,

266
00:16:32,790 --> 00:16:36,270
wenst hij vervolgens dat
degenen die aan zijn kant staan

267
00:16:36,270 --> 00:16:42,150
de gelegenheid krijgen zich te
verheugen, in vers 27 en 28.

268
00:16:42,150 --> 00:16:45,510
Opnieuw ziet hij zijn zaak
als de rechtvaardige zaak,

269
00:16:45,510 --> 00:16:47,970
wat in dit geval natuurlijk juist was.

270
00:16:47,970 --> 00:16:51,810
Om welke zaak het ook ging,
zijn zaak was de juiste.

271
00:16:51,810 --> 00:16:53,910
Hij werd zonder reden vervolgd.

272
00:16:53,910 --> 00:16:57,270
Dat wil zeggen, de mensen
die hem achternazaten,

273
00:16:57,270 --> 00:17:00,150
hadden daar geen rechtvaardige reden voor.

274
00:17:00,150 --> 00:17:04,410
Hij vroeg God dus om een oordeel
in zijn voordeel uit te spreken.

275
00:17:04,410 --> 00:17:09,090
In plaats van het recht in eigen hand
te nemen, liet hij het aan God over.

276
00:17:09,090 --> 00:17:12,750
Maar hij verzekerde zich
ervan dat God niet ver weg was

277
00:17:12,750 --> 00:17:15,990
en dat God Zich bewust
was van de situatie.

278
00:17:15,990 --> 00:17:18,990
We gaan nu naar Psalm 58.

279
00:17:18,990 --> 00:17:23,790
Daarvan wordt ons verteld dat het
eveneens een psalm van David is,

280
00:17:23,790 --> 00:17:29,430
een Michtam van David, een
bepaald soort psalm. Er staat:

281
00:17:29,430 --> 00:17:32,850
Spreekt u werkelijk
recht, raad van rechters?

282
00:17:32,850 --> 00:17:35,550
Oordeelt u billijk, mensenkinderen?

283
00:17:35,550 --> 00:17:41,190
Veeleer bedrijft u onrecht in uw hart;
uw handen wegen geweld af op de aarde.

284
00:17:41,190 --> 00:17:44,850
De goddelozen zijn van God
vervreemd vanaf de baarmoeder;

285
00:17:44,850 --> 00:17:47,850
de leugenaars dwalen
vanaf de moederschoot.

286
00:17:47,850 --> 00:17:51,330
Als dit letterlijk genomen kon worden,
zou het een sterk argument voor

287
00:17:51,330 --> 00:17:52,950
de erfzonde zijn.

288
00:17:52,950 --> 00:17:56,430
Al weten we ook dat er momenten
zijn waarop dit soort taal niet

289
00:17:56,430 --> 00:17:58,590
volstrekt letterlijk wordt gebruikt.

290
00:17:58,590 --> 00:18:02,730
Ik geloof dat Job zei dat hij zich vanaf
de moederschoot voor de zaak van de

291
00:18:02,730 --> 00:18:04,230
weduwe had ingezet.

292
00:18:04,230 --> 00:18:07,050
Het is duidelijk dat hij
niet vanaf zijn geboorte

293
00:18:07,050 --> 00:18:10,290
actief de belangen van
weduwen en wezen behartigde.

294
00:18:10,290 --> 00:18:11,970
Het is niet letterlijk.

295
00:18:11,970 --> 00:18:15,630
Hij zegt alleen maar: „Dat heb
ik mijn hele leven gedaan.”

296
00:18:15,630 --> 00:18:18,390
Het hoeft in dit geval dus
ook niet letterlijk te zijn,

297
00:18:18,390 --> 00:18:21,090
want het is precies dezelfde uitdrukking.

298
00:18:21,090 --> 00:18:22,350
Er staat:

299
00:18:22,350 --> 00:18:25,950
Spreekt u werkelijk
recht, raad van rechters?

300
00:18:25,950 --> 00:18:28,410
Oordeelt u billijk, mensenkinderen?

301
00:18:28,410 --> 00:18:34,230
Veeleer bedrijft u onrecht in uw hart;
uw handen wegen geweld af op de aarde.

302
00:18:34,230 --> 00:18:37,710
De goddelozen zijn van God
vervreemd vanaf de baarmoeder;

303
00:18:37,710 --> 00:18:40,710
de leugenaars dwalen
vanaf de moeder schoot.

304
00:18:40,710 --> 00:18:43,530
wat betekent dat ze
van God vervreemd zijn,

305
00:18:43,530 --> 00:18:49,170
wat kan betekenen dat ze geboren worden
met een zonde die hun van nature eigen is.

306
00:18:49,170 --> 00:18:52,950
Uit andere Schriftgedeelten weten
we hoe dan ook dat dit waar is.

307
00:18:52,950 --> 00:18:56,970
Of het kan eenvoudig betekenen dat
hun hele leven in het teken staat van

308
00:18:56,970 --> 00:19:02,010
kwaaddoen, in plaats van dat ze in hun
leven ook perioden van goedheid kennen.

309
00:19:02,010 --> 00:19:06,150
Zij hebben vurig vergif, het
lijkt op vurig slangengif;

310
00:19:06,150 --> 00:19:09,810
zij zijn als een dove adder,
die zijn oren dichtstopt,

311
00:19:09,810 --> 00:19:12,030
Alle slangen zijn trouwens doof.

312
00:19:12,030 --> 00:19:16,410
Ik weet niet of David dat wist,
maar slangen hebben geen oren.

313
00:19:16,410 --> 00:19:20,130
Hij schijnt te hebben beseft dat ten
minste sommige slangen waarmee hij bekend

314
00:19:20,130 --> 00:19:22,950
was, niet konden horen. Hij zei:

315
00:19:22,950 --> 00:19:27,090
Zij hebben vurig vergif, het
lijkt op vurig slangengif;

316
00:19:27,090 --> 00:19:30,450
zij zijn als een dove adder,
die zijn oren dichtstopt,

317
00:19:30,450 --> 00:19:33,150
die niet wil luisteren naar
de stem van de bezweerder,

318
00:19:33,150 --> 00:19:35,790
van hem die kundig bezweringen doet.

319
00:19:35,790 --> 00:19:38,850
Hij is bekend met het
bezweren van slangen.

320
00:19:38,850 --> 00:19:41,610
Natuurlijk werd dat in Israël
waarschijnlijk niet gedaan,

321
00:19:41,610 --> 00:19:44,370
maar David was een man met ervaring.

322
00:19:44,370 --> 00:19:47,970
Hij had in heidense
landen gereisd, enzovoort.

323
00:19:47,970 --> 00:19:50,910
Hij kende het gebruik
om slangen te bezweren.

324
00:19:50,910 --> 00:19:54,810
Maar hij zegt dat deze mensen
als giftige slangen zijn,

325
00:19:54,810 --> 00:19:57,150
alleen kun je hen niet bezweren.

326
00:19:57,150 --> 00:19:59,010
Je kunt hen niet behagen.

327
00:19:59,010 --> 00:20:01,710
Je kunt hen niet onschadelijk maken.

328
00:20:01,710 --> 00:20:06,330
Ze zijn giftig en gevaarlijk, en
ze zijn gevaarlijker dan slangen,

329
00:20:06,330 --> 00:20:09,810
omdat zij niet bezworen
kunnen worden zoals slangen.

330
00:20:09,810 --> 00:20:11,190
Dan staat er:

331
00:20:11,190 --> 00:20:15,990
O God, breek hun tanden in hun mond;
breek de hoektanden van de jonge

332
00:20:15,990 --> 00:20:17,970
leeuwen stuk, HEERE.

333
00:20:17,970 --> 00:20:20,490
We hebben deze uitdrukking eerder gezien.

334
00:20:20,490 --> 00:20:23,970
Toen opperden we dat dit het
beeld is van een leeuw die een van

335
00:20:23,970 --> 00:20:25,830
Gods schapen bespringt.

336
00:20:25,830 --> 00:20:30,630
Dit vers bevestigt dat, want in het
tweede deel van het vers zegt hij:

337
00:20:30,630 --> 00:20:34,230
Sla de grote tanden van die
jonge leeuwen stuk, Heer.

338
00:20:34,230 --> 00:20:38,370
Denk aan Psalm 3, vers 7, waar hij zei:

339
00:20:38,370 --> 00:20:43,650
Sta op, HEERE, verlos mij, mijn God,
want U hebt al mijn vijanden op de kaak

340
00:20:43,650 --> 00:20:48,090
geslagen, de tanden van de
goddelozen hebt U stukgebroken.

341
00:20:48,090 --> 00:20:51,510
Het leek een vreemde uitdrukking,
maar toen we dat behandelden,

342
00:20:51,510 --> 00:20:56,310
zei ik dat dit vrijwel zeker een beeld
is van David als een van Gods schapen.

343
00:20:56,310 --> 00:20:58,350
Een psalm van David.

344
00:20:58,350 --> 00:21:01,590
De HEERE is mijn Herder,
mij ontbreekt niets.

345
00:21:01,590 --> 00:21:06,270
zei hij. Als een van Zijn schapen
werd hij door leeuwen aangevallen,

346
00:21:06,270 --> 00:21:10,470
en hij vroeg God te komen en de tanden
uit de bek van de leeuw te breken.

347
00:21:10,470 --> 00:21:15,030
Het is beeldspraak, maar het idee is
het gevaar weg te nemen en de leeuwen,

348
00:21:15,030 --> 00:21:18,150
zijn vijanden, onschadelijk te maken.

349
00:21:18,150 --> 00:21:19,590
Vers 7 zegt:

350
00:21:19,590 --> 00:21:24,630
Laat hen smelten als water, laat hen
wegdrijven; legt hij zijn pijlen aan,

351
00:21:24,630 --> 00:21:27,330
laat ze zijn alsof ze afgebroken zijn.

352
00:21:27,330 --> 00:21:31,110
Dit is interessant. Heb je
ooit zout op een slak gedaan?

353
00:21:31,110 --> 00:21:33,330
Die bruist dan zo ongeveer weg.

354
00:21:33,330 --> 00:21:36,630
Laat hen zo zijn, als
een slak die wegsmelt.

355
00:21:36,630 --> 00:21:40,530
Laten zij vergaan als een
smeltende slak; laat hen,

356
00:21:40,530 --> 00:21:44,070
als de misgeboorte van een
vrouw, de zon niet zien.

357
00:21:44,070 --> 00:21:48,930
Dat wil zeggen: als een foetus die
bij een miskraam verloren is gegaan.

358
00:21:48,930 --> 00:21:51,750
Voordat uw kook potten
de doornstruik voelen,

359
00:21:51,750 --> 00:21:55,770
zal Hij hen als in brandende
toorn levend wegvagen.

360
00:21:55,770 --> 00:21:59,250
Ik moet zeggen dat ik de beeldspraak
daar niet precies begrijp.

361
00:21:59,250 --> 00:22:03,930
Maar in Prediker staat een verwijzing
naar knetterende dorens onder een pot.

362
00:22:03,930 --> 00:22:08,190
Die hoeft wat de gedachte betreft
helemaal geen verband hiermee te houden.

363
00:22:08,190 --> 00:22:12,270
Alleen om ze te vergelijken zouden
we er even naar kunnen kijken.

364
00:22:12,270 --> 00:22:17,130
In Prediker, hoofdstuk 7, wordt
gezegd dat het lachen van dwazen

365
00:22:17,130 --> 00:22:20,370
lijkt op het knetteren
van dorens onder een pot.

