1
00:00:02,070 --> 00:00:04,590
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,590 --> 00:00:18,090
Deze keer behandelen we Psalmen
47, 48, 49, 50, 52, 54 en 55.

3
00:00:18,090 --> 00:00:22,770
Laten we opnieuw naar de Psalmen
gaan, deze keer naar Psalm 47.

4
00:00:22,770 --> 00:00:27,450
Ik wil deze psalmen graag behandelen
zonder al te veel onnodig commentaar,

5
00:00:27,450 --> 00:00:33,510
maar natuurlijk zonder nuttige opmerkingen
over te slaan. Deze is kort. Er staat:

6
00:00:33,510 --> 00:00:38,910
Alle volken, klap in de handen;
juich voor God met luide vreugdezang.

7
00:00:38,910 --> 00:00:42,870
Want de HEERE, de
Allerhoogste, is ontzagwekkend,

8
00:00:42,870 --> 00:00:45,570
een groot Koning over de hele aarde.

9
00:00:45,570 --> 00:00:50,010
Hij onderwerpt volken aan ons, Hij
brengt natiën onder onze voeten.

10
00:00:50,010 --> 00:00:54,630
Hij kiest voor ons ons erfelijk
bezit uit: de glorie van Jakob,

11
00:00:54,630 --> 00:00:56,610
die Hij heeft liefgehad.

12
00:00:56,610 --> 00:01:02,610
Sela God vaart op onder gejuich, de
HEERE vaart op onder bazuingeschal.

13
00:01:02,610 --> 00:01:08,970
Zing psalmen voor God, zing psalmen, zing
psalmen voor onze Koning, zing psalmen,

14
00:01:08,970 --> 00:01:14,310
want God is Koning over heel de aarde;
zing psalmen met een onderwijzing.

15
00:01:14,310 --> 00:01:19,170
God regeert over de heidenvolken;
God zit op Zijn heilige troon.

16
00:01:19,170 --> 00:01:23,670
De edelen van de volken voegen zich
bij het volk van de God van Abraham;

17
00:01:23,670 --> 00:01:26,610
want de schilden van
de aarde zijn van God.

18
00:01:26,610 --> 00:01:28,710
Hij is zeer hoog verheven!

19
00:01:28,710 --> 00:01:32,850
Dit is duidelijk een feestlied
waarin een overwinning wordt gevierd.

20
00:01:32,850 --> 00:01:36,570
Het gaat echter niet om een volledige
overwinning die al behaald is,

21
00:01:36,570 --> 00:01:39,930
maar om een overwinning
waarop wordt vooruitgezien.

22
00:01:39,930 --> 00:01:41,730
Hij zegt in vers 3:

23
00:01:41,730 --> 00:01:46,470
Hij onderwerpt volken aan ons, Hij
brengt natiën onder onze voeten.

24
00:01:46,470 --> 00:01:50,670
Daarmee ziet hij vooruit naar de
onderwerping van alle andere volken

25
00:01:50,670 --> 00:01:52,830
onder de voeten van Gods volk.

26
00:01:52,830 --> 00:01:56,430
Natuurlijk geeft de Bijbel aan
dat wij met Hem zullen regeren.

27
00:01:56,430 --> 00:02:01,050
Daarom wordt erover gesproken dat zij
onder onze voeten worden onderworpen:

28
00:02:01,050 --> 00:02:05,190
Gods volk zal blijkbaar met
Christus over de volken regeren.

29
00:02:05,190 --> 00:02:07,710
Dit was natuurlijk ook de Joodse hoop.

30
00:02:07,710 --> 00:02:11,490
Zij zagen ernaar uit dat alle
volken aan hen als Joods volk

31
00:02:11,490 --> 00:02:13,230
onderworpen zouden worden.

32
00:02:13,230 --> 00:02:16,830
Maar wij beseffen nu dat
alle volken in werkelijkheid

33
00:02:16,830 --> 00:02:21,210
aan Christus onderworpen moeten
worden, en niet aan de Joden zelf.

34
00:02:21,210 --> 00:02:22,650
Wanneer er staat:

35
00:02:22,650 --> 00:02:28,710
Alle volken, klap in de handen;
juich voor God met luide vreugdezang.

36
00:02:28,710 --> 00:02:32,550
kan het gaan om het vieren van
het feit dat God Koning wordt.

37
00:02:32,550 --> 00:02:38,670
In 2 Koningen 11:12 klappen mensen in
hun handen bij de kroning van de koning.

38
00:02:38,670 --> 00:02:43,110
Het handgeklap had ermee te maken
dat ze hem als het ware onder applaus

39
00:02:43,110 --> 00:02:47,310
zijn ambt binnenbrachten, of
dat ze zijn kroning vierden.

40
00:02:47,310 --> 00:02:49,770
Daar wordt hier
waarschijnlijk naar verwezen,

41
00:02:49,770 --> 00:02:55,110
samen met het juichen voor God met
een stem van overwinning of triomf.

42
00:02:55,110 --> 00:02:59,430
Dat God Koning is over de hele
aarde wordt in vers 2 genoemd:

43
00:02:59,430 --> 00:03:03,090
niet alleen over Israël,
maar over de hele aarde.

44
00:03:03,090 --> 00:03:05,010
God is Koning.

45
00:03:05,010 --> 00:03:06,810
In vers 8 staat ook:

46
00:03:06,810 --> 00:03:11,790
God regeert over de heidenvolken;
God zit op Zijn heilige troon.

47
00:03:11,790 --> 00:03:15,630
Niet alleen over de Israëlieten,
maar ook over de heidenen.

48
00:03:15,630 --> 00:03:18,450
Dit is dus een psalm
over Gods soevereiniteit

49
00:03:18,450 --> 00:03:22,290
en over de manier waarop Hij Zijn
soevereine bedoelingen verwezenlijkt.

50
00:03:22,290 --> 00:03:25,650
Het kan vreemd hebben geklonken
dat er in vers 2 staat:

51
00:03:25,650 --> 00:03:29,490
Want de HEERE, de
Allerhoogste, is ontzagwekkend,

52
00:03:29,490 --> 00:03:32,010
een groot Koning over de hele aarde.

53
00:03:32,010 --> 00:03:36,930
Maar het Engelse woord ‘terrible’ betekent
hier eenvoudigweg ‘ontzagwekkend’.

54
00:03:36,930 --> 00:03:42,270
Het is werkelijk iets ontzagwekkends:
Zijn grote soevereiniteit,

55
00:03:42,270 --> 00:03:44,910
de manier waarop Hij de
geschiedenis bestuurt

56
00:03:44,910 --> 00:03:50,490
en het feit dat niemand Hem kan uitdagen
en kan hopen Zijn wil ten val te brengen.

57
00:03:50,490 --> 00:03:55,650
Het is iets ontzagwekkends, en Hij is
een groot Koning over de hele aarde.

58
00:03:55,650 --> 00:03:59,130
Hij is bezig de volken onder
onze voeten te onderwerpen.

59
00:03:59,130 --> 00:04:03,510
Ik geloof dat dit vandaag gebeurt
door de prediking van het Evangelie.

60
00:04:03,510 --> 00:04:06,930
De volken komen onder de
heerschappij van Jezus.

61
00:04:06,930 --> 00:04:10,710
Daarmee bedoel ik niet noodzakelijk
de volken als politieke eenheden,

62
00:04:10,710 --> 00:04:13,770
maar afzonderlijke mensen
uit de heidenvolken.

63
00:04:13,770 --> 00:04:17,910
Die heerschappij komt vandaag natuurlijk
tot uitdrukking in de gemeente.

64
00:04:17,910 --> 00:04:21,750
Het bestuur van God wordt
vandaag zichtbaar in de gemeente.

65
00:04:21,750 --> 00:04:25,110
In zekere zin komen zij
dus onder onze voeten.

66
00:04:25,110 --> 00:04:26,550
Wanneer er staat:

67
00:04:26,550 --> 00:04:31,470
Hij kiest voor ons ons erfelijk
bezit uit: de glorie van Jakob,

68
00:04:31,470 --> 00:04:34,050
die Hij heeft liefgehad. Sela

69
00:04:34,050 --> 00:04:39,510
verwijst de uitdrukking ‘excellency of
Jacob’ waarschijnlijk naar het land zelf,

70
00:04:39,510 --> 00:04:41,370
het land Israël.

71
00:04:41,370 --> 00:04:45,450
In wezen staat hier dat God hun
erfenis voor hen zal kiezen,

72
00:04:45,450 --> 00:04:50,130
in de zin dat Hij die voor hen veilig
zal stellen en ervoor zal zorgen dat

73
00:04:50,130 --> 00:04:54,090
geen van hun vijanden hun
aanspraak erop betwist.

74
00:04:54,090 --> 00:04:55,290
Er staat:

75
00:04:55,290 --> 00:05:01,350
God vaart op onder gejuich, de
HEERE vaart op onder bazuingeschal.

76
00:05:01,350 --> 00:05:04,770
Dit verwijst heel goed mogelijk
naar de manier waarop God

77
00:05:04,770 --> 00:05:09,690
vroeger in de wolk boven de tabernakel
opsteeg wanneer Hij op het punt stond hen

78
00:05:09,690 --> 00:05:11,490
verder door de woestijn te leiden.

79
00:05:11,490 --> 00:05:14,970
Het volk juichte dan,
blies op de trompet en zei:

80
00:05:14,970 --> 00:05:19,080
God staat op, Zijn vijanden
worden verspreid; wie Hem haten,

81
00:05:19,080 --> 00:05:21,150
vluchten voor Zijn aangezicht.

82
00:05:21,150 --> 00:05:25,290
Vervolgens trokken ze verder en
volgden ze de wolk door de woestijn.

83
00:05:25,290 --> 00:05:28,950
Het is ook mogelijk dat dit verwijst
naar de ark van het verbond die de

84
00:05:28,950 --> 00:05:30,570
berg Sion opging.

85
00:05:30,570 --> 00:05:34,350
Dat gebeurde toen David de ark
vanuit haar eerdere verblijfplaats,

86
00:05:34,350 --> 00:05:39,690
het huis van Obed-Edom, naar Jeruzalem
bracht en zij de heuvel opging.

87
00:05:39,690 --> 00:05:41,490
De ark ging omhoog.

88
00:05:41,490 --> 00:05:45,030
In zekere zin ging God omhoog,
omdat Zijn aanwezigheid

89
00:05:45,030 --> 00:05:47,430
altijd met de ark verbonden was.

90
00:05:47,430 --> 00:05:50,490
Dat was wat Hij met de
ark wilde uitbeelden.

91
00:05:50,490 --> 00:05:53,310
Hij is dus onder gejuich omhooggegaan.

92
00:05:53,310 --> 00:05:55,890
Toen David de ark Jeruzalem binnenbracht,

93
00:05:55,890 --> 00:05:59,490
was er beslist veel
gejuich en feestvreugde.

94
00:05:59,490 --> 00:06:03,270
Dan is er de herhaling
in de verzen 6 en 7:

95
00:06:03,270 --> 00:06:10,350
Zing psalmen voor God, zing psalmen, zing
psalmen voor onze Koning, zing psalmen,

96
00:06:10,350 --> 00:06:16,410
want God is Koning over heel de aarde;
zing psalmen met een onderwijzing.

97
00:06:16,410 --> 00:06:17,190
en:

98
00:06:17,190 --> 00:06:19,890
zing lofliederen, vier keer.

99
00:06:19,890 --> 00:06:24,570
In het Hebreeuws is het maar één
woord dat ‘zing lofzangen’ betekent.

100
00:06:24,570 --> 00:06:29,490
Het is één enkel woord, waardoor
het meer een staccato-effect krijgt:

101
00:06:29,490 --> 00:06:33,330
heel nadrukkelijk, met
een soort snelle beweging:

102
00:06:33,330 --> 00:06:36,870
Zing lofliederen voor
God, zing lofliederen,

103
00:06:36,870 --> 00:06:39,690
zing lofliederen voor onze Koning.

104
00:06:39,690 --> 00:06:41,010
Dan staat er:

105
00:06:41,010 --> 00:06:44,250
Want God is Koning over de hele aarde.

106
00:06:44,250 --> 00:06:47,730
In vers 6 wordt Hij ‘onze Koning’ genoemd.

107
00:06:47,730 --> 00:06:51,450
Dat betekent de Koning van
Gods volk, van de Joden.

108
00:06:51,450 --> 00:06:56,490
Maar Hij is ook Koning over de hele
aarde, misschien in een andere betekenis,

109
00:06:56,490 --> 00:06:58,230
maar niettemin werkelijk.

110
00:06:58,230 --> 00:07:02,790
De laatste aansporing ‘zing
lofliederen’ in vers 7 luidt:

111
00:07:02,790 --> 00:07:04,950
zing lofliederen met verstand.

112
00:07:04,950 --> 00:07:09,150
De gebruikte Engelse vertaling
luidt hier ‘with understanding’,

113
00:07:09,150 --> 00:07:12,090
terwijl de HSV ‘met een
onderwijzing’ heeft.

114
00:07:12,090 --> 00:07:14,790
De spreker legt de
Engelse formulering uit:

115
00:07:14,790 --> 00:07:18,630
niet alleen gedachteloze lofprijzingen,
niet alleen woorden uitspreken die voor

116
00:07:18,630 --> 00:07:20,490
ons geen betekenis hebben.

117
00:07:20,490 --> 00:07:24,150
Daarom sprak Paulus, toen hij
het had over bidden met de Geest

118
00:07:24,150 --> 00:07:29,310
en bidden met het verstand, over tongen en
over de noodzaak om zowel in tongen als in

119
00:07:29,310 --> 00:07:33,570
je eigen taal te bidden.
Beide hebben waarde. Hij zei:

120
00:07:33,570 --> 00:07:34,770
Hoe is het dan?

121
00:07:34,770 --> 00:07:38,730
Ik zal met mijn geest bidden, maar
ik zal ook met mijn verstand bidden.

122
00:07:38,730 --> 00:07:43,710
Ik zal met mijn geest lofzingen, maar
ik zal ook met mijn verstand lofzingen.

123
00:07:43,710 --> 00:07:44,850
Hier staat:

124
00:07:44,850 --> 00:07:50,130
want God is Koning over heel de aarde;
zing psalmen met een onderwijzing.

125
00:07:50,130 --> 00:07:51,450
Dus zegt hij:

126
00:07:51,450 --> 00:07:53,430
Ik zal met verstand zingen.

127
00:07:53,430 --> 00:07:56,730
Dat staat in 1 Korinthe 14:15.

128
00:07:56,730 --> 00:07:59,310
Er is behoefte aan
verstandelijke aanbidding.

129
00:07:59,310 --> 00:08:01,170
Het is iets verstandelijks.

130
00:08:01,170 --> 00:08:04,590
Het is niet alleen maar iets waarbij
we onszelf opzwepen door bepaalde

131
00:08:04,590 --> 00:08:11,490
lofprijzingsformules te scanderen: „Prijs
God, prijs God, prijs God, prijs God.”

132
00:08:11,490 --> 00:08:14,250
Ik heb een groep gekend
die precies dat deed.

133
00:08:14,250 --> 00:08:18,870
Ik zal ze niet bij naam noemen, omdat
het een randgroep is, een soort sekte.

134
00:08:18,870 --> 00:08:22,230
Misschien hebben ze genoeg christelijke
kenmerken om als echte christenen

135
00:08:22,230 --> 00:08:25,980
beschouwd te worden, maar in veel
opzichten zijn ze sterk sektarisch.

136
00:08:25,980 --> 00:08:30,390
Een van de dingen die ze doen, is
de woorden scanderen en zeggen:

137
00:08:30,390 --> 00:08:31,890
„O Heere Jezus!

138
00:08:31,890 --> 00:08:33,570
O Heere Jezus!”

139
00:08:33,570 --> 00:08:36,690
Dat doen ze steeds opnieuw,
twintig of dertig keer.

140
00:08:36,690 --> 00:08:40,410
Of ze scanderen een andere
Schrifttekst of iets dergelijks.

141
00:08:40,410 --> 00:08:42,330
Voor hen is dat krachtig.

142
00:08:42,330 --> 00:08:46,230
Maar mij klinkt dat in de
oren als ijdele herhalingen,

143
00:08:46,230 --> 00:08:49,710
of op zijn minst als iets wat
daar gevaarlijk dicht bij komt.

144
00:08:49,710 --> 00:08:53,730
Het wordt iets waarbij ze zichzelf
door het scanderen opzwepen,

145
00:08:53,730 --> 00:08:57,750
in plaats van met verstand lofprijzingen
te uiten die betrekking hebben

146
00:08:57,750 --> 00:08:59,370
op Gods goedheid.

147
00:08:59,370 --> 00:09:03,510
Onze lofprijzingen horen iets met
de werkelijkheid te maken te hebben.

148
00:09:03,510 --> 00:09:06,210
Dat wil zeggen: als we God prijzen,

149
00:09:06,210 --> 00:09:08,970
prijzen we Hem om een
concrete werkelijkheid,

150
00:09:08,970 --> 00:09:13,590
omdat Hij goed is of omdat Hij
iets wonderbaarlijks heeft gedaan.

