1
00:00:02,070 --> 00:00:04,350
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,350 --> 00:00:10,410
Deze keer behandelen we Zacharia
14, vers 1 tot en met vers 5.

3
00:00:10,410 --> 00:00:13,110
We hebben nog maar één
hoofdstuk van Zacharia te gaan,

4
00:00:13,110 --> 00:00:15,810
en volgens de meeste mensen
is dat het moeilijkste.

5
00:00:15,810 --> 00:00:18,690
Ik vind het niet meer zo moeilijk
te begrijpen als vroeger,

6
00:00:18,690 --> 00:00:20,670
maar het moet wel heel moeilijk zijn,

7
00:00:20,670 --> 00:00:23,910
want de commentatoren lijken
het niet te begrijpen.

8
00:00:23,910 --> 00:00:29,670
Dit hele gedeelte, hoofdstuk 12 tot en
met 14, de laatste godsspraak in het boek,

9
00:00:29,670 --> 00:00:32,730
wordt door de meeste commentatoren
doorgaans op het einde van

10
00:00:32,730 --> 00:00:34,290
de wereld toegepast.

11
00:00:34,290 --> 00:00:38,250
Maar ik zie in het boek helemaal geen
aanwijzing dat het daarover gaat.

12
00:00:38,250 --> 00:00:41,670
Sterker nog, er zijn aanwijzingen
in het Nieuwe Testament

13
00:00:41,670 --> 00:00:46,470
die ons vertellen dat het over iets heel
anders gaat dan het einde van de wereld.

14
00:00:46,470 --> 00:00:49,770
We gaan dus ons best doen om
vast te stellen wat dat is.

15
00:00:49,770 --> 00:00:52,830
Ik wil ook zeggen dat
mensen die deze lezing horen

16
00:00:52,830 --> 00:00:56,130
misschien vasthouden aan een
andere opvatting hierover.

17
00:00:56,130 --> 00:01:00,510
Ik merk dat mensen die aan een
andere opvatting vasthouden soms

18
00:01:00,510 --> 00:01:04,830
aanstoot nemen aan de suggestie dat dit
niet over het einde van de wereld gaat,

19
00:01:04,830 --> 00:01:07,170
of zich daardoor bedreigd voelen.

20
00:01:07,170 --> 00:01:11,490
Daardoor krijg ik de indruk dat ze een
bepaald belang bij hun uitleg hebben dat

21
00:01:11,490 --> 00:01:13,830
ik niet helemaal kan doorgronden.

22
00:01:13,830 --> 00:01:16,890
Ik weet niet goed waarom
het iets zou uitmaken.

23
00:01:16,890 --> 00:01:20,310
Of dit nu wel of niet over
het einde van de wereld gaat,

24
00:01:20,310 --> 00:01:24,870
het belangrijkste zou moeten zijn dat
we begrijpen waar het wél over gaat.

25
00:01:24,870 --> 00:01:28,950
Als zou blijken dat het over iets
anders gaat dan we ooit dachten,

26
00:01:28,950 --> 00:01:32,670
zoals het volgens mij over iets anders
blijkt te gaan dan ik ooit dacht,

27
00:01:32,670 --> 00:01:35,790
dan weet ik niet waarom dat
voor ons een probleem zou zijn.

28
00:01:35,790 --> 00:01:38,910
Tenzij van gedachten
veranderen een crisis is.

29
00:01:38,910 --> 00:01:42,630
Maar vergeet niet dat het bij onze
studie van de Schrift niet onze

30
00:01:42,630 --> 00:01:45,270
taak is om ons gelijk te bewijzen.

31
00:01:45,270 --> 00:01:50,490
Ik ga niet per se proberen te bewijzen dat
de opvatting van iemand anders onjuist is.

32
00:01:50,490 --> 00:01:54,510
Maar ik wil wel zo goed mogelijk
aantonen waar het over gaat,

33
00:01:54,510 --> 00:01:58,950
door Schrift met Schrift te
vergelijken. Dat is mijn taak.

34
00:01:58,950 --> 00:02:03,390
Dit hoofdstuk bevat, meer dan de
andere hoofdstukken in Zacharia,

35
00:02:03,390 --> 00:02:06,630
bepaalde beelden waar
mensen erg aan gehecht zijn.

36
00:02:06,630 --> 00:02:09,630
Ze brengen het inderdaad in
verband met de wederkomst van

37
00:02:09,630 --> 00:02:12,570
Christus en de gebeurtenissen daaromheen.

38
00:02:12,570 --> 00:02:17,130
Laten we nu het hele hoofdstuk
lezen, zodat we het geheel overzien.

39
00:02:17,130 --> 00:02:19,590
Dit is niet het begin van de profetie.

40
00:02:19,590 --> 00:02:24,450
Die begon in hoofdstuk 12 met de uitspraak
dat dit de last van het Woord van de Heere

41
00:02:24,450 --> 00:02:26,070
tegen Israël is.

42
00:02:26,070 --> 00:02:29,910
We moeten in deze profetie dus iets
verwachten dat te maken heeft met het

43
00:02:29,910 --> 00:02:32,790
oordeel over Israël, want dat staat er.

44
00:02:32,790 --> 00:02:36,750
_[Vertalersnoot: De spreker leest
hier en verderop ‘tegen Israël’

45
00:02:36,750 --> 00:02:39,990
en baseert daarop zijn uitleg als oordeel.

46
00:02:39,990 --> 00:02:44,430
De HSV heeft in Zacharia
12:1 ‘over Israël’.]_

47
00:02:44,430 --> 00:02:48,450
We hebben in hoofdstuk 12 gezien dat dat
hoofdstuk waarschijnlijk voor een groot

48
00:02:48,450 --> 00:02:52,170
deel ging over de bescherming van
Jeruzalem tegen vijandige machten,

49
00:02:52,170 --> 00:02:54,750
vermoedelijk in de tijd van de Makkabeeën.

50
00:02:54,750 --> 00:02:58,650
Die legermachten die probeerden
Jeruzalem van zijn plaats te verdringen,

51
00:02:58,650 --> 00:03:02,250
waren als mensen die een grote
steen probeerden te verplaatsen.

52
00:03:02,250 --> 00:03:06,210
Die steen werd hun juist te
machtig en verwondde hen ernstig.

53
00:03:06,210 --> 00:03:09,210
Dat is wat er volgens
de tekst zal gebeuren.

54
00:03:09,210 --> 00:03:15,030
Antiochus Epiphanes en zijn legers hebben
het zeker zwaar moeten ontgelden vanwege

55
00:03:15,030 --> 00:03:19,470
hun pogingen om de aanbidding van de
ware God in Jeruzalem uit te roeien,

56
00:03:19,470 --> 00:03:23,250
en vanwege het ontheiligen
van de tempel en dat alles.

57
00:03:23,250 --> 00:03:29,250
Ik denk dat hoofdstuk 12 daar grotendeels
over gaat, totdat we bij vers 10 komen.

58
00:03:29,250 --> 00:03:31,890
Dat gaat volgens mij over Pinksteren.

59
00:03:31,890 --> 00:03:36,510
Het gaat immers om het uitstorten van
de Geest op de inwoners van Jeruzalem.

60
00:03:36,510 --> 00:03:39,810
Wat zou daarvan een meer voor
de hand liggende vervulling zijn

61
00:03:39,810 --> 00:03:41,790
dan die keer dat Hij dat deed,

62
00:03:41,790 --> 00:03:45,090
zoals beschreven staat in
Handelingen hoofdstuk 2?

63
00:03:45,090 --> 00:03:50,010
Bovendien weten we dat hoofdstuk 13,
dat gewoon dezelfde profetie voortzet,

64
00:03:50,010 --> 00:03:54,390
in de eerste eeuw vervuld is,
bij de eerste komst van Christus.

65
00:03:54,390 --> 00:03:56,070
In vers 7 staat:

66
00:03:56,070 --> 00:04:01,230
Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder en
tegen de Man Die Mijn Metgezel is,

67
00:04:01,230 --> 00:04:04,050
spreekt de HEERE van de legermachten.

68
00:04:04,050 --> 00:04:07,890
Sla die Herder en de schapen
zullen overal verspreid worden.

69
00:04:07,890 --> 00:04:10,650
Maar Ik zal Mijn hand
tot de kleinen wenden.

70
00:04:10,650 --> 00:04:16,050
Christus haalde dat natuurlijk
aan in Mattheüs 26:31 en zei:

71
00:04:16,050 --> 00:04:21,330
Toen zei Jezus tegen hen: U zult in
deze nacht allen aanstoot aan Mij nemen,

72
00:04:21,330 --> 00:04:24,750
want er is geschreven: Ik
zal de Herder slaan en de

73
00:04:24,750 --> 00:04:28,110
schapen van de kudde zullen
uiteengedreven worden.

74
00:04:28,110 --> 00:04:31,710
Christus haalde dit vers dus
aan alsof de vervulling ervan

75
00:04:31,710 --> 00:04:34,050
diezelfde nacht zou plaatsvinden.

76
00:04:34,050 --> 00:04:37,230
We zien dus dat de
gebeurtenissen in hoofdstuk 12,

77
00:04:37,230 --> 00:04:39,690
afgezien van het gedeelte over Pinksteren,

78
00:04:39,690 --> 00:04:43,530
hoogstwaarschijnlijk toewerken naar de
tijd van Christus, Zijn eerste komst.

79
00:04:43,530 --> 00:04:47,790
Pinksteren en het openen van een bron voor
de vergeving van zonden in hoofdstuk 13,

80
00:04:47,790 --> 00:04:51,630
vers 1, zouden verband houden
met de dood en opstanding van

81
00:04:51,630 --> 00:04:54,570
Christus en het geven
van de Heilige Geest.

82
00:04:54,570 --> 00:04:57,930
Vers 7 wordt genoemd als
het slaan van de Herder,

83
00:04:57,930 --> 00:05:02,190
omdat dit ertoe leidt dat God
Zijn hand tegen Zijn kudde keert.

84
00:05:02,190 --> 00:05:05,850
Omdat de Herder geslagen wordt,
worden de schapen verstrooid,

85
00:05:05,850 --> 00:05:09,030
en zal God Zijn hand tegen Israël keren.

86
00:05:09,030 --> 00:05:11,430
_[Vertalersnoot: De spreker
legt de Engelse formulering

87
00:05:11,430 --> 00:05:15,150
‘Mijn hand tegen de kleinen
keren’ uit als oordeel.

88
00:05:15,150 --> 00:05:21,270
De HSV heeft in Zacharia 13:7 ‘Mijn
hand tot de kleinen wenden’.]_

89
00:05:21,270 --> 00:05:24,870
We hadden kunnen verwachten dat dit
in de profetie aan de orde zou komen,

90
00:05:24,870 --> 00:05:29,730
want de profetie begon in hoofdstuk
12, vers 1, met de woorden:

91
00:05:29,730 --> 00:05:33,630
De last, het woord van
de HEERE over Israël.

92
00:05:33,630 --> 00:05:38,490
De HEERE spreekt, Die de hemel
uitspant, de aarde grondvest en de

93
00:05:38,490 --> 00:05:41,190
geest van de mens in zijn binnenste vormt.

94
00:05:41,190 --> 00:05:45,690
Toch hebben we nog geen beschrijving
gelezen van een oordeel over Israël.

95
00:05:45,690 --> 00:05:50,430
We hebben gelezen dat God Israël in
de tijd van de Makkabeeën beschermde.

96
00:05:50,430 --> 00:05:55,110
We hebben gelezen over de uitstorting van
de Geest en het openen van een bron tegen

97
00:05:55,110 --> 00:06:00,630
zonde en onreinheid, wat ongetwijfeld
het bloed van Christus aan het kruis is.

98
00:06:00,630 --> 00:06:05,130
Maar waarom en wanneer beginnen we in
deze profetie over het oordeel over

99
00:06:05,130 --> 00:06:06,630
Israël te spreken?

100
00:06:06,630 --> 00:06:10,830
Het is omdat ze de Herder geslagen
hebben. En wanneer is dat nu?

101
00:06:10,830 --> 00:06:13,470
Hij zegt in hoofdstuk 13, vers 8:

102
00:06:13,470 --> 00:06:17,370
Het zal gebeuren, spreekt de
HEERE, dat in heel het land

103
00:06:17,370 --> 00:06:21,090
twee derde ervan uitgeroeid zal
worden en de geest zal geven,

104
00:06:21,090 --> 00:06:23,430
en een derde ervan zal overblijven.

105
00:06:23,430 --> 00:06:27,510
Er komt dus een oordeel over Israël
vanwege het slaan van de Herder.

106
00:06:27,510 --> 00:06:31,470
Dat zal ertoe leiden dat de meerderheid
van het Joodse volk onder een zwaar

107
00:06:31,470 --> 00:06:33,630
oordeel komt, zelfs de dood.

108
00:06:33,630 --> 00:06:35,970
Dit is natuurlijk in de
geschiedenis gebeurd,

109
00:06:35,970 --> 00:06:40,410
niet heel lang nadat Jezus stierf,
toen de Romeinen kwamen en de Joodse

110
00:06:40,410 --> 00:06:42,210
staat volledig verwoestten.

111
00:06:42,210 --> 00:06:45,030
Er was een overblijfsel
dat dit overleefde.

112
00:06:45,030 --> 00:06:48,810
Het wordt beschreven als een derde
dat er veilig doorheen wordt gebracht,

113
00:06:48,810 --> 00:06:52,470
en God loutert hen zoals
goud wordt gelouterd.

114
00:06:52,470 --> 00:06:56,850
Dit is iets waarvan Petrus
bijvoorbeeld in 1 Petrus hoofdstuk 1,

115
00:06:56,850 --> 00:07:00,150
vers 7 zegt dat de gemeente het meemaakt.