366
00:22:20,370 --> 00:22:23,130
Prediker 7, vers 6, zegt:

367
00:22:23,130 --> 00:22:26,190
Want als het knetteren van
de dorens onder de kook pot,

368
00:22:26,190 --> 00:22:28,470
zo is het lachen van de dwaas.

369
00:22:28,470 --> 00:22:30,150
Ook dat is vluchtig.

370
00:22:30,150 --> 00:22:33,810
Waarschijnlijk betekent dit dat
iemand die iets in een pot wil koken,

371
00:22:33,810 --> 00:22:35,610
een vuur moet maken.

372
00:22:35,610 --> 00:22:41,130
Men gebruikte dorens als aanmaakhout,
stoppels en dorens en dat soort dingen,

373
00:22:41,130 --> 00:22:43,230
om het vuur aan te krijgen.

374
00:22:43,230 --> 00:22:45,690
Die zouden knetteren terwijl ze brandden.

375
00:22:45,690 --> 00:22:47,130
Ze maken veel lawaai.

376
00:22:47,130 --> 00:22:51,330
Als je erover nadenkt, is het bijna
een vrolijk, kwetterend soort geluid,

377
00:22:51,330 --> 00:22:55,230
maar in werkelijkheid is het het
geluid van hun eigen vernietiging.

378
00:22:55,230 --> 00:22:58,290
Het is het geluid waarmee
ze zelf worden verteerd.

379
00:22:58,290 --> 00:23:00,690
Hij zegt dat dwazen zo zijn.

380
00:23:00,690 --> 00:23:03,390
Hun gelach heeft een
soort feestelijke klank,

381
00:23:03,390 --> 00:23:08,070
maar in werkelijkheid worden ze vernietigd
en is het het geluid van hun ondergang.

382
00:23:08,070 --> 00:23:12,930
Het lachen van dwazen lijkt dus op het
knetteren van dorens onder een pot.

383
00:23:12,930 --> 00:23:15,930
Ik weet niet of er enig
inhoudelijk verband is.

384
00:23:15,930 --> 00:23:20,370
Het is alleen interessant dat beide
uitdrukkingen hier in vers 9 van

385
00:23:20,370 --> 00:23:22,650
Psalm 58 voorkomen:

386
00:23:22,650 --> 00:23:26,070
Nog voordat jullie potten de
hitte van het doornvuur voelen,

387
00:23:26,070 --> 00:23:29,190
zal Hij alles wegvagen
als in een wervelwind,

388
00:23:29,190 --> 00:23:31,890
zowel wat leeft als in zijn woede.

389
00:23:31,890 --> 00:23:34,290
Misschien helpt dat je
om het te begrijpen.

390
00:23:34,290 --> 00:23:37,470
Ik denk niet dat ik erg goed
begrijp wat hij daar bedoelt.

391
00:23:37,470 --> 00:23:38,850
Dan zegt hij:

392
00:23:38,850 --> 00:23:42,450
De rechtvaardige zal zich
verblijden als hij de wraak ziet;

393
00:23:42,450 --> 00:23:45,870
hij zal zijn voeten wassen in
het bloed van de goddeloze.

394
00:23:45,870 --> 00:23:50,370
De mens zal zeggen: Ja, er is
loon voor de rechtvaardige!

395
00:23:50,370 --> 00:23:53,610
Ja, er is een God Die
op de aarde recht doet!

396
00:23:53,610 --> 00:23:57,270
Opnieuw zegt hij dat hij God
het oordeel wil zien voltrekken,

397
00:23:57,270 --> 00:24:02,250
zodat de mensen wel moeten zeggen: ‘Ja,
daarboven is een rechtvaardige God.

398
00:24:02,250 --> 00:24:04,590
Er is een God Die het kwaad bestraft,

399
00:24:04,590 --> 00:24:07,770
Die gerechtigheid belangrijk
vindt en Die degenen beloont

400
00:24:07,770 --> 00:24:09,390
die rechtvaardig handelen.’

401
00:24:09,390 --> 00:24:11,190
Het is goed om dat te weten.

402
00:24:11,190 --> 00:24:14,070
Het moedigt ons aan om
rechtvaardig te leven.

403
00:24:14,070 --> 00:24:17,850
Nu komen we bij Psalm 59, de volgende.

404
00:24:17,850 --> 00:24:22,710
Deze bevat maar één vervloekende
passage, in de verzen 11 tot en met 13.

405
00:24:22,710 --> 00:24:27,330
Toch heeft de hele psalm het karakter
van een vervloeking over de vijanden.

406
00:24:27,330 --> 00:24:31,290
Je zult zien dat er aan het eind van
het opschrift van de psalm staat:

407
00:24:31,290 --> 00:24:36,090
Toen Saul mannen gestuurd had om
het huis te bewaken en hem te doden.

408
00:24:36,090 --> 00:24:39,150
Dit speelde zich af voordat
hij voor Saul vluchtte,

409
00:24:39,150 --> 00:24:42,330
maar nadat David Goliath had gedood.

410
00:24:42,330 --> 00:24:46,890
Saul gaf hem zijn dochter Michal,
die Davids eerste vrouw werd.

411
00:24:46,890 --> 00:24:51,690
Hij en Michal woonden daar in de
stad, samen met Saul en alle anderen.

412
00:24:51,690 --> 00:24:56,190
Ze hadden een eigen huis, maar ze
leefden vreedzaam en verbleven naast

413
00:24:56,190 --> 00:24:59,670
Saul en zijn legers,
omdat er geen gevaar was.

414
00:24:59,670 --> 00:25:02,910
Maar toen Saul jaloers
begon te worden op David,

415
00:25:02,910 --> 00:25:06,630
stuurde hij spionnen en
moordenaars naar Davids huis.

416
00:25:06,630 --> 00:25:11,190
Zij moesten het in de gaten houden en
ervoor zorgen dat hij niet ontsnapte.

417
00:25:11,190 --> 00:25:13,890
Ze moesten de deur en alles bewaken.

418
00:25:13,890 --> 00:25:17,310
Met de hulp van zijn vrouw
Michal ontsnapte David

419
00:25:17,310 --> 00:25:19,650
door het raam en vluchtte hij.

420
00:25:19,650 --> 00:25:22,170
Toen begon zijn vlucht voor Saul.

421
00:25:22,170 --> 00:25:27,090
Daarna werd David blijkbaar een
aantal jaren door Saul achtervolgd.

422
00:25:27,090 --> 00:25:30,990
Dit is kennelijk geschreven
voordat hij uit het huis vluchtte.

423
00:25:30,990 --> 00:25:35,790
Terwijl hij in het huis was, zag
hij dag na dag die moordenaars,

424
00:25:35,790 --> 00:25:40,590
of in elk geval die spionnen van
Saul, buiten rond het huis sluipen.

425
00:25:40,590 --> 00:25:43,770
Hij verwijst in deze
psalm twee keer naar hen.

426
00:25:43,770 --> 00:25:47,130
Hij spreekt over hen als
over een roedel honden die

427
00:25:47,130 --> 00:25:50,910
hongerig buiten staat te wachten
om zijn vlees te grijpen.

428
00:25:50,910 --> 00:25:55,350
Zo noemt hij hen in vers
6 en ook in vers 14.

429
00:25:55,350 --> 00:25:59,550
De vervloeking die hij in de
verzen 11 tot en met 13 uitspreekt,

430
00:25:59,550 --> 00:26:02,010
is gericht tegen deze mensen.

431
00:26:02,010 --> 00:26:06,390
Zij hebben geen reden om hem te haten,
maar zijn eropuit om hem te doden

432
00:26:06,390 --> 00:26:08,790
en keren zich duidelijk tegen hem.

433
00:26:08,790 --> 00:26:13,290
Hoewel hij in het geheim door de
profeet Samuel tot koning was gezalfd,

434
00:26:13,290 --> 00:26:16,290
verzetten deze mensen
zich tegen die zalving.

435
00:26:16,290 --> 00:26:21,930
Ze verzetten zich tegen het voornemen van
God, Die David tot koning had gezalfd.

436
00:26:21,930 --> 00:26:24,870
Daarom wenste hij hun geen succes toe.

437
00:26:24,870 --> 00:26:26,070
Hij zegt:

438
00:26:26,070 --> 00:26:31,170
Red mij van mijn vijanden, mijn God,
zet mij in een veilige vesting voor wie

439
00:26:31,170 --> 00:26:32,730
tegen mij opstaan.

440
00:26:32,730 --> 00:26:38,430
Red mij van wie onrecht bedrijven,
verlos mij van de mannen van bloed.

441
00:26:38,430 --> 00:26:41,310
Deze mannen waren eropuit om hem te doden.

442
00:26:41,310 --> 00:26:44,730
Want zie, zij leggen een
hinderlaag voor mijn ziel,

443
00:26:44,730 --> 00:26:48,030
sterke mannen scholen
tegen mij samen, HEERE,

444
00:26:48,030 --> 00:26:51,271
zonder overtreding of
zonde van mijn kant ;

445
00:26:51,271 --> 00:26:57,210
Met andere woorden: ik heb hun niets
aangedaan, en ook U niet, wat dat betreft.

446
00:26:57,210 --> 00:27:00,750
Dit is geen rechtvaardige
straf die mij wordt opgelegd.

447
00:27:00,750 --> 00:27:05,911
zij komen aansnellen en maken zich
gereed, zonder misdaad van mijn kant .

448
00:27:05,911 --> 00:27:09,090
Word wakker, kom mij tegemoet, en zie.

449
00:27:09,090 --> 00:27:12,510
Hij zegt: ‘Ik heb in
deze zaak geen schuld.

450
00:27:12,510 --> 00:27:16,290
Ze komen zomaar achter mij
aan. Ik ben onschuldig.’

451
00:27:16,290 --> 00:27:21,030
Ja U, HEERE, God van de
legermachten, God van Israël,

452
00:27:21,030 --> 00:27:24,390
ontwaak om al deze
heidenvolken te straffen;

453
00:27:24,390 --> 00:27:29,430
wees niemand genadig van wie
trouweloos onrecht bedrijven. Sela

454
00:27:29,430 --> 00:27:32,910
Merk op dat zijn blik
zich hier verheft tot net

455
00:27:32,910 --> 00:27:36,090
boven de hoofden van de
mannen die hem omsingelen.

456
00:27:36,090 --> 00:27:37,950
Hij kijkt naar de rest van de wereld

457
00:27:37,950 --> 00:27:41,130
en beseft dat deze mannen
slechts voorbeelden zijn

458
00:27:41,130 --> 00:27:44,730
van het soort mensen
waarvan de wereld vol is.

459
00:27:44,730 --> 00:27:48,510
Deze mannen vormen geen
op zichzelf staand geval.

460
00:27:48,510 --> 00:27:53,370
Deze goddeloze mannen zijn net
als zoveel anderen in de wereld:

461
00:27:53,370 --> 00:27:57,990
goddeloze heidenen die overtreders
zijn, die Gods wetten schenden

462
00:27:57,990 --> 00:28:03,330
en er hoofdzakelijk opuit zijn het kwaad
te bevorderen in plaats van het goede.

463
00:28:03,330 --> 00:28:08,370
Daarom spreekt hij de wens uit dat God
wakker wordt en alle heidenen bezoekt,

464
00:28:08,370 --> 00:28:11,250
wat betekent dat Hij hen oordeelt.

