1
00:00:01,950 --> 00:00:04,470
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,470 --> 00:00:10,170
Deze keer behandelen we
Psalmen 84 tot en met 89.

3
00:00:10,170 --> 00:00:12,990
Laten we Psalm 84 openslaan.

4
00:00:12,990 --> 00:00:15,510
Dit is een heel bemoedigende psalm.

5
00:00:15,510 --> 00:00:20,250
Dit is een lied dat werd gezongen door
pelgrims die op weg waren naar Jeruzalem

6
00:00:20,250 --> 00:00:22,770
voor een van hun jaarlijkse feesten.

7
00:00:22,770 --> 00:00:27,450
De Joden moesten voor drie feesten
per jaar naar Jeruzalem: Pascha,

8
00:00:27,450 --> 00:00:29,910
Pinksteren en het Loofhuttenfeest.

9
00:00:29,910 --> 00:00:33,210
Wanneer ze vanuit verschillende
delen van de wereld reisden,

10
00:00:33,210 --> 00:00:35,490
reisden ze meestal in karavanen.

11
00:00:35,490 --> 00:00:37,650
Het ging niet zoals in onze tijd.

12
00:00:37,650 --> 00:00:42,210
Mensen gaan gewoon alleen in hun
auto en niemand reist meer samen.

13
00:00:42,210 --> 00:00:46,290
Zelfs als tien mensen vanuit één
buurt naar hetzelfde kantoor gaan,

14
00:00:46,290 --> 00:00:50,850
rijden ze meestal in tien verschillende
auto's in plaats van samen te rijden.

15
00:00:50,850 --> 00:00:55,590
Om de een of andere reden zijn mensen
in onze samenleving gewoon graag alleen.

16
00:00:55,590 --> 00:00:58,050
Ik denk dat mensen minder sociaal worden.

17
00:00:58,050 --> 00:01:02,790
Maar vroeger, als er honderd Joden
vanuit één land naar Israël teruggingen,

18
00:01:02,790 --> 00:01:04,290
gingen ze samen.

19
00:01:04,290 --> 00:01:09,030
Ze zongen samen liederen en vierden
feest terwijl ze daarheen reisden.

20
00:01:09,030 --> 00:01:12,870
Dit is een van de liederen die ze
zongen wanneer ze naar Jeruzalem gingen,

21
00:01:12,870 --> 00:01:14,190
naar de tempel.

22
00:01:14,190 --> 00:01:17,370
Het is een lied dat de
schoonheid van de tempel bezingt

23
00:01:17,370 --> 00:01:21,990
en vertelt hoezeer ze degenen benijden
die in Jeruzalem konden wonen.

24
00:01:21,990 --> 00:01:25,710
Ze benijden de mensen die deze
pelgrimstochten niet hoeven te maken,

25
00:01:25,710 --> 00:01:31,590
maar daar kunnen wonen, de tempel elke dag
kunnen zien en God daar kunnen aanbidden.

26
00:01:31,590 --> 00:01:35,250
Om de een of andere reden hebben zij
niet het gevoel dat ze dat kunnen doen,

27
00:01:35,250 --> 00:01:37,950
maar ze vinden de tempel iets prachtigs.

28
00:01:37,950 --> 00:01:39,030
Er staat:

29
00:01:39,030 --> 00:01:42,570
Hoe lieflijk zijn Uw woningen,
HEERE van de legermachten.

30
00:01:42,570 --> 00:01:45,090
Dit verwijst eigenlijk naar de tempel:

31
00:01:45,090 --> 00:01:46,410
uw woningen.

32
00:01:46,410 --> 00:01:52,050
Mijn ziel verlangt, ja, bezwijkt zelfs van
verlangen naar de voorhoven van de HEERE;

33
00:01:52,050 --> 00:01:55,890
mijn hart en mijn lichaam roepen
het uit tot de levende God.

34
00:01:55,890 --> 00:02:01,590
Zelfs vindt de mus een huis en de zwaluw
haar nest, waarin zij haar jongen legt:

35
00:02:01,590 --> 00:02:07,290
bij Uw altaren, HEERE van de
legermachten, mijn Koning en mijn God.

36
00:02:07,290 --> 00:02:12,570
Welzalig zijn zij die in Uw huis
wonen, zij loven U voortdurend.

37
00:02:12,570 --> 00:02:19,530
Sela Welzalig de mens van wie de kracht in
U is — in hun hart zijn de gebaande wegen.

38
00:02:19,530 --> 00:02:24,810
Gaan zij door het dal van de moerbeibomen,
dan maken zij God tot hun bron;

39
00:02:24,810 --> 00:02:27,870
ook zal de regen hen overvloedig bedekken.

40
00:02:27,870 --> 00:02:33,270
Zij gaan voort van kracht tot kracht,
zij zullen verschijnen voor God in Sion.

41
00:02:33,270 --> 00:02:39,570
HEERE, God van de legermachten, luister
naar mijn gebed, neem het ter ore,

42
00:02:39,570 --> 00:02:41,790
o God van Jakob.

43
00:02:41,790 --> 00:02:49,530
Sela O God, ons schild, zie en aanschouw
het aangezicht van Uw gezalfde.

44
00:02:49,530 --> 00:02:54,631
Want één dag in Uw voorhoven
is beter dan duizend elders ;

45
00:02:54,631 --> 00:02:58,590
ik verkoos liever te staan op de
drempel van het huis van mijn God

46
00:02:58,590 --> 00:03:02,130
dan lang te wonen in de
tenten van de goddeloosheid.

47
00:03:02,130 --> 00:03:09,150
Want God, de HEERE, is een zon en een
schild, de HEERE zal genade en eer geven,

48
00:03:09,150 --> 00:03:14,070
Hij zal het goede niet onthouden aan
hen die in oprechtheid hun weg gaan.

49
00:03:14,070 --> 00:03:18,690
HEERE van de legermachten, welzalig
de mens die op U vertrouwt.

50
00:03:18,690 --> 00:03:20,670
de voorhoven van de tempel.

51
00:03:20,670 --> 00:03:26,250
Er staan drie zaligsprekingen in deze
psalm, drie keer het woord ‘zalig’.

52
00:03:26,250 --> 00:03:33,150
Eén staat in vers 4, één in vers 5 en de
andere helemaal aan het einde, in vers 12.

53
00:03:33,150 --> 00:03:37,950
De eerste, in vers 4, drukt een
soort verlangende afgunst uit:

54
00:03:37,950 --> 00:03:40,590
Gelukkig zijn zij die in Uw huis wonen.

55
00:03:40,590 --> 00:03:43,770
Dat wil zeggen: in
tegenstelling tot de pelgrims,

56
00:03:43,770 --> 00:03:48,150
die grote afstanden moeten afleggen om
Jeruzalem en de tempel te zien en daar in

57
00:03:48,150 --> 00:03:53,250
de omgeving te zijn, zijn degenen zalig
die daar gewoon kunnen wonen en nooit weg

58
00:03:53,250 --> 00:03:54,450
hoeven te gaan.

59
00:03:54,450 --> 00:03:56,670
Zij zijn bijzonder bevoorrecht.

60
00:03:56,670 --> 00:03:58,290
Maar dan zegt hij:

61
00:03:58,290 --> 00:04:00,930
Gelukkig is de man die
zijn kracht bij U vindt,

62
00:04:00,930 --> 00:04:04,110
en daar rekent hij zichzelf
misschien wat meer toe.

63
00:04:04,110 --> 00:04:08,190
Misschien behoort hij niet tot die
zalige groep die in Jeruzalem mag wonen,

64
00:04:08,190 --> 00:04:11,250
maar toch behoort hij tot
een grotere zalige groep,

65
00:04:11,250 --> 00:04:13,350
die haar kracht in God heeft.

66
00:04:13,350 --> 00:04:18,870
Terwijl ze door het dal van Baca trekken,
wat eigenlijk ‘moerbeibomen’ betekent,

67
00:04:18,870 --> 00:04:22,050
maar misschien naar een
werkelijk bestaand dal verwijst,

68
00:04:22,050 --> 00:04:25,470
is het idee dat ze door dalen
en dergelijke moeten reizen om

69
00:04:25,470 --> 00:04:27,150
Jeruzalem te bereiken.

70
00:04:27,150 --> 00:04:29,310
Toch is hun kracht in God.

71
00:04:29,310 --> 00:04:31,050
God sterkt hen.

72
00:04:31,050 --> 00:04:34,530
Waarschijnlijk zorgt de hele verwachting
dat ze daar zullen zijn ervoor dat ze

73
00:04:34,530 --> 00:04:37,050
doorgaan en geeft die hun kracht.

74
00:04:37,050 --> 00:04:39,630
De laatste zaligspreking luidt:

75
00:04:39,630 --> 00:04:44,250
HEERE van de legermachten, welzalig
de mens die op U vertrouwt.

76
00:04:44,250 --> 00:04:47,490
Als we teruggaan naar het
begin van de psalm, staat er:

77
00:04:47,490 --> 00:04:51,690
Hoe lieflijk zijn Uw woningen,
HEERE van de legermachten.

78
00:04:51,690 --> 00:04:56,370
ofwel: hoe mooi, lieflijk
en begeerlijk is de tempel.

79
00:04:56,370 --> 00:05:02,610
Mijn ziel verlangt, ja, bezwijkt zelfs van
verlangen naar de voorhoven van de HEERE;

80
00:05:02,610 --> 00:05:06,930
mijn hart en mijn lichaam roepen
het uit tot de levende God.

81
00:05:06,930 --> 00:05:09,150
De tempel had verschillende voorhoven.

82
00:05:09,150 --> 00:05:12,750
Sommige lagen in de openlucht
en andere waren omsloten,

83
00:05:12,750 --> 00:05:17,370
maar hij zou willen dat hij die
voorhoven kon zien. Hij verlangt ernaar.

84
00:05:17,370 --> 00:05:21,150
Wanneer hij in vers 3 naar
de mus en de zwaluw verwijst,

85
00:05:21,150 --> 00:05:24,090
doelt hij waarschijnlijk op
het feit dat zelfs dieren

86
00:05:24,090 --> 00:05:26,430
grotere voorrechten hebben dan hij.

87
00:05:26,430 --> 00:05:29,970
Sommige dieren hebben zelfs
onder de dakranden van de tempel

88
00:05:29,970 --> 00:05:33,330
en in de open voorhof daar
onderdak kunnen vinden.

89
00:05:33,330 --> 00:05:36,390
Er zijn daar ongetwijfeld vogelnesten.

90
00:05:36,390 --> 00:05:40,110
Hij zegt dat die vogels niet
beseffen hoe zalig ze zijn

91
00:05:40,110 --> 00:05:42,870
dat ze zo dicht bij de
tempel kunnen wonen.

92
00:05:42,870 --> 00:05:49,110
Welzalig zijn zij die in Uw huis
wonen, zij loven U voortdurend. Sela

93
00:05:49,110 --> 00:05:50,910
staat er in vers 4.

94
00:05:50,910 --> 00:05:54,030
Wanneer we bij vers 9 komen, staat er:

95
00:05:54,030 --> 00:05:59,910
O God, ons schild, zie en aanschouw
het aangezicht van Uw gezalfde.

96
00:05:59,910 --> 00:06:04,591
Want één dag in Uw voorhoven
is beter dan duizend elders ;

97
00:06:04,591 --> 00:06:09,150
ik verkoos liever te staan op de
drempel van het huis van mijn God dan

98
00:06:09,150 --> 00:06:12,150
lang te wonen in de tenten
van de goddeloosheid.

