1
00:00:02,070 --> 00:00:04,290
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,290 --> 00:00:12,210
Deze keer behandelen we Psalmen
39, 42 tot en met 44 en 46.

3
00:00:12,210 --> 00:00:14,970
We gaan naar Psalm 39.

4
00:00:14,970 --> 00:00:17,730
Door verschillende groepen
psalmen te behandelen,

5
00:00:17,730 --> 00:00:21,210
hebben we veel psalmen uit
dit gedeelte behandeld.

6
00:00:21,210 --> 00:00:25,950
Bij een bepaalde gelegenheid hebben
we het over hoofdstuk 37 gehad.

7
00:00:25,950 --> 00:00:29,850
Hoofdstuk 38 hoorde bij
een andere groep psalmen.

8
00:00:29,850 --> 00:00:34,470
Hoofdstuk 40 hoorde bij weer een
andere groep psalmen, enzovoort.

9
00:00:34,470 --> 00:00:38,490
De enige psalm in dit hele gedeelte
die we nog niet hebben aangeroerd,

10
00:00:38,490 --> 00:00:43,110
omdat hij bij geen enkele
groep hoorde, was Psalm 39.

11
00:00:43,110 --> 00:00:44,970
Dus daar gaan we nu naartoe.

12
00:00:44,970 --> 00:00:49,170
Wanneer we die behandeld hebben, zullen we
opnieuw een paar psalmen moeten overslaan

13
00:00:49,170 --> 00:00:53,490
die we al behandeld hebben,
om bij Psalm 42 uit te komen.

14
00:00:53,490 --> 00:00:57,930
Het zal interessant zijn om een deel van
de leemten op te vullen die zijn ontstaan

15
00:00:57,930 --> 00:01:01,230
doordat we verschillende groepen
psalmen hebben bestudeerd.

16
00:01:01,230 --> 00:01:02,970
Psalm 39:

17
00:01:02,970 --> 00:01:07,770
Ik zal mijn wegen bewaren, zei ik,
zodat ik niet zondig met mijn tong;

18
00:01:07,770 --> 00:01:13,231
ik zal mijn mond met een muilkorf bewaren,
zolang de goddeloze tegenover mij staat .

19
00:01:13,231 --> 00:01:17,490
Ik was verstomd en hield mij
stil, ik zweeg van het goede.

20
00:01:17,490 --> 00:01:21,870
Maar mijn lijden werd heviger, mijn
hart werd heet in mijn binnenste.

21
00:01:21,870 --> 00:01:27,210
Een vuur ontbrandde bij mijn zuchten;
toen sprak ik met mijn tong: HEERE,

22
00:01:27,210 --> 00:01:31,110
maak mij mijn einde bekend en
wat de maat van mijn dagen is,

23
00:01:31,110 --> 00:01:33,750
zodat ik weet hoe vergankelijk ik ben.

24
00:01:33,750 --> 00:01:38,730
Zie, U hebt mijn dagen een handbreed
gemaakt en mijn levensduur is voor

25
00:01:38,730 --> 00:01:40,410
U als niets.

26
00:01:40,410 --> 00:01:45,450
Ja, ieder mens is niet meer dan
een zucht, hoe vast hij ook staat.

27
00:01:45,450 --> 00:01:49,650
Sela Ja, de mens loopt
rond in een schijnbeeld.

28
00:01:49,650 --> 00:01:52,350
Ja, tevergeefs is men onrustig.

29
00:01:52,350 --> 00:01:56,430
Men brengt van alles bijeen en
weet niet wie het binnenhalen zal.

30
00:01:56,430 --> 00:01:58,410
En nu, wat verwacht ik, Heere?

31
00:01:58,410 --> 00:02:02,670
Mijn hoop, die is op U! Red
mij van al mijn overtredingen,

32
00:02:02,670 --> 00:02:05,250
maak mij niet tot een smaad voor de dwaas.

33
00:02:05,250 --> 00:02:10,470
Ik ben verstomd, ik zal mijn mond
niet opendoen, want Ú hebt het gedaan.

34
00:02:10,470 --> 00:02:15,690
Neem Uw plaag van mij weg; ik ben
bezweken door de bestrijding van Uw hand.

35
00:02:15,690 --> 00:02:19,170
Bestraft U iemand met straffen
om zijn ongerechtigheid,

36
00:02:19,170 --> 00:02:22,350
dan doet U zijn aantrekkelijkheid
als een mot teniet.

37
00:02:22,350 --> 00:02:25,350
Ja, ieder mens is een zucht.

38
00:02:25,350 --> 00:02:30,510
Sela Luister naar mijn gebed,
HEERE, neem mijn hulpgeroep ter ore,

39
00:02:30,510 --> 00:02:35,370
zwijg niet bij mijn tranen, want ik ben
een vreemdeling bij U, een bijwoner,

40
00:02:35,370 --> 00:02:37,110
zoals al mijn vaderen.

41
00:02:37,110 --> 00:02:40,530
Wend Uw blik van mij af,
zodat ik mij verkwik,

42
00:02:40,530 --> 00:02:43,290
voordat ik heenga en er niet meer ben.

43
00:02:43,290 --> 00:02:48,630
Deze psalm is duidelijk een gebed dat
met grote emotie wordt uitgesproken.

44
00:02:48,630 --> 00:02:52,890
Zozeer zelfs dat de gedachten ons
niet erg samenhangend voorkomen

45
00:02:52,890 --> 00:02:55,530
en de gedachtegang niet erg duidelijk is.

46
00:02:55,530 --> 00:02:58,230
Het is een beetje moeilijk
om die eruit te halen.

47
00:02:58,230 --> 00:03:00,690
In de eerste drie verzen is het duidelijk

48
00:03:00,690 --> 00:03:05,730
dat de psalmist zich ervan weerhoudt uit
te spreken wat er in zijn hart leeft.

49
00:03:05,730 --> 00:03:08,670
Kennelijk doet hij dat
omdat wat hij dacht,

50
00:03:08,670 --> 00:03:12,450
zou kunnen worden opgevat als
een soort klacht tegen God.

51
00:03:12,450 --> 00:03:15,270
Het is duidelijk dat
hem iets is overkomen.

52
00:03:15,270 --> 00:03:18,990
Dat blijkt uit de verzen 8, 9 en 10,

53
00:03:18,990 --> 00:03:24,150
waar gesproken wordt over Gods slag
en de klap van Zijn hand die hem trof.

54
00:03:24,150 --> 00:03:26,850
Daarmee wordt bedoeld
dat God hem tuchtigde.

55
00:03:26,850 --> 00:03:31,290
In de eerste drie verzen zien we dat
hij daarop met verbijstering reageerde,

56
00:03:31,290 --> 00:03:34,170
maar hij wilde die
verbijstering niet uitspreken.

57
00:03:34,170 --> 00:03:35,670
Vers 1 zegt kennelijk:

58
00:03:35,670 --> 00:03:40,050
Ik zal mijn wegen bewaren, zei ik,
zodat ik niet zondig met mijn tong;

59
00:03:40,050 --> 00:03:45,151
ik zal mijn mond met een muilkorf bewaren,
zolang de goddeloze tegenover mij staat .

60
00:03:45,151 --> 00:03:49,290
Dat wil zeggen dat David in het bijzijn
van goddeloze mensen zijn vragen

61
00:03:49,290 --> 00:03:52,110
en zijn verwarring
hierover niet wilde uiten.

62
00:03:52,110 --> 00:03:55,770
Hij was bang dat dit misschien als
ontrouw aan God zou worden opgevat,

63
00:03:55,770 --> 00:03:59,250
of dat het de heidenen nog iets zou
geven wat ze in hun argumenten tegen

64
00:03:59,250 --> 00:04:00,930
God konden gebruiken.

65
00:04:00,930 --> 00:04:02,610
Daarom zweeg hij.

66
00:04:02,610 --> 00:04:04,350
In vers 2 zegt hij:

67
00:04:04,350 --> 00:04:08,250
Ik was verstomd en hield mij
stil, ik zweeg van het goede.

68
00:04:08,250 --> 00:04:10,170
Maar mijn lijden werd heviger,

69
00:04:10,170 --> 00:04:14,850
Het klinkt bijna alsof hij zegt: „Ik zei
helemaal niets, zelfs geen goede dingen”,

70
00:04:14,850 --> 00:04:18,450
hoewel het heel waarschijnlijk is
dat „zelfs van het goede” betekent:

71
00:04:18,450 --> 00:04:21,450
„tevergeefs” of „zonder succes”.

72
00:04:21,450 --> 00:04:24,390
Zo is het in enkele nieuwere
vertalingen vertaald.

73
00:04:24,390 --> 00:04:27,030
Het betekent dat hij probeerde te zwijgen.

74
00:04:27,030 --> 00:04:29,910
Hij wilde het laten overwaaien
zonder iets te zeggen,

75
00:04:29,910 --> 00:04:32,250
maar hij kon zich niet volledig inhouden.

76
00:04:32,250 --> 00:04:35,190
Het lukte hem wel zich in te houden
wanneer hij in het bijzijn van

77
00:04:35,190 --> 00:04:36,810
goddeloze mensen was.

78
00:04:36,810 --> 00:04:40,410
Toch kon hij het niet voor altijd
opkroppen zonder iets te zeggen.

79
00:04:40,410 --> 00:04:42,390
Dat is wat vers 3 zegt:

80
00:04:42,390 --> 00:04:44,850
mijn hart werd heet in mijn binnenste.

81
00:04:44,850 --> 00:04:49,230
Een vuur ontbrandde bij mijn
zuchten; toen sprak ik met mijn tong:

82
00:04:49,230 --> 00:04:51,930
Hij roept het uit en
stelt God enkele vragen.

83
00:04:51,930 --> 00:04:57,090
Deze verwijzing naar het vuur dat in zijn
hart brandde, doet ons denken aan Jeremia.

84
00:04:57,090 --> 00:05:00,750
Toen hij vervolgd werd omdat hij
het Woord van de Heere verkondigde,

85
00:05:00,750 --> 00:05:03,450
besloot hij dat Woord
niet meer te verkondigen,

86
00:05:03,450 --> 00:05:06,510
omdat hij er te veel
vervolging voor ondervond.

87
00:05:06,510 --> 00:05:10,590
Maar hij zei dat hij, zelfs toen
hij probeerde zich in te houden,

88
00:05:10,590 --> 00:05:12,450
moe werd van het inhouden.

89
00:05:12,450 --> 00:05:16,650
Hij kon zich er niet van weerhouden
te spreken, want, zo zei hij,

90
00:05:16,650 --> 00:05:20,730
het Woord was in hem als een vuur
dat in zijn beenderen brandde.

91
00:05:20,730 --> 00:05:24,210
Er zijn momenten waarop je
liever helemaal niet spreekt.

92
00:05:24,210 --> 00:05:27,330
Misschien omdat je niet precies
weet wat je moet zeggen,

93
00:05:27,330 --> 00:05:30,150
of omdat je weet wat je
graag zou willen zeggen,

94
00:05:30,150 --> 00:05:34,170
maar je afvraagt of het wel verstandig
zou zijn om het uit te spreken.

95
00:05:34,170 --> 00:05:39,270
Het zou God kunnen onteren, dus zou
het beter zijn om helemaal te zwijgen.

96
00:05:39,270 --> 00:05:43,410
Maar door wat zich in je geest
roert, door de onrust die je voelt,

97
00:05:43,410 --> 00:05:45,690
moet je je gewoon uitspreken.

98
00:05:45,690 --> 00:05:49,890
In het Nieuwe Testament wordt erover
gesproken dat de harten van mensen in hen

99
00:05:49,890 --> 00:05:53,370
brandden, maar dat moet op
een ander verschijnsel slaan.

100
00:05:53,370 --> 00:05:59,250
In Lukas 24:32 hoorden de mannen die
Jezus na Zijn opstanding ontmoetten,

101
00:05:59,250 --> 00:06:02,850
toen zij op weg naar
Emmaüs liepen, Hem spreken.

102
00:06:02,850 --> 00:06:06,510
Later, toen ze inzagen dat
het Jezus was, zeiden ze:

103
00:06:06,510 --> 00:06:10,650
En zij zeiden tegen elkaar: Was
ons hart niet brandend in ons,

104
00:06:10,650 --> 00:06:14,730
toen Hij onderweg tot ons sprak
en voor ons de Schriften opende?

105
00:06:14,730 --> 00:06:18,390
Maar dat was duidelijk niet precies
hetzelfde als wat hier gebeurt.

106
00:06:18,390 --> 00:06:22,230
Het hart van deze man
brandt, en die man is David.

107
00:06:22,230 --> 00:06:26,250
Het brandt in hem omdat hij
enkele onbeantwoorde vragen heeft

108
00:06:26,250 --> 00:06:30,510
die hij van zich af probeert te zetten
en waar hij niet aan probeert te denken,

109
00:06:30,510 --> 00:06:32,010
maar dat lukt hem niet.

110
00:06:32,010 --> 00:06:33,570
Ze branden in hem.

111
00:06:33,570 --> 00:06:36,990
Hij moet het uitschreeuwen
tot God en antwoorden krijgen,

112
00:06:36,990 --> 00:06:39,090
of op zijn minst om antwoorden vragen.

113
00:06:39,090 --> 00:06:44,490
Dit soort taal doet ons misschien een
beetje denken aan Psalm 45, vers 1,

114
00:06:44,490 --> 00:06:46,410
waar de psalmist zegt:

115
00:06:46,410 --> 00:06:52,170
Mijn hart brengt een goed woord voort; ik
draag mijn gedichten voor over een Koning;

116
00:06:52,170 --> 00:06:55,350
mijn tong is een pen van
een vaardige schrijver.

117
00:06:55,350 --> 00:07:00,450
Het woord ‘inditing’ betekent
opborrelen of overstromen.

118
00:07:00,450 --> 00:07:04,650
Ook hier vloeit het hart over
in een psalm, in een gebed.

119
00:07:04,650 --> 00:07:09,210
En zo zien we in de Psalmen dat
deze gebeden niet slechts dode,

120
00:07:09,210 --> 00:07:13,290
formele liturgieën zijn, die
werden samengesteld voor een of

121
00:07:13,290 --> 00:07:15,510
andere formele aanbidding.

122
00:07:15,510 --> 00:07:19,170
Dit zijn gebeden die door de
druk in het leven van een man,

123
00:07:19,170 --> 00:07:23,010
door de druk op zijn hart,
uit zijn ziel werden geperst.

124
00:07:23,010 --> 00:07:27,150
Hier treffen we deze man aan wanneer
hij zich niet langer kan bedwingen

125
00:07:27,150 --> 00:07:29,250
en niet langer kan zwijgen.

126
00:07:29,250 --> 00:07:30,930
In vers 4 zegt hij:

127
00:07:30,930 --> 00:07:35,610
HEERE, maak mij mijn einde bekend
en wat de maat van mijn dagen is,

128
00:07:35,610 --> 00:07:38,130
zodat ik weet hoe vergankelijk ik ben.

129
00:07:38,130 --> 00:07:42,210
Nu klinkt zijn vraag alsof hij zegt:
‘Laat mij weten hoe broos en hoe

130
00:07:42,210 --> 00:07:43,590
sterfelijk ik ben.’

131
00:07:43,590 --> 00:07:47,970
Aan de andere kant blijkt uit de woorden
die volgen dat hij al weet hoe sterfelijk

132
00:07:47,970 --> 00:07:52,290
en broos hij is, en misschien
vraagt hij waarom hij zo broos is.

133
00:07:52,290 --> 00:07:55,110
Het is niet helemaal
duidelijk wat zijn vraag is.

134
00:07:55,110 --> 00:07:59,430
God zou die natuurlijk begrijpen, omdat
God verder kan kijken dan de woorden,

135
00:07:59,430 --> 00:08:03,270
tot in het hart, en kan zien
wat de werkelijke vraag is.

136
00:08:03,270 --> 00:08:08,910
Zoals volgens mij in Romeinen 8:26 staat,
zijn er momenten waarop we niet weten hoe

137
00:08:08,910 --> 00:08:11,910
we de dingen die we willen vragen
onder woorden moeten brengen.

138
00:08:11,910 --> 00:08:16,230
Er zijn momenten waarop we niet
weten wat we moeten vragen, staat er,

139
00:08:16,230 --> 00:08:18,810
en de Heilige Geest helpt ons daarbij.

140
00:08:18,810 --> 00:08:22,470
De Heilige Geest doorzoekt
de diepe dingen van een mens.

141
00:08:22,470 --> 00:08:24,330
En hoewel de woorden van een mens

142
00:08:24,330 --> 00:08:28,830
misschien niet helemaal uitdrukken
wat hij denkt, ziet God zijn hart.

143
00:08:28,830 --> 00:08:35,970
**Schriftverwijzingen:** hier lijkt de
spreker Romeinen 8:26-27 te vermengen met

144
00:08:35,970 --> 00:08:38,190
1 Korinthe 2:10.

145
00:08:38,190 --> 00:08:43,110
In Romeinen doorzoekt God de
harten; in 1 Korinthe doorzoekt de

146
00:08:43,110 --> 00:08:45,030
Geest de diepten van God.

147
00:08:45,030 --> 00:08:47,250
In dit geval is het niet echt duidelijk,

148
00:08:47,250 --> 00:08:52,350
althans niet uit de bewoordingen die hij
gebruikt, wat zijn werkelijke vraag is.

149
00:08:52,350 --> 00:08:54,990
Zoals ik al zei, lijkt
het erop dat hij zegt:

150
00:08:54,990 --> 00:08:58,410
‘Laat mij mij bewust worden van
de kortheid van mijn leven.’

151
00:08:58,410 --> 00:09:02,670
In vers 5 en 6 klinkt het echter alsof
hij zich er al heel goed van bewust is

152
00:09:02,670 --> 00:09:05,490
hoe kort het leven is, want hij zegt:

153
00:09:05,490 --> 00:09:10,050
Zie, U hebt mijn dagen een handbreed
gemaakt en mijn levensduur is voor

154
00:09:10,050 --> 00:09:11,670
U als niets.

155
00:09:11,670 --> 00:09:17,250
Ja, ieder mens is niet meer dan een
zucht, hoe vast hij ook staat. Sela

156
00:09:17,250 --> 00:09:20,250
Een handbreedte is duidelijk
de breedte van je hand,

157
00:09:20,250 --> 00:09:22,470
en dat was een korte lengtemaat.

158
00:09:22,470 --> 00:09:25,890
Timmerlieden en andere mensen
gebruikten andere soorten maten dan

159
00:09:25,890 --> 00:09:27,690
wij tegenwoordig gebruiken.

160
00:09:27,690 --> 00:09:30,930
Zij hadden niet de soorten
standaarden die wij hebben.

161
00:09:30,930 --> 00:09:35,670
Daarom maten ze met een el, wat de afstand
was van de vingertop tot de elleboog,

162
00:09:35,670 --> 00:09:37,950
en ze maten met een handbreedte.

163
00:09:37,950 --> 00:09:42,510
Als je hand uitgestrekt was, was dat
de afstand van het topje van je pink

164
00:09:42,510 --> 00:09:44,430
tot het topje van je duim.

165
00:09:44,430 --> 00:09:46,110
Dat was weer een andere maat.

166
00:09:46,110 --> 00:09:51,090
Een el was een iets grotere maat,
en er waren nog grotere maten.

167
00:09:51,090 --> 00:09:54,210
Maar een handbreedte was
een van de kleinere maten.

168
00:09:54,210 --> 00:09:57,330
Hij zegt: ‘Mijn leven
is ongeveer even kort

169
00:09:57,330 --> 00:10:01,650
als de kleinste maat die algemeen
wordt gebruikt, een handbreedte.’

170
00:10:01,650 --> 00:10:07,050
Dat wil zeggen: de lengte van mijn leven,
zelfs als ik een hoge leeftijd bereik,

171
00:10:07,050 --> 00:10:11,490
is als niets vergeleken met de
eeuwigheid waarin God woont.

172
00:10:11,490 --> 00:10:17,130
Het woord ‘vanity’ betekent leegheid, en
het is een woord dat vele malen voorkomt

173
00:10:17,130 --> 00:10:18,930
in het boek Prediker.

174
00:10:18,930 --> 00:10:24,510
De gedachten uit vers 5 en 6 hier zijn
in feite terug te vinden in Prediker,

175
00:10:24,510 --> 00:10:27,270
dat door Davids zoon werd geschreven.

176
00:10:27,270 --> 00:10:29,790
David schreef deze psalm.

177
00:10:29,790 --> 00:10:35,190
Salomo schreef Prediker en werd
ongetwijfeld door deze psalm beïnvloed.

178
00:10:35,190 --> 00:10:38,850
Prediker 2, vers 18 en 19, zegt:

179
00:10:38,850 --> 00:10:42,990
Ik haatte ook al mijn zwoegen
waarmee ik zwoegde onder de zon,

180
00:10:42,990 --> 00:10:48,030
zwoegen dat ik zou moeten overlaten
aan de mens die er na mij zijn zal.

181
00:10:48,030 --> 00:10:51,750
Want wie weet of die
wijs zal zijn of dwaas?

182
00:10:51,750 --> 00:10:56,610
Toch zal hij beschikken over al mijn
zwoegen waarmee ik, zij het met wijsheid,

183
00:10:56,610 --> 00:10:58,830
heb gezwoegd onder de zon.

184
00:10:58,830 --> 00:11:00,270
Ook dat is vluchtig.

185
00:11:00,270 --> 00:11:01,590
of leegheid.

186
00:11:01,590 --> 00:11:05,010
Wat hij hier zegt, is: ‘Wat
heb ik eraan wijs te zijn?

187
00:11:05,010 --> 00:11:09,090
Want als ik door mijn wijsheid bepaalde
winsten behaal en een groot vermogen

188
00:11:09,090 --> 00:11:13,590
opbouw, ga ik gewoon sterven en
wordt het aan mijn zoon nagelaten.

189
00:11:13,590 --> 00:11:15,870
En misschien zal hij een dwaas zijn.

190
00:11:15,870 --> 00:11:19,050
Wat had het voor mij dan voor
nut om wijsheid te gebruiken?

191
00:11:19,050 --> 00:11:20,670
Zodra ik er niet meer ben,

192
00:11:20,670 --> 00:11:24,330
zouden mijn bezittingen volledig
verspild kunnen worden door mijn zoon,

193
00:11:24,330 --> 00:11:26,190
die een dwaas is.’

194
00:11:26,190 --> 00:11:29,490
Feitelijk is dat niet wat
er met Salomo gebeurde.

195
00:11:29,490 --> 00:11:32,310
Het lijkt er meer op
dat Salomo de dwaas was,

196
00:11:32,310 --> 00:11:35,850
hoewel Salomo in zijn
jonge jaren wijsheid bezat.

197
00:11:35,850 --> 00:11:39,150
Feitelijk bouwde David,
die een wijs man was,

198
00:11:39,150 --> 00:11:43,590
wel een groot vermogen op en liet
hij het na aan zijn zoon Salomo,

199
00:11:43,590 --> 00:11:45,330
die het allemaal verspilde.

200
00:11:45,330 --> 00:11:48,630
Het is dus nogal ironisch
dat Salomo zou zeggen:

201
00:11:48,630 --> 00:11:52,830
‘Wat heb ik eraan een vermogen op te
bouwen als mijn zoon later langskomt en

202
00:11:52,830 --> 00:11:55,230
een dwaas is en alles verspilt?’