151
00:09:13,590 --> 00:09:16,890
Achter onze lofprijzingen
hoort een verstandelijk besef

152
00:09:16,890 --> 00:09:19,650
van Gods prijzenswaardigheid te liggen.

153
00:09:19,650 --> 00:09:23,790
De woorden van onze lofprijzing
horen voor ons betekenis te hebben,

154
00:09:23,790 --> 00:09:27,630
met als mogelijke uitzondering
wanneer we in tongen bidden.

155
00:09:27,630 --> 00:09:31,350
Natuurlijk geeft de Bijbel aan
dat ons verstand in zulke gevallen

156
00:09:31,350 --> 00:09:32,850
zonder vrucht is.

157
00:09:32,850 --> 00:09:37,050
Maar als we alleen in tongen zouden
bidden en nooit in onze eigen taal,

158
00:09:37,050 --> 00:09:39,150
dan zouden we ook iets missen.

159
00:09:39,150 --> 00:09:42,150
Daarom zei Paulus: „Ik zal beide doen.”

160
00:09:42,150 --> 00:09:45,630
God wil ons verstand en
niet alleen onze geest.

161
00:09:45,630 --> 00:09:47,550
Hij wil ons hele wezen.

162
00:09:47,550 --> 00:09:52,410
Hij wil dat we de Heere, onze
God, liefhebben met heel ons hart,

163
00:09:52,410 --> 00:09:56,010
met heel onze ziel en
met heel ons verstand.

164
00:09:56,010 --> 00:10:00,750
Dus wanneer we God prijzen, is het
goed dat ons verstand Hem prijst,

165
00:10:00,750 --> 00:10:04,350
en niet alleen onze mond
of misschien onze emoties.

166
00:10:04,350 --> 00:10:08,730
Er wordt opnieuw verwezen naar het
feit dat Hij over de heidenen regeert

167
00:10:08,730 --> 00:10:10,950
en op de troon van Zijn heiligheid zit.

168
00:10:10,950 --> 00:10:13,050
Dan staat er in vers 9:

169
00:10:13,050 --> 00:10:17,730
De edelen van de volken voegen zich
bij het volk van de God van Abraham;

170
00:10:17,730 --> 00:10:20,970
want de schilden van
de aarde zijn van God.

171
00:10:20,970 --> 00:10:23,370
Hij is zeer hoog verheven!

172
00:10:23,370 --> 00:10:27,210
Dit betekent waarschijnlijk de vorsten
van de volken die eerder genoemd zijn,

173
00:10:27,210 --> 00:10:32,070
dat wil zeggen de heidenen, hoewel het
woord „volk” soms een specifieke benaming

174
00:10:32,070 --> 00:10:34,710
voor de Joden is. Er staat:

175
00:10:34,710 --> 00:10:37,590
Zelfs het volk van de God van Abraham.

176
00:10:37,590 --> 00:10:41,430
In de gebruikte Engelse vertaling
is de zinsbouw hier dubbelzinnig;

177
00:10:41,430 --> 00:10:46,050
de HSV geeft explicieter weer dat de
edelen van de volken zich bij het volk van

178
00:10:46,050 --> 00:10:48,090
de God van Abraham voegen.

179
00:10:48,090 --> 00:10:52,410
De Engelse formulering lijkt te
kunnen betekenen dat met het volk de

180
00:10:52,410 --> 00:10:53,850
Joden bedoeld werden.

181
00:10:53,850 --> 00:10:55,590
Maar dat hoeft niet per se.

182
00:10:55,590 --> 00:10:58,230
Omdat God de Koning over heel de aarde is,

183
00:10:58,230 --> 00:11:02,070
is de God van Abraham
de God van alle volken.

184
00:11:02,070 --> 00:11:06,690
Deze gedachte wordt in het Nieuwe
Testament zeker vollediger uitgewerkt door

185
00:11:06,690 --> 00:11:10,710
Paulus, in Romeinen 4 en Galaten 3.

186
00:11:10,710 --> 00:11:15,750
Daar vertelt Paulus ons dat allen
die geloven zoals Abraham geloofde,

187
00:11:15,750 --> 00:11:18,570
werkelijk het volk van Abraham zijn.

188
00:11:18,570 --> 00:11:20,850
Zij zijn de kinderen van Abraham.

189
00:11:20,850 --> 00:11:24,630
Het zou hier dus werkelijk over de
vorsten van de aarde kunnen gaan,

190
00:11:24,630 --> 00:11:27,750
in plaats van alleen over
de vorsten van Israël.

191
00:11:27,750 --> 00:11:33,030
Zij worden bijeengebracht, en alle volken
van de aarde die zich bij God verzamelen,

192
00:11:33,030 --> 00:11:38,190
zijn het volk van de God van Abraham,
het volk van Abraham en zijn God.

193
00:11:38,190 --> 00:11:43,710
De woorden ‘de schilden van de aarde zijn
van God’ moeten eenvoudigweg betekenen

194
00:11:43,710 --> 00:11:48,990
dat Hij Zijn vijanden heeft overwonnen en
hun wapens en schilden heeft afgenomen.

195
00:11:48,990 --> 00:11:51,570
Hij heeft hun
verdedigingsmiddelen weggenomen.

196
00:11:51,570 --> 00:11:53,370
Hij is hoog verheven.

197
00:11:53,370 --> 00:11:59,010
Dit is dus een psalm over soevereiniteit,
over Gods totale macht over de heidenen en

198
00:11:59,010 --> 00:12:02,370
over de hele aarde, en over
Zijn grote overwinningen,

199
00:12:02,370 --> 00:12:05,070
waarbij niemand Hem kon tegenhouden.

200
00:12:05,070 --> 00:12:10,470
Psalm 48 gaat, net als Psalm
46, over de stad van God.

201
00:12:10,470 --> 00:12:15,450
Psalm 46 sprak over de gerustheid en
het vertrouwen in de stad van God,

202
00:12:15,450 --> 00:12:19,110
ondanks een veranderende
en onstuimige wereld.

203
00:12:19,110 --> 00:12:24,090
Maar deze psalm spreekt over de schoonheid
en ontzagwekkendheid van de stad van God,

204
00:12:24,090 --> 00:12:26,970
en over hoe die de vijanden angst aanjaagt

205
00:12:26,970 --> 00:12:29,670
wanneer zij de geweldige
verdedigingswerken van de stad

206
00:12:29,670 --> 00:12:31,350
van God aanschouwen.

207
00:12:31,350 --> 00:12:34,650
Dit werd natuurlijk gezegd over
de letterlijke stad Jeruzalem,

208
00:12:34,650 --> 00:12:39,030
met haar geweldige muren, haar
geweldige vestingen, enzovoort.

209
00:12:39,030 --> 00:12:42,930
Maar we zouden hier misschien ook
geestelijke toepassingen in kunnen zien,

210
00:12:42,930 --> 00:12:46,590
namelijk hoe de vijand
beeft. De Bijbel zegt:

211
00:12:46,590 --> 00:12:50,731
U gelooft dat God één is;
daar doet u goed aan .

212
00:12:50,731 --> 00:12:54,090
Maar ook de demonen geloven
dit , en zij sidderen.

213
00:12:54,090 --> 00:12:58,470
Ik geloof dat de duivel doodsbang is voor
de geweldige verdedigingsmiddelen die

214
00:12:58,470 --> 00:12:59,910
de gemeente heeft.

215
00:12:59,910 --> 00:13:05,190
God is namelijk onze verdediging, de
Naam van de Heere is onze sterke toren

216
00:13:05,190 --> 00:13:10,890
en tot de wapens van onze strijd behoort
het schild van het geloof, enzovoort.

217
00:13:10,890 --> 00:13:13,950
Deze dingen zijn onze
verdedigingsmiddelen.

218
00:13:13,950 --> 00:13:16,950
De stad van God van vandaag, de gemeente,

219
00:13:16,950 --> 00:13:20,970
heeft geweldige wapens die de
vijand angst kunnen aanjagen

220
00:13:20,970 --> 00:13:23,310
en hem op de vlucht kunnen jagen.

221
00:13:23,310 --> 00:13:27,990
Zo worden ook de vijanden hier beschreven
als op de vlucht gejaagd door de kracht,

222
00:13:27,990 --> 00:13:33,510
de duidelijk zichtbare kracht, van de
muren en bolwerken van de stad van God.

223
00:13:33,510 --> 00:13:36,690
Ik zeg niet dat de vijand
altijd voor de gemeente vlucht,

224
00:13:36,690 --> 00:13:41,010
want soms is de gemeente zich niet
eens bewust van haar eigen veiligheid.

225
00:13:41,010 --> 00:13:45,390
Soms zijn christenen zich totaal niet
bewust van de middelen die hun in God

226
00:13:45,390 --> 00:13:46,830
ter beschikking staan.

227
00:13:46,830 --> 00:13:51,150
Maar ik geloof dat de duivel beeft bij
de gedachte aan een christen die in de

228
00:13:51,150 --> 00:13:56,070
Geest is en weet welke middelen hem
tegen de vijand ter beschikking staan.

229
00:13:56,070 --> 00:13:59,850
De vijand kan die duidelijk genoeg
zien, en ik geloof dat hij er

230
00:13:59,850 --> 00:14:01,410
angstig voor beeft.

231
00:14:01,410 --> 00:14:02,670
Er staat:

232
00:14:02,670 --> 00:14:07,890
De HEERE is groot en zeer te
prijzen, in de stad van onze God,

233
00:14:07,890 --> 00:14:09,870
op Zijn heilige berg.

234
00:14:09,870 --> 00:14:15,510
Mooi van ligging, een vreugde voor heel de
aarde, is de berg Sion aan de noordzijde,

235
00:14:15,510 --> 00:14:17,610
de stad van de grote Koning!

236
00:14:17,610 --> 00:14:20,790
Deze uitdrukking, ‘the
city of the great King’,

237
00:14:20,790 --> 00:14:27,750
wordt door Jezus gebruikt in Mattheüs
5:35, in de Bergrede, toen Hij zei:

238
00:14:27,750 --> 00:14:31,590
niet bij de aarde, want dat is
de voetbank van Zijn voeten;

239
00:14:31,590 --> 00:14:36,330
en ook niet bij Jeruzalem, want
dat is de stad van de grote Koning.

240
00:14:36,330 --> 00:14:42,210
Jezus duidde Jeruzalem dus aan als de
stad van de grote Koning, dat wil zeggen:

241
00:14:42,210 --> 00:14:43,590
in Zijn tijd.

242
00:14:43,590 --> 00:14:46,710
Hij had het geestelijke
Jeruzalem nog niet opgericht.

243
00:14:46,710 --> 00:14:50,310
Hij was nog niet gestorven
en uit de dood opgestaan.

244
00:14:50,310 --> 00:14:55,350
Maar later, eigenlijk zelfs al
in dezelfde rede, de Bergrede,

245
00:14:55,350 --> 00:14:59,970
liep Hij vooruit op een tijd waarin
de gemeente de stad van God zou zijn.

246
00:14:59,970 --> 00:15:02,190
Want Hij zei tegen Zijn discipelen:

247
00:15:02,190 --> 00:15:04,530
U bent het licht van de wereld.

248
00:15:04,530 --> 00:15:09,150
Een stad die boven op een berg
ligt, kan niet verborgen zijn.

249
00:15:09,150 --> 00:15:14,070
Daarmee gaf Hij te kennen dat zij waren
als een stad die op een heuvel ligt.

250
00:15:14,070 --> 00:15:17,130
Zijn discipelen waren
de hemelse gemeenschap,

251
00:15:17,130 --> 00:15:21,750
en misschien lag daarin een aanwijzing
dat zij zelf de stad van de grote Koning

252
00:15:21,750 --> 00:15:25,590
zouden worden, hoewel Jeruzalem
dat op dat moment was.

253
00:15:25,590 --> 00:15:29,970
Later blijkt dat natuurlijk ook uit
andere teksten in het Nieuwe Testament.

254
00:15:29,970 --> 00:15:31,890
In Galaten 4 staat:

255
00:15:31,890 --> 00:15:37,470
Maar het Jeruzalem dat boven is, is
vrij, en dat is de moeder van ons allen.

256
00:15:37,470 --> 00:15:43,770
En Hebreeën 12:22 spreekt over Sion
en de stad van God als de gemeente.

257
00:15:43,770 --> 00:15:47,130
We weten dat wat hier over
de stad van God wordt gezegd,

258
00:15:47,130 --> 00:15:51,270
nu op ons als de christelijke
gemeenschap op aarde van toepassing is,

259
00:15:51,270 --> 00:15:54,390
hoewel het ooit op Jeruzalem
van toepassing was.

260
00:15:54,390 --> 00:15:56,910
Deze woorden zijn op muziek gezet.

261
00:15:56,910 --> 00:16:00,090
Ik weet echter dat sommigen
dit nogal naïef hebben opgevat.

262
00:16:00,090 --> 00:16:02,190
Er staat in de Engelse vertaling:

263
00:16:02,190 --> 00:16:05,850
Prachtig gelegen, de
vreugde van de hele aarde.

264
00:16:05,850 --> 00:16:08,730
Sommigen hebben gedacht
dat dit over God gaat:

265
00:16:08,730 --> 00:16:14,970
God is ‘beautiful for situation’
en ‘the joy of the whole earth’,

266
00:16:14,970 --> 00:16:19,110
alsof er stond dat God in
elke situatie prachtig is.

267
00:16:19,110 --> 00:16:20,970
Maar daar gaat het niet over.

268
00:16:20,970 --> 00:16:24,570
Het gaat over de berg Sion,
zoals er duidelijk staat.

269
00:16:24,570 --> 00:16:29,790
Eerst wordt ons verteld hoe groot de Heere
is en hoezeer Hij geprezen moet worden.

270
00:16:29,790 --> 00:16:32,850
En daar eindigt het ook mee, in vers 14:

271
00:16:32,850 --> 00:16:37,410
Want deze God is onze
God, eeuwig en altijd;

272
00:16:37,410 --> 00:16:39,930
Híj zal ons leiden tot de dood toe.

273
00:16:39,930 --> 00:16:44,070
De grootheid van God staat aan het
begin en aan het einde van de psalm,

274
00:16:44,070 --> 00:16:48,330
maar het hoofdgedeelte van de psalm
gaat over de stad waarin God woont.

275
00:16:48,330 --> 00:16:50,790
Vandaag woont Hij in Zijn gemeente.

276
00:16:50,790 --> 00:16:52,650
Hij woont in Zijn volk.

277
00:16:52,650 --> 00:16:56,730
In die tijd beschouwde men Hem als
Iemand Die in Jeruzalem woonde.

278
00:16:56,730 --> 00:17:00,390
De psalm spreekt dus eerst
over Hem, dan over Zijn stad,

279
00:17:00,390 --> 00:17:03,630
en vervolgens uitvoerig over Zijn stad.

280
00:17:03,630 --> 00:17:04,710
Er staat:

281
00:17:04,710 --> 00:17:09,030
De HEERE is groot en zeer te
prijzen, in de stad van onze God,

282
00:17:09,030 --> 00:17:10,890
op Zijn heilige berg.

283
00:17:10,890 --> 00:17:16,470
Mooi van ligging, een vreugde voor heel de
aarde, is de berg Sion aan de noordzijde,

284
00:17:16,470 --> 00:17:18,690
de stad van de grote Koning!

285
00:17:18,690 --> 00:17:22,410
De stad van onze God is in de
gebruikte Engelse vertaling

286
00:17:22,410 --> 00:17:26,970
‘beautiful for situation’; sommige
andere Engelse vertalingen geven dit

287
00:17:26,970 --> 00:17:29,190
weer met ‘elevation’.

288
00:17:29,190 --> 00:17:32,190
De HSV heeft ‘mooi van ligging’.

289
00:17:32,190 --> 00:17:38,070
Jeruzalem, gebouwd op de berg Sion, ligt
op een prachtige, hooggelegen plek en is:

290
00:17:38,070 --> 00:17:40,230
de vreugde van de hele aarde.

291
00:17:40,230 --> 00:17:42,810
Nog niet, maar hij ziet een tijd voor zich

292
00:17:42,810 --> 00:17:46,590
waarin de hele aarde naar de
stad van God zal toestromen.

293
00:17:46,590 --> 00:17:50,250
Daarover wordt duidelijker
gesproken in Jesaja hoofdstuk 2,

294
00:17:50,250 --> 00:17:53,670
dat we zullen bestuderen
wanneer we bij Jesaja komen.

295
00:17:53,670 --> 00:17:55,710
Dan staat er in vers 3:

296
00:17:55,710 --> 00:18:00,390
God is in haar paleizen; Hij is
er bekend als een veilige vesting.

297
00:18:00,390 --> 00:18:06,630
Dat wil zeggen: in de paleizen van de
stad van God is God bekend. Er staat:

298
00:18:06,630 --> 00:18:11,850
Want zie, koningen hadden zich
verzameld, zij waren samen opgetrokken.

