1
00:00:02,130 --> 00:00:04,350
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,350 --> 00:00:10,230
Deze keer behandelen we Romeinen
3, vers 1 tot en met vers 20.

3
00:00:10,230 --> 00:00:13,230
Laten we teruggaan naar Romeinen 3.

4
00:00:13,230 --> 00:00:16,410
Zoals ik al zei, heeft
Paulus ons ertoe gebracht

5
00:00:16,410 --> 00:00:20,730
behoorlijk negatief te denken over
eventuele voordelen van het Joods zijn,

6
00:00:20,730 --> 00:00:24,620
omdat hij heeft geprobeerd de
opvatting — de zelfopvatting —

7
00:00:24,620 --> 00:00:30,330
te ontkrachten van de meeste Joden die
vonden dat besneden zijn, Joods zijn,

8
00:00:30,330 --> 00:00:34,170
hen tot een beter soort
mens maakte dan ieder ander.

9
00:00:34,170 --> 00:00:35,970
En dat maakte het voor hen moeilijk

10
00:00:35,970 --> 00:00:40,890
om diezelfde soort respect en broederlijke
liefde te tonen aan de heidenen,

11
00:00:40,890 --> 00:00:44,910
die waarschijnlijk de meerderheid
vormden van de leden van de gemeenten

12
00:00:44,910 --> 00:00:46,830
waartoe zij behoorden.

13
00:00:46,830 --> 00:00:50,910
Paulus probeert dus heel duidelijk te
maken dat de hele grondslag voor dat

14
00:00:50,910 --> 00:00:52,830
vooroordeel niet klopt.

15
00:00:52,830 --> 00:00:58,230
Er is geen grond om te denken dat Joods
zijn beter is dan niet-Joods zijn.

16
00:00:58,230 --> 00:01:02,850
Hij begint hoofdstuk 3 dus met
een reeks retorische vragen.

17
00:01:02,850 --> 00:01:07,470
Ze zijn niet helemaal retorisch, want er
worden wel degelijk antwoorden op gegeven,

18
00:01:07,470 --> 00:01:10,830
maar ze worden niettemin
gesteld om iets te beweren,

19
00:01:10,830 --> 00:01:13,290
meer dan om informatie te verkrijgen.

20
00:01:13,290 --> 00:01:16,590
Dat is namelijk wat een
retorische vraag zou zijn.

21
00:01:16,590 --> 00:01:20,730
Een retorische vraag is een vraag die
eigenlijk iets probeert te zeggen,

22
00:01:20,730 --> 00:01:22,830
meer dan ergens naar te vragen.

23
00:01:22,830 --> 00:01:24,030
Maar hij zegt:

24
00:01:24,030 --> 00:01:26,311
Wat heeft de Jood dan voor op anderen ?

25
00:01:26,311 --> 00:01:29,130
Of wat is het voordeel
van het besneden zijn?

26
00:01:29,130 --> 00:01:31,050
Veel, in alle opzichten.

27
00:01:31,050 --> 00:01:35,490
Want in de eerste plaats zijn hun
de woorden van God toevertrouwd.

28
00:01:35,490 --> 00:01:38,730
Daarmee bedoelt hij de
oudtestamentische Schriften.

29
00:01:38,730 --> 00:01:40,351
Want wat is het geval ?

30
00:01:40,351 --> 00:01:44,730
Als sommigen ontrouw zijn geweest, zal
hun ontrouw de trouw van God toch niet

31
00:01:44,730 --> 00:01:46,950
tenietdoen? Volstrekt niet!

32
00:01:46,950 --> 00:01:53,070
Zo echter moet het zijn: God is
waarachtig maar ieder mens een leugenaar,

33
00:01:53,070 --> 00:01:57,990
zoals geschreven staat: Opdat U
gerechtvaardigd wordt wanneer U

34
00:01:57,990 --> 00:02:02,010
recht spreekt, en overwint
wanneer U oordeelt.

35
00:02:02,010 --> 00:02:06,090
Als nu onze ongerechtigheid de
gerechtigheid van God bevestigt,

36
00:02:06,090 --> 00:02:08,190
wat zullen wij dan zeggen?

37
00:02:08,190 --> 00:02:12,030
Is God onrechtvaardig als
Hij toorn over ons brengt?

38
00:02:12,030 --> 00:02:15,690
Ik spreek op menselijke
wijze. Volstrekt niet!

39
00:02:15,690 --> 00:02:18,690
Hoe zal God anders de wereld oordelen?

40
00:02:18,690 --> 00:02:23,370
Want als de waarheid van God door mijn
leugen overvloediger is geworden tot Zijn

41
00:02:23,370 --> 00:02:27,990
heerlijkheid, waarom word ik dan
toch nog als zondaar geoordeeld?

42
00:02:27,990 --> 00:02:30,930
En het is toch niet,
zoals wij belasterd worden

43
00:02:30,930 --> 00:02:35,550
en zoals sommigen zeggen dat wij
zeggen: Laten wij het kwade doen,

44
00:02:35,550 --> 00:02:38,070
opdat het goede daaruit voortkomt?

45
00:02:38,070 --> 00:02:41,070
De verdoemenis van hen is rechtvaardig.

46
00:02:41,070 --> 00:02:45,030
In het vorige hoofdstuk leek
Paulus de bijzondere status van de

47
00:02:45,030 --> 00:02:46,890
Joden onderuit te halen.

48
00:02:46,890 --> 00:02:51,090
Toch wil hij niet ontkennen dat de Joden
op een bepaalde manier iets bijzonders

49
00:02:51,090 --> 00:02:55,710
hebben gehad — namelijk dat God
ervoor gekozen heeft hun eerder een

50
00:02:55,710 --> 00:02:59,010
openbaring van Zichzelf te
geven dan aan de heidenen,

51
00:02:59,010 --> 00:03:01,410
en hun daarmee een voorsprong gaf.

52
00:03:01,410 --> 00:03:05,490
Het gaf hun in elk geval de gelegenheid
om een voorsprong te hebben.

53
00:03:05,490 --> 00:03:09,870
Ze hebben die niet goed benut, maar
ze hebben die gelegenheid wel gehad.

54
00:03:09,870 --> 00:03:14,250
Er is een voordeel dat zij gehad
hebben, vooral de woorden van God.

55
00:03:14,250 --> 00:03:19,650
Nu betekent 'vooral' niet
'helemaal', maar 'grotendeels'.

56
00:03:19,650 --> 00:03:23,010
Als we willen weten welke andere
voordelen Paulus naar onze mening

57
00:03:23,010 --> 00:03:26,790
dacht dat zij hadden, kun je
kort naar Romeinen 9 gaan,

58
00:03:26,790 --> 00:03:30,570
want daar zal hij uitgebreider
ingaan op iets wat hij al

59
00:03:30,570 --> 00:03:34,470
introduceert in de verzen die we
in hoofdstuk 3 gelezen hebben.

60
00:03:34,470 --> 00:03:37,590
In Romeinen 9:3 zegt Paulus:

61
00:03:37,590 --> 00:03:41,550
Want ik zou zelf wel wensen
vervloekt te zijn, weg van Christus,

62
00:03:41,550 --> 00:03:45,630
ten gunste van mijn broeders, mijn
verwanten wat het vlees betreft.

63
00:03:45,630 --> 00:03:49,950
Dat wil zeggen: ik zou mijn eigen
behoud inruilen voor het hunne,

64
00:03:49,950 --> 00:03:51,510
als dat mogelijk was.

65
00:03:51,510 --> 00:03:55,170
Ik zou hen laten behouden
worden en mezelf niet.

66
00:03:55,170 --> 00:03:58,110
Hij zegt dat zij Israëlieten zijn.

67
00:03:58,110 --> 00:04:02,310
Dit zijn dan de voordelen die zij hebben
gehad — niet alleen de woorden van God,

68
00:04:02,310 --> 00:04:05,610
maar ook deze, in alle opzichten veel:

69
00:04:05,610 --> 00:04:10,350
Zij zijn immers Israëlieten; voor
hen geldt de aanneming tot kinderen

70
00:04:10,350 --> 00:04:16,410
en de heerlijkheid en de verbonden en de
wetgeving en de ere dienst en de beloften.

71
00:04:16,410 --> 00:04:19,530
waarmee hij de tabernakel en
het priesterschap bedoelt,

72
00:04:19,530 --> 00:04:24,270
Tot hen behoren de vaderen, en
uit hen is, wat het vlees betreft,

73
00:04:24,270 --> 00:04:31,110
de Christus voortgekomen , Die God is,
boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid.

74
00:04:31,110 --> 00:04:32,010
Amen!

75
00:04:32,010 --> 00:04:36,150
omdat zij een groot erfgoed hebben
dat teruggaat tot de vaderen,

76
00:04:36,150 --> 00:04:38,430
iets wat andere volken niet hebben.

77
00:04:38,430 --> 00:04:41,490
Dat is het grootste voordeel
dat zij gehad hebben.

78
00:04:41,490 --> 00:04:45,690
Jezus kwam voort uit hun
geslachtslijn en in hun samenleving.

79
00:04:45,690 --> 00:04:49,830
Je ziet dat Paulus veel voordelen
ziet die Israël gehad heeft.

80
00:04:49,830 --> 00:04:53,070
In Romeinen 9 gaat hij
echter de vraag onderzoeken:

81
00:04:53,070 --> 00:04:54,630
waarom zijn zij niet behouden?

82
00:04:54,630 --> 00:05:00,150
Dat wil zeggen, de Joden als groep —
waarom werden zij niet allemaal behouden?

83
00:05:00,150 --> 00:05:02,910
God gaf hun al deze voordelen.

84
00:05:02,910 --> 00:05:05,670
Je zou verwachten dat zij
de eersten zouden zijn

85
00:05:05,670 --> 00:05:10,110
die in grote aantallen behouden
zouden worden, misschien wel massaal.

86
00:05:10,110 --> 00:05:14,910
Maar zoals het uitpakte, kwam slechts
een klein overblijfsel van de Joden

87
00:05:14,910 --> 00:05:16,950
werkelijk tot Christus.

88
00:05:16,950 --> 00:05:21,090
En het bleek dat de heidenen in
grotere aantallen aangetrokken

89
00:05:21,090 --> 00:05:24,930
leken te worden tot
Christus. Dat is ironisch.

90
00:05:24,930 --> 00:05:30,870
En dus gaat Paulus in Romeinen 9 bespreken
waarom de Joden niet behouden zijn.

91
00:05:30,870 --> 00:05:35,790
In heel zijn betoog in hoofdstuk 9 — waar
we in onze studie van Romeinen pas veel

92
00:05:35,790 --> 00:05:40,770
later aan toekomen — klinkt de ondertoon
door dat God wel degelijk beloofd heeft

93
00:05:40,770 --> 00:05:42,270
Israël te redden.

94
00:05:42,270 --> 00:05:46,830
Je zult het tegenkomen — veel
Schriftplaatsen in het Oude Testament

95
00:05:46,830 --> 00:05:50,190
spreken erover dat God Israël zal redden.

96
00:05:50,190 --> 00:05:53,310
Hij is het behoud van Israël, enzovoort.

97
00:05:53,310 --> 00:05:57,870
En toch behandelt Paulus een situatie
waarin hij het over behoud heeft,

98
00:05:57,870 --> 00:06:00,210
en Israël daar niet bij hoort.

99
00:06:00,210 --> 00:06:03,510
Wat is er dan gebeurd
met wat God gezegd heeft?

100
00:06:03,510 --> 00:06:05,130
Heeft God gelogen?

101
00:06:05,130 --> 00:06:09,150
En dat is de vraag die Paulus
in Romeinen 9 moet beantwoorden.

102
00:06:09,150 --> 00:06:11,790
Hij geeft daar in vers 6 antwoord op:

103
00:06:11,790 --> 00:06:14,730
Ik zeg dit niet alsof het
Woord van God vervallen is,

104
00:06:14,730 --> 00:06:18,570
want niet allen die uit Israël
voortgekomen zijn, zijn Israël.

105
00:06:18,570 --> 00:06:23,010
Met andere woorden: Gods belofte
is niet onvervuld gebleven.

106
00:06:23,010 --> 00:06:26,190
Het lijkt er wel op, omdat
Israël niet behouden is,

107
00:06:26,190 --> 00:06:29,370
terwijl de belofte was dat
Israël behouden zou worden.

108
00:06:29,370 --> 00:06:34,590
Daarom moet Paulus drie hoofdstukken
besteden, Romeinen 9 tot en met 11.

109
00:06:34,590 --> 00:06:40,230
Hij legt daarin uit waarom Gods belofte om
Israël te behouden niet onwaar is en niet

110
00:06:40,230 --> 00:06:45,390
onvervuld is gebleven, ook al is het
volk Israël grotendeels onbehouden.

111
00:06:45,390 --> 00:06:48,750
Dat is een lastige kwestie,
maar hij doet het meesterlijk.

112
00:06:48,750 --> 00:06:52,170
Maar je zult zien dat hij zelfs
hier bijna die kant op gaat,

113
00:06:52,170 --> 00:06:57,510
maar zich dan inhoudt en teruggaat
naar wat hem op dat moment bezighoudt.

114
00:06:57,510 --> 00:07:00,870
Nadat hij heeft gezegd wat
hij over Israël gezegd heeft,

115
00:07:00,870 --> 00:07:04,290
en hen ontdaan heeft
van hun nationale trots,

116
00:07:04,290 --> 00:07:09,930
beseft hij dat er hier nog iets uitgelegd
moet worden over Gods beloften aan Israël.

117
00:07:09,930 --> 00:07:12,030
Want hij zegt in vers 3:

118
00:07:12,030 --> 00:07:13,831
Want wat is het geval ?

119
00:07:13,831 --> 00:07:17,970
Als sommigen ontrouw zijn geweest,
zal hun ontrouw de trouw van God

120
00:07:17,970 --> 00:07:19,530
toch niet tenietdoen?

121
00:07:19,530 --> 00:07:21,930
Oké, dat is het geval.

122
00:07:21,930 --> 00:07:23,790
Dat is wat we zien.

123
00:07:23,790 --> 00:07:28,410
Israël gelooft het evangelie niet,
terwijl ze dat wel hadden moeten doen.

124
00:07:28,410 --> 00:07:30,750
Dat is wat hij probeert uit te leggen.

125
00:07:30,750 --> 00:07:33,090
Hoe kan het dat ze niet behouden zijn,

126
00:07:33,090 --> 00:07:36,510
terwijl God gezegd had dat
ze behouden zouden worden?

127
00:07:36,510 --> 00:07:39,750
In Romeinen 3, vers 3, zegt hij:

128
00:07:39,750 --> 00:07:44,490
Zorgt hun ongeloof ervoor dat de
trouw van God tenietgedaan wordt?

129
00:07:44,490 --> 00:07:49,350
Met andere woorden: heeft God
nagelaten Zijn belofte te houden?

130
00:07:49,350 --> 00:07:52,470
Hij had gezegd dat Israël
behouden zou worden.

131
00:07:52,470 --> 00:07:56,490
Hier zijn we dan: het behoud
is gekomen door de Messias,

132
00:07:56,490 --> 00:07:58,590
en zij zijn niet behouden.

133
00:07:58,590 --> 00:08:00,090
Ze zijn ongelovig.

134
00:08:00,090 --> 00:08:03,630
Betekent het feit dat ze
ongelovig en onbehouden zijn,

135
00:08:03,630 --> 00:08:06,090
dat God ontrouw geweest is?

136
00:08:06,090 --> 00:08:10,170
Dat Hij Zijn belofte om hen te
behouden niet gehouden heeft?

137
00:08:10,170 --> 00:08:14,850
Je ziet, het is dezelfde vraag die
hij uitvoerig zal behandelen in de

138
00:08:14,850 --> 00:08:17,250
hoofdstukken 9 tot en met 11.