116
00:07:00,150 --> 00:07:04,890
De christenen uit de eerste eeuw worden
gelouterd zoals goud wordt gelouterd,

117
00:07:04,890 --> 00:07:08,370
precies zoals hier wordt voorspeld
dat het zou gebeuren met dat

118
00:07:08,370 --> 00:07:10,710
overblijfsel dat behouden wordt.

119
00:07:10,710 --> 00:07:13,530
Maar waar gaat hoofdstuk 14 over?

120
00:07:13,530 --> 00:07:17,850
Volgens mij gaat het over hetzelfde, en
daarom zal ik het beschouwen als vervuld

121
00:07:17,850 --> 00:07:22,710
in het jaar 70 na Christus, in elk
geval het eerste gedeelte ervan.

122
00:07:22,710 --> 00:07:26,310
We zullen wel goed moeten opletten
als we dit hoofdstuk doorlezen,

123
00:07:26,310 --> 00:07:30,210
want Jeruzalem lijkt van tijd tot
tijd een andere rol te vervullen.

124
00:07:30,210 --> 00:07:33,690
In de profetische Schriften,
niet alleen in Zacharia

125
00:07:33,690 --> 00:07:36,840
maar in de profetische Schriften
van het hele Oude Testament,

126
00:07:36,840 --> 00:07:41,610
verwijst Jeruzalem soms naar de afvallige
stad Jeruzalem onder Gods oordeel.

127
00:07:41,610 --> 00:07:46,830
En soms verwijst het naar het overblijfsel
van Jeruzalem dat bleef bestaan als een

128
00:07:46,830 --> 00:07:52,230
geestelijk Jeruzalem, als een hemels
Jeruzalem: burgers van de hemel,

129
00:07:52,230 --> 00:07:56,250
mensen van wie de namen in de
hemel opgeschreven staan als

130
00:07:56,250 --> 00:07:59,550
burgers van Gods
geestelijke stad Jeruzalem.

131
00:07:59,550 --> 00:08:02,070
We hebben dit in eerdere lezingen gezien.

132
00:08:02,070 --> 00:08:05,250
We hoeven al die Schriftgedeelten
niet opnieuw door te nemen,

133
00:08:05,250 --> 00:08:09,930
maar het belangrijkste Schriftgedeelte dat
misschien helpt om dit duidelijk te maken,

134
00:08:09,930 --> 00:08:12,510
staat in Hebreeën hoofdstuk 12.

135
00:08:12,510 --> 00:08:16,140
Daar maakt de schrijver van Hebreeën
heel duidelijk dat hij Jeruzalem,

136
00:08:16,140 --> 00:08:18,630
in elk geval het hemelse Jeruzalem,

137
00:08:18,630 --> 00:08:21,450
beschouwt als een
verwijzing naar de gemeente.

138
00:08:21,450 --> 00:08:24,750
Hij zegt in Hebreeën 12:22:

139
00:08:24,750 --> 00:08:29,610
Maar u bent genaderd tot de berg Sion
en tot de stad van de levende God,

140
00:08:29,610 --> 00:08:33,870
tot het hemelse Jeruzalem en tot
tienduizendtallen van engelen,

141
00:08:33,870 --> 00:08:37,770
Wij maken deel uit van de algemene
vergadering in de gemeente van

142
00:08:37,770 --> 00:08:40,050
Christus, de Eerstgeborene.

143
00:08:40,050 --> 00:08:41,970
_[Vertalersnoot: De
spreker betrekt het Engelse

144
00:08:41,970 --> 00:08:45,210
‘firstborn’ hier op Christus
als de Eerstgeborene.

145
00:08:45,210 --> 00:08:52,230
De HSV spreekt in Hebreeën 12:23 over
‘de gemeente van de eerstgeborenen’,

146
00:08:52,230 --> 00:08:56,010
in het meervoud.]_ Wij staan
ingeschreven in de hemel,

147
00:08:56,010 --> 00:09:01,710
dat wil zeggen als burgers van het
hemelse Jeruzalem. Wij zijn Sion.

148
00:09:01,710 --> 00:09:03,750
Wij zijn de stad van God.

149
00:09:03,750 --> 00:09:06,270
Jezus zei tegen Zijn discipelen:

150
00:09:06,270 --> 00:09:08,670
U bent het licht van de wereld.

151
00:09:08,670 --> 00:09:12,990
Een stad die boven op een berg
ligt, kan niet verborgen zijn.

152
00:09:12,990 --> 00:09:15,210
Jullie zijn die stad.

153
00:09:15,210 --> 00:09:17,670
Jullie zijn de stad van God.

154
00:09:17,670 --> 00:09:21,150
Jullie zijn het geestelijke,
hemelse Jeruzalem.

155
00:09:21,150 --> 00:09:24,990
tot een feestelijke vergadering en
de gemeente van de eerstgeborenen,

156
00:09:24,990 --> 00:09:29,910
die in de hemelen opgeschreven zijn,
en tot God, de Rechter over allen,

157
00:09:29,910 --> 00:09:34,110
en tot de geesten van de rechtvaardigen,
die tot volmaaktheid zijn gekomen,

158
00:09:34,110 --> 00:09:35,370
Dat zijn wij.

159
00:09:35,370 --> 00:09:39,330
De schrijver van Hebreeën verwijst
natuurlijk in zijn hele boek naar

160
00:09:39,330 --> 00:09:41,310
materiaal uit het Oude Testament.

161
00:09:41,310 --> 00:09:46,530
Wanneer hij zegt dat we tot Jeruzalem zijn
gekomen, of tot de berg Sion zijn gekomen,

162
00:09:46,530 --> 00:09:49,650
zegt hij niet op welke
passage hij zinspeelt.

163
00:09:49,650 --> 00:09:55,830
De kans is groot dat hij zinspeelt op
Jesaja hoofdstuk 2 en Micha hoofdstuk 4,

164
00:09:55,830 --> 00:09:57,990
waar wordt gesproken over:

165
00:09:57,990 --> 00:10:01,470
Alle volken zullen naar
de berg Sion toestromen,

166
00:10:01,470 --> 00:10:05,430
onderricht van de Heere ontvangen
en in Zijn wegen wandelen.

167
00:10:05,430 --> 00:10:11,070
Zeker, sinds Christus is gekomen, zijn
er heidenen uit alle volken de gemeente,

168
00:10:11,070 --> 00:10:13,590
de berg Sion, binnengekomen.

169
00:10:13,590 --> 00:10:17,190
Ze ontvangen onderricht
en wandelen in Gods wegen.

170
00:10:17,190 --> 00:10:19,350
Dat was natuurlijk ook
al eerder voorspeld,

171
00:10:19,350 --> 00:10:23,550
aan het einde van hoofdstuk 8 van
Zacharia, als ik het goed heb.

172
00:10:23,550 --> 00:10:28,590
Soms is het het fysieke Jeruzalem,
soms is het het geestelijke Jeruzalem,

173
00:10:28,590 --> 00:10:31,350
en eigenlijk staat dat
niet zo los van elkaar.

174
00:10:31,350 --> 00:10:33,270
Dat lijkt misschien wel zo.

175
00:10:33,270 --> 00:10:37,890
Je zegt: ‘Waarom zeg je dat dit
Jeruzalem aards is en dat Jeruzalem

176
00:10:37,890 --> 00:10:39,510
daar geestelijk is?’

177
00:10:39,510 --> 00:10:42,270
Omdat in de gedachtewereld
van de profeten het

178
00:10:42,270 --> 00:10:47,070
aardse en het geestelijke Jeruzalem niet
helemaal twee verschillende dingen zijn.

179
00:10:47,070 --> 00:10:49,290
Het geestelijke Jeruzalem is de

180
00:10:49,290 --> 00:10:53,310
voortzetting van het oorspronkelijke
Jeruzalem in zijn overblijfsel.

181
00:10:53,310 --> 00:10:56,970
De afvallige stad Jeruzalem
en haar politieke structuur

182
00:10:56,970 --> 00:10:58,950
worden in het oordeel verwoest.

183
00:10:58,950 --> 00:11:03,330
Het levende overblijfsel, het derde
deel waarvan gezegd wordt dat het niet

184
00:11:03,330 --> 00:11:07,410
uit de stad wordt uitgeroeid,
blijft er deel van uitmaken.

185
00:11:07,410 --> 00:11:10,230
In hoofdstuk 13, vers 8 staat:

186
00:11:10,230 --> 00:11:14,250
Het zal gebeuren, spreekt de
HEERE, dat in heel het land

187
00:11:14,250 --> 00:11:18,330
twee derde ervan uitgeroeid zal
worden en de geest zal geven,

188
00:11:18,330 --> 00:11:21,330
en een derde ervan zal overblijven.

189
00:11:21,330 --> 00:11:24,090
Dat wil zeggen, in Jeruzalem.

190
00:11:24,090 --> 00:11:28,290
_[Vertalersnoot: De Engelse
aanhaling van Zacharia 13:8 bevat

191
00:11:28,290 --> 00:11:30,630
‘zal daarin overblijven’.

192
00:11:30,630 --> 00:11:34,110
De spreker betrekt ‘daarin’ op Jeruzalem.

193
00:11:34,110 --> 00:11:38,310
De HSV spreekt over ‘heel
het land’ en zegt vervolgens

194
00:11:38,310 --> 00:11:41,970
alleen ‘zal overblijven’.]_

195
00:11:41,970 --> 00:11:46,170
Het overblijfsel blijft in
Jeruzalem, maar niet in de stad.

196
00:11:46,170 --> 00:11:48,030
De stad wordt verwoest.

197
00:11:48,030 --> 00:11:53,370
Zij blijven het geestelijke, het
hemelse Jeruzalem, de stad van God.

198
00:11:53,370 --> 00:11:56,070
Zij maken deel uit van de gemeente.

199
00:11:56,070 --> 00:12:01,650
Daarom zal de passage die voor ons ligt
spreken over het oordeel over Jeruzalem

200
00:12:01,650 --> 00:12:04,230
en de zegen over Jeruzalem.

201
00:12:04,230 --> 00:12:08,490
Het is duidelijk dat de gedeelten over
het oordeel betrekking hebben op die

202
00:12:08,490 --> 00:12:11,370
twee derde die verwoest zouden worden.

203
00:12:11,370 --> 00:12:15,930
Het gedeelte over de zegen heeft
betrekking op het derde deel dat door het

204
00:12:15,930 --> 00:12:19,590
vuur heen wordt gebracht.
Beide zijn Jeruzalem.

205
00:12:19,590 --> 00:12:24,450
Het is eenvoudig zo dat degenen
die overleven en de gemeente zijn,

206
00:12:24,450 --> 00:12:26,910
het voortbestaan vormen van:

207
00:12:26,910 --> 00:12:32,550
Maar het Jeruzalem dat boven is, is
vrij, en dat is de moeder van ons allen.

208
00:12:32,550 --> 00:12:34,830
Zoals Paulus in Galaten 4 zegt.

209
00:12:34,830 --> 00:12:37,170
Laat ik het hele hoofdstuk voorlezen.

210
00:12:37,170 --> 00:12:39,270
Het zal moeilijkheden opleveren.

211
00:12:39,270 --> 00:12:43,650
Ik heb inderdaad gezegd dat het een van de
moeilijkste hoofdstukken in de Bijbel is.

212
00:12:43,650 --> 00:12:46,650
Maar ik denk dat het
gemakkelijker te begrijpen wordt

213
00:12:46,650 --> 00:12:49,890
als we niet alleen zien wat
ik zojuist heb aangewezen,

214
00:12:49,890 --> 00:12:55,110
maar ook hoe de profetie hiernaartoe werkt
en ons precies brengt bij het tijdstip

215
00:12:55,110 --> 00:12:58,290
waarop we de verwoesting van
Jeruzalem zouden verwachten.

216
00:12:58,290 --> 00:13:04,050
We hebben Gods zegen over Jeruzalem
gezien vóór Pinksteren, vóór het kruis,

217
00:13:04,050 --> 00:13:06,330
en nu hebben we het kruis gezien.

218
00:13:06,330 --> 00:13:11,610
We hebben gezien dat God Zijn kudde gaat
oordelen omdat de Herder geslagen is.

219
00:13:11,610 --> 00:13:15,750
Nu verwachten we dat oordeel
te zien, en dat zien we ook.

220
00:13:15,750 --> 00:13:20,910
Zie, er komt een dag voor de HEERE
waarop de buit, op u behaald,

221
00:13:20,910 --> 00:13:23,310
in uw midden zal worden verdeeld.

222
00:13:23,310 --> 00:13:28,230
Dan zal Ik alle heidenvolken verzamelen
voor de strijd tegen Jeruzalem.

223
00:13:28,230 --> 00:13:32,010
De stad zal ingenomen worden,
de huizen zullen geplunderd,

224
00:13:32,010 --> 00:13:34,470
en de vrouwen zullen verkracht worden.

225
00:13:34,470 --> 00:13:37,890
De helft van de stad zal
in ballingschap wegtrekken,

226
00:13:37,890 --> 00:13:42,150
maar het overige van het volk zal
niet uitgeroeid worden uit de stad.

227
00:13:42,150 --> 00:13:45,810
Nogmaals, het derde deel
dat erin overblijft,

228
00:13:45,810 --> 00:13:51,450
blijft in het geestelijke Jeruzalem nadat
de fysieke stad wel degelijk is verwoest.

229
00:13:51,450 --> 00:13:55,830
Dan zal de HEERE uittrekken en
tegen die heidenvolken strijden,

230
00:13:55,830 --> 00:13:59,490
zoals de dag dat Hij streed,
op de dag van de strijd.

231
00:13:59,490 --> 00:14:04,590
Op die dag zullen Zijn voeten staan op
de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt,

232
00:14:04,590 --> 00:14:06,210
ten oosten ervan.

233
00:14:06,210 --> 00:14:10,830
Dan zal de Olijfberg in tweeën gespleten
worden naar het oosten en naar het westen.