299
00:18:11,850 --> 00:18:15,270
Zodra zij de stad zagen,
waren zij verbijsterd,

300
00:18:15,270 --> 00:18:19,110
zij werden door schrik
overmand, zij haastten zich weg.

301
00:18:19,110 --> 00:18:23,191
Huiver greep hen daar aan, smart
als van een barende vrouw .

302
00:18:23,191 --> 00:18:27,090
Met een oostenwind breekt U
de schepen van Tarsis stuk.

303
00:18:27,090 --> 00:18:31,650
Hij zegt in wezen dat de vijanden beven
en angstig vluchten wanneer ze deze

304
00:18:31,650 --> 00:18:36,510
geweldige bolwerken en deze geweldige
vestingen van de stad van God zien.

305
00:18:36,510 --> 00:18:40,110
Of dat ooit letterlijk met
iemand is gebeurd, is de vraag.

306
00:18:40,110 --> 00:18:43,770
Maar in wezen wordt hier met woorden
de indrukwekkende grootsheid van de

307
00:18:43,770 --> 00:18:45,870
stad zelf geprezen.

308
00:18:45,870 --> 00:18:50,490
Ook wordt beschreven hoe de moed de
vijanden wel in de schoenen moet zinken

309
00:18:50,490 --> 00:18:56,070
bij de gedachte dat ze moeten proberen die
geweldige vesting of citadel te verslaan.

310
00:18:56,070 --> 00:18:57,750
In vers 8 staat:

311
00:18:57,750 --> 00:19:00,990
Zoals wij het gehoord hadden,
zo hebben wij het gezien

312
00:19:00,990 --> 00:19:06,150
in de stad van de HEERE van de
legermachten, in de stad van onze God:

313
00:19:06,150 --> 00:19:11,190
God zal haar stand doen
houden tot in eeuwigheid. Sela

314
00:19:11,190 --> 00:19:15,390
Dat wil zeggen, hij zegt dat
de vijanden ervoor wegvluchten.

315
00:19:15,390 --> 00:19:18,870
Zoals we gehoord hebben,
zo hebben we ook gezien.

316
00:19:18,870 --> 00:19:21,030
Denk terug aan Psalm 44.

317
00:19:21,030 --> 00:19:23,610
Daar spraken ze over
wat ze gehoord hadden:

318
00:19:23,610 --> 00:19:27,570
Ik heb gehoord wat God
in vroeger tijden deed.

319
00:19:27,570 --> 00:19:33,030
Maar in Psalm 44 zagen ze het niet, en ze
vroegen zich af waarom ze het niet zagen.

320
00:19:33,030 --> 00:19:36,270
Waarom hebben we het gehoord,
maar hebben we het niet gezien?

321
00:19:36,270 --> 00:19:40,350
We hebben gehoord dat God deze
dingen in het verleden deed.

322
00:19:40,350 --> 00:19:42,990
Waarom zien we Hem dat vandaag niet doen?

323
00:19:42,990 --> 00:19:46,230
Hier heeft de psalmist
een ander perspectief.

324
00:19:46,230 --> 00:19:49,350
Ze hebben niet alleen gehoord
dat God zulke dingen doet;

325
00:19:49,350 --> 00:19:52,530
ze hebben God zulke dingen ook zien doen.

326
00:19:52,530 --> 00:19:57,330
Misschien rennen mensen niet letterlijk
uit angst weg wanneer ze de muren zien,

327
00:19:57,330 --> 00:19:59,970
maar de muren en de vesting van Jeruzalem

328
00:19:59,970 --> 00:20:02,910
houden wel letterlijk
vijanden tegen in de strijd,

329
00:20:02,910 --> 00:20:05,190
zodat die uiteindelijk moeten vluchten.

330
00:20:05,190 --> 00:20:07,410
Dan staat er in vers 9:

331
00:20:07,410 --> 00:20:12,330
O God, wij gedenken Uw goedertierenheid
in het midden van Uw tempel.

332
00:20:12,330 --> 00:20:17,910
Zoals Uw Naam is, o God, zo is Uw
roem, tot aan de einden der aarde;

333
00:20:17,910 --> 00:20:20,730
Uw rechterhand is vol gerechtigheid.

334
00:20:20,730 --> 00:20:27,030
Nu kan Gods Naam verwijzen naar Zijn
karakter, of naar Hem, echt naar Hemzelf.

335
00:20:27,030 --> 00:20:32,730
Zoals God Zelf op de hele aarde is, zo
zal ook Zijn lof op de hele aarde zijn.

336
00:20:32,730 --> 00:20:35,250
Dit herinnert ons eraan
dat Zijn heerlijkheid

337
00:20:35,250 --> 00:20:40,110
en de kennis van Zijn heerlijkheid de
aarde zullen vullen zoals het water

338
00:20:40,110 --> 00:20:41,490
de zee bedekt.

339
00:20:41,490 --> 00:20:45,990
Zoals God overal op aarde aanwezig
is, zo wordt Zijn lof over de

340
00:20:45,990 --> 00:20:48,090
hele aarde uitgesproken.

341
00:20:48,090 --> 00:20:53,730
Laat de berg Sion zich verblijden; laat de
dochters van Juda zich verheugen omwille

342
00:20:53,730 --> 00:20:55,350
van Uw oordelen.

343
00:20:55,350 --> 00:20:59,550
De dochters van Juda verwijzen
waarschijnlijk naar de steden van Juda,

344
00:20:59,550 --> 00:21:02,670
de dochtersteden van
de hoofdstad Jeruzalem.

345
00:21:02,670 --> 00:21:09,330
Ga rondom Sion en loop eromheen, tel haar
torens, richt uw hart op haar vestingwal,

346
00:21:09,330 --> 00:21:14,250
kijk nauwkeurig naar haar paleizen om het
aan de volgende generatie te vertellen.

347
00:21:14,250 --> 00:21:19,290
Want deze God is onze
God, eeuwig en altijd;

348
00:21:19,290 --> 00:21:21,750
Híj zal ons leiden tot de dood toe.

349
00:21:21,750 --> 00:21:23,850
Of eigenlijk: tel ze.

350
00:21:23,850 --> 00:21:28,170
Ten slotte wordt ons dus gezegd dat
we rond Jeruzalem moeten lopen en die

351
00:21:28,170 --> 00:21:31,170
vestingen moeten bekijken,
die muren moeten bekijken,

352
00:21:31,170 --> 00:21:34,530
en moeten zien hoe veilig die stad is.

353
00:21:34,530 --> 00:21:38,790
Ik veronderstel dat, als we daar voor
onszelf een geestelijke toepassing aan

354
00:21:38,790 --> 00:21:43,890
willen verbinden, het zou betekenen dat
we de geweldige middelen die God ons heeft

355
00:21:43,890 --> 00:21:49,470
gegeven en de grote veiligheid die
Hij ons biedt, moeten inventariseren.

356
00:21:49,470 --> 00:21:53,610
Onze bescherming tegen de vijand
bestaat niet uit letterlijke muren,

357
00:21:53,610 --> 00:21:58,770
hoewel Jesaja wel spreekt over de stad
die muren heeft die behoud genoemd worden.

358
00:21:58,770 --> 00:22:02,550
In het Nieuwe Testament wordt ons
verteld over een helm van het behoud,

359
00:22:02,550 --> 00:22:07,050
het borstharnas van de gerechtigheid
en het schild van het geloof.

360
00:22:07,050 --> 00:22:11,790
Dat zijn de verdedigingswerken die God
voor ons tegen de vijand heeft gebouwd

361
00:22:11,790 --> 00:22:14,130
en aan ons heeft overgedragen.

362
00:22:14,130 --> 00:22:18,870
We moeten eromheen lopen en inventariseren
wat ons ter beschikking staat.

363
00:22:18,870 --> 00:22:23,370
Als we ons er niet van bewust zijn, zullen
we ze uiteraard niet kunnen gebruiken.

364
00:22:23,370 --> 00:22:27,210
We zullen doodsbang zijn
wanneer er niets te vrezen valt.

365
00:22:27,210 --> 00:22:30,870
We zullen ineengedoken zitten
en ons terugtrekken wanneer we

366
00:22:30,870 --> 00:22:35,130
vol vertrouwen zouden moeten oprukken,
omdat we geen inventaris hebben opgemaakt

367
00:22:35,130 --> 00:22:39,990
van de muren, de torens en de
geweldige verdedigingswerken waarin God

368
00:22:39,990 --> 00:22:41,610
voor ons heeft voorzien.

369
00:22:41,610 --> 00:22:45,270
Nu gaan we verder met Psalm 49.

370
00:22:45,270 --> 00:22:50,190
Hoor dit, alle volken, neem het ter
ore, alle bewoners van de wereld,

371
00:22:50,190 --> 00:22:55,050
zowel eenvoudigen als
aanzienlijken, rijk en arm samen.

372
00:22:55,050 --> 00:22:59,490
Mijn mond zal enkel wijsheid spreken,
en de overdenking van mijn hart zal

373
00:22:59,490 --> 00:23:00,570
vol inzicht zijn.

374
00:23:00,570 --> 00:23:04,470
Met andere woorden, dit wordt
weer een wijsheidspsalm.

375
00:23:04,470 --> 00:23:08,310
We zagen dat Psalm 37
iets was wat we een stuk

376
00:23:08,310 --> 00:23:12,630
wijsheidsliteratuur zouden
kunnen noemen, net als Spreuken.

377
00:23:12,630 --> 00:23:16,410
Dit zal dus veel overeenkomsten
vertonen met Spreuken.

378
00:23:16,410 --> 00:23:20,010
We zullen er zelfs ook veel
in zien wat op Prediker lijkt.

379
00:23:20,010 --> 00:23:21,330
Maar hij zegt:

380
00:23:21,330 --> 00:23:26,010
Mijn mond zal enkel wijsheid spreken,
en de overdenking van mijn hart zal

381
00:23:26,010 --> 00:23:27,630
vol inzicht zijn.

382
00:23:27,630 --> 00:23:30,150
Ik zal mijn oor neigen tot een spreuk,

383
00:23:30,150 --> 00:23:33,630
ik zal mijn verborgenheden
onthullen bij harpspel.

384
00:23:33,630 --> 00:23:36,750
Waarom zou ik bevreesd
zijn in dagen van onheil,

385
00:23:36,750 --> 00:23:40,650
wanneer de onrechtvaardigen mij op
de hielen zitten en mij omringen?

386
00:23:40,650 --> 00:23:45,450
Zij vertrouwen op hun vermogen en
beroemen zich op hun grote rijkdom.

387
00:23:45,450 --> 00:23:48,510
Niemand van hen kan zijn
broeder metterdaad verlossen,

388
00:23:48,510 --> 00:23:51,150
hij kan God zijn losgeld niet geven.

389
00:23:51,150 --> 00:23:54,150
De losprijs voor hun leven
is immers te kostbaar

390
00:23:54,150 --> 00:23:56,790
en zal voor eeuwig ontoereikend zijn.

391
00:23:56,790 --> 00:24:01,170
Hij zou dan voor altijd verder
leven, en het verderf niet zien.

392
00:24:01,170 --> 00:24:03,810
Nu is dit een interessante uitspraak.

393
00:24:03,810 --> 00:24:07,890
In wezen wordt er gezegd dat,
als je op je rijkdom vertrouwt,

394
00:24:07,890 --> 00:24:11,250
één ding dat je moet beseffen
is dat je rijkdom je niet van de

395
00:24:11,250 --> 00:24:12,750
ondergang kan redden.

396
00:24:12,750 --> 00:24:16,230
Je rijkdom kan je leven niet
van de ondergang verlossen.

397
00:24:16,230 --> 00:24:19,050
Rijk zijn zal je niet van de dood redden.

398
00:24:19,050 --> 00:24:21,090
Rijkdom redt niet van de dood.

399
00:24:21,090 --> 00:24:28,070
Het herinnert ons aan 1 Petrus 1:18–19,
waar staat dat God ons heeft verlost —

400
00:24:28,070 --> 00:24:30,550
dat is hetzelfde woord
dat hier wordt gebruikt —

401
00:24:30,550 --> 00:24:35,430
in de wetenschap dat u niet met
vergankelijke dingen, zilver of goud,

402
00:24:35,430 --> 00:24:38,430
vrijgekocht bent van uw
zinloze levenswandel,

403
00:24:38,430 --> 00:24:43,230
die u door de vaderen overgeleverd is,
maar met het kostbaar bloed van Christus,

404
00:24:43,230 --> 00:24:46,290
als van een smetteloos en onbevlekt Lam.

405
00:24:46,290 --> 00:24:49,590
Een mens kan zichzelf niet
met rijkdom verlossen.

406
00:24:49,590 --> 00:24:53,850
Hij kan niet door middel van
rijkdom zijn eeuwige leven regelen.

407
00:24:53,850 --> 00:24:58,650
Zelfs God heeft ons eeuwige leven
niet door middel van rijkdom geregeld.

408
00:24:58,650 --> 00:25:03,090
Hij heeft ons niet verlost met
zilver en goud, of met zulke dingen,

409
00:25:03,090 --> 00:25:06,450
maar Hij heeft dat gedaan
met het bloed van Christus.

410
00:25:06,450 --> 00:25:11,730
De erkenning dat rijkdom niet toereikend
is om het leven van een mens te verlossen,

411
00:25:11,730 --> 00:25:15,570
wordt hier heel mooi verwoord
in de verzen 6 tot en met 9.

412
00:25:15,570 --> 00:25:23,130
Het gedeelte uit 1 Petrus dat
ik noemde, was 1 Petrus 1:18–19.

413
00:25:23,130 --> 00:25:24,270
Vers 10:

414
00:25:24,270 --> 00:25:30,030
Want hij ziet dat wijzen sterven, dat een
dwaas en een onverstandige samen omkomen

415
00:25:30,030 --> 00:25:32,910
en hun vermogen aan anderen nalaten.

416
00:25:32,910 --> 00:25:37,830
We hebben gezien dat dit op Prediker
lijkt, en het lijkt ook op Psalm 39,

417
00:25:37,830 --> 00:25:39,690
vers 5 en 6.

418
00:25:39,690 --> 00:25:44,010
Hun diepste gedachte is dat hun
huizen voor eeuwig zullen bestaan,

419
00:25:44,010 --> 00:25:49,410
hun woningen van generatie op generatie;
zij noemen de landen naar hun naam.

420
00:25:49,410 --> 00:25:53,250
Toch blijft de mens, in al
zijn aanzien, niet bestaan;

421
00:25:53,250 --> 00:25:56,190
hij wordt gelijk aan
de dieren, die vergaan.

422
00:25:56,190 --> 00:25:59,190
Deze weg die zij gaan, is hun dwaasheid;

423
00:25:59,190 --> 00:26:03,210
toch scheppen hun nakomelingen
behagen in hun woorden. Sela

424
00:26:03,210 --> 00:26:07,830
of hun dwaasheid. Wat hier wordt gezegd,
is dat degenen die op hun rijkdom

425
00:26:07,830 --> 00:26:12,150
vertrouwen in een dwazenparadijs
leven. Ze zijn misleid.

426
00:26:12,150 --> 00:26:16,230
Met hun rijkdom zijn ze niet in
staat de ziel van hun broeder,

427
00:26:16,230 --> 00:26:21,450
of zelfs hun eigen ziel, van de dood
of van het verderf vrij te kopen.

428
00:26:21,450 --> 00:26:25,710
Toch gedragen ze zich en denken
ze alsof ze eeuwig zullen leven.

429
00:26:25,710 --> 00:26:30,510
Nu staat er in vers 10 dat ze wel
degelijk zien dat wijze mensen sterven,

430
00:26:30,510 --> 00:26:32,970
net zoals dwaze mensen sterven.

431
00:26:32,970 --> 00:26:35,010
Ze zien mensen sterven.

432
00:26:35,010 --> 00:26:39,750
Maar ondanks wat ze om zich heen
zien, lijken ze dat feit te negeren.

433
00:26:39,750 --> 00:26:43,590
Hun innerlijke gedachte is dat
zij de uitzondering zullen zijn.

434
00:26:43,590 --> 00:26:48,030
Mensen zijn geneigd zo te denken,
vooral mensen die risico’s nemen,

435
00:26:48,030 --> 00:26:50,430
maar zelfs mensen die dat niet doen.

436
00:26:50,430 --> 00:26:53,850
Ze lijken te denken: ook
al zijn anderen gestorven,

437
00:26:53,850 --> 00:26:58,470
op de een of andere manier lijkt het
alsof het mij nooit zal overkomen.

438
00:26:58,470 --> 00:27:02,730
Niemand denkt werkelijk op rationele
wijze dat hij nooit zal sterven.

439
00:27:02,730 --> 00:27:05,370
Iedereen weet dat hij
op een dag zal sterven,

440
00:27:05,370 --> 00:27:09,870
maar het komt gewoon nooit bij hem op
dat hij binnenkort zou kunnen sterven.

441
00:27:09,870 --> 00:27:11,970
Andere mensen sterven jong.

