1
00:00:02,010 --> 00:00:04,350
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,350 --> 00:00:08,430
Deze keer behandelen we Romeinen 11.

3
00:00:08,430 --> 00:00:12,870
Wanneer we bij Romeinen 11 komen, komen we
in veel opzichten bij het hoogtepunt van

4
00:00:12,870 --> 00:00:16,530
dit gedeelte, Romeinen 9 tot en met 11.

5
00:00:16,530 --> 00:00:20,010
We hebben een flink deel van
onze tijd in hoofdstuk 9 besteed

6
00:00:20,010 --> 00:00:22,590
aan het leggen van de basis hiervoor.

7
00:00:22,590 --> 00:00:25,830
Een van de dingen waardoor we in
hoofdstuk 9 werden opgehouden,

8
00:00:25,830 --> 00:00:29,370
is de afleidingsmanoeuvre
in de populaire theologie,

9
00:00:29,370 --> 00:00:34,650
namelijk de bewering dat Paulus in
Romeinen 9 afdwaalt naar een zijspoor over

10
00:00:34,650 --> 00:00:37,950
onvoorwaardelijke
uitverkiezing en calvinisme.

11
00:00:37,950 --> 00:00:40,590
Zoals ik heb betoogd, doet hij dat niet.

12
00:00:40,590 --> 00:00:44,670
Maar we moesten die verzen bekijken door
de ogen van een zeer groot deel van de

13
00:00:44,670 --> 00:00:49,830
christelijke geleerden, commentatoren en
voorgangers, en laten zien wat daar anders

14
00:00:49,830 --> 00:00:51,270
gezien moest worden.

15
00:00:51,270 --> 00:00:56,010
Daardoor zijn we daar langer opgehouden
dan anders het geval zou zijn geweest.

16
00:00:56,010 --> 00:01:01,050
Maar we hebben in hoofdstuk 9 wel gezien
dat hij over Israël begon te spreken,

17
00:01:01,050 --> 00:01:03,390
en daar spreekt hij nog steeds over.

18
00:01:03,390 --> 00:01:07,170
Hij rondt zijn bespreking bijna
aan het einde van dit hoofdstuk af.

19
00:01:07,170 --> 00:01:08,730
Hij gaat zeggen:

20
00:01:08,730 --> 00:01:13,530
En zo zal heel Israël zalig
worden, zoals geschreven staat:

21
00:01:13,530 --> 00:01:19,410
De Verlosser zal uit Sion komen en zal
de goddeloosheden afwenden van Jakob.

22
00:01:19,410 --> 00:01:23,910
waarbij de nadruk ligt
op ‘zo’ — op deze manier.

23
00:01:23,910 --> 00:01:28,770
Dat heel Israël behouden zou worden,
is in het Oude Testament voorzegd.

24
00:01:28,770 --> 00:01:31,710
Toen we hoofdstuk 9
behandelden, hebben we veel

25
00:01:31,710 --> 00:01:36,150
Schriftgedeelten uit het Oude
Testament gelezen waarin stond:

26
00:01:36,150 --> 00:01:41,370
Israël echter wordt door de HEERE
verlost: een eeuwige verlossing.

27
00:01:41,370 --> 00:01:46,350
U zult niet beschaamd en niet te schande
worden, voor eeuwig niet , nooit!

28
00:01:46,350 --> 00:01:48,450
en dingen van gelijke strekking.

29
00:01:48,450 --> 00:01:53,070
De beloften in het Oude Testament
waren dat Israël behouden zou worden,

30
00:01:53,070 --> 00:01:57,870
en Paulus betoogt dat het Woord van
God niet zonder uitwerking is gebleven.

31
00:01:57,870 --> 00:02:01,770
De profetie is natuurlijk
uitgekomen en komt nog steeds uit,

32
00:02:01,770 --> 00:02:04,770
naarmate steeds meer van
Israël behouden wordt.

33
00:02:04,770 --> 00:02:09,870
Uiteindelijk zal blijken dat heel Israël
op deze manier behouden zal worden.

34
00:02:09,870 --> 00:02:16,410
De nadruk in Romeinen 11:26 ligt op de
manier waarop deze profetie vervuld wordt.

35
00:02:16,410 --> 00:02:19,050
In tegenstelling tot wat
ik zojuist heb gezegd,

36
00:02:19,050 --> 00:02:21,570
houdt de bedelingenleer in dat hij niet

37
00:02:21,570 --> 00:02:24,750
spreekt over de manier waarop
Israël behouden zal worden,

38
00:02:24,750 --> 00:02:28,470
maar over het tijdstip waarop
Israël behouden zal worden.

39
00:02:28,470 --> 00:02:33,150
Aanhangers daarvan geloven niet dat nu
slechts een klein deel van Israël behouden

40
00:02:33,150 --> 00:02:37,530
wordt, maar veeleer dat in de
toekomst de meerderheid van de Joden,

41
00:02:37,530 --> 00:02:40,590
zo niet alle Joden, behouden zal worden.

42
00:02:40,590 --> 00:02:44,910
Zij geloven dat de profetieën in
Jesaja dat Israël behouden zal worden,

43
00:02:44,910 --> 00:02:49,230
nog niet vervuld zijn — dat het
Woord van God als het ware nog geen

44
00:02:49,230 --> 00:02:50,850
uitwerking heeft gehad.

45
00:02:50,850 --> 00:02:55,530
Hoewel Paulus in Romeinen 9:6
zei dat dit wel het geval is,

46
00:02:55,530 --> 00:02:57,570
zeggen zij dat dit niet zo is.

47
00:02:57,570 --> 00:02:59,250
Het is uitgesteld.

48
00:02:59,250 --> 00:03:04,230
Er zal een tijd komen waarin de natie
Israël als geheel overeenkomstig deze

49
00:03:04,230 --> 00:03:07,290
profetieën behouden zal
worden, en zij geloven dat

50
00:03:07,290 --> 00:03:09,870
Paulus dat in dit hoofdstuk gaat zeggen.

51
00:03:09,870 --> 00:03:15,030
Besef dus dat dit hoofdstuk op twee totaal
verschillende manieren gelezen kan worden.

52
00:03:15,030 --> 00:03:17,490
De vraag aan het begin
van het hoofdstuk is:

53
00:03:17,490 --> 00:03:22,290
Ik zeg dan: Heeft God Zijn
volk verstoten? Volstrekt niet!

54
00:03:22,290 --> 00:03:26,010
Ik ben immers ook een Israëliet,
uit het nageslacht van Abraham,

55
00:03:26,010 --> 00:03:27,870
van de stam Benjamin.

56
00:03:27,870 --> 00:03:29,250
En hij zegt:

57
00:03:29,250 --> 00:03:30,690
Absoluut niet.

58
00:03:30,690 --> 00:03:34,770
Veel aanhangers van de
bedelingenleer zeggen: ‘Zie je wel,

59
00:03:34,770 --> 00:03:37,950
Paulus zei dat God Zijn
volk niet verstoten heeft.’

60
00:03:37,950 --> 00:03:40,950
Toch zullen aanhangers van
de bedelingenleer betogen

61
00:03:40,950 --> 00:03:45,270
dat Hij dat op dit moment wel
heeft gedaan, maar niet blijvend.

62
00:03:45,270 --> 00:03:48,330
God heeft Israël
tijdelijk terzijdegesteld,

63
00:03:48,330 --> 00:03:52,290
terwijl Hij Zich in deze bedeling
met de gemeente bezighoudt.

64
00:03:52,290 --> 00:03:56,550
Maar bij de opname van de gemeente
zal deze bedeling eindigen,

65
00:03:56,550 --> 00:04:00,030
en dan zal God Zijn handelen
met Israël hervatten.

66
00:04:00,030 --> 00:04:04,590
Hij heeft hen niet blijvend
terzijdegesteld, alleen tijdelijk.

67
00:04:04,590 --> 00:04:09,210
Hun aanname is ten eerste dat Paulus met
zijn vraag over het verstoten van Zijn

68
00:04:09,210 --> 00:04:13,470
volk, spreekt over etnisch
Israël als Zijn volk.

69
00:04:13,470 --> 00:04:18,870
Ten tweede nemen zij aan dat je ergens
een woord als ‘blijvend’ moet invoegen:

70
00:04:18,870 --> 00:04:21,750
‘Heeft God hen blijvend verstoten?’

71
00:04:21,750 --> 00:04:24,870
Paulus vraagt natuurlijk
niet of het blijvend is.

72
00:04:24,870 --> 00:04:29,130
Hij vraagt eenvoudigweg of
God hen verstoten heeft.

73
00:04:29,130 --> 00:04:34,050
Volgens leraren van de bedelingenleer
heeft Hij dat voorlopig inderdaad gedaan.

74
00:04:34,050 --> 00:04:38,490
Maar omdat zij geloven dat Hij
later Zijn beleid tegenover Israël

75
00:04:38,490 --> 00:04:43,651
zal omkeren en hen allemaal op
raciale grondslag zal behouden —

76
00:04:43,651 --> 00:04:47,730
iets wat Hij voorheen nooit
heeft gedaan en nu ook niet doet,

77
00:04:47,730 --> 00:04:53,370
maar volgens hen zal Hij het wel doen
— is Zijn volk dus etnisch Israël.

78
00:04:53,370 --> 00:04:57,510
Het zijn de volksgenoten van
Paulus, om wie hij aan het begin van

79
00:04:57,510 --> 00:05:02,730
hoofdstuk 9 zo bedroefd is, en God
heeft hen niet blijvend verstoten.

80
00:05:02,730 --> 00:05:07,710
Door dit hele hoofdstuk heen zullen zij er
een boodschap in lezen die erop neerkomt

81
00:05:07,710 --> 00:05:11,130
dat Israël tijdelijk
grotendeels verstoten is,

82
00:05:11,130 --> 00:05:14,610
maar dat later bijna allen
behouden zullen worden.

83
00:05:14,610 --> 00:05:18,150
Zelfs aanhangers van de
bedelingenleer zeggen dat dit niet

84
00:05:18,150 --> 00:05:21,510
noodzakelijkerwijs iedere
laatste Jood betekent.

85
00:05:21,510 --> 00:05:26,730
Ik heb aanhangers van de bedelingenleer
gehoord die wel degelijk geloven dat met:

86
00:05:26,730 --> 00:05:29,490
heel Israël dat behouden zal worden,

87
00:05:29,490 --> 00:05:32,850
werkelijk iedere afzonderlijke
Jood wordt bedoeld.

88
00:05:32,850 --> 00:05:36,810
Anderen zeggen: ‘Nee, dit
is een lichte overdrijving.

89
00:05:36,810 --> 00:05:41,070
Het betekent alleen dat een enorm
aantal Joden behouden zal worden,

90
00:05:41,070 --> 00:05:44,010
maar er zal nog steeds
een overblijfsel zijn.’

91
00:05:44,010 --> 00:05:47,970
De aanhanger van de bedelingenleer
beschouwt dit hoofdstuk echter als een

92
00:05:47,970 --> 00:05:54,330
passage waarin Paulus vraagt of er wel
of geen toekomst is voor etnisch Israël.

93
00:05:54,330 --> 00:05:56,310
Is er geen toekomst voor hen?

94
00:05:56,310 --> 00:05:59,070
Jawel, er is een toekomst voor hen.

95
00:05:59,070 --> 00:06:02,310
Heeft God hen verstoten? Beslist niet.

96
00:06:02,310 --> 00:06:06,450
Uiteindelijk zal Hij hen behouden,
wanneer Hij klaar is met het binnenbrengen

97
00:06:06,450 --> 00:06:07,890
van de heidenen.

98
00:06:07,890 --> 00:06:11,790
Na de opname van de gemeente
zal Hij Israël behouden.

99
00:06:11,790 --> 00:06:16,230
En zo zal heel Israël zalig
worden, zoals geschreven staat:

100
00:06:16,230 --> 00:06:21,690
De Verlosser zal uit Sion komen en zal
de goddeloosheden afwenden van Jakob.

101
00:06:21,690 --> 00:06:26,550
Ondertussen merken zij op dat Paulus zegt
dat er een overblijfsel van Israël is

102
00:06:26,550 --> 00:06:29,910
dat behouden wordt, maar
dat is slechts een teken.

103
00:06:29,910 --> 00:06:33,390
Dat is een soort aanbetaling
op de hele natie.

104
00:06:33,390 --> 00:06:36,330
Het feit dat een overblijfsel
van hen behouden wordt,

105
00:06:36,330 --> 00:06:40,110
is een argument dat zij
allemaal behouden zullen worden.

106
00:06:40,110 --> 00:06:44,010
Nu zou iemand redelijkerwijs
kunnen vragen: ‘Wacht eens even,

107
00:06:44,010 --> 00:06:45,810
hoe werkt dat argument?

108
00:06:45,810 --> 00:06:49,950
Als er vandaag een paar Israëlieten
behouden worden en de meesten van hen

109
00:06:49,950 --> 00:06:54,390
sterven en naar de hel gaan, hoe toont
dat dan op de een of andere manier aan

110
00:06:54,390 --> 00:06:57,570
dat God Zich aan die etnische
groep heeft verbonden?

111
00:06:57,570 --> 00:07:01,410
Hoe kan het feit dat nu een
overblijfsel van hen behouden wordt,

112
00:07:01,410 --> 00:07:06,510
een argument vormen voor de stelling dat
zij later allemaal behouden zullen worden?

113
00:07:06,510 --> 00:07:10,290
Alle mensen die volgens dit scenario
later behouden zouden worden,

114
00:07:10,290 --> 00:07:15,030
zijn immers nog niet eens geboren, terwijl
de meeste Joden die nu leven zullen

115
00:07:15,030 --> 00:07:17,070
sterven en naar de hel gaan?’

116
00:07:17,070 --> 00:07:21,930
Is dit een argument dat God hen
als ras specifiek begunstigt?

117
00:07:21,930 --> 00:07:26,070
Waarom zou het feit dat Hij nu slechts
een overblijfsel van hen behoudt,

118
00:07:26,070 --> 00:07:31,050
erop wijzen dat God later Zijn beleid
zal veranderen en meer dan alleen een

119
00:07:31,050 --> 00:07:34,531
overblijfsel van hen zal behouden
— namelijk hen allemaal —

120
00:07:34,531 --> 00:07:36,630
en op een andere grondslag?

121
00:07:36,630 --> 00:07:41,310
Degenen die nu behouden worden, worden
duidelijk alleen behouden omdat ze

122
00:07:41,310 --> 00:07:44,850
in Christus geloven,
niet omdat ze Joods zijn.

123
00:07:44,850 --> 00:07:48,090
En toch, als heel Israël
behouden zal worden,

124
00:07:48,090 --> 00:07:53,430
in de betekenis van etnisch Israël, zullen
zij tot die categorie behoren omdat ze

125
00:07:53,430 --> 00:07:54,870
etnisch Israël zijn.

126
00:07:54,870 --> 00:07:58,710
Natuurlijk zeggen ze niet dat zij
zonder Christus behouden zullen worden.

127
00:07:58,710 --> 00:08:02,370
Wat ze zeggen, is dat de Joden
tot Christus zullen komen.

128
00:08:02,370 --> 00:08:06,750
Wanneer ze Hem zien komen, zullen
ze zich allemaal tot Hem keren, en:

129
00:08:06,750 --> 00:08:10,830
Maar over het huis van David en
over de inwoners van Jeruzalem

130
00:08:10,830 --> 00:08:15,150
zal Ik de Geest van de genade
en van de gebeden uitstorten.

131
00:08:15,150 --> 00:08:18,870
Zij zullen Mij aanschouwen,
Die zij doorstoken hebben.

132
00:08:18,870 --> 00:08:24,691
Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als
met de rouwklacht over een enig kind ;

133
00:08:24,691 --> 00:08:27,570
en zij zullen over Hem bitter klagen,

134
00:08:27,570 --> 00:08:31,290
zoals men bitter klaagt
over een eerstgeborene.

135
00:08:31,290 --> 00:08:33,870
enzovoort, zo voeren ze aan.

136
00:08:33,870 --> 00:08:38,130
Maar het punt is dat zij zich
allemaal tot Christus zullen keren

137
00:08:38,130 --> 00:08:40,230
omdat zij Israël zijn.

138
00:08:40,230 --> 00:08:45,930
Dat wil zeggen: God zal ervoor zorgen
dat een toekomstige generatie van Israël

139
00:08:45,930 --> 00:08:50,610
zeker door Christus behouden zal worden,
hoewel Hij niet heeft bepaald dat

140
00:08:50,610 --> 00:08:56,491
enige eerdere generatie van Israël in haar
geheel door Christus behouden zou worden —

141
00:08:56,491 --> 00:08:58,230
slechts een overblijfsel.

142
00:08:58,230 --> 00:09:03,510
De gedachte dat Paulus zo redeneert, wekt
de indruk dat Paulus zijn vermogen tot

143
00:09:03,510 --> 00:09:09,210
logisch redeneren kwijt is: ‘We hebben
nu een overblijfsel van behouden Joden.

144
00:09:09,210 --> 00:09:14,730
Dat bewijst dat Hij hen in een toekomstige
generatie allemaal zal behouden.’

145
00:09:14,730 --> 00:09:16,950
Is dat zo? Hoe dan?

146
00:09:16,950 --> 00:09:18,810
Hoe werkt dat argument?

147
00:09:18,810 --> 00:09:22,710
Ik zie niet echt dat er tussen die
twee zaken een verband bestaat.

148
00:09:22,710 --> 00:09:27,090
Het kan werkelijk waar zijn dat God
op een dag alle Joden zal behouden

149
00:09:27,090 --> 00:09:30,330
en dat Hij intussen een
overblijfsel heeft behouden.

150
00:09:30,330 --> 00:09:33,270
Maar het behoud van het
overblijfsel op dit moment

151
00:09:33,270 --> 00:09:36,030
zou geen logisch argument
voor het andere zijn.

152
00:09:36,030 --> 00:09:39,990
We zouden door rechtstreekse
openbaring van Paulus of van God

153
00:09:39,990 --> 00:09:44,070
kunnen weten dat op een dag alle
Joden behouden zullen worden.

154
00:09:44,070 --> 00:09:47,790
Maar dat volgt niet logisch uit
het feit dat er nu slechts enkele

155
00:09:47,790 --> 00:09:49,470
Joden behouden worden.

156
00:09:49,470 --> 00:09:53,070
Zo ziet de aanhanger van de
bedelingenleer deze passage.

157
00:09:53,070 --> 00:09:56,010
Die gaat grotendeels over eschatologie.

158
00:09:56,010 --> 00:10:00,570
De niet-aanhanger van de bedelingenleer
ziet het zoals wij Romeinen 9 en

159
00:10:00,570 --> 00:10:02,130
10 hebben bekeken.

160
00:10:02,130 --> 00:10:05,730
Het gaat niet over de eindtijd,
maar over de huidige tijd.

161
00:10:05,730 --> 00:10:08,490
Het gaat erover hoe God mensen behoudt,

162
00:10:08,490 --> 00:10:12,690
hoe God Zijn beloften om
Israël te behouden vervult.

163
00:10:12,690 --> 00:10:16,950
Wat Paulus heeft gezegd, is dat Hij
dit heeft gedaan door Israël opnieuw te

164
00:10:16,950 --> 00:10:20,730
definiëren — of misschien
niet opnieuw te definiëren,

165
00:10:20,730 --> 00:10:24,930
maar eenvoudigweg de definitie
van Israël te verduidelijken.

