1
00:00:02,130 --> 00:00:04,290
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,290 --> 00:00:13,170
Deze keer behandelen we
Psalmen 6, 143, 38, 102 en 130.

3
00:00:13,170 --> 00:00:17,550
We gaan verder met onze studie van de
boetepsalmen en zullen die afronden.

4
00:00:17,550 --> 00:00:21,270
Dat zijn psalmen waarin bekering
over een bepaalde zonde tot

5
00:00:21,270 --> 00:00:22,890
uitdrukking wordt gebracht.

6
00:00:22,890 --> 00:00:29,250
De psalmen die we tot nu toe hebben
behandeld, zijn Psalm 51 en Psalm 32.

7
00:00:29,250 --> 00:00:33,450
Die zijn blijkbaar allebei geschreven
in verband met de zonde die David

8
00:00:33,450 --> 00:00:36,390
met Bathseba en tegen haar man beging.

9
00:00:36,390 --> 00:00:40,830
We hebben gezien dat er bepaalde elementen
zijn die in de meeste boetepsalmen,

10
00:00:40,830 --> 00:00:44,490
zo niet in allemaal,
vrij algemeen voorkomen.

11
00:00:44,490 --> 00:00:48,990
Eén daarvan is dat er bijna altijd
een roep om barmhartigheid klinkt.

12
00:00:48,990 --> 00:00:52,290
Er is ook berouw of belijdenis van zonde.

13
00:00:52,290 --> 00:00:57,270
Vaak wordt er verwezen naar lichamelijke
verschijnselen van zwakte of ziekte.

14
00:00:57,270 --> 00:01:01,530
Vaak spreekt de psalmist een bepaald
voornemen uit om iets te doen als

15
00:01:01,530 --> 00:01:04,770
gevolg van de vergeving
die hij heeft ontvangen.

16
00:01:04,770 --> 00:01:08,610
Ten slotte klinkt er aan het
einde bijna altijd vertrouwen door

17
00:01:08,610 --> 00:01:12,990
en is er een zekere verzekering dat de
vergeving waar hij om heeft gevraagd,

18
00:01:12,990 --> 00:01:14,730
nu ook is ontvangen.

19
00:01:14,730 --> 00:01:18,930
De historische achtergrond van deze
boetepsalmen wordt ons in de Schrift niet

20
00:01:18,930 --> 00:01:22,830
gegeven, met uitzondering van Psalm 51.

21
00:01:22,830 --> 00:01:25,110
Daar wordt ons door de
schrijver van het opschrift

22
00:01:25,110 --> 00:01:30,450
uitdrukkelijk verteld dat de psalm stamt
uit de tijd waarin de profeet Nathan David

23
00:01:30,450 --> 00:01:34,950
tot zondebesef bracht vanwege
zijn zonde met Bathseba.

24
00:01:34,950 --> 00:01:39,330
De overige psalmen hebben geen opschriften
en bieden ons ook op geen enkele andere

25
00:01:39,330 --> 00:01:42,870
manier de mogelijkheid om
met enige zekerheid hun

26
00:01:42,870 --> 00:01:44,790
historische achtergrond vast te stellen.

27
00:01:44,790 --> 00:01:48,630
Maar er staat informatie in die mij
tijdens mijn bestudering aanwijzingen

28
00:01:48,630 --> 00:01:49,890
leek te geven.

29
00:01:49,890 --> 00:01:54,390
Daardoor kunnen we enig idee krijgen
met welke gebeurtenis in Davids leven

30
00:01:54,390 --> 00:01:55,830
ze verband houden.

31
00:01:55,830 --> 00:01:59,310
Er zijn nog vijf boetepsalmen
die we willen behandelen.

32
00:01:59,310 --> 00:02:01,890
Vier van die vijf zijn
door David geschreven

33
00:02:01,890 --> 00:02:04,350
toen hij door vijanden werd gekweld.

34
00:02:04,350 --> 00:02:09,390
Vier van de vijf die nog overblijven,
gaan over vijanden die David kwellen.

35
00:02:09,390 --> 00:02:14,370
Ze lijken bijzonder goed te passen bij een
van twee gebeurtenissen in Davids leven.

36
00:02:14,370 --> 00:02:18,690
We kunnen niet met zekerheid zeggen
bij welke van deze twee gebeurtenissen

37
00:02:18,690 --> 00:02:24,810
elke psalm hoort, maar ik geloof dat we de
mogelijkheden behoorlijk kunnen beperken.

38
00:02:24,810 --> 00:02:27,810
Een van die historische
situaties in Davids leven

39
00:02:27,810 --> 00:02:31,170
was de tijd waarin hij
voor koning Saul vluchtte.

40
00:02:31,170 --> 00:02:33,210
Dat was vroeg in zijn leven.

41
00:02:33,210 --> 00:02:36,570
Als jonge jongen had David Goliath gedood.

42
00:02:36,570 --> 00:02:40,230
Zelfs daarvoor had hij al harp
gespeeld voor koning Saul,

43
00:02:40,230 --> 00:02:43,590
omdat Saul bezeten was
door een boze geest.

44
00:02:43,590 --> 00:02:49,350
Wanneer Saul zo’n aanval kreeg, speelde
David op de harp en week de geest van hem.

45
00:02:49,350 --> 00:02:52,890
David diende Saul als musicus aan het hof.

46
00:02:52,890 --> 00:02:55,590
Toen kwam de uitdaging met Goliath.

47
00:02:55,590 --> 00:03:01,230
David doodde Goliath en was daarna ook
actief in de strijd tegen de Filistijnen.

48
00:03:01,230 --> 00:03:07,530
Daarna prezen de mensen David boven
koning Saul, en Saul werd erg jaloers.

49
00:03:07,530 --> 00:03:09,090
Saul was de koning.

50
00:03:09,090 --> 00:03:14,370
Hij besefte het niet, maar de profeet
Samuel had David al tot koning gezalfd om

51
00:03:14,370 --> 00:03:15,930
Saul te vervangen.

52
00:03:15,930 --> 00:03:19,770
Saul begon dit aan te voelen
en was jaloers op David.

53
00:03:19,770 --> 00:03:24,630
Daarom begon hij David te achtervolgen,
hoewel David niets verkeerds had gedaan.

54
00:03:24,630 --> 00:03:27,750
David was alleen maar
een trouwe burger geweest

55
00:03:27,750 --> 00:03:30,810
en een grote held van
de Joden in de strijd,

56
00:03:30,810 --> 00:03:33,810
die Sauls oorlogen voor hem uitvocht.

57
00:03:33,810 --> 00:03:39,150
Het is interessant dat David later een
soortgelijke rol zou spelen als Saul,

58
00:03:39,150 --> 00:03:43,350
toen hij Uria doodde, die een
trouwe soldaat van hem was.

59
00:03:43,350 --> 00:03:50,430
Maar Saul achtervolgde David, en dat
was voordat David ooit de troon besteeg.

60
00:03:50,430 --> 00:03:53,250
Saul was nog steeds de onbetwiste koning,

61
00:03:53,250 --> 00:03:57,930
en Saul en zijn legers achtervolgden
David door de woestijn.

62
00:03:57,930 --> 00:04:01,770
Ons wordt verteld dat er aanvankelijk
vierhonderd mannen met David

63
00:04:01,770 --> 00:04:05,910
meegingen en de vaste kern
van zijn volgelingen vormden.

64
00:04:05,910 --> 00:04:08,790
Later groeide de groep tot zeshonderd man.

65
00:04:08,790 --> 00:04:13,950
Maar gedurende een bepaalde tijd — hoeveel
jaar het waren, is niet duidelijk —

66
00:04:13,950 --> 00:04:19,770
werden David en zijn groep door de legers
van Saul door de woestijn achtervolgd.

67
00:04:19,770 --> 00:04:25,050
Ze leefden grotendeels in grotten en
holen in de aarde en in de woestijn.

68
00:04:25,050 --> 00:04:28,230
Soms gingen ze steden binnen
om voorraden te halen,

69
00:04:28,230 --> 00:04:32,670
maar overwegend leefden ze als
vluchtelingen voor koning Saul.

70
00:04:32,670 --> 00:04:35,610
Sommige psalmen, twee
ervan naar mijn mening,

71
00:04:35,610 --> 00:04:38,370
lijken naar die periode te verwijzen.

72
00:04:38,370 --> 00:04:42,810
Dat was een van de twee perioden waarop
ze betrekking zouden kunnen hebben.

73
00:04:42,810 --> 00:04:49,470
De twee die naar mijn overtuiging naar die
tijd verwijzen, zijn Psalm 6 en Psalm 143.

74
00:04:49,470 --> 00:04:51,750
Er is een reden waarom ik dat zeg.

75
00:04:51,750 --> 00:04:56,070
In deze boetepsalmen wordt God
om barmhartigheid aangeroepen,

76
00:04:56,070 --> 00:04:58,950
maar er wordt niet specifiek
naar een zonde verwezen.

77
00:04:58,950 --> 00:05:03,390
In deze twee psalmen staat geen specifieke
verwijzing naar een zonde die hij zou

78
00:05:03,390 --> 00:05:08,010
hebben begaan en waardoor zijn
beproevingen over hem zijn gekomen.

79
00:05:08,010 --> 00:05:11,370
Er is alleen een algemene
roep om barmhartigheid

80
00:05:11,370 --> 00:05:14,970
en een erkenning dat hij Gods
barmhartigheid nodig heeft.

81
00:05:14,970 --> 00:05:19,170
Wanneer ons slechte dingen overkomen
en we niets verkeerds hebben gedaan,

82
00:05:19,170 --> 00:05:23,310
beginnen we ons gewoonlijk af te
vragen wat we verkeerd hebben gedaan.

83
00:05:23,310 --> 00:05:27,990
We beginnen erbij stil te staan dat we God
in de loop van ons leven op veel manieren

84
00:05:27,990 --> 00:05:32,610
tekort hebben gedaan, en we hebben
alleen een algemeen gevoel van schuld.

85
00:05:32,610 --> 00:05:36,630
Dat wil zeggen: we zijn ons niet bewust
van een bepaalde zonde die we hebben

86
00:05:36,630 --> 00:05:39,630
begaan waardoor dit over ons is gekomen.

87
00:05:39,630 --> 00:05:43,170
Toch kunnen we beseffen dat we
veel dingen verkeerd hebben gedaan

88
00:05:43,170 --> 00:05:47,070
en dat we God in ons leven op veel
manieren tekort hebben gedaan.

89
00:05:47,070 --> 00:05:51,150
We zouden kunnen denken, of ons
op zijn minst kunnen afvragen,

90
00:05:51,150 --> 00:05:55,770
of onze huidige beproevingen Gods
manier zijn om ons vanwege een van die

91
00:05:55,770 --> 00:05:56,910
dingen te tuchtigen.

92
00:05:56,910 --> 00:06:00,270
Ik geloof dat de hele
strekking van deze twee Psalmen

93
00:06:00,270 --> 00:06:04,950
wijst op een situatie waarin de psalmist
niet precies weet om welke zonde het gaat,

94
00:06:04,950 --> 00:06:10,230
maar vaag het gevoel heeft dat deze dingen
gebeuren vanwege bepaalde tekortkomingen

95
00:06:10,230 --> 00:06:11,610
van zijn kant.

96
00:06:11,610 --> 00:06:14,310
En hij roept tot God om barmhartigheid.

97
00:06:14,310 --> 00:06:17,730
In dit opzicht verschillen
deze twee Psalmen van de andere

98
00:06:17,730 --> 00:06:19,710
twee die we gaan bestuderen.

99
00:06:19,710 --> 00:06:24,210
Die spreken over zijn vijanden, en ik zou
ze plaatsen in de tijd dat hij vluchtte

100
00:06:24,210 --> 00:06:29,670
voor zijn zoon Absalom, omdat daarin wel
naar een specifieke zonde wordt verwezen.

101
00:06:29,670 --> 00:06:31,950
Hoewel de Bijbel ons niet vertelt dat een

102
00:06:31,950 --> 00:06:36,810
specifieke zonde ervoor zorgde dat
Absalom tegen David in opstand kwam,

103
00:06:36,810 --> 00:06:41,310
weten we dat dit de vervulling was van
een profetie die vanwege de zonde met

104
00:06:41,310 --> 00:06:43,290
Bathseba was uitgesproken.

105
00:06:43,290 --> 00:06:47,730
Toen David met Bathseba
zondigde, zei de profeet Nathan:

106
00:06:47,730 --> 00:06:51,930
Welnu dan, het zwaard zal voor
eeuwig niet van uw huis wijken,

107
00:06:51,930 --> 00:06:56,070
omdat u Mij veracht hebt en
de vrouw van Uria, de Hethiet,

108
00:06:56,070 --> 00:06:58,830
genomen hebt om u tot vrouw te zijn.

109
00:06:58,830 --> 00:07:03,150
De opstand van Absalom tegen David
maakte deel uit van de vervulling

110
00:07:03,150 --> 00:07:04,590
van die profetie.

111
00:07:04,590 --> 00:07:08,370
Toen het gebeurde, gingen
Davids gedachten volgens mij

112
00:07:08,370 --> 00:07:13,770
ongetwijfeld terug naar die profetie, en
besefte hij dat dit deel uitmaakte van de

113
00:07:13,770 --> 00:07:15,630
straf voor die zonde.

114
00:07:15,630 --> 00:07:20,190
Hoewel God hem vergeven had, oogstte
hij de gevolgen van die zonde.

115
00:07:20,190 --> 00:07:23,070
De twee Psalmen waarover
we het zullen hebben

116
00:07:23,070 --> 00:07:29,070
en die over die periode lijken te
gaan, zijn Psalm 38 en Psalm 102.

117
00:07:29,070 --> 00:07:34,470
Ik geloof dat ze bij een latere periode
horen, toen David voor Absalom vluchtte,

118
00:07:34,470 --> 00:07:38,190
omdat daarin wel specifiek
naar zonde wordt verwezen.

119
00:07:38,190 --> 00:07:45,210
Toch lijken ze niet in dezelfde tijd te
zijn geschreven als Psalm 51 en Psalm 32,

120
00:07:45,210 --> 00:07:47,190
die we al hebben bestudeerd.

121
00:07:47,190 --> 00:07:53,190
In Psalm 51 en Psalm 32 wordt er
namelijk niet naar verwezen dat zijn

122
00:07:53,190 --> 00:07:56,070
vijanden zijn voornaamste probleem waren.

123
00:07:56,070 --> 00:07:59,790
Toen David zich bekeerde
van zijn zonde met Bathseba,

124
00:07:59,790 --> 00:08:02,370
werd hij niet door vijanden belaagd.

125
00:08:02,370 --> 00:08:04,410
Zij vormden geen probleem.

126
00:08:04,410 --> 00:08:07,650
Maar later, toen Absalom hem verdreef,

127
00:08:07,650 --> 00:08:10,710
waren zijn vijanden
zijn grootste probleem.

128
00:08:10,710 --> 00:08:14,430
Dan vermeldt hij dat dit
vanwege een bepaalde zonde is.

129
00:08:14,430 --> 00:08:19,230
In die gevallen verwijst hij er
specifiek naar dat hij gezondigd heeft.

130
00:08:19,230 --> 00:08:23,790
Ik geloof dat we er redelijk veilig van
kunnen uitgaan dat hij naar deze opstand

131
00:08:23,790 --> 00:08:26,250
tegen hem verwijst als
een vervulling van de

132
00:08:26,250 --> 00:08:30,270
profetie en de vloek die vanwege
zijn zonde met Bathseba over

133
00:08:30,270 --> 00:08:32,130
hem was uitgesproken.

134
00:08:32,130 --> 00:08:38,190
Psalm 6 en Psalm 143 verwijzen
daarentegen niet naar enige zonde.

135
00:08:38,190 --> 00:08:42,570
Dat kan erop wijzen dat ze gaan over
de tijd dat hij voor Saul vluchtte.

136
00:08:42,570 --> 00:08:47,100
Er is nog iets waardoor ik denk dat
deze twee, Psalm 6 en Psalm 143,

137
00:08:47,100 --> 00:08:51,330
met Saul te maken hebben
en niet met Absalom:

138
00:08:51,330 --> 00:08:54,450
in beide wordt een vervloeking
uitgesproken over hun niet bij

139
00:08:54,450 --> 00:08:56,190
name genoemde vijanden.

140
00:08:56,190 --> 00:08:59,850
Je hebt me natuurlijk horen spreken
over de vervloekingspsalmen.

141
00:08:59,850 --> 00:09:02,970
Dit zijn geen psalmen die je
vervloekingspsalmen zou noemen,

142
00:09:02,970 --> 00:09:05,850
omdat ze niet voor een groot
deel uit vervloekingen bestaan.

143
00:09:05,850 --> 00:09:09,930
Maar ze bevatten elk één vers
waarin in feite een vloek over hun

144
00:09:09,930 --> 00:09:11,670
vijanden wordt afgeroepen.

145
00:09:11,670 --> 00:09:14,790
Er wordt om de vernietiging
van hun vijanden gevraagd.

146
00:09:14,790 --> 00:09:18,030
Later zullen we de vervloekingspsalmen
als groep bespreken,

147
00:09:18,030 --> 00:09:22,530
maar vervloekingen zijn in wezen vloeken:
er wordt een beroep op God gedaan

148
00:09:22,530 --> 00:09:25,470
om vloeken over slechte
mensen af te roepen.

149
00:09:25,470 --> 00:09:29,070
In Psalm 6 vers 10 hebben
we zo’n vervloeking:

150
00:09:29,070 --> 00:09:34,890
Al mijn vijanden worden zeer beschaamd en
door schrik overmand; zij deinzen terug,

151
00:09:34,890 --> 00:09:37,590
zij worden in een ogenblik beschaamd.

152
00:09:37,590 --> 00:09:41,130
Dit is een vervloeking die over
zijn vijanden wordt afgeroepen.

153
00:09:41,130 --> 00:09:46,170
In Psalm 143 hebben we ook
een vervloeking, in vers 12:

154
00:09:46,170 --> 00:09:49,170
Verdelg mijn vijanden
om Uw goedertierenheid,

155
00:09:49,170 --> 00:09:53,310
breng allen om die mijn ziel
benauwen, want ik ben Uw dienaar.

156
00:09:53,310 --> 00:09:56,310
Deze vervloekingen zouden veel
beter passen bij de tijd van

157
00:09:56,310 --> 00:10:02,070
Saul dan bij die van Absalom, omdat David
zijn zoon Absalom geen kwaad toewenste.

158
00:10:02,070 --> 00:10:06,930
Hoewel Absalom zich een volslagen verrader
van de familie en van David betoonde,

159
00:10:06,930 --> 00:10:09,390
wenste David Absalom het goede toe.

160
00:10:09,390 --> 00:10:12,510
Je herinnert je dat hij
uitdrukkelijk tegen Joab zei:

161
00:10:12,510 --> 00:10:18,690
En de koning gaf bevel aan Joab, Abisaï
en Ithai: Behandel de jongen, Absalom,

162
00:10:18,690 --> 00:10:20,910
met zachtheid ter wille van mij.

163
00:10:20,910 --> 00:10:25,350
En heel het volk hoorde het toen de
koning aan al de bevelhebbers bevel gaf

164
00:10:25,350 --> 00:10:26,970
ten aanzien van Absalom.

165
00:10:26,970 --> 00:10:30,090
want hij hield van hem. Hij was zijn zoon.

166
00:10:30,090 --> 00:10:34,290
Hij zou deze vervloekingen nooit tegen
zijn eigen zoon hebben uitgesproken,

167
00:10:34,290 --> 00:10:38,490
terwijl hij tegenover zijn eigen soldaten
zo’n andere houding liet blijken.

168
00:10:38,490 --> 00:10:40,230
Hij zou niet hebben gezegd:

169
00:10:40,230 --> 00:10:42,930
Moge God deze mensen vernietigen.

170
00:10:42,930 --> 00:10:47,130
Zo’n houding had hij werkelijk
niet toen Absalom hem achtervolgde.

171
00:10:47,130 --> 00:10:51,390
Maar waarschijnlijk had hij die
houding wel toen Saul hem achtervolgde.

172
00:10:51,390 --> 00:10:55,950
Het is waar dat David Sauls leven
bij twee gelegenheden spaarde,

173
00:10:55,950 --> 00:11:00,030
toen Saul daadwerkelijk in
Davids handen was overgeleverd.

174
00:11:00,030 --> 00:11:04,290
De ene keer ging Saul een grot
binnen om zijn behoefte te doen.

175
00:11:04,290 --> 00:11:09,030
Hij wist niet dat David en zijn mannen
zich daar vlakbij in de grot bevonden

176
00:11:09,030 --> 00:11:11,850
en hem bij die gelegenheid
hadden kunnen doden.

177
00:11:11,850 --> 00:11:16,050
Een andere keer sliepen Saul
en de mensen in zijn kamp.

178
00:11:16,050 --> 00:11:19,230
David en een vriend
liepen zo het kamp binnen,

179
00:11:19,230 --> 00:11:24,150
gingen bij Saul staan en bevonden zich in
een positie waarin ze een speer door hem

180
00:11:24,150 --> 00:11:25,890
heen hadden kunnen steken.

181
00:11:25,890 --> 00:11:30,510
Volgens mij namen ze zelfs Sauls
speer en zijn waterkruik mee.

182
00:11:30,510 --> 00:11:35,070
In beide gevallen verkeerde David
in de positie om Saul te doden.

183
00:11:35,070 --> 00:11:39,510
Maar toen zijn dienaren voorstelden
dat hij dat zou doen, zei hij:

184
00:11:39,510 --> 00:11:43,050
Moge de HEERE er geen sprake
van laten zijn dat ik mijn hand

185
00:11:43,050 --> 00:11:45,270
sla aan de gezalfde van de HEERE.

186
00:11:45,270 --> 00:11:50,250
Neem echter wel de speer mee, die bij
zijn hoofdeinde staat, en de waterkruik,

187
00:11:50,250 --> 00:11:51,750
en laten wij gaan.

188
00:11:51,750 --> 00:11:54,810
Hij besefte dat Saul
een goddeloze man was.

189
00:11:54,810 --> 00:11:59,850
Toch veranderde dat niets aan het feit
dat God Saul op de troon had geplaatst.

190
00:11:59,850 --> 00:12:05,070
Het was niet aan David, maar aan God,
om Saul van de troon te verwijderen.

191
00:12:05,070 --> 00:12:09,750
David wist dat hijzelf de nieuwe
koning zou worden en dat hij degene was

192
00:12:09,750 --> 00:12:14,130
die God het laatst door Samuel tot
de nieuwe koning had laten zalven.

193
00:12:14,130 --> 00:12:18,210
Maar David wist ook dat het niet
zijn taak was om Saul af te zetten en

194
00:12:18,210 --> 00:12:19,350
hem te vernietigen.

195
00:12:19,350 --> 00:12:24,090
David moet zeker hebben gewenst dat
Saul vernietigd en vervangen zou worden.

