1
00:00:02,070 --> 00:00:04,890
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,890 --> 00:00:13,170
Deze keer behandelen we Titus 2 vers 11
tot en met hoofdstuk 3 vers 3, deel 3.

3
00:00:13,170 --> 00:00:16,290
We waren gebleven bij
hoofdstuk 2, vers 10.

4
00:00:16,290 --> 00:00:20,610
In het eerste hoofdstuk vertelde Paulus
Titus dat de gemeente verantwoordelijke

5
00:00:20,610 --> 00:00:23,790
oudsten moest hebben, omdat
er onverantwoordelijke,

6
00:00:23,790 --> 00:00:26,910
luie leugenaars en misleiders waren.

7
00:00:26,910 --> 00:00:31,710
Dat was het voornaamste kenmerk van
de mensen op Kreta, waar Titus diende.

8
00:00:31,710 --> 00:00:35,550
Er moesten dus oudsten worden
gekozen die hen konden weerleggen

9
00:00:35,550 --> 00:00:39,090
en die met hun eigen leven een
beter voorbeeld konden geven dan

10
00:00:39,090 --> 00:00:41,070
de doorsneemensen daar.

11
00:00:41,070 --> 00:00:44,310
Hij somde opnieuw de
vereisten voor een oudste op,

12
00:00:44,310 --> 00:00:48,150
zoals hij ook al in 1 Timotheus
hoofdstuk 3 had gedaan.

13
00:00:48,150 --> 00:00:52,110
In hoofdstuk 2 gaf hij
specifieke instructies voor

14
00:00:52,110 --> 00:00:54,270
vrijwel iedereen in de gemeente.

15
00:00:54,270 --> 00:00:58,290
De enige mensen die geen
vermaning krijgen, zijn kinderen.

16
00:00:58,290 --> 00:01:02,970
Oude vrouwen, oude mannen,
jonge mannen en jonge vrouwen,

17
00:01:02,970 --> 00:01:07,470
en dienaren kregen allemaal
bepaalde vermaningen over hun rol.

18
00:01:07,470 --> 00:01:12,030
Er is eigenlijk niets unieks aan wat
hij tegen ieder van hen te zeggen heeft.

19
00:01:12,030 --> 00:01:17,010
Dat wil zeggen, er staat niets wat we
niet in zijn andere brieven vinden.

20
00:01:17,010 --> 00:01:22,050
Inmiddels hebben we Efeze en Kolossenzen
en de brief aan Timotheus bestudeerd,

21
00:01:22,050 --> 00:01:26,850
waarin we het grootste deel van dit
soort opbouw al eerder zijn tegengekomen.

22
00:01:26,850 --> 00:01:31,230
Hoe komt het dan dat we een hele les
nodig hadden om dit door te nemen?

23
00:01:31,230 --> 00:01:33,330
We zijn nu dus bij vers 11:

24
00:01:33,330 --> 00:01:37,770
Want de zaligmakende genade van
God is verschenen aan alle mensen,

25
00:01:37,770 --> 00:01:41,850
en leert ons de goddeloosheid en de
wereldse begeerten te verloochenen

26
00:01:41,850 --> 00:01:47,250
en in deze tegenwoordige wereld bezonnen,
rechtvaardig en godvruchtig te leven,

27
00:01:47,250 --> 00:01:51,990
terwijl wij verwachten de zalige hoop en
verschijning van de heerlijkheid van de

28
00:01:51,990 --> 00:01:56,250
grote God en onze
Zaligmaker, Jezus Christus.

29
00:01:56,250 --> 00:02:00,570
Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven,
opdat Hij ons zou vrijkopen van alle

30
00:02:00,570 --> 00:02:05,130
wetteloosheid en voor Zichzelf
een eigen volk zou reinigen,

31
00:02:05,130 --> 00:02:07,470
ijverig in goede werken.

32
00:02:07,470 --> 00:02:12,510
Spreek over deze dingen, bemoedig
en wijs met alle gezag terecht.

33
00:02:12,510 --> 00:02:14,310
Laat niemand u verachten.

34
00:02:14,310 --> 00:02:20,430
De laatste zin van dit gedeelte, in vers
15, luidt: ‘Laat niemand u verachten.’

35
00:02:20,430 --> 00:02:24,150
Dat doet ons een beetje denken aan
zijn instructies aan Timotheus.

36
00:02:24,150 --> 00:02:28,110
Omdat Timotheus jong was, dacht
Paulus dat sommigen hem misschien niet

37
00:02:28,110 --> 00:02:30,990
serieus zouden nemen. Hij zei:

38
00:02:30,990 --> 00:02:34,770
Laat niemand u minachten
vanwege uw jeugdige leeftijd,

39
00:02:34,770 --> 00:02:40,950
maar wees een voorbeeld voor de gelovigen
in woord, in wandel, in liefde, in geest,

40
00:02:40,950 --> 00:02:43,650
in geloof en in reinheid.

41
00:02:43,650 --> 00:02:47,190
We weten niet of Titus ook jong
was, maar hij mocht van deze

42
00:02:47,190 --> 00:02:50,850
mensen beslist geen nee
als antwoord accepteren.

43
00:02:50,850 --> 00:02:55,770
Hij moest met gezag spreken, omdat hij
zijn instructies van een apostel kreeg

44
00:02:55,770 --> 00:02:59,970
en in zekere zin als vertegenwoordiger
van een apostel sprak.

45
00:02:59,970 --> 00:03:03,810
Of zelfs als apostel
zelf, mogelijk tijdelijk.

46
00:03:03,810 --> 00:03:07,530
We weten niet of Titus in de
vroege gemeente in het algemeen als

47
00:03:07,530 --> 00:03:08,970
apostel zou zijn beschouwd.

48
00:03:08,970 --> 00:03:12,990
Maar toen hij door Paulus met
specifieke instructies werd uitgezonden,

49
00:03:12,990 --> 00:03:16,650
trad hij bij het uitvoeren van die
instructies natuurlijk op alsof hij Paulus

50
00:03:16,650 --> 00:03:20,190
was, en dus met dat apostolische gezag.

51
00:03:20,190 --> 00:03:24,270
Niemand had enig recht om zijn
voorschriften naast zich neer te leggen.

52
00:03:24,270 --> 00:03:27,330
Nu zegt hij in vers 11
dat de genade van God

53
00:03:27,330 --> 00:03:30,330
die behoud brengt aan
alle mensen is verschenen.

54
00:03:30,330 --> 00:03:34,230
In welke vorm de genade van God
precies is verschenen, zegt hij niet,

55
00:03:34,230 --> 00:03:38,850
hoewel hij waarschijnlijk doelt op de
verschijning van Christus toen Jezus kwam.

56
00:03:38,850 --> 00:03:42,990
Hij gebruikt namelijk een soortgelijke
uitdrukking in vers 4 van het volgende

57
00:03:42,990 --> 00:03:45,150
hoofdstuk. Hij zegt:

58
00:03:45,150 --> 00:03:48,930
Maar toen de goedertierenheid
van God, onze Zaligmaker,

59
00:03:48,930 --> 00:03:51,390
en Zijn liefde tot de
mensen verschenen is,

60
00:03:51,390 --> 00:03:55,350
Dat is blijkbaar het moment waarop
wij ons in elk geval bewust werden

61
00:03:55,350 --> 00:03:56,790
van het Evangelie.

62
00:03:56,790 --> 00:03:58,110
Wanneer er staat,

63
00:03:58,110 --> 00:04:02,610
Want de zaligmakende genade van
God is verschenen aan alle mensen,

64
00:04:02,610 --> 00:04:06,450
moet dat betekenen dat de komst
van Jezus geen besloten of

65
00:04:06,450 --> 00:04:08,670
geheimzinnige aangelegenheid was.

66
00:04:08,670 --> 00:04:12,690
Hoewel we zeker niet zouden kunnen zeggen
dat alle mensen Jezus hebben gezien toen

67
00:04:12,690 --> 00:04:14,070
Hij op aarde was.

68
00:04:14,070 --> 00:04:18,090
Hij is in feite nooit erg ver van
Zijn eigen woonplaats weggeweest.

69
00:04:18,090 --> 00:04:22,710
Toch krijgen in zekere zin alle mensen
de genade van God in Christus te zien,

70
00:04:22,710 --> 00:04:27,270
doordat alle mensen degenen zijn op wie
de evangelieverkondiging zich richt.

71
00:04:27,270 --> 00:04:31,830
Dat wil zeggen, Jezus zond Zijn
discipelen met de boodschap van genade

72
00:04:31,830 --> 00:04:33,390
naar alle mensen uit.

73
00:04:33,390 --> 00:04:36,870
Eerst door de komst van
Jezus, en vervolgens door de

74
00:04:36,870 --> 00:04:42,210
prediking over Jezus en de genade van
Jezus, krijgen alle mensen de gelegenheid,

75
00:04:42,210 --> 00:04:45,390
of zouden ze die gelegenheid
in elk geval kunnen krijgen,

76
00:04:45,390 --> 00:04:49,710
om zich bewust te worden van de
genade van God die behoud brengt.

77
00:04:49,710 --> 00:04:51,990
Nu lezen we in het boek Judas dat er,

78
00:04:51,990 --> 00:04:54,790
wanneer Judas zijn brief
ook geschreven heeft —

79
00:04:54,790 --> 00:04:58,290
we weten niet precies wat de
achtergrond van zijn boek is —

80
00:04:58,290 --> 00:05:01,470
valse leraren de gemeente
waren binnengekomen.

81
00:05:01,470 --> 00:05:04,230
Hij schrijft om tegen hen te waarschuwen.

82
00:05:04,230 --> 00:05:07,170
Hij zegt over hen in Judas vers 4:

83
00:05:07,170 --> 00:05:09,750
Want er zijn sommige
mensen binnengeslopen,

84
00:05:09,750 --> 00:05:14,490
die tot dit oordeel al lang tevoren
opgeschreven zijn, goddelozen,

85
00:05:14,490 --> 00:05:19,830
die de genade van onze God veranderen in
losbandigheid, en die de enige Heerser,

86
00:05:19,830 --> 00:05:23,610
God en onze Heere Jezus
Christus, verloochenen.

87
00:05:23,610 --> 00:05:26,310
Wanneer hij zegt dat zij
de Heere verloochenen,

88
00:05:26,310 --> 00:05:29,910
lijkt het niet waarschijnlijk dat
dit mensen waren die met hun mond

89
00:05:29,910 --> 00:05:34,410
de Heere verloochenden, die dus
zeiden: ‘Ik verloochen Christus.’

90
00:05:34,410 --> 00:05:37,770
Anders zouden ze immers geen
bedreiging voor de gemeente vormen.

91
00:05:37,770 --> 00:05:41,970
De gemeente wordt niet echt bedreigd door
mensen van buiten die zich boeddhist,

92
00:05:41,970 --> 00:05:44,370
mohammedaan of satanist noemen.

93
00:05:44,370 --> 00:05:48,210
Het is zeker verontrustend om
mensen tegen te komen die zich

94
00:05:48,210 --> 00:05:52,710
volledig aan een vals stelsel hebben
toegewijd en zelfs niet met de mond

95
00:05:52,710 --> 00:05:55,950
belijden dat de Bijbel
of het Evangelie waar is.

96
00:05:55,950 --> 00:06:00,090
Maar de gemeente loopt niet het gevaar
door zulke mensen misleid te worden.

97
00:06:00,090 --> 00:06:04,410
We herkennen hen onmiddellijk voor wat ze
zijn en zien dat het mensen zijn die blind

98
00:06:04,410 --> 00:06:06,390
en doof zijn voor de waarheid.

99
00:06:06,390 --> 00:06:10,050
De mensen die een grotere bedreiging
vormen voor de rechtzinnigheid van de

100
00:06:10,050 --> 00:06:14,610
gemeente, zijn mensen die met hun
mond belijden christenen te zijn.

101
00:06:14,610 --> 00:06:19,590
Dat zijn wat wij de christelijke sekten
zouden noemen, zoals de Jehova’s getuigen,

102
00:06:19,590 --> 00:06:22,650
de mormonen en Christian Science.

103
00:06:22,650 --> 00:06:26,670
Ze noemen zichzelf christelijk
en gebruiken de juiste woorden,

104
00:06:26,670 --> 00:06:29,970
alsof ze christenen zijn, maar
op de een of andere manier

105
00:06:29,970 --> 00:06:31,710
veranderen ze de boodschap.