99
00:06:12,150 --> 00:06:16,890
Blijkbaar bedoelt hij: duizend
dagen waar dan ook elders.

100
00:06:16,890 --> 00:06:22,410
Dat wil zeggen: als ik de keuze had om nog
één dag van mijn leven door te brengen,

101
00:06:22,410 --> 00:06:25,290
en ik kon die in Uw voorhoven doorbrengen,

102
00:06:25,290 --> 00:06:29,070
of anders nog duizend dagen
leven en ergens anders zijn,

103
00:06:29,070 --> 00:06:32,490
dan zou ik liever die ene dag
bij de tempel doorbrengen,

104
00:06:32,490 --> 00:06:34,470
in de aanwezigheid van God.

105
00:06:34,470 --> 00:06:38,430
Met andere woorden, hij
is daar gewoon heel graag,

106
00:06:38,430 --> 00:06:44,070
voor Gods aangezicht en in de aanwezigheid
van de mensen die Hem daar aanbidden.

107
00:06:44,070 --> 00:06:44,790
Hij zegt:

108
00:06:44,790 --> 00:06:47,430
Ik sta liever bij de deur
van het huis van mijn God

109
00:06:47,430 --> 00:06:51,390
dan dat ik in de tenten van slechte
mensen woon, waarmee hij bedoelt:

110
00:06:51,390 --> 00:06:55,410
„Ik zou alles ervoor overhebben om
bij de tempel te kunnen blijven.

111
00:06:55,410 --> 00:06:58,650
De Engelse bijbeltekst
waarop deze uitleg berust,

112
00:06:58,650 --> 00:07:04,290
luidt „I had rather be a doorkeeper”: ik
zou zelfs graag als deurwachter dienen,

113
00:07:04,290 --> 00:07:08,010
liever dan dat ik in het heidense
gebied moet wonen waar ik nu woon,

114
00:07:08,010 --> 00:07:10,590
in de tenten van de goddeloze mensen.

115
00:07:10,590 --> 00:07:13,110
Ik zou liever een
dienaar in Gods huis zijn

116
00:07:13,110 --> 00:07:15,870
dan in de tenten van goddeloosheid wonen.”

117
00:07:15,870 --> 00:07:19,710
Waarschijnlijk verwijst hij daarmee
naar de plaats waar hij werkelijk woont.

118
00:07:19,710 --> 00:07:22,830
Hij zou zich graag vrijwillig
als dienaar aanbieden,

119
00:07:22,830 --> 00:07:27,930
alleen maar om in de tempel te kunnen
blijven en de deuren te openen, enzovoort.

120
00:07:27,930 --> 00:07:31,650
Dit zegt ons natuurlijk ook dat dit
volgens mij de houding van een christen

121
00:07:31,650 --> 00:07:35,370
is: wij zouden liever een
dienaar van de laagste rang zijn

122
00:07:35,370 --> 00:07:39,330
en deel uitmaken van Gods
gezin, van Gods huisgezin,

123
00:07:39,330 --> 00:07:42,570
dan een verheven positie
onder de heidenen hebben.

124
00:07:42,570 --> 00:07:45,330
Het kan iets nederigs
zijn om christen te zijn,

125
00:07:45,330 --> 00:07:50,010
en misschien hebben wij zelfs in de
gemeente geen bijzonder verheven positie.

126
00:07:50,010 --> 00:07:53,310
Maar alleen al deel uitmaken
van de gemeente is zo’n zegen,

127
00:07:53,310 --> 00:07:58,590
dat het niet uitmaakt welke ondergeschikte
taken wij werkelijk moeten uitvoeren.

128
00:07:58,590 --> 00:08:03,030
Misschien zijn wij geen
profeten, apostelen, voorgangers,

129
00:08:03,030 --> 00:08:05,490
leraren of evangelisten.

130
00:08:05,490 --> 00:08:07,890
Misschien zijn wij alleen
maar een deurwachter,

131
00:08:07,890 --> 00:08:11,850
iemand die stoelen klaarzet of
iemand die cassettebandjes kopieert.

132
00:08:11,850 --> 00:08:13,650
Dat is aantrekkelijker dan in de wereld

133
00:08:13,650 --> 00:08:17,850
leven en gewoon deel uitmaken van
het systeem van de goddelozen.

134
00:08:17,850 --> 00:08:19,950
Ik zou liever wat dan ook doen.

135
00:08:19,950 --> 00:08:25,290
Ik zou liever vloeren vegen of toiletten
schoonmaken in het Koninkrijk van God

136
00:08:25,290 --> 00:08:30,030
dan opgeslokt worden door het wereldse
systeem, zelfs als ik rijk zou zijn

137
00:08:30,030 --> 00:08:33,150
en een verheven positie
onder de mensen zou hebben.

138
00:08:33,150 --> 00:08:37,830
Dat is ook wat hij hier zegt, of dat is
tenminste hoe wij het kunnen toepassen.

139
00:08:37,830 --> 00:08:41,850
Hij zegt dat God onze
zon en ons schild is.

140
00:08:41,850 --> 00:08:46,590
De zon vertegenwoordigt natuurlijk de bron
van het leven en de bron van het licht,

141
00:08:46,590 --> 00:08:49,530
en een schild is onze bescherming.

142
00:08:49,530 --> 00:08:53,070
Hij zegt dat Hij genade
en heerlijkheid zal geven.

143
00:08:53,070 --> 00:08:57,330
Genade betekent hier waarschijnlijk
gunst, of mogelijk schoonheid.

144
00:08:57,330 --> 00:09:01,950
Maar wanneer wij het nieuwtestamentische
begrip van genade in dit vers lezen,

145
00:09:01,950 --> 00:09:07,710
kunnen wij zien dat God veel meer
geeft dan alleen schoonheid of gunst.

146
00:09:07,710 --> 00:09:10,590
Hij geeft ons alles wat wij nodig hebben.

147
00:09:10,590 --> 00:09:15,390
In de genade die Hij ons geeft, ligt
alles besloten wat wij nodig hebben.

148
00:09:15,390 --> 00:09:20,370
Hij geeft ons genade in de vorm van Zijn
barmhartige vergeving van onze zonden

149
00:09:20,370 --> 00:09:22,770
en onze aanneming in Zijn gezin.

150
00:09:22,770 --> 00:09:25,650
Maar Hij geeft ons ook
genade om te volharden,

151
00:09:25,650 --> 00:09:30,090
en genade die ons in staat stelt Hem
op een aanvaardbare manier te dienen,

152
00:09:30,090 --> 00:09:34,290
met godvruchtige vrees, en
uiteindelijk heerlijkheid.

153
00:09:34,290 --> 00:09:40,650
Want God, de HEERE, is een zon en een
schild, de HEERE zal genade en eer geven,

154
00:09:40,650 --> 00:09:45,270
Hij zal het goede niet onthouden aan
hen die in oprechtheid hun weg gaan.

155
00:09:45,270 --> 00:09:48,930
Als je oprecht wandelt, zal
God je niets goeds onthouden.

156
00:09:48,930 --> 00:09:52,710
Wij hebben in Psalm 34 vers 10 al gelezen:

157
00:09:52,710 --> 00:09:57,030
Jonge leeuwen lijden armoede en
honger, maar wie de HEERE zoeken,

158
00:09:57,030 --> 00:09:59,370
hebben geen gebrek aan enig goed.

159
00:09:59,370 --> 00:10:02,190
of niets goeds tekortkomen.

160
00:10:02,190 --> 00:10:05,970
Hij zal niets goeds onthouden
aan degenen die oprecht wandelen.

161
00:10:05,970 --> 00:10:11,370
Dat betekent dat alles wat ons onthouden
wordt, niet noodzakelijk goed voor ons is.

162
00:10:11,370 --> 00:10:14,070
Wij gaan verder met Psalm 85.

163
00:10:14,070 --> 00:10:16,830
In de vorige psalm was
er een soort blijdschap,

164
00:10:16,830 --> 00:10:20,310
een vreugde bij de gedachte
weer naar de tempel te gaan.

165
00:10:20,310 --> 00:10:24,810
Maar in deze psalm keren wij terug
naar het oude patroon van klagen,

166
00:10:24,810 --> 00:10:30,450
het oude gebed om kracht,
bevrijding, wraak, enzovoort.

167
00:10:30,450 --> 00:10:33,630
In wezen klaagt hij dat
het nu niet goed gaat.

168
00:10:33,630 --> 00:10:37,770
Aan het begin van deze psalm herinnert
hij zich dat God in het verleden goed is

169
00:10:37,770 --> 00:10:39,450
geweest voor Israël.

170
00:10:39,450 --> 00:10:42,330
Maar dit is eigenlijk
een gebed om opwekking,

171
00:10:42,330 --> 00:10:46,050
een gebed dat God ons
opnieuw zal opwekken.

172
00:10:46,050 --> 00:10:50,430
Dat zijn in feite de woorden
die in vers 6 worden gebruikt:

173
00:10:50,430 --> 00:10:56,190
Toon ons Uw goedertierenheid,
HEERE, geef ons Uw heil.

174
00:10:56,190 --> 00:11:00,210
Wij zouden dit dus kunnen zien
als een gebed om opwekking.

175
00:11:00,210 --> 00:11:06,750
De ongerechtigheid van Uw volk hebt U
weggenomen, U hebt al hun zonden bedekt.

176
00:11:06,750 --> 00:11:07,710
Sela

177
00:11:07,710 --> 00:11:12,930
Dit moet betekenen dat de psalm na de
Babylonische ballingschap is geschreven,

178
00:11:12,930 --> 00:11:17,250
tenzij het alleen verwijst naar
een ommekeer in hun omstandigheden,

179
00:11:17,250 --> 00:11:19,650
naar het herstel van hun voorspoed.

180
00:11:19,650 --> 00:11:25,530
U hebt al Uw verbolgenheid weggenomen, U
hebt Zich van Uw brandende toorn afgewend.

181
00:11:25,530 --> 00:11:30,750
Breng ons terug, o God van ons
heil, doe Uw toorn over ons teniet.

182
00:11:30,750 --> 00:11:33,450
Zult U voor eeuwig toornig op ons zijn,

183
00:11:33,450 --> 00:11:36,870
Uw toorn laten duren van
generatie op generatie?

184
00:11:36,870 --> 00:11:42,030
Zou Ú ons niet weer levend maken,
zodat Uw volk zich in U verblijdt?

185
00:11:42,030 --> 00:11:46,230
Toon ons Uw goedertierenheid,
HEERE, geef ons Uw heil.

186
00:11:46,230 --> 00:11:50,070
Ik zal horen, wat God,
de HEERE, spreken zal,

187
00:11:50,070 --> 00:11:54,450
want Hij zal tot Zijn volk en tot
Zijn gunstelingen van vrede spreken;

188
00:11:54,450 --> 00:11:57,450
maar laten zij niet tot
dwaasheid terugkeren.

189
00:11:57,450 --> 00:12:00,630
Ik zal horen wat God,
de HEERE, spreken zal,

190
00:12:00,630 --> 00:12:05,130
want Hij zal tot Zijn volk en tot
Zijn gunstelingen van vrede spreken;

191
00:12:05,130 --> 00:12:08,250
maar laten zij niet tot
dwaasheid terugkeren.

192
00:12:08,250 --> 00:12:14,070
Ja, Zijn heil is nabij hen die Hem
vrezen, zodat er eer in ons land woont.

193
00:12:14,070 --> 00:12:17,130
Goedertierenheid en
trouw ontmoeten elkaar,

194
00:12:17,130 --> 00:12:20,190
gerechtigheid en vrede kussen elkaar.