196
00:12:24,090 --> 00:12:28,590
Maar hij wist dat hij niet degene was
die dat moest doen en dat God Degene was

197
00:12:28,590 --> 00:12:30,150
Die het zou moeten doen.

198
00:12:30,150 --> 00:12:34,290
Ik geloof dat de verwensingen in
deze Psalmen erop wijzen dat David

199
00:12:34,290 --> 00:12:37,410
God oproept om het oordeel
over Saul te brengen,

200
00:12:37,410 --> 00:12:40,890
omdat David zelf zich niet
vrij voelt om dat te doen.

201
00:12:40,890 --> 00:12:44,610
Hoewel hij de gelegenheid had om
het te doen, deed hij het niet.

202
00:12:44,610 --> 00:12:49,710
Maar dat betekent niet dat hij niet wilde
dat Saul rechtvaardig werd geoordeeld.

203
00:12:49,710 --> 00:12:51,750
Om die redenen geloof ik dat deze

204
00:12:51,750 --> 00:12:54,990
Psalmen niet kunnen verwijzen
naar zijn vlucht voor Absalom,

205
00:12:54,990 --> 00:12:58,050
maar moeten verwijzen naar
zijn vlucht voor Saul.

206
00:12:58,050 --> 00:13:01,290
De ene reden is dat geen
van deze twee Psalmen

207
00:13:01,290 --> 00:13:04,410
verwijst naar een bepaalde
zonde die David had begaan

208
00:13:04,410 --> 00:13:06,750
en die zijn problemen veroorzaakte.

209
00:13:06,750 --> 00:13:10,590
De andere is dat ze allebei
verwensingen of vervloekingen bevatten

210
00:13:10,590 --> 00:13:15,090
waarin God wordt gevraagd Zijn
toorn over Zijn vijanden te tonen.

211
00:13:15,090 --> 00:13:19,410
Dat zijn mijn eigen conclusies op
grond van het lezen van deze Psalmen,

212
00:13:19,410 --> 00:13:23,910
en bij onze behandeling ervan zullen
we van die veronderstelling uitgaan.

213
00:13:23,910 --> 00:13:26,190
Laten we Psalm 6 lezen:

214
00:13:26,190 --> 00:13:31,890
HEERE, straf mij niet in Uw toorn,
bestraf mij niet in Uw grimmigheid!

215
00:13:31,890 --> 00:13:36,630
Wees mij genadig, HEERE, want ik
ben verzwakt, genees mij, HEERE,

216
00:13:36,630 --> 00:13:38,910
want mijn beenderen zijn verschrikt.

217
00:13:38,910 --> 00:13:42,570
Ja, mijn ziel is zeer
door schrik overmand.

218
00:13:42,570 --> 00:13:45,151
En U, HEERE, hoelang nog ?

219
00:13:45,151 --> 00:13:51,210
Keer terug, HEERE, red mijn ziel, verlos
mij, omwille van Uw goedertierenheid.

220
00:13:51,210 --> 00:13:55,830
Want in de dood is er geen gedachtenis
aan U, wie zal U loven in het graf?

221
00:13:55,830 --> 00:13:59,730
Ik ben moe van mijn zuchten, heel
de nacht maak ik mijn bed nat,

222
00:13:59,730 --> 00:14:02,490
doorweek ik mijn rustbank met mijn tranen.

223
00:14:02,490 --> 00:14:06,090
Mijn ogen zijn verzwakt van verdriet,
ze zijn oud geworden vanwege

224
00:14:06,090 --> 00:14:07,890
al mijn tegenstanders.

225
00:14:07,890 --> 00:14:11,070
Ga weg van mij, u allen
die onrecht bedrijft,

226
00:14:11,070 --> 00:14:14,310
want de HEERE heeft mijn
luide geween gehoord.

227
00:14:14,310 --> 00:14:19,650
De HEERE heeft mijn smeken gehoord,
de HEERE zal mijn gebed aannemen.

228
00:14:19,650 --> 00:14:24,990
Al mijn vijanden worden zeer beschaamd en
door schrik overmand; zij deinzen terug,

229
00:14:24,990 --> 00:14:26,850
zij worden in een ogenblik beschaamd.

230
00:14:26,850 --> 00:14:30,270
Hier roept hij min of
meer om barmhartigheid.

231
00:14:30,270 --> 00:14:34,170
Zoals ik al zei, is een van de
gemeenschappelijke kenmerken van deze

232
00:14:34,170 --> 00:14:37,890
Psalmen dat ze een roep om
barmhartigheid bevatten.

233
00:14:37,890 --> 00:14:40,170
In vers 1 en 2 staat:

234
00:14:40,170 --> 00:14:45,990
HEERE, straf mij niet in Uw toorn,
bestraf mij niet in Uw grimmigheid!

235
00:14:45,990 --> 00:14:51,030
Wees mij genadig, HEERE, want ik
ben verzwakt, genees mij, HEERE,

236
00:14:51,030 --> 00:14:53,250
want mijn beenderen zijn verschrikt.

237
00:14:53,250 --> 00:14:57,750
Dat duidt erop dat hij het idee
heeft, misschien een heel vaag idee,

238
00:14:57,750 --> 00:15:03,330
maar toch enigszins het idee, dat al
deze problemen hem grotendeels overkomen

239
00:15:03,330 --> 00:15:08,250
vanwege iets wat hij verkeerd heeft
gedaan en dat God hem misschien tuchtigt.

240
00:15:08,250 --> 00:15:09,510
Hij zegt:

241
00:15:09,510 --> 00:15:15,510
God, straf me alstublieft niet in Uw
hevige woede; wees mij barmhartig, Heere,

242
00:15:15,510 --> 00:15:17,070
want ik ben zwak.

243
00:15:17,070 --> 00:15:19,530
Vervolgens zegt hij in vers 4:

244
00:15:19,530 --> 00:15:26,070
Keer terug, HEERE, red mijn ziel, verlos
mij, omwille van Uw goedertierenheid.

245
00:15:26,070 --> 00:15:29,070
Hij roept dus tot God om barmhartigheid.

246
00:15:29,070 --> 00:15:33,390
Ook vinden we in vers 2 de verwijzing
naar lichamelijke symptomen die

247
00:15:33,390 --> 00:15:36,690
zo kenmerkend is voor
veel van deze Psalmen:

248
00:15:36,690 --> 00:15:41,970
Wees mij barmhartig, Heere, want
ik ben zwak; Heere, genees mij,

249
00:15:41,970 --> 00:15:44,130
want mijn beenderen doen pijn.

250
00:15:44,130 --> 00:15:47,550
Opnieuw zijn de beenderen de
uitdrukking van zijn ziekte.

251
00:15:47,550 --> 00:15:50,910
In dit geval doen zijn
beenderen misschien eerder pijn

252
00:15:50,910 --> 00:15:54,150
doordat hij door de woestijn
vlucht dan dat ze ziek zijn

253
00:15:54,150 --> 00:15:57,210
vanwege een bepaalde schuld aan zonde.

254
00:15:57,210 --> 00:16:01,710
In vers 6 wordt ernaar verwezen dat hij
uitgeput is door het zuchten en dat hij

255
00:16:01,710 --> 00:16:04,710
zijn bed de hele nacht
met tranen doorweekt.

256
00:16:04,710 --> 00:16:09,510
Met andere woorden, hij huilt zo
veel dat zijn bed doorweekt raakt.

257
00:16:09,510 --> 00:16:13,770
Hij huilt zelfs zo veel dat
zijn oog verteerd raakt.

258
00:16:13,770 --> 00:16:18,870
Hij zegt in wezen dat hij zo veel tranen
huilt dat zijn oog er bijna volledig

259
00:16:18,870 --> 00:16:20,610
door uitgeput raakt.

260
00:16:20,610 --> 00:16:24,090
Maar dat betekent niet dat
hij ergens berouw over heeft.

261
00:16:24,090 --> 00:16:29,250
Hij zegt juist uitdrukkelijk dat hij niet
huilt vanwege verdriet over zijn zonden,

262
00:16:29,250 --> 00:16:33,270
maar vanwege verdriet dat door
zijn vijanden wordt veroorzaakt,

263
00:16:33,270 --> 00:16:37,650
eenvoudigweg omdat zijn
omstandigheden zo slecht zijn.

264
00:16:37,650 --> 00:16:39,390
In vers 7 staat:

265
00:16:39,390 --> 00:16:43,110
Mijn ogen zijn verzwakt van
verdriet, ze zijn oud geworden

266
00:16:43,110 --> 00:16:45,510
vanwege al mijn tegenstanders.

267
00:16:45,510 --> 00:16:49,350
Waar hij om huilt, is niet
een besef van concrete schuld

268
00:16:49,350 --> 00:16:51,450
vanwege een bepaalde zonde.

269
00:16:51,450 --> 00:16:54,630
Hij huilt omdat het zo
slecht met hem gaat.

270
00:16:54,630 --> 00:16:57,030
Wanneer hij in vers 4 zegt:

271
00:16:57,030 --> 00:16:59,730
Red me toch, omdat u barmhartig bent.

272
00:16:59,730 --> 00:17:02,010
of eerder, in vers 3:

273
00:17:02,010 --> 00:17:05,130
Ja, mijn ziel is zeer
door schrik overmand.

274
00:17:05,130 --> 00:17:07,771
En U, HEERE, hoelang nog ?

275
00:17:07,771 --> 00:17:11,910
dan wijst dit misschien opnieuw op het
feit dat hij voor Saul op de vlucht is.

276
00:17:11,910 --> 00:17:16,770
Want met ‘hoelang’ zou hij bedoelen:
‘Hoelang duurt het nog voordat U

277
00:17:16,770 --> 00:17:18,510
Uw belofte vervult?’

278
00:17:18,510 --> 00:17:21,330
God had beloofd dat
David koning zou worden,

279
00:17:21,330 --> 00:17:26,670
en toch leek David maandenlang en
mogelijk jarenlang in niets op een koning.

280
00:17:26,670 --> 00:17:29,670
Het leek er zelfs op dat
hij zou worden gedood

281
00:17:29,670 --> 00:17:34,110
voordat hij ooit de kans kreeg koning
te worden, als hij niet bleef vluchten.

282
00:17:34,110 --> 00:17:38,490
De man die door David vervangen moest
worden, was nog steeds aan de macht.

283
00:17:38,490 --> 00:17:43,950
Dit moet vaak de roep van Davids hart zijn
geweest terwijl hij voor Saul vluchtte:

284
00:17:43,950 --> 00:17:45,390
‘Hoelang nog, Heere?

285
00:17:45,390 --> 00:17:49,230
U hebt gezegd dat er iets zou
gebeuren, maar wanneer gebeurt dat?

286
00:17:49,230 --> 00:17:50,910
Wanneer word ik koning?

287
00:17:50,910 --> 00:17:53,130
Hoelang moet ik zo blijven vluchten?’

288
00:17:53,130 --> 00:17:57,210
Maar zoals gewoonlijk klinkt er aan
het einde een toon van vertrouwen.

289
00:17:57,210 --> 00:17:59,550
In vers 8 en 9 zegt hij:

290
00:17:59,550 --> 00:18:02,550
Ga weg van mij, u allen
die onrecht bedrijft,

291
00:18:02,550 --> 00:18:05,850
want de HEERE heeft mijn
luide geween gehoord.

292
00:18:05,850 --> 00:18:10,470
De HEERE heeft mijn smeken gehoord,
de HEERE zal mijn gebed aannemen.

293
00:18:10,470 --> 00:18:13,290
Hij zegt: ‘God heeft mij gehoord.’

294
00:18:13,290 --> 00:18:16,950
Hij toont dit vertrouwen omdat
hij weet dat God hem heeft gehoord

295
00:18:16,950 --> 00:18:19,050
en hem te hulp zal komen.

296
00:18:19,050 --> 00:18:20,790
In vers 5 zegt hij:

297
00:18:20,790 --> 00:18:25,530
Want in de dood is er geen gedachtenis
aan U, wie zal U loven in het graf?

298
00:18:25,530 --> 00:18:29,610
Dit betekent niet noodzakelijkerwijs
dat er niet zoiets bestaat als

299
00:18:29,610 --> 00:18:31,290
leven na de dood.

300
00:18:31,290 --> 00:18:34,530
Maar David dacht niet na
over het leven na de dood,

301
00:18:34,530 --> 00:18:38,370
en de meeste mensen in het Oude
Testament deden dat ook niet.

302
00:18:38,370 --> 00:18:43,050
De meeste Joden hadden niet veel
inzicht in wat er na het graf gebeurt.

303
00:18:43,050 --> 00:18:45,750
Het is waar dat er aanwijzingen waren,

304
00:18:45,750 --> 00:18:48,750
vooral bij de profeten
en in sommige Psalmen,

305
00:18:48,750 --> 00:18:52,110
dat er een opstanding zou
zijn en dat God op een dag

306
00:18:52,110 --> 00:18:56,010
in elk geval de lichamen van
de rechtvaardigen zou opwekken.

307
00:18:56,010 --> 00:19:00,990
Maar in het Oude Testament was er geen
duidelijk woord van God over eeuwig leven

308
00:19:00,990 --> 00:19:05,610
of over het voortleven van de geest
nadat het lichaam gestorven is.

309
00:19:05,610 --> 00:19:09,330
Wij weten nu uit het Nieuwe
Testament dat wanneer wij sterven,

310
00:19:09,330 --> 00:19:13,050
onze geest voortleeft in de
tegenwoordigheid van de Heere.

311
00:19:13,050 --> 00:19:15,750
Dat was natuurlijk wat de
heiligen uit het Oude Testament

312
00:19:15,750 --> 00:19:20,310
ervoeren wanneer zij stierven, maar
van tevoren wisten zij niet dat het

313
00:19:20,310 --> 00:19:22,890
noodzakelijkerwijs zo zou zijn.

314
00:19:22,890 --> 00:19:26,490
David dacht niet zozeer in
termen van leven na de dood.

315
00:19:26,490 --> 00:19:33,030
Hij zei in wezen: „Zolang ik leef, kan ik
mij U herinneren en U loven, enzovoort.

316
00:19:33,030 --> 00:19:35,910
Maar als ik sterf, hoe kan ik dat dan?

317
00:19:35,910 --> 00:19:41,430
Is er in de dood enige herinnering aan
U?” Dat wil zeggen: wanneer iemand sterft,

318
00:19:41,430 --> 00:19:43,830
herinnert diegene zich U dan?

319
00:19:43,830 --> 00:19:48,990
Daarmee bedoelt hij: „God, wat voor nut
zou het hebben om mij te laten sterven?

320
00:19:48,990 --> 00:19:51,990
Als ik leef, kan ik U
tenminste danken en loven.

321
00:19:51,990 --> 00:19:57,150
Maar als U mij laat sterven, zullen mijn
lippen tot zwijgen worden gebracht.”

322
00:19:57,150 --> 00:20:01,110
David wist natuurlijk dat lof en
dankzegging waardevol zijn voor God,

323
00:20:01,110 --> 00:20:04,830
en daarom beschouwde hij
dit als een sterk argument.

324
00:20:04,830 --> 00:20:09,810
Vervolgens spreekt hij in het laatste
vers die verwensing en vervloeking uit.

325
00:20:09,810 --> 00:20:14,130
Als we naar Psalm 143 gaan, de
andere psalm die hierop lijkt,

326
00:20:14,130 --> 00:20:17,190
zien we dat die er niet
precies hetzelfde uitziet.

327
00:20:17,190 --> 00:20:20,970
Toch is er reden om aan te nemen
dat hij bij dezelfde gelegenheid

328
00:20:20,970 --> 00:20:22,590
geschreven kan zijn.

329
00:20:22,590 --> 00:20:26,730
Ook hierin vinden we geen
verwijzing naar een bepaalde zonde.

330
00:20:26,730 --> 00:20:32,250
In vers 2 wordt echter wel schuld
aan zonde gesuggereerd. Daar staat:

331
00:20:32,250 --> 00:20:36,150
Ga niet in het gericht met Uw
dienaar, want niemand die leeft,

332
00:20:36,150 --> 00:20:38,850
is voor Uw aangezicht rechtvaardig.

333
00:20:38,850 --> 00:20:42,390
Dat wil zeggen: „Oordeel
alstublieft niet over mij.”

334
00:20:42,390 --> 00:20:46,830
Hij beseft dat als hij inderdaad
voor Gods oordeel zou komen te staan,

335
00:20:46,830 --> 00:20:49,110
hij er niet goed vanaf zou komen.

336
00:20:49,110 --> 00:20:52,830
Geen mens zou dat, want
ieder mens is een zondaar.

337
00:20:52,830 --> 00:20:56,970
Maar dit is nog lang niet hetzelfde
als het belijden van een concrete,

338
00:20:56,970 --> 00:21:00,810
afzonderlijke zonde als de
oorzaak van zijn ellende.

339
00:21:00,810 --> 00:21:05,310
Hij roept wel om barmhartigheid, en
dat maakt dit tot een boetepsalm.

340
00:21:05,310 --> 00:21:07,230
Laten we hem eerst lezen.

341
00:21:07,230 --> 00:21:12,390
HEERE, luister naar mijn gebed,
neem mijn smeekbeden ter ore.

342
00:21:12,390 --> 00:21:16,110
Verhoor mij naar Uw trouw,
naar Uw gerechtigheid.

343
00:21:16,110 --> 00:21:20,190
Ga niet in het gericht met Uw
dienaar, want niemand die leeft,

344
00:21:20,190 --> 00:21:22,890
is voor Uw aangezicht rechtvaardig.

345
00:21:22,890 --> 00:21:27,870
Want de vijand vervolgt mijn ziel,
hij vertrapt mijn leven op de grond;

346
00:21:27,870 --> 00:21:32,850
hij doet mij wonen in duistere oorden,
zoals zij die allang dood zijn.

347
00:21:32,850 --> 00:21:37,590
Daarom is mijn geest in mij bezweken,
mijn hart is ontzet in mijn binnenste.

348
00:21:37,590 --> 00:21:41,550
Ik denk aan de dagen vanouds,
ik overdenk al Uw daden,

349
00:21:41,550 --> 00:21:43,950
ik overpeins de werken van Uw handen.

350
00:21:43,950 --> 00:21:49,530
Ik spreid mijn handen naar U uit, mijn
ziel ligt voor U als een dorstig land.

351
00:21:49,530 --> 00:21:53,610
Sela Verhoor mij spoedig,
HEERE, mijn geest bezwijkt;

352
00:21:53,610 --> 00:21:57,810
verberg Uw aangezicht niet voor mij,
want ik zou aan hen gelijk zijn die in

353
00:21:57,810 --> 00:21:59,490
de kuil neerdalen.

354
00:21:59,490 --> 00:22:04,470
Doe mij in de morgen Uw goedertierenheid
horen, want ik vertrouw op U;

355
00:22:04,470 --> 00:22:09,630
maak mij de weg bekend die ik te gaan
heb, want tot U hef ik mijn ziel op.

356
00:22:09,630 --> 00:22:13,350
Red mij van mijn vijanden,
HEERE, bij U schuil ik.

357
00:22:13,350 --> 00:22:17,370
Leer mij Uw welbehagen te
doen, want U bent mijn God.

358
00:22:17,370 --> 00:22:20,730
Laat Uw goede Geest mij
leiden in een geëffend land.

359
00:22:20,730 --> 00:22:26,550
HEERE, maak mij levend, omwille van Uw
Naam, leid mijn ziel uit de benauwdheid,

360
00:22:26,550 --> 00:22:28,470
om Uw gerechtigheid.

361
00:22:28,470 --> 00:22:31,470
Verdelg mijn vijanden
om Uw goedertierenheid,

362
00:22:31,470 --> 00:22:35,910
breng allen om die mijn ziel
benauwen, want ik ben Uw dienaar.

363
00:22:35,910 --> 00:22:38,670
Daar zien we in vers 12 de verwensing.

364
00:22:38,670 --> 00:22:42,390
Dat is bepaald niet het soort dingen
dat David over Absalom zou zeggen,

365
00:22:42,390 --> 00:22:46,230
maar hij zou dit heel goed tegen
God over Saul kunnen zeggen:

366
00:22:46,230 --> 00:22:49,290
Verdelg mijn vijanden
om Uw goedertierenheid,

367
00:22:49,290 --> 00:22:53,730
breng allen om die mijn ziel
benauwen, want ik ben Uw dienaar.

368
00:22:53,730 --> 00:22:57,750
Dit helpt mij om de psalm en de
omstandigheden ervan te plaatsen

369
00:22:57,750 --> 00:22:59,970
tijdens Davids vlucht voor Saul.

370
00:22:59,970 --> 00:23:02,670
Het is heel duidelijk dat
hij schrijft in een tijd

371
00:23:02,670 --> 00:23:05,190
waarin hij door een vijand wordt vervolgd.

372
00:23:05,190 --> 00:23:09,630
Er waren niet zo veel momenten in Davids
leven waarop dat van toepassing zou zijn.

373
00:23:09,630 --> 00:23:15,390
De vlucht voor Saul en de vlucht voor
Absalom zouden de twee mogelijkheden zijn.

374
00:23:15,390 --> 00:23:18,750
Op grond van bepaalde
overwegingen die ik heb genoemd,

375
00:23:18,750 --> 00:23:22,770
geloof ik dat dit niet tijdens zijn
vlucht voor Absalom kan zijn geweest.

376
00:23:22,770 --> 00:23:26,970
Dat er vijanden achter hem aan
zitten, wordt in vers 3 genoemd:

377
00:23:26,970 --> 00:23:31,710
Want de vijand vervolgt mijn ziel,
hij vertrapt mijn leven op de grond;

378
00:23:31,710 --> 00:23:36,810
hij doet mij wonen in duistere oorden,
zoals zij die allang dood zijn.

379
00:23:36,810 --> 00:23:41,070
Dat wil zeggen dat hij in grotten
en in duisternis moest leven,

380
00:23:41,070 --> 00:23:44,790
omdat dode mensen in
grotten begraven worden.

381
00:23:44,790 --> 00:23:48,330
David leefde in grotten,
en daarom zei hij:

382
00:23:48,330 --> 00:23:53,670
„Mijn vijand heeft mij in duisternis
laten leven, als mensen die dood zijn.”

383
00:23:53,670 --> 00:23:58,290
Dat zou een verwijzing kunnen zijn naar
het feit dat hij in grotten leefde.

384
00:23:58,290 --> 00:24:00,870
In vers 7, waar staat:

385
00:24:00,870 --> 00:24:04,830
Verhoor mij spoedig,
HEERE, mijn geest bezwijkt;

386
00:24:04,830 --> 00:24:09,150
verberg Uw aangezicht niet voor mij,
want ik zou aan hen gelijk zijn die in

387
00:24:09,150 --> 00:24:10,950
de kuil neerdalen.

388
00:24:10,950 --> 00:24:15,090
moet je bedenken dat het woord
‘geest’ ook adem kan betekenen.