203
00:11:55,230 --> 00:12:00,330
Dat is precies wat Salomo deed met
het bezit dat zijn vader hem naliet.

204
00:12:00,330 --> 00:12:04,230
En dat is de gedachte in Psalm 39, vers 6:

205
00:12:04,230 --> 00:12:07,290
Ja, de mens loopt rond in een schijnbeeld.

206
00:12:07,290 --> 00:12:10,470
Ja, tevergeefs is men onrustig.

207
00:12:10,470 --> 00:12:14,490
Men brengt van alles bijeen en
weet niet wie het binnenhalen zal.

208
00:12:14,490 --> 00:12:18,510
Je besteedt je leven aan het
vergaren van je bezit, je schatten,

209
00:12:18,510 --> 00:12:21,450
maar je weet niet wie
ze later zal krijgen.

210
00:12:21,450 --> 00:12:25,590
Misschien krijgt de overheid ze wanneer
je sterft, of misschien je zonen,

211
00:12:25,590 --> 00:12:29,130
en misschien zijn zij
dwazen, zoals Salomo zei.

212
00:12:29,130 --> 00:12:35,010
Dezelfde gedachte wordt ongeveer tien
psalmen later verwoord in Psalm 49,

213
00:12:35,010 --> 00:12:40,170
door een andere psalmist die ook van deze
psalm op de hoogte moet zijn geweest.

214
00:12:40,170 --> 00:12:46,350
Psalm 49 werd geschreven door de zonen
van Korach, of voor de zonen van Korach,

215
00:12:46,350 --> 00:12:48,750
zangers bij Davids erediensten.

216
00:12:48,750 --> 00:12:50,490
Er staat in vers 10:

217
00:12:50,490 --> 00:12:55,950
Want hij ziet dat wijzen sterven, dat een
dwaas en een onverstandige samen omkomen

218
00:12:55,950 --> 00:12:58,470
en hun vermogen aan anderen nalaten.

219
00:12:58,470 --> 00:13:02,790
Het verwijst dus opnieuw naar het feit
dat het er niet toe doet als je door

220
00:13:02,790 --> 00:13:05,550
wijs te zijn rijkdom voor jezelf vergaart.

221
00:13:05,550 --> 00:13:08,550
Het is ijdelheid. Het is leegte.

222
00:13:08,550 --> 00:13:12,450
Er ligt geen voldoening in, omdat je
weet dat je misschien wel een groot

223
00:13:12,450 --> 00:13:16,830
rijk opbouwt, maar dat je kind kan
komen en het allemaal kan vernietigen.

224
00:13:16,830 --> 00:13:20,970
David heeft hier gezien wat de
leegte van het leven lijkt te zijn.

225
00:13:20,970 --> 00:13:24,450
Zijn uitspraak aan het einde
van vers 5, waar staat:

226
00:13:24,450 --> 00:13:29,310
Zie, U hebt mijn dagen een handbreed
gemaakt en mijn levensduur is voor

227
00:13:29,310 --> 00:13:30,870
U als niets.

228
00:13:30,870 --> 00:13:36,030
Ja, ieder mens is niet meer dan een
zucht, hoe vast hij ook staat. Sela

229
00:13:36,030 --> 00:13:41,070
klinkt vlak voor het andere ‘Sela’ in
vers 11 opnieuw door, waar hij zegt:

230
00:13:41,070 --> 00:13:44,190
Bestraft U iemand met straffen
om zijn ongerechtigheid,

231
00:13:44,190 --> 00:13:47,130
dan doet U zijn aantrekkelijkheid
als een mot teniet.

232
00:13:47,130 --> 00:13:50,730
Ja, ieder mens is een zucht. Sela

233
00:13:50,730 --> 00:13:57,210
Dus als ‘Sela’ betekent: ‘Stop en denk
hierover na voordat je verdergaat,’

234
00:13:57,210 --> 00:14:01,530
dan is de gedachte die hij ons werkelijk
uit deze psalm wil laten halen,

235
00:14:01,530 --> 00:14:05,730
de leegte van de mens en van wat
de mens uit zichzelf kan bereiken.

236
00:14:05,730 --> 00:14:10,230
Hij kan schatten voor zichzelf
vergaren, maar zijn leven is zo kort.

237
00:14:10,230 --> 00:14:12,030
Binnenkort is hij er niet meer.

238
00:14:12,030 --> 00:14:15,630
Iemand anders zal die schatten
nemen, ze misschien verspillen,

239
00:14:15,630 --> 00:14:18,330
ze misschien zelfs voor
het kwaad gebruiken.

240
00:14:18,330 --> 00:14:20,610
Wat voor nut had het dan uiteindelijk?

241
00:14:20,610 --> 00:14:22,830
Het contrast zou natuurlijk een man zijn

242
00:14:22,830 --> 00:14:25,650
die zich eraan heeft
toegewijd God te dienen.

243
00:14:25,650 --> 00:14:30,090
Hij vergaart geen aardse schatten,
maar verzamelt schatten in de hemel,

244
00:14:30,090 --> 00:14:33,690
dient God en probeert de
uitbreiding van Gods Koninkrijk

245
00:14:33,690 --> 00:14:35,970
en Gods belangen te bevorderen.

246
00:14:35,970 --> 00:14:40,530
Hoewel zijn leven kort is, zou dat
niet als even ijdel worden beschouwd,

247
00:14:40,530 --> 00:14:43,290
al brengt deze psalm dat niet naar voren.

248
00:14:43,290 --> 00:14:44,670
Vers 7 zegt:

249
00:14:44,670 --> 00:14:47,130
En nu, wat verwacht ik, Heere?

250
00:14:47,130 --> 00:14:49,530
Mijn hoop, die is op U!

251
00:14:49,530 --> 00:14:51,630
— zoals hij in vers 2 zei:

252
00:14:51,630 --> 00:14:55,770
Ik was verstomd en hield mij
stil, ik zweeg van het goede.

253
00:14:55,770 --> 00:14:58,110
Maar mijn lijden werd heviger,

254
00:14:58,110 --> 00:14:58,111
—

255
00:14:58,111 --> 00:15:00,930
Het is in dit vers niet
duidelijk wat God deed.

256
00:15:00,930 --> 00:15:03,630
Maar in het volgende
vers wordt het duidelijk:

257
00:15:03,630 --> 00:15:08,370
Ik zal mijn wegen bewaren, zei ik,
zodat ik niet zondig met mijn tong;

258
00:15:08,370 --> 00:15:13,531
ik zal mijn mond met een muilkorf bewaren,
zolang de goddeloze tegenover mij staat .

259
00:15:13,531 --> 00:15:17,850
Ik was verstomd en hield mij
stil, ik zweeg van het goede.

260
00:15:17,850 --> 00:15:22,290
Maar mijn lijden werd heviger, mijn
hart werd heet in mijn binnenste.

261
00:15:22,290 --> 00:15:27,810
Een vuur ontbrandde bij mijn zuchten;
toen sprak ik met mijn tong: HEERE,

262
00:15:27,810 --> 00:15:31,710
maak mij mijn einde bekend en
wat de maat van mijn dagen is,

263
00:15:31,710 --> 00:15:34,350
zodat ik weet hoe vergankelijk ik ben.

264
00:15:34,350 --> 00:15:39,210
Zie, U hebt mijn dagen een handbreed
gemaakt en mijn levensduur is voor

265
00:15:39,210 --> 00:15:40,890
U als niets.

266
00:15:40,890 --> 00:15:46,050
Ja, ieder mens is niet meer dan
een zucht, hoe vast hij ook staat.

267
00:15:46,050 --> 00:15:50,250
Sela Ja, de mens loopt
rond in een schijnbeeld.

268
00:15:50,250 --> 00:15:53,310
Ja, tevergeefs is men onrustig.

269
00:15:53,310 --> 00:15:57,450
Men brengt van alles bijeen en
weet niet wie het binnenhalen zal.

270
00:15:57,450 --> 00:16:00,150
En nu, wat verwacht ik, Heere?

271
00:16:00,150 --> 00:16:04,710
Mijn hoop, die is op U! Red
mij van al mijn overtredingen,

272
00:16:04,710 --> 00:16:07,350
maak mij niet tot een smaad voor de dwaas.

273
00:16:07,350 --> 00:16:12,930
Ik ben verstomd, ik zal mijn mond
niet opendoen, want Ú hebt het gedaan.

274
00:16:12,930 --> 00:16:18,330
Neem Uw plaag van mij weg; ik ben
bezweken door de bestrijding van Uw hand.

275
00:16:18,330 --> 00:16:21,390
Bestraft U iemand met straffen
om zijn ongerechtigheid,

276
00:16:21,390 --> 00:16:24,510
dan doet U zijn aantrekkelijkheid
als een mot teniet.

277
00:16:24,510 --> 00:16:27,210
Ja, ieder mens is een zucht.

278
00:16:27,210 --> 00:16:32,730
Sela Luister naar mijn gebed,
HEERE, neem mijn hulpgeroep ter ore,

279
00:16:32,730 --> 00:16:37,350
zwijg niet bij mijn tranen, want ik ben
een vreemdeling bij U, een bijwoner,

280
00:16:37,350 --> 00:16:38,850
zoals al mijn vaderen.

281
00:16:38,850 --> 00:16:42,030
Wend Uw blik van mij af,
zodat ik mij verkwik,

282
00:16:42,030 --> 00:16:44,550
voordat ik heenga en er niet meer ben.

283
00:16:44,550 --> 00:16:48,030
Met andere woorden, hij
onderging een bepaalde vorm van

284
00:16:48,030 --> 00:16:49,710
kastijding door de Heere.

285
00:16:49,710 --> 00:16:53,430
Hij besefte dat die vanwege
bepaalde zonden kwam.

286
00:16:53,430 --> 00:16:55,770
Daarom zegt hij in vers 8:

287
00:16:55,770 --> 00:16:58,410
Bevrijd me van al mijn overtredingen.

288
00:16:58,410 --> 00:17:01,650
Hij besefte dat hij iets
verkeerds had gedaan.

289
00:17:01,650 --> 00:17:04,470
Er was een bepaalde crisis
in zijn leven gekomen.

290
00:17:04,470 --> 00:17:08,070
Hij was zich bewust geworden
van zijn eigen sterfelijkheid,

291
00:17:08,070 --> 00:17:10,230
van de ijdelheid van het leven.

292
00:17:10,230 --> 00:17:13,290
Dat gebeurt ook vaak met
ons wanneer we ziek zijn,

293
00:17:13,290 --> 00:17:17,130
wanneer we rekening houden met de
mogelijkheid dat we zullen sterven,

294
00:17:17,130 --> 00:17:22,470
of wanneer we onder Gods hand zijn,
ons vanwege onze zonden schuldig voelen

295
00:17:22,470 --> 00:17:26,550
en ons beginnen af te vragen of iets
wat we in ons leven hebben gedaan

296
00:17:26,550 --> 00:17:28,170
de moeite waard was.

297
00:17:28,170 --> 00:17:32,670
Dat waren, denk ik, enkele van de
gedachten die in hem brandden en die

298
00:17:32,670 --> 00:17:34,050
hij had geuit.

299
00:17:34,050 --> 00:17:40,050
Hij zweeg; dat wil zeggen, hij sprak zich
niet uit, in elk geval niet overhaast,

300
00:17:40,050 --> 00:17:42,930
omdat hij wist dat dit van God kwam.

301
00:17:42,930 --> 00:17:47,130
God was Degene Die dit
over hem bracht. Hij zegt:

302
00:17:47,130 --> 00:17:48,570
Ik zei niets.

303
00:17:48,570 --> 00:17:53,370
Eerst bewaarde hij het stilzwijgen, maar
uiteindelijk kon hij, zoals we weten,

304
00:17:53,370 --> 00:17:54,990
niet langer zwijgen.

305
00:17:54,990 --> 00:18:00,270
De reden waarom hij niet eerder sprak, was
dat hij besefte dat Gods hand erin was.

306
00:18:00,270 --> 00:18:05,430
Hij wilde niet ontrouw of oneerbiedig
spreken over God en Zijn handelen.

307
00:18:05,430 --> 00:18:07,050
In vers 11 staat:

308
00:18:07,050 --> 00:18:10,770
Wanneer U iemand met bestraffingen
terechtwijst vanwege zijn zonden.

309
00:18:10,770 --> 00:18:15,210
Dit doet opnieuw vermoeden dat de psalmist
vanwege een bepaalde zonde een vorm

310
00:18:15,210 --> 00:18:17,430
van kastijding ondergaat:

311
00:18:17,430 --> 00:18:21,270
laat U al zijn schoonheid
wegkwijnen als door een mot.

312
00:18:21,270 --> 00:18:25,110
Ieder mens is werkelijk
vergankelijk. Sela.

313
00:18:25,110 --> 00:18:28,111
De schoonheid van de
mens, wat dat dan ook is —

314
00:18:28,111 --> 00:18:33,090
misschien heb je daar een verwijzing
in de kantlijn; mijn Bijbel heeft die

315
00:18:33,090 --> 00:18:34,410
— smelt weg.

316
00:18:34,410 --> 00:18:37,890
In die verwijzing in de
kantlijn staat in plaats van

317
00:18:37,890 --> 00:18:41,730
Bestraft U iemand met straffen
om zijn ongerechtigheid,

318
00:18:41,730 --> 00:18:45,150
dan doet U zijn aantrekkelijkheid
als een mot teniet.

319
00:18:45,150 --> 00:18:48,270
Ja, ieder mens is een zucht. Sela

320
00:18:48,270 --> 00:18:49,470
het volgende:

321
00:18:49,470 --> 00:18:51,810
dat wat aantrekkelijk aan hem is.

322
00:18:51,810 --> 00:18:54,930
Het gaat dus niet specifiek
om schoonheid in de zin van

323
00:18:54,930 --> 00:18:58,770
lichamelijke aantrekkelijkheid,
maar meer om alles aan hem

324
00:18:58,770 --> 00:19:02,490
wat hem benijdenswaardig
of begerenswaardig maakt.

325
00:19:02,490 --> 00:19:06,870
Wanneer God hem slaat, neemt dat min of
meer alles weg waarop de mens zich kan

326
00:19:06,870 --> 00:19:09,930
beroemen, alles wat hem
zelfvertrouwen geeft

327
00:19:09,930 --> 00:19:14,310
en waardoor andere mensen hem
benijden en willen zijn zoals hij.

328
00:19:14,310 --> 00:19:17,730
God kan een mens beslist
van al die dingen beroven.

329
00:19:17,730 --> 00:19:23,310
Het leven van de mens blijkt even zinloos
en even broos te zijn als dat van een mot,

330
00:19:23,310 --> 00:19:26,010
die natuurlijk gemakkelijk
kan worden platgedrukt.

331
00:19:26,010 --> 00:19:28,350
Dat kan de mens voor God ook.

332
00:19:28,350 --> 00:19:32,550
Luister naar mijn gebed, HEERE,
neem mijn hulpgeroep ter ore,

333
00:19:32,550 --> 00:19:37,410
zwijg niet bij mijn tranen, want ik ben
een vreemdeling bij U, een bijwoner,

334
00:19:37,410 --> 00:19:38,850
zoals al mijn vaderen.

335
00:19:38,850 --> 00:19:41,610
David was op dat moment,
voor zover wij weten,

336
00:19:41,610 --> 00:19:44,550
niet werkelijk een
vreemdeling en een bijwoner.

337
00:19:44,550 --> 00:19:48,090
Tenzij hij toevallig in de grot
van Adullam was en rondtrok

338
00:19:48,090 --> 00:19:50,250
en zich voor Saul verborg.

339
00:19:50,250 --> 00:19:51,870
Dan was hij dat letterlijk.

340
00:19:51,870 --> 00:19:55,350
Maar misschien zegt hij dat hij
niet in deze wereld thuishoort.

341
00:19:55,350 --> 00:19:58,530
Mijn leven hier is
kort. Er moet meer zijn.

342
00:19:58,530 --> 00:20:01,770
Mijn blijvende thuis
moet ergens anders zijn.

343
00:20:01,770 --> 00:20:06,630
In deze wereld ben ik een vreemdeling en
een pelgrim, zoals mijn vaderen dat waren.

344
00:20:06,630 --> 00:20:10,110
Dat is natuurlijk ook wat ons in
het Nieuwe Testament wordt verteld.

345
00:20:10,110 --> 00:20:15,270
In 1 Petrus, hoofdstuk 2 en vers
11, meen ik, wordt ons gezegd:

346
00:20:15,270 --> 00:20:19,710
Geliefden, ik roep u op als bijwoners
en vreemdelingen u te onthouden van de

347
00:20:19,710 --> 00:20:23,670
vleselijke begeerten, die
strijd voeren tegen de ziel.

348
00:20:23,670 --> 00:20:26,970
Wend Uw blik van mij af,
zodat ik mij verkwik,

349
00:20:26,970 --> 00:20:29,490
voordat ik heenga en er niet meer ben.

350
00:20:29,490 --> 00:20:32,910
Mogelijk was zijn probleem dat
zijn gezondheid tekortschoot.

351
00:20:32,910 --> 00:20:36,750
De Engelse vertaling waarop de
spreker zich baseert, luidt hier:

352
00:20:36,750 --> 00:20:40,890
„dat ik weer op krachten kom, voordat
ik heenga en er niet meer ben.”

353
00:20:40,890 --> 00:20:45,390
Het lijkt er dus op dat Gods slag hem
op dat moment trof vanwege een niet

354
00:20:45,390 --> 00:20:49,590
nader genoemde ongerechtigheid
en zich mogelijk uitte in ziekte.

355
00:20:49,590 --> 00:20:53,670
Hij was zich ervan bewust geworden
hoe kort en broos zijn leven was en

356
00:20:53,670 --> 00:20:55,350
hij peinsde daarover.

357
00:20:55,350 --> 00:20:59,490
Hij wilde niet te onbezonnen spreken of
in aanwezigheid van slechte mensen spreken

358
00:20:59,490 --> 00:21:02,910
over zijn verwarring of
wanhoop, omdat hij dacht dat God

359
00:21:02,910 --> 00:21:05,910
daardoor misschien in een kwaad
daglicht zou komen te staan.

360
00:21:05,910 --> 00:21:11,430
Hij wist dat God Degene was Die dit deed
en hij wilde niet te onbezonnen spreken.

361
00:21:11,430 --> 00:21:15,810
Maar uiteindelijk moest hij er in
elk geval met God over spreken.

362
00:21:15,810 --> 00:21:19,170
Of hij antwoord kreeg, wordt
in de psalm niet vermeld,

363
00:21:19,170 --> 00:21:23,730
maar we kunnen er zeker van zijn dat
hij het uiteindelijk beter begreep.

364
00:21:23,730 --> 00:21:30,450
Nu moeten we verdergaan naar Psalm 42
en 43, die samen moeten worden gelezen.

365
00:21:30,450 --> 00:21:34,470
Ik zeg dat ze bij elkaar horen
vanwege enkele heel duidelijke

366
00:21:34,470 --> 00:21:36,570
verbanden tussen die twee.

367
00:21:36,570 --> 00:21:41,910
Zo staat er in Psalm 42, vers 9,
in de tweede helft van dat vers:

368
00:21:41,910 --> 00:21:46,710
Ik zeg tegen God: Mijn
rots, waarom vergeet U mij?

369
00:21:46,710 --> 00:21:51,150
Waarom ga ik in het zwart gehuld,
door de onderdrukking van de vijand?

370
00:21:51,150 --> 00:21:56,130
In de volgende psalm staat in de
tweede helft van vers 2 hetzelfde:

371
00:21:56,130 --> 00:21:58,770
Want U bent de God van mijn kracht.

372
00:21:58,770 --> 00:22:00,871
Waarom verstoot U mij dan ?

373
00:22:00,871 --> 00:22:06,030
Waarom ga ik steeds in het zwart gehuld,
door de onderdrukking van de vijand?

374
00:22:06,030 --> 00:22:12,750
Psalm 42 vers 9 en Psalm 43 vers
2 bevatten allebei die uitspraak.

375
00:22:12,750 --> 00:22:18,450
Nog opmerkelijker is dat er een
refrein staat dat tweemaal in Psalm 42

376
00:22:18,450 --> 00:22:21,750
en eenmaal in Psalm 43 voorkomt.

377
00:22:21,750 --> 00:22:26,610
Dat staat in Psalm 42, de verzen 5 en 11:

378
00:22:26,610 --> 00:22:31,470
Wat buigt u zich neer, mijn
ziel, en bent u onrustig in mij?

379
00:22:31,470 --> 00:22:34,230
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven

380
00:22:34,230 --> 00:22:37,890
voor de volkomen verlossing
van Zijn aangezicht.

381
00:22:37,890 --> 00:22:39,270
In vers 11:

382
00:22:39,270 --> 00:22:44,190
Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en wat bent u onrustig in mij?

383
00:22:44,190 --> 00:22:47,370
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven;

384
00:22:47,370 --> 00:22:52,170
Hij is de volkomen verlossing
van mijn aangezicht en mijn God.

385
00:22:52,170 --> 00:22:56,190
In de volgende psalm, Psalm 43, vers 5:

386
00:22:56,190 --> 00:23:00,690
Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en wat bent u onrustig in mij?

387
00:23:00,690 --> 00:23:03,750
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven;

388
00:23:03,750 --> 00:23:07,770
Hij is de volkomen verlossing
van mijn aangezicht en mijn God.

389
00:23:07,770 --> 00:23:10,290
Je kunt zien dat daar een refrein staat.

390
00:23:10,290 --> 00:23:14,730
Blijkbaar zijn deze twee psalmen dus
geschreven om op soortgelijke momenten

391
00:23:14,730 --> 00:23:16,110
gezongen te worden.

392
00:23:16,110 --> 00:23:21,510
Of misschien waren ze ooit één psalm
en zijn ze later in tweeën verdeeld.

393
00:23:21,510 --> 00:23:25,350
De psalm lijkt geschreven te
zijn door iemand in ballingschap.

394
00:23:25,350 --> 00:23:30,090
Of misschien was hij niet in ballingschap,
maar om een andere reden in elk geval

395
00:23:30,090 --> 00:23:34,770
ver van zijn vaderland, mogelijk
vanwege een veldslag of iets dergelijks.

396
00:23:34,770 --> 00:23:38,430
Maar wat uit de verzen 1 tot
en met 4 naar voren komt,

397
00:23:38,430 --> 00:23:43,110
lijkt erop te wijzen dat de schrijver
misschien een van de tempelzangers was.

398
00:23:43,110 --> 00:23:47,430
Hij leidde het volk vroeger op
feestdagen zingend de tempel binnen

399
00:23:47,430 --> 00:23:50,010
en had de leiding bij de feestelijkheden.

400
00:23:50,010 --> 00:23:53,250
Maar nu mist hij dat, omdat
hij daar niet meer is.

401
00:23:53,250 --> 00:23:55,230
Hij is niet in Jeruzalem.

402
00:23:55,230 --> 00:23:58,890
Hij bevindt zich zelfs ergens
ten noorden van Jeruzalem.

403
00:23:58,890 --> 00:24:01,470
Waarom hij daar is, weten we niet.