195
00:12:20,190 --> 00:12:25,110
Trouw komt op uit de aarde,
gerechtigheid ziet uit de hemel neer.

196
00:12:25,110 --> 00:12:29,370
Ook geeft de HEERE het goede, en
geeft ons land zijn opbrengst.

197
00:12:29,370 --> 00:12:33,450
Gerechtigheid gaat voor Zijn aangezicht
uit, Hij zet haar langs de weg waar

198
00:12:33,450 --> 00:12:35,070
Zijn voetstappen staan.

199
00:12:35,070 --> 00:12:39,390
Dit laatste gedeelte zou gezien kunnen
worden als een beschrijving van opwekking,

200
00:12:39,390 --> 00:12:42,570
of als een beschrijving van
de vruchten van opwekking.

201
00:12:42,570 --> 00:12:45,030
Allereerst staat er in vers 9:

202
00:12:45,030 --> 00:12:48,210
Goedertierenheid en
trouw ontmoeten elkaar,

203
00:12:48,210 --> 00:12:50,911
gerechtigheid en vrede kussen elkaar .

204
00:12:50,911 --> 00:12:54,930
Dat zou beslist de gewenste vrucht
van een echte opwekking zijn:

205
00:12:54,930 --> 00:12:59,610
dat de heerlijkheid van God het land
zou vervullen, in ons land zou wonen,

206
00:12:59,610 --> 00:13:03,030
in plaats van dat de smaad van
de heidenen in ons land woont,

207
00:13:03,030 --> 00:13:05,370
zoals momenteel het geval is.

208
00:13:05,370 --> 00:13:09,510
Vers 10 is moeilijk; het is niet
duidelijk wat de psalmist ermee bedoelde.

209
00:13:09,510 --> 00:13:12,870
We kunnen het echter op een interessante
manier toepassen op het kruis van

210
00:13:12,870 --> 00:13:14,850
Christus, waar staat:

211
00:13:14,850 --> 00:13:18,750
Trouw komt op uit de aarde,
gerechtigheid ziet uit de hemel neer.

212
00:13:18,750 --> 00:13:22,950
Deze twee uitspraken lopen
in wezen parallel aan elkaar.

213
00:13:22,950 --> 00:13:26,310
Barmhartigheid is natuurlijk
het vermogen om te vergeven.

214
00:13:26,310 --> 00:13:30,870
Maar waarheid, of gerechtigheid,
zoals de tweede regel aangeeft,

215
00:13:30,870 --> 00:13:32,970
is natuurlijk rechtvaardigheid.

216
00:13:32,970 --> 00:13:35,610
Het grote wat aan het kruis
tot stand werd gebracht,

217
00:13:35,610 --> 00:13:39,510
was dat barmhartigheid en
rechtvaardigheid elkaar ontmoetten.

218
00:13:39,510 --> 00:13:43,410
Want God moest in Zijn
rechtvaardigheid de zonde oordelen,

219
00:13:43,410 --> 00:13:47,730
maar in Zijn barmhartigheid
wilde Hij onze zonden vergeven.

220
00:13:47,730 --> 00:13:49,350
Dat was het dilemma.

221
00:13:49,350 --> 00:13:53,610
Hoe kon Hij onze zonden vergeven
en toch rechtvaardig blijven?

222
00:13:53,610 --> 00:13:58,830
Hoe kon Hij barmhartigheid tonen zonder
afbreuk te doen aan rechtvaardigheid,

223
00:13:58,830 --> 00:14:00,870
waarheid en gerechtigheid?

224
00:14:00,870 --> 00:14:03,450
Het antwoord is dat Jezus aan het kruis

225
00:14:03,450 --> 00:14:06,150
rechtvaardig voor onze
zonden werd gestraft,

226
00:14:06,150 --> 00:14:08,430
als je dat rechtvaardigheid kunt noemen.

227
00:14:08,430 --> 00:14:12,090
Maar het feit is dat onze
zonden werden gestraft.

228
00:14:12,090 --> 00:14:14,310
Zo werd aan de eis van het recht voldaan,

229
00:14:14,310 --> 00:14:17,490
maar werd het oordeel
niet aan ons voltrokken.

230
00:14:17,490 --> 00:14:22,830
Het trof een plaatsvervanger, zodat God
tegelijkertijd barmhartigheid kon tonen

231
00:14:22,830 --> 00:14:26,910
en Zijn rechtvaardigheid
en waarheid kon handhaven.

232
00:14:26,910 --> 00:14:30,510
Zo hebben barmhartigheid
en waarheid elkaar ontmoet.

233
00:14:30,510 --> 00:14:33,990
Eigenlijk is het kruis de enige
plaats waar dit is gebeurd,

234
00:14:33,990 --> 00:14:39,150
al is het moeilijk om precies te weten
wat de psalmist bedoelde toen hij dit zei.

235
00:14:39,150 --> 00:14:41,610
Uit vergeving komt vrede voort,

236
00:14:41,610 --> 00:14:45,150
en gerechtigheid betekent
hier rechtvaardigheid.

237
00:14:45,150 --> 00:14:49,950
Dat wil zeggen: Gods rechtvaardigheid
hoeft niet langer in toorn tot uiting te

238
00:14:49,950 --> 00:14:53,010
komen, maar Zijn
rechtvaardigheid kan blijken

239
00:14:53,010 --> 00:14:55,770
doordat Hij ons vrede
en barmhartigheid geeft.

240
00:14:55,770 --> 00:14:59,850
Ook geeft de HEERE het goede, en
geeft ons land zijn opbrengst.

241
00:14:59,850 --> 00:15:03,930
In het geval van een opwekking, wanneer
de heerlijkheid van de Heere in ons land

242
00:15:03,930 --> 00:15:07,590
woont en barmhartigheid en
waarheid elkaar hebben ontmoet,

243
00:15:07,590 --> 00:15:10,170
zal de waarheid uit de aarde opkomen.

244
00:15:10,170 --> 00:15:13,410
Dat wil zeggen: zij zal worden verkondigd.

245
00:15:13,410 --> 00:15:18,870
Ik geloof dat de waarheid over de hele
aarde verkondigd en gepredikt zal worden.

246
00:15:18,870 --> 00:15:23,250
De woorden „en geeft ons
land zijn opbrengst” verwezen

247
00:15:23,250 --> 00:15:26,610
voor de psalmist waarschijnlijk
naar landbouwgewassen.

248
00:15:26,610 --> 00:15:30,570
Gerechtigheid gaat voor Zijn aangezicht
uit, Hij zet haar langs de weg waar

249
00:15:30,570 --> 00:15:32,250
Zijn voetstappen staan.

250
00:15:32,250 --> 00:15:35,610
Wij zouden eerder denken in
termen van geestelijke vrucht,

251
00:15:35,610 --> 00:15:39,030
of zelfs van mensen die zich
tot het christendom bekeren als

252
00:15:39,030 --> 00:15:40,890
vrucht van de opwekking.

253
00:15:40,890 --> 00:15:44,790
Gerechtigheid gaat voor Zijn aangezicht
uit, Hij zet haar langs de weg waar

254
00:15:44,790 --> 00:15:46,410
Zijn voetstappen staan.

255
00:15:46,410 --> 00:15:50,850
Als we dit op grond van vers 6 mogen
zien als een roep om opwekking,

256
00:15:50,850 --> 00:15:53,430
dan zou de opwekking
waarnaar wij verlangen

257
00:15:53,430 --> 00:15:57,750
behoud en heerlijkheid in het
land omvatten, zoals in vers 9;

258
00:15:57,750 --> 00:16:01,950
barmhartigheid en waarheid
waaraan geen afbreuk wordt gedaan;

259
00:16:01,950 --> 00:16:05,670
en waarheid die uit de aarde
opkomt, dat wil zeggen:

260
00:16:05,670 --> 00:16:08,790
de verkondiging van Gods
waarheid in het evangelie,

261
00:16:08,790 --> 00:16:12,990
waarbij het evangelie tijdens de
opwekking verder wordt verbreid.

262
00:16:12,990 --> 00:16:16,770
In vers 12 verwijst het feit
dat God de opbrengst geeft,

263
00:16:16,770 --> 00:16:19,410
of dat de aarde haar
opbrengst voortbrengt,

264
00:16:19,410 --> 00:16:23,730
misschien naar mensen die zich bekeren,
en ook naar het feit dat wij ertoe worden

265
00:16:23,730 --> 00:16:28,050
gebracht om in Gods wegen, of in
Zijn voetstappen, te wandelen.

266
00:16:28,050 --> 00:16:32,910
Nu hebben we weer een
psalm van David, Psalm 86.

267
00:16:32,910 --> 00:16:36,270
We hebben al heel lang
geen psalm van David gehad.

268
00:16:36,270 --> 00:16:41,070
We hebben de psalmen van Asaf gehad
en psalmen van de zonen van Korach,

269
00:16:41,070 --> 00:16:43,770
die allemaal verschillende
tempelzangers waren.

270
00:16:43,770 --> 00:16:48,270
Maar nu verschijnt David zelf weer
ten tonele met een van zijn psalmen.

271
00:16:48,270 --> 00:16:51,690
Die verschilt niet veel van
sommige van zijn andere psalmen

272
00:16:51,690 --> 00:16:54,990
en heeft er in feite
veel punten mee gemeen.

273
00:16:54,990 --> 00:17:00,390
Neig Uw oor, HEERE, verhoor mij,
want ik ben ellendig en arm.

274
00:17:00,390 --> 00:17:07,230
Deze uitspraak deed hij in Psalm 40,
vers 17, en ook in Psalm 70, vers 5:

275
00:17:07,230 --> 00:17:11,370
Ík ben wel ellendig en arm,
maar de Heere denkt aan mij.

276
00:17:11,370 --> 00:17:16,230
U bent mijn Helper en mijn Bevrijder;
mijn God, wacht niet langer!

277
00:17:16,230 --> 00:17:20,310
Bewaar mijn ziel, want ik ben
Uw gunsteling; U, mijn God,

278
00:17:20,310 --> 00:17:23,310
verlos Uw dienaar, die op U vertrouwt.

279
00:17:23,310 --> 00:17:28,110
Met „Uw gunsteling” wordt hier
bedoeld: ik ben voor God afgezonderd.

280
00:17:28,110 --> 00:17:32,370
Wees mij genadig, Heere, want
ik roep tot U de hele dag.

281
00:17:32,370 --> 00:17:37,650
Verblijd de ziel van Uw dienaar, want
tot U, Heere, hef ik mijn ziel op.

282
00:17:37,650 --> 00:17:42,330
U, Heere, bent immers goed,
mild om te vergeven en

283
00:17:42,330 --> 00:17:45,930
rijk aan goedertierenheid
voor allen die U aanroepen.

284
00:17:45,930 --> 00:17:48,750
David zei dat in Psalm 25:

285
00:17:48,750 --> 00:17:53,610
mijn God, op U vertrouw ik; beth
laat mij niet beschaamd worden,

286
00:17:53,610 --> 00:17:57,210
laat mijn vijanden niet van
vreugde over mij opspringen.

287
00:17:57,210 --> 00:18:01,950
Dat wil zeggen: ik leg mijn
zaak en mijn leven in Uw handen.

288
00:18:01,950 --> 00:18:07,710
HEERE, neem mijn gebed ter ore,
sla acht op mijn luide smeekbeden.

289
00:18:07,710 --> 00:18:12,750
De verwijzing naar overvloedige
barmhartigheid staat ook in Psalm 103.

290
00:18:12,750 --> 00:18:17,190
In de dag van mijn benauwdheid
roep ik U aan, want U verhoort mij.