389
00:24:15,090 --> 00:24:18,390
Hij zou kunnen zeggen:
‘Ik ben buiten adem.

390
00:24:18,390 --> 00:24:20,070
Ik krijg nooit rust.

391
00:24:20,070 --> 00:24:23,010
Ik ben voortdurend op de
vlucht voor mijn vijand.

392
00:24:23,010 --> 00:24:25,350
Hij jaagt me van de
ene plek naar de andere

393
00:24:25,350 --> 00:24:28,410
en ik krijg nooit de tijd
om op adem te komen.’

394
00:24:28,410 --> 00:24:30,750
En opnieuw in vers 7:

395
00:24:30,750 --> 00:24:36,270
Verberg uw gezicht niet voor me, anders
word ik als degenen die het graf ingaan.

396
00:24:36,270 --> 00:24:40,290
Met andere woorden: ‘Anders
sterf ik zoals anderen die

397
00:24:40,290 --> 00:24:42,330
vóór mij in de kuil zijn neergedaald.’

398
00:24:42,330 --> 00:24:46,110
Opnieuw merk je dat er geen
bepaalde zonde wordt genoemd.

399
00:24:46,110 --> 00:24:49,830
Er wordt alleen indirect
op gezinspeeld in vers 2.

400
00:24:49,830 --> 00:24:53,850
Dat betekent opnieuw dat hij zich
kennelijk niet bewust was van een bepaalde

401
00:24:53,850 --> 00:24:56,730
zonde die zijn problemen veroorzaakte.

402
00:24:56,730 --> 00:25:01,230
Dit probleem deed hem niet beseffen
dat hij een bepaalde daad had begaan,

403
00:25:01,230 --> 00:25:05,910
maar het deed hem zich wel afvragen of
dit misschien een oordeel over hem was

404
00:25:05,910 --> 00:25:10,290
vanwege iets wat hij had gedaan,
misschien gewoon vanwege niet

405
00:25:10,290 --> 00:25:13,050
nader genoemde zonden uit zijn verleden.

406
00:25:13,050 --> 00:25:17,430
Ook wordt hierin nergens verwezen
naar lichamelijke symptomen.

407
00:25:17,430 --> 00:25:21,570
Dit is misschien de enige van de
boetepsalmen waarin nergens sprake is van

408
00:25:21,570 --> 00:25:24,030
lichamelijke ziekte of zwakheid.

409
00:25:24,030 --> 00:25:29,250
We kunnen dus zien dat deze psalm een
aantal dingen heeft waardoor hij opvalt.

410
00:25:29,250 --> 00:25:33,090
Afgezien van die opmerkingen heb
ik eigenlijk niet veel te zeggen,

411
00:25:33,090 --> 00:25:37,890
behalve dat hij wel een algemeen beroep
op God doet om hem de juiste weg te leren,

412
00:25:37,890 --> 00:25:41,850
hem van zijn vijanden te
bevrijden en hem te verbergen.

413
00:25:41,850 --> 00:25:43,530
En in vers 10:

414
00:25:43,530 --> 00:25:48,090
Leer mij Uw welbehagen te
doen, want U bent mijn God.

415
00:25:48,090 --> 00:25:51,990
Laat Uw goede Geest mij
leiden in een geëffend land.

416
00:25:51,990 --> 00:25:53,910
Het land van oprechtheid.

417
00:25:53,910 --> 00:25:58,590
Toen David voor Saul vluchtte, werd
hij verdreven uit het land Israël

418
00:25:58,590 --> 00:26:00,870
en uit het land van zijn vaderen.

419
00:26:00,870 --> 00:26:05,910
Soms ging hij zelfs naar de Filistijnse
steden om daar zijn toevlucht te zoeken.

420
00:26:05,910 --> 00:26:11,070
Er waren waarschijnlijk momenten waarop
hij het verlangen had om te bidden: ‘God,

421
00:26:11,070 --> 00:26:16,470
breng mij terug naar het land Israël, naar
mijn vaderland, het land van mijn familie.

422
00:26:16,470 --> 00:26:18,630
Help mij mijn thuis weer te zien.’

423
00:26:18,630 --> 00:26:21,930
Maar zijn werkelijke
verlangen, nog meer dan dat,

424
00:26:21,930 --> 00:26:25,230
was om naar het land van
oprechtheid geleid te worden.

425
00:26:25,230 --> 00:26:27,870
Dat moet natuurlijk
figuurlijk bedoeld zijn.

426
00:26:27,870 --> 00:26:31,470
Laat mij vooral leven binnen
de sfeer van gerechtigheid.

427
00:26:31,470 --> 00:26:35,670
Laat mij leven in een
omgeving van gerechtigheid.

428
00:26:35,670 --> 00:26:39,870
Laat mij binnen Uw grenzen
een rechtvaardig leven leiden.

429
00:26:39,870 --> 00:26:45,690
Met andere woorden: laat mij, in plaats
van binnen de grenzen van het land Israël,

430
00:26:45,690 --> 00:26:51,390
leven binnen de grenzen van een
juiste levenswandel, van oprechtheid.

431
00:26:51,390 --> 00:26:54,870
Deze twee psalmen zijn
dus, naar mijn mening,

432
00:26:54,870 --> 00:26:58,350
geschreven vanuit een
soort vaag schuldgevoel.

433
00:26:58,350 --> 00:27:01,410
Traditioneel worden ze
boetepsalmen genoemd.

434
00:27:01,410 --> 00:27:05,310
We vinden geen enkele nauwkeurige
verwijzing naar bekering van een bepaalde

435
00:27:05,310 --> 00:27:10,590
zonde, maar alleen een roep om
barmhartigheid in het algemeen vanwege een

436
00:27:10,590 --> 00:27:16,050
vaag, niet nader omschreven schuldgevoel,
een verlangen om het beter te doen,

437
00:27:16,050 --> 00:27:20,070
een verlangen om op de wegen van
gerechtigheid geleid te worden

438
00:27:20,070 --> 00:27:23,130
en uit de huidige problemen
bevrijd te worden.

439
00:27:23,130 --> 00:27:27,570
De andere twee boetepsalmen
zijn Psalm 38 en 102.

440
00:27:27,570 --> 00:27:32,070
Zoals ik al zei, is een van de
voornaamste verschillen tussen deze twee

441
00:27:32,070 --> 00:27:36,690
en de twee die we zojuist hebben
bekeken dat vloekbeden ontbreken.

442
00:27:36,690 --> 00:27:40,770
We weten dat David zijn
zoon Absalom welgezind was.

443
00:27:40,770 --> 00:27:46,050
Hoewel Absalom David wilde doden,
wilde David Absalom niet doden.

444
00:27:46,050 --> 00:27:51,330
Toen David hoorde dat Joab Absalom
had gedood, was David diepbedroefd.

445
00:27:51,330 --> 00:27:54,630
Hij hield van zijn zoon
en treurde om zijn zoon.

446
00:27:54,630 --> 00:27:58,890
Het is dus duidelijk dat hij geen
enkele vloekbede zou uitspreken,

447
00:27:58,890 --> 00:28:02,430
en deze twee psalmen
bevatten geen vloekbeden.

448
00:28:02,430 --> 00:28:07,050
Een ander verschil tussen deze twee en
de twee die we zojuist hebben bestudeerd,

449
00:28:07,050 --> 00:28:10,170
is dat ze allebei wel
een bepaalde zonde noemen

450
00:28:10,170 --> 00:28:15,090
en erop wijzen dat hij zich ervan bewust
is dat dit specifieke probleem over

451
00:28:15,090 --> 00:28:18,150
hem is gekomen omdat hij heeft gezondigd.

452
00:28:18,150 --> 00:28:21,990
Dat kan niet in de tijd zijn
geweest waarin Saul hem vervolgde,

453
00:28:21,990 --> 00:28:27,150
want hij had niets specifieks gedaan
wat Saul ertoe bracht dat te doen.

454
00:28:27,150 --> 00:28:32,190
Maar toen Absalom hem vervolgde, kan
hij zich er zeer bewust van zijn geweest

455
00:28:32,190 --> 00:28:36,990
dat hiermee een vloek in vervulling
ging die over hem was uitgesproken

456
00:28:36,990 --> 00:28:39,990
vanwege zijn zonde met Bathseba.

457
00:28:39,990 --> 00:28:44,370
Vaak bekeren we ons van een zonde
direct nadat we die hebben begaan,

458
00:28:44,370 --> 00:28:48,810
ontvangen we vergeving en
weten we dat we vergeven zijn.

459
00:28:48,810 --> 00:28:53,550
Maar later, wanneer we gevolgen oogsten
die we rechtstreeks tot die zonde kunnen

460
00:28:53,550 --> 00:28:57,030
herleiden, voelen we de
schuld van die zonde opnieuw,

461
00:28:57,030 --> 00:29:00,570
ook al wil God niet dat we
die schuld opnieuw voelen.

462
00:29:00,570 --> 00:29:03,630
God vraagt ons niet
ons opnieuw te bekeren.

463
00:29:03,630 --> 00:29:06,630
Hij heeft die zonde al
achter Zijn rug geworpen.

464
00:29:06,630 --> 00:29:10,350
Maar het ligt beslist nog steeds
in onze aard om dat te doen.

465
00:29:10,350 --> 00:29:13,830
En waarschijnlijk heeft de duivel
daar ook veel mee te maken,

466
00:29:13,830 --> 00:29:18,870
aangezien hij de aanklager van de broeders
is en ons graag onder veroordeling brengt.

467
00:29:18,870 --> 00:29:22,830
Wanneer er iets misgaat in ons leven
en we duidelijk kunnen zien dat het

468
00:29:22,830 --> 00:29:27,630
voortkomt uit een zonde uit het verleden,
hebben we daarom de neiging om het gewicht

469
00:29:27,630 --> 00:29:29,910
van die zonde opnieuw te gaan voelen.

470
00:29:29,910 --> 00:29:34,350
Dat geldt zelfs wanneer het een zonde
is waarvan we ons eerder hebben bekeerd.

471
00:29:34,350 --> 00:29:37,890
We denken dan: ‘Misschien
heeft God mij niet vergeven.

472
00:29:37,890 --> 00:29:39,870
Misschien gebeurt dit daarom.’

473
00:29:39,870 --> 00:29:45,450
Maar we weten dat God David zijn
zonde met Bathseba wel heeft vergeven.

474
00:29:45,450 --> 00:29:50,430
Hij moest eenvoudigweg een bepaalde
hoeveelheid negatieve gevolgen oogsten,

475
00:29:50,430 --> 00:29:53,370
namelijk dat het zwaard
niet van hem zou wijken.

476
00:29:53,370 --> 00:29:58,890
Deze belofte, of deze vloek,
werd uitgesproken in 2 Samuel 12.

477
00:29:58,890 --> 00:30:04,770
Ik zal alleen voorlezen wat de profeet
Nathan tegen hem zei in 2 Samuel 12,

478
00:30:04,770 --> 00:30:06,630
vers 10 en 11.

479
00:30:06,630 --> 00:30:10,050
De profeet Nathan zei
in vers 10 tegen hem:

480
00:30:10,050 --> 00:30:14,130
Welnu dan, het zwaard zal voor
eeuwig niet van uw huis wijken,

481
00:30:14,130 --> 00:30:18,090
omdat u Mij veracht hebt en
de vrouw van Uria, de Hethiet,

482
00:30:18,090 --> 00:30:20,790
genomen hebt om u tot vrouw te zijn.

483
00:30:20,790 --> 00:30:26,550
Zo zegt de HEERE: Zie, Ik breng
onheil over u uit uw eigen huis,

484
00:30:26,550 --> 00:30:31,350
en zal uw vrouwen voor uw ogen
nemen en hen aan uw naaste geven;

485
00:30:31,350 --> 00:30:35,190
die zal op klaarlichte
dag met uw vrouwen slapen.

486
00:30:35,190 --> 00:30:38,430
Het is interessant hoe deze
profetie in vervulling ging,

487
00:30:38,430 --> 00:30:43,290
want Absalom kwam natuurlijk
uit Davids eigen huis. God zei:

488
00:30:43,290 --> 00:30:47,010
Ik zal vanuit je eigen familie
onheil over je brengen.

489
00:30:47,010 --> 00:30:49,710
Absalom was zijn eigen zoon.

490
00:30:49,710 --> 00:30:53,670
Verder wordt er verwezen naar de
vrouwen en bijvrouwen van David:

491
00:30:53,670 --> 00:30:58,950
zijn naaste zou hen daadwerkelijk nemen
en op klaarlichte dag met hen slapen.

492
00:30:58,950 --> 00:31:04,110
Dat ging letterlijk in vervulling
in hetzelfde boek, 2 Samuel 16.

493
00:31:04,110 --> 00:31:06,090
In vers 22 staat:

494
00:31:06,090 --> 00:31:09,450
Toen spanden zij voor
Absalom een tent op het dak;

495
00:31:09,450 --> 00:31:14,370
en Absalom ging naar de bijvrouwen van
zijn vader, voor de ogen van heel Israël.

496
00:31:14,370 --> 00:31:18,750
Om te laten zien dat hij zijn vader zo
volledig had overwonnen dat hij niet bang

497
00:31:18,750 --> 00:31:21,750
hoefde te zijn voor enige
vergelding van zijn kant,

498
00:31:21,750 --> 00:31:25,290
bewees Absalom dit door de
bijvrouwen en vrouwen van David

499
00:31:25,290 --> 00:31:28,890
daadwerkelijk te nemen en
openlijk met hen te slapen.

500
00:31:28,890 --> 00:31:32,250
Dat was natuurlijk een regelrechte
klap in Davids gezicht.

501
00:31:32,250 --> 00:31:36,510
Maar merk op dat dit een exacte
vervulling was van Nathans profetie

502
00:31:36,510 --> 00:31:39,030
dat er moeilijkheden
over David zouden komen

503
00:31:39,030 --> 00:31:42,750
omdat hij had gezondigd met
de vrouw van Uria de Hethiet.

504
00:31:42,750 --> 00:31:44,490
Dit zou hem overkomen.

505
00:31:44,490 --> 00:31:49,170
Hij had de vrouw van een andere man
genomen, dus wat zou hem overkomen?

506
00:31:49,170 --> 00:31:51,630
Iemand anders zou zijn vrouwen nemen.

507
00:31:51,630 --> 00:31:55,290
Denk eraan dat Job zoiets
had gezegd. Hij zei:

508
00:31:55,290 --> 00:31:58,831
Als mijn hart verleid is geweest
om naar een andere vrouw te gaan ,

509
00:31:58,831 --> 00:32:01,710
of als ik geloerd heb aan
de deur van mijn naaste,

510
00:32:01,710 --> 00:32:04,410
laat mijn vrouw dan koren
malen voor een ander,

511
00:32:04,410 --> 00:32:07,290
en laten anderen zich
over haar heenbuigen!

512
00:32:07,290 --> 00:32:11,610
of iets dergelijks. Het is
volmaakt rechtvaardige vergelding.

513
00:32:11,610 --> 00:32:15,750
Als ik overspel heb gepleegd, is het
alleen maar rechtvaardig dat iemand

514
00:32:15,750 --> 00:32:17,850
overspel pleegt met mijn vrouw.

515
00:32:17,850 --> 00:32:21,510
Dat zag Job in, en dat
heeft David ondervonden.

516
00:32:21,510 --> 00:32:24,690
Hij pleegde overspel met de
vrouw van een andere man.

517
00:32:24,690 --> 00:32:27,150
Hij oogstte precies hetzelfde.

518
00:32:27,150 --> 00:32:31,650
We kunnen dus begrijpen waarom David
zich zeer bewust zou zijn van zijn zonde

519
00:32:31,650 --> 00:32:34,410
als hij op dat moment
voor Absalom vluchtte.

520
00:32:34,410 --> 00:32:39,150
Hij besefte: dat is nu precies
wat Nathan zei dat er vanwege mijn

521
00:32:39,150 --> 00:32:40,830
zonde zou gebeuren.

522
00:32:40,830 --> 00:32:45,630
Daarom treffen we in deze twee
Psalmen een zeer sterk zondebesef aan.

523
00:32:45,630 --> 00:32:49,950
Ik vind dan ook dat we sterke gronden
hebben om Davids vlucht voor zijn zoon

524
00:32:49,950 --> 00:32:54,390
Absalom als de achtergrond van
deze twee psalmen te beschouwen.

525
00:32:54,390 --> 00:32:58,950
We gaan nu naar Psalm 38,
de eerste van deze twee.

526
00:32:58,950 --> 00:33:02,610
Daarmee komen we bij een van
de zeer weinige Psalmen die

527
00:33:02,610 --> 00:33:04,950
niet optimistisch eindigen.

528
00:33:04,950 --> 00:33:09,270
In vers 15 staat in deze Psalm
wel een uiting van vertrouwen,

529
00:33:09,270 --> 00:33:12,750
maar hij eindigt niet met
dezelfde zelfverzekerde toon

530
00:33:12,750 --> 00:33:15,750
waarmee de Psalmen gewoonlijk eindigen.

531
00:33:15,750 --> 00:33:19,590
Is het je bij het bestuderen van de
Psalmen ooit opgevallen dat heel veel

532
00:33:19,590 --> 00:33:24,810
ervan beginnen met werkelijk verdriet,
met een echt roepen tot God en de vraag:

533
00:33:24,810 --> 00:33:26,730
waarom gaat alles mis?

534
00:33:26,730 --> 00:33:28,650
En meer van dat soort dingen?

535
00:33:28,650 --> 00:33:31,710
Waarschijnlijk zijn de
meeste Psalmen van dit type.

536
00:33:31,710 --> 00:33:37,110
Maar tegen het einde zijn ze omgeslagen
en prijzen ze God voor het een of ander.

537
00:33:37,110 --> 00:33:41,190
Het is alsof de schrijver door het
bidden de overwinning heeft behaald.

538
00:33:41,190 --> 00:33:44,970
Hij verkeert in een tijd van
echte moeilijkheden en hij bidt.

539
00:33:44,970 --> 00:33:47,370
De Psalm geeft zijn gebed weer.

540
00:33:47,370 --> 00:33:51,930
Tegen de tijd dat hij aan het einde van
zijn gebed komt, heeft hij de overwinning.

541
00:33:51,930 --> 00:33:55,230
Hij gelooft dat God voor
alles heeft gezorgd.

542
00:33:55,230 --> 00:33:59,670
Je zult merken dat dit in de
regel bij de Psalmen het geval is.

543
00:33:59,670 --> 00:34:03,450
Veel ervan beginnen als een roep
om bevrijding of als een roep om

544
00:34:03,450 --> 00:34:06,150
barmhartigheid, op de
een of andere manier.

545
00:34:06,150 --> 00:34:09,090
Maar ze eindigen met een zeer positieve,

546
00:34:09,090 --> 00:34:13,710
optimistische uiting van geloof
dat God de zaak heeft afgehandeld.

547
00:34:13,710 --> 00:34:16,650
Dat is bijna altijd het
geval bij de Psalmen.

548
00:34:16,650 --> 00:34:18,690
Er zijn drie uitzonderingen.

549
00:34:18,690 --> 00:34:22,290
Er zijn drie Psalmen die
niet positief eindigen.

550
00:34:22,290 --> 00:34:25,650
Eén daarvan is deze, Psalm 38.

551
00:34:25,650 --> 00:34:29,490
Een andere is de volgende, Psalm 39.

552
00:34:29,490 --> 00:34:33,630
De enige die dan nog
overblijft, is Psalm 88,

553
00:34:33,630 --> 00:34:37,110
die van begin tot eind alleen
maar uit klachten bestaat.

554
00:34:37,110 --> 00:34:40,230
Die Psalm heeft geen positief einde.

555
00:34:40,230 --> 00:34:44,370
Maar gezien het grote aantal Psalmen
is het opmerkelijk dat er maar

556
00:34:44,370 --> 00:34:46,530
drie op deze manier eindigen.

557
00:34:46,530 --> 00:34:51,510
Hoewel deze Psalm niet optimistisch
eindigt, bevat hij, zoals ik al zei,

558
00:34:51,510 --> 00:34:56,430
in vers 15 wel een uitspraak
van vertrouwen. Daar zegt hij:

559
00:34:56,430 --> 00:35:01,890
Maar op U, HEERE, hoop ik; Ú
zult verhoren, Heere, mijn God!

560
00:35:01,890 --> 00:35:05,190
Hij is er dus zeker van
dat God hem zal horen,

561
00:35:05,190 --> 00:35:09,630
en dat houdt natuurlijk in dat
God op zijn verzoek zal reageren.

562
00:35:09,630 --> 00:35:11,730
Laten we deze Psalm lezen.

563
00:35:11,730 --> 00:35:17,610
HEERE, straf mij niet in Uw grote toorn,
bestraf mij niet in Uw grimmigheid.

564
00:35:17,610 --> 00:35:23,250
Want Uw pijlen zijn in mij gedrongen,
Uw hand is op mij neergekomen.

565
00:35:23,250 --> 00:35:26,370
Er is niets gezonds aan mijn
lichaam door Uw gramschap,

566
00:35:26,370 --> 00:35:30,210
er is geen vrede in mijn
beenderen vanwege mijn zonde.

567
00:35:30,210 --> 00:35:33,690
Want mijn ongerechtigheden
gaan mij boven het hoofd,

568
00:35:33,690 --> 00:35:37,110
als een zware last zijn
zij mij te zwaar geworden.

569
00:35:37,110 --> 00:35:41,610
Mijn wonden stinken, zij zijn
vervuild vanwege mijn dwaasheid.

570
00:35:41,610 --> 00:35:45,030
Ik ben krom geworden,
ik ga zeer diep gebukt;

571
00:35:45,030 --> 00:35:47,730
de hele dag ga ik in het zwart gehuld.

572
00:35:47,730 --> 00:35:50,610
Want mijn lendenen zijn
volledig ontstoken,

573
00:35:50,610 --> 00:35:52,890
er is niets gezonds aan mijn lichaam.

574
00:35:52,890 --> 00:35:57,390
Ik ben bezweken en volkomen
verbrijzeld; ik schreeuw het uit

575
00:35:57,390 --> 00:35:59,670
vanwege het bonken van mijn hart.

576
00:35:59,670 --> 00:36:06,090
Heere, al mijn verlangen ligt voor U open
, mijn zuchten is voor U niet verborgen.

577
00:36:06,090 --> 00:36:10,290
Mijn hart gaat tekeer, mijn
kracht laat mij in de steek;

578
00:36:10,290 --> 00:36:13,830
ook het licht in mijn ogen,
alsof ik geen ogen heb.

579
00:36:13,830 --> 00:36:17,070
Mijn geliefden en mijn vrienden
staan afzijdig van mijn plaag,

580
00:36:17,070 --> 00:36:21,210
zij die nauw aan mij verwant
zijn, blijven van verre staan.

581
00:36:21,210 --> 00:36:26,250
Wie mij naar het leven staan, spannen
valstrikken; wie mijn onheil zoeken,

582
00:36:26,250 --> 00:36:30,270
spreken schadelijke woorden en
bedenken de hele dag listen.