166
00:10:24,930 --> 00:10:26,850
Het is altijd zo geweest.

167
00:10:26,850 --> 00:10:31,350
Het overblijfsel van Israël is
altijd het enige Israël geweest

168
00:10:31,350 --> 00:10:33,870
waarvoor Gods beloften bestemd zijn.

169
00:10:33,870 --> 00:10:38,490
Omdat dit zo is, behoudt Hij
Israël, het overblijfsel.

170
00:10:38,490 --> 00:10:42,750
Hij behoudt ook heidenen die op
dezelfde olijfboom worden geënt,

171
00:10:42,750 --> 00:10:48,270
en zo wordt heel Israël — de Joodse
en de heidense takken — behouden.

172
00:10:48,270 --> 00:10:51,870
Op deze wijze zal heel
Israël behouden worden,

173
00:10:51,870 --> 00:10:56,430
niet alleen het Joodse deel van
Israël, maar ook het heidense deel.

174
00:10:56,430 --> 00:10:58,170
Dat is wat hij betoogt.

175
00:10:58,170 --> 00:11:03,330
Het gaat om de manier waarop Israël
behouden wordt, niet om het tijdstip.

176
00:11:03,330 --> 00:11:08,610
Hij bespreekt niet zozeer iets wat later
zal gebeuren, maar iets wat nu gaande is,

177
00:11:08,610 --> 00:11:12,030
als vervulling van Zijn
belofte om Israël nu,

178
00:11:12,030 --> 00:11:16,290
in eerdere generaties en in
toekomstige generaties te behouden.

179
00:11:16,290 --> 00:11:20,910
Allen die tot Christus komen,
zijn Israël en worden behouden.

180
00:11:20,910 --> 00:11:25,170
Op deze wijze zijn, wanneer de
geschiedenis haar einde heeft bereikt,

181
00:11:25,170 --> 00:11:28,470
allen behouden die Israël zijn — heidenen

182
00:11:28,470 --> 00:11:34,350
en Joden die Christus toebehoren en ooit
hebben geleefd: het volledige Israël.

183
00:11:34,350 --> 00:11:38,010
Dit is de niet-dispensationalistische
visie, die

184
00:11:38,010 --> 00:11:40,710
duidelijk de visie is die ik aanhang.

185
00:11:40,710 --> 00:11:45,510
Daarom zal ik enigszins tegen de visie
van de bedelingenleer argumenteren.

186
00:11:45,510 --> 00:11:49,590
Ik doe dat zonder enige
vijandigheid tegenover Israël.

187
00:11:49,590 --> 00:11:54,810
Het is niet zo dat ik niet wil dat heel
Israël als etnische groep behouden wordt.

188
00:11:54,810 --> 00:11:58,290
Paulus wilde dat zij behouden
werden, en dat wil ik ook,

189
00:11:58,290 --> 00:12:00,570
en dat wil iedere christen.

190
00:12:00,570 --> 00:12:05,130
In feite wil ik dat alle mensen
behouden worden, niet alleen Joden.

191
00:12:05,130 --> 00:12:09,270
Maar Paulus nam duidelijk niet aan
dat Israël behouden zou worden,

192
00:12:09,270 --> 00:12:11,310
want waarom zou hij anders zeggen:

193
00:12:11,310 --> 00:12:16,530
Want ik zou zelf wel wensen
vervloekt te zijn, weg van Christus,

194
00:12:16,530 --> 00:12:21,210
ten gunste van mijn broeders, mijn
verwanten wat het vlees betreft.

195
00:12:21,210 --> 00:12:23,190
als dat ervoor zou zorgen?

196
00:12:23,190 --> 00:12:26,190
Hij beschouwt het duidelijk
niet als een voldongen feit

197
00:12:26,190 --> 00:12:29,310
of als iets wat gegarandeerd is.

198
00:12:29,310 --> 00:12:34,350
Waarom zou hij zelfs spreken over het
brengen van zo’n offer om hen te behouden,

199
00:12:34,350 --> 00:12:37,530
als zij hoe dan ook
behouden zullen worden?

200
00:12:37,530 --> 00:12:41,850
Waarom zou hij in het eerdere
gedeelte betogen dat slechts een

201
00:12:41,850 --> 00:12:46,170
overblijfsel behouden zal worden
en dat heidenen samen met hen

202
00:12:46,170 --> 00:12:49,530
op dezelfde grondslag
behouden zullen worden?

203
00:12:49,530 --> 00:12:53,550
Waarom zou hij hier ineens
een ander geluid laten horen?

204
00:12:53,550 --> 00:12:57,030
Aanhangers van de bedelingenleer
geloven dat God verschillende

205
00:12:57,030 --> 00:13:01,530
bedelingen heeft waarin Hij inderdaad
een ander geluid laat horen.

206
00:13:01,530 --> 00:13:04,530
In verschillende bedelingen
handelt Hij volgens verschillende

207
00:13:04,530 --> 00:13:06,570
beginselen met de mensheid.

208
00:13:06,570 --> 00:13:11,130
In de bedeling van het genadetijdperk
van de gemeente behoudt Hij slechts een

209
00:13:11,130 --> 00:13:14,970
overblijfsel van Israël,
met inbegrip van heidenen.

210
00:13:14,970 --> 00:13:20,010
Maar wanneer deze bedeling eindigt,
verandert God Zijn hele beleid.

211
00:13:20,010 --> 00:13:23,550
In zekere zin verandert
Hij zelfs Zichzelf,

212
00:13:23,550 --> 00:13:26,310
omdat ras er nu ineens voor Hem toe doet,

213
00:13:26,310 --> 00:13:30,210
terwijl het Hem nooit eerder in
Zijn bestaan of in de geschiedenis

214
00:13:30,210 --> 00:13:31,830
iets heeft uitgemaakt.

215
00:13:31,830 --> 00:13:35,670
Ik beschouw de bedelingenleer
niet als de meest redelijke visie,

216
00:13:35,670 --> 00:13:39,030
maar laten we daadwerkelijk
bekijken wat Paulus zegt,

217
00:13:39,030 --> 00:13:43,050
en niet noodzakelijkerwijs iets
wat wij hem zouden opleggen.

218
00:13:43,050 --> 00:13:46,470
Het is duidelijk dat wat
hij in hoofdstuk 11 zegt,

219
00:13:46,470 --> 00:13:51,870
op natuurlijke wijze zal voortvloeien
uit de hoofdstukken 9 en 10.

220
00:13:51,870 --> 00:13:54,870
En het was niet moeilijk
te zien wat hij daar zei.

221
00:13:54,870 --> 00:13:57,390
Ik denk dat hij hier hetzelfde zegt.

222
00:13:57,390 --> 00:13:58,470
Hij zegt:

223
00:13:58,470 --> 00:14:03,450
Ik zeg dan: Heeft God Zijn
volk verstoten? Volstrekt niet!

224
00:14:03,450 --> 00:14:07,890
Ik ben immers ook een Israëliet,
uit het nageslacht van Abraham,

225
00:14:07,890 --> 00:14:09,750
van de stam Benjamin.

226
00:14:09,750 --> 00:14:14,310
God heeft Zijn volk, dat Hij van
tevoren kende, niet verstoten.

227
00:14:14,310 --> 00:14:18,090
Of weet u niet wat de Schrift
zegt in de geschiedenis van Elia,

228
00:14:18,090 --> 00:14:21,390
hoe hij God aanspreekt
over Israël en zegt:

229
00:14:21,390 --> 00:14:23,910
Wie heeft Hij van tevoren gekend?

230
00:14:23,910 --> 00:14:27,390
Dit is een term die Paulus
eerder in Romeinen, hoofdstuk

231
00:14:27,390 --> 00:14:29,250
8, gebruikte, nietwaar?

232
00:14:29,250 --> 00:14:32,070
In Romeinen 8:29:

233
00:14:32,070 --> 00:14:34,710
Want hen die Hij van tevoren gekend heeft,

234
00:14:34,710 --> 00:14:38,910
heeft Hij er ook van tevoren toe
bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon

235
00:14:38,910 --> 00:14:42,990
gelijkvormig te zijn, opdat
Hij de Eerstgeborene zou zijn

236
00:14:42,990 --> 00:14:44,910
onder vele broeders.

237
00:14:44,910 --> 00:14:49,830
— precies dezelfde formulering: ‘hen
die Hij van tevoren gekend heeft’.

238
00:14:49,830 --> 00:14:52,350
Wie zijn dat? De christenen.

239
00:14:52,350 --> 00:14:57,270
God heeft Zijn volk niet verstoten,
maar veel Joden zijn niet Zijn volk.

240
00:14:57,270 --> 00:15:00,090
Natuurlijk heeft Hij
Zijn volk niet verstoten.

241
00:15:00,090 --> 00:15:02,550
Hij heeft de christenen niet verstoten.

242
00:15:02,550 --> 00:15:06,690
Hij heeft degenen die Hij tevoren
gekend heeft niet verstoten.

243
00:15:06,690 --> 00:15:08,970
Paulus geeft zichzelf als voorbeeld.

244
00:15:08,970 --> 00:15:11,550
Ik ben een christen en een Jood.

245
00:15:11,550 --> 00:15:13,290
Ik ben een Israëliet.

246
00:15:13,290 --> 00:15:17,190
Het is duidelijk dat God de Joden
niet volledig heeft verworpen.

247
00:15:17,190 --> 00:15:21,330
Er zijn er onder hen die christen
zijn, zoals ik, zegt hij.

248
00:15:21,330 --> 00:15:24,510
De vraag: „Heeft God Zijn volk verstoten?”

249
00:15:24,510 --> 00:15:28,350
betekent niet: „Heeft God
Zijn volk voorgoed verstoten?”

250
00:15:28,350 --> 00:15:33,150
maar: „Heeft God Zijn volk
geheel en al verstoten?”

251
00:15:33,150 --> 00:15:38,370
Nee, er zijn sommigen van Zijn volk,
de Joden, die Hij tevoren gekend heeft,

252
00:15:38,370 --> 00:15:40,650
en Hij heeft hen niet verstoten.

253
00:15:40,650 --> 00:15:44,910
Hij heeft het niet over wat er zal
gebeuren, maar over wat er gebeurd is.

254
00:15:44,910 --> 00:15:48,870
God heeft degenen die Hij tevoren
gekend heeft niet verstoten.

255
00:15:48,870 --> 00:15:50,550
Hij heeft hen behouden.

256
00:15:50,550 --> 00:15:55,230
Met andere woorden, Hij heeft
Israël behouden, het ware Israël.

257
00:15:55,230 --> 00:15:57,810
Ik ben daar een voorbeeld
van, zegt Paulus.

258
00:15:57,810 --> 00:15:59,430
Ik ben een van hen.

259
00:15:59,430 --> 00:16:03,810
Als hij nu de vraag behandelde: „Heeft
God de Joden voorgoed verworpen?”

260
00:16:03,810 --> 00:16:08,070
en hij zegt: „Nou, ik ben een Jood,”
wat zou dat dan te maken hebben met het

261
00:16:08,070 --> 00:16:09,450
beantwoorden van die vraag?

262
00:16:09,450 --> 00:16:12,450
Hij benadrukt: „Ik ben een Israëliet.

263
00:16:12,450 --> 00:16:14,790
Ik ben uit de stam Benjamin.”

264
00:16:14,790 --> 00:16:19,350
Fijn dat je ons dat vertelt, Paulus, maar
wat ter wereld heeft dat te maken met het

265
00:16:19,350 --> 00:16:21,030
onderbouwen van je punt?

266
00:16:21,030 --> 00:16:26,430
Als je probeert te zeggen: „Nee, in de
toekomst gaat God heel Israël behouden,”

267
00:16:26,430 --> 00:16:28,470
prima, zeg dat dan.

268
00:16:28,470 --> 00:16:32,370
Maar onderbouw het niet door
te zeggen: „Ik ben een Jood.

269
00:16:32,370 --> 00:16:33,990
Ik ben behouden.”

270
00:16:33,990 --> 00:16:39,570
Wat is het logische verband tussen dat
en dat God ooit alle Joden gaat behouden?

271
00:16:39,570 --> 00:16:43,950
Maar als hij zegt dat God niet iedere
afzonderlijke Jood heeft verstoten,

272
00:16:43,950 --> 00:16:48,630
bedoelt hij dat sommigen van hen
christen zijn. Ik ben er een van.

273
00:16:48,630 --> 00:16:52,650
Het is duidelijk dat hij zegt dat
Hij niet alle Joden heeft verstoten,

274
00:16:52,650 --> 00:16:56,850
omdat er onder hen sommigen zijn die
niet alleen kinderen van het vlees zijn,

275
00:16:56,850 --> 00:17:02,250
maar ook kinderen van de belofte,
zoals Paulus zegt: zoals ik en anderen.

276
00:17:02,250 --> 00:17:06,030
Hij gaat in vers 5 nog iets
verder. Hij gaat zeggen:

277
00:17:06,030 --> 00:17:10,830
Zo is er dan ook in deze tegenwoordige
tijd een overblijfsel ontstaan,

278
00:17:10,830 --> 00:17:13,890
overeenkomstig de
uitverkiezing van de genade.

279
00:17:13,890 --> 00:17:16,290
Paulus spreekt hier niet over de toekomst.

280
00:17:16,290 --> 00:17:18,570
Hij spreekt over de huidige tijd.

281
00:17:18,570 --> 00:17:23,610
Hij stelt geen vraag over de toekomst
en geeft geen antwoord over de toekomst.

282
00:17:23,610 --> 00:17:28,830
Hij stelt een vraag over de huidige tijd
en geeft antwoord over de huidige tijd.

283
00:17:28,830 --> 00:17:33,570
Heeft God voor Israël in de toekomst
een nieuw plan dat anders is dan nu?

284
00:17:33,570 --> 00:17:36,090
Als dat zo is, noemt hij het niet.

285
00:17:36,090 --> 00:17:41,730
Als je mij vraagt of God alle Joden
heeft verstoten: nee, niet allemaal.

286
00:17:41,730 --> 00:17:46,170
Er is nu een overblijfsel, en dat zal
er altijd zijn en is er altijd geweest.

287
00:17:46,170 --> 00:17:48,930
In de tijd van Elia was er ook een.

288
00:17:48,930 --> 00:17:51,870
Dat punt maakt hij, zoals we zullen zien.

289
00:17:51,870 --> 00:17:54,030
Maar ook nu is er een.

290
00:17:54,030 --> 00:17:56,130
Hij zegt in vers 2:

291
00:17:56,130 --> 00:18:01,350
God heeft Zijn volk, dat Hij van
tevoren kende, niet verstoten.

292
00:18:01,350 --> 00:18:05,430
Of weet u niet wat de Schrift
zegt in de geschiedenis van Elia,

293
00:18:05,430 --> 00:18:10,650
hoe hij God aanspreekt
over Israël en zegt: Heere,

294
00:18:10,650 --> 00:18:15,390
Uw profeten hebben zij gedood
en Uw altaren afgebroken,

295
00:18:15,390 --> 00:18:18,150
en ik ben alleen overgebleven.

296
00:18:18,150 --> 00:18:20,670
Ook staan zij mij naar het leven.

297
00:18:20,670 --> 00:18:25,350
Elia maakte deel uit van zo'n klein
overblijfsel dat hij zelfs niet

298
00:18:25,350 --> 00:18:28,230
kon aangeven wie de anderen waren.

299
00:18:28,230 --> 00:18:32,130
Ik moet zeggen dat Elia daar
een overdrijving gebruikte,

300
00:18:32,130 --> 00:18:37,470
omdat er andere profetenzonen waren
aan wie hij zelf in vijf verschillende

301
00:18:37,470 --> 00:18:39,990
steden van Israël leiding gaf.

302
00:18:39,990 --> 00:18:43,950
Elia ging de profetenzonen
langs en gaf hun leiding,

303
00:18:43,950 --> 00:18:47,970
en zij bogen beslist
hun knie niet voor Baäl.

304
00:18:47,970 --> 00:18:49,290
Dus wanneer hij zegt:

305
00:18:49,290 --> 00:18:55,770
Hij zei: Ik heb mij zeer voor de HEERE,
de God van de legermachten, ingezet.

306
00:18:55,770 --> 00:18:59,190
De Israëlieten hebben
immers Uw verbond verlaten,

307
00:18:59,190 --> 00:19:04,590
Uw altaren omvergehaald en Uw
profeten met het zwaard gedood.

308
00:19:04,590 --> 00:19:10,590
Ik alleen ben overgebleven, en zij staan
mij naar het leven om het mij te benemen.

309
00:19:10,590 --> 00:19:12,510
is dat een overdrijving.

310
00:19:12,510 --> 00:19:16,830
Er waren veel profeten, en er
zijn er niet veel meer over.

311
00:19:16,830 --> 00:19:23,490
Ik ben een van de heel, heel,
heel, heel, heel weinigen.

312
00:19:23,490 --> 00:19:25,110
Dat bedoelt hij met:

313
00:19:25,110 --> 00:19:27,870
Ik ben als enige overgebleven.

314
00:19:27,870 --> 00:19:31,650
Dit soort overdrijving komt
heel vaak voor in de Schrift.

315
00:19:31,650 --> 00:19:36,750
God zegt: „Nee, er zijn er in
werkelijkheid meer dan je denkt.”

316
00:19:36,750 --> 00:19:40,350
Wat zegt het goddelijke
antwoord aan hem? Hij zegt:

317
00:19:40,350 --> 00:19:42,990
Maar wat zegt het Goddelijk
antwoord tegen hem?

318
00:19:42,990 --> 00:19:46,110
Ik heb voor Mijzelf nog
zevenduizend mannen overgelaten,

319
00:19:46,110 --> 00:19:49,410
die de knie voor het beeld
van Baäl niet gebogen hebben.

320
00:19:49,410 --> 00:19:52,890
Het overblijfsel is dus
groter dan je denkt.

321
00:19:52,890 --> 00:19:59,070
De uitspraak van Elia staat in
1 Koningen 19, vers 10 en 14,

322
00:19:59,070 --> 00:20:02,070
en het antwoord van God, waarin Hij zegt:

323
00:20:02,070 --> 00:20:06,090
Maar Ik zal er in Israël
zevenduizend overlaten,

324
00:20:06,090 --> 00:20:09,270
allen die de knieën niet
gebogen hebben voor de Baäl,

325
00:20:09,270 --> 00:20:12,330
en allen van wie de mond
hem niet gekust heeft.

326
00:20:12,330 --> 00:20:17,250
staat later in hetzelfde hoofdstuk,
in 1 Koningen 19, vers 18.

327
00:20:17,250 --> 00:20:18,450
Paulus zegt:

328
00:20:18,450 --> 00:20:23,070
Zo is er dan ook in deze tegenwoordige
tijd een overblijfsel ontstaan,

329
00:20:23,070 --> 00:20:26,190
overeenkomstig de
uitverkiezing van de genade.

330
00:20:26,190 --> 00:20:29,670
Maar als het door genade is,
is het niet meer uit de werken,

331
00:20:29,670 --> 00:20:32,250
anders is genade geen genade meer.

332
00:20:32,250 --> 00:20:35,610
En als het uit de werken
is, is het geen genade meer,

333
00:20:35,610 --> 00:20:38,130
anders is het werk geen werk meer.