139
00:08:17,250 --> 00:08:19,530
Hij weet al waar hij naartoe gaat.

140
00:08:19,530 --> 00:08:24,390
De hoofdstukken 9 tot en met 11
zijn niet, zoals sommigen denken,

141
00:08:24,390 --> 00:08:27,030
een bijzaak binnen Paulus' betoog.

142
00:08:27,030 --> 00:08:30,030
Sommige mensen denken
dat Paulus in Romeinen

143
00:08:30,030 --> 00:08:34,470
1 tot en met 8 zijn hoofdzaak
bespreekt, namelijk het evangelie,

144
00:08:34,470 --> 00:08:39,090
en dat hij daarna nog wat ruimte
overhad om iets extra's te zeggen.

145
00:08:39,090 --> 00:08:42,630
Alsof hij zegt: nou, er is nog iets anders

146
00:08:42,630 --> 00:08:45,090
waar ik de laatste tijd
over nagedacht heb,

147
00:08:45,090 --> 00:08:47,851
laten we het eens even
over Israël hebben —

148
00:08:47,851 --> 00:08:52,350
alsof het een bijzaak is die niets
met zijn hoofdzaak te maken heeft.

149
00:08:52,350 --> 00:08:54,750
Nee, het dringt zich hier bijna op.

150
00:08:54,750 --> 00:08:57,270
Het is een heel serieuze kwestie.

151
00:08:57,270 --> 00:09:01,230
Als hij zegt dat besnijdenis
op zichzelf niets voorstelt,

152
00:09:01,230 --> 00:09:06,030
dan moeten we ons wel afvragen: wat dan
met al die beloften die gedaan zijn aan

153
00:09:06,030 --> 00:09:08,310
hen die besneden zijn, de Joden?

154
00:09:08,310 --> 00:09:11,610
En hij is hier bijna geneigd
om daar nu op in te gaan.

155
00:09:11,610 --> 00:09:15,570
Maar hij beseft: ik denk dat
ik dit beter kan uitstellen

156
00:09:15,570 --> 00:09:18,750
en er een wat uitgebreidere
behandeling aan kan geven

157
00:09:18,750 --> 00:09:22,830
zodra ik een beter rustpunt bereikt
heb in wat ik aan het zeggen ben.

158
00:09:22,830 --> 00:09:27,570
Dus hier hebben we een aanwijzing dat
Romeinen 9 tot en met 11 nog komt,

159
00:09:27,570 --> 00:09:29,430
maar op dit punt komt het nog niet.

160
00:09:29,430 --> 00:09:34,351
Het grote voordeel dus dat God aan Israël
gegeven heeft en niet aan de volken —

161
00:09:34,351 --> 00:09:39,510
vooral, onder andere, dat zij de woorden
van God toevertrouwd gekregen hebben.

162
00:09:39,510 --> 00:09:44,610
Overigens is het feit dat wij de Bijbel
hebben ook ons grootste aardse voordeel.

163
00:09:44,610 --> 00:09:48,930
De Joden hadden veel voordelen, en ze
hadden zeker een groter voordeel dan de

164
00:09:48,930 --> 00:09:51,750
Schriften, en dat was God Zelf.

165
00:09:51,750 --> 00:09:55,410
God hebben is nog meer een
voorrecht dan de Bijbel hebben.

166
00:09:55,410 --> 00:09:59,790
Maar als het gaat om aardse voordelen, is
het hebben van de Bijbel het beste wat er

167
00:09:59,790 --> 00:10:03,030
is, want dan heb je Gods woord.

168
00:10:03,030 --> 00:10:06,210
En hoewel Hij in de hemel
is en jij hier bent,

169
00:10:06,210 --> 00:10:10,350
heb je Zijn woord dat naar beneden
gezonden is door Zijn profeten,

170
00:10:10,350 --> 00:10:12,090
door de woorden van God.

171
00:10:12,090 --> 00:10:15,870
Wat een voordeel is het voor mensen
die op een gevallen wereld leven,

172
00:10:15,870 --> 00:10:20,310
dat Gods boodschap rechtstreeks
naar hun stad komt, naar hun land,

173
00:10:20,310 --> 00:10:24,990
naar de plek waar ze wonen, via een
woordvoerder van hun eigen volk.

174
00:10:24,990 --> 00:10:27,150
Dat is waar het vooral om gaat.

175
00:10:27,150 --> 00:10:31,530
Wij hebben natuurlijk een vergelijkbaar
voordeel doordat wij de Bijbel hebben,

176
00:10:31,530 --> 00:10:36,510
en ik denk dat we kunnen zeggen dat
dit onze grootste aardse rijkdom is.

177
00:10:36,510 --> 00:10:41,910
We hebben Jezus in de hemel, die onze
grootste rijkdom is, en Zijn woord.

178
00:10:41,910 --> 00:10:46,650
Ik kan bijna niets anders op aarde
bedenken dat ons een groter voordeel geeft

179
00:10:46,650 --> 00:10:51,270
dan toegang te hebben tot de Bijbel, iets
wat sommige mensen natuurlijk niet hebben.

180
00:10:51,270 --> 00:10:55,410
Maar niet omdat God sommigen van ons
uitgekozen heeft en anderen niet,

181
00:10:55,410 --> 00:11:00,090
maar omdat we het hun gewoon nog niet
gebracht hebben — iets wat wel gebeurt.

182
00:11:00,090 --> 00:11:03,630
Maar zoals de Joden geen groter
aards voordeel konden hebben dan

183
00:11:03,630 --> 00:11:07,350
Gods woord te bezitten, zo
zou dat ook voor ons gelden.

184
00:11:07,350 --> 00:11:09,210
En hij zegt in vers 3:

185
00:11:09,210 --> 00:11:11,670
Maar wat als sommigen niet geloofden?

186
00:11:11,670 --> 00:11:15,450
Dit komt rechtstreeks voort uit
het feit dat God hun de woorden

187
00:11:15,450 --> 00:11:17,250
van God toevertrouwde.

188
00:11:17,250 --> 00:11:19,470
Wat een voordeel hebben ze gehad.

189
00:11:19,470 --> 00:11:23,790
God sprak tot hen, maar het
blijkt dat ze het niet geloofden.

190
00:11:23,790 --> 00:11:26,130
Was dat dan eigenlijk wel een voordeel?

191
00:11:26,130 --> 00:11:28,890
Wat als ze niet geloofden wat Hij zei?

192
00:11:28,890 --> 00:11:33,150
Hij heeft hen onmetelijk gezegend
door hun Zijn woord te geven,

193
00:11:33,150 --> 00:11:34,890
maar ze geloven het niet.

194
00:11:34,890 --> 00:11:38,490
Dus als ze niet geloven
en niet behouden worden,

195
00:11:38,490 --> 00:11:43,650
betekent dat dan dat Zijn
woord niet waar was? Wel, nee.

196
00:11:43,650 --> 00:11:46,950
Hij liegt niet alleen
omdat zij Hem niet geloven.

197
00:11:46,950 --> 00:11:52,770
Gods trouw wordt niet bepaald door of
wij Hem geloven of niet. Hij is trouw.

198
00:11:52,770 --> 00:11:54,270
Volstrekt niet!

199
00:11:54,270 --> 00:11:59,850
Zo echter moet het zijn: God is
waarachtig maar ieder mens een leugenaar,

200
00:11:59,850 --> 00:12:05,070
zoals geschreven staat: Opdat U
gerechtvaardigd wordt wanneer U recht

201
00:12:05,070 --> 00:12:08,910
spreekt, en overwint wanneer U oordeelt.

202
00:12:08,910 --> 00:12:12,390
Ja, mensen liegen wel, en God niet.

203
00:12:12,390 --> 00:12:16,110
In Titus 1:2 staat het, Paulus zegt:

204
00:12:16,110 --> 00:12:21,270
in de hoop op het eeuwige leven,
dat God, Die niet liegen kan,

205
00:12:21,270 --> 00:12:23,790
vóór de tijden der eeuwen beloofd heeft.

206
00:12:23,790 --> 00:12:28,530
En Hij heeft op de door Hem bestemde
tijd Zijn Woord geopenbaard,

207
00:12:28,530 --> 00:12:30,570
God is niet de leugenaar.

208
00:12:30,570 --> 00:12:32,250
Hij kan niet liegen.

209
00:12:32,250 --> 00:12:35,670
De mens kan liegen, en
doet dat regelmatig.

210
00:12:35,670 --> 00:12:40,590
Maar zeg niet dat omdat mensen
ontrouw geweest zijn, God ontrouw is.

211
00:12:40,590 --> 00:12:43,170
Dit noemde ik al in een eerdere lezing:

212
00:12:43,170 --> 00:12:47,490
Paulus brengt in 2 Timotheus
2 hetzelfde punt naar voren.

213
00:12:47,490 --> 00:12:49,350
In vers 13 zegt hij:

214
00:12:49,350 --> 00:12:52,470
Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw.

215
00:12:52,470 --> 00:12:54,330
Hij kan Zichzelf niet verloochenen.

216
00:12:54,330 --> 00:12:58,410
Het idee is dat God onveranderlijk
en consequent trouw is,

217
00:12:58,410 --> 00:13:01,650
en dat de manier waarop
mensen op Zijn woord reageren

218
00:13:01,650 --> 00:13:04,170
niets verandert aan Zijn betrouwbaarheid.

219
00:13:04,170 --> 00:13:08,970
Als ik Zijn woord geloof, des te
beter voor mij — Hij is trouw,

220
00:13:08,970 --> 00:13:11,730
en ik geloof in iets wat betrouwbaar is.

221
00:13:11,730 --> 00:13:17,070
Als ik Zijn woord niet geloof, verandert
dat niets aan het feit dat Hij trouw is.

222
00:13:17,070 --> 00:13:19,470
Zijn woord is evengoed waar.

223
00:13:19,470 --> 00:13:24,090
En dat is precies de kwestie die Paulus
aan de orde stelt met betrekking tot de

224
00:13:24,090 --> 00:13:25,770
ontrouw van de Joden.

225
00:13:25,770 --> 00:13:27,450
Zijn zij ontrouw?

226
00:13:27,450 --> 00:13:30,210
Welnu, God is niet ontrouw.

227
00:13:30,210 --> 00:13:33,870
Dus in plaats van God de schuld te
geven van het feit dat de Joden niet

228
00:13:33,870 --> 00:13:37,470
behouden zijn, moeten ze
zichzelf de schuld geven.

229
00:13:37,470 --> 00:13:40,650
Ze hadden kunnen geloven.
Ze deden het niet.

230
00:13:40,650 --> 00:13:45,390
Vervolgens citeert Paulus uit
het Oude Testament, uit Psalm 51.

231
00:13:45,390 --> 00:13:47,370
En in die Psalm zegt hij:

232
00:13:47,370 --> 00:13:51,690
opdat U rechtvaardig blijkt
in wat U zegt en overwint.

233
00:13:51,690 --> 00:13:54,750
Hij zegt heel duidelijk: ik ben schuldig.

234
00:13:54,750 --> 00:13:59,310
Als ik schuldig ben, dan is Uw
oordeel over mij rechtvaardig.

235
00:13:59,310 --> 00:14:02,790
Als ik onschuldig was
en U mij toch oordeelde,

236
00:14:02,790 --> 00:14:05,670
dan zou U niet rechtvaardig zijn.

237
00:14:05,670 --> 00:14:09,510
Maar ik ben schuldig. Dat is zijn punt.

238
00:14:09,510 --> 00:14:15,750
Psalm 51:6 — David heeft berouw over
de zonde die hij met Batseba beging.

239
00:14:15,750 --> 00:14:20,370
In Psalm 51, de verzen 5 en 6, zegt David:

240
00:14:20,370 --> 00:14:25,711
Want ík ken mijn overtredingen, mijn
zonde staat mij voortdurend voor ogen .

241
00:14:25,711 --> 00:14:31,290
Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd,
ik heb gedaan wat kwaad is in Uw ogen,

242
00:14:31,290 --> 00:14:37,050
zodat U rechtvaardig bent wanneer U recht
spreekt en rein bent wanneer U oordeelt.

243
00:14:37,050 --> 00:14:40,770
Wat David zegt, is dit:
wat U ook met mij doet,

244
00:14:40,770 --> 00:14:45,150
U bent rechtvaardig wanneer U
het doet, want ik verdien het.

245
00:14:45,150 --> 00:14:50,010
Ik heb gezondigd, en wanneer U
mij oordeelt, kan ik niet klagen.

246
00:14:50,010 --> 00:14:53,430
Ik kan niet zeggen dat U
dat niet had moeten doen.

247
00:14:53,430 --> 00:14:56,610
Ik kan niet zeggen dat U te hard bent.

248
00:14:56,610 --> 00:15:00,090
Ik kan niet zeggen dat
U onrechtvaardig bent.

249
00:15:00,090 --> 00:15:02,850
Ik moet U rechtvaardigen.

250
00:15:02,850 --> 00:15:08,250
Ik moet verklaren dat U rechtvaardig
bent wanneer U mij oordeelt,

251
00:15:08,250 --> 00:15:11,130
omdat ik zelf niet rechtvaardig ben.

252
00:15:11,130 --> 00:15:16,350
Dus wat David zegt, is dat Davids
eigen schuld, in zekere zin,

253
00:15:16,350 --> 00:15:19,530
God rechtvaardigt in Zijn oordeel.

254
00:15:19,530 --> 00:15:24,210
Dit sluit op de volgende manier
aan bij Paulus' betoog in Romeinen.

255
00:15:24,210 --> 00:15:27,750
De Joden zijn schuldig
omdat ze niet geloven.

256
00:15:27,750 --> 00:15:30,690
Dat doet niets af aan Gods aanzien.

257
00:15:30,690 --> 00:15:33,750
Het doet alleen af aan hun eigen aanzien.

258
00:15:33,750 --> 00:15:38,670
Wanneer God hen oordeelt, oordeelt
Hij hen terecht. Ze geloven niet.

259
00:15:38,670 --> 00:15:41,970
Ze verdienen het om geoordeeld te worden.

260
00:15:41,970 --> 00:15:43,710
God is trouw.

261
00:15:43,710 --> 00:15:46,110
Dat tast Zijn karakter niet aan.

262
00:15:46,110 --> 00:15:49,650
Sterker nog, de zondigheid van
de mensen die God oordeelt,

263
00:15:49,650 --> 00:15:53,070
maakt Zijn oordeel alleen
maar duidelijker terecht.

264
00:15:53,070 --> 00:15:56,310
Het bevestigt Gods
oordeel alleen maar meer.

265
00:15:56,310 --> 00:15:59,970
Als God mensen zou oordelen
die relatief onschuldig lijken,

266
00:15:59,970 --> 00:16:03,030
zouden we kunnen zeggen:
wat is daar aan de hand?

267
00:16:03,030 --> 00:16:05,730
Wat is er mis met Gods oordeel?

268
00:16:05,730 --> 00:16:08,610
Deze mensen hebben toch
niets echt ergs gedaan?

269
00:16:08,610 --> 00:16:10,470
Waarom doet U dat met hen?

270
00:16:10,470 --> 00:16:14,430
Er zijn mensen die daadwerkelijk moeite
hebben met sommige dingen die God in de

271
00:16:14,430 --> 00:16:19,050
Bijbel deed, zoals het feit dat Hij
Israël de Kanaänieten liet doden.

272
00:16:19,050 --> 00:16:23,370
Of bijvoorbeeld dat Uzza dood
neerviel omdat hij de ark aanraakte.

273
00:16:23,370 --> 00:16:26,370
Mensen zeggen dan: wat
is daar nou aan de hand?