234
00:14:10,830 --> 00:14:16,170
Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de
ene helft van de berg naar het noorden zal

235
00:14:16,170 --> 00:14:19,350
wijken en de andere helft
ervan naar het zuiden.

236
00:14:19,350 --> 00:14:22,410
Dan zult u vluchten door
het dal van Mijn bergen,

237
00:14:22,410 --> 00:14:26,250
want het dal tussen de
bergen zal reiken tot Azal.

238
00:14:26,250 --> 00:14:31,890
Ja, u zult vluchten, zoals u gevlucht bent
voor de aardbeving in de dagen van Uzzia,

239
00:14:31,890 --> 00:14:33,630
de koning van Juda.

240
00:14:33,630 --> 00:14:38,910
Dan zal de HEERE, mijn God,
komen: al de heiligen met U!

241
00:14:38,910 --> 00:14:43,830
Op die dag zal het geschieden dat
het kostbare licht er niet zal zijn,

242
00:14:43,830 --> 00:14:46,350
evenmin de dikke duisternis.

243
00:14:46,350 --> 00:14:52,410
Maar er zal één dag zijn, die de HEERE
bekend zal zijn, geen dag en geen nacht.

244
00:14:52,410 --> 00:14:56,490
Het zal geschieden ten tijde van
de avond dat het licht blijft.

245
00:14:56,490 --> 00:15:01,470
Op die dag zal het geschieden dat er
levend water vanuit Jeruzalem zal stromen,

246
00:15:01,470 --> 00:15:04,290
de ene helft ervan naar
de zee in het oosten

247
00:15:04,290 --> 00:15:07,830
en de andere helft ervan
naar de zee in het westen:

248
00:15:07,830 --> 00:15:11,070
's zomers en 's winters
zal het plaatsvinden.

249
00:15:11,070 --> 00:15:14,850
De HEERE zal Koning
worden over heel de aarde.

250
00:15:14,850 --> 00:15:20,010
Op die dag zal de HEERE de Enige
zijn en Zijn Naam de enige.

251
00:15:20,010 --> 00:15:24,870
Heel het land zal als de Vlakte
worden, van Geba tot Rimmon,

252
00:15:24,870 --> 00:15:26,610
ten zuiden van Jeruzalem.

253
00:15:26,610 --> 00:15:31,770
Maar Jeruzalem zal verheven worden
en op zijn plaats bewoond blijven,

254
00:15:31,770 --> 00:15:36,270
van de poort van Benjamin af tot de
plaats van de vroegere poort toe,

255
00:15:36,270 --> 00:15:39,630
tot aan de Hoekpoort, en
van de Hananeëltoren af

256
00:15:39,630 --> 00:15:42,210
tot aan de perskuipen van de koning.

257
00:15:42,210 --> 00:15:46,050
Zij zullen erin wonen, een
banvloek zal er niet meer zijn:

258
00:15:46,050 --> 00:15:48,690
Jeruzalem zal onbezorgd wonen.

259
00:15:48,690 --> 00:15:53,130
En dit zal de plaag zijn waarmee de
HEERE al de volken zal treffen die tegen

260
00:15:53,130 --> 00:15:56,490
Jeruzalem hebben gestreden:
Hij zal ieders vlees,

261
00:15:56,490 --> 00:15:59,730
terwijl hij nog op zijn
voeten staat, doen wegteren;

262
00:15:59,730 --> 00:16:02,850
de ogen van allen zullen
wegteren in hun kassen en de

263
00:16:02,850 --> 00:16:05,670
tong van allen zal wegteren in hun mond.

264
00:16:05,670 --> 00:16:10,710
Op die dag zal het geschieden dat er
een grote, door de HEERE bewerkte,

265
00:16:10,710 --> 00:16:15,510
verwarring onder hen zal ontstaan, zodat
zij elkaars hand zullen vastgrijpen en

266
00:16:15,510 --> 00:16:17,790
tegen elkaar de hand zullen opheffen.

267
00:16:17,790 --> 00:16:21,750
Ook zal Juda in Jeruzalem strijden,
zodat het vermogen van alle

268
00:16:21,750 --> 00:16:27,210
heidenvolken rondom verzameld
wordt: goud, zilver en kleding

269
00:16:27,210 --> 00:16:29,370
in zeer grote hoeveelheden.

270
00:16:29,370 --> 00:16:33,990
En zo zal de plaag die de paarden,
de muildieren, de kamelen,

271
00:16:33,990 --> 00:16:39,090
de ezels en al de dieren die zich in
die legerkampen bevinden, zal treffen,

272
00:16:39,090 --> 00:16:41,310
dezelfde zijn als die plaag.

273
00:16:41,310 --> 00:16:44,790
Het zal geschieden dat al
de overgeblevenen van alle

274
00:16:44,790 --> 00:16:47,670
heidenvolken die tegen
Jeruzalem zijn opgerukt,

275
00:16:47,670 --> 00:16:52,350
van jaar tot jaar zullen opgaan om
zich neer te buigen voor de Koning,

276
00:16:52,350 --> 00:16:56,490
de HEERE van de legermachten, en
om het Loofhuttenfeest te vieren.

277
00:16:56,490 --> 00:17:00,030
Het zal geschieden dat er
geen regen zal vallen op hem

278
00:17:00,030 --> 00:17:04,530
die uit de geslachten van de aarde
niet zal opgaan naar Jeruzalem om zich

279
00:17:04,530 --> 00:17:09,030
voor de Koning, de HEERE van de
legermachten, neer te buigen.

280
00:17:09,030 --> 00:17:13,170
Als het geslacht van de Egyptenaren,
waarop geen regen is gevallen,

281
00:17:13,170 --> 00:17:18,030
niet zal opgaan en komen, dan zal
de plaag komen waarmee de HEERE

282
00:17:18,030 --> 00:17:21,870
de heidenvolken zal treffen die
niet zullen optrekken om het

283
00:17:21,870 --> 00:17:23,430
Loofhuttenfeest te vieren.

284
00:17:23,430 --> 00:17:26,190
Dit zal de straf zijn
voor de zonde van Egypte

285
00:17:26,190 --> 00:17:30,510
en de straf voor de zonde van alle
heidenvolken die niet zullen opgaan om het

286
00:17:30,510 --> 00:17:32,250
Loofhuttenfeest te vieren.

287
00:17:32,250 --> 00:17:37,650
Op die dag zal op de bellen van de
paarden staan: HEILIG VOOR DE HEERE.

288
00:17:37,650 --> 00:17:40,650
En de potten in het huis van
de HEERE zullen zijn als de

289
00:17:40,650 --> 00:17:42,810
sprengbekkens voor het altaar.

290
00:17:42,810 --> 00:17:46,350
Ja, al de potten in Jeruzalem en in Juda

291
00:17:46,350 --> 00:17:49,350
zullen voor de HEERE van de
legermachten heilig zijn,

292
00:17:49,350 --> 00:17:54,690
zodat allen die willen offeren, zullen
komen en ervan nemen om erin te koken.

293
00:17:54,690 --> 00:17:57,750
Op die dag zal er geen Kanaäniet meer zijn

294
00:17:57,750 --> 00:18:00,750
in het huis van de HEERE
van de legermachten.

295
00:18:00,750 --> 00:18:02,790
En sommige vertalingen zeggen:

296
00:18:02,790 --> 00:18:07,890
Er zal geen handelaar meer zijn in het
huis van de Heer van de hemelse legers.

297
00:18:07,890 --> 00:18:10,170
Wat een bizar hoofdstuk is dit.

298
00:18:10,170 --> 00:18:13,770
En zoals bij veel hoofdstukken
in Zacharia is het moeilijk,

299
00:18:13,770 --> 00:18:19,470
misschien zelfs onmogelijk, om aan elke
zinsnede en elk woord een precieze,

300
00:18:19,470 --> 00:18:21,510
zinnige betekenis toe te kennen.

301
00:18:21,510 --> 00:18:24,330
Ik weet niet hoe Zacharia
zijn woorden kiest,

302
00:18:24,330 --> 00:18:27,690
of hoe de Heilige Geest
Zijn woorden voor hem kiest.

303
00:18:27,690 --> 00:18:31,530
Maar ik heb de indruk dat veel
van die zinsneden er staan om een

304
00:18:31,530 --> 00:18:32,910
indruk te wekken.

305
00:18:32,910 --> 00:18:34,770
Ze zijn impressionistisch.

306
00:18:34,770 --> 00:18:36,570
Ze zijn poëtisch.

307
00:18:36,570 --> 00:18:39,630
Veel hiervan is in dichtvorm geschreven.

308
00:18:39,630 --> 00:18:43,950
Daarom moeten we zeggen dat het bij
sommige dingen misschien heel moeilijk of

309
00:18:43,950 --> 00:18:49,050
onmogelijk is om ze precies te verbinden
met iets wat bekend is uit het verleden,

310
00:18:49,050 --> 00:18:51,270
het heden of de toekomst.

311
00:18:51,270 --> 00:18:53,490
En ik ken geen enkele leraar of

312
00:18:53,490 --> 00:18:57,750
Bijbelcommentaar die elk detail
op die manier ergens mee verbindt.

313
00:18:57,750 --> 00:19:00,930
Wat we doen, zowel ik als andere leraren,

314
00:19:00,930 --> 00:19:03,810
is in sleutelverzen naar
aanwijzingen zoeken.

315
00:19:03,810 --> 00:19:08,190
Als we een sleutelvers vinden waarvan
we zeggen: ‘Dat geeft me houvast.

316
00:19:08,190 --> 00:19:12,270
Daar staat een vers waarvan ik weet
waar het over gaat’, dan zeggen we:

317
00:19:12,270 --> 00:19:16,410
‘Dan moet dit hele gedeelte daar op de
een of andere manier mee samenhangen.’

318
00:19:16,410 --> 00:19:18,750
De details zijn moeilijk uit te werken.

319
00:19:18,750 --> 00:19:21,930
Maar we hebben tenminste
een paar aanknopingspunten.

320
00:19:21,930 --> 00:19:26,070
En dat gold ook in hoofdstuk
13, toen we dit tegenkwamen:

321
00:19:26,070 --> 00:19:31,110
Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder en
tegen de Man Die Mijn Metgezel is,

322
00:19:31,110 --> 00:19:33,870
spreekt de HEERE van de legermachten.

323
00:19:33,870 --> 00:19:37,890
Sla die Herder en de schapen
zullen overal verspreid worden.

324
00:19:37,890 --> 00:19:40,770
Maar Ik zal Mijn hand
tot de kleinen wenden.

325
00:19:40,770 --> 00:19:44,850
Daar hebben we een heel duidelijke
aanwijzing die je niet kunt missen,

326
00:19:44,850 --> 00:19:49,710
omdat Jezus die woorden aanhaalde
en zei wanneer ze vervuld werden.

327
00:19:49,710 --> 00:19:52,050
Zo krijgen we dus een tijdskader.

328
00:19:52,050 --> 00:19:56,490
De aanhanger van de bedelingenleer gelooft
eigenlijk dat we het in de hoofdstukken

329
00:19:56,490 --> 00:20:02,490
12, 13 en 14 hebben over het einde
van de wereld, de grote verdrukking,

330
00:20:02,490 --> 00:20:05,610
de antichrist die tegen Jeruzalem optrekt,

331
00:20:05,610 --> 00:20:09,930
de wederkomst van Christus
en de duizendjarige regering

332
00:20:09,930 --> 00:20:11,910
nadat Jezus terugkomt.

333
00:20:11,910 --> 00:20:15,750
Dus zij hebben dit allemaal naar
het einde van de wereld verplaatst.

334
00:20:15,750 --> 00:20:20,790
Om mezelf er even aan te herinneren wat
aanhangers van de bedelingenleer zeggen,

335
00:20:20,790 --> 00:20:24,270
want het is zo lang geleden
dat ik er zelf een was,

336
00:20:24,270 --> 00:20:27,510
pakte ik een commentaar vanuit
de bedelingenleer erbij.

337
00:20:27,510 --> 00:20:32,010
Ik keek wat de schrijver zei
over hoofdstuk 13, vers 7:

338
00:20:32,010 --> 00:20:36,090
Sla de herder neer en de schapen
zullen alle kanten op vluchten.

339
00:20:36,090 --> 00:20:40,890
Hij zei dat dit duidelijk verwijst
naar het verraad van Jezus enzovoort.

340
00:20:40,890 --> 00:20:43,290
Hij kon niet ontkennen waar het over ging.

341
00:20:43,290 --> 00:20:47,610
Maar over de volgende regel, ‘Ik
zal Me tegen de kleintjes keren’,

342
00:20:47,610 --> 00:20:51,570
zei hij dat die een sprong vooruit
maakt naar het einde van de wereld.

343
00:20:51,570 --> 00:20:56,730
We hebben dus een verwijzing naar Jezus
Die 2000 jaar geleden werd gedood,

344
00:20:56,730 --> 00:21:02,670
maar de rest van diezelfde zin gaat over
het einde van de wereld, 2000 jaar later.

345
00:21:02,670 --> 00:21:07,710
Nu heb ik er niets op tegen om een beetje
heen en weer te springen, zoals je weet.

346
00:21:07,710 --> 00:21:12,690
Ik geloof dat een verwijzing naar God Die
mensen in de geschiedenis bevrijdt van

347
00:21:12,690 --> 00:21:16,590
Alexander de Grote of
van Antiochus Epiphanes,

348
00:21:16,590 --> 00:21:20,790
de profeet soms onmiddellijk doet
denken aan de toekomstige bevrijding

349
00:21:20,790 --> 00:21:25,170
die bij de eerste komst van Christus
in Hem tot stand is gebracht.