334
00:20:38,130 --> 00:20:42,810
Ik geloof natuurlijk dat werken hier
voornamelijk rituele werken betekent,

335
00:20:42,810 --> 00:20:44,730
besnijdenis en dergelijke.

336
00:20:44,730 --> 00:20:49,470
Het is niet langer het voorrecht van
de Joden, het unieke Joodse voorrecht.

337
00:20:49,470 --> 00:20:51,570
Het is genade voor allen.

338
00:20:51,570 --> 00:20:55,950
Deze laatste regel staat niet
in veel vertalingen, en terecht.

339
00:20:55,950 --> 00:20:58,350
Ik heb die regel nooit kunnen begrijpen,

340
00:20:58,350 --> 00:21:02,790
en maar heel weinig moderne
vertalingen nemen hem überhaupt op.

341
00:21:02,790 --> 00:21:05,370
Blijkbaar staat hij niet
in alle handschriften,

342
00:21:05,370 --> 00:21:08,190
en ik denk dat hij daar niet thuishoort.

343
00:21:08,190 --> 00:21:10,410
De zin zou moeten eindigen met:

344
00:21:10,410 --> 00:21:12,690
Dan is het geen genade meer.

345
00:21:12,690 --> 00:21:15,090
Punt. De uitspraak:

346
00:21:15,090 --> 00:21:21,690
Die specifieke regel, ‘Anders is werk geen
werk meer’, heb ik nooit zinvol gevonden.

347
00:21:21,690 --> 00:21:24,750
En ik ben blij dat ik er geen
commentaar op hoef te geven,

348
00:21:24,750 --> 00:21:28,830
omdat hij niet noodzakelijk deel
uitmaakt van de oorspronkelijke tekst.

349
00:21:28,830 --> 00:21:33,870
Hij bedoelt het volgende: als God mensen
op grond van hun werken zou behouden,

350
00:21:33,870 --> 00:21:37,650
zouden hun eigen daden hen ten
minste gedeeltelijk behouden,

351
00:21:37,650 --> 00:21:39,690
en niet alleen Gods werk.

352
00:21:39,690 --> 00:21:44,010
Maar als het door genade is, is
het niet verdiend en is God het

353
00:21:44,010 --> 00:21:45,750
hun niet verschuldigd.

354
00:21:45,750 --> 00:21:49,470
Paulus heeft ditzelfde
punt eerder, in Romeinen 4,

355
00:21:49,470 --> 00:21:52,050
met bijna dezelfde woorden gemaakt.

356
00:21:52,050 --> 00:21:55,170
Hij betreedt hier dus
eigenlijk geen nieuw terrein.

357
00:21:55,170 --> 00:21:59,430
Opnieuw werkt hij dingen verder uit
die eerder al aan de orde zijn gekomen

358
00:21:59,430 --> 00:22:01,170
en uitgelegd zijn.

359
00:22:01,170 --> 00:22:04,410
In Romeinen 4 zei hij in vers 4:

360
00:22:04,410 --> 00:22:08,970
Aan hem nu die werkt, wordt het
loon niet toegerekend naar genade,

361
00:22:08,970 --> 00:22:11,730
maar naar wat men hem verschuldigd is.

362
00:22:11,730 --> 00:22:14,070
Bij hem echter die niet werkt, maar

363
00:22:14,070 --> 00:22:17,310
gelooft in Hem Die de
goddeloze rechtvaardigt,

364
00:22:17,310 --> 00:22:20,430
wordt zijn geloof gerekend
tot gerechtigheid.

365
00:22:20,430 --> 00:22:24,090
Als je ervoor werkt en vanwege
je werk behouden wordt,

366
00:22:24,090 --> 00:22:26,370
dan is God het je verschuldigd.

367
00:22:26,370 --> 00:22:28,410
Dan is het geen genade.

368
00:22:28,410 --> 00:22:33,630
Dat is ook wat hij hier zegt:
hetzelfde, maar dan met andere woorden.

369
00:22:33,630 --> 00:22:37,590
Maar als het door genade is,
is het niet meer uit de werken,

370
00:22:37,590 --> 00:22:40,350
anders is genade geen genade meer.

371
00:22:40,350 --> 00:22:44,130
En als het uit de werken
is, is het geen genade meer,

372
00:22:44,130 --> 00:22:46,950
anders is het werk geen werk meer.

373
00:22:46,950 --> 00:22:51,630
Het punt hier is dat heel Israël
in elk geval de besnijdenis heeft.

374
00:22:51,630 --> 00:22:55,170
Vrijwel allemaal houden ze
zich aan de rituele wetten.

375
00:22:55,170 --> 00:22:59,670
Als ze daarmee punten scoren bij
God, dan horen ze er allemaal bij.

376
00:22:59,670 --> 00:23:04,290
Maar ze horen er niet allemaal bij, omdat
ze niet allemaal tot Hem komen op grond

377
00:23:04,290 --> 00:23:06,450
van het verbond van genade.

378
00:23:06,450 --> 00:23:08,970
Ze geloven niet allemaal in de Messias.

379
00:23:08,970 --> 00:23:13,230
Hij heeft niet alle Joden verstoten,
maar Hij heeft wel degenen verstoten

380
00:23:13,230 --> 00:23:15,810
die het door werken
proberen te verkrijgen.

381
00:23:15,810 --> 00:23:19,470
Maar degenen die binnenkomen,
die door genade het overblijfsel

382
00:23:19,470 --> 00:23:21,450
vormen, worden aanvaard.

383
00:23:21,450 --> 00:23:24,030
Hoe zit het dan? Vers 7:

384
00:23:24,030 --> 00:23:28,110
Wat dan? Wat Israël zoekt,
dat heeft het niet verkregen,

385
00:23:28,110 --> 00:23:32,850
maar het uitverkoren deel heeft het
verkregen en de anderen zijn verhard,

386
00:23:32,850 --> 00:23:38,190
Het citaat komt uit
Jesaja 29, vers 10 en 13.

387
00:23:38,190 --> 00:23:40,590
God heeft hun hart verhard.

388
00:23:40,590 --> 00:23:44,310
Eerder zei hij over de farao
dat God zijn hart verhardde,

389
00:23:44,310 --> 00:23:46,830
en dat God verhardt wie Hij wil.

390
00:23:46,830 --> 00:23:50,970
Juist de generatie tot wie
Jezus kwam, werd verhard,

391
00:23:50,970 --> 00:23:53,610
met uitzondering van het overblijfsel.

392
00:23:53,610 --> 00:23:57,330
We moeten begrijpen dat God
niet noodzakelijk heeft bepaald

393
00:23:57,330 --> 00:24:01,050
wie tot het overblijfsel
zou behoren en wie niet.

394
00:24:01,050 --> 00:24:05,670
Voordat Jezus kwam, waren er al
mensen die trouwe Joden waren.

395
00:24:05,670 --> 00:24:08,490
Zij maakten deel uit van het overblijfsel.

396
00:24:08,490 --> 00:24:11,550
Omdat zij deel uitmaakten
van het overblijfsel,

397
00:24:11,550 --> 00:24:16,770
werd het hun toegestaan Christus te
herkennen en Zijn discipelen te worden.

398
00:24:16,770 --> 00:24:21,330
Voordat Christus kwam, was er ook een
meerderheid van het Joodse volk die

399
00:24:21,330 --> 00:24:24,630
geen deel uitmaakte van
het trouwe overblijfsel.

400
00:24:24,630 --> 00:24:26,790
Zij hadden God niet lief.

401
00:24:26,790 --> 00:24:29,190
Jezus zei dat tegen de Farizeeën:

402
00:24:29,190 --> 00:24:33,630
maar Ik ken u: u bezit zelf
de liefde van God niet.

403
00:24:33,630 --> 00:24:35,310
in Johannes 5.

404
00:24:35,310 --> 00:24:40,230
Het is voor ons moeilijk voor te stellen
dat de meeste Joden God niet liefhadden.

405
00:24:40,230 --> 00:24:42,990
Er was onder hen heel
veel godsdienstigheid,

406
00:24:42,990 --> 00:24:45,270
maar zo beoordeelde Jezus het.

407
00:24:45,270 --> 00:24:48,270
Wij waren er niet bij en
hebben hen niet ontmoet.

408
00:24:48,270 --> 00:24:51,930
Blijkbaar verkeerde Israël in een
behoorlijk slechte geestelijke toestand

409
00:24:51,930 --> 00:24:53,490
toen Jezus kwam.

410
00:24:53,490 --> 00:24:56,850
God oordeelde over hen
door hun hart te verharden

411
00:24:56,850 --> 00:25:01,470
en hun een geest van bedwelming te
geven, zodat ze niet zouden zien.

412
00:25:01,470 --> 00:25:04,710
Jezus zei precies dit
toen Hem werd gevraagd:

413
00:25:04,710 --> 00:25:08,370
En de discipelen kwamen naar
Hem toe en zeiden tegen Hem:

414
00:25:08,370 --> 00:25:11,430
Waarom spreekt U tot
hen door gelijkenissen?

415
00:25:11,430 --> 00:25:13,530
In Mattheüs 13 zei Hij:

416
00:25:13,530 --> 00:25:17,790
Daarom spreek Ik tot hen door
gelijkenissen, omdat zij niet zien,

417
00:25:17,790 --> 00:25:24,090
ook al zien zij, en niet horen, ook
al horen zij, en ook niet begrijpen.

418
00:25:24,090 --> 00:25:27,510
Toen werden de woorden van
de profeet Jesaja vervuld.

419
00:25:27,510 --> 00:25:32,190
Zoals de generatie van Jesaja
afvallig was, zo was ook de generatie

420
00:25:32,190 --> 00:25:35,970
Joden in de tijd van Jezus
grotendeels afvallig.

421
00:25:35,970 --> 00:25:39,810
Daarom verhardde Hij het
hart van deze generatie,

422
00:25:39,810 --> 00:25:44,430
net zoals Hij het hart van de farao
verhardde omdat de farao genoeg had gedaan

423
00:25:44,430 --> 00:25:46,110
om dat te verdienen.

424
00:25:46,110 --> 00:25:49,170
Zij hadden genoeg gedaan
om het te verdienen.

425
00:25:49,170 --> 00:25:54,030
Ze stonden onder Gods oordeel en
daarom werden velen van hen verhard.

426
00:25:54,030 --> 00:25:55,950
Hij zegt in vers 7:

427
00:25:55,950 --> 00:25:59,550
Wat dan? Israël heeft het niet verkregen.

428
00:25:59,550 --> 00:26:03,450
Dat wil zeggen: het etnische
Israël heeft niet verkregen:

429
00:26:03,450 --> 00:26:07,950
Wat dan? Wat Israël zoekt,
dat heeft het niet verkregen,

430
00:26:07,950 --> 00:26:12,870
maar het uitverkoren deel heeft het
verkregen en de anderen zijn verhard,

431
00:26:12,870 --> 00:26:16,590
Dat is natuurlijk het overblijfsel
dat hij eerder noemde:

432
00:26:16,590 --> 00:26:19,890
hebben het verkregen,
en de rest is verhard.

433
00:26:19,890 --> 00:26:24,330
Zoals Hij Zich ontfermt over wie
Hij wil en verhardt wie Hij wil,

434
00:26:24,330 --> 00:26:29,310
zoals hij in hoofdstuk 9 zei, zo
heeft Hij degenen in Israël verhard

435
00:26:29,310 --> 00:26:33,330
die het verdienden om verhard
te worden. En zij komen niet.

436
00:26:33,330 --> 00:26:35,490
Hun hart is hard.

437
00:26:35,490 --> 00:26:40,710
Anderen hebben het behoud verkregen:
de uitverkorenen, het ware Israël,

438
00:26:40,710 --> 00:26:43,170
het overblijfsel, de christelijke Joden.

439
00:26:43,170 --> 00:26:47,310
Ik zou iets kunnen zeggen over
dit woord ‘uitverkorenen’,

440
00:26:47,310 --> 00:26:49,650
omdat hij het hier een paar keer gebruikt.

441
00:26:49,650 --> 00:26:55,950
Eerder, in hoofdstuk 9, zei hij dat de
keuze voor Jakob boven Ezau plaatsvond:

442
00:26:55,950 --> 00:26:58,230
Want toen de kinderen
nog niet geboren waren,

443
00:26:58,230 --> 00:27:02,730
en niets goeds of kwaads gedaan
hadden — opdat het voornemen van God,

444
00:27:02,730 --> 00:27:07,650
dat overeenkomstig de verkiezing is,
stand zou houden, niet uit de werken,

445
00:27:07,650 --> 00:27:09,691
maar uit Hem Die roept —

446
00:27:09,691 --> 00:27:13,590
Gods uitverkiezing betekent Zijn keuze.

447
00:27:13,590 --> 00:27:16,590
Hij koos Jakob boven Ezau.

448
00:27:16,590 --> 00:27:21,510
Sommige mensen willen dat het woord
‘uitverkiezing’ elke keer dat ze het zien,

449
00:27:21,510 --> 00:27:25,110
verwijst naar een uitverkiezing
van vóór de geschiedenis,

450
00:27:25,110 --> 00:27:27,930
voordat de aarde gegrondvest werd: God

451
00:27:27,930 --> 00:27:30,570
verkoos bepaalde mensen
om behouden te worden

452
00:27:30,570 --> 00:27:33,270
en bepaalde mensen om verloren te gaan.

453
00:27:33,270 --> 00:27:35,550
Paulus bedoelt dat niet altijd.

454
00:27:35,550 --> 00:27:39,390
Ik denk zelfs niet dat hij dat
ooit specifiek bedoelt wanneer hij

455
00:27:39,390 --> 00:27:41,310
over uitverkiezing spreekt.

456
00:27:41,310 --> 00:27:46,710
Soms bedoelt hij wel dat mensen die
behouden zijn, de uitverkorenen zijn.

457
00:27:46,710 --> 00:27:50,850
Jakob was uitverkoren, maar had
behouden kunnen zijn of niet.

458
00:27:50,850 --> 00:27:53,670
Hij was het wel, maar
dat deed er niet toe.

459
00:27:53,670 --> 00:27:56,730
Dat was niet de manier
waarop hij uitverkoren was.

460
00:27:56,730 --> 00:27:59,790
Hij was in een andere
betekenis uitverkoren.

461
00:27:59,790 --> 00:28:02,910
Maar de uitverkorenen over
wie hij het hier heeft,

462
00:28:02,910 --> 00:28:08,130
zijn het gelovige overblijfsel
van Israël, dus zij zijn behouden.

463
00:28:08,130 --> 00:28:11,130
Maar wat betekent ‘de uitverkorenen’?

464
00:28:11,130 --> 00:28:12,870
Zij waren gekozen.

465
00:28:12,870 --> 00:28:18,390
De calvinisten zouden zeggen dat zij
gekozen waren voordat ze geboren waren.

466
00:28:18,390 --> 00:28:22,710
Daarom kwamen ze tot geloof en
werden ze het getrouwe overblijfsel,

467
00:28:22,710 --> 00:28:25,110
omdat God hen daartoe had uitverkoren.

468
00:28:25,110 --> 00:28:28,890
Het was onvermijdelijk dat
juist dezen, en geen anderen,

469
00:28:28,890 --> 00:28:31,710
tot het uitverkoren
overblijfsel zouden behoren,

470
00:28:31,710 --> 00:28:35,850
omdat God die keuze vóór de
grondlegging van de wereld had gemaakt.

471
00:28:35,850 --> 00:28:39,390
Aan de andere kant is er
geen reden om het zo te zien,

472
00:28:39,390 --> 00:28:42,150
tenzij je er calvinistische ideeën inlegt.

473
00:28:42,150 --> 00:28:45,750
Je kunt net zo goed zeggen dat
God hen gekozen heeft omdat

474
00:28:45,750 --> 00:28:48,330
zij het getrouwe overblijfsel zijn.

475
00:28:48,330 --> 00:28:51,810
Er waren uitverkoren mensen
die trouw waren aan God,

476
00:28:51,810 --> 00:28:54,930
aan wie God ervoor koos
Christus te openbaren.

477
00:28:54,930 --> 00:28:58,530
Denk eraan dat Jezus
tegen Zijn discipelen zei:

478
00:28:58,530 --> 00:29:00,450
Wie zeggen jullie dat Ik ben?

479
00:29:00,450 --> 00:29:01,590
Petrus zei:

480
00:29:01,590 --> 00:29:08,130
Simon Petrus antwoordde en zei: U bent
de Christus, de Zoon van de levende God.

481
00:29:08,130 --> 00:29:09,450
Jezus zei:

482
00:29:09,450 --> 00:29:14,730
En Jezus antwoordde en zei tegen
hem: Zalig bent u, Simon Barjona,

483
00:29:14,730 --> 00:29:18,870
want vlees en bloed hebben u dat
niet geopenbaard, maar Mijn Vader,

484
00:29:18,870 --> 00:29:20,430
Die in de hemelen is.

485
00:29:20,430 --> 00:29:22,770
Je kunt dit alleen door openbaring weten,

486
00:29:22,770 --> 00:29:27,030
maar jij behoort nu eenmaal
tot het getrouwe overblijfsel.

487
00:29:27,030 --> 00:29:32,610
Daarom heeft Mijn Vader je ogen geopend,
zodat je Mij als de Messias herkent.

488
00:29:32,610 --> 00:29:37,590
We hebben alle reden om te geloven
dat dit gold voor iedere Jood die,

489
00:29:37,590 --> 00:29:41,970
toen Christus hier was, ging
begrijpen dat Hij de Messias was.

490
00:29:41,970 --> 00:29:45,750
God openbaarde het aan
hen. Waarom deed Hij dat?

491
00:29:45,750 --> 00:29:49,350
Omdat ze al tot het getrouwe
overblijfsel behoorden.

492
00:29:49,350 --> 00:29:54,210
Denk aan Simeon en Anna in de
tempel, toen Jezus een baby was.

493
00:29:54,210 --> 00:29:58,650
Simeon was de oude man van wie
God zei dat hij niet zou sterven

494
00:29:58,650 --> 00:30:00,510
voordat hij de Messias had gezien.

495
00:30:00,510 --> 00:30:03,390
Anna bracht dag en
nacht door in de tempel,

496
00:30:03,390 --> 00:30:07,350
vastend en biddend en in het
gezelschap van mensen die

497
00:30:07,350 --> 00:30:09,990
uitzagen naar de verlossing van Israël.

498
00:30:09,990 --> 00:30:13,110
Dit waren oude mensen
toen Jezus geboren werd,

499
00:30:13,110 --> 00:30:16,890
maar zij behoorden al tot
het getrouwe overblijfsel.

500
00:30:16,890 --> 00:30:19,230
Niet vanwege geloof in Christus.

501
00:30:19,230 --> 00:30:22,350
Ze hadden het grootste
deel van hun leven geleefd

502
00:30:22,350 --> 00:30:26,790
voordat Hij zelfs maar geboren was,
maar wat hun geloof in God betrof,

503
00:30:26,790 --> 00:30:28,470
waren ze wel trouw.

504
00:30:28,470 --> 00:30:33,630
En toen Hij kwam, openbaarde
God hun dat Hij de Messias was.

505
00:30:33,630 --> 00:30:39,090
Simeon wist door inspiratie dat dit
de Messias was, en Anna wist dat ook.

506
00:30:39,090 --> 00:30:44,190
Het getrouwe overblijfsel bestond
dus al als getrouw overblijfsel

507
00:30:44,190 --> 00:30:49,710
voordat Jezus kwam, en God koos die
mensen uit om tot de Messias te komen.