106
00:06:31,710 --> 00:06:34,110
En omdat ze beweren christenen te zijn,

107
00:06:34,110 --> 00:06:37,230
zijn we tegenover hen
minder op onze hoede.

108
00:06:37,230 --> 00:06:39,750
Zolang we niet wat meer
over hun leer weten,

109
00:06:39,750 --> 00:06:43,230
zijn we misschien geneigd hen
als broeders te aanvaarden.

110
00:06:43,230 --> 00:06:44,910
Daar schuilt het gevaar.

111
00:06:44,910 --> 00:06:47,490
Ze kunnen ongemerkt binnensluipen.

112
00:06:47,490 --> 00:06:50,850
Dat is wat er volgens Judas
met bepaalde mensen is gebeurd.

113
00:06:50,850 --> 00:06:53,250
Want er zijn sommige
mensen binnengeslopen,

114
00:06:53,250 --> 00:06:57,990
die tot dit oordeel al lang tevoren
opgeschreven zijn, goddelozen,

115
00:06:57,990 --> 00:07:02,970
die de genade van onze God veranderen in
losbandigheid, en die de enige Heerser,

116
00:07:02,970 --> 00:07:06,570
God en onze Heere Jezus
Christus, verloochenen.

117
00:07:06,570 --> 00:07:10,170
Als deze mensen Jezus openlijk
met hun mond hadden verloochend,

118
00:07:10,170 --> 00:07:13,530
zouden ze beslist niet
onopgemerkt zijn gebleven.

119
00:07:13,530 --> 00:07:17,730
Blijkbaar beleden ze Christus met hun
mond, al zegt hij dat niet duidelijk.

120
00:07:17,730 --> 00:07:21,210
Maar hij zegt wel dat ze in
zekere zin de Heere verloochenen.

121
00:07:21,210 --> 00:07:25,650
Ik denk dat we dat beter kunnen begrijpen
als we ons herinneren wat er in Titus

122
00:07:25,650 --> 00:07:28,650
1:16 stond. Daar staat:

123
00:07:28,650 --> 00:07:33,150
Zij belijden dat zij God kennen, maar
zij verloochenen Hem met hun werken,

124
00:07:33,150 --> 00:07:36,750
aangezien zij verfoeilijk zijn
en ongehoorzaam en tot elk

125
00:07:36,750 --> 00:07:38,190
goed werk ongeschikt.

126
00:07:38,190 --> 00:07:42,750
Dit gaat over de valse leraren
op Kreta van wie Paulus wist.

127
00:07:42,750 --> 00:07:47,190
Het is dus mogelijk dat iemand met
zijn mond belijdt een christen te zijn,

128
00:07:47,190 --> 00:07:49,830
belijdt Jezus lief te
hebben, maar dat zijn

129
00:07:49,830 --> 00:07:53,070
werken bewijzen dat hij
helemaal geen christen is.

130
00:07:53,070 --> 00:07:57,450
Over die mensen zegt Judas dat de
voornaamste dwaling van de leraren over

131
00:07:57,450 --> 00:08:01,230
wie hij zich zorgen maakte,
was dat ze de genade van God

132
00:08:01,230 --> 00:08:03,630
veranderden in losbandigheid.

133
00:08:03,630 --> 00:08:08,430
Met losbandigheid bedoelt hij hier
dat mensen de genade opvatten als een

134
00:08:08,430 --> 00:08:11,970
vrijbrief, als toestemming om te zondigen.

135
00:08:11,970 --> 00:08:15,750
Die dwaling is in onze tijd
beslist niet uitgestorven.

136
00:08:15,750 --> 00:08:19,770
Er zijn veel mensen die geloven dat
we, omdat we onder de genade zijn,

137
00:08:19,770 --> 00:08:21,570
een vrijbrief hebben.

138
00:08:21,570 --> 00:08:26,070
Dat God toegeeflijk is, dat God
Zich eigenlijk niet zo erg druk

139
00:08:26,070 --> 00:08:27,630
maakt over zonde.

140
00:08:27,630 --> 00:08:32,010
We worden niet door werken behouden,
en daarom verwacht God van ons dat we

141
00:08:32,010 --> 00:08:33,570
goede werken doen.

142
00:08:33,570 --> 00:08:38,010
Als iemand deze mensen een bepaalde
norm voor heilig gedrag oplegt,

143
00:08:38,010 --> 00:08:41,010
houden ze vol dat je
in wetticisme vervalt.

144
00:08:41,010 --> 00:08:43,890
En dat je Galaten misschien
nog eens moet lezen,

145
00:08:43,890 --> 00:08:46,950
omdat je de genade van
God echt niet begrijpt.

146
00:08:46,950 --> 00:08:50,490
Die geeft hun volgens hen de vrije teugel.

147
00:08:50,490 --> 00:08:55,350
Omdat ze niet onder de wet zijn, denken
ze zoals Paulus in Romeinen hoofdstuk 6 al

148
00:08:55,350 --> 00:08:58,050
voorziet dat sommige mensen zullen denken:

149
00:08:58,050 --> 00:08:59,190
Wat dan?

150
00:08:59,190 --> 00:09:03,450
Zullen wij zondigen omdat wij niet
onder de wet maar onder de genade zijn?

151
00:09:03,450 --> 00:09:04,830
Volstrekt niet!

152
00:09:04,830 --> 00:09:08,790
Paulus wist dat dit iets was wat
bepaalde valse leraren zouden doen.

153
00:09:08,790 --> 00:09:13,530
Ze zouden de boodschap van genade nemen,
die ons natuurlijk van de wet bevrijdt,

154
00:09:13,530 --> 00:09:18,810
en die verdraaien en verkeerd uitleggen,
alsof genade ons leert dat het prima is om

155
00:09:18,810 --> 00:09:20,490
het verkeerde te doen.

156
00:09:20,490 --> 00:09:24,990
Paulus had ongetwijfeld een soortgelijke
dwaling op het oog toen hij de woorden

157
00:09:24,990 --> 00:09:31,470
schreef die we hier voor ons hebben
in Titus 2:11 en 12. Want hij zegt:

158
00:09:31,470 --> 00:09:36,510
Want de zaligmakende genade van
God is verschenen aan alle mensen,

159
00:09:36,510 --> 00:09:41,250
en leert ons de goddeloosheid en de
wereldse begeerten te verloochenen

160
00:09:41,250 --> 00:09:47,610
en in deze tegenwoordige wereld bezonnen,
rechtvaardig en godvruchtig te leven,

161
00:09:47,610 --> 00:09:52,410
Wat die genade ons leert, is het
tegenovergestelde van een vrijbrief.

162
00:09:52,410 --> 00:09:54,810
Ze leert ons zelfverloochening.

163
00:09:54,810 --> 00:10:00,630
Ze leert ons niet voor onszelf te leven,
onze eigen goddeloosheid te verloochenen.

164
00:10:00,630 --> 00:10:05,490
Godsvrucht zou natuurlijk betekenen dat je
God op de eerste plaats zet in je leven,

165
00:10:05,490 --> 00:10:07,830
dat je op God gericht bent.

166
00:10:07,830 --> 00:10:13,470
Goddeloosheid zou betekenen dat je jezelf
in het middelpunt zet in plaats van God.

167
00:10:13,470 --> 00:10:16,170
Dat zijn eigenlijk de twee mogelijkheden.

168
00:10:16,170 --> 00:10:21,150
Iedereen heeft óf God in het
middelpunt van zijn leven, óf zichzelf.

169
00:10:21,150 --> 00:10:23,970
We moeten dus de
goddeloosheid verloochenen.

170
00:10:23,970 --> 00:10:29,010
Daarmee zeg je eigenlijk dat we onze
gerichtheid op onszelf verloochenen en God

171
00:10:29,010 --> 00:10:31,050
op de eerste plaats zetten.

172
00:10:31,050 --> 00:10:34,530
We moeten ook onze wereldse
verlangens verloochenen.

173
00:10:34,530 --> 00:10:38,130
Dat betekent niet dat elk
verlangen vertrapt moet worden.

174
00:10:38,130 --> 00:10:40,050
Dit biedt geen grond voor een soort

175
00:10:40,050 --> 00:10:44,250
ascetisme dat zegt dat je moet
ophouden met alles waarvan je geniet.

176
00:10:44,250 --> 00:10:49,470
Maar het betekent natuurlijk dat de genade
van God ons leert geen gehoor te geven

177
00:10:49,470 --> 00:10:53,490
aan verlangens die onzedelijk
zijn, die onwettig zijn.

178
00:10:53,490 --> 00:10:56,250
Dezelfde dingen die de wet
ons zou verbieden te doen,

179
00:10:56,250 --> 00:11:00,390
verbiedt de genade ons te doen,
maar op een andere grondslag.

180
00:11:00,390 --> 00:11:02,610
Genade werkt in ons.

181
00:11:02,610 --> 00:11:05,010
De wet werd aan mensen opgelegd.

182
00:11:05,010 --> 00:11:08,430
Maar de genade is aan ons geopenbaard.

183
00:11:08,430 --> 00:11:12,810
Ze is in Jezus Christus
aan ons hart geopenbaard.

184
00:11:12,810 --> 00:11:17,550
Daarom wordt ons denken in ons hart zo
gevormd dat we ertoe geneigd raken en

185
00:11:17,550 --> 00:11:22,110
leren om goddeloosheid en wereldse
begeerten te verloochenen en

186
00:11:22,110 --> 00:11:23,730
bezonnen te leven.

187
00:11:23,730 --> 00:11:28,470
Dat laatste woord, ‘bezonnen’,
komt in deze brief vaak voor.

188
00:11:28,470 --> 00:11:32,430
Oude mannen moeten bezonnen zijn,
jonge mannen moeten bezonnen zijn,

189
00:11:32,430 --> 00:11:34,830
oudere vrouwen moeten bezonnen zijn.

190
00:11:34,830 --> 00:11:37,290
Iedereen moet bezonnen zijn.

191
00:11:37,290 --> 00:11:42,390
De genade van God leert ons bezonnen
te zijn, en dat betekent verstandig,

192
00:11:42,390 --> 00:11:45,570
en godvruchtig in deze tegenwoordige eeuw.

193
00:11:45,570 --> 00:11:48,750
De tegenwoordige eeuw is een slechte eeuw.

194
00:11:48,750 --> 00:11:54,210
Dat weten we omdat Paulus in Galaten
hoofdstuk 1 zei dat God Jezus zond

195
00:11:54,210 --> 00:11:56,790
Die Zichzelf gegeven
heeft voor onze zonden,

196
00:11:56,790 --> 00:12:00,750
opdat Hij ons zou ontrukken aan
de tegenwoordige slechte wereld,

197
00:12:00,750 --> 00:12:04,050
overeenkomstig de wil
van onze God en Vader.

198
00:12:04,050 --> 00:12:07,170
Van deze tegenwoordige
slechte eeuw verlost worden

199
00:12:07,170 --> 00:12:09,870
betekent dat we niet voor
haar patronen bezwijken.

200
00:12:09,870 --> 00:12:11,730
waarin u voorheen gewandeld hebt,

201
00:12:11,730 --> 00:12:14,610
overeenkomstig de
leefwijze van deze wereld,

202
00:12:14,610 --> 00:12:18,210
overeenkomstig de wil van de
aanvoerder van de macht in de lucht,

203
00:12:18,210 --> 00:12:22,590
van de geest die nu werkzaam is in
de kinderen van de ongehoorzaamheid,

204
00:12:22,590 --> 00:12:27,210
Dat deden we vroeger wel, maar nu leven
we nog steeds in een verdorven eeuw,

205
00:12:27,210 --> 00:12:31,470
en in die eeuw gedragen we
ons godvruchtig, beheerst,

206
00:12:31,470 --> 00:12:33,330
bezonnen en rechtvaardig.

207
00:12:33,330 --> 00:12:36,870
Dat komt doordat er iets
in ons hart veranderd is,

208
00:12:36,870 --> 00:12:40,830
niet doordat we onder een of andere
wettische verplichting staan.

209
00:12:40,830 --> 00:12:42,510
Het heet genade.