583
00:36:30,270 --> 00:36:34,410
Maar ik ben als een dove, ik
hoor niet, en als een stomme,

584
00:36:34,410 --> 00:36:36,450
die zijn mond niet opendoet.

585
00:36:36,450 --> 00:36:41,490
Ja, ik ben als een man die niet hoort
en in wiens mond geen weerwoord is.

586
00:36:41,490 --> 00:36:47,850
Maar op U, HEERE, hoop ik; Ú
zult verhoren, Heere, mijn God!

587
00:36:47,850 --> 00:36:52,350
Want ik zei: Laten zij zich
toch over mij niet verblijden!

588
00:36:52,350 --> 00:36:56,310
Zou mijn voet wankelen, zij
zouden zich tegen mij verheffen.

589
00:36:56,310 --> 00:37:01,350
Ja, ik dreig te struikelen, mijn
smart staat voortdurend vóór mij.

590
00:37:01,350 --> 00:37:04,230
Want ik maak U mijn
ongerechtigheid bekend,

591
00:37:04,230 --> 00:37:06,870
ik ben bekommerd vanwege mijn zonde.

592
00:37:06,870 --> 00:37:12,330
Maar mijn vijanden zijn in leven en
worden machtig; wie mij om valse redenen

593
00:37:12,330 --> 00:37:14,610
haten, worden talrijk.

594
00:37:14,610 --> 00:37:20,430
Wie kwaad voor goed vergelden, zijn mijn
tegenstanders, omdat ik het goede najaag.

595
00:37:20,430 --> 00:37:25,110
Verlaat mij niet, HEERE; mijn
God, blijf niet ver van mij.

596
00:37:25,110 --> 00:37:27,990
Kom mij spoedig te hulp, Heere, mijn heil!

597
00:37:27,990 --> 00:37:31,050
Er staan een paar interessante
aanwijzingen in deze psalm

598
00:37:31,050 --> 00:37:34,830
die mij doen denken dat dit gebeurde
toen hij voor Absalom vluchtte.

599
00:37:34,830 --> 00:37:38,370
De aanwezigheid van een
zeer sterk zondebesef is

600
00:37:38,370 --> 00:37:41,490
een van de twee aanwijzingen
die ik al heb genoemd.

601
00:37:41,490 --> 00:37:44,190
Aan het einde van vers
3 staat bijvoorbeeld

602
00:37:44,190 --> 00:37:47,070
dat dit allemaal vanwege zijn zonde is.

603
00:37:47,070 --> 00:37:52,290
In vers 4 staat dat zijn ongerechtigheden
hem boven het hoofd zijn gestegen.

604
00:37:52,290 --> 00:37:53,970
Ze zijn hem te zwaar.

605
00:37:53,970 --> 00:37:57,030
Aan het einde van vers
5 vermeldt hij dat zijn

606
00:37:57,030 --> 00:37:59,850
wonden stinken vanwege zijn dwaasheid.

607
00:37:59,850 --> 00:38:03,630
Hij zag zijn vroegere verhouding
met Bathseba als dwaasheid,

608
00:38:03,630 --> 00:38:07,770
en die had natuurlijk gevolgen voor
de crisis waarin hij zich nu bevond.

609
00:38:07,770 --> 00:38:10,590
Dat is een van de redenen
die we al hebben genoemd.

610
00:38:10,590 --> 00:38:14,730
De andere is het ontbreken van
enige vervloeking van zijn vijanden.

611
00:38:14,730 --> 00:38:17,730
Hij roept niet dat er een
oordeel over hen moet komen.

612
00:38:17,730 --> 00:38:21,270
Maar er staan nog twee andere
dingen in deze psalm die hem in deze

613
00:38:21,270 --> 00:38:23,370
periode lijken te plaatsen.

614
00:38:23,370 --> 00:38:27,270
Eén daarvan vinden we in
de verzen 12 tot en met 14.

615
00:38:27,270 --> 00:38:31,230
Voordat we die verzen opnieuw lezen,
wil ik graag een gedeelte uit 2

616
00:38:31,230 --> 00:38:33,090
Samuel 16 lezen.

617
00:38:33,090 --> 00:38:36,390
Dat geeft ons, denk ik, de
aanwijzing waarmee we deze

618
00:38:36,390 --> 00:38:42,450
periode kunnen vaststellen: 2 Samuel
16, de verzen 5 tot en met 12.

619
00:38:42,450 --> 00:38:45,990
Dit gebeurde toen David uit
Jeruzalem vluchtte om niet door

620
00:38:45,990 --> 00:38:47,970
Absalom gedood te worden.

621
00:38:47,970 --> 00:38:50,430
2 Samuel 16:5:

622
00:38:50,430 --> 00:38:55,590
Toen koning David bij Bahurim kwam,
zie, daar kwam een man de stad uit,

623
00:38:55,590 --> 00:39:00,030
uit het geslacht van het huis van
Saul, van wie de naam Simeï was,

624
00:39:00,030 --> 00:39:01,950
de zoon van Gera.

625
00:39:01,950 --> 00:39:03,930
Al vervloekend kwam hij dichterbij.

626
00:39:03,930 --> 00:39:08,190
Hij gooide stenen naar David en
naar alle dienaren van koning David,

627
00:39:08,190 --> 00:39:11,790
hoewel al het volk en al de
helden aan diens rechter-

628
00:39:11,790 --> 00:39:14,070
en aan diens linkerhand waren.

629
00:39:14,070 --> 00:39:19,870
Dit zei Simeï terwijl hij hem vervloekte:
Ga weg, ga weg, man van bloed vergieten

630
00:39:19,870 --> 00:39:21,990
, verdorven man.

631
00:39:21,990 --> 00:39:25,470
De HEERE heeft op u al het
bloed van het huis van Saul,

632
00:39:25,470 --> 00:39:29,010
in wiens plaats u geregeerd
hebt, doen terugkomen.

633
00:39:29,010 --> 00:39:33,750
Nu heeft de HEERE het koninkrijk
gegeven in de hand van Absalom, uw zoon.

634
00:39:33,750 --> 00:39:38,430
En zie u daar nu in uw ellende, omdat
u een man van bloed vergieten bent.

635
00:39:38,430 --> 00:39:42,990
Toen zei Abisaï, de zoon
van Zeruja, tegen de koning:

636
00:39:42,990 --> 00:39:46,890
Waarom zou deze dode hond mijn
heer de koning vervloeken?

637
00:39:46,890 --> 00:39:50,130
Laat mij toch oversteken
en hem de kop afslaan.

638
00:39:50,130 --> 00:39:54,810
Maar de koning zei: Wat heb ik
met u te maken, zonen van Zeruja?

639
00:39:54,810 --> 00:40:00,270
Ja, laat hem vervloeken, want de HEERE
heeft tegen hem gezegd: Vervloek David,

640
00:40:00,270 --> 00:40:03,810
en wie zou dan zeggen:
Waarom hebt u dat gedaan?

641
00:40:03,810 --> 00:40:09,030
Verder zei David tegen Abisaï en tegen
al zijn dienaren: Zie, mijn zoon,

642
00:40:09,030 --> 00:40:12,870
die uit mijn lichaam is voortgekomen,
staat mij naar het leven;

643
00:40:12,870 --> 00:40:15,810
hoeveel te meer dan nu deze Benjaminiet!

644
00:40:15,810 --> 00:40:20,070
Laat hem begaan en mij vervloeken,
want de HEERE heeft het hem gezegd.

645
00:40:20,070 --> 00:40:22,950
Misschien zal de HEERE
mijn ellende aanzien,

646
00:40:22,950 --> 00:40:25,890
en zal de HEERE mij het
goede weer teruggeven,

647
00:40:25,890 --> 00:40:28,470
in plaats van zijn
vervloeking van deze dag.

648
00:40:28,470 --> 00:40:33,390
Met andere woorden, deze man Simeï
kwam naar buiten en vervloekte David

649
00:40:33,390 --> 00:40:35,730
terwijl die voor Absalom vluchtte.

650
00:40:35,730 --> 00:40:39,570
Hij zei: „Je krijgt wat
je verdient, ellendeling.”

651
00:40:39,570 --> 00:40:41,670
Deze man was familie van Saul.

652
00:40:41,670 --> 00:40:46,290
David had Saul vervangen en had de
familie van Saul vrijwel uitgeschakeld.

653
00:40:46,290 --> 00:40:51,330
Daarom was deze man boos op David en zei
hij: „Je krijgt precies wat je verdient,

654
00:40:51,330 --> 00:40:54,930
omdat je deze dingen het huis
van Saul hebt aangedaan.”

655
00:40:54,930 --> 00:41:00,090
Abisaï stond klaar om de man het hoofd af
te slaan omdat hij David zo vervloekte.

656
00:41:00,090 --> 00:41:05,850
Maar David zei: „Luister, waarschijnlijk
heeft God hem opgedragen dat te doen.

657
00:41:05,850 --> 00:41:08,070
Waarom zouden we het hem kwalijk nemen?

658
00:41:08,070 --> 00:41:10,230
Mijn eigen zoon wil mij doden.

659
00:41:10,230 --> 00:41:13,650
Waarom zou deze andere man,
die geen familie van mij is,

660
00:41:13,650 --> 00:41:16,470
mij dan niet eveneens
kwaad mogen toewensen?”

661
00:41:16,470 --> 00:41:21,030
Maar hij zei wel: „Misschien zal
God mij met het goede vergelden.”

662
00:41:21,030 --> 00:41:25,650
Dat wil zeggen: omdat ik deze vervloeking
verdraag zonder terug te slaan,

663
00:41:25,650 --> 00:41:28,110
zal God misschien voor mij opkomen.

664
00:41:28,110 --> 00:41:32,190
Nu zien we in Psalm 38 deze
interessante uitspraak,

665
00:41:32,190 --> 00:41:35,130
die naar mijn mening
hiernaar lijkt te verwijzen.

666
00:41:35,130 --> 00:41:38,010
In de verzen 12 tot en met 14 staat:

667
00:41:38,010 --> 00:41:41,670
Ook degenen die me willen
doden, zetten vallen voor me;

668
00:41:41,670 --> 00:41:46,530
degenen die me kwaad willen doen, zeggen
gemene dingen en bedenken de hele dag

669
00:41:46,530 --> 00:41:50,250
listen, maar ik deed alsof
ik doof was en niets hoorde,

670
00:41:50,250 --> 00:41:53,550
alsof ik niet kon praten
en mijn mond niet opende,

671
00:41:53,550 --> 00:41:57,030
als iemand die niets hoort
en geen weerwoord geeft.

672
00:41:57,030 --> 00:41:59,970
Met andere woorden, hij
zegt dat zijn vijanden

673
00:41:59,970 --> 00:42:03,690
verdorven dingen tegen hem zeiden,
maar dat hij niets terugzei.

674
00:42:03,690 --> 00:42:07,830
Het is voor mij heel duidelijk dat dit
verwijst naar die gebeurtenis waarbij

675
00:42:07,830 --> 00:42:09,810
Simeï hem ervan langs gaf.

676
00:42:09,810 --> 00:42:13,770
Hij schrijft deze psalm hier nadat
hij uit Jeruzalem is gevlucht.

677
00:42:13,770 --> 00:42:16,650
Hij herinnert zich dat er
zelfs tijdens zijn vlucht

678
00:42:16,650 --> 00:42:21,210
mensen waren die verdorven dingen tegen
hem zeiden, maar hij zweeg gewoon.

679
00:42:21,210 --> 00:42:24,450
Hij deed alsof hij doof
was voor hun beledigingen.

680
00:42:24,450 --> 00:42:26,310
Hij sprak hen niet tegen.

681
00:42:26,310 --> 00:42:28,950
Hij was als iemand die niet kon spreken.

682
00:42:28,950 --> 00:42:30,450
Hij antwoordde niet.

683
00:42:30,450 --> 00:42:32,850
Hij liet het gewoon over zich heen komen.

684
00:42:32,850 --> 00:42:36,270
Het is interessant hoeveel
dit ook op Christus lijkt.

685
00:42:36,270 --> 00:42:40,530
In zekere zin zou dit als een Messiaanse
passage kunnen worden beschouwd,

686
00:42:40,530 --> 00:42:44,190
want de Bijbel zegt in
Jesaja 53 over Jezus dat:

687
00:42:44,190 --> 00:42:47,790
Toen betaling geëist
werd, werd Híj verdrukt,

688
00:42:47,790 --> 00:42:50,010
maar Hij deed Zijn mond niet open.

689
00:42:50,010 --> 00:42:52,590
Als een lam werd Hij ter slachting geleid;

690
00:42:52,590 --> 00:42:55,410
als een schaap dat stom
is voor zijn scheerders,

691
00:42:55,410 --> 00:42:57,630
zo deed Hij Zijn mond niet open.

692
00:42:57,630 --> 00:43:02,010
Toen Hij voor Herodes stond, deed
Hij Zijn mond helemaal niet open.

693
00:43:02,010 --> 00:43:05,850
Toen Hij voor Pilatus stond,
deed Jezus Zijn mond wel open,

694
00:43:05,850 --> 00:43:09,990
maar Hij deed Zijn mond helemaal
niet open om Zichzelf te verdedigen.

695
00:43:09,990 --> 00:43:12,630
Ik geloof dus dat deze verzen voor ons

696
00:43:12,630 --> 00:43:16,590
impliceren dat dit verband houdt
met die vlucht voor Absalom.

697
00:43:16,590 --> 00:43:20,490
Een andere aanwijzing vind
ik in vers 19, waar staat:

698
00:43:20,490 --> 00:43:23,490
Maar mijn vijanden zijn
springlevend en sterk,

699
00:43:23,490 --> 00:43:26,490
en steeds meer mensen
haten me zonder reden.

700
00:43:26,490 --> 00:43:31,530
Dit is geen sterk argument, maar
als je terugbladert naar Psalm 3:1,

701
00:43:31,530 --> 00:43:35,430
zien we een vers dat erg lijkt op
het vers dat ik je zojuist uit Psalm

702
00:43:35,430 --> 00:43:37,170
38 heb voorgelezen.

703
00:43:37,170 --> 00:43:39,030
Psalm 3:1 zegt:

704
00:43:39,030 --> 00:43:43,890
HEERE, hoe talrijk zijn mijn
tegenstanders; velen staan tegen mij op.

705
00:43:43,890 --> 00:43:47,130
Het klinkt alsof dezelfde gedachte
tot uitdrukking wordt gebracht.

706
00:43:47,130 --> 00:43:49,890
Maar kijk eens naar het
opschrift van Psalm 3.

707
00:43:49,890 --> 00:43:51,570
Het opschrift luidt:

708
00:43:51,570 --> 00:43:55,590
Een psalm van David, toen hij
vluchtte voor zijn zoon Absalom.

709
00:43:55,590 --> 00:44:00,150
Psalm 3, die duidelijk werd geschreven
toen hij voor Absalom vluchtte,

710
00:44:00,150 --> 00:44:04,950
brengt dus in de openingszin dezelfde
gedachte tot uitdrukking die hier in Psalm

711
00:44:04,950 --> 00:44:07,590
38:19 door zijn hoofd ging.

712
00:44:07,590 --> 00:44:10,950
Hij dacht er gewoon over
na hoeveel vijanden hij had

713
00:44:10,950 --> 00:44:13,410
en hoezeer hun aantal was toegenomen.

714
00:44:13,410 --> 00:44:17,190
Ze hadden geen reden om boos op
hem te zijn, maar waren het wel.

715
00:44:17,190 --> 00:44:22,650
Het lijkt erop dat deze gedachte hem
in die specifieke periode bezighield.

716
00:44:22,650 --> 00:44:25,230
Ze komt in beide psalmen tot uitdrukking,

717
00:44:25,230 --> 00:44:28,050
en van een daarvan wordt
uitdrukkelijk gezegd dat

718
00:44:28,050 --> 00:44:31,530
die is geschreven toen
hij voor Absalom vluchtte.

719
00:44:31,530 --> 00:44:35,610
Ik zou dus zeggen dat er behoorlijk
sterke aanwijzingen zijn dat deze

720
00:44:35,610 --> 00:44:38,070
psalm in die tijd is geschreven.

721
00:44:38,070 --> 00:44:41,730
Daarin zien we de gebruikelijke
kenmerken van een boetepsalm.

722
00:44:41,730 --> 00:44:45,510
Meteen aan het begin vinden
we een roep om barmhartigheid:

723
00:44:45,510 --> 00:44:51,030
HEERE, straf mij niet in Uw grote toorn,
bestraf mij niet in Uw grimmigheid.

724
00:44:51,030 --> 00:44:53,850
We zien ook de verwijzingen
naar lichamelijke ziekte,

725
00:44:53,850 --> 00:44:56,370
waarbij vooral over de
beenderen wordt gesproken,

726
00:44:56,370 --> 00:45:01,650
in het bijzonder in de
verzen 3, 5 en 7. In vers 3:

727
00:45:01,650 --> 00:45:04,890
Er is niets gezonds aan mijn
lichaam door Uw gramschap,

728
00:45:04,890 --> 00:45:08,550
er is geen vrede in mijn
beenderen vanwege mijn zonde.

729
00:45:08,550 --> 00:45:09,990
In vers 5:

730
00:45:09,990 --> 00:45:14,310
Mijn wonden stinken, zij zijn
vervuild vanwege mijn dwaasheid.

731
00:45:14,310 --> 00:45:15,510
Vers 7:

732
00:45:15,510 --> 00:45:18,210
Want mijn lendenen zijn
volledig ontstoken,

733
00:45:18,210 --> 00:45:20,550
er is niets gezonds aan mijn lichaam.

734
00:45:20,550 --> 00:45:23,730
Dit hoeft niet te verwijzen naar
ziekte die wordt veroorzaakt door het

735
00:45:23,730 --> 00:45:25,770
schuldgevoel in zijn geweten.

736
00:45:25,770 --> 00:45:28,650
Het kan natuurlijk een ziekte
zijn die is veroorzaakt door het

737
00:45:28,650 --> 00:45:30,330
reizen over het ruige terrein.

738
00:45:30,330 --> 00:45:33,990
Of het kunnen verwondingen zijn
die hij daarbij heeft opgelopen

739
00:45:33,990 --> 00:45:36,270
en die hij niet heeft kunnen behandelen.

740
00:45:36,270 --> 00:45:40,710
Hoe dan ook, we vinden hier een
verwijzing naar deze lichamelijke oordelen

741
00:45:40,710 --> 00:45:44,130
die hij als van God afkomstig ervaart.

742
00:45:44,130 --> 00:45:47,790
Zo’n verwijzing vinden we
in heel veel boetepsalmen.

743
00:45:47,790 --> 00:45:53,610
Er zijn heel wat verwijzingen naar berouw
en het belijden van zonde. In vers 6:

744
00:45:53,610 --> 00:45:57,270
Ik ben krom geworden,
ik ga zeer diep gebukt;

745
00:45:57,270 --> 00:46:00,090
de hele dag ga ik in het zwart gehuld.

746
00:46:00,090 --> 00:46:04,110
Dit alles was vanwege
zijn zonden. In vers 8:

747
00:46:04,110 --> 00:46:08,910
Ik ben bezweken en volkomen
verbrijzeld; ik schreeuw het uit

748
00:46:08,910 --> 00:46:11,490
vanwege het bonken van mijn hart.

749
00:46:11,490 --> 00:46:15,090
Daarmee geeft hij uitdrukking
aan het diepe berouw dat hij

750
00:46:15,090 --> 00:46:16,770
over zijn zonden voelt.

751
00:46:16,770 --> 00:46:21,150
Ook de verzen 17 en 18
brengen dat tot uitdrukking:

752
00:46:21,150 --> 00:46:27,030
Ja, ik dreig te struikelen, mijn
smart staat voortdurend vóór mij.

753
00:46:27,030 --> 00:46:30,030
Want ik maak U mijn
ongerechtigheid bekend,

754
00:46:30,030 --> 00:46:32,910
ik ben bekommerd vanwege mijn zonde.

755
00:46:32,910 --> 00:46:36,990
We hebben hier dus opnieuw, zoals
in de meeste van deze psalmen,

756
00:46:36,990 --> 00:46:41,970
een verwijzing naar zijn berouw
en zijn belijdenis van zijn zonde.

757
00:46:41,970 --> 00:46:46,710
Ten slotte vinden we wat we in
bijna al deze psalmen aantreffen:

758
00:46:46,710 --> 00:46:49,110
een uiting van vertrouwen.

759
00:46:49,110 --> 00:46:53,310
Die staat in vers 15,
waarnaar ik al heb verwezen.

760
00:46:53,310 --> 00:46:58,110
Afgezien van deze kenmerken is er niet
veel waarover ik nog iets wil zeggen.

761
00:46:58,110 --> 00:47:03,390
Door ze stuk voor stuk op te sommen hebben
we eigenlijk bijna elk vers behandeld.

762
00:47:03,390 --> 00:47:07,890
Hij noemt in vers 11 nog wel iets waarover
we geen opmerkingen hebben gemaakt.

763
00:47:07,890 --> 00:47:09,090
Daar staat:

764
00:47:09,090 --> 00:47:13,110
Mijn geliefden en mijn vrienden
staan afzijdig van mijn plaag,

765
00:47:13,110 --> 00:47:16,950
zij die nauw aan mij verwant
zijn, blijven van verre staan.

766
00:47:16,950 --> 00:47:19,650
Dit zou in het bijzonder
van toepassing zijn op David

767
00:47:19,650 --> 00:47:21,930
toen hij voor Absalom vluchtte.

768
00:47:21,930 --> 00:47:26,850
Zijn geliefden zouden zijn bijvrouwen
zijn, en zij gingen niet met hem mee.

769
00:47:26,850 --> 00:47:28,410
Ze bleven achter.

770
00:47:28,410 --> 00:47:32,070
Ze waren hem niet eens trouw
genoeg om met hem mee te gaan.

771
00:47:32,070 --> 00:47:34,830
Uiteindelijk sliepen
ze zelfs met zijn zoon.

772
00:47:34,830 --> 00:47:38,370
Er waren ook verscheidene vrienden
van hem die overliepen en zich

773
00:47:38,370 --> 00:47:40,530
bij Absalom aansloten.

774
00:47:40,530 --> 00:47:43,590
De raadsman Achitofel was een van hen.

775
00:47:43,590 --> 00:47:47,430
Er zijn dus vrienden die op
afstand blijven, en geliefden,

776
00:47:47,430 --> 00:47:49,710
en dan natuurlijk zijn familieleden.

777
00:47:49,710 --> 00:47:54,270
Ik geloof dat hij in het bijzonder
aan Absalom dacht, zijn eigen zoon.

778
00:47:54,270 --> 00:47:56,850
Ze blijven allemaal ver bij hem vandaan.

779
00:47:56,850 --> 00:47:59,430
Ze zien hem allemaal als een verliezer.