508
00:30:49,710 --> 00:30:54,030
Dit bedoelde Jezus in Johannes
toen Hij telkens weer sprak over

509
00:30:54,030 --> 00:30:57,090
‘degenen die de Vader Mij gegeven heeft’.

510
00:30:57,090 --> 00:31:02,670
Calvinisten geloven dat in Johannes 6
‘degenen die de Vader gegeven heeft’

511
00:31:02,670 --> 00:31:05,970
verwijst naar het totale
aantal uitverkorenen door de

512
00:31:05,970 --> 00:31:07,890
hele geschiedenis heen.

513
00:31:07,890 --> 00:31:10,950
Zij zijn degenen die
God Hem gegeven heeft.

514
00:31:10,950 --> 00:31:15,570
Maar Jezus geeft in feite aan dat
degenen die God Hem gegeven heeft,

515
00:31:15,570 --> 00:31:20,430
de mensen zijn die al Gods volk
waren voordat Jezus verscheen.

516
00:31:20,430 --> 00:31:26,970
God openbaarde hun Wie Jezus is, en
daarom komen zij tot Hem. Hij zegt:

517
00:31:26,970 --> 00:31:31,950
Alles wat de Vader Mij geeft, zal
tot Mij komen; en wie tot Mij komt,

518
00:31:31,950 --> 00:31:34,710
zal Ik beslist niet uitwerpen.

519
00:31:34,710 --> 00:31:38,370
Wie zijn deze mensen die de
Vader aan Hem gegeven heeft?

520
00:31:38,370 --> 00:31:43,830
Als je kijkt naar Johannes 17,
vers 6, bidt Jezus en zegt Hij:

521
00:31:43,830 --> 00:31:49,650
Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen
die U Mij uit de wereld gegeven hebt.

522
00:31:49,650 --> 00:31:56,250
Zij waren van U en U hebt hen Mij gegeven,
en zij hebben Uw woord in acht genomen.

523
00:31:56,250 --> 00:32:01,590
Merk op dat wanneer Hij spreekt over
‘degenen die de Vader Mij gegeven heeft’,

524
00:32:01,590 --> 00:32:06,630
Hij het niet heeft over een bepaalde groep
mensen uit verleden, heden en toekomst,

525
00:32:06,630 --> 00:32:10,350
door de hele geschiedenis heen,
die de uitverkorenen zijn.

526
00:32:10,350 --> 00:32:14,490
Hij heeft het over mensen die
er al waren toen Jezus kwam.

527
00:32:14,490 --> 00:32:18,570
Voordat ze aan Jezus gegeven
werden, waren ze al Gods volk.

528
00:32:18,570 --> 00:32:23,310
Zij waren het getrouwe overblijfsel
van Israël: Maria en Jozef,

529
00:32:23,310 --> 00:32:27,210
Elisabeth en Zacharias, Simeon en Anna.

530
00:32:27,210 --> 00:32:31,110
En vele anderen uit die generatie
en uit eerdere generaties

531
00:32:31,110 --> 00:32:33,390
waren het getrouwe overblijfsel.

532
00:32:33,390 --> 00:32:37,830
Degenen van wie het leven toevallig
samenviel met de komst van Christus,

533
00:32:37,830 --> 00:32:40,410
werden door God tot Christus getrokken.

534
00:32:40,410 --> 00:32:45,030
God liet het aan het getrouwe overblijfsel
zien, omdat zij van Hem waren,

535
00:32:45,030 --> 00:32:47,430
en Hij gaf hen aan Christus.

536
00:32:47,430 --> 00:32:50,370
Dit gaat er niet over dat
degenen die God gegeven heeft,

537
00:32:50,370 --> 00:32:53,370
het totale aantal uitverkorenen vormen.

538
00:32:53,370 --> 00:32:58,530
Het gaat erom dat de specifieke mensen die
tot Jezus kwamen terwijl Hij hier op aarde

539
00:32:58,530 --> 00:33:03,330
was, vóór Zijn komst al Gods volk
waren, op andere voorwaarden.

540
00:33:03,330 --> 00:33:07,410
Nog steeds op grond van geloof,
maar ze kenden Jezus nog niet.

541
00:33:07,410 --> 00:33:10,950
God openbaart Jezus echter
aan degenen die trouw zijn.

542
00:33:10,950 --> 00:33:15,630
Zij waren degenen die Hij koos om in
de gemeente, in Christus, te brengen,

543
00:33:15,630 --> 00:33:17,250
omdat ze al trouw waren.

544
00:33:17,250 --> 00:33:20,790
Zeggen dat zij uitverkoren
waren, wil niet zeggen dat zij

545
00:33:20,790 --> 00:33:23,250
onvoorwaardelijk uitverkoren waren.

546
00:33:23,250 --> 00:33:25,290
Dat is het punt dat ik maak.

547
00:33:25,290 --> 00:33:30,810
Calvinisten gebruiken Romeinen
9 en Jakob en Ezau graag om over

548
00:33:30,810 --> 00:33:33,450
onvoorwaardelijke
uitverkiezing te spreken.

549
00:33:33,450 --> 00:33:37,650
Maar zoals ik heb aangegeven,
gaat dat niet over deze leer.

550
00:33:37,650 --> 00:33:41,910
Wanneer de Bijbel over uitverkorenen
spreekt, zoals in vers 11,

551
00:33:41,910 --> 00:33:44,730
over een uitverkiezing
tot behoud, wordt niet

552
00:33:44,730 --> 00:33:47,670
duidelijk gemaakt dat
die onvoorwaardelijk is.

553
00:33:47,670 --> 00:33:50,670
Er wordt nooit gezegd dat
die onvoorwaardelijk is.

554
00:33:50,670 --> 00:33:53,730
Je kunt dat erin lezen,
maar hij zegt het niet.

555
00:33:53,730 --> 00:33:57,930
De mensen zijn uitverkoren
vanwege de genade van God.

556
00:33:57,930 --> 00:34:00,930
Zij zijn gekozen om in Christus te zijn.

557
00:34:00,930 --> 00:34:02,850
Maar wie waren ze daarvoor?

558
00:34:02,850 --> 00:34:08,250
Ze waren al Gods volk, deze Joden
die tot dat overblijfsel behoren.

559
00:34:08,250 --> 00:34:14,310
De anderen werden verhard en kregen
oren die niet kunnen horen. Nu vers 9:

560
00:34:14,310 --> 00:34:20,430
En David zegt: Laat hun tafel voor hen
worden tot een strik, tot een valkuil,

561
00:34:20,430 --> 00:34:23,670
tot een struikelblok en tot vergelding.

562
00:34:23,670 --> 00:34:28,230
Laat hun ogen verduisterd worden,
zodat zij niet zien en maak hun rug

563
00:34:28,230 --> 00:34:30,210
voor altijd krom.

564
00:34:30,210 --> 00:34:37,651
Dit is Psalm 69:23-24 in de
Nederlandse versnummering —

565
00:34:37,651 --> 00:34:45,511
Psalm 69:22-23 in de nummering
van de gebruikte brontekst —

566
00:34:45,511 --> 00:34:47,610
een van de vloekpsalmen.

567
00:34:47,610 --> 00:34:50,970
David wenst deze
vervloekingen aan Joden toe.

568
00:34:50,970 --> 00:34:55,290
In dit lied sprak hij niet over
heidenen, maar over Joodse mensen,

569
00:34:55,290 --> 00:35:00,270
zijn eigen landgenoten, die zich
vijandig tegenover God opstelden.

570
00:35:00,270 --> 00:35:04,830
Paulus zegt in wezen dat de meeste
Joden nog steeds in dat kamp zitten.

571
00:35:04,830 --> 00:35:08,010
Wat David over hen zei,
geldt ook voor hen.

572
00:35:08,010 --> 00:35:10,890
Een deel van wat David in vers 10 zei, is:

573
00:35:10,890 --> 00:35:15,630
Laat hun ogen verduisterd worden,
zodat zij niet zien en maak hun rug

574
00:35:15,630 --> 00:35:17,250
voor altijd krom.

575
00:35:17,250 --> 00:35:21,630
Dat is het gedeelte waardoor
Paulus juist deze Psalm aanhaalt,

576
00:35:21,630 --> 00:35:28,110
want hij zegt dat hun ogen verduisterd
zijn, zoals David zei en zoals Jesaja zei.

577
00:35:28,110 --> 00:35:29,310
Vers 11:

578
00:35:29,310 --> 00:35:34,770
Ik zeg dan: Zijn zij soms gestruikeld
met de bedoeling dat zij vallen zouden?

579
00:35:34,770 --> 00:35:36,030
Volstrekt niet!

580
00:35:36,030 --> 00:35:40,410
Door hun val echter is de zaligheid
tot de heidenen gekomen om

581
00:35:40,410 --> 00:35:42,930
hen tot jaloersheid te verwekken.

582
00:35:42,930 --> 00:35:47,310
Als dan hun val voor de wereld
rijkdom betekent en hun verlies

583
00:35:47,310 --> 00:35:51,270
rijkdom voor de heidenen,
hoeveel te meer hun volheid!

584
00:35:51,270 --> 00:35:57,090
Want tegen u, de heidenen, zeg ik: Voor
zover ik de apostel van de heidenen ben,

585
00:35:57,090 --> 00:36:00,990
maak ik mijn bediening heerlijk,
om daardoor zo mogelijk

586
00:36:00,990 --> 00:36:05,190
mijn verwanten wat betreft het vlees
tot jaloersheid te verwekken en

587
00:36:05,190 --> 00:36:07,290
enigen uit hen te behouden.

588
00:36:07,290 --> 00:36:10,951
Want als hun verwerping verzoening
voor de wereld betekent ,

589
00:36:10,951 --> 00:36:15,330
wat betekent dan hun aanneming
anders dan leven uit de doden?

590
00:36:15,330 --> 00:36:20,190
Vanaf dit punt gaat hij verder en spreekt
hij over de olijfboom en de takken,

591
00:36:20,190 --> 00:36:24,150
een ander heel duidelijk onderdeel
van zijn gedachtegang hier.

592
00:36:24,150 --> 00:36:26,550
Maar dit gedeelte is niet zo duidelijk.

593
00:36:26,550 --> 00:36:28,710
Er is enige dubbelzinnigheid.

594
00:36:28,710 --> 00:36:31,950
Ik zal je vertellen hoe de
meeste mensen het begrijpen,

595
00:36:31,950 --> 00:36:36,510
vooral degenen die door de bedelingenleer
zijn beïnvloed. Wanneer hij zegt:

596
00:36:36,510 --> 00:36:42,210
Ik vraag dus: zijn ze gestruikeld
zodat ze zouden vallen? Absoluut niet.

597
00:36:42,210 --> 00:36:46,230
lijken zij te denken dat dit betekent
dat ze voorgoed zouden vallen.

598
00:36:46,230 --> 00:36:49,530
Opnieuw is het idee: is
dit een blijvende toestand?

599
00:36:49,530 --> 00:36:53,430
De aanhanger van de bedelingenleer
zegt dat het antwoord nee is.

600
00:36:53,430 --> 00:36:56,970
Het gaat veranderen en ze
zullen allemaal behouden worden.

601
00:36:56,970 --> 00:37:01,170
Maar opnieuw geeft Paulus niet aan dat
hij een vraag stelt over de vraag of het

602
00:37:01,170 --> 00:37:03,870
blijvend is. Hij zegt alleen:

603
00:37:03,870 --> 00:37:06,510
Zijn ze gestruikeld
zodat ze zouden vallen?

604
00:37:06,510 --> 00:37:09,630
Met andere woorden,
laat God hen struikelen,

605
00:37:09,630 --> 00:37:11,850
alleen maar om hen te laten vallen?

606
00:37:11,850 --> 00:37:14,730
Is er niets anders wat
Hij ermee wil bereiken?

607
00:37:14,730 --> 00:37:17,730
Hij zegt nee, er zit meer achter.

608
00:37:17,730 --> 00:37:20,430
Het heeft een groter doel dan alleen dat.

609
00:37:20,430 --> 00:37:24,930
Het doel is dat door hun val de
heidenen bereikt zouden kunnen worden,

610
00:37:24,930 --> 00:37:28,230
en dat de Joden vervolgens jaloers
gemaakt zouden kunnen worden

611
00:37:28,230 --> 00:37:30,570
doordat God de heidenen aanvaardt.

612
00:37:30,570 --> 00:37:34,050
Om hen jaloers te maken heeft
God de heidenen bereikt.

613
00:37:34,050 --> 00:37:38,430
Hij heeft de heidenen grotendeels
bereikt door de val van Israël.

614
00:37:38,430 --> 00:37:42,450
Sommigen concluderen misschien dat
Israël moest vallen om de heidenen

615
00:37:42,450 --> 00:37:43,890
te kunnen behouden.

616
00:37:43,890 --> 00:37:47,070
Er wordt niets specifieks
gezegd wat daarop wijst.

617
00:37:47,070 --> 00:37:49,890
Het gebeurde eenvoudigweg
dat de Joden vielen,

618
00:37:49,890 --> 00:37:53,550
en God maakte daarvan gebruik
om de heidenen te bereiken.

619
00:37:53,550 --> 00:37:56,370
Door de vervolging van de
christenen in Jeruzalem

620
00:37:56,370 --> 00:37:59,850
werden de apostelen verspreid
naar heidense gebieden.

621
00:37:59,850 --> 00:38:03,690
Daardoor liep de verwerping van het
christendom door de Joden erop uit

622
00:38:03,690 --> 00:38:06,990
dat de evangelisatie van
de heidenen werd bevorderd.

623
00:38:06,990 --> 00:38:09,270
Dat is wat er werkelijk gebeurde.

624
00:38:09,270 --> 00:38:13,890
Sommige mensen zeggen: „Wat als de
Joden Christus niet hadden verworpen?

625
00:38:13,890 --> 00:38:16,050
Wat als ze Hem hadden aanvaard?

626
00:38:16,050 --> 00:38:19,710
Zouden de heidenen dan niet behouden
worden?” Denk er eens over na.

627
00:38:19,710 --> 00:38:23,550
Een deel van de Joden, de
discipelen, kwam wel tot Christus.

628
00:38:23,550 --> 00:38:26,190
Het overblijfsel kwam tot Christus.

629
00:38:26,190 --> 00:38:27,810
En wat gebeurde er?

630
00:38:27,810 --> 00:38:30,870
Hij gaf hun de opdracht om
naar alle volken te gaan.

631
00:38:30,870 --> 00:38:34,110
De heidenen werden dus inderdaad
geëvangeliseerd door dat

632
00:38:34,110 --> 00:38:37,170
overblijfsel van Israël
dat in Hem geloofde.

633
00:38:37,170 --> 00:38:40,590
Wat als dat overblijfsel
alle Joden had omvat?

634
00:38:40,590 --> 00:38:43,650
God zou nog steeds de Grote
Opdracht hebben gegeven,

635
00:38:43,650 --> 00:38:47,730
en ze zouden er nog steeds op uit zijn
gegaan om de heidenen te bereiken.

636
00:38:47,730 --> 00:38:51,450
Met andere woorden, als iedere
Jood Christus had aanvaard,

637
00:38:51,450 --> 00:38:55,170
zou dat de evangelisatie van de
heidenen niet hebben verhinderd.

638
00:38:55,170 --> 00:38:57,630
Het zou die misschien
juist hebben doen toenemen,

639
00:38:57,630 --> 00:39:01,710
omdat er dan een groter aantal
Joodse discipelen zou zijn geweest om

640
00:39:01,710 --> 00:39:03,150
eropuit te gaan.

641
00:39:03,150 --> 00:39:06,090
Het was een minder dan ideale situatie:

642
00:39:06,090 --> 00:39:11,970
niet alle Joden aanvaardden Christus
en velen van hen struikelden en vielen.

643
00:39:11,970 --> 00:39:16,230
Toch gebruikte God hun val als
een middel om de Joodse gemeente

644
00:39:16,230 --> 00:39:21,090
uit haar vertrouwde omgeving de
heidense wereld in te drijven.

645
00:39:21,090 --> 00:39:24,150
Uiteindelijk zouden ze
hoe dan ook zijn gegaan,

646
00:39:24,150 --> 00:39:27,090
maar God gebruikte de
vervolging in Jeruzalem

647
00:39:27,090 --> 00:39:31,890
door het Joodse volk als een middel
om hen eropuit te laten gaan.

648
00:39:31,890 --> 00:39:35,550
Als dat niet was gebeurd, had
Hij hen op een andere manier

649
00:39:35,550 --> 00:39:37,410
eropuit kunnen laten gaan.

650
00:39:37,410 --> 00:39:40,470
Het feit dat God het op één manier deed,

651
00:39:40,470 --> 00:39:44,250
betekent niet dat het alleen op die
manier gedaan had kunnen worden.

652
00:39:44,250 --> 00:39:48,870
Maar Paulus zegt: is de val
van Israël het enige wat er is?

653
00:39:48,870 --> 00:39:51,690
Is hun val een doel op zich?

654
00:39:51,690 --> 00:39:55,170
Heeft God hen alleen maar
verhard zodat ze zouden vallen,

655
00:39:55,170 --> 00:39:58,170
omdat Hij hen gewoon
ten onder wil zien gaan?

656
00:39:58,170 --> 00:40:02,250
Nee, Hij schept er geen behagen
in om mensen te zien vallen.

657
00:40:02,250 --> 00:40:06,510
Ze zijn gevallen, en daardoor
is een doel van God bevorderd,

658
00:40:06,510 --> 00:40:10,410
omdat Hij hun val heeft benut
om heidenen binnen te brengen.

659
00:40:10,410 --> 00:40:13,230
Dat zou op zichzelf Joden
terug kunnen brengen.

660
00:40:13,230 --> 00:40:15,870
Wanneer ze zien dat
heidenen behouden worden,

661
00:40:15,870 --> 00:40:19,470
kan dat de Joden jaloers
maken en hen doen zeggen:

662
00:40:19,470 --> 00:40:22,830
„Hoe komt het dat die mensen
een relatie met onze God hebben,

663
00:40:22,830 --> 00:40:25,350
terwijl wij die eerlijk
gezegd niet hebben?”

664
00:40:25,350 --> 00:40:30,090
Die jaloezie zou hen er ook toe kunnen
brengen om tot Christus te komen.

665
00:40:30,090 --> 00:40:32,970
Er wordt niet voorspeld
dat dit zal gebeuren.

666
00:40:32,970 --> 00:40:36,870
Er wordt eenvoudigweg gezegd
dat dit een mogelijkheid is:

667
00:40:36,870 --> 00:40:39,930
dat de jaloezie die zij
tegenover de heidenen voelen,

668
00:40:39,930 --> 00:40:44,850
op de een of andere manier ook tot de
bekering van sommigen van hen kan leiden.

669
00:40:44,850 --> 00:40:47,850
Er zijn twee verzen die
bijzonder onduidelijk zijn,

670
00:40:47,850 --> 00:40:53,670
maar waarvan meestal wordt gedacht dat
ze duidelijk zijn: vers 12 en vers 15.

671
00:40:53,670 --> 00:40:58,230
Natuurlijk verwijst hij naar Israël, naar
degenen die Christus hebben verworpen.

672
00:40:58,230 --> 00:41:00,870
En hij bedoelt kennelijk
de heidense wereld,

673
00:41:00,870 --> 00:41:06,090
want hij spreekt erover dat door hun val
het behoud tot de heidenen is gekomen.