442
00:27:11,970 --> 00:27:14,670
Andere mensen krijgen een auto-ongeluk.

443
00:27:14,670 --> 00:27:19,230
Andere mensen worden vroeg, of zelfs
laat, door hun zonden ingehaald.

444
00:27:19,230 --> 00:27:23,130
Maar meestal is de zondaar degene
die de gok heeft gewaagd dat het hem

445
00:27:23,130 --> 00:27:24,930
niet zal overkomen.

446
00:27:24,930 --> 00:27:29,010
Hier zegt de wijsheidsdichter dat
ze andere mensen zien sterven.

447
00:27:29,010 --> 00:27:34,290
Ze zien dat zowel wijze mensen als dwazen
sterven en dat ze uiteindelijk hun geld

448
00:27:34,290 --> 00:27:36,630
aan andere mensen moeten nalaten.

449
00:27:36,630 --> 00:27:40,230
Maar ze denken niet dat
dit henzelf zal overkomen.

450
00:27:40,230 --> 00:27:44,730
Innerlijk leven ze in de overtuiging
dat het hun niet zal overkomen.

451
00:27:44,730 --> 00:27:47,370
Hun huizen zullen eeuwig blijven bestaan,

452
00:27:47,370 --> 00:27:50,610
hun woonplaatsen van
generatie op generatie.

453
00:27:50,610 --> 00:27:53,370
Ze noemen zelfs hun
landerijen naar zichzelf,

454
00:27:53,370 --> 00:27:57,930
alsof dat hen in leven zal houden,
omdat die landerijen hun naam dragen

455
00:27:57,930 --> 00:28:01,290
en de landerijen vanzelfsprekend
zullen blijven bestaan.

456
00:28:01,290 --> 00:28:06,690
Toch, zo staat er, houdt een mens niet
stand, ook al staat hij in aanzien.

457
00:28:06,690 --> 00:28:08,130
Hij blijft niet.

458
00:28:08,130 --> 00:28:10,530
Hij is als de dieren die vergaan.

459
00:28:10,530 --> 00:28:13,590
Dieren en mensen vergaan
op dezelfde manier.

460
00:28:13,590 --> 00:28:15,570
En in vers 13 staat:

461
00:28:15,570 --> 00:28:17,790
Deze weg van hen is dwaas.

462
00:28:17,790 --> 00:28:22,110
Dat wil zeggen: ze negeren de
werkelijkheid op dwaze wijze.

463
00:28:22,110 --> 00:28:23,430
Toch staat er:

464
00:28:23,430 --> 00:28:29,070
Toch stemmen hun nakomelingen, hun
kinderen, in met wat zij zeggen.

465
00:28:29,070 --> 00:28:32,670
Dat betekent dat hun kinderen
niet van hun fouten leren.

466
00:28:32,670 --> 00:28:36,510
De rijke man zou van de fouten van
andere mensen moeten kunnen leren.

467
00:28:36,510 --> 00:28:39,990
Hij kon zien dat andere mensen
vóór hem gestorven waren

468
00:28:39,990 --> 00:28:42,930
en hun geld aan anderen moesten nalaten.

469
00:28:42,930 --> 00:28:45,090
Hun geld heeft hen niet gered.

470
00:28:45,090 --> 00:28:46,650
Maar hij ziet dat niet.

471
00:28:46,650 --> 00:28:52,110
Hij negeert dat feit, leeft zo
verder en vergaat uiteindelijk ook.

472
00:28:52,110 --> 00:28:56,490
Zijn kinderen, die dat hadden moeten
zien en ervan hadden moeten leren,

473
00:28:56,490 --> 00:28:58,650
leren er evenmin van.

474
00:28:58,650 --> 00:29:03,810
Ze keuren gewoon zijn hele levenswijze
goed en gaan dezelfde weg als hij.

475
00:29:03,810 --> 00:29:07,050
Zo laat hij zien hoe
onleerbaar de mens is:

476
00:29:07,050 --> 00:29:11,610
hoe de mens niet van de fouten van andere
mensen leert zoals hij zou moeten doen,

477
00:29:11,610 --> 00:29:14,670
en uiteindelijk zelf
dezelfde fouten maakt.

478
00:29:14,670 --> 00:29:16,170
Dan staat er:

479
00:29:16,170 --> 00:29:21,030
Als schapen zet men hen in het
graf, de dood zal hen weiden.

480
00:29:21,030 --> 00:29:24,690
De oprechten zullen in de
morgen over hen heersen,

481
00:29:24,690 --> 00:29:29,310
het graf zal hun gestalte doen
wegteren, ver van hun woning.

482
00:29:29,310 --> 00:29:32,790
Dan wordt er verwezen naar
de opstanding van de doden:

483
00:29:32,790 --> 00:29:36,870
Maar God zal mijn ziel verlossen
uit de greep van het graf,

484
00:29:36,870 --> 00:29:40,350
want Hij zal mij opnemen. Sela

485
00:29:40,350 --> 00:29:42,810
Hij zal mij uit het graf terugroepen.

486
00:29:42,810 --> 00:29:45,750
Wees niet bevreesd,
wanneer een man rijk wordt,

487
00:29:45,750 --> 00:29:48,210
wanneer de eer van zijn huis groot wordt,

488
00:29:48,210 --> 00:29:51,930
want bij zijn sterven zal hij
niets van dat alles meenemen,

489
00:29:51,930 --> 00:29:55,170
zijn eer zal hem in het graf niet nadalen.

490
00:29:55,170 --> 00:29:58,650
De apostel Paulus moet aan
deze Schrift hebben gedacht

491
00:29:58,650 --> 00:30:02,610
toen Paulus in 1 Timotheus 6:7 zei:

492
00:30:02,610 --> 00:30:05,310
Want wij hebben niets
de wereld ingedragen,

493
00:30:05,310 --> 00:30:08,910
het is duidelijk dat wij ook
niets daaruit kunnen wegdragen.

494
00:30:08,910 --> 00:30:11,550
Hij wijst erop dat we geld
niet moeten liefhebben,

495
00:30:11,550 --> 00:30:15,450
dat we niet naar geld moeten streven
en dat we tevreden moeten zijn met

496
00:30:15,450 --> 00:30:17,070
voedsel en kleding.

497
00:30:17,070 --> 00:30:20,970
Hij zei: want wat maakt het uit
als we meer dan dat krijgen?

498
00:30:20,970 --> 00:30:25,110
Het is hoe dan ook niet iets waar we voor
de eeuwigheid iets aan zullen hebben.

499
00:30:25,110 --> 00:30:26,910
We kunnen het niet meenemen.

500
00:30:26,910 --> 00:30:29,910
Hij moet dit uit deze
psalm hebben gehaald.

501
00:30:29,910 --> 00:30:31,470
Vers 17 zegt:

502
00:30:31,470 --> 00:30:35,070
want bij zijn sterven zal hij
niets van dat alles meenemen,

503
00:30:35,070 --> 00:30:38,070
zijn eer zal hem in het graf niet nadalen.

504
00:30:38,070 --> 00:30:41,610
Al prijst hij zich in zijn
leven gelukkig, al looft men u,

505
00:30:41,610 --> 00:30:45,450
omdat u zichzelf te goed doet, toch
zal hij komen tot het geslacht van zijn

506
00:30:45,450 --> 00:30:49,350
vaderen; voor altijd zullen
zij het licht niet zien.

507
00:30:49,350 --> 00:30:54,090
De mens, die wel in aanzien is, maar
geen inzicht heeft, wordt gelijk aan de

508
00:30:54,090 --> 00:30:56,010
dieren, die vergaan.

509
00:30:56,010 --> 00:31:00,090
Er wordt gezegd dat hij tijdens zijn
leven het beeld lijkt te zijn van een man

510
00:31:00,090 --> 00:31:01,830
die zegen ervaart.

511
00:31:01,830 --> 00:31:08,430
Hij verwent zichzelf met elk soort luxe,
elk soort voorrecht en elk soort genot.

512
00:31:08,430 --> 00:31:11,010
Andere mensen lijken ook
met hem weg te lopen,

513
00:31:11,010 --> 00:31:15,570
want in Spreuken staat dat iedereen
bevriend is met iemand die geld heeft.

514
00:31:15,570 --> 00:31:20,550
Zolang je geld hebt, zul je veel vrienden
hebben, of in elk geval schijnvrienden.

515
00:31:20,550 --> 00:31:21,630
Er staat:

516
00:31:21,630 --> 00:31:25,710
De mensen zullen u prijzen
wanneer u goed voor uzelf zorgt.

517
00:31:25,710 --> 00:31:29,010
Dat wil zeggen: je leeft
gewoon voor je eigen belangen,

518
00:31:29,010 --> 00:31:31,470
en de mensen zullen je daarom prijzen.

519
00:31:31,470 --> 00:31:34,110
Als je een zelfopofferend
leven gaat leiden,

520
00:31:34,110 --> 00:31:38,850
zullen mensen je om de een of andere
reden bekritiseren, vooral je familie.

521
00:31:38,850 --> 00:31:43,230
Wanneer je het goed voor jezelf regelt
en gewoon een zelfzuchtig leven vol

522
00:31:43,230 --> 00:31:48,150
zelfverwennerij leidt, zullen je ouders
en dat soort mensen je prijzen en zeggen:

523
00:31:48,150 --> 00:31:50,370
‘Tjonge, je hebt het echt gemaakt.

524
00:31:50,370 --> 00:31:52,530
Dat heb je echt slim aangepakt.’

525
00:31:52,530 --> 00:31:57,150
Maar als je alles opgeeft om God te volgen
en Hem te dienen in betrekkelijke armoede

526
00:31:57,150 --> 00:32:01,350
of wat dan ook, denken
mensen: ‘Zo, wat een sukkel.

527
00:32:01,350 --> 00:32:03,270
Wat een stomme dwaas.

528
00:32:03,270 --> 00:32:05,670
Je hebt het echt verknald in je leven.

529
00:32:05,670 --> 00:32:08,190
Kijk eens hoe je je leven verspilt.’

530
00:32:08,190 --> 00:32:12,090
Dat is wat hier wordt gezegd: als
je het goed voor jezelf regelt,

531
00:32:12,090 --> 00:32:14,250
zullen mensen je daarom prijzen.

532
00:32:14,250 --> 00:32:18,510
Maar zo iemand, die voor zichzelf
leeft en zichzelf verwent

533
00:32:18,510 --> 00:32:21,810
in plaats van in het licht
te wandelen, zal omkomen,

534
00:32:21,810 --> 00:32:24,390
net zoals zijn vaderen zijn omgekomen.

535
00:32:24,390 --> 00:32:26,190
Daar had hij aan moeten denken.

536
00:32:26,190 --> 00:32:31,590
Hij zag zijn vaderen vóór hem het graf
ingaan, en nu zal hij daar ook heengaan.

537
00:32:31,590 --> 00:32:35,250
Ze zullen het licht niet zien, omdat
ze zich er tijdens hun leven niet

538
00:32:35,250 --> 00:32:37,590
toe verbonden hebben
in het licht te leven.

539
00:32:37,590 --> 00:32:40,350
Wat hij dus in wezen zegt, in vers 20,

540
00:32:40,350 --> 00:32:43,890
is dat zelfs een man die door
andere mensen geëerd wordt,

541
00:32:43,890 --> 00:32:47,790
als hij geen inzicht heeft, niet
veel beter af is dan een dier,

542
00:32:47,790 --> 00:32:49,770
dat evenmin inzicht heeft.

543
00:32:49,770 --> 00:32:52,350
Zelfs mensen die in de
samenleving geëerd worden,

544
00:32:52,350 --> 00:32:55,410
zijn niet beter af dan dieren
als ze geen inzicht hebben.

545
00:32:55,410 --> 00:32:58,050
Laten we verdergaan met hoofdstuk 50.

546
00:32:58,050 --> 00:33:00,750
Hoofdstuk 50 bevat een paar goede dingen.

547
00:33:00,750 --> 00:33:05,070
Het grootste deel ervan is een godsspraak
die door God wordt uitgesproken.

548
00:33:05,070 --> 00:33:08,850
Er staat een bepaalde uitspraak over
Gods heerlijkheid die zichtbaar is in

549
00:33:08,850 --> 00:33:10,950
Zijn stad, Sion.

550
00:33:10,950 --> 00:33:13,830
Dat zou een beeld kunnen zijn van
de toekomstige heerlijkheid van

551
00:33:13,830 --> 00:33:15,810
de gemeente, want:

552
00:33:15,810 --> 00:33:20,250
Want de aarde zal vol worden met de
kennis van de heerlijkheid van de HEERE,

553
00:33:20,250 --> 00:33:23,130
zoals het water de
bodem van de zee bedekt.

554
00:33:23,130 --> 00:33:27,330
In de eerste drie verzen worden
enkele van dezelfde beelden gebruikt.

555
00:33:27,330 --> 00:33:31,590
Maar na vers 3 krijgen we een
door God uitgesproken godsspraak,

556
00:33:31,590 --> 00:33:34,170
die enkele krachtige woorden bevat.

557
00:33:34,170 --> 00:33:37,170
De eerste drie verzen, Psalm 50:

558
00:33:37,170 --> 00:33:39,090
Een psalm van Asaf.

559
00:33:39,090 --> 00:33:43,890
De God der goden, de HEERE,
spreekt, en roept de aarde,

560
00:33:43,890 --> 00:33:47,130
vanwaar de zon opkomt
tot waar hij ondergaat.

561
00:33:47,130 --> 00:33:50,010
Het opgaan van de zon
verwijst naar het oosten,

562
00:33:50,010 --> 00:33:52,890
en het ondergaan ervan
verwijst naar het westen.

563
00:33:52,890 --> 00:33:56,790
Dus van oost tot west heeft
God de aarde geroepen.

564
00:33:56,790 --> 00:33:59,310
Misschien is dit precies
wat er nu gebeurt.

565
00:33:59,310 --> 00:34:02,430
Van oost tot west, over de hele wereld,

566
00:34:02,430 --> 00:34:07,230
laat God Zijn oproep uitgaan tot
mensen om op het Evangelie te reageren.

567
00:34:07,230 --> 00:34:08,310
Er staat:

568
00:34:08,310 --> 00:34:12,930
Uit Sion, de volmaakte schoonheid,
verschijnt God blinkend.

569
00:34:12,930 --> 00:34:18,690
Dit zou ook op de gemeente kunnen
slaan: de gemeente, Sion, Gods volk.

570
00:34:18,690 --> 00:34:20,670
Hij straalt vanuit ons.

571
00:34:20,670 --> 00:34:23,010
Hij straalt vanuit ons leven.

572
00:34:23,010 --> 00:34:25,470
Zijn heerlijkheid is op ons te zien.

573
00:34:25,470 --> 00:34:30,990
Onze God komt en zal niet zwijgen;
voor Zijn aangezicht verteert een vuur,

574
00:34:30,990 --> 00:34:32,850
rondom Hem stormt het geweldig.

575
00:34:32,850 --> 00:34:35,370
We weten dat dit bij
de wederkomst waar is:

576
00:34:35,370 --> 00:34:39,510
wanneer Hij met vlammend vuur wraak
oefent over hen die God niet kennen,

577
00:34:39,510 --> 00:34:44,970
en over hen die het Evangelie van onze
Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn.

578
00:34:44,970 --> 00:34:48,810
Dat wordt genoemd in 2
Thessalonicenzen 1:8.

579
00:34:48,810 --> 00:34:54,270
Hij roept tot de hemel daarboven en tot de
aarde, om over Zijn volk recht te spreken:

580
00:34:54,270 --> 00:34:56,370
Dit is wat Hij zegt:

581
00:34:56,370 --> 00:35:01,950
Verzamel Mij Mijn gunstelingen, die een
verbond met Mij sluiten door offers.

582
00:35:01,950 --> 00:35:04,650
Dit zou het offer van
het bloed van Jezus zijn,

583
00:35:04,650 --> 00:35:08,010
waardoor wij tot het nieuwe
verbond zijn toegetreden.

584
00:35:08,010 --> 00:35:11,850
Toen Jezus tijdens het laatste Avondmaal
met Zijn discipelen die beker liet

585
00:35:11,850 --> 00:35:13,890
rondgaan, zei Hij:

586
00:35:13,890 --> 00:35:18,930
Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na
het gebruiken van de maaltijd en zei:

587
00:35:18,930 --> 00:35:24,390
Deze drinkbeker is het nieuwe testament
in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.

588
00:35:24,390 --> 00:35:29,250
Het nieuwe verbond is dus door het bloed
van Jezus Christus tot stand gekomen.

589
00:35:29,250 --> 00:35:36,630
Luister, Mijn volk, en Ik zal spreken,
Israël, Ik zal onder u getuigen: Ik, God,

590
00:35:36,630 --> 00:35:38,070
ben uw God.

591
00:35:38,070 --> 00:35:40,650
Niet om uw offers zal Ik u straffen,

592
00:35:40,650 --> 00:35:44,251
want uw brandoffers houd
Ik voortdurend voor ogen .