291
00:18:17,190 --> 00:18:22,950
Onder de goden is niemand U gelijk,
Heere; werken als de Uwe zijn er niet.

292
00:18:22,950 --> 00:18:28,110
Al de heidenvolken, die U gemaakt
hebt, Heere, zullen komen,

293
00:18:28,110 --> 00:18:32,610
zich voor Uw aangezicht
neerbuigen en Uw Naam eren.

294
00:18:32,610 --> 00:18:37,350
waarmee hij de goden van de
heidenen bedoelt, de valse goden.

295
00:18:37,350 --> 00:18:40,890
Onder hen is er niemand die
met Hem te vergelijken is.

296
00:18:40,890 --> 00:18:46,470
Want U bent groot en doet
wonderen, U bent God, U alleen.

297
00:18:46,470 --> 00:18:50,910
Deze psalm klinkt interessant
genoeg ook door in Openbaring 15,

298
00:18:50,910 --> 00:18:55,530
want daar staat het Lied van Mozes
en het Lied van het Lam opgetekend.

299
00:18:55,530 --> 00:19:00,210
In Openbaring 15 zien we de heiligen
in de hemel dit lied zingen,

300
00:19:00,210 --> 00:19:04,950
en het wordt omschreven als het Lied
van Mozes en het Lied van het Lam.

301
00:19:04,950 --> 00:19:07,650
Het Lied van Mozes wordt hier genoemd.

302
00:19:07,650 --> 00:19:10,470
Laten we de passage in Openbaring lezen.

303
00:19:10,470 --> 00:19:16,770
Daarna gaan we terug naar deze psalm om te
bespreken hoe dit in Openbaring 15:3 en 4

304
00:19:16,770 --> 00:19:19,110
tot uiting komt. Er staat:

305
00:19:19,110 --> 00:19:22,950
En zij zongen het lied van
Mozes, de dienstknecht van God,

306
00:19:22,950 --> 00:19:28,890
en het lied van het Lam, met de woorden:
Groot en wonderbaarlijk zijn Uw werken,

307
00:19:28,890 --> 00:19:34,410
Heere, almachtige God; rechtvaardig
en waarachtig zijn Uw wegen,

308
00:19:34,410 --> 00:19:36,210
Koning van de heiligen!

309
00:19:36,210 --> 00:19:40,530
Wie zou U niet vrezen, Heere,
en Uw Naam niet verheerlijken?

310
00:19:40,530 --> 00:19:43,410
Immers, U alleen bent heilig.

311
00:19:43,410 --> 00:19:46,590
Want alle volken zullen
komen en U aanbidden,

312
00:19:46,590 --> 00:19:49,950
want Uw oordelen zijn openbaar geworden.

313
00:19:49,950 --> 00:19:52,710
Aan het eind van vers 3, waar staat:

314
00:19:52,710 --> 00:19:57,870
Koning van de heiligen, lezen de
beste beschikbare teksten in feite:

315
00:19:57,870 --> 00:20:01,770
Koning van de volken, en niet
‘Koning van de heiligen’:

316
00:20:01,770 --> 00:20:05,790
Rechtvaardig en betrouwbaar zijn
uw wegen, Koning van de volken.

317
00:20:05,790 --> 00:20:10,650
Wie zou niet bang voor u zijn, Heer,
en uw naam eren? Want u bent heilig.

318
00:20:10,650 --> 00:20:15,450
Alle volken zullen komen en u aanbidden,
want uw oordelen zijn openbaar geworden.

319
00:20:15,450 --> 00:20:20,250
Als je teruggaat naar Psalm 86, zie je
veel van die kenmerken hier in de verzen

320
00:20:20,250 --> 00:20:21,510
8 en 9.

321
00:20:21,510 --> 00:20:26,190
Het lied van Mozes werd gezongen
in Exodus 15, en daar zeiden ze:

322
00:20:26,190 --> 00:20:29,370
Wie is als U onder de goden, HEERE?

323
00:20:29,370 --> 00:20:35,010
Wie is als U, verheerlijkt in
heiligheid, ontzagwekkend in lofzangen,

324
00:20:35,010 --> 00:20:36,810
U Die wonderen doet?

325
00:20:36,810 --> 00:20:39,810
Hier hebben we in Psalm 86:8:

326
00:20:39,810 --> 00:20:44,190
Al de heidenvolken, die U gemaakt
hebt, Heere, zullen komen,

327
00:20:44,190 --> 00:20:48,450
zich voor Uw aangezicht
neerbuigen en Uw Naam eren.

328
00:20:48,450 --> 00:20:51,870
Het lied van Mozes klinkt
dus door in dit vers.

329
00:20:51,870 --> 00:20:57,210
Dan hebben we in vers 9 het lied van het
Lam, dat in Openbaring wordt genoemd:

330
00:20:57,210 --> 00:21:02,430
Want U bent groot en doet
wonderen, U bent God, U alleen.

331
00:21:02,430 --> 00:21:05,790
Die woorden zijn bijna precies
hetzelfde terug te vinden in vers

332
00:21:05,790 --> 00:21:08,910
4 van Openbaring 15. Er staat:

333
00:21:08,910 --> 00:21:14,130
Leer mij, HEERE, Uw weg, ik
zal in Uw waarheid wandelen,

334
00:21:14,130 --> 00:21:18,090
maak mijn hart één om Uw Naam te vrezen.

335
00:21:18,090 --> 00:21:21,810
Heere, mijn God, ik zal U
loven met heel mijn hart,

336
00:21:21,810 --> 00:21:25,110
ik zal Uw Naam voor eeuwig eren.

337
00:21:25,110 --> 00:21:28,050
Dit vers is interessant. Er staat:

338
00:21:28,050 --> 00:21:32,730
Leer mij uw weg, Heer, dan zal
ik volgens uw waarheid leven.

339
00:21:32,730 --> 00:21:37,170
Als U mij Uw waarheid laat
zien, zal ik daarnaar leven.

340
00:21:37,170 --> 00:21:41,790
Laat mij zien welke weg ik moet
gaan, en ik zal die weg gaan.

341
00:21:41,790 --> 00:21:45,570
Dit is de man die al besloten
heeft God te gehoorzamen.

342
00:21:45,570 --> 00:21:48,210
Hij weet alleen nog niet
wat God van hem vraagt.

343
00:21:48,210 --> 00:21:51,810
Jezus zei in Johannes 7:17:

344
00:21:51,810 --> 00:21:55,110
Als iemand de wil heeft
om Zijn wil te doen,

345
00:21:55,110 --> 00:21:58,470
zal hij van dit onderricht
weten of het uit God is,

346
00:21:58,470 --> 00:22:00,810
of dat Ik vanuit Mijzelf spreek.

347
00:22:00,810 --> 00:22:05,130
dat wil zeggen: als iemand
bereid is Gods wil te doen:

348
00:22:05,130 --> 00:22:10,350
dan zal hij weten of die leer van God
komt of dat ik namens mezelf spreek.

349
00:22:10,350 --> 00:22:15,150
Dat wil zeggen: als iemand al
bereid is God te gehoorzamen,

350
00:22:15,150 --> 00:22:17,430
zal Hij het hem laten weten.

351
00:22:17,430 --> 00:22:23,070
Hier laat David zien dat hij die
bereidheid inderdaad heeft. Hij zegt:

352
00:22:23,070 --> 00:22:25,830
Ik zal volgens uw waarheid leven.

353
00:22:25,830 --> 00:22:28,050
Leer mij gewoon uw weg.

354
00:22:28,050 --> 00:22:31,470
Ik hoef alleen maar te
weten wat die weg is.

355
00:22:31,470 --> 00:22:36,150
Voor sommige mensen zal het niets
uithalen als ze Gods wegen kennen.

356
00:22:36,150 --> 00:22:39,930
Ze hebben er geen belangstelling
voor om Zijn wegen te gaan.

357
00:22:39,930 --> 00:22:45,510
Maar er is een groep mensen die al
besloten heeft dat ze God zullen volgen.

358
00:22:45,510 --> 00:22:51,690
Het enige probleem dat dan nog overblijft,
is te weten waar Hij wil dat ze heen gaan.

359
00:22:51,690 --> 00:22:56,430
Ik hoop beslist dat jullie
allemaal tot die groep behoren.

360
00:22:56,430 --> 00:23:01,410
Vroeger verbaasde het me dat er mensen
waren die niet tot die groep behoorden,

361
00:23:01,410 --> 00:23:05,790
dat er mensen waren die nog niet
hadden besloten of ze God wel of

362
00:23:05,790 --> 00:23:07,830
niet zouden gehoorzamen.

363
00:23:07,830 --> 00:23:12,570
Maar dat is gewoon een fundamenteel
verschil tussen sommige mensen:

364
00:23:12,570 --> 00:23:18,270
degenen die besloten hebben God te volgen
en degenen die dat niet hebben gedaan.

365
00:23:18,270 --> 00:23:21,150
Degenen die besloten hebben God te volgen,

366
00:23:21,150 --> 00:23:26,670
hebben besloten dat ze alles zullen
doen wat Hij zegt. Ze zijn bereid.

367
00:23:26,670 --> 00:23:31,650
Daarom zal Hij hun Zijn weg leren, zodat
ze in Zijn waarheid kunnen wandelen.

368
00:23:31,650 --> 00:23:33,150
Wanneer er staat:

369
00:23:33,150 --> 00:23:37,650
Leer mij, HEERE, Uw weg, ik
zal in Uw waarheid wandelen,

370
00:23:37,650 --> 00:23:41,250
maak mijn hart één om Uw Naam te vrezen.

371
00:23:41,250 --> 00:23:46,050
betekenen de woorden „maak mijn hart
één” natuurlijk dat het verenigd wordt.

372
00:23:46,050 --> 00:23:49,950
Het suggereert dat hij in zekere
zin een verdeeld hart heeft,

373
00:23:49,950 --> 00:23:52,650
zoals Paulus in Romeinen 7 zegt:

374
00:23:52,650 --> 00:23:57,810
Wat ik namelijk teweegbreng, doorzie ik
niet, want niet wat ik wil, dat doe ik,

375
00:23:57,810 --> 00:23:59,970
maar wat ik haat, dat doe ik.

376
00:23:59,970 --> 00:24:01,950
enzovoort, enzovoort.

377
00:24:01,950 --> 00:24:07,350
In feite zegt hij: ‘God, verenig
mijn hele hart om U te volgen,

378
00:24:07,350 --> 00:24:11,310
in plaats van toe te laten dat er
tegenstrijdige beginselen in mij strijden

379
00:24:11,310 --> 00:24:13,470
over de vraag of ik dat zal doen.’

380
00:24:13,470 --> 00:24:18,210
Want Uw goedertierenheid is groot over
mij, U hebt mijn ziel aan het diepst van

381
00:24:18,210 --> 00:24:19,890
het graf ontrukt.

382
00:24:19,890 --> 00:24:22,770
O God, hoogmoedigen staan tegen mij op,

383
00:24:22,770 --> 00:24:27,631
een horde geweldplegers staat mij naar
het leven, zij houden U niet voor ogen .

384
00:24:27,631 --> 00:24:32,070
Maar U, Heere, bent een
barmhartig en genadig God,

385
00:24:32,070 --> 00:24:35,850
geduldig en rijk aan
goedertierenheid en trouw.

386
00:24:35,850 --> 00:24:41,310
Wend U tot mij en wees mij
genadig, geef Uw dienaar Uw kracht,

387
00:24:41,310 --> 00:24:43,770
verlos de zoon van Uw dienares.