674
00:41:06,090 --> 00:41:10,170
Als dan hun val voor de wereld
rijkdom betekent en hun verlies

675
00:41:10,170 --> 00:41:14,010
rijkdom voor de heidenen,
hoeveel te meer hun volheid!

676
00:41:14,010 --> 00:41:15,870
In vers 15 staat:

677
00:41:15,870 --> 00:41:19,351
Want als hun verwerping verzoening
voor de wereld betekent ,

678
00:41:19,351 --> 00:41:23,550
wat betekent dan hun aanneming
anders dan leven uit de doden?

679
00:41:23,550 --> 00:41:26,310
Aanhangers van de
bedelingenleer denken dat deze

680
00:41:26,310 --> 00:41:30,330
twee verzen een tijd voorspellen waarin
degenen die gevallen zijn inderdaad

681
00:41:30,330 --> 00:41:33,330
aangenomen zullen worden
en zullen terugkomen.

682
00:41:33,330 --> 00:41:38,550
Israël zal in de laatste dagen behouden
worden, en deze verzen zouden dat zeggen.

683
00:41:38,550 --> 00:41:42,750
Zij zijn gevallen, en God heeft
hun val enorm weten te benutten.

684
00:41:42,750 --> 00:41:44,430
Bedenk eens hoeveel Hij door hun

685
00:41:44,430 --> 00:41:47,850
aanneming zal kunnen bereiken
wanneer zij terugkomen.

686
00:41:47,850 --> 00:41:50,910
Strikt genomen doet hij
hierover geen voorspelling.

687
00:41:50,910 --> 00:41:55,890
Hij zegt: als dit zo is, stel je dan
eens voor wat daaruit kan voortkomen.

688
00:41:55,890 --> 00:41:58,590
Als God het ongeloof van
een Jood kan gebruiken,

689
00:41:58,590 --> 00:42:02,790
bedenk dan hoeveel te meer Hij het
geloof van een Jood kan gebruiken.

690
00:42:02,790 --> 00:42:06,450
Als Joden niet in Christus geloven,
krijgt Hij op die manier toch nog

691
00:42:06,450 --> 00:42:08,610
de wereld geëvangeliseerd.

692
00:42:08,610 --> 00:42:12,930
Bedenk eens hoeveel Hij gedaan kan
krijgen doordat een Jood gelooft.

693
00:42:12,930 --> 00:42:15,870
Hij voorspelt niet dat
alle Joden zullen geloven,

694
00:42:15,870 --> 00:42:19,950
maar zegt veeleer dat het geweldig
zou zijn als ze het deden.

695
00:42:19,950 --> 00:42:22,470
Het is niet zo dat God dat niet wil.

696
00:42:22,470 --> 00:42:26,430
En als ze het doen, moet dat
beslist een betere situatie zijn

697
00:42:26,430 --> 00:42:28,290
dan wanneer ze het niet doen.

698
00:42:28,290 --> 00:42:31,290
Hun verwerping van
Christus, hun verstoting,

699
00:42:31,290 --> 00:42:35,190
is iets geweest wat zelfs
God ten goede kon gebruiken.

700
00:42:35,190 --> 00:42:39,270
Hij zou hun komst tot Hem
beslist beter kunnen gebruiken.

701
00:42:39,270 --> 00:42:44,430
Veel Joden komen wel tot Hem, en dat
is beter dan wanneer zij Hem verwerpen.

702
00:42:44,430 --> 00:42:47,370
Hij voorspelt niet dat de
Joden massaal zullen komen.

703
00:42:47,370 --> 00:42:51,150
Hij zegt alleen dat de meeste
Joden dat niet hebben gedaan.

704
00:42:51,150 --> 00:42:53,730
Stel je voor dat ze het wel deden.

705
00:42:53,730 --> 00:42:56,130
Bedenk eens hoe goed dat zou kunnen zijn.

706
00:42:56,130 --> 00:42:59,070
Dat is één manier om deze verzen te zien.

707
00:42:59,070 --> 00:43:02,550
Daarmee zou helemaal niet voorspeld
worden hoeveel Joden zullen komen,

708
00:43:02,550 --> 00:43:06,870
maar alleen dat het beter is als
ze komen dan wanneer ze niet komen.

709
00:43:06,870 --> 00:43:09,030
God zal dat beter kunnen benutten.

710
00:43:09,030 --> 00:43:11,250
Er is nog een andere
manier om het te zien.

711
00:43:11,250 --> 00:43:15,630
Ik heb nog nooit iemand dat horen opperen,
en daarom is die misschien niet waar.

712
00:43:15,630 --> 00:43:19,710
Maar ik heb allerlei gedachten die ik
nog nooit iemand heb horen opperen.

713
00:43:19,710 --> 00:43:23,010
En soms denk ik: hoe
langer ik erover nadenk,

714
00:43:23,010 --> 00:43:26,070
des te meer denk ik dat ze
waar zouden kunnen zijn.

715
00:43:26,070 --> 00:43:28,050
In vers 12 zegt hij:

716
00:43:28,050 --> 00:43:32,430
In vers 12 verwijzen de eerste twee
gevallen van ‘hun’ volgens deze lezing

717
00:43:32,430 --> 00:43:36,270
naar Israël, terwijl ‘de wereld’
de heidenwereld aanduidt.

718
00:43:36,270 --> 00:43:40,230
Als dan hun val voor de wereld
rijkdom betekent en hun verlies

719
00:43:40,230 --> 00:43:43,770
rijkdom voor de heidenen,
hoeveel te meer hun volheid!

720
00:43:43,770 --> 00:43:46,290
Dat wil zeggen: van de heidenen.

721
00:43:46,290 --> 00:43:51,330
Het laatste ‘hun’ staat dichter bij
‘de heidenen’ dan bij ‘de Joden’.

722
00:43:51,330 --> 00:43:55,470
Als de val van de Joden inderdaad de
volheid van de heidenen binnenbrengt,

723
00:43:55,470 --> 00:43:59,130
hoeveel te meer zal er dan tot stand
worden gebracht wanneer de volheid van

724
00:43:59,130 --> 00:44:00,930
de heidenen binnenkomt?

725
00:44:00,930 --> 00:44:05,430
Eén reden om dit te denken, is dat er
in deze passage maar één andere plaats

726
00:44:05,430 --> 00:44:08,910
is waar over volheid wordt
gesproken, en daar gaat het

727
00:44:08,910 --> 00:44:10,710
om de volheid van de heidenen.

728
00:44:10,710 --> 00:44:13,950
Later, in vers 25, zegt hij:

729
00:44:13,950 --> 00:44:18,330
Want ik wil niet, broeders, dat u
geen weet hebt van dit geheimenis

730
00:44:18,330 --> 00:44:20,911
(opdat u niet wijs zou
zijn in eigen oog ),

731
00:44:20,911 --> 00:44:24,510
dat er voor een deel verharding
over Israël is gekomen,

732
00:44:24,510 --> 00:44:27,870
totdat de volheid van de
heidenen is binnengegaan.

733
00:44:27,870 --> 00:44:31,770
Paulus spreekt in deze passage inderdaad
over het binnenkomen van de volheid

734
00:44:31,770 --> 00:44:33,150
van de heidenen.

735
00:44:33,150 --> 00:44:37,530
Hij spreekt nergens duidelijk over het
binnenkomen van de volheid van de Joden.

736
00:44:37,530 --> 00:44:41,670
Hij voorspelt dat niet, tenzij
het natuurlijk in vers 12 staat.

737
00:44:41,670 --> 00:44:43,590
Maar dat is nu juist de vraag.

738
00:44:43,590 --> 00:44:47,610
We kunnen niet aannemen wat bewezen
moet worden en zeggen: ‘Nou,

739
00:44:47,610 --> 00:44:51,150
hier spreekt hij over Israël.’ Is dat zo?

740
00:44:51,150 --> 00:44:56,250
Het laatste zelfstandig naamwoord vóór het
voornaamwoord aan het einde van vers 12

741
00:44:56,250 --> 00:44:58,170
is ‘de heidenen’.

742
00:44:58,170 --> 00:45:02,310
Hij zegt dus: als God de val
van Joden zo heeft benut,

743
00:45:02,310 --> 00:45:04,950
hoeveel te meer kan Hij
dan het binnenkomen van de

744
00:45:04,950 --> 00:45:07,110
volheid van de heidenen benutten?

745
00:45:07,110 --> 00:45:11,490
Het tekortschieten van Israël
betekent rijkdom voor de heidenen.

746
00:45:11,490 --> 00:45:15,570
Hoeveel te meer zal de volheid
van de heidenen betekenen?

747
00:45:15,570 --> 00:45:17,430
Zo kan het worden opgevat.

748
00:45:17,430 --> 00:45:20,850
Volgens mij kun je voor beide
opvattingen argumenten zien.

749
00:45:20,850 --> 00:45:23,430
Hetzelfde geldt voor vers 15:

750
00:45:23,430 --> 00:45:26,731
Want als hun verwerping verzoening
voor de wereld betekent ,

751
00:45:26,731 --> 00:45:31,350
wat betekent dan hun aanneming
anders dan leven uit de doden?

752
00:45:31,350 --> 00:45:33,870
Dat wil zeggen: Israëls.

753
00:45:33,870 --> 00:45:36,570
Dat wil zeggen: de heidenwereld.

754
00:45:36,570 --> 00:45:39,090
Dat wil zeggen: van de heidenwereld.

755
00:45:39,090 --> 00:45:42,570
Het laatste ‘hun’ in vers 15 en in vers 12

756
00:45:42,570 --> 00:45:45,270
zou kunnen verwijzen naar
het zelfstandig naamwoord

757
00:45:45,270 --> 00:45:47,910
dat het dichtst bij dat
voornaamwoord staat.

758
00:45:47,910 --> 00:45:51,150
In beide gevallen zou
dat de heidenwereld zijn.

759
00:45:51,150 --> 00:45:54,930
Hun volheid, hun aanneming,
zal iets geweldigs zijn.

760
00:45:54,930 --> 00:45:58,650
Hoeveel te meer kun je dit
verwachten wanneer je beseft wat God

761
00:45:58,650 --> 00:46:03,210
zelfs tot stand kan brengen door mensen
die Hem verwerpen, zoals de Joden?

762
00:46:03,210 --> 00:46:06,990
Hoeveel te meer kan Hij tot stand
brengen doordat het volle aantal

763
00:46:06,990 --> 00:46:09,570
heidenen binnenkomt en Hem aanneemt?

764
00:46:09,570 --> 00:46:11,910
Er bestaat dus een mogelijkheid dat deze

765
00:46:11,910 --> 00:46:16,050
verzen in werkelijkheid over de
volheid van de heidenen gaan en niet

766
00:46:16,050 --> 00:46:17,670
over die van de Joden.

767
00:46:17,670 --> 00:46:22,830
Maar als dat te radicaal, te afwijkend, te
strijdig met onze intuïtie of wat dan ook

768
00:46:22,830 --> 00:46:25,590
is, hoeven we die kant niet op te gaan.

769
00:46:25,590 --> 00:46:30,630
We kunnen het eenvoudig zo opvatten: als
God de val van de Joden kan gebruiken,

770
00:46:30,630 --> 00:46:34,830
hoeveel te meer kan Hij dan hun
aanneming van Christus gebruiken?

771
00:46:34,830 --> 00:46:37,770
Joden nemen Christus voortdurend aan.

772
00:46:37,770 --> 00:46:42,030
Elke dag zijn er ergens ter wereld
Joden die Christus aannemen.

773
00:46:42,030 --> 00:46:46,710
Hij kan dat veel beter gebruiken dan
wanneer zij tegen Hem in opstand zijn.

774
00:46:46,710 --> 00:46:50,070
Hoe dan ook, het argument
dat Paulus aanvoert,

775
00:46:50,070 --> 00:46:53,190
levert geen enkele voorspelling
op over een toekomstige

776
00:46:53,190 --> 00:46:55,230
massale bekering van Joden.

777
00:46:55,230 --> 00:46:58,950
Elke Jood die wel tot Christus
komt, kan God zelfs beter

778
00:46:58,950 --> 00:47:02,850
gebruiken dan wanneer die persoon
tegen Christus in opstand is.

779
00:47:02,850 --> 00:47:04,710
Maar dat is gewoon een feit.

780
00:47:04,710 --> 00:47:06,390
Dat is altijd waar.

781
00:47:06,390 --> 00:47:09,390
Het gaat niet noodzakelijk
over iets in de toekomst.

782
00:47:09,390 --> 00:47:11,190
In vers 14 zegt hij:

783
00:47:11,190 --> 00:47:14,730
om daardoor zo mogelijk mijn
verwanten wat betreft het vlees

784
00:47:14,730 --> 00:47:18,930
tot jaloersheid te verwekken
en enigen uit hen te behouden.

785
00:47:18,930 --> 00:47:23,550
O, dit is vers 13, het
vers dat ik eerder zocht.

786
00:47:23,550 --> 00:47:25,830
Ik zocht in hoofdstuk 15.

787
00:47:25,830 --> 00:47:29,430
Ik zat op de verkeerde plek. Vers 13:

788
00:47:29,430 --> 00:47:34,710
Want tegen u, de heidenen, zeg ik: Voor
zover ik de apostel van de heidenen ben,

789
00:47:34,710 --> 00:47:38,790
maak ik mijn bediening heerlijk, om
daardoor zo mogelijk mijn verwanten wat

790
00:47:38,790 --> 00:47:43,530
betreft het vlees tot jaloersheid te
verwekken en enigen uit hen te behouden.

791
00:47:43,530 --> 00:47:47,970
Ik benadruk dat ik naar de
heidenen gezonden ben. Waarom?

792
00:47:47,970 --> 00:47:50,850
Omdat de Joden het haten
wanneer ik dat zeg.

793
00:47:50,850 --> 00:47:55,290
Je kunt in het boek Handelingen zien dat
wanneer Paulus tegen een Joods publiek zei

794
00:47:55,290 --> 00:48:00,330
dat hij naar de heidenen gezonden was,
ze hem wilden stenigen. „Jij overloper!

795
00:48:00,330 --> 00:48:04,410
Je bent een van ons, en je gaat naar
die heidenen in plaats van naar ons.”

796
00:48:04,410 --> 00:48:06,030
Dat maakte hen boos.

797
00:48:06,030 --> 00:48:08,670
Hij zegt: „Ik benadruk dit.

798
00:48:08,670 --> 00:48:12,390
Ik vestig nadrukkelijk de aandacht
op het feit dat ik een apostel voor

799
00:48:12,390 --> 00:48:13,770
de heidenen ben.”

800
00:48:13,770 --> 00:48:15,510
Het maakt de Joden boos.

801
00:48:15,510 --> 00:48:17,370
Het maakt hen jaloers.

802
00:48:17,370 --> 00:48:19,890
Ik hoop dat deze reactie van hun kant

803
00:48:19,890 --> 00:48:22,830
hen er uiteindelijk misschien
toe brengt te zeggen:

804
00:48:22,830 --> 00:48:26,490
„Misschien moeten wij hier samen
met de heidenen ook aan meedoen.”

805
00:48:26,490 --> 00:48:29,610
Hij hoopt dat dit sommigen zal behouden.

806
00:48:29,610 --> 00:48:34,170
Merk op dat hij er niet van overtuigd
is dat allen behouden zullen worden.

807
00:48:34,170 --> 00:48:39,450
Hij zei: „Ik hoop dat ik op deze manier
sommigen van hen zal kunnen behouden.”

808
00:48:39,450 --> 00:48:43,650
Paulus betoogt nergens dat werkelijk
elke Jood behouden zal worden,

809
00:48:43,650 --> 00:48:46,290
maar hij hoopt er zo veel
mogelijk te behouden.

810
00:48:46,290 --> 00:48:48,090
Een van de manieren waarop hij dat doet,

811
00:48:48,090 --> 00:48:52,230
is hen jaloers maken door erover te
spreken dat hij een apostel voor de

812
00:48:52,230 --> 00:48:54,870
heidenen is, en niet voor hen.

813
00:48:54,870 --> 00:48:57,750
In vers 16 komen we bij
het nieuwe gedeelte.

814
00:48:57,750 --> 00:49:00,330
Hier wordt de betekenis
van Paulus glashelder,

815
00:49:00,330 --> 00:49:04,170
hoewel die nog steeds gemist kan worden
door degenen die vastbesloten zijn er iets

816
00:49:04,170 --> 00:49:05,550
anders in te zien:

817
00:49:05,550 --> 00:49:10,350
En als de eerstelingen heilig zijn, dan
het deeg ook, en als de wortel heilig is,

818
00:49:10,350 --> 00:49:11,970
dan de takken ook.

819
00:49:11,970 --> 00:49:16,950
Als nu enige van die takken afgerukt
zijn, en u, die een wilde olijfboom bent,

820
00:49:16,950 --> 00:49:21,570
in hun plaats bent geënt en mede deel hebt
gekregen aan de wortel en de vettigheid

821
00:49:21,570 --> 00:49:25,770
van de olijfboom, beroem u
dan niet tegenover de takken.

822
00:49:25,770 --> 00:49:32,010
En als u zich beroemt: U draagt de wortel
niet, maar de wortel u. U zult dan zeggen:

823
00:49:32,010 --> 00:49:36,870
De takken zijn afgerukt, opdat
ik zou worden geënt. Dat is waar.

824
00:49:36,870 --> 00:49:41,130
Door ongeloof zijn zij afgerukt
en u staat door het geloof.

825
00:49:41,130 --> 00:49:44,550
Heb geen hoge dunk van uzelf, maar vrees.

826
00:49:44,550 --> 00:49:47,730
Want als God de natuurlijke
takken niet gespaard heeft,

827
00:49:47,730 --> 00:49:50,790
dan is het ook mogelijk
dat Hij u niet spaart.

828
00:49:50,790 --> 00:49:54,690
Zie dan de goedertierenheid
en de strengheid van God:

829
00:49:54,690 --> 00:49:59,550
strengheid over hen die gevallen
zijn, over u echter goedertierenheid,

830
00:49:59,550 --> 00:50:02,010
als u in de goedertierenheid blijft.

831
00:50:02,010 --> 00:50:04,950
Anders zult ook u afgehouwen worden.

832
00:50:04,950 --> 00:50:09,870
En ook zij zullen, als zij niet in
het ongeloof blijven, geënt worden,

833
00:50:09,870 --> 00:50:13,050
want God is machtig hen opnieuw te enten.

834
00:50:13,050 --> 00:50:14,850
Daar staat een „als”.

835
00:50:14,850 --> 00:50:19,230
Want als u afgehouwen bent uit de
olijfboom die van nature wild was,

836
00:50:19,230 --> 00:50:22,950
en tegen de natuur in op de
tamme olijfboom geënt bent,

837
00:50:22,950 --> 00:50:26,370
hoeveel te meer zullen zij
die natuurlijke takken zijn,

838
00:50:26,370 --> 00:50:29,550
geënt worden op hun eigen olijfboom.

839
00:50:29,550 --> 00:50:32,550
Dat berust natuurlijk op
dezelfde voorwaarde als het

840
00:50:32,550 --> 00:50:34,950
„als” in het vorige vers.

841
00:50:34,950 --> 00:50:40,170
Als zij niet in ongeloof blijven, hoeveel
te meer zullen zij dan worden toegevoegd?