465
00:28:11,250 --> 00:28:12,750
Vers 6 zegt:

466
00:28:12,750 --> 00:28:17,130
Tegen de avond keren zij terug,
zij grommen als honden en trekken

467
00:28:17,130 --> 00:28:18,450
de stad rond.

468
00:28:18,450 --> 00:28:21,930
Blijkbaar komen ze ’s nachts om
zijn huis in de gaten te houden.

469
00:28:21,930 --> 00:28:25,470
Ze willen hem ’s nachts grijpen
en niet openlijk overdag,

470
00:28:25,470 --> 00:28:29,850
want het volk zou natuurlijk
verontwaardigd zijn als David werd gedood.

471
00:28:29,850 --> 00:28:34,170
Het moest iets zijn wat in het
geheim, ’s nachts, werd gedaan.

472
00:28:34,170 --> 00:28:37,830
misschien geen echt gegrom, maar
wellicht gewoon het geluid van

473
00:28:37,830 --> 00:28:41,670
geschuifel daarbuiten, bij de
vuilnisbakken en dergelijke.

474
00:28:41,670 --> 00:28:45,990
Zie, hun mond vloeit over;
zwaarden komen van hun lippen.

475
00:28:45,990 --> 00:28:48,630
Want, denken zij , wie hoort het?

476
00:28:48,630 --> 00:28:54,090
Maar U, HEERE, U lacht om hen,
U bespot alle heidenvolken.

477
00:28:54,090 --> 00:28:58,110
Dit is de derde keer dat we een verwijzing
hebben gevonden naar God Die lacht.

478
00:28:58,110 --> 00:29:03,870
Eén staat in Psalm 2, vers 4,
en ik geloof dat er in Psalm

479
00:29:03,870 --> 00:29:08,790
27 ook werd verwezen naar God Die
lacht om de arrogantie van mensen

480
00:29:08,790 --> 00:29:12,990
die denken dat ze zich tegen
Gods voornemens kunnen verzetten.

481
00:29:12,990 --> 00:29:18,090
Tegenover zijn macht wacht ik op U,
want God is mijn veilige vesting.

482
00:29:18,090 --> 00:29:21,510
Mijn goedertieren God
zal mij te hulp komen,

483
00:29:21,510 --> 00:29:24,630
God zal mij op mijn
belagers doen neerzien.

484
00:29:24,630 --> 00:29:29,130
In de gebruikte Engelse Bijbelvertaling
staat hier een oude formulering die

485
00:29:29,130 --> 00:29:32,430
betekent: Hij zal voor mij uitgaan.

486
00:29:32,430 --> 00:29:37,290
Nu krijgen we, naast vers 5,
in de verzen 11 tot en met 13

487
00:29:37,290 --> 00:29:39,510
de eigenlijke vervloeking:

488
00:29:39,510 --> 00:29:45,390
Dood hen niet, anders vergeet mijn volk
het ; doe hen rondzwerven door Uw kracht,

489
00:29:45,390 --> 00:29:48,210
werp hen neer, Heere, ons schild,

490
00:29:48,210 --> 00:29:51,990
Hij zegt: ‘Ik vraag U
niet om hen te doden.

491
00:29:51,990 --> 00:29:55,710
Als ze dood waren, zouden
ze al snel worden vergeten.

492
00:29:55,710 --> 00:29:59,010
Wat ik wil dat U doet, is hen verstrooien,

493
00:29:59,010 --> 00:30:03,210
zodat hun voortbestaan in een
verstrooide en verbannen toestand

494
00:30:03,210 --> 00:30:08,010
een voortdurende herinnering zal
zijn dat U goddeloosheid oordeelt.’

495
00:30:08,010 --> 00:30:12,570
Vaak wordt een goddeloos mens vergeten
zodra hij ter dood is gebracht,

496
00:30:12,570 --> 00:30:15,450
en vergeten de mensen dat God oordeelt.

497
00:30:15,450 --> 00:30:21,030
Maar als de man in leven blijft en in
ballingschap leeft of zo verstrooid is,

498
00:30:21,030 --> 00:30:23,970
zal de herinnering aan
hem af en toe terugkomen.

499
00:30:23,970 --> 00:30:27,030
Dat geldt vooral als je
hem toevallig tegenkomt

500
00:30:27,030 --> 00:30:30,690
of met iemand praat die
hem tegenkomt. Er staat:

501
00:30:30,690 --> 00:30:34,350
om de zonde van hun mond,
om het woord van hun lippen.

502
00:30:34,350 --> 00:30:37,830
Laat hen gevangen worden in
hun trots, om de vervloeking

503
00:30:37,830 --> 00:30:39,750
en om de leugen die zij vertellen.

504
00:30:39,750 --> 00:30:40,890
Er staat:

505
00:30:40,890 --> 00:30:46,710
Vernietig hen in Uw grimmigheid, vernietig
hen, zodat zij er niet meer zijn;

506
00:30:46,710 --> 00:30:53,010
laat hun weten dat God Heerser is in
Jakob, ja , tot aan de einden der aarde.

507
00:30:53,010 --> 00:30:53,850
Sela

508
00:30:53,850 --> 00:30:57,750
Opnieuw wenst hij hun kwaad
toe, maar hij verlangt ernaar

509
00:30:57,750 --> 00:31:02,670
dat zij door de straf die ze krijgen
zouden weten dat God de Soeverein is,

510
00:31:02,670 --> 00:31:06,990
dat God heerst in Jakob, ofwel in Israël.

511
00:31:06,990 --> 00:31:09,930
Vers 14 lijkt opnieuw op vers 6:

512
00:31:09,930 --> 00:31:14,010
Laat hen dan tegen de avond
terugkeren, laat hen grommen als

513
00:31:14,010 --> 00:31:16,290
honden en de stad rondtrekken.

514
00:31:16,290 --> 00:31:21,450
Laat hen zelf rondzwerven op zoek
naar voedsel, laat hen overnachten,

515
00:31:21,450 --> 00:31:23,430
al zijn zij niet verzadigd.

516
00:31:23,430 --> 00:31:26,910
Met andere woorden:
laat hen honger lijden.

517
00:31:26,910 --> 00:31:31,770
Laat hen morren over het feit dat ze
honger hebben en geen eten krijgen.

518
00:31:31,770 --> 00:31:35,550
Dat wil zeggen: laat mij aan hen ontkomen.

519
00:31:35,550 --> 00:31:38,430
Het vlees waarop ze wachten, is David.

520
00:31:38,430 --> 00:31:41,370
Hij zegt: ‘Voed hen niet, Heere.

521
00:31:41,370 --> 00:31:43,050
Voed de honden niet.’

522
00:31:43,050 --> 00:31:46,530
Ik echter zal van Uw
macht zingen en 's morgens

523
00:31:46,530 --> 00:31:49,410
vrolijk zingen van Uw goedertierenheid.

524
00:31:49,410 --> 00:31:52,530
Want U bent voor mij een
veilige vesting geweest,

525
00:31:52,530 --> 00:31:55,830
een toevlucht in de dagen
dat angst mij benauwde.

526
00:31:55,830 --> 00:32:01,350
Voor U, mijn kracht, zal ik psalmen
zingen, want God is mijn veilige vesting,

527
00:32:01,350 --> 00:32:03,210
mijn goedertieren God.

528
00:32:03,210 --> 00:32:07,410
Dat is een behoorlijk optimistisch einde
voor het lied van een man die in een door

529
00:32:07,410 --> 00:32:12,450
moordenaars omsingeld huis woont en bijna
voor zijn leven zal moeten vluchten.

530
00:32:12,450 --> 00:32:17,910
Toch eindigt hij met een vreugdevolle
toon, zoals hij meestal doet. Hij zegt:

531
00:32:17,910 --> 00:32:20,010
Ik zal zingen over Uw kracht.

532
00:32:20,010 --> 00:32:24,510
Hij vertrouwt erop dat Gods kracht
en Zijn bescherming met hem zijn.

533
00:32:24,510 --> 00:32:28,110
Vaak wordt dat duidelijk nadat
God ons al heeft verlost.

534
00:32:28,110 --> 00:32:31,270
Maar wanneer je nog maar net aan
het begin van je problemen staat —

535
00:32:31,270 --> 00:32:34,050
en David stond op het punt om te vluchten

536
00:32:34,050 --> 00:32:37,910
en was waarschijnlijk zijn spullen aan
het pakken terwijl hij dit schreef —

537
00:32:37,910 --> 00:32:41,850
getuigt het van behoorlijk veel
optimisme en geloof in God,

538
00:32:41,850 --> 00:32:45,030
en is het een roep om gerechtigheid.

539
00:32:45,030 --> 00:32:47,550
We gaan nu naar Psalm 69.

540
00:32:47,550 --> 00:32:52,170
Dit is een langere psalm, die samen
met Psalm 109 de bijzonderheid heeft

541
00:32:52,170 --> 00:32:55,110
dat er enkele messiaanse verzen in staan.

542
00:32:55,110 --> 00:33:00,690
Deze psalm illustreert goed dat messiaanse
psalmen vaak gedeelten bevatten die op de

543
00:33:00,690 --> 00:33:04,830
Messias betrekking hebben, en andere
gedeelten die dat niet hebben.

544
00:33:04,830 --> 00:33:07,530
Bijna alle messiaanse psalmen die ik ken,

545
00:33:07,530 --> 00:33:11,190
lijken betrekking te hebben op de
persoonlijke ervaring van de schrijver,

546
00:33:11,190 --> 00:33:15,270
maar in sommige delen een tweede
vervulling in Christus te hebben.

547
00:33:15,270 --> 00:33:18,930
Sommige psalmen hebben misschien
maar één vers of iets dergelijks

548
00:33:18,930 --> 00:33:23,970
dat zowel van toepassing is op de
schrijver als op de Messias Die zou komen.

549
00:33:23,970 --> 00:33:27,450
Andere lijken volledig
over de Messias te gaan.

550
00:33:27,450 --> 00:33:33,990
In dit geval weerspiegelen de verzen 22
tot en met 28 totaal niet de houding die

551
00:33:33,990 --> 00:33:37,110
Christus had tegenover
degenen die Hem kwelden.

552
00:33:37,110 --> 00:33:39,270
Vers 21 zegt zelfs:

553
00:33:39,270 --> 00:33:42,690
Ja, zij hebben mij gal
als mijn voedsel gegeven,

554
00:33:42,690 --> 00:33:46,170
in mijn dorst hebben zij
mij zure wijn laten drinken.

555
00:33:46,170 --> 00:33:50,970
Dat is een exacte beschrijving van
wat zij Jezus aan het kruis aandeden.

556
00:33:50,970 --> 00:33:52,170
Toen Hij zei:

557
00:33:52,170 --> 00:33:55,770
Ik heb dorst, gaven ze Hem
gal en azijn te drinken.

558
00:33:55,770 --> 00:33:57,810
Toch zei Jezus over hen:

559
00:33:57,810 --> 00:34:03,390
En Jezus zei: Vader, vergeef het hun,
want zij weten niet wat zij doen.

560
00:34:03,390 --> 00:34:06,630
En ze verdeelden Zijn
kleren en wierpen het lot.

561
00:34:06,630 --> 00:34:12,030
Maar in het geval van David volgt direct
na de uitspraak dat ze hem gal en azijn

562
00:34:12,030 --> 00:34:16,530
gaven de verwensing van de
verzen 22 tot en met 28.