404
00:24:01,470 --> 00:24:05,790
Maar het is duidelijk dat hij graag
thuis zou zijn en dat dit niet kan.

405
00:24:05,790 --> 00:24:07,290
Daarom hijgt hij.

406
00:24:07,290 --> 00:24:11,970
Hij verlangt naar de aanwezigheid van
God, die hij zich herinnert uit wat hij in

407
00:24:11,970 --> 00:24:13,890
Jeruzalem heeft ervaren.

408
00:24:13,890 --> 00:24:15,990
Hij heeft eigenlijk heimwee.

409
00:24:15,990 --> 00:24:22,770
Dit refrein, dat in de verzen 5 en 11 en
in vers 5 van de volgende psalm terugkomt,

410
00:24:22,770 --> 00:24:26,670
is in wezen het middel waarmee
hij zichzelf moed inspreekt.

411
00:24:26,670 --> 00:24:29,850
Hij verlangt naar iets
wat hij niet kan krijgen.

412
00:24:29,850 --> 00:24:35,310
Toch vertrouwt hij erop dat zijn hoop op
God gevestigd is en dat zijn verlangens

413
00:24:35,310 --> 00:24:36,870
nog vervuld zullen worden.

414
00:24:36,870 --> 00:24:41,790
Uiteindelijk zal God zijn verlangens
vervullen en hem weer naar huis brengen.

415
00:24:41,790 --> 00:24:47,910
Dat komt vooral tot uitdrukking
in Psalm 43, de verzen 3 en 4,

416
00:24:47,910 --> 00:24:52,410
waar hij zijn vertrouwen uitspreekt dat
hij naar de tabernakels in Jeruzalem zal

417
00:24:52,410 --> 00:24:56,730
terugkeren en opnieuw
diezelfde vreugde zal hebben.

418
00:24:56,730 --> 00:24:59,850
Intussen is hij afgesneden
van zijn vaderland.

419
00:24:59,850 --> 00:25:01,710
Hij mist de vieringen.

420
00:25:01,710 --> 00:25:06,090
Hij mist God, omdat God natuurlijk
voornamelijk in de tempel benaderd moest

421
00:25:06,090 --> 00:25:09,630
worden en veel minder op andere plaatsen.

422
00:25:09,630 --> 00:25:14,130
Al blijkt duidelijk dat hij ook
kan bidden wanneer hij weg is.

423
00:25:14,130 --> 00:25:20,070
Maar hij miste het genot van de feestdagen
waaraan de Joden zoveel waarde hechtten,

424
00:25:20,070 --> 00:25:25,770
en het zingen met de gemeente, waarvan
wij weten dat het zo’n grote vreugde is.

425
00:25:25,770 --> 00:25:28,830
Hij zou willen dat hij daar kon zijn.

426
00:25:28,830 --> 00:25:32,910
In plaats van heel de gemeente om
zich heen te hebben die samen met hem

427
00:25:32,910 --> 00:25:37,770
lofzangen zingt, heeft hij zijn
vijanden die hem beschimpen en zeggen:

428
00:25:37,770 --> 00:25:41,610
Waar is jouw God? Waarom
heeft Hij je nu verlaten?

429
00:25:41,610 --> 00:25:43,650
Daarom treurt hij echt.

430
00:25:43,650 --> 00:25:46,050
Hij is werkelijk diepbedroefd.

431
00:25:46,050 --> 00:25:49,710
Hij spreekt drie keer zijn
eigen ziel toe en zegt:

432
00:25:49,710 --> 00:25:52,710
Waarom ben je zo
terneergeslagen, mijn ziel?

433
00:25:52,710 --> 00:25:57,330
Het lijkt erop dat zijn omstandigheden
het antwoord op die vraag geven.

434
00:25:57,330 --> 00:26:02,790
Mijn ziel is terneergeslagen omdat
ik ver van huis ben en heimwee heb.

435
00:26:02,790 --> 00:26:06,270
Maar door die vraag te
stellen, geeft hij aan dat er

436
00:26:06,270 --> 00:26:11,490
ondanks die redenen nog altijd geen
reden is om terneergeslagen te zijn.

437
00:26:11,490 --> 00:26:15,210
Je hebt nog altijd geen goede
reden om terneergeslagen te zijn.

438
00:26:15,210 --> 00:26:19,950
Ik zal mijn wegen bewaren, zei ik,
zodat ik niet zondig met mijn tong;

439
00:26:19,950 --> 00:26:24,871
ik zal mijn mond met een muilkorf bewaren,
zolang de goddeloze tegenover mij staat .

440
00:26:24,871 --> 00:26:29,670
Ik was verstomd en hield mij
stil, ik zweeg van het goede.

441
00:26:29,670 --> 00:26:34,110
Maar mijn lijden werd heviger, mijn
hart werd heet in mijn binnenste.

442
00:26:34,110 --> 00:26:39,630
Een vuur ontbrandde bij mijn zuchten;
toen sprak ik met mijn tong: HEERE,

443
00:26:39,630 --> 00:26:43,350
maak mij mijn einde bekend en
wat de maat van mijn dagen is,

444
00:26:43,350 --> 00:26:45,930
zodat ik weet hoe vergankelijk ik ben.

445
00:26:45,930 --> 00:26:50,490
Zie, U hebt mijn dagen een handbreed
gemaakt en mijn levensduur is voor

446
00:26:50,490 --> 00:26:51,990
U als niets.

447
00:26:51,990 --> 00:26:56,850
Ja, ieder mens is niet meer dan
een zucht, hoe vast hij ook staat.

448
00:26:56,850 --> 00:27:00,810
Sela Ja, de mens loopt
rond in een schijnbeeld.

449
00:27:00,810 --> 00:27:03,690
Ja, tevergeefs is men onrustig.

450
00:27:03,690 --> 00:27:07,650
Men brengt van alles bijeen en
weet niet wie het binnenhalen zal.

451
00:27:07,650 --> 00:27:10,110
En nu, wat verwacht ik, Heere?

452
00:27:10,110 --> 00:27:14,790
Mijn hoop, die is op U! Red
mij van al mijn overtredingen,

453
00:27:14,790 --> 00:27:17,250
maak mij niet tot een smaad voor de dwaas.

454
00:27:17,250 --> 00:27:22,710
Ik ben verstomd, ik zal mijn mond
niet opendoen, want Ú hebt het gedaan.

455
00:27:22,710 --> 00:27:27,690
Neem Uw plaag van mij weg; ik ben
bezweken door de bestrijding van Uw hand.

456
00:27:27,690 --> 00:27:30,750
Bestraft U iemand met straffen
om zijn ongerechtigheid,

457
00:27:30,750 --> 00:27:33,990
dan doet U zijn aantrekkelijkheid
als een mot teniet.

458
00:27:33,990 --> 00:27:36,750
Ja, ieder mens is een zucht.

459
00:27:36,750 --> 00:27:41,730
Sela Luister naar mijn gebed,
HEERE, neem mijn hulpgeroep ter ore,

460
00:27:41,730 --> 00:27:46,470
zwijg niet bij mijn tranen, want ik ben
een vreemdeling bij U, een bijwoner,

461
00:27:46,470 --> 00:27:48,090
zoals al mijn vaderen.

462
00:27:48,090 --> 00:27:51,150
Wend Uw blik van mij af,
zodat ik mij verkwik,

463
00:27:51,150 --> 00:27:53,190
voordat ik heenga en er niet meer ben.

464
00:27:53,190 --> 00:27:57,150
Met andere woorden, ondanks
deze omstandigheden zou je

465
00:27:57,150 --> 00:28:01,590
ziel opgewekt en blij moeten kunnen
zijn, vanwege je hoop dat God voor

466
00:28:01,590 --> 00:28:03,030
alles zal zorgen.

467
00:28:03,030 --> 00:28:06,870
Je hoop is niet noodzakelijkerwijs dat
je op dit moment in Jeruzalem bent,

468
00:28:06,870 --> 00:28:10,230
maar eenvoudigweg dat
God nog altijd bij je is.

469
00:28:10,230 --> 00:28:12,330
God heeft plannen met je leven.

470
00:28:12,330 --> 00:28:17,550
God zal je hier doorheen helpen en heeft
daarna iets goeds voor je in petto.

471
00:28:17,550 --> 00:28:21,690
In dit geval is de psalmist ervan
overtuigd dat dat goede een terugkeer

472
00:28:21,690 --> 00:28:23,250
naar Jeruzalem is.

473
00:28:23,250 --> 00:28:27,930
Als we deze psalm, of deze
psalmen, op onszelf toepassen,

474
00:28:27,930 --> 00:28:33,270
is dat refrein in vers vijf en elf,
en in vers vijf van de volgende psalm,

475
00:28:33,270 --> 00:28:37,470
heel goed om uit ons hoofd te leren
en ons voor de geest te halen.

476
00:28:37,470 --> 00:28:42,510
Het is namelijk in feite een gesprek
tussen de twee elementen in de mens:

477
00:28:42,510 --> 00:28:45,810
tussen zijn emoties en zijn overtuigingen.

478
00:28:45,810 --> 00:28:48,810
In zijn emoties gaat hij op en neer.

479
00:28:48,810 --> 00:28:51,390
Daar wordt met zijn ziel naar verwezen.

480
00:28:51,390 --> 00:28:54,150
Zijn ziel gaat op en neer.

481
00:28:54,150 --> 00:28:58,290
Ze is terneergeslagen, en op andere
momenten herinnert hij zich tijden waarop

482
00:28:58,290 --> 00:29:02,490
ze opgetogen was, omdat hij met
grote blijdschap naar de tempel ging,

483
00:29:02,490 --> 00:29:07,350
terwijl andere mensen de liederen van
Sion zongen en iedereen enthousiast was.

484
00:29:07,350 --> 00:29:09,990
Zijn ziel gaat op en neer.

485
00:29:09,990 --> 00:29:15,450
Maar er is iets diepers in hem, zijn
geest, en die heeft overtuigingen.

486
00:29:15,450 --> 00:29:18,450
In feite spreekt zijn geest zijn ziel toe.

487
00:29:18,450 --> 00:29:22,050
Het stabiele deel van hem,
dat een sterk geloof heeft en

488
00:29:22,050 --> 00:29:26,310
vaste overtuigingen over Gods trouw,
spreekt het veranderlijkere deel van hem

489
00:29:26,310 --> 00:29:32,310
toe: zijn emoties, die in kringetjes en
op en neer gaan en zo veranderlijk zijn.

490
00:29:32,310 --> 00:29:35,010
Natuurlijk kennen we
deze ervaring heel goed.

491
00:29:35,010 --> 00:29:37,530
We hebben onze hoogte- en dieptepunten.

492
00:29:37,530 --> 00:29:40,170
We hebben tijden van
onredelijke neerslachtigheid

493
00:29:40,170 --> 00:29:42,390
en tijden van opgetogenheid.

494
00:29:42,390 --> 00:29:45,870
Er zijn tijden waarop we niet
weten waarom we ons zo goed voelen,

495
00:29:45,870 --> 00:29:48,930
tijden waarop we niet weten
waarom we ons zo slecht voelen,

496
00:29:48,930 --> 00:29:52,590
en tijden waarop we wel weten
waarom we ons zo slecht voelen,

497
00:29:52,590 --> 00:29:54,870
omdat alles zo slecht gaat.

498
00:29:54,870 --> 00:29:57,930
Toch weten we dat we ons niet
slecht zouden moeten voelen,

499
00:29:57,930 --> 00:30:01,230
omdat we nog betere redenen
hebben om blij te zijn.

500
00:30:01,230 --> 00:30:03,030
God heeft immers beloofd:

501
00:30:03,030 --> 00:30:05,850
En wij weten dat voor
hen die God liefhebben,

502
00:30:05,850 --> 00:30:10,470
alle dingen meewerken ten goede, voor
hen namelijk die overeenkomstig Zijn

503
00:30:10,470 --> 00:30:12,210
voornemen geroepen zijn.

504
00:30:12,210 --> 00:30:14,070
Dat is onze overtuiging.

505
00:30:14,070 --> 00:30:17,910
Onze overtuiging is dat
God aan onze kant staat.

506
00:30:17,910 --> 00:30:22,650
Onze overtuiging is dat God, wat
onze huidige omstandigheden ook zijn,

507
00:30:22,650 --> 00:30:27,870
ze kan veranderen en ze zal veranderen
en ze voor ons ten goede zal keren,

508
00:30:27,870 --> 00:30:31,590
zodat de dag zal komen waarop we het
weer gemakkelijk zullen vinden om

509
00:30:31,590 --> 00:30:33,210
ons te verheugen.

510
00:30:33,210 --> 00:30:36,030
Daarom kunnen we nu
tegen onze ziel spreken.

511
00:30:36,030 --> 00:30:40,590
Dan spreekt de stem van onze overtuiging
tegen onze emotionele kant en zegt:

512
00:30:40,590 --> 00:30:44,670
‘Luister, ziel, rustig aan. Richt je op.

513
00:30:44,670 --> 00:30:46,590
Wees niet terneergeslagen.

514
00:30:46,590 --> 00:30:51,570
Waarom verkeer je in deze toestand?
Hoop je niet op God? Kom nou.’

515
00:30:51,570 --> 00:30:55,110
Het zijn zijn overtuigingen die
zijn emotionele mens bemoedigen.

516
00:30:55,110 --> 00:30:59,010
We moeten leren dit te doen, in plaats
van toe te laten dat onze emoties

517
00:30:59,010 --> 00:31:00,990
onze persoonlijkheid beheersen.

518
00:31:00,990 --> 00:31:03,510
Er is beslist niets mis met emoties.

519
00:31:03,510 --> 00:31:09,210
Emoties zijn prachtige dingen, en wat zou
de wereld dor zijn als we ze niet hadden.

520
00:31:09,210 --> 00:31:14,070
Maar als onze emoties ons beheersen,
maakt dat ons heel instabiel,

521
00:31:14,070 --> 00:31:20,130
omdat emoties zo sterk op en neer gaan,
soms zonder enige rationele oorzaak.

522
00:31:20,130 --> 00:31:24,750
Het is noodzakelijk dat we met onze
wil onze innerlijke mens beheersen.

523
00:31:24,750 --> 00:31:30,150
We moeten zeggen: ‘Luister, God heeft
alles onder controle. Kom erbovenop.

524
00:31:30,150 --> 00:31:32,490
God zit nog altijd op de troon.

525
00:31:32,490 --> 00:31:34,410
Waarom ben je zo van streek?’

526
00:31:34,410 --> 00:31:36,450
In een van de Spreuken staat:

527
00:31:36,450 --> 00:31:40,830
Zoals een opengebroken stad zonder
muur, zo is een man die zijn

528
00:31:40,830 --> 00:31:42,810
geest niet in bedwang houdt.

529
00:31:42,810 --> 00:31:46,830
Dit betekent dat als je geen beheersing
hebt over je innerlijke mens,

530
00:31:46,830 --> 00:31:49,530
je weerloos bent tegen de vijand.

531
00:31:49,530 --> 00:31:52,710
De vijand kan jou en
je emoties manipuleren

532
00:31:52,710 --> 00:31:55,230
en je een goed of slecht gevoel geven,

533
00:31:55,230 --> 00:31:59,070
afhankelijk van de omstandigheden
die hij toevallig teweegbrengt.

534
00:31:59,070 --> 00:32:03,870
Terwijl je in werkelijkheid het recht
hebt om van je ziel te eisen dat ze op een

535
00:32:03,870 --> 00:32:06,090
bepaalde manier reageert.

536
00:32:06,090 --> 00:32:11,310
Dat betekent niet dat je jezelf
eenvoudigweg moed kunt of moet inpraten.

537
00:32:11,310 --> 00:32:14,670
Als je werkelijk verdriet
hebt, moet je niet zomaar een

538
00:32:14,670 --> 00:32:18,810
onechte glimlach opzetten en
zeggen: ‘Ik ga gelukkig zijn,’

539
00:32:18,810 --> 00:32:21,090
en doen alsof niets je raakt.

540
00:32:21,090 --> 00:32:26,490
Het betekent echter wel dat je de balans
van je emoties moet opmaken en zeggen:

541
00:32:26,490 --> 00:32:29,490
‘Deze emoties zijn goed of verkeerd.

542
00:32:29,490 --> 00:32:33,690
Als dit verkeerde emoties zijn,
kies ik ervoor ze te overwinnen.

543
00:32:33,690 --> 00:32:34,950
Ik ga ze bevelen.

544
00:32:34,950 --> 00:32:37,410
Ik ga er gezag over uitoefenen.’

545
00:32:37,410 --> 00:32:42,450
Die Schrifttekst die ik
je gaf, is Spreuken 25:28:

546
00:32:42,450 --> 00:32:45,150
Wie zichzelf niet in
bedwang heeft, is als een

547
00:32:45,150 --> 00:32:47,850
stad die verwoest is en geen muren heeft.

548
00:32:47,850 --> 00:32:52,290
Er zijn veel plaatsen in de Psalmen die
spreken over het bevelen van onze ziel om

549
00:32:52,290 --> 00:32:54,090
verschillende dingen te doen.

550
00:32:54,090 --> 00:32:58,530
In deze psalm, waar we nu naar
kijken, wordt aan mijn ziel gevraagd:

551
00:32:58,530 --> 00:33:03,270
Wat buigt u zich neer, mijn
ziel, en bent u onrustig in mij?

552
00:33:03,270 --> 00:33:07,230
Hoop op God, want ik zal Hem weer
loven voor de volkomen verlossing

553
00:33:07,230 --> 00:33:08,970
van Zijn aangezicht.

554
00:33:08,970 --> 00:33:13,050
Daarmee wordt bedoeld: ‘Houd op
met terneergeslagen te zijn.’

555
00:33:13,050 --> 00:33:19,890
In een andere psalm, Psalm 62:5, beveelt
de psalmist zijn ziel om op God te

556
00:33:19,890 --> 00:33:22,290
wachten. Met andere woorden:

557
00:33:22,290 --> 00:33:28,170
Zeker, mijn ziel, zwijg voor God,
want van Hem is mijn verwachting.

558
00:33:28,170 --> 00:33:31,290
Met andere woorden, wees niet zo bezorgd.

559
00:33:31,290 --> 00:33:36,090
Wees niet zo onrustig.
Kalmeer gewoon. Wees geduldig.

560
00:33:36,090 --> 00:33:39,630
Dat is Psalm 62:5.

561
00:33:39,630 --> 00:33:44,970
Ook in Psalm 116:7 zegt hij
daadwerkelijk tegen zijn ziel:

562
00:33:44,970 --> 00:33:50,670
Mijn ziel, keer terug tot uw rust,
want de HEERE is goed voor u geweest.

563
00:33:50,670 --> 00:33:57,090
Met andere woorden: kalmeer, wees
geduldig en raak niet onrustig, ziel.

564
00:33:57,090 --> 00:33:59,970
In Psalm 103:1 zegt hij:

565
00:33:59,970 --> 00:34:02,010
Een psalm van David.

566
00:34:02,010 --> 00:34:07,470
Loof de HEERE, mijn ziel, en al
wat in mij is, Zijn heilige Naam.

567
00:34:07,470 --> 00:34:10,890
Hij gebiedt zijn ziel
daadwerkelijk om God te gaan loven

568
00:34:10,890 --> 00:34:13,530
en al Zijn weldaden niet te vergeten.

569
00:34:13,530 --> 00:34:15,870
Dat is de rationele kant van de mens

570
00:34:15,870 --> 00:34:20,310
die tegen zijn minder rationele
kant spreekt en zegt: „Luister,

571
00:34:20,310 --> 00:34:23,370
laten we ons hier rationeel gedragen.

572
00:34:23,370 --> 00:34:27,870
We moeten niet alle weldaden vergeten
die we van God hebben ontvangen.”

573
00:34:27,870 --> 00:34:30,630
Daarom is er alle reden
om de Heere te loven,

574
00:34:30,630 --> 00:34:34,290
ongeacht hoe we op dit moment
geneigd zijn ons te voelen.

575
00:34:34,290 --> 00:34:37,410
In Psalm 146:1 staat:

576
00:34:37,410 --> 00:34:40,950
Halleluja! Mijn ziel, loof de HEERE.

577
00:34:40,950 --> 00:34:43,710
In Psalm 35:9 staat:

578
00:34:43,710 --> 00:34:47,070
Dan zal mijn ziel zich
in de HEERE verblijden,

579
00:34:47,070 --> 00:34:49,830
zij zal zich verheugen in Zijn heil.

580
00:34:49,830 --> 00:34:52,050
Dat is een beslissing die hij neemt.

581
00:34:52,050 --> 00:34:53,730
Ik zal blij zijn.

582
00:34:53,730 --> 00:34:57,030
Mijn ziel zal zich verblijden in God.

583
00:34:57,030 --> 00:35:01,710
Een andere belangrijke psalm die te maken
heeft met het nemen van beslissingen over

584
00:35:01,710 --> 00:35:06,870
je emoties en je zielenleven, en in
wezen met het heersen over je ziel,

585
00:35:06,870 --> 00:35:09,630
is Psalm 25:1:

586
00:35:09,630 --> 00:35:12,870
Tot U, HEERE, hef ik mijn ziel op.

587
00:35:12,870 --> 00:35:17,430
In wezen bied ik mijn ziel
aan God aan. Ik gebied haar.

588
00:35:17,430 --> 00:35:19,290
Ik geef haar bevelen.

589
00:35:19,290 --> 00:35:23,430
Ik redeneer met haar, omdat
mijn ziel vaak niet redelijk is,

590
00:35:23,430 --> 00:35:25,470
ook al lijkt ze soms redelijk.

591
00:35:25,470 --> 00:35:29,910
De psalmist gelooft in dit geval dat hij
een reden heeft om terneergeslagen te

592
00:35:29,910 --> 00:35:34,110
zijn, maar vervolgens beseft hij
dat hij nog betere redenen heeft

593
00:35:34,110 --> 00:35:35,850
om dat niet te zijn.

594
00:35:35,850 --> 00:35:39,990
Zijn redenen om terneergeslagen
te zijn, zijn duidelijk genoeg.

595
00:35:39,990 --> 00:35:41,670
Hij heeft heimwee.

596
00:35:41,670 --> 00:35:43,950
Hij mist de vroegere tijd.

597
00:35:43,950 --> 00:35:48,330
De moed zinkt hem in de schoenen wanneer
hij terugdenkt aan de feesten waarvan hij

598
00:35:48,330 --> 00:35:53,250
vroeger genoot, toen hij het volk
voorging in gezang, enzovoort.

599
00:35:53,250 --> 00:35:55,650
Maar nu is dat allemaal voorbij.

600
00:35:55,650 --> 00:35:58,050
Aan de andere kant heeft hij hoop.

601
00:35:58,050 --> 00:36:01,710
Hij weet dat God trouw
is, dat God goed is,

602
00:36:01,710 --> 00:36:06,390
en dat als hij op God vertrouwt en
zijn zaak onder gebed aan God voorlegt,

603
00:36:06,390 --> 00:36:08,730
alles ten goede zal uitwerken.

604
00:36:08,730 --> 00:36:14,730
Daarom gebiedt hij zijn ziel op God te
hopen, hoopvol te zijn, blij te zijn,

605
00:36:14,730 --> 00:36:20,130
de Heere te loven, enzovoort, zoals in
die andere psalmen die we hebben genoemd.