842
00:50:40,170 --> 00:50:44,790
Want ik wil niet, broeders, dat u
geen weet hebt van dit geheimenis

843
00:50:44,790 --> 00:50:47,551
(opdat u niet wijs zou
zijn in eigen oog ),

844
00:50:47,551 --> 00:50:50,910
dat er voor een deel verharding
over Israël is gekomen,

845
00:50:50,910 --> 00:50:54,270
totdat de volheid van de
heidenen is binnengegaan.

846
00:50:54,270 --> 00:50:58,830
En zo zal heel Israël zalig
worden, zoals geschreven staat:

847
00:50:58,830 --> 00:51:04,950
De Verlosser zal uit Sion komen en zal
de goddeloosheden afwenden van Jakob.

848
00:51:04,950 --> 00:51:11,310
En dit is het verbond van Mij met hen,
wanneer Ik hun zonden zal wegnemen.

849
00:51:11,310 --> 00:51:18,270
of: „op deze manier”, „zo zal heel Israël
behouden worden”, zoals geschreven staat:

850
00:51:18,270 --> 00:51:25,050
De Bevrijder zal uit Sion komen en Hij
zal de goddeloosheid van Jakob wegnemen.

851
00:51:25,050 --> 00:51:30,750
Dit is Mijn verbond met hen,
wanneer Ik hun zonden wegneem.

852
00:51:30,750 --> 00:51:34,350
We zouden verder kunnen lezen,
en dat zouden we ook moeten doen,

853
00:51:34,350 --> 00:51:39,210
maar we moeten enige tijd nemen
om naar deze olijfboom te kijken.

854
00:51:39,210 --> 00:51:43,230
Dit beeld van de olijfboom
is niet nieuw bij Paulus.

855
00:51:43,230 --> 00:51:46,350
Het komt rechtstreeks
uit het Oude Testament.

856
00:51:46,350 --> 00:51:50,730
Een olijfboom is een
zinnebeeld van het volk Israël.

857
00:51:50,730 --> 00:51:55,410
Sterker nog, niet alleen een olijfboom,
maar een olijfboom waarvan de

858
00:51:55,410 --> 00:51:58,350
takken zijn afgebroken,
zoals hij beschrijft,

859
00:51:58,350 --> 00:52:01,110
is een zinnebeeld uit het Oude Testament.

860
00:52:01,110 --> 00:52:06,330
In Jeremia, hoofdstuk 11, wordt gesproken
over het feit dat veel van de Joden naar

861
00:52:06,330 --> 00:52:09,450
Babylon zijn weggevoerd,
maar niet allemaal.

862
00:52:09,450 --> 00:52:14,130
Het Joodse volk is een olijfboom, en de
Joden die naar Babylon zijn weggevoerd,

863
00:52:14,130 --> 00:52:16,830
zijn als takken van deze boom verwijderd.

864
00:52:16,830 --> 00:52:18,390
Dat is hier het beeld.

865
00:52:18,390 --> 00:52:21,030
In Jeremia 11:16 staat:

866
00:52:21,030 --> 00:52:26,910
Een bladerrijke olijfboom, met welgevormde
vruchten, had de HEERE u als naam gegeven.

867
00:52:26,910 --> 00:52:30,390
Maar nu heeft Hij onder het
geluid van een groot gedruis een

868
00:52:30,390 --> 00:52:34,350
vuur onder hem aangestoken,
zodat zijn takken gebroken zijn.

869
00:52:34,350 --> 00:52:38,910
Wanneer Israël wordt aangeduid als
een olijfboom met afgebroken takken,

870
00:52:38,910 --> 00:52:41,790
werpt dat licht op Paulus’
gebruik van dit beeld.

871
00:52:41,790 --> 00:52:44,370
Hij gaat het hebben over een olijfboom.

872
00:52:44,370 --> 00:52:47,190
Hij gaat het hebben over
takken die afgebroken zijn,

873
00:52:47,190 --> 00:52:51,390
maar hij gaat het ook hebben over andere
takken die in hun plaats geënt zijn.

874
00:52:51,390 --> 00:52:55,590
De afgebroken takken zijn duidelijk de
Joodse leden van de boom die afgesneden

875
00:52:55,590 --> 00:52:58,650
worden omdat ze niet
in Christus geloofden.

876
00:52:58,650 --> 00:53:02,550
Dit betekent dat de enige Joodse
takken die aan de boom overblijven,

877
00:53:02,550 --> 00:53:06,510
de gelovige Joden zijn,
het gelovige overblijfsel.

878
00:53:06,510 --> 00:53:11,250
Degenen die niet geloofden, zijn
afgebroken. Ze zijn er niet meer.

879
00:53:11,250 --> 00:53:16,470
Vervolgens zijn de heidenen takken van een
wilde olijfboom, en die worden erop geënt.

880
00:53:16,470 --> 00:53:17,730
Wat hebben we dan?

881
00:53:17,730 --> 00:53:23,190
We hebben gelovige Joden en gelovige
heidenen die samen deze boom vormen.

882
00:53:23,190 --> 00:53:26,130
Wat is die boom? Het is Israël.

883
00:53:26,130 --> 00:53:29,490
Maar wat heb je in werkelijkheid
wanneer je de Joodse en

884
00:53:29,490 --> 00:53:31,710
heidense gelovigen samenvoegt?

885
00:53:31,710 --> 00:53:33,510
Dan heb je de gemeente.

886
00:53:33,510 --> 00:53:35,670
In wezen is de gemeente Israël.

887
00:53:35,670 --> 00:53:41,310
De gelovige Joden, het overblijfsel, en de
gelovige heidenen die samen met hen op de

888
00:53:41,310 --> 00:53:47,250
boom zijn geënt, vormen dit
organisme, deze boom, die Israël is.

889
00:53:47,250 --> 00:53:51,510
Maar het vormt ook, heel duidelijk,
wat wij de gemeente noemen.

890
00:53:51,510 --> 00:53:53,610
Hij zegt in vers 16:

891
00:53:53,610 --> 00:53:59,010
En als de eerstelingen heilig zijn, dan
het deeg ook, en als de wortel heilig is,

892
00:53:59,010 --> 00:54:00,810
dan de takken ook.

893
00:54:00,810 --> 00:54:05,850
Dat wil zeggen: als je een deel van je
brood aan God opdraagt als heilig voor de

894
00:54:05,850 --> 00:54:09,930
Heere, staat dat symbool
voor de hele klomp deeg.

895
00:54:09,930 --> 00:54:12,930
En hier begint hij het beeld
van de boom te gebruiken.

896
00:54:12,930 --> 00:54:18,150
Als de wortel van de boom heilig is,
dan zijn de takken van de boom dat ook.

897
00:54:18,150 --> 00:54:24,390
De wortel is mogelijk God Zelf, of
misschien Abraham, Izak en Jakob.

898
00:54:24,390 --> 00:54:27,270
Hij zegt niet wat de
wortel van de boom is.

899
00:54:27,270 --> 00:54:32,370
Menselijk gesproken zijn het de
vaderen: Abraham, Izak en Jakob.

900
00:54:32,370 --> 00:54:36,090
Meer vanuit God gezien is God
er natuurlijk de wortel van.

901
00:54:36,090 --> 00:54:40,470
Maar het belangrijke punt is
dat wat Israël ook heilig maakt,

902
00:54:40,470 --> 00:54:42,450
zich bij zijn wortel bevindt.

903
00:54:42,450 --> 00:54:48,750
Het is óf zijn relatie met God, óf zijn
afstamming van Abraham, Izak en Jakob,

904
00:54:48,750 --> 00:54:50,070
of wat dan ook.

905
00:54:50,070 --> 00:54:54,930
De heiligheid van de boom komt uit
zijn wortel en strekt zich uit tot elke

906
00:54:54,930 --> 00:54:56,490
tak aan de boom.

907
00:54:56,490 --> 00:55:02,310
De takken zijn dus het heilige volk in
de heilige boom, in de heilige natie.

908
00:55:02,310 --> 00:55:06,510
De takken van deze boom hebben
echter een verrassende samenstelling,

909
00:55:06,510 --> 00:55:10,290
want oorspronkelijk bestond
Israël natuurlijk uit Joden.

910
00:55:10,290 --> 00:55:13,830
Maar nu behoren veel
Joden niet tot Israël.

911
00:55:13,830 --> 00:55:18,750
Dat punt heeft hij vanaf het begin
van zijn betoog in Romeinen 9 gemaakt:

912
00:55:18,750 --> 00:55:22,170
Ik zeg dit niet alsof het
Woord van God vervallen is,

913
00:55:22,170 --> 00:55:27,390
want niet allen die uit Israël
voortgekomen zijn, zijn Israël.

914
00:55:27,390 --> 00:55:30,750
Sommige van deze takken die
Joods zijn, maken dus niet

915
00:55:30,750 --> 00:55:34,230
werkelijk meer deel uit
van de boom. Waarom niet?

916
00:55:34,230 --> 00:55:36,030
Omdat ze niet geloofden.

917
00:55:36,030 --> 00:55:39,330
Ze worden vanwege hun ongeloof afgehouwen.

918
00:55:39,330 --> 00:55:44,370
Een Jood die niet in Christus gelooft,
maakt dus geen deel uit van Israël,

919
00:55:44,370 --> 00:55:47,910
geen deel van de boom,
de olijfboom Israël.

920
00:55:47,910 --> 00:55:50,010
Er zijn takken afgebroken.

921
00:55:50,010 --> 00:55:52,470
Wat blijft er dan aan de boom over?

922
00:55:52,470 --> 00:55:54,570
De Joodse gelovigen.

923
00:55:54,570 --> 00:55:57,570
Zij zijn de enigen die
niet afgebroken zijn.

924
00:55:57,570 --> 00:56:02,370
Israël is nu dus teruggesnoeid tot
alleen het trouwe overblijfsel,

925
00:56:02,370 --> 00:56:04,290
de Joden die geloven.

926
00:56:04,290 --> 00:56:06,270
Zij zijn nog steeds heilig.

927
00:56:06,270 --> 00:56:10,290
De takken aan de boom zijn heilig, maar
veel van de takken zitten niet meer

928
00:56:10,290 --> 00:56:11,730
aan de boom.

929
00:56:11,730 --> 00:56:15,210
De takken die nog steeds bij
de boom horen en nog steeds

930
00:56:15,210 --> 00:56:19,770
uit de wortel en zijn heiligheid
putten, zijn gelovige Joden,

931
00:56:19,770 --> 00:56:24,150
het Joodse overblijfsel, de
Joodse gemeente natuurlijk.

932
00:56:24,150 --> 00:56:28,410
Maar er zijn ook andere takken
op geënt, takken uit de heidenen.

933
00:56:28,410 --> 00:56:33,870
En zoals hij zegt, hebben zij deel aan de
wortel en de vettigheid van de olijfboom.

934
00:56:33,870 --> 00:56:38,250
Aan het eind van vers 17 staat
dat wij heidenen die geloven,

935
00:56:38,250 --> 00:56:43,770
op Israël zijn geënt, op de boom,
en dat wij deelhebben aan de wortel.

936
00:56:43,770 --> 00:56:48,870
Bedenk: als de wortel heilig
is, zijn de takken heilig.

937
00:56:48,870 --> 00:56:54,210
Welnu, wij zijn nu takken, en de
heiligheid en de vettigheid van die boom,

938
00:56:54,210 --> 00:56:57,630
het leven van die boom, zijn ook in ons.

939
00:56:57,630 --> 00:57:00,510
Israël heeft dus een nieuwe
samenstelling gekregen.

940
00:57:00,510 --> 00:57:04,470
In de tijd van het Oude Testament
waren er in Israël natuurlijk altijd

941
00:57:04,470 --> 00:57:06,030
Joden en heidenen.

942
00:57:06,030 --> 00:57:10,290
Een heiden kon een proseliet worden
en een Jood kon afvallig worden.

943
00:57:10,290 --> 00:57:15,450
Daarom is het nooit zo geweest dat alle
Joden werkelijk als Israël werden aanvaard

944
00:57:15,450 --> 00:57:18,210
of dat alle heidenen
werden buitengesloten.

945
00:57:18,210 --> 00:57:22,110
Het was echter duidelijk zo dat
in de tijd van het Oude Testament

946
00:57:22,110 --> 00:57:26,370
de meerderheid van degenen die God
trouw waren van Joodse afkomst was,

947
00:57:26,370 --> 00:57:30,090
en dat de bekeerlingen uit de
heidenen een minderheid vormden.

948
00:57:30,090 --> 00:57:34,470
Het enige wat hier veranderd is,
is de demografische samenstelling.

949
00:57:34,470 --> 00:57:37,770
Het is nog steeds zo, zoals
het altijd geweest is,

950
00:57:37,770 --> 00:57:42,510
dat Israël bestond uit Joden en
heidenen die God trouw waren.

951
00:57:42,510 --> 00:57:45,630
In het Oude Testament is
dat nooit anders geweest.

952
00:57:45,630 --> 00:57:49,590
Een Jood of een heiden die
God trouw was, was Israël.

953
00:57:49,590 --> 00:57:53,730
Een Jood of een heiden die God
niet trouw was, was Israël niet.

954
00:57:53,730 --> 00:57:55,530
Dat geldt nog steeds.

955
00:57:55,530 --> 00:57:58,170
Paulus zegt niets radicaal anders.

956
00:57:58,170 --> 00:58:02,730
Waar hij echter op wijst, is dat we ons
nu in een situatie bevinden waarin de

957
00:58:02,730 --> 00:58:07,650
meerderheid van de Joden ongelovig
is en geen deel uitmaakt van Israël,

958
00:58:07,650 --> 00:58:12,450
en waarin de meeste takken aan de
boom geen Joden maar heidenen zijn.

959
00:58:12,450 --> 00:58:14,790
Er heeft een verschuiving plaatsgevonden.

960
00:58:14,790 --> 00:58:18,930
Het percentage heidenen in de boom
is toegenomen en het percentage

961
00:58:18,930 --> 00:58:24,330
Joden is afgenomen, maar de boom is
nog steeds wat hij altijd geweest is.

962
00:58:24,330 --> 00:58:28,290
De gelovige Joden en
heidenen zijn de boom.

963
00:58:28,290 --> 00:58:29,610
Zij zijn Israël.

964
00:58:29,610 --> 00:58:32,070
De gemeente is dus Israël.

965
00:58:32,070 --> 00:58:34,650
Ze is geen vervanging van Israël.

966
00:58:34,650 --> 00:58:37,170
Sommige mensen noemen
dit vervangingstheologie,

967
00:58:37,170 --> 00:58:41,490
alsof de gemeente Israël vervangen
heeft. Wat wordt er vervangen?

968
00:58:41,490 --> 00:58:43,530
Er worden takken vervangen.

969
00:58:43,530 --> 00:58:46,530
Ongelovige Joodse takken
worden afgehouwen,

970
00:58:46,530 --> 00:58:50,490
en gelovige heidenen zijn
binnengekomen om hen te vervangen.

971
00:58:50,490 --> 00:58:52,950
Maar de gemeente vervangt Israël niet.

972
00:58:52,950 --> 00:58:55,470
Het is al die tijd dezelfde boom.

973
00:58:55,470 --> 00:58:58,530
Het is niet zo dat de boom
Israël ontworteld werd

974
00:58:58,530 --> 00:59:01,650
en er een nieuwe boom van
het christendom werd geplant.

975
00:59:01,650 --> 00:59:06,150
Bepaalde personen die ongelovig zijn,
zijn verwijderd en vervangen door

976
00:59:06,150 --> 00:59:08,250
personen die gelovig zijn.

977
00:59:08,250 --> 00:59:12,750
Er vindt hier wel enige vervanging plaats,
maar het is niet wat sommige mensen er ten

978
00:59:12,750 --> 00:59:14,250
onrechte van maken.

979
00:59:14,250 --> 00:59:17,370
Er wordt niet gezegd dat de
gemeente Israël vervangt.

980
00:59:17,370 --> 00:59:21,270
Het punt is dat de gemeente
en Israël hetzelfde zijn.

981
00:59:21,270 --> 00:59:26,610
Sommige gelovige heidenen zijn toegevoegd
en hebben ongelovige Joden vervangen.

982
00:59:26,610 --> 00:59:29,070
Dat heeft niet veranderd wat de boom is.

983
00:59:29,070 --> 00:59:30,990
Het is allemaal Israël.

984
00:59:30,990 --> 00:59:34,410
Het is allemaal de gemeente,
van begin tot eind.

985
00:59:34,410 --> 00:59:39,390
Dit behandelt nog een andere controverse,
niet alleen de controverse over Israël,

986
00:59:39,390 --> 00:59:42,750
maar ook de controverse
over eeuwige zekerheid.

987
00:59:42,750 --> 00:59:46,290
Hij zegt dat jullie heidenen,
die eraan toegevoegd zijn,

988
00:59:46,290 --> 00:59:49,170
jullie misschien verwaand
tegenover de Joden voelen,

989
00:59:49,170 --> 00:59:53,910
omdat velen van hen afgebroken zijn en
jullie nu de meerderheid vormen in de

990
00:59:53,910 --> 00:59:55,650
gemeente in Rome.

991
00:59:55,650 --> 00:59:58,110
Verreweg de meesten zijn jullie heidenen.

992
00:59:58,110 --> 01:00:01,470
Dus zouden jullie kunnen denken
dat jullie beter zijn dan de Joden.

993
01:00:01,470 --> 01:00:06,150
Word niet te verwaand, want zij zijn
afgebroken vanwege hun ongeloof.

994
01:00:06,150 --> 01:00:09,690
Jullie kunnen vanwege jullie
ongeloof worden afgebroken

995
01:00:09,690 --> 01:00:11,910
als jullie daarin terechtkomen.

996
01:00:11,910 --> 01:00:16,470
Hij zegt: bedenk dat in vers
18 niet jij de wortel draagt,

997
01:00:16,470 --> 01:00:19,230
maar dat de wortel jou draagt.

998
01:00:19,230 --> 01:00:22,050
Je moet je nog steeds aan
die wortel vasthouden.

999
01:00:22,050 --> 01:00:24,930
Je bent niet de bron van je eigen behoud.

1000
01:00:24,930 --> 01:00:29,610
De wortel is dat. Die draagt
jou. Dan zul je zeggen:

1001
01:00:29,610 --> 01:00:34,770
En als de eerstelingen heilig zijn, dan
het deeg ook, en als de wortel heilig is,

1002
01:00:34,770 --> 01:00:36,390
dan de takken ook.

1003
01:00:36,390 --> 01:00:41,670
Als nu enige van die takken afgerukt
zijn, en u, die een wilde olijfboom bent,

1004
01:00:41,670 --> 01:00:46,230
in hun plaats bent geënt en mede deel hebt
gekregen aan de wortel en de vettigheid

1005
01:00:46,230 --> 01:00:50,250
van de olijfboom, beroem u
dan niet tegenover de takken.

1006
01:00:50,250 --> 01:00:56,550
En als u zich beroemt: U draagt de wortel
niet, maar de wortel u. U zult dan zeggen:

1007
01:00:56,550 --> 01:01:01,230
De takken zijn afgerukt, opdat
ik zou worden geënt. Dat is waar.

1008
01:01:01,230 --> 01:01:05,490
Door ongeloof zijn zij afgerukt
en u staat door het geloof.

1009
01:01:05,490 --> 01:01:08,910
Heb geen hoge dunk van uzelf, maar vrees.

