1
00:00:02,070 --> 00:00:04,410
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,410 --> 00:00:11,370
Deze keer behandelen we Romeinen
1, vers 18 tot en met vers 32.

3
00:00:11,370 --> 00:00:16,650
We waren uitvoerig aan het
praten over Romeinen 1:16-17,

4
00:00:16,650 --> 00:00:20,130
waar Paulus in het kort samenvat
wat in wezen de boodschap van het

5
00:00:20,130 --> 00:00:21,870
boek Romeinen is.

6
00:00:21,870 --> 00:00:24,390
In een paar woorden vertelt hij ons dat

7
00:00:24,390 --> 00:00:27,390
Want ik schaam mij niet voor
het Evangelie van Christus,

8
00:00:27,390 --> 00:00:31,770
want het is een kracht van God tot
zaligheid voor ieder die gelooft,

9
00:00:31,770 --> 00:00:34,770
eerst voor de Jood, en ook voor de Griek.

10
00:00:34,770 --> 00:00:40,530
Want de gerechtigheid van God wordt
daarin geopenbaard uit geloof tot geloof,

11
00:00:40,530 --> 00:00:45,690
zoals geschreven is: Maar de
rechtvaardige zal uit het geloof leven.

12
00:00:45,690 --> 00:00:50,850
Het is een gerechtigheid die tot ieder
komt door geloof, zoals Habakuk zei:

13
00:00:50,850 --> 00:00:55,050
Zie, zijn ziel is hoogmoedig,
niet oprecht in hem,

14
00:00:55,050 --> 00:00:58,470
maar de rechtvaardige zal
door zijn geloof leven.

15
00:00:58,470 --> 00:01:01,770
We zullen daar niet verder op
ingaan; het is te diepgaand

16
00:01:01,770 --> 00:01:05,370
en we hebben er de tijd
niet voor. We gaan verder.

17
00:01:05,370 --> 00:01:09,570
Veel van wat ik zeg over veel gedeelten
van Romeinen zijn eigenlijk vrij

18
00:01:09,570 --> 00:01:13,470
standaard dingen, die je toch
overal hoort waar Romeinen door

19
00:01:13,470 --> 00:01:15,450
protestanten wordt onderwezen.

20
00:01:15,450 --> 00:01:19,170
Maar er zijn een paar plekken waar
ik de dingen aanzienlijk anders zie,

21
00:01:19,170 --> 00:01:21,750
en we komen nu bij een van die plekken.

22
00:01:21,750 --> 00:01:24,030
Ik heb je verteld dat er een standaard,

23
00:01:24,030 --> 00:01:28,830
populaire indeling van Romeinen
bestaat die leraren gewoonlijk volgen,

24
00:01:28,830 --> 00:01:31,710
die ik ook volgde en
die mij is aangeleerd,

25
00:01:31,710 --> 00:01:34,350
en die je in veel commentaren aantreft.

26
00:01:34,350 --> 00:01:37,950
En die komt hierop neer --
denk eraan -- dat Romeinen

27
00:01:37,950 --> 00:01:41,790
1 tot en met 8 wordt gezien als
een uiteenzetting van het behoud,

28
00:01:41,790 --> 00:01:45,450
waarvan de eerste drie hoofdstukken
gewijd zijn aan het laten zien dat

29
00:01:45,450 --> 00:01:47,190
wij zondaars zijn.

30
00:01:47,190 --> 00:01:51,930
Dan zetten hoofdstuk 4 en 5 de
rechtvaardiging door geloof uiteen.

31
00:01:51,930 --> 00:01:56,670
En hoofdstuk 6, 7 en 8
zetten de heiliging uiteen.

32
00:01:56,670 --> 00:02:00,990
Zo wordt er weleens gezegd dat Paulus,
binnen de ruimte van hoofdstuk 1 tot en

33
00:02:00,990 --> 00:02:06,150
met 8, begint met ons onze
behoefte aan behoud te laten zien,

34
00:02:06,150 --> 00:02:10,230
en dat hij vervolgens in de daaropvolgende
hoofdstukken spreekt over de verschillende

35
00:02:10,230 --> 00:02:14,430
aspecten van het behoud,
rechtvaardiging en heiliging.

36
00:02:14,430 --> 00:02:18,810
Op maar een klein detail na ben ik
het eens met die algemene indeling.

37
00:02:18,810 --> 00:02:22,470
Maar ik geloof wel dat er in de
meeste behandelingen van deze eerste

38
00:02:22,470 --> 00:02:26,130
drie hoofdstukken iets belangrijks
over het hoofd wordt gezien.

39
00:02:26,130 --> 00:02:31,170
En dat komt grotendeels doordat christenen
de Bijbel vaak lezen met de bedoeling een

40
00:02:31,170 --> 00:02:36,210
theologisch standpunt te bewijzen dat zij
als rechtzinnig beschouwen en waarvoor zij

41
00:02:36,210 --> 00:02:37,830
bewijs willen vinden.

42
00:02:37,830 --> 00:02:42,270
Romeinen 1 levert bruikbare
teksten, en Romeinen 3 ook,

43
00:02:42,270 --> 00:02:46,170
die op het oppervlak misschien bepaalde
opvattingen lijken te ondersteunen

44
00:02:46,170 --> 00:02:50,670
die standaard zijn geworden in het
evangelische christendom -- opvattingen

45
00:02:50,670 --> 00:02:54,930
waar ik overigens zelf mee instem,
maar waarvan ik niet denk dat ze

46
00:02:54,930 --> 00:02:58,350
noodzakelijkerwijs door deze
teksten worden ondersteund.

47
00:02:58,350 --> 00:03:00,570
Het gaat mij er niet zozeer om een bepaald

48
00:03:00,570 --> 00:03:03,870
religieus systeem te
steunen of te ontkrachten,

49
00:03:03,870 --> 00:03:08,670
als wel om te zien wat de tekst
zegt en te zien waar dat ons brengt.

50
00:03:08,670 --> 00:03:13,230
Mensen zouden achterdochtig kunnen zijn
bij zo'n voorbehoud, omdat ze denken: nou,

51
00:03:13,230 --> 00:03:16,050
iedereen wil toch zijn eigen
leerstellingen promoten.

52
00:03:16,050 --> 00:03:18,810
Nou, ik doe dat niet
zozeer als sommige mensen,

53
00:03:18,810 --> 00:03:21,870
want het kan mij persoonlijk
niet schelen of jij het met mijn

54
00:03:21,870 --> 00:03:23,490
leerstellingen eens bent.

55
00:03:23,490 --> 00:03:28,290
Ik ben er niet in geïnteresseerd om een
gemeenschap van overeenstemming te creëren

56
00:03:28,290 --> 00:03:30,510
rond bepaalde leerstellige punten.

57
00:03:30,510 --> 00:03:35,130
Ik ben veel meer geïnteresseerd in het
feit dat ik ooit voor God zal staan

58
00:03:35,130 --> 00:03:40,110
en Hem zal horen zeggen: 'Ik heb je de
gelegenheid gegeven om te onderwijzen.

59
00:03:40,110 --> 00:03:41,670
Hoe heb je het gedaan?'

60
00:03:41,670 --> 00:03:45,990
En dan wil ik zeggen: 'Ik heb het
gedaan zo eerlijk als ik kon.'

61
00:03:45,990 --> 00:03:48,630
Dus wat ik deed, was naar de tekst kijken,

62
00:03:48,630 --> 00:03:52,890
en als een vers een leerstelling niet
ondersteunde -- zelfs een leerstelling die

63
00:03:52,890 --> 00:03:58,110
ik zelf mooi vond -- dan gebruikte ik het
niet om die leerstelling te ondersteunen,

64
00:03:58,110 --> 00:04:02,790
omdat ik wilde zeggen wat het Woord
van God zegt, waar ik dat maar kon.

65
00:04:02,790 --> 00:04:07,050
En in dit opzicht kan het lijken alsof ik
het oneens ben met sommige leerstellingen

66
00:04:07,050 --> 00:04:10,230
die gewoonlijk uit deze
gedeelten worden onderwezen,

67
00:04:10,230 --> 00:04:12,630
terwijl ik het in
werkelijkheid misschien niet

68
00:04:12,630 --> 00:04:15,090
oneens ben met de leerstellingen zelf.

69
00:04:15,090 --> 00:04:19,350
Ik zeg alleen dat men de richting
van het gedeelte verkeerd leest.

70
00:04:19,350 --> 00:04:23,310
Men haalt uit het gedeelte
punten die, naar mijn mening,

71
00:04:23,310 --> 00:04:25,590
niet de punten van Paulus zijn.

72
00:04:25,590 --> 00:04:29,070
Het belangrijkste van de
standaardindeling is dat de eerste

73
00:04:29,070 --> 00:04:32,550
drie hoofdstukken van Romeinen
over algemene schuld gaan,

74
00:04:32,550 --> 00:04:35,310
en dat ze als volgt zijn onderverdeeld.

75
00:04:35,310 --> 00:04:38,610
Hoofdstuk 1 stelt de schuld
van de heidenen vast,

76
00:04:38,610 --> 00:04:41,370
de schuld van de heidense wereld.

77
00:04:41,370 --> 00:04:45,090
Hoofdstuk 2 stelt de schuld
van de Joodse wereld vast.

78
00:04:45,090 --> 00:04:49,650
En hoofdstuk 3 sluit af met de
samenvatting dat iedereen, Jood en

79
00:04:49,650 --> 00:04:51,570
heiden, schuldig is.

80
00:04:51,570 --> 00:04:56,070
En tegen het einde van hoofdstuk
3 staat er een reeks verzen,

81
00:04:56,070 --> 00:04:59,490
zes verzen uit het Oude
Testament waar Paulus uit put,

82
00:04:59,490 --> 00:05:02,670
die vertellen hoe goddeloos
bepaalde mensen zijn.

83
00:05:02,670 --> 00:05:07,470
En die verzen zijn vaak de favoriete
verzen voor wie de leer van de algehele

84
00:05:07,470 --> 00:05:09,630
verdorvenheid wil vaststellen.

85
00:05:09,630 --> 00:05:13,650
Nu twijfel ik er geen moment aan
dat de mens algemeen zondig is,

86
00:05:13,650 --> 00:05:17,670
maar ik denk niet dat Paulus met die
verzen aan het eind van hoofdstuk 3 het

87
00:05:17,670 --> 00:05:22,230
punt probeert te maken dat theologen
er doorgaans mee willen maken.

88
00:05:22,230 --> 00:05:25,290
En ik denk ook niet dat
de verzen dat punt maken.

89
00:05:25,290 --> 00:05:27,210
Maar daar komen we op terug.

90
00:05:27,210 --> 00:05:32,190
Hetzelfde geldt voor hoofdstuk
1, vers 18 tot en met 32.

91
00:05:32,190 --> 00:05:35,910
Over het algemeen wordt dit gezien als
een beschrijving van de schuld van de

92
00:05:35,910 --> 00:05:41,550
heidenen, gevolgd in hoofdstuk 2 door een
beschrijving van de schuld van de Joden.

93
00:05:41,550 --> 00:05:44,610
En door zowel de Joden als
de heidenen te behandelen,

94
00:05:44,610 --> 00:05:49,770
heb je alle gevallen gedekt -- dus in
wezen is de hele mensheid schuldig.

95
00:05:49,770 --> 00:05:55,410
Nogmaals, ik geloof dat de hele
mensheid schuldig is, Joden en heidenen.

96
00:05:55,410 --> 00:05:57,390
Ik ben het met die leer eens.

97
00:05:57,390 --> 00:06:01,350
Maar het is mogelijk dat je mist waar
Paulus met zijn betoog naartoe wil.

98
00:06:01,350 --> 00:06:05,790
Denk eraan: ik denk niet dat Paulus de
Romeinenbrief geschreven heeft als een

99
00:06:05,790 --> 00:06:09,270
traktaat, als een soort
'Vier Geestelijke Wetten',

100
00:06:09,270 --> 00:06:14,310
een Romeinenweg die mensen kunnen
volgen voor evangelisatiedoeleinden.

101
00:06:14,310 --> 00:06:16,530
Sommige mensen zien het inderdaad zo.

102
00:06:16,530 --> 00:06:19,590
Ik denk dat hij een brief
schrijft aan echte mensen,

103
00:06:19,590 --> 00:06:23,610
bij wie er iets speelt in hun
gemeente dat bijgesteld moet worden.

104
00:06:23,610 --> 00:06:28,050
Alle andere brieven van Paulus zijn zo,
en er is geen reden om te twijfelen dat de

105
00:06:28,050 --> 00:06:29,910
Romeinenbrief dat ook is.

106
00:06:29,910 --> 00:06:33,630
En we hebben gezien dat een van de
belangrijkste kwesties in de gemeente

107
00:06:33,630 --> 00:06:38,130
in Rome waar Paulus over spreekt,
een zekere wrijving is tussen het

108
00:06:38,130 --> 00:06:40,830
Joodse en het heidense
element in de gemeente,

109
00:06:40,830 --> 00:06:45,150
zodat hij de heidenen moet zeggen dat ze
de meer wetsgetrouwe Jood in de gemeente

110
00:06:45,150 --> 00:06:50,190
niet moeten verachten, en de Jood die
meer wetsgetrouw is moet zeggen dat hij de

111
00:06:50,190 --> 00:06:53,550
heiden die vrijer leeft,
niet moet veroordelen.