606
00:36:20,130 --> 00:36:25,470
Laten we kijken naar de psalmen die
voor ons liggen, Psalm 42 en 43:

607
00:36:25,470 --> 00:36:28,350
Zoals een hert schreeuwt
naar de waterstromen,

608
00:36:28,350 --> 00:36:31,410
zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!

609
00:36:31,410 --> 00:36:34,890
Mijn ziel dorst naar
God, naar de levende God.

610
00:36:34,890 --> 00:36:38,790
Wanneer zal ik binnengaan om voor
Gods aangezicht te verschijnen?

611
00:36:38,790 --> 00:36:42,210
Mijn tranen zijn mij tot
voedsel, dag en nacht,

612
00:36:42,210 --> 00:36:46,530
omdat zij de hele dag tegen
mij zeggen: Waar is uw God?

613
00:36:46,530 --> 00:36:50,070
Hieraan denk ik en ik
stort mijn ziel in mij uit:

614
00:36:50,070 --> 00:36:54,150
hoe ik meeging in de stoet en
met hen optrok naar Gods huis,

615
00:36:54,150 --> 00:36:59,490
onder luide vreugdezang en lof
liederen : een feestvierende menigte.

616
00:36:59,490 --> 00:37:03,630
Wat buigt u zich neer, mijn
ziel, en bent u onrustig in mij?

617
00:37:03,630 --> 00:37:06,270
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven

618
00:37:06,270 --> 00:37:09,330
voor de volkomen verlossing
van Zijn aangezicht.

619
00:37:09,330 --> 00:37:12,210
Dat is het eerste
gedeelte van deze psalmen.

620
00:37:12,210 --> 00:37:15,450
We zien dat hij zichzelf
vergelijkt met een dorstig hert,

621
00:37:15,450 --> 00:37:19,110
misschien in een tijd van droogte,
wanneer het naar de waterbeken rent,

622
00:37:19,110 --> 00:37:21,390
maar die allemaal opgedroogd zijn.

623
00:37:21,390 --> 00:37:23,550
Het dorst en hijgt.

624
00:37:23,550 --> 00:37:25,830
Zo voelt hij zich in zijn geest.

625
00:37:25,830 --> 00:37:29,550
Hij voelt dat hij eenvoudigweg
verlangt naar die vroegere tijd,

626
00:37:29,550 --> 00:37:31,710
toen hij voor God kon verschijnen.

627
00:37:31,710 --> 00:37:34,410
Zoals hij aan het einde van vers 2 zegt:

628
00:37:34,410 --> 00:37:36,450
Wanneer zal ik voor God verschijnen?

629
00:37:36,450 --> 00:37:41,730
Dat betekent: „Wanneer zal ik naar Uw
tempel komen en daar voor U verschijnen?”

630
00:37:41,730 --> 00:37:45,150
Hij zegt: „Ik heb niets
dan tranen te eten gehad.

631
00:37:45,150 --> 00:37:47,850
Ik heb als het ware
dorst gehad naar water,

632
00:37:47,850 --> 00:37:51,450
maar het enige water dat ik
heb gehad, zijn mijn tranen.

633
00:37:51,450 --> 00:37:55,890
En daarvan heb ik een overvloed gehad,
omdat mensen me bespotten en zeggen:

634
00:37:55,890 --> 00:37:57,030
‘Waar is je God nu?

635
00:37:57,030 --> 00:38:01,230
Als je ergens een God hebt, waarom
laat Hij je dit dan doormaken?’”

636
00:38:01,230 --> 00:38:05,010
Het doet hem niet alleen verdriet
omdat hij de goede oude tijd mist,

637
00:38:05,010 --> 00:38:07,770
maar ook omdat hij geen
goed antwoord heeft.

638
00:38:07,770 --> 00:38:10,710
Hij weet niet hoe hij de
heidenen moet antwoorden.

639
00:38:10,710 --> 00:38:14,430
Hij heeft het gevoel dat God
hierdoor ook gesmaad wordt,

640
00:38:14,430 --> 00:38:17,790
en daarom is zijn verdriet des te heviger.

641
00:38:17,790 --> 00:38:21,090
In vers 4 noemt hij wat hij zo erg mist.

642
00:38:21,090 --> 00:38:25,710
Hij herinnert zich hoe hij vroeger
op heilige dagen, op feestdagen,

643
00:38:25,710 --> 00:38:30,870
met de menigte naar het huis van God ging
en daar vreugde- en lofliederen zong.

644
00:38:30,870 --> 00:38:34,230
Wat waren dat goede oude
tijden. Maar hij zegt:

645
00:38:34,230 --> 00:38:37,230
Zoals een hert schreeuwt
naar de waterstromen,

646
00:38:37,230 --> 00:38:40,350
zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!

647
00:38:40,350 --> 00:38:43,830
Mijn ziel dorst naar
God, naar de levende God.

648
00:38:43,830 --> 00:38:47,550
Wanneer zal ik binnengaan om voor
Gods aangezicht te verschijnen?

649
00:38:47,550 --> 00:38:50,730
Mijn tranen zijn mij tot
voedsel, dag en nacht,

650
00:38:50,730 --> 00:38:54,930
omdat zij de hele dag tegen
mij zeggen: Waar is uw God?

651
00:38:54,930 --> 00:38:58,650
Hieraan denk ik en ik
stort mijn ziel in mij uit:

652
00:38:58,650 --> 00:39:02,850
hoe ik meeging in de stoet en
met hen optrok naar Gods huis,

653
00:39:02,850 --> 00:39:08,130
onder luide vreugdezang en lof
liederen : een feestvierende menigte.

654
00:39:08,130 --> 00:39:12,450
Wat buigt u zich neer, mijn
ziel, en bent u onrustig in mij?

655
00:39:12,450 --> 00:39:16,110
Hoop op God, want ik zal Hem weer
loven voor de volkomen verlossing

656
00:39:16,110 --> 00:39:17,670
van Zijn aangezicht.

657
00:39:17,670 --> 00:39:21,510
Dat wil zeggen dat alleen al de
herinnering aan die goede dingen

658
00:39:21,510 --> 00:39:24,930
zijn huidige situatie des
te bitterder doet lijken.

659
00:39:24,930 --> 00:39:29,310
Vervolgens gebiedt hij in vers 5
zijn ziel om weer moed te vatten

660
00:39:29,310 --> 00:39:31,470
en vertrouwen te hebben in God.

661
00:39:31,470 --> 00:39:33,930
In vers 6 verandert hij van beeldspraak.

662
00:39:33,930 --> 00:39:38,310
Hij spreekt over zichzelf als iemand die
op zee heen en weer wordt geslingerd,

663
00:39:38,310 --> 00:39:41,550
daar waar hij geen vaste grond
meer onder zijn voeten heeft,

664
00:39:41,550 --> 00:39:44,250
terwijl grote golven over hem heen slaan.

665
00:39:44,250 --> 00:39:48,690
Dat is opnieuw een beschrijving van zijn
huidige beproevingen. Maar hij zegt:

666
00:39:48,690 --> 00:39:52,110
Mijn God, mijn ziel
buigt zich neer in mij,

667
00:39:52,110 --> 00:39:56,730
daarom denk ik aan U vanuit het land
van de Jordaan en het Hermongebergte,

668
00:39:56,730 --> 00:39:58,830
vanuit het laaggebergte.

669
00:39:58,830 --> 00:40:03,690
Watervloed roept tot watervloed,
terwijl Uw waterkolken bruisen;

670
00:40:03,690 --> 00:40:07,530
al Uw baren en Uw golven
zijn over mij heen gegaan.

671
00:40:07,530 --> 00:40:11,340
Maar de HEERE zal overdag Zijn
goedertierenheid gebieden;

672
00:40:11,340 --> 00:40:17,010
's nachts zal Zijn lied bij mij zijn,
een gebed tot de God van mijn leven.

673
00:40:17,010 --> 00:40:21,210
Ik zeg tegen God: Mijn
rots, waarom vergeet U mij?

674
00:40:21,210 --> 00:40:25,350
Waarom ga ik in het zwart gehuld,
door de onderdrukking van de vijand?

675
00:40:25,350 --> 00:40:29,370
Met een doodsteek in mijn beenderen
honen mijn tegenstanders mij,

676
00:40:29,370 --> 00:40:33,270
omdat zij de hele dag tegen
mij zeggen: Waar is uw God?

677
00:40:33,270 --> 00:40:38,670
Dat is wat hem blijft kwellen, zowel in
deze strofe als in de eerdere strofe.

678
00:40:38,670 --> 00:40:40,230
Dan zegt hij opnieuw:

679
00:40:40,230 --> 00:40:45,210
Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en wat bent u onrustig in mij?

680
00:40:45,210 --> 00:40:48,330
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven;

681
00:40:48,330 --> 00:40:52,590
Hij is de volkomen verlossing
van mijn aangezicht en mijn God.

682
00:40:52,590 --> 00:40:57,630
Nu zegt hij: „Ik mis de vroegere
dagen, toen ik Hem altijd loofde.

683
00:40:57,630 --> 00:41:00,750
Nou, ik zal die dagen opnieuw meemaken.”

684
00:41:00,750 --> 00:41:04,470
Er staan hier een paar verzen die een
beetje moeilijk te begrijpen zijn,

685
00:41:04,470 --> 00:41:08,010
eigenlijk de verzen 6 en 8. Hij zegt:

686
00:41:08,010 --> 00:41:11,610
Mijn God, diep vanbinnen
ben ik terneergeslagen;

687
00:41:11,610 --> 00:41:15,150
daarom zal ik aan U denken
vanuit het land van de Jordaan.

688
00:41:15,150 --> 00:41:19,830
Dit is het land ten noorden van Israël,
en hij noemt het land van de Hermonieten.

689
00:41:19,830 --> 00:41:24,510
De berg Hermon was in feite de plaats waar
Jezus Zijn discipelen mee naartoe nam toen

690
00:41:24,510 --> 00:41:28,110
Hij probeerde te ontkomen aan de
publiciteit die Hij in het latere deel van

691
00:41:28,110 --> 00:41:29,250
Zijn bediening kreeg.

692
00:41:29,250 --> 00:41:33,270
Hij ging toen naar Caesarea
Filippi en vroeg Zijn discipelen:

693
00:41:33,270 --> 00:41:35,550
Wie zeggen de mensen dat Ik ben?

694
00:41:35,550 --> 00:41:38,910
Caesarea Filippi lag,
voor zover ik het begrijp,

695
00:41:38,910 --> 00:41:41,610
ongeveer halverwege de berg Hermon.

696
00:41:41,610 --> 00:41:45,390
Dat was vlak bij de plaats waar
de bron van de Jordaan ligt.

697
00:41:45,390 --> 00:41:49,410
De rivier de Jordaan begint daar
werkelijk, op de berg Hermon,

698
00:41:49,410 --> 00:41:51,630
in het bergmassief daar.

699
00:41:51,630 --> 00:41:56,850
De bronnen die samenkomen en de rivier
de Jordaan vormen, ontspringen daar.

700
00:41:56,850 --> 00:42:01,590
Dat is waarschijnlijk waarnaar in
vers 7 wordt verwezen, waar staat:

701
00:42:01,590 --> 00:42:06,450
Watervloed roept tot watervloed,
terwijl Uw waterkolken bruisen;

702
00:42:06,450 --> 00:42:09,990
al Uw baren en Uw golven
zijn over mij heen gegaan.

703
00:42:09,990 --> 00:42:13,170
Met andere woorden: de
bronnen van de rivier.

704
00:42:13,170 --> 00:42:16,410
Hij hoort de bronnen
waaruit de Jordaan voortkomt

705
00:42:16,410 --> 00:42:20,610
en herinnert zich hoe de Jordaan,
toen hij in het land Israël was,

706
00:42:20,610 --> 00:42:23,130
zo’n vertrouwd symbool van thuis was.

707
00:42:23,130 --> 00:42:27,270
Het was de grens van zijn eigen
land, de grens van Israël.

708
00:42:27,270 --> 00:42:32,190
Nu bevindt hij zich op de plaats waar die
rivier begint, maar hij is ver van huis.

709
00:42:32,190 --> 00:42:35,910
Hij hoort het bruisen van het
water en herinnert zich waar dat

710
00:42:35,910 --> 00:42:37,530
water heen stroomt.

711
00:42:37,530 --> 00:42:42,210
Terwijl hij de bronnen hoort opborrelen
en het water naar beneden hoort sijpelen,

712
00:42:42,210 --> 00:42:45,270
kan hij zich voor de geest
halen waarheen het stroomt.

713
00:42:45,270 --> 00:42:49,470
Het stroomt verder naar het
zuiden, vlak langs Jeruzalem.

714
00:42:49,470 --> 00:42:52,110
Daar roept de diepte tot de diepte.

715
00:42:52,110 --> 00:42:55,350
Wat dat ook betekent, het
is niet helemaal duidelijk.

716
00:42:55,350 --> 00:42:58,590
Het is mogelijk dat hij zegt
dat er iets diep in hem is,

717
00:42:58,590 --> 00:43:03,030
dat bepaalde diepe verlangens roepen
tot het diepste deel van zijn ziel.

718
00:43:03,030 --> 00:43:05,310
Het is echter niet zeker
dat hij dat bedoelt,

719
00:43:05,310 --> 00:43:09,570
want „de diepte” zou een verwijzing
naar de oceaan kunnen zijn.

720
00:43:09,570 --> 00:43:12,630
In dat geval is de
betekenis niet zo duidelijk.

721
00:43:12,630 --> 00:43:17,790
We weten dat hij in het laatste deel
van vers 7 wel spreekt over golven en

722
00:43:17,790 --> 00:43:22,050
baren die over hem heen gaan, alsof
hij zich in de oceaan bevindt.

723
00:43:22,050 --> 00:43:26,250
Het is dus niet helemaal duidelijk,
maar één ding is wel duidelijk:

724
00:43:26,250 --> 00:43:30,870
hij bevindt zich in het land ten
noorden van Israël, bij de berg Hermon,

725
00:43:30,870 --> 00:43:32,790
bij de bron van de Jordaan.

726
00:43:32,790 --> 00:43:37,170
Het geluid van de bronnen van de
Jordaan brengt hem, tot zijn verdriet,

727
00:43:37,170 --> 00:43:41,790
de rivier de Jordaan in herinnering,
die langs zijn woonplaats stroomt.

728
00:43:41,790 --> 00:43:46,830
In de laatste woorden van vers
6 wordt de heuvel Mizar genoemd.

729
00:43:46,830 --> 00:43:50,370
Mizar zou een van de bergen in
het Hermonmassief kunnen zijn,

730
00:43:50,370 --> 00:43:54,270
of het is mogelijk dat het
een ironische verwijzing is.

731
00:43:54,270 --> 00:43:57,750
Mizar betekent letterlijk
„de kleine heuvel”.

732
00:43:57,750 --> 00:44:02,790
Hoewel de berg Hermon vergeleken met
de berg Sion een zeer hoge berg is,

733
00:44:02,790 --> 00:44:08,010
stelt de berg Hermon wat betekenis betreft
weinig voor vergeleken met de berg Sion.

734
00:44:08,010 --> 00:44:11,430
De berg Sion is misschien niet
zo hoog als de berg Hermon,

735
00:44:11,430 --> 00:44:16,590
maar wat zijn belang en betekenis
betreft is hij veel, veel groter,

736
00:44:16,590 --> 00:44:20,550
want daar heeft God Zijn woonplaats
gevestigd, in Zijn tempel.

737
00:44:20,550 --> 00:44:24,990
Misschien spreekt hij ironisch over
deze grote berg waarop hij stond

738
00:44:24,990 --> 00:44:29,910
en noemt hij hem „die kleine heuvel”, in
tegenstelling tot zijn eigen woonplaats,

739
00:44:29,910 --> 00:44:32,250
die op de berg Sion is gebouwd.

740
00:44:32,250 --> 00:44:34,110
Hoe dan ook, de vraag:

741
00:44:34,110 --> 00:44:38,250
Ik zeg tegen God: Mijn
rots, waarom vergeet U mij?

742
00:44:38,250 --> 00:44:42,570
Waarom ga ik in het zwart gehuld,
door de onderdrukking van de vijand?

743
00:44:42,570 --> 00:44:44,790
krijgt niet onmiddellijk een antwoord.

744
00:44:44,790 --> 00:44:48,690
Uiteindelijk moet hij concluderen
dat hij op God moet hopen.

745
00:44:48,690 --> 00:44:52,830
In Psalm 43 zien we dat
hij wat veerkrachtiger is.

746
00:44:52,830 --> 00:44:57,750
Het woord „oordelen” betekent
eigenlijk „recht verschaffen”:

747
00:44:57,750 --> 00:45:01,950
Doe mij recht, o God,
en voer mijn rechtszaak;

748
00:45:01,950 --> 00:45:05,430
bevrijd mij van het volk
zonder goedertierenheid,

749
00:45:05,430 --> 00:45:08,550
van de man van bedrog en onrecht.

750
00:45:08,550 --> 00:45:12,510
waarschijnlijk het volk dat hem
op dat moment in zijn macht had.

751
00:45:12,510 --> 00:45:15,690
Want U bent de God van mijn kracht.

752
00:45:15,690 --> 00:45:17,671
Waarom verstoot U mij dan ?

753
00:45:17,671 --> 00:45:22,470
Waarom ga ik steeds in het zwart gehuld,
door de onderdrukking van de vijand?

754
00:45:22,470 --> 00:45:27,570
Dit is dezelfde vraag die hij in
vers 9 van de vorige psalm stelde.

755
00:45:27,570 --> 00:45:31,470
Hier wordt zijn hoop op
terugkeer onder woorden gebracht:

756
00:45:31,470 --> 00:45:35,850
Zend Uw licht en Uw waarheid;
laten die mij leiden,

757
00:45:35,850 --> 00:45:39,330
mij brengen tot Uw heilige
berg en tot Uw woningen,

758
00:45:39,330 --> 00:45:41,130
waarmee Sion wordt bedoeld,

759
00:45:41,130 --> 00:45:47,190
zodat ik kan gaan naar Gods altaar,
naar God, mijn blijdschap, mijn vreugde;

760
00:45:47,190 --> 00:45:51,630
en ik U met de harp kan
loven, o God, mijn God!

761
00:45:51,630 --> 00:45:55,530
Hij ziet uit naar een tijd waarin hij
terug kan gaan naar het altaar in de

762
00:45:55,530 --> 00:46:00,570
tempel, naar de heilige berg Sion, en
weer met de anderen op de harp kan spelen

763
00:46:00,570 --> 00:46:02,010
en kan zingen.

764
00:46:02,010 --> 00:46:07,830
In feite zegt hij: „Zend Uw licht en
waarheid uit en stuur mij naar huis.”

765
00:46:07,830 --> 00:46:11,910
Het licht en de waarheid verwijzen
blijkbaar naar Gods trouw

766
00:46:11,910 --> 00:46:14,910
en naar het feit dat Hij Zijn woord houdt.

767
00:46:14,910 --> 00:46:20,490
In wezen zegt hij: „Zend in Uw trouw
de uiting van Uw trouw door mij naar

768
00:46:20,490 --> 00:46:21,870
huis te sturen.”

769
00:46:21,870 --> 00:46:24,870
Dan roept hij in vers 5
opnieuw tot zijn ziel:

770
00:46:24,870 --> 00:46:29,610
Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en wat bent u onrustig in mij?

771
00:46:29,610 --> 00:46:32,670
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven;

772
00:46:32,670 --> 00:46:36,570
Hij is de volkomen verlossing
van mijn aangezicht en mijn God.

773
00:46:36,570 --> 00:46:39,810
Daarin ligt voor ons een waardevolle les:

774
00:46:39,810 --> 00:46:42,990
we moeten onze ziel
bevelen de uiteindelijke

775
00:46:42,990 --> 00:46:47,070
werkelijkheden onder ogen te zien, in
plaats van heen en weer geslingerd te

776
00:46:47,070 --> 00:46:51,630
worden op de golven van onze
huidige, tijdelijke ervaringen.

777
00:46:51,630 --> 00:46:54,510
Psalm 44 is zeer betekenisvol.

778
00:46:54,510 --> 00:46:57,630
Het was blijkbaar een gebed dat
werd uitgesproken in een tijd

779
00:46:57,630 --> 00:46:59,610
van nationale nederlaag.

780
00:46:59,610 --> 00:47:04,290
Het is een zoektocht naar een
antwoord, een zoektocht naar een reden.

781
00:47:04,290 --> 00:47:08,130
Zo vaak vragen we ons af:
„Waarom zijn we verslagen?”

782
00:47:08,130 --> 00:47:13,110
Het oppervlakkige antwoord dat gewoonlijk
wordt gegeven, luidt: „Je hebt gezondigd,

783
00:47:13,110 --> 00:47:18,330
en daarom heb je deze moeilijkheden
gehad en word je gestraft of getuchtigd.”

784
00:47:18,330 --> 00:47:22,530
Dat is natuurlijk het antwoord dat
de vertroosters van Job hem gaven:

785
00:47:22,530 --> 00:47:27,630
„De reden dat je deze problemen hebt, is
dat er een bepaalde zonde in je leven is.”

786
00:47:27,630 --> 00:47:32,970
Maar Job wist dat dit niet waar was,
en hij zocht naar een dieper antwoord.

787
00:47:32,970 --> 00:47:36,510
Er moet hier meer aan de hand
zijn dan dat oppervlakkige,

788
00:47:36,510 --> 00:47:40,350
afgezaagde principe van zonde en straf.

789
00:47:40,350 --> 00:47:46,530
In deze psalm weet de schrijver vrij zeker
dat hij en zijn volk onschuldig zijn aan

790
00:47:46,530 --> 00:47:48,630
enige specifieke zonde.

791
00:47:48,630 --> 00:47:51,690
Ze hebben zich niet met
afgoderij ingelaten.

792
00:47:51,690 --> 00:47:57,090
Ze zijn, zeggen ze, met hun schreden
niet van Gods wegen afgeweken.

793
00:47:57,090 --> 00:48:01,770
Daarom vragen ze zich af waarom ze deze
verpletterende nederlaag hebben geleden,

794
00:48:01,770 --> 00:48:06,510
die in vers 9 tot en met 16 wordt
beschreven: de nederlaag van het volk.

795
00:48:06,510 --> 00:48:09,030
Het ging waarschijnlijk
om een bepaalde veldslag

796
00:48:09,030 --> 00:48:13,290
waarbij ze hoge verwachtingen van de
overwinning hadden, maar die ze verloren,

797
00:48:13,290 --> 00:48:15,510
waardoor ze de moed kwijtraakten.

798
00:48:15,510 --> 00:48:21,030
De psalm begint met de woorden: „God,
we herinneren ons de dagen van vroeger,

799
00:48:21,030 --> 00:48:25,410
toen we de verhalen hoorden over
grote helden als Jozua, bijvoorbeeld,

800
00:48:25,410 --> 00:48:27,930
en over de tijd waarin U prachtige,

801
00:48:27,930 --> 00:48:31,770
geweldige overwinningen tot stand
bracht voor het volk van God.

802
00:48:31,770 --> 00:48:33,570
Wat is er nu dan anders?