274
00:16:26,370 --> 00:16:29,010
Die man probeerde toch
alleen maar te helpen;

275
00:16:29,010 --> 00:16:31,830
hij is toch niet echt
schuldig aan iets ernstigs?

276
00:16:31,830 --> 00:16:34,110
Welnu, God is rechtvaardig.

277
00:16:34,110 --> 00:16:38,550
Daarom kunnen we niet zeggen dat die
man aan niets ernstigs schuldig was.

278
00:16:38,550 --> 00:16:42,930
Als God hem oordeelde, dan was die
man schuldig aan iets ernstigs.

279
00:16:42,930 --> 00:16:47,730
Nu moeten we misschien wat nadenken,
wat onderzoeken en wat analyseren om

280
00:16:47,730 --> 00:16:51,690
erachter te komen wat zijn
overtreding zo ernstig maakte.

281
00:16:51,690 --> 00:16:55,110
Want het kan ons in eerste
instantie een kleinigheid lijken,

282
00:16:55,110 --> 00:16:57,630
maar het feit dat het ons
een kleinigheid lijkt,

283
00:16:57,630 --> 00:17:02,190
roept de vraag op of God wel echt
rechtvaardig is om te oordelen terwijl de

284
00:17:02,190 --> 00:17:04,770
persoon niet echt iets ergs deed.

285
00:17:04,770 --> 00:17:09,330
Nadab en Abihu die vreemd
vuur offeren, in hemelsnaam.

286
00:17:09,330 --> 00:17:12,150
Er komt vuur van God dat hen verteert.

287
00:17:12,150 --> 00:17:14,190
Is dat nu echt nodig?

288
00:17:14,190 --> 00:17:19,410
Ananias en Saffira liegen alleen maar over
hoeveel geld ze aan de gemeente geven,

289
00:17:19,410 --> 00:17:22,050
en God laat hen dood neervallen.

290
00:17:22,050 --> 00:17:24,150
Is dat niet een beetje overdreven?

291
00:17:24,150 --> 00:17:29,670
Je ziet dus: wanneer God mensen oordeelt
van wie de schuld ons niet duidelijk is,

292
00:17:29,670 --> 00:17:33,210
wordt Zijn eigen gerechtigheid
in twijfel getrokken.

293
00:17:33,210 --> 00:17:36,570
Ik ga daar nu niet verder op
in, maar mijn standpunt is

294
00:17:36,570 --> 00:17:40,410
uiteraard dat al die dingen in
werkelijkheid net zo erg zijn als

295
00:17:40,410 --> 00:17:41,730
God ze acht.

296
00:17:41,730 --> 00:17:46,470
En er zijn manieren om dat te onderzoeken,
om te zien waarom de schuld van die mensen

297
00:17:46,470 --> 00:17:49,350
het oordeel daadwerkelijk rechtvaardigde.

298
00:17:49,350 --> 00:17:51,450
Dat is precies het punt.

299
00:17:51,450 --> 00:17:56,190
Iemand moet aantoonbaar schuldig zijn
voordat een negatief oordeel over

300
00:17:56,190 --> 00:17:57,990
hem gerechtvaardigd kan worden.

301
00:17:57,990 --> 00:18:01,890
Welnu, David zei: ik
heb openlijk gezondigd.

302
00:18:01,890 --> 00:18:03,990
Ik heb verschrikkelijk gezondigd.

303
00:18:03,990 --> 00:18:05,790
Ik heb overspel gepleegd.

304
00:18:05,790 --> 00:18:07,710
Ik heb een man gedood.

305
00:18:07,710 --> 00:18:11,190
Dus U bent rechtvaardig
wanneer U mij oordeelt.

306
00:18:11,190 --> 00:18:15,930
Mijn zondigheid toont de
gerechtigheid van Uw oordeel over mij.

307
00:18:15,930 --> 00:18:18,630
Niemand kan zeggen dat U
niet rechtvaardig bent,

308
00:18:18,630 --> 00:18:22,350
want mijn zonde maakt Uw
gerechtigheid duidelijk.

309
00:18:22,350 --> 00:18:27,630
Paulus denkt nu dat er mensen zijn die
zo verdorven zijn dat ze dit omdraaien.

310
00:18:27,630 --> 00:18:29,490
In vers 5 zegt hij:

311
00:18:29,490 --> 00:18:33,870
Als nu onze ongerechtigheid de
gerechtigheid van God bevestigt,

312
00:18:33,870 --> 00:18:35,670
wat zullen wij dan zeggen?

313
00:18:35,670 --> 00:18:39,210
Is God onrechtvaardig als
Hij toorn over ons brengt?

314
00:18:39,210 --> 00:18:41,250
Ik spreek op menselijke wijze.

315
00:18:41,250 --> 00:18:46,650
Op zichzelf, buiten die context, zou
die uitspraak helemaal nergens op slaan.

316
00:18:46,650 --> 00:18:51,330
Hoe zou je in vredesnaam kunnen beweren
dat mijn ongerechtigheid de gerechtigheid

317
00:18:51,330 --> 00:18:53,130
van God aantoont?

318
00:18:53,130 --> 00:18:57,750
Welnu, in verband met de Psalm
die hij aanhaalde, zei David:

319
00:18:57,750 --> 00:19:02,970
mijn zondigheid maakt Uw gerechtigheid
duidelijk wanneer U mij oordeelt.

320
00:19:02,970 --> 00:19:06,990
In zekere zin heb ik U een
goede naam gegeven, God.

321
00:19:06,990 --> 00:19:09,990
Mijn zondigheid zal aan
iedereen laten zien dat

322
00:19:09,990 --> 00:19:13,110
U rechtvaardig bent
wanneer U mij oordeelt.

323
00:19:13,110 --> 00:19:16,470
En dus zei een of andere
verdorven persoon:

324
00:19:16,470 --> 00:19:19,710
als mijn slechtheid God
er beter uit laat zien,

325
00:19:19,710 --> 00:19:22,410
wat heeft Hij dan tegen
mij dat ik slecht ben?

326
00:19:22,410 --> 00:19:25,170
Het laat Hem alleen maar
beter uitzien, toch?

327
00:19:25,170 --> 00:19:28,650
Ik kan me herinneren dat ik
een heel jonge christen was,

328
00:19:28,650 --> 00:19:32,430
nog helemaal verweven met het
soort baptistische theologie

329
00:19:32,430 --> 00:19:33,750
waarin ik was opgevoed.

330
00:19:33,750 --> 00:19:38,130
Ik hing de leer van eens
behouden, altijd behouden aan,

331
00:19:38,130 --> 00:19:42,930
en had bepaalde ideeën over genade
die niet per se heiligheid inhielden,

332
00:19:42,930 --> 00:19:44,430
en dergelijke dingen.

333
00:19:44,430 --> 00:19:48,750
Dat kwam gewoon doordat ik nog niet veel
over de Bijbel had geleerd en die nog niet

334
00:19:48,750 --> 00:19:50,250
grondig had gelezen.

335
00:19:50,250 --> 00:19:51,450
Ik was nog een tiener.

336
00:19:51,450 --> 00:19:55,170
Ik herinner me dat ik aan het getuigen
was met iemand die al langer christen

337
00:19:55,170 --> 00:19:56,310
was dan ik.

338
00:19:56,310 --> 00:19:58,770
Er was een niet-christen die met hen sprak

339
00:19:58,770 --> 00:20:01,710
en wees op de zonden
van bepaalde christenen,

340
00:20:01,710 --> 00:20:05,610
zoals ongelovigen graag doen
wanneer je tot hen getuigt.

341
00:20:05,610 --> 00:20:08,370
Ze wijzen op de zonden
van andere christenen.

342
00:20:08,370 --> 00:20:12,150
En de persoon die bij mij
was, zei iets als: nou,

343
00:20:12,150 --> 00:20:15,270
dat toont juist de
grootheid van Gods genade.

344
00:20:15,270 --> 00:20:21,330
Dat deze mensen, die God vergeven heeft,
zo onwaardig zijn om vergeven te worden.

345
00:20:21,330 --> 00:20:25,410
Deze mensen waarvan jij zegt
dat ze zo zondig zijn, kijk,

346
00:20:25,410 --> 00:20:28,890
Gods genade heeft dat
bedekt, en ze zijn behouden.

347
00:20:28,890 --> 00:20:32,850
En ik herinner me dat ik dacht wat
een geweldige gedachte dat was,

348
00:20:32,850 --> 00:20:37,290
dat de zondigheid van christenen
Gods genade beter doet uitkomen.

349
00:20:37,290 --> 00:20:40,590
En toch is dat een gevaarlijke
gedachte om over na te denken

350
00:20:40,590 --> 00:20:45,150
of om er ver in mee te gaan, want
het zou kunnen omslaan in: nou,

351
00:20:45,150 --> 00:20:47,970
dan zou God blij moeten
zijn wanneer ik zondig,

352
00:20:47,970 --> 00:20:52,470
want dan kan iedereen zien hoe
genadig Hij is dat Hij mij vergeeft.

353
00:20:52,470 --> 00:20:56,910
Dat is niet wat David bedoelde, maar het
is wel iets wat een verdorven geest ervan

354
00:20:56,910 --> 00:20:58,350
zou kunnen maken.

355
00:20:58,350 --> 00:21:02,550
Mijn zondigheid doet God er beter
uitzien, want eerlijk gezegd,

356
00:21:02,550 --> 00:21:05,010
het contrasteert met Zijn grootheid.

357
00:21:05,010 --> 00:21:09,750
Als ik hier een parel tegen dit witte
gordijn zou houden, zou je kunnen zeggen:

358
00:21:09,750 --> 00:21:12,150
is dat nu een goede parel of niet?

359
00:21:12,150 --> 00:21:14,250
Ik kan het nauwelijks onderscheiden.

360
00:21:14,250 --> 00:21:16,650
Maar leg je hem tegen
een zwarte achtergrond,

361
00:21:16,650 --> 00:21:21,390
dan komt de volmaaktheid ervan opeens veel
helderder naar voren door het contrast.

362
00:21:21,390 --> 00:21:24,870
En zo is het idee dat mijn
zondigheid Gods goedheid

363
00:21:24,870 --> 00:21:27,450
juist laat uitkomen door het contrast.

364
00:21:27,450 --> 00:21:31,470
Er zijn dus daadwerkelijk mensen die
denken zoals Paulus het hier beschrijft.

365
00:21:31,470 --> 00:21:34,890
Hij beschouwt hen als
lasteraars. Hij zegt:

366
00:21:34,890 --> 00:21:38,550
als onze onrechtvaardigheid laat
zien dat God rechtvaardig is,

367
00:21:38,550 --> 00:21:40,170
wat moeten we dan zeggen?

368
00:21:40,170 --> 00:21:42,750
Is God dan onrechtvaardig als Hij straft?

369
00:21:42,750 --> 00:21:44,910
Ik spreek even menselijk.

370
00:21:44,910 --> 00:21:49,770
Nu zou iemand die niet aan Gods kant
staat en gewoon probeert uit te pluizen

371
00:21:49,770 --> 00:21:54,990
wat de gevolgen zouden kunnen zijn van
wat Paulus volgens hem leert, zeggen: nou,

372
00:21:54,990 --> 00:21:59,010
dit zou blijkbaar betekenen
dat God niemand kan oordelen.

373
00:21:59,010 --> 00:22:03,570
Want wanneer ik als zondaar voor God
sta, kan ik gewoon een pleidooi voeren.

374
00:22:03,570 --> 00:22:08,310
God, ik heb toch alleen maar voor Uw
heerlijkheid geleefd door te zondigen.

375
00:22:08,310 --> 00:22:11,790
Mijn zondigen heeft U
verheerlijkt door het contrast.

376
00:22:11,790 --> 00:22:15,870
Iedereen zou moeten zeggen:
wow, wat is deze persoon slecht;

377
00:22:15,870 --> 00:22:20,730
ik zou God meer moeten waarderen
omdat Hij niet is zoals deze persoon.

378
00:22:20,730 --> 00:22:24,870
Dan zou God onrechtvaardig zijn
om mij daarvoor te straffen.

379
00:22:24,870 --> 00:22:27,930
En Paulus zei: ik spreek als een mens.

380
00:22:27,930 --> 00:22:30,210
Nu spreekt hij natuurlijk als een mens.

381
00:22:30,210 --> 00:22:32,310
Hij is geen vrouw of een kind.

382
00:22:32,310 --> 00:22:35,490
Maar wanneer hij zegt:
ik spreek als een mens,

383
00:22:35,490 --> 00:22:40,530
verwijst hij specifiek naar menselijke
redenering die onverlicht is.

384
00:22:40,530 --> 00:22:44,070
Hij gebruikt dat soort
uitdrukking ook in 1 Korinthe.

385
00:22:44,070 --> 00:22:47,610
In 1 Korinthe 3, vers 3, zegt Paulus:

386
00:22:47,610 --> 00:22:49,470
want u bent nog vleselijk.

387
00:22:49,470 --> 00:22:53,430
Als er immers onder u afgunst
is en ruzie en tweedracht,

388
00:22:53,430 --> 00:22:56,610
bent u dan niet vleselijk en
wandelt u dan niet naar de mens?

389
00:22:56,610 --> 00:22:59,970
In de Engelse vertaling,
de New King James,

390
00:22:59,970 --> 00:23:04,290
staat daar het woord 'mere'
cursief gedrukt om de betekenis

391
00:23:04,290 --> 00:23:05,910
duidelijker te maken.

392
00:23:05,910 --> 00:23:10,770
Paulus zegt dus eigenlijk: gedragen
jullie je niet als louter mensen?

393
00:23:10,770 --> 00:23:16,470
Nu is het in bepaalde omstandigheden geen
negatieve zaak om je als mens te gedragen.

394
00:23:16,470 --> 00:23:20,130
Als je een mens bent, hoor
je je als mens te gedragen.

395
00:23:20,130 --> 00:23:25,170
Maar hij bedoelt dat jullie je gedragen
als mensen die niet verlicht zijn,

396
00:23:25,170 --> 00:23:29,550
als mensen die op een natuurlijke
manier denken in plaats van op de manier

397
00:23:29,550 --> 00:23:33,930
waarop God ons leert te denken
— in menselijke redenering.

398
00:23:33,930 --> 00:23:39,090
En dus bedoelt hij dat hier ook, wanneer
hij zegt: ik spreek als een mens,

399
00:23:39,090 --> 00:23:44,670
dat wil zeggen, als louter een mens,
zoals een onverlicht mens zou spreken.

400
00:23:44,670 --> 00:23:48,570
Ik zeg niet dat er enige
geldigheid zit in wat ik zeg;

401
00:23:48,570 --> 00:23:53,730
dit is gewoon de manier waarop ik denk
dat sommige mensen zouden redeneren.

402
00:23:53,730 --> 00:23:58,530
Hij zegt dat God onrechtvaardig
is wanneer Hij zondaars oordeelt,

403
00:23:58,530 --> 00:24:03,450
omdat hun zonde Hem juist zo goed
deed uitkomen door het contrast.

404
00:24:03,450 --> 00:24:07,350
En dan zegt hij in vers
7: als de waarheid van God

405
00:24:07,350 --> 00:24:10,830
door mijn leugen feller
schittert tot Zijn heerlijkheid,

406
00:24:10,830 --> 00:24:13,950
waarom word ik dan nog
als zondaar geoordeeld?

407
00:24:13,950 --> 00:24:17,970
Ik ben een zondaar, maar waarom
zou ik geoordeeld moeten worden

408
00:24:17,970 --> 00:24:22,470
omdat ik een zondaar ben, als
mijn liegen, mijn oneerlijkheid,

409
00:24:22,470 --> 00:24:27,450
mijn ongehoorzaamheid zo'n contrast
vormt met de deugden van God,

410
00:24:27,450 --> 00:24:29,910
die niets van dat alles zijn wat ik ben

411
00:24:29,910 --> 00:24:32,670
en die daarom door het
contrast verheerlijkt worden?