388
00:24:43,770 --> 00:24:49,110
Doe aan mij een teken ten goede; zodat wie
mij haten het zien en beschaamd worden,

389
00:24:49,110 --> 00:24:53,550
wanneer Ú, HEERE, mij
geholpen en getroost hebt.

390
00:24:53,550 --> 00:24:57,570
Dit is hetzelfde soort verzoek dat
David vaak in zijn psalmen doet.

391
00:24:57,570 --> 00:25:02,010
Hij roept God aan om hem te helpen
en hem te redden van de hoogmoedigen

392
00:25:02,010 --> 00:25:05,610
en van de gewelddadige mannen
die in vers 14 worden genoemd

393
00:25:05,610 --> 00:25:08,070
en die het op zijn leven hebben gemunt.

394
00:25:08,070 --> 00:25:12,210
Psalm 87 is een korte
psalm over de stad van God,

395
00:25:12,210 --> 00:25:14,310
en de tekst doet een beetje vreemd aan.

396
00:25:14,310 --> 00:25:17,610
Maar het zal de moeite waard
zijn om erover na te denken

397
00:25:17,610 --> 00:25:20,550
vanwege de dingen die
erin verborgen liggen.

398
00:25:20,550 --> 00:25:25,770
Paulus lijkt erop te zinspelen wanneer hij
spreekt over het Jeruzalem dat boven is

399
00:25:25,770 --> 00:25:27,870
en dat de moeder van ons allen is.

400
00:25:27,870 --> 00:25:31,830
We zingen trouwens ook
uit deze psalm. Er staat:

401
00:25:31,830 --> 00:25:35,550
Zijn fundament rust op de heilige bergen.

402
00:25:35,550 --> 00:25:41,370
De HEERE heeft de poorten van Sion
lief boven alle woningen van Jakob.

403
00:25:41,370 --> 00:25:46,290
Zeer heerlijke dingen worden
over u gesproken, stad van God!

404
00:25:46,290 --> 00:25:53,730
Sela Ik noem Rahab en Babel onder wie Mij
kennen; zie, de Filistijn en de Tyriër,

405
00:25:53,730 --> 00:25:57,030
met de Cusjiet: die zijn daar geboren.

406
00:25:57,030 --> 00:26:01,710
Van Sion wordt gezegd: Man
voor man is erin geboren.

407
00:26:01,710 --> 00:26:04,590
De Allerhoogste Zelf
doet haar standhouden.

408
00:26:04,590 --> 00:26:09,030
De HEERE telt hen erbij, wanneer
Hij de volken opschrijft, en zegt:

409
00:26:09,030 --> 00:26:11,250
Deze is daar geboren.

410
00:26:11,250 --> 00:26:17,730
Sela De zangers evenals zij die in reien
dansen, zingen: Al mijn bronnen zijn in u!

411
00:26:17,730 --> 00:26:21,690
Je zult sommige van die regels
herkennen uit het lied dat wij zingen.

412
00:26:21,690 --> 00:26:25,350
In wezen spreekt hij over de
verheven status van Jeruzalem,

413
00:26:25,350 --> 00:26:27,930
van de stad van God op de berg Sion,

414
00:26:27,930 --> 00:26:32,790
en over het feit dat God die stad
meer liefheeft dan alle andere steden,

415
00:26:32,790 --> 00:26:34,530
zelfs die in Israël.

416
00:26:34,530 --> 00:26:36,870
Dat is wat hij in vers 2 zegt.

417
00:26:36,870 --> 00:26:38,250
Wanneer er staat:

418
00:26:38,250 --> 00:26:41,910
Zijn fundament rust op de heilige bergen.

419
00:26:41,910 --> 00:26:45,150
Met ‘de heilige bergen’ uit vers 1

420
00:26:45,150 --> 00:26:49,170
wordt dan waarschijnlijk de bergketen
bedoeld waarvan de berg Sion deel

421
00:26:49,170 --> 00:26:52,410
uitmaakte en waarop Jeruzalem gebouwd was.

422
00:26:52,410 --> 00:26:54,990
Het betekent dat Hij in deze bergen,

423
00:26:54,990 --> 00:26:59,550
die heilig zijn geworden omdat God
ervoor heeft gekozen daar te wonen,

424
00:26:59,550 --> 00:27:01,290
een fundament heeft gelegd.

425
00:27:01,290 --> 00:27:03,750
Dat is het fundament van Zijn stad.

426
00:27:03,750 --> 00:27:06,810
In vers 3 zegt hij tegen de stad van God:

427
00:27:06,810 --> 00:27:09,090
Er worden prachtige dingen over je gezegd.

428
00:27:09,090 --> 00:27:13,950
Nu kan dat betekenen dat mensen de stad
op luisterrijke wijze hebben geprezen.

429
00:27:13,950 --> 00:27:17,730
Dat is heel goed mogelijk, want
de stad was gewoon prachtig.

430
00:27:17,730 --> 00:27:22,830
De stad was prachtig, en vooral de
tempel was bedekt met goud en ivoor.

431
00:27:22,830 --> 00:27:25,410
Het was gewoon een prachtig schouwspel.

432
00:27:25,410 --> 00:27:29,370
Een reiziger die ’s morgens vanuit het
westen naar Jeruzalem keek, denk ik,

433
00:27:29,370 --> 00:27:33,630
of vanuit het oosten, zou zelfs de
weerspiegeling van de opkomende zon

434
00:27:33,630 --> 00:27:36,270
op de gouden koepel van de tempel zien.

435
00:27:36,270 --> 00:27:42,150
Het zou eruitzien alsof de hele stad van
goud of van glas of zoiets gemaakt was.

436
00:27:42,150 --> 00:27:43,830
Dus wanneer hij zegt:

437
00:27:43,830 --> 00:27:46,290
Er worden prachtige dingen over je gezegd,

438
00:27:46,290 --> 00:27:49,710
dan zou dat natuurlijk kunnen
betekenen dat er veel vleiende woorden

439
00:27:49,710 --> 00:27:52,590
over de schoonheid van
de stad zijn gesproken.

440
00:27:52,590 --> 00:27:54,630
Maar als we dit op de gemeente toepassen,

441
00:27:54,630 --> 00:27:58,230
zoals Paulus volgens mij deze
psalm op de gemeente toepast,

442
00:27:58,230 --> 00:28:02,010
dan hebben de heerlijke dingen
die over ons, de gemeente,

443
00:28:02,010 --> 00:28:05,250
worden gezegd te maken met
onze heerlijke toekomst:

444
00:28:05,250 --> 00:28:10,290
het feit dat de heerlijkheid van de
Heere op het volk van God zal rusten.

445
00:28:10,290 --> 00:28:11,910
De Schrift zegt:

446
00:28:11,910 --> 00:28:17,010
Sta op, word verlicht, want uw licht
komt en de heerlijkheid van de HEERE

447
00:28:17,010 --> 00:28:18,630
gaat over u op.

448
00:28:18,630 --> 00:28:22,650
Dat zijn dus de heerlijke dingen
die over de gemeente worden gezegd.

449
00:28:22,650 --> 00:28:28,110
De heerlijkheid van de Heere woont in
haar en zal over haar opgaan en door alle

450
00:28:28,110 --> 00:28:31,110
vlees worden gezien. De Bijbel zegt:

451
00:28:31,110 --> 00:28:34,650
De heerlijkheid van de HEERE
zal geopenbaard worden,

452
00:28:34,650 --> 00:28:40,230
en alle vlees tezamen zal het zien, want
de mond van de HEERE heeft gesproken.

453
00:28:40,230 --> 00:28:43,530
Ik geloof dat die heerlijkheid
door Zijn volk in de gemeente

454
00:28:43,530 --> 00:28:44,850
geopenbaard zal worden.

455
00:28:44,850 --> 00:28:48,750
De heerlijkheid van de Heere
moet dus op ons te zien zijn.

456
00:28:48,750 --> 00:28:53,730
Wij gaan van heerlijkheid tot heerlijkheid
over in datzelfde beeld van Hem.

457
00:28:53,730 --> 00:28:56,730
Dat is de heerlijke
bestemming van de gemeente.

458
00:28:56,730 --> 00:28:59,670
De heerlijke dingen die over
de gemeente worden gezegd,

459
00:28:59,670 --> 00:29:01,890
hebben te maken met onze bestemming.

460
00:29:01,890 --> 00:29:06,150
Nu benadrukt elk van deze
verzen, vers 4 tot en met 6,

461
00:29:06,150 --> 00:29:08,910
dat bepaalde mensen daar geboren zijn.

462
00:29:08,910 --> 00:29:12,870
Blijkbaar geeft hij te kennen dat
het een bijzonder voorrecht is om

463
00:29:12,870 --> 00:29:15,990
als staatsburger van de
stad geboren te zijn.

464
00:29:15,990 --> 00:29:21,510
Hij verwijst herhaaldelijk naar degenen
die daar geboren zijn: eenmaal in vers 4,

465
00:29:21,510 --> 00:29:25,590
eenmaal in vers 5 en eenmaal in vers 6.

466
00:29:25,590 --> 00:29:27,570
Vers 6 zegt zelfs:

467
00:29:27,570 --> 00:29:31,890
De HEERE telt hen erbij, wanneer
Hij de volken opschrijft, en zegt:

468
00:29:31,890 --> 00:29:35,010
Deze is daar geboren. Sela

469
00:29:35,010 --> 00:29:39,450
Met andere woorden, God Zelf vindt
het vermeldenswaardig als iemand een

470
00:29:39,450 --> 00:29:41,730
vrijgeboren staatsburger was.

471
00:29:41,730 --> 00:29:46,050
Denk eraan, het lijkt bijna op het
Romeinse burgerschap van Paulus.

472
00:29:46,050 --> 00:29:50,910
Hij was een vrijgeboren staatsburger,
waardoor hij zelfs een hogere aanspraak

473
00:29:50,910 --> 00:29:56,070
had dan die andere hoofdman van de wacht
die hem uit de handen van de Joden redde.

474
00:29:56,070 --> 00:30:00,810
Die man had voor zijn burgerschap
betaald, maar Paulus was vrijgeboren.

475
00:30:00,810 --> 00:30:05,910
Hij was in een Romeinse provincie geboren
en had daarom een bijzondere status

476
00:30:05,910 --> 00:30:09,030
als vrijgeboren Romeins staatsburger.

477
00:30:09,030 --> 00:30:14,310
Welnu, wij zijn als vrijgeboren
staatsburgers in het Koninkrijk van God,

478
00:30:14,310 --> 00:30:19,110
in de gemeente, in de stad van
God, omdat wij wedergeboren zijn,

479
00:30:19,110 --> 00:30:21,630
en zo zijn wij erin gekomen.

480
00:30:21,630 --> 00:30:25,530
Wanneer je wedergeboren wordt,
word je in de stad van God geboren.

481
00:30:25,530 --> 00:30:29,550
Dus de een en de ander
zijn in haar geboren.

482
00:30:29,550 --> 00:30:33,510
In vers 4 worden verschillende
heidense volken genoemd,

483
00:30:33,510 --> 00:30:38,550
en de gedachte is dat mensen uit deze
volken in haar geboren zullen worden.

484
00:30:38,550 --> 00:30:39,870
Hoe kan dat nu?

485
00:30:39,870 --> 00:30:44,790
Als hij over proselieten sprak, zou
hij kunnen spreken over Babyloniërs en

486
00:30:44,790 --> 00:30:50,010
Filistijnen en zulke mensen, die kwamen,
proseliet van het jodendom werden

487
00:30:50,010 --> 00:30:52,230
en in Jeruzalem gingen wonen.