803
00:48:33,570 --> 00:48:37,230
Het enige wat anders is, is
de uitslag van de strijd,

804
00:48:37,230 --> 00:48:39,510
want we zien nog steeds naar U uit.

805
00:48:39,510 --> 00:48:45,090
We houden onze handen nog steeds rein en
proberen te voorkomen dat we U beledigen.

806
00:48:45,090 --> 00:48:50,130
We kunnen geen enkele reden bedenken
waarom U ons niet te hulp bent gekomen.”

807
00:48:50,130 --> 00:48:53,310
Ik weet dat iedereen die
de kerkgeschiedenis leest,

808
00:48:53,310 --> 00:48:56,430
en in het bijzonder de
geschiedenis van opwekkingen,

809
00:48:56,430 --> 00:48:58,950
voortdurend zulke vragen heeft.

810
00:48:58,950 --> 00:49:01,230
Waarom is er nu geen opwekking?

811
00:49:01,230 --> 00:49:03,330
Waarom gebeurt dit nu niet?

812
00:49:03,330 --> 00:49:07,290
We lezen het boek Handelingen
en zien al die wonderen.

813
00:49:07,290 --> 00:49:09,930
Waarom zien wij die wonderen nu niet?

814
00:49:09,930 --> 00:49:13,830
Waarom bidden we voor de zieken en
lacht de duivel ons soms gewoon in

815
00:49:13,830 --> 00:49:15,390
ons gezicht uit?

816
00:49:15,390 --> 00:49:20,190
Of we proberen een demon uit te
drijven, en soms gaan ze eruit en soms

817
00:49:20,190 --> 00:49:24,150
grijnzen ze ons alleen
maar spottend aan. Waarom?

818
00:49:24,150 --> 00:49:27,630
Waarom die nederlagen? Wat is er anders?

819
00:49:27,630 --> 00:49:30,090
We hebben gehoord over
de dagen van vroeger,

820
00:49:30,090 --> 00:49:34,470
toen het leek alsof de demonen altijd
op de vlucht sloegen voor de gemeente.

821
00:49:34,470 --> 00:49:35,970
Maar wat is er nu anders?

822
00:49:35,970 --> 00:49:40,350
Opnieuw zijn er allerlei oppervlakkige
antwoorden die gegeven kunnen worden:

823
00:49:40,350 --> 00:49:44,730
gebrek aan geloof, zonde in
het kamp, of zulke dingen.

824
00:49:44,730 --> 00:49:48,570
Sommige daarvan kunnen in veel
gevallen het juiste antwoord zijn.

825
00:49:48,570 --> 00:49:52,110
Maar er zijn tijden geweest
dat ik vroeg: „Heere,

826
00:49:52,110 --> 00:49:54,330
waarom werd die persoon niet genezen?

827
00:49:54,330 --> 00:49:57,390
Heere, waarom ging die demon er niet uit?”

828
00:49:57,390 --> 00:50:01,530
terwijl ik wist dat het antwoord
geen gebrek aan geloof of zonde was,

829
00:50:01,530 --> 00:50:05,790
omdat die in de betreffende
situatie niet aanwezig waren.

830
00:50:05,790 --> 00:50:08,610
Er moest een dieper antwoord zijn.

831
00:50:08,610 --> 00:50:11,730
Waarom deze nederlaag
bij deze gelegenheid?

832
00:50:11,730 --> 00:50:15,750
Ik geloof dat deze psalm tegen
de tijd dat je aan het einde komt

833
00:50:15,750 --> 00:50:20,010
misschien op een antwoord zinspeelt,
maar het grootste deel van de psalm

834
00:50:20,010 --> 00:50:23,850
beschrijft de crisis en
stelt de vraag: „Waarom?”

835
00:50:23,850 --> 00:50:25,470
Het gaat als volgt:

836
00:50:25,470 --> 00:50:28,530
O God, met onze oren
hebben wij het gehoord,

837
00:50:28,530 --> 00:50:33,390
onze vaderen hebben het ons verteld:
U hebt een werk gedaan in hun dagen,

838
00:50:33,390 --> 00:50:34,650
in de dagen vanouds.

839
00:50:34,650 --> 00:50:40,590
Ú hebt de heidenvolken met Uw
hand verdreven, maar hén geplant.

840
00:50:40,590 --> 00:50:45,210
U hebt de volken kwaad aangedaan,
maar hén zich laten uitbreiden.

841
00:50:45,210 --> 00:50:50,191
— dat wil zeggen: de Joden in hun
land plantte in de dagen van Jozua —

842
00:50:50,191 --> 00:50:54,630
Want zij hebben het land niet door
hun zwaard in bezit genomen en hún

843
00:50:54,630 --> 00:50:58,830
arm heeft hun geen verlossing
gegeven, maar Uw rechterhand,

844
00:50:58,830 --> 00:51:03,810
Uw arm en het licht van Uw aangezicht,
omdat U hun goedgezind was.

845
00:51:03,810 --> 00:51:08,370
Hij zegt: „Ik begrijp uit de verhalen
die ik uit het verleden heb gehoord

846
00:51:08,370 --> 00:51:12,210
dat U onze vaderen grote
overwinningen in de strijd gaf,

847
00:51:12,210 --> 00:51:17,010
en we weten dat dit niet kwam doordat
ze eenvoudigweg grote helden of

848
00:51:17,010 --> 00:51:18,930
grote krijgslieden waren.

849
00:51:18,930 --> 00:51:22,770
Het was niet hun zwaard;
het was Uw zwaard.

850
00:51:22,770 --> 00:51:24,810
Het was Uw hand.

851
00:51:24,810 --> 00:51:29,010
Het was Uw gunst over hen
waardoor ze dat konden doen.”

852
00:51:29,010 --> 00:51:32,070
Hoe zit het met vandaag? Vers 4:

853
00:51:32,070 --> 00:51:37,590
Ú bent mijn Koning, o God; gebied
volkomen verlossing voor Jakob!

854
00:51:37,590 --> 00:51:40,710
Nu zegt hij: „Hoe zit het met vandaag?

855
00:51:40,710 --> 00:51:43,290
Wij hebben ook een paar
overwinningen nodig.”

856
00:51:43,290 --> 00:51:46,530
De woorden „gebied volkomen verlossing”

857
00:51:46,530 --> 00:51:50,670
betekenen in het Hebreeuws letterlijk
„overwinningen verordenen”.

858
00:51:50,670 --> 00:51:55,770
Hij zegt: „Verorden overwinningen
voor Jakob, of Israël.

859
00:51:55,770 --> 00:52:00,450
U bent onze Koning, net zoals U
de Koning van onze vaderen was.

860
00:52:00,450 --> 00:52:03,570
Waarom hebben wij niet de
overwinningen die zij hadden?”

861
00:52:03,570 --> 00:52:04,710
Er staat:

862
00:52:04,710 --> 00:52:10,050
Door U stoten wij onze tegenstanders
neer, in Uw Naam vertrappen wij

863
00:52:10,050 --> 00:52:11,790
wie tegen ons opstaan.

864
00:52:11,790 --> 00:52:16,350
Want ik vertrouw niet op mijn boog,
mijn zwaard zal mij niet verlossen.

865
00:52:16,350 --> 00:52:21,810
Met andere woorden: „Net zoals onze
vaderen niet door hun eigen zwaard wonnen,

866
00:52:21,810 --> 00:52:25,710
vertrouw ik niet op mijn
zwaard; ik vertrouw op U.

867
00:52:25,710 --> 00:52:28,650
Waarom lijden we dan
zo’n grote nederlaag?”

868
00:52:28,650 --> 00:52:29,730
Er staat:

869
00:52:29,730 --> 00:52:35,430
Maar U verlost ons van onze tegenstanders,
U maakt wie ons haten, beschaamd.

870
00:52:35,430 --> 00:52:38,130
Daarmee bedoelt hij
waarschijnlijk het verleden.

871
00:52:38,130 --> 00:52:42,090
Deze verlossing was slechts
tijdelijk, want vanaf vers 9

872
00:52:42,090 --> 00:52:44,490
wordt de nederlaag beschreven.

873
00:52:44,490 --> 00:52:47,790
Niettemin hebt U ons verstoten
en te schande gemaakt,

874
00:52:47,790 --> 00:52:50,490
omdat U met onze legers niet oprukt.

875
00:52:50,490 --> 00:52:54,330
U doet ons terugdeinzen voor de
tegenstander, en wie ons haten,

876
00:52:54,330 --> 00:52:57,090
plunderen ons uit ten bate van zichzelf.

877
00:52:57,090 --> 00:53:00,090
U geeft ons over als
schapen om op te eten,

878
00:53:00,090 --> 00:53:02,850
U verstrooit ons onder de heidenvolken.

879
00:53:02,850 --> 00:53:07,050
U verkoopt Uw volk voor weinig
geld, U verhoogt hun prijs niet.

880
00:53:07,050 --> 00:53:11,430
Het is alsof we als slaven zijn
verkocht, maar er is een verschil.

881
00:53:11,430 --> 00:53:14,070
Wanneer mensen als slaven worden verkocht,

882
00:53:14,070 --> 00:53:18,330
maakt degene die hen verkoopt daar
gewoonlijk ten minste enige winst op.

883
00:53:18,330 --> 00:53:23,070
Maar U hebt ons als slaven verkocht
en hebt er geen voordeel van gehad.

884
00:53:23,070 --> 00:53:27,390
U hebt ons bij wijze van spreken
gewoon weggegeven. Hij zegt:

885
00:53:27,390 --> 00:53:33,690
U maakt ons tot smaad voor onze buren,
tot spot en schimp voor wie ons omringen.

886
00:53:33,690 --> 00:53:36,210
Dit is het gevolg van de nederlaag.

887
00:53:36,210 --> 00:53:40,590
De nederlaag wordt beschreven
in de verzen 9 tot en met 12.

888
00:53:40,590 --> 00:53:44,430
Maar vanwege die nederlaag
lachen en spotten de vijanden.

889
00:53:44,430 --> 00:53:47,130
Dat is in veel gevallen
ook zo met de gemeente.

890
00:53:47,130 --> 00:53:51,510
Veel mensen bespotten de gemeente, die
maar heel weinig kracht lijkt te hebben,

891
00:53:51,510 --> 00:53:56,610
hoewel wij grote dingen beweren over de
kracht van God en geweldig roemen in God,

892
00:53:56,610 --> 00:54:00,090
zoals hij hier ook doet in
de verzen 6 tot en met 8.

893
00:54:00,090 --> 00:54:01,770
In vers 8 zegt hij:

894
00:54:01,770 --> 00:54:08,190
In God roemen wij de hele dag, Uw Naam
zullen wij voor eeuwig loven. Sela

895
00:54:08,190 --> 00:54:11,550
Geweldig. Maar wat is het probleem?

896
00:54:11,550 --> 00:54:14,670
God is deze keer niet met
onze legers uitgetrokken.

897
00:54:14,670 --> 00:54:18,630
Wij hebben over Hem geroemd,
maar Hij is niet komen opdagen.

898
00:54:18,630 --> 00:54:22,110
Nu bespotten de heidenen ons
en zijn wij te schande gemaakt.

899
00:54:22,110 --> 00:54:25,710
Dat is bij de gemeente bij veel
gelegenheden het geval geweest.

900
00:54:25,710 --> 00:54:30,630
Wij beweren bepaalde dingen vol trots
over God, maar Hij komt niet opdagen.

901
00:54:30,630 --> 00:54:32,190
Wat is het probleem?

902
00:54:32,190 --> 00:54:36,570
U maakt ons tot een spreekwoord onder de
heidenvolken en doet de natiën het hoofd

903
00:54:36,570 --> 00:54:37,530
over ons schudden.

904
00:54:37,530 --> 00:54:40,530
dat wil zeggen: een voorwerp van spot,

905
00:54:40,530 --> 00:54:45,090
De hele dag zie ik mijn schande voor
mij en schaamte bedekt mijn gezicht,

906
00:54:45,090 --> 00:54:47,970
vanwege de stem van wie
mij hoont en lastert,

907
00:54:47,970 --> 00:54:50,970
vanwege de vijand en de wraakzuchtige.

908
00:54:50,970 --> 00:54:53,790
In vers 15 zegt hij dat de spot en de

909
00:54:53,790 --> 00:54:56,370
smaad waarmee de heidenen
hen hebben overladen,

910
00:54:56,370 --> 00:55:00,210
zijn blijven hangen en ervoor
hebben gezorgd dat hij zelf ook

911
00:55:00,210 --> 00:55:02,130
zo over hen is gaan denken.

912
00:55:02,130 --> 00:55:06,870
Hij is niet alleen verslagen; ze
zijn werkelijk gedemoraliseerd.

913
00:55:06,870 --> 00:55:10,650
Ze zijn zo terneergeslagen
als maar mogelijk is.

914
00:55:10,650 --> 00:55:12,570
In vers 17 staat:

915
00:55:12,570 --> 00:55:16,590
Dit alles is ons overkomen,
toch hebben wij U niet vergeten

916
00:55:16,590 --> 00:55:18,810
of Uw verbond verloochend.

917
00:55:18,810 --> 00:55:24,210
In wezen zegt hij: „Als wij U hadden
verlaten en afgoden hadden aanbeden,

918
00:55:24,210 --> 00:55:27,210
dan zouden wij deze
situatie kunnen begrijpen.

919
00:55:27,210 --> 00:55:28,830
Dat zou logisch zijn.

920
00:55:28,830 --> 00:55:33,150
Als wij zondigen, zullen wij zeker
door de vijand verslagen worden.

921
00:55:33,150 --> 00:55:35,370
U zult dan niet met ons meegaan.

922
00:55:35,370 --> 00:55:37,590
Maar daar is hier geen sprake van.”

923
00:55:37,590 --> 00:55:38,790
Hij zegt:

924
00:55:38,790 --> 00:55:42,990
Dit alles is ons overkomen, toch
hebben wij U niet vergeten of

925
00:55:42,990 --> 00:55:44,850
Uw verbond verloochend.

926
00:55:44,850 --> 00:55:49,890
Ons hart is niet teruggeweken en onze
schreden zijn niet van Uw pad geweken,

927
00:55:49,890 --> 00:55:53,310
ook al hebt U ons in een oord
van jakhalzen verpletterd,

928
00:55:53,310 --> 00:55:56,310
en ons met een schaduw
van de dood overdekt.

929
00:55:56,310 --> 00:55:59,070
Als wij de Naam van
onze God hadden vergeten

930
00:55:59,070 --> 00:56:04,170
en onze handen hadden uitgebreid naar een
vreemde god, zou God dat niet onderzoeken?

931
00:56:04,170 --> 00:56:07,050
Want Hij weet wat er in
het hart verborgen ligt.

932
00:56:07,050 --> 00:56:12,570
Maar om U worden wij de hele dag gedood;
wij worden beschouwd als slachtschapen.

933
00:56:12,570 --> 00:56:15,510
Met „een oord van jakhalzen”
bedoelt hij de woestijn.

934
00:56:15,510 --> 00:56:20,610
Het is heel duidelijk dat hij zegt:
„Wij zijn niet tot afgoderij vervallen.

935
00:56:20,610 --> 00:56:23,190
Wij hebben Uw wetten niet overtreden.

936
00:56:23,190 --> 00:56:25,950
Wij hebben in deze zaak niet gezondigd.”

937
00:56:25,950 --> 00:56:30,990
Vers 22 zegt zelfs: „De enige
reden waarom wij worden afgeslacht,

938
00:56:30,990 --> 00:56:34,710
is omwille van U. Niet
vanwege onze zonden,

939
00:56:34,710 --> 00:56:36,990
niet vanwege iets wat wij hebben gedaan,

940
00:56:36,990 --> 00:56:43,230
maar alleen omwille van U.” Dat wil
zeggen: omdat wij U trouw zijn gebleven.

941
00:56:43,230 --> 00:56:45,330
Dat is het vreemdste van alles.

942
00:56:45,330 --> 00:56:49,950
Je zou denken dat onze trouw
aan U ons Uw hulp zou opleveren

943
00:56:49,950 --> 00:56:52,710
en zou voorkomen dat
wij worden afgeslacht.

944
00:56:52,710 --> 00:56:57,150
Maar juist vanwege onze trouw
aan U worden wij afgeslacht.

945
00:56:57,150 --> 00:57:00,510
Daarmee raakt hij aan een dieper
aspect van het probleem dan

946
00:57:00,510 --> 00:57:03,150
eerder in de psalm naar voren is gebracht:

947
00:57:03,150 --> 00:57:07,890
God komt ons niet altijd te hulp
alleen omdat wij aan Zijn kant staan.

948
00:57:07,890 --> 00:57:10,890
Hij komt niet altijd op de
manier die wij verwachten,

949
00:57:10,890 --> 00:57:15,390
of op de manier waarop wij zouden
vragen of die wij zouden eisen.

950
00:57:15,390 --> 00:57:20,310
Wij kunnen Hem heel trouw zijn en juist
vanwege onze trouw aan Hem lijden,

951
00:57:20,310 --> 00:57:24,510
terwijl wij zouden denken dat dit
ons niet zou moeten overkomen.

952
00:57:24,510 --> 00:57:29,190
Dit vers, vers 22, wordt
door Paulus aangehaald

953
00:57:29,190 --> 00:57:32,790
als hij spreekt over het lijden
van de christenen in de gemeente.

954
00:57:32,790 --> 00:57:37,110
Het staat in Romeinen 8:36 en 37.

955
00:57:37,110 --> 00:57:41,730
Hij haalt dit aan om te beschrijven hoe
wij de hele dag omwille van God worden

956
00:57:41,730 --> 00:57:43,710
afgeslacht als schapen.

957
00:57:43,710 --> 00:57:47,370
Daarmee bedoelt hij dat de
gemeente vervolging onderging.

958
00:57:47,370 --> 00:57:51,210
Maar anders dan de psalmist
laat Paulus daarop volgen:

959
00:57:51,210 --> 00:57:54,750
Maar in dit alles zijn wij meer
dan overwinnaars door Hem Die

960
00:57:54,750 --> 00:57:56,070
ons heeft liefgehad.

961
00:57:56,070 --> 00:58:01,290
**Verwijzing gecontroleerd:**
de spreker noemde Romeinen 8:36,

962
00:58:01,290 --> 00:58:07,890
maar de bewoording is Romeinen 8:37
(zelfde hoofdstuk, ander vers).

963
00:58:07,890 --> 00:58:12,330
De psalmist zegt: „Wij worden
omwille van U afgeslacht”,

964
00:58:12,330 --> 00:58:15,750
maar hij kan daarbij alleen
maar verwarring ervaren.

965
00:58:15,750 --> 00:58:21,030
Paulus zegt: „Ja, wij worden omwille
van Christus afgeslacht, de hele dag,

966
00:58:21,030 --> 00:58:25,350
als schapen, maar daarin zijn
wij meer dan overwinnaars.”

967
00:58:25,350 --> 00:58:28,530
Wat is het verschil tussen
Paulus en de psalmist?

968
00:58:28,530 --> 00:58:31,830
Ze verkeren allebei in
dezelfde omstandigheden.

969
00:58:31,830 --> 00:58:35,010
Ze worden allebei door
de vijand afgeslacht en

970
00:58:35,010 --> 00:58:37,950
ondergaan vervolging en ontberingen.

971
00:58:37,950 --> 00:58:42,390
Maar de een is gedemoraliseerd en
de ander is ervan overtuigd dat

972
00:58:42,390 --> 00:58:44,070
hij daarin overwint.

973
00:58:44,070 --> 00:58:49,230
Het verschil is natuurlijk dat Paulus het
voordeel had dat hij van het kruis wist.

974
00:58:49,230 --> 00:58:52,170
De psalmist wist niets van het kruis.

975
00:58:52,170 --> 00:58:56,010
Hij wist niets van Jezus
Die aan een kruis stierf,

976
00:58:56,010 --> 00:59:01,230
van de kracht die door lijden komt, of van
de manier waarop God lijden gebruikt om

977
00:59:01,230 --> 00:59:03,570
gewelddadige mensen te overwinnen.

978
00:59:03,570 --> 00:59:07,350
Paulus kon terugkijken op het
kruis van Christus en zien dat

979
00:59:07,350 --> 00:59:10,290
Jezus door te sterven de vijand overwon.

980
00:59:10,290 --> 00:59:12,690
Die dood was op zichzelf geen nederlaag,

981
00:59:12,690 --> 00:59:16,470
omdat de dood alleen maar nieuwe
soorten overwinningen inluidde.

982
00:59:16,470 --> 00:59:20,790
Als wij sterven, kunnen wij niet
meer door de vijand worden bereikt.

983
00:59:20,790 --> 00:59:24,390
Wij sterven en gaan heen
om bij de Heere te zijn.

984
00:59:24,390 --> 00:59:26,850
Dat is de uiteindelijke overwinning.

985
00:59:26,850 --> 00:59:29,550
De vijand kan nooit meer
bij ons in de buurt komen.

986
00:59:29,550 --> 00:59:32,130
Wij hebben zicht op een
geestelijker werkelijkheid

987
00:59:32,130 --> 00:59:34,770
dan waartoe de psalmist toegang had.

988
00:59:34,770 --> 00:59:38,850
Wij begrijpen dat door wat
een nederlaag lijkt te zijn,

989
00:59:38,850 --> 00:59:44,310
namelijk de dood van Jezus aan het kruis,
de werkelijke overwinning plaatsvindt.

990
00:59:44,310 --> 00:59:47,430
Hij overwon de dood door te sterven.

991
00:59:47,430 --> 00:59:51,270
Ook wij overwinnen de machten
van de dood vaak door te sterven,

992
00:59:51,270 --> 00:59:53,250
of door het martelaarschap.

993
00:59:53,250 --> 00:59:58,650
Je herinnert je dat bijna iedere keer dat
er een martelaar stierf in het Colosseum,

994
00:59:58,650 --> 01:00:03,090
er toeschouwers waren die zich
daardoor tot Christus bekeerden.

995
01:00:03,090 --> 01:00:09,030
Dat gebeurde zo vaak dat Tertullianus,
een van de schrijvers van de vroege kerk,

996
01:00:09,030 --> 01:00:13,170
zei dat het bloed van de martelaren
het zaad van de gemeente is.

997
01:00:13,170 --> 01:00:16,950
Hij zei dat telkens wanneer
een van onze martelaren valt,

998
01:00:16,950 --> 01:00:21,090
er twaalf bekeerlingen komen om
de gelederen weer aan te vullen.

999
01:00:21,090 --> 01:00:25,290
Daarmee wees hij erop dat de
gemeente de wereld feitelijk overwon

1000
01:00:25,290 --> 01:00:31,950
doordat haar leden leden en hun leven
aflegden, zoals ook Openbaring 12:11 zegt.

1001
01:00:31,950 --> 01:00:37,950
Openbaring 12:11 spreekt over hoe
satan de gemeente vervolgde en zegt:

1002
01:00:37,950 --> 01:00:41,610
En zij hebben hem overwonnen
door het bloed van het Lam

1003
01:00:41,610 --> 01:00:46,290
en door het woord van hun getuigenis,
en zij hebben hun leven niet

1004
01:00:46,290 --> 01:00:48,450
liefgehad tot in de dood.