1010
01:01:08,910 --> 01:01:11,970
Want als God de natuurlijke
takken niet gespaard heeft,

1011
01:01:11,970 --> 01:01:15,030
dan is het ook mogelijk
dat Hij u niet spaart.

1012
01:01:15,030 --> 01:01:18,810
Zie dan de goedertierenheid
en de strengheid van God:

1013
01:01:18,810 --> 01:01:23,370
strengheid over hen die gevallen
zijn, over u echter goedertierenheid,

1014
01:01:23,370 --> 01:01:26,010
als u in de goedertierenheid blijft.

1015
01:01:26,010 --> 01:01:28,650
Anders zult ook u afgehouwen worden.

1016
01:01:28,650 --> 01:01:33,030
En ook zij zullen, als zij niet in
het ongeloof blijven, geënt worden,

1017
01:01:33,030 --> 01:01:36,090
want God is machtig hen opnieuw te enten.

1018
01:01:36,090 --> 01:01:37,950
Dat klopt, dat is waar.

1019
01:01:37,950 --> 01:01:44,190
Vanwege ongeloof zijn zij afgebroken, en
jij staat omdat je niet in ongeloof bent,

1020
01:01:44,190 --> 01:01:45,930
omdat je geloof hebt.

1021
01:01:45,930 --> 01:01:49,590
Geloof is de factor die
je met Israël verbindt.

1022
01:01:49,590 --> 01:01:53,430
Ongeloof is datgene wat
je van Israël uitsluit.

1023
01:01:53,430 --> 01:01:57,030
Maar wees niet hoogmoedig,
maar vrees, want als God

1024
01:01:57,030 --> 01:02:01,530
de natuurlijke takken niet gespaard
heeft, spaart Hij misschien ook jou niet.

1025
01:02:01,530 --> 01:02:05,310
Het lijkt erop dat de natuurlijke
takken van nature meer

1026
01:02:05,310 --> 01:02:09,990
aanspraak zouden hebben op een plaats
aan de boom dan vreemde takken.

1027
01:02:09,990 --> 01:02:13,170
En als Hij de natuurlijke
takken niet heeft laten zitten,

1028
01:02:13,170 --> 01:02:17,430
waarom zou Hij de vreemde takken dan
laten zitten als die dezelfde gruweldaad

1029
01:02:17,430 --> 01:02:19,170
van ongeloof begaan?

1030
01:02:19,170 --> 01:02:23,010
Hij zegt dus dat jullie heidenen,
die er nu aan vastzitten,

1031
01:02:23,010 --> 01:02:25,410
ook afgebroken zouden kunnen worden.

1032
01:02:25,410 --> 01:02:29,910
Een heiden kan zijn behoud verliezen,
net zoals de Joden die afgebroken zijn

1033
01:02:29,910 --> 01:02:31,470
niet behouden zijn.

1034
01:02:31,470 --> 01:02:35,910
Dus een heiden die afgebroken
wordt, zou evenmin behouden zijn.

1035
01:02:35,910 --> 01:02:38,250
Hij zegt in vers 22:

1036
01:02:38,250 --> 01:02:43,650
Kijk dus naar Gods goedheid en strengheid:
strengheid voor degenen die gevallen zijn,

1037
01:02:43,650 --> 01:02:47,370
maar goedheid voor jou, als
je in Zijn goedheid blijft.

1038
01:02:47,370 --> 01:02:50,190
Paulus gebruikte op een aantal
plaatsen de uitdrukking:

1039
01:02:50,190 --> 01:02:51,810
als je daarin blijft.

1040
01:02:51,810 --> 01:02:56,430
Het is een voorwaarde voor behoud
dat je moet volharden. Jezus zei:

1041
01:02:56,430 --> 01:02:58,290
Je moet in Mij blijven.

1042
01:02:58,290 --> 01:03:01,110
Elke tak die in Mij blijft — dat betekent:

1043
01:03:01,110 --> 01:03:05,970
in Mij blijft of voortgaat in
Mij te zijn — zal vrucht dragen.

1044
01:03:05,970 --> 01:03:10,290
Elke tak die niet voortgaat in Mij
te zijn, zal weggeworpen worden,

1045
01:03:10,290 --> 01:03:16,170
verdorren en verbrand worden, zei Jezus
in Johannes 15, vers 1 tot en met 6.

1046
01:03:16,170 --> 01:03:21,810
Dus ook hier geldt: als je in Christus
blijft, zal Hij goed voor je blijven,

1047
01:03:21,810 --> 01:03:25,110
net zoals Hij dat voor de
Joden was toen zij trouw waren.

1048
01:03:25,110 --> 01:03:28,830
Maar wanneer zij ontrouw
zijn, worden zij afgebroken.

1049
01:03:28,830 --> 01:03:31,890
Zo zal het ook met jou
gaan als je ontrouw bent.

1050
01:03:31,890 --> 01:03:35,490
Dit maakt heel duidelijk dat
behoud voorwaardelijk is,

1051
01:03:35,490 --> 01:03:38,730
niet alleen voor de Jood,
maar ook voor de heiden.

1052
01:03:38,730 --> 01:03:43,830
Iedereen die gelooft, is erin;
iedereen die niet gelooft, is erbuiten.

1053
01:03:43,830 --> 01:03:48,330
Als je nu een gelovige bent en deel hebt
aan de vettigheid en de wortel van de

1054
01:03:48,330 --> 01:03:52,530
olijfboom, dan is dat goed, maar je
kunt er maar beter voor zorgen dat

1055
01:03:52,530 --> 01:03:53,850
dit zo blijft.

1056
01:03:53,850 --> 01:03:57,810
Als je in Zijn goedheid blijft,
zul je merken dat Zijn goedheid

1057
01:03:57,810 --> 01:04:00,210
tegenover jou voortduurt.

1058
01:04:00,210 --> 01:04:05,310
Maar als je afvalt zoals zij, heb je niet
onvoorwaardelijk een bijzondere positie,

1059
01:04:05,310 --> 01:04:07,770
net zomin als zij die hadden.

1060
01:04:07,770 --> 01:04:11,970
Hij zegt aan het einde van vers
22 dat als je niet volhardt,

1061
01:04:11,970 --> 01:04:15,870
ook jij afgebroken zult
worden, net als zij.

1062
01:04:15,870 --> 01:04:17,430
Vers 23:

1063
01:04:17,430 --> 01:04:22,710
En ook zij zullen weer worden geënt
als ze niet in hun ongeloof blijven.

1064
01:04:22,710 --> 01:04:26,550
Iedere Jood die behouden wil
worden, kan geënt worden.

1065
01:04:26,550 --> 01:04:30,570
Wanneer hij ‘zij’ zegt, bedoelt
hij niet dat het hele volk

1066
01:04:30,570 --> 01:04:32,370
massaal geënt zal worden.

1067
01:04:32,370 --> 01:04:37,590
Hij zegt dat zij, de Joden, als
afzonderlijke personen geënt worden,

1068
01:04:37,590 --> 01:04:40,950
net zoals heidenen als
afzonderlijke personen.

1069
01:04:40,950 --> 01:04:44,610
Als zij geloven, zullen zij
er weer in worden gezet.

1070
01:04:44,610 --> 01:04:48,990
Het is niet zo dat hun situatie
noodzakelijkerwijs definitief is.

1071
01:04:48,990 --> 01:04:50,550
Ze kunnen terugkomen.

1072
01:04:50,550 --> 01:04:55,110
Ze kunnen zich bekeren, en als ze dat
doen, zullen ze erin worden gezet,

1073
01:04:55,110 --> 01:04:56,010
net zoals jij.

1074
01:04:56,010 --> 01:04:58,890
Dit gaat niet over de
bekering van het hele volk.

1075
01:04:58,890 --> 01:05:02,370
Het zegt eenvoudigweg dat
de Jood die afgebroken is,

1076
01:05:02,370 --> 01:05:06,810
niet hoeft te denken dat hij niet
kan terugkomen. Dat kan hij wel.

1077
01:05:06,810 --> 01:05:10,230
Geen van deze toestanden is
onvoorwaardelijk blijvend.

1078
01:05:10,230 --> 01:05:11,730
Je was een heiden.

1079
01:05:11,730 --> 01:05:15,630
Je zat niet aan de boom, maar
dat veranderde toen je geloofde.

1080
01:05:15,630 --> 01:05:19,350
Het kan opnieuw veranderen
als je tot ongeloof komt.

1081
01:05:19,350 --> 01:05:21,810
Dan zul je er niet meer aan zitten.

1082
01:05:21,810 --> 01:05:25,050
Zij zaten aan de boom,
maar zijn afgebroken.

1083
01:05:25,050 --> 01:05:27,630
Dat veranderde vanwege ongeloof.

1084
01:05:27,630 --> 01:05:31,590
Maar als dat opnieuw verandert,
als zij niet in ongeloof blijven,

1085
01:05:31,590 --> 01:05:33,750
kunnen zij er weer aan worden gezet.

1086
01:05:33,750 --> 01:05:38,430
Het hele punt is dat er maar één ding is
dat bepaalt of je op enig gegeven moment

1087
01:05:38,430 --> 01:05:41,910
aan de boom zit: vertrouw je op God?

1088
01:05:41,910 --> 01:05:44,970
Heb je ongeloof of geloof?

1089
01:05:44,970 --> 01:05:49,290
Geloof is de verbinding met
God en met het ware Israël.

1090
01:05:49,290 --> 01:05:51,630
Dus zegt hij in vers 24:

1091
01:05:51,630 --> 01:05:56,190
Want als u afgehouwen bent uit de
olijfboom die van nature wild was,

1092
01:05:56,190 --> 01:06:00,150
en tegen de natuur in op de
tamme olijfboom geënt bent,

1093
01:06:00,150 --> 01:06:03,570
hoeveel te meer zullen zij
die natuurlijke takken zijn,

1094
01:06:03,570 --> 01:06:06,450
geënt worden op hun eigen olijfboom.

1095
01:06:06,450 --> 01:06:08,250
Natuurlijk zullen ze dat.

1096
01:06:08,250 --> 01:06:11,730
Als God door geloof een
wilde olijftak kon enten,

1097
01:06:11,730 --> 01:06:15,510
kan Hij door geloof een natuurlijke
tak weer op de boom enten.

1098
01:06:15,510 --> 01:06:18,630
Maar dit is geen voorspelling
over percentages.

1099
01:06:18,630 --> 01:06:21,930
Dit zegt alleen, zoals hij
in het vorige vers zei,

1100
01:06:21,930 --> 01:06:26,010
dat zij binnengebracht kunnen worden
als zij niet in ongeloof blijven.

1101
01:06:26,010 --> 01:06:28,770
Hoeveel te meer is God
in staat dat te doen,

1102
01:06:28,770 --> 01:06:32,850
en hoeveel zekerder zal Hij dat
voor de natuurlijke takken doen,

1103
01:06:32,850 --> 01:06:36,030
als zij niet in ongeloof
blijven, dan voor ons?

1104
01:06:36,030 --> 01:06:41,370
De belangrijke verzen waar veel mensen
moeite mee hebben, zijn vers 25 en 26:

1105
01:06:41,370 --> 01:06:45,150
Want ik wil niet, broeders, dat u
geen weet hebt van dit geheimenis

1106
01:06:45,150 --> 01:06:47,731
(opdat u niet wijs zou
zijn in eigen oog ),

1107
01:06:47,731 --> 01:06:50,850
dat er voor een deel verharding
over Israël is gekomen,

1108
01:06:50,850 --> 01:06:53,850
totdat de volheid van de
heidenen is binnengegaan.

1109
01:06:53,850 --> 01:06:58,050
En zo zal heel Israël zalig
worden, zoals geschreven staat:

1110
01:06:58,050 --> 01:07:03,390
De Verlosser zal uit Sion komen en zal
de goddeloosheden afwenden van Jakob.

1111
01:07:03,390 --> 01:07:05,550
en hij citeert uit Jesaja:

1112
01:07:05,550 --> 01:07:11,070
En naar Sion zal een Verlosser komen voor
wie zich in Jakob van overtreding bekeren,

1113
01:07:11,070 --> 01:07:12,510
spreekt de HEERE.

1114
01:07:12,510 --> 01:07:18,750
Wat Mij betreft, dit is Mijn verbond
met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest,

1115
01:07:18,750 --> 01:07:23,670
Die op U is, en Mijn woorden
die Ik U in de mond gelegd heb,

1116
01:07:23,670 --> 01:07:28,950
zullen uit Uw mond niet wijken, ook
niet uit de mond van Uw nakomelingen,

1117
01:07:28,950 --> 01:07:34,470
evenmin uit de mond van de nakomelingen
van Uw nakomelingen, zegt de HEERE,

1118
01:07:34,470 --> 01:07:36,990
van nu aan tot in eeuwigheid.

1119
01:07:36,990 --> 01:07:41,550
Dit gaat duidelijk over het nieuwe
verbond, wanneer God de zonden wegneemt,

1120
01:07:41,550 --> 01:07:44,970
door het vergieten van bloed. Jezus zei:

1121
01:07:44,970 --> 01:07:49,830
Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na
het gebruiken van de maaltijd en zei:

1122
01:07:49,830 --> 01:07:55,350
Deze drinkbeker is het nieuwe testament
in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.

1123
01:07:55,350 --> 01:07:59,850
Dus toen Jezus het nieuwe verbond
sloot met het overblijfsel van Israël,

1124
01:07:59,850 --> 01:08:04,710
was dit de Verlosser die kwam en de
goddeloosheid van Jakob afwendde,

1125
01:08:04,710 --> 01:08:08,310
dat wil zeggen, van het
overblijfsel van Jakob.

1126
01:08:08,310 --> 01:08:14,430
Maar heel Jakob, heel het ware Jakob,
zal behouden worden. Op welke manier?

1127
01:08:14,430 --> 01:08:17,490
Op de manier die in vers
25 wordt beschreven.

1128
01:08:17,490 --> 01:08:20,490
De manier waarop dit maar al
te vaak wordt opgevat door

1129
01:08:20,490 --> 01:08:23,490
aanhangers van de bedelingenleer
en door mensen die

1130
01:08:23,490 --> 01:08:26,580
eenvoudigweg door hen
beïnvloed zijn, is als volgt.

1131
01:08:26,580 --> 01:08:31,350
Want ik heb dit argument zelfs gehoord
van mensen die strikt genomen geen

1132
01:08:31,350 --> 01:08:35,790
aanhangers van de bedelingenleer zijn,
maar die kennelijk nooit gedacht hebben in

1133
01:08:35,790 --> 01:08:39,870
andere categorieën dan die van de
aanhangers van de bedelingenleer.

1134
01:08:39,870 --> 01:08:43,830
Zij vatten het zo op dat
Israël tijdelijk verhard is.

1135
01:08:43,830 --> 01:08:49,650
Bedenk dat zij in vers 1 van dit hoofdstuk
het idee van blijvendheid wilden invoegen:

1136
01:08:49,650 --> 01:08:54,990
Ik zeg dan: Heeft God Zijn
volk verstoten? Volstrekt niet!

1137
01:08:54,990 --> 01:08:59,310
Ik ben immers ook een Israëliet,
uit het nageslacht van Abraham,

1138
01:08:59,310 --> 01:09:01,230
van de stam Benjamin.

1139
01:09:01,230 --> 01:09:02,070
Nee.

1140
01:09:02,070 --> 01:09:07,350
Maar het woord ‘blijvend’ staat er niet,
omdat hij het niet over chronologie heeft.

1141
01:09:07,350 --> 01:09:11,670
Op dezelfde manier willen zij het
idee van ‘tijdelijk’ invoegen:

1142
01:09:11,670 --> 01:09:16,410
dat Israël tijdelijk verhard is
totdat de heidenen binnenkomen.

1143
01:09:16,410 --> 01:09:19,290
Daarna voegen ze nog
een tijdsaanduiding in:

1144
01:09:19,290 --> 01:09:21,990
dan zal heel Israël worden gered.

1145
01:09:21,990 --> 01:09:26,610
Zie je, zo begrijpen de aanhangers van
de bedelingenleer deze bestemming van de

1146
01:09:26,610 --> 01:09:31,830
Joden en de heidenen: dat God de
Joden tijdelijk terzijde heeft gesteld

1147
01:09:31,830 --> 01:09:33,930
en de heidenen binnenbrengt.

1148
01:09:33,930 --> 01:09:38,430
Wanneer Hij daarmee klaar is, zal Hij
daarna de Joden weer binnenbrengen.

1149
01:09:38,430 --> 01:09:43,410
Je hebt dus iets nodig als de woorden
‘Israël is tijdelijk verhard’,

1150
01:09:43,410 --> 01:09:48,150
en daarna moet er staan ‘dan zal
heel Israël behouden worden’,

1151
01:09:48,150 --> 01:09:52,590
om Paulus te laten zeggen wat de
aanhangers van de bedelingenleer zeggen.

1152
01:09:52,590 --> 01:09:56,010
Helaas voor hun standpunt zegt
hij geen van beide dingen.

1153
01:09:56,010 --> 01:10:00,570
Hij zegt eenvoudigweg dat
Israël gedeeltelijk verhard is.

1154
01:10:00,570 --> 01:10:02,250
Wat bedoelt hij daarmee?

1155
01:10:02,250 --> 01:10:05,250
Sommige Joden zijn verhard en andere niet.

1156
01:10:05,250 --> 01:10:08,370
Hij zegt niet of dit
zo zal blijven of niet.

1157
01:10:08,370 --> 01:10:10,470
Daar gaat zijn gedachte niet over.

1158
01:10:10,470 --> 01:10:12,090
Daar denkt hij niet aan.

1159
01:10:12,090 --> 01:10:17,910
Hij heeft ons in vers 7 al verteld dat
een deel van hen verhard was. Hij zei:

1160
01:10:17,910 --> 01:10:22,170
Wat dan? Wat Israël zoekt,
dat heeft het niet verkregen,

1161
01:10:22,170 --> 01:10:26,850
maar het uitverkoren deel heeft het
verkregen en de anderen zijn verhard,

1162
01:10:26,850 --> 01:10:29,130
Dat is de gedeeltelijke verharding.

1163
01:10:29,130 --> 01:10:33,570
De overigen, die niet het
overblijfsel zijn, werden verhard.

1164
01:10:33,570 --> 01:10:38,430
Een deel van het volk Israël werd
dus verhard, niet het hele volk.

1165
01:10:38,430 --> 01:10:42,450
Dit is gedurende het hele
tijdperk van de gemeente een feit,

1166
01:10:42,450 --> 01:10:45,810
totdat de hele heidense
wereld het gehoord heeft

1167
01:10:45,810 --> 01:10:49,110
en de volheid van de
heidenen is binnengekomen.

1168
01:10:49,110 --> 01:10:52,350
De toestand waarin de Joden
gedeeltelijk verhard zijn,

1169
01:10:52,350 --> 01:10:56,850
blijft dus bestaan zolang er
heidenen binnenkomen. Hij zegt:

1170
01:10:56,850 --> 01:11:00,990
Want ik wil niet, broeders, dat u
geen weet hebt van dit geheimenis

1171
01:11:00,990 --> 01:11:03,631
(opdat u niet wijs zou
zijn in eigen oog ),

1172
01:11:03,631 --> 01:11:06,930
dat er voor een deel verharding
over Israël is gekomen,

1173
01:11:06,930 --> 01:11:10,230
totdat de volheid van de
heidenen is binnengegaan.