210
00:12:42,510 --> 00:12:47,910
Wanneer genade aan ons verschenen is,
wanneer genade aan ons geopenbaard is,

211
00:12:47,910 --> 00:12:53,130
verandert daardoor onze kijk op gedrag
en op wat wenselijk en juist is.

212
00:12:53,130 --> 00:12:57,750
Er staat trouwens iets soortgelijks
in vers 4 van het volgende hoofdstuk:

213
00:12:57,750 --> 00:13:01,650
Maar toen de goedertierenheid
van God, onze Zaligmaker,

214
00:13:01,650 --> 00:13:04,650
en Zijn liefde tot de
mensen verschenen is,

215
00:13:04,650 --> 00:13:08,130
In vers 11 van hoofdstuk
2 verschijnt de genade,

216
00:13:08,130 --> 00:13:12,630
en in 3:4 de goedertierenheid en liefde.

217
00:13:12,630 --> 00:13:17,190
Dat zijn duidelijk begrippen die
heel nauw met genade samenhangen.

218
00:13:17,190 --> 00:13:20,370
Toen de goedertierenheid en
liefde van God verschenen,

219
00:13:20,370 --> 00:13:23,610
is dat volgens mij duidelijk
een verwijzing naar het moment

220
00:13:23,610 --> 00:13:29,550
waarop we ons bewust werden van Gods
genade zoals die in Jezus geopenbaard is.

221
00:13:29,550 --> 00:13:34,950
De genade van God leert ons niet alleen
om in deze tegenwoordige eeuw zo te leven,

222
00:13:34,950 --> 00:13:38,730
maar ook om verlangend uit
te zien naar een andere eeuw.

223
00:13:38,730 --> 00:13:40,830
Dat zegt hij in vers 13:

224
00:13:40,830 --> 00:13:44,550
terwijl wij verwachten de
zalige hoop en verschijning

225
00:13:44,550 --> 00:13:50,430
van de heerlijkheid van de grote God
en onze Zaligmaker, Jezus Christus.

226
00:13:50,430 --> 00:13:54,030
Vers 12 zegt dat genade
ons leert om in deze

227
00:13:54,030 --> 00:13:57,390
tegenwoordige eeuw op een
bepaalde manier te leven.

228
00:13:57,390 --> 00:14:01,410
Maar er is een andere eeuw waarnaar
we vol verwachting uitzien.

229
00:14:01,410 --> 00:14:05,010
We verwachten die zalige hoop,
de heerlijke verschijning.

230
00:14:05,010 --> 00:14:07,890
Daar heb je het woord ‘verschijnen’ weer.

231
00:14:07,890 --> 00:14:12,330
De genade is al verschenen, maar de
heerlijkheid is nog niet verschenen.

232
00:14:12,330 --> 00:14:16,230
Genade en heerlijkheid zijn in
bepaalde opzichten begrippen die met

233
00:14:16,230 --> 00:14:17,970
elkaar verbonden zijn.

234
00:14:17,970 --> 00:14:22,230
We beseffen dat de heerlijkheid van
God in ons openbaar moet worden.

235
00:14:22,230 --> 00:14:26,550
En dat kan alleen tot stand komen
door het werk van de genade in ons.

236
00:14:26,550 --> 00:14:30,810
We hebben de genade al gezien, maar we
hebben de heerlijkheid nog niet gezien.

237
00:14:30,810 --> 00:14:35,070
De genade is verschenen en leert
ons hoe we nu moeten leven.

238
00:14:35,070 --> 00:14:39,390
Ze leert ons uit te zien naar iets
beters, dat nog moet verschijnen.

239
00:14:39,390 --> 00:14:45,270
Het is de heerlijke verschijning van onze
grote God en Zaligmaker Jezus Christus.

240
00:14:45,270 --> 00:14:49,650
Eigenlijk staat er in het Grieks: ‘de
verschijning van de heerlijkheid’.

241
00:14:49,650 --> 00:14:53,370
[Vertalersnoot: De spreker vergelijkt
hier de Engelse formuleringen ‘glorious

242
00:14:53,370 --> 00:14:56,790
appearing’ en ‘appearing of the glory’.

243
00:14:56,790 --> 00:15:02,010
De aangehaalde HSV gebruikt al
‘verschijning van de heerlijkheid’.]

244
00:15:02,010 --> 00:15:02,014
Dat is een hebraïsme.

245
00:15:02,014 --> 00:15:05,790
‘De verschijning van de heerlijkheid’
zou je kunnen weergeven als

246
00:15:05,790 --> 00:15:07,710
‘de heerlijke verschijning’.

247
00:15:07,710 --> 00:15:12,030
Maar de letterlijke bewoording is ‘de
verschijning van de heerlijkheid van onze

248
00:15:12,030 --> 00:15:15,930
grote God en Zaligmaker Jezus Christus’.

249
00:15:15,930 --> 00:15:20,130
Dat kan een iets andere gedachte zijn dan
de manier waarop het in sommige van onze

250
00:15:20,130 --> 00:15:22,170
vertalingen wordt weergegeven.

251
00:15:22,170 --> 00:15:27,390
De New American Standard geeft het correct
weer, letterlijk vanuit het Grieks.

252
00:15:27,390 --> 00:15:29,910
De meeste andere
vertalingen doen dat niet.

253
00:15:29,910 --> 00:15:33,270
Als we nadenken over wat de
verschijning van de heerlijkheid is,

254
00:15:33,270 --> 00:15:37,530
zien we dat misschien niet als hetzelfde
als de heerlijke verschijning van Jezus.

255
00:15:37,530 --> 00:15:39,690
Het zou op hetzelfde moment kunnen zijn,

256
00:15:39,690 --> 00:15:42,450
maar het is misschien niet
precies dezelfde gedachte.

257
00:15:42,450 --> 00:15:46,830
We weten wel dat er de belofte is dat er
een heerlijkheid in ons geopenbaard zal

258
00:15:46,830 --> 00:15:49,020
worden, volgens Romeinen 8:18.

259
00:15:49,020 --> 00:15:54,690
[Vertalersnoot: De gebruikte Engelse
vertaling heeft hier ‘in ons geopenbaard’;

260
00:15:54,690 --> 00:15:59,370
de Nederlandse aanhaling hieronder
heeft ‘aan ons geopenbaard’.

261
00:15:59,370 --> 00:16:02,910
De spreker bouwt zijn uitleg
op de Engelse formulering.]

262
00:16:02,910 --> 00:16:05,610
In Romeinen 8:18 staat:

263
00:16:05,610 --> 00:16:09,810
Want ik ben ervan overtuigd dat het
lijden van de tegenwoordige tijd niet

264
00:16:09,810 --> 00:16:14,130
opweegt tegen de heerlijkheid die
in ons geopenbaard zal worden.

265
00:16:14,130 --> 00:16:18,210
Er zijn verschillende passages die we
bij andere gelegenheden hebben bekeken,

266
00:16:18,210 --> 00:16:22,590
die spreken over de heerlijkheid van
de Heere die over Zijn volk opgaat.

267
00:16:22,590 --> 00:16:26,610
Jesaja 60 is hiervoor
een belangrijke passage:

268
00:16:26,610 --> 00:16:29,730
Sta op, word verlicht, want uw licht komt

269
00:16:29,730 --> 00:16:32,970
en de heerlijkheid van
de HEERE gaat over u op.

270
00:16:32,970 --> 00:16:36,750
In 2 Petrus 1:19 zegt Petrus:

271
00:16:36,750 --> 00:16:40,710
En wij hebben het profetische
woord, dat vast en zeker is,

272
00:16:40,710 --> 00:16:43,050
en u doet er goed aan daarop acht te slaan

273
00:16:43,050 --> 00:16:45,990
als op een lamp die schijnt
in een duistere plaats,

274
00:16:45,990 --> 00:16:50,070
totdat de dag aanbreekt en de
morgenster opgaat in uw hart.

275
00:16:50,070 --> 00:16:54,870
De zonsopgang, het opgaan van de
heerlijkheid van de Heere over Zijn volk,

276
00:16:54,870 --> 00:16:56,790
waarover Jesaja spreekt.

277
00:16:56,790 --> 00:17:01,050
Ik geloof inderdaad dat dit samenhangt
met de verschijning van Christus,

278
00:17:01,050 --> 00:17:03,090
dat dit gebeurt wanneer Hij komt.

279
00:17:03,090 --> 00:17:07,950
Ik geloof niet dat hij spreekt over iets
wat vóór de komst van Christus gebeurt.

280
00:17:07,950 --> 00:17:12,810
Maar ik denk dat het iets is wat in
ons gebeurt, en ook in Jezus Zelf.

281
00:17:12,810 --> 00:17:15,030
Hij zal in heerlijkheid verschijnen.

282
00:17:15,030 --> 00:17:19,350
Maar wanneer Hij dat doet, zullen ook
wij met Hem in heerlijkheid verschijnen.

283
00:17:19,350 --> 00:17:22,950
Dat lezen we in Kolossenzen
hoofdstuk 3, vers 4.

284
00:17:22,950 --> 00:17:25,290
Kolossenzen 3:4 zegt:

285
00:17:25,290 --> 00:17:28,950
Wanneer Christus geopenbaard
zal worden, Die ons leven is,

286
00:17:28,950 --> 00:17:33,210
dan zult ook u met Hem geopenbaard
worden in heerlijkheid.

287
00:17:33,210 --> 00:17:37,110
Zijn verschijning zal in heerlijkheid
zijn, maar die van jou ook,

288
00:17:37,110 --> 00:17:38,550
wanneer Hij komt.

289
00:17:38,550 --> 00:17:42,750
Dat is wat Paulus in Romeinen 8 de
openbaarwording van de zonen van God

290
00:17:42,750 --> 00:17:44,730
noemde. Hij zei:

291
00:17:44,730 --> 00:17:47,910
De hele schepping zucht
en is in barensnood,

292
00:17:47,910 --> 00:17:52,290
en ziet vol verlangen uit naar de
openbaarwording van de zonen van God.

293
00:17:52,290 --> 00:17:56,970
Dan wordt de heerlijkheid van God op
ons geschreven, omdat Christus komt.

294
00:17:56,970 --> 00:18:00,690
Geliefden, nu zijn wij kinderen
van God, en het is nog niet

295
00:18:00,690 --> 00:18:02,850
geopenbaard wat wij zullen zijn.

296
00:18:02,850 --> 00:18:07,950
Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard
zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn;

297
00:18:07,950 --> 00:18:10,950
want wij zullen Hem zien zoals Hij is.

298
00:18:10,950 --> 00:18:15,330
Zoals ik het woord ‘heerlijkheid’
begrijp, betekent het in elk geval:

299
00:18:15,330 --> 00:18:17,430
op Jezus lijken.

300
00:18:17,430 --> 00:18:21,870
In Filippenzen hoofdstuk
3, de verzen 20 en 21,

301
00:18:21,870 --> 00:18:24,870
de laatste twee verzen van Filippenzen 3,

302
00:18:24,870 --> 00:18:27,990
staat met betrekking tot
de wederkomst van Christus:

303
00:18:27,990 --> 00:18:33,330
Ons burgerschap is echter in de hemelen,
waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten,

304
00:18:33,330 --> 00:18:38,250
namelijk de Heere Jezus Christus, Die
ons vernederd lichaam veranderen zal,

305
00:18:38,250 --> 00:18:41,610
zodat het gelijkvormig wordt
aan Zijn verheerlijkt lichaam,

306
00:18:41,610 --> 00:18:47,190
overeenkomstig de werking waardoor Hij ook
alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen.

307
00:18:47,190 --> 00:18:50,850
Dus wanneer Hij komt, zal
Hij ons uiterlijk veranderen,

308
00:18:50,850 --> 00:18:54,630
zelfs ons lichamelijke uiterlijk,
zodat het overeenkomt met

309
00:18:54,630 --> 00:18:56,550
Zijn heerlijke verschijning.

310
00:18:56,550 --> 00:18:58,890
We zullen met Hem in
heerlijkheid verschijnen.

311
00:18:58,890 --> 00:19:01,950
In de Schrift wordt de christelijke
hoop vaak verbonden met de

312
00:19:01,950 --> 00:19:03,390
heerlijkheid van God.