412
00:24:32,670 --> 00:24:35,910
En Paulus zegt in vers
8, en waarom niet zeggen:

413
00:24:35,910 --> 00:24:38,490
En het is toch niet,
zoals wij belasterd worden

414
00:24:38,490 --> 00:24:42,630
en zoals sommigen zeggen dat wij
zeggen: Laten wij het kwade doen,

415
00:24:42,630 --> 00:24:45,030
opdat het goede daaruit voortkomt?

416
00:24:45,030 --> 00:24:47,970
De verdoemenis van hen is rechtvaardig.

417
00:24:47,970 --> 00:24:51,750
Laten we zondigen, want dan
wordt God meer verheerlijkt.

418
00:24:51,750 --> 00:24:55,290
Kijk, Paulus laat zien
hoe belachelijk dit wordt.

419
00:24:55,290 --> 00:24:58,710
De Joden hadden het voorrecht
gekregen van de woorden van God,

420
00:24:58,710 --> 00:25:00,510
maar ze geloofden niet.

421
00:25:00,510 --> 00:25:06,210
Nou, zelfs hun ongeloof toont in zekere
zin dat God rechtvaardig is wanneer

422
00:25:06,210 --> 00:25:07,890
Hij hen oordeelt.

423
00:25:07,890 --> 00:25:10,170
Dus zelfs daar winnen ze.

424
00:25:10,170 --> 00:25:12,810
Zelfs daar doen ze het verkeerde.

425
00:25:12,810 --> 00:25:17,250
Hun gebrek aan respons op de woorden
van God verheerlijkt God op een

426
00:25:17,250 --> 00:25:19,470
soort achterbakse manier.

427
00:25:19,470 --> 00:25:24,810
En dus zouden we zelfs kunnen pleiten voor
het doen van het verkeerde om deze reden.

428
00:25:24,810 --> 00:25:30,270
Dit lijkt heel erg op het argument
in Romeinen 6, vers 1. Daar staat:

429
00:25:30,270 --> 00:25:32,250
Wat zullen wij dan zeggen?

430
00:25:32,250 --> 00:25:36,330
Zullen wij in de zonde blijven,
opdat de genade toeneemt?

431
00:25:36,330 --> 00:25:40,410
Wat dat eigenlijk betekent,
is: zullen we zondigen zodat

432
00:25:40,410 --> 00:25:42,870
genade duidelijker naar voren komt?

433
00:25:42,870 --> 00:25:47,070
En dat is precies wat ik dacht toen
ik met die man aan het getuigen was.

434
00:25:47,070 --> 00:25:52,170
Ik dacht: nou, de zonden van
christenen laten Gods genade

435
00:25:52,170 --> 00:25:57,930
werkelijk mooier uitkomen, omdat ze zo
slecht zijn en Hij hen toch vergeeft.

436
00:25:57,930 --> 00:25:59,970
Dus het verheerlijkt God.

437
00:25:59,970 --> 00:26:05,010
En in Romeinen 6 reageert hij op een
misverstand dat zou kunnen ontstaan

438
00:26:05,010 --> 00:26:10,770
uit wat hij net daarvoor zegt, in
hoofdstuk 5, twee verzen eerder. Hij zegt:

439
00:26:10,770 --> 00:26:14,490
De wet echter kwam er nog bij
opdat de overtreding zou toenemen,

440
00:26:14,490 --> 00:26:19,650
maar waar de zonde is toegenomen, daar is
de genade meer dan overvloedig geweest,

441
00:26:19,650 --> 00:26:25,470
Nu, dit is een feit — dat de grootheid van
de zonde de grootheid van de genade die de

442
00:26:25,470 --> 00:26:28,110
zonde bedekt, heeft vergroot.

443
00:26:28,110 --> 00:26:32,610
Dat is een feit, maar het is niet iets
wat je probeert te bewerkstelligen.

444
00:26:32,610 --> 00:26:38,430
Je zegt niet: oké, laten we meer zondigen,
zodat de genade meer kan overvloeien.

445
00:26:38,430 --> 00:26:41,310
Het is alleen dat God, ondanks de zonde,

446
00:26:41,310 --> 00:26:45,690
toch de overhand kon krijgen en
Zijn genade kon verheerlijken.

447
00:26:45,690 --> 00:26:49,590
Maar dat geeft ons niet het recht
om die situatie op te zoeken

448
00:26:49,590 --> 00:26:54,330
waarin er meer zonde is, zodat
er meer bewijs van genade is.

449
00:26:54,330 --> 00:26:56,190
Dat is dwaasheid.

450
00:26:56,190 --> 00:26:58,710
Een christen kan niet zo denken.

451
00:26:58,710 --> 00:27:01,410
En Paulus zegt: zeker niet.

452
00:27:01,410 --> 00:27:04,530
En dat is hier ook
precies dezelfde gedachte.

453
00:27:04,530 --> 00:27:08,970
We zien dus dat wat hij in
hoofdstuk 3, vers 8 aansnijdt,

454
00:27:08,970 --> 00:27:11,910
in hoofdstuk 6 verder besproken wordt.

455
00:27:11,910 --> 00:27:17,310
Dit korte gedeelte met retorische vragen
en antwoorden in de verzen 1 tot en met 8

456
00:27:17,310 --> 00:27:21,210
van hoofdstuk 3 loopt dus
eigenlijk vooruit op een aantal

457
00:27:21,210 --> 00:27:23,490
latere besprekingen in het boek.

458
00:27:23,490 --> 00:27:27,270
Hij doorloopt grotendeels een
bepaalde lijn van redeneren

459
00:27:27,270 --> 00:27:31,830
die verwijst naar zaken waar hij
later echt meer tijd aan wil besteden,

460
00:27:31,830 --> 00:27:35,010
maar waarbij hij zich nu
niet mag laten ophouden.

461
00:27:35,010 --> 00:27:36,750
Wanneer hij bijvoorbeeld zegt:

462
00:27:36,750 --> 00:27:41,610
Waarom niet zeggen: laten we het kwade
doen zodat het goede eruit voortkomt?

463
00:27:41,610 --> 00:27:44,430
zou je kunnen denken dat
hij meteen zou zeggen:

464
00:27:44,430 --> 00:27:47,850
'Ik zal je vertellen wat er
mis is met die redenering.'

465
00:27:47,850 --> 00:27:50,550
Dat doet hij ook — in Romeinen 6.

466
00:27:50,550 --> 00:27:54,810
Maar op dit punt zou het bijna een
onweerstaanbare verleiding lijken.

467
00:27:54,810 --> 00:27:56,550
Zodra hij heeft gezegd:

468
00:27:56,550 --> 00:28:00,810
Moeten we zeggen: laten we het kwade
doen zodat het goede eruit voortkomt,

469
00:28:00,810 --> 00:28:06,150
zou hij bijna het gevoel hebben: 'Nee, ik
zal je vertellen waarom dat verkeerd is.'

470
00:28:06,150 --> 00:28:08,850
In plaats daarvan laat
hij het gewoon rusten.

471
00:28:08,850 --> 00:28:12,270
Het enige wat hij zegt, is dat
de mensen die beweren dat wij dat

472
00:28:12,270 --> 00:28:14,610
zeggen, lasteraars zijn.

473
00:28:14,610 --> 00:28:18,030
Ze beweren ten onrechte
dat dat is wat wij leren.

474
00:28:18,030 --> 00:28:22,290
Hun veroordeling is rechtvaardig, en
daar gaan we het nu niet over hebben.

475
00:28:22,290 --> 00:28:26,430
Het is het zelfs niet waard om er
onze tijd en aandacht aan te besteden.

476
00:28:26,430 --> 00:28:30,510
De redenering veroordeelt
zichzelf. Wanneer hij zegt:

477
00:28:30,510 --> 00:28:34,890
En het is toch niet, zoals wij belasterd
worden en zoals sommigen zeggen dat wij

478
00:28:34,890 --> 00:28:39,630
zeggen: Laten wij het kwade doen,
opdat het goede daaruit voortkomt?

479
00:28:39,630 --> 00:28:42,450
De verdoemenis van hen is rechtvaardig.

480
00:28:42,450 --> 00:28:46,711
zeggen commentatoren dat dit kan
verwijzen naar de mensen die dat zeggen —

481
00:28:46,711 --> 00:28:50,190
hun veroordeling — of naar
de veroordeling van die

482
00:28:50,190 --> 00:28:52,950
specifieke redenering die ze aanvoeren.

483
00:28:52,950 --> 00:28:55,710
De redenering is vanzelfsprekend fout.

484
00:28:55,710 --> 00:28:58,890
Het is een redenering
die zichzelf veroordeelt.

485
00:28:58,890 --> 00:29:02,970
Er is geen enkele manier waarop die
gerechtvaardigd zou kunnen worden.

486
00:29:02,970 --> 00:29:07,590
Sommige van deze punten die hij in dit
korte gedeelte in de verzen 1 tot en met 8

487
00:29:07,590 --> 00:29:11,250
maakt, komen in latere
passages opnieuw aan de orde,

488
00:29:11,250 --> 00:29:14,190
met aanzienlijk meer aandacht en uitleg.

489
00:29:14,190 --> 00:29:17,070
Maar hij wil terugkeren
naar zijn hoofdpunt.

490
00:29:17,070 --> 00:29:19,050
En wat was zijn hoofdpunt?

491
00:29:19,050 --> 00:29:22,530
Ik heb betoogd dat zijn
hoofdpunt is dat de Joden,

492
00:29:22,530 --> 00:29:25,950
hoewel ze voordelen hebben
gehad, in werkelijkheid niet

493
00:29:25,950 --> 00:29:27,630
beter zijn dan de heidenen.

494
00:29:27,630 --> 00:29:31,590
En daar komt hij nu
precies op terug. Vers 9:

495
00:29:31,590 --> 00:29:32,911
Wat dan wel ?

496
00:29:32,911 --> 00:29:36,270
Zijn wij voortreffelijker? Beslist niet!

497
00:29:36,270 --> 00:29:41,490
Wij hebben immers zojuist én Joden én
Grieken beschuldigd dat zij allen onder

498
00:29:41,490 --> 00:29:42,990
de zonde zijn,

499
00:29:42,990 --> 00:29:46,291
'Wij' betekent hier zeker de
Joden — Paulus is een Jood —

500
00:29:46,291 --> 00:29:48,510
en 'zij' zijn de heidenen.

501
00:29:48,510 --> 00:29:52,650
Dit is precies de vraag waarvan ik
heb gezegd dat die zijn thema is.

502
00:29:52,650 --> 00:29:56,130
Is het zo dat je, simpelweg
door Jood te zijn,

503
00:29:56,130 --> 00:30:00,030
door deel uit te maken van die
saamhorigheid van de besnedenen,

504
00:30:00,030 --> 00:30:05,370
bij God in een hogere klasse terechtkomt
dan zij die niet tot die klasse behoren?

505
00:30:05,370 --> 00:30:08,490
Nu wordt deze uitspraak vaak
gezien als bevestiging van de

506
00:30:08,490 --> 00:30:13,230
standaardindeling die ik eerder noemde
en die de meeste commentaren aanhouden:

507
00:30:13,230 --> 00:30:18,390
dat hoofdstuk 1 over de Grieken ging
en hoofdstuk 2 over de Joden gaat.

508
00:30:18,390 --> 00:30:22,890
Paulus zegt dan als het ware: we hebben
eerder aangetoond dat zowel de Joden als

509
00:30:22,890 --> 00:30:27,510
de Grieken allemaal onder de zonde
zijn — de Grieken in hoofdstuk 1,

510
00:30:27,510 --> 00:30:29,430
de Joden in hoofdstuk 2.

511
00:30:29,430 --> 00:30:34,350
Het is dus alsof hij de vorige twee
hoofdstukken samenvat en zegt: kijk,

512
00:30:34,350 --> 00:30:39,630
dit hebben we behandeld — de Grieken en
de Joden, ze staan allebei onder de zonde,

513
00:30:39,630 --> 00:30:43,350
de Grieken in hoofdstuk 1,
de Joden in hoofdstuk 2.

514
00:30:43,350 --> 00:30:45,870
Het is echter niet
nodig om het zo te zien.

515
00:30:45,870 --> 00:30:51,030
Nogmaals, hij gaat ervan uit dat al
zijn lezers, Joodse en heidenchristenen,

516
00:30:51,030 --> 00:30:54,870
er nooit aan getwijfeld hebben dat
de heidenen onder de zonde staan.

517
00:30:54,870 --> 00:30:56,910
Dat heeft hij nooit hoeven aan te tonen.

518
00:30:56,910 --> 00:31:02,311
Wat hij wél heeft aangetoond, is dat niet
alleen de heidenen, maar ook de Joden —

519
00:31:02,311 --> 00:31:06,330
zijn hele betoog was erop gericht
om aan te tonen dat de Joden onder

520
00:31:06,330 --> 00:31:07,590
de zonde staan.

521
00:31:07,590 --> 00:31:11,670
Het zou zinloos zijn geweest om te
proberen aan te tonen dat de heidenen dat

522
00:31:11,670 --> 00:31:15,270
zijn; daar is nooit ook maar
enige twijfel over geweest.

523
00:31:15,270 --> 00:31:19,590
Dus wanneer hij zegt: 'we hebben al
eerder verklaard dat zowel de Joden als de

524
00:31:19,590 --> 00:31:23,910
heidenen onder de zonde staan,' bedoelt
hij dat we al wisten dat de heidenen dat

525
00:31:23,910 --> 00:31:28,590
waren, en dat we in ons voorgaande betoog
nu de Joden aan die lijst van mensen die

526
00:31:28,590 --> 00:31:31,290
onder de zonde staan, hebben toegevoegd.

527
00:31:31,290 --> 00:31:35,910
'Zoals geschreven staat' — en hier
doorloopt Paulus een hele reeks verzen,

528
00:31:35,910 --> 00:31:40,230
of delen van verzen, uit het Oude
Testament die over slechte mensen gaan.

529
00:31:40,230 --> 00:31:44,970
En zoals ik al genoemd heb, geloof ik dat
dit bedoeld is om te laten zien dat de

530
00:31:44,970 --> 00:31:47,790
Joden net zo slecht zijn als de heidenen.

531
00:31:47,790 --> 00:31:50,250
Deze groep verzen wordt
gewoonlijk gezien als

532
00:31:50,250 --> 00:31:54,150
Paulus die de leer van de
totale verdorvenheid uiteenzet.

533
00:31:54,150 --> 00:31:56,971
En je kunt wel raden wie
het meestal zo opvat —

534
00:31:56,971 --> 00:32:01,590
maar zij zijn ook degenen die de meeste
commentaren op Romeinen schrijven.

535
00:32:01,590 --> 00:32:05,010
Dus de meeste commentaren
op Romeinen zullen zeggen:

536
00:32:05,010 --> 00:32:09,151
hier bewijst Paulus onze leer
van de totale verdorvenheid —

537
00:32:09,151 --> 00:32:11,730
namelijk de calvinistische leer.

538
00:32:11,730 --> 00:32:13,410
En kijk eens naar wat er staat.

539
00:32:13,410 --> 00:32:18,210
Het klinkt zeker alsof dit de totale
verdorvenheid bewijst. Er staat:

540
00:32:18,210 --> 00:32:22,890
zoals geschreven staat: Er is
niemand rechtvaardig, ook niet één,

541
00:32:22,890 --> 00:32:27,990
Dat is een allesomvattende, universele
uitspraak — dit betreft iedereen.

542
00:32:27,990 --> 00:32:31,830
er is niemand die verstandig
is, er is niemand die God zoekt.