112
00:06:53,550 --> 00:06:58,110
En dit verschil tussen de Joden en
de heidenen in hun culturele smaak,

113
00:06:58,110 --> 00:07:02,790
grotendeels — iets wat in hun eigen
gedachten soms uitmondt in morele

114
00:07:02,790 --> 00:07:06,510
overtuigingen en tot
oordelen leidt — is, denk ik,

115
00:07:06,510 --> 00:07:10,350
grotendeels waarvoor Paulus deze
brief schrijft om het aan te pakken.

116
00:07:10,350 --> 00:07:14,190
Hij doet dat in het kader van het
presenteren van het Evangelie op de

117
00:07:14,190 --> 00:07:17,730
zuiverste manier die hij kent,
maar hij doet het met een reden:

118
00:07:17,730 --> 00:07:21,930
om het denken van bepaalde mensen
die verkeerd denken, bij te stellen.

119
00:07:21,930 --> 00:07:25,530
Een van de groepen die verkeerd
denkt, is de Joden in de gemeente.

120
00:07:25,530 --> 00:07:29,250
Zoals ik in de inleiding al
noemde, waren de Joden in het jaar

121
00:07:29,250 --> 00:07:33,270
49 na Christus door keizer
Claudius uit Rome verbannen.

122
00:07:33,270 --> 00:07:37,650
Deze brief is ongeveer vijf
of zes jaar later geschreven.

123
00:07:37,650 --> 00:07:42,930
Claudius was in 54 gestorven, en sommige
Joden keerden na de dood van Claudius

124
00:07:42,930 --> 00:07:45,210
terug naar Rome uit die verbanning.

125
00:07:45,210 --> 00:07:49,290
We kunnen gemakkelijk zien wat voor impact
dat gehad moet hebben op de gemeente,

126
00:07:49,290 --> 00:07:54,390
want in het jaar 49, toen keizer
Claudius alle Joden uit Rome verbande,

127
00:07:54,390 --> 00:07:56,550
waren veel christenen Joods.

128
00:07:56,550 --> 00:08:02,130
De Joodse christenen moesten dus Rome
verlaten, zoals Priscilla en Aquila deden.

129
00:08:02,130 --> 00:08:05,430
Zij waren Joodse christenen
en moesten Rome verlaten,

130
00:08:05,430 --> 00:08:09,610
en Paulus ontmoette hen in Korinthe
omdat ze door Claudius waren verbannen —

131
00:08:09,610 --> 00:08:12,990
dat staat zo in Handelingen 18:2.

132
00:08:12,990 --> 00:08:18,090
De Joodse christenen moesten dus voor
ongeveer vier of vijf jaar Rome verlaten.

133
00:08:18,090 --> 00:08:20,910
In die tijd was er nog
steeds een gemeente in Rome,

134
00:08:20,910 --> 00:08:25,050
maar die bestond volledig uit
heidenen, omdat de Joden weg waren.

135
00:08:25,050 --> 00:08:30,090
Claudius sterft, de Joden komen terug, en
ze gaan niet een tweede baptistengemeente

136
00:08:30,090 --> 00:08:32,430
verderop in de straat
beginnen voor de Joden,

137
00:08:32,430 --> 00:08:35,490
met een eerste baptistengemeente
voor de heidenen.

138
00:08:35,490 --> 00:08:37,290
Er is maar één gemeente.

139
00:08:37,290 --> 00:08:42,690
Dus de Joden komen terug in de gemeente,
die vier of vijf jaar lang bijna helemaal,

140
00:08:42,690 --> 00:08:45,270
zo niet helemaal, uit
heidenen had bestaan.

141
00:08:45,270 --> 00:08:49,110
En met hen brengen ze natuurlijk
hun culturele jodendom mee:

142
00:08:49,110 --> 00:08:54,210
hun voorkeur voor een koosjer dieet en
hun afkeer van niet-koosjer voedsel,

143
00:08:54,210 --> 00:08:58,650
de aantrekkingskracht die ze voelen
voor het houden van de sabbat en voor de

144
00:08:58,650 --> 00:09:03,450
feesten, waar de heidenen in de gemeente
helemaal geen interesse in hebben.

145
00:09:03,450 --> 00:09:07,830
En zo heb je nu een gemeente
die niet alleen raciaal maar ook

146
00:09:07,830 --> 00:09:14,250
cultureel gemengd is — iets wat vier of
vijf jaar lang niet het geval was geweest.

147
00:09:14,250 --> 00:09:18,990
En nu heb je opeens deze samensmelting
van twee botsende culturen,

148
00:09:18,990 --> 00:09:23,850
en we kunnen in de Romeinenbrief
aanwijzingen zien dat er wat wrijving was.

149
00:09:23,850 --> 00:09:28,710
Nu, het ene probleem lag bij de
heidenen, en het andere bij de Joden.

150
00:09:28,710 --> 00:09:32,670
Paulus richt zich eerst tot
de Joden. Waarom ook niet?

151
00:09:32,670 --> 00:09:37,650
Het is eerst de Jood en ook de Griek,
en bovendien is hij zelf een Jood,

152
00:09:37,650 --> 00:09:41,550
dus hij kan net zo goed eerst
tot zijn eigen volk spreken.

153
00:09:41,550 --> 00:09:43,850
Zodra hij hen aan de kaak heeft gesteld —

154
00:09:43,850 --> 00:09:47,010
dat kan hij doen omdat
hij zelf een Jood is.

155
00:09:47,010 --> 00:09:50,130
Niemand kan zeggen dat
hij antisemitisch is.

156
00:09:50,130 --> 00:09:53,610
Hij kan alle harde dingen zeggen
die hij wil tegen de Joden,

157
00:09:53,610 --> 00:09:57,030
maar hij is zelf een Jood
en een voormalige rabbi,

158
00:09:57,030 --> 00:09:59,130
een voormalige Farizeeër.

159
00:09:59,130 --> 00:10:02,670
Dus niemand kan zeggen:
'Jij bent een antisemiet.'

160
00:10:02,670 --> 00:10:05,850
Dus hij zal de Joden en
hun probleem aanpakken.

161
00:10:05,850 --> 00:10:09,750
Zodra hij dat gedaan heeft, heeft
hij de heidenen aan zijn kant.

162
00:10:09,750 --> 00:10:14,190
Dan kan hij zich tot hen wenden en
zeggen: 'Nu doen jullie dit verkeerd.'

163
00:10:14,190 --> 00:10:18,210
Dus Paulus is heel diplomatiek
en heel scherp in zijn aanpak.

164
00:10:18,210 --> 00:10:22,230
Maar over het algemeen wordt gedacht
dat hoofdstuk 1 over de heidenen gaat.

165
00:10:22,230 --> 00:10:24,990
Ik ga je voorstellen dat
het over de Joden gaat.

166
00:10:24,990 --> 00:10:29,610
Nu, het ziet er niet naar uit dat het
over de Joden gaat, maar dat is met opzet,

167
00:10:29,610 --> 00:10:31,110
zoals we zullen zien.

168
00:10:31,110 --> 00:10:36,450
Want wanneer Paulus hoofdstuk 1 afsluit,
zegt hij in hoofdstuk 2, vers 1:

169
00:10:36,450 --> 00:10:41,610
Daarom bent u niet te verontschuldigen, o
mens, wie u ook bent die anderen oordeelt,

170
00:10:41,610 --> 00:10:45,450
want waarin u de ander
oordeelt, veroordeelt u uzelf.

171
00:10:45,450 --> 00:10:48,930
U immers die anderen oordeelt,
doet dezelfde dingen.

172
00:10:48,930 --> 00:10:51,570
Wie zijn nu deze mensen die oordelen?

173
00:10:51,570 --> 00:10:56,430
Dat is duidelijk uit vers
17, hoofdstuk 2, vers 17:

174
00:10:56,430 --> 00:10:58,950
Zie, u wordt Jood genoemd.

175
00:10:58,950 --> 00:11:01,710
U steunt op de wet en roemt in God,

176
00:11:01,710 --> 00:11:05,070
Zijn publiek in hoofdstuk
2 is duidelijk de Jood.

177
00:11:05,070 --> 00:11:09,390
Je noemt jezelf een Jood, je steunt
op de wet, je beroemt je op God,

178
00:11:09,390 --> 00:11:13,410
je denkt dat je een leraar van
onmondigen en van heidenen bent.

179
00:11:13,410 --> 00:11:17,610
De Jood is dus degene tot wie
in hoofdstuk 2 gesproken wordt.

180
00:11:17,610 --> 00:11:20,370
En hij begint hoofdstuk 2 door te zeggen:

181
00:11:20,370 --> 00:11:25,590
Dus, meneer, u hebt geen excuus, want u
oordeelt, en u doet zelf dezelfde dingen.

182
00:11:25,590 --> 00:11:27,330
Waar heeft hij het dan over?

183
00:11:27,330 --> 00:11:31,170
Wat is er in hoofdstuk 1 gebeurd
waardoor hij mag zeggen dat de Jood aan

184
00:11:31,170 --> 00:11:32,670
het oordelen is?

185
00:11:32,670 --> 00:11:37,590
Hij heeft de Joden in hoofdstuk
1, de verzen 18 tot en met 32,

186
00:11:37,590 --> 00:11:39,150
helemaal niet genoemd.

187
00:11:39,150 --> 00:11:41,550
Hoe komt de Jood hier dan bij betrokken?

188
00:11:41,550 --> 00:11:46,050
Dit is wat je gaat ontdekken:
Paulus beschrijft in hoofdstuk 1 een

189
00:11:46,050 --> 00:11:48,330
door en door zondig volk.

190
00:11:48,330 --> 00:11:53,730
Hoe erg hij het ook maakt, hij noemt niets
waarmee hij hen raciaal zou onderscheiden.

191
00:11:53,730 --> 00:11:59,430
Hij spreekt over hun afgoderij, hun
onzedelijkheid en hun losbandigheid.

192
00:11:59,430 --> 00:12:02,430
En natuurlijk gaat de Joodse
lezer dan zeggen: man,

193
00:12:02,430 --> 00:12:04,470
die heeft die heidenen goed door.

194
00:12:04,470 --> 00:12:06,630
Dat is ook mijn mening over hen.

195
00:12:06,630 --> 00:12:09,390
Paulus haalt fel uit
naar dit zondige volk,

196
00:12:09,390 --> 00:12:13,230
maar hij zegt niets waaruit blijkt
dat hij het over Joden heeft.

197
00:12:13,230 --> 00:12:17,490
Dus de Jood volgt hem de hele
weg en zegt: "Zeg Paulus,

198
00:12:17,490 --> 00:12:19,710
jij staat toch aan onze kant hierin?

199
00:12:19,710 --> 00:12:22,890
Die heidenen zijn precies
zoals jij zegt dat ze zijn."

200
00:12:22,890 --> 00:12:28,290
Maar dan draait Paulus het om en zegt:
"Wacht even, ik heb het over jou.

201
00:12:28,290 --> 00:12:30,330
Jij bent degene die dit doet.

202
00:12:30,330 --> 00:12:33,450
Jij oordeelt mensen die deze dingen doen.

203
00:12:33,450 --> 00:12:35,550
Jij doet die dingen zelf."

204
00:12:35,550 --> 00:12:38,430
En als je hoofdstuk 1
in dat licht bekijkt,

205
00:12:38,430 --> 00:12:42,330
zul je merken dat er door het hele
hoofdstuk heen aanwijzingen zijn

206
00:12:42,330 --> 00:12:48,210
dat hij het over de Joden heeft, zonder
het woord 'Jood' te gebruiken of iets heel

207
00:12:48,210 --> 00:12:52,470
expliciets te zeggen, want hij
verwijst keer op keer naar dingen uit

208
00:12:52,470 --> 00:12:54,090
het Oude Testament.

209
00:12:54,090 --> 00:12:58,770
Hij citeert zelfs vrijwel woordelijk
zinnen uit het Oude Testament die over de

210
00:12:58,770 --> 00:13:01,230
Joden gaan, zoals we nog zullen zien.

211
00:13:01,230 --> 00:13:05,370
Wat hij hier doet, is volgens mij
vergelijkbaar met wat de profeet

212
00:13:05,370 --> 00:13:07,170
Nathan bij David deed.

213
00:13:07,170 --> 00:13:11,370
David was ergens schuldig aan, maar hij
rechtvaardigde zichzelf op de een of

214
00:13:11,370 --> 00:13:14,850
andere manier en was blind
voor zijn eigen schuld.

215
00:13:14,850 --> 00:13:19,530
Hij had gezondigd met Bathseba,
en ook in de zaak van Uria.