313
00:19:03,390 --> 00:19:07,110
Als je je herinnert dat we
Romeinen hoofdstuk 5 behandelden:

314
00:19:07,110 --> 00:19:10,350
dat was misschien niet de eerste
keer dat we dit ter sprake brachten,

315
00:19:10,350 --> 00:19:14,250
maar het is de eerste keer dat ik me
herinner dat ik het ter sprake bracht.

316
00:19:14,250 --> 00:19:17,610
In Romeinen hoofdstuk 5 staat in vers 2:

317
00:19:17,610 --> 00:19:21,690
Door Hem hebben wij ook de toegang
verkregen door het geloof tot deze

318
00:19:21,690 --> 00:19:26,490
genade waarin wij staan, en wij roemen
in de hoop op de heerlijkheid van God.

319
00:19:26,490 --> 00:19:29,730
We hebben toegang tot genade,
die ons leert om in deze

320
00:19:29,730 --> 00:19:33,150
tegenwoordige eeuw op een
bepaalde manier te leven.

321
00:19:33,150 --> 00:19:36,870
En we zien uit naar onze hoop
op de heerlijkheid van God.

322
00:19:36,870 --> 00:19:40,470
We verheugen ons in de hoop
op de heerlijkheid van God.

323
00:19:40,470 --> 00:19:44,370
De hoop van de christen is verbonden
met de heerlijkheid van God.

324
00:19:44,370 --> 00:19:48,270
In Kolossenzen staat een vers dat
de meesten van jullie, denk ik,

325
00:19:48,270 --> 00:19:49,650
heel goed kennen.

326
00:19:49,650 --> 00:19:53,310
In hoofdstuk 1, vers 27 staat:

327
00:19:53,310 --> 00:19:58,110
Aan hen heeft God willen bekendmaken wat
de rijkdom is van de heerlijkheid van dit

328
00:19:58,110 --> 00:20:04,050
geheimenis onder de heidenen: Christus
onder u, de hoop op de heerlijkheid.

329
00:20:04,050 --> 00:20:09,390
Hoop en heerlijkheid, altijd met
elkaar verbonden. Ook hier in Titus.

330
00:20:09,390 --> 00:20:13,050
Dit is waarschijnlijk de laatste keer
dat we het bij Paulus zullen tegenkomen,

331
00:20:13,050 --> 00:20:16,530
aangezien we niet veel brieven
van Paulus meer zullen behandelen.

332
00:20:16,530 --> 00:20:20,310
In Titus 2:13 staat dat we uitzien naar:

333
00:20:20,310 --> 00:20:24,930
terwijl wij verwachten de zalige hoop en
verschijning van de heerlijkheid van de

334
00:20:24,930 --> 00:20:28,590
grote God en onze
Zaligmaker, Jezus Christus.

335
00:20:28,590 --> 00:20:29,670
Dat is letterlijk:

336
00:20:29,670 --> 00:20:35,130
het zichtbaar worden van de glorie van
onze grote God en redder Jezus Christus.

337
00:20:35,130 --> 00:20:39,990
Uit andere geschriften van Paulus weten
we dat die heerlijkheid in ons verschijnt.

338
00:20:39,990 --> 00:20:42,210
Die zal in ons geopenbaard worden.

339
00:20:42,210 --> 00:20:46,470
Dat betekent niet dat hij het niet ook
over de wederkomst van Christus heeft.

340
00:20:46,470 --> 00:20:50,010
Ik zeg niet dat dat niet zo
is, want, zoals ik al zei,

341
00:20:50,010 --> 00:20:53,010
dit gebeurt blijkbaar bij
de wederkomst van Christus.

342
00:20:53,010 --> 00:20:55,710
Maar hij richt de aandacht
op de heerlijkheid van God

343
00:20:55,710 --> 00:20:57,570
die geopenbaard zal worden:

344
00:20:57,570 --> 00:21:01,110
De heerlijkheid van de HEERE
zal geopenbaard worden,

345
00:21:01,110 --> 00:21:06,690
en alle vlees tezamen zal het zien, want
de mond van de HEERE heeft gesproken.

346
00:21:06,690 --> 00:21:11,850
Zoals er in Jesaja 40, vers
5 staat. Dat is onze hoop.

347
00:21:11,850 --> 00:21:17,250
Onze hoop is dat we als Jezus zullen zijn
en net als Hij verheerlijkt zullen worden.

348
00:21:17,250 --> 00:21:21,390
Dus de genade leert ons hierop
te hopen en daarnaar uit te zien.

349
00:21:21,390 --> 00:21:24,330
Ook zegt hij in Titus 2:13:

350
00:21:24,330 --> 00:21:29,970
Het zichtbaar worden van de glorie van
onze grote God en redder Jezus Christus.

351
00:21:29,970 --> 00:21:35,910
Onze grote God en Zaligmaker lijken
allebei naar Jezus Christus te verwijzen.

352
00:21:35,910 --> 00:21:38,550
Het is mogelijk, maar
minder waarschijnlijk,

353
00:21:38,550 --> 00:21:42,930
dat het vertaald zou kunnen
worden als ‘onze grote God en onze

354
00:21:42,930 --> 00:21:45,510
Zaligmaker Jezus Christus’.

355
00:21:45,510 --> 00:21:50,370
Dan zou het naar twee Personen
verwijzen: onze grote God, de Vader,

356
00:21:50,370 --> 00:21:53,550
en onze Zaligmaker Jezus Christus.

357
00:21:53,550 --> 00:21:58,410
De spreker bespreekt hier de formulering
van de King James en de New King James,

358
00:21:58,410 --> 00:22:02,490
die afwijkt van het hierboven
aangehaalde Nederlands.

359
00:22:02,490 --> 00:22:07,290
Volgens hem geeft die formulering
precies weer wat er in het Grieks staat:

360
00:22:07,290 --> 00:22:11,010
Onze grote God en redder Jezus Christus.

361
00:22:11,010 --> 00:22:14,790
Omdat het woord ‘onze’
geen tweede keer voorkomt,

362
00:22:14,790 --> 00:22:18,750
wijst dat erop dat Jezus Christus
wordt aangeduid als onze grote

363
00:22:18,750 --> 00:22:20,730
God en Zaligmaker.

364
00:22:20,730 --> 00:22:25,230
[Vertalersnoot: Deze redenering betreft
de Engelse formulering ‘our great God and

365
00:22:25,230 --> 00:22:27,150
Savior Jezus Christ’.

366
00:22:27,150 --> 00:22:32,550
De aangehaalde HSV formuleert
anders: ‘de grote God en onze

367
00:22:32,550 --> 00:22:35,130
Zaligmaker, Jezus Christus’.]

368
00:22:35,130 --> 00:22:37,050
Dat is voor jullie
natuurlijk geen verrassing,

369
00:22:37,050 --> 00:22:40,710
maar het zou wel een verrassing
zijn voor de Jehova’s getuigen of

370
00:22:40,710 --> 00:22:43,830
anderen die de Godheid
van Christus ontkennen.

371
00:22:43,830 --> 00:22:48,690
Daarom is dit een van de passages die van
waarde zijn wanneer je daarover spreekt.

372
00:22:48,690 --> 00:22:54,690
Trouwens, 2 Petrus 1:1 heeft in het
Grieks precies dezelfde constructie,

373
00:22:54,690 --> 00:22:58,110
hoewel sommige vertalingen het
niet helemaal zo weergeven.

374
00:22:58,110 --> 00:23:01,470
Maar in 2 Petrus 1:1 staat:

375
00:23:01,470 --> 00:23:05,910
Simeon Petrus, een dienstknecht
en apostel van Jezus Christus,

376
00:23:05,910 --> 00:23:09,330
aan hen die een even kostbaar
geloof ontvangen hebben als wij,

377
00:23:09,330 --> 00:23:14,070
door de gerechtigheid van onze
God en Zaligmaker, Jezus Christus:

378
00:23:14,070 --> 00:23:15,210
Hier staat:

379
00:23:15,210 --> 00:23:18,630
van onze God en redder Jezus Christus.

380
00:23:18,630 --> 00:23:24,450
Jezus wordt onze God en Zaligmaker
genoemd, of, in Titus 2:13:

381
00:23:24,450 --> 00:23:27,450
terwijl wij verwachten de
zalige hoop en verschijning

382
00:23:27,450 --> 00:23:32,850
van de heerlijkheid van de grote God
en onze Zaligmaker, Jezus Christus.

383
00:23:32,850 --> 00:23:36,810
Dus daar lijkt het duidelijk, samen
met andere gedeelten van de Schrift die

384
00:23:36,810 --> 00:23:40,830
hetzelfde zeggen, dat Jezus
als God wordt beschouwd.

385
00:23:40,830 --> 00:23:45,150
Niet alleen als de Zoon van God,
of een man Gods of iets dergelijks.

386
00:23:45,150 --> 00:23:50,610
Nadat hij Jezus Christus heeft genoemd,
gaat hij in vers 14 in op wat Jezus heeft

387
00:23:50,610 --> 00:23:53,670
volbracht en waarom Hij
dat heeft volbracht.

388
00:23:53,670 --> 00:23:58,290
Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven,
opdat Hij ons zou vrijkopen van alle

389
00:23:58,290 --> 00:24:02,550
wetteloosheid en voor Zichzelf
een eigen volk zou reinigen,

390
00:24:02,550 --> 00:24:04,530
ijverig in goede werken.

391
00:24:04,530 --> 00:24:08,850
Dat is een gedachte die heel vaak
voorkomt in het Nieuwe Testament.

392
00:24:08,850 --> 00:24:12,930
We mogen nooit op het punt komen
dat die voor ons gewoon wordt.

393
00:24:12,930 --> 00:24:16,710
Dat God zou komen en
Zichzelf voor ons zou geven,

394
00:24:16,710 --> 00:24:21,330
is een verbazingwekkend ongewone
gebeurtenis in de geschiedenis.

395
00:24:21,330 --> 00:24:23,610
Maar het is zeker niet iets verrassends.

396
00:24:23,610 --> 00:24:26,490
Het geeft ons hier geen nieuwe informatie.

397
00:24:26,490 --> 00:24:29,910
Maar Jezus kwam en gaf Zichzelf voor ons:

398
00:24:29,910 --> 00:24:34,110
zodat Hij ons zou bevrijden van
alles wat tegen Gods wet ingaat,

399
00:24:34,110 --> 00:24:38,610
oftewel alle slechtheid, en ons
zou zuiveren tot een volk dat

400
00:24:38,610 --> 00:24:40,410
helemaal van Hem is.

401
00:24:40,410 --> 00:24:44,070
Zijn eigen bijzondere
volk, of Zijn eigen volk,

402
00:24:44,070 --> 00:24:48,270
zoals het ook weergegeven kan
worden, is in het Oude Testament een

403
00:24:48,270 --> 00:24:50,190
aanduiding voor de Joden.

404
00:24:50,190 --> 00:24:53,070
De Joden werden Gods eigen volk genoemd.

405
00:24:53,070 --> 00:24:56,610
In het Nieuwe Testament behoren
die titel en een aantal andere

406
00:24:56,610 --> 00:25:01,110
titels die in het Oude Testament van
oudsher op de Joden werden toegepast,

407
00:25:01,110 --> 00:25:02,670
toe aan de gemeente.

408
00:25:02,670 --> 00:25:05,610
De gemeente is het geestelijke Israël.

409
00:25:05,610 --> 00:25:09,870
Zo behandelden de schrijvers van het
Nieuwe Testament de gemeente tenminste.

410
00:25:09,870 --> 00:25:13,590
Ze namen alle oorspronkelijke
titels die in het Oude Testament op

411
00:25:13,590 --> 00:25:17,610
Israël werden toegepast, en
gaven die nu aan de gemeente.

412
00:25:17,610 --> 00:25:21,510
Een ander voorbeeld daarvan
staat in 1 Petrus hoofdstuk 2.

413
00:25:21,510 --> 00:25:24,150
Daar staat een hele
reeks van zulke titels,

414
00:25:24,150 --> 00:25:27,870
die in het Oude Testament allemaal
op Israël worden toegepast,

415
00:25:27,870 --> 00:25:32,730
maar in 1 Petrus 2, vers
9 en 10, op de gemeente.