1174
01:11:10,230 --> 01:11:13,650
Dit is het proces dat al
tweeduizend jaar gaande is.

1175
01:11:13,650 --> 01:11:16,170
Zegt hij dat er daarna
iets zal veranderen,

1176
01:11:16,170 --> 01:11:19,350
nadat de volheid van de
heidenen is binnengekomen?

1177
01:11:19,350 --> 01:11:23,910
Zal er iets anders gebeuren, bijvoorbeeld
dat Israël niet langer verhard is en

1178
01:11:23,910 --> 01:11:25,650
behouden begint te worden?

1179
01:11:25,650 --> 01:11:28,950
Dat is wat de aanhanger van
de bedelingenleer erin leest,

1180
01:11:28,950 --> 01:11:30,630
maar hij zegt dat niet.

1181
01:11:30,630 --> 01:11:34,530
Hij spreekt alleen over het binnenkomen
van de volheid van de heidenen

1182
01:11:34,530 --> 01:11:39,150
en spreekt niet over enig
later tijdstip. Waarom niet?

1183
01:11:39,150 --> 01:11:44,430
Omdat er ongetwijfeld tot op de laatste
dag heidenen zullen blijven binnenkomen.

1184
01:11:44,430 --> 01:11:48,690
Anders moeten we aannemen dat heidenen
gedurende een bepaalde tijd niet meer

1185
01:11:48,690 --> 01:11:51,570
behouden zullen worden, en dat Jezus dan,

1186
01:11:51,570 --> 01:11:55,710
na die korte periode waarin
niemand behouden wordt, zal komen.

1187
01:11:55,710 --> 01:12:00,330
Maar de heidenen zullen ongetwijfeld de
gelegenheid hebben om binnen te komen

1188
01:12:00,330 --> 01:12:02,430
totdat Jezus terugkeert.

1189
01:12:02,430 --> 01:12:06,690
Dat de volheid van de heidenen is
binnengekomen, betekent daarom:

1190
01:12:06,690 --> 01:12:12,450
helemaal tot aan de laatste dag, totdat
de laatste heiden tot bekering is gekomen.

1191
01:12:12,450 --> 01:12:14,070
Wat komt daarna?

1192
01:12:14,070 --> 01:12:18,210
De wederkomst van Christus,
niet de bekering van Israël.

1193
01:12:18,210 --> 01:12:20,070
Hij zegt in feite niet:

1194
01:12:20,070 --> 01:12:24,630
En zo zal heel Israël zalig
worden, zoals geschreven staat:

1195
01:12:24,630 --> 01:12:30,570
De Verlosser zal uit Sion komen en zal
de goddeloosheden afwenden van Jakob.

1196
01:12:30,570 --> 01:12:35,130
alsof hij een opeenvolging van
gebeurtenissen geeft. Hij zegt:

1197
01:12:35,130 --> 01:12:39,690
En zo, op die manier, zal
heel Israël worden gered.

1198
01:12:39,690 --> 01:12:43,470
Het Griekse woord
betekent ‘op deze manier’.

1199
01:12:43,470 --> 01:12:47,310
In plaats van over de volgorde
van de gebeurtenissen te spreken,

1200
01:12:47,310 --> 01:12:49,590
spreekt hij dus over de methode.

1201
01:12:49,590 --> 01:12:53,850
Hoe vervult God de belofte dat
Hij heel Israël zou behouden?

1202
01:12:53,850 --> 01:12:56,070
Hij heeft gezegd dat Hij dat zou doen.

1203
01:12:56,070 --> 01:12:59,790
Dit is hoe Hij het doet: door
de Joden die geloven te nemen,

1204
01:12:59,790 --> 01:13:06,090
de heidenen die geloven te nemen, en hen
in één boom, één Israël, te plaatsen.

1205
01:13:06,090 --> 01:13:08,490
Die hele boom wordt behouden.

1206
01:13:08,490 --> 01:13:10,950
Heel Israël wordt behouden.

1207
01:13:10,950 --> 01:13:15,210
De Joodse takken en de takken uit de
heidenen hebben allemaal deel aan de

1208
01:13:15,210 --> 01:13:20,490
heiligheid en vetheid van de boom, aan
de wortel en de vetheid van de boom.

1209
01:13:20,490 --> 01:13:26,130
Daarom krijgt heel Israël, de hele
olijfboom, al zijn eigenlijke takken.

1210
01:13:26,130 --> 01:13:30,930
Alle gelovigen, Joden en
heidenen, zijn de gelovige takken.

1211
01:13:30,930 --> 01:13:32,910
Zij zijn de olijfboom.

1212
01:13:32,910 --> 01:13:36,510
Zij zijn op deze manier
Israël: doordat God

1213
01:13:36,510 --> 01:13:39,570
alleen dat deel van
Israël neemt dat gelooft,

1214
01:13:39,570 --> 01:13:44,250
de rest verhardt en de volheid van
de gelovige heidenen binnenbrengt.

1215
01:13:44,250 --> 01:13:50,070
Dat is de methode waarmee God Zijn belofte
vervult om heel Israël te behouden,

1216
01:13:50,070 --> 01:13:53,550
met inbegrip van de
Israëlieten uit de heidenen.

1217
01:13:53,550 --> 01:13:59,130
Hij citeert daar Jesaja over Christus
die de goddeloosheid van Jakob afwendt.

1218
01:13:59,130 --> 01:14:02,850
Natuurlijk heeft Jezus dat gedaan,
en Hij heeft dat nieuwe verbond

1219
01:14:02,850 --> 01:14:08,310
waarover Jesaja daar spreekt, in de
bovenzaal met Zijn discipelen gesloten.

1220
01:14:08,310 --> 01:14:14,610
De passage die hij citeert,
is Jesaja 59:20 en 21.

1221
01:14:14,610 --> 01:14:18,810
Zij zijn weliswaar wat het Evangelie
betreft vijanden vanwege u,

1222
01:14:18,810 --> 01:14:23,010
maar wat de verkiezing betreft
geliefden vanwege de vaderen.

1223
01:14:23,010 --> 01:14:27,270
Want de genadegaven en de roeping
van God zijn onberouwelijk.

1224
01:14:27,270 --> 01:14:31,530
Sommigen zeggen dat dit heel duidelijk
zegt dat God nog steeds heel Israël zal

1225
01:14:31,530 --> 01:14:35,010
behouden, omdat Hij zegt dat
zij nog steeds geliefd zijn.

1226
01:14:35,010 --> 01:14:39,810
Gods genadegaven en roeping — en Hij heeft
Israël in het Oude Testament inderdaad

1227
01:14:39,810 --> 01:14:42,690
geroepen — kunnen niet
worden teruggedraaid.

1228
01:14:42,690 --> 01:14:45,510
Zijn roeping van Israël is niet herroepen.

1229
01:14:45,510 --> 01:14:48,690
Dat is waar, maar wie zijn de geroepenen?

1230
01:14:48,690 --> 01:14:52,530
Wie zijn degenen op wie deze
roeping van toepassing is?

1231
01:14:52,530 --> 01:14:58,350
Paulus heeft het ons al verteld, aan het
begin van deze bespreking, in Romeinen 9.

1232
01:14:58,350 --> 01:15:00,930
Romeinen 9:24 zegt:

1233
01:15:00,930 --> 01:15:05,430
Hen heeft Hij ook geroepen, namelijk
ons, niet alleen uit de Joden,

1234
01:15:05,430 --> 01:15:07,230
maar ook uit de heidenen.

1235
01:15:07,230 --> 01:15:13,530
Paulus gebruikt ‘de geroepenen’ niet in de
betekenis van alleen Joden en alle Joden.

1236
01:15:13,530 --> 01:15:16,650
In deze hele bespreking heeft
hij heel duidelijk gemaakt

1237
01:15:16,650 --> 01:15:20,250
dat het om sommige Joden
en sommige heidenen gaat.

1238
01:15:20,250 --> 01:15:26,250
Degenen die Hij heeft geroepen, zijn
zowel Joden als heidenen, het ware Israël.

1239
01:15:26,250 --> 01:15:29,130
Het is waar dat God Israël heeft geroepen,

1240
01:15:29,130 --> 01:15:33,270
een belofte heeft gedaan
en gaven heeft aangeboden.

1241
01:15:33,270 --> 01:15:39,810
Nu hebben we ontdekt wie Israël is: Joden
en heidenen die in de Messias geloven.

1242
01:15:39,810 --> 01:15:41,970
Deze gaven zijn niet herroepen.

1243
01:15:41,970 --> 01:15:44,490
God heeft Zijn belofte niet gebroken.

1244
01:15:44,490 --> 01:15:50,310
De gave die Hij Israël beloofde, is aan
Israël gegeven en is niet herroepen,

1245
01:15:50,310 --> 01:15:54,810
want Hij heeft daadwerkelijk allen
behouden die in Christus geloven.

1246
01:15:54,810 --> 01:16:00,630
Of ze nu Jood of heiden zijn, zij zijn
het ware Israël. Wanneer hij zegt:

1247
01:16:00,630 --> 01:16:04,830
Wat het evangelie betreft, zijn
ze vijanden omwille van jullie,

1248
01:16:04,830 --> 01:16:09,090
bedoelt hij duidelijk dat de
ongelovige Joden vijanden zijn.

1249
01:16:09,090 --> 01:16:12,330
Maar wat de uitverkiezing
betreft: wie zijn dat?

1250
01:16:12,330 --> 01:16:14,970
We lezen over hen in vers 7:

1251
01:16:14,970 --> 01:16:18,750
Wat dan? Wat Israël zoekt,
dat heeft het niet verkregen,

1252
01:16:18,750 --> 01:16:23,370
maar het uitverkoren deel heeft het
verkregen en de anderen zijn verhard,

1253
01:16:23,370 --> 01:16:26,310
In de New King James staat ‘elect’.

1254
01:16:26,310 --> 01:16:31,170
Hier staat hetzelfde woord: de
uitverkorenen hebben het verkregen.

1255
01:16:31,170 --> 01:16:35,010
De uitverkorenen zijn het
overblijfsel van Israël.

1256
01:16:35,010 --> 01:16:40,410
‘De uitverkiezing’ is een woord dat naar
het overblijfsel van Israël verwijst.

1257
01:16:40,410 --> 01:16:45,270
Wat het Evangelie betreft, is de
meerderheid van Israël dus vijandig,

1258
01:16:45,270 --> 01:16:51,450
maar het overblijfsel, de uitverkorenen,
is geliefd omwille van de vaderen.

1259
01:16:51,450 --> 01:16:57,150
Uit eerbied voor Abraham, Izak en
Jakob, en vanwege Zijn liefde voor hen,

1260
01:16:57,150 --> 01:17:01,230
heeft God een overblijfsel
van hun nakomelingen behouden.

1261
01:17:01,230 --> 01:17:07,290
Er is dat overblijfsel dat behouden
wordt, de uitverkiezing, de uitverkorenen.

1262
01:17:07,290 --> 01:17:13,110
En zo heeft God Zijn gaven en roepingen
voor Abraham en zijn zaad niet herroepen.

1263
01:17:13,110 --> 01:17:16,890
Hij heeft die vervuld, maar op een
andere manier dan de gemiddelde

1264
01:17:16,890 --> 01:17:18,330
Jood erover denkt.

1265
01:17:18,330 --> 01:17:19,530
Hij zegt:

1266
01:17:19,530 --> 01:17:23,430
Zoals ook u immers voorheen
God ongehoorzaam was,

1267
01:17:23,430 --> 01:17:27,870
maar nu ontferming verkregen
hebt door hun ongehoorzaamheid,

1268
01:17:27,870 --> 01:17:32,370
zo zijn ook zij nu ongehoorzaam
geworden, opdat ook zij

1269
01:17:32,370 --> 01:17:37,170
door de ontferming die u bewezen
is , ontferming zouden verkrijgen.

1270
01:17:37,170 --> 01:17:41,490
Want God heeft hen allen in
hun ongehoorzaamheid opgesloten

1271
01:17:41,490 --> 01:17:43,470
om Zich over allen te ontfermen.

1272
01:17:43,470 --> 01:17:48,030
Ik denk dat hij hier het volgende zegt:
jij hebt jouw tijd gehad waarin je in het

1273
01:17:48,030 --> 01:17:52,230
duister was, zodat Hij jou
barmhartigheid kon bewijzen.

1274
01:17:52,230 --> 01:17:55,350
In die tijd zagen de
Joden zichzelf als mensen

1275
01:17:55,350 --> 01:17:58,590
die op grond van hun
verdiensten bij God hoorden.

1276
01:17:58,590 --> 01:18:02,490
Maar nu hebben zij laten zien
dat ze geen verdienste hebben.

1277
01:18:02,490 --> 01:18:06,450
Ze hebben laten zien dat ook
zij barmhartigheid nodig hebben.

1278
01:18:06,450 --> 01:18:10,770
Ze worden niet behouden op grond
van hun werken en hun verdiensten.

1279
01:18:10,770 --> 01:18:13,230
Ook zij zijn ongelovig geweest.

1280
01:18:13,230 --> 01:18:17,130
Nu is duidelijk dat zij
barmhartigheid nodig hebben.

1281
01:18:17,130 --> 01:18:21,810
God kan allen barmhartigheid
bewijzen, Joden en heidenen.

1282
01:18:21,810 --> 01:18:25,770
Ooit zou iemand met een bepaalde
Joodse denkwijze hebben gezegd:

1283
01:18:25,770 --> 01:18:30,030
‘Als God heidenen behoudt, dan
is dat beslist barmhartigheid,

1284
01:18:30,030 --> 01:18:31,950
want zij verdienen het niet.

1285
01:18:31,950 --> 01:18:35,310
Als Hij Joden behoudt, is dat anders.

1286
01:18:35,310 --> 01:18:37,230
Wij zijn besneden.

1287
01:18:37,230 --> 01:18:39,390
Wij hebben een toegangsbewijs.

1288
01:18:39,390 --> 01:18:43,230
Het zou verkeerd van Hem zijn
om ons de toegang te weigeren.’

1289
01:18:43,230 --> 01:18:49,050
Maar hij zegt: nee, de Joden zelf zijn
nu op hun beurt ongehoorzaam geweest,

1290
01:18:49,050 --> 01:18:52,770
zodat ook hun behoud op
barmhartigheid gebaseerd zou zijn.

1291
01:18:52,770 --> 01:18:55,710
Ik weet niet of dit voor
Paulus een belangrijk punt is,

1292
01:18:55,710 --> 01:18:59,730
maar het is zijn manier om te zeggen dat
je belang moet stellen in het behoud van

1293
01:18:59,730 --> 01:19:05,010
de Joden, zodat Hij hun door jouw invloed
barmhartigheid zou kunnen bewijzen.

1294
01:19:05,010 --> 01:19:09,030
Hun ongehoorzaamheid heeft immers
ooit tot jouw behoud geleid.

1295
01:19:09,030 --> 01:19:12,630
Je bent het hun dan verschuldigd
ervoor te zorgen dat zij door

1296
01:19:12,630 --> 01:19:14,670
jou barmhartigheid vinden.

1297
01:19:14,670 --> 01:19:18,810
En zij zijn ongehoorzaam geweest,
dus hebben ze barmhartigheid nodig.

1298
01:19:18,810 --> 01:19:22,350
Het is niet altijd gemakkelijk om te
zien hoe centraal sommige van deze

1299
01:19:22,350 --> 01:19:26,850
uitspraken staan in Paulus’ algemene
betoog, maar we kunnen zien dat ze er niet

1300
01:19:26,850 --> 01:19:28,230
los van staan.

1301
01:19:28,230 --> 01:19:29,670
En hij zegt:

1302
01:19:29,670 --> 01:19:34,470
O, diepte van rijkdom, zowel van
wijsheid als van kennis van God,

1303
01:19:34,470 --> 01:19:39,810
hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn
oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen!

1304
01:19:39,810 --> 01:19:42,510
Want wie heeft de gedachten
van de Heere gekend?

1305
01:19:42,510 --> 01:19:44,730
Of wie is Zijn raadsman geweest?

1306
01:19:44,730 --> 01:19:48,990
Of wie heeft Hem eerst iets gegeven
en het zal hem vergolden worden?

1307
01:19:48,990 --> 01:19:54,030
Want uit Hem en door Hem en
tot Hem zijn alle dingen.

1308
01:19:54,030 --> 01:19:58,290
Hem zij de heerlijkheid,
tot in eeuwigheid. Amen.

1309
01:19:58,290 --> 01:20:01,410
Dit is een interessante soort lofprijzing.

1310
01:20:01,410 --> 01:20:05,190
Zo sluit Paulus vaak een belangrijk
gedeelte van zijn brief af,

1311
01:20:05,190 --> 01:20:07,650
in dit geval het theologische gedeelte.

1312
01:20:07,650 --> 01:20:12,150
De hoofdstukken 1 tot en met 11
behandelen theologische vragen,

1313
01:20:12,150 --> 01:20:17,010
vooral met betrekking tot God,
Israël, heidenen, rechtvaardiging,

1314
01:20:17,010 --> 01:20:19,110
geloof en dat soort zaken.

1315
01:20:19,110 --> 01:20:23,850
Maar vanaf hoofdstuk 12 gaat hij
over op een heel ander soort stof.

1316
01:20:23,850 --> 01:20:26,550
Hij zal praktische aanwijzingen geven.

1317
01:20:26,550 --> 01:20:29,010
Paulus doet dit in veel van zijn brieven.

1318
01:20:29,010 --> 01:20:33,330
Soms besluit hij het theologische
gedeelte met een of andere lofprijzing,

1319
01:20:33,330 --> 01:20:37,770
waarbij hij zich erover verwondert
hoe verbazingwekkend Gods genade is

1320
01:20:37,770 --> 01:20:39,390
die we hebben overdacht.

1321
01:20:39,390 --> 01:20:43,890
Op grond daarvan zegt hij
in hoofdstuk 12, vers 1:

1322
01:20:43,890 --> 01:20:47,850
Ik roep u er dan toe op, broeders,
door de ontfermingen van God,

1323
01:20:47,850 --> 01:20:51,810
om uw lichamen aan God te
wijden als een levend offer,

1324
01:20:51,810 --> 01:20:56,550
heilig en voor God welbehaaglijk:
dat is uw redelijke godsdienst.

1325
01:20:56,550 --> 01:21:00,150
Met andere woorden, met het
oog op deze ontzaglijke,

1326
01:21:00,150 --> 01:21:03,450
ondoorgrondelijke genade en
barmhartigheid die Hij heeft

1327
01:21:03,450 --> 01:21:08,670
gegeven en waarover we hebben gesproken,
wil ik je enkele aanwijzingen geven over

1328
01:21:08,670 --> 01:21:11,790
de juiste manier om daarop te reageren:

1329
01:21:11,790 --> 01:21:18,930
bied je lichaam aan God aan als een levend
offer, heilig en aanvaardbaar enzovoort.

1330
01:21:18,930 --> 01:21:24,030
In hoofdstuk 12 gaat hij dus over van zijn
uitvoerige bespreking van de theologie,

1331
01:21:24,030 --> 01:21:28,830
die elf hoofdstukken besloeg, naar
enkele hoofdstukken waarin heel compact

1332
01:21:28,830 --> 01:21:33,030
praktische aanwijzingen worden gegeven
over het leiden van een heilig leven.