488
00:30:52,230 --> 00:30:56,190
Maar hoe kon hij zeggen dat
zij daar geboren zouden worden?

489
00:30:56,190 --> 00:31:01,290
Ik geloof dat dit een profetie over de
gemeente is: mensen uit alle volken,

490
00:31:01,290 --> 00:31:05,970
uit alle heidense volken, zullen
wedergeboren worden en de status

491
00:31:05,970 --> 00:31:11,370
krijgen van geboren zonen van de
gemeente, van geboren staatsburgers.

492
00:31:11,370 --> 00:31:15,330
Ik denk dat dit hier bedoeld
wordt wanneer hij Rachab noemt.

493
00:31:15,330 --> 00:31:18,450
Het gaat niet over Rachab, de hoer.

494
00:31:18,450 --> 00:31:21,930
Rachab is in feite een
symbolische naam voor Egypte.

495
00:31:21,930 --> 00:31:26,550
Dat blijkt duidelijk uit enkele andere
plaatsen waar het woord wordt gebruikt.

496
00:31:26,550 --> 00:31:30,330
In Psalm 89, vers 10,
wordt het zo gebruikt.

497
00:31:30,330 --> 00:31:35,190
Ook in Jesaja 51:9 en op andere plaatsen.

498
00:31:35,190 --> 00:31:37,650
Rachab is een verwijzing naar Egypte.

499
00:31:37,650 --> 00:31:42,510
Hij noemt dus Rachab,
oftewel Egypte, en Babylon.

500
00:31:42,510 --> 00:31:47,190
Die eerste twee die worden genoemd, waren
de twee grote vijanden van de Joden.

501
00:31:47,190 --> 00:31:51,270
Het waren de twee volken die Israël
in gevangenschap hadden weggevoerd.

502
00:31:51,270 --> 00:31:55,290
De Joden waren gevangenen
geweest in Egypte en in Babylon.

503
00:31:55,290 --> 00:32:00,090
En toch zouden ook die volken, hoewel
ze de grote vijanden van de Joden waren,

504
00:32:00,090 --> 00:32:02,550
een deel krijgen in de stad van God.

505
00:32:02,550 --> 00:32:07,470
En hij spreekt over
Filistea, Tyrus en Ethiopië.

506
00:32:07,470 --> 00:32:10,110
Filistea was in feite een naburig land.

507
00:32:10,110 --> 00:32:14,190
De Filistijnen woonden tussen de Joden
en werden nooit volledig door de Joden

508
00:32:14,190 --> 00:32:16,170
verdreven of overwonnen.

509
00:32:16,170 --> 00:32:20,130
De Filistijnen waren dus een
doorn in het vlees van de Joden.

510
00:32:20,130 --> 00:32:23,850
Tyrus vertegenwoordigde de rijke
heidense buur in het noorden,

511
00:32:23,850 --> 00:32:27,330
en Ethiopië vertegenwoordigt
de volken in het zuiden.

512
00:32:27,330 --> 00:32:30,630
Er wordt dus in wezen gezegd dat
verschillende heidense volken

513
00:32:30,630 --> 00:32:32,970
werkelijk een aandeel zullen hebben.

514
00:32:32,970 --> 00:32:36,930
Zelfs volken die vroeger vijanden
van de Joden waren geweest,

515
00:32:36,930 --> 00:32:41,190
zullen geen vijanden meer zijn,
maar van hen zal worden gezegd:

516
00:32:41,190 --> 00:32:42,990
Deze is daar geboren.

517
00:32:42,990 --> 00:32:46,590
Nu is dat een moeilijk te
begrijpen vers, vers 4.

518
00:32:46,590 --> 00:32:50,310
Het is moeilijk om het vloeiend
te lezen, want er staat:

519
00:32:50,310 --> 00:32:54,390
Van Sion wordt gezegd: Man
voor man is erin geboren.

520
00:32:54,390 --> 00:32:57,030
De Allerhoogste Zelf
doet haar standhouden.

521
00:32:57,030 --> 00:32:59,070
Maar zoals het in het Hebreeuws staat,

522
00:32:59,070 --> 00:33:02,370
maakt het eigenlijk duidelijk dat
er wordt gezegd dat mensen uit deze

523
00:33:02,370 --> 00:33:07,170
volken er aanspraak op zullen kunnen
maken geboren zonen van Jeruzalem te zijn.

524
00:33:07,170 --> 00:33:09,090
En in vers 5 staat:

525
00:33:09,090 --> 00:33:13,651
De HEERE telt hen erbij , wanneer
Hij de volken opschrijft, en zegt :

526
00:33:13,651 --> 00:33:16,050
Deze is daar geboren. Sela

527
00:33:16,050 --> 00:33:19,890
Nu ontbreekt er in die eerste regel
van vers 5 een woord dat wel in

528
00:33:19,890 --> 00:33:21,810
de Septuaginta staat.

529
00:33:21,810 --> 00:33:25,711
De Septuaginta voegt het woord
‘moeder’ toe, zodat er staat —

530
00:33:25,711 --> 00:33:30,990
de New English Bible volgt bijvoorbeeld
de versie van de Septuaginta:

531
00:33:30,990 --> 00:33:36,150
En Sion zal een moeder worden genoemd in
wie mensen van elk ras worden geboren.

532
00:33:36,150 --> 00:33:38,430
Dat is een interessante gedachte.

533
00:33:38,430 --> 00:33:41,550
Zo vertaalt de New English Bible vers 5,

534
00:33:41,550 --> 00:33:46,290
en daarvoor volgen de vertalers de
versie van de Septuaginta. Er staat:

535
00:33:46,290 --> 00:33:51,030
Jeruzalem, of Sion, zal een moeder
worden genoemd in wie mensen van elk

536
00:33:51,030 --> 00:33:52,110
ras worden geboren.

537
00:33:52,110 --> 00:33:55,530
Dat is interessant, want toen
Paulus aan de Galaten schreef,

538
00:33:55,530 --> 00:33:58,590
zei hij in Galaten 4:26:

539
00:33:58,590 --> 00:34:03,510
Maar het Jeruzalem dat boven is, is
vrij, en dat is de moeder van ons allen.

540
00:34:03,510 --> 00:34:08,130
Nu zou ‘ons allen’ verwijzen naar
hemzelf, een Jood, en naar de Galaten,

541
00:34:08,130 --> 00:34:09,750
die heidenen zijn.

542
00:34:09,750 --> 00:34:12,930
Mensen van alle rassen worden
uit deze moeder geboren,

543
00:34:12,930 --> 00:34:15,390
dit Jeruzalem dat boven is.

544
00:34:15,390 --> 00:34:18,330
Paulus nam deze uitspraak
hier in vers 5 dus

545
00:34:18,330 --> 00:34:21,330
en paste die toe op het hemelse Jeruzalem.

546
00:34:21,330 --> 00:34:24,930
En volgens Paulus is wat hier
over Jeruzalem wordt gezegd

547
00:34:24,930 --> 00:34:27,750
dus werkelijk van
toepassing op de gemeente.

548
00:34:27,750 --> 00:34:31,290
Het is in feite een profetie
van het feit dat heidenen deel

549
00:34:31,290 --> 00:34:33,450
zullen uitmaken van de gemeente.

550
00:34:33,450 --> 00:34:37,950
Zij zullen dezelfde status hebben
als vrijgeboren Joden van Jeruzalem,

551
00:34:37,950 --> 00:34:39,930
als burgers van Jeruzalem.

552
00:34:39,930 --> 00:34:43,950
Maar het gaat natuurlijk om het
geestelijke Jeruzalem, de gemeente.

553
00:34:43,950 --> 00:34:48,390
En er staat dat zelfs de Heere dit zal
erkennen en dat Hij hen erbij zal rekenen

554
00:34:48,390 --> 00:34:51,990
wanneer Hij de volken
opschrijft. En Hij zal zeggen:

555
00:34:51,990 --> 00:34:53,730
Deze is daar geboren.

556
00:34:53,730 --> 00:34:57,990
Dus in Zijn boek zullen zelfs de
heidenen die binnenkomen en Hem kennen,

557
00:34:57,990 --> 00:35:00,510
als geboren burgers worden gerekend.

558
00:35:00,510 --> 00:35:02,550
Dan staat er in vers 7:

559
00:35:02,550 --> 00:35:08,790
De zangers evenals zij die in reien
dansen, zingen: Al mijn bronnen zijn in u!

560
00:35:08,790 --> 00:35:13,350
Het is dus een plaats van vreugde,
van muziek en dans, enzovoort.

561
00:35:13,350 --> 00:35:15,930
De verwijzing naar „Al mijn bronnen”

562
00:35:15,930 --> 00:35:18,990
herinnert ons aan een andere
psalm over de stad van God

563
00:35:18,990 --> 00:35:22,350
die we eerder behandeld hebben, Psalm 46.

564
00:35:22,350 --> 00:35:25,350
Daar staat in Psalm 46:4:

565
00:35:25,350 --> 00:35:30,270
De beekjes van de rivier verblijden
de stad van God, het heiligdom,

566
00:35:30,270 --> 00:35:32,250
de woningen van de Allerhoogste.

567
00:35:32,250 --> 00:35:35,490
Er is een rivier waarvan
de bronnen, of de stromen,

568
00:35:35,490 --> 00:35:38,190
de stad van God blij zullen maken.

569
00:35:38,190 --> 00:35:43,830
Hier zegt hij tegen de stad van
God: „Al mijn bronnen zijn in u.”

570
00:35:43,830 --> 00:35:46,170
Blijkbaar zijn het bronnen van vreugde.

571
00:35:46,170 --> 00:35:51,630
Deze rivier die de stad van God blij
maakt, wordt genoemd in Ezechiël 47.

572
00:35:51,630 --> 00:35:55,290
Daar staat een symbolische
beschrijving van deze grote rivier

573
00:35:55,290 --> 00:35:59,730
die vanuit de stad van God onder
de troon van God vandaan stroomt.

574
00:35:59,730 --> 00:36:04,470
Dit is Ezechiël 47, en
wanneer we bij Ezechiël komen,

575
00:36:04,470 --> 00:36:08,670
zullen we het hebben over deze passage,
waarin veel moeilijkheden zitten.

576
00:36:08,670 --> 00:36:10,770
Maar het hoofdstuk begint zo:

577
00:36:10,770 --> 00:36:13,770
Daarna bracht Hij mij terug
naar de ingang van het huis,

578
00:36:13,770 --> 00:36:15,690
waarmee de tempel wordt bedoeld,

579
00:36:15,690 --> 00:36:21,630
en zie, er stroomde water uit, van onder
de drempel van het huis naar het oosten,

580
00:36:21,630 --> 00:36:24,930
want de voorkant van het
huis lag naar het oosten.

581
00:36:24,930 --> 00:36:29,430
Het water stroomde naar beneden van
onder de rechterzijde van het huis,

582
00:36:29,430 --> 00:36:31,350
ten zuiden van het altaar.

583
00:36:31,350 --> 00:36:34,890
Vervolgens bracht Hij mij naar
buiten via de noorderpoort,

584
00:36:34,890 --> 00:36:38,190
enzovoort. Er wordt
gesproken over het water dat

585
00:36:38,190 --> 00:36:41,010
onder de drempel van de
tempel vandaan stroomt.

586
00:36:41,010 --> 00:36:46,830
In Openbaring hoofdstuk 21
of 22, vers 1 tot en met 5,

587
00:36:46,830 --> 00:36:51,510
wordt een rivier beschreven die onder
de troon van God vandaan stroomt.