416
00:25:32,730 --> 00:25:34,050
Er staat dat jullie zijn:

417
00:25:34,050 --> 00:25:40,530
Maar u bent een uitverkoren geslacht, een
koninklijk priesterschap, een heilig volk,

418
00:25:40,530 --> 00:25:44,250
een volk dat God Zich
tot Zijn eigendom maakte;

419
00:25:44,250 --> 00:25:49,590
opdat u de deugden zou verkondigen van
Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft

420
00:25:49,590 --> 00:25:57,390
tot Zijn wonderbaar licht, u, die voorheen
geen volk was, maar nu Gods volk bent; u,

421
00:25:57,390 --> 00:26:02,730
die zonder ontferming was, maar
nu in ontferming aangenomen bent.

422
00:26:02,730 --> 00:26:07,530
Dat zijn allemaal termen die in het Oude
Testament voor Israël werden gebruikt.

423
00:26:07,530 --> 00:26:10,710
Maar nu zegt hij het
natuurlijk tegen de gemeente.

424
00:26:10,710 --> 00:26:13,410
Wij zijn nu het uitverkoren volk.

425
00:26:13,410 --> 00:26:18,690
Door de genade van God heeft Hij ons
uitgekozen om een bijzonder volk te zijn.

426
00:26:18,690 --> 00:26:21,630
Maar waarvoor zijn we een bijzonder volk?

427
00:26:21,630 --> 00:26:25,950
Titus 2:14 zegt in de allerlaatste regel:

428
00:26:25,950 --> 00:26:28,830
Vol enthousiasme om goed te doen.

429
00:26:28,830 --> 00:26:31,950
Ik heb dit waarschijnlijk al
vaak genoeg behandeld om het niet

430
00:26:31,950 --> 00:26:35,430
te hoeven onderwijzen alsof
jullie het nog niet wisten.

431
00:26:35,430 --> 00:26:40,650
Maar het is zo belangrijk dat we
onthouden dat God ons heeft behouden om

432
00:26:40,650 --> 00:26:43,110
ijverig te zijn in goede werken.

433
00:26:43,110 --> 00:26:47,310
Goede werken nemen in deze brief
een heel prominente plaats in.

434
00:26:47,310 --> 00:26:52,230
In drie hoofdstukken worden ze maar
liefst zes keer in positieve zin genoemd:

435
00:26:52,230 --> 00:26:54,690
de noodzaak van goede werken.

436
00:26:54,690 --> 00:26:56,850
Hier maakt hij het heel duidelijk.

437
00:26:56,850 --> 00:27:01,710
Toen God ons reinigde, reinigde Hij ons
om mensen te zijn met een ijver en een

438
00:27:01,710 --> 00:27:05,610
hartstocht om de dingen
te doen die God behagen.

439
00:27:05,610 --> 00:27:09,390
Daarom kan de genade van God
nooit werkelijk worden opgevat

440
00:27:09,390 --> 00:27:11,910
als een vrijbrief om te zondigen.

441
00:27:11,910 --> 00:27:15,510
God heeft ons niet gereinigd
zodat we eropuit konden gaan

442
00:27:15,510 --> 00:27:17,790
en weer in de modderpoel konden springen.

443
00:27:17,790 --> 00:27:22,530
Hij heeft ons gereinigd zodat we zouden
leven met ijver voor goede werken.

444
00:27:22,530 --> 00:27:26,370
Een andere bijzonder belangrijke
passage over behoud door

445
00:27:26,370 --> 00:27:31,710
genade en de verhouding tussen genade
en werken staat in Efeze hoofdstuk 2,

446
00:27:31,710 --> 00:27:34,830
vers 8 tot en met 10. Daar staat:

447
00:27:34,830 --> 00:27:40,170
Want uit genade bent u zalig geworden,
door het geloof, en dat niet uit u,

448
00:27:40,170 --> 00:27:45,030
het is de gave van God; niet uit
werken, opdat niemand zou roemen.

449
00:27:45,030 --> 00:27:51,090
Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in
Christus Jezus om goede werken te doen,

450
00:27:51,090 --> 00:27:55,530
die God van tevoren bereid heeft,
opdat wij daarin zouden wandelen.

451
00:27:55,530 --> 00:27:58,590
Maar het volgende vers, vers 10, zegt:

452
00:27:58,590 --> 00:28:02,850
Want wij zijn door Hem
gemaakt, in Christus Jezus

453
00:28:02,850 --> 00:28:06,450
geschapen om goede dingen
te doen, die God van tevoren

454
00:28:06,450 --> 00:28:08,970
voor ons heeft klaargelegd om te doen.

455
00:28:08,970 --> 00:28:12,270
Dus we worden door genade
behouden, zegt hij:

456
00:28:12,270 --> 00:28:15,210
niet door wat je doet, zodat
niemand kan opscheppen.

457
00:28:15,210 --> 00:28:17,370
Maar we zijn Gods maakwerk.

458
00:28:17,370 --> 00:28:19,590
We zijn een project waaraan God werkt.

459
00:28:19,590 --> 00:28:23,250
We zijn eigenlijk een kunstproject,
want het Griekse woord voor

460
00:28:23,250 --> 00:28:25,350
‘maakwerk’ is ‘poema’.

461
00:28:25,350 --> 00:28:28,830
Dat is verwant aan het Engelse
woord ‘poem’, ‘gedicht’,

462
00:28:28,830 --> 00:28:31,050
dus een creatief werkstuk.

463
00:28:31,050 --> 00:28:33,870
God werkt aan ons en maakt iets van ons.

464
00:28:33,870 --> 00:28:37,050
Hij behoudt ons door
genade, niet door werken,

465
00:28:37,050 --> 00:28:41,310
maar Hij maakt ons tot mensen die
ijverig zullen zijn in goede werken.

466
00:28:41,310 --> 00:28:44,430
Dus, zoals Efeze 2:10 zegt:

467
00:28:44,430 --> 00:28:49,710
wij zijn door Hem gemaakt, in Christus
Jezus geschapen om goede dingen te doen.

468
00:28:49,710 --> 00:28:52,590
Daarom geeft iemand die
het belang van goede werken

469
00:28:52,590 --> 00:28:56,130
bagatelliseert beslist niet de
leer van de apostel Paulus weer.

470
00:28:56,130 --> 00:28:59,970
Toch zijn het vaak juist degenen die
denken dat ze voor de leer van Paulus

471
00:28:59,970 --> 00:29:04,830
opkomen, die zich het meest
negatief over goede werken uitlaten.

472
00:29:04,830 --> 00:29:08,310
Sommige mensen zouden zeggen dat
alleen al proberen goed te zijn

473
00:29:08,310 --> 00:29:10,290
een belediging voor God is.

474
00:29:10,290 --> 00:29:13,050
Ik heb dat werkelijk horen onderwijzen.

475
00:29:13,050 --> 00:29:15,450
In het onderwijs dat ik als tiener kreeg,

476
00:29:15,450 --> 00:29:20,310
legde de voorganger naar zijn eigen
idee zo sterk de nadruk op genade,

477
00:29:20,310 --> 00:29:24,390
dat hij de genade van God
praktisch tot een vrijbrief maakte.

478
00:29:24,390 --> 00:29:29,490
Hij zei in wezen: omdat je je behoud
niet door goede werken kunt verdienen,

479
00:29:29,490 --> 00:29:33,450
beledig je God eigenlijk door te
proberen goede werken te doen.

480
00:29:33,450 --> 00:29:36,090
Dat staat zo ver van de waarheid af.

481
00:29:36,090 --> 00:29:39,990
Ik begrijp niet hoe iemand het hele
Nieuwe Testament kan lezen en die

482
00:29:39,990 --> 00:29:41,490
indruk kan krijgen.

483
00:29:41,490 --> 00:29:45,330
Je herinnert je misschien dat
Cornelius, voordat hij behouden werd,

484
00:29:45,330 --> 00:29:48,870
een man was die aalmoezen gaf
aan de armen en aan de Joden,

485
00:29:48,870 --> 00:29:52,650
die bad en vastte en goede
werken probeerde te doen.

486
00:29:52,650 --> 00:29:54,630
De engel kwam en zei:

487
00:29:54,630 --> 00:29:59,430
En hij hield de ogen op hem gericht
en werd zeer bevreesd, en hij zei: Wat

488
00:29:59,430 --> 00:30:00,570
is er, heer?

489
00:30:00,570 --> 00:30:04,590
En de engel zei tegen hem:
Uw gebeden en uw liefdegaven

490
00:30:04,590 --> 00:30:07,530
zijn als gedachtenis opgestegen naar God.

491
00:30:07,530 --> 00:30:12,630
Stuur nu mannen naar Joppe en ontbied
Simon, die ook Petrus genoemd wordt.

492
00:30:12,630 --> 00:30:16,050
Deze is te gast bij een
zekere Simon, een leerlooier,

493
00:30:16,050 --> 00:30:18,150
die zijn huis bij de zee heeft.

494
00:30:18,150 --> 00:30:20,130
Hij zal u zeggen wat u moet doen.

495
00:30:20,130 --> 00:30:24,390
Toen Petrus vervolgens kwam,
verkondigde hij hem het Evangelie.

496
00:30:24,390 --> 00:30:29,130
Maar het is interessant dat God de goede
werken van Cornelius niet afkeurde.

497
00:30:29,130 --> 00:30:30,810
Ze hebben hem zeker niet behouden.

498
00:30:30,810 --> 00:30:33,210
Daarvoor moest hij het Evangelie horen.

499
00:30:33,210 --> 00:30:37,650
Maar God voelde Zich niet beledigd
toen Hij een man goede werken zag doen.

500
00:30:37,650 --> 00:30:40,230
God eert degenen die goeddoen.

501
00:30:40,230 --> 00:30:42,570
Natuurlijk behoudt Hij
niemand op die grond.

502
00:30:42,570 --> 00:30:45,990
Maar het is beslist verkeerd om
geringschattend te spreken over

503
00:30:45,990 --> 00:30:48,450
goede werken in het leven van de gelovige,

504
00:30:48,450 --> 00:30:52,170
of zelfs over goede werken in
het leven van de ongelovige,

505
00:30:52,170 --> 00:30:54,870
tenzij die hoopt daardoor
behouden te worden.

506
00:30:54,870 --> 00:30:58,170
‘Ik dacht dat je alleen door de
Geest enig goed werk kunt doen,

507
00:30:58,170 --> 00:31:01,650
en dat alle werken daarbuiten
zelfzuchtig zouden zijn.

508
00:31:01,650 --> 00:31:03,870
In die zin zouden ze verkeerd zijn.

509
00:31:03,870 --> 00:31:08,490
Het zouden geen goede werken zijn, dus
proberen uit jezelf goede werken te doen

510
00:31:08,490 --> 00:31:10,050
zou niet goed zijn.’

511
00:31:10,050 --> 00:31:13,830
Ik geloof dat het woord ‘goed’
natuurlijk een vergelijkend woord is.

512
00:31:13,830 --> 00:31:16,230
Sommige werken zijn beter dan andere.

513
00:31:16,230 --> 00:31:19,830
Er zijn geen werken die goed
genoeg zijn om iemand te behouden.

514
00:31:19,830 --> 00:31:24,750
En er zijn geen werken die uit onze eigen
natuur en ons eigen vlees voortkomen,

515
00:31:24,750 --> 00:31:28,890
waarvan zelfs maar de beweegredenen
zuiver en volkomen goed zijn,

516
00:31:28,890 --> 00:31:31,890
omdat er altijd enige zelfzucht bij zit.

517
00:31:31,890 --> 00:31:35,910
Je zou kunnen betogen dat zelfs
niet-christenen die goede werken doen,

518
00:31:35,910 --> 00:31:39,030
dat doen doordat God dat in hen werkt.

519
00:31:39,030 --> 00:31:42,330
Hoewel ze niet wedergeboren
zijn, heeft God hun een

520
00:31:42,330 --> 00:31:47,070
sprankje verlangen gegeven om goed te
doen en trekt Hij hen naar Christus toe.

521
00:31:47,070 --> 00:31:50,970
Cornelius was duidelijk iemand
die op weg was naar zijn bekering.

522
00:31:50,970 --> 00:31:53,430
Hij was voorbestemd om christen te worden.

523
00:31:53,430 --> 00:31:56,190
En God had misschien van
tevoren een honger en

524
00:31:56,190 --> 00:31:58,830
dorst naar gerechtigheid
in zijn hart gelegd,

525
00:31:58,830 --> 00:32:02,370
zodat hij God zou zoeken
en Hem dan uiteindelijk

526
00:32:02,370 --> 00:32:04,110
door het Evangelie zou vinden.