216
00:13:19,530 --> 00:13:23,670
En Nathan komt naar hem toe,
en hij zegt niet zomaar: David,

217
00:13:23,670 --> 00:13:26,430
je hebt gezondigd en je moet je bekeren.

218
00:13:26,430 --> 00:13:30,750
David had zich misschien wel bekeerd,
maar als je met zo'n directe aanpak komt,

219
00:13:30,750 --> 00:13:33,330
is het mogelijk dat hij
in de verdediging schiet,

220
00:13:33,330 --> 00:13:36,090
omdat hij zichzelf al
gerechtvaardigd heeft.

221
00:13:36,090 --> 00:13:40,410
Dan zegt hij: nou, er zijn
verzachtende omstandigheden, of zoiets.

222
00:13:40,410 --> 00:13:44,370
Je kunt een man vaak niet objectief
over zichzelf laten oordelen

223
00:13:44,370 --> 00:13:48,210
als hij zichzelf in zijn eigen
gedachten al heeft gerechtvaardigd.

224
00:13:48,210 --> 00:13:52,170
Als je hem confronteert, kom je
alleen maar te weten hoe hij zichzelf

225
00:13:52,170 --> 00:13:55,710
rechtvaardigt, want dat zal
hij onder woorden brengen.

226
00:13:55,710 --> 00:13:58,110
Maar als je hem aan jouw kant kunt krijgen

227
00:13:58,110 --> 00:14:03,150
door hem te laten denken dat je het over
iemand anders hebt, dan is hij objectief.

228
00:14:03,150 --> 00:14:06,330
Dan gaat hij de zaak objectief beoordelen.

229
00:14:06,330 --> 00:14:10,290
Dus Nathan komt naar
David toe en zegt: David,

230
00:14:10,290 --> 00:14:16,350
er was een man in onze gemeenschap — een
echt arme man — maar hij had één schaapje,

231
00:14:16,350 --> 00:14:19,230
en dat was net een
huisdier voor het gezin.

232
00:14:19,230 --> 00:14:21,150
De kinderen hielden ervan.

233
00:14:21,150 --> 00:14:23,010
Het sliep bij hen in bed.

234
00:14:23,010 --> 00:14:26,010
Het was als een gezinshond, dat schaapje.

235
00:14:26,010 --> 00:14:30,990
En de man aan de overkant was een rijke
man; hij had een grote kudde schapen.

236
00:14:30,990 --> 00:14:35,430
Maar op een nacht kreeg hij een
gast, en hij wilde hem te eten geven,

237
00:14:35,430 --> 00:14:39,570
dus ging hij naar de overkant,
stal het schaap van zijn buurman,

238
00:14:39,570 --> 00:14:42,990
slachtte het en gaf het
aan zijn gast te eten.

239
00:14:42,990 --> 00:14:48,330
David had nu jarenlang als herder geleefd
en zijn leven op het spel gezet om te

240
00:14:48,330 --> 00:14:50,910
voorkomen dat er schapen werden gestolen.

241
00:14:50,910 --> 00:14:54,150
Hij was herder; hij trotseerde beren en

242
00:14:54,150 --> 00:14:57,870
leeuwen om te voorkomen dat
er schapen gestolen werden.

243
00:14:57,870 --> 00:15:02,370
Bij dit onderwerp kookt zijn bloed —
ophangen is nog te goed voor van die

244
00:15:02,370 --> 00:15:04,170
paarden- of schapendieven.

245
00:15:04,170 --> 00:15:06,390
Hij is een voormalig herder.

246
00:15:06,390 --> 00:15:08,370
Het zit hem in het bloed.

247
00:15:08,370 --> 00:15:12,270
En Nathan wist hoe hij dat bij
David naar boven kon halen.

248
00:15:12,270 --> 00:15:15,750
Deze man stal een schaap van
iemand die er maar één had,

249
00:15:15,750 --> 00:15:17,790
terwijl hijzelf er genoeg had.

250
00:15:17,790 --> 00:15:20,490
En David gaat natuurlijk
een beetje te ver.

251
00:15:20,490 --> 00:15:23,550
Hij zegt: die man moet sterven.

252
00:15:23,550 --> 00:15:26,850
Volgens de wet zou de man
natuurlijk niet sterven.

253
00:15:26,850 --> 00:15:32,190
Volgens de wet zou de man vier schapen
moeten teruggeven voor dat ene schaap.

254
00:15:32,190 --> 00:15:37,830
Maar David is in zijn hart gewoon een
herder, en hij reageert deels emotioneel,

255
00:15:37,830 --> 00:15:40,050
maar ook deels objectief.

256
00:15:40,050 --> 00:15:43,050
Hij ziet dat hier een
verschrikkelijke schuld ligt.

257
00:15:43,050 --> 00:15:46,350
Hij zegt: die man moet sterven.

258
00:15:46,350 --> 00:15:49,410
En Nathan zei: jij bent die man.

259
00:15:49,410 --> 00:15:51,510
Ik beschreef zojuist jou.

260
00:15:51,510 --> 00:15:56,850
Jij had genoeg vrouwen, en toch heb je
de enige vrouw van je naaste afgenomen.

261
00:15:56,850 --> 00:16:00,990
Jij bent schuldiger dan de man
die je zojuist veroordeeld hebt.

262
00:16:00,990 --> 00:16:05,310
Maar je hebt objectief een oordeel
uitgesproken over een misdaad,

263
00:16:05,310 --> 00:16:08,850
en jij bent degene die
die misdaad begaan heeft.

264
00:16:08,850 --> 00:16:13,650
Dus je hebt jezelf veroordeeld met je
eigen vonnis, met je eigen uitspraak.

265
00:16:13,650 --> 00:16:17,670
Jezus deed hetzelfde bij de Joden toen
Hij vertelde over de eigenaar van de

266
00:16:17,670 --> 00:16:20,490
wijngaard, in Mattheüs 21.

267
00:16:20,490 --> 00:16:24,570
Aan het einde van Mattheus
21 staat een gelijkenis.

268
00:16:24,570 --> 00:16:27,750
Jezus zei dat er een man
was die een wijngaard had,

269
00:16:27,750 --> 00:16:32,730
er een vruchtbare wijnstok in plantte,
er een omheining en een toren bij bouwde,

270
00:16:32,730 --> 00:16:34,890
en dat allemaal erin aanbracht.

271
00:16:34,890 --> 00:16:37,230
En hij verpachtte hem aan pachters.

272
00:16:37,230 --> 00:16:41,370
Het was hun taak om voor de wijngaard
te zorgen en hem aan het einde van het

273
00:16:41,370 --> 00:16:44,250
oogstjaar een deel van
de druiven te geven;

274
00:16:44,250 --> 00:16:46,830
dat was de pacht die ze moesten betalen.

275
00:16:46,830 --> 00:16:50,970
Toen het oogsttijd werd, stuurde de
eigenaar zijn dienaren naar de pachters en

276
00:16:50,970 --> 00:16:53,490
liet vragen: waar is de oogst?

277
00:16:53,490 --> 00:16:57,690
En de pachters mishandelden de
dienaren en zetten ze de wijngaard uit.

278
00:16:57,690 --> 00:16:59,430
Hij stuurde er nog meer.

279
00:16:59,430 --> 00:17:03,810
Die behandelden ze op dezelfde
manier, en sommigen doodden ze zelfs.

280
00:17:03,810 --> 00:17:07,650
Uiteindelijk zei hij: deze
keer stuur ik mijn zoon.

281
00:17:07,650 --> 00:17:09,870
Dat zullen ze mijn zoon niet aandoen.

282
00:17:09,870 --> 00:17:14,190
Maar toen ze de zoon zagen,
zeiden ze: dit is de erfgenaam.

283
00:17:14,190 --> 00:17:17,550
Laten we hem doden, dan
is de erfenis voor ons.

284
00:17:17,550 --> 00:17:19,410
En dus doodden ze hem.

285
00:17:19,410 --> 00:17:22,050
En Jezus zei tegen de toehoorders:

286
00:17:22,050 --> 00:17:27,270
Wanneer dan de heer van de wijngaard komen
zal, wat zal hij met die landbouwers doen?

287
00:17:27,270 --> 00:17:29,610
En het antwoord van de toehoorders was:

288
00:17:29,610 --> 00:17:34,650
Zij zeiden tegen Hem: Hij zal die
kwaaddoeners een kwade dood doen sterven

289
00:17:34,650 --> 00:17:37,590
en zal de wijngaard aan
andere landbouwers verhuren,

290
00:17:37,590 --> 00:17:40,350
die hem de vruchten op
hun tijd zullen geven.

291
00:17:40,350 --> 00:17:43,890
En Jezus zei, in essentie,
jullie zijn die mannen.

292
00:17:43,890 --> 00:17:48,270
Daarom zeg Ik u dat het Koninkrijk
van God van u weggenomen zal worden

293
00:17:48,270 --> 00:17:51,750
en aan een volk gegeven dat
de vruchten ervan voortbrengt.

294
00:17:51,750 --> 00:17:56,430
Want Israël was Gods wijngaard,
bedoeld om vrucht voort te brengen.

295
00:17:56,430 --> 00:18:03,570
En Hij zei in Jesaja 5:7 dat de vrucht
die Hij zocht, recht en gerechtigheid was.

296
00:18:03,570 --> 00:18:09,510
De profeten, Gods dienstknechten, kwamen
opnieuw, en Hij zei: Waar is de vrucht?

297
00:18:09,510 --> 00:18:10,830
Waar is het recht?

298
00:18:10,830 --> 00:18:12,630
Waar is de gerechtigheid?

299
00:18:12,630 --> 00:18:14,790
God heeft jullie een wet gegeven.

300
00:18:14,790 --> 00:18:17,130
Hij heeft jullie bescherming gegeven.

301
00:18:17,130 --> 00:18:20,670
Hij heeft een haag om jullie
heen gezet tegen jullie vijanden.

302
00:18:20,670 --> 00:18:23,970
En waar is de vrucht die Hij
hieruit zou moeten krijgen?

303
00:18:23,970 --> 00:18:27,030
En ze mishandelden en doodden de profeten.

304
00:18:27,030 --> 00:18:30,090
Hij stuurde er meer,
en ze deden hetzelfde.

305
00:18:30,090 --> 00:18:35,550
Uiteindelijk stuurde Hij Zijn Zoon naar
hen toe, en ze deden hetzelfde met Hem.

306
00:18:35,550 --> 00:18:38,850
Dus dit is Jezus die het
verhaal van Israël vertelt,

307
00:18:38,850 --> 00:18:41,550
en doet alsof Hij het
over iemand anders heeft,

308
00:18:41,550 --> 00:18:47,070
zodat het volk van Israël objectief kon
zeggen: Die mannen zijn slechte mannen.

309
00:18:47,070 --> 00:18:51,150
Ze zouden volledig vernietigd moeten
worden, en de wijngaard zou van hen

310
00:18:51,150 --> 00:18:52,830
moeten worden afgenomen.

311
00:18:52,830 --> 00:18:56,490
En Jezus zei: Ik ben het
daar helemaal mee eens.

312
00:18:56,490 --> 00:18:58,230
Jullie zijn die man.

313
00:18:58,230 --> 00:19:01,530
En zo heeft Nathan
David te grazen genomen.

314
00:19:01,530 --> 00:19:04,650
Zo heeft Jezus de Farizeeën
te grazen genomen.

315
00:19:04,650 --> 00:19:09,030
Zo neemt Paulus hier de Jood te
grazen. Hij beschrijft iemand.

316
00:19:09,030 --> 00:19:10,890
Hij zegt niet wie het is.

317
00:19:10,890 --> 00:19:14,310
Hij wekt de indruk dat hij het
misschien over de heidenen heeft,

318
00:19:14,310 --> 00:19:16,410
zodat ze niet op hun hoede zijn.

319
00:19:16,410 --> 00:19:19,470
Ze volgen zijn redenering, en zeggen ja.

320
00:19:19,470 --> 00:19:22,710
En aan het einde zegt
hij: Maar dat ben jij.

321
00:19:22,710 --> 00:19:26,610
Je hebt hen zojuist veroordeeld,
maar ik heb het over jou.

322
00:19:26,610 --> 00:19:28,410
Jij doet die dingen.

323
00:19:28,410 --> 00:19:31,170
Je hebt jezelf zojuist veroordeeld.

324
00:19:31,170 --> 00:19:34,830
Het is een goede manier om iemand
tot een objectief oordeel over

325
00:19:34,830 --> 00:19:36,330
zichzelf te brengen.

326
00:19:36,330 --> 00:19:39,030
Hier verschil ik dus van
de meeste commentatoren:

327
00:19:39,030 --> 00:19:43,530
zij geloven bijna allemaal dat
Romeinen 1 over de heidenen gaat.

328
00:19:43,530 --> 00:19:45,570
Dat dacht de Joodse lezer ook.

329
00:19:45,570 --> 00:19:49,950
Maar ik ga je laten zien waar
Paulus, van begin tot eind,

330
00:19:49,950 --> 00:19:53,610
aanwijzingen gaf dat hij het
eigenlijk over de Joden had.