588
00:36:51,510 --> 00:36:55,410
Dit zijn allemaal symbolische
voorstellingen en geen letterlijke,

589
00:36:55,410 --> 00:37:00,090
maar het idee is dat vanuit Gods
aanwezigheid, die in de stad van God is,

590
00:37:00,090 --> 00:37:03,750
de rivier van zegen, de
rivier van vreugde en vrede,

591
00:37:03,750 --> 00:37:06,690
en alle zegeningen van
God naar buiten stromen.

592
00:37:06,690 --> 00:37:11,310
Alle bronnen waaruit ik verkwikking
put, zijn te vinden in de stad van God

593
00:37:11,310 --> 00:37:13,950
en in God Zelf, Die daar woont.

594
00:37:13,950 --> 00:37:15,810
Dat is wat hier wordt gezegd.

595
00:37:15,810 --> 00:37:21,430
Nu is Psalm 88 een van die weinige psalmen
— het zijn er eigenlijk maar drie —

596
00:37:21,430 --> 00:37:23,970
die geen positieve kant hebben.

597
00:37:23,970 --> 00:37:29,010
Veel psalmen beginnen met klachten en
eindigen dan met uitingen van vertrouwen.

598
00:37:29,010 --> 00:37:32,610
Deze bestaat echter helemaal
tot aan het einde uit klachten.

599
00:37:32,610 --> 00:37:34,830
Er zijn nog twee andere die zo zijn,

600
00:37:34,830 --> 00:37:37,530
zoals we al zeiden toen
we ze eerder langsliepen.

601
00:37:37,530 --> 00:37:38,790
Er staat:

602
00:37:38,790 --> 00:37:44,250
Laat mijn gebed voor Uw aangezicht
komen, neig Uw oor tot mijn roepen.

603
00:37:44,250 --> 00:37:49,770
Dit is geschreven door Heman, de Ezrahiet,
die slechts één van de psalmen schreef.

604
00:37:49,770 --> 00:37:51,030
Dat is deze.

605
00:37:51,030 --> 00:37:53,490
Hij had ons niets positiefs te bieden.

606
00:37:53,490 --> 00:37:54,930
Maar er staat:

607
00:37:54,930 --> 00:38:00,210
Laat mijn gebed voor Uw aangezicht
komen, neig Uw oor tot mijn roepen.

608
00:38:00,210 --> 00:38:05,550
Want mijn ziel is verzadigd van ellende,
mijn leven raakt bijna het graf.

609
00:38:05,550 --> 00:38:09,030
Ik word gerekend tot hen
die in de kuil neerdalen,

610
00:38:09,030 --> 00:38:14,670
ik ben geworden als een man zonder
kracht, afgezonderd onder de doden,

611
00:38:14,670 --> 00:38:20,130
net als de gesneuvelden, die in het
graf liggen: aan hen denkt U niet meer!

612
00:38:20,130 --> 00:38:22,590
Zíj zijn afgesneden van Uw hand.

613
00:38:22,590 --> 00:38:28,110
U hebt mij in de onderste kuil gelegd,
in duistere oorden, in diepten.

614
00:38:28,110 --> 00:38:34,050
Uw grimmigheid leunt op mij, U hebt
mij neergedrukt door al Uw golven.

615
00:38:34,050 --> 00:38:37,590
Sela Mijn bekenden hebt
U ver van mij verwijderd,

616
00:38:37,590 --> 00:38:40,530
U hebt mij tot iets
gruwelijks voor hen gemaakt;

617
00:38:40,530 --> 00:38:43,890
ik ben opgesloten en
kan er niet uit komen.

618
00:38:43,890 --> 00:38:49,530
Mijn oog is treurig van ellende;
HEERE, ik roep tot U de hele dag,

619
00:38:49,530 --> 00:38:51,690
ik strek mijn handen naar U uit.

620
00:38:51,690 --> 00:38:53,970
Zou U wonderen doen aan de doden?

621
00:38:53,970 --> 00:38:57,210
Of zouden gestorvenen opstaan en U loven?

622
00:38:57,210 --> 00:39:01,170
Sela Zou er van Uw goedertierenheid
in het graf verteld worden,

623
00:39:01,170 --> 00:39:03,330
van Uw trouw in het verderf?

624
00:39:03,330 --> 00:39:05,850
Dit wekt de indruk dat
ze dat niet zullen doen,

625
00:39:05,850 --> 00:39:09,090
maar natuurlijk weten we dat
sommigen dat wel zullen doen.

626
00:39:09,090 --> 00:39:12,030
Zouden Uw wonderen bekend
worden in de duisternis,

627
00:39:12,030 --> 00:39:14,970
Uw gerechtigheid in het
land van vergetelheid?

628
00:39:14,970 --> 00:39:20,910
Ik echter, ik roep tot U, HEERE, mijn
gebed komt U tegemoet in de morgen.

629
00:39:20,910 --> 00:39:26,790
Dat wil zeggen: in het land van de
doden, waar het aardse leven vergeten is.

630
00:39:26,790 --> 00:39:29,910
HEERE, waarom verstoot U mijn ziel?

631
00:39:29,910 --> 00:39:33,390
Waarom verbergt U Uw aangezicht voor mij?

632
00:39:33,390 --> 00:39:40,230
Ellendig ben ik en stervende van jongs af,
ik draag Uw bedreigingen, ik ben radeloos.

633
00:39:40,230 --> 00:39:45,690
Uw brandende toorn gaat over mij heen,
Uw verschrikkingen doen mij omkomen.

634
00:39:45,690 --> 00:39:50,910
De hele dag omringen ze mij als
water, ze omsingelen mij, allemaal.

635
00:39:50,910 --> 00:39:56,190
Geliefden en vrienden hebt U ver van mij
verwijderd, mijn bekenden zijn duisternis.

636
00:39:56,190 --> 00:40:00,390
Sommige van deze uitspraken zijn
echo's van dingen die David had gezegd,

637
00:40:00,390 --> 00:40:03,810
hoewel deze psalm duidelijk
niet van David is.

638
00:40:03,810 --> 00:40:07,590
In Psalm 38 verwees hij ernaar
dat zijn geliefden en vrienden

639
00:40:07,590 --> 00:40:11,370
niets met hem te maken wilden
hebben vanwege de slag van God

640
00:40:11,370 --> 00:40:15,810
die hem getroffen had en de ziekte
die van God over hem gekomen was.

641
00:40:15,810 --> 00:40:18,330
Hier hebben we dus een man die klaagt.

642
00:40:18,330 --> 00:40:21,090
Hij heeft niets nieuws om over te klagen.

643
00:40:21,090 --> 00:40:26,550
Over alles waarover hij klaagt, had David
bij andere gelegenheden ook geklaagd.

644
00:40:26,550 --> 00:40:30,030
Anders dan David kwam deze
man niet tot de overwinning.

645
00:40:30,030 --> 00:40:34,230
Hij begint en eindigt zo
ongeveer in somberheid en daarin

646
00:40:34,230 --> 00:40:36,030
komt geen verandering.

647
00:40:36,030 --> 00:40:40,650
De meeste gebeden waarvan in elk
geval vaststaat dat ze van David zijn,

648
00:40:40,650 --> 00:40:45,150
eindigen daarentegen wel op een
positieve en optimistische toon.

649
00:40:45,150 --> 00:40:49,830
Want doordat hij in de tijd van zijn
crisis ging bidden, vond hij verlichting.

650
00:40:49,830 --> 00:40:54,330
Psalm 89 is de laatste psalm in
het derde boek van de Psalmen.

651
00:40:54,330 --> 00:40:59,970
Bedenk dat er vijf boeken zijn, en
het derde boek eindigt met Psalm 89.

652
00:40:59,970 --> 00:41:02,190
Deze is van een andere Ezrahiet.

653
00:41:02,190 --> 00:41:07,230
De psalm die we zojuist hebben
gelezen, is van Heman, de Ezrahiet.

654
00:41:07,230 --> 00:41:10,050
Deze is van Ethan, de Ezrahiet.

655
00:41:10,050 --> 00:41:12,990
We weten niets over die
mannen of wie ze waren.

656
00:41:12,990 --> 00:41:17,910
De psalm begint positief, maar herinnert
God in wezen aan het verbond dat Hij

657
00:41:17,910 --> 00:41:19,770
met David sloot.

658
00:41:19,770 --> 00:41:23,730
Het verbond dat Hij met David
sloot, hield in dat het David

659
00:41:23,730 --> 00:41:28,230
nooit zou ontbreken aan een man die
in Jeruzalem op de troon zou zitten,

660
00:41:28,230 --> 00:41:34,410
en dat God uit het nageslacht van David de
Messias zou doen opstaan om voortdurend,

661
00:41:34,410 --> 00:41:37,170
eeuwig, in Jeruzalem te regeren.

662
00:41:37,170 --> 00:41:40,770
Dat is de belofte waarop
hier gezinspeeld zal worden.

663
00:41:40,770 --> 00:41:43,890
En de vraag die in deze
psalm wordt gesteld, is:

664
00:41:43,890 --> 00:41:46,530
wat is er ooit met die belofte gebeurd?

665
00:41:46,530 --> 00:41:49,410
Wat is er ooit met dat verbond gebeurd?

666
00:41:49,410 --> 00:41:50,490
Er staat:

667
00:41:50,490 --> 00:41:55,110
Ik zal de blijken van goedertierenheid
van de HEERE eeuwig bezingen,

668
00:41:55,110 --> 00:41:59,610
van generatie op generatie Uw
trouw met mijn mond bekendmaken.

669
00:41:59,610 --> 00:42:04,470
Want ik heb gezegd: Uw goedertierenheid
zal voor eeuwig gebouwd worden;

670
00:42:04,470 --> 00:42:08,550
Uw trouw hebt U vast doen
staan in de hemel zelf.

671
00:42:08,550 --> 00:42:13,770
Ik heb — sprak U — een verbond
gesloten met Mijn uitverkorene,

672
00:42:13,770 --> 00:42:16,590
Ik heb Mijn dienaar David gezworen:

673
00:42:16,590 --> 00:42:19,350
Hij citeerde wat God had gezegd.

674
00:42:19,350 --> 00:42:23,790
Daarom looft de hemel
Uw wonderen, HEERE, ja,

675
00:42:23,790 --> 00:42:27,570
prijst men Uw trouw in de
gemeente van de heiligen.

676
00:42:27,570 --> 00:42:30,210
dat is wat God tegen David had gezegd.

677
00:42:30,210 --> 00:42:35,970
Vervolgens noemt de psalm Egypte
en de twee bergen Tabor en Hermon.

678
00:42:35,970 --> 00:42:39,990
Dan spreekt hij over het verbond
dat met David werd gesloten.

679
00:42:39,990 --> 00:42:42,870
In de eerste verzen heeft
hij daar al naar verwezen.

680
00:42:42,870 --> 00:42:46,170
Nu gaat hij er wat dieper op in. Er staat:

681
00:42:46,170 --> 00:42:52,530
Ik heb David, Mijn dienaar, gevonden;
met Mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd.

682
00:42:52,530 --> 00:42:57,390
Mijn hand zal hem doen standhouden,
ja, Mijn arm zal hem sterk maken.

683
00:42:57,390 --> 00:43:02,970
Geen vijand zal hem overweldigen, geen
onrechtvaardige zal hem onderdrukken.

684
00:43:02,970 --> 00:43:07,111
Maar Ik zal zijn tegenstanders
verpletteren voor zijn ogen ,

685
00:43:07,111 --> 00:43:09,330
wie hem haten, zal Ik treffen.