563
00:34:16,530 --> 00:34:21,030
We kunnen dus zien dat een deel van de
psalm op Jezus van toepassing is en een

564
00:34:21,030 --> 00:34:22,230
ander deel niet.

565
00:34:22,230 --> 00:34:26,370
Dat leert ons dat dit een beginsel is
dat we ook in sommige van de andere

566
00:34:26,370 --> 00:34:29,550
messiaanse psalmen zouden
moeten kunnen waarnemen.

567
00:34:29,550 --> 00:34:33,810
Dat bepaalde delen van de messiaanse
psalmen over Christus spreken,

568
00:34:33,810 --> 00:34:37,110
betekent niet noodzakelijk
dat elk deel van de psalm

569
00:34:37,110 --> 00:34:40,230
evenzeer op Zijn situatie
van toepassing is.

570
00:34:40,230 --> 00:34:45,510
Vers 21 is trouwens niet het enige
vers daarin dat naar Christus verwijst.

571
00:34:45,510 --> 00:34:47,130
Er is er meer dan één.

572
00:34:47,130 --> 00:34:52,470
Bijvoorbeeld de verzen 8
en 9, en dan vooral vers 9.

573
00:34:52,470 --> 00:34:56,910
Maar vers 8 is van toepassing
op Jezus. Er staat:

574
00:34:56,910 --> 00:34:59,370
Een vreemde ben ik geworden
voor mijn broeders,

575
00:34:59,370 --> 00:35:02,130
een onbekende voor de
kinderen van mijn moeder.

576
00:35:02,130 --> 00:35:05,730
We weten dat de broers van
Jezus niet in Hem geloofden.

577
00:35:05,730 --> 00:35:11,010
In Johannes 7 staat dat Zijn broers,
de andere kinderen van Zijn moeder,

578
00:35:11,010 --> 00:35:14,010
vóór Zijn opstanding
niet in Hem geloofden.

579
00:35:14,010 --> 00:35:15,990
Het is interessant dat er staat:

580
00:35:15,990 --> 00:35:20,370
de kinderen van mijn moeder, en
niet: ‘de kinderen van mijn Vader’,

581
00:35:20,370 --> 00:35:23,490
want de broers van Jezus waren
kinderen van Zijn moeder,

582
00:35:23,490 --> 00:35:29,010
maar ze waren geen kinderen van Zijn
Vader, omdat de Vader van Jezus God was.

583
00:35:29,010 --> 00:35:33,450
Dit verwijst er dus naar dat Hij van
Zijn familie vervreemd was en door

584
00:35:33,450 --> 00:35:34,770
hen werd afgewezen.

585
00:35:34,770 --> 00:35:40,350
Maar vers 9 wordt in Johannes 2
over Jezus aangehaald. Er staat:

586
00:35:40,350 --> 00:35:45,870
Want de ijver voor Uw huis heeft mij
verteerd; al de smaad van wie U smaden,

587
00:35:45,870 --> 00:35:47,610
is op mij gevallen.

588
00:35:47,610 --> 00:35:51,690
Eigenlijk worden twee gedeelten van dit
vers in het Nieuwe Testament aangehaald.

589
00:35:51,690 --> 00:35:57,930
Het ene staat in Johannes 2:17, toen
Jezus in woede de tempel reinigde.

590
00:35:57,930 --> 00:36:01,350
Dat was opnieuw een uiting van
dezelfde vervloekende geest.

591
00:36:01,350 --> 00:36:05,310
Hij ging de tempel door en dreef
de dieven eruit die daar de Naam

592
00:36:05,310 --> 00:36:07,050
van God ontheiligden.

593
00:36:07,050 --> 00:36:09,990
Daarna wordt over Hem gezegd
dat de discipelen zich later

594
00:36:09,990 --> 00:36:13,830
deze Schrift herinnerden, die op
de situatie van toepassing leek:

595
00:36:13,830 --> 00:36:17,130
En Zijn discipelen herinnerden
zich dat er geschreven is:

596
00:36:17,130 --> 00:36:20,490
De ijver voor Uw huis
heeft mij verslonden.

597
00:36:20,490 --> 00:36:23,850
Dat wil zeggen: Hij werd
verteerd door ijver.

598
00:36:23,850 --> 00:36:27,930
Hij was geheel in beslag genomen
door de heerlijkheid van Gods huis.

599
00:36:27,930 --> 00:36:31,470
Hij duldde niet dat Gods heerlijkheid
zo met voeten werd getreden.

600
00:36:31,470 --> 00:36:34,650
Hij werd verteerd door
ijver voor deze zaak.

601
00:36:34,650 --> 00:36:36,930
Dat is een verwijzing naar Christus.

602
00:36:36,930 --> 00:36:40,170
Het tweede deel van vers
9 gaat ook over Christus:

603
00:36:40,170 --> 00:36:44,910
De beledigingen van de mensen die U
beledigen, zijn op mij neergekomen.

604
00:36:44,910 --> 00:36:50,490
Dit wordt aangehaald in Romeinen 15:3,
waar erop wordt gewezen dat Jezus de smaad

605
00:36:50,490 --> 00:36:53,490
die tegen God gericht was, op Zich nam.

606
00:36:53,490 --> 00:36:57,150
Mensen die tegen God zondigden,
kregen feitelijk de kans om hun

607
00:36:57,150 --> 00:37:00,810
haat tegen God te tonen
door Jezus te kruisigen.

608
00:37:00,810 --> 00:37:03,810
Vers 9 bevat dus twee
messiaanse verwijzingen

609
00:37:03,810 --> 00:37:06,990
die op twee plaatsen in het Nieuwe
Testament worden aangehaald.

610
00:37:06,990 --> 00:37:12,030
De verzen 8 en 21 worden in het Nieuwe
Testament weliswaar niet over Jezus

611
00:37:12,030 --> 00:37:17,190
aangehaald, maar beschrijven niettemin
werkelijkheden uit het leven van Jezus.

612
00:37:17,190 --> 00:37:21,870
Vers 8 komt overeen met
Johannes 7:5, waar staat dat

613
00:37:21,870 --> 00:37:29,790
Zijn broers niet in Hem geloofden, en
vers 21 komt overeen met Mattheüs 27:34,

614
00:37:29,790 --> 00:37:33,150
waar ze Hem gal en azijn te drinken gaven.

615
00:37:33,150 --> 00:37:36,390
Je kunt dus zien dat er in
deze Psalm behoorlijk veel

616
00:37:36,390 --> 00:37:38,970
messiaanse voorafschaduwing staat.

617
00:37:38,970 --> 00:37:41,250
Toch is het een van de vloekpsalmen.

618
00:37:41,250 --> 00:37:46,110
Er staat een lange vervloekingspassage in,
maar er is ook een lang gedeelte waarin

619
00:37:46,110 --> 00:37:48,510
hij voornamelijk zijn klacht uitstort.

620
00:37:48,510 --> 00:37:53,370
Hij zet eerst zijn zaak uiteen voordat
hij daadwerkelijk vraagt om een vonnis.

621
00:37:53,370 --> 00:37:58,170
Hij wil voor de rechter een degelijke
zaak neerleggen, en daarom doet hij dat:

622
00:37:58,170 --> 00:38:02,430
Verlos mij, o God, want het
water is tot aan de ziel gekomen.

623
00:38:02,430 --> 00:38:06,870
Ik ben gezonken in bodemloze
modder, waarin men niet kan staan;

624
00:38:06,870 --> 00:38:11,070
ik ben gekomen in de waterdiepten
en de vloed overspoelt mij.

625
00:38:11,070 --> 00:38:15,930
Dit is niet letterlijk bedoeld, maar
zijn moeilijkheden zijn als drijfzand,

626
00:38:15,930 --> 00:38:19,890
of alsof hij in de oceaan is beland
waar het zo diep is dat hij niet

627
00:38:19,890 --> 00:38:21,690
langer kan watertrappelen.

628
00:38:21,690 --> 00:38:27,150
Ik ben moe van mijn roepen, mijn keel
is ontstoken; mijn ogen zijn bezweken,

629
00:38:27,150 --> 00:38:29,610
omdat ik steeds hoop op mijn God.

630
00:38:29,610 --> 00:38:34,470
Wie mij zonder reden haten, zijn
talrijker dan de haren van mijn hoofd;

631
00:38:34,470 --> 00:38:38,730
wie mij willen ombrengen en om
valse redenen mijn vijand zijn,

632
00:38:38,730 --> 00:38:43,710
zijn machtig geworden; wat ik niet
geroofd heb, moet ik toch teruggeven.

633
00:38:43,710 --> 00:38:45,450
Denk daar eens over na.

634
00:38:45,450 --> 00:38:48,990
Denk eens aan hoeveel haren
je op je hoofd hebt. Hij zegt:

635
00:38:48,990 --> 00:38:52,710
Er zijn meer mensen die me zonder reden
haten dan ik haren op mijn hoofd heb.

636
00:38:52,710 --> 00:38:56,190
Natuurlijk kan hij tegen die
tijd, voor zover wij weten,

637
00:38:56,190 --> 00:39:00,930
kaal of bijna kaal zijn geweest,
maar misschien verwees hij daarnaar.

638
00:39:00,930 --> 00:39:02,970
Hoe dan ook, hij zei:

639
00:39:02,970 --> 00:39:08,070
Wie mij zonder reden haten, zijn
talrijker dan de haren van mijn hoofd;

640
00:39:08,070 --> 00:39:12,330
wie mij willen ombrengen en om
valse redenen mijn vijand zijn,

641
00:39:12,330 --> 00:39:17,550
zijn machtig geworden; wat ik niet
geroofd heb, moet ik toch teruggeven.

642
00:39:17,550 --> 00:39:23,610
O God, Ú weet van mijn dwaasheid, mijn
schulden zijn voor U niet verborgen.

643
00:39:23,610 --> 00:39:27,390
Dit zou natuurlijk in zekere zin ook
als een boetepsalm kunnen gelden,

644
00:39:27,390 --> 00:39:32,130
omdat hij inzag dat de problemen die
hem overkwamen het gevolg konden zijn

645
00:39:32,130 --> 00:39:35,550
van zijn eigen dwaze
daden in het verleden.

646
00:39:35,550 --> 00:39:38,310
Als dit tijdens zijn
vlucht voor Absalom was,

647
00:39:38,310 --> 00:39:43,410
dan zou het duidelijk een verwijzing
zijn naar zijn dwaze zonde met Bathseba.

648
00:39:43,410 --> 00:39:46,710
Laat door mij niet beschaamd
worden wie U verwachten, Heere,

649
00:39:46,710 --> 00:39:51,570
HEERE van de legermachten; laat door
mij niet te schande worden wie U zoeken,

650
00:39:51,570 --> 00:39:53,310
o God van Israël.

651
00:39:53,310 --> 00:39:56,610
Zoals ik eerder zei, verwijst
dit naar zijn bezorgdheid

652
00:39:56,610 --> 00:40:00,930
dat degenen die werkelijk op God
vertrouwen en aan Davids kant staan,

653
00:40:00,930 --> 00:40:06,930
ontmoedigd, verward en verbijsterd zullen
raken als God David niet te hulp komt.

654
00:40:06,930 --> 00:40:10,890
Ze zullen de gerechtigheid en
rechtvaardigheid van God niet begrijpen

655
00:40:10,890 --> 00:40:15,510
als ze niet zien dat God David
te hulp komt. Dat wil hij niet.