780
00:47:59,430 --> 00:48:04,650
Ze zien allemaal dat zijn reputatie en
zijn loopbaan ernstig zijn aangetast.

781
00:48:04,650 --> 00:48:07,170
Ze geloven dat dit tot de dood leidt.

782
00:48:07,170 --> 00:48:11,070
Daarom nemen ze afstand van hem en
zullen ze hem niet langer steunen,

783
00:48:11,070 --> 00:48:13,830
want het zijn zeer ondernemende mensen.

784
00:48:13,830 --> 00:48:16,770
Ze zien dat het bergafwaarts met hem gaat.

785
00:48:16,770 --> 00:48:19,230
Ze denken dat het met hem gedaan is.

786
00:48:19,230 --> 00:48:21,390
Ze kiezen de kant van de nieuwe man,

787
00:48:21,390 --> 00:48:26,010
zodat ze hun voorrechten en
eerbewijzen enzovoort kunnen behouden.

788
00:48:26,010 --> 00:48:29,010
Maar in dit geval maakten
ze de verkeerde keuze,

789
00:48:29,010 --> 00:48:33,570
want Absalom werd gedood en David
keerde weer terug op de troon.

790
00:48:33,570 --> 00:48:38,370
Daardoor moesten sommigen van deze mensen
behoorlijk bittere gevolgen ondervinden.

791
00:48:38,370 --> 00:48:41,010
Hoe dan ook, daarmee hebben we die Psalm

792
00:48:41,010 --> 00:48:44,010
zo grondig behandeld als
voor ons mogelijk was.

793
00:48:44,010 --> 00:48:48,510
De andere soortgelijke Psalm die
volgens mij uit dezelfde periode stamt,

794
00:48:48,510 --> 00:48:50,670
is Psalm 102.

795
00:48:50,670 --> 00:48:54,990
Aan het einde wordt in deze Psalm veel
meer vertrouwen uitgesproken dan in de

796
00:48:54,990 --> 00:48:57,270
Psalm die we zojuist behandeld hebben.

797
00:48:57,270 --> 00:49:01,890
Hij telt zelfs veel verzen, waaronder
een messiaans gedeelte dat in het Nieuwe

798
00:49:01,890 --> 00:49:06,150
Testament wordt aangehaald als een
gedeelte dat over Christus gaat.

799
00:49:06,150 --> 00:49:11,370
In Psalm 32 behaalde David de overwinning
en sprak hij vervolgens ook een

800
00:49:11,370 --> 00:49:14,550
profetie uit, namelijk het gedeelte over:

801
00:49:14,550 --> 00:49:17,310
ik geef raad, mijn oog is op u.

802
00:49:17,310 --> 00:49:21,870
enzovoort. Ook in deze Psalm
behaalt hij de overwinning.

803
00:49:21,870 --> 00:49:25,230
Zoals gewoonlijk begint hij
met een roep om barmhartigheid,

804
00:49:25,230 --> 00:49:28,410
maar tegen de tijd dat hij
halverwege de Psalm is gekomen,

805
00:49:28,410 --> 00:49:32,190
of zelfs nog niet helemaal
halverwege, bij vers 12,

806
00:49:32,190 --> 00:49:35,370
spreekt hij vol vertrouwen
over Gods overwinning.

807
00:49:35,370 --> 00:49:40,650
In vers 23 en de verzen daarna begint
hij zelfs een profetie over de Messias

808
00:49:40,650 --> 00:49:42,390
Zelf uit te spreken.

809
00:49:42,390 --> 00:49:45,870
Dit is in veel opzichten
een zeer krachtige Psalm.

810
00:49:45,870 --> 00:49:51,150
De historische situatie wordt volgens
mij aangeduid in vers 10. Hij zegt:

811
00:49:51,150 --> 00:49:54,390
vanwege Uw gramschap en Uw grote toorn,

812
00:49:54,390 --> 00:49:57,150
want U hebt mij opgetild
en weer neergeworpen.

813
00:49:57,150 --> 00:50:00,630
Hij verwijst naar het feit
dat God hem eens had verheven,

814
00:50:00,630 --> 00:50:02,730
maar hem nu had neergeworpen.

815
00:50:02,730 --> 00:50:05,610
Als hij bij deze gelegenheid
voor Saul vluchtte,

816
00:50:05,610 --> 00:50:09,690
kon hij moeilijk zeggen dat hij verheven
was, want God had hem toen nog nooit op

817
00:50:09,690 --> 00:50:11,010
de troon gezet.

818
00:50:11,010 --> 00:50:14,310
Hij werd niet vanuit een
verheven positie neergeworpen.

819
00:50:14,310 --> 00:50:19,110
Maar als dit verwijst naar zijn vlucht
voor Absalom, zou dat heel logisch zijn.

820
00:50:19,110 --> 00:50:20,730
Hij was verheven.

821
00:50:20,730 --> 00:50:26,310
God had hem koning gemaakt, maar nu leek
het erop dat God hem weer ten val bracht.

822
00:50:26,310 --> 00:50:30,570
Vers 10 lijkt dus voor ons te
bepalen om welke situatie het gaat.

823
00:50:30,570 --> 00:50:34,530
Ook wordt hier uitdrukkelijk naar zijn
zonde verwezen en spreekt hij geen

824
00:50:34,530 --> 00:50:36,870
vervloekingen over zijn vijanden uit.

825
00:50:36,870 --> 00:50:40,770
Naar mijn mening wijst dit
alles op de vlucht voor Absalom.

826
00:50:40,770 --> 00:50:42,870
Laten we eerst de Psalm lezen.

827
00:50:42,870 --> 00:50:47,910
HEERE, luister naar mijn gebed,
laat mijn hulpgeroep tot U komen.

828
00:50:47,910 --> 00:50:53,010
Verberg Uw aangezicht niet voor mij;
neig Uw oor tot mij op de dag van mijn

829
00:50:53,010 --> 00:50:57,210
benauwdheid; op de dag dat
ik roep, verhoor mij spoedig.

830
00:50:57,210 --> 00:50:59,910
Want mijn dagen zijn als rook vervlogen,

831
00:50:59,910 --> 00:51:02,910
mijn beenderen zijn
uitgebrand als een haard.

832
00:51:02,910 --> 00:51:08,850
Mijn hart is geslagen en verdord als gras,
zodat ik vergeten heb mijn brood te eten.

833
00:51:08,850 --> 00:51:12,450
Mijn beenderen kleven aan mijn
vlees door mijn luide zuchten.

834
00:51:12,450 --> 00:51:15,990
Ik lijk op een kauw in de
woestijn, ik ben geworden als een

835
00:51:15,990 --> 00:51:18,270
steenuil te midden van de puinhopen.

836
00:51:18,270 --> 00:51:22,770
Ik lig wakker, ik ben geworden
als een eenzame mus op het dak.

837
00:51:22,770 --> 00:51:26,910
Mijn vijanden honen mij de
hele dag; wie tegen mij razen,

838
00:51:26,910 --> 00:51:28,530
gebruiken mijn naam als een vloek.

839
00:51:28,530 --> 00:51:32,670
Want ik eet as als brood, wat
ik drink, meng ik met tranen,

840
00:51:32,670 --> 00:51:35,850
vanwege Uw gramschap en Uw grote toorn,

841
00:51:35,850 --> 00:51:38,910
want U hebt mij opgetild
en weer neergeworpen.

842
00:51:38,910 --> 00:51:43,650
Mijn dagen zijn als een langer
wordende schaduw en ík verdor als gras.

843
00:51:43,650 --> 00:51:47,190
Maar U, HEERE, U blijft voor eeuwig,

844
00:51:47,190 --> 00:51:51,030
de gedachtenis aan U van
generatie op generatie.

845
00:51:51,030 --> 00:51:54,990
Ú zult opstaan, U zult
Zich ontfermen over Sion,

846
00:51:54,990 --> 00:51:59,730
want de tijd om haar genadig te zijn,
want de vastgestelde tijd is gekomen.

847
00:51:59,730 --> 00:52:02,550
Want Uw dienaren zijn
haar stenen goedgezind

848
00:52:02,550 --> 00:52:04,950
en hebben medelijden met haar gruis.

849
00:52:04,950 --> 00:52:08,250
De heidenvolken zullen de
Naam van de HEERE vrezen,

850
00:52:08,250 --> 00:52:10,950
alle koningen van de
aarde Uw heerlijkheid,

851
00:52:10,950 --> 00:52:15,690
wanneer de HEERE Sion heeft opgebouwd,
in Zijn heerlijkheid verschenen is,

852
00:52:15,690 --> 00:52:18,930
Zich gewend heeft tot het
gebed van de allerarmsten,

853
00:52:18,930 --> 00:52:21,270
en hun gebed niet heeft veracht.

854
00:52:21,270 --> 00:52:24,330
Dit wordt beschreven voor
de volgende generatie.

855
00:52:24,330 --> 00:52:28,110
Het volk dat geschapen
wordt, zal de HEERE loven.

856
00:52:28,110 --> 00:52:31,170
Want Hij heeft uit Zijn
heilige hoogte neergezien,

857
00:52:31,170 --> 00:52:34,410
de HEERE heeft uit de hemel
op de aarde neer gekeken,

858
00:52:34,410 --> 00:52:36,930
om het gekerm van de gevangenen te horen,

859
00:52:36,930 --> 00:52:40,050
om los te maken wie ten
dode zijn opgeschreven,

860
00:52:40,050 --> 00:52:43,050
zodat men van de Naam van
de HEERE zal vertellen

861
00:52:43,050 --> 00:52:48,390
te Sion en Zijn lof in Jeruzalem, wanneer
de volken tezamen bijeen zullen komen,

862
00:52:48,390 --> 00:52:51,750
en de koninkrijken, om de HEERE te dienen.

863
00:52:51,750 --> 00:52:56,370
Hij heeft mijn kracht op de weg
neergedrukt, mijn dagen heeft Hij verkort.

864
00:52:56,370 --> 00:53:00,450
Mijn God, zei ik, neem mij niet
weg op de helft van mijn dagen,

865
00:53:00,450 --> 00:53:03,930
Uw jaren duren voort van
generatie op generatie.

866
00:53:03,930 --> 00:53:08,310
U hebt voorheen de aarde gegrondvest,
de hemel is het werk van Uw handen.

867
00:53:08,310 --> 00:53:12,270
Die zullen vergaan,
maar Ú zult standhouden;

868
00:53:12,270 --> 00:53:14,790
zij alle zullen verslijten als een kleed.

869
00:53:14,790 --> 00:53:18,930
U zult ze verwisselen als een
gewaad en zij zullen verdwijnen.

870
00:53:18,930 --> 00:53:23,970
Maar U blijft Dezelfde, aan
Uw jaren zal geen einde komen.

871
00:53:23,970 --> 00:53:27,390
De kinderen van Uw dienaren
zullen veilig wonen,

872
00:53:27,390 --> 00:53:31,830
hun nageslacht zal voor Uw
aangezicht bevestigd worden.

873
00:53:31,830 --> 00:53:33,870
Nu enkele opmerkingen.

874
00:53:33,870 --> 00:53:37,170
We zullen het eerst over de
eerste elf verzen hebben,

875
00:53:37,170 --> 00:53:41,130
omdat vooral die eerste elf
verzen een boetvaardig karakter

876
00:53:41,130 --> 00:53:45,630
lijken te hebben en alle andere
kenmerken van de boetepsalmen vertonen.

877
00:53:45,630 --> 00:53:52,110
De laatste verzen, van 12 tot en met 28,
spreken allemaal van groot vertrouwen.

878
00:53:52,110 --> 00:53:58,170
Ook dat is een van de kenmerken van de
boetepsalmen: ze eindigen vol vertrouwen.

879
00:53:58,170 --> 00:54:03,450
Maar dit is de enige die het grootste
gedeelte van de Psalm daaraan wijdt.

880
00:54:03,450 --> 00:54:05,490
Nee, dat neem ik terug.

881
00:54:05,490 --> 00:54:12,150
Psalm 32 spreekt eigenlijk ook van begin
tot eind behoorlijk veel vertrouwen uit.

882
00:54:12,150 --> 00:54:15,330
Maar in deze Psalm is
het grootste gedeelte

883
00:54:15,330 --> 00:54:20,670
gewijd aan het uitspreken van vertrouwen
in Gods rechtvaardige overwinning.

884
00:54:20,670 --> 00:54:24,030
Laten we het eerst over de
eerste elf verzen hebben.

885
00:54:24,030 --> 00:54:27,090
Allereerst zien we dat
er, zoals gewoonlijk,

886
00:54:27,090 --> 00:54:29,190
om barmhartigheid wordt geroepen:

887
00:54:29,190 --> 00:54:34,470
HEERE, luister naar mijn gebed,
laat mijn hulpgeroep tot U komen.

888
00:54:34,470 --> 00:54:39,690
Verberg Uw aangezicht niet voor mij;
neig Uw oor tot mij op de dag van mijn

889
00:54:39,690 --> 00:54:44,130
benauwdheid; op de dag dat
ik roep, verhoor mij spoedig.

890
00:54:44,130 --> 00:54:47,070
Want mijn dagen zijn als rook vervlogen,

891
00:54:47,070 --> 00:54:50,190
mijn beenderen zijn
uitgebrand als een haard.

892
00:54:50,190 --> 00:54:56,730
Mijn hart is geslagen en verdord als gras,
zodat ik vergeten heb mijn brood te eten.

893
00:54:56,730 --> 00:55:00,810
Mijn beenderen kleven aan mijn
vlees door mijn luide zuchten.

894
00:55:00,810 --> 00:55:05,490
Ik lijk op een kauw in de woestijn, ik
ben geworden als een steenuil te midden

895
00:55:05,490 --> 00:55:06,870
van de puinhopen.

896
00:55:06,870 --> 00:55:11,490
Ik lig wakker, ik ben geworden
als een eenzame mus op het dak.

897
00:55:11,490 --> 00:55:15,930
Mijn vijanden honen mij de
hele dag; wie tegen mij razen,

898
00:55:15,930 --> 00:55:17,970
gebruiken mijn naam als een vloek.

899
00:55:17,970 --> 00:55:22,350
Want ik eet as als brood, wat
ik drink, meng ik met tranen,

900
00:55:22,350 --> 00:55:25,710
vanwege Uw gramschap en Uw grote toorn,

901
00:55:25,710 --> 00:55:28,770
want U hebt mij opgetild
en weer neergeworpen.

902
00:55:28,770 --> 00:55:33,930
Mijn dagen zijn als een langer
wordende schaduw en ík verdor als gras.

903
00:55:33,930 --> 00:55:37,350
Maar U, HEERE, U blijft voor eeuwig,

904
00:55:37,350 --> 00:55:41,190
de gedachtenis aan U van
generatie op generatie.

905
00:55:41,190 --> 00:55:45,150
Ú zult opstaan, U zult
Zich ontfermen over Sion,

906
00:55:45,150 --> 00:55:49,950
want de tijd om haar genadig te zijn,
want de vastgestelde tijd is gekomen.

907
00:55:49,950 --> 00:55:52,890
Want Uw dienaren zijn
haar stenen goedgezind

908
00:55:52,890 --> 00:55:55,230
en hebben medelijden met haar gruis.

909
00:55:55,230 --> 00:55:58,350
De heidenvolken zullen de
Naam van de HEERE vrezen,

910
00:55:58,350 --> 00:56:01,110
alle koningen van de
aarde Uw heerlijkheid,

911
00:56:01,110 --> 00:56:05,790
wanneer de HEERE Sion heeft opgebouwd,
in Zijn heerlijkheid verschenen is,

912
00:56:05,790 --> 00:56:08,850
Zich gewend heeft tot het
gebed van de allerarmsten,

913
00:56:08,850 --> 00:56:10,770
en hun gebed niet heeft veracht.

914
00:56:10,770 --> 00:56:13,410
Dit wordt beschreven voor
de volgende generatie.

915
00:56:13,410 --> 00:56:17,010
Het volk dat geschapen
wordt, zal de HEERE loven.

916
00:56:17,010 --> 00:56:19,890
Want Hij heeft uit Zijn
heilige hoogte neergezien,

917
00:56:19,890 --> 00:56:23,010
de HEERE heeft uit de hemel
op de aarde neer gekeken,

918
00:56:23,010 --> 00:56:25,350
om het gekerm van de gevangenen te horen,

919
00:56:25,350 --> 00:56:28,590
om los te maken wie ten
dode zijn opgeschreven,

920
00:56:28,590 --> 00:56:32,310
zodat men van de Naam van de
HEERE zal vertellen te Sion

921
00:56:32,310 --> 00:56:36,930
en Zijn lof in Jeruzalem, wanneer de
volken tezamen bijeen zullen komen,

922
00:56:36,930 --> 00:56:39,990
en de koninkrijken, om de HEERE te dienen.

923
00:56:39,990 --> 00:56:44,490
Hij heeft mijn kracht op de weg
neergedrukt, mijn dagen heeft Hij verkort.

924
00:56:44,490 --> 00:56:48,570
Mijn God, zei ik, neem mij niet
weg op de helft van mijn dagen,

925
00:56:48,570 --> 00:56:51,990
Uw jaren duren voort van
generatie op generatie.

926
00:56:51,990 --> 00:56:56,910
U hebt voorheen de aarde gegrondvest,
de hemel is het werk van Uw handen.

927
00:56:56,910 --> 00:57:00,630
Die zullen vergaan,
maar Ú zult standhouden;

928
00:57:00,630 --> 00:57:03,330
zij alle zullen verslijten als een kleed.

929
00:57:03,330 --> 00:57:07,590
U zult ze verwisselen als een
gewaad en zij zullen verdwijnen.

930
00:57:07,590 --> 00:57:12,690
Maar U blijft Dezelfde, aan
Uw jaren zal geen einde komen.

931
00:57:12,690 --> 00:57:15,690
De kinderen van Uw dienaren
zullen veilig wonen,

932
00:57:15,690 --> 00:57:19,530
hun nageslacht zal voor Uw
aangezicht bevestigd worden.

933
00:57:19,530 --> 00:57:23,610
Dan krijgen we de kenmerkende
verwijzing naar lichamelijke problemen,

934
00:57:23,610 --> 00:57:27,210
waarbij opnieuw de toestand van
de beenderen wordt benadrukt.

935
00:57:27,210 --> 00:57:29,970
In de verzen 3 tot en met 5 staat:

936
00:57:29,970 --> 00:57:34,530
Mijn dagen vervliegen als rook en
mijn botten branden als een vuur;

937
00:57:34,530 --> 00:57:39,930
mijn hart is gebroken en verdord als
gras, waardoor ik vergeet te eten;

938
00:57:39,930 --> 00:57:43,350
door mijn luide gekreun steken
mijn botten door mijn huid.

939
00:57:43,350 --> 00:57:46,230
De verwijzing daar naar
zijn brandende beenderen,

940
00:57:46,230 --> 00:57:49,110
of naar beenderen die in
de haard verbrand zijn,

941
00:57:49,110 --> 00:57:51,750
zou kunnen betekenen dat ze broos lijken,

942
00:57:51,750 --> 00:57:56,190
zoals beenderen die werkelijk verbrand
zijn: ‘Ik voel me gewoon zo zwak

943
00:57:56,190 --> 00:57:57,930
en zo broos.’

944
00:57:57,930 --> 00:58:00,510
Vooral wanneer hij in vers 4 zegt:

945
00:58:00,510 --> 00:58:03,810
Mijn hart is gebroken en verdord als gras.

946
00:58:03,810 --> 00:58:05,850
doelt hij waarschijnlijk op zijn moed.

947
00:58:05,850 --> 00:58:07,530
Hij heeft geen moed meer.

948
00:58:07,530 --> 00:58:09,750
Hij heeft geen geestkracht meer.

949
00:58:09,750 --> 00:58:12,270
Hij heeft het eenvoudig opgegeven.

950
00:58:12,270 --> 00:58:14,430
Daardoor heeft hij geen eetlust.

951
00:58:14,430 --> 00:58:16,410
Hij heeft zijn moed verloren.

952
00:58:16,410 --> 00:58:19,350
Hij heeft zijn wil om te leven verloren.

953
00:58:19,350 --> 00:58:22,650
Daarom vergeet hij zijn
brood te eten. Hij zegt:

954
00:58:22,650 --> 00:58:26,310
En door mijn luide gekreun steken
mijn botten door mijn huid.

955
00:58:26,310 --> 00:58:29,850
wat waarschijnlijk betekent dat
ze door zijn huid heen uitsteken,

956
00:58:29,850 --> 00:58:33,390
zoals bij iemand die al enige
tijd niet heeft gegeten.

957
00:58:33,390 --> 00:58:37,650
Zijn huid gaat strakker om hem heen
zitten en zijn ribben worden zichtbaar.

958
00:58:37,650 --> 00:58:40,830
Dat is dus zeer waarschijnlijk
waar hij hier op doelt.

959
00:58:40,830 --> 00:58:42,990
Hij heeft zijn eetlust verloren.

960
00:58:42,990 --> 00:58:46,050
Hij heeft zijn wil om te leven verloren.

961
00:58:46,050 --> 00:58:51,270
Daardoor is hij lichamelijk verzwakt, en
het bewijs daarvan wordt daar genoemd.

962
00:58:51,270 --> 00:58:56,310
Voordat hij over zijn vijanden spreekt,
heeft hij het in de verzen 6 en 7

963
00:58:56,310 --> 00:58:57,990
over zijn eenzaamheid.

964
00:58:57,990 --> 00:59:03,390
Hij zegt dat hij is als een pelikaan in
de woestijn, als een uil in de wildernis.

965
00:59:03,390 --> 00:59:08,190
Met andere woorden, hij is als een
solitair dier dat alleen in de woestijn

966
00:59:08,190 --> 00:59:10,830
leeft, geen sociaal dier.

967
00:59:10,830 --> 00:59:14,130
De betekenis wordt ook verwoord in vers 7:

968
00:59:14,130 --> 00:59:18,330
Ik lig wakker en ben als een
mus die alleen op het dak zit.

969
00:59:18,330 --> 00:59:24,510
Ik ben door iedereen verlaten, net zoals
hij in de vorige Psalm, Psalm 38, zei:

970
00:59:24,510 --> 00:59:28,590
Mijn geliefden en mijn vrienden
staan afzijdig van mijn plaag,

971
00:59:28,590 --> 00:59:32,670
zij die nauw aan mij verwant
zijn, blijven van verre staan.

972
00:59:32,670 --> 00:59:36,030
Hij brengt hier dus dezelfde
gedachte tot uitdrukking.

973
00:59:36,030 --> 00:59:38,070
Wanneer hij in vers 9 zegt:

974
00:59:38,070 --> 00:59:42,810
Want ik eet as als brood, wat
ik drink, meng ik met tranen,

975
00:59:42,810 --> 00:59:45,330
spreekt hij dichterlijk, niet letterlijk.

976
00:59:45,330 --> 00:59:47,310
Hij heeft geen as gegeten.