543
00:32:31,830 --> 00:32:34,890
Dat klinkt zeker als totale verdorvenheid.

544
00:32:34,890 --> 00:32:38,070
Merk nu op dat er niet
staat dat niemand het kán.

545
00:32:38,070 --> 00:32:42,810
De leer van de totale verdorvenheid
zegt dat je God niet kúnt zoeken,

546
00:32:42,810 --> 00:32:47,190
omdat de aard van je verdorvenheid
zodanig is dat het zoeken naar God

547
00:32:47,190 --> 00:32:49,890
nooit eens oprecht bij je zou opkomen.

548
00:32:49,890 --> 00:32:55,890
Je kunt het niet willen, je kunt God niet
liefhebben, je kunt God niet najagen.

549
00:32:55,890 --> 00:32:58,350
Hij zegt hier nergens
dat ze het niet kúnnen —

550
00:32:58,350 --> 00:33:01,290
hij zegt alleen dat ze het niet dóen.

551
00:33:01,290 --> 00:33:03,510
Dat is niettemin een uitspraak:

552
00:33:03,510 --> 00:33:05,670
Er is niemand die God zoekt.

553
00:33:05,670 --> 00:33:09,690
En op het eerste gezicht klinkt het
als een sterke onderbouwing van de

554
00:33:09,690 --> 00:33:12,630
totale verdorvenheid. Verder:

555
00:33:12,630 --> 00:33:17,070
Allen zijn zij afgedwaald, samen
zijn zij nutteloos geworden.

556
00:33:17,070 --> 00:33:20,910
Er is niemand die goeddoet,
er is er zelfs niet één.

557
00:33:20,910 --> 00:33:24,450
Dit alles komt nu uit Psalm 14.

558
00:33:24,450 --> 00:33:27,870
Het is niet woord voor woord
hetzelfde als in de Hebreeuwse tekst,

559
00:33:27,870 --> 00:33:30,930
maar het is in wezen hetzelfde materiaal.

560
00:33:30,930 --> 00:33:34,710
Hij citeert Psalm 14, vers 1 tot en met 3.

561
00:33:34,710 --> 00:33:40,710
Diezelfde verzen worden herhaald
in Psalm 53, vers 1 tot en met 3.

562
00:33:40,710 --> 00:33:44,791
Er zijn dus eigenlijk twee
psalmen die deze verzen bevatten —

563
00:33:44,791 --> 00:33:48,030
Psalm 14 en Psalm 53.

564
00:33:48,030 --> 00:33:52,410
In beide gevallen zijn het de
openingsverzen, de eerste drie verzen,

565
00:33:52,410 --> 00:33:54,270
van die twee psalmen.

566
00:33:54,270 --> 00:33:56,910
Komen we dan bij vers 13 hier:

567
00:33:56,910 --> 00:34:01,590
Hun keel is een open graf, met
hun tong plegen zij bedrog,

568
00:34:01,590 --> 00:34:04,050
addergif is onder hun lippen.

569
00:34:04,050 --> 00:34:09,210
Merk nu op hoeveel van dit alles te maken
heeft met de manier waarop ze spreken.

570
00:34:09,210 --> 00:34:11,550
Zonden van de spraak worden genoemd als

571
00:34:11,550 --> 00:34:14,250
een van de grote bewijzen
van verdorvenheid.

572
00:34:14,250 --> 00:34:16,230
Wie de verdorvenen hier ook zijn,

573
00:34:16,230 --> 00:34:19,350
hun manier van spreken is
bijzonder aanstootgevend.

574
00:34:19,350 --> 00:34:23,670
Wanneer hij zegt dat hun keel een open
graf is, is de aanname dat hun stemmen,

575
00:34:23,670 --> 00:34:27,450
als uit een open graf, uit hun keel komen.

576
00:34:27,450 --> 00:34:30,570
Voor ons roept een graf misschien
het beeld van de dood op,

577
00:34:30,570 --> 00:34:34,830
en we zouden dan naar een betekenis kunnen
zoeken waarin zij de dood veroorzaken,

578
00:34:34,830 --> 00:34:37,470
of voortkomen uit een geestelijke dood.

579
00:34:37,470 --> 00:34:40,650
Maar dat is niet echt de
connotatie in het Joodse denken.

580
00:34:40,650 --> 00:34:43,410
Een graf is een plaats van onreinheid.

581
00:34:43,410 --> 00:34:47,190
Een graf is inderdaad een plaats
waar dode lichamen liggen.

582
00:34:47,190 --> 00:34:50,550
Maar het probleem met dode lichamen
is niet dat we bang zijn voor

583
00:34:50,550 --> 00:34:52,350
geesten of voor zombies.

584
00:34:52,350 --> 00:34:55,290
Het is dat dode lichamen onrein zijn.

585
00:34:55,290 --> 00:34:57,450
Je raakt een dood lichaam niet aan.

586
00:34:57,450 --> 00:35:01,150
Als je een graf binnenloopt — en
dat waren trouwens meestal grotten —

587
00:35:01,150 --> 00:35:03,510
zou je dat per ongeluk kunnen doen.

588
00:35:03,510 --> 00:35:07,710
Grotten dienden soms als graf
en soms als openbaar toilet.

589
00:35:07,710 --> 00:35:11,670
Men had in die tijd geen
buitentoiletten of openbare toiletten.

590
00:35:11,670 --> 00:35:15,450
Dus zelfs koning Saul moest, wanneer
hij zijn behoefte wilde doen,

591
00:35:15,450 --> 00:35:17,910
een grot opzoeken als
hij er een kon vinden,

592
00:35:17,910 --> 00:35:21,210
of anders zijn soldaten achteruit
laten staan om hem heen,

593
00:35:21,210 --> 00:35:24,570
met hun gezicht naar buiten
gericht, of iets dergelijks.

594
00:35:24,570 --> 00:35:27,870
Maar we weten niet of hij dat
ooit werkelijk gedaan heeft.

595
00:35:27,870 --> 00:35:31,890
Hij zou het misschien hebben moeten doen,
als er geen grotten in de buurt waren.

596
00:35:31,890 --> 00:35:36,210
Maar een grot was voor bepaalde
praktische doeleinden best geschikt.

597
00:35:36,210 --> 00:35:38,610
Maar vaak waren grotten graven.

598
00:35:38,610 --> 00:35:45,030
Sterker nog, toen Jezus tegen de Farizeeën
zei dat ze op witgekalkte graven leken:

599
00:35:45,030 --> 00:35:49,170
Wee u, schriftgeleerden
en Farizeeën, huichelaars,

600
00:35:49,170 --> 00:35:53,850
want u bent als de witgepleisterde
graven, die vanbuiten wel mooi lijken,

601
00:35:53,850 --> 00:35:58,110
maar vanbinnen zijn ze vol
doodsbeenderen en allerlei onreinheid.

602
00:35:58,110 --> 00:36:02,310
Omdat er zoveel pelgrims van buiten de
streek naar Jeruzalem kwamen voor de

603
00:36:02,310 --> 00:36:05,850
feesten, maakten ze onderweg
natuurlijk gebruik van grotten,

604
00:36:05,850 --> 00:36:08,310
zoals mensen nu eenmaal moesten doen.

605
00:36:08,310 --> 00:36:13,050
Er bestond het gevaar — of het nu ooit
werkelijk gebeurde of alleen maar gevreesd

606
00:36:13,050 --> 00:36:15,571
werd, in elk geval was het een gevaar —

607
00:36:15,571 --> 00:36:20,190
dat mensen een grot binnengingen
zonder te weten dat het een graf was.

608
00:36:20,190 --> 00:36:24,450
En als ze daarbinnen een dood
lichaam vonden, zouden ze beseffen:

609
00:36:24,450 --> 00:36:28,110
ik ben onrein geworden, en
ik ben op weg naar het feest.

610
00:36:28,110 --> 00:36:30,510
Ik kan niet eens meedoen aan het Pascha.

611
00:36:30,510 --> 00:36:34,950
Ik kan niet eens meedoen aan een van
de feesten, want ik ben nu onrein.

612
00:36:34,950 --> 00:36:37,530
Als je in de buurt kwam
van een dood lichaam,

613
00:36:37,530 --> 00:36:40,530
was je volgens de wet
een week lang onrein.

614
00:36:40,530 --> 00:36:45,750
Om onbedoelde onreinheid te voorkomen,
vooral tijdens de feestperiodes,

615
00:36:45,750 --> 00:36:48,930
gingen de Joden er dus
op uit om te witkalken.

616
00:36:48,930 --> 00:36:54,090
Ze schilderden witte verf op de buitenkant
van de grotten die toevallig graven waren,

617
00:36:54,090 --> 00:36:56,310
die toevallig lichamen bevatten.

618
00:36:56,310 --> 00:37:02,010
Op die manier zouden reizigers van buiten
de streek die daarlangs kwamen, weten: o,

619
00:37:02,010 --> 00:37:06,570
daar gaan we niet naar binnen, dat is
een graf, daar worden we onrein van.

620
00:37:06,570 --> 00:37:10,050
Dat graf zit vol dode mensenbeenderen.

621
00:37:10,050 --> 00:37:13,050
We zouden verontreinigd
worden als we daarheen gingen.

622
00:37:13,050 --> 00:37:18,150
En Jezus zei tegen de Farizeeën:
jullie zijn als die witgekalkte graven.

623
00:37:18,150 --> 00:37:20,790
Mooi aan de buitenkant, schoon en netjes.

624
00:37:20,790 --> 00:37:24,030
Maar vanbinnen zitten
jullie vol verontreiniging.

625
00:37:24,030 --> 00:37:26,730
Jullie zitten vol dode mensenbeenderen.

626
00:37:26,730 --> 00:37:30,750
Mensen die met jullie in aanraking
komen, worden er alleen maar onrein van,

627
00:37:30,750 --> 00:37:35,370
ook al zien jullie er vanbuiten schoon
uit, alsof jullie wit geverfd zijn.

628
00:37:35,370 --> 00:37:38,490
Het is een laagje vernis. Het is schijn.

629
00:37:38,490 --> 00:37:41,670
Vanbinnen zijn jullie
eigenlijk behoorlijk verdorven,

630
00:37:41,670 --> 00:37:46,350
en net zo verontreinigend voor wie met
jullie in aanraking komt als een graf

631
00:37:46,350 --> 00:37:47,610
dat zou zijn.

632
00:37:47,610 --> 00:37:52,170
En wanneer David nu over de zondaars
zegt dat hun keel een open graf is,

633
00:37:52,170 --> 00:37:56,430
lijkt dat te betekenen dat wat
uit hen komt onreinheid is.

634
00:37:56,430 --> 00:38:02,130
Wat in een graf zit, is onreinheid, en
wat uit de keel komt, zijn de woorden.

635
00:38:02,130 --> 00:38:04,770
Het zijn dus verontreinigende woorden.

636
00:38:04,770 --> 00:38:07,290
Ze verontreinigen andere mensen.

637
00:38:07,290 --> 00:38:13,230
Die uitspraak, hun keel is een open
graf, komt uit Psalm 5, vers 10.

638
00:38:13,230 --> 00:38:18,470
En de volgende regel komt uit een
andere psalm: het gif van adders —

639
00:38:18,470 --> 00:38:24,330
dat is zoiets als een cobra — zit
onder hun lippen. Ze zijn giftig.

640
00:38:24,330 --> 00:38:26,550
Hun woorden zijn giftig.

641
00:38:26,550 --> 00:38:29,910
Dat komt uit Psalm 140, vers 4.

642
00:38:29,910 --> 00:38:34,530
Hij citeert die ene regel
uit Psalm 140, vers 4.

643
00:38:34,530 --> 00:38:37,050
Dan zegt hij hier in vers 14:

644
00:38:37,050 --> 00:38:40,110
Hun mond is vol vervloeking en bitterheid,

645
00:38:40,110 --> 00:38:43,530
Let op hoeveel hiervan
gericht is op wat ze zeggen.

646
00:38:43,530 --> 00:38:46,470
Hij probeert te beschrijven
hoe goddeloos mensen zijn,

647
00:38:46,470 --> 00:38:50,070
en een groot deel van wat hij
bespreekt gaat over hoe ze praten.

648
00:38:50,070 --> 00:38:54,150
Het laat gewoon zien dat het kwaad niet
alleen wordt gedaan door lichamelijk

649
00:38:54,150 --> 00:38:59,130
letsel, het stelen van bezit, of
het seksueel misbruiken van iemand.

650
00:38:59,130 --> 00:39:00,630
Dat is ook kwaad.

651
00:39:00,630 --> 00:39:03,450
Maar Paulus denkt, en de psalmist denkt,

652
00:39:03,450 --> 00:39:06,750
dat de manier waarop mensen
praten hen gemakkelijk

653
00:39:06,750 --> 00:39:10,170
in de meest verdorven
categorie kan plaatsen.

654
00:39:10,170 --> 00:39:13,710
Waarom? Omdat Jezus in Mattheüs 12 zei:

655
00:39:13,710 --> 00:39:18,030
Adderengebroed! Hoe kunt u goede
dingen spreken, terwijl u slecht bent?

656
00:39:18,030 --> 00:39:21,330
Want uit de overvloed van
het hart spreekt de mond.

657
00:39:21,330 --> 00:39:22,590
Jezus zei:

658
00:39:22,590 --> 00:39:27,810
Maar Ik zeg u dat de mensen van elk
nutteloos woord dat zij zullen spreken,

659
00:39:27,810 --> 00:39:31,050
rekenschap moeten geven
op de dag van het oordeel.

660
00:39:31,050 --> 00:39:33,510
Waarom? Omdat Hij zei:

661
00:39:33,510 --> 00:39:37,290
waar het hart vol van is,
daar loopt de mond van over.

662
00:39:37,290 --> 00:39:41,130
Met andere woorden, het
oordeel zal gaan over je hart.

663
00:39:41,130 --> 00:39:45,030
Maar hoe weet iemand in
vredesnaam wat er in je hart zit?

664
00:39:45,030 --> 00:39:47,310
Luister gewoon naar jezelf.

665
00:39:47,310 --> 00:39:53,190
Waar je hart ook vol van is, de overvloed
van je hart, dat is wat je mond spreekt.

666
00:39:53,190 --> 00:39:55,770
Daarom zijn je woorden
een heel goede meetlat

667
00:39:55,770 --> 00:39:58,530
om te beoordelen wat er in je hart zit.

668
00:39:58,530 --> 00:40:02,970
Dus op de oordeelsdag zul je
geoordeeld worden voor je woorden.

669
00:40:02,970 --> 00:40:08,370
Dus we zien dat er in Mattheüs 12 --
eigenlijk een hele bespreking over staat,

670
00:40:08,370 --> 00:40:12,270
van vers 33 tot en met vers 37.

671
00:40:12,270 --> 00:40:14,070
Vers 37 zegt:

672
00:40:14,070 --> 00:40:18,270
Want op grond van uw woorden zult
u rechtvaardig verklaard worden,

673
00:40:18,270 --> 00:40:22,050
en op grond van uw woorden
zult u veroordeeld worden.

674
00:40:22,050 --> 00:40:27,030
Het is verbazingwekkend -- we denken
dat woorden relatief onschadelijk zijn.

675
00:40:27,030 --> 00:40:29,790
Er bestaat een oud rijmpje dat zegt:

676
00:40:29,790 --> 00:40:32,250
stokken en stenen kunnen
mijn botten breken,

677
00:40:32,250 --> 00:40:36,030
maar woorden zullen me nooit kwetsen
-- dat herinner ik me nog van toen ik

678
00:40:36,030 --> 00:40:37,230
een kind was.

679
00:40:37,230 --> 00:40:41,970
Maar woorden kunnen enorm veel
pijn doen, en je kunt in Gods ogen

680
00:40:41,970 --> 00:40:46,110
heel schuldig en verachtelijk worden,
grotendeels door dingen die je

681
00:40:46,110 --> 00:40:47,190
alleen maar zegt.