656
00:40:15,510 --> 00:40:17,610
Hij wil niet dat ze struikelen.

657
00:40:17,610 --> 00:40:22,350
Want ter wille van U draag ik smaad,
schande heeft mijn gezicht bedekt.

658
00:40:22,350 --> 00:40:24,690
Een vreemde ben ik geworden
voor mijn broeders,

659
00:40:24,690 --> 00:40:26,970
een onbekende voor de
kinderen van mijn moeder.

660
00:40:26,970 --> 00:40:32,310
Want de ijver voor Uw huis heeft mij
verteerd; al de smaad van wie U smaden,

661
00:40:32,310 --> 00:40:33,930
is op mij gevallen.

662
00:40:33,930 --> 00:40:38,310
Hij zegt daar dat zelfs zijn eigen
familie zich tegen hem heeft gekeerd.

663
00:40:38,310 --> 00:40:41,550
Je herinnert je dat David
een aantal broers had.

664
00:40:41,550 --> 00:40:46,110
Toen Samuel naar het huis van
Isaï kwam om een koning te zalven,

665
00:40:46,110 --> 00:40:50,070
werden Davids zeven broers
zelfs eerst naar voren gebracht,

666
00:40:50,070 --> 00:40:52,710
en ze werden allemaal overgeslagen.

667
00:40:52,710 --> 00:40:57,870
David, de herdersjongen, werd naar
binnen geroepen en hij werd gezalfd.

668
00:40:57,870 --> 00:41:01,770
Zijn broers waren daar
ongetwijfeld enigszins jaloers om.

669
00:41:01,770 --> 00:41:05,430
Want later, toen David kwam
kijken hoe de strijd verliep,

670
00:41:05,430 --> 00:41:08,250
terwijl Goliath het volk uitdaagde, waren

671
00:41:08,250 --> 00:41:12,810
Davids broers verontwaardigd
dat hij gekomen was. Ze zeiden:

672
00:41:12,810 --> 00:41:17,730
Toen Eliab, zijn oudste broer,
hem tot die mannen hoorde spreken,

673
00:41:17,730 --> 00:41:21,030
ontstak Eliab in woede tegen David en zei:

674
00:41:21,030 --> 00:41:25,290
Waarom ben je eigenlijk gekomen en onder
wiens hoede heb je die paar schapen in

675
00:41:25,290 --> 00:41:26,970
de woestijn gelaten?

676
00:41:26,970 --> 00:41:30,270
Ik ken je overmoed en de
slechtheid van je hart wel,

677
00:41:30,270 --> 00:41:32,970
want je bent gekomen
om het vechten te zien.

678
00:41:32,970 --> 00:41:34,350
Hij had gezegd:

679
00:41:34,350 --> 00:41:37,080
Toen zei David tegen de
mannen die bij hem stonden:

680
00:41:37,080 --> 00:41:43,110
Wat zal men de man doen die deze Filistijn
verslaat en de smaad van Israël afwendt?

681
00:41:43,110 --> 00:41:46,051
Want wie is deze
onbesneden Filistijn wel ,

682
00:41:46,051 --> 00:41:49,650
dat hij de gelederen van de
levende God durft te honen?

683
00:41:49,650 --> 00:41:53,010
Toen werden de broers
werkelijk boos op David.

684
00:41:53,010 --> 00:41:56,430
Waarschijnlijk zijn zijn broers
nooit erg blij met hem geweest,

685
00:41:56,430 --> 00:41:58,590
omdat hij ijverde voor God.

686
00:41:58,590 --> 00:42:01,470
De ijver voor Gods huis had hem verteerd.

687
00:42:01,470 --> 00:42:03,630
Daarom duldde hij die Filistijn niet.

688
00:42:03,630 --> 00:42:05,610
Je zou kunnen denken dat zijn broers,

689
00:42:05,610 --> 00:42:09,330
nadat David Goliath daadwerkelijk
had gedood, zouden zeggen:

690
00:42:09,330 --> 00:42:11,430
‘Je bent werkelijk een groot man.’

691
00:42:11,430 --> 00:42:14,790
Maar waarschijnlijk waren ze alleen
maar verbitterder en jaloerser.

692
00:42:14,790 --> 00:42:16,050
Wanneer er staat:

693
00:42:16,050 --> 00:42:20,610
De beledigingen van de mensen die U
beledigen, zijn op mij neergekomen,

694
00:42:20,610 --> 00:42:23,850
weten we hoe dat in Romeinen
op Christus wordt toegepast.

695
00:42:23,850 --> 00:42:26,370
Maar het is ook op David van toepassing.

696
00:42:26,370 --> 00:42:29,730
In wezen zegt hij: ‘De mensen
die achter mij aan zitten,

697
00:42:29,730 --> 00:42:32,430
zijn de mensen die ook U haten, God.

698
00:42:32,430 --> 00:42:34,950
Ze haten mij niet omdat
ik een slecht mens ben,

699
00:42:34,950 --> 00:42:39,750
omdat ik een bedreiging voor hen vorm
of omdat ik hun iets slechts aandoe.

700
00:42:39,750 --> 00:42:45,150
Ze haten mij omdat ze U haten en
mij als Uw vertegenwoordiger zien.’

701
00:42:45,150 --> 00:42:48,330
Dat gold voor David en
dat gold voor Jezus.

702
00:42:48,330 --> 00:42:53,370
Ik weende, terwijl mijn ziel vastte,
maar het werd mij tot allerlei smaad.

703
00:42:53,370 --> 00:42:58,410
Ik deed een rouwgewaad aan als mijn kleed,
maar ik werd hun tot een spreekwoord.

704
00:42:58,410 --> 00:43:01,050
Wie in de poort zitten, praten over mij,

705
00:43:01,050 --> 00:43:04,110
ik ben een spotlied van
wie sterkedrank drinken.

706
00:43:04,110 --> 00:43:07,110
Deze verwijzing naar het lied
van de dronkaards komt ook

707
00:43:07,110 --> 00:43:08,910
elders in de Schrift voor.

708
00:43:08,910 --> 00:43:13,470
Ze houdt natuurlijk in dat zijn naam zo’n
spreekwoord is, zo’n vloek is geworden,

709
00:43:13,470 --> 00:43:17,790
dat zelfs de dronkaards er plezier in
hebben over zijn tegenslagen te zingen.

710
00:43:17,790 --> 00:43:21,750
Maar wat mij betreft, mijn
gebed richt zich tot U, HEERE;

711
00:43:21,750 --> 00:43:26,970
er is een tijd van welbehagen, o God,
vanwege Uw grote goedertierenheid;

712
00:43:26,970 --> 00:43:29,250
verhoor mij in de trouw van Uw heil.

713
00:43:29,250 --> 00:43:30,240
Deze uitspraak:

714
00:43:30,240 --> 00:43:36,870
Luister naar mij wanneer de tijd daarvoor
rijp is, God, vanuit Uw oneindige genade,

715
00:43:36,870 --> 00:43:42,810
wordt aangehaald en bijna geciteerd
in 2 Korinthe, hoofdstuk 6 en vers 2.

716
00:43:42,810 --> 00:43:45,750
Dat vers spreekt over de
aangename tijd en zegt:

717
00:43:45,750 --> 00:43:50,310
Want Hij zegt: In de tijd van
het welbehagen heb Ik U verhoord,

718
00:43:50,310 --> 00:43:53,730
en op de dag van het
heil heb Ik U geholpen.

719
00:43:53,730 --> 00:43:59,790
Zie, nu is het de tijd van het welbehagen,
zie, nu is het de dag van het heil!

720
00:43:59,790 --> 00:44:05,070
De dag van behoud werd dus door
Jezus ingeluid, de aangename tijd.

721
00:44:05,070 --> 00:44:09,450
En hier wordt daarop gezinspeeld
en daarnaar vooruitgekeken.

722
00:44:09,450 --> 00:44:10,830
Vers 14:

723
00:44:10,830 --> 00:44:14,250
Ontruk mij aan het slijk
en laat mij niet wegzinken,

724
00:44:14,250 --> 00:44:18,630
laat mij gered worden van wie mij
haten, en uit de waterdiepten.

725
00:44:18,630 --> 00:44:23,130
Het slijk is modder, in dit
geval misschien drijfzand.

726
00:44:23,130 --> 00:44:27,450
Bevrijd me van de mensen die me
haten en haal me uit het diepe water.

727
00:44:27,450 --> 00:44:31,890
Laat het water me niet overspoelen,
laat de diepte me niet verzwelgen

728
00:44:31,890 --> 00:44:35,190
en laat de put zijn mond
niet boven me sluiten.

729
00:44:35,190 --> 00:44:39,450
Luister naar me, Heer, want
U bent goed en liefdevol.

730
00:44:39,450 --> 00:44:45,270
Keer U naar me toe vanuit Uw oneindige
medeleven en verberg Uw gezicht niet

731
00:44:45,270 --> 00:44:48,870
voor Uw dienaar, want
ik zit in de problemen.

732
00:44:48,870 --> 00:44:50,610
Luister snel naar me.

733
00:44:50,610 --> 00:44:52,950
Kom dicht bij me en red me.

734
00:44:52,950 --> 00:44:55,470
Bevrijd me vanwege mijn vijanden.

735
00:44:55,470 --> 00:44:59,430
U weet hoe ik beledigd,
beschaamd en vernederd ben.

736
00:44:59,430 --> 00:45:04,470
Al mijn tegenstanders staan voor U. De
beledigingen hebben mijn hart gebroken.

737
00:45:04,470 --> 00:45:06,150
Ik ben diepbedroefd.

738
00:45:06,150 --> 00:45:10,110
Ik hoopte dat iemand medelijden met
me zou hebben, maar er was niemand,

739
00:45:10,110 --> 00:45:13,710
en ik zocht mensen die me konden
troosten, maar ik vond niemand.

740
00:45:13,710 --> 00:45:17,970
Ze gaven me zelfs gal te eten, en toen ik
dorst had, gaven ze me azijn te drinken.

741
00:45:17,970 --> 00:45:21,270
We zien hier dus opnieuw
het messiaanse beeld.

742
00:45:21,270 --> 00:45:25,890
En nu komen we bij het gedeelte waarin hij
de specifieke straf begint op te sommen

743
00:45:25,890 --> 00:45:29,250
die de rechter volgens hem aan
de vijanden zou moeten opleggen.

744
00:45:29,250 --> 00:45:34,170
Laat hun tafel voor hen tot een strik
worden en voor hun gasten tot een val.

745
00:45:34,170 --> 00:45:37,650
Een tafel is natuurlijk een
plek waar ze in hun huis zitten.

746
00:45:37,650 --> 00:45:41,250
Het lijkt een veilige plek,
waar ze hun maaltijden eten,

747
00:45:41,250 --> 00:45:46,230
een plek waar ze zich het veiligst voelen
en de meeste welwillendheid ervaren.

748
00:45:46,230 --> 00:45:50,130
En hij zegt: laat datgene
waarop ze vertrouwen,

749
00:45:50,130 --> 00:45:54,150
op de plek waar ze zich normaal
gesproken veilig zouden voelen,

750
00:45:54,150 --> 00:45:57,030
in werkelijkheid een val blijken te zijn.

751
00:45:57,030 --> 00:46:01,590
De gebruikte Engelse vertaling
geeft de tweede regel weer als:

752
00:46:01,590 --> 00:46:05,670
„Laat wat hun tot welzijn had
moeten zijn, een val worden.”