1005
01:00:48,450 --> 01:00:52,770
Met andere woorden, door het
martelaarschap te ondergaan en hun leven

1006
01:00:52,770 --> 01:00:57,090
af te leggen, behaalden zij
daadwerkelijk de overwinning.

1007
01:00:57,090 --> 01:01:02,130
Paulus kan dus zeggen: ook al worden wij
afgeslacht omdat wij christenen zijn,

1008
01:01:02,130 --> 01:01:07,530
en ook al zouden wij kunnen zeggen dat dit
niet komt doordat wij gezondigd hebben,

1009
01:01:07,530 --> 01:01:09,570
het brengt ons niet in verwarring.

1010
01:01:09,570 --> 01:01:14,670
Want wij zien dat Jezus niet
zondigde en toch werd Hij afgeslacht.

1011
01:01:14,670 --> 01:01:19,050
Zijn dood bracht echter enkele zeer
geheimzinnige overwinningen tot stand

1012
01:01:19,050 --> 01:01:22,650
die wij met ons natuurlijke
verstand niet zouden begrijpen,

1013
01:01:22,650 --> 01:01:26,130
maar die met de geestelijke
sfeer te maken hadden.

1014
01:01:26,130 --> 01:01:30,690
Hoewel wij uiterlijk worden afgeslacht
en uiterlijk, naar het lijkt,

1015
01:01:30,690 --> 01:01:35,910
een nederlaag lijden, ervaren wij
daarom innerlijke overwinningen.

1016
01:01:35,910 --> 01:01:40,410
In al deze dingen vinden
geestelijke overwinningen plaats.

1017
01:01:40,410 --> 01:01:47,190
Dat wil zeggen: ondanks al deze vervolging
die wij ondergaan, zijn wij overwinnaars.

1018
01:01:47,190 --> 01:01:50,430
Wij zijn meer dan
overwinnaars, onder andere

1019
01:01:50,430 --> 01:01:55,830
omdat wij de neiging en de verleiding
overwinnen om ontmoedigd te raken.

1020
01:01:55,830 --> 01:02:00,210
Bovendien overwinnen wij de
wereld door ons leven af te leggen

1021
01:02:00,210 --> 01:02:02,190
ter wille van het Evangelie.

1022
01:02:02,190 --> 01:02:06,570
Daarom zegt hij op een andere plaats,
namelijk in 2 Korinthe, hoofdstuk

1023
01:02:06,570 --> 01:02:08,670
4, vers 16:

1024
01:02:08,670 --> 01:02:12,630
Daarom verliezen wij de
moed niet; integendeel,

1025
01:02:12,630 --> 01:02:17,490
ook al vergaat onze uiterlijke mens,
toch wordt de innerlijke mens van dag

1026
01:02:17,490 --> 01:02:19,230
tot dag vernieuwd.

1027
01:02:19,230 --> 01:02:22,590
Want onze lichte verdrukking,
die van korte duur is,

1028
01:02:22,590 --> 01:02:27,990
brengt in ons een allesovertreffend
eeuwig gewicht van heerlijkheid teweeg.

1029
01:02:27,990 --> 01:02:31,590
In 2 Korinthe 4, vers 16 en 17,

1030
01:02:31,590 --> 01:02:35,970
zegt hij dat onze uiterlijke
mens weliswaar vergaat en dat wij

1031
01:02:35,970 --> 01:02:39,330
Daarom verliezen wij de
moed niet; integendeel,

1032
01:02:39,330 --> 01:02:43,770
ook al vergaat onze uiterlijke mens,
toch wordt de innerlijke mens van dag

1033
01:02:43,770 --> 01:02:45,210
tot dag vernieuwd.

1034
01:02:45,210 --> 01:02:49,470
maar dat onze innerlijke mens niettemin
van dag tot dag vernieuwd wordt,

1035
01:02:49,470 --> 01:02:53,310
ook al vergaat onze uiterlijke
mens iedere dag weer iets verder.

1036
01:02:53,310 --> 01:02:55,890
Er gebeurt iets positiefs in de geest.

1037
01:02:55,890 --> 01:02:57,991
Ook al hebben wij een lichte verdrukking —

1038
01:02:57,991 --> 01:03:00,510
hij was optimistisch toen
hij die licht noemde,

1039
01:03:00,510 --> 01:03:03,990
want hij beschreef sommige van zijn
verdrukkingen in 2 Korinthe als behoorlijk

1040
01:03:03,990 --> 01:03:08,070
zwaar — vergeleken met de
heerlijkheid die ze voor ons bewerken,

1041
01:03:08,070 --> 01:03:10,230
zei hij dat ze heel licht zijn.

1042
01:03:10,230 --> 01:03:14,010
Daarom kon hij over onze lichte
verdrukking spreken als iets wat slechts

1043
01:03:14,010 --> 01:03:16,830
een ogenblik, of een korte tijd, duurt.

1044
01:03:16,830 --> 01:03:19,710
En hij kon zeggen dat
die voor ons een eeuwig

1045
01:03:19,710 --> 01:03:23,310
en alles overtreffend gewicht
van heerlijkheid bewerkt.

1046
01:03:23,310 --> 01:03:28,350
Paulus heeft hier dus het antwoord
op deze vraag: waarom lijden wij zo?

1047
01:03:28,350 --> 01:03:33,750
Niet omdat God ontevreden over ons is,
maar omdat dit een van Gods manieren is om

1048
01:03:33,750 --> 01:03:36,390
andere soorten overwinningen te behalen.

1049
01:03:36,390 --> 01:03:38,730
God heeft geheimzinnige wegen.

1050
01:03:38,730 --> 01:03:41,070
In het Oude Testament zei Hij:

1051
01:03:41,070 --> 01:03:43,410
Mijn wegen zijn niet jullie wegen.

1052
01:03:43,410 --> 01:03:48,270
Maar door Jezus legde Hij uit
wat Zijn wegen waren. Hij zei:

1053
01:03:48,270 --> 01:03:53,670
Jezus zei tegen hem: Ik ben de
Weg, de Waarheid en het Leven.

1054
01:03:53,670 --> 01:03:56,250
Niemand komt tot de Vader dan door Mij.

1055
01:03:56,250 --> 01:04:00,690
In het Oude Testament begrepen zij
de wegen van God lang niet zo goed.

1056
01:04:00,690 --> 01:04:04,050
Er waren enkele grote
verborgenheden in Gods handelen,

1057
01:04:04,050 --> 01:04:07,950
en deze psalm verwoordt een
deel van de verwarring daarover.

1058
01:04:07,950 --> 01:04:12,870
Waarom behalen wij uiterlijk geen
overwinning, ook al zijn wij rechtvaardig?

1059
01:04:12,870 --> 01:04:15,510
Omdat er een diepere weg van God was:

1060
01:04:15,510 --> 01:04:20,070
de weg naar geestelijke overwinningen
door het bloed van de martelaren,

1061
01:04:20,070 --> 01:04:24,390
door de dood en de schijnbare
nederlaag van rechtvaardige mensen.

1062
01:04:24,390 --> 01:04:26,070
Zoals Jezus zei:

1063
01:04:26,070 --> 01:04:29,490
Zalig zijn zij die vervolgd
worden om de gerechtigheid,

1064
01:04:29,490 --> 01:04:32,730
want van hen is het
Koninkrijk der hemelen.

1065
01:04:32,730 --> 01:04:35,850
Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt,

1066
01:04:35,850 --> 01:04:40,110
en door te liegen allerlei kwaad
tegen u spreekt, omwille van Mij.

1067
01:04:40,110 --> 01:04:44,250
Verblijd en verheug u, want uw
loon is groot in de hemelen,

1068
01:04:44,250 --> 01:04:48,750
want zo hebben ze de profeten
vervolgd die er vóór u geweest zijn.

1069
01:04:48,750 --> 01:04:50,550
en zij zijn gezegend.

1070
01:04:50,550 --> 01:04:53,070
Dat is een geestelijke
werkelijkheid die pas

1071
01:04:53,070 --> 01:04:56,910
duidelijk aan de mens werd getoond
toen Jezus aan het kruis stierf:

1072
01:04:56,910 --> 01:05:00,570
de volmaakt rechtvaardige
Mens werd afgeslacht en

1073
01:05:00,570 --> 01:05:03,210
onderging wat een nederlaag leek te zijn,

1074
01:05:03,210 --> 01:05:08,610
maar behaalde in werkelijkheid de grootst
denkbare overwinning voor de mensheid.

1075
01:05:08,610 --> 01:05:14,010
Het principe van het kruis is dus het
principe van overwinnen door te sterven,

1076
01:05:14,010 --> 01:05:16,410
van overwinnen door te lijden.

1077
01:05:16,410 --> 01:05:20,010
Het is een verborgenheid,
maar Paulus legt het uit.

1078
01:05:20,010 --> 01:05:22,350
Hij haalt juist dit vers aan.

1079
01:05:22,350 --> 01:05:26,850
Door dit vers aan te halen, roept hij
natuurlijk de hele kwestie uit deze

1080
01:05:26,850 --> 01:05:28,470
psalm in herinnering.

1081
01:05:28,470 --> 01:05:30,450
Wat waren hier de kwesties?

1082
01:05:30,450 --> 01:05:34,950
De kwesties waren dat de Joden in
die tijd leden ter wille van God,

1083
01:05:34,950 --> 01:05:37,110
ook al deden zij niets verkeerd.

1084
01:05:37,110 --> 01:05:40,110
Zij vroegen zich af wat
dit allemaal betekende.

1085
01:05:40,110 --> 01:05:41,730
Waarom gebeurde het?

1086
01:05:41,730 --> 01:05:44,550
Zij zochten naar diepere antwoorden.

1087
01:05:44,550 --> 01:05:46,890
Door dit over de gemeente aan te halen,

1088
01:05:46,890 --> 01:05:50,670
laat Paulus zien dat wat in
het verleden voor Israël gold,

1089
01:05:50,670 --> 01:05:52,650
nu voor de gemeente geldt.

1090
01:05:52,650 --> 01:05:56,370
De gemeente heeft als het
ware het stokje, of de fakkel,

1091
01:05:56,370 --> 01:05:59,850
overgenomen om verder te
gaan waar Israël ophield.

1092
01:05:59,850 --> 01:06:02,070
Wij lijden nu ter wille van Zijn Naam.

1093
01:06:02,070 --> 01:06:04,290
Maar anders dan zij, zegt hij:

1094
01:06:04,290 --> 01:06:09,210
Zoals geschreven staat: Want omwille
van U worden wij de hele dag gedood,

1095
01:06:09,210 --> 01:06:11,310
wij worden beschouwd als slachtschapen.

1096
01:06:11,310 --> 01:06:18,510
Dat staat in Romeinen 8:36 en 37, waar
hij dit aanhaalt en zegt dat wij daarin

1097
01:06:18,510 --> 01:06:20,490
meer dan overwinnaars zijn.

1098
01:06:20,490 --> 01:06:24,630
Ik vind dat een interessante
uitwerking die Paulus in Romeinen aan

1099
01:06:24,630 --> 01:06:26,370
deze psalm geeft.

1100
01:06:26,370 --> 01:06:29,730
Het laat zien dat er
diepere kwesties spelen,

1101
01:06:29,730 --> 01:06:34,590
dat God andere soorten overwinningen
behaalt door wat uiterlijk nederlagen

1102
01:06:34,590 --> 01:06:36,990
onder Zijn volk lijken te zijn.

1103
01:06:36,990 --> 01:06:40,170
Wat betreft de vraag:
„Wat voor overwinningen

1104
01:06:40,170 --> 01:06:45,690
behaalde God in dit geval door de
nederlaag van de Joden?” Ik weet het niet.

1105
01:06:45,690 --> 01:06:49,830
Maar we weten dat wanneer Paulus
dit over de gemeente aanhaalt,

1106
01:06:49,830 --> 01:06:54,030
er door het lijden van de gemeente
heel wezenlijke dingen worden bereikt,

1107
01:06:54,030 --> 01:06:59,130
doordat de gelovigen hun leven afleggen
en het niet liefhebben tot in de dood.

1108
01:06:59,130 --> 01:07:02,610
En zij hebben hem overwonnen
door het bloed van het Lam

1109
01:07:02,610 --> 01:07:06,990
en door het woord van hun getuigenis,
en zij hebben hun leven niet

1110
01:07:06,990 --> 01:07:09,270
liefgehad tot in de dood.

1111
01:07:09,270 --> 01:07:13,530
Zo hebben zij hem overwonnen,
dat wil zeggen: de duivel.

1112
01:07:13,530 --> 01:07:18,330
De laatste vier verzen van de
psalm vormen een smeekbede tot God.

1113
01:07:18,330 --> 01:07:21,270
Ze geven misschien ook een
ander antwoord op de vraag,

1114
01:07:21,270 --> 01:07:25,350
een antwoord dat we wellicht ook
voor de gemeente moeten overwegen.

1115
01:07:25,350 --> 01:07:27,630
De laatste vier verzen zeggen:

1116
01:07:27,630 --> 01:07:32,250
Word wakker! Waarom zou
U slapen, Heere? Ontwaak!

1117
01:07:32,250 --> 01:07:34,410
Verstoot ons niet voor altijd.

1118
01:07:34,410 --> 01:07:39,930
Waarom zou U Uw aangezicht verbergen, onze
ellende en onze onderdrukking vergeten?

1119
01:07:39,930 --> 01:07:45,450
Want onze ziel ligt neergebukt in het
stof; onze buik kleeft aan de aarde.

1120
01:07:45,450 --> 01:07:50,610
Sta op, ons te hulp, verlos ons
omwille van Uw goedertierenheid.

1121
01:07:50,610 --> 01:07:52,470
Wat ze hier zeggen, is:

1122
01:07:52,470 --> 01:07:53,910
Word wakker, God.

1123
01:07:53,910 --> 01:07:55,410
Hoe maken ze Hem wakker?

1124
01:07:55,410 --> 01:07:57,390
Door tot Hem te roepen.

1125
01:07:57,390 --> 01:08:01,590
Het is natuurlijk niet waar dat God
werkelijk slaapt. De Bijbel zegt:

1126
01:08:01,590 --> 01:08:05,910
Zie, de Bewaarder van Israël
zal niet sluimeren of slapen.

1127
01:08:05,910 --> 01:08:09,210
Maar de gedachte is dat
God lijkt te slapen.

1128
01:08:09,210 --> 01:08:13,230
In de Schrift wordt meermaals de
beeldspraak gebruikt dat God slaapt.

1129
01:08:13,230 --> 01:08:17,250
Hoewel Hij niet slaapt, is het alsof
Zijn handelen ten opzichte van ons is

1130
01:08:17,250 --> 01:08:22,050
opgehouden, net zoals de bezigheden van
een mens ophouden wanneer hij gaat slapen.

1131
01:08:22,050 --> 01:08:25,890
Wat hier wordt voorgesteld, is dat
Hij uit Zijn slaap wordt gewekt.

1132
01:08:25,890 --> 01:08:29,850
Dat wil zeggen: dat Hij door
gebed tot handelen wordt aangezet.

1133
01:08:29,850 --> 01:08:33,990
Hiermee hangt iets
interessants samen. Vers 23:

1134
01:08:33,990 --> 01:08:36,750
Word wakker, waarom slaapt U, Heer?

1135
01:08:36,750 --> 01:08:43,170
Sta op, verstoot ons niet voor altijd,
herinnert ons misschien aan Markus 4:38.

1136
01:08:43,170 --> 01:08:48,390
Daar sliep Jezus in de boot, terwijl de
hevige storm hen dreigde te overspoelen.

1137
01:08:48,390 --> 01:08:49,530
Ze zeiden:

1138
01:08:49,530 --> 01:08:52,410
En Hij lag in het achterschip
te slapen op een hoofdkussen;

1139
01:08:52,410 --> 01:08:56,490
en zij wekten Hem en
zeiden tegen Hem: Meester,

1140
01:08:56,490 --> 01:08:59,130
bekommert U Zich er
niet om dat wij vergaan?

1141
01:08:59,130 --> 01:09:01,470
Het is hier hetzelfde soort smeekbede,

1142
01:09:01,470 --> 01:09:06,270
in een soortgelijke situatie waarin
ze mogelijk de dood voor ogen hadden.

1143
01:09:06,270 --> 01:09:11,010
Toch leek God, Die dichtbij genoeg
was om te helpen, te slapen,

1144
01:09:11,010 --> 01:09:13,650
en ze konden niet
begrijpen waarom Hij sliep.

1145
01:09:13,650 --> 01:09:16,170
Dus wekten ze Hem, en het werkte.

1146
01:09:16,170 --> 01:09:20,430
Toen de discipelen Jezus wakker
maakten, zei Hij tegen de storm:

1147
01:09:20,430 --> 01:09:27,630
En Hij, wakker geworden, bestrafte de wind
en zei tegen de zee: Zwijg, wees stil!

1148
01:09:27,630 --> 01:09:30,990
En de wind ging liggen en
er kwam een grote stilte.

1149
01:09:30,990 --> 01:09:32,430
en de storm bedaarde.

1150
01:09:32,430 --> 01:09:37,170
Dat zij Hem aanriepen en wakker
maakten en Hem zo in feite tot handelen

1151
01:09:37,170 --> 01:09:39,390
aanzetten, droeg vrucht.

1152
01:09:39,390 --> 01:09:43,230
Hier weten we niet wat uiteindelijk
het resultaat van dit alles was.

1153
01:09:43,230 --> 01:09:48,630
Maar het is duidelijk dat ze God aanzetten
tot handelen. Ze maken Hem wakker.

1154
01:09:48,630 --> 01:09:52,710
Als we dit naast Jesaja leggen, vinden
we daar een Schriftgedeelte dat hier,

1155
01:09:52,710 --> 01:09:55,530
denk ik, een interessant
verband mee heeft.

1156
01:09:55,530 --> 01:10:02,670
Het staat in Jesaja 62, vers
1, en ook in de verzen 6 en 7.

1157
01:10:02,670 --> 01:10:04,770
In vers 1 zegt de profeet:

1158
01:10:04,770 --> 01:10:07,290
Omwille van Sion zal ik niet zwijgen,

1159
01:10:07,290 --> 01:10:10,050
omwille van Jeruzalem
zal ik niet stil zijn,

1160
01:10:10,050 --> 01:10:13,170
totdat haar gerechtigheid
opkomt als een lichtglans,

1161
01:10:13,170 --> 01:10:16,110
en haar heil als een brandende fakkel.

1162
01:10:16,110 --> 01:10:19,410
Dan staat er in vers 6, waar God spreekt:

1163
01:10:19,410 --> 01:10:23,730
Op uw muren, Jeruzalem,
heb Ik wachters aangesteld.

1164
01:10:23,730 --> 01:10:27,870
Nooit zullen zij zwijgen, heel
de dag en heel de nacht niet.

1165
01:10:27,870 --> 01:10:32,010
U die het volk aan de HEERE
doet denken, gun u geen rust.

1166
01:10:32,010 --> 01:10:36,930
Ja, geef Hem geen rust, totdat
Hij Jeruzalem gegrondvest heeft en

1167
01:10:36,930 --> 01:10:39,750
gesteld heeft tot een lof op aarde.

1168
01:10:39,750 --> 01:10:44,070
Waar gaat dat over? Er staat dat
God wachters heeft aangesteld,

1169
01:10:44,070 --> 01:10:46,590
oftewel mensen die voorbidders zijn.

1170
01:10:46,590 --> 01:10:51,030
Het zijn mensen die wakker blijven,
mensen die zichzelf geen rust gunnen.

1171
01:10:51,030 --> 01:10:54,690
Ze blijven ’s nachts wakker,
als wachters op de muren.

1172
01:10:54,690 --> 01:10:56,910
De profeet zelf was een van hen.

1173
01:10:56,910 --> 01:10:58,770
Hij zegt in vers 1:

1174
01:10:58,770 --> 01:11:03,690
Ik zal niet rusten en niet zwijgen
totdat God heeft volbracht wat ik verlang

1175
01:11:03,690 --> 01:11:04,770
dat Hij doet.

1176
01:11:04,770 --> 01:11:08,550
Dat wil zeggen: totdat Hij de
gerechtigheid van Jeruzalem doet

1177
01:11:08,550 --> 01:11:13,410
voortkomen als een lichtglans, totdat
Hij Jeruzalem tot een lof op aarde maakt.

1178
01:11:13,410 --> 01:11:15,210
Vervolgens geeft God het gebod.

1179
01:11:15,210 --> 01:11:16,890
God zegt in vers 6:

1180
01:11:16,890 --> 01:11:20,010
Ik heb deze wachters in jullie
midden aangesteld, Jeruzalem,

1181
01:11:20,010 --> 01:11:21,570
en zij zullen bidden.

1182
01:11:21,570 --> 01:11:23,670
Ze zullen Mij geen rust gunnen.

1183
01:11:23,670 --> 01:11:26,610
Ze zullen Mij met andere
woorden niet laten slapen.

1184
01:11:26,610 --> 01:11:29,850
Ze zullen het blijven
vragen totdat Ik het doe.

1185
01:11:29,850 --> 01:11:32,190
Hij zegt werkelijk tegen die wachters:

1186
01:11:32,190 --> 01:11:37,290
Jullie die de Heer aanroepen, zwijg niet
en gun Hem geen rust totdat Hij Jeruzalem

1187
01:11:37,290 --> 01:11:41,490
heeft gevestigd en de stad
overal op aarde wordt geprezen.

1188
01:11:41,490 --> 01:11:45,330
Dat wil zeggen: totdat Gods
overwinningen volledig zijn,

1189
01:11:45,330 --> 01:11:48,750
totdat de stad van God de
heerschappij heeft verkregen,

1190
01:11:48,750 --> 01:11:53,970
alle vijanden zijn neergeslagen en al Gods
vijanden onder Zijn voeten zijn gelegd.

1191
01:11:53,970 --> 01:11:56,850
Tot die tijd moeten er
gebedsstrijders zijn.

1192
01:11:56,850 --> 01:11:59,670
Er moeten voorbidders
zijn die niet zwijgen.

1193
01:11:59,670 --> 01:12:01,530
Ze houden niet op met bidden.

1194
01:12:01,530 --> 01:12:03,510
Ze gunnen God geen rust.

1195
01:12:03,510 --> 01:12:06,390
Ze blijven Hem tot handelen aanzetten.

1196
01:12:06,390 --> 01:12:11,250
De strekking daar is dat als deze wachters
ophouden met bidden, God zal slapen.

1197
01:12:11,250 --> 01:12:14,610
Niet werkelijk slapen,
maar Hij zal niet handelen.

1198
01:12:14,610 --> 01:12:18,510
Het zal zijn alsof Hij
slaapt. Hij zegt dus:

1199
01:12:18,510 --> 01:12:22,290
Schud Me wakker, maak Me
wakker, gun Me geen rust.

1200
01:12:22,290 --> 01:12:26,250
Wanneer we teruggaan naar Psalm
44, zien we dat zij zeggen:

1201
01:12:26,250 --> 01:12:30,690
Word wakker! Waarom zou
U slapen, Heere? Ontwaak!

1202
01:12:30,690 --> 01:12:32,670
Verstoot ons niet voor altijd.

1203
01:12:32,670 --> 01:12:34,410
en ze roepen tot Hem.