682
00:40:47,190 --> 00:40:50,970
Als God immers het hele universum
door Zijn woord geschapen heeft,

683
00:40:50,970 --> 00:40:55,770
geeft dat ons enig idee van hoeveel Hij
denkt dat woorden kunnen bewerkstelligen,

684
00:40:55,770 --> 00:40:57,870
ten goede of ten kwade.

685
00:40:57,870 --> 00:40:59,730
De invloed van woorden.

686
00:40:59,730 --> 00:41:04,590
Hoe dan ook, Paulus heeft tot nu toe uit
vier verschillende psalmen geciteerd,

687
00:41:04,590 --> 00:41:05,760
want dat laatste stuk:

688
00:41:05,760 --> 00:41:11,850
Zijn mond is vol vervloeking, bedrog en
list, onder zijn tong is kwaad en onrecht.

689
00:41:11,850 --> 00:41:14,550
komt uit Psalm 10 vers 7.

690
00:41:14,550 --> 00:41:19,770
Dan is er nog iets anders: ze praten
niet alleen slecht, ze doen ook slecht.

691
00:41:19,770 --> 00:41:21,030
Vers 15:

692
00:41:21,030 --> 00:41:23,910
hun voeten zijn snel
om bloed te vergieten.

693
00:41:23,910 --> 00:41:27,810
Vernieling en ellende is op hun
wegen, en de weg van de vrede hebben

694
00:41:27,810 --> 00:41:29,250
zij niet gekend.

695
00:41:29,250 --> 00:41:33,090
Deze drie verzen samen
zijn een citaat uit Jesaja.

696
00:41:33,090 --> 00:41:37,410
Van deze zes citaten van Paulus
komt er maar één uit Jesaja,

697
00:41:37,410 --> 00:41:43,470
en wel uit Jesaja 59 vers 7; de
rest komt allemaal uit de Psalmen.

698
00:41:43,470 --> 00:41:45,870
Ze zijn schuldig aan bloedvergieten.

699
00:41:45,870 --> 00:41:48,930
Het zijn moordenaars. Ze vernietigen.

700
00:41:48,930 --> 00:41:52,350
Ze brengen ellende in het leven
van mensen door hun daden.

701
00:41:52,350 --> 00:41:54,510
Ze kennen de weg van de vrede niet.

702
00:41:54,510 --> 00:41:56,790
Ze zijn niet verzoeningsgezind.

703
00:41:56,790 --> 00:42:00,810
Ze weten niet hoe ze in vrede
met andere mensen kunnen leven.

704
00:42:00,810 --> 00:42:05,430
Weet je nog wat Jezus tegen Jeruzalem
zei over precies dat onderwerp?

705
00:42:05,430 --> 00:42:09,030
In Lukas 19 weende Hij over Jeruzalem.

706
00:42:09,030 --> 00:42:12,630
In Lukas 19 vers 41 zegt Hij:

707
00:42:12,630 --> 00:42:17,430
En toen Hij dichtbij kwam en de
stad zag, weende Hij over haar.

708
00:42:17,430 --> 00:42:24,271
Hij zei: Och, dat u ook nog op deze uw dag
zou onderkennen wat tot uw vrede dient !

709
00:42:24,271 --> 00:42:27,390
Nu echter is het verborgen voor uw ogen.

710
00:42:27,390 --> 00:42:30,090
Ze weten niet wat hun vrede zou brengen.

711
00:42:30,090 --> 00:42:32,010
Ze kennen de weg van de vrede niet.

712
00:42:32,010 --> 00:42:35,970
De Joden hadden vrede kunnen hebben
als ze Gods wegen waren gegaan.

713
00:42:35,970 --> 00:42:40,710
Ze brengen onheil over zichzelf
door tegen God in opstand te komen.

714
00:42:40,710 --> 00:42:42,930
Dat lijken ze niet te beseffen.

715
00:42:42,930 --> 00:42:47,730
De weg van de vrede zou de weg
van gehoorzaamheid aan God zijn.

716
00:42:47,730 --> 00:42:49,470
Die weg kennen ze niet.

717
00:42:49,470 --> 00:42:53,190
Ze kennen de dingen niet die tot
hun vrede hadden kunnen leiden.

718
00:42:53,190 --> 00:42:58,710
Maar nu zijn die voor hun ogen verborgen
en is de vrede van hen weggenomen.

719
00:42:58,710 --> 00:43:05,490
Maar Jesaja zei in Jesaja 59 vers 7 en 8
dat ze de weg van de vrede niet kennen en

720
00:43:05,490 --> 00:43:08,610
daarom van vrede beroofd zullen worden.

721
00:43:08,610 --> 00:43:14,490
En dan tot slot citeert hij in
vers 18 uit Psalm 36 vers 1:

722
00:43:14,490 --> 00:43:18,510
De overtreding van de goddeloze
spreekt binnen in mijn hart:

723
00:43:18,510 --> 00:43:21,510
ontzag voor God staat hem niet voor ogen.

724
00:43:21,510 --> 00:43:25,950
Als iemand God niet vreest,
betekent dat dat hij oneerbiedig is

725
00:43:25,950 --> 00:43:28,590
-- hij heeft geen enkel ontzag voor God.

726
00:43:28,590 --> 00:43:30,510
Dat maakt hem roekeloos.

727
00:43:30,510 --> 00:43:33,330
Het Oude Testament zegt in Spreuken:

728
00:43:33,330 --> 00:43:37,230
Door goedertierenheid en trouw
wordt een misdaad verzoend,

729
00:43:37,230 --> 00:43:41,550
en door de vreze des HEEREN
keert men zich af van het kwade.

730
00:43:41,550 --> 00:43:44,550
Sterker nog, in Spreuken 8 staat:

731
00:43:44,550 --> 00:43:49,110
De vreze des HEEREN is het
kwade te haten; hoogmoed,

732
00:43:49,110 --> 00:43:54,390
trots en de verkeerde weg en een mond
vol verderfelijke dingen haat Ik.

733
00:43:54,390 --> 00:44:00,450
Als je de HEERE vreest, zul je het kwaad
haten en zul je je van het kwaad afkeren.

734
00:44:00,450 --> 00:44:05,190
Als je God niet vreest, heb je niet genoeg
verstand om het kwaad te haten en ervan

735
00:44:05,190 --> 00:44:09,750
weg te blijven, en dan ben je
roekeloos -- moreel roekeloos

736
00:44:09,750 --> 00:44:13,830
-- omdat je niet het verstand hebt
om bang te zijn voor Gods oordeel.

737
00:44:13,830 --> 00:44:19,290
En mensen die geen vrees voor God voor
ogen hebben, zijn absoluut dwazen, want:

738
00:44:19,290 --> 00:44:23,790
Het beginsel van wijsheid is de
vreze des HEEREN en de kennis van de

739
00:44:23,790 --> 00:44:25,770
heiligen is inzicht.

740
00:44:25,770 --> 00:44:29,610
Dit zijn dus mensen die hun
morele kompas kwijt zijn geraakt

741
00:44:29,610 --> 00:44:32,850
omdat ze vergeten zijn God te vrezen.

742
00:44:32,850 --> 00:44:36,870
Er is geen vrees voor God
meer in hen over, en ze zijn

743
00:44:36,870 --> 00:44:39,870
moreel roekeloos, oneerbiedig.

744
00:44:39,870 --> 00:44:42,930
Dit is dus een behoorlijk
slechte beschrijving.

745
00:44:42,930 --> 00:44:45,090
Maar waarom geeft Paulus die?

746
00:44:45,090 --> 00:44:48,450
En zoals ik al zei, is het
calvinistische concept dat

747
00:44:48,450 --> 00:44:53,670
Paulus probeert aan te tonen dat iedereen
een zondaar is en dat iedereen zo

748
00:44:53,670 --> 00:44:59,910
totaal verdorven is dat dit ieder van hen
beschrijft, tenzij ze wedergeboren zijn.

749
00:44:59,910 --> 00:45:05,670
Alleen wedergeboorte kan mensen zo
veranderen dat ze niet meer zo zijn.

750
00:45:05,670 --> 00:45:10,530
God brengt die wedergeboorte eenzijdig
tot stand bij de uitverkorenen:

751
00:45:10,530 --> 00:45:15,150
Hij zorgt dat ze opnieuw geboren
worden, zodat ze gaan geloven,

752
00:45:15,150 --> 00:45:17,190
zich bekeren en veranderen.

753
00:45:17,190 --> 00:45:21,090
Aan de andere kant heb ik wel eens
onwedergeboren mensen ontmoet die niet

754
00:45:21,090 --> 00:45:23,550
helemaal bij deze beschrijving passen.

755
00:45:23,550 --> 00:45:26,670
Ik denk dat jij dat waarschijnlijk
ook wel eens hebt meegemaakt.

756
00:45:26,670 --> 00:45:30,750
Ik vraag me bijvoorbeeld af of
Gandhi, van wie ik geloof dat hij niet

757
00:45:30,750 --> 00:45:35,250
wedergeboren was, bij deze beschrijving
zou passen. Ik denk het niet.

758
00:45:35,250 --> 00:45:40,770
Ik zie hem niet doden en verwoesten en
ellende veroorzaken, God niet vrezen,

759
00:45:40,770 --> 00:45:44,790
en grove, giftige taal
spreken, venijnige taal.

760
00:45:44,790 --> 00:45:50,310
Ik noem hem alleen omdat hij beroemd
is, en een beroemde niet-christen.

761
00:45:50,310 --> 00:45:54,030
Ik zeg niet dat het vanbinnen goed
met hem zat -- dat laat ik aan God

762
00:45:54,030 --> 00:45:55,890
over om te beoordelen.

763
00:45:55,890 --> 00:46:00,150
Ik probeer Gandhi niet vrij te
pleiten als christen of zoiets.

764
00:46:00,150 --> 00:46:04,170
Ik zeg alleen dat er mensen
zijn die geen christen zijn

765
00:46:04,170 --> 00:46:06,690
en die niet bij zo'n beschrijving passen.

766
00:46:06,690 --> 00:46:08,370
Er moeten er veel zijn.

767
00:46:08,370 --> 00:46:13,530
Niet allemaal bekend, maar je buurman
hiernaast zou er een van kunnen zijn.

768
00:46:13,530 --> 00:46:17,490
Zij doen deze dingen niet, maar
zij kennen de Heere ook niet.

769
00:46:17,490 --> 00:46:22,230
De Schrift leert dit niet per se, en het
is ook niet de bedoeling om dat te leren

770
00:46:22,230 --> 00:46:25,470
-- maar dit is het punt --
de calvinisten houden vol

771
00:46:25,470 --> 00:46:29,490
dat dit alleen beschrijvingen
zijn van de onwedergeborenen.

772
00:46:29,490 --> 00:46:34,590
Wel, waar heeft Paulus het hier
over wedergeboren of onwedergeboren?

773
00:46:34,590 --> 00:46:39,030
Hij probeert hier geen calvinistische leer
te onderwijzen die zegt dat je zo bent

774
00:46:39,030 --> 00:46:44,250
tenzij je wedergeboren bent, en dat
alle onwedergeboren mensen zo zijn.

775
00:46:44,250 --> 00:46:48,270
Nergens in wat hij zegt geeft hij ook
maar een aanwijzing dat hij het heeft

776
00:46:48,270 --> 00:46:52,890
over een onderscheid tussen wedergeboren
mensen en onwedergeboren mensen.

777
00:46:52,890 --> 00:46:55,770
En inderdaad, als je kijkt naar Psalm 14,

778
00:46:55,770 --> 00:47:00,050
de eerste psalm die hij aanhaalt -- en
hetzelfde geldt voor de andere in de lijst

779
00:47:00,050 --> 00:47:02,430
-- daar staat aan het begin:

780
00:47:02,430 --> 00:47:06,270
De dwaas zegt in zijn
hart: Er is geen God.

781
00:47:06,270 --> 00:47:11,010
Wel, niet iedere onwedergeboren
mens zegt dat er geen God is.

782
00:47:11,010 --> 00:47:13,410
Sommigen wel, niet allemaal.

783
00:47:13,410 --> 00:47:16,950
Niet iedereen die geen
christen is, is een atheïst.

784
00:47:16,950 --> 00:47:18,600
Hij zegt dat zij -- wie?

785
00:47:18,600 --> 00:47:23,670
-- de dwaas die zegt dat
er geen God is, de atheïst:

786
00:47:23,670 --> 00:47:29,550
Ze zijn verdorven, ze hebben afschuwelijke
dingen gedaan, er is niemand die goeddoet.

787
00:47:29,550 --> 00:47:33,750
Blijkbaar onder de atheïsten,
onder degenen die dwazen zijn,

788
00:47:33,750 --> 00:47:36,030
die zeggen dat er geen God is.

789
00:47:36,030 --> 00:47:38,070
Hij beschrijft niet ieder mens.

790
00:47:38,070 --> 00:47:41,610
Hij beschrijft bepaalde mensen. Hij zegt:

791
00:47:41,610 --> 00:47:45,630
De HEERE kijkt uit de hemel
neer op de mensenkinderen

792
00:47:45,630 --> 00:47:50,670
om te zien of er iemand is die
verstandig is en God zoekt.

793
00:47:50,670 --> 00:47:56,010
En dit is waar het idee vandaan
komt dat er niemand is die God zoekt

794
00:47:56,010 --> 00:47:58,950
-- hoewel die exacte zin hier niet staat.

795
00:47:58,950 --> 00:48:00,930
Paulus citeert het als:

796
00:48:00,930 --> 00:48:06,150
er is niemand die verstandig
is, er is niemand die God zoekt.

797
00:48:06,150 --> 00:48:10,290
En dat klinkt inderdaad
veelomvattend en universeel.

798
00:48:10,290 --> 00:48:14,850
Maar we moeten toegeven dat
dit in feite hyperbool is,

799
00:48:14,850 --> 00:48:17,670
zoals in poëzie vaak voorkomt.

800
00:48:17,670 --> 00:48:19,830
Dit is immers poëzie.

801
00:48:19,830 --> 00:48:25,530
En het is overduidelijk dat David niet
geloofde dat er niemand is die God zoekt,

802
00:48:25,530 --> 00:48:29,670
aangezien hij zichzelf in veel van
zijn psalmen beschrijft als iemand

803
00:48:29,670 --> 00:48:31,110
die God zoekt.

804
00:48:31,110 --> 00:48:33,990
En hij was zeker niet
de enige die hij kende.

805
00:48:33,990 --> 00:48:36,450
Misschien kende hij er maar heel weinig.

806
00:48:36,450 --> 00:48:38,490
Weet je, als je maar één of twee

807
00:48:38,490 --> 00:48:41,910
christenen kent die in jouw
stad opkomen voor gerechtigheid,

808
00:48:41,910 --> 00:48:45,810
zou je kunnen zeggen dat niemand
meer opkomt voor gerechtigheid.

809
00:48:45,810 --> 00:48:49,230
Er is niemand meer die opkomt voor God.

810
00:48:49,230 --> 00:48:53,670
En je weet best dat er wel een paar
zijn, maar je gebruikt hyperbool.

811
00:48:53,670 --> 00:48:56,550
Je geeft uiting aan de frustratie van:

812
00:48:56,550 --> 00:48:59,910
waar zijn al die rechtvaardige
mensen toch gebleven?

813
00:48:59,910 --> 00:49:01,530
Er is daar niemand meer.

814
00:49:01,530 --> 00:49:03,330
Ze zijn allemaal weg.

815
00:49:03,330 --> 00:49:09,210
En zo praat iedereen wanneer hij
emotioneel is, en David is emotioneel.