753
00:46:05,670 --> 00:46:09,390
Daarmee wordt in die vertaling
dezelfde gedachte herhaald.

754
00:46:09,390 --> 00:46:13,110
Laat hun ogen verduisterd
worden, zodat zij niet zien;

755
00:46:13,110 --> 00:46:15,750
doe hun heupen voortdurend wankelen.

756
00:46:15,750 --> 00:46:20,670
Stort over hen Uw gramschap uit,
laat Uw brandende toorn hen treffen.

757
00:46:20,670 --> 00:46:25,410
Laat hun tentenkamp verwoest worden,
in hun tenten geen bewoner zijn.

758
00:46:25,410 --> 00:46:30,330
Dit werd trouwens geciteerd in
Handelingen, hoofdstuk 1 en vers 20:

759
00:46:30,330 --> 00:46:33,330
Want er staat geschreven
in het boek van de Psalmen:

760
00:46:33,330 --> 00:46:38,190
Laat zijn woonplaats woest worden en
laat er niemand zijn die daarin woont.

761
00:46:38,190 --> 00:46:42,090
En: Laat een ander zijn
ambt als opziener nemen.

762
00:46:42,090 --> 00:46:45,030
Petrus citeerde dit met
betrekking tot Judas.

763
00:46:45,030 --> 00:46:49,470
Toen Judas afvallig werd, zei
hij in Handelingen, hoofdstuk 1:

764
00:46:49,470 --> 00:46:51,450
‘Nu moeten we Judas vervangen.’

765
00:46:51,450 --> 00:46:54,750
En hij citeerde deze
Schrift en nog een andere.

766
00:46:54,750 --> 00:46:58,530
Die andere komt toevallig uit de andere
vervloekingspsalm die we hierna gaan

767
00:46:58,530 --> 00:47:02,430
bekijken, de laatste: Psalm 109.

768
00:47:02,430 --> 00:47:06,510
Petrus verbond twee verzen uit
de vervloekingspsalmen met Judas.

769
00:47:06,510 --> 00:47:10,950
Het andere staat in Psalm
109, vers 8, waar hij zegt:

770
00:47:10,950 --> 00:47:15,450
Laten zijn kinderen wezen worden
en laat zijn vrouw weduwe worden.

771
00:47:15,450 --> 00:47:17,670
Psalm 109:8.

772
00:47:17,670 --> 00:47:20,670
We gaan zo meteen Psalm 109 bestuderen.

773
00:47:20,670 --> 00:47:24,090
Maar het is interessant hoeveel
citaten in het Nieuwe Testament

774
00:47:24,090 --> 00:47:29,490
uit deze vervloekingspsalmen komen, of
hoeveel toespelingen erop voorkomen.

775
00:47:29,490 --> 00:47:33,750
Dat laat zien dat de apostelen de
vervloekingspsalmen beslist niet als

776
00:47:33,750 --> 00:47:36,810
strijdig met de geest van
het christendom beschouwden.

777
00:47:36,810 --> 00:47:40,530
Als ze voor ons in strijd lijken
met de geest van het christendom,

778
00:47:40,530 --> 00:47:43,770
komt dat doordat wij een ander
begrip hebben van wat de christelijke

779
00:47:43,770 --> 00:47:45,990
geest is dan de apostelen hadden.

780
00:47:45,990 --> 00:47:49,290
Zij zagen namelijk geen enkel
conflict met deze dingen.

781
00:47:49,290 --> 00:47:55,350
Maar Petrus citeerde de vervloeking
die in Psalm 69, vers 25 staat:

782
00:47:55,350 --> 00:48:00,090
Laat hun woonplaats verlaten zijn
en laat niemand in hun tenten wonen,

783
00:48:00,090 --> 00:48:03,870
wat natuurlijk betekent: laat
hen dood zijn en geen familie

784
00:48:03,870 --> 00:48:06,030
hebben die hun naam voortzet.

785
00:48:06,030 --> 00:48:10,410
En vervolgens citeerde
hij Psalm 109, vers 8:

786
00:48:10,410 --> 00:48:15,270
Laat hem niet lang meer leven en laat
iemand anders zijn functie overnemen.

787
00:48:15,270 --> 00:48:17,670
Hij gebruikte dat om
te laten zien dat deze

788
00:48:17,670 --> 00:48:20,790
vervloeking Judas
daadwerkelijk had getroffen.

789
00:48:20,790 --> 00:48:25,350
Judas had de vloek ondergaan die
David hier over hem had uitgeroepen.

790
00:48:25,350 --> 00:48:29,790
Nu was het nodig dat iemand anders
zijn ambt als apostel overnam.

791
00:48:29,790 --> 00:48:32,550
En dus kozen ze Matthias om dat te doen.

792
00:48:32,550 --> 00:48:36,150
Nu terug naar Psalm 69 om die af te maken.

793
00:48:36,150 --> 00:48:38,490
Dit is werkelijk nogal zware kost.

794
00:48:38,490 --> 00:48:44,550
De verzen 27 en 28 weerspiegelen totaal
niet de houding die Christus tegenover

795
00:48:44,550 --> 00:48:47,250
Zijn onderdrukkers had
ten tijde van Zijn dood.

796
00:48:47,250 --> 00:48:49,410
Vers 26 zegt:

797
00:48:49,410 --> 00:48:55,170
Want wie Ú geslagen hebt, vervolgen zij,
en zij spreken spottend over de smart van

798
00:48:55,170 --> 00:48:56,730
wie U verwondde.

799
00:48:56,730 --> 00:49:02,070
Voeg misdaad bij hun misdaad, laat
hen niet komen tot Uw gerechtigheid.

800
00:49:02,070 --> 00:49:05,190
Laat hen uitgewist worden
uit het boek des levens,

801
00:49:05,190 --> 00:49:08,550
laat hen bij de rechtvaardigen
niet opgeschreven worden.

802
00:49:08,550 --> 00:49:13,590
Ik echter ben ellendig en lijd
pijn; laat Uw heil, o God,

803
00:49:13,590 --> 00:49:15,930
mij in een veilige vesting zetten.

804
00:49:15,930 --> 00:49:16,830
Er staat:

805
00:49:16,830 --> 00:49:21,870
Ik zal Gods Naam loven met gezang
en Hem met dank zegging groot maken.

806
00:49:21,870 --> 00:49:26,370
Het zal de HEERE aangenamer zijn
dan een rund of een jonge stier met

807
00:49:26,370 --> 00:49:28,590
hoornen en gespleten hoeven.

808
00:49:28,590 --> 00:49:33,930
Meer dan in een dierenoffer schept God
behagen in een lofoffer. Ik zal Hem loven.

809
00:49:33,930 --> 00:49:35,430
Ik zal Hem danken.

810
00:49:35,430 --> 00:49:37,290
Ik zal voor Hem zingen.

811
00:49:37,290 --> 00:49:40,950
Dit behaagt God meer dan
de gewone dierenoffers.

812
00:49:40,950 --> 00:49:45,450
Dit was iets wat David blijkbaar
beter wist dan wie ook van zijn volk.

813
00:49:45,450 --> 00:49:50,610
Als de zachtmoedigen dit zien, zullen
zij zich verblijden; u die God zoekt,

814
00:49:50,610 --> 00:49:52,530
uw hart zal leven.

815
00:49:52,530 --> 00:49:56,850
Want de HEERE hoort de armen,
Hij veracht Zijn gevangenen niet.

816
00:49:56,850 --> 00:50:01,830
Laten hemel en aarde Hem loven,
de zeeën en al wat daarin krioelt.

817
00:50:01,830 --> 00:50:06,270
Want God zal Sion verlossen en
de steden van Juda herbouwen;

818
00:50:06,270 --> 00:50:08,910
daar zullen zij wonen en het bezitten.

819
00:50:08,910 --> 00:50:13,530
Het nageslacht van Zijn dienaren
zal het in erfelijk bezit krijgen;

820
00:50:13,530 --> 00:50:16,710
wie Zijn Naam liefhebben,
zullen daarin wonen.

821
00:50:16,710 --> 00:50:21,690
Let erop dat David in het eerste deel
van de psalm vooral boos lijkt te zijn

822
00:50:21,690 --> 00:50:23,790
vanwege wat hem is aangedaan.

823
00:50:23,790 --> 00:50:28,710
Toch gaat zijn werkelijke zorg uit naar
Sion, dat wil zeggen naar Jeruzalem.

824
00:50:28,710 --> 00:50:31,770
Want als hij ten onder
gaat, schaadt dat Sion.

825
00:50:31,770 --> 00:50:35,850
Daarom wil hij dat degenen die
hem kwaad doen, geoordeeld worden.

826
00:50:35,850 --> 00:50:40,830
Wat Jezus betreft: als we die Messiaanse
verzen opvatten als woorden die Jezus hier

827
00:50:40,830 --> 00:50:45,210
spreekt, dan zien we dat Jezus
Sion ook op Zijn hart had.

828
00:50:45,210 --> 00:50:49,350
Niet het aardse Jeruzalem, maar
het Jeruzalem dat boven is,

829
00:50:49,350 --> 00:50:52,950
dat de moeder van ons
allen is: de gemeente.

830
00:50:52,950 --> 00:50:55,710
Dit is een ware profetie over de gemeente,

831
00:50:55,710 --> 00:50:59,790
die volgt op vervloekingen die tegen
Zijn vijanden zijn uitgesproken.

832
00:50:59,790 --> 00:51:05,790
Als we de verzen 22 tot en met 29 zouden
beschouwen als de houding van Jezus

833
00:51:05,790 --> 00:51:09,090
tegenover de duivel en
Zijn geestelijke vijanden,

834
00:51:09,090 --> 00:51:13,590
met wie Hij oorlog had gevoerd en die de
mensen ertoe hadden aangezet Hem zo te

835
00:51:13,590 --> 00:51:18,690
vervolgen, dan zouden we dat hele gedeelte
inderdaad op Christus kunnen betrekken.

836
00:51:18,690 --> 00:51:22,170
Hij wenste de vijand immers
beslist zo’n vernietiging toe.

837
00:51:22,170 --> 00:51:28,350
Maar Hij wenste die niet toe aan de
mensen, omdat zij onwetend waren. Hij zei:

838
00:51:28,350 --> 00:51:34,110
En Jezus zei: Vader, vergeef het hun,
want zij weten niet wat zij doen.

839
00:51:34,110 --> 00:51:37,110
En ze verdeelden Zijn
kleren en wierpen het lot.

840
00:51:37,110 --> 00:51:39,690
Nu gaan we verder met Psalm 109.

841
00:51:39,690 --> 00:51:42,270
Dit is de laatste van de
vervloekingspsalmen die we zullen

842
00:51:42,270 --> 00:51:45,330
behandelen, afgezien van
de kortere gedeelten.

843
00:51:45,330 --> 00:51:47,310
Ook deze is van David.

844
00:51:47,310 --> 00:51:51,270
Dit is de psalm waarin de vervloekingen
werkelijk tegen de kinderen van zijn

845
00:51:51,270 --> 00:51:53,310
vijanden gericht lijken te zijn.

846
00:51:53,310 --> 00:51:57,390
Hij vraagt dat zij wezen worden,
dat niemand hun goeddoet, enzovoort.