686
00:43:09,330 --> 00:43:13,290
Mijn trouw en Mijn goedertierenheid
zullen met hem zijn,

687
00:43:13,290 --> 00:43:16,410
zijn hoorn zal in Mijn
Naam opgeheven worden.

688
00:43:16,410 --> 00:43:20,670
Ik zal zijn hand op de zee leggen,
zijn rechterhand op de rivieren.

689
00:43:20,670 --> 00:43:26,730
Híj zal tot Mij roepen: U bent mijn
Vader, mijn God en de rots van mijn heil.

690
00:43:26,730 --> 00:43:30,390
Ja, Ík zal hem tot een
eerstgeboren zoon maken,

691
00:43:30,390 --> 00:43:33,210
tot de allerhoogste van
de koningen van de aarde.

692
00:43:33,210 --> 00:43:37,050
Ik zal Mijn goedertierenheid
tegenover hem voor eeuwig houden,

693
00:43:37,050 --> 00:43:39,510
aan Mijn verbond met hem trouw blijven.

694
00:43:39,510 --> 00:43:43,050
Ik zal zijn nageslacht voor
eeuwig laten bestaan en zijn

695
00:43:43,050 --> 00:43:44,910
troon als de dagen van de hemel.

696
00:43:44,910 --> 00:43:49,830
Als zijn kinderen Mijn wet verlaten
en in Mijn bepalingen niet gaan,

697
00:43:49,830 --> 00:43:53,190
Dit is het verbond dat
met David werd gesloten.

698
00:43:53,190 --> 00:43:58,110
als zij Mijn verordeningen ontheiligen
en Mijn geboden niet in acht nemen,

699
00:43:58,110 --> 00:44:00,810
dan zal Ik hun overtreding
met de roede straffen

700
00:44:00,810 --> 00:44:03,330
en hun ongerechtigheid met slagen.

701
00:44:03,330 --> 00:44:09,630
Maar Mijn goedertierenheid zal Ik bij hem
niet wegnemen en in Mijn trouw niet falen.

702
00:44:09,630 --> 00:44:13,650
Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen
en wat over Mijn lippen gekomen

703
00:44:13,650 --> 00:44:15,870
is, niet veranderen.

704
00:44:15,870 --> 00:44:20,910
Eens heb Ik gezworen bij Mijn heiligheid:
Nooit zal Ik tegen David liegen!

705
00:44:20,910 --> 00:44:25,950
Zijn nageslacht zal voor eeuwig
blijven, zijn troon zal vóór Mij zijn,

706
00:44:25,950 --> 00:44:27,450
vast als de zon.

707
00:44:27,450 --> 00:44:31,170
De meeste van deze laatste verzen
die we zojuist hebben gelezen,

708
00:44:31,170 --> 00:44:35,490
vooral het gedeelte waarin staat dat
zijn nageslacht getuchtigd zal worden

709
00:44:35,490 --> 00:44:39,210
als zij zondigen maar niet
volledig verstoten zal worden,

710
00:44:39,210 --> 00:44:44,370
zijn rechtstreeks ontleend aan de
belofte die in 2 Samuel, hoofdstuk 7,

711
00:44:44,370 --> 00:44:46,290
aan David werd gedaan.

712
00:44:46,290 --> 00:44:48,450
In vers 36 staat:

713
00:44:48,450 --> 00:44:51,990
Hij zal voor eeuwig
standhouden, zoals de maan;

714
00:44:51,990 --> 00:44:56,670
de getuige hoog aan de
hemel is trouw. Sela

715
00:44:56,670 --> 00:45:00,990
Er werd dus gezegd dat de troon
van David eeuwig zou zijn.

716
00:45:00,990 --> 00:45:06,030
Wat er gebeurde, was dat de Babyloniërs
de dynastie van David gedurende de

717
00:45:06,030 --> 00:45:08,850
zeventigjarige ballingschap omverwierpen.

718
00:45:08,850 --> 00:45:12,330
Daarna bleven de Joden wachten
op het herstel van de troon.

719
00:45:12,330 --> 00:45:16,890
Hij werd hersteld toen Jezus erop
plaatsnam, niet letterlijk in Jeruzalem,

720
00:45:16,890 --> 00:45:18,450
maar in de hemel.

721
00:45:18,450 --> 00:45:21,690
En zo wordt de belofte
in Christus vervuld.

722
00:45:21,690 --> 00:45:27,330
Zijn troon is voor eeuwig en altijd en zal
langer standhouden dan de zon of de maan.

723
00:45:27,330 --> 00:45:29,490
Maar de schrijver begreep dat niet.

724
00:45:29,490 --> 00:45:35,190
Daarom zegt hij in vers 38 vol verbazing,
in het licht van deze beloften:

725
00:45:35,190 --> 00:45:38,430
U hebt het verbond met
Uw dienaar tenietgedaan,

726
00:45:38,430 --> 00:45:42,811
U hebt zijn diadeem ontheiligd
en op de aarde geworpen .

727
00:45:42,811 --> 00:45:45,870
Daarmee verwijst hij naar de
Babylonische ballingschap.

728
00:45:45,870 --> 00:45:50,490
Deze laatste uitspraak in vers 52
is waarschijnlijk niet van Ethan,

729
00:45:50,490 --> 00:45:54,570
de Ezrahiet, maar van degene
die het boek heeft samengesteld.

730
00:45:54,570 --> 00:45:57,330
Dit is het einde van het
derde boek van de Psalmen,

731
00:45:57,330 --> 00:46:01,710
en elk van de boeken eindigt met een
min of meer vergelijkbare uitspraak.

732
00:46:01,710 --> 00:46:06,090
Wie de Psalmen ook heeft samengesteld, hij
heeft aan het einde van elk boek gewoon

733
00:46:06,090 --> 00:46:08,070
een doxologie geplaatst:

734
00:46:08,070 --> 00:46:10,890
De HEERE zij voor eeuwig geloofd.

735
00:46:10,890 --> 00:46:12,990
Amen, ja, amen.

736
00:46:12,990 --> 00:46:17,430
Maar het boek zelf eindigt eigenlijk
met een heel deprimerend tafereel.

737
00:46:17,430 --> 00:46:22,230
Hij herinnert God aan alle verheven
beloften die Hij aan David heeft gedaan.

738
00:46:22,230 --> 00:46:23,430
Dan zegt hij:

739
00:46:23,430 --> 00:46:26,670
U hebt het verbond met
Uw dienaar tenietgedaan,

740
00:46:26,670 --> 00:46:30,571
U hebt zijn diadeem ontheiligd
en op de aarde geworpen .

741
00:46:30,571 --> 00:46:36,030
U hebt een bres geslagen in al zijn muren,
U hebt zijn vestingen in puin gelegd.

742
00:46:36,030 --> 00:46:39,030
Alle voorbijgangers op de
weg hebben hem beroofd;

743
00:46:39,030 --> 00:46:41,490
zijn buren is hij tot smaad geworden.

744
00:46:41,490 --> 00:46:44,490
U hebt de rechterhand van
zijn tegenstanders verheven,

745
00:46:44,490 --> 00:46:46,770
U hebt al zijn vijanden verblijd.

746
00:46:46,770 --> 00:46:49,890
Ja, U hebt de scherpte
van zijn zwaard gekeerd,

747
00:46:49,890 --> 00:46:52,830
U hebt hem in de strijd
geen stand doen houden.

748
00:46:52,830 --> 00:46:58,050
U hebt zijn luister doen ophouden, U
hebt zijn troon op de aarde neergestoten.

749
00:46:58,050 --> 00:47:02,910
U hebt de dagen van zijn jeugd verkort,
U hebt hem met schaamte bedekt.

750
00:47:02,910 --> 00:47:05,010
Sela Hoelang nog , HEERE?

751
00:47:05,010 --> 00:47:07,230
Zult U Zich voor altijd verbergen?

752
00:47:07,230 --> 00:47:10,170
Hoelang zal Uw grimmigheid
branden als een vuur?

753
00:47:10,170 --> 00:47:13,890
Het idee is dat God Zijn
verbond niet heeft gehouden,

754
00:47:13,890 --> 00:47:16,830
maar in werkelijkheid
heeft Hij dat wel gedaan.

755
00:47:16,830 --> 00:47:20,070
Hij zei dat Hij hen met de
roede van mensen zou tuchtigen

756
00:47:20,070 --> 00:47:24,630
als de zonen van David
goddeloos handelden. God zei:

757
00:47:24,630 --> 00:47:29,851
Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal
Mij tot een zoon zijn, wat wil zeggen :

758
00:47:29,851 --> 00:47:34,590
als hij zich misdraagt, zal Ik hem
terechtwijzen met een stok als van mensen

759
00:47:34,590 --> 00:47:37,230
en met slagen als van mensenkinderen.

760
00:47:37,230 --> 00:47:40,590
Maar Mijn goedertierenheid
zal van hem niet wijken,

761
00:47:40,590 --> 00:47:46,170
zoals Ik die deed wijken van Saul,
die Ik voor uw ogen weggenomen heb.

762
00:47:46,170 --> 00:47:50,490
Daarmee wordt bedoeld dat God het
recht had om iedere zoon van David

763
00:47:50,490 --> 00:47:53,370
die Hij wilde te tuchtigen of te straffen,

764
00:47:53,370 --> 00:47:56,910
maar dat Zijn belofte van
barmhartigheid jegens David

765
00:47:56,910 --> 00:47:59,070
uiteindelijk vervuld zou worden.

766
00:47:59,070 --> 00:48:03,510
De vaste weldaden van David zouden
uiteindelijk gegeven worden.

767
00:48:03,510 --> 00:48:08,610
In Handelingen 13 zegt Paulus dat God,
door Jezus uit de dood op te wekken,

768
00:48:08,610 --> 00:48:11,910
de vaste weldadigheden van David vervulde.

769
00:48:11,910 --> 00:48:16,170
Hij vervulde daadwerkelijk de
belofte die aan David was gedaan door

770
00:48:16,170 --> 00:48:18,570
Jezus uit de dood op te wekken.

771
00:48:18,570 --> 00:48:23,370
En zo hebben zij lange tijd onder de
roede van mensen geleden, werkelijk waar.

772
00:48:23,370 --> 00:48:27,510
Vanaf de Babylonische ballingschap heeft
er nooit meer een koning op de troon

773
00:48:27,510 --> 00:48:29,250
in Jeruzalem gezeten.

774
00:48:29,250 --> 00:48:33,690
Toen zij uit de Babylonische ballingschap
terugkeerden, was Zerubbabel,

775
00:48:33,690 --> 00:48:38,430
de stadhouder, wel uit de stam
Juda en uit het geslacht van David,

776
00:48:38,430 --> 00:48:40,290
maar hij is nooit koning geweest.

777
00:48:40,290 --> 00:48:45,030
Tijdens de periode van de Makkabeeën
leden zij vaak onder de roede van mensen:

778
00:48:45,030 --> 00:48:50,250
die van de Grieken, de Assyriërs,
de Egyptenaren en de Romeinen.

779
00:48:50,250 --> 00:48:54,690
Maar uiteindelijk, helemaal
aan het eind, kwam Jezus.

780
00:48:54,690 --> 00:48:57,690
En zo werden die beloften vervuld.

781
00:48:57,690 --> 00:49:00,330
Deze psalm werd in de
tussentijd geschreven,

782
00:49:00,330 --> 00:49:05,190
toen het huis van David nog altijd de
roede van Gods tuchtiging onderging,

783
00:49:05,190 --> 00:49:10,410
maar de vervulling nog niet was
gezien: dat God Zijn Messias zou zenden

784
00:49:10,410 --> 00:49:13,590
om de beloften te vervullen
die aan David waren gedaan.