816
00:49:09,210 --> 00:49:11,790
Hij doet geen theologische uitspraak.

817
00:49:11,790 --> 00:49:16,950
Hij roept uit van frustratie over hoe
ver de mensen om hem heen over het

818
00:49:16,950 --> 00:49:20,430
algemeen van God
verwijderd lijken te zijn:

819
00:49:20,430 --> 00:49:22,590
Niemand zoekt God meer.

820
00:49:22,590 --> 00:49:26,730
Zij allen zijn afgedwaald,
zij zijn allemaal verdorven.

821
00:49:26,730 --> 00:49:30,390
Er is niemand die
goeddoet, zelfs niet één.

822
00:49:30,390 --> 00:49:34,770
Nogmaals, als hij dit letterlijk
bedoelt, zouden we moeten zeggen dat dat

823
00:49:34,770 --> 00:49:37,230
absoluut universeel is.

824
00:49:37,230 --> 00:49:39,090
David is een dichter.

825
00:49:39,090 --> 00:49:42,810
Hij spreekt niet per se
letterlijk. En hoe weten we dat?

826
00:49:42,810 --> 00:49:46,230
Hoe weet ik dat hij dit niet
in absolute zin bedoelt?

827
00:49:46,230 --> 00:49:50,250
Wel, kijk eens naar
vers 5, dezelfde psalm:

828
00:49:50,250 --> 00:49:55,530
Daar zijn zij in grote schrik, want God
is bij het geslacht van de rechtvaardige.

829
00:49:55,530 --> 00:49:57,210
Met wie is God daar?

830
00:49:57,210 --> 00:49:59,190
Met het geslacht van de rechtvaardigen.

831
00:49:59,190 --> 00:50:03,210
Oh, zijn er dus toch ook een
paar van hen in de buurt?

832
00:50:03,210 --> 00:50:05,970
Ik dacht dat je zei dat er
niemand was die goeddeed,

833
00:50:05,970 --> 00:50:09,150
maar er is dus ook een
geslacht van de rechtvaardigen.

834
00:50:09,150 --> 00:50:13,230
David zegt niet in absolute zin
dat er geen goede mensen zijn.

835
00:50:13,230 --> 00:50:15,690
Hij kent er een paar die dat wel zijn.

836
00:50:15,690 --> 00:50:17,130
Hij is er zelf een van.

837
00:50:17,130 --> 00:50:22,050
Maar kijk, hier zouden de
calvinisten zeggen: nou, zie je wel,

838
00:50:22,050 --> 00:50:26,130
het geslacht van de rechtvaardigen,
dat zijn de uitverkorenen.

839
00:50:26,130 --> 00:50:30,090
Dat zijn degenen die God
wedergeboren heeft doen worden.

840
00:50:30,090 --> 00:50:32,310
Daarom kunnen zij rechtvaardig zijn.

841
00:50:32,310 --> 00:50:36,990
Maar de rest gaat over de
niet-uitverkorenen. Wel, misschien.

842
00:50:36,990 --> 00:50:39,510
Laten we dat maar eens aangetoond zien.

843
00:50:39,510 --> 00:50:43,410
Waar noemt David uitverkorenen
of niet-uitverkorenen?

844
00:50:43,410 --> 00:50:45,990
Waar heeft hij het over wedergeboorte?

845
00:50:45,990 --> 00:50:50,310
Nee, hij heeft het gewoon over
mensen, de kinderen der mensen.

846
00:50:50,310 --> 00:50:52,350
Zij zijn allemaal afgedwaald.

847
00:50:52,350 --> 00:50:57,270
Natuurlijk, met uitzondering van een
paar, het geslacht van de rechtvaardigen.

848
00:50:57,270 --> 00:51:01,230
David onderwijst geen leer van
universele algehele verdorvenheid,

849
00:51:01,230 --> 00:51:03,990
en Paulus ook niet
wanneer hij hem citeert.

850
00:51:03,990 --> 00:51:08,550
Paulus weet heel goed, en zijn
lezers ook, dat hij poëzie citeert.

851
00:51:08,550 --> 00:51:10,350
Hij citeert psalmen.

852
00:51:10,350 --> 00:51:12,210
Hij citeert Jesaja.

853
00:51:12,210 --> 00:51:16,530
Die zijn allemaal geschreven in poëzie,
en ze gebruiken allemaal bloemrijke,

854
00:51:16,530 --> 00:51:18,990
gefrustreerde, boze hyperbool.

855
00:51:18,990 --> 00:51:22,650
Dat deden de profeten, en dat
deden de dichters van Israël,

856
00:51:22,650 --> 00:51:25,410
en zo wil Paulus dat
het ook begrepen wordt.

857
00:51:25,410 --> 00:51:29,790
Hij probeert geen leer te verdedigen
waar hij het helemaal niet over heeft.

858
00:51:29,790 --> 00:51:32,490
Hij heeft het hier niet
over de hele wereld.

859
00:51:32,490 --> 00:51:34,650
Over wie heeft hij het dan wel?

860
00:51:34,650 --> 00:51:36,390
Hij heeft het over Israël.

861
00:51:36,390 --> 00:51:40,650
De hele lijst met citaten volgt
op vers 9, dat ze inleidt.

862
00:51:40,650 --> 00:51:43,530
Zijn wij Joden dan beter dan die heidenen?

863
00:51:43,530 --> 00:51:49,050
Nee — laat me een aantal Schriftplaatsen
aanhalen die bewijzen dat wij Joden niet

864
00:51:49,050 --> 00:51:50,970
beter zijn dan de heidenen.

865
00:51:50,970 --> 00:51:55,710
Met andere woorden, deze
Schriftplaatsen gaan over Joden.

866
00:51:55,710 --> 00:52:00,390
Ze hadden net zo goed over heidenen
kunnen gaan, maar dat is niet het geval.

867
00:52:00,390 --> 00:52:02,790
David had het niet over de heidenen.

868
00:52:02,790 --> 00:52:05,610
Jesaja had het niet over de heidenen.

869
00:52:05,610 --> 00:52:08,790
Zij hadden het over de
afval van Israël, over het

870
00:52:08,790 --> 00:52:13,110
falen van Israël om te doen wat
ze wisten dat ze moesten doen.

871
00:52:13,110 --> 00:52:15,750
Deze verzen gaan over Israël.

872
00:52:15,750 --> 00:52:18,870
Ze gaan niet over
universele verdorvenheid.

873
00:52:18,870 --> 00:52:21,930
En ik ontken die universele
verdorvenheid niet,

874
00:52:21,930 --> 00:52:26,010
ik zeg alleen dat Paulus hier niet
van plan is daarover te spreken.

875
00:52:26,010 --> 00:52:30,810
En daarom kunnen we deze verzen niet
gebruiken om te beweren dat hij dat dacht

876
00:52:30,810 --> 00:52:33,630
en dat dit is wat hij probeerde te zeggen.

877
00:52:33,630 --> 00:52:37,170
En dat weten we, omdat
hij in vers 19 zegt:

878
00:52:37,170 --> 00:52:39,930
Wij weten nu dat alles wat de wet zegt,

879
00:52:39,930 --> 00:52:42,990
zij dat spreekt tot hen
die onder de wet zijn,

880
00:52:42,990 --> 00:52:47,970
opdat elke mond gestopt wordt en de
hele wereld doemwaardig wordt voor God.

881
00:52:47,970 --> 00:52:50,610
— dat wil zeggen, tot de Joden.

882
00:52:50,610 --> 00:52:54,630
Wanneer hij zegt 'wat de wet ook
zegt', bedoelt hij de Schriften,

883
00:52:54,630 --> 00:52:58,830
de oudtestamentische Schriftplaatsen
die hij net heeft aangehaald.

884
00:52:58,830 --> 00:53:03,210
Hij verwijst naar deze verzen die hij
zojuist heeft opgesomd en die vertellen

885
00:53:03,210 --> 00:53:05,610
hoe slecht bepaalde mensen zijn.

886
00:53:05,610 --> 00:53:08,190
Hij zegt: weet je wie dat zijn?

887
00:53:08,190 --> 00:53:11,010
Het zijn de mensen die onder de wet zijn.

888
00:53:11,010 --> 00:53:14,490
Hij zegt dat de Schriften
aan de Joden zijn gegeven.

889
00:53:14,490 --> 00:53:18,750
Wat de wet zegt, gaat over
hen die onder de wet zijn.

890
00:53:18,750 --> 00:53:22,830
Paulus wijst er dus op dat dit de
schriftuurlijke beoordeling is van

891
00:53:22,830 --> 00:53:26,010
Israël op vele momenten
in zijn geschiedenis.

892
00:53:26,010 --> 00:53:29,370
Het hoeft zeker niet op elke
Jood van toepassing te zijn,

893
00:53:29,370 --> 00:53:31,470
want dat was ook niet zo.

894
00:53:31,470 --> 00:53:35,310
Het hoeft niet op de Joden van
toepassing te zijn op elk moment.

895
00:53:35,310 --> 00:53:39,030
Het gaat er niet om of
iedereen verdorven is.

896
00:53:39,030 --> 00:53:44,790
De vraag is: zijn de Joden als groep
minder verdorven dan de heidenen?

897
00:53:44,790 --> 00:53:49,170
En deze Schriftplaatsen gaan, zo
blijkt, over Joodse mensen die

898
00:53:49,170 --> 00:53:51,090
net zo verdorven zijn.

899
00:53:51,090 --> 00:53:56,430
Deze Schriftplaatsen gaan over degenen
die onder de wet zijn, de Joden.

900
00:53:56,430 --> 00:54:00,990
En ze zijn gegeven om te bewijzen
wat hij in vers 9 vraagt.

901
00:54:00,990 --> 00:54:03,150
Zijn Joden beter dan anderen?

902
00:54:03,150 --> 00:54:07,950
Blijkbaar niet — en dat is precies
wat Paulus de hele tijd al zegt.

903
00:54:07,950 --> 00:54:09,810
Dus vers 19:

904
00:54:09,810 --> 00:54:15,690
nu weten we dat wat de wet ook zegt, ze
dat zegt tegen hen die onder de wet zijn,

905
00:54:15,690 --> 00:54:18,030
zodat iedere mond gesnoerd wordt.

906
00:54:18,030 --> 00:54:23,070
Dat slaat op de opscheppende Joden die
denken dat ze beter zijn dan de heidenen.

907
00:54:23,070 --> 00:54:27,570
En de hele wereld — de hele
wereld, inclusief de Joden,

908
00:54:27,570 --> 00:54:31,290
die zichzelf buiten die
vergelijking hadden geplaatst — nee,

909
00:54:31,290 --> 00:54:33,090
zij horen er ook bij.

910
00:54:33,090 --> 00:54:35,610
Zij maken deel uit van die wereld.

911
00:54:35,610 --> 00:54:40,470
Daarom zal uit werken van de wet geen
vlees voor Hem gerechtvaardigd worden.

912
00:54:40,470 --> 00:54:43,230
Door de wet is immers kennis van zonde.

913
00:54:43,230 --> 00:54:44,610
Twee dingen hier.

914
00:54:44,610 --> 00:54:49,110
Verder dan dit gaan we nu niet,
want vers 21, het volgende vers,

915
00:54:49,110 --> 00:54:53,790
slaat een nieuwe weg in en introduceert
de rechtvaardiging door geloof.

916
00:54:53,790 --> 00:54:55,170
Daar gaan we nu niet op in.

917
00:54:55,170 --> 00:55:00,330
Maar we komen erop terug, want het loopt
eigenlijk door tot en met hoofdstuk 4.

918
00:55:00,330 --> 00:55:03,990
Hier heeft hij het hoogtepunt
van zijn hoofdargument bereikt.

919
00:55:03,990 --> 00:55:07,470
In hoofdstuk 4 zal er
meer over te zeggen zijn.

920
00:55:07,470 --> 00:55:10,650
Maar hier heeft hij zijn betoog afgerond.

921
00:55:10,650 --> 00:55:14,970
Wat is dat punt? Uiteraard wat
we de hele tijd al hebben gezegd.

922
00:55:14,970 --> 00:55:18,030
Als je een Jood bent,
als je besneden bent,

923
00:55:18,030 --> 00:55:23,130
heb je geleerd te geloven dat je
juist daarom, en om geen andere reden,

924
00:55:23,130 --> 00:55:26,310
beter bent dan elke heiden
die niet besneden is.

925
00:55:26,310 --> 00:55:28,170
Dat is gewoonweg niet zo.

926
00:55:28,170 --> 00:55:31,410
En ik heb nu zes gedeelten
uit de Schrift uiteengezet.

927
00:55:31,410 --> 00:55:35,070
Er zouden gemakkelijk meer van dit
soort teksten aan toe te voegen zijn,

928
00:55:35,070 --> 00:55:38,430
en ze laten zien dat je
als volk niet beter bent,

929
00:55:38,430 --> 00:55:43,950
omdat deze Schriftplaatsen mensen van jouw
volk beschrijven die niet beter waren.

930
00:55:43,950 --> 00:55:48,690
Nu kun je wel beter zijn, maar dat zal
niet zijn op grond van het Joods-zijn.

931
00:55:48,690 --> 00:55:53,790
Je kunt beter zijn, maar je zult niet
beter zijn op grond van besneden zijn.

932
00:55:53,790 --> 00:55:57,630
Het zal moeten berusten op
de grond dat je beter bent.

933
00:55:57,630 --> 00:56:00,510
Je zult beter zijn als je beter bent.

934
00:56:00,510 --> 00:56:05,370
Maar als je niet beter bent, dan
telt het Jood-zijn, het heiden-zijn,

935
00:56:05,370 --> 00:56:06,870
helemaal niet mee.

936
00:56:06,870 --> 00:56:08,970
Dan nu de werken van de wet.

937
00:56:08,970 --> 00:56:13,590
Paulus lijkt zich soms negatief uit
te laten over de werken, of de daden,

938
00:56:13,590 --> 00:56:14,850
van de wet.

939
00:56:14,850 --> 00:56:17,010
En toch verrast hij bij andere

940
00:56:17,010 --> 00:56:20,850
gelegenheden door heel positief
over de wet te spreken.

941
00:56:20,850 --> 00:56:23,850
In hoofdstuk 7 van Romeinen zegt hij:

942
00:56:23,850 --> 00:56:29,910
Zo is dan de wet heilig, en het gebod
is heilig en rechtvaardig en goed.

943
00:56:29,910 --> 00:56:32,850
Hij heeft het daar over
de oudtestamentische wet.

944
00:56:32,850 --> 00:56:34,230
Het is een goede wet.

945
00:56:34,230 --> 00:56:35,850
Het is geen slechte wet.

946
00:56:35,850 --> 00:56:41,130
Werken van de wet, daden van de wet —
die zijn nooit iets slechts geweest.

947
00:56:41,130 --> 00:56:44,010
Christelijke Joden hadden
naar de wet moeten leven.

948
00:56:44,010 --> 00:56:46,470
Het probleem is dat ze dat niet deden.

949
00:56:46,470 --> 00:56:50,610
Maar niemand is ooit gerechtvaardigd
geweest in Gods ogen door de werken van de

950
00:56:50,610 --> 00:56:55,410
wet, vooral niet door die werken die de
Joden onderscheidden van de heidenen,

951
00:56:55,410 --> 00:56:57,450
namelijk hun rituelen.

952
00:56:57,450 --> 00:57:01,590
Weet je nog dat ik zei dat de morele
wet die in de Wet van Mozes staat,

953
00:57:01,590 --> 00:57:05,310
veel parallellen heeft in de
wetten van de heidense volken?

954
00:57:05,310 --> 00:57:09,570
Je hoeft niet ver te zoeken om heidense
naties te vinden die zeiden dat

955
00:57:09,570 --> 00:57:14,730
moord verkeerd was, dat overspel
verkeerd was, dat stelen verkeerd was,

956
00:57:14,730 --> 00:57:18,690
en die strafrechtelijke wetten
hadden die dat soort dingen verboden.