847
00:51:57,390 --> 00:52:00,030
Maar denk aan Jeremia’s
vervloeking over de man

848
00:52:00,030 --> 00:52:04,770
die zijn vader bij zijn geboorte het
goede nieuws bracht om hem blij te maken.

849
00:52:04,770 --> 00:52:07,890
Het was niet de bedoeling dat
dit letterlijk werd opgevat.

850
00:52:07,890 --> 00:52:11,250
Het gaat erom smaad en
verontwaardiging op te stapelen,

851
00:52:11,250 --> 00:52:14,970
om uitdrukking te geven aan de
verontwaardiging die hij tegenover de

852
00:52:14,970 --> 00:52:18,390
goddelozen voelt en hun
verdriet te bezorgen.

853
00:52:18,390 --> 00:52:21,150
Niet alleen het verdriet dat
voortkomt uit het feit dat

854
00:52:21,150 --> 00:52:25,710
zij persoonlijk getroffen worden, maar
ook het soort verdriet dat een man voelt

855
00:52:25,710 --> 00:52:28,170
wanneer zijn kinderen eveneens lijden.

856
00:52:28,170 --> 00:52:32,310
Ik geloof niet dat David werkelijk
zou wensen dat de kinderen leden.

857
00:52:32,310 --> 00:52:36,330
Het is wel waar dat in die tijd,
wanneer een koning aan de macht kwam,

858
00:52:36,330 --> 00:52:40,530
de kinderen van de vorige koning
vaak terechtgesteld werden.

859
00:52:40,530 --> 00:52:43,350
Vergeet niet dat Saul Davids vijand was.

860
00:52:43,350 --> 00:52:48,630
Maar er was ten minste één afstammeling
van Saul, een van zijn kleinzonen,

861
00:52:48,630 --> 00:52:52,170
Mefiboseth, als ik me goed
herinner dat hij zo heette,

862
00:52:52,170 --> 00:52:56,790
die een zoon van Jonathan was en
wie David geen kwaad toewenste.

863
00:52:56,790 --> 00:52:59,130
Hij gaf hem bijzondere voorrechten.

864
00:52:59,130 --> 00:53:03,270
Hij was kreupel, en David
betoonde hem barmhartigheid.

865
00:53:03,270 --> 00:53:08,250
Het is dus duidelijk dat David zijn kwade
wensen niet eenvoudigweg uitbreidde tot

866
00:53:08,250 --> 00:53:11,310
alle kinderen en nakomelingen
van zijn vijanden.

867
00:53:11,310 --> 00:53:13,770
Aan sommigen van hen bewees hij goedheid.

868
00:53:13,770 --> 00:53:15,990
Maar de woorden van vers 11:

869
00:53:15,990 --> 00:53:19,290
Laat de schuldeiser beslag
leggen op al wat hij heeft,

870
00:53:19,290 --> 00:53:21,930
en laten vreemden zijn arbeid plunderen.

871
00:53:21,930 --> 00:53:26,430
enzovoort, zijn gewoon nog een manier om
het meest negatieve beeld op te stapelen

872
00:53:26,430 --> 00:53:30,510
dat hij maar kan geven van de smaad
die over een man zou worden uitgestort.

873
00:53:30,510 --> 00:53:35,430
Niet alleen hij zou te schande worden
gemaakt, maar zijn gezin, zijn hele naam,

874
00:53:35,430 --> 00:53:37,410
zou min of meer een smet worden.

875
00:53:37,410 --> 00:53:39,810
Dat is wat hier volgens mij wordt bedoeld.

876
00:53:39,810 --> 00:53:40,890
Er staat:

877
00:53:40,890 --> 00:53:45,690
Want de mond van de goddeloze en de
mond van bedrog zijn tegen mij geopend,

878
00:53:45,690 --> 00:53:48,810
met valse tong hebben
zij met mij gesproken.

879
00:53:48,810 --> 00:53:52,290
Met hatelijke woorden
hebben zij mij omringd, ja,

880
00:53:52,290 --> 00:53:54,630
zij hebben mij zonder reden bestreden.

881
00:53:54,630 --> 00:53:58,650
Voor mijn liefde klagen zij mij
aan, maar ik was steeds in gebed.

882
00:53:58,650 --> 00:54:01,770
Zij hebben kwaad over mij
gebracht in plaats van goed,

883
00:54:01,770 --> 00:54:04,290
en haat in plaats van mijn liefde.

884
00:54:04,290 --> 00:54:09,090
Stel een goddeloze over hem aan en moge
de satan aan zijn rechterhand staan.

885
00:54:09,090 --> 00:54:13,590
Wordt hij geoordeeld, laat hij als
schuldige uitgaan en laat zijn gebed

886
00:54:13,590 --> 00:54:15,090
tot zonde zijn.

887
00:54:15,090 --> 00:54:19,410
Laten zijn dagen weinig zijn en
laat een ander zijn ambt nemen.

888
00:54:19,410 --> 00:54:23,970
Laten zijn kinderen wezen worden
en laat zijn vrouw weduwe worden.

889
00:54:23,970 --> 00:54:29,190
Omdat vers 8 in Handelingen 1:20 door
Petrus werd aangehaald met betrekking tot

890
00:54:29,190 --> 00:54:34,470
Judas, zouden we deze hele passage
vanaf vers 4, of zelfs al eerder,

891
00:54:34,470 --> 00:54:38,790
kunnen zien als een passage
over Judas en anderen zoals hij.

892
00:54:38,790 --> 00:54:42,870
David sprak over een werkelijk
bestaande persoon in zijn eigen leven,

893
00:54:42,870 --> 00:54:47,370
maar zonder het te weten
beschreef hij ook Judas Iskariot.

894
00:54:47,370 --> 00:54:53,130
Kijk eens hoe de verzen 4 tot en met
8 Judas Iskariot volmaakt beschrijven.

895
00:54:53,130 --> 00:54:58,050
Jezus had hem lief, maar Judas maakte
zichzelf tot een tegenstander van Jezus.

896
00:54:58,050 --> 00:55:00,150
Jezus bad echter alleen maar.

897
00:55:00,150 --> 00:55:02,130
Hij sloeg niet om Zich heen.

898
00:55:02,130 --> 00:55:05,070
Hij sloeg niet terug. Er staat:

899
00:55:05,070 --> 00:55:09,690
Ze vergolden goed met kwaad
en mijn liefde met haat.

900
00:55:09,690 --> 00:55:12,150
Dat is wat Judas Jezus aandeed.

901
00:55:12,150 --> 00:55:13,710
Dan staat er:

902
00:55:13,710 --> 00:55:18,330
Stel een slecht mens boven hem aan en
laat Satan aan zijn rechterhand staan,

903
00:55:18,330 --> 00:55:20,250
of een tegenstander.

904
00:55:20,250 --> 00:55:25,110
We herinneren ons dat satan kwam
en Judas binnenging. Er staat:

905
00:55:25,110 --> 00:55:29,970
En als hij terechtstaat, laat hem dan
veroordeeld worden en laat zelfs zijn

906
00:55:29,970 --> 00:55:32,130
gebed als zonde gelden.

907
00:55:32,130 --> 00:55:36,510
We herinneren ons dat Judas bad
en zelfs berouw leek te hebben.

908
00:55:36,510 --> 00:55:39,450
Het was eigenlijk geen
gebed, maar hij zei:

909
00:55:39,450 --> 00:55:44,370
en zei: Ik heb gezondigd, want
ik heb onschuldig bloed verraden!

910
00:55:44,370 --> 00:55:48,930
Maar zij zeiden: Wat gaat ons
dat aan? U moet maar zien.

911
00:55:48,930 --> 00:55:53,550
Toch werd hem niet vergeven, omdat
hij niet werkelijk berouwvol was.

912
00:55:53,550 --> 00:55:57,690
Hij was eigenlijk te verhard om
volledig tot bekering te komen.

913
00:55:57,690 --> 00:56:03,210
Hij voelde alleen wroeging, en hij
ging weg en hing zichzelf op. En:

914
00:56:03,210 --> 00:56:06,570
Laat hem niet lang meer leven
werd letterlijk vervuld.

915
00:56:06,570 --> 00:56:10,110
Hij stierf niet op hoge leeftijd. En:

916
00:56:10,110 --> 00:56:14,310
Laten zijn dagen weinig zijn en
laat een ander zijn ambt overnemen.

917
00:56:14,310 --> 00:56:19,290
wat Matthias deed. We kunnen deze
passage, de verzen 4 tot en met 8,

918
00:56:19,290 --> 00:56:24,270
dus in zekere zin als messiaans zien,
in die zin dat de spreker de Messias is,

919
00:56:24,270 --> 00:56:26,850
Die over Judas Iskariot spreekt.

920
00:56:26,850 --> 00:56:30,090
Nu we het over hem hebben,
komen we op zijn kinderen.

921
00:56:30,090 --> 00:56:34,230
Zoals ik al zei, als dit letterlijk
kwaad over zijn kinderen afwenst,

922
00:56:34,230 --> 00:56:35,850
zou dat niet erg aardig lijken.

923
00:56:35,850 --> 00:56:40,350
Maar omdat David de kinderen van zijn
vijanden niet werkelijk kwaad toewenste

924
00:56:40,350 --> 00:56:43,830
en hen in sommige gevallen
zelfs vriendelijk behandelde,

925
00:56:43,830 --> 00:56:48,330
moeten we aannemen dat dit meer bedoeld
is om ons in beroering te brengen en onze

926
00:56:48,330 --> 00:56:51,750
woede aan te wakkeren, met een
gevoel van verontwaardiging

927
00:56:51,750 --> 00:56:56,310
en een besef van hoe zwaar deze man
het verdient gestraft te worden.

928
00:56:56,310 --> 00:57:01,050
Zo zwaar zelfs dat de straf moet
doorgaan nadat hij gestorven is.

929
00:57:01,050 --> 00:57:03,270
De dood is niet krachtig genoeg.

930
00:57:03,270 --> 00:57:07,110
Hij is te goed om opgehangen te
worden—ophangen is te goed voor

931
00:57:07,110 --> 00:57:08,550
hem, bedoel ik.

932
00:57:08,550 --> 00:57:14,370
Het idee is dus dat, ook al sterft hij
jong, de toorn over hem moet voortduren.

933
00:57:14,370 --> 00:57:18,390
Dat wordt waarschijnlijk symbolisch
uitgedrukt doordat die toorn zich tot zijn

934
00:57:18,390 --> 00:57:20,310
kinderen blijft uitstrekken.

935
00:57:20,310 --> 00:57:24,090
Laten zijn kinderen overal
rondzwerven en bedelen en

936
00:57:24,090 --> 00:57:26,790
ver van hun verwoeste
plaatsen voedsel zoeken.

937
00:57:26,790 --> 00:57:29,790
Dat zou niets meer betekenen
dan dat hij dood is.

938
00:57:29,790 --> 00:57:33,750
Daarom hebben zijn kinderen geen
vader en heeft zijn vrouw geen man.

939
00:57:33,750 --> 00:57:35,430
Maar dan gaat het verder:

940
00:57:35,430 --> 00:57:38,490
Laat de schuldeiser beslag
leggen op al wat hij heeft,

941
00:57:38,490 --> 00:57:41,190
en laten vreemden zijn arbeid plunderen.

942
00:57:41,190 --> 00:57:44,370
Laat hij niemand hebben die
hem goedertierenheid bewijst,

943
00:57:44,370 --> 00:57:47,730
laat er niemand zijn die
zijn wezen genadig is.