593
00:35:44,251 --> 00:35:49,470
Toch hoef Ik uit uw huis geen jonge
stier te nemen of bokken uit uw kooien,

594
00:35:49,470 --> 00:35:54,690
want al de wilde dieren in het woud zijn
van Mij, de dieren op duizend bergen.

595
00:35:54,690 --> 00:35:57,930
Met andere woorden: op alle heuvels.

596
00:35:57,930 --> 00:36:02,610
Ik ken alle vogels van de bergen,
het wild van het veld is bij Mij.

597
00:36:02,610 --> 00:36:06,810
Dit is waar, want Jezus zei
dat God het zelfs weet wanneer

598
00:36:06,810 --> 00:36:10,230
één vogel dood neervalt. Hij zegt dus:

599
00:36:10,230 --> 00:36:14,790
Ik ken alle vogels van de bergen,
het wild van het veld is bij Mij.

600
00:36:14,790 --> 00:36:17,610
Als Ik honger had, Ik
zou het u niet zeggen;

601
00:36:17,610 --> 00:36:20,970
want van Mij is de wereld
en al wat zij bevat.

602
00:36:20,970 --> 00:36:24,930
Dit is een reactie op de verkeerde
opvatting van de heidenen dat zij hun

603
00:36:24,930 --> 00:36:28,290
goden te eten gaven wanneer
ze dierenoffers brachten.

604
00:36:28,290 --> 00:36:32,190
Het was alsof ze de goden
vlees voorzetten om op te eten.

605
00:36:32,190 --> 00:36:36,390
Misschien was iets daarvan ook in het
denken van de Joden doorgedrongen.

606
00:36:36,390 --> 00:36:40,350
Per slot van rekening waren er momenten
waarop de geur van de offers werd

607
00:36:40,350 --> 00:36:45,390
omschreven als een aangename geur
in Gods neusgaten, enzovoort.

608
00:36:45,390 --> 00:36:50,130
Sommigen van hen zijn misschien gaan
denken dat God als de heidense goden was.

609
00:36:50,130 --> 00:36:54,690
Ze zagen Hem dan als Iemand Die
de offers at omdat Hij honger had.

610
00:36:54,690 --> 00:36:59,670
God zegt hier: ‘Luister, alle
dieren ter wereld behoren Mij toe.

611
00:36:59,670 --> 00:37:03,570
Als Ik honger had, zou Ik niet naar
jullie toe komen en jullie vragen Mij een

612
00:37:03,570 --> 00:37:04,770
dier te geven.

613
00:37:04,770 --> 00:37:08,550
Ik bezit alle wilde dieren
ter wereld, iedere vogel,

614
00:37:08,550 --> 00:37:12,630
ieder dier in de bergen en al
het vee op duizend heuvels.

615
00:37:12,630 --> 00:37:15,930
Als Ik honger had, zou Ik er
niet mee naar jullie toe komen,

616
00:37:15,930 --> 00:37:19,950
want de wereld behoort Mij
toe, met alles wat zij bevat.’

617
00:37:19,950 --> 00:37:25,770
Dat laatste, ‘alles wat zij bevat’,
is ook een citaat uit Psalm 24:1:

618
00:37:25,770 --> 00:37:31,590
De aarde is van de HEERE en al wat
zij bevat, de wereld en wie er wonen.

619
00:37:31,590 --> 00:37:33,390
In vers 13 zegt God:

620
00:37:33,390 --> 00:37:36,870
Zou Ik stierenvlees eten
of bokkenbloed drinken?

621
00:37:36,870 --> 00:37:40,890
Hij zegt daar dat Hij niet zo
geïnteresseerd is in het eten van dieren.

622
00:37:40,890 --> 00:37:42,210
Daar gaat het Hem niet om.

623
00:37:42,210 --> 00:37:46,770
Als mensen zo over Hem denken,
alsof je God tevreden kunt stellen

624
00:37:46,770 --> 00:37:49,230
door Hem gewoon wat vlees aan te bieden,

625
00:37:49,230 --> 00:37:53,070
zoals een mens verzadigd kan
worden door hem een maaltijd met

626
00:37:53,070 --> 00:37:56,490
biefstuk of iets dergelijks te
geven, dan laat God Zich niet

627
00:37:56,490 --> 00:37:58,470
zo gemakkelijk tevredenstellen.

628
00:37:58,470 --> 00:38:00,270
Hij zoekt iets anders.

629
00:38:00,270 --> 00:38:02,970
Hij zoekt het offer van dankzegging.

630
00:38:02,970 --> 00:38:04,830
In vers 14 staat:

631
00:38:04,830 --> 00:38:09,690
Offer dank aan God en kom aan
de Allerhoogste uw geloften na.

632
00:38:09,690 --> 00:38:15,630
Het offer van dankzegging en lofprijzing
wordt in Hebreeën 13:15 aangeduid als een

633
00:38:15,630 --> 00:38:20,910
geestelijk offer: de vrucht van onze
lippen, het offer van lofprijzing.

634
00:38:20,910 --> 00:38:25,470
Hebreeën 13:15 spreekt daarover
als het offer dat wij als een

635
00:38:25,470 --> 00:38:27,510
geestelijk priesterschap brengen.

636
00:38:27,510 --> 00:38:32,490
De gelovige in Christus is een priester,
maar niet van het lichamelijke soort,

637
00:38:32,490 --> 00:38:34,350
niet zoals Aäron.

638
00:38:34,350 --> 00:38:39,690
Wij brengen geen lichamelijke offers,
maar we brengen wel geestelijke offers.

639
00:38:39,690 --> 00:38:42,810
Een van die offers is de
vrucht van onze lippen:

640
00:38:42,810 --> 00:38:45,750
lofprijzing en dankzegging aan God.

641
00:38:45,750 --> 00:38:50,190
Daartoe werd zelfs in het Oude
Testament al opgeroepen, in vers 14.

642
00:38:50,190 --> 00:38:52,290
Nu staat er in vers 16:

643
00:38:52,290 --> 00:38:56,610
Maar tegen de goddeloze zegt God: Hoe
durft u over Mijn verordeningen te

644
00:38:56,610 --> 00:39:00,450
vertellen en Mijn verbond
in uw mond te nemen?

645
00:39:00,450 --> 00:39:04,110
Dit is aan goddeloze
mensen gericht. Hij zegt:

646
00:39:04,110 --> 00:39:07,350
Wie ben jij dat je Mijn woorden
tegen de mensen spreekt?

647
00:39:07,350 --> 00:39:11,190
Denk eens aan hoeveel predikers
tegenwoordig Gods woorden prediken,

648
00:39:11,190 --> 00:39:14,730
maar zelf goddeloze mannen zijn. God zegt:

649
00:39:14,730 --> 00:39:18,930
Maar tegen de goddeloze zegt God: Hoe
durft u over Mijn verordeningen te

650
00:39:18,930 --> 00:39:22,170
vertellen en Mijn verbond
in uw mond te nemen?

651
00:39:22,170 --> 00:39:26,910
Want ú haat de vermaning en
werpt Mijn woorden achter u weg.

652
00:39:26,910 --> 00:39:32,430
Ziet u een dief, dan loopt u met hem
mee; en uw deel is met overspelers.

653
00:39:32,430 --> 00:39:34,890
Het is letterlijker waar
dan je misschien denkt,

654
00:39:34,890 --> 00:39:39,330
maar dit zou van toepassing kunnen zijn
op veel mensen met een openbare bediening,

655
00:39:39,330 --> 00:39:44,070
soms een mediabediening, vooral
mensen op televisie en de radio.

656
00:39:44,070 --> 00:39:47,310
Zeker lang niet allemaal, maar
een groot aantal mensen heeft

657
00:39:47,310 --> 00:39:49,290
zo’n onpersoonlijke bediening.

658
00:39:49,290 --> 00:39:52,650
Hun bediening berust er in
wezen op dat hun persoonlijkheid

659
00:39:52,650 --> 00:39:55,830
verkoopbaar is door de klank
van hun stem of iets dergelijks,

660
00:39:55,830 --> 00:39:58,290
via de radio of op televisie.

661
00:39:58,290 --> 00:40:03,270
Zo kunnen ze een grote schare volgelingen
krijgen, maar niemand kent hen echt.

662
00:40:03,270 --> 00:40:05,610
Niemand weet echt hoe ze leven.

663
00:40:05,610 --> 00:40:08,490
Veel van deze mensen leven hebzuchtig.

664
00:40:08,490 --> 00:40:12,390
Velen van hen zijn betrokken bij
praktijken om geld binnen te halen en

665
00:40:12,390 --> 00:40:16,470
fondsen te werven die niet
bepaald eerlijk zijn, enzovoort.

666
00:40:16,470 --> 00:40:21,330
Ze stemmen in met diefstal, en
velen van hen plegen zelfs overspel.

667
00:40:21,330 --> 00:40:26,190
Helaas is dit een werkelijkheid die bijna
alle rondreizende predikers leren kennen.

668
00:40:26,190 --> 00:40:28,410
Want wanneer wij rondreizen en prediken,

669
00:40:28,410 --> 00:40:31,050
worden we door verschillende
gemeenten ontvangen.

670
00:40:31,050 --> 00:40:33,810
Dan komen we, of we dat nu willen of niet,

671
00:40:33,810 --> 00:40:38,970
dingen te weten over andere rondreizende
predikers die vóór ons langs zijn geweest

672
00:40:38,970 --> 00:40:43,890
en door hun immorele, oneerlijke
en diefachtige gedrag zichzelf

673
00:40:43,890 --> 00:40:46,890
en het Evangelie een
slechte naam hebben bezorgd.

674
00:40:46,890 --> 00:40:48,930
Het is werkelijk iets verdrietigs.

675
00:40:48,930 --> 00:40:53,850
Er zijn zoveel charlatans en bedriegers
die Gods inzettingen en Zijn verbond in

676
00:40:53,850 --> 00:40:56,310
hun mond nemen. Maar God zegt:

677
00:40:56,310 --> 00:40:57,510
Wie ben jij?

678
00:40:57,510 --> 00:41:02,070
Wat heb jij ermee te maken dat je Mijn
voorschriften verkondigt, jij slecht mens?

679
00:41:02,070 --> 00:41:03,990
Jullie houden je niet aan Mijn woorden.

680
00:41:03,990 --> 00:41:09,750
Daarom hebben jullie niet het recht ze
uit te spreken, zegt Hij in vers 16 en 17.

681
00:41:09,750 --> 00:41:12,450
Als dat zo is, moeten
we ervoor zorgen dat,

682
00:41:12,450 --> 00:41:15,210
wanneer we de woorden van
God tot mensen spreken,

683
00:41:15,210 --> 00:41:18,330
het ook woorden zijn
waaraan wij ons houden.

684
00:41:18,330 --> 00:41:23,670
We verwachten niet eenvoudigweg dat zij
doen wat wij zeggen en niet wat wij doen.

685
00:41:23,670 --> 00:41:25,650
In vers 19 staat:

686
00:41:25,650 --> 00:41:30,750
Uw mond gebruikt u voor het kwaad,
uw tong smeedt bedrog aan bedrog.

687
00:41:30,750 --> 00:41:33,570
Het klinkt als een brief die
de Bucks hebben gekregen over

688
00:41:33,570 --> 00:41:37,770
bedrieglijke praktijken van bepaalde
mensen die het Woord van God prediken.

689
00:41:37,770 --> 00:41:41,070
U zit daar en spreekt
kwaad tegen uw broeder,

690
00:41:41,070 --> 00:41:44,190
u werpt een smet op de zoon van uw moeder.

691
00:41:44,190 --> 00:41:50,550
Zulke dingen doet u en Ik zwijg; u denkt
dat Ik net zo ben als u. Ik zal u straffen

692
00:41:50,550 --> 00:41:53,190
en uw zonden voor uw ogen uitstallen.

693
00:41:53,190 --> 00:41:54,510
Dat zei God.

694
00:41:54,510 --> 00:41:55,650
Hij zegt:

695
00:41:55,650 --> 00:42:00,570
Je hebt al deze slechte dingen gedaan en
Ik ben niet meteen tegen je opgetreden.

696
00:42:00,570 --> 00:42:01,830
Ik zweeg.

697
00:42:01,830 --> 00:42:05,190
Omdat Ik zweeg, dacht je dat Ik
net als een mens was die zulke

698
00:42:05,190 --> 00:42:07,050
dingen misschien vergeet.

699
00:42:07,050 --> 00:42:09,150
Mensen vergeten dingen.

700
00:42:09,150 --> 00:42:13,770
Je dacht dat Ik een persoon zoals jijzelf
was, die deze dingen zou vergeten.

701
00:42:13,770 --> 00:42:14,790
Hij zegt:

702
00:42:14,790 --> 00:42:16,470
Ik ga het niet vergeten.

703
00:42:16,470 --> 00:42:18,570
Ik ga je ervoor terechtwijzen.

704
00:42:18,570 --> 00:42:20,490
Ik ga het je betaald zetten.

705
00:42:20,490 --> 00:42:23,850
Hetzelfde beginsel wordt
genoemd in het boek Prediker:

706
00:42:23,850 --> 00:42:27,810
omdat God niet onmiddellijk oordeelt,
denken mensen dat ze ermee weg zullen

707
00:42:27,810 --> 00:42:30,210
komen, en worden ze steeds slechter.

708
00:42:30,210 --> 00:42:32,790
Dat staat in Prediker 8:11:

709
00:42:32,790 --> 00:42:36,510
Omdat het vonnis over een slechte
daad niet snel geveld wordt,

710
00:42:36,510 --> 00:42:38,790
daarom blijft het hart van
de mensenkinderen in hen

711
00:42:38,790 --> 00:42:40,050
vervuld van kwaaddoen.

712
00:42:40,050 --> 00:42:45,390
Omdat God niet onmiddellijk oordeelt,
denken mensen dat ze ermee wegkomen.

713
00:42:45,390 --> 00:42:50,310
Daardoor raken ze steeds vaster
besloten hun slechte wegen te volgen.

714
00:42:50,310 --> 00:42:54,870
Dat is wat Hij hier in
vers 21 zegt. Hij zegt:

715
00:42:54,870 --> 00:43:01,590
Zulke dingen doet u en Ik zwijg; u denkt
dat Ik net zo ben als u. Ik zal u straffen

716
00:43:01,590 --> 00:43:04,230
en uw zonden voor uw ogen uitstallen.

717
00:43:04,230 --> 00:43:07,890
Met andere woorden, je dacht
misschien dat Ik het zou vergeten

718
00:43:07,890 --> 00:43:13,170
of door de vingers zou zien, zoals een
mens dat zou kunnen doen. Maar Hij zegt:

719
00:43:13,170 --> 00:43:18,090
Nee, Ik ga je terechtwijzen en alles
voor je ogen op een rijtje zetten.

720
00:43:18,090 --> 00:43:19,230
Hij zegt:

721
00:43:19,230 --> 00:43:25,170
Zulke dingen doet u en Ik zwijg; u denkt
dat Ik net zo ben als u. Ik zal u straffen

722
00:43:25,170 --> 00:43:27,870
en uw zonden voor uw ogen uitstallen.

723
00:43:27,870 --> 00:43:32,730
Begrijp dit toch, u die God
vergeet; anders verscheur Ik,

724
00:43:32,730 --> 00:43:34,770
en er is niemand die redt.

725
00:43:34,770 --> 00:43:38,730
Wie dank offert, zal Mij
eren; wie de rechte weg gaat,

726
00:43:38,730 --> 00:43:41,010
zal Ik Gods heil doen zien.

727
00:43:41,010 --> 00:43:44,610
Het archaïsche Engelse
woord ‘conversation’ in de

728
00:43:44,610 --> 00:43:49,410
gebruikte vertaling betekent
hier ‘levenswandel’ of ‘gedrag’.

729
00:43:49,410 --> 00:43:52,950
Hij zegt dat iedereen die
lof offert, God verheerlijkt,

730
00:43:52,950 --> 00:43:57,510
maar dat wordt bepaald door het
tweede deel: degenen die juist leven.

731
00:43:57,510 --> 00:44:01,110
Je kunt God niet werkelijk verheerlijken
door Hem alleen met woorden

732
00:44:01,110 --> 00:44:02,430
lof te offeren.

733
00:44:02,430 --> 00:44:06,030
Je moet Hem ook lof offeren
door de manier waarop je leeft.

734
00:44:06,030 --> 00:44:08,310
Je leven moet God prijzen.

735
00:44:08,310 --> 00:44:12,450
Dan zullen je woorden Hem
verheerlijken, en anders niet.

736
00:44:12,450 --> 00:44:15,990
We zien hier dus dat
God vanuit Sion spreekt.

737
00:44:15,990 --> 00:44:21,210
In deze psalm straalt Hij en komt
Hij, met een groot vuur voor Hem uit,

738
00:44:21,210 --> 00:44:22,950
te midden van een hevige storm.

739
00:44:22,950 --> 00:44:26,850
Hij verheft Zijn stem en spreekt
eerst tot Zijn eigen volk.