331
00:19:53,610 --> 00:19:58,410
Laten we de hele passage
eerst snel doorlezen. Vers 18:

332
00:19:58,410 --> 00:20:04,710
Want de toorn van God wordt geopenbaard
vanuit de hemel over alle goddeloosheid en

333
00:20:04,710 --> 00:20:09,390
ongerechtigheid van de mensen, die de
waarheid in ongerechtigheid onderdrukken,

334
00:20:09,390 --> 00:20:13,290
omdat wat van God gekend
kan worden, hun bekend is.

335
00:20:13,290 --> 00:20:16,710
God Zelf heeft het hun immers geopenbaard.

336
00:20:16,710 --> 00:20:20,670
Of, zoals sommige vertalingen
zeggen, 'among them'.

337
00:20:20,670 --> 00:20:23,670
Dat is een behoorlijk lelijk
rijtje zondige mensen,

338
00:20:23,670 --> 00:20:26,490
maar over welke mensen
gaat het hier eigenlijk?

339
00:20:26,490 --> 00:20:28,770
Ik wil dit heel duidelijk maken.

340
00:20:28,770 --> 00:20:32,310
Met mijn suggestie dat dit
niet over de heidenen gaat,

341
00:20:32,310 --> 00:20:35,010
zeg ik niet dat de heidenen niet zo waren.

342
00:20:35,010 --> 00:20:39,270
Dit zou in veel opzichten ook een goede
beschrijving van de heidenen kunnen zijn,

343
00:20:39,270 --> 00:20:42,690
maar niet zo goed als van de Joden,
want het begint met te zeggen dat

344
00:20:42,690 --> 00:20:44,250
zij God kenden.

345
00:20:44,250 --> 00:20:47,190
Wanneer hebben de
heidenen God ooit gekend?

346
00:20:47,190 --> 00:20:49,950
Toen Paulus bijvoorbeeld in Athene kwam,

347
00:20:49,950 --> 00:20:54,780
een van de meest filosofische en
religieuze steden in de omgeving, zei hij:

348
00:20:54,780 --> 00:21:00,930
En Paulus, die midden op de Areopagus
stond, zei: Mannen van Athene!

349
00:21:00,930 --> 00:21:04,170
Ik merk dat u in alle opzichten
zeer godsdienstig bent.

350
00:21:04,170 --> 00:21:07,410
Want toen ik de stad doorging
en uw heiligdommen bekeek,

351
00:21:07,410 --> 00:21:12,690
trof ik ook een altaar aan waarop het
opschrift stond: AAN EEN ONBEKENDE GOD.

352
00:21:12,690 --> 00:21:17,310
Deze dan, Die u dient zonder
dat u Hem kent, verkondig ik u.

353
00:21:17,310 --> 00:21:19,110
Jullie kennen God niet.

354
00:21:19,110 --> 00:21:24,030
Deze God die jullie onwetend aanbidden,
over Hem kom ik jullie vertellen.

355
00:21:24,030 --> 00:21:28,110
Ze hadden veel goden, maar de ene
God die ze hadden moeten aanbidden,

356
00:21:28,110 --> 00:21:29,310
kenden ze niet.

357
00:21:29,310 --> 00:21:34,230
Maar Paulus zegt dat de mensen over
wie hij het heeft, God wél kenden.

358
00:21:34,230 --> 00:21:35,610
Ze kenden God.

359
00:21:35,610 --> 00:21:40,230
Hun probleem was niet dat ze het
niet wisten, maar, zoals hij zegt:

360
00:21:40,230 --> 00:21:43,230
En omdat het hun niet
goeddacht God te erkennen,

361
00:21:43,230 --> 00:21:49,290
heeft God hen overgegeven aan verwerpelijk
denken, om dingen te doen die niet passen.

362
00:21:49,290 --> 00:21:52,530
Dus wie anders dan de
Joden kenden God werkelijk?

363
00:21:52,530 --> 00:21:56,610
Nu is het waar dat hij de wet
en de openbaring niet noemt.

364
00:21:56,610 --> 00:21:59,790
Hij noemt geen enkele
bijzondere openbaring.

365
00:21:59,790 --> 00:22:02,250
Hij noemt alleen de schepping.

366
00:22:02,250 --> 00:22:05,730
Uit de dingen die gemaakt
zijn, kun je God kennen.

367
00:22:05,730 --> 00:22:09,330
Welnu, de Joden wisten
dat ook op die manier.

368
00:22:09,330 --> 00:22:13,710
Zij hadden zeker bijzondere openbaring
die de heidenen niet hadden.

369
00:22:13,710 --> 00:22:17,010
Maar als Paulus de bijzondere
openbaring had genoemd,

370
00:22:17,010 --> 00:22:19,290
zou dat het spel hebben verraden.

371
00:22:19,290 --> 00:22:22,530
Dan zouden ze weten dat
hij het over hen had.

372
00:22:22,530 --> 00:22:28,110
Maar zowel Joden als heidenen kunnen uit
de schepping weten dat er een God is.

373
00:22:28,110 --> 00:22:33,210
De Joden wisten dat trouwens
ook — David schreef in Psalm 19:

374
00:22:33,210 --> 00:22:39,090
De hemel vertelt Gods eer, het gewelf
verkondigt het werk van Zijn handen.

375
00:22:39,090 --> 00:22:44,010
Dag op dag spreekt overvloedig,
nacht op nacht geeft kennis door.

376
00:22:44,010 --> 00:22:47,790
De kennis van God is door Zijn
schepping bekendgemaakt aan de Joden

377
00:22:47,790 --> 00:22:49,710
zowel als aan de heidenen.

378
00:22:49,710 --> 00:22:55,170
Het is waar dat de Joden het extra
voordeel hadden van bijzondere openbaring.

379
00:22:55,170 --> 00:22:59,070
Paulus komt daarop terug in hoofdstuk
3, maar hij noemt het hier niet,

380
00:22:59,070 --> 00:23:02,850
omdat dat het zou verraden,
denk ik. Dit is wat ik denk.

381
00:23:02,850 --> 00:23:05,430
En hij zegt opnieuw in vers 21:

382
00:23:05,430 --> 00:23:11,190
Want zij hebben, hoewel zij God kennen,
Hem niet als God verheerlijkt of gedankt,

383
00:23:11,190 --> 00:23:14,550
maar zij zijn verdwaasd
in hun overwegingen en hun

384
00:23:14,550 --> 00:23:17,070
onverstandig hart is verduisterd.

385
00:23:17,070 --> 00:23:22,290
Nu staat er in vers 22 dat ze zich
voordeden alsof ze wijs waren.

386
00:23:22,290 --> 00:23:27,510
In hoofdstuk 2 vertelt hij zijn Joodse
lezers dat zij denken wijs te zijn,

387
00:23:27,510 --> 00:23:31,530
want in hoofdstuk 2, vers 19, staat er:

388
00:23:31,530 --> 00:23:35,910
En u bent van uzelf overtuigd dat
u een gids voor de blinden bent,

389
00:23:35,910 --> 00:23:38,910
een licht voor hen die in duisternis zijn,

390
00:23:38,910 --> 00:23:43,170
Ze doen zich duidelijk voor als wijs,
en toch zijn ze in hun verwerping

391
00:23:43,170 --> 00:23:44,850
van God dwazen.

392
00:23:44,850 --> 00:23:47,310
Hij zegt in vers 22:

393
00:23:47,310 --> 00:23:51,810
Terwijl zij zich uitgaven voor
wijzen, zijn zij dwaas geworden,

394
00:23:51,810 --> 00:23:58,530
Maar dan, in vers 23, veranderden zij de
heerlijkheid van de onvergankelijke God.

395
00:23:58,530 --> 00:24:03,750
Deze uitdrukking wordt in het Oude
Testament tweemaal gebruikt over de Joden.

396
00:24:03,750 --> 00:24:09,451
Kijk je naar Psalm 106, vers
19, waar het over Israël gaat —

397
00:24:09,451 --> 00:24:12,811
hij loopt hier gewoon
Israëls geschiedenis langs —

398
00:24:12,811 --> 00:24:16,290
hij zegt dat ze een
kalf maakten bij Horeb.

399
00:24:16,290 --> 00:24:22,170
Dit gaat over het gouden kalf aan
de voet van de berg Sinaï. Er staat:

400
00:24:22,170 --> 00:24:27,751
Zij maakten een kalf bij de Horeb en
bogen zich neer voor een gegoten beeld .

401
00:24:27,751 --> 00:24:32,490
Zij ruilden hun Eer in voor het
evenbeeld van een rund, dat gras eet.

402
00:24:32,490 --> 00:24:34,710
Zo veranderde Israël zijn heerlijkheid.

403
00:24:34,710 --> 00:24:38,730
Trouwens, in de Engelse vertaling
staat hier het woord 'changed',

404
00:24:38,730 --> 00:24:41,790
maar dat is eigenlijk
het woord 'exchanged':

405
00:24:41,790 --> 00:24:44,250
zij wisselden hun heerlijkheid in.

406
00:24:44,250 --> 00:24:48,271
Wat ze deden, is dat ze God,
die hun heerlijkheid was —

407
00:24:48,271 --> 00:24:52,170
de heerlijkheid van God
— inruilden voor afgoden.

408
00:24:52,170 --> 00:24:54,510
Dat is werkelijk wat daar bedoeld wordt.

409
00:24:54,510 --> 00:24:57,630
In Jeremia 2, in vers 11, zegt God:

410
00:24:57,630 --> 00:25:00,510
Heeft een volk ooit goden ingeruild?

411
00:25:00,510 --> 00:25:02,430
— en het zijn niet eens goden!

412
00:25:02,430 --> 00:25:06,750
— Toch heeft Mijn volk zijn Eer
ingeruild voor wat niet van nut is.

413
00:25:06,750 --> 00:25:09,930
Met andere woorden: voor afgoden.

414
00:25:09,930 --> 00:25:13,710
Zij hebben God, die hun
heerlijkheid was, ingewisseld.

415
00:25:13,710 --> 00:25:16,230
Israël was Gods heerlijkheid.

416
00:25:16,230 --> 00:25:20,010
De heerlijkheid van Israël
was dat zij Gods volk waren.

417
00:25:20,010 --> 00:25:24,090
Zij bezaten God op een bijzondere
manier. De heidenen niet.

418
00:25:24,090 --> 00:25:26,010
God was niet hun heerlijkheid.

419
00:25:26,010 --> 00:25:28,110
Zij hadden hun eigen goden.

420
00:25:28,110 --> 00:25:31,950
Maar het is Israël dat de heerlijkheid
van de onvergankelijke God

421
00:25:31,950 --> 00:25:35,610
veranderde in het beeld van
vergankelijke mensen, enzovoort,

422
00:25:35,610 --> 00:25:38,910
zoals Paulus zegt in Romeinen 1:23.

423
00:25:38,910 --> 00:25:46,950
En dan gebruikt Paulus in de verzen 24, 26
en 28 een uitdrukking: God gaf hen prijs,

424
00:25:46,950 --> 00:25:48,690
of gaf hen over.

425
00:25:48,690 --> 00:25:53,790
Twee keer zegt hij dat Hij hen
prijsgaf, in vers 24 en 26,

426
00:25:53,790 --> 00:25:56,850
en in vers 28 gaf Hij hen over.

427
00:25:56,850 --> 00:25:59,130
Maar waaraan gaf Hij hen prijs?

428
00:25:59,130 --> 00:26:01,170
Om hun eigen gang te gaan.

429
00:26:01,170 --> 00:26:04,290
Hij gaf hen prijs om hun
eigen begeerten te volgen.

430
00:26:04,290 --> 00:26:08,430
Trouwens, ik wil erop wijzen dat
toen Paulus dit gedeelte begon,

431
00:26:08,430 --> 00:26:10,230
hij als eerste zei:

432
00:26:10,230 --> 00:26:15,750
Want de toorn van God wordt geopenbaard
vanuit de hemel over alle goddeloosheid en

433
00:26:15,750 --> 00:26:20,490
ongerechtigheid van de mensen, die de
waarheid in ongerechtigheid onderdrukken,

434
00:26:20,490 --> 00:26:26,910
De toorn van God — hij zei niet 'zal
zijn', maar 'is', nu op dit moment.

435
00:26:26,910 --> 00:26:31,290
Je kunt de toorn van God zien,
geopenbaard vanuit de hemel

436
00:26:31,290 --> 00:26:33,810
tegen mensen die de waarheid onderdrukken.

437
00:26:33,810 --> 00:26:37,410
Op welke manier wordt die
toorn van God geopenbaard?

438
00:26:37,410 --> 00:26:42,090
Ik geloof dat hij ons dat vertelt
op het moment dat God hen overgaf.

439
00:26:42,090 --> 00:26:45,870
Gods toorn is niet altijd te
zien in vuur uit de hemel,

440
00:26:45,870 --> 00:26:49,530
maar gewoon daarin dat Hij Zijn
handen ervan aftrekt en zegt:

441
00:26:49,530 --> 00:26:52,050
'Ik laat je nu je eigen weg gaan.'