957
00:57:18,690 --> 00:57:23,970
De morele aspecten van de wet zijn nooit
het kenmerkende van het jodendom geweest.

958
00:57:23,970 --> 00:57:26,910
Zeker, ze maken er deel van uit.

959
00:57:26,910 --> 00:57:29,190
Zeker, God eiste dat.

960
00:57:29,190 --> 00:57:32,970
Hij eist dat van iedereen,
dat men zich goed gedraagt.

961
00:57:32,970 --> 00:57:38,010
Maar wat kenmerkend was, wat de Joden
anders maakte, waren niet die wetten,

962
00:57:38,010 --> 00:57:39,990
maar de wetten over de feesten,

963
00:57:39,990 --> 00:57:45,510
de besnijdenis en het onderscheid
tussen reine en onreine spijzen.

964
00:57:45,510 --> 00:57:48,630
Dat zijn dingen die helemaal
niet moreel van aard zijn,

965
00:57:48,630 --> 00:57:53,310
maar rituelen die hen onderscheidden
— die de heidenen niet volgen.

966
00:57:53,310 --> 00:57:54,990
Deze Joden wel.

967
00:57:54,990 --> 00:57:58,650
En wanneer Paulus afwijzend
spreekt over de werken van de wet,

968
00:57:58,650 --> 00:58:03,150
geloof ik dat hij altijd doelt op
de rituele werken van de Joodse wet,

969
00:58:03,150 --> 00:58:06,870
waardoor de Joden dachten dat
ze beter waren dan anderen.

970
00:58:06,870 --> 00:58:11,610
Het is duidelijk dat ze niet aan de morele
wetten zelf dachten toen ze zeiden dat ze

971
00:58:11,610 --> 00:58:13,950
beter waren, want Paulus vroeg hun:

972
00:58:13,950 --> 00:58:18,150
U dan die een ander onderwijst,
onderwijst u uzelf niet?

973
00:58:18,150 --> 00:58:22,470
U die predikt dat men niet
stelen mag, steelt u zelf ?

974
00:58:22,470 --> 00:58:27,930
U die zegt dat men geen overspel
mag plegen, pleegt u zelf overspel?

975
00:58:27,930 --> 00:58:32,730
U die de afgoden verfoeit,
pleegt u zelf tempelroof?

976
00:58:32,730 --> 00:58:34,590
Dat zijn morele wetten.

977
00:58:34,590 --> 00:58:39,210
En zowaar, je weet heel goed dat
er Joden zijn die deze dingen doen.

978
00:58:39,210 --> 00:58:43,950
Maar jij denkt dat zij het toch goed
doen, in elk geval beter dan de heidenen,

979
00:58:43,950 --> 00:58:45,810
omdat ze besneden zijn.

980
00:58:45,810 --> 00:58:50,490
Wat jou onderscheidde, was duidelijk
niet het onderhouden van de morele wet.

981
00:58:50,490 --> 00:58:53,790
Het was het onderhouden
van de ceremoniële wet.

982
00:58:53,790 --> 00:58:57,990
En die wetten maken je niet tot
een beter mens in Gods ogen,

983
00:58:57,990 --> 00:59:03,030
of tot iemand met een betere status
dan wie dan ook in Gods ogen.

984
00:59:03,030 --> 00:59:06,390
Dit komt trouwens ook heel
sterk naar voren in Galaten.

985
00:59:06,390 --> 00:59:10,350
Wanneer Paulus over de wet spreekt
en de heiden-christenen ervan

986
00:59:10,350 --> 00:59:14,730
probeert te weerhouden zich onder de
wet te stellen, heeft hij het vooral,

987
00:59:14,730 --> 00:59:18,690
natuurlijk, bijna helemaal
over de besnijdenis.

988
00:59:18,690 --> 00:59:23,790
Galaten is één lange uitval tegen
het besnijden van heiden-christenen.

989
00:59:23,790 --> 00:59:27,810
Maar het gaat niet alleen om de
besnijdenis, want als je besneden bent,

990
00:59:27,810 --> 00:59:29,670
sta je onder de hele wet.

991
00:59:29,670 --> 00:59:34,410
Nu had Paulus geen bezwaar tegen die
wetten die zeiden dat je niet mocht doden

992
00:59:34,410 --> 00:59:36,630
of overspel mocht plegen.

993
00:59:36,630 --> 00:59:40,890
Paulus hield zelf diezelfde
maatstaven aan in zijn onderwijs.

994
00:59:40,890 --> 00:59:42,990
En dat deed Jezus ook.

995
00:59:42,990 --> 00:59:47,730
Die morele wet was niet de wet waar
God bezwaar tegen had voor de Galaten.

996
00:59:47,730 --> 00:59:51,630
Hij wilde niet dat ze zich onder
die wetten stelden die hen als Joden

997
00:59:51,630 --> 00:59:54,210
onderscheidden in plaats
van als christenen.

998
00:59:54,210 --> 00:59:58,050
Dat waren de rituelen die
bepaalden wat een Jood was.

999
00:59:58,050 --> 01:00:01,230
Dus wanneer je Galaten
leest, net als Romeinen,

1000
01:00:01,230 --> 01:00:05,130
dan legt hij niet altijd precies uit
welke wetten hij op het oog heeft,

1001
01:00:05,130 --> 01:00:09,570
maar hij geeft er wel volop bewijs
voor door ernaar te verwijzen.

1002
01:00:09,570 --> 01:00:12,810
Er wordt in Romeinen 2 en in Romeinen 4

1003
01:00:12,810 --> 01:00:17,610
volop verwezen naar de besnijdenis als
iets waar God Zich niet aan stoort,

1004
01:00:17,610 --> 01:00:19,290
zoals we nog zullen zien.

1005
01:00:19,290 --> 01:00:23,850
En in Galaten wordt de besnijdenis
voortdurend met name genoemd.

1006
01:00:23,850 --> 01:00:27,210
Dit is iets wat we moeten
leren begrijpen en waarderen

1007
01:00:27,210 --> 01:00:31,410
als we het milieu willen begrijpen
waarin de Bijbel geschreven is.

1008
01:00:31,410 --> 01:00:35,430
Gewoon de manier waarop de Joden
over de besnijdenis dachten,

1009
01:00:35,430 --> 01:00:38,610
en wat ze dachten dat
dat over henzelf zei.

1010
01:00:38,610 --> 01:00:40,530
En dit is wat Paulus zegt.

1011
01:00:40,530 --> 01:00:46,170
De werken van de wet — je laten besnijden,
de sabbat houden, de feesten houden,

1012
01:00:46,170 --> 01:00:49,110
koosjer eten — dat zijn werken van de wet.

1013
01:00:49,110 --> 01:00:51,450
Die hebben nog nooit iemand beter gemaakt.

1014
01:00:51,450 --> 01:00:54,510
Die hebben nog nooit
iemand bij God aanbevolen.

1015
01:00:54,510 --> 01:00:59,970
Maar dat een mens een eerlijk leven
leidt, een kuis en zedelijk zuiver leven,

1016
01:00:59,970 --> 01:01:04,230
en goed doet aan zijn naaste —
dat heeft God altijd behaagd.

1017
01:01:04,230 --> 01:01:09,270
Door het hele Oude Testament heen was
God altijd blij met dat soort gedrag.

1018
01:01:09,270 --> 01:01:10,950
Dat is Hij nog steeds.

1019
01:01:10,950 --> 01:01:16,831
Dus wat hij zegt, is dat waar jullie Joden
op rekenen, jullie rituele reinheid is —

1020
01:01:16,831 --> 01:01:20,430
die werken van de wet die jullie
onderscheiden als mensen van de wet,

1021
01:01:20,430 --> 01:01:21,930
van de Thora.

1022
01:01:21,930 --> 01:01:24,210
Die dingen tellen eigenlijk niet mee.

1023
01:01:24,210 --> 01:01:27,930
Niemand zal ooit op die schaal
gemeten gerechtvaardigd worden.

1024
01:01:27,930 --> 01:01:29,670
Dat is niet de schaal die telt.

1025
01:01:29,670 --> 01:01:33,690
En hij zegt dat door de werken van
de wet de kennis van de zonde komt.

1026
01:01:33,690 --> 01:01:35,730
Hij werkt dat hier niet verder uit.

1027
01:01:35,730 --> 01:01:40,110
Dat is iets anders wat hij in
hoofdstuk 7 verder gaat uitwerken.

1028
01:01:40,110 --> 01:01:44,490
Wat hij in wezen zegt, is dat we alleen
weten dat er zonde is omdat iemand die

1029
01:01:44,490 --> 01:01:46,470
voor ons gedefinieerd heeft.

1030
01:01:46,470 --> 01:01:51,330
Als het God is die het gedefinieerd
heeft, weten we wat zonde werkelijk is.

1031
01:01:51,330 --> 01:01:54,570
En de wet bevat Zijn definities van zonde.

1032
01:01:54,570 --> 01:01:58,470
Dus doordat we de wet hebben,
weten we dat we zondaars zijn.

1033
01:01:58,470 --> 01:02:02,010
Dat is het tegenovergestelde
van gerechtvaardigd worden.

1034
01:02:02,010 --> 01:02:05,490
Rechtvaardiging is dat je
rechtvaardig wordt verklaard.

1035
01:02:05,490 --> 01:02:09,870
Maar zodra ik de wet heb, verklaart
die mij niet rechtvaardig.

1036
01:02:09,870 --> 01:02:12,270
Die verklaart dat ik een zondaar ben.

1037
01:02:12,270 --> 01:02:15,450
Het is dus het tegenovergestelde
van rechtvaardiging.

1038
01:02:15,450 --> 01:02:19,230
De wet functioneert niet als
een middel tot rechtvaardiging.

1039
01:02:19,230 --> 01:02:23,550
Ze dient er juist toe om duidelijk te
maken waarvoor ik vergeving nodig heb,

1040
01:02:23,550 --> 01:02:28,410
waarmee ik moet stoppen, wat ik al
fout doe, waarvoor ik veroordeeld ben.

1041
01:02:28,410 --> 01:02:30,030
Daarvoor is de wet er.

1042
01:02:30,030 --> 01:02:33,630
Hij zegt het hier maar terloops,
aan het eind van vers 20.

1043
01:02:33,630 --> 01:02:38,250
Maar dan, in hoofdstuk 7, pakt
hij deze lijn natuurlijk weer op.

1044
01:02:38,250 --> 01:02:41,490
En in Romeinen 7:7 zegt hij dan:

1045
01:02:41,490 --> 01:02:43,170
Wat zullen wij dan zeggen?

1046
01:02:43,170 --> 01:02:46,350
Is de wet zonde? Volstrekt niet!

1047
01:02:46,350 --> 01:02:50,250
Ja, ik zou de zonde niet hebben
leren kennen dan door de wet.

1048
01:02:50,250 --> 01:02:55,050
Ik zou immers ook niet geweten hebben dat
begeerte zonde was , als de wet niet zei:

1049
01:02:55,050 --> 01:02:56,790
U zult niet begeren.

1050
01:02:56,790 --> 01:02:59,430
Dus dat gaat hij verder uitwerken.

1051
01:02:59,430 --> 01:03:02,910
Hij gaat vertellen wat de wet
wel doet en wat ze niet doet.

1052
01:03:02,910 --> 01:03:06,450
De wet gebruiken als middel
om jezelf te rechtvaardigen,

1053
01:03:06,450 --> 01:03:09,570
is haar gewoon niet gebruiken
waarvoor ze bedoeld is.

1054
01:03:09,570 --> 01:03:12,030
Het is zoals Ray Comfort het zegt.

1055
01:03:12,030 --> 01:03:15,030
Hij zegt dat hij gelooft
dat je de Tien Geboden

1056
01:03:15,030 --> 01:03:18,150
aan mensen zou moeten
prediken wanneer je getuigt.

1057
01:03:18,150 --> 01:03:21,150
Ik geloof niet dat dat altijd nodig is.

1058
01:03:21,150 --> 01:03:23,910
Daarin zou ik het soms
niet met hem eens zijn.

1059
01:03:23,910 --> 01:03:27,870
Maar ik ben het met hem eens wanneer hij
zegt dat je niet door de wet behouden

1060
01:03:27,870 --> 01:03:30,990
wordt, maar dat de wet is als een spiegel.

1061
01:03:30,990 --> 01:03:34,110
Ze laat je zien hoe vies je gezicht is.

1062
01:03:34,110 --> 01:03:38,010
Als je gezicht vies is, doet
het je goed om dat te ontdekken.

1063
01:03:38,010 --> 01:03:41,850
Het is net als wanneer er een snotje
uit je neus hangt en je weet het niet,

1064
01:03:41,850 --> 01:03:45,391
of je gulp openstaat,
of iets anders gênants —

1065
01:03:45,391 --> 01:03:48,510
dan zou het fijn zijn om
langs een spiegel te lopen

1066
01:03:48,510 --> 01:03:51,630
en het op te merken voordat
iemand anders het ziet.

1067
01:03:51,630 --> 01:03:55,830
Iets gênants of onflatteus aan
jezelf zien kan nuttig zijn,

1068
01:03:55,830 --> 01:03:58,830
omdat het ertoe kan leiden
dat je het corrigeert.

1069
01:03:58,830 --> 01:04:02,550
Maar als je in de spiegel kijkt
en ziet dat je gezicht vies is,

1070
01:04:02,550 --> 01:04:06,750
dan ben je gek als je de spiegel pakt
en probeert het vuil eraf te schrobben

1071
01:04:06,750 --> 01:04:07,950
met de spiegel.

1072
01:04:07,950 --> 01:04:10,050
Daar is een spiegel niet voor.

1073
01:04:10,050 --> 01:04:13,230
Daarvoor heb je water
en een washandje nodig.

1074
01:04:13,230 --> 01:04:17,190
En de wet is er om je te laten
zien hoe vies je gezicht is.

1075
01:04:17,190 --> 01:04:19,770
Ze is er niet om je schoon te maken.

1076
01:04:19,770 --> 01:04:21,930
Daar is ze gewoon niet voor bedoeld.

1077
01:04:21,930 --> 01:04:25,470
Je wordt niet gerechtvaardigd
door de wet toe te passen.

1078
01:04:25,470 --> 01:04:28,110
Daarvoor moet er een
andere oplossing zijn.

1079
01:04:28,110 --> 01:04:32,250
Maar de wet geeft je de kennis die je
nodig hebt om schoongemaakt te worden.

1080
01:04:32,250 --> 01:04:36,990
Daarom zal uit werken van de wet geen
vlees voor Hem gerechtvaardigd worden.

1081
01:04:36,990 --> 01:04:39,870
Door de wet is immers kennis van zonde.

1082
01:04:39,870 --> 01:04:43,590
En daarom maakt hij een
wending in vers 21, en zegt:

1083
01:04:43,590 --> 01:04:47,310
Maar nu is zonder de wet
gerechtigheid van God geopenbaard,

1084
01:04:47,310 --> 01:04:49,950
waarvan door de Wet en
de Profeten is getuigd:

1085
01:04:49,950 --> 01:04:53,730
En hij gaat verder met spreken
over rechtvaardiging door geloof,

1086
01:04:53,730 --> 01:04:56,370
rechtvaardiging door de genade van God.

1087
01:04:56,370 --> 01:05:01,350
En dat is waar Romeinen 3:21
tot en met 31 over zullen gaan.

1088
01:05:01,350 --> 01:05:05,130
Het zal zonder onderbreking
doorlopen tot in hoofdstuk 4.

1089
01:05:05,130 --> 01:05:07,350
Dat zal moeten wachten
tot we hierop terugkomen.