740
00:44:26,850 --> 00:44:32,070
Hij verzamelt Zijn eigen volk,
Zijn heiligen, zegt Hij in vers 5.

741
00:44:32,070 --> 00:44:36,390
Hij spreekt tot hen over hoe
onafhankelijk Hij is van hun

742
00:44:36,390 --> 00:44:40,770
uiterlijke godsdienstige vormelijkheid,
en over het feit dat Hij hun offer

743
00:44:40,770 --> 00:44:42,330
niet nodig heeft.

744
00:44:42,330 --> 00:44:44,010
Hij heeft geen honger.

745
00:44:44,010 --> 00:44:47,970
Wat Hij van hen wil,
is dankzegging en lof.

746
00:44:47,970 --> 00:44:52,590
Dan richt Hij Zich tot de goddeloze
huichelaars die het Woord van God

747
00:44:52,590 --> 00:44:57,270
prediken, maar zelf goddeloze
mannen zijn. Hij zegt:

748
00:44:57,270 --> 00:44:59,670
Je dacht al die tijd dat je ermee wegkwam,

749
00:44:59,670 --> 00:45:02,070
maar nu ga Ik je ter verantwoording roepen

750
00:45:02,070 --> 00:45:05,910
en zul je rekenschap moeten afleggen
van alles wat je hebt gedaan.

751
00:45:05,910 --> 00:45:08,070
Hij zegt in vers 22:

752
00:45:08,070 --> 00:45:11,790
Denk hier nu eens over na,
jullie die God vergeten,

753
00:45:11,790 --> 00:45:13,950
voordat Ik jullie aan stukken scheur.

754
00:45:13,950 --> 00:45:18,690
Dat is een boodschap voor mensen in deze
tijd die denken dat ze ermee wegkomen.

755
00:45:18,690 --> 00:45:21,390
Ze vergeten God. Hij zegt:

756
00:45:21,390 --> 00:45:24,210
Luister nu, denk hier eens over na,

757
00:45:24,210 --> 00:45:27,390
voordat Ik kom en jullie
aan stukken scheur.

758
00:45:27,390 --> 00:45:30,450
Jezus deed een uitspraak
die hier sterk op lijkt.

759
00:45:30,450 --> 00:45:32,970
Ik wou dat ik nog precies
wist waar het was,

760
00:45:32,970 --> 00:45:36,210
maar ik denk aan het
einde van Mattheüs 24.

761
00:45:36,210 --> 00:45:40,470
Je zou kunnen denken dat het niet
erg bij God past om te spreken over

762
00:45:40,470 --> 00:45:42,390
mensen in stukken scheuren.

763
00:45:42,390 --> 00:45:44,550
Het klinkt nogal onaangenaam.

764
00:45:44,550 --> 00:45:48,330
Maar zelfs Jezus sprak in
soortgelijke bewoordingen.

765
00:45:48,330 --> 00:45:54,810
In Mattheüs 24:48–51 staat
— Jezus is aan het woord:

766
00:45:54,810 --> 00:45:59,670
Maar als die slechte dienaar in zijn hart
zou zeggen: Mijn heer blijft nog lang weg,

767
00:45:59,670 --> 00:46:04,170
en zou beginnen zijn mededienaren te
slaan en te eten en te drinken met de

768
00:46:04,170 --> 00:46:07,950
dronkaards, dan zal de heer van
deze dienaar komen op een dag

769
00:46:07,950 --> 00:46:11,610
waarop hij hem niet verwacht en
op een uur dat hij niet weet;

770
00:46:11,610 --> 00:46:16,710
en hij zal hem in stukken houwen en hem
doen delen in het lot van de huichelaars;

771
00:46:16,710 --> 00:46:19,890
daar zal gejammer zijn en tandengeknars.

772
00:46:19,890 --> 00:46:22,171
— echt, hem doormidden hakken —

773
00:46:22,171 --> 00:46:26,850
Het lijkt erop dat Jezus juist
deze psalm in gedachten had.

774
00:46:26,850 --> 00:46:30,210
In de psalm spreekt God
namelijk de huichelaars aan,

775
00:46:30,210 --> 00:46:35,850
de mensen die beweerden dienaren van God
te zijn, maar toch in weelde leefden.

776
00:46:35,850 --> 00:46:39,690
Ze aten en dronken met de
veelvraten en de dronkaards.

777
00:46:39,690 --> 00:46:43,830
Ze leefden niet rechtvaardig, hoewel
ze beweerden Gods dienaren te zijn

778
00:46:43,830 --> 00:46:45,690
en Zijn Woord spraken.

779
00:46:45,690 --> 00:46:50,010
Toch zegt Hij dat hun Heere zal
komen wanneer ze Hem niet verwachten,

780
00:46:50,010 --> 00:46:51,810
als ze zich niet bekeren.

781
00:46:51,810 --> 00:46:54,510
Ook hier denken ze dat ze ermee wegkomen.

782
00:46:54,510 --> 00:46:57,030
Ze denken niet dat Hij wraak zal nemen.

783
00:46:57,030 --> 00:47:03,090
Maar wanneer Hij wel komt, zal Hij hen
doormidden hakken en, zoals vers 51 zegt,

784
00:47:03,090 --> 00:47:06,030
hun het lot van de
huichelaars laten delen.

785
00:47:06,030 --> 00:47:11,730
Want in werkelijkheid zijn ze huichelaars:
ze doen alsof ze dienaren van Jezus zijn,

786
00:47:11,730 --> 00:47:15,390
maar zijn in werkelijkheid
geen dienaren van Jezus.

787
00:47:15,390 --> 00:47:17,970
Hij zegt dat Hij hen
doormidden zal hakken.

788
00:47:17,970 --> 00:47:21,930
Hier, in Psalm 50, vers 22, staat:

789
00:47:21,930 --> 00:47:26,790
Begrijp dit toch, u die God
vergeet; anders verscheur Ik,

790
00:47:26,790 --> 00:47:28,950
en er is niemand die redt.

791
00:47:28,950 --> 00:47:33,090
Dat is geen erg aangename noot
om die psalm mee af te sluiten,

792
00:47:33,090 --> 00:47:35,010
dus gaan we verder met een andere.

793
00:47:35,010 --> 00:47:38,970
Deze psalm kwam voort uit een
heel verdrietige situatie.

794
00:47:38,970 --> 00:47:41,910
We zijn nu bij Psalm 52.

795
00:47:41,910 --> 00:47:46,350
Psalm 51 hebben we bij een
andere gelegenheid al behandeld.

796
00:47:46,350 --> 00:47:50,010
Het opschrift van Psalm 52 vertelt ons:

797
00:47:50,010 --> 00:47:54,810
Toen Doëg, de Edomiet, bij
Saul kwam en hem vertelde:

798
00:47:54,810 --> 00:47:58,050
David is naar het huis
van Achimelech gekomen.

799
00:47:58,050 --> 00:48:02,070
Het verhaal hier is dat
David voor Saul vluchtte.

800
00:48:02,070 --> 00:48:05,190
Een van de eerste plaatsen
waar hij naartoe ging, was Nob,

801
00:48:05,190 --> 00:48:07,050
waar de tabernakel stond.

802
00:48:07,050 --> 00:48:09,630
Hij vroeg de priester of ze eten hadden.

803
00:48:09,630 --> 00:48:12,810
De priester had niets te
eten behalve het toonbrood,

804
00:48:12,810 --> 00:48:15,630
waarvan het David niet
geoorloofd was te eten.

805
00:48:15,630 --> 00:48:17,190
Toch at hij het.

806
00:48:17,190 --> 00:48:20,610
Hij nam ook het zwaard van
Goliath mee, want hij vroeg:

807
00:48:20,610 --> 00:48:21,930
Heb je wapens?

808
00:48:21,930 --> 00:48:23,010
Hij zei:

809
00:48:23,010 --> 00:48:27,090
Toen zei de priester: Het zwaard
van Goliath, de Filistijn,

810
00:48:27,090 --> 00:48:30,991
die door u verslagen is in het
Eikendal, zie, dat ligt hier ,

811
00:48:30,991 --> 00:48:33,810
in een kleed gewikkeld, achter de efod.

812
00:48:33,810 --> 00:48:38,850
Als u dat mee wilt nemen, neem het mee,
want er is hier geen ander dan dat.

813
00:48:38,850 --> 00:48:43,110
David zei: Zoals dat is er
geen tweede , geef het mij.

814
00:48:43,110 --> 00:48:48,690
Eigenlijk behoorde het David toe, want
hij was degene die Goliath had verslagen.

815
00:48:48,690 --> 00:48:52,170
David nam dus het brood
en het zwaard en vluchtte.

816
00:48:52,170 --> 00:48:57,210
Maar er was daar een man die Doëg
heette, een Edomiet, geen Jood.

817
00:48:57,210 --> 00:48:59,670
Hij was een van Sauls dienaren.

818
00:48:59,670 --> 00:49:02,850
Hij ging Saul vertellen dat
de priester dit had gedaan.

819
00:49:02,850 --> 00:49:05,490
Saul liet de priester
bij zich komen en zei:

820
00:49:05,490 --> 00:49:09,690
Toen zei Saul tegen hem: Waarom
hebt u tegen mij samengespannen,

821
00:49:09,690 --> 00:49:13,650
u en de zoon van Isaï, door hem
brood en een zwaard te geven,

822
00:49:13,650 --> 00:49:18,570
en God voor hem te raadplegen, zodat hij
kan opstaan als iemand die mij belaagt,

823
00:49:18,570 --> 00:49:20,190
zoals op deze dag?

824
00:49:20,190 --> 00:49:21,570
De priester zei:

825
00:49:21,570 --> 00:49:26,910
Maar Achimelech antwoordde de koning en
zei: Wie van al uw dienaren is zo trouw

826
00:49:26,910 --> 00:49:31,890
als David, de schoonzoon van de koning,
die u voortdurend gehoorzaam is,

827
00:49:31,890 --> 00:49:34,110
en geëerd is in uw huis?

828
00:49:34,110 --> 00:49:37,410
Ben ik vandaag begonnen met
God voor hem te raadplegen?

829
00:49:37,410 --> 00:49:39,510
Daar is bij mij geen sprake van!

830
00:49:39,510 --> 00:49:42,630
Laat de koning geen beschuldiging
leggen op zijn dienaar

831
00:49:42,630 --> 00:49:47,730
of op het hele huis van mijn vader, want
uw dienaar heeft van al deze dingen,

832
00:49:47,730 --> 00:49:50,370
klein of groot, niets geweten.

833
00:49:50,370 --> 00:49:51,990
De koning zei:

834
00:49:51,990 --> 00:49:55,410
Nee, jij spant met David tegen mij samen.

835
00:49:55,410 --> 00:49:58,650
Daarom liet hij de priester
doden, en niet alleen de priester,

836
00:49:58,650 --> 00:50:00,330
maar ook al zijn zonen.

837
00:50:00,330 --> 00:50:02,610
Ik weet niet meer hoeveel het er waren.

838
00:50:02,610 --> 00:50:07,890
Ik denk dat het er misschien zeventig
waren, of zoiets, die hij liet doden

839
00:50:07,890 --> 00:50:09,510
— een heleboel.

840
00:50:09,510 --> 00:50:12,330
Saul vermoordde deze
onschuldige priesters.

841
00:50:12,330 --> 00:50:15,750
Toen David ervan hoorde, was
hij natuurlijk diepbedroefd,

842
00:50:15,750 --> 00:50:18,270
want er was maar één van hen ontkomen.

843
00:50:18,270 --> 00:50:23,190
Een van de zonen van Achimelech
ontsnapte en sloot zich bij David aan.

844
00:50:23,190 --> 00:50:26,970
Toen David het verhaal
hoorde, huilde hij en zei:

845
00:50:26,970 --> 00:50:30,630
‘Ik ben de oorzaak geworden
van de dood van jouw familie en

846
00:50:30,630 --> 00:50:32,970
de priesters, enzovoort.’

847
00:50:32,970 --> 00:50:37,710
Het was een heel verdrietige situatie,
omdat al die onschuldige mannen door de

848
00:50:37,710 --> 00:50:41,070
waanzinnige Saul waren
gedood, in zijn paranoia.

849
00:50:41,070 --> 00:50:45,030
David besefte dat het gedeeltelijk
zijn schuld was, want hij zei:

850
00:50:45,030 --> 00:50:50,070
‘Toen ik Doëg daar zag, besefte ik
al dat hij iets kwaads zou uithalen.

851
00:50:50,070 --> 00:50:53,250
Ik wist dat hij problemen
zou veroorzaken.’

852
00:50:53,250 --> 00:50:58,410
Hier staat dat hij deze psalm in die
tijd schreef, toen Doëg, de Edomiet,

853
00:50:58,410 --> 00:51:02,430
kwam en Saul vertelde dat David
naar het huis van de priester

854
00:51:02,430 --> 00:51:04,470
Achimelech was gekomen.

855
00:51:04,470 --> 00:51:08,730
Natuurlijk had David het verschrikkelijke
lot dat die priesters daarna trof in

856
00:51:08,730 --> 00:51:11,670
gedachten toen hij deze psalm schreef.

857
00:51:11,670 --> 00:51:14,820
In vers 1 zegt hij: ‘O machtige man.’

858
00:51:14,820 --> 00:51:17,190
Hij heeft het duidelijk over Doëg,

859
00:51:17,190 --> 00:51:20,460
maar noemt hem waarschijnlijk
sarcastisch een machtige man.

860
00:51:20,460 --> 00:51:24,570
Toen Saul boos was op de
priesters, sprak hij een van zijn

861
00:51:24,570 --> 00:51:29,190
soldaten die erbij stonden aan
en zei: ‘Dood deze priesters.’

862
00:51:29,190 --> 00:51:31,410
Maar de soldaat wilde het niet doen.

863
00:51:31,410 --> 00:51:36,210
Hij wilde de gezalfden van de
Heere, de priesters, niet aanraken.

864
00:51:36,210 --> 00:51:39,210
Hij wilde Saul niet gehoorzamen.

865
00:51:39,210 --> 00:51:41,550
Dus Saul werd boos.

866
00:51:41,550 --> 00:51:44,790
Hij zei tegen Doëg: ‘Dood jij hen.’

867
00:51:44,790 --> 00:51:46,890
Doëg was niet eens een Jood.

868
00:51:46,890 --> 00:51:50,490
De priesters en God
konden hem niets schelen.

869
00:51:50,490 --> 00:51:54,210
Dus greep hij zijn zwaard
en doodde alle priesters,

870
00:51:54,210 --> 00:51:57,390
en zo toonde hij dat hij
een machtige man was.

871
00:51:57,390 --> 00:52:01,290
In feite probeerde hij waarschijnlijk
alleen maar bij de koning in een goed

872
00:52:01,290 --> 00:52:06,150
blaadje te komen, om bevorderd te
worden in de gelederen, enzovoort.

873
00:52:06,150 --> 00:52:10,350
Daarom spreekt David hem sarcastisch
aan als een machtige man.

874
00:52:10,350 --> 00:52:14,310
Je moet wel een groot man zijn om
met je zwaard een groep ongewapende

875
00:52:14,310 --> 00:52:15,750
priesters te doden.

876
00:52:15,750 --> 00:52:20,250
Hij is heel sarcastisch wanneer hij Doëg
hier als een machtige man aanspreekt.

877
00:52:20,250 --> 00:52:22,590
Hij zei dit niet waar Doëg het kon horen,

878
00:52:22,590 --> 00:52:25,830
maar hij schreef het alsof
hij hem rechtstreeks aansprak.

879
00:52:25,830 --> 00:52:26,490
Hij zegt:

880
00:52:26,490 --> 00:52:29,910
Waarom beroemt u zich op
het kwaad, geweldenaar?

881
00:52:29,910 --> 00:52:32,730
Gods goedertierenheid
duurt toch de hele dag!

882
00:52:32,730 --> 00:52:35,251
Uw tong bedenkt enkel schadelijke dingen ,

883
00:52:35,251 --> 00:52:38,370
als een geslepen scheermes
dat bedrieglijk werkt.

884
00:52:38,370 --> 00:52:43,470
U hebt het kwaad lief boven het goede,
de leugen boven het spreken van recht.

885
00:52:43,470 --> 00:52:48,390
Sela U hebt lief alle verslindende
woorden en een tong vol bedrog.

886
00:52:48,390 --> 00:52:53,730
Maar God zal u voor altijd afbreken; Hij
zal u grijpen en wegrukken uit de tent,

887
00:52:53,730 --> 00:52:57,390
ja, u ontwortelen uit
het land van de levenden.

888
00:52:57,390 --> 00:53:01,470
Sela De rechtvaardigen zullen
het zien en ontzag hebben;

889
00:53:01,470 --> 00:53:04,530
zij zullen om hem lachen en zeggen : Zie,

890
00:53:04,530 --> 00:53:07,290
de man die God niet
tot zijn kracht maakte,

891
00:53:07,290 --> 00:53:11,490
maar op zijn grote rijkdom vertrouwde;
hij was sterk geworden door zijn

892
00:53:11,490 --> 00:53:12,871
schadelijk handelen .