350
00:21:25,170 --> 00:21:30,030
Zo hebben we bijvoorbeeld in
hoofdstuk 9, vers 1 tot en met 8,

351
00:21:30,030 --> 00:21:33,810
Alexanders verovering van de
gebieden ten noorden van Jeruzalem

352
00:21:33,810 --> 00:21:38,910
en Gods bevrijding van Jeruzalem en
het huis van God van die verwoesting.

353
00:21:38,910 --> 00:21:42,510
God heeft in de geschiedenis
inderdaad verhinderd dat

354
00:21:42,510 --> 00:21:44,550
Alexander de tempel verwoestte.

355
00:21:44,550 --> 00:21:46,770
En de woorden die er direct op volgen,

356
00:21:46,770 --> 00:21:50,970
gaan over Jezus Die op een
ezel Jeruzalem binnenrijdt.

357
00:21:50,970 --> 00:21:55,770
We hebben duidelijk een sprong van de
tijd van Alexander naar de tijd van Jezus,

358
00:21:55,770 --> 00:21:58,230
een sprong van 300 jaar.

359
00:21:58,230 --> 00:22:01,290
Maar het is niet moeilijk
om uit te leggen waarom.

360
00:22:01,290 --> 00:22:04,890
We weten dat het gaat over de
Messias Die op de ezel rijdt,

361
00:22:04,890 --> 00:22:08,550
omdat het Nieuwe Testament
aangeeft wanneer dit vervuld is.

362
00:22:08,550 --> 00:22:13,470
We kunnen Alexanders verovering duidelijk
genoeg herkennen in de eerste acht verzen,

363
00:22:13,470 --> 00:22:18,210
en we zien Jezus duidelijk genoeg
op een ezel komen in vers 9.

364
00:22:18,210 --> 00:22:23,310
We weten dus dat het profetische visioen
soms een paar eeuwen overspringt,

365
00:22:23,310 --> 00:22:26,850
vooral als de profeet naar
de tijd van Christus springt.

366
00:22:26,850 --> 00:22:31,230
Vanuit vrijwel elk tijdstip,
honderden jaren vóór Christus,

367
00:22:31,230 --> 00:22:35,790
springt de profeet ook vooruit als er een
profetie is over een bevrijding van Gods

368
00:22:35,790 --> 00:22:37,230
volk door God.

369
00:22:37,230 --> 00:22:42,330
Dan spreekt hij over Christus Die komt om
het volk uiteindelijk te bevrijden als hun

370
00:22:42,330 --> 00:22:47,970
Koning en Zaligmaker, zoals we
natuurlijk zien in hoofdstuk 9, vers 9.

371
00:22:47,970 --> 00:22:53,430
Als de aanhanger van de bedelingenleer dus
wil zeggen dat we in hoofdstuk 13, vers 7,

372
00:22:53,430 --> 00:22:58,710
de kruisiging van Christus hebben, en dat
de tekst, voordat de zin is afgelopen,

373
00:22:58,710 --> 00:23:03,510
vooruitspringt naar de wederkomst van
Christus, dan is dat niet onmogelijk.

374
00:23:03,510 --> 00:23:08,430
Dat is iets wat mogelijk te rechtvaardigen
zou zijn, als het te rechtvaardigen is.

375
00:23:08,430 --> 00:23:12,570
Het punt hier is dat we zulke grote
sprongen niet kunnen veronderstellen

376
00:23:12,570 --> 00:23:15,570
zonder een of ander
herkenningspunt, een of andere

377
00:23:15,570 --> 00:23:20,370
aanwijzing die ons vertelt dat we nu
naar een heel ander tijdsbestek kijken.

378
00:23:20,370 --> 00:23:23,430
Wanneer we over Alexander
lezen en vervolgens een

379
00:23:23,430 --> 00:23:28,230
duidelijke verwijzing lezen naar Jezus
Die op een ezel Jeruzalem binnenrijdt,

380
00:23:28,230 --> 00:23:31,470
is het onmiskenbaar dat
er een sprong is gemaakt.

381
00:23:31,470 --> 00:23:34,590
Maar waar is de aanwijzing dat
hier een sprong wordt gemaakt?

382
00:23:34,590 --> 00:23:37,470
Vooral gezien het feit
dat er in de geschiedenis,

383
00:23:37,470 --> 00:23:42,330
nadat Christus was gekruisigd, in
het jaar 70 na Christus een oordeel

384
00:23:42,330 --> 00:23:44,130
over Jeruzalem kwam.

385
00:23:44,130 --> 00:23:48,690
Dat past heel goed bij de beschrijving
in de openingsverzen van hoofdstuk 14.

386
00:23:48,690 --> 00:23:51,990
Waarom zouden we aannemen
dat het daar niet over gaat,

387
00:23:51,990 --> 00:23:55,950
en in plaats daarvan aannemen
dat er zo'n 2000 jaar later

388
00:23:55,950 --> 00:23:58,230
een herhaling daarvan moet komen?

389
00:23:58,230 --> 00:24:01,830
Die zou er kunnen komen, maar zouden
we dan niet verwachten dat God

390
00:24:01,830 --> 00:24:04,110
dat zou zeggen als het zo was?

391
00:24:04,110 --> 00:24:08,130
En als Hij dat niet zegt, waarom
zouden wij het dan aannemen?

392
00:24:08,130 --> 00:24:14,370
Als reden wordt eenvoudigweg gegeven dat
hoofdstuk 14 om verschillende redenen niet

393
00:24:14,370 --> 00:24:17,730
over het jaar 70 na Christus kan gaan.

394
00:24:17,730 --> 00:24:23,070
Allereerst wijzen ze op wat volgens
vers 3 daarna moet gebeuren:

395
00:24:23,070 --> 00:24:27,150
Dan zal de HEERE uittrekken en
tegen die heidenvolken strijden,

396
00:24:27,150 --> 00:24:30,930
zoals de dag dat Hij streed,
op de dag van de strijd.

397
00:24:30,930 --> 00:24:35,730
Op die dag zullen Zijn voeten staan op
de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt,

398
00:24:35,730 --> 00:24:37,530
ten oosten ervan.

399
00:24:37,530 --> 00:24:42,990
Dan zal de Olijfberg in tweeën gespleten
worden naar het oosten en naar het westen.

400
00:24:42,990 --> 00:24:48,450
Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de
ene helft van de berg naar het noorden zal

401
00:24:48,450 --> 00:24:52,050
wijken en de andere helft
ervan naar het zuiden.

402
00:24:52,050 --> 00:24:55,470
Dan zult u vluchten door
het dal van Mijn bergen,

403
00:24:55,470 --> 00:24:59,550
want het dal tussen de
bergen zal reiken tot Azal.

404
00:24:59,550 --> 00:25:05,850
Ja, u zult vluchten, zoals u gevlucht bent
voor de aardbeving in de dagen van Uzzia,

405
00:25:05,850 --> 00:25:07,590
de koning van Juda.

406
00:25:07,590 --> 00:25:12,270
Dan zal de HEERE, mijn God,
komen: al de heiligen met U!

407
00:25:12,270 --> 00:25:15,690
Vermoedelijk die volken die
Jeruzalem verwoest hebben.

408
00:25:15,690 --> 00:25:18,450
Wat gebeurde er dus met het Romeinse Rijk?

409
00:25:18,450 --> 00:25:21,930
Trok God eropuit en streed Hij tegen hen,

410
00:25:21,930 --> 00:25:26,370
meteen nadat ze de Joden hadden
gedood en Jeruzalem hadden verwoest?

411
00:25:26,370 --> 00:25:29,550
Nou, niet onmiddellijk, hoewel
ze uiteindelijk natuurlijk wel

412
00:25:29,550 --> 00:25:30,930
ten val kwamen.

413
00:25:30,930 --> 00:25:34,470
Misschien heeft God een langdurige
strijd tegen hen gevoerd,

414
00:25:34,470 --> 00:25:38,790
tegen het Romeinse Rijk, totdat
het viel. Dat zou kunnen.

415
00:25:38,790 --> 00:25:41,550
Of het zou zelfs een
geestelijke strijd kunnen zijn,

416
00:25:41,550 --> 00:25:45,630
want God heeft het Romeinse Rijk
door het Evangelie overwonnen.

417
00:25:45,630 --> 00:25:47,670
De schrijvers van het Nieuwe Testament

418
00:25:47,670 --> 00:25:51,090
zagen zichzelf als deelnemers
aan een geestelijke strijd

419
00:25:51,090 --> 00:25:55,770
tegen het koninkrijk van de
duisternis, en dat is Gods oorlog.

420
00:25:55,770 --> 00:25:57,750
Dat is Gods strijd.

421
00:25:57,750 --> 00:26:01,830
En de gemeente van Jezus
Christus heeft Rome overwonnen.

422
00:26:01,830 --> 00:26:04,770
Juist de mensen die de
stad Jeruzalem verwoestten,

423
00:26:04,770 --> 00:26:08,370
werden door het Evangelie
overwonnen en werden christen.

424
00:26:08,370 --> 00:26:11,730
Het is dus niet onmogelijk om
dat ermee in verband te zien.

425
00:26:11,730 --> 00:26:13,710
Maar dan is er nog die andere kwestie,

426
00:26:13,710 --> 00:26:17,130
die we met de wederkomst van
Christus zijn gaan verbinden.

427
00:26:17,130 --> 00:26:21,270
Dat zijn vooral de
verzen 4 en 5. Er staat:

428
00:26:21,270 --> 00:26:26,190
Op die dag zal Hij op de Olijfberg
staan, die ten oosten van Jeruzalem ligt.

429
00:26:26,190 --> 00:26:30,030
En de Olijfberg zal van oost
naar west in tweeën splijten,

430
00:26:30,030 --> 00:26:32,550
waardoor er een enorm dal ontstaat.

431
00:26:32,550 --> 00:26:36,090
De ene helft van de berg zal naar
het noorden schuiven en de andere

432
00:26:36,090 --> 00:26:40,230
helft naar het zuiden, waardoor er
natuurlijk een dal ontstaat dat van

433
00:26:40,230 --> 00:26:44,250
oost naar west loopt, dwars
door wat ooit een berg was.

434
00:26:44,250 --> 00:26:46,050
Het is nu een gespleten berg.

435
00:26:46,050 --> 00:26:50,670
De ene helft is naar het noorden
gegaan, de andere helft naar het zuiden.

436
00:26:50,670 --> 00:26:55,590
En er loopt een dal dwars doorheen, vanaf
Jeruzalem in het westen naar het oosten,

437
00:26:55,590 --> 00:26:56,970
naar de Jordaan.

438
00:26:56,970 --> 00:27:00,330
Veel mensen zijn van mening dat
dit letterlijk gaat gebeuren.

439
00:27:00,330 --> 00:27:04,770
Veel mensen zullen je zelfs vertellen
dat Jezus terug zal komen op de Olijfberg

440
00:27:04,770 --> 00:27:06,990
en dat die in tweeën zal splijten.

441
00:27:06,990 --> 00:27:10,110
Als dat waar is, dan
zou dit daarover gaan.

442
00:27:10,110 --> 00:27:12,390
Maar hoe weten we dat Hij dat gaat doen?

443
00:27:12,390 --> 00:27:16,230
Dit is het enige vers dat ooit
wordt gebruikt om dat te beweren.

444
00:27:16,230 --> 00:27:18,750
Er is geen ander vers in
de Bijbel dat spreekt over

445
00:27:18,750 --> 00:27:23,790
Jezus Die terugkeert op de Olijfberg,
of over het splijten van de Olijfberg.

446
00:27:23,790 --> 00:27:27,750
Dit is het hele vers, de hele
onderbouwing vanuit de Schrift.

447
00:27:27,750 --> 00:27:30,990
Je kunt de vraag stellen:
gaat dit daarover?

448
00:27:30,990 --> 00:27:32,730
Dat zullen we zo bekijken.

449
00:27:32,730 --> 00:27:36,810
Maar ik durf te zeggen dat we, wanneer
we Schrift met Schrift vergelijken,

450
00:27:36,810 --> 00:27:39,990
zullen zien dat dit waarschijnlijk
helemaal niet gaat over een letterlijke

451
00:27:39,990 --> 00:27:42,510
splijting van de Olijfberg in de toekomst.

452
00:27:42,510 --> 00:27:46,770
Het spreekt wel over het ontstaan van
een dal dat van oost naar west loopt.

453
00:27:46,770 --> 00:27:50,430
En het spreekt over Gods volk dat
vanuit Jeruzalem door dat dal naar

454
00:27:50,430 --> 00:27:51,930
het oosten vlucht.

455
00:27:51,930 --> 00:27:53,970
Zoals Hij in vers 5 zegt:

456
00:27:53,970 --> 00:27:56,490
Dan zullen jullie door
Mijn bergdal vluchten.

457
00:27:56,490 --> 00:28:00,810
Maar let op, wanneer er staat dat Zijn
voeten op de Olijfberg zullen staan,

458
00:28:00,810 --> 00:28:02,490
staat er niet Wiens voeten.

459
00:28:02,490 --> 00:28:06,690
Er wordt aangenomen dat het gaat
om Iemand Die eerder genoemd is.

460
00:28:06,690 --> 00:28:08,670
Is Jezus eerder genoemd?

461
00:28:08,670 --> 00:28:11,910
Volgens mij voor het laatst
in hoofdstuk 13, vers 7.

462
00:28:11,910 --> 00:28:13,890
Het zou zo ver terug kunnen verwijzen,

463
00:28:13,890 --> 00:28:16,950
maar meer recent is er
over Jahweh gesproken.

464
00:28:16,950 --> 00:28:20,550
In het Hebreeuws staat
Jahweh; in onze passage

465
00:28:20,550 --> 00:28:23,790
staat in de Engelse
vertaling alleen ‘the Lord’.

466
00:28:23,790 --> 00:28:28,410
En steeds weer de HEERE,
de HEERE, de HEERE.

467
00:28:28,410 --> 00:28:32,670
Het gaat over Jahweh, en Zijn
voeten staan op de Olijfberg.