977
00:59:47,310 --> 00:59:51,870
Wanneer iemand zich bekeerde, trok
hij gewoonlijk een rouwgewaad aan.

978
00:59:51,870 --> 00:59:55,470
Hij trok een rouwgewaad aan
en ging in de as zitten,

979
00:59:55,470 --> 00:59:59,010
zoals in de tijd van het Oude
Testament vaak werd gedaan.

980
00:59:59,010 --> 01:00:02,850
In feite zegt hij: ‘Ik heb
niet alleen in de as gezeten;

981
01:00:02,850 --> 01:00:05,190
ik heb die praktisch opgegeten.

982
01:00:05,190 --> 01:00:07,470
Het is alsof ik meer contact heb gehad met

983
01:00:07,470 --> 01:00:10,770
as dan met voedsel dat
mij in leven moest houden.

984
01:00:10,770 --> 01:00:14,190
Zo diep heb ik berouw
gehad.’ Met andere woorden:

985
01:00:14,190 --> 01:00:19,170
HEERE, luister naar mijn gebed,
laat mijn hulpgeroep tot U komen.

986
01:00:19,170 --> 01:00:24,090
Verberg Uw aangezicht niet voor mij;
neig Uw oor tot mij op de dag van mijn

987
01:00:24,090 --> 01:00:28,470
benauwdheid; op de dag dat
ik roep, verhoor mij spoedig.

988
01:00:28,470 --> 01:00:31,470
Want mijn dagen zijn als rook vervlogen,

989
01:00:31,470 --> 01:00:34,950
mijn beenderen zijn
uitgebrand als een haard.

990
01:00:34,950 --> 01:00:41,250
Mijn hart is geslagen en verdord als gras,
zodat ik vergeten heb mijn brood te eten.

991
01:00:41,250 --> 01:00:44,970
Mijn beenderen kleven aan mijn
vlees door mijn luide zuchten.

992
01:00:44,970 --> 01:00:47,790
Ik lijk op een kauw in de woestijn, ik ben

993
01:00:47,790 --> 01:00:51,270
geworden als een steenuil
te midden van de puinhopen.

994
01:00:51,270 --> 01:00:56,010
Ik lig wakker, ik ben geworden
als een eenzame mus op het dak.

995
01:00:56,010 --> 01:01:00,570
Mijn vijanden honen mij de
hele dag; wie tegen mij razen,

996
01:01:00,570 --> 01:01:02,610
gebruiken mijn naam als een vloek.

997
01:01:02,610 --> 01:01:06,870
Want ik eet as als brood, wat
ik drink, meng ik met tranen,

998
01:01:06,870 --> 01:01:10,170
vanwege Uw gramschap en Uw grote toorn,

999
01:01:10,170 --> 01:01:13,350
want U hebt mij opgetild
en weer neergeworpen.

1000
01:01:13,350 --> 01:01:18,510
Mijn dagen zijn als een langer
wordende schaduw en ík verdor als gras.

1001
01:01:18,510 --> 01:01:21,990
Maar U, HEERE, U blijft voor eeuwig,

1002
01:01:21,990 --> 01:01:26,070
de gedachtenis aan U van
generatie op generatie.

1003
01:01:26,070 --> 01:01:30,210
Ú zult opstaan, U zult
Zich ontfermen over Sion,

1004
01:01:30,210 --> 01:01:35,070
want de tijd om haar genadig te zijn,
want de vastgestelde tijd is gekomen.

1005
01:01:35,070 --> 01:01:38,010
Want Uw dienaren zijn
haar stenen goedgezind

1006
01:01:38,010 --> 01:01:40,530
en hebben medelijden met haar gruis.

1007
01:01:40,530 --> 01:01:43,950
De heidenvolken zullen de
Naam van de HEERE vrezen,

1008
01:01:43,950 --> 01:01:46,890
alle koningen van de
aarde Uw heerlijkheid,

1009
01:01:46,890 --> 01:01:51,450
wanneer de HEERE Sion heeft opgebouwd,
in Zijn heerlijkheid verschenen is,

1010
01:01:51,450 --> 01:01:54,870
Zich gewend heeft tot het
gebed van de allerarmsten,

1011
01:01:54,870 --> 01:01:57,030
en hun gebed niet heeft veracht.

1012
01:01:57,030 --> 01:01:59,850
Dit wordt beschreven voor
de volgende generatie.

1013
01:01:59,850 --> 01:02:03,390
Het volk dat geschapen
wordt, zal de HEERE loven.

1014
01:02:03,390 --> 01:02:06,510
Want Hij heeft uit Zijn
heilige hoogte neergezien,

1015
01:02:06,510 --> 01:02:10,050
de HEERE heeft uit de hemel
op de aarde neer gekeken,

1016
01:02:10,050 --> 01:02:12,450
om het gekerm van de gevangenen te horen,

1017
01:02:12,450 --> 01:02:15,990
om los te maken wie ten
dode zijn opgeschreven,

1018
01:02:15,990 --> 01:02:19,290
zodat men van de Naam van
de HEERE zal vertellen

1019
01:02:19,290 --> 01:02:24,630
te Sion en Zijn lof in Jeruzalem, wanneer
de volken tezamen bijeen zullen komen,

1020
01:02:24,630 --> 01:02:28,050
en de koninkrijken, om de HEERE te dienen.

1021
01:02:28,050 --> 01:02:32,490
Hij heeft mijn kracht op de weg
neergedrukt, mijn dagen heeft Hij verkort.

1022
01:02:32,490 --> 01:02:36,690
Mijn God, zei ik, neem mij niet
weg op de helft van mijn dagen,

1023
01:02:36,690 --> 01:02:40,410
Uw jaren duren voort van
generatie op generatie.

1024
01:02:40,410 --> 01:02:45,810
U hebt voorheen de aarde gegrondvest,
de hemel is het werk van Uw handen.

1025
01:02:45,810 --> 01:02:49,530
Die zullen vergaan,
maar Ú zult standhouden;

1026
01:02:49,530 --> 01:02:52,170
zij alle zullen verslijten als een kleed.

1027
01:02:52,170 --> 01:02:56,610
U zult ze verwisselen als een
gewaad en zij zullen verdwijnen.

1028
01:02:56,610 --> 01:03:01,830
Maar U blijft Dezelfde, aan
Uw jaren zal geen einde komen.

1029
01:03:01,830 --> 01:03:05,250
De kinderen van Uw dienaren
zullen veilig wonen,

1030
01:03:05,250 --> 01:03:09,090
hun nageslacht zal voor Uw
aangezicht bevestigd worden.

1031
01:03:09,090 --> 01:03:12,810
Hij spreekt hier dus over
zijn berouw over zijn zonde,

1032
01:03:12,810 --> 01:03:15,510
wat ook in de andere
boetepsalmen voorkomt.

1033
01:03:15,510 --> 01:03:19,710
Maar dan, na nog enkele
woorden, komt hij bij vers 12,

1034
01:03:19,710 --> 01:03:22,830
waarin een enorm vertrouwen
tot uitdrukking komt.

1035
01:03:22,830 --> 01:03:26,790
Dit vers maakt deel uit
van een messiaanse passage.

1036
01:03:26,790 --> 01:03:28,650
In vers 12 zegt hij:

1037
01:03:28,650 --> 01:03:32,010
Maar U, Heer, blijft voor altijd bestaan.

1038
01:03:32,010 --> 01:03:34,650
Hij heeft zojuist in vers 11 gezegd:

1039
01:03:34,650 --> 01:03:37,950
Mijn dagen zijn als een schaduw
die steeds langer wordt.

1040
01:03:37,950 --> 01:03:42,570
Met andere woorden, ze lopen ten
einde, zoals de schaduw laat op de dag,

1041
01:03:42,570 --> 01:03:44,430
wanneer de zon ondergaat.

1042
01:03:44,430 --> 01:03:48,270
De schaduw strekt zich uit
in de verte en neemt af.

1043
01:03:48,270 --> 01:03:51,690
Dat betekent natuurlijk dat hij
op het punt staat te verdwijnen,

1044
01:03:51,690 --> 01:03:54,390
want wanneer de zon
achter de horizon zakt,

1045
01:03:54,390 --> 01:03:56,730
zie je de schaduw helemaal niet meer.

1046
01:03:56,730 --> 01:03:59,370
Hij zegt: ‘Zo zijn mijn dagen.

1047
01:03:59,370 --> 01:04:00,930
Ik zal niet lang leven.

1048
01:04:00,930 --> 01:04:02,310
Ik ben sterfelijk.

1049
01:04:02,310 --> 01:04:04,530
Ik ben verdord als het gras.’

1050
01:04:04,530 --> 01:04:08,730
Maar in tegenstelling daarmee
leeft God voor eeuwig.

1051
01:04:08,730 --> 01:04:13,590
In vers 12 en de daaropvolgende verzen
lijkt hij te zeggen dat hij niet zeker

1052
01:04:13,590 --> 01:04:16,410
wist of hij hier levend uit zou komen.

1053
01:04:16,410 --> 01:04:22,410
Vooral in de verzen 25 tot en met
27 benadrukt hij dat God eeuwig is

1054
01:04:22,410 --> 01:04:23,790
en niet verandert.

1055
01:04:23,790 --> 01:04:29,610
Maar hij wist dat God hem en zijn vijanden
zou overleven en dat God uiteindelijk het

1056
01:04:29,610 --> 01:04:31,350
laatste woord zou hebben.

1057
01:04:31,350 --> 01:04:36,690
Uiteindelijk zou God toch goeddoen
aan Sion, oftewel Jeruzalem.

1058
01:04:36,690 --> 01:04:40,650
Hij was er heel zeker van
dat Sion in betere handen was

1059
01:04:40,650 --> 01:04:44,490
als hij het in handen had dan
wanneer Absalom het in handen had.

1060
01:04:44,490 --> 01:04:48,870
Maar hij wist op dat moment niet
of hij het zou verliezen en Absalom

1061
01:04:48,870 --> 01:04:51,510
het een tijdlang in handen zou krijgen.

1062
01:04:51,510 --> 01:04:55,950
Hoe dan ook, hij wist dat God,
omdat Hij iedereen overleeft,

1063
01:04:55,950 --> 01:05:00,810
uiteindelijk Zijn wil zou
volbrengen in Sion, in Jeruzalem.

1064
01:05:00,810 --> 01:05:04,230
De dingen zouden worden
zoals ze behoren te zijn.

1065
01:05:04,230 --> 01:05:08,250
Ik geloof dus dat dit is wat
hij hier tot uitdrukking brengt.

1066
01:05:08,250 --> 01:05:09,270
Hij zegt:

1067
01:05:09,270 --> 01:05:15,390
Maar U, Heer, blijft voor altijd bestaan
en elke generatie zal zich U herinneren;

1068
01:05:15,390 --> 01:05:18,630
U zult opstaan en
medelijden hebben met Sion,

1069
01:05:18,630 --> 01:05:23,790
want het is tijd om haar genadig te
zijn, het vastgestelde moment is gekomen;

1070
01:05:23,790 --> 01:05:29,670
Uw dienaren houden van haar stenen
en zelfs haar stof is hun dierbaar.

1071
01:05:29,670 --> 01:05:32,610
Dat wil zeggen: het is een heilige stad,

1072
01:05:32,610 --> 01:05:37,050
en daarom houden degenen die
God liefhebben ook van die stad.

1073
01:05:37,050 --> 01:05:42,210
Het is alsof ze zelfs het stof van de
stad en de stenen waaruit ze is gebouwd

1074
01:05:42,210 --> 01:05:43,830
in ere houden.

1075
01:05:43,830 --> 01:05:45,990
Die zijn bijzonder voor hen.

1076
01:05:45,990 --> 01:05:49,290
Vooral toen de Joden naar
Babylon waren weggevoerd,

1077
01:05:49,290 --> 01:05:52,710
verlangden ze ernaar die stenen
en dat stof weer te zien.

1078
01:05:52,710 --> 01:05:53,850
Hij zegt:

1079
01:05:53,850 --> 01:05:57,870
Dan zullen de volken ontzag hebben
voor de naam van de Heer en alle

1080
01:05:57,870 --> 01:06:02,790
koningen op aarde voor Uw glorie;
wanneer de Heer Sion weer opbouwt,

1081
01:06:02,790 --> 01:06:05,310
zal Hij in Zijn glorie verschijnen.

1082
01:06:05,310 --> 01:06:07,710
Het is niet duidelijk wat David bedoelde,

1083
01:06:07,710 --> 01:06:11,550
maar het lijkt wel duidelijk
wat de Heilige Geest hier zegt:

1084
01:06:11,550 --> 01:06:15,090
het verschijnen van God in
Zijn heerlijkheid vindt plaats

1085
01:06:15,090 --> 01:06:17,550
bij de wederkomst van Christus.

1086
01:06:17,550 --> 01:06:22,470
Het lijkt erop dat geen andere gebeurtenis
in de geschiedenis of de toekomst

1087
01:06:22,470 --> 01:06:27,390
zo treffend kan worden omschreven als het
verschijnen van God in Zijn heerlijkheid

1088
01:06:27,390 --> 01:06:29,910
bij de wederkomst van Christus.

1089
01:06:29,910 --> 01:06:36,090
De wederkomst van Christus wordt geplaatst
in de tijd waarin God Sion opbouwt.

1090
01:06:36,090 --> 01:06:41,130
Velen menen dat hier een profetie staat
over het herstel van het volk Israël,

1091
01:06:41,130 --> 01:06:44,130
het letterlijke, fysieke Sion.

1092
01:06:44,130 --> 01:06:49,110
Mensen keren terug naar Israël, bevolken
het opnieuw en bouwen het weer op.

1093
01:06:49,110 --> 01:06:52,530
Het wordt een industriële
en agrarische natie.

1094
01:06:52,530 --> 01:06:56,490
Volgens hen bouwt God zo Sion
op, en is dit een teken dat Hij

1095
01:06:56,490 --> 01:06:58,710
spoedig in Zijn heerlijkheid zal komen:

1096
01:06:58,710 --> 01:07:03,810
HEERE, luister naar mijn gebed,
laat mijn hulpgeroep tot U komen.

1097
01:07:03,810 --> 01:07:09,030
Verberg Uw aangezicht niet voor mij;
neig Uw oor tot mij op de dag van mijn

1098
01:07:09,030 --> 01:07:13,290
benauwdheid; op de dag dat
ik roep, verhoor mij spoedig.

1099
01:07:13,290 --> 01:07:16,050
Want mijn dagen zijn als rook vervlogen,

1100
01:07:16,050 --> 01:07:19,470
mijn beenderen zijn
uitgebrand als een haard.

1101
01:07:19,470 --> 01:07:25,410
Mijn hart is geslagen en verdord als gras,
zodat ik vergeten heb mijn brood te eten.

1102
01:07:25,410 --> 01:07:29,490
Mijn beenderen kleven aan mijn
vlees door mijn luide zuchten.

1103
01:07:29,490 --> 01:07:33,990
Ik lijk op een kauw in de woestijn, ik
ben geworden als een steenuil te midden

1104
01:07:33,990 --> 01:07:35,370
van de puinhopen.

1105
01:07:35,370 --> 01:07:39,750
Ik lig wakker, ik ben geworden
als een eenzame mus op het dak.

1106
01:07:39,750 --> 01:07:43,950
Mijn vijanden honen mij de
hele dag; wie tegen mij razen,

1107
01:07:43,950 --> 01:07:45,990
gebruiken mijn naam als een vloek.

1108
01:07:45,990 --> 01:07:50,190
Want ik eet as als brood, wat
ik drink, meng ik met tranen,

1109
01:07:50,190 --> 01:07:53,490
vanwege Uw gramschap en Uw grote toorn,

1110
01:07:53,490 --> 01:07:56,490
want U hebt mij opgetild
en weer neergeworpen.

1111
01:07:56,490 --> 01:08:01,590
Mijn dagen zijn als een langer
wordende schaduw en ík verdor als gras.

1112
01:08:01,590 --> 01:08:04,890
Maar U, HEERE, U blijft voor eeuwig,

1113
01:08:04,890 --> 01:08:08,910
de gedachtenis aan U van
generatie op generatie.

1114
01:08:08,910 --> 01:08:12,870
Ú zult opstaan, U zult
Zich ontfermen over Sion,

1115
01:08:12,870 --> 01:08:17,550
want de tijd om haar genadig te zijn,
want de vastgestelde tijd is gekomen.

1116
01:08:17,550 --> 01:08:20,490
Want Uw dienaren zijn
haar stenen goedgezind

1117
01:08:20,490 --> 01:08:22,950
en hebben medelijden met haar gruis.

1118
01:08:22,950 --> 01:08:26,550
De heidenvolken zullen de
Naam van de HEERE vrezen,

1119
01:08:26,550 --> 01:08:29,490
alle koningen van de
aarde Uw heerlijkheid,

1120
01:08:29,490 --> 01:08:34,290
wanneer de HEERE Sion heeft opgebouwd,
in Zijn heerlijkheid verschenen is,

1121
01:08:34,290 --> 01:08:37,530
Zich gewend heeft tot het
gebed van de allerarmsten,

1122
01:08:37,530 --> 01:08:39,750
en hun gebed niet heeft veracht.

1123
01:08:39,750 --> 01:08:42,510
Dit wordt beschreven voor
de volgende generatie.

1124
01:08:42,510 --> 01:08:46,110
Het volk dat geschapen
wordt, zal de HEERE loven.

1125
01:08:46,110 --> 01:08:49,410
Want Hij heeft uit Zijn
heilige hoogte neergezien,

1126
01:08:49,410 --> 01:08:53,190
de HEERE heeft uit de hemel
op de aarde neer gekeken,

1127
01:08:53,190 --> 01:08:55,710
om het gekerm van de gevangenen te horen,

1128
01:08:55,710 --> 01:08:59,070
om los te maken wie ten
dode zijn opgeschreven,

1129
01:08:59,070 --> 01:09:02,430
zodat men van de Naam van
de HEERE zal vertellen

1130
01:09:02,430 --> 01:09:07,950
te Sion en Zijn lof in Jeruzalem, wanneer
de volken tezamen bijeen zullen komen,

1131
01:09:07,950 --> 01:09:11,250
en de koninkrijken, om de HEERE te dienen.

1132
01:09:11,250 --> 01:09:16,110
Hij heeft mijn kracht op de weg
neergedrukt, mijn dagen heeft Hij verkort.

1133
01:09:16,110 --> 01:09:20,250
Mijn God, zei ik, neem mij niet
weg op de helft van mijn dagen,

1134
01:09:20,250 --> 01:09:23,790
Uw jaren duren voort van
generatie op generatie.

1135
01:09:23,790 --> 01:09:28,830
U hebt voorheen de aarde gegrondvest,
de hemel is het werk van Uw handen.

1136
01:09:28,830 --> 01:09:32,490
Die zullen vergaan,
maar Ú zult standhouden;

1137
01:09:32,490 --> 01:09:35,190
zij alle zullen verslijten als een kleed.

1138
01:09:35,190 --> 01:09:39,270
U zult ze verwisselen als een
gewaad en zij zullen verdwijnen.

1139
01:09:39,270 --> 01:09:44,190
Maar U blijft Dezelfde, aan
Uw jaren zal geen einde komen.

1140
01:09:44,190 --> 01:09:47,250
De kinderen van Uw dienaren
zullen veilig wonen,

1141
01:09:47,250 --> 01:09:50,850
hun nageslacht zal voor Uw
aangezicht bevestigd worden.

1142
01:09:50,850 --> 01:09:55,710
Maar persoonlijk geloof ik dat Sion hier
niet verwijst naar het natuurlijke Israël.

1143
01:09:55,710 --> 01:09:58,410
In Davids gedachten was
dat misschien wel zo.

1144
01:09:58,410 --> 01:10:02,970
Maar David wist niet dat er een tijd
zou komen waarin Jezus zou komen

1145
01:10:02,970 --> 01:10:05,190
en tegen de Joden zou zeggen:

1146
01:10:05,190 --> 01:10:09,570
Daarom zeg Ik u dat het Koninkrijk
van God van u weggenomen zal worden

1147
01:10:09,570 --> 01:10:13,050
en aan een volk gegeven dat
de vruchten ervan voortbrengt.

1148
01:10:13,050 --> 01:10:18,090
en dat de voorrechten van Israël zouden
overgaan op een geestelijke gemeenschap,

1149
01:10:18,090 --> 01:10:20,190
het geestelijke Israël.

1150
01:10:20,190 --> 01:10:24,510
Die bestaat uit het overblijfsel
van gelovige Joden en uit

1151
01:10:24,510 --> 01:10:28,410
heidenen die op grond van hetzelfde
geloof toetreden en deel van

1152
01:10:28,410 --> 01:10:30,150
die gemeenschap worden.

1153
01:10:30,150 --> 01:10:36,990
Zoals ik eerder heb gezegd, wordt Sion in
het Nieuwe Testament, in Hebreeën 12:22,

1154
01:10:36,990 --> 01:10:40,050
dus gebruikt als aanduiding
voor de gemeente.

1155
01:10:40,050 --> 01:10:44,550
Verder hebben we in Galaten 4 de
allegorie van het Jeruzalem dat nu is

1156
01:10:44,550 --> 01:10:47,190
en het Jeruzalem dat boven is.

1157
01:10:47,190 --> 01:10:51,870
Paulus zegt dat het Jeruzalem dat
boven is de moeder van ons allen is.

1158
01:10:51,870 --> 01:10:57,810
Dat is de gemeente, het nieuwe Jeruzalem,
het hemelse Jeruzalem, dat blijvend is.

1159
01:10:57,810 --> 01:11:01,950
Het Jeruzalem dat nu is, waarvan Paulus
zegt dat het met zijn kinderen in

1160
01:11:01,950 --> 01:11:07,830
slavernij is, is daarentegen het Jeruzalem
dat in het jaar 70 na Christus door

1161
01:11:07,830 --> 01:11:10,950
Titus en de Romeinse legers werd verwoest.

1162
01:11:10,950 --> 01:11:13,890
Het blijvende Jeruzalem
is dus de gemeente.

1163
01:11:13,890 --> 01:11:17,850
Ik geloof dat het Sion waarin de
profetieën vervuld zullen worden,

1164
01:11:17,850 --> 01:11:19,530
de gemeente is.

1165
01:11:19,530 --> 01:11:23,010
Sommigen zullen het daar niet
mee eens zijn, en dat is prima.

1166
01:11:23,010 --> 01:11:26,550
Maar volgens mij worden we door
het Nieuwe Testament ertoe gebracht

1167
01:11:26,550 --> 01:11:30,210
dit te zien als een profetie
over de opbouw van de gemeente.

1168
01:11:30,210 --> 01:11:34,230
Het gaat niet om het moment waarop
God het volk Israël weer opbouwt,

1169
01:11:34,230 --> 01:11:37,710
maar om het moment waarop
Hij Zijn gemeente opbouwt.