893
00:53:12,871 --> 00:53:17,010
Maar ik zal zijn als een bladerrijke
olijfboom in het huis van God;

894
00:53:17,010 --> 00:53:21,750
ik vertrouw op Gods
goedertierenheid, eeuwig en altijd.

895
00:53:21,750 --> 00:53:28,050
Ik zal U voor eeuwig loven, om wat U
gedaan hebt; ik zal Uw Naam verwachten,

896
00:53:28,050 --> 00:53:30,990
want die is voor Uw gunstelingen goed.

897
00:53:30,990 --> 00:53:32,130
zei David.

898
00:53:32,130 --> 00:53:36,630
Het is een heel korte psalm, waarvan
het eerste deel gericht is tot Doëg,

899
00:53:36,630 --> 00:53:39,390
de goddeloze moordenaar van de priesters.

900
00:53:39,390 --> 00:53:44,130
David zei in wezen: ‘Ook al probeer je
jezelf door goddeloosheid hogerop te

901
00:53:44,130 --> 00:53:49,530
werken, God zal je straffen en Hij zal je
uit het land van de levenden wegvagen.’

902
00:53:49,530 --> 00:53:52,650
Dat wil zeggen: Hij zal je doden.

903
00:53:52,650 --> 00:53:53,970
Dan zegt hij:

904
00:53:53,970 --> 00:53:56,310
Maar ik ben als een groene olijfboom.

905
00:53:56,310 --> 00:54:00,930
De gebruikte Engelse vertaling spreekt
hier van een ‘green olive tree’,

906
00:54:00,930 --> 00:54:05,430
waarop de spreker zijn beeld van
een jonge, uitlopende boom baseert;

907
00:54:05,430 --> 00:54:09,330
de HSV heeft ‘bladerrijke olijfboom’.

908
00:54:09,330 --> 00:54:14,550
Hij legt het zo uit: ‘Ik ben een
jonge olijfboom. Ik heb een toekomst.

909
00:54:14,550 --> 00:54:16,230
Jij hebt geen toekomst.

910
00:54:16,230 --> 00:54:18,030
God zal je wegvagen.

911
00:54:18,030 --> 00:54:22,710
Maar ik heb een toekomst, zoals een
jonge, groene boom die nog maar net begint

912
00:54:22,710 --> 00:54:23,910
uit te lopen.

913
00:54:23,910 --> 00:54:26,130
Mijn loopbaan ligt voor me.

914
00:54:26,130 --> 00:54:28,830
Mijn toekomst ligt voor me.’

915
00:54:28,830 --> 00:54:33,450
Hoewel David op de vlucht leek te zijn
en het leek alsof Davids kortstondige

916
00:54:33,450 --> 00:54:37,590
loopbaan voorbij was, zag David
zichzelf als iemand die nog een lang

917
00:54:37,590 --> 00:54:38,910
leven voor zich had.

918
00:54:38,910 --> 00:54:42,210
Dat was anders dan Doëg,
die weggevaagd zou worden.

919
00:54:42,210 --> 00:54:46,410
David zou lang leven, als een
boom die nieuw en groen is

920
00:54:46,410 --> 00:54:50,850
en groeit in het huis van de Heere,
zodat hij op een beschermde plaats staat.

921
00:54:50,850 --> 00:54:54,990
In de voorhoven, in de buitenste
voorhof van het tempelterrein,

922
00:54:54,990 --> 00:54:58,890
stonden bomen die door de Levieten
waren geplant en onderhouden.

923
00:54:58,890 --> 00:55:00,330
Ze werden beschermd.

924
00:55:00,330 --> 00:55:02,850
Het waren heilige bomen.

925
00:55:02,850 --> 00:55:06,030
David zei: ‘Ik ben als een van die bomen.

926
00:55:06,030 --> 00:55:07,710
Ik word beschermd.

927
00:55:07,710 --> 00:55:11,190
God zorgt voor mij en ik heb
nog een lang leven voor me.

928
00:55:11,190 --> 00:55:14,850
En ik vertrouw voor eeuwig op
de barmhartigheid van God.’

929
00:55:14,850 --> 00:55:17,190
Dan wendt hij zich tot God en zegt:

930
00:55:17,190 --> 00:55:21,150
Ik zal U voor altijd prijzen
omdat U het hebt gedaan.

931
00:55:21,150 --> 00:55:26,370
En ik zal vertrouwen op Uw Naam, want
die is goed in de ogen van Uw heiligen.

932
00:55:26,370 --> 00:55:28,950
Hij weet dat hij een
tijd zal moeten wachten.

933
00:55:28,950 --> 00:55:32,430
Hij weet dat hij op een dag weer
in het huis van de Heere zal zijn

934
00:55:32,430 --> 00:55:36,510
en weer in Jeruzalem zal zijn,
maar dat hij een poos moet wachten.

935
00:55:36,510 --> 00:55:40,470
Er zal wat geduld nodig zijn, want
het gebeurt niet onmiddellijk.

936
00:55:40,470 --> 00:55:41,730
Daarom zegt hij:

937
00:55:41,730 --> 00:55:46,290
Ik zal vertrouwen op Uw Naam, want die
is goed in de ogen van Uw heiligen.

938
00:55:46,290 --> 00:55:52,350
Een andere psalm met een historisch
opschrift erboven is Psalm 54.

939
00:55:52,350 --> 00:55:56,310
We hebben Psalm 53 al
bestudeerd en opgemerkt dat die

940
00:55:56,310 --> 00:55:58,770
identiek was aan Psalm 14.

941
00:55:58,770 --> 00:56:01,650
We hebben die beide
psalmen samen bestudeerd.

942
00:56:01,650 --> 00:56:06,210
Psalm 14 en Psalm 53
zijn vrijwel identiek,

943
00:56:06,210 --> 00:56:10,230
met slechts een paar wijzigingen,
en daar hebben we het al over gehad.

944
00:56:10,230 --> 00:56:13,170
Dan gaan we nu verder met Psalm 54.

945
00:56:13,170 --> 00:56:18,510
Het opschrift ervan zegt dat deze psalm
werd geschreven toen de Zifieten kwamen

946
00:56:18,510 --> 00:56:20,550
en tegen Saul zeiden:

947
00:56:20,550 --> 00:56:23,190
Verbergt David zich niet bij ons?

948
00:56:23,190 --> 00:56:25,710
Dat wil zeggen: de mensen uit Zif.

949
00:56:25,710 --> 00:56:29,250
Een van de plaatsen waar David
voor Saul naartoe vluchtte,

950
00:56:29,250 --> 00:56:33,390
was bij een groep mensen die in
een gebied woonde dat Zif heette.

951
00:56:33,390 --> 00:56:38,190
De mensen daar gingen hem bij Saul
aangeven, zodat hij verder moest vluchten.

952
00:56:38,190 --> 00:56:44,190
Hij was boos op deze mensen en riep
in Psalm 54 tot God tegen hen uit.

953
00:56:44,190 --> 00:56:49,350
Verlos mij, o God, door Uw Naam, en
verschaf mij recht door Uw kracht.

954
00:56:49,350 --> 00:56:53,370
Hoor mijn gebed, o God, neem de
woorden van mijn mond ter ore,

955
00:56:53,370 --> 00:56:55,530
want vreemden staan tegen mij op.

956
00:56:55,530 --> 00:57:00,210
Dit zouden de Zifieten zijn, degenen die
hem hadden moeten opnemen en verbergen.

957
00:57:00,210 --> 00:57:01,710
Ze leverden hem uit.

958
00:57:01,710 --> 00:57:06,270
Want vreemden staan tegen mij op,
geweldplegers staan mij naar het leven;

959
00:57:06,270 --> 00:57:09,630
zij houden God niet voor ogen . Sela

960
00:57:09,630 --> 00:57:12,930
Dat zou Saul zijn, die
achter hem aan kwam.

961
00:57:12,930 --> 00:57:16,710
Nu had hij nog niet werkelijk gezien
wat hij voor zijn vijanden verlangde.

962
00:57:16,710 --> 00:57:19,890
Hij had de overwinning nog niet
werkelijk gezien, maar hij zegt:

963
00:57:19,890 --> 00:57:22,350
Want Hij heeft mij gered uit alle nood;

964
00:57:22,350 --> 00:57:24,810
mijn oog heeft de val
van mijn vijanden gezien.

965
00:57:24,810 --> 00:57:28,050
Met zijn geestesoog,
het oog van het geloof,

966
00:57:28,050 --> 00:57:31,590
kon hij zien dat de
overwinning werkelijkheid was.

967
00:57:31,590 --> 00:57:33,870
Die was er nog niet, maar bedenk:

968
00:57:33,870 --> 00:57:37,350
Het geloof nu is een vaste grond
van de dingen die men hoopt,

969
00:57:37,350 --> 00:57:40,590
en een bewijs van de
zaken die men niet ziet.

970
00:57:40,590 --> 00:57:44,370
Door geloof kon hij het zien,
hoewel het nog niet was gebeurd,

971
00:57:44,370 --> 00:57:47,970
omdat hij wist dat God
aan zijn kant stond.

972
00:57:47,970 --> 00:57:53,370
En God zou niet alleen David ondersteunen,
maar ook degenen die hem ondersteunden.

973
00:57:53,370 --> 00:57:55,050
In vers 4 staat:

974
00:57:55,050 --> 00:58:00,990
Zie, God is mijn Helper, de Heere is
onder hen die mijn ziel ondersteunen.

975
00:58:00,990 --> 00:58:05,310
Dat zouden de vierhonderd mannen zijn
die met David op de vlucht waren.

976
00:58:05,310 --> 00:58:06,690
Ze steunden hem.

977
00:58:06,690 --> 00:58:11,190
Ze gaven hem morele steun,
bemoediging en hulp.

978
00:58:11,190 --> 00:58:15,930
Hij zegt: „De Heere is met die mannen,
maar Hij is niet met die andere mannen die

979
00:58:15,930 --> 00:58:18,810
mij achtervolgen, en ook niet met deze

980
00:58:18,810 --> 00:58:21,930
Zifieten die mij aan mijn
vijanden uitleveren.”

981
00:58:21,930 --> 00:58:24,690
Laten we nu naar Psalm 55 gaan.

982
00:58:24,690 --> 00:58:29,610
Dit is een beschrijving van goddeloze
mensen en er staan twee vervloekingen in.

983
00:58:29,610 --> 00:58:33,030
We hebben deze psalm niet als
een vervloekingspsalm bestudeerd,

984
00:58:33,030 --> 00:58:36,030
omdat het niet helemaal
een vervloekingspsalm is.

985
00:58:36,030 --> 00:58:40,290
Er staan maar twee verzen in waarin
vervloekingen worden afgeroepen.

986
00:58:40,290 --> 00:58:44,010
Beide zijn gebaseerd op
verhalen uit het Oude Testament.

987
00:58:44,010 --> 00:58:47,010
Het zijn vers 9 en vers 15.

988
00:58:47,010 --> 00:58:50,370
We zullen erover praten wanneer
we bij die verzen komen.

989
00:58:50,370 --> 00:58:55,950
Neem mijn gebed ter ore, o God, en
verberg U niet voor mijn smeekbede.

990
00:58:55,950 --> 00:58:58,650
Sla acht op mij en antwoord mij.

991
00:58:58,650 --> 00:59:03,930
Ik dwaal rusteloos rond in mijn klacht
en maak misbaar vanwege het roepen van de

992
00:59:03,930 --> 00:59:06,810
vijand en de onderdrukking
door de goddeloze.

993
00:59:06,810 --> 00:59:11,070
Zij storten onrecht over mij
uit en haten mij in hun woede.

994
00:59:11,070 --> 00:59:13,590
Mijn hart krimpt in mijn binnenste ineen

995
00:59:13,590 --> 00:59:17,010
en de verschrikkingen van de
dood hebben mij overvallen.

996
00:59:17,010 --> 00:59:21,570
Vrees en beven komen over mij
en huiver overweldigt mij.

997
00:59:21,570 --> 00:59:24,030
Hij heeft zijn situatie beschreven.

998
00:59:24,030 --> 00:59:27,270
Met andere woorden, het
is nogal beangstigend.

999
00:59:27,270 --> 00:59:32,010
Daarom zeg ik: Och, gaf iemand
mij vleugels als van een duif!

1000
00:59:32,010 --> 00:59:34,830
Ik zou wegvliegen naar
waar ik blijven kon.

1001
00:59:34,830 --> 00:59:38,550
Hoe vaak wensen wij niet dat we
vleugels hadden om van onze situatie

1002
00:59:38,550 --> 00:59:39,750
weg te vliegen.

1003
00:59:39,750 --> 00:59:44,430
Er is een reden waarom God ons geen
vleugels als van een duif heeft gegeven.

1004
00:59:44,430 --> 00:59:48,870
Hij wil niet dat we uit sommige van
deze situaties kunnen wegvliegen.

1005
00:59:48,870 --> 00:59:52,410
Deze situaties zijn bedoeld
om ons te veranderen,

1006
00:59:52,410 --> 00:59:55,350
om ons veranderingen te laten doormaken.

1007
00:59:55,350 --> 00:59:59,010
Over de goddeloze mensen die
in vers 19 worden beschreven,

1008
00:59:59,010 --> 01:00:03,330
wordt onder andere gezegd dat
zij geen veranderingen doormaken.

1009
01:00:03,330 --> 01:00:04,890
Ze veranderen niet.

1010
01:00:04,890 --> 01:00:09,270
Een van de redenen is dat ze soms
inderdaad hun vleugels uitslaan en van

1011
01:00:09,270 --> 01:00:11,250
hun problemen wegvliegen.

1012
01:00:11,250 --> 01:00:15,810
Iemand met wie ik in mijn leven te maken
heb gehad, maakte dit heel duidelijk.

1013
01:00:15,810 --> 01:00:18,030
Toen deze persoon een tiener was,

1014
01:00:18,030 --> 01:00:21,390
verplichtten de ouders diegene
namelijk nooit iets te doen,

1015
01:00:21,390 --> 01:00:23,670
en die persoon ging al jong het huis uit.

1016
01:00:23,670 --> 01:00:26,670
Iedere keer dat diegene
ergens in de problemen kwam,

1017
01:00:26,670 --> 01:00:30,090
belde die persoon de ouders
en stuurden de ouders geld.

1018
01:00:30,090 --> 01:00:34,170
Die persoon kon dan vertrekken, naar een
nieuwe situatie gaan waar geen problemen

1019
01:00:34,170 --> 01:00:36,270
waren, en opnieuw beginnen.

1020
01:00:36,270 --> 01:00:40,050
Wanneer daar door de levenswijze van
die persoon problemen ontstonden,

1021
01:00:40,050 --> 01:00:44,010
kreeg diegene meer geld van
pa en ma en vertrok weer.

1022
01:00:44,010 --> 01:00:46,050
Die persoon had dus vleugels.

1023
01:00:46,050 --> 01:00:49,710
In feite vloog diegene in de meeste
gevallen ook echt met dat geld,

1024
01:00:49,710 --> 01:00:51,210
dus het was letterlijk.

1025
01:00:51,210 --> 01:00:55,830
Die persoon had de vleugels van een
duif om uit de problemen weg te vliegen.

1026
01:00:55,830 --> 01:01:00,450
Omdat het voor die persoon gemakkelijk was
om uit moeilijke situaties weg te vliegen,

1027
01:01:00,450 --> 01:01:02,310
veranderde diegene nooit.

1028
01:01:02,310 --> 01:01:06,570
Die persoon hoefde nooit te leren omgaan
met de problemen in het eigen leven die

1029
01:01:06,570 --> 01:01:09,030
steeds opnieuw tot crises leidden.

1030
01:01:09,030 --> 01:01:12,150
Daarom vreesde die persoon God nooit.

1031
01:01:12,150 --> 01:01:14,730
Diegene maakte nooit veranderingen door.

1032
01:01:14,730 --> 01:01:18,630
Maar David zelf heeft niet de
mogelijkheid om weg te vliegen.

1033
01:01:18,630 --> 01:01:22,590
God kortwiekt ons soms en zorgt
ervoor dat we niet uit onze

1034
01:01:22,590 --> 01:01:24,450
problemen kunnen ontsnappen.

1035
01:01:24,450 --> 01:01:26,430
We verlangen naar een mogelijkheid om

1036
01:01:26,430 --> 01:01:30,690
ergens verlichting te vinden van
de huidige druk en beproevingen.

1037
01:01:30,690 --> 01:01:34,890
Maar we kunnen nergens heen en
moeten er gewoon dwars doorheen.

1038
01:01:34,890 --> 01:01:38,490
Ze zijn er om ons te helpen,
zodat wij veranderen.

1039
01:01:38,490 --> 01:01:41,910
Beproevingen zijn bedoeld
om ons te veranderen.

1040
01:01:41,910 --> 01:01:45,930
Maar degenen die erin slagen aan
hun beproevingen te ontsnappen,

1041
01:01:45,930 --> 01:01:49,710
veranderen niet en komen
daardoor niet dichter bij God.