468
00:28:32,670 --> 00:28:34,230
Maar wat betekent dat?

469
00:28:34,230 --> 00:28:36,210
Daar hoeven we niet
naar te blijven gissen,

470
00:28:36,210 --> 00:28:41,190
want we hebben in de Bijbel nog een geval
waarin Jahweh op de Olijfberg staat.

471
00:28:41,190 --> 00:28:43,050
Daar zullen we zo naar kijken.

472
00:28:43,050 --> 00:28:47,190
De betekenis daarvan is
dezelfde als de betekenis hier.

473
00:28:47,190 --> 00:28:50,610
Er zijn nog andere vreemde dingen
waarvan mensen zeggen dat die

474
00:28:50,610 --> 00:28:55,650
onmogelijk met het jaar 70 na Christus
in verband kunnen worden gebracht.

475
00:28:55,650 --> 00:28:57,390
Vers 8 zegt immers:

476
00:28:57,390 --> 00:29:02,490
Op die dag zal het geschieden dat er
levend water vanuit Jeruzalem zal stromen,

477
00:29:02,490 --> 00:29:05,490
de ene helft ervan naar
de zee in het oosten

478
00:29:05,490 --> 00:29:09,150
en de andere helft ervan
naar de zee in het westen:

479
00:29:09,150 --> 00:29:12,390
's zomers en 's winters
zal het plaatsvinden.

480
00:29:12,390 --> 00:29:17,370
Een deel daarvan stroomt blijkbaar
door dat dal naar de oostelijke zee.

481
00:29:17,370 --> 00:29:20,910
Dat zou waarschijnlijk door het
dal van de gespleten berg zijn.

482
00:29:20,910 --> 00:29:24,510
En de andere helft stroomt
naar de westelijke zee;

483
00:29:24,510 --> 00:29:26,970
dat zou de Middellandse Zee zijn.

484
00:29:26,970 --> 00:29:31,470
Dit zal geen beek zijn die alleen
in een bepaald seizoen stroomt.

485
00:29:31,470 --> 00:29:34,410
Dit zal zomer en winter doorgaan.

486
00:29:34,410 --> 00:29:38,130
En de HEERE zal Koning
worden over heel de aarde.

487
00:29:38,130 --> 00:29:42,510
Veel mensen hebben het gevoel dat je
niet kunt zeggen dat dit al gebeurd is,

488
00:29:42,510 --> 00:29:45,450
en dat het daarom in de
toekomst moet liggen.

489
00:29:45,450 --> 00:29:50,310
Bovendien spreekt vers 12 over wat er
gebeurt met de mensen die tegen Jeruzalem

490
00:29:50,310 --> 00:29:52,590
hebben gestreden. Er staat:

491
00:29:52,590 --> 00:29:56,850
En dit zal de plaag zijn waarmee de
HEERE al de volken zal treffen die tegen

492
00:29:56,850 --> 00:30:00,390
Jeruzalem hebben gestreden:
Hij zal ieders vlees,

493
00:30:00,390 --> 00:30:03,630
terwijl hij nog op zijn
voeten staat, doen wegteren;

494
00:30:03,630 --> 00:30:08,910
de ogen van allen zullen wegteren in hun
kassen en de tong van allen zal wegteren

495
00:30:08,910 --> 00:30:10,230
in hun mond.

496
00:30:10,230 --> 00:30:14,490
Veel aanhangers van de bedelingenleer
denken dat dit een soort bijzondere

497
00:30:14,490 --> 00:30:16,590
bovennatuurlijke plaag is.

498
00:30:16,590 --> 00:30:20,670
Anderen zeggen dat dit misschien
een gevolg is van een kernoorlog,

499
00:30:20,670 --> 00:30:24,150
waardoor de oogbollen van mensen
smelten en dat soort dingen.

500
00:30:24,150 --> 00:30:28,470
Al wordt er niet gezegd waarom dit alleen
beperkt zou blijven tot degenen die tegen

501
00:30:28,470 --> 00:30:32,550
Jeruzalem hebben gestreden, en niet
ook de goede mensen zou treffen.

502
00:30:32,550 --> 00:30:36,930
Maar waar het hier om gaat, is dit:
is er ooit een tijd geweest waarin dit

503
00:30:36,930 --> 00:30:38,550
werkelijk is gebeurd?

504
00:30:38,550 --> 00:30:42,570
De vraag wordt dan: hoe letterlijk
moet dit worden opgevat?

505
00:30:42,570 --> 00:30:46,530
En hoe zouden we de opvatting
verdedigen dat het letterlijk is?

506
00:30:46,530 --> 00:30:49,530
Aanhangers van de bedelingenleer
zijn natuurlijk in veel gevallen

507
00:30:49,530 --> 00:30:51,630
onze favoriete leraren.

508
00:30:51,630 --> 00:30:54,390
Zij schrijven de meeste
boeken, hebben de meeste

509
00:30:54,390 --> 00:30:57,210
radioprogramma's en de grootste gemeenten.

510
00:30:57,210 --> 00:31:01,350
Ze vertellen ons dat de reden hiervoor
is dat je het letterlijk moet nemen.

511
00:31:01,350 --> 00:31:04,110
Ik neem aan dat we niet
geacht worden te vragen

512
00:31:04,110 --> 00:31:07,830
waarom we het letterlijk moeten
nemen, want daar is geen voor de hand

513
00:31:07,830 --> 00:31:09,390
liggende reden voor.

514
00:31:09,390 --> 00:31:11,550
‘Nou, omdat wij dat zo doen.

515
00:31:11,550 --> 00:31:14,670
Zo vatten wij die dingen
nu eenmaal op: letterlijk.’

516
00:31:14,670 --> 00:31:16,230
Vatten we alles zo op?

517
00:31:16,230 --> 00:31:20,670
Hebben we alles in het hele boek
Zacharia zo opgevat? Letterlijk?

518
00:31:20,670 --> 00:31:25,290
In deze visioenen wordt een klein
vrouwtje met de naam Goddeloosheid in een

519
00:31:25,290 --> 00:31:29,910
efamand door twee vrouwen met
ooievaarsvleugels naar Babel gedragen.

520
00:31:29,910 --> 00:31:33,450
Is dat een letterlijke beschrijving
van echte vrouwen met vleugels

521
00:31:33,450 --> 00:31:37,590
en een klein vrouwtje dat in een vat
van ongeveer negentien liter past?

522
00:31:37,590 --> 00:31:40,890
Laten we eerlijk zijn, er
staan veel dingen in Zacharia

523
00:31:40,890 --> 00:31:43,830
waarvan iedereen weet dat
ze niet letterlijk zijn.

524
00:31:43,830 --> 00:31:47,790
We zouden kunnen vragen waarom we sommige
van deze dingen letterlijk zouden moeten

525
00:31:47,790 --> 00:31:53,010
nemen, vooral als er sterke aanwijzingen
zijn voor een symbolische betekenis.

526
00:31:53,010 --> 00:31:56,730
Denk eens aan dit gedeelte
dat we net hebben doorgenomen,

527
00:31:56,730 --> 00:32:01,770
hoofdstuk 12 tot en met 14, en hoeveel
dingen daarin niet letterlijk zijn.

528
00:32:01,770 --> 00:32:06,450
In hoofdstuk 12, vers 2, wordt
Jeruzalem beschreven als:

529
00:32:06,450 --> 00:32:09,270
‘een beker waar je dronken van wordt’.

530
00:32:09,270 --> 00:32:14,670
Is de stad een beker waar mensen uit
drinken en letterlijk dronken van worden?

531
00:32:14,670 --> 00:32:18,090
Nee, dat is een beeld. Dat is beeldspraak.

532
00:32:18,090 --> 00:32:21,330
Het is niet letterlijk.
Het is een metafoor.

533
00:32:21,330 --> 00:32:23,550
Jeruzalem is geen beker.

534
00:32:23,550 --> 00:32:25,290
Het zit niet vol wijn.

535
00:32:25,290 --> 00:32:29,370
Er zijn nooit mensen dronken geworden
door uit Jeruzalem te drinken.

536
00:32:29,370 --> 00:32:35,010
In hoofdstuk 12, vers 3, wordt het ook
een steen genoemd, een lastige steen,

537
00:32:35,010 --> 00:32:39,390
en mensen verwonden zichzelf helemaal
wanneer ze die proberen te verplaatsen.

538
00:32:39,390 --> 00:32:41,970
Is Jeruzalem letterlijk een steen?

539
00:32:41,970 --> 00:32:44,910
Nee, dat is ook een metafoor, nietwaar?

540
00:32:44,910 --> 00:32:50,850
Er wordt vaak gesproken over alle volken,
alle naties, elk paard en elke ruiter.

541
00:32:50,850 --> 00:32:55,410
In veel gevallen in hoofdstuk 12
en elders is dat een hyperbool.

542
00:32:55,410 --> 00:32:59,670
Ik heb er eerder op gewezen dat
Lukas, die niet eens poëzie schrijft,

543
00:32:59,670 --> 00:33:04,470
in Handelingen hoofdstuk 2, vers 5,
zegt dat er met Pinksteren mensen in

544
00:33:04,470 --> 00:33:06,450
Jeruzalem bijeen waren:

545
00:33:06,450 --> 00:33:11,190
Nu woonden er Joden in Jeruzalem,
godvrezende mannen uit alle volken die er

546
00:33:11,190 --> 00:33:12,570
onder de hemel zijn.

547
00:33:12,570 --> 00:33:14,490
Dat is zeker niet letterlijk.

548
00:33:14,490 --> 00:33:17,670
Er waren geen Joden uit
elk volk onder de hemel.

549
00:33:17,670 --> 00:33:21,150
Maar dit soort hyperbolen is niet
ongebruikelijk in de Schrift.

550
00:33:21,150 --> 00:33:24,570
Ze komen zelfs nog vaker
voor in profetie en poëzie

551
00:33:24,570 --> 00:33:29,310
dan in letterlijke geschiedschrijving
zoals Lukas ons die gewoonlijk geeft.

552
00:33:29,310 --> 00:33:32,490
Maar zelfs Lukas gebruikt deze hyperbool.

553
00:33:32,490 --> 00:33:36,150
Het zou verrassend zijn als
iemand als Zacharia dat niet deed.

554
00:33:36,150 --> 00:33:38,730
En als we willen aannemen
dat hij dat niet deed,

555
00:33:38,730 --> 00:33:41,670
dan lijkt de bewijslast bij ons te liggen.

556
00:33:41,670 --> 00:33:44,190
Wij zouden dan moeten aantonen dat hij,

557
00:33:44,190 --> 00:33:46,530
anders dan andere
schrijvers van de Schrift,

558
00:33:46,530 --> 00:33:50,910
ondanks alle schijn van het tegendeel in
letterlijke bewoordingen moet spreken.

559
00:33:50,910 --> 00:33:56,670
In hoofdstuk 12, vers 4, gaat het over
paarden die met blindheid worden geslagen.

560
00:33:56,670 --> 00:34:00,390
Over een plaag waarbij vlees
en ogen en tongen wegrotten,

561
00:34:00,390 --> 00:34:04,170
zoals we in hoofdstuk 14, vers 12, zagen.

562
00:34:04,170 --> 00:34:08,970
Ook ging het in hoofdstuk 11, vers
17, over de herders van Israël,

563
00:34:08,970 --> 00:34:11,430
degenen die Jezus hebben gekruisigd.

564
00:34:11,430 --> 00:34:15,990
Er zou een zwaard tegen hun arm en
hun oog komen en die vernietigen.

565
00:34:15,990 --> 00:34:21,570
_[Vertalersnoot: De spreker parafraseert
Zacharia 11:17 hier sterker dan de HSV,

566
00:34:21,570 --> 00:34:24,930
die spreekt over een
verstijfde arm en een dof oog.

567
00:34:24,930 --> 00:34:31,350
Zijn aansluitende uitleg over verminking
volgt die parafrase.]_ Dit zijn

568
00:34:31,350 --> 00:34:34,290
poëtische, impressionistische beelden.

569
00:34:34,290 --> 00:34:36,810
Van de mensen die Jezus hebben gekruisigd,

570
00:34:36,810 --> 00:34:41,190
heeft waarschijnlijk niemand werkelijk met
een zwaard zijn ogen uitgestoken gekregen

571
00:34:41,190 --> 00:34:43,770
of zijn armen afgehakt gekregen.

572
00:34:43,770 --> 00:34:48,030
Sommigen van hen zijn misschien door
Romeinen verminkt als ze nog zo lang na de

573
00:34:48,030 --> 00:34:52,830
kruisiging van Christus leefden, maar dit
is zeker niet het lot van hen allemaal.

574
00:34:52,830 --> 00:34:58,110
En toch wordt erover gesproken alsof dat
wel zo is, omdat ze slechte herders waren.

575
00:34:58,110 --> 00:35:00,690
Zelfs ‘herders’ is symbolisch.

576
00:35:00,690 --> 00:35:03,510
Leiders zijn niet werkelijk herders.

577
00:35:03,510 --> 00:35:07,230
Herders zijn mensen die
op echte schapen passen.

578
00:35:07,230 --> 00:35:11,610
Israël bestaat niet uit letterlijke
schapen; het is een metafoor.

579
00:35:11,610 --> 00:35:14,430
De profetieën staan vol metaforen.

580
00:35:14,430 --> 00:35:16,950
Meestal negeren we dat feit gewoon.

581
00:35:16,950 --> 00:35:18,990
En wanneer er dan van ons gevraagd wordt

582
00:35:18,990 --> 00:35:24,090
iets metaforisch op te vatten wat we
letterlijk willen opvatten, zeggen we:

583
00:35:24,090 --> 00:35:27,630
‘Nee, we moeten de profetie
letterlijk opvatten.’