527
00:32:04,110 --> 00:32:07,710
Maar tegelijkertijd kan ik me voorstellen
dat zelfs de goede werken van een

528
00:32:07,710 --> 00:32:11,490
ongelovige goed genoemd worden,
als dat in vergelijking is met wat

529
00:32:11,490 --> 00:32:13,350
andere ongelovigen doen.

530
00:32:13,350 --> 00:32:17,070
Ze maken iemand niet noodzakelijkerwijs
goed genoeg om door God

531
00:32:17,070 --> 00:32:18,570
te worden aanvaard.

532
00:32:18,570 --> 00:32:22,590
Maar neem een man die kan kiezen tussen
allerlei buitenechtelijke verhoudingen

533
00:32:22,590 --> 00:32:25,470
hebben en trouw zijn aan zijn vrouw.

534
00:32:25,470 --> 00:32:30,570
Ook al is hij geen gelovige, trouw zijn
aan zijn vrouw is een betere keuze.

535
00:32:30,570 --> 00:32:35,250
Het is een beter werk dan eropuit
te gaan en een hoerenloper te zijn.

536
00:32:35,250 --> 00:32:39,630
Dat werk is niet goed genoeg om
voor behoud in aanmerking te komen,

537
00:32:39,630 --> 00:32:42,510
maar het is wel een keuze
in de goede richting.

538
00:32:42,510 --> 00:32:47,430
Het laat zien dat hij er enig belang
aan hecht een goed geweten te bewaren.

539
00:32:47,430 --> 00:32:50,730
Er zijn ongelovigen die
daar belang aan hechten.

540
00:32:50,730 --> 00:32:55,470
Ik vermoed dat we bij zulke mensen
zouden moeten zeggen dat God Degene is

541
00:32:55,470 --> 00:32:58,410
Die hun zelfs die neiging heeft gegeven.

542
00:32:58,410 --> 00:33:02,550
‘Juist, want zelfs goede
werken zijn een gave van God.

543
00:33:02,550 --> 00:33:05,370
Maar zou dat op zichzelf
dan niet zelfzuchtig zijn,

544
00:33:05,370 --> 00:33:08,010
als je alleen maar probeert
een goed geweten te houden,

545
00:33:08,010 --> 00:33:09,930
om te denken dat je goed bent?’

546
00:33:09,930 --> 00:33:14,970
Ik ben nooit een ongelovige geweest, dus
ik weet niet wat ongelovigen beweegt.

547
00:33:14,970 --> 00:33:19,470
Ik kan een theologische stelling
formuleren en zeggen dat alle ongelovigen

548
00:33:19,470 --> 00:33:21,630
alleen maar zelfzuchtige dingen doen.

549
00:33:21,630 --> 00:33:24,210
Ik heb zulke dingen zelfs weleens gezegd.

550
00:33:24,210 --> 00:33:28,650
Ik geloof dat er een element van zelfzucht
zit in alles wat ongelovigen doen.

551
00:33:28,650 --> 00:33:33,270
En dat kan ik zeggen omdat ik geloof dat
zelfs christenen vaak een element van

552
00:33:33,270 --> 00:33:37,710
zelfzucht hebben in wat ze doen, ook
al hebben ze zich eraan toegewijd voor

553
00:33:37,710 --> 00:33:39,090
God te leven.

554
00:33:39,090 --> 00:33:44,130
Dus ik zou vermoeden dat als zelfs
christenen moeten oppassen voor subtiele

555
00:33:44,130 --> 00:33:49,530
zelfzuchtige motieven, ongelovigen die
God niet liefhebben wel volledig door

556
00:33:49,530 --> 00:33:51,930
zulke motieven gedreven moeten worden.

557
00:33:51,930 --> 00:33:56,250
Maar dat zeg ik als een stelling, niet
als iemand die dat van binnenuit kent.

558
00:33:56,250 --> 00:34:01,470
Ik weet niet in hoeverre God in het denken
van een ongelovige die Hij tot Zich trekt,

559
00:34:01,470 --> 00:34:06,570
een oprecht verlangen naar gerechtigheid
kan leggen dat prijzenswaardig is.

560
00:34:06,570 --> 00:34:09,990
Cornelius is een geval dat we
in overweging moeten nemen,

561
00:34:09,990 --> 00:34:15,630
want Cornelius was nog niet wedergeboren,
maar God trok hem beslist tot Zich.

562
00:34:15,630 --> 00:34:20,010
En misschien was het feit dat die man
van harte wilde doen wat juist is,

563
00:34:20,010 --> 00:34:24,090
een teken dat God hem trok, ook
al wist hij nog niets van behoud.

564
00:34:24,090 --> 00:34:26,490
Maar handelde hij dan niet vanuit geloof,

565
00:34:26,490 --> 00:34:30,150
zoals de mensen in het Oude
Testament vanuit geloof handelden?

566
00:34:30,150 --> 00:34:31,530
Dat deed hij vast.

567
00:34:31,530 --> 00:34:37,590
Ik weet zeker dat God alleen geloof
honoreert, want in Hebreeën 11:6 staat:

568
00:34:37,590 --> 00:34:41,970
Zonder geloof is het echter
onmogelijk God te behagen.

569
00:34:41,970 --> 00:34:47,430
Want wie tot God komt, moet geloven dat
Hij is, en dat Hij beloont wie Hem zoeken.

570
00:34:47,430 --> 00:34:49,110
Maar hij zocht God.

571
00:34:49,110 --> 00:34:53,550
Zijn geloof kwam tot uiting in het
verlangen om goede werken te doen.

572
00:34:53,550 --> 00:34:56,910
En dus waren het werken waarvan
we kennelijk moeten zeggen dat ze

573
00:34:56,910 --> 00:34:58,890
uit geloof voortkwamen.

574
00:34:58,890 --> 00:35:00,510
Dat staat niet zo in het verhaal.

575
00:35:00,510 --> 00:35:05,190
Maar we weten uit wat de Bijbel
elders zegt dat God geen behagen heeft

576
00:35:05,190 --> 00:35:07,050
waar geen geloof is.

577
00:35:07,050 --> 00:35:10,650
En aangezien God behagen had
in het zoeken van Cornelius,

578
00:35:10,650 --> 00:35:13,350
moet hij dus vanuit geloof hebben gezocht.

579
00:35:13,350 --> 00:35:15,150
Dat is een gevolgtrekking.

580
00:35:15,150 --> 00:35:17,010
Dat staat niet in de tekst.

581
00:35:17,010 --> 00:35:21,150
Maar waar het hier om gaat, is dat goede
werken beslist een plaats hebben in

582
00:35:21,150 --> 00:35:22,950
het christelijke leven.

583
00:35:22,950 --> 00:35:27,150
Sterker nog, iemand die gereinigd
is en genade heeft ontvangen,

584
00:35:27,150 --> 00:35:30,330
zal zich vol ijver
toeleggen op goede werken.

585
00:35:30,330 --> 00:35:32,850
En dat is wat God van ons heeft gemaakt:

586
00:35:32,850 --> 00:35:36,510
een bijzonder volk dat
anders is dan andere mensen,

587
00:35:36,510 --> 00:35:38,550
doordat wij die ijver hebben.

588
00:35:38,550 --> 00:35:42,450
Onze gerichtheid, onze
verlangens en onze waarden

589
00:35:42,450 --> 00:35:45,390
staan tegenover die van
de mensen van de wereld.

590
00:35:45,390 --> 00:35:49,530
En we willen de dingen doen
die juist zijn in Gods ogen.

591
00:35:49,530 --> 00:35:54,330
Nu moeten we begrijpen dat goede
werken voor Paulus in deze verbanden

592
00:35:54,330 --> 00:35:58,170
eenvoudig werken van
gehoorzaamheid aan God betekenen.

593
00:35:58,170 --> 00:36:00,990
Het betekent geen godsdienstige werken.

594
00:36:00,990 --> 00:36:06,150
Godsdienstige werken zijn datgene
waar Paulus altijd tegen sprak als

595
00:36:06,150 --> 00:36:07,770
middel tot behoud.

596
00:36:07,770 --> 00:36:13,410
Hij zei steeds dat we door genade behouden
worden, niet door de werken van de wet.

597
00:36:13,410 --> 00:36:17,430
Werken van de wet zouden dingen
betekenen zoals offers brengen

598
00:36:17,430 --> 00:36:19,890
en de rituelen van de wet doorlopen,

599
00:36:19,890 --> 00:36:23,130
in een poging op die manier
gerechtvaardigd te worden.

600
00:36:23,130 --> 00:36:24,690
Dat werkt gewoon niet.

601
00:36:24,690 --> 00:36:27,510
Alleen goed gedrag is ook niet genoeg.

602
00:36:27,510 --> 00:36:32,310
Maar een van de kenmerken van een christen
is dat hij zich er vol ijver op toelegt

603
00:36:32,310 --> 00:36:33,810
het juiste te doen.

604
00:36:33,810 --> 00:36:39,510
En dat betekent: God gehoorzamen door
te doen wat hij als Gods wil kent.

605
00:36:39,510 --> 00:36:44,790
Gehoorzaamheid aan Gods wil in je leven
is een kenmerk dat je hebt als je bij deze

606
00:36:44,790 --> 00:36:47,190
mensen hoort die gereinigd zijn.

607
00:36:47,190 --> 00:36:51,390
Ik denk niet dat iemand denkt: ‘Nou,
zo'n verlangen heb ik helemaal niet.’

608
00:36:51,390 --> 00:36:56,130
Alleen al het feit dat je dit bestudeert,
is volgens mij een bewijs dat je Gods wil

609
00:36:56,130 --> 00:36:57,870
wilt kennen en doen.

610
00:36:57,870 --> 00:37:00,990
Ik zeg niet dat je nooit momenten
hebt waarop je in een andere

611
00:37:00,990 --> 00:37:02,610
richting wordt verleid.

612
00:37:02,610 --> 00:37:08,250
Iedereen, zelfs Jezus, werd verzocht,
soms verzocht om het verkeerde te doen.

613
00:37:08,250 --> 00:37:12,330
Maar wat Zijn verlangen betreft,
staat er in Psalm 40 dat:

614
00:37:12,330 --> 00:37:15,210
Hij vond er vreugde in Gods wil te doen.

615
00:37:15,210 --> 00:37:19,290
En dat is dus wat er gebeurt in de
innerlijke mens van de gelovige die

616
00:37:19,290 --> 00:37:22,530
gereinigd is van elke wetteloze daad.

617
00:37:22,530 --> 00:37:24,450
In vers 15 staat:

618
00:37:24,450 --> 00:37:29,610
Spreek over deze dingen, bemoedig
en wijs met alle gezag terecht.

619
00:37:29,610 --> 00:37:31,410
Laat niemand u verachten.

620
00:37:31,410 --> 00:37:33,510
Daar hebben we al wat over gezegd.

621
00:37:33,510 --> 00:37:34,950
Hoofdstuk 3:

622
00:37:34,950 --> 00:37:40,110
Herinner hen eraan dat zij de overheden
en machten onderdanig behoren te zijn,

623
00:37:40,110 --> 00:37:44,730
dat zij hun gehoorzaam zijn en dat
zij tot elk goed werk bereid zijn,

624
00:37:44,730 --> 00:37:49,650
dat zij niemand belasteren, niet
strijdlustig zijn maar welwillend,

625
00:37:49,650 --> 00:37:53,070
en alle zachtmoedigheid
bewijzen aan alle mensen.

626
00:37:53,070 --> 00:37:58,350
Want ook wij waren voorheen
onverstandig, ongehoorzaam, dwalend,

627
00:37:58,350 --> 00:38:01,590
verslaafd aan allerlei
begeerten en hartstochten,

628
00:38:01,590 --> 00:38:06,090
levend in slechtheid en afgunst,
hatelijk en elkaar hatend.

629
00:38:06,090 --> 00:38:10,530
Het interessante aan deze drie verzen
is nu dat er in de eerste twee verzen,

630
00:38:10,530 --> 00:38:15,810
zoals je kunt zien, zeven korte regels
of geboden voor christenen staan.

631
00:38:15,810 --> 00:38:20,010
In vers 3 staan zeven beschrijvingen
van hoe we vroeger waren.