1042
01:01:49,710 --> 01:01:52,110
Dat zullen we in vers 19 zien.

1043
01:01:52,110 --> 01:01:53,190
Hij zegt:

1044
01:01:53,190 --> 01:01:57,450
Daarom zeg ik: Och, gaf iemand
mij vleugels als van een duif!

1045
01:01:57,450 --> 01:01:59,910
Ik zou wegvliegen naar
waar ik blijven kon.

1046
01:01:59,910 --> 01:02:04,530
Zie, ik zou ver wegzwerven, ik
zou overnachten in de woestijn.

1047
01:02:04,530 --> 01:02:09,810
Sela Ik zou mij haasten zodat ik zou
ontkomen aan de rukwind, aan de storm.

1048
01:02:09,810 --> 01:02:15,330
Verslind hen, Heere, verwar hun taal, want
ik zie geweld en onenigheid in de stad.

1049
01:02:15,330 --> 01:02:18,270
Dit is een van de
vervloekingen in deze psalm.

1050
01:02:18,270 --> 01:02:21,630
‘Verdeel hun tongen’ verwijst
waarschijnlijk naar wat er bij de toren

1051
01:02:21,630 --> 01:02:23,250
van Babel gebeurde.

1052
01:02:23,250 --> 01:02:28,170
Daar verdeelde God de talen van de mensen,
zodat ze elkaar niet konden verstaan.

1053
01:02:28,170 --> 01:02:30,990
Ze spanden samen tegen Gods bedoelingen.

1054
01:02:30,990 --> 01:02:33,210
Daarom dreef God hen uiteen door

1055
01:02:33,210 --> 01:02:37,230
verwarring onder hen te veroorzaken en
ervoor te zorgen dat ze niet met elkaar

1056
01:02:37,230 --> 01:02:39,510
konden spreken en communiceren.

1057
01:02:39,510 --> 01:02:43,470
In feite vraagt hij of iets dergelijks
zal gebeuren met zijn vijanden,

1058
01:02:43,470 --> 01:02:45,630
die hun krachten tegen hem bundelen.

1059
01:02:45,630 --> 01:02:50,310
Hij wil dat ook zij in zo’n verwarring
en onderlinge strijd terechtkomen.

1060
01:02:50,310 --> 01:02:51,390
Vers 10:

1061
01:02:51,390 --> 01:02:54,870
Die omringen haar op
haar muren, dag en nacht;

1062
01:02:54,870 --> 01:02:57,750
onrecht en onheil zijn binnen in haar.

1063
01:02:57,750 --> 01:03:01,470
Dat wil zeggen: rondom
de stad, op haar muren.

1064
01:03:01,470 --> 01:03:07,050
Enkel verderf is binnen in haar; list
en bedrog wijken niet van haar plein.

1065
01:03:07,050 --> 01:03:12,450
Immers, het is geen vijand die mij hoont,
anders zou ik het verdragen hebben;

1066
01:03:12,450 --> 01:03:15,450
het is niet mijn hater die
zich tegen mij verheft,

1067
01:03:15,450 --> 01:03:18,090
anders zou ik mij voor
hem verborgen hebben.

1068
01:03:18,090 --> 01:03:24,510
Maar u bent het, o sterveling, als mijn
gelijke, mijn leidsman en mijn bekende.

1069
01:03:24,510 --> 01:03:27,750
Wij die zeer aangenaam en
vertrouwelijk met elkaar omgingen,

1070
01:03:27,750 --> 01:03:31,170
wij wandelden in gezelschap
van velen naar Gods huis!

1071
01:03:31,170 --> 01:03:35,430
Nu zegt hij in feite: degene
die zich tegen mij keerde,

1072
01:03:35,430 --> 01:03:38,670
was helemaal niet degene
van wie ik het verwachtte.

1073
01:03:38,670 --> 01:03:42,330
Het leek een beetje op Judas,
een van Jezus’ vrienden,

1074
01:03:42,330 --> 01:03:44,370
die zich tegen Hem keerde.

1075
01:03:44,370 --> 01:03:48,750
David zei: ‘Het was niet alsof
het een van mijn vijanden was.

1076
01:03:48,750 --> 01:03:53,550
Als dat zo was geweest, had ik geweten
dat ik die kerel moest ontwijken.

1077
01:03:53,550 --> 01:03:55,590
Ik zou mij verborgen hebben.

1078
01:03:55,590 --> 01:03:57,990
Ik zou het hebben kunnen verdragen.’

1079
01:03:57,990 --> 01:04:00,630
Het is niet zo moeilijk
om het te verdragen

1080
01:04:00,630 --> 01:04:05,970
wanneer je weet dat de man die je aanvalt,
de kerel is van wie je dat verwachtte.

1081
01:04:05,970 --> 01:04:10,950
Maar wanneer het iemand is die je
vertrouwde — een vriend, je gelijke,

1082
01:04:10,950 --> 01:04:16,950
iemand die je kende en met wie je
zelfs samen God aanbad — is het anders.

1083
01:04:16,950 --> 01:04:21,030
Wij gingen vroeger in goede
verbondenheid samen naar de kerk,

1084
01:04:21,030 --> 01:04:26,610
maar nu heeft hij zich tegen mij
gekeerd en mij te grazen genomen.

1085
01:04:26,610 --> 01:04:31,170
Daarom spreekt hij in vers
15 deze vervloeking uit:

1086
01:04:31,170 --> 01:04:34,950
Laat de dood hen als een
schuldeiser overvallen,

1087
01:04:34,950 --> 01:04:40,530
laat hen levend in het graf neerdalen;
want kwaad heerst in hun woning,

1088
01:04:40,530 --> 01:04:42,090
in hun binnenste.

1089
01:04:42,090 --> 01:04:46,650
Letterlijk: ‘Laat hen
levend neerdalen in Sheol.’

1090
01:04:46,650 --> 01:04:50,850
Dat zou een verwijzing kunnen
zijn naar de opstand van Korach.

1091
01:04:50,850 --> 01:04:56,190
Daarbij kwamen Korach, een Leviet, en
verscheidene mensen die bij hem waren in

1092
01:04:56,190 --> 01:04:59,850
opstand tegen het gezag
van Mozes en Aäron.

1093
01:04:59,850 --> 01:05:03,750
De aarde opende zich en
verzwolg hen in de kuil.

1094
01:05:03,750 --> 01:05:08,790
Ze daalden levend neer in Sheol,
zoals later over hen werd gezegd.

1095
01:05:08,790 --> 01:05:12,210
Dus dat is waarschijnlijk
waar hier naar wordt verwezen.

1096
01:05:12,210 --> 01:05:17,190
Met andere woorden: laat het lot van deze
mensen die tegen David in opstand komen,

1097
01:05:17,190 --> 01:05:21,930
hetzelfde zijn als het lot van hen
die tegen Mozes in opstand kwamen.

1098
01:05:21,930 --> 01:05:26,430
Mozes was een andere leider van God die
door de goddeloosheid van de mensen om hem

1099
01:05:26,430 --> 01:05:28,650
heen moeilijkheden met hen had.

1100
01:05:28,650 --> 01:05:33,030
Ik echter , ik zal tot God roepen
en de HEERE zal mij verlossen.

1101
01:05:33,030 --> 01:05:38,370
's Avonds, en 's morgens, en 's
middags zal ik klagen en kermen,

1102
01:05:38,370 --> 01:05:40,530
en Hij zal mijn stem horen.

1103
01:05:40,530 --> 01:05:44,835
Hier noemt hij drie momenten per dag
waarop hij zal bidden: ’s avonds,

1104
01:05:44,835 --> 01:05:47,430
’s morgens en ’s middags.

1105
01:05:47,430 --> 01:05:51,630
Maar in Psalm 119, vers 164, staat:

1106
01:05:51,630 --> 01:05:56,550
Ik loof U zeven maal op een dag
om Uw rechtvaardige bepalingen.

1107
01:05:56,550 --> 01:06:00,810
Gebed en lofprijzing maakten dus
regelmatig deel uit van zijn dag.

1108
01:06:00,810 --> 01:06:04,290
Blijkbaar maakte hij drie keer
per dag tijd vrij om te bidden en

1109
01:06:04,290 --> 01:06:06,630
zeven keer per dag om God te prijzen.

1110
01:06:06,630 --> 01:06:10,170
Hij was dus behoorlijk druk met
zijn godsdienstige oefeningen.

1111
01:06:10,170 --> 01:06:11,190
Hij zegt:

1112
01:06:11,190 --> 01:06:14,850
Hij heeft mijn ziel in vrede
verlost van de strijd tegen mij,

1113
01:06:14,850 --> 01:06:17,370
want met velen waren zij tegen mij.

1114
01:06:17,370 --> 01:06:21,690
De gebruikte Engelse vertaling luidt
hier ‘there were many with me’,

1115
01:06:21,690 --> 01:06:24,690
waarop de volgende uitleg
van de spreker berust;

1116
01:06:24,690 --> 01:06:29,190
de HSV heeft daarentegen ‘met
velen waren zij tegen mij’.

1117
01:06:29,190 --> 01:06:31,710
God zorgde wel voor enige steun.

1118
01:06:31,710 --> 01:06:34,530
Bedenk dat Elisa tegen zijn dienaar zei:

1119
01:06:34,530 --> 01:06:36,870
Er zijn er meer met ons dan tegen ons,

1120
01:06:36,870 --> 01:06:41,310
waarmee hij bedoelde dat de engelen
die God aan onze zijde heeft gesteld,

1121
01:06:41,310 --> 01:06:45,090
groter in aantal en machtiger
zijn dan onze vijanden.

1122
01:06:45,090 --> 01:06:47,010
In vers 19 staat:

1123
01:06:47,010 --> 01:06:52,351
God zal horen en hen vernederen
— Hij, Die van oudsher troont —

1124
01:06:52,351 --> 01:06:57,990
Sela omdat bij hen geen enkele
verandering is en zij God niet vrezen.

1125
01:06:57,990 --> 01:07:00,690
Nu wordt er over de
goddeloze mannen gezegd:

1126
01:07:00,690 --> 01:07:04,830
Omdat er bij hen niets verandert,
hebben ze geen ontzag voor God.

1127
01:07:04,830 --> 01:07:06,450
Ze veranderen niet.

1128
01:07:06,450 --> 01:07:09,750
Sommige mensen weigeren
gewoon te veranderen.

1129
01:07:09,750 --> 01:07:13,830
God zet hun leven onder druk, maar op de
een of andere manier weten ze zich daar

1130
01:07:13,830 --> 01:07:15,510
steeds uit te wringen.

1131
01:07:15,510 --> 01:07:19,110
Ze komen nooit op het punt
waarop ze enige vrees voor God of

1132
01:07:19,110 --> 01:07:21,510
enige relatie met God ontwikkelen.

1133
01:07:21,510 --> 01:07:25,770
Want de druk die Hij op hen legt
om hen naar Hem toe te drijven,

1134
01:07:25,770 --> 01:07:28,230
weten ze op de een of
andere manier te ontglippen,

1135
01:07:28,230 --> 01:07:30,510
zodat ze niet hoeven te veranderen.

1136
01:07:30,510 --> 01:07:35,010
Dit is een beschrijving van Moab
die in het boek Jeremia, hoofdstuk

1137
01:07:35,010 --> 01:07:37,110
48, wordt gegeven.

1138
01:07:37,110 --> 01:07:40,170
Jeremia geeft ons een
interessant beeld van Moab.

1139
01:07:40,170 --> 01:07:42,990
Jeremia 48:11 zegt:

1140
01:07:42,990 --> 01:07:46,050
Moab is vanaf zijn jeugd
zonder zorgen geweest,

1141
01:07:46,050 --> 01:07:49,170
en heeft als wijn op
zijn droesem stilgelegen.

1142
01:07:49,170 --> 01:07:52,470
Het is niet van het ene vat
in het andere overgegoten:

1143
01:07:52,470 --> 01:07:54,810
het is niet in ballingschap gegaan.

1144
01:07:54,810 --> 01:07:59,130
Daarom heeft het zijn smaak behouden
en is zijn geur niet veranderd.

1145
01:07:59,130 --> 01:08:03,150
Waar gaat dat over? Het gebruikt
de wijnbereiding als beeld.

1146
01:08:03,150 --> 01:08:05,670
Wanneer men het druivensap liet bezinken,

1147
01:08:05,670 --> 01:08:09,030
moesten de schillen en dergelijke
eruit worden gefilterd.

1148
01:08:09,030 --> 01:08:13,830
Het ging eigenlijk om het bezinksel, het
bittere deel van de druif dat de smaak van

1149
01:08:13,830 --> 01:08:16,110
de wijn niet ten goede kwam.

1150
01:08:16,110 --> 01:08:19,590
Dat deed men door de wijn van het
ene vat in het andere te gieten,

1151
01:08:19,590 --> 01:08:25,050
dus van de ene kruik of pot in de
andere, en het bezinksel achter te laten.

1152
01:08:25,050 --> 01:08:29,310
Men liet de wijn rusten, zodat
het bezinksel naar de bodem zakte.

1153
01:08:29,310 --> 01:08:33,810
Daarna goot men de wijn over en zeefde
men het bezinksel er opnieuw uit.

1154
01:08:33,810 --> 01:08:38,610
Dit overgieten van de ene kruik in de
andere was de manier waarop men de wijn

1155
01:08:38,610 --> 01:08:41,850
zuiverde, zodat de smaak
ervan beter werd en

1156
01:08:41,850 --> 01:08:45,450
steeds meer van dat bezinksel
uit de wijn werd verwijderd.

1157
01:08:45,450 --> 01:08:49,950
Hij zegt dat Moab lijkt op iemand
die op zijn droesem, of bezinksel,

1158
01:08:49,950 --> 01:08:51,510
is blijven liggen.

1159
01:08:51,510 --> 01:08:54,450
Ze zijn niet van fles
tot fles overgegoten,

1160
01:08:54,450 --> 01:08:57,930
wat betekent dat ze niet in
gevangenschap zijn gegaan.

1161
01:08:57,930 --> 01:09:00,030
Ze hebben in vrede geleefd.

1162
01:09:00,030 --> 01:09:02,010
Ze hebben het gemakkelijk gehad.

1163
01:09:02,010 --> 01:09:07,050
Hun omstandigheden hebben hen nooit
gedwongen enige ontbering te doorstaan.

1164
01:09:07,050 --> 01:09:09,870
Ze zijn nooit in gevangenschap gegaan.

1165
01:09:09,870 --> 01:09:13,110
Het is alsof ze nooit gedwongen
zijn van de ene plaats

1166
01:09:13,110 --> 01:09:15,630
naar de andere te worden overgegoten.

1167
01:09:15,630 --> 01:09:18,630
Daarom zit het bezinksel
nog steeds in hen.

1168
01:09:18,630 --> 01:09:21,210
Hun smaak is nooit beter geworden.

1169
01:09:21,210 --> 01:09:23,850
Hun smaak is nooit veranderd.

1170
01:09:23,850 --> 01:09:28,170
Omdat er bij hen geen veranderingen
zijn, vrezen ze God niet.

1171
01:09:28,170 --> 01:09:33,930
Dus zegt God: ‘Ik ga iemand sturen
om hun flessen omver te duwen en hen

1172
01:09:33,930 --> 01:09:35,910
in gevangenschap te voeren.’

1173
01:09:35,910 --> 01:09:42,210
In Psalm 55, opnieuw, vers
20 tot en met 23, staat:

1174
01:09:42,210 --> 01:09:48,210
Hij slaat zijn handen aan wie vrede met
hem had, hij ontheiligt zijn verbond.

1175
01:09:48,210 --> 01:09:52,590
Zijn mond is gladder dan boter,
maar zijn hart wil strijd;

1176
01:09:52,590 --> 01:09:57,870
zijn woorden zijn zachter dan olie,
maar het zijn getrokken zwaarden.

1177
01:09:57,870 --> 01:10:02,610
Werp uw zorg op de HEERE,
en Híj zal u onderhouden;

1178
01:10:02,610 --> 01:10:07,050
Hij zal voor eeuwig niet toelaten
dat de rechtvaardige wankelt.

1179
01:10:07,050 --> 01:10:11,310
Maar U, o God, U zult de
mannen van bloed en bedrog

1180
01:10:11,310 --> 01:10:15,930
doen neerdalen in de put van het
verderf; zij zullen nog niet de helft van

1181
01:10:15,930 --> 01:10:17,550
hun dagen bereiken.

1182
01:10:17,550 --> 01:10:19,830
Ik echter vertrouw op U.

1183
01:10:19,830 --> 01:10:21,630
Die man was dus een huichelaar.

1184
01:10:21,630 --> 01:10:24,330
Hij sprak mooie woorden,
maar in werkelijkheid had

1185
01:10:24,330 --> 01:10:26,550
hij moorddadige bedoelingen.

1186
01:10:26,550 --> 01:10:29,910
Helaas zijn de laatste paar minuten
van deze lezing niet opgenomen.