584
00:35:27,630 --> 00:35:32,730
In hoofdstuk 12, vers 6, worden de
geslachten van Juda een vuurpan in een

585
00:35:32,730 --> 00:35:36,690
houtstapel en een fakkel
tussen graanschoven genoemd.

586
00:35:36,690 --> 00:35:39,930
De geslachten van Juda zijn geen vuurpan.

587
00:35:39,930 --> 00:35:43,170
Dat is beeldspraak; dat is een metafoor.

588
00:35:43,170 --> 00:35:44,970
Ze zijn geen fakkel.

589
00:35:44,970 --> 00:35:47,910
Er zijn misschien manieren om
hen daarmee te vergelijken,

590
00:35:47,910 --> 00:35:49,830
maar dat is nu juist het punt.

591
00:35:49,830 --> 00:35:53,850
Dat is wat een metafoor doet: die
maakt een vergelijking op grond van een

592
00:35:53,850 --> 00:35:56,610
overeenkomst, maar is niet letterlijk.

593
00:35:56,610 --> 00:36:01,410
In hoofdstuk 13, vers 1, gaat het
over een bron die geopend wordt.

594
00:36:01,410 --> 00:36:04,530
Als dat letterlijk was,
zou het zoiets zijn als een

595
00:36:04,530 --> 00:36:07,170
waterbron die uit de grond opwelt.

596
00:36:07,170 --> 00:36:11,430
Maar dit is een bron voor de
reiniging van zonde en onreinheid.

597
00:36:11,430 --> 00:36:13,770
Het is duidelijk metaforisch.

598
00:36:13,770 --> 00:36:17,370
Het verwijst ongetwijfeld
naar het bloed van Christus.

599
00:36:17,370 --> 00:36:20,910
Er is een bron van
bloed die zonde reinigt.

600
00:36:20,910 --> 00:36:27,330
Dan de verwijzing naar Christus Die door
het zwaard omkomt in hoofdstuk 13, vers 7:

601
00:36:27,330 --> 00:36:32,850
Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder en
tegen de Man Die Mijn Metgezel is,

602
00:36:32,850 --> 00:36:35,430
spreekt de HEERE van de legermachten.

603
00:36:35,430 --> 00:36:39,270
Sla die Herder en de schapen
zullen overal verspreid worden.

604
00:36:39,270 --> 00:36:42,030
Maar Ik zal Mijn hand
tot de kleinen wenden.

605
00:36:42,030 --> 00:36:44,850
Dit gaat erover dat Christus gedood wordt.

606
00:36:44,850 --> 00:36:46,950
Hij is niet met een zwaard gedood.

607
00:36:46,950 --> 00:36:49,350
Hij was niet eens letterlijk een herder.

608
00:36:49,350 --> 00:36:53,430
Hij was ooit timmerman, maar Hij is
nooit letterlijk een herder geweest,

609
00:36:53,430 --> 00:36:56,310
en Hij is niet met een
letterlijk zwaard gedood.

610
00:36:56,310 --> 00:36:59,430
Maar Hij is door Romeinen
gedood, en het zwaard van

611
00:36:59,430 --> 00:37:02,970
Rome wordt opgevat als hun
toepassing van de doodstraf.

612
00:37:02,970 --> 00:37:06,570
Denk eraan dat Paulus in Romeinen 13 zei:

613
00:37:06,570 --> 00:37:10,170
Je moet de overheid gehoorzamen,
de Romeinse overheid,

614
00:37:10,170 --> 00:37:12,750
want zij draagt het
zwaard niet voor niets.

615
00:37:12,750 --> 00:37:16,290
Het zwaard betekent eenvoudig
de bevoegdheid om misdadigers

616
00:37:16,290 --> 00:37:17,550
terecht te stellen.

617
00:37:17,550 --> 00:37:19,230
Maar het is figuurlijk.

618
00:37:19,230 --> 00:37:21,750
Jezus is niet met een zwaard gedood.

619
00:37:21,750 --> 00:37:23,970
Hij was ook niet letterlijk een herder.

620
00:37:23,970 --> 00:37:29,250
De verwijzing naar twee derde en een derde
die we eerder net in hoofdstuk 13 hebben

621
00:37:29,250 --> 00:37:34,350
gelezen, is waarschijnlijk eenvoudig een
symbolische aanduiding van een meerderheid

622
00:37:34,350 --> 00:37:35,490
en een minderheid.

623
00:37:35,490 --> 00:37:38,970
En ik geloof inderdaad dat er
andere gevallen in de Schrift zijn

624
00:37:38,970 --> 00:37:41,730
waarin die breuken op die
manier worden gebruikt.

625
00:37:41,730 --> 00:37:43,170
Die gaan we nu niet opzoeken.

626
00:37:43,170 --> 00:37:47,730
Hij spreekt over mensen die als
goud door vuur gelouterd worden.

627
00:37:47,730 --> 00:37:51,570
Christenen gaan over het algemeen
niet letterlijk door letterlijk vuur.

628
00:37:51,570 --> 00:37:53,070
We zouden verbranden.

629
00:37:53,070 --> 00:37:56,010
Goud verbrandt niet; het wordt gelouterd.

630
00:37:56,010 --> 00:37:58,890
God laat ons beproevingen doormaken.

631
00:37:58,890 --> 00:38:00,450
Vuur is figuurlijk.

632
00:38:00,450 --> 00:38:03,390
De loutering als goud is een metafoor.

633
00:38:03,390 --> 00:38:08,130
We zijn zo gewend aan sommige van deze
metaforen dat we vergeten zijn dat ze

634
00:38:08,130 --> 00:38:09,990
niet letterlijk zijn.

635
00:38:09,990 --> 00:38:11,730
Het zijn metaforen.

636
00:38:11,730 --> 00:38:16,710
En de hele profetie staat van
begin tot eind vol metaforen.

637
00:38:16,710 --> 00:38:20,430
Wanneer er in hoofdstuk 14, vers 3, staat:

638
00:38:20,430 --> 00:38:24,630
Dan zal de HEERE uittrekken en
tegen die heidenvolken strijden,

639
00:38:24,630 --> 00:38:27,750
zoals de dag dat Hij streed,
op de dag van de strijd.

640
00:38:27,750 --> 00:38:31,890
is dit misschien het eerste gedeelte van
dit hoofdstuk dat op de wederkomst van

641
00:38:31,890 --> 00:38:35,130
Jezus lijkt te wijzen,
omdat we verwachten dat

642
00:38:35,130 --> 00:38:38,670
Jezus terugkomt om tegen
Zijn vijanden te strijden.

643
00:38:38,670 --> 00:38:42,210
En wanneer er staat dat de HEERE
zal uittrekken om te strijden,

644
00:38:42,210 --> 00:38:45,330
klinkt het alsof dit de
wederkomst van Christus is.

645
00:38:45,330 --> 00:38:48,090
Maar als we vertrouwd zijn
met het Oude Testament,

646
00:38:48,090 --> 00:38:51,870
weten we heel goed dat de
profeten vaak over God spreken als

647
00:38:51,870 --> 00:38:56,850
Degene Die tegen een volk strijdt, terwijl
dat volk in werkelijkheid ten onder gaat

648
00:38:56,850 --> 00:39:00,210
in de strijd tegen het
leger van een rivaliserende

649
00:39:00,210 --> 00:39:02,790
politieke macht uit een ander land.

650
00:39:02,790 --> 00:39:05,010
God komt en strijdt.

651
00:39:05,010 --> 00:39:10,710
In Jesaja 19, een voorbeeld dat ik vaak
geef omdat het zo’n goed voorbeeld is,

652
00:39:10,710 --> 00:39:16,950
voorspelt Jesaja 19:1 dat de Assyriërs
zullen komen en Egypte zullen verslaan.

653
00:39:16,950 --> 00:39:19,590
Dat is in de achtste eeuw
voor Christus gebeurd.

654
00:39:19,590 --> 00:39:24,570
En omdat de nederlaag van Egypte tegen
Assyrië wordt gezien als een daad van Gods

655
00:39:24,570 --> 00:39:32,670
oordeel, wordt de profetie daarover in
Jesaja 19:1 als volgt verwoord. Er staat:

656
00:39:32,670 --> 00:39:35,010
De last over Egypte.

657
00:39:35,010 --> 00:39:39,810
Zie, de HEERE rijdt op een
snelle wolk en komt in Egypte.

658
00:39:39,810 --> 00:39:44,250
De afgoden van Egypte zullen beven
voor Zijn aangezicht en het hart van de

659
00:39:44,250 --> 00:39:47,370
Egyptenaren zal smelten in hun binnenste.

660
00:39:47,370 --> 00:39:51,450
Dus als we dat letterlijk nemen,
reed God letterlijk op een wolk

661
00:39:51,450 --> 00:39:54,690
en kwam Hij ook echt
letterlijk naar Egypte.

662
00:39:54,690 --> 00:39:59,670
Maar als je de profetie leest, is het
heel duidelijk dat die niet gaat over God

663
00:39:59,670 --> 00:40:04,890
Die persoonlijk komt, maar over de
Assyrische legers die op Zijn bevel komen.

664
00:40:04,890 --> 00:40:08,670
Dit is kenmerkend voor de manier
waarop de profeten spreken.

665
00:40:08,670 --> 00:40:12,090
Wanneer een leger komt en
dat het oordeel van God is

666
00:40:12,090 --> 00:40:16,650
over het volk dat wordt binnengevallen,
wordt vaak gezegd dat God komt.

667
00:40:16,650 --> 00:40:18,390
Dus wanneer er staat:

668
00:40:18,390 --> 00:40:22,110
‘de Heer zal eropuit trekken
en vechten’, is dat niet iets

669
00:40:22,110 --> 00:40:24,510
wat je bij een oudtestamentische profeet

670
00:40:24,510 --> 00:40:27,990
zonder meer zou opvatten als
een letterlijke komst van God

671
00:40:27,990 --> 00:40:29,610
of Jezus Christus.

672
00:40:29,610 --> 00:40:33,270
De meeste keren dat de Bijbel,
vooral het Oude Testament,

673
00:40:33,270 --> 00:40:38,250
spreekt over de komst van de Heere, gaat
het niet over de wederkomst van Christus.

674
00:40:38,250 --> 00:40:42,870
Tenzij er andere redenen zijn om te
geloven dat dit daar wel over gaat,

675
00:40:42,870 --> 00:40:47,190
is er geen enkele reden om aan te
nemen dat dit een uitzondering is.

676
00:40:47,190 --> 00:40:49,590
Dat de Heere uittrekt om te strijden,

677
00:40:49,590 --> 00:40:53,910
zou normaal gesproken betekenen dat er
legers komen die als werktuigen van Gods

678
00:40:53,910 --> 00:40:56,010
oordeel tegen iemand optreden.

679
00:40:56,010 --> 00:40:58,710
In dit geval is dat duidelijk Jeruzalem.

680
00:40:58,710 --> 00:41:01,230
Er staat dat het tegen Jeruzalem is.

681
00:41:01,230 --> 00:41:05,610
Van deze hele godsspraak, die
begint in hoofdstuk 12, vers 1,

682
00:41:05,610 --> 00:41:09,270
wordt gezegd dat die
tegen Israël gericht is.

683
00:41:09,270 --> 00:41:11,850
God strijdt dus tegen Israël.

684
00:41:11,850 --> 00:41:15,510
Nu kunnen we even de tijd nemen om naar
een paar dingen in het Nieuwe Testament te

685
00:41:15,510 --> 00:41:20,970
kijken die hier duidelijkheid over
kunnen geven, ook over dit taalgebruik.

686
00:41:20,970 --> 00:41:25,410
In Mattheüs hoofdstuk 21 hebben we
het bekende verhaal van de wijngaard

687
00:41:25,410 --> 00:41:27,990
en de pachters dat Jezus vertelde.

688
00:41:27,990 --> 00:41:30,210
De wijngaard is Israël.

689
00:41:30,210 --> 00:41:33,510
De pachters zijn de
leiders van Israël, precies

690
00:41:33,510 --> 00:41:37,830
die herders die in Zacharia
11 en elders worden veracht.

691
00:41:37,830 --> 00:41:41,250
Ze worden veracht omdat
ze God ontrouw zijn.

692
00:41:41,250 --> 00:41:43,590
Ze horen de vrucht voort te brengen.

693
00:41:43,590 --> 00:41:47,970
Ze horen voor de wijngaard te zorgen
en die vrucht te laten voortbrengen

694
00:41:47,970 --> 00:41:49,290
voor de eigenaar.

695
00:41:49,290 --> 00:41:53,010
De vrucht die Hij zoekt,
is recht en gerechtigheid.

696
00:41:53,010 --> 00:41:57,090
Dat weten we omdat Jesaja 5:7 ons vertelt:

697
00:41:57,090 --> 00:42:02,190
Want de wijngaard van de HEERE van de
legermachten is het huis van Israël,

698
00:42:02,190 --> 00:42:05,310
en de mannen van Juda
zijn Zijn lievelingsplant.

699
00:42:05,310 --> 00:42:10,830
Hij verwachtte goed bestuur, maar zie,
het werd bloedbestuur, gerechtigheid,

700
00:42:10,830 --> 00:42:13,290
maar zie, het werd geschreeuw.

701
00:42:13,290 --> 00:42:17,190
De vrucht die Hij zoekt,
is recht en gerechtigheid.

702
00:42:17,190 --> 00:42:20,850
Hier is een volk waarvan Hij
recht en gerechtigheid verwacht,

703
00:42:20,850 --> 00:42:25,050
en Hij heeft daar leiders die die
vrucht voor Hem horen voort te brengen.

704
00:42:25,050 --> 00:42:26,190
Ze doen het niet.

705
00:42:26,190 --> 00:42:28,590
Het zijn verdorven leiders.

706
00:42:28,590 --> 00:42:31,410
Dus stuurt Hij Zijn profeten naar hen toe.