1170
01:11:37,710 --> 01:11:41,430
Paulus zei zeer vergelijkbare
dingen: dat de wederkomst van

1171
01:11:41,430 --> 01:11:45,750
Christus voorafgegaan zou worden door
de opbouw van het lichaam van Christus.

1172
01:11:45,750 --> 01:11:47,970
In Efeze 4 zei hij:

1173
01:11:47,970 --> 01:11:52,950
God gaf sommigen als apostelen,
anderen als profeten, evangelisten,

1174
01:11:52,950 --> 01:11:58,110
herders en leraars, om de heiligen toe
te rusten voor het werk van de bediening

1175
01:11:58,110 --> 01:12:00,990
en voor de opbouw van
het lichaam van Christus,

1176
01:12:00,990 --> 01:12:06,090
totdat wij allen komen tot de eenheid
van het geloof en van de kennis van de

1177
01:12:06,090 --> 01:12:12,390
Zoon van God, tot volwassenheid en tot de
volle maat van de gestalte van Christus.

1178
01:12:12,390 --> 01:12:16,770
Dat wil zeggen dat God actief
aan het werk is in de gemeente,

1179
01:12:16,770 --> 01:12:21,510
totdat de gemeente zo is opgebouwd
dat zij de volle maat van de gestalte

1180
01:12:21,510 --> 01:12:23,610
van Christus bereikt.

1181
01:12:23,610 --> 01:12:26,970
Het is de gemeente die God opbouwt.

1182
01:12:26,970 --> 01:12:32,190
De opbouw en de eenwording van het
lichaam van Christus zijn het teken

1183
01:12:32,190 --> 01:12:36,510
dat God op het punt staat in
Zijn heerlijkheid te verschijnen.

1184
01:12:36,510 --> 01:12:38,940
Het is niet de opbouw van het volk Israël,

1185
01:12:38,940 --> 01:12:42,570
althans voor zover ik
de Schriften begrijp.

1186
01:12:42,570 --> 01:12:43,950
Hij zegt dus:

1187
01:12:43,950 --> 01:12:49,050
Wanneer de Heer Sion weer opbouwt,
zal Hij in zijn glorie verschijnen;

1188
01:12:49,050 --> 01:12:54,390
Hij zal luisteren naar het gebed van de
berooiden en hun gebed niet verachten.

1189
01:12:54,390 --> 01:13:00,030
Hij denkt dat dit een algemene regel is:
dat God naar de armen, de behoeftigen,

1190
01:13:00,030 --> 01:13:02,490
zal luisteren wanneer zij bidden.

1191
01:13:02,490 --> 01:13:07,770
Maar ongetwijfeld denkt hij in het
bijzonder aan zijn eigen situatie.

1192
01:13:07,770 --> 01:13:09,210
Hij is nu arm.

1193
01:13:09,210 --> 01:13:12,570
Hij was koning, maar nu heeft hij niets.

1194
01:13:12,570 --> 01:13:17,670
Toch bidt hij, en hij is er volkomen
van overtuigd dat God hem zelfs in zijn

1195
01:13:17,670 --> 01:13:20,010
behoeftige toestand zal horen.

1196
01:13:20,010 --> 01:13:21,210
Er staat:

1197
01:13:21,210 --> 01:13:25,170
Dit zal worden opgeschreven
voor een toekomstige generatie,

1198
01:13:25,170 --> 01:13:29,370
zodat een volk dat nog geboren
moet worden de Heer zal prijzen.

1199
01:13:29,370 --> 01:13:33,210
Dit bevestigt voor mij opnieuw dat
Sion in vers 16 naar de gemeente

1200
01:13:33,210 --> 01:13:35,550
verwijst en niet naar Israël.

1201
01:13:35,550 --> 01:13:40,350
Er staat namelijk dat dit niet geschreven
is voor het toenmalige volk Israël,

1202
01:13:40,350 --> 01:13:43,590
maar voor die generatie die
in de toekomst zal komen,

1203
01:13:43,590 --> 01:13:47,610
het volk dat geschapen zal
worden, en dat is de gemeente.

1204
01:13:47,610 --> 01:13:48,750
Wat is de gemeente?

1205
01:13:48,750 --> 01:13:54,450
Maar u bent een uitverkoren geslacht, een
koninklijk priesterschap, een heilig volk,

1206
01:13:54,450 --> 01:13:57,930
een volk dat God Zich
tot Zijn eigendom maakte;

1207
01:13:57,930 --> 01:14:02,790
opdat u de deugden zou verkondigen van
Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft

1208
01:14:02,790 --> 01:14:04,530
tot Zijn wonderbaar licht,

1209
01:14:04,530 --> 01:14:10,470
opdat wij Zijn lof zouden
verkondigen, volgens 1 Petrus 2:9.

1210
01:14:10,470 --> 01:14:16,410
1 Petrus 2:9 en 10 vertellen ons dat
wij een uitverkoren geslacht zijn.

1211
01:14:16,410 --> 01:14:19,410
Dat wil zeggen dat de
gemeente een heilige natie,

1212
01:14:19,410 --> 01:14:23,310
een koninklijk priesterschap
en een bijzonder volk is.

1213
01:14:23,310 --> 01:14:28,290
Hier in vers 18 staat dat dit geschreven
is voor dat geslacht dat nog moet komen

1214
01:14:28,290 --> 01:14:31,110
en voor het volk dat geschapen zal worden.

1215
01:14:31,110 --> 01:14:33,210
Dat volk was de gemeente.

1216
01:14:33,210 --> 01:14:35,490
Dat geslacht is de gemeente.

1217
01:14:35,490 --> 01:14:38,550
Het kan geen verwijzing naar
de natuurlijke Joden zijn,

1218
01:14:38,550 --> 01:14:40,530
want zij waren al een volk.

1219
01:14:40,530 --> 01:14:43,710
Zij verwachtten niet dat zij
nog geschapen zouden worden.

1220
01:14:43,710 --> 01:14:47,850
Dit is een volk dat in de toekomst
geschapen zal worden, zegt David:

1221
01:14:47,850 --> 01:14:50,610
een nieuwe eenheid, een nieuw volk.

1222
01:14:50,610 --> 01:14:54,990
Voor zover ik de Schriften begrijp, kan
dat alleen naar de gemeente verwijzen.

1223
01:14:54,990 --> 01:14:58,110
Dit hele gedeelte heeft dus
meer te maken met de gemeente

1224
01:14:58,110 --> 01:15:00,390
dan met het natuurlijke Israël.

1225
01:15:00,390 --> 01:15:01,590
Dan staat er:

1226
01:15:01,590 --> 01:15:04,650
Want Hij heeft uit Zijn
heilige hoogte neergezien,

1227
01:15:04,650 --> 01:15:07,650
de HEERE heeft uit de hemel
op de aarde neer gekeken,

1228
01:15:07,650 --> 01:15:10,110
om het gekerm van de gevangenen te horen,

1229
01:15:10,110 --> 01:15:13,650
om los te maken wie ten
dode zijn opgeschreven,

1230
01:15:13,650 --> 01:15:18,090
zodat men van de Naam van de HEERE
zal vertellen te Sion en Zijn lof in

1231
01:15:18,090 --> 01:15:23,310
Jeruzalem, wanneer de volken tezamen
bijeen zullen komen, en de koninkrijken,

1232
01:15:23,310 --> 01:15:24,570
om de HEERE te dienen.

1233
01:15:24,570 --> 01:15:30,330
Dit gedeelte, vers 23 tot
en met 27, is messiaans.

1234
01:15:30,330 --> 01:15:36,150
Bij vers 23 en 24 is dat niet
zo duidelijk, maar vers 25,

1235
01:15:36,150 --> 01:15:42,750
26 en 27 worden aangehaald in
Hebreeën 1, vers 10 tot en met 12.

1236
01:15:42,750 --> 01:15:46,230
Daar staat dat die woorden tot
de Messias worden gesproken.

1237
01:15:46,230 --> 01:15:48,810
Zoals het in onze King
James Version staat,

1238
01:15:48,810 --> 01:15:52,110
klinkt het niet alsof God
hier tot de Messias spreekt.

1239
01:15:52,110 --> 01:15:56,850
Het lijkt erop dat David tot God
spreekt, want David lijkt te zeggen:

1240
01:15:56,850 --> 01:16:01,590
Hij heeft mijn kracht op de weg
neergedrukt, mijn dagen heeft Hij verkort.

1241
01:16:01,590 --> 01:16:05,190
Met andere woorden,
God verkort mijn leven.

1242
01:16:05,190 --> 01:16:10,710
HEERE, luister naar mijn gebed,
laat mijn hulpgeroep tot U komen.

1243
01:16:10,710 --> 01:16:15,810
Verberg Uw aangezicht niet voor mij;
neig Uw oor tot mij op de dag van mijn

1244
01:16:15,810 --> 01:16:20,250
benauwdheid; op de dag dat
ik roep, verhoor mij spoedig.

1245
01:16:20,250 --> 01:16:23,130
Want mijn dagen zijn als rook vervlogen,

1246
01:16:23,130 --> 01:16:26,070
mijn beenderen zijn
uitgebrand als een haard.

1247
01:16:26,070 --> 01:16:32,190
Mijn hart is geslagen en verdord als gras,
zodat ik vergeten heb mijn brood te eten.

1248
01:16:32,190 --> 01:16:36,330
Mijn beenderen kleven aan mijn
vlees door mijn luide zuchten.

1249
01:16:36,330 --> 01:16:39,030
Ik lijk op een kauw in de woestijn, ik ben

1250
01:16:39,030 --> 01:16:42,390
geworden als een steenuil
te midden van de puinhopen.

1251
01:16:42,390 --> 01:16:46,890
Ik lig wakker, ik ben geworden
als een eenzame mus op het dak.

1252
01:16:46,890 --> 01:16:51,510
Mijn vijanden honen mij de
hele dag; wie tegen mij razen,

1253
01:16:51,510 --> 01:16:53,610
gebruiken mijn naam als een vloek.

1254
01:16:53,610 --> 01:16:58,110
Want ik eet as als brood, wat
ik drink, meng ik met tranen,

1255
01:16:58,110 --> 01:17:02,070
vanwege Uw gramschap en Uw grote toorn,

1256
01:17:02,070 --> 01:17:05,550
want U hebt mij opgetild
en weer neergeworpen.

1257
01:17:05,550 --> 01:17:10,830
Mijn dagen zijn als een langer
wordende schaduw en ík verdor als gras.

1258
01:17:10,830 --> 01:17:13,890
Maar U, HEERE, U blijft voor eeuwig,

1259
01:17:13,890 --> 01:17:17,970
de gedachtenis aan U van
generatie op generatie.

1260
01:17:17,970 --> 01:17:21,870
Ú zult opstaan, U zult
Zich ontfermen over Sion,

1261
01:17:21,870 --> 01:17:26,790
want de tijd om haar genadig te zijn,
want de vastgestelde tijd is gekomen.

1262
01:17:26,790 --> 01:17:30,150
Want Uw dienaren zijn
haar stenen goedgezind

1263
01:17:30,150 --> 01:17:32,610
en hebben medelijden met haar gruis.

1264
01:17:32,610 --> 01:17:36,210
De heidenvolken zullen de
Naam van de HEERE vrezen,

1265
01:17:36,210 --> 01:17:39,270
alle koningen van de
aarde Uw heerlijkheid,

1266
01:17:39,270 --> 01:17:44,370
wanneer de HEERE Sion heeft opgebouwd,
in Zijn heerlijkheid verschenen is,

1267
01:17:44,370 --> 01:17:47,910
Zich gewend heeft tot het
gebed van de allerarmsten,

1268
01:17:47,910 --> 01:17:50,310
en hun gebed niet heeft veracht.

1269
01:17:50,310 --> 01:17:53,550
Dit wordt beschreven voor
de volgende generatie.

1270
01:17:53,550 --> 01:17:56,970
Het volk dat geschapen
wordt, zal de HEERE loven.

1271
01:17:56,970 --> 01:18:00,150
Want Hij heeft uit Zijn
heilige hoogte neergezien,

1272
01:18:00,150 --> 01:18:03,330
de HEERE heeft uit de hemel
op de aarde neer gekeken,

1273
01:18:03,330 --> 01:18:05,730
om het gekerm van de gevangenen te horen,

1274
01:18:05,730 --> 01:18:08,910
om los te maken wie ten
dode zijn opgeschreven,

1275
01:18:08,910 --> 01:18:11,910
zodat men van de Naam van
de HEERE zal vertellen

1276
01:18:11,910 --> 01:18:17,130
te Sion en Zijn lof in Jeruzalem, wanneer
de volken tezamen bijeen zullen komen,

1277
01:18:17,130 --> 01:18:20,430
en de koninkrijken, om de HEERE te dienen.

1278
01:18:20,430 --> 01:18:25,050
Hij heeft mijn kracht op de weg
neergedrukt, mijn dagen heeft Hij verkort.

1279
01:18:25,050 --> 01:18:29,250
Mijn God, zei ik, neem mij niet
weg op de helft van mijn dagen,

1280
01:18:29,250 --> 01:18:33,030
Uw jaren duren voort van
generatie op generatie.

1281
01:18:33,030 --> 01:18:38,190
U hebt voorheen de aarde gegrondvest,
de hemel is het werk van Uw handen.

1282
01:18:38,190 --> 01:18:41,850
Die zullen vergaan,
maar Ú zult standhouden;

1283
01:18:41,850 --> 01:18:44,370
zij alle zullen verslijten als een kleed.

1284
01:18:44,370 --> 01:18:48,510
U zult ze verwisselen als een
gewaad en zij zullen verdwijnen.

1285
01:18:48,510 --> 01:18:53,370
Maar U blijft Dezelfde, aan
Uw jaren zal geen einde komen.

1286
01:18:53,370 --> 01:18:56,370
De kinderen van Uw dienaren
zullen veilig wonen,

1287
01:18:56,370 --> 01:18:59,130
hun nageslacht zal voor Uw
aangezicht bevestigd worden.

1288
01:18:59,130 --> 01:19:03,030
Het klinkt alsof David hier
tot God spreekt en zegt:

1289
01:19:03,030 --> 01:19:05,670
Laat me niet halverwege
mijn leven sterven.

1290
01:19:05,670 --> 01:19:07,950
Laat mij een heel lang leven leiden,

1291
01:19:07,950 --> 01:19:13,170
want U blijft door alle generaties
heen bestaan. Daarna staat er:

1292
01:19:13,170 --> 01:19:15,990
Lang geleden hebt U de aarde gegrondvest.

1293
01:19:15,990 --> 01:19:17,250
enzovoort.

1294
01:19:17,250 --> 01:19:23,430
En toch worden vers 25 en 27, zoals ze in
het Nieuwe Testament worden aangehaald,

1295
01:19:23,430 --> 01:19:25,890
uit de Septuaginta aangehaald.

1296
01:19:25,890 --> 01:19:30,570
Onze King James Version is hier
vertaald vanuit de Masoretische tekst,

1297
01:19:30,570 --> 01:19:35,310
oftewel de Hebreeuwse tekst,
en niet vanuit de Septuaginta.

1298
01:19:35,310 --> 01:19:41,310
Er is een verschil tussen het Hebreeuws en
de Septuaginta, de oude Griekse vertaling.

1299
01:19:41,310 --> 01:19:46,230
De schrijvers van het Nieuwe Testament
gebruikten het Grieks en haalden dat aan.

1300
01:19:46,230 --> 01:19:51,570
Ik zal je laten zien hoe vers
23 en 24 in de Griekse tekst, in

1301
01:19:51,570 --> 01:19:53,910
de Septuaginta, luiden.

1302
01:19:53,910 --> 01:19:57,570
Het is heel anders en niet
zo gemakkelijk te begrijpen.

1303
01:19:57,570 --> 01:20:01,350
Maar één punt dat uit de
Septuaginta naar voren zal komen,

1304
01:20:01,350 --> 01:20:04,350
is dat David hier niet tot God spreekt.

1305
01:20:04,350 --> 01:20:06,930
God spreekt hier tot de Messias.

1306
01:20:06,930 --> 01:20:14,190
Dat is het enige punt dat in deze weergave
van vers 23 en 24 in de Septuaginta

1307
01:20:14,190 --> 01:20:17,250
gemakkelijk te herkennen is. Er staat:

1308
01:20:17,250 --> 01:20:23,190
Hij antwoordde hem toen zijn kracht afnam:
vertel me hoe weinig dagen ik nog heb;

1309
01:20:23,190 --> 01:20:29,670
neem me niet halverwege mijn leven weg; Uw
jaren duren generatie na generatie voort;

1310
01:20:29,670 --> 01:20:32,490
lang geleden hebt U de aarde gegrondvest.

1311
01:20:32,490 --> 01:20:33,330
enzovoort.

1312
01:20:33,330 --> 01:20:38,370
Het is moeilijk om precies te weten wat
dat gedeelte in de Septuaginta betekent.

1313
01:20:38,370 --> 01:20:41,910
In het Hebreeuws is het veel
gemakkelijker te begrijpen.

1314
01:20:41,910 --> 01:20:45,210
Als we het zouden opvatten
als David die tot God spreekt,

1315
01:20:45,210 --> 01:20:48,750
zou het eerlijk gezegd
veel meer betekenis hebben.

1316
01:20:48,750 --> 01:20:51,390
Maar aangezien de schrijvers
van het Nieuwe Testament

1317
01:20:51,390 --> 01:20:57,150
de Septuaginta aanhaalden, probeerden zij
aan de hand van de Septuaginta een punt

1318
01:20:57,150 --> 01:20:58,590
duidelijk te maken.

1319
01:20:58,590 --> 01:21:04,770
De Septuaginta begint dat gedeelte in
feite als volgt. Ik lees het nog een keer:

1320
01:21:04,770 --> 01:21:06,330
Hij antwoordde hem.

1321
01:21:06,330 --> 01:21:12,330
dat wil zeggen, God antwoordde de
psalmist of de Messias, een van beiden.

1322
01:21:12,330 --> 01:21:17,610
Hij heeft mijn kracht op de weg
neergedrukt, mijn dagen heeft Hij verkort.

1323
01:21:17,610 --> 01:21:21,450
Mijn God, zei ik, neem mij niet
weg op de helft van mijn dagen,

1324
01:21:21,450 --> 01:21:25,050
Uw jaren duren voort van
generatie op generatie.

1325
01:21:25,050 --> 01:21:29,730
U hebt voorheen de aarde gegrondvest,
de hemel is het werk van Uw handen.

1326
01:21:29,730 --> 01:21:33,690
enzovoort. Een deel van wat
Hij hem antwoordde, was:

1327
01:21:33,690 --> 01:21:39,030
HEERE, luister naar mijn gebed,
laat mijn hulpgeroep tot U komen.

1328
01:21:39,030 --> 01:21:44,130
Verberg Uw aangezicht niet voor mij;
neig Uw oor tot mij op de dag van mijn

1329
01:21:44,130 --> 01:21:48,150
benauwdheid; op de dag dat
ik roep, verhoor mij spoedig.

1330
01:21:48,150 --> 01:21:50,910
Want mijn dagen zijn als rook vervlogen,

1331
01:21:50,910 --> 01:21:53,970
mijn beenderen zijn
uitgebrand als een haard.

1332
01:21:53,970 --> 01:22:00,150
Mijn hart is geslagen en verdord als gras,
zodat ik vergeten heb mijn brood te eten.

1333
01:22:00,150 --> 01:22:03,930
Mijn beenderen kleven aan mijn
vlees door mijn luide zuchten.

1334
01:22:03,930 --> 01:22:08,790
Ik lijk op een kauw in de woestijn, ik
ben geworden als een steenuil te midden

1335
01:22:08,790 --> 01:22:10,170
van de puinhopen.

1336
01:22:10,170 --> 01:22:14,610
Ik lig wakker, ik ben geworden
als een eenzame mus op het dak.

1337
01:22:14,610 --> 01:22:18,570
Mijn vijanden honen mij de
hele dag; wie tegen mij razen,

1338
01:22:18,570 --> 01:22:20,550
gebruiken mijn naam als een vloek.

1339
01:22:20,550 --> 01:22:24,930
Want ik eet as als brood, wat
ik drink, meng ik met tranen,

1340
01:22:24,930 --> 01:22:28,110
vanwege Uw gramschap en Uw grote toorn,

1341
01:22:28,110 --> 01:22:31,110
want U hebt mij opgetild
en weer neergeworpen.

1342
01:22:31,110 --> 01:22:36,090
Mijn dagen zijn als een langer
wordende schaduw en ík verdor als gras.

1343
01:22:36,090 --> 01:22:39,390
Maar U, HEERE, U blijft voor eeuwig,

1344
01:22:39,390 --> 01:22:43,590
de gedachtenis aan U van
generatie op generatie.

1345
01:22:43,590 --> 01:22:47,670
Ú zult opstaan, U zult
Zich ontfermen over Sion,

1346
01:22:47,670 --> 01:22:52,530
want de tijd om haar genadig te zijn,
want de vastgestelde tijd is gekomen.

1347
01:22:52,530 --> 01:22:56,070
Want Uw dienaren zijn haar
stenen goedgezind en hebben

1348
01:22:56,070 --> 01:22:58,050
medelijden met haar gruis.

1349
01:22:58,050 --> 01:23:01,950
De heidenvolken zullen de
Naam van de HEERE vrezen,

1350
01:23:01,950 --> 01:23:04,710
alle koningen van de
aarde Uw heerlijkheid,

1351
01:23:04,710 --> 01:23:09,630
wanneer de HEERE Sion heeft opgebouwd,
in Zijn heerlijkheid verschenen is,

1352
01:23:09,630 --> 01:23:12,810
Zich gewend heeft tot het
gebed van de allerarmsten,

1353
01:23:12,810 --> 01:23:15,330
en hun gebed niet heeft veracht.

1354
01:23:15,330 --> 01:23:18,390
Dit wordt beschreven voor
de volgende generatie.

1355
01:23:18,390 --> 01:23:22,110
Het volk dat geschapen
wordt, zal de HEERE loven.

1356
01:23:22,110 --> 01:23:25,230
Want Hij heeft uit Zijn
heilige hoogte neergezien,

1357
01:23:25,230 --> 01:23:28,470
de HEERE heeft uit de hemel
op de aarde neer gekeken,

1358
01:23:28,470 --> 01:23:30,870
om het gekerm van de gevangenen te horen,

1359
01:23:30,870 --> 01:23:34,170
om los te maken wie ten
dode zijn opgeschreven,

1360
01:23:34,170 --> 01:23:38,550
zodat men van de Naam van de HEERE
zal vertellen te Sion en Zijn lof in

1361
01:23:38,550 --> 01:23:43,710
Jeruzalem, wanneer de volken tezamen
bijeen zullen komen, en de koninkrijken,

1362
01:23:43,710 --> 01:23:45,690
om de HEERE te dienen.

1363
01:23:45,690 --> 01:23:50,010
Hij heeft mijn kracht op de weg
neergedrukt, mijn dagen heeft Hij verkort.