442
00:26:52,050 --> 00:26:55,470
Bij Zijn eigen volk grijpt
Hij in om hen tegen te houden,

443
00:26:55,470 --> 00:26:58,110
zoals een man dat doet
bij zijn eigen kinderen.

444
00:26:58,110 --> 00:27:03,330
Je ziet je kind richting druk verkeer
lopen, en je rent erheen en grijpt in.

445
00:27:03,330 --> 00:27:06,510
Als je je kind opgeeft,
laat je hem gewoon gaan.

446
00:27:06,510 --> 00:27:11,550
Het gemeenste wat je kunt doen, is je
kind overgeven om zijn eigen gang te gaan.

447
00:27:11,550 --> 00:27:14,070
En God was Israëls heerlijkheid.

448
00:27:14,070 --> 00:27:18,510
Hij was hun bescherming tegen het
kwaad, tegen rampspoed, enzovoort,

449
00:27:18,510 --> 00:27:20,250
omdat Hij hun wetten gaf.

450
00:27:20,250 --> 00:27:23,430
Hij zorgde voor hen,
maar zij verwierpen Hem.

451
00:27:23,430 --> 00:27:27,210
En dus gaf Hij hen gewoon prijs
om hun eigen gang te gaan.

452
00:27:27,210 --> 00:27:32,010
En deze uitdrukking dat God hen prijsgaf,
vind je op nog een paar andere plaatsen,

453
00:27:32,010 --> 00:27:34,230
allebei van toepassing op Israël.

454
00:27:34,230 --> 00:27:41,191
In Psalm 81 — ook Psalm 81 vat een deel
van Israëls negatieve geschiedenis samen —

455
00:27:41,191 --> 00:27:43,650
zegt God in de verzen 11 en 12:

456
00:27:43,650 --> 00:27:47,250
Maar Mijn volk heeft naar
Mijn stem niet geluisterd,

457
00:27:47,250 --> 00:27:50,430
Israël is tegenover Mij onwillig geweest.

458
00:27:50,430 --> 00:27:53,250
Daarom gaf Ik hen over
aan hun verharde hart,

459
00:27:53,250 --> 00:27:56,370
zodat zij in hun eigen
opvattingen voortgingen.

460
00:27:56,370 --> 00:27:58,890
Er staat in de Psalmen specifiek dat God

461
00:27:58,890 --> 00:28:02,010
Israël prijsgaf om zijn
eigen wegen te gaan.

462
00:28:02,010 --> 00:28:06,630
En dat is wat Paulus zegt dat God deed
met de mensen die hier ter sprake zijn.

463
00:28:06,630 --> 00:28:10,170
Ook in Handelingen 7, wanneer
Stefanus zijn toespraak houdt,

464
00:28:10,170 --> 00:28:12,870
die ook de geschiedenis
van Israël naloopt,

465
00:28:12,870 --> 00:28:16,590
zegt Stefanus in Handelingen 7 vers 42:

466
00:28:16,590 --> 00:28:20,850
En God keerde Zich af en gaf hen
over om het hemelleger te dienen,

467
00:28:20,850 --> 00:28:23,730
zoals er geschreven is in
het boek van de Profeten:

468
00:28:23,730 --> 00:28:28,530
Hebt u de veertig jaar in de woestijn ook
slachtoffers en offers aan Mij gebracht,

469
00:28:28,530 --> 00:28:30,030
huis van Israël?

470
00:28:30,030 --> 00:28:33,210
De Psalmen en Stefanus
zeggen dus allebei over

471
00:28:33,210 --> 00:28:36,210
Israël dat God hen heeft prijsgegeven.

472
00:28:36,210 --> 00:28:41,130
En dat zegt Paulus ook over de mensen
die hij beschrijft. God gaf hen prijs.

473
00:28:41,130 --> 00:28:42,990
God gaf hen prijs.

474
00:28:42,990 --> 00:28:47,190
Interessant genoeg zegt hij nu,
in vers 18, aan het begin hiervan,

475
00:28:47,190 --> 00:28:50,970
dat de toorn van God vanuit
de hemel geopenbaard wordt.

476
00:28:50,970 --> 00:28:53,970
Ik geloof dat het feit
dat God hen prijsgeeft,

477
00:28:53,970 --> 00:28:56,490
de openbaring van Zijn toorn is.

478
00:28:56,490 --> 00:29:00,390
Dat Hij hen laat gaan, is het
bewijs dat Hij boos op hen is.

479
00:29:00,390 --> 00:29:05,850
Dat Zijn toorn geopenbaard wordt, betekent
dat het zichtbaar is; je kunt het zien.

480
00:29:05,850 --> 00:29:08,370
Maar Gods toorn is er over hen die de

481
00:29:08,370 --> 00:29:11,010
waarheid onderdrukken
in hun ongerechtigheid.

482
00:29:11,010 --> 00:29:14,730
En deze kwestie van het onderdrukken
van de waarheid heeft specifiek

483
00:29:14,730 --> 00:29:16,650
betrekking op Israël.

484
00:29:16,650 --> 00:29:21,570
In 1 Thessalonicenzen hoofdstuk 2, dat
Paulus ook al eerder had geschreven,

485
00:29:21,570 --> 00:29:26,310
vóór Romeinen, vertelt Paulus aan de
Thessalonicenzen, die Grieken waren,

486
00:29:26,310 --> 00:29:30,990
dat zij vervolging ondervonden
van hun eigen Griekse landgenoten,

487
00:29:30,990 --> 00:29:35,370
net zoals de Joodse christenen in
Judea vervolging ondervonden van

488
00:29:35,370 --> 00:29:37,410
hun Joodse landgenoten.

489
00:29:37,410 --> 00:29:42,210
Dat zegt hij in de verzen 14
tot en met 16. Paulus zegt:

490
00:29:42,210 --> 00:29:46,830
Want u, broeders, bent navolgers
geworden van de gemeenten

491
00:29:46,830 --> 00:29:51,030
van God die in Judea
zijn, in Christus Jezus,

492
00:29:51,030 --> 00:29:57,090
omdat ook u hetzelfde geleden hebt van uw
eigen medeburgers als zij van de Joden,

493
00:29:57,090 --> 00:30:00,090
Dat wil zeggen: de Joodse gemeenten.

494
00:30:00,090 --> 00:30:03,330
Wanneer hij nu de Joden
noemt die ongelovig waren,

495
00:30:03,330 --> 00:30:07,831
die de Joodse christenen vervolgden
— de anti-christelijke Joden —

496
00:30:07,831 --> 00:30:09,750
zegt Paulus het volgende:

497
00:30:09,750 --> 00:30:13,770
die zowel de Heere Jezus als
hun eigen profeten hebben gedood

498
00:30:13,770 --> 00:30:15,450
en ons hebben vervolgd.

499
00:30:15,450 --> 00:30:19,771
Zij behagen God niet en zijn
alle mensen vijandig gezind .

500
00:30:19,771 --> 00:30:24,810
Zij verhinderen ons tot de heidenen te
spreken opdat die zalig zouden worden.

501
00:30:24,810 --> 00:30:28,290
Zo maken zij voor altijd
de maat van hun zonden vol.

502
00:30:28,290 --> 00:30:31,410
En de toorn is over hen
gekomen tot het einde.

503
00:30:31,410 --> 00:30:33,930
Is dat niet het onderdrukken
van de waarheid?

504
00:30:33,930 --> 00:30:36,870
Paulus probeert de waarheid
aan de heidenen te prediken,

505
00:30:36,870 --> 00:30:38,730
en de Joden verbieden het.

506
00:30:38,730 --> 00:30:40,410
Zij onderdrukken het.

507
00:30:40,410 --> 00:30:42,870
Let op: de toorn is gekomen.

508
00:30:42,870 --> 00:30:46,050
Hij heeft het niet over een
toekomstige dag van toorn.

509
00:30:46,050 --> 00:30:51,030
Zij zijn al de ontvangers van de uiterste
toorn, omdat zij de waarheid onderdrukken.

510
00:30:51,030 --> 00:30:54,810
En zo begint Paulus Romeinen 1:18.

511
00:30:54,810 --> 00:30:59,370
Hij zegt dat de toorn van God
vanuit de hemel geopenbaard wordt.

512
00:30:59,370 --> 00:31:02,250
Het is een actuele
werkelijkheid die je kunt zien,

513
00:31:02,250 --> 00:31:07,230
als je weet waar je moet kijken, gericht
tegen hen die de waarheid onderdrukken.

514
00:31:07,230 --> 00:31:12,210
En hij beschrijft hen: zij kenden
God, zij keerden zich van God af,

515
00:31:12,210 --> 00:31:16,530
zij verwisselden Zijn
heerlijkheid, God gaf hen prijs.

516
00:31:16,530 --> 00:31:21,150
Dit zijn allemaal termen die de Bijbel
elders gebruikt over de Joden zelf.

517
00:31:21,150 --> 00:31:24,150
Hoewel Paulus niets zegt
wat niet in zekere zin ook

518
00:31:24,150 --> 00:31:27,090
waar zou kunnen zijn van
de heidenen, is het minder

519
00:31:27,090 --> 00:31:31,830
waar van de heidenen dan van de
Joden, omdat zij God niet kenden.

520
00:31:31,830 --> 00:31:34,830
De heidenen kenden God vóór die tijd niet.

521
00:31:34,830 --> 00:31:39,030
God gaf hen niet prijs, omdat
Hij hen nooit onder Zijn leiding,

522
00:31:39,030 --> 00:31:41,070
onder Zijn begeleiding had gehad.

523
00:31:41,070 --> 00:31:43,350
Hij gaf Israël prijs.

524
00:31:43,350 --> 00:31:48,750
En dan gaat hij verder met te vertellen
hoe verdorven en hoe losbandig zij werden.

525
00:31:48,750 --> 00:31:53,910
Je hoeft niet veel in het Oude Testament
te lezen om te zien dat dat precies klopt.

526
00:31:53,910 --> 00:31:57,210
Zelfs de verwijzingen naar
homoseksualiteit zijn interessant,

527
00:31:57,210 --> 00:32:01,290
want in het boek Richteren staat
het verhaal van een man, een Leviet,

528
00:32:01,290 --> 00:32:05,850
die een bijvrouw had, en hij trok door
een bepaalde stad van de Benjaminieten,

529
00:32:05,850 --> 00:32:09,630
een Joodse, Israëlitische
stad, en de mannen van de stad

530
00:32:09,630 --> 00:32:13,110
omsingelden het huis en
wilden de man verkrachten.

531
00:32:13,110 --> 00:32:15,630
In plaats daarvan namen ze zijn bijvrouw

532
00:32:15,630 --> 00:32:18,690
en verkrachtten haar
tot de dood erop volgde.

533
00:32:18,690 --> 00:32:20,550
Dit zijn Joden.

534
00:32:20,550 --> 00:32:23,610
Dat klinkt als Sodom en Gomorra.

535
00:32:23,610 --> 00:32:25,710
Sodom was niet Joods.

536
00:32:25,710 --> 00:32:27,750
Sodom was heidens.

537
00:32:27,750 --> 00:32:31,950
Maar de Joden deden precies
dezelfde dingen, bijna identiek.

538
00:32:31,950 --> 00:32:33,630
Wat zegt Paulus hiermee?

539
00:32:33,630 --> 00:32:37,950
Paulus zegt dat hoe donker je het beeld
van de zonde van de heidenen ook wilt

540
00:32:37,950 --> 00:32:40,110
schilderen, als je het zo wilt zien,

541
00:32:40,110 --> 00:32:44,370
de Joden precies hetzelfde spoor
hebben gevolgd als de heidenen.

542
00:32:44,370 --> 00:32:47,670
Het enige verschil is
dat zij het beter wisten.

543
00:32:47,670 --> 00:32:51,210
De heidenen wisten het
niet — zij waren onwetend.

544
00:32:51,210 --> 00:32:56,370
Maar de Joden kenden God en vonden het
niet goed om God te blijven erkennen.

545
00:32:56,370 --> 00:33:01,470
Zij wilden God, de heerlijkheid
van God, verruilen voor afgoden.

546
00:33:01,470 --> 00:33:05,010
Wat ik hier zie, is niet een
soort algemene beschrijving van

547
00:33:05,010 --> 00:33:07,530
menselijke schuld, maar een specifiek

548
00:33:07,530 --> 00:33:10,830
gerichte beschrijving van
de geschiedenis van Israël,

549
00:33:10,830 --> 00:33:15,330
waarbij zo veel mogelijk de kenmerkende
elementen worden vermeden die zouden

550
00:33:15,330 --> 00:33:18,090
verraden dat hij het over Israël heeft.

551
00:33:18,090 --> 00:33:21,991
Maar als je terugkijkt, zeg
je: wacht eens, hij was —

552
00:33:21,991 --> 00:33:26,070
want al deze dingen worden over
hen gezegd in het Oude Testament,

553
00:33:26,070 --> 00:33:28,470
en ook in het Nieuwe Testament.