707
00:42:31,410 --> 00:42:35,130
In de gelijkenis zien we dat de eigenaar
Zijn boodschappers naar deze mensen

708
00:42:35,130 --> 00:42:39,330
stuurt, maar in plaats daarvan
mishandelen ze de boodschappers.

709
00:42:39,330 --> 00:42:43,710
Zoals we bijvoorbeeld in
Mattheüs 21, vers 35, zien:

710
00:42:43,710 --> 00:42:48,930
En de landbouwers namen zijn dienaren,
sloegen de één, doodden een ander,

711
00:42:48,930 --> 00:42:50,910
en stenigden een derde.

712
00:42:50,910 --> 00:42:55,470
Nogmaals stuurde hij andere dienaren,
meer in aantal dan de eerste,

713
00:42:55,470 --> 00:42:57,990
en zij deden met hen hetzelfde.

714
00:42:57,990 --> 00:43:00,750
Deze dienaren van God zijn de profeten

715
00:43:00,750 --> 00:43:04,650
die door de hele oudtestamentische
geschiedenis heen naar Israël komen en

716
00:43:04,650 --> 00:43:09,150
zeggen: ‘God zoekt vrucht
bij Israël. Hij zoekt recht.

717
00:43:09,150 --> 00:43:11,010
Hij zoekt gerechtigheid.

718
00:43:11,010 --> 00:43:14,910
Wanneer gaan jullie nu eens
rechtvaardig en gerechtig handelen?’

719
00:43:14,910 --> 00:43:17,070
En dat kost hun het leven.

720
00:43:17,070 --> 00:43:22,890
De hele geschiedenis van de profeten in
het Oude Testament staat in Mattheüs 21,

721
00:43:22,890 --> 00:43:25,590
vers 35 en 36.

722
00:43:25,590 --> 00:43:27,810
Dan vers 37:

723
00:43:27,810 --> 00:43:31,650
Ten slotte stuurde hij zijn
zoon naar hen toe en zei:

724
00:43:31,650 --> 00:43:34,470
Voor mijn zoon zullen zij ontzag hebben.

725
00:43:34,470 --> 00:43:38,430
Dus hier hebben we, na alle
profeten van het Oude Testament,

726
00:43:38,430 --> 00:43:41,550
de laatste boodschapper
die God naar hen stuurt.

727
00:43:41,550 --> 00:43:43,230
De allerlaatste.

728
00:43:43,230 --> 00:43:48,210
Ze zullen er geen meer krijgen.
En dat is de Zoon. Ze zeggen:

729
00:43:48,210 --> 00:43:52,650
Maar toen de landbouwers de zoon
zagen, zeiden zij onder elkaar:

730
00:43:52,650 --> 00:43:54,450
Dit is de erfgenaam.

731
00:43:54,450 --> 00:43:58,770
Kom, laten we hem doden en zijn
erfenis voor onszelf houden.

732
00:43:58,770 --> 00:44:00,270
Dus doden ze Hem.

733
00:44:00,270 --> 00:44:05,730
Toen ze hem gegrepen hadden, wierpen zij
hem buiten de wijngaard en doodden hem.

734
00:44:05,730 --> 00:44:07,530
Let op vers 40:

735
00:44:07,530 --> 00:44:12,930
Wanneer dan de heer van de wijngaard komen
zal, wat zal hij met die landbouwers doen?

736
00:44:12,930 --> 00:44:14,610
Het antwoord is:

737
00:44:14,610 --> 00:44:20,070
Zij zeiden tegen Hem: Hij zal die
kwaaddoeners een kwade dood doen sterven

738
00:44:20,070 --> 00:44:23,310
en zal de wijngaard aan
andere landbouwers verhuren,

739
00:44:23,310 --> 00:44:25,830
die hem de vruchten op
hun tijd zullen geven.

740
00:44:25,830 --> 00:44:29,490
Dus wanneer de eigenaar
komt, wat gaat Hij dan doen?

741
00:44:29,490 --> 00:44:32,010
Hij gaat die slechte mensen ombrengen.

742
00:44:32,010 --> 00:44:36,450
Dit is het oordeel over Jeruzalem
in het jaar 70 na Christus.

743
00:44:36,450 --> 00:44:41,310
En vervolgens verpachtte Hij de
wijngaard aan anderen. Aan wie?

744
00:44:41,310 --> 00:44:43,470
Jezus zei tegen Zijn discipelen:

745
00:44:43,470 --> 00:44:47,190
Ik ben de ware Wijnstok
en jullie zijn de ranken.

746
00:44:47,190 --> 00:44:50,970
Als jullie in Mij blijven,
zullen jullie vrucht dragen.

747
00:44:50,970 --> 00:44:54,870
Jullie zijn hier degenen
die nu vrucht gaan dragen.

748
00:44:54,870 --> 00:44:58,290
Jullie zijn de nieuwe mensen
die de oude vervangen.

749
00:44:58,290 --> 00:45:02,130
Jezus zei het zelfs zo in vers 43:

750
00:45:02,130 --> 00:45:07,290
Daarom zeg Ik u dat het Koninkrijk
van God van u weggenomen zal worden

751
00:45:07,290 --> 00:45:11,430
en aan een volk gegeven dat
de vruchten ervan voortbrengt.

752
00:45:11,430 --> 00:45:16,410
Met degenen van wie het Koninkrijk
wordt weggenomen, bedoelt Hij Israël.

753
00:45:16,410 --> 00:45:22,110
Het volk dat het ontvangt, is volgens
de spreker een ander volk, niet Israël.

754
00:45:22,110 --> 00:45:24,090
Dat is natuurlijk de gemeente.

755
00:45:24,090 --> 00:45:29,730
De gemeente is een heilig volk,
zei Petrus in 1 Petrus 2:9.

756
00:45:29,730 --> 00:45:34,170
Dus het volk waaraan het Koninkrijk
nu gegeven is, is de gemeente.

757
00:45:34,170 --> 00:45:37,890
Jezus zei tegen de discipelen,
volgens mij was het in het twaalfde

758
00:45:37,890 --> 00:45:39,690
hoofdstuk van Lukas:

759
00:45:39,690 --> 00:45:42,750
Wees niet bevreesd, kleine
kudde, want het heeft

760
00:45:42,750 --> 00:45:45,930
uw Vader behaagd u het
Koninkrijk te geven.

761
00:45:45,930 --> 00:45:51,030
Dus het Koninkrijk is afgenomen van
het afvallige Israël en gegeven aan het

762
00:45:51,030 --> 00:45:55,290
overblijfsel van Israël,
de discipelen, de gemeente.

763
00:45:55,290 --> 00:45:56,970
En wanneer gebeurde dit?

764
00:45:56,970 --> 00:45:59,550
Toen de eigenaar van de wijngaard kwam.

765
00:45:59,550 --> 00:46:04,230
Het gebeurde in het jaar 70 na Christus,
maar dat was de komst van de eigenaar

766
00:46:04,230 --> 00:46:05,610
van de wijngaard.

767
00:46:05,610 --> 00:46:07,890
Dat is natuurlijk gewoon beeldspraak.

768
00:46:07,890 --> 00:46:09,630
Het was niet de wederkomst.

769
00:46:09,630 --> 00:46:12,870
Maar met dezelfde beeldspraak
die de profeten gebruikten,

770
00:46:12,870 --> 00:46:17,130
was het oordeel dat over hen kwam
de komst van de eigenaar tegen hen.

771
00:46:17,130 --> 00:46:20,760
Natuurlijk gebeurde dat door de
Romeinen, net zoals het oordeel,

772
00:46:20,760 --> 00:46:24,870
Gods komst tegen Egypte, door
de Assyriërs werd voltrokken.

773
00:46:24,870 --> 00:46:29,730
In dit geval vond de komst tegen deze
slechte mensen plaats door de Romeinen.

774
00:46:29,730 --> 00:46:33,990
Kijk dan eens naar
hoofdstuk 22, Mattheüs 22.

775
00:46:33,990 --> 00:46:38,010
Jezus antwoordde en sprak
opnieuw tot hen in gelijkenissen.

776
00:46:38,010 --> 00:46:42,510
Hij zei: Het Koninkrijk der hemelen is
als een koning die een bruiloft voor

777
00:46:42,510 --> 00:46:44,310
zijn zoon organiseerde.

778
00:46:44,310 --> 00:46:47,250
Is het een raadsel wie de
koning en de Zoon zijn?

779
00:46:47,250 --> 00:46:51,870
en hij stuurde zijn dienaren eropuit om
de genodigden voor de bruiloft te roepen.

780
00:46:51,870 --> 00:46:53,730
Maar zij wilden niet komen.

781
00:46:53,730 --> 00:46:57,870
Opnieuw stuurde hij dienaren
eropuit, andere, en hij zei:

782
00:46:57,870 --> 00:47:02,490
Zeg tegen de genodigden: Zie, ik
heb mijn middagmaal gereedgemaakt;

783
00:47:02,490 --> 00:47:06,990
mijn ossen en de gemeste dieren zijn
geslacht, en alle dingen zijn gereed.

784
00:47:06,990 --> 00:47:08,490
Kom naar de bruiloft.

785
00:47:08,490 --> 00:47:11,610
Weer de profeten, telkens
opnieuw, die zeiden:

786
00:47:11,610 --> 00:47:13,770
Kom het koninkrijk van God binnen.

787
00:47:13,770 --> 00:47:17,850
En wat deden ze? Hetzelfde
als in de vorige gelijkenis.

788
00:47:17,850 --> 00:47:19,290
In vers 5 staat:

789
00:47:19,290 --> 00:47:23,730
Maar zij sloegen er geen acht op en
gingen weg, de één naar zijn akker,

790
00:47:23,730 --> 00:47:25,770
de ander naar zijn zaken.

791
00:47:25,770 --> 00:47:30,870
En de anderen grepen zijn dienaren,
behandelden hen smadelijk en doodden hen.

792
00:47:30,870 --> 00:47:35,130
In dit geval geloof ik niet dat het
de profeten zijn, maar de apostelen.

793
00:47:35,130 --> 00:47:39,750
Toen God Zijn Zoon aanstelde om Zijn
bruid te roepen, toen de bruiloft begon,

794
00:47:39,750 --> 00:47:42,810
mochten de apostelen mensen
uitnodigen voor het Koninkrijk.

795
00:47:42,810 --> 00:47:48,090
En zij worden op dezelfde manier behandeld
als de profeten in de vorige gelijkenis.

796
00:47:48,090 --> 00:47:50,310
Wat gebeurt er dus in vers 7?

797
00:47:50,310 --> 00:47:53,250
Toen de koning dat hoorde, werd hij boos.

798
00:47:53,250 --> 00:47:58,710
En hij stuurde zijn legers, bracht die
moordenaars om en stak hun stad in brand.

799
00:47:58,710 --> 00:48:00,930
Wie zijn deze moordenaars?

800
00:48:00,930 --> 00:48:05,310
Wie stenigden Stefanus, de
eerste christelijke martelaar?

801
00:48:05,310 --> 00:48:07,530
Wie lieten Jezus kruisigen?

802
00:48:07,530 --> 00:48:11,910
Wie vervolgden de gemeente, zodat
die uit Jeruzalem moest vluchten?

803
00:48:11,910 --> 00:48:15,030
Dat waren de gevestigde
Joodse machthebbers.

804
00:48:15,030 --> 00:48:17,910
En God stuurde Zijn legers eropuit.

805
00:48:17,910 --> 00:48:21,570
Dat zouden de Romeinse
legers zijn, Gods legers.

806
00:48:21,570 --> 00:48:23,910
En zij verbrandden de stad.

807
00:48:23,910 --> 00:48:27,510
Vervolgens stuurde Hij Zijn boodschappers
overal heen naar de heidenen,

808
00:48:27,510 --> 00:48:32,070
naar de grote wegen en de zijwegen,
om mensen binnen te brengen.

809
00:48:32,070 --> 00:48:36,810
De eerste mensen die werden uitgenodigd,
waren degenen die dicht bij God stonden,

810
00:48:36,810 --> 00:48:40,830
Israël, Zijn verbondsvolk. Ze kwamen niet.

811
00:48:40,830 --> 00:48:45,690
Ze mishandelden Zijn dienaren, net
zoals ze dat deden voordat Jezus kwam.

812
00:48:45,690 --> 00:48:49,650
Ze mishandelden de dienaren
nadat Jezus gekomen was.

813
00:48:49,650 --> 00:48:51,210
En dus zei God:

814
00:48:51,210 --> 00:48:56,010
Nu is het zover. Ik stuur Mijn legers
om jullie stad plat te branden.

815
00:48:56,010 --> 00:48:57,570
En dat deed Hij.

816
00:48:57,570 --> 00:49:02,190
Dit oordeel over Jeruzalem wordt hier
in de gelijkenissen van Jezus tweemaal

817
00:49:02,190 --> 00:49:05,310
aangeduid als het
oordeel dat over hen kwam

818
00:49:05,310 --> 00:49:08,850
omdat ze de Zoon en Zijn
boodschappers verwierpen.

819
00:49:08,850 --> 00:49:12,570
Wat Israël Jezus aandeed,
bracht het oordeel van de

820
00:49:12,570 --> 00:49:14,670
legers van de koning over hen.

821
00:49:14,670 --> 00:49:20,250
De Romeinse legers, Gods legers in
dat geval, omdat Hij ze inzette.

822
00:49:20,250 --> 00:49:22,710
Kijk naar Lukas hoofdstuk 19.

823
00:49:22,710 --> 00:49:27,030
Dit zijn een paar dingen om ons te helpen
in Bijbelse categorieën te gaan denken.

824
00:49:27,030 --> 00:49:31,170
Toen Jezus Jeruzalem
naderde, zegt vers 41:

825
00:49:31,170 --> 00:49:35,430
En toen Hij dichtbij kwam en de
stad zag, weende Hij over haar.