632
00:38:20,010 --> 00:38:22,590
Dat is een beschrijving in zeven delen.

633
00:38:22,590 --> 00:38:26,430
Of Paulus dat bewust of toevallig
zo heeft gedaan, weet ik niet.

634
00:38:26,430 --> 00:38:28,950
Je komt in de verleiding om te proberen de

635
00:38:28,950 --> 00:38:32,490
zeven punten van wat we waren
te laten overeenkomen met de

636
00:38:32,490 --> 00:38:35,190
zeven punten van wat we
volgens hem moeten doen.

637
00:38:35,190 --> 00:38:36,990
Maar dat lukt niet consequent.

638
00:38:36,990 --> 00:38:38,490
Ik heb het geprobeerd.

639
00:38:38,490 --> 00:38:42,630
Het is interessant dat het tweede punt
in de eerste lijst gehoorzamen is,

640
00:38:42,630 --> 00:38:46,890
en dat het tweede punt in de andere
lijst is dat we ongehoorzaam waren.

641
00:38:46,890 --> 00:38:50,250
Daardoor kom je bijna in de
verleiding om te denken: ‘O,

642
00:38:50,250 --> 00:38:53,910
ik wed dat er bij de andere
punten ook een overeenkomst is.’

643
00:38:53,910 --> 00:38:57,210
Maar er lijkt geen duidelijke
overeenkomst te zijn.

644
00:38:57,210 --> 00:39:01,650
Hij beschrijft het christelijke
leven wel in zeven korte leefregels.

645
00:39:01,650 --> 00:39:04,950
Nu weet ik niet of hij probeert alle
christelijke plichten in die zeven

646
00:39:04,950 --> 00:39:08,910
leefregels samen te vatten, maar dit
zijn de dingen waaraan mensen het meest

647
00:39:08,910 --> 00:39:13,410
herinnerd moeten worden, in elk
geval op Kreta. En hij zegt:

648
00:39:13,410 --> 00:39:15,690
Vroeger waren we net als de anderen.

649
00:39:15,690 --> 00:39:19,530
En hij beschrijft hoe anderen zijn
en hoe wij waren aan de hand van

650
00:39:19,530 --> 00:39:21,630
zeven verkeerde manieren van zijn.

651
00:39:21,630 --> 00:39:26,910
Wat de juiste dingen betreft, in vers
1 en 2, is het eerste wat er staat:

652
00:39:26,910 --> 00:39:30,570
om je te onderwerpen aan de
regering en de autoriteiten.

653
00:39:30,570 --> 00:39:34,710
Dit begrip komt zelden voor in het
Nieuwe Testament, maar af en toe wel.

654
00:39:34,710 --> 00:39:39,330
Ik denk dat we het in het Nieuwe Testament
voor het eerst bij Jezus Zelf aantreffen.

655
00:39:39,330 --> 00:39:43,470
Toen Hem werd gevraagd of het geoorloofd
was belasting aan de keizer te betalen of

656
00:39:43,470 --> 00:39:45,450
niet, zei Jezus:

657
00:39:45,450 --> 00:39:48,150
Huichelaars, waarom verzoekt u Mij?

658
00:39:48,150 --> 00:39:49,830
Toon Mij de belastingmunt.

659
00:39:49,830 --> 00:39:51,930
En zij brachten Hem een penning.

660
00:39:51,930 --> 00:39:55,530
En toen Hij had vastgesteld dat het
gezicht op de munt dat van de keizer

661
00:39:55,530 --> 00:39:57,030
was, zei Hij:

662
00:39:57,030 --> 00:40:00,270
Zij zeiden tegen Hem: Van de keizer.

663
00:40:00,270 --> 00:40:04,830
Toen zei Hij tegen hen: Geef dan
aan de keizer wat van de keizer is,

664
00:40:04,830 --> 00:40:07,050
en aan God wat van God is.

665
00:40:07,050 --> 00:40:11,130
Op het eerste gezicht gaat dat niet
noodzakelijk verder dan een gebod om

666
00:40:11,130 --> 00:40:14,670
Caesar de munt terug te geven
waar zijn gezicht op staat.

667
00:40:14,670 --> 00:40:17,850
Dat wil zeggen: die is duidelijk van hem.

668
00:40:17,850 --> 00:40:21,270
Zijn gezicht staat erop.
Geef hem die terug.

669
00:40:21,270 --> 00:40:23,130
Jij draagt Gods beeld.

670
00:40:23,130 --> 00:40:25,050
Geef jezelf aan Hem.

671
00:40:25,050 --> 00:40:27,810
De munt droeg het beeld van Caesar.

672
00:40:27,810 --> 00:40:30,450
Daarom moet die van Caesar zijn.

673
00:40:30,450 --> 00:40:34,830
Jij bent naar het beeld van God
gemaakt en je draagt Gods beeld.

674
00:40:34,830 --> 00:40:37,290
Daarom moet je van God zijn.

675
00:40:37,290 --> 00:40:39,630
Dat is wat erin besloten ligt.

676
00:40:39,630 --> 00:40:44,730
Geef Caesar dus wat van hem
is en geef God wat van Hem is.

677
00:40:44,730 --> 00:40:49,530
Dat wil zeggen: geef Caesar
het geld en geef God jezelf.

678
00:40:49,530 --> 00:40:53,790
Het beginsel kan verder worden
doorgetrokken dan alleen het gebod om

679
00:40:53,790 --> 00:40:57,570
Caesar het geld terug te geven
dat hij heeft laten slaan.

680
00:40:57,570 --> 00:41:03,510
Dat blijkt uit het feit dat de apostel
Paulus in Romeinen 13 tamelijk uitvoerig

681
00:41:03,510 --> 00:41:07,950
ingaat op de verplichting om
gezagsdragers te gehoorzamen.

682
00:41:07,950 --> 00:41:12,210
Zo uitvoerig als het Nieuwe Testament
daar eigenlijk maar op ingaat.

683
00:41:12,210 --> 00:41:15,930
Hij besteedt er ongeveer zeven
verzen aan en vat zijn betoog

684
00:41:15,930 --> 00:41:20,010
samen met woorden die doen
denken aan Jezus’ eigen woorden:

685
00:41:20,010 --> 00:41:22,950
Geef de keizer wat van de keizer is.

686
00:41:22,950 --> 00:41:26,070
In Romeinen 13 zegt hij in vers 7:

687
00:41:26,070 --> 00:41:31,590
Geef dus aan allen wat u verschuldigd
bent: belasting aan wie belasting,

688
00:41:31,590 --> 00:41:38,250
tol aan wie tol, ontzag aan wie
ontzag, eer aan wie eer toekomt.

689
00:41:38,250 --> 00:41:41,430
Dat is de samenvatting
van deze korte bespreking.

690
00:41:41,430 --> 00:41:44,670
Het woord ‘render’ betekent teruggeven.

691
00:41:44,670 --> 00:41:48,150
Dat is hetzelfde woord dat
Jezus gebruikte toen Hij zei:

692
00:41:48,150 --> 00:41:52,890
‘Geef de keizer’. En het staat in
de context van belasting betalen.

693
00:41:52,890 --> 00:41:57,510
Het lijkt dus waarschijnlijk dat Paulus
Jezus’ uitspraak in gedachten heeft

694
00:41:57,510 --> 00:41:59,490
wanneer hij dit gedeelte schrijft.

695
00:41:59,490 --> 00:42:02,010
Hij trekt de verplichting van de gelovige

696
00:42:02,010 --> 00:42:05,070
duidelijk verder door dan
alleen belasting betalen,

697
00:42:05,070 --> 00:42:08,610
naar gehoorzaamheid aan de
autoriteiten in het algemeen.

698
00:42:08,610 --> 00:42:12,270
Ik vertrouw erop dat deze
passage je niet onbekend is.

699
00:42:12,270 --> 00:42:16,110
Ik weet dat je die hebt gelezen,
misschien wel meer dan eens.

700
00:42:16,110 --> 00:42:20,430
Je kunt aan het begin van Romeinen
hoofdstuk 13 zien dat er staat:

701
00:42:20,430 --> 00:42:24,990
Ieder mens moet zich onderwerpen aan de
gezagsdragers die over hem gesteld zijn,

702
00:42:24,990 --> 00:42:29,430
want er is geen gezag dan van God,
en de gezagsdragers die er zijn,

703
00:42:29,430 --> 00:42:33,990
zijn door God ingesteld, zodat hij
die zich verzet tegen het gezag,

704
00:42:33,990 --> 00:42:38,010
tegen de instelling van God
ingaat, en wie daartegen ingaan,

705
00:42:38,010 --> 00:42:40,830
zullen over zichzelf een oordeel halen.

706
00:42:40,830 --> 00:42:43,530
Later in deze bespreking
zegt hij verder dat deze

707
00:42:43,530 --> 00:42:48,210
autoriteiten in feite een dienst
verrichten die God hun heeft opgedragen.

708
00:42:48,210 --> 00:42:51,210
Daarom moeten ze als dienaren
van God worden beschouwd.

709
00:42:51,210 --> 00:42:54,030
Sterker nog, ze doen dat voltijds.

710
00:42:54,030 --> 00:42:58,110
Je moet hen dus betalen zoals
je dienaren van God betaalt,

711
00:42:58,110 --> 00:43:00,870
in de zin dat je in
hun onderhoud voorziet.

712
00:43:00,870 --> 00:43:02,850
Dat is de reden waarom hij zegt:

713
00:43:02,850 --> 00:43:04,830
Betaal dus je belasting.

714
00:43:04,830 --> 00:43:09,570
Want daarom doe je dat: omdat deze
mensen voltijds dienaren zijn.

715
00:43:09,570 --> 00:43:11,490
Dat staat er in vers 6:

716
00:43:11,490 --> 00:43:14,670
Om die reden immers
betaalt u ook belastingen.

717
00:43:14,670 --> 00:43:19,590
Het zijn namelijk dienaars van God, die
juist daarmee voortdurend bezig zijn.

718
00:43:19,590 --> 00:43:22,710
Dat wil zeggen, de
overheidsfunctionarissen.

719
00:43:22,710 --> 00:43:24,870
Oftewel voltijds.

720
00:43:24,870 --> 00:43:28,890
Er moet worden voorzien in het
onderhoud van voltijdse dienaren.

721
00:43:28,890 --> 00:43:33,810
Zoals de Levieten voltijds dienaren
waren: de mensen gaven hun tienden om

722
00:43:33,810 --> 00:43:35,790
in hun onderhoud te voorzien.

723
00:43:35,790 --> 00:43:38,850
Politieagenten zijn voltijds dienaren.

724
00:43:38,850 --> 00:43:41,730
Ook hun salarissen betaal
je met je belastinggeld,

725
00:43:41,730 --> 00:43:44,430
en die van andere
overheidsfunctionarissen.

726
00:43:44,430 --> 00:43:47,850
Het probleem met deze passage
is natuurlijk dat het,

727
00:43:47,850 --> 00:43:53,070
in elk geval op het eerste gezicht, klinkt
alsof elke overtreding van welke wet dan

728
00:43:53,070 --> 00:43:58,530
ook die door overheidsinstanties is
opgesteld, een overtreding tegen God is.

729
00:43:58,530 --> 00:44:00,390
Toch kennen we gevallen in de Bijbel

730
00:44:00,390 --> 00:44:05,370
waarin mensen worden geprezen omdat ze
niet deden wat de autoriteiten zeiden.

731
00:44:05,370 --> 00:44:09,330
De autoriteiten droegen hun namelijk
op dingen te doen die mensen niet

732
00:44:09,330 --> 00:44:12,270
mochten doen, en zij weigerden dat.

733
00:44:12,270 --> 00:44:18,150
De voor de hand liggende voorbeelden
zijn Sadrach, Mesach en Abed-Nego,

734
00:44:18,150 --> 00:44:23,430
Daniël en de apostelen zelf, toen hun
verboden werd het Evangelie te prediken.

735
00:44:23,430 --> 00:44:28,770
Toen het Sanhedrin, dat het gezag had, hun
opdroeg niet meer te prediken, zeiden ze:

736
00:44:28,770 --> 00:44:32,010
Maar Petrus en de apostelen
antwoordden en zeiden:

737
00:44:32,010 --> 00:44:35,430
Men moet aan God meer
gehoorzaam zijn dan aan mensen.