554
00:33:28,470 --> 00:33:33,390
Daarom kan hij, wanneer hij aan het eind
daarvan komt, zeggen: daarom, o mens,

555
00:33:33,390 --> 00:33:38,071
die een Jood bent — dat zegt
hij in vers 17 van hoofdstuk 2 —

556
00:33:38,071 --> 00:33:40,350
jij bent niet te verontschuldigen.

557
00:33:40,350 --> 00:33:43,350
Jij bent de man die ik
zojuist heb beschreven.

558
00:33:43,350 --> 00:33:47,430
Je stond aan mijn kant zolang je
dacht dat het over de heidenen ging.

559
00:33:47,430 --> 00:33:50,850
Welnu, nu kun je een
objectief oordeel vellen.

560
00:33:50,850 --> 00:33:54,570
Je bent het ermee eens dat
deze mensen de dood verdienen.

561
00:33:54,570 --> 00:33:56,730
Welnu, jij bent hen.

562
00:33:56,730 --> 00:34:00,990
Je hebt jezelf veroordeeld, want
jij doet precies dezelfde dingen.

563
00:34:00,990 --> 00:34:05,550
Trouwens, nog iets dat ik in dit verband
wil aanwijzen, wat naar de Joden wijst,

564
00:34:05,550 --> 00:34:10,410
is dat hij in vers 32, 1:32, zegt:

565
00:34:10,410 --> 00:34:14,670
Zij kennen het recht van God, namelijk
dat zij die zulke dingen doen de dood

566
00:34:14,670 --> 00:34:17,970
verdienen, en toch doen zij
niet alleen zelf deze dingen,

567
00:34:17,970 --> 00:34:21,270
maar stemmen ook van harte
in met hen die ze doen.

568
00:34:21,270 --> 00:34:24,150
Wie kende nu de rechtvaardige
oordelen van God?

569
00:34:24,150 --> 00:34:28,050
De rechtvaardige oordelen van
God waren eigenlijk Zijn wet.

570
00:34:28,050 --> 00:34:32,310
In Psalm 119 is de uitdrukking
'Uw rechtvaardige oordelen'

571
00:34:32,310 --> 00:34:37,770
behoorlijk vaak een synoniem voor 'Uw
wet', 'Uw geboden', 'Uw inzettingen'.

572
00:34:37,770 --> 00:34:43,050
Psalm 119 noemt Gods wet steeds
opnieuw 'Uw rechtvaardige oordelen'.

573
00:34:43,050 --> 00:34:48,510
De Joden kenden de rechtvaardige oordelen
van God, in de wet, in de inzettingen.

574
00:34:48,510 --> 00:34:51,871
Maar hoewel ze de rechtvaardige
oordelen van God kenden —

575
00:34:51,871 --> 00:34:56,610
niet alleen dát deze dingen slecht waren,
maar ze kenden zelfs de straf die God had

576
00:34:56,610 --> 00:35:00,450
voorgeschreven, dat ze de
dood verdienden — maar zie je,

577
00:35:00,450 --> 00:35:04,230
de mensen die hij hier
beschrijft, zijn geen heidenen.

578
00:35:04,230 --> 00:35:06,510
In veel opzichten loopt hun geschiedenis

579
00:35:06,510 --> 00:35:08,910
parallel aan de geschiedenis
van de heidenen,

580
00:35:08,910 --> 00:35:12,810
maar met meer schuld dan de
heidenen zelf ooit hadden.

581
00:35:12,810 --> 00:35:16,230
Ik wil je nu heel even
meenemen naar Romeinen 3.

582
00:35:16,230 --> 00:35:19,350
Daar komen we apart op
terug, in een andere lezing,

583
00:35:19,350 --> 00:35:21,930
maar het hoort nog bij
dezelfde bespreking.

584
00:35:21,930 --> 00:35:26,910
Ik denk dat Paulus in deze hoofdstukken —
de eerste vier hoofdstukken van Romeinen,

585
00:35:26,910 --> 00:35:32,610
denk ik — probeert de raciale, elitaire
trots van de Joden te ontkrachten.

586
00:35:32,610 --> 00:35:37,950
Want zij voelden zich beter, niet omdat ze
beter waren, maar omdat ze besneden waren.

587
00:35:37,950 --> 00:35:41,310
En dat brengt hij dan ook
flink vaak ter sprake.

588
00:35:41,310 --> 00:35:45,030
Kijk maar naar wat hij
later, in hoofdstuk 2, zegt:

589
00:35:45,030 --> 00:35:48,810
Wat doet de besnijdenis ertoe
als je de wet niet houdt?

590
00:35:48,810 --> 00:35:53,970
Zelfs een onbesneden man zal als besneden
worden beschouwd als hij de wet houdt.

591
00:35:53,970 --> 00:35:56,550
Maar het gaat om de Joodse mentaliteit,

592
00:35:56,550 --> 00:35:59,430
waar wij ons nauwelijks
iets bij kunnen voorstellen.

593
00:35:59,430 --> 00:36:04,650
Je zou kunnen denken: nou, de Joden waren
beter dan de heidenen omdat ze die mooie

594
00:36:04,650 --> 00:36:06,990
wetten hadden, de Tien Geboden.

595
00:36:06,990 --> 00:36:09,690
Dat waren niet de wetten
waar ze op roemden.

596
00:36:09,690 --> 00:36:12,150
Ze roemden niet op de Tien Geboden.

597
00:36:12,150 --> 00:36:16,770
De meeste heidenen hadden diezelfde
wetten, de meeste van hen.

598
00:36:16,770 --> 00:36:22,530
Moord, overspel, diefstal — dat was
in de meeste samenlevingen verboden,

599
00:36:22,530 --> 00:36:24,030
ook bij de heidenen.

600
00:36:24,030 --> 00:36:28,290
Wat de Joden onderscheidde,
waren niet de morele geboden.

601
00:36:28,290 --> 00:36:33,210
De wetten van Hammurabi in Babylon
bevatten dezelfde morele geboden.

602
00:36:33,210 --> 00:36:36,750
Wat de Joden onderscheidend
hadden, was de besnijdenis.

603
00:36:36,750 --> 00:36:39,750
Dat was het teken van hun verbond met God.

604
00:36:39,750 --> 00:36:43,950
En zolang ze besneden waren,
dacht men, maakte dat hen anders.

605
00:36:43,950 --> 00:36:48,630
Je kon een goede Jood zijn of een
slechte Jood, maar als je besneden was,

606
00:36:48,630 --> 00:36:50,430
hoorde je bij Gods volk.

607
00:36:50,430 --> 00:36:55,710
Een goede of een slechte heiden bleef een
slechterik, omdat hij niet besneden was.

608
00:36:55,710 --> 00:37:01,410
Voor de Joden was besnijdenis de definitie
zelf van het erbij horen in Israël.

609
00:37:01,410 --> 00:37:04,110
Daarom werden zij de besnijdenis genoemd.

610
00:37:04,110 --> 00:37:08,910
En de heidenen werden de onbesnedenen
genoemd. Zo noemden ze dat.

611
00:37:08,910 --> 00:37:13,050
Denk aan het moment waarop Paulus
tot de heidenen spreekt en zegt:

612
00:37:13,050 --> 00:37:17,910
Jullie die onbesnedenen werden genoemd
door hen die zichzelf besnedenen noemen.

613
00:37:17,910 --> 00:37:20,010
Dat staat in Efeze 2.

614
00:37:20,010 --> 00:37:24,870
De Joden noemden zichzelf de
besnedenen — wij zijn de besnedenen.

615
00:37:24,870 --> 00:37:29,070
En daarom moet Paulus hen aan het
einde van hoofdstuk 2 terechtwijzen:

616
00:37:29,070 --> 00:37:32,550
Het gaat niet om uiterlijke
besnijdenis, in het vlees;

617
00:37:32,550 --> 00:37:35,190
het gaat om besnijdenis van het hart.

618
00:37:35,190 --> 00:37:39,630
Niet wie het uiterlijk is, is een
Jood, maar wie het innerlijk is.

619
00:37:39,630 --> 00:37:43,650
Het punt dat Paulus door dit
hele gedeelte heen maakt, is dit:

620
00:37:43,650 --> 00:37:48,030
jullie Joden roemen op iets waarvan
jullie denken dat het jullie als groep

621
00:37:48,030 --> 00:37:52,710
superieur maakt aan de heidenen,
omdat jullie als groep besneden zijn

622
00:37:52,710 --> 00:37:54,690
en zij als groep niet.

623
00:37:54,690 --> 00:37:58,470
Maar kijk — als het aankomt
op werkelijk moreel gedrag,

624
00:37:58,470 --> 00:38:02,730
zijn de Joden als groep niet bepaald
een verbetering ten opzichte van de

625
00:38:02,730 --> 00:38:04,410
heidenen als groep.

626
00:38:04,410 --> 00:38:07,530
Alles wat de heidenen hebben
gedaan dat verachtelijk is,

627
00:38:07,530 --> 00:38:11,190
hebben de Joden ook gedaan,
en dat betekent dat het een

628
00:38:11,190 --> 00:38:15,630
waanidee is als jullie denken dat je
superieur bent aan andere mensen die

629
00:38:15,630 --> 00:38:17,430
niet besneden zijn.

630
00:38:17,430 --> 00:38:22,110
En dat is waar hij doorheen gaat,
van hoofdstuk 1 tot en met 4.

631
00:38:22,110 --> 00:38:25,530
Maar in hoofdstuk 3 — waar
we nu even naartoe springen,

632
00:38:25,530 --> 00:38:28,351
we komen er over een
paar lezingen op terug —

633
00:38:28,351 --> 00:38:30,870
begint hij hoofdstuk 3 met de vraag:

634
00:38:30,870 --> 00:38:33,631
Wat heeft de Jood dan voor op anderen ?

635
00:38:33,631 --> 00:38:36,510
Of wat is het voordeel
van het besneden zijn?

636
00:38:36,510 --> 00:38:39,750
Hij heeft net aan het einde van
hoofdstuk 2 gezegd dat het niet

637
00:38:39,750 --> 00:38:44,550
uitmaakt of je uiterlijk een Jood
bent; het gaat om innerlijk Jood zijn.

638
00:38:44,550 --> 00:38:47,250
Het maakt niet uit of je
uiterlijk besneden bent;

639
00:38:47,250 --> 00:38:49,710
het gaat om innerlijk besneden zijn.

640
00:38:49,710 --> 00:38:53,610
Je zou verwachten dat hij, als hij
vraagt wat voor voordeel de Jood heeft,

641
00:38:53,610 --> 00:38:59,790
gaat zeggen: geen — kom van je hoge paard
af, je hebt geen enkel voordeel als Jood.

642
00:38:59,790 --> 00:39:02,430
Maar hij zegt het tegenovergestelde:

643
00:39:02,430 --> 00:39:04,170
Veel, in alle opzichten.

644
00:39:04,170 --> 00:39:08,250
Want in de eerste plaats zijn hun
de woorden van God toevertrouwd.

645
00:39:08,250 --> 00:39:10,050
Wat dan wel? Nou:

646
00:39:10,050 --> 00:39:15,450
vooral dit: jullie hebben de woorden
van God gekregen De Schriften zijn aan

647
00:39:15,450 --> 00:39:18,030
jullie, Joden, gegeven.

648
00:39:18,030 --> 00:39:20,070
Dat is dus wél een voordeel.

649
00:39:20,070 --> 00:39:22,350
Maar wat is dat voordeel dan precies?

650
00:39:22,350 --> 00:39:25,170
Nou, er is wel degelijk een voordeel.

651
00:39:25,170 --> 00:39:30,090
God heeft jullie voorrechten gegeven die
niemand anders had, vooral de Schriften.

652
00:39:30,090 --> 00:39:32,130
Maar dan zegt hij in vers 9:

653
00:39:32,130 --> 00:39:33,451
Wat dan wel ?

654
00:39:33,451 --> 00:39:36,570
Zijn wij voortreffelijker? Beslist niet!

655
00:39:36,570 --> 00:39:41,430
Wij hebben immers zojuist én Joden én
Grieken beschuldigd dat zij allen onder

656
00:39:41,430 --> 00:39:42,690
de zonde zijn,

657
00:39:42,690 --> 00:39:47,490
Oké, wij Joden, wij hebben een
voordeel dat zij niet hebben.

658
00:39:47,490 --> 00:39:49,410
Wij hebben de woorden van God.

659
00:39:49,410 --> 00:39:54,390
Ja, er is een voordeel omdat wij Joden
zijn, maar zijn we beter dan zij?

660
00:39:54,390 --> 00:39:56,670
Hij zegt: niet echt.

661
00:39:56,670 --> 00:40:00,810
En dan somt hij zes Schriftplaatsen
uit het Oude Testament op die

662
00:40:00,810 --> 00:40:03,390
gaan over hoe goddeloos mensen zijn.

663
00:40:03,390 --> 00:40:07,770
Maar toevallig gaat elke Schriftplaats
die hij noemt, in zijn context,

664
00:40:07,770 --> 00:40:09,750
over goddeloze Joden.