944
00:57:47,730 --> 00:57:52,470
Laten zijn nakomelingen uitgeroeid
worden, laat hun naam uitgewist worden

945
00:57:52,470 --> 00:57:54,630
in de volgende generatie.

946
00:57:54,630 --> 00:57:59,850
Laat de ongerechtigheid van zijn vaderen
bij de HEERE in gedachtenis blijven,

947
00:57:59,850 --> 00:58:03,150
de zonde van zijn moeder
niet worden uitgedelgd.

948
00:58:03,150 --> 00:58:08,130
Het gaat er hier dus vooral om dat de naam
van de man van de aarde wordt uitgewist.

949
00:58:08,130 --> 00:58:12,090
Laten ze de HEERE voortdurend
voor ogen staan, ja,

950
00:58:12,090 --> 00:58:15,030
laat Hij hun nagedachtenis
van de aarde uitroeien.

951
00:58:15,030 --> 00:58:18,330
Hij vervloekt dus de moeder
en de vader, enzovoort,

952
00:58:18,330 --> 00:58:22,290
hoewel David uiteraard niet werkelijk
iets tegen hen zou hebben gehad,

953
00:58:22,290 --> 00:58:26,070
net zomin als Jeremia werkelijk
iets had tegen de man die

954
00:58:26,070 --> 00:58:28,110
zijn geboorte bekendmaakte.

955
00:58:28,110 --> 00:58:35,070
Maar in Jeremia 20, de verzen 15 tot en
met 17, sprak hij een vloek over hem uit.

956
00:58:35,070 --> 00:58:38,190
Want hij dacht er niet aan
goedertierenheid te bewijzen,

957
00:58:38,190 --> 00:58:42,690
maar vervolgde de man die ellendig
was en arm en verslagen van hart,

958
00:58:42,690 --> 00:58:44,250
om hem te doden.

959
00:58:44,250 --> 00:58:48,390
Hij heeft de vloek liefgehad:
laat die over hem komen!

960
00:58:48,390 --> 00:58:53,130
Hij vond geen vreugde in de zegen:
laat die ver van hem blijven!

961
00:58:53,130 --> 00:58:57,330
Dat is wat deze goddeloze persoon
had gedaan en waarom hij al deze

962
00:58:57,330 --> 00:59:01,290
straffen waard is: omdat hij er
niet aan dacht barmhartigheid

963
00:59:01,290 --> 00:59:03,810
te tonen aan de arme en behoeftige man,

964
00:59:03,810 --> 00:59:07,290
en zelfs probeerde de
gebrokene van hart te doden.

965
00:59:07,290 --> 00:59:10,350
Laat hij zich met de vloek
kleden als met zijn mantel,

966
00:59:10,350 --> 00:59:16,170
laat die in zijn binnenste doordringen
als water, ja, als olie in zijn beenderen.

967
00:59:16,170 --> 00:59:17,370
Zegen hem niet.

968
00:59:17,370 --> 00:59:21,930
Hij hield er niet van anderen te
zegenen; laat hem niet gezegend worden.

969
00:59:21,930 --> 00:59:26,190
Hij hield ervan anderen te
vervloeken; laat hem vervloekt worden.

970
00:59:26,190 --> 00:59:30,090
Laat de vloek voor hem zijn als
het kleed waarin hij zich hult,

971
00:59:30,090 --> 00:59:32,550
als een gordel die hij steeds ombindt.

972
00:59:32,550 --> 00:59:36,870
Met andere woorden, de man
bekleedde zichzelf met vervloeking,

973
00:59:36,870 --> 00:59:39,450
in die zin dat hij vloeken uitsprak.

974
00:59:39,450 --> 00:59:41,130
Het was allemaal uiterlijk.

975
00:59:41,130 --> 00:59:44,850
Maar hij zegt: laat de
vloeken bij hem binnengaan.

976
00:59:44,850 --> 00:59:48,570
Laat de vloeken niet buiten hem
blijven, maar in hem doordringen.

977
00:59:48,570 --> 00:59:52,230
Laat de vloeken over hem komen
en zijn innerlijk binnendringen,

978
00:59:52,230 --> 00:59:54,750
in plaats van hem alleen
uiterlijk te treffen.

979
00:59:54,750 --> 00:59:59,790
Maar U, HEERE Heere, doe Uw werk
aan mij omwille van Uw Naam,

980
00:59:59,790 --> 01:00:03,270
want Uw goedertierenheid
is groot: red mij.

981
01:00:03,270 --> 01:00:08,190
Want ik ben ellendig en arm, mijn hart
is in mijn binnenste dodelijk verwond.

982
01:00:08,190 --> 01:00:10,710
Ik ga heen als een
schaduw die langer wordt,

983
01:00:10,710 --> 01:00:13,290
ik word afgeschud als een sprinkhaan.

984
01:00:13,290 --> 01:00:15,810
Dit was letterlijk waar van Jezus.

985
01:00:15,810 --> 01:00:19,650
Zijn hart werd verwond toen de
speer erdoorheen ging en er bloed

986
01:00:19,650 --> 01:00:21,450
en water uitkwamen.

987
01:00:21,450 --> 01:00:24,210
Zijn werkelijke hart werd doorboord.

988
01:00:24,210 --> 01:00:28,530
Mijn knieën zijn verzwakt door het
vasten, en mijn vlees is vermagerd:

989
01:00:28,530 --> 01:00:30,211
geen vet zit eraan .

990
01:00:30,211 --> 01:00:35,130
Toch ben ík hun nog tot smaad; zien
zij mij, zij schudden hun hoofd.

991
01:00:35,130 --> 01:00:39,690
Help mij, HEERE, mijn God, verlos
mij, naar Uw goedertierenheid.

992
01:00:39,690 --> 01:00:42,090
Dit deden ze bij Jezus aan het kruis.

993
01:00:42,090 --> 01:00:44,190
Ze schudden hun hoofd over Hem.

994
01:00:44,190 --> 01:00:47,250
Laten mijn tegenstanders
met schande bekleed worden,

995
01:00:47,250 --> 01:00:50,070
zich hullen in hun
schaamte als in een mantel.

996
01:00:50,070 --> 01:00:53,730
Met andere woorden:
Heere, kom mij te hulp,

997
01:00:53,730 --> 01:00:57,150
zodat de mensen U de
eer ervoor moeten geven.

998
01:00:57,150 --> 01:01:02,130
In vers 27 zullen ze weten dat
U, de Heere, het hebt gedaan.

999
01:01:02,130 --> 01:01:03,690
En laat ze maar vloeken.

1000
01:01:03,690 --> 01:01:06,390
Met andere woorden, hij tart hen.

1001
01:01:06,390 --> 01:01:10,230
Ga je gang en vervloek mij
maar, maar God zal mij zegenen.

1002
01:01:10,230 --> 01:01:15,210
Ook al spreken jullie vervloekingen
uit, God zal zegen over mij brengen.

1003
01:01:15,210 --> 01:01:19,650
Laat mijn tegenstanders met schaamte
worden bedekt en laat ze zich in hun eigen

1004
01:01:19,650 --> 01:01:21,750
schande hullen als in een mantel.

1005
01:01:21,750 --> 01:01:25,530
Ik zal de Heer uitbundig
prijzen met mijn mond; ja,

1006
01:01:25,530 --> 01:01:27,870
ik zal Hem prijzen te
midden van de menigte.

1007
01:01:27,870 --> 01:01:32,010
Want Hij zal aan de rechterhand van de
arme staan om hem te redden van de mensen

1008
01:01:32,010 --> 01:01:34,410
die hem ter dood veroordelen.

1009
01:01:34,410 --> 01:01:40,650
Zo eindigt hij dus opnieuw, zoals altijd,
met een triomfantelijke of gelukkige noot.

1010
01:01:40,650 --> 01:01:43,890
Helemaal aan het eind is
hij heel optimistisch,

1011
01:01:43,890 --> 01:01:47,430
ook al heeft hij vijanden die
hem kwaad hebben aangedaan.

1012
01:01:47,430 --> 01:01:50,850
Maar in zo’n psalm lucht
hij zijn hart behoorlijk.

1013
01:01:50,850 --> 01:01:55,290
Hij stort uit wat volgens hem de
rechtvaardige vergelding is die God

1014
01:01:55,290 --> 01:01:56,910
over hen moet brengen.

1015
01:01:56,910 --> 01:02:00,450
Daarna is hij opgelucht en
in staat God te prijzen,

1016
01:02:00,450 --> 01:02:03,630
omdat hij de zaak in
Gods handen heeft gelegd.

1017
01:02:03,630 --> 01:02:08,250
Hij haalt niet naar deze mensen uit,
maar vertelt God wat er volgens hem met

1018
01:02:08,250 --> 01:02:09,870
hen zou moeten gebeuren.

1019
01:02:09,870 --> 01:02:12,510
Nadat hij zijn zaak aan
God heeft voorgelegd,

1020
01:02:12,510 --> 01:02:17,190
legt hij zichzelf vervolgens in Gods
handen en laat hij God ervoor zorgen.

1021
01:02:17,190 --> 01:02:21,090
Hij meent dat het nu zijn
taak is de Heere te prijzen.

1022
01:02:21,090 --> 01:02:24,510
Let op de tegenstelling
in vers 31, waar hij zegt:

1023
01:02:24,510 --> 01:02:27,450
Want Hij zal aan de
rechterhand van de arme staan.

1024
01:02:27,450 --> 01:02:31,170
Dat wil zeggen: God staat aan
de rechterhand van de arme.

1025
01:02:31,170 --> 01:02:35,790
Maar in vers 6 staat over de
goddeloze man die de arme uitbuit:

1026
01:02:35,790 --> 01:02:39,150
Stel een goddeloze over hem aan
en laat een tegenstander aan

1027
01:02:39,150 --> 01:02:40,770
zijn rechterhand staan.

1028
01:02:40,770 --> 01:02:44,610
Het woord dat hier met „tegenstander”
kan worden weergegeven,

1029
01:02:44,610 --> 01:02:46,950
kan ook als „satan” worden vertaald.

1030
01:02:46,950 --> 01:02:51,630
Met andere woorden: God zal aan mijn
rechterhand staan om mij te verdedigen,

1031
01:02:51,630 --> 01:02:55,530
maar aan de rechterhand van de
goddeloze man zal de duivel staan.

1032
01:02:55,530 --> 01:02:58,170
Waar ik God heb, hebben zij de duivel.

1033
01:02:58,170 --> 01:03:02,310
De duivel is niet meelevend, zelfs
niet tegenover zijn volgelingen.

1034
01:03:02,310 --> 01:03:06,210
Het is een verwensing, zoals
al deze Psalmen dat zijn.

1035
01:03:06,210 --> 01:03:09,510
Sommige ervan zijn heel, heel krachtig.

1036
01:03:09,510 --> 01:03:14,010
Maar ik denk dat we moeten begrijpen
dat, als de woorden krachtig zijn,

1037
01:03:14,010 --> 01:03:17,430
ze zijn ingegeven door
ernstige vergrijpen.

1038
01:03:17,430 --> 01:03:21,150
Het zijn geen woorden die buiten
verhouding staan tot de misdaad.

1039
01:03:21,150 --> 01:03:24,150
Ze vragen in feite om
precieze gerechtigheid,

1040
01:03:24,150 --> 01:03:26,910
in overeenstemming met het soort
kwaad dat hun is aangedaan.