1204
01:12:34,410 --> 01:12:37,230
Misschien is een deel van
het antwoord op de vraag:

1205
01:12:37,230 --> 01:12:40,290
„Waarom lijden we terwijl we
niets verkeerds hebben gedaan?”

1206
01:12:40,290 --> 01:12:43,770
dat het niet alleen zo is dat ze
niets verkeerds hebben gedaan,

1207
01:12:43,770 --> 01:12:46,830
maar dat er iets goeds is
wat ze niet hebben gedaan.

1208
01:12:46,830 --> 01:12:49,230
Het is niet zo dat ze iets
zondigs hebben gedaan.

1209
01:12:49,230 --> 01:12:51,750
Ze hebben iets nagelaten wat nodig was,

1210
01:12:51,750 --> 01:12:55,650
namelijk God door gebed
tot handelen aanzetten,

1211
01:12:55,650 --> 01:12:58,290
voorbede doen en Hem geen rust gunnen.

1212
01:12:58,290 --> 01:13:01,530
Uiteindelijk komen ze er aan
het einde van de psalm toe:

1213
01:13:01,530 --> 01:13:02,850
Word wakker!

1214
01:13:02,850 --> 01:13:07,410
Vanuit het gezichtspunt van Jesaja zouden
we kunnen opperen dat de afloop van hun

1215
01:13:07,410 --> 01:13:12,210
strijd misschien anders was geweest
als ze God vaker wakker hadden gemaakt,

1216
01:13:12,210 --> 01:13:15,510
als ze meer tijd hadden
besteed aan voorbede.

1217
01:13:15,510 --> 01:13:19,830
Het is niet zo dat ze iets bepaalds hebben
gedaan waarvoor ze zich moeten schamen.

1218
01:13:19,830 --> 01:13:24,690
Het is eenvoudigweg zo dat ze niet
hebben doorgezet in voorbede en gebed,

1219
01:13:24,690 --> 01:13:29,910
en God niet voortdurend hebben aangezet
en opgewekt om hun te hulp te komen.

1220
01:13:29,910 --> 01:13:34,770
God wacht tot wij tot Hem roepen, en
ik geloof dat Hij heel lang zal wachten

1221
01:13:34,770 --> 01:13:36,930
als wij niet tot Hem roepen.

1222
01:13:36,930 --> 01:13:41,550
Ondertussen zullen we van alle kanten
nederlagen lijden en zal de gemeente

1223
01:13:41,550 --> 01:13:45,330
de smaad van de heidenen
ondergaan. Ze zullen zeggen:

1224
01:13:45,330 --> 01:13:46,770
Waar is jouw God?

1225
01:13:46,770 --> 01:13:50,490
Ze zullen ervoor zorgen dat de
gemeente niet alleen verslagen,

1226
01:13:50,490 --> 01:13:52,590
maar ook ontmoedigd raakt.

1227
01:13:52,590 --> 01:13:56,670
We zullen naar onszelf kijken
en zeggen: „Wat doe ik verkeerd?

1228
01:13:56,670 --> 01:13:58,470
Ik doe niets verkeerd.

1229
01:13:58,470 --> 01:14:00,030
Mijn leven is rein.

1230
01:14:00,030 --> 01:14:01,590
Ik geef mijn tienden.

1231
01:14:01,590 --> 01:14:03,450
Ik bega geen zonden.

1232
01:14:03,450 --> 01:14:07,230
Ik ben niet aan het stelen
of overspel aan het plegen.

1233
01:14:07,230 --> 01:14:09,690
Waarom komt God ons niet te hulp?”

1234
01:14:09,690 --> 01:14:11,670
Misschien komt het doordat wij Hem niet

1235
01:14:11,670 --> 01:14:15,750
aanzetten en opwekken door
onze onophoudelijke gebeden.

1236
01:14:15,750 --> 01:14:20,670
Wachters zijn mensen die slaap opofferen,
mensen die dag en nacht bidden.

1237
01:14:20,670 --> 01:14:25,230
Dat is precies wat het Nieuwe Testament
ons zegt dat wij behoren te doen.

1238
01:14:25,230 --> 01:14:29,850
In Efeze 6, waar onze geestelijke
wapenrusting in onze geestelijke

1239
01:14:29,850 --> 01:14:34,170
strijd wordt beschreven, wordt het
gebed genoemd als een belangrijk wapen.

1240
01:14:34,170 --> 01:14:37,410
Daar wordt iets over gezegd wat
het verbindt met de gedachten

1241
01:14:37,410 --> 01:14:39,210
waarover we het nu hebben.

1242
01:14:39,210 --> 01:14:42,630
In Efeze 6 staat vanaf vers 17:

1243
01:14:42,630 --> 01:14:47,670
En neem de helm van de zaligheid en het
zwaard van de Geest, dat is Gods Woord,

1244
01:14:47,670 --> 01:14:51,390
In dit vers noemt hij het laatste
onderdeel van de wapenrusting,

1245
01:14:51,390 --> 01:14:56,070
en dan begint hij over wapens
te spreken, geestelijke wapens.

1246
01:14:56,070 --> 01:15:01,530
Het zwaard van de Geest is het Woord van
God, ofwel de prediking van het Woord.

1247
01:15:01,530 --> 01:15:04,170
Het volgende wapen staat in vers 18:

1248
01:15:04,170 --> 01:15:08,850
terwijl u bij elke gelegenheid met
alle gebed en smeking bidt in de Geest

1249
01:15:08,850 --> 01:15:14,370
en daarin waakzaam bent met alle
volharding en smeking voor alle heiligen.

1250
01:15:14,370 --> 01:15:19,890
De spreker vat „waakzaam zijn” hier
op als een wachter zijn en zo nodig

1251
01:15:19,890 --> 01:15:21,990
slaap opofferen voor het gebed.

1252
01:15:21,990 --> 01:15:27,570
Dat is volgens hem een van onze wapens:
onophoudelijk en waakzaam gebed,

1253
01:15:27,570 --> 01:15:30,390
waarbij men zo nodig slaap opgeeft.

1254
01:15:30,390 --> 01:15:34,770
Hij geeft niet aan dat gewoon onze
gebeden opzeggen voordat we naar bed gaan,

1255
01:15:34,770 --> 01:15:40,290
of onze gebeden opzeggen vóór de maaltijd,
het soort gebed is waarover hij het hier

1256
01:15:40,290 --> 01:15:42,330
in verband met de strijd heeft.

1257
01:15:42,330 --> 01:15:44,490
Die gebeden hebben waarde.

1258
01:15:44,490 --> 01:15:49,950
Er is niets mis mee om vóór de maaltijd
een gebed uit te spreken om God te danken,

1259
01:15:49,950 --> 01:15:53,190
of om korte gebeden over
verschillende dingen te bidden,

1260
01:15:53,190 --> 01:15:56,250
maar dat is geen gebed
waarmee je strijd voert.

1261
01:15:56,250 --> 01:16:00,690
Hij zei dat we het zwaard van de Geest
nemen om op de vijand in te hakken.

1262
01:16:00,690 --> 01:16:04,290
Het volgende wapen dat we
nodig hebben, is ons gebed.

1263
01:16:04,290 --> 01:16:09,450
Maar dat houdt niet in dat je zo nu en
dan gewoon even een gebed omhoogschiet.

1264
01:16:09,450 --> 01:16:12,270
Het is onophoudelijk, het is voortdurend.

1265
01:16:12,270 --> 01:16:17,790
Het betekent te allen tijde bidden
en daarbij waken, dat wil zeggen:

1266
01:16:17,790 --> 01:16:19,950
er slaap voor opofferen.

1267
01:16:19,950 --> 01:16:25,410
Het zijn nachten van gebed, wachters op
de muren die zichzelf geen rust gunnen,

1268
01:16:25,410 --> 01:16:30,450
zodat ze God geen rust kunnen gunnen
totdat Hij Jeruzalem vestigt als een

1269
01:16:30,450 --> 01:16:31,830
lof op aarde.

1270
01:16:31,830 --> 01:16:36,510
Dat is misschien nog een antwoord op de
vraag waarom er geen overwinningen zijn.

1271
01:16:36,510 --> 01:16:40,410
Ik geloof dat de psalm mogelijk
twee antwoorden aandraagt,

1272
01:16:40,410 --> 01:16:44,970
tenminste wanneer we die vergelijken met
tegenhangers in het Nieuwe Testament.

1273
01:16:44,970 --> 01:16:49,530
Psalm 44 stelt de vraag waarom
er al die nederlagen zijn,

1274
01:16:49,530 --> 01:16:54,690
ondanks het feit dat we een rein leven
leiden en proberen trouw te zijn aan God.

1275
01:16:54,690 --> 01:16:58,950
Die vraag wordt gedeeltelijk
beantwoord door Paulus in Romeinen 8,

1276
01:16:58,950 --> 01:17:03,150
zoals we al zeiden, in vers 36 en 37:

1277
01:17:03,150 --> 01:17:08,730
onze uiterlijke nederlagen zijn in zekere
zin soms een ander soort overwinning.

1278
01:17:08,730 --> 01:17:13,530
Maar dat heeft niet betrekking op alle
soorten nederlagen waarover we het hebben.

1279
01:17:13,530 --> 01:17:17,490
Er zijn ook nederlagen die
niet Gods wil voor ons zijn.

1280
01:17:17,490 --> 01:17:21,150
Er zijn nederlagen die niet
werkelijk overwinningen zijn,

1281
01:17:21,150 --> 01:17:25,050
en die nederlagen zouden misschien
vermeden kunnen worden als we meer

1282
01:17:25,050 --> 01:17:28,890
strijd zouden voeren in gebed,
onophoudelijker zouden bidden

1283
01:17:28,890 --> 01:17:32,790
en ons ertoe zouden verbinden
slaap, maaltijden en

1284
01:17:32,790 --> 01:17:35,670
andere dingen op te
offeren om dat te doen.

1285
01:17:35,670 --> 01:17:40,410
Zolang het gebed voor ons alleen maar
gemakkelijk in te passen is en niets kost,

1286
01:17:40,410 --> 01:17:43,350
worden we er werkelijk niet zo vurig over.

1287
01:17:43,350 --> 01:17:45,330
Soms worden we wel vurig.

1288
01:17:45,330 --> 01:17:50,430
Ik weet dat ik een werkelijk vurig uur van
gebed kan hebben en daarna kan gaan eten

1289
01:17:50,430 --> 01:17:52,050
of gewoon naar bed kan gaan.

1290
01:17:52,050 --> 01:17:55,170
Het is bijna alsof die
vurigheid dan gewoon vervliegt.

1291
01:17:55,170 --> 01:18:00,330
Maar als ik een uur in gebed doorbreng en
het daarna tijd is om te eten en ik zeg:

1292
01:18:00,330 --> 01:18:05,970
„Ik ga niet eten, ik blijf bidden,” of als
het tijd is om naar bed te gaan en ik zeg:

1293
01:18:05,970 --> 01:18:10,350
„Ik ga niet naar bed, ik blijf bidden,”
dan maakt dat het gebed vuriger,

1294
01:18:10,350 --> 01:18:12,150
omdat het meer kost.

1295
01:18:12,150 --> 01:18:15,570
Het kost ons iets om op die
manier te blijven bidden.

1296
01:18:15,570 --> 01:18:20,370
Het is net als in een oorlog:
je brengt offers. Paulus zei:

1297
01:18:20,370 --> 01:18:22,470
Niemand die in het leger dient, wordt

1298
01:18:22,470 --> 01:18:25,170
verwikkeld in de zaken
van het levensonderhoud,

1299
01:18:25,170 --> 01:18:29,730
opdat hij hem kan behagen die hem
voor de krijgsdienst aangenomen heeft.

1300
01:18:29,730 --> 01:18:33,690
Dat wil zeggen: wanneer een
soldaat ten strijde is getrokken,

1301
01:18:33,690 --> 01:18:37,890
houdt hij zich niet tegelijkertijd
bezig met burgerlijke bezigheden.

1302
01:18:37,890 --> 01:18:40,650
Hij wijdt zich uitsluitend aan de strijd.

1303
01:18:40,650 --> 01:18:44,550
Ik geloof dat voor gebed waarmee
je strijd voert bepaalde offers

1304
01:18:44,550 --> 01:18:45,630
moeten worden gebracht.

1305
01:18:45,630 --> 01:18:47,790
Wanneer God ziet dat we bereid zijn

1306
01:18:47,790 --> 01:18:52,290
sommige genoegens van ons vlees opzij
te zetten om ons aan gebed te wijden,

1307
01:18:52,290 --> 01:18:55,830
dan ziet Hij dat het iets is
wat Hij serieus moet nemen,

1308
01:18:55,830 --> 01:18:58,590
omdat wij het duidelijk serieus nemen.

1309
01:18:58,590 --> 01:19:02,550
Maar als Hij ziet dat wij onze
gebeden niet zo serieus nemen,

1310
01:19:02,550 --> 01:19:04,770
waarom zou Hij dat dan wel doen?

1311
01:19:04,770 --> 01:19:07,470
Waarom zou Hij onze
verzoeken serieus nemen

1312
01:19:07,470 --> 01:19:10,590
als Hij betwijfelt of
wij ze serieus nemen?

1313
01:19:10,590 --> 01:19:15,630
Ook al bidden we soms met veel emotie,
als onze gebeden ons nooit iets kosten,

1314
01:19:15,630 --> 01:19:20,310
of als we nooit bereid zijn een bepaald
lichamelijk genoegen te missen om een

1315
01:19:20,310 --> 01:19:23,310
nacht of een dag aan gebed
te besteden, dan kan God

1316
01:19:23,310 --> 01:19:26,850
aan de offers die we bereid zijn te
brengen om daarin de overwinning te

1317
01:19:26,850 --> 01:19:33,090
behalen, precies zien hoeveel deze
gebeden wel of niet voor ons betekenen.

1318
01:19:33,090 --> 01:19:37,530
Dat is misschien een van de grote dingen
waaraan het ons tegenwoordig ontbreekt.

1319
01:19:37,530 --> 01:19:39,690
Ik ben daarop geen uitzondering.

1320
01:19:39,690 --> 01:19:42,930
Ik lever niet vaak een
nacht slaap in om te bidden.

1321
01:19:42,930 --> 01:19:47,190
Ik vast en bid zelfs niet meer
zo vaak een hele dag als vroeger,

1322
01:19:47,190 --> 01:19:50,610
al probeer ik dat weer met
grotere regelmaat te gaan doen.

1323
01:19:50,610 --> 01:19:54,570
Misschien zien we daarin een tekort
waaraan we aandacht moeten besteden,

1324
01:19:54,570 --> 01:19:58,110
en geeft dat ons enige
hoop op meer overwinningen.

1325
01:19:58,110 --> 01:20:00,570
Laten we naar Psalm 46 gaan.

1326
01:20:00,570 --> 01:20:04,170
We hebben Psalm 45 bijna
op de eerste dag behandeld.

1327
01:20:04,170 --> 01:20:08,730
Het was trouwens de eerste dag, toen
we het over Messiaanse psalmen hadden.

1328
01:20:08,730 --> 01:20:11,430
Nu gaan we verder met Psalm 46.

1329
01:20:11,430 --> 01:20:15,930
Deze psalm is fantastisch, tenminste,
afhankelijk van hoezeer je oog hebt voor

1330
01:20:15,930 --> 01:20:17,130
de stad van God.

1331
01:20:17,130 --> 01:20:21,750
Er staat in deze psalm een refrein,
een refrein dat in vers 8 en vers

1332
01:20:21,750 --> 01:20:23,550
12 wordt herhaald:

1333
01:20:23,550 --> 01:20:29,370
De HEERE van de legermachten is met
ons; de God van Jakob is voor ons een

1334
01:20:29,370 --> 01:20:31,890
veilige vesting. Sela

1335
01:20:31,890 --> 01:20:33,570
Ook in vers 12:

1336
01:20:33,570 --> 01:20:39,450
De HEERE van de legermachten is met
ons; de God van Jakob is voor ons een

1337
01:20:39,450 --> 01:20:42,030
veilige vesting. Sela

1338
01:20:42,030 --> 01:20:47,310
Dit is het thema dat wordt herhaald:
God is onze veilige plaats.

1339
01:20:47,310 --> 01:20:52,290
Het woord ‘toevlucht’ daar is trouwens in
het Hebreeuws niet hetzelfde woord in vers

1340
01:20:52,290 --> 01:20:56,130
8 en 12 als in vers 2, waar staat:

1341
01:20:56,130 --> 01:21:00,930
God is ons een toevlucht en kracht;
Hij is in hoge mate een hulp

1342
01:21:00,930 --> 01:21:03,210
gebleken in benauwdheden.

1343
01:21:03,210 --> 01:21:07,170
In vers 2 betekent ‘God
is onze veilige toevlucht’

1344
01:21:07,170 --> 01:21:10,170
gewoon dat Hij onze veilige plaats is.

1345
01:21:10,170 --> 01:21:15,090
Maar ‘toevlucht’ is in vers 8
en 12 een ander Hebreeuws woord.

1346
01:21:15,090 --> 01:21:20,130
Het Hebreeuwse woord op die plaatsen
betekent een ontoegankelijke hoogte.

1347
01:21:20,130 --> 01:21:23,010
We zouden kunnen zeggen: een hoge toren.

1348
01:21:23,010 --> 01:21:27,690
De New English Bible vertaalt
het met ‘our high stronghold’,

1349
01:21:27,690 --> 01:21:32,130
maar het spreekt erover dat God ons
heeft verheven tot een plaats die voor de

1350
01:21:32,130 --> 01:21:34,230
vijand ontoegankelijk is.

1351
01:21:34,230 --> 01:21:36,150
Hij is onze schuilplaats.

1352
01:21:36,150 --> 01:21:39,570
Hij is onze hoge toren,
onze hoge toevlucht,

1353
01:21:39,570 --> 01:21:41,550
buiten het bereik van de vijand.

1354
01:21:41,550 --> 01:21:46,890
Het herinnert ons misschien
aan Efeze 1:20 tot en met 21,

1355
01:21:46,890 --> 01:21:48,930
waar Jezus wordt beschreven als:

1356
01:21:48,930 --> 01:21:53,850
die Hij gewerkt heeft in Christus, toen
Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn

1357
01:21:53,850 --> 01:21:59,670
rechter hand zette in de hemelse gewesten,
ver boven alle overheid en macht en kracht

1358
01:21:59,670 --> 01:22:04,530
en heerschappij en elke naam die genoemd
wordt, niet alleen in deze wereld,

1359
01:22:04,530 --> 01:22:06,030
maar ook in de komende.

1360
01:22:06,030 --> 01:22:08,670
Jezus is verheven tot een hoge plaats,

1361
01:22:08,670 --> 01:22:11,550
buiten het bereik van
de overheden en machten.

1362
01:22:11,550 --> 01:22:17,250
Vervolgens wordt ons in het volgende
hoofdstuk van Efeze, in Efeze 2:6, gezegd:

1363
01:22:17,250 --> 01:22:21,630
en heeft ons met Hem opgewekt en
met Hem in de hemelse gewesten gezet

1364
01:22:21,630 --> 01:22:23,250
in Christus Jezus,

1365
01:22:23,250 --> 01:22:27,390
Dit betekent dat Jezus naar een
ontoegankelijke hoogte is gebracht en daar

1366
01:22:27,390 --> 01:22:31,830
een plaats heeft gekregen, boven de
machten van de demonen enzovoort.

1367
01:22:31,830 --> 01:22:35,730
En als wij met Hem een plaats hebben
gekregen in de hemelse gewesten,

1368
01:22:35,730 --> 01:22:39,630
dan ervaren wij ook de
onkwetsbaarheid die Hij ervaart.

1369
01:22:39,630 --> 01:22:45,150
God is onze ontoegankelijke hoogte,
die voor de vijand ontoegankelijk is.

1370
01:22:45,150 --> 01:22:49,650
Die verzen in Efeze zijn, als je ze niet
in je aantekeningen hebt opgeschreven en

1371
01:22:49,650 --> 01:22:56,190
ze wilt hebben, Efeze 1:20
tot en met 21 en Efeze 2:6.

1372
01:22:56,190 --> 01:23:01,230
Dit was trouwens de psalm die Maarten
Luther inspireerde om zijn grote gezang

1373
01:23:01,230 --> 01:23:04,470
‘Een vaste burcht is
onze God’ te schrijven.

1374
01:23:04,470 --> 01:23:07,950
Er is niet heel veel van dat gezang
in deze psalm terug te vinden,

1375
01:23:07,950 --> 01:23:11,730
maar de psalm vormde er in elk
geval het vertrekpunt voor.

1376
01:23:11,730 --> 01:23:14,970
Deze psalm inspireerde
hem om het te schrijven.

1377
01:23:14,970 --> 01:23:19,530
Zoals ik hem lees, is deze psalm in feite
een beschrijving van de rustige zekerheid

1378
01:23:19,530 --> 01:23:22,350
van de stad van God in een woelige wereld.

1379
01:23:22,350 --> 01:23:26,850
Aan het begin zien we de wereld in
beroering, als de golven van de zee.

1380
01:23:26,850 --> 01:23:30,030
Toch zien we kalmte en
vrede in de stad van God.

1381
01:23:30,030 --> 01:23:34,170
In het Oude Testament verwees de stad
van God natuurlijk naar Jeruzalem.

1382
01:23:34,170 --> 01:23:39,030
In het Nieuwe Testament wordt
dezelfde term in Hebreeën 12:22

1383
01:23:39,030 --> 01:23:40,590
gebruikt voor de gemeente.

1384
01:23:40,590 --> 01:23:42,510
Het is een geestelijke gemeenschap.

1385
01:23:42,510 --> 01:23:46,170
De stad van God is niet
alleen het aardse Jeruzalem.

1386
01:23:46,170 --> 01:23:51,810
Het is de geestelijke gemeenschap van Gods
volk, waarvan wij allemaal deel uitmaken.

1387
01:23:51,810 --> 01:23:56,430
We zien de wereld in beroering,
een wereld vol onrust, als een

1388
01:23:56,430 --> 01:23:58,890
woeste, stormachtige zee.

1389
01:23:58,890 --> 01:24:03,870
Maar de stad van God blijft
veilig, beschut en vol vertrouwen,

1390
01:24:03,870 --> 01:24:09,030
in grote kalmte en diepe vrede
te midden van al deze onrust.

1391
01:24:09,030 --> 01:24:10,890
Laten we de psalm lezen.

1392
01:24:10,890 --> 01:24:13,770
Daarna zal ik er enkele
opmerkingen over maken.

1393
01:24:13,770 --> 01:24:17,970
Daarom zullen wij niet bevreesd zijn,
al veranderde de aarde van plaats

1394
01:24:17,970 --> 01:24:21,270
en werden de bergen verzet
naar het hart van de zeeën.

1395
01:24:21,270 --> 01:24:24,210
Laat haar water bruisen,
laat het schuimen,

1396
01:24:24,210 --> 01:24:28,050
laat de bergen beven door
haar onstuimigheid. Sela

1397
01:24:28,050 --> 01:24:32,370
De beekjes van de rivier verblijden
de stad van God, het heiligdom,

1398
01:24:32,370 --> 01:24:34,650
de woningen van de Allerhoogste.