665
00:40:09,750 --> 00:40:12,270
Het zijn geen beschrijvingen
van de heidenen.

666
00:40:12,270 --> 00:40:15,150
En de reden dat hij deze
Schriftplaatsen opsomt,

667
00:40:15,150 --> 00:40:20,670
is dat hij net de vraag heeft gesteld:
zijn wij Joden beter dan de andere mensen?

668
00:40:20,670 --> 00:40:24,210
Het antwoord is nee,
zoals geschreven staat.

669
00:40:24,210 --> 00:40:27,630
Bam, bam, bam — hij
raakt ze steeds opnieuw,

670
00:40:27,630 --> 00:40:30,450
steeds opnieuw met deze Schriftplaatsen.

671
00:40:30,450 --> 00:40:31,890
Wat bewijzen ze?

672
00:40:31,890 --> 00:40:35,190
Dat wij Joden niet beter
zijn dan de heidenen.

673
00:40:35,190 --> 00:40:39,570
Deze Schriftplaatsen beschrijven
Joodse mensen, en laten zien dat zij,

674
00:40:39,570 --> 00:40:43,770
in het algemeen, moreel niet
superieur zijn aan wie dan ook.

675
00:40:43,770 --> 00:40:47,490
En nadat hij al die Schriftplaatsen
heeft aangehaald, staat er in vers

676
00:40:47,490 --> 00:40:50,670
19, hoofdstuk 3:19:

677
00:40:50,670 --> 00:40:53,310
Wij weten nu dat alles wat de wet zegt,

678
00:40:53,310 --> 00:40:56,490
zij dat spreekt tot hen
die onder de wet zijn,

679
00:40:56,490 --> 00:41:01,710
opdat elke mond gestopt wordt en de
hele wereld doemwaardig wordt voor God.

680
00:41:01,710 --> 00:41:05,670
— en met "de wet" bedoelt hij de
Schriftplaatsen die hij zojuist heeft

681
00:41:05,670 --> 00:41:11,011
aangehaald; eigenlijk gebruikt hij het
woord "wet" voor het hele Oude Testament —

682
00:41:11,011 --> 00:41:13,530
Wie zijn dat? De Joden.

683
00:41:13,530 --> 00:41:17,130
Zie je, hij heeft een hele
reeks Schriftplaatsen aangehaald

684
00:41:17,130 --> 00:41:19,830
over de goddeloosheid van bepaalde mensen.

685
00:41:19,830 --> 00:41:24,990
Hij zegt: nu, dit staat in jullie
wet, aan jullie geschreven.

686
00:41:24,990 --> 00:41:29,610
Wat de wet ook zegt, het is geschreven
aan jullie die onder de wet zijn.

687
00:41:29,610 --> 00:41:31,290
Dit gaat over jullie.

688
00:41:31,290 --> 00:41:36,390
De hele lijst van Schriftplaatsen is
geen poging van Paulus om calvinisten

689
00:41:36,390 --> 00:41:41,670
een bewijstekst te geven voor de
totale verdorvenheid — verre van dat.

690
00:41:41,670 --> 00:41:47,310
Hij probeert simpelweg te bewijzen dat de
Joden net zo slecht zijn als ieder ander.

691
00:41:47,310 --> 00:41:51,030
En hoewel sommige van de Schriftplaatsen
die hij aanhaalt hyperbolen

692
00:41:51,030 --> 00:41:52,950
gebruiken — bijvoorbeeld:

693
00:41:52,950 --> 00:41:55,290
Er is niemand die God zoekt.

694
00:41:55,290 --> 00:42:00,810
Nou, David is daar een uitzondering op, en
David is degene die dat geschreven heeft,

695
00:42:00,810 --> 00:42:02,370
in Psalm 14.

696
00:42:02,370 --> 00:42:05,370
Nou, is David dan geen zoeker van God?

697
00:42:05,370 --> 00:42:07,650
Hij kan dat niet absoluut bedoelen.

698
00:42:07,650 --> 00:42:10,230
Verderop in diezelfde psalm zegt hij:

699
00:42:10,230 --> 00:42:12,870
God is bij het geslacht
van de rechtvaardigen.

700
00:42:12,870 --> 00:42:16,830
Maar hij heeft net in de openingsverzen
gezegd dat er niemand rechtvaardig is.

701
00:42:16,830 --> 00:42:19,890
Het is dus duidelijk
dat wanneer David zegt:

702
00:42:19,890 --> 00:42:25,950
Er is niemand rechtvaardig, er is niemand
die goeddoet, er is niemand die God zoekt.

703
00:42:25,950 --> 00:42:27,690
dit gedichten zijn.

704
00:42:27,690 --> 00:42:29,610
Het zijn diatribes.

705
00:42:29,610 --> 00:42:33,930
Het zijn hyperbolen die zeggen
dat de wereld gek geworden is.

706
00:42:33,930 --> 00:42:36,150
Er is niemand meer die het goed doet.

707
00:42:36,150 --> 00:42:38,550
Dit zijn profetische aanklachten.

708
00:42:38,550 --> 00:42:41,910
Het zijn geen theologische
uitspraken op zich.

709
00:42:41,910 --> 00:42:46,170
Theologen willen altijd
bewijsteksten voor een leerstelling.

710
00:42:46,170 --> 00:42:48,570
David geeft geen bewijsteksten.

711
00:42:48,570 --> 00:42:53,910
Hij zegt in wezen: ik kan niet geloven
dat mijn volk zo ver afgedwaald is.

712
00:42:53,910 --> 00:42:56,070
Er is niemand die het goede doet.

713
00:42:56,070 --> 00:42:58,050
Iedereen gaat de verkeerde kant op.

714
00:42:58,050 --> 00:43:03,270
En dat is wat al deze passages zijn —
vijf ervan komen eigenlijk uit de Psalmen,

715
00:43:03,270 --> 00:43:06,810
één uit Jesaja, maar ze hebben
allemaal dezelfde functie.

716
00:43:06,810 --> 00:43:08,430
Ze zijn profetisch.

717
00:43:08,430 --> 00:43:11,550
Ze zijn niet bedoeld voor
theologische studieboeken.

718
00:43:11,550 --> 00:43:16,350
Ze zijn bedoeld als profetische
uitroepen tegen het volk Israël.

719
00:43:16,350 --> 00:43:20,070
En hoewel het natuurlijk waar is dat bijna
al deze dingen ook op de heidenen van

720
00:43:20,070 --> 00:43:23,130
toepassing zouden zijn,
is dat niet het punt.

721
00:43:23,130 --> 00:43:26,250
Het punt dat Paulus maakt,
is dat deze dingen wel

722
00:43:26,250 --> 00:43:30,930
degelijk op Israël van toepassing zijn,
omdat het net zo goed van hen waar is als

723
00:43:30,930 --> 00:43:32,310
van de heidenen.

724
00:43:32,310 --> 00:43:35,310
Laten we ons geen zorgen
maken over de heidenen.

725
00:43:35,310 --> 00:43:37,650
Iedereen weet dat zij slecht zijn.

726
00:43:37,650 --> 00:43:40,230
Je hoeft geen zaak op te
bouwen om te bewijzen dat de

727
00:43:40,230 --> 00:43:42,390
heidenen afgodendienaars zijn.

728
00:43:42,390 --> 00:43:46,230
Dat zijn ze allemaal, behalve
de christelijke onder hen.

729
00:43:46,230 --> 00:43:50,670
Je hoeft geen zaak op te bouwen om te
bewijzen dat de heidenen immoreel zijn.

730
00:43:50,670 --> 00:43:54,750
Ze zijn allemaal immoreel,
behalve de christelijke onder hen.

731
00:43:54,750 --> 00:43:57,990
Paulus probeert niet de schuld
van de heidenen te bewijzen.

732
00:43:57,990 --> 00:43:59,490
Dat staat al vast.

733
00:43:59,490 --> 00:44:02,010
Hij pleit voor gelijke
schuld bij de Joden,

734
00:44:02,010 --> 00:44:05,850
en daarom is zijn hele betoog
in de eerste vier hoofdstukken

735
00:44:05,850 --> 00:44:09,630
gericht tegen de Jood die denkt
dat hij beter is dan de heidenen,

736
00:44:09,630 --> 00:44:13,410
alleen omdat hij deel uitmaakt
van deze besneden groep die God

737
00:44:13,410 --> 00:44:15,750
voor Zichzelf apart gezet heeft.

738
00:44:15,750 --> 00:44:20,190
Ja, je had wel voordelen, maar je
bent er niet beter van geworden.

739
00:44:20,190 --> 00:44:22,050
Heeft de Jood voordelen?

740
00:44:22,050 --> 00:44:24,390
Ja, veel voordelen.

741
00:44:24,390 --> 00:44:26,970
Zijn we daarom beter? Niet echt.

742
00:44:26,970 --> 00:44:28,530
En dat is zijn betoog.

743
00:44:28,530 --> 00:44:33,510
Nu, nogmaals, hoe verschilt dit van — ik
zei dat ik op een aantal punten verschil

744
00:44:33,510 --> 00:44:35,850
van hoe velen hier tegenaan kijken.

745
00:44:35,850 --> 00:44:39,570
Ik zie Paulus niet als iemand die gewoon
een theologisch bewijsboek probeert te

746
00:44:39,570 --> 00:44:42,690
maken om universele
verdorvenheid te bewijzen,

747
00:44:42,690 --> 00:44:45,570
en al helemaal geen totale verdorvenheid.

748
00:44:45,570 --> 00:44:49,410
Deze verzen bewijzen eigenlijk
geen totale verdorvenheid.

749
00:44:49,410 --> 00:44:54,030
Ten eerste, als er al iets is, dan
zegt Paulus dat deze dingen op de Joden

750
00:44:54,030 --> 00:44:55,470
van toepassing zijn.

751
00:44:55,470 --> 00:44:58,890
Als ze dus al iets van totale
verdorvenheid zouden leren,

752
00:44:58,890 --> 00:45:02,910
dan zou dat alleen de totale
verdorvenheid van de Joden bewijzen.

753
00:45:02,910 --> 00:45:06,990
Voor de heidenen zouden we het dan op
een andere manier moeten uitzoeken.

754
00:45:06,990 --> 00:45:10,951
Maar zelfs de verzen die klinken
als totale verdorvenheid —

755
00:45:10,951 --> 00:45:15,990
— zijn hyperbool, omdat David, die dit
zegt, er zelf een uitzondering op was,

756
00:45:15,990 --> 00:45:18,150
en er waren anderen die hij kende.

757
00:45:18,150 --> 00:45:21,270
De Bijbel spreekt over
veel mensen die God zoeken.

758
00:45:21,270 --> 00:45:24,990
Als je een concordantie pakt
en het woord "zoeken" opzoekt,

759
00:45:24,990 --> 00:45:29,550
zul je zien hoeveel tientallen teksten
er spreken over mensen die God zoeken.

760
00:45:29,550 --> 00:45:32,431
Dus om te zeggen dat er
niemand is die God zoekt —

761
00:45:32,431 --> 00:45:36,030
ik zal je vertellen wat de
calvinist hierover zegt: nou,

762
00:45:36,030 --> 00:45:41,850
de uitverkorenen zoeken God, maar hier
gaat het over de niet-uitverkorenen.

763
00:45:41,850 --> 00:45:46,290
Nee, het gaat niet over de
niet-uitverkorenen. Het begint zo:

764
00:45:46,290 --> 00:45:51,450
kijkt God vanuit de hemel of er onder
de mensen iemand is die goeddoet

765
00:45:51,450 --> 00:45:56,670
Het gaat niet over de niet-uitverkorenen;
het gaat over het menselijk geslacht.

766
00:45:56,670 --> 00:46:00,990
Hij maakt geen onderscheid tussen
uitverkoren en niet-uitverkoren.

767
00:46:00,990 --> 00:46:03,750
Hij hekelt gewoonweg
het menselijk geslacht,

768
00:46:03,750 --> 00:46:06,510
vooral het deel daarvan
dat David kon zien,

769
00:46:06,510 --> 00:46:11,970
namelijk de Israëlieten om hem heen —
God ziet hier niets wat Hij fijn vindt.

770
00:46:11,970 --> 00:46:14,670
Nou, er zouden uitzonderingen zijn.

771
00:46:14,670 --> 00:46:18,270
Hij hield van David, Hij hield
van sommige andere mensen,

772
00:46:18,270 --> 00:46:21,510
maar over het geheel
genomen is het beeld somber.

773
00:46:21,510 --> 00:46:27,631
En zoals dichters vaak doen — de Psalmen
zijn allemaal poëzie, en de profeten ook —

774
00:46:27,631 --> 00:46:30,450
overdrijven ze een beetje
om indruk te maken.

775
00:46:30,450 --> 00:46:33,390
Maar het doel van Paulus
met het aanhalen hiervan

776
00:46:33,390 --> 00:46:38,370
is niet om een zaak op te bouwen voor
een totale verdorvenheid waarbij er niet

777
00:46:38,370 --> 00:46:43,290
één mens op aarde is die God zoekt, maar
om te laten zien dat er geen volk is

778
00:46:43,290 --> 00:46:44,730
dat God zoekt.