738
00:44:35,430 --> 00:44:39,990
Ik weet zeker dat Paulus deze mensen zou
prijzen voor de keuzes die ze maakten.

739
00:44:39,990 --> 00:44:43,650
Maar als je zijn woorden zonder
enige nadere bepaling neemt,

740
00:44:43,650 --> 00:44:46,770
klinkt het alsof deze
mensen verkeerd handelden.

741
00:44:46,770 --> 00:44:51,450
Ze verzetten zich tegen het gezag, en
daarom verzetten ze zich tegen God.

742
00:44:51,450 --> 00:44:54,930
Dat was verkeerd en ze zouden
geoordeeld moeten worden.

743
00:44:54,930 --> 00:44:57,210
Ik zal je vertellen hoe ik het begrijp.

744
00:44:57,210 --> 00:45:01,230
Wanneer hij zegt dat de autoriteiten
die er zijn door God zijn aangesteld,

745
00:45:01,230 --> 00:45:03,930
bedoelt hij niet noodzakelijk
dat alles wat ze doen,

746
00:45:03,930 --> 00:45:06,690
is wat God zou opdragen om te doen.

747
00:45:06,690 --> 00:45:09,210
Het betekent dat ze aangesteld zijn.

748
00:45:09,210 --> 00:45:13,410
De positie die zij bekleden
is geen soevereine positie.

749
00:45:13,410 --> 00:45:17,430
Ze staan onder een hoger gezag,
dat hen heeft aangesteld.

750
00:45:17,430 --> 00:45:20,790
Zoals iedereen die in welk
ambt dan ook wordt aangesteld,

751
00:45:20,790 --> 00:45:25,350
hebben ze een gezagsgebied waarbinnen
ze zijn aangesteld om op te treden.

752
00:45:25,350 --> 00:45:29,550
Als ze buiten dat gebied optreden,
zijn ze eenvoudigweg aanmatigend

753
00:45:29,550 --> 00:45:31,770
en handelen ze niet met gezag.

754
00:45:31,770 --> 00:45:35,490
We hebben het eerder over gezag
gehad en ik heb toen dezelfde punten

755
00:45:35,490 --> 00:45:37,050
naar voren gebracht.

756
00:45:37,050 --> 00:45:41,550
Daarom heb ik niet het gevoel dat ik
daar uitvoerig op hoef in te gaan.

757
00:45:41,550 --> 00:45:46,350
Maar omdat we het in Titus 3 in
wezen over hetzelfde begrip hebben:

758
00:45:46,350 --> 00:45:51,510
Herinner hen eraan dat zij de overheden
en machten onderdanig behoren te zijn,

759
00:45:51,510 --> 00:45:56,370
dat zij hun gehoorzaam zijn en dat
zij tot elk goed werk bereid zijn,

760
00:45:56,370 --> 00:46:00,750
moeten we opnieuw bekijken wat
Paulus hier nu eigenlijk over leert

761
00:46:00,750 --> 00:46:03,450
en wat de Bijbel er in
het algemeen over leert.

762
00:46:03,450 --> 00:46:07,050
Het antwoord is dat degenen die
enige vorm van gezag hebben,

763
00:46:07,050 --> 00:46:12,510
of dat nu in de gemeente is, in het gezin,
in de staat of op enig ander gebied,

764
00:46:12,510 --> 00:46:16,770
hun gezag hebben omdat God hun
enig gezag heeft gedelegeerd.

765
00:46:16,770 --> 00:46:19,590
God heeft hen aangesteld voor een taak.

766
00:46:19,590 --> 00:46:24,510
Die taak brengt met zich mee dat ze
bepaalde handelingen met gezag verrichten.

767
00:46:24,510 --> 00:46:27,150
Net zoals het gezag van
ouders over kinderen,

768
00:46:27,150 --> 00:46:31,710
of het gezag van de oudsten in de
gemeente, of welk gezag dan ook.

769
00:46:31,710 --> 00:46:36,990
Alle gezag in de hemel en op aarde
behoort aan Jezus toe, zei Hij.

770
00:46:36,990 --> 00:46:40,830
En Jezus kwam naar hen
toe, sprak met hen en zei:

771
00:46:40,830 --> 00:46:44,970
Mij is gegeven alle macht
in hemel en op aarde.

772
00:46:44,970 --> 00:46:49,770
Het enige gezag dat iemand heeft,
is het gezag dat Jezus, dat God,

773
00:46:49,770 --> 00:46:52,710
aan afzonderlijke mensen
heeft gedelegeerd.

774
00:46:52,710 --> 00:46:56,970
Maar al het gedelegeerde
gezag is beperkt van omvang.

775
00:46:56,970 --> 00:46:59,730
Ouders hebben een beperkt gezagsgebied.

776
00:46:59,730 --> 00:47:03,990
En als ze buiten dat gebied handelen,
hebben ze eigenlijk geen gezag;

777
00:47:03,990 --> 00:47:05,970
dan zijn ze gewoon mensen.

778
00:47:05,970 --> 00:47:08,610
Het feit dat God tegen kinderen zegt:

779
00:47:08,610 --> 00:47:13,650
Kinderen, wees je ouders gehoorzaam
in de Heere, want dat is juist.

780
00:47:13,650 --> 00:47:16,890
betekent dat ik gezag
over mijn kinderen heb,

781
00:47:16,890 --> 00:47:20,430
omdat God hun heeft
geboden mij te gehoorzamen.

782
00:47:20,430 --> 00:47:25,110
Hij heeft mij in wezen gemachtigd om
gezag over mijn kinderen te hebben.

783
00:47:25,110 --> 00:47:29,490
Maar als ik gezag probeer uit te oefenen
over de kinderen van iemand anders,

784
00:47:29,490 --> 00:47:34,650
waartoe ik geen recht heb, dan ben ik
voor hen gewoon iemand als ieder ander.

785
00:47:34,650 --> 00:47:36,750
Ze hoeven mij niet te gehoorzamen.

786
00:47:36,750 --> 00:47:39,030
Ik bevind me buiten mijn gezagsgebied.

787
00:47:39,030 --> 00:47:43,470
En wanneer iemand met gezag buiten
zijn rechtmatige gezagsgebied handelt,

788
00:47:43,470 --> 00:47:45,570
heeft hij helemaal geen gezag.

789
00:47:45,570 --> 00:47:49,050
Dus als het gaat om het Bijbelse
onderwijs over regeerders,

790
00:47:49,050 --> 00:47:54,570
moeten we begrijpen dat God de regeerders
als gezagsdragers heeft aangesteld.

791
00:47:54,570 --> 00:47:58,350
Maar we moeten vaststellen
wat hun gezagsgebied is.

792
00:47:58,350 --> 00:48:01,170
Zolang ze binnen hun
gezagsgebied handelen,

793
00:48:01,170 --> 00:48:05,310
treden ze op als Gods
vertegenwoordigers, onder Zijn bevel.

794
00:48:05,310 --> 00:48:09,870
Daarom is verzet tegen hun
rechtmatige gezag verzet tegen God,

795
00:48:09,870 --> 00:48:12,090
want Hij heeft hen aangesteld.

796
00:48:12,090 --> 00:48:16,650
Als mijn kinderen mij zouden trotseren,
zouden ze daarmee God trotseren,

797
00:48:16,650 --> 00:48:19,710
want Hij heeft hun gezegd
mij te gehoorzamen.

798
00:48:19,710 --> 00:48:23,370
Maar als de gezagsdragers
buiten hun gezagsgebied handelen

799
00:48:23,370 --> 00:48:26,550
en dingen doen waartoe God
hen nooit heeft aangesteld,

800
00:48:26,550 --> 00:48:31,290
dan hebben ze bij die specifieke
handeling niet meer gezag dan jij of ik.

801
00:48:31,290 --> 00:48:34,950
Gezag bestaat niet simpelweg
omdat ze een ambt bekleden.

802
00:48:34,950 --> 00:48:40,410
Gezag bestaat omdat ze doen waartoe
God hen heeft aangesteld. Wat is dat?

803
00:48:40,410 --> 00:48:43,770
In Romeinen hoofdstuk 13, vers 4, staat:

804
00:48:43,770 --> 00:48:47,670
Zij is immers Gods dienares, u ten goede.

805
00:48:47,670 --> 00:48:52,590
Als u echter kwaad doet, vrees dan, want
zij draagt het zwaard niet zonder reden.

806
00:48:52,590 --> 00:48:56,730
Zij is namelijk Gods
dienares, een wreekster tot

807
00:48:56,730 --> 00:48:59,070
straf voor hem die het kwade doet.

808
00:48:59,070 --> 00:49:02,130
Dat wil zeggen, de overheidsfunctionaris.

809
00:49:02,130 --> 00:49:04,950
En hier staat waartoe hij is aangesteld:

810
00:49:04,950 --> 00:49:10,230
iemand die namens God zijn woede laat
voelen door te straffen wie kwaad doet.

811
00:49:10,230 --> 00:49:13,530
Dat is waartoe God
regeerders heeft aangesteld:

812
00:49:13,530 --> 00:49:16,890
om toorn te voltrekken
aan hen die kwaad doen.

813
00:49:16,890 --> 00:49:22,170
Petrus zegt dit duidelijk en wat
uitvoeriger in 1 Petrus hoofdstuk 2,

814
00:49:22,170 --> 00:49:24,630
vers 13 en 14.

815
00:49:24,630 --> 00:49:32,490
1 Petrus 2, vers 13 en 14, een passage die
heel sterk op Romeinen 13 lijkt. Hij zegt:

816
00:49:32,490 --> 00:49:36,390
Onderwerp u dan omwille van de
Heere aan alle menselijke orde,

817
00:49:36,390 --> 00:49:41,430
hetzij aan de koning, als hoogste
machthebber, hetzij aan de stadhouders,

818
00:49:41,430 --> 00:49:45,870
als mensen die door hem gezonden
worden tot straf van de kwaaddoeners,

819
00:49:45,870 --> 00:49:48,810
maar tot lof van hen die goeddoen.

820
00:49:48,810 --> 00:49:53,670
Want zo is het de wil van God, dat u
door goed te doen het onverstand van de

821
00:49:53,670 --> 00:49:56,010
dwaze mensen de mond snoert;

822
00:49:56,010 --> 00:50:01,770
Hier vertelt hij ons in vers 14 precies
waartoe God regeerders heeft aangesteld:

823
00:50:01,770 --> 00:50:06,210
om degenen die goed doen te prijzen
en om kwaaddoeners te straffen.

824
00:50:06,210 --> 00:50:09,030
Hetzelfde als wat Romeinen 13 zegt.

825
00:50:09,030 --> 00:50:12,150
Dit is dus waartoe de
overheid gezag heeft:

826
00:50:12,150 --> 00:50:15,690
om recht en gerechtigheid te handhaven.

827
00:50:15,690 --> 00:50:20,250
De overheid heeft onder God geen gezag
om de rechtvaardigen te vervolgen,

828
00:50:20,250 --> 00:50:25,470
geen gezag om te bevelen dat er onrecht
of ongerechtigheid wordt bedreven.

829
00:50:25,470 --> 00:50:30,150
Zodra een gezagsdrager je beveelt
om voor een afgodsbeeld te buigen,

830
00:50:30,150 --> 00:50:35,310
zoals Nebukadnezar Sadrach,
Mesach en Abed-Nego opdroeg,

831
00:50:35,310 --> 00:50:37,410
wat doet Nebukadnezar dan?

832
00:50:37,410 --> 00:50:40,890
Hij gedraagt zich alsof
hij boven God Zelf staat.

833
00:50:40,890 --> 00:50:46,290
Hij vergeet dat hij door God is aangesteld
en dat hij niet door God is aangesteld om

834
00:50:46,290 --> 00:50:50,010
mensen te zeggen dat ze voor
afgodsbeelden moeten buigen.

835
00:50:50,010 --> 00:50:53,130
Want daarmee eigent hij
zich gezag toe waarvan God

836
00:50:53,130 --> 00:50:55,410
nooit heeft gewild dat hij het zou hebben.

837
00:50:55,410 --> 00:51:00,150
Eigenlijk zou Nebukadnezar mensen die
voor afgodsbeelden buigen moeten straffen,

838
00:51:00,150 --> 00:51:02,310
want dat is waartoe God
hem heeft aangesteld.