1399
01:24:34,650 --> 01:24:37,590
God is in haar midden,
zij zal niet wankelen;

1400
01:24:37,590 --> 01:24:40,830
God zal haar helpen bij het
aanbreken van de morgen.

1401
01:24:40,830 --> 01:24:46,410
De heidenvolken tierden, de koninkrijken
wankelden; Hij liet Zijn stem klinken:

1402
01:24:46,410 --> 01:24:48,570
de aarde smolt weg.

1403
01:24:48,570 --> 01:24:53,370
De HEERE van de legermachten is met
ons; de God van Jakob is voor ons een

1404
01:24:53,370 --> 01:24:55,950
veilige vesting. Sela

1405
01:24:55,950 --> 01:24:57,570
Dat is het refrein.

1406
01:24:57,570 --> 01:25:02,550
Kom, zie de daden van de HEERE, Die
verwoestingen op de aarde aanricht;

1407
01:25:02,550 --> 01:25:05,910
Die de oorlogen doet ophouden
tot aan het einde der aarde,

1408
01:25:05,910 --> 01:25:11,550
de boog breekt en de speer in stukken
slaat, de wagens met vuur verbrandt.

1409
01:25:11,550 --> 01:25:12,990
Of doormidden.

1410
01:25:12,990 --> 01:25:18,750
Geef het op en weet dat Ik God ben; Ik
zal geroemd worden onder de heidenvolken,

1411
01:25:18,750 --> 01:25:21,270
Ik zal geroemd worden op de aarde.

1412
01:25:21,270 --> 01:25:25,350
De HEERE van de legermachten
is met ons; de God van Jakob

1413
01:25:25,350 --> 01:25:28,530
is voor ons een veilige vesting. Sela

1414
01:25:28,530 --> 01:25:29,490
Hier zit veel in.

1415
01:25:29,490 --> 01:25:32,850
Laat me dit voor een beter
begrip in stukken uiteenzetten.

1416
01:25:32,850 --> 01:25:36,930
In vers 1 spreekt hij zijn vertrouwen
uit dat God onze toevlucht,

1417
01:25:36,930 --> 01:25:40,830
onze kracht en onze hulp is
in tijden van benauwdheid.

1418
01:25:40,830 --> 01:25:44,610
Vervolgens beschrijft hij hoe
kalm en onbevreesd wij zijn,

1419
01:25:44,610 --> 01:25:48,630
ondanks de grote veranderingen die
plaatsvinden in de wereld om ons heen.

1420
01:25:48,630 --> 01:25:52,590
Hij beschrijft dat beeldend als
het verdwijnen van de aarde of als

1421
01:25:52,590 --> 01:25:54,990
bergen die in de zee worden geworpen.

1422
01:25:54,990 --> 01:25:57,450
Die dingen gebeuren niet
werkelijk letterlijk,

1423
01:25:57,450 --> 01:26:01,470
hoewel zulke dingen natuurlijk wel zullen
gebeuren bij de wederkomst van Christus.

1424
01:26:01,470 --> 01:26:05,070
Maar in figuurlijke zin
gebeuren zulke dingen wel.

1425
01:26:05,070 --> 01:26:08,310
Koninkrijken komen op en gaan ten onder.

1426
01:26:08,310 --> 01:26:12,690
Er vinden grote veranderingen plaats
op politiek en maatschappelijk gebied

1427
01:26:12,690 --> 01:26:15,030
in de aangelegenheden van de wereld.

1428
01:26:15,030 --> 01:26:21,090
Te midden van alle veranderingen is er één
ding dat nooit verandert: de stad van God.

1429
01:26:21,090 --> 01:26:23,310
Daarvan staat in vers 6:

1430
01:26:23,310 --> 01:26:25,230
‘Zij zal niet wankelen.’

1431
01:26:25,230 --> 01:26:30,450
Zij zal niet bewogen worden, ondanks
het feit dat de aarde bewogen wordt.

1432
01:26:30,450 --> 01:26:33,750
De stad van God beweegt
niet mee met de aarde.

1433
01:26:33,750 --> 01:26:37,290
De stad van God is stabieler dan de aarde.

1434
01:26:37,290 --> 01:26:41,490
De stad van God is eeuwig. De Bijbel zegt:

1435
01:26:41,490 --> 01:26:46,050
En de wereld gaat voorbij met haar
begeerte; maar wie de wil van God doet,

1436
01:26:46,050 --> 01:26:48,150
blijft tot in eeuwigheid.

1437
01:26:48,150 --> 01:26:51,690
Dat is 1 Johannes 2:17.

1438
01:26:51,690 --> 01:26:56,610
Al wordt de wereld weggenomen, de
stad van God wordt niet bewogen.

1439
01:26:56,610 --> 01:27:02,550
De wateren van deze zee bruisen en zijn
onstuimig en doen door hun zwelling de

1440
01:27:02,550 --> 01:27:05,370
bergen beven, maar dat
maakt ons niet bang.

1441
01:27:05,370 --> 01:27:07,650
In vers 2 en 3 staat:

1442
01:27:07,650 --> 01:27:11,850
God is ons een toevlucht en kracht;
Hij is in hoge mate een hulp

1443
01:27:11,850 --> 01:27:13,710
gebleken in benauwdheden.

1444
01:27:13,710 --> 01:27:17,850
Daarom zullen wij niet bevreesd zijn,
al veranderde de aarde van plaats

1445
01:27:17,850 --> 01:27:21,030
en werden de bergen verzet
naar het hart van de zeeën.

1446
01:27:21,030 --> 01:27:23,970
Laat haar water bruisen,
laat het schuimen,

1447
01:27:23,970 --> 01:27:28,050
laat de bergen beven door
haar onstuimigheid. Sela

1448
01:27:28,050 --> 01:27:30,690
ondanks deze dingen. Waarom niet?

1449
01:27:30,690 --> 01:27:32,970
Omdat God onze toevlucht is.

1450
01:27:32,970 --> 01:27:34,770
Wij vertrouwen op Hem.

1451
01:27:34,770 --> 01:27:36,930
Er staat dat er een rivier is.

1452
01:27:36,930 --> 01:27:42,030
Het water dat tot nu toe genoemd is,
bestond uit de woeste wateren van de zee.

1453
01:27:42,030 --> 01:27:45,750
Die stellen waarschijnlijk de
onstuimige wereld om ons heen voor.

1454
01:27:45,750 --> 01:27:49,470
Maar het water in de stad
van God is als een rivier,

1455
01:27:49,470 --> 01:27:54,330
een vredige rivier waarvan het
geluid ons opbeurt en blij maakt.

1456
01:27:54,330 --> 01:27:58,590
Deze rivier zou bedoeld
kunnen zijn in Openbaring 22,

1457
01:27:58,590 --> 01:28:01,050
in de beschrijving van
het nieuwe Jeruzalem

1458
01:28:01,050 --> 01:28:03,930
met de rivier die uit
de troon van God komt.

1459
01:28:03,930 --> 01:28:07,050
Door het hele Oude Testament
heen, en in sommige

1460
01:28:07,050 --> 01:28:09,630
profetische gedeelten
van het Nieuwe Testament,

1461
01:28:09,630 --> 01:28:13,950
wordt verwezen naar een rivier van
vrede, een rivier van Gods zegen,

1462
01:28:13,950 --> 01:28:16,230
of het een of het ander.

1463
01:28:16,230 --> 01:28:20,670
Rivieren worden soms gebruikt als
symbool voor het een of het ander.

1464
01:28:20,670 --> 01:28:24,690
In Jesaja wordt gesproken
over vrede als een rivier,

1465
01:28:24,690 --> 01:28:28,590
en er zijn nog andere dingen die
rivieren kunnen symboliseren.

1466
01:28:28,590 --> 01:28:32,670
Hier wordt verwezen naar het
feit dat God Zijn volk verkwikt.

1467
01:28:32,670 --> 01:28:37,770
Buiten de stad woedt het water als
stortvloeden van een stormachtige zee.

1468
01:28:37,770 --> 01:28:43,290
Maar binnen de stad bestaat het water uit
de verkwikkende bronnen die God ons geeft

1469
01:28:43,290 --> 01:28:45,990
om ons verkwikking en vreugde te schenken.

1470
01:28:45,990 --> 01:28:50,430
De beekjes van de rivier verblijden
de stad van God, het heiligdom,

1471
01:28:50,430 --> 01:28:52,530
de woningen van de Allerhoogste.

1472
01:28:52,530 --> 01:28:56,910
Onze lichamen zijn tabernakels,
tempels van de Heilige Geest.

1473
01:28:56,910 --> 01:29:01,950
En de stad van God, de gemeente, is
de heilige plaats van de tabernakels

1474
01:29:01,950 --> 01:29:07,770
waarvan wij allemaal deel uitmaken, de
tabernakels van de allerhoogste God.

1475
01:29:07,770 --> 01:29:12,210
God is in haar midden, dat wil
zeggen, te midden van de gemeente,

1476
01:29:12,210 --> 01:29:14,250
te midden van de stad van God.

1477
01:29:14,250 --> 01:29:17,550
God is in haar midden,
zij zal niet wankelen;

1478
01:29:17,550 --> 01:29:20,610
God zal haar helpen bij het
aanbreken van de morgen.

1479
01:29:20,610 --> 01:29:23,010
In het Hebreeuws betekent dit letterlijk:

1480
01:29:23,010 --> 01:29:28,290
en wel zodra de ochtend aanbreekt, waarmee
misschien de wederkomst van Christus wordt

1481
01:29:28,290 --> 01:29:31,590
bedoeld, die soms met een
morgen wordt vergeleken.

1482
01:29:31,590 --> 01:29:33,810
Of misschien betekent het gewoon:

1483
01:29:33,810 --> 01:29:38,730
Want een ogenblik duurt Zijn toorn, maar
een leven lang Zijn goedgunstigheid;

1484
01:29:38,730 --> 01:29:42,570
overnacht 's avonds het geween,
's morgens is er gejuich.

1485
01:29:42,570 --> 01:29:45,870
waarmee bedoeld wordt dat er
een korte tijd benauwdheid is,

1486
01:29:45,870 --> 01:29:48,270
maar dat God al snel te hulp komt.

1487
01:29:48,270 --> 01:29:54,030
De heidenvolken tierden, de koninkrijken
wankelden; Hij liet Zijn stem klinken:

1488
01:29:54,030 --> 01:29:55,830
de aarde smolt weg.

1489
01:29:55,830 --> 01:29:59,910
De HEERE van de legermachten
is met ons; de God van Jakob

1490
01:29:59,910 --> 01:30:03,750
is voor ons een veilige vesting. Sela

1491
01:30:03,750 --> 01:30:06,210
Dit doet ons denken aan Psalm 2:

1492
01:30:06,210 --> 01:30:08,490
Waarom woeden de heidenvolken?

1493
01:30:08,490 --> 01:30:12,090
Waarom bedenken de koningen
van de aarde iets zonder inhoud

1494
01:30:12,090 --> 01:30:14,850
en proberen zij God omver te werpen?

1495
01:30:14,850 --> 01:30:19,830
We zien de volken woeden en al hun
toorn tegen de stad van God richten.

1496
01:30:19,830 --> 01:30:24,270
Maar God hoeft alleen Zijn stem
te laten horen en de aarde smelt.

1497
01:30:24,270 --> 01:30:26,190
Daarom kunnen wij kalm blijven.

1498
01:30:26,190 --> 01:30:30,270
Het lijkt er niet eens op dat God al Zijn
legers bijeen moet roepen en ten strijde

1499
01:30:30,270 --> 01:30:32,010
moet trekken tegen de heidenen.

1500
01:30:32,010 --> 01:30:33,870
Hij hoeft alleen maar te spreken.

1501
01:30:33,870 --> 01:30:38,670
Ze worden niet alleen verslagen, maar
de hele aarde waarop ze staan smelt.

1502
01:30:38,670 --> 01:30:42,210
Dit beeld wordt ons ook
geschetst in Openbaring 20.

1503
01:30:42,210 --> 01:30:46,650
Ongeveer halverwege Openbaring 20
staat een beschrijving van satan

1504
01:30:46,650 --> 01:30:51,750
die de legers van de wereld aanvoert
tegen de stad van God, de geliefde stad.

1505
01:30:51,750 --> 01:30:55,350
Ik vat die stad in dat
gedeelte op als de gemeente.

1506
01:30:55,350 --> 01:30:59,010
Naar mijn mening gaat het daar
over de vervolging van de gemeente

1507
01:30:59,010 --> 01:31:01,110
aan het einde van het tijdperk.

1508
01:31:01,110 --> 01:31:05,670
Er staat dat, hoewel zij zich
rondom de stad van God verzamelen,

1509
01:31:05,670 --> 01:31:09,030
vuur uit de hemel
neerdaalt en hen verteert.

1510
01:31:09,030 --> 01:31:12,330
Vervolgens vluchten de
aarde en de hemel weg.

1511
01:31:12,330 --> 01:31:14,850
Daar zou hier ook naar
verwezen kunnen worden.

1512
01:31:14,850 --> 01:31:18,150
De heidenen woedden en de
koninkrijken wankelden.

1513
01:31:18,150 --> 01:31:21,390
Dat wil zeggen dat ze tegen
de stad van God optrekken

1514
01:31:21,390 --> 01:31:24,090
om te proberen haar omver te werpen.

1515
01:31:24,090 --> 01:31:26,910
Hier wordt de vervolging
van de gemeente genoemd.

1516
01:31:26,910 --> 01:31:31,950
Maar wanneer God Zijn stem laat
horen, smelt zelfs de aarde.

1517
01:31:31,950 --> 01:31:36,870
Vuur uit de hemel bij de wederkomst van
Jezus Christus doet de vijanden en de

1518
01:31:36,870 --> 01:31:39,210
aarde waarop zij staan smelten.

1519
01:31:39,210 --> 01:31:42,570
Daarna komen er een nieuwe
hemel en een nieuwe aarde.

1520
01:31:42,570 --> 01:31:47,310
Dan volgt in vers 7 de verkondiging
dat God onze toevlucht is.

1521
01:31:47,310 --> 01:31:51,570
In vers 8 nodigt hij de lezer uit
om te aanschouwen wat God in de

1522
01:31:51,570 --> 01:31:53,190
overwinning heeft gedaan.

1523
01:31:53,190 --> 01:31:56,670
Het is alsof hij aan de andere
kant van het oordeel staat.

1524
01:31:56,670 --> 01:31:58,530
God heeft geoordeeld.

1525
01:31:58,530 --> 01:32:02,910
God heeft Zijn stem laten
horen; de aarde is gesmolten.

1526
01:32:02,910 --> 01:32:05,970
Nu kunnen we terugkijken en
de verwoestingen zien die

1527
01:32:05,970 --> 01:32:07,590
Hij heeft aangericht.

1528
01:32:07,590 --> 01:32:12,570
We kunnen zien hoe de volken volledig
overwonnen zijn en hoe hun zwaarden tot

1529
01:32:12,570 --> 01:32:16,530
ploegscharen en hun speren
tot snoeimessen zijn geslagen,

1530
01:32:16,530 --> 01:32:20,490
zoals Jesaja ons in Jesaja
hoofdstuk 2 vertelt:

1531
01:32:20,490 --> 01:32:23,610
Zij zullen hun zwaarden
omsmeden tot ploegscharen

1532
01:32:23,610 --> 01:32:28,170
Dat wil zeggen dat hun wapens worden
omgevormd tot landbouwwerktuigen.

1533
01:32:28,170 --> 01:32:31,410
Hier zien we de vernietiging
van de oorlogswapens.

1534
01:32:31,410 --> 01:32:35,970
In vers 9 laat Hij de oorlogen ophouden
tot aan het einde van de aarde:

1535
01:32:35,970 --> 01:32:39,570
Die de oorlogen doet ophouden
tot aan het einde der aarde,

1536
01:32:39,570 --> 01:32:45,390
de boog breekt en de speer in stukken
slaat, de wagens met vuur verbrandt.

1537
01:32:45,390 --> 01:32:48,450
Hij vernietigt de
verschillende oorlogswapens.

1538
01:32:48,450 --> 01:32:50,910
Hij maakt een einde aan oorlog.

1539
01:32:50,910 --> 01:32:55,950
Dat is wat Jezus werkelijk doet, zowel
uiteindelijk bij Zijn wederkomst als,

1540
01:32:55,950 --> 01:32:58,890
in zekere zin, zelfs onder ons.

1541
01:32:58,890 --> 01:33:01,890
Hij heeft dat al gedaan
door Zijn eerste komst.

1542
01:33:01,890 --> 01:33:04,350
Voor ons is Hij een Vredevorst.

1543
01:33:04,350 --> 01:33:08,490
Hij heeft ervoor gezorgd dat wij
onze wapens hebben neergelegd.

1544
01:33:08,490 --> 01:33:11,730
Nu vechten we niet; we bewerken het land.

1545
01:33:11,730 --> 01:33:14,190
We zijn er niet op uit om te doden.

1546
01:33:14,190 --> 01:33:16,530
We zijn eropuit om te genezen.

1547
01:33:16,530 --> 01:33:19,470
We zijn eropuit om
mensen te helpen groeien,

1548
01:33:19,470 --> 01:33:22,170
om zaden van het Koninkrijk
van God te planten.

1549
01:33:22,170 --> 01:33:26,310
Hij heeft onze zwaarden al genomen
en ze tot ploegscharen geslagen.

1550
01:33:26,310 --> 01:33:31,410
Hij heeft de agressieve, oorlogszuchtige
aard die wij hadden weggenomen en ons

1551
01:33:31,410 --> 01:33:36,030
gemaakt tot mensen die anderen willen
helpen groeien en het Koninkrijk van God

1552
01:33:36,030 --> 01:33:39,090
als zaad over de hele
wereld willen verspreiden.

1553
01:33:39,090 --> 01:33:42,330
In zekere zin is dit bij de
eerste komst van Christus

1554
01:33:42,330 --> 01:33:44,970
al geestelijk tot stand
gebracht in de gemeente,

1555
01:33:44,970 --> 01:33:50,010
maar het zal letterlijk en lichamelijk
plaatsvinden wanneer Jezus terugkomt.

1556
01:33:50,010 --> 01:33:53,550
Dan zal er werkelijk een einde
komen aan alle oorlogen en zullen

1557
01:33:53,550 --> 01:33:55,590
alle wapens verdwijnen.

1558
01:33:55,590 --> 01:33:57,990
Vers 10 wordt vaak aangehaald:

1559
01:33:57,990 --> 01:34:03,750
Geef het op en weet dat Ik God ben; Ik
zal geroemd worden onder de heidenvolken,

1560
01:34:03,750 --> 01:34:06,270
Ik zal geroemd worden op de aarde.

1561
01:34:06,270 --> 01:34:09,750
Meestal halen we dit aan met
betrekking tot ons eigen hart,

1562
01:34:09,750 --> 01:34:14,610
alsof we zelf stil moeten worden en ons
hart tot rust moeten brengen voor God,

1563
01:34:14,610 --> 01:34:17,430
alleen maar om over Hem te mediteren.

1564
01:34:17,430 --> 01:34:20,430
In feite is dat hier
waarschijnlijk niet de betekenis,

1565
01:34:20,430 --> 01:34:24,090
al zou het in tweede instantie
wel zo toegepast kunnen worden.

1566
01:34:24,090 --> 01:34:27,930
Hier lijkt God tot de woelige
golven van de volken te spreken.

1567
01:34:27,930 --> 01:34:29,730
Hij zegt tegen hen:

1568
01:34:29,730 --> 01:34:35,310
Wees stil, net zoals Jezus in de boot
opstond en tegen de golven en de wind zei:

1569
01:34:35,310 --> 01:34:42,330
En Hij, wakker geworden, bestrafte de wind
en zei tegen de zee: Zwijg, wees stil!

1570
01:34:42,330 --> 01:34:45,990
En de wind ging liggen en
er kwam een grote stilte.

1571
01:34:45,990 --> 01:34:49,290
Hij sprak tot de golven en ze bedaarden.

1572
01:34:49,290 --> 01:34:54,090
De volken en hun onrust zijn al beeldend
beschreven als golven van de zee,

1573
01:34:54,090 --> 01:34:58,350
als grote golven enzovoort, die de
bergen in beweging brengen en de

1574
01:34:58,350 --> 01:34:59,430
aarde doen schudden.

1575
01:34:59,430 --> 01:35:02,550
Nu komt Hij en spreekt één woord.

1576
01:35:02,550 --> 01:35:06,270
Bedenk dat Hij het woord
sprak en de aarde smolt.

1577
01:35:06,270 --> 01:35:09,750
Door de kracht van Zijn gesproken
woord heeft Hij de situatie

1578
01:35:09,750 --> 01:35:15,210
volledig in Zijn macht, dezelfde kracht
die de hemel en de aarde heeft geschapen.

1579
01:35:15,210 --> 01:35:17,730
Hij kan ze met één woord ontbinden.

1580
01:35:17,730 --> 01:35:20,670
Hij kan tot die volken spreken en zeggen:

1581
01:35:20,670 --> 01:35:24,810
Wees stil, net zoals Jezus tot
de golven van de zee sprak,

1582
01:35:24,810 --> 01:35:27,090
en ze moesten Hem gehoorzamen.

1583
01:35:27,090 --> 01:35:31,590
Wanneer Jezus komt, kan Hij de woelige
volken tot bedaren brengen en hun

1584
01:35:31,590 --> 01:35:34,830
oproerigheid stilleggen. Hij zegt:

1585
01:35:34,830 --> 01:35:37,650
Ik zal hoogverheven zijn onder de volken.

1586
01:35:37,650 --> 01:35:42,870
Het woord ‘heathen’ kan worden
vertaald als ‘volken’. Dus:

1587
01:35:42,870 --> 01:35:48,270
Geef het op en weet dat Ik God ben; Ik
zal geroemd worden onder de heidenvolken,

1588
01:35:48,270 --> 01:35:50,670
Ik zal geroemd worden op de aarde.

1589
01:35:50,670 --> 01:35:52,950
Dat is Gods vaste besluit.

1590
01:35:52,950 --> 01:35:56,790
God zal in alle delen van de
aarde heerlijkheid ontvangen.

1591
01:35:56,790 --> 01:36:01,290
Dat is waar Hij Zich op beroemt en
dat is Zijn bevel aan de volken:

1592
01:36:01,290 --> 01:36:06,270
dat ze stil worden, erkennen dat Hij
God is en ophouden met hun woelen.

1593
01:36:06,270 --> 01:36:11,190
Zoals ik al zei, zou dat in tweede
instantie op ons toegepast kunnen worden:

1594
01:36:11,190 --> 01:36:15,090
dat we de chaotische onrust van
botsende emoties en dergelijke,

1595
01:36:15,090 --> 01:36:19,290
die door ons hoofd razen, tot
stilstand brengen, kalm worden,

1596
01:36:19,290 --> 01:36:22,170
op God wachten en Zijn kracht kennen.

1597
01:36:22,170 --> 01:36:25,290
Mediteer in stilte en rust over Hem.

1598
01:36:25,290 --> 01:36:30,510
Hoe dan ook zien we hier dat er in de
stad van God een kalme zekerheid heerst,

1599
01:36:30,510 --> 01:36:32,850
ondanks een onstuimige wereld.

1600
01:36:32,850 --> 01:36:35,190
En dat is volgens mij
het thema van deze psalm.