779
00:46:44,730 --> 00:46:48,450
De Joden dachten dat zij het
volk waren dat God zoekt.

780
00:46:48,450 --> 00:46:52,170
Zeker, sommigen van de Joden
onder hen deden dat niet,

781
00:46:52,170 --> 00:46:55,350
en sommige heidenen deden dat juist wel.

782
00:46:55,350 --> 00:46:57,930
Cornelius zocht God zeker.

783
00:46:57,930 --> 00:47:01,050
Hij was geen christen; hij was een heiden.

784
00:47:01,050 --> 00:47:06,510
Maar zeker, sommige mensen zoeken
God, zowel Joden als heidenen.

785
00:47:06,510 --> 00:47:11,250
Maar er is geen volk dat als geheel
beter is dan andere volken omdat het als

786
00:47:11,250 --> 00:47:13,770
volk God zoekt. Nee.

787
00:47:13,770 --> 00:47:18,150
Je kunt veel Schriftplaatsen vinden
in het Oude Testament over Israël

788
00:47:18,150 --> 00:47:20,670
die laten zien dat zij dat niet doen.

789
00:47:20,670 --> 00:47:22,530
En dat is het punt van Paulus.

790
00:47:22,530 --> 00:47:26,130
Dus ik denk dat wanneer we naar
Romeinen kijken vanuit de gedachte:

791
00:47:26,130 --> 00:47:29,790
we hebben een leerstelling die
we willen bewijzen — o, hier,

792
00:47:29,790 --> 00:47:35,311
dit vers klinkt precies goed, o, dat is
een mooie, die gaat mijn punt bewijzen —

793
00:47:35,311 --> 00:47:38,130
dan klinkt het misschien
alsof het jouw punt bewijst,

794
00:47:38,130 --> 00:47:41,010
maar het is misschien niet iets
waarvan Paulus zou vinden dat het

795
00:47:41,010 --> 00:47:42,570
jouw punt bewijst.

796
00:47:42,570 --> 00:47:45,210
Hij bewijst misschien een heel ander punt.

797
00:47:45,210 --> 00:47:48,390
Hij is ergens naartoe
op weg in zijn betoog.

798
00:47:48,390 --> 00:47:53,130
Hij bouwt een argument op, en wij
moeten bepalen wat zijn argument is,

799
00:47:53,130 --> 00:47:56,610
in plaats van te zeggen wat
wij willen dat het argument is.

800
00:47:56,610 --> 00:48:01,110
Wat hij duidelijk wil maken, is dat
hij de houding van de zelfingenomen,

801
00:48:01,110 --> 00:48:05,250
zelfrechtvaardige, superieure
Jood heel goed kent.

802
00:48:05,250 --> 00:48:09,330
En hoewel de meeste Joden die wij kennen
die houding misschien niet hebben,

803
00:48:09,330 --> 00:48:12,750
kan dat komen doordat
zij in een beschaafde,

804
00:48:12,750 --> 00:48:15,270
verchristelijkte samenleving leven.

805
00:48:15,270 --> 00:48:19,350
De meeste Joden kunnen waarschijnlijk
niet volhouden dat ze beter zijn

806
00:48:19,350 --> 00:48:23,490
dan de meeste heidenen, omdat de
meeste heidenen die zij kennen

807
00:48:23,490 --> 00:48:26,430
ook een behoorlijk
fatsoenlijk leven leiden.

808
00:48:26,430 --> 00:48:30,570
Maar in een heidense wereld,
waar de heidenen met prostituees

809
00:48:30,570 --> 00:48:33,990
sliepen in de tempels van
hun valse goden en godinnen,

810
00:48:33,990 --> 00:48:38,370
waar zij hun ongewenste zuigelingen
te vondeling legden en doodden,

811
00:48:38,370 --> 00:48:42,091
waar zij zichzelf vermaakten
met gladiatorengevechten —

812
00:48:42,091 --> 00:48:46,710
dan hoeft er niet veel voor nodig
te zijn om te kijken en te zeggen:

813
00:48:46,710 --> 00:48:51,510
'Wij Joden zijn beter dan die mensen,'
want hoe konden ze zich niet beter voelen?

814
00:48:51,510 --> 00:48:54,330
De Joden keurden die
verschrikkelijke dingen niet goed,

815
00:48:54,330 --> 00:48:56,370
maar de heidenen leken dat wel te doen.

816
00:48:56,370 --> 00:49:01,171
Maar het zou een vergissing zijn — en het
was ook een vergissing die zij maakten —

817
00:49:01,171 --> 00:49:07,110
om te denken dat wij, omdat we sommige
van deze heidense praktijken afkeuren,

818
00:49:07,110 --> 00:49:12,390
een beter volk zijn, en dat we een
beter volk zijn omdat wij besneden zijn

819
00:49:12,390 --> 00:49:14,910
en Joden zijn en zij niet.

820
00:49:14,910 --> 00:49:19,950
Dat zou betekenen dat je voorbijgaat
aan het feit dat sommige Joden God niet

821
00:49:19,950 --> 00:49:22,650
zoeken, en sommige heidenen wel.

822
00:49:22,650 --> 00:49:27,150
We doen hier geen uitspraak
over ieder afzonderlijk mens.

823
00:49:27,150 --> 00:49:29,910
We hebben het hier over categorieën.

824
00:49:29,910 --> 00:49:35,190
Je denkt niet dat Joden beter zijn
omdat werkelijk iedere Jood beter is,

825
00:49:35,190 --> 00:49:40,350
want je weet dat sommigen van hen
dat niet zijn. Er zijn Judassen.

826
00:49:40,350 --> 00:49:44,370
Er zijn ook oneerlijke
Joden. Dat wisten ze.

827
00:49:44,370 --> 00:49:47,670
Ze ontkenden niet dat
er slechte Joden waren.

828
00:49:47,670 --> 00:49:51,870
Wat ze ontkenden, was dat
dat er werkelijk toe deed.

829
00:49:51,870 --> 00:49:55,530
Zolang ze besneden waren,
hoorden ze bij het goede volk,

830
00:49:55,530 --> 00:49:58,590
en dat gaf hun een bijzondere status.

831
00:49:58,590 --> 00:50:01,950
Het is voor ons moeilijk om ons
daar iets bij voor te stellen,

832
00:50:01,950 --> 00:50:04,050
maar zo dacht de Jood erover.

833
00:50:04,050 --> 00:50:07,230
De besnijdenis maakte het hele verschil.

834
00:50:07,230 --> 00:50:12,991
En daarom moet Paulus twee keer
— in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4 —

835
00:50:12,991 --> 00:50:16,110
op de kwestie van de besnijdenis ingaan.

836
00:50:16,110 --> 00:50:21,750
Hij zegt dat Abraham voor rechtvaardig
werd gehouden toen hij nog onbesneden was.

837
00:50:21,750 --> 00:50:25,590
Want de besnijdenis heeft
wel nut als u de wet houdt,

838
00:50:25,590 --> 00:50:28,290
maar als u een overtreder van de wet bent,

839
00:50:28,290 --> 00:50:31,770
is uw besneden zijn tot
onbesneden zijn geworden.

840
00:50:31,770 --> 00:50:35,730
Paulus moet stevig ingaan tegen
deze kwestie van de besnijdenis,

841
00:50:35,730 --> 00:50:41,310
want die zit al eeuwenlang in het hoofd
van iedere Jood: wij zijn besneden,

842
00:50:41,310 --> 00:50:46,350
dat is het teken van ons verbond
met God, wij zijn een beter volk,

843
00:50:46,350 --> 00:50:52,710
wij zijn een beter ras, God houdt van ons
omdat wij dit teken op onze huid hebben.

844
00:50:52,710 --> 00:50:57,150
En Paulus zegt: kom nou, God
gaat het om gerechtigheid,

845
00:50:57,150 --> 00:50:59,430
niet om het snijden in je huid.

846
00:50:59,430 --> 00:51:04,650
Sterker nog, als je kijkt naar hoofdstuk
2, waar hij spreekt tot deze Joodse,

847
00:51:04,650 --> 00:51:09,030
oordelende mensen — ik ga hoofdstuk
2 nu nog niet echt behandelen,

848
00:51:09,030 --> 00:51:12,210
dat komt in een latere lezing
— maar ik wil hier even

849
00:51:12,210 --> 00:51:15,090
vooruitspringen en hiernaar kijken.

850
00:51:15,090 --> 00:51:19,830
Hij zegt in vers 6 dat God ieder
zal vergelden naar zijn werken:

851
00:51:19,830 --> 00:51:22,830
Die ieder vergelden zal naar zijn werken,

852
00:51:22,830 --> 00:51:27,270
Je zou misschien denken dat God,
door te zeggen 'the Jew first',

853
00:51:27,270 --> 00:51:30,090
partijdig is ten gunste van de Joden.

854
00:51:30,090 --> 00:51:33,990
Wel, dat is nou precies wat
Hij zegt dat Hij niet doet.

855
00:51:33,990 --> 00:51:38,730
Ja, de Jood had de eerste keus, maar
de Griek hoort er net zo goed bij

856
00:51:38,730 --> 00:51:40,050
als de Jood.

857
00:51:40,050 --> 00:51:45,330
Doe je kwaad, dan word je gestraft
door God, of je nu Jood bent of Griek.

858
00:51:45,330 --> 00:51:48,751
Zeker, God heeft de
Joden eerst geoordeeld —

859
00:51:48,751 --> 00:51:53,850
in het jaar 70 na Christus kwam hun
samenleving onder verwoesting terecht.

860
00:51:53,850 --> 00:51:57,810
De heidense samenlevingen
zullen ook hun beurt krijgen.

861
00:51:57,810 --> 00:52:02,850
En als het gaat om gerechtigheid,
kregen de Joden hun kans als eerste.

862
00:52:02,850 --> 00:52:04,770
Jezus kwam naar hen toe.

863
00:52:04,770 --> 00:52:07,350
Aan het begin van Zijn bediening zei Hij:

864
00:52:07,350 --> 00:52:10,290
Hij antwoordde en zei: Ik ben alleen maar

865
00:52:10,290 --> 00:52:14,370
gezonden naar de verloren
schapen van het huis van Israël.

866
00:52:14,370 --> 00:52:16,230
Hij ging niet naar de heidenen.

867
00:52:16,230 --> 00:52:20,250
De gerechtigheid en de goddeloosheid
worden bij individuen in

868
00:52:20,250 --> 00:52:23,610
overweging genomen, ongeacht hun ras.

869
00:52:23,610 --> 00:52:28,530
En dat is wat de Joden niet wisten,
of waar ze niet over wilden nadenken.

870
00:52:28,530 --> 00:52:31,770
En dat is wat Paulus
probeert duidelijk te maken.

871
00:52:31,770 --> 00:52:35,970
Zowel de Jood als de heiden, als
zij zoeken naar heerlijkheid,

872
00:52:35,970 --> 00:52:41,970
onsterfelijkheid en gerechtigheid,
zullen gezegend worden, Jood of heiden.

873
00:52:41,970 --> 00:52:47,190
Ga je de verkeerde kant op, dan zul
je daaronder lijden, Jood of heiden.

874
00:52:47,190 --> 00:52:49,170
Er is geen partijdigheid.

875
00:52:49,170 --> 00:52:53,490
En dat is het wezenlijke punt
dat de Jood nooit begrepen heeft:

876
00:52:53,490 --> 00:52:57,930
dat God geen partijdigheid toont
jegens jou omdat je Joods bent of

877
00:52:57,930 --> 00:52:59,730
jezelf besneden hebt.

878
00:52:59,730 --> 00:53:04,530
God gaat ieder mens beoordelen op
zijn verdiensten, niet op zijn ras.

879
00:53:04,530 --> 00:53:09,390
Dat is eigenlijk de boodschap, en
daar werkt hij naartoe in hoofdstuk 1.

880
00:53:09,390 --> 00:53:13,650
We gaan hoofdstuk 2 en 3 straks
apart in meer detail bekijken,

881
00:53:13,650 --> 00:53:18,210
maar we moeten begrijpen dat hoofdstuk
1 op deze boodschap uitloopt:

882
00:53:18,210 --> 00:53:20,970
Joden zijn niet beter dan heidenen.

883
00:53:20,970 --> 00:53:25,710
God vertoont geen partijdigheid
jegens jou alleen omdat je Joods bent.

884
00:53:25,710 --> 00:53:28,710
Jij moet net zo goed zijn
als een heiden moet zijn.

885
00:53:28,710 --> 00:53:33,330
Jij moet een gelovige zijn, net zoals
een heiden een gelovige moet zijn.

886
00:53:33,330 --> 00:53:37,650
Je kunt niet gewoon zeggen: "Ik ben
besneden en dat is goed genoeg."

887
00:53:37,650 --> 00:53:39,030
Dat is het niet.

888
00:53:39,030 --> 00:53:40,110
Zelfs niet een klein beetje.