1364
01:23:50,010 --> 01:23:54,390
Mijn God, zei ik, neem mij niet
weg op de helft van mijn dagen,

1365
01:23:54,390 --> 01:23:58,230
Uw jaren duren voort van
generatie op generatie.

1366
01:23:58,230 --> 01:24:03,150
U hebt voorheen de aarde gegrondvest,
de hemel is het werk van Uw handen.

1367
01:24:03,150 --> 01:24:06,810
Die zullen vergaan,
maar Ú zult standhouden;

1368
01:24:06,810 --> 01:24:09,690
zij alle zullen verslijten als een kleed.

1369
01:24:09,690 --> 01:24:14,010
U zult ze verwisselen als een
gewaad en zij zullen verdwijnen.

1370
01:24:14,010 --> 01:24:19,290
Maar U blijft Dezelfde, aan
Uw jaren zal geen einde komen.

1371
01:24:19,290 --> 01:24:22,830
De kinderen van Uw dienaren
zullen veilig wonen,

1372
01:24:22,830 --> 01:24:26,730
hun nageslacht zal voor Uw
aangezicht bevestigd worden.

1373
01:24:26,730 --> 01:24:27,930
enzovoort.

1374
01:24:27,930 --> 01:24:33,090
Met andere woorden, hoe verwarrend die
twee verzen in de Septuaginta ook zijn,

1375
01:24:33,090 --> 01:24:35,670
ze maken één punt heel duidelijk.

1376
01:24:35,670 --> 01:24:41,250
Dat hele gedeelte vanaf vers 23
is niet David die tot God spreekt,

1377
01:24:41,250 --> 01:24:45,750
maar God die de psalmist
antwoordt, of de Messias antwoordt,

1378
01:24:45,750 --> 01:24:49,710
als de psalmist hier de
plaats van de Messias inneemt.

1379
01:24:49,710 --> 01:24:54,090
En dat doet hij kennelijk
volgens Hebreeën 1:10–12.

1380
01:24:54,090 --> 01:24:59,490
Vervolgens hebben we in Hebreeën het
citaat uit vers 25 tot en met 27,

1381
01:24:59,490 --> 01:25:02,730
waarin de schepping van
de wereld en een eeuwig,

1382
01:25:02,730 --> 01:25:06,150
onveranderlijk bestaan aan
Jezus worden toegeschreven.

1383
01:25:06,150 --> 01:25:08,130
We hebben die verzen al gelezen.

1384
01:25:08,130 --> 01:25:11,730
Ik zal ze niet opnieuw lezen,
maar in wezen staat er dat alle

1385
01:25:11,730 --> 01:25:15,210
geschapen dingen die Jezus
heeft gemaakt, zullen vergaan,

1386
01:25:15,210 --> 01:25:17,310
maar dat Hij nooit zal veranderen.

1387
01:25:17,310 --> 01:25:19,470
Hij zegt in vers 27:

1388
01:25:19,470 --> 01:25:21,870
Maar U blijft Dezelfde.

1389
01:25:21,870 --> 01:25:24,390
Dit vormt waarschijnlijk de
aanleiding voor die andere

1390
01:25:24,390 --> 01:25:26,610
uitspraak in het boek Hebreeën:

1391
01:25:26,610 --> 01:25:31,890
Jezus Christus is gisteren en heden
Dezelfde en tot in eeuwigheid.

1392
01:25:31,890 --> 01:25:35,550
in Hebreeën 13:8. Hij verandert niet.

1393
01:25:35,550 --> 01:25:37,050
Hij is Dezelfde.

1394
01:25:37,050 --> 01:25:39,390
Hebreeën 13:8:

1395
01:25:39,390 --> 01:25:45,750
Jezus Christus blijft dezelfde,
gisteren, vandaag en voor altijd.

1396
01:25:45,750 --> 01:25:49,350
komt ongetwijfeld uit
ditzelfde gedeelte voort.

1397
01:25:49,350 --> 01:25:51,870
Dan luiden de laatste woorden:

1398
01:25:51,870 --> 01:25:55,350
Uw kinderen, de kinderen van Uw dienaren,

1399
01:25:55,350 --> 01:26:00,690
zullen blijven bestaan en hun
nakomelingen zullen veilig voor mij leven.

1400
01:26:00,690 --> 01:26:04,110
Opnieuw geloof ik dat dit een
verwijzing is naar de gemeente,

1401
01:26:04,110 --> 01:26:07,290
naar degenen die met de
Messias verbonden zijn.

1402
01:26:07,290 --> 01:26:12,870
Dat zij met de Messias verbonden zijn,
blijkt uit het feit dat Hij tot de Messias

1403
01:26:12,870 --> 01:26:14,310
spreekt en zegt:

1404
01:26:14,310 --> 01:26:19,350
HEERE, luister naar mijn gebed,
laat mijn hulpgeroep tot U komen.

1405
01:26:19,350 --> 01:26:23,490
Verberg Uw aangezicht niet
voor mij; neig Uw oor tot

1406
01:26:23,490 --> 01:26:28,890
mij op de dag van mijn benauwdheid; op
de dag dat ik roep, verhoor mij spoedig.

1407
01:26:28,890 --> 01:26:31,470
Want mijn dagen zijn als rook vervlogen,

1408
01:26:31,470 --> 01:26:34,350
mijn beenderen zijn
uitgebrand als een haard.

1409
01:26:34,350 --> 01:26:40,590
Mijn hart is geslagen en verdord als gras,
zodat ik vergeten heb mijn brood te eten.

1410
01:26:40,590 --> 01:26:44,310
Mijn beenderen kleven aan mijn
vlees door mijn luide zuchten.

1411
01:26:44,310 --> 01:26:48,810
Ik lijk op een kauw in de woestijn, ik
ben geworden als een steenuil te midden

1412
01:26:48,810 --> 01:26:50,250
van de puinhopen.

1413
01:26:50,250 --> 01:26:54,930
Ik lig wakker, ik ben geworden
als een eenzame mus op het dak.

1414
01:26:54,930 --> 01:26:59,310
Mijn vijanden honen mij de
hele dag; wie tegen mij razen,

1415
01:26:59,310 --> 01:27:01,410
gebruiken mijn naam als een vloek.

1416
01:27:01,410 --> 01:27:06,210
Want ik eet as als brood, wat
ik drink, meng ik met tranen,

1417
01:27:06,210 --> 01:27:09,690
vanwege Uw gramschap en Uw grote toorn,

1418
01:27:09,690 --> 01:27:12,930
want U hebt mij opgetild
en weer neergeworpen.

1419
01:27:12,930 --> 01:27:18,390
Mijn dagen zijn als een langer
wordende schaduw en ík verdor als gras.

1420
01:27:18,390 --> 01:27:22,110
Maar U, HEERE, U blijft voor eeuwig,

1421
01:27:22,110 --> 01:27:26,430
de gedachtenis aan U van
generatie op generatie.

1422
01:27:26,430 --> 01:27:30,570
Ú zult opstaan, U zult
Zich ontfermen over Sion,

1423
01:27:30,570 --> 01:27:35,430
want de tijd om haar genadig te zijn,
want de vastgestelde tijd is gekomen.

1424
01:27:35,430 --> 01:27:38,430
Want Uw dienaren zijn
haar stenen goedgezind

1425
01:27:38,430 --> 01:27:40,830
en hebben medelijden met haar gruis.

1426
01:27:40,830 --> 01:27:44,010
De heidenvolken zullen de
Naam van de HEERE vrezen,

1427
01:27:44,010 --> 01:27:47,010
alle koningen van de
aarde Uw heerlijkheid,

1428
01:27:47,010 --> 01:27:52,110
wanneer de HEERE Sion heeft opgebouwd,
in Zijn heerlijkheid verschenen is,

1429
01:27:52,110 --> 01:27:55,650
Zich gewend heeft tot het
gebed van de allerarmsten,

1430
01:27:55,650 --> 01:27:57,690
en hun gebed niet heeft veracht.

1431
01:27:57,690 --> 01:28:00,750
Dit wordt beschreven voor
de volgende generatie.

1432
01:28:00,750 --> 01:28:04,590
Het volk dat geschapen
wordt, zal de HEERE loven.

1433
01:28:04,590 --> 01:28:07,530
Want Hij heeft uit Zijn
heilige hoogte neergezien,

1434
01:28:07,530 --> 01:28:11,070
de HEERE heeft uit de hemel
op de aarde neer gekeken,

1435
01:28:11,070 --> 01:28:13,530
om het gekerm van de gevangenen te horen,

1436
01:28:13,530 --> 01:28:16,830
om los te maken wie ten
dode zijn opgeschreven,

1437
01:28:16,830 --> 01:28:20,550
zodat men van de Naam van de
HEERE zal vertellen te Sion

1438
01:28:20,550 --> 01:28:25,110
en Zijn lof in Jeruzalem, wanneer de
volken tezamen bijeen zullen komen,

1439
01:28:25,110 --> 01:28:28,230
en de koninkrijken, om de HEERE te dienen.

1440
01:28:28,230 --> 01:28:33,390
Hij heeft mijn kracht op de weg
neergedrukt, mijn dagen heeft Hij verkort.

1441
01:28:33,390 --> 01:28:37,530
Mijn God, zei ik, neem mij niet
weg op de helft van mijn dagen,

1442
01:28:37,530 --> 01:28:41,310
Uw jaren duren voort van
generatie op generatie.

1443
01:28:41,310 --> 01:28:46,470
U hebt voorheen de aarde gegrondvest,
de hemel is het werk van Uw handen.

1444
01:28:46,470 --> 01:28:50,310
Die zullen vergaan,
maar Ú zult standhouden;

1445
01:28:50,310 --> 01:28:53,010
zij alle zullen verslijten als een kleed.

1446
01:28:53,010 --> 01:28:57,150
U zult ze verwisselen als een
gewaad en zij zullen verdwijnen.

1447
01:28:57,150 --> 01:29:02,790
Maar U blijft Dezelfde, aan
Uw jaren zal geen einde komen.

1448
01:29:02,790 --> 01:29:06,090
De kinderen van Uw dienaren
zullen veilig wonen,

1449
01:29:06,090 --> 01:29:10,230
hun nageslacht zal voor Uw
aangezicht bevestigd worden.

1450
01:29:10,230 --> 01:29:14,430
Hij spreekt tot de Messias,
tot Jezus, en zegt:

1451
01:29:14,430 --> 01:29:16,890
De kinderen van Uw dienaren.

1452
01:29:16,890 --> 01:29:22,050
Dat is de gemeente. We zouden dat
beslist niet als Israël kunnen opvatten,

1453
01:29:22,050 --> 01:29:26,250
want Israël is tegenwoordig
niet in dienst van Christus.

1454
01:29:26,250 --> 01:29:28,350
Zij volgen Christus niet.

1455
01:29:28,350 --> 01:29:31,170
Zij willen Hem zelfs
helemaal niet erkennen.

1456
01:29:31,170 --> 01:29:35,850
Zo kunnen we in dit laatste gedeelte,
vanaf vers 12 tot het einde,

1457
01:29:35,850 --> 01:29:40,830
een interessante profetie zien over
de gemeente en over de Messias Zelf.

1458
01:29:40,830 --> 01:29:44,610
Die heeft voor mij enkele
zeer interessante kenmerken.

1459
01:29:44,610 --> 01:29:49,530
De laatste boetepsalm kunnen we vrij
snel behandelen. Hij is heel kort.

1460
01:29:49,530 --> 01:29:54,090
Hij heeft niet veel unieke kenmerken
die speciaal commentaar vereisen.

1461
01:29:54,090 --> 01:29:56,370
Het is Psalm 130.

1462
01:29:56,370 --> 01:29:58,230
Hij telt maar acht verzen.

1463
01:29:58,230 --> 01:30:02,250
Hij onderscheidt zich wel van de
andere doordat hij volgens mij verwijst

1464
01:30:02,250 --> 01:30:04,230
naar nationale bekering.

1465
01:30:04,230 --> 01:30:06,630
Alle psalmen die we tot
nu toe hebben gezien,

1466
01:30:06,630 --> 01:30:11,430
gingen daarentegen over David die zich
bekeerde of om de een of andere reden om

1467
01:30:11,430 --> 01:30:15,390
barmhartigheid riep: omdat hij
met Bathseba had gezondigd,

1468
01:30:15,390 --> 01:30:19,350
omdat hij voor Saul op de vlucht
was en zeker wilde weten dat zijn

1469
01:30:19,350 --> 01:30:23,910
geweten zuiver was, zodat hij erop
kon vertrouwen dat God hem zou redden,

1470
01:30:23,910 --> 01:30:28,470
of omdat hij voor Absalom vluchtte en diep
doordrongen was van de schuld van zijn

1471
01:30:28,470 --> 01:30:30,630
eerdere zonde met Bathseba.

1472
01:30:30,630 --> 01:30:34,410
Dat waren volgens mij de achtergronden
van de vorige boetepsalmen.

1473
01:30:34,410 --> 01:30:36,930
Hier hebben we een heel andere psalm.

1474
01:30:36,930 --> 01:30:40,530
Volgens sommige handschriften
is ook dit een psalm van David,

1475
01:30:40,530 --> 01:30:43,050
al staat dat niet in onze King James.

1476
01:30:43,050 --> 01:30:45,750
In de mijne staat het in elk geval niet.

1477
01:30:45,750 --> 01:30:49,710
Psalm 130 is een van de vijftien
Liederen van de opgangen,

1478
01:30:49,710 --> 01:30:52,950
en we zullen het er een andere
keer over hebben wat die zijn.

1479
01:30:52,950 --> 01:30:57,030
Laat ik de psalm voorlezen en er
een paar opmerkingen over maken.

1480
01:30:57,030 --> 01:31:02,610
Uit de diepten roep ik tot U, o
HEERE; Heere, hoor naar mijn stem.

1481
01:31:02,610 --> 01:31:06,570
Laat Uw oren opmerkzaam zijn
op mijn luide smeekbeden.

1482
01:31:06,570 --> 01:31:11,790
Als U, HEERE, op de ongerechtigheden
let, Heere, wie zal staande blijven?

1483
01:31:11,790 --> 01:31:14,970
Maar bij U is vergeving,
opdat U gevreesd wordt.

1484
01:31:14,970 --> 01:31:20,490
Ik verwacht de HEERE, mijn ziel
verwacht Hem en ik hoop op Zijn woord.

1485
01:31:20,490 --> 01:31:25,170
Mijn ziel wacht op de Heere,
meer dan wachters op de morgen,

1486
01:31:25,170 --> 01:31:27,150
wachters op de morgen.

1487
01:31:27,150 --> 01:31:32,550
Laat Israël hopen op de HEERE, want bij
de HEERE is goedertierenheid en bij Hem

1488
01:31:32,550 --> 01:31:34,410
is veel verlossing.

1489
01:31:34,410 --> 01:31:38,910
Ja, Hij zal Israël verlossen
van al zijn ongerechtigheden.

1490
01:31:38,910 --> 01:31:43,350
We kunnen dus zien dat hier om
nationale barmhartigheid wordt gevraagd,

1491
01:31:43,350 --> 01:31:47,490
barmhartigheid voor Israël,
niet voor David persoonlijk.

1492
01:31:47,490 --> 01:31:52,410
Laat Israël op de HEERE hopen, want
bij de HEERE is goedertierenheid.

1493
01:31:52,410 --> 01:31:56,310
Hij zal Israël verlossen van
al zijn ongerechtigheden.

1494
01:31:56,310 --> 01:31:59,250
Het is dus een lied
van nationale bekering.

1495
01:31:59,250 --> 01:32:04,710
Opnieuw hebben we in de eerste twee verzen
de kenmerkende roep om barmhartigheid:

1496
01:32:04,710 --> 01:32:07,050
Heere, hoor naar mijn stem.

1497
01:32:07,050 --> 01:32:10,590
Laat Uw oren opmerkzaam zijn
op mijn luide smeekbeden.

1498
01:32:10,590 --> 01:32:17,790
Als U, HEERE, op de ongerechtigheden
let, Heere, wie zal staande blijven?

1499
01:32:17,790 --> 01:32:20,910
Dit is het gebruikelijke
begin van de boetepsalmen.

1500
01:32:20,910 --> 01:32:24,030
We hebben een belijdenis
die er indirect uit blijkt.

1501
01:32:24,030 --> 01:32:27,150
Er is geen rechtstreekse
belijdenis van zonde,

1502
01:32:27,150 --> 01:32:29,550
geen specifiek geval waarin hij zegt:

1503
01:32:29,550 --> 01:32:31,470
Ik zal mijn zonde bekennen.

1504
01:32:31,470 --> 01:32:32,070
of:

1505
01:32:32,070 --> 01:32:33,390
Ik heb gezondigd.

1506
01:32:33,390 --> 01:32:34,830
of iets dergelijks.

1507
01:32:34,830 --> 01:32:40,290
Maar uit de verzen 3 en 4 blijkt indirect
dat het om zonde gaat, want hij zegt:

1508
01:32:40,290 --> 01:32:44,250
Maar bij U is vergeving,
opdat U gevreesd wordt.

1509
01:32:44,250 --> 01:32:49,470
Ik verwacht de HEERE, mijn ziel
verwacht Hem en ik hoop op Zijn woord.

1510
01:32:49,470 --> 01:32:53,550
Dat wil zeggen: Heere, wij
verwachten Uw vergeving,

1511
01:32:53,550 --> 01:32:57,750
want uiteindelijk zouden wij nooit stand
kunnen houden als U ons niet vergeeft.

1512
01:32:57,750 --> 01:33:02,250
Als U ongerechtigheden in aanmerking
neemt, als U met ons handelt naar onze

1513
01:33:02,250 --> 01:33:05,730
zonden en ons vergeldt
naar onze ongerechtigheden,

1514
01:33:05,730 --> 01:33:10,230
zoals Psalm 103 daarover spreekt,
dan zouden wij geen stand houden.

1515
01:33:10,230 --> 01:33:14,970
Maar wij zien uit naar vergeving
en daarom vrezen wij Uw Naam.

1516
01:33:14,970 --> 01:33:18,510
Dat is dus een indirecte belijdenis
dat zij gezondigd hebben.

1517
01:33:18,510 --> 01:33:22,710
Dan is er dit unieke
kenmerk in de verzen 5 en 6.

1518
01:33:22,710 --> 01:33:25,770
De andere psalmen hebben
dat niet. Hij zegt:

1519
01:33:25,770 --> 01:33:29,790
Mijn ziel wacht op de Heere,
meer dan wachters op de morgen,

1520
01:33:29,790 --> 01:33:31,650
wachters op de morgen.

1521
01:33:31,650 --> 01:33:36,930
Laat Israël hopen op de HEERE, want bij
de HEERE is goedertierenheid en bij Hem

1522
01:33:36,930 --> 01:33:38,730
is veel verlossing.

1523
01:33:38,730 --> 01:33:43,530
De verzen 5 en 6 gaan over het
wachten op de Heere, dat wil zeggen:

1524
01:33:43,530 --> 01:33:46,590
geduldig wachten tot je
Gods bevrijding ziet.

1525
01:33:46,590 --> 01:33:49,230
Hij heeft dus hoop en vertrouwen.

1526
01:33:49,230 --> 01:33:53,130
Uitkijken naar de morgen verwijst
natuurlijk naar degenen die als wachters

1527
01:33:53,130 --> 01:33:55,230
de vierde wacht van de nacht hadden.

1528
01:33:55,230 --> 01:33:59,430
De Joodse nacht was verdeeld in
vier wachten van elk drie uur.

1529
01:33:59,430 --> 01:34:03,630
De vierde wacht was waarschijnlijk de
wacht waarin het het moeilijkst was om

1530
01:34:03,630 --> 01:34:05,070
wakker te blijven.

1531
01:34:05,070 --> 01:34:09,150
Die duurde van drie uur ’s
nachts tot zes uur ’s morgens.

1532
01:34:09,150 --> 01:34:11,670
Zij waren degenen die
naar de morgen uitkeken,

1533
01:34:11,670 --> 01:34:14,130
en ze verlangden ernaar
dat de morgen kwam,

1534
01:34:14,130 --> 01:34:17,370
zodat ze naar huis konden
gaan en naar bed konden.

1535
01:34:17,370 --> 01:34:19,710
Vol verlangen keken ze uit naar de morgen.

1536
01:34:19,710 --> 01:34:20,790
Hij zegt:

1537
01:34:20,790 --> 01:34:25,290
Zo wacht ik op de Heer, zelfs nog meer
dan wachters op de ochtend wachten.

1538
01:34:25,290 --> 01:34:29,370
Met andere woorden: ik zie
ernaar uit dat God verschijnt,

1539
01:34:29,370 --> 01:34:33,090
bevrijding brengt en doet
wat ik Hem vraag te doen.

1540
01:34:33,090 --> 01:34:35,850
En ik verlang er nog
sterker naar dat te zien

1541
01:34:35,850 --> 01:34:40,950
dan degenen die ernaar verlangen de
morgen te zien aanbreken. Maar hij zegt:

1542
01:34:40,950 --> 01:34:43,950
Ik wacht en stel mijn hoop op Zijn woord.

1543
01:34:43,950 --> 01:34:47,490
Dan is het laatste woord
heel vol vertrouwen en op de

1544
01:34:47,490 --> 01:34:49,530
hele gemeenschap gericht:

1545
01:34:49,530 --> 01:34:53,970
Ja, Hij zal Israël verlossen
van al zijn ongerechtigheden.

1546
01:34:53,970 --> 01:34:55,170
Er staat:

1547
01:34:55,170 --> 01:34:59,790
Mijn ziel wacht op de Heere,
meer dan wachters op de morgen,

1548
01:34:59,790 --> 01:35:01,710
wachters op de morgen.

1549
01:35:01,710 --> 01:35:02,550
En:

1550
01:35:02,550 --> 01:35:05,910
Met heel mijn wezen hoop ik op de Heer.

1551
01:35:05,910 --> 01:35:09,150
maar nu wil ik dat Israël
ook op de Heere hoopt.

1552
01:35:09,150 --> 01:35:13,230
Ja, Hij zal Israël verlossen
van al zijn ongerechtigheden.

1553
01:35:13,230 --> 01:35:17,790
Net als in de andere boetepsalmen hebben
we dus een roep om barmhartigheid,

1554
01:35:17,790 --> 01:35:21,030
hebben we belijdenis en
hebben we vertrouwen.

1555
01:35:21,030 --> 01:35:24,510
Maar we hebben ook de uitspraak
over het wachten op de Heere,

1556
01:35:24,510 --> 01:35:26,670
het wachten op de Heere.

1557
01:35:26,670 --> 01:35:30,570
En we hebben ook het verschil dat
dit een nationale klaagzang is,

1558
01:35:30,570 --> 01:35:34,590
of een nationale boetepsalm, in
tegenstelling tot een persoonlijke,

1559
01:35:34,590 --> 01:35:35,670
zoals de andere dat waren.