826
00:49:35,430 --> 00:49:42,030
Hij zei: Och, dat u ook nog op deze uw dag
zou onderkennen wat tot uw vrede dient!

827
00:49:42,030 --> 00:49:44,970
Nu echter is het verborgen voor uw ogen.

828
00:49:44,970 --> 00:49:50,730
Want er zullen dagen over u komen dat uw
vijanden een wal rondom u zullen opwerpen,

829
00:49:50,730 --> 00:49:55,410
u zullen omsingelen en u van alle
kanten in het nauw zullen brengen.

830
00:49:55,410 --> 00:49:57,510
Dat zouden de Romeinen zijn.

831
00:49:57,510 --> 00:50:02,670
En zij zullen u met de grond gelijkmaken
en uw kinderen in u verpletteren.

832
00:50:02,670 --> 00:50:06,330
Ook zullen zij in u geen steen
op de andere steen laten,

833
00:50:06,330 --> 00:50:10,950
omdat u het tijdstip waarop er naar
u omgezien werd, niet hebt onderkend.

834
00:50:10,950 --> 00:50:13,830
Je hebt de Messias niet
herkend toen Hij kwam,

835
00:50:13,830 --> 00:50:18,210
en die verwerping van Hem
brengt dit oordeel over je.

836
00:50:18,210 --> 00:50:24,810
Twee hoofdstukken verder, in hoofdstuk
21 van Lukas, vers 5 en 6, staat:

837
00:50:24,810 --> 00:50:29,850
En toen sommigen over de tempel zeiden
dat hij met prachtige stenen en aan God

838
00:50:29,850 --> 00:50:36,030
gewijde geschenken versierd was, zei Hij:
Wat betreft deze dingen waarnaar u kijkt:

839
00:50:36,030 --> 00:50:39,930
Er zullen dagen komen waarin
niet één steen op de andere

840
00:50:39,930 --> 00:50:43,710
steen gelaten zal worden die
niet afgebroken zal worden.

841
00:50:43,710 --> 00:50:48,150
De verwoesting van de tempel,
in het jaar 70 na Christus.

842
00:50:48,150 --> 00:50:52,470
De discipelen kwamen naar
Hem toe, vers 7, en zeiden:

843
00:50:52,470 --> 00:50:56,910
En zij vroegen Hem: Meester,
wanneer zal dat dan zijn

844
00:50:56,910 --> 00:51:00,090
en wat is het teken dat
deze dingen zullen gebeuren?

845
00:51:00,090 --> 00:51:03,630
Dat wil zeggen: de stenen
zullen worden neergehaald

846
00:51:03,630 --> 00:51:06,090
en de tempel zal worden verwoest.

847
00:51:06,090 --> 00:51:07,710
Wanneer gaat dat gebeuren?

848
00:51:07,710 --> 00:51:09,570
Geef ons een aanwijzing.

849
00:51:09,570 --> 00:51:13,710
Voordat de tempel wordt verwoest, wat
is precies de termijn waarbinnen dat zal

850
00:51:13,710 --> 00:51:16,590
gebeuren, en welk teken zal er zijn?

851
00:51:16,590 --> 00:51:19,170
Die termijn wordt
gegeven wanneer Hij zegt:

852
00:51:19,170 --> 00:51:23,250
Voorwaar, Ik zeg u dat dit geslacht
zeker niet voorbij zal gaan,

853
00:51:23,250 --> 00:51:25,110
totdat alles geschied is.

854
00:51:25,110 --> 00:51:27,690
Dat zegt Hij in vers 32.

855
00:51:27,690 --> 00:51:31,890
De verwoesting van Jeruzalem zal
binnen die generatie plaatsvinden.

856
00:51:31,890 --> 00:51:35,790
Hij vertelt hun ook wat
het teken is. Ze zeiden:

857
00:51:35,790 --> 00:51:39,450
Welk teken zal er zijn dat het
op het punt staat te gebeuren?

858
00:51:39,450 --> 00:51:41,970
Lukas 21:20:

859
00:51:41,970 --> 00:51:45,750
Wanneer u zult zien dat Jeruzalem
door legers omringd wordt,

860
00:51:45,750 --> 00:51:48,630
weet dan dat zijn verwoesting nabij is.

861
00:51:48,630 --> 00:51:51,150
Dat zouden Romeinse legers zijn.

862
00:51:51,150 --> 00:51:54,870
Jezus voorspelde de verwoesting
van Jeruzalem door haar vijanden,

863
00:51:54,870 --> 00:51:59,070
de verwoesting van de tempel
door zijn vijanden. Hij zei:

864
00:51:59,070 --> 00:52:04,110
En zij zullen u met de grond gelijkmaken
en uw kinderen in u verpletteren.

865
00:52:04,110 --> 00:52:07,530
Ook zullen zij in u geen steen
op de andere steen laten,

866
00:52:07,530 --> 00:52:12,330
omdat u het tijdstip waarop er naar
u omgezien werd, niet hebt onderkend.

867
00:52:12,330 --> 00:52:16,050
Of, in Zijn gelijkenissen, omdat
je niet naar de bruiloft kwam toen

868
00:52:16,050 --> 00:52:17,550
je werd uitgenodigd.

869
00:52:17,550 --> 00:52:23,850
Of omdat je de profeten mishandelde en
Mij doodde, zal de heer komen en je doden.

870
00:52:23,850 --> 00:52:27,750
De verwoesting van Jeruzalem is een
hoofdthema van het Nieuwe Testament

871
00:52:27,750 --> 00:52:29,070
en het Oude.

872
00:52:29,070 --> 00:52:31,890
Hoe weet ik dat het een
thema van het Oude is?

873
00:52:31,890 --> 00:52:35,910
Kijk naar Lukas 21 en
kijk naar deze verzen.

874
00:52:35,910 --> 00:52:38,070
We hebben vers 20 bekeken:

875
00:52:38,070 --> 00:52:41,730
Wanneer u zult zien dat Jeruzalem
door legers omringd wordt,

876
00:52:41,730 --> 00:52:44,610
weet dan dat zijn verwoesting nabij is.

877
00:52:44,610 --> 00:52:49,590
Dat gaat gebeuren wanneer die gespleten
berg in Zacharia 14 ter sprake komt.

878
00:52:49,590 --> 00:52:50,610
Ze zullen vluchten.

879
00:52:50,610 --> 00:52:53,910
Laten dan wie in Judea zijn,
vluchten naar de bergen

880
00:52:53,910 --> 00:52:56,250
en wie in het midden van Jeruzalem zijn,

881
00:52:56,250 --> 00:53:00,450
daaruit wegtrekken en wie op de
velden zijn, er niet in gaan.

882
00:53:00,450 --> 00:53:05,490
Want dit zijn dagen van wraak, opdat
al wat geschreven staat, vervuld wordt.

883
00:53:05,490 --> 00:53:08,430
Maar wee de zwangeren en
de zogenden in die dagen,

884
00:53:08,430 --> 00:53:12,810
want er zal grote nood zijn in
het land en toorn over dit volk.

885
00:53:12,810 --> 00:53:14,310
Dat is Israël.

886
00:53:14,310 --> 00:53:15,510
De Joden.

887
00:53:15,510 --> 00:53:18,870
En zij zullen vallen door de
scherpte van het zwaard en

888
00:53:18,870 --> 00:53:22,410
in gevangenschap weggevoerd
worden onder alle heidenen.

889
00:53:22,410 --> 00:53:25,650
En Jeruzalem zal door de
heidenen vertrapt worden,

890
00:53:25,650 --> 00:53:28,950
totdat de tijden van de
heidenen vervuld zullen zijn.

891
00:53:28,950 --> 00:53:30,390
Dat is gebeurd.

892
00:53:30,390 --> 00:53:31,710
Dat zijn ze.

893
00:53:31,710 --> 00:53:33,270
Dat is gebeurd.

894
00:53:33,270 --> 00:53:38,790
Dit is, zoals Jezus zei, in
die generatie gebeurd. Hij zei:

895
00:53:38,790 --> 00:53:42,810
Voorwaar, Ik zeg u dat dit geslacht
zeker niet voorbij zal gaan,

896
00:53:42,810 --> 00:53:44,490
totdat alles geschied is.

897
00:53:44,490 --> 00:53:47,790
Maar let op wat Hij daar in vers 22 zegt:

898
00:53:47,790 --> 00:53:51,210
Laten dan wie in Judea zijn,
vluchten naar de bergen

899
00:53:51,210 --> 00:53:53,490
en wie in het midden van Jeruzalem zijn,

900
00:53:53,490 --> 00:53:57,510
daaruit wegtrekken en wie op de
velden zijn, er niet in gaan.

901
00:53:57,510 --> 00:54:02,610
Want dit zijn dagen van wraak, opdat
al wat geschreven staat, vervuld wordt.

902
00:54:02,610 --> 00:54:05,670
Maar wee de zwangeren en
de zogenden in die dagen,

903
00:54:05,670 --> 00:54:10,050
want er zal grote nood zijn in
het land en toorn over dit volk.

904
00:54:10,050 --> 00:54:11,490
Waar geschreven?

905
00:54:11,490 --> 00:54:15,390
Niet in het Nieuwe Testament,
want dat was nog niet geschreven.

906
00:54:15,390 --> 00:54:17,790
Beslist in het Oude Testament.

907
00:54:17,790 --> 00:54:22,770
De verwoesting van Jeruzalem in het
jaar 70 na Christus door de Romeinen.

908
00:54:22,770 --> 00:54:26,790
Hij zei dat dit zou gebeuren,
zodat alles wat geschreven staat,

909
00:54:26,790 --> 00:54:30,450
vermoedelijk in de profeten van het
Oude Testament, vervuld zou worden.

910
00:54:30,450 --> 00:54:33,810
Zou Zacharia 14 daar
misschien ook onder vallen?

911
00:54:33,810 --> 00:54:36,270
Staat dat in het Oude
Testament geschreven?

912
00:54:36,270 --> 00:54:39,090
Toen ik vele jaren geleden
dit specifieke vers

913
00:54:39,090 --> 00:54:43,470
eenmaal zonder een gekleurde bril
bekeek en gewoon zag wat Jezus zei,

914
00:54:43,470 --> 00:54:47,490
begon ik te beseffen dat Jezus aangeeft
dat de verwoesting van Jeruzalem in het

915
00:54:47,490 --> 00:54:53,070
jaar 70 na Christus het onderwerp is
van veel oudtestamentische profetie.

916
00:54:53,070 --> 00:54:56,970
En ik begon te zien dat veel waarvan ik
had gedacht dat het over het einde van de

917
00:54:56,970 --> 00:55:01,110
wereld ging, in het Oude Testament
over het einde van Jeruzalem ging.

918
00:55:01,110 --> 00:55:06,510
Ik ben ervan overtuigd dat we Zacharia 14
redelijkerwijs niet anders kunnen zien.

919
00:55:06,510 --> 00:55:08,310
Laat me je vertellen waarom.

920
00:55:08,310 --> 00:55:10,950
Zacharia 14:4 zegt:

921
00:55:10,950 --> 00:55:15,630
Op die dag zullen Zijn voeten staan op
de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt,

922
00:55:15,630 --> 00:55:17,250
ten oosten ervan.

923
00:55:17,250 --> 00:55:22,650
Dan zal de Olijfberg in tweeën gespleten
worden naar het oosten en naar het westen.

924
00:55:22,650 --> 00:55:27,750
Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de
ene helft van de berg naar het noorden zal

925
00:55:27,750 --> 00:55:30,990
wijken en de andere helft
ervan naar het zuiden.

926
00:55:30,990 --> 00:55:37,170
Daardoor zal die in tweeën splijten en een
dal vormen dat van west naar oost loopt.

927
00:55:37,170 --> 00:55:42,750
Aan de overkant van het Kidrondal, ten
oosten van Jeruzalem, ligt de Olijfberg.

928
00:55:42,750 --> 00:55:45,690
Die zou elke vlucht naar
het oosten blokkeren.

929
00:55:45,690 --> 00:55:48,930
Als iemand vanuit Jeruzalem
recht naar het oosten zou gaan,

930
00:55:48,930 --> 00:55:50,970
zou de berg in de weg liggen.

931
00:55:50,970 --> 00:55:54,870
Hier wordt gesproken over het
splijten van de berg, dat wil zeggen,

932
00:55:54,870 --> 00:55:57,750
het wegnemen van de
hindernis voor de vlucht.

933
00:55:57,750 --> 00:56:01,890
Zo zou Gods volk in Jeruzalem vanuit
de stad naar het oosten kunnen

934
00:56:01,890 --> 00:56:04,050
vluchten en ontkomen.

935
00:56:04,050 --> 00:56:07,050
Waaraan? Beslist niet aan
het einde van de wereld.

936
00:56:07,050 --> 00:56:09,690
Hoe zou je aan het einde van
de wereld kunnen ontkomen

937
00:56:09,690 --> 00:56:13,950
door vanuit Jeruzalem door een
dal voorbij de Olijfberg te gaan?

938
00:56:13,950 --> 00:56:18,510
En bij welke hedendaagse ramp dan ook zou
de veiligheid van mensen die door een dal

939
00:56:18,510 --> 00:56:22,890
vluchten, vermoedelijk te voet,
niet per se gegarandeerd zijn.

940
00:56:22,890 --> 00:56:25,410
Als ze vijanden hebben
die tegen hen strijden,

941
00:56:25,410 --> 00:56:28,410
zullen ze via satellieten
in de gaten worden gehouden.

942
00:56:28,410 --> 00:56:31,170
Er zullen vliegtuigen
over hen heen vliegen.

943
00:56:31,170 --> 00:56:34,590
Tegenwoordig ontkom je niet door via
een dal naar de andere kant van een

944
00:56:34,590 --> 00:56:35,730
berg te gaan.

945
00:56:35,730 --> 00:56:38,190
In de oudheid maakte
je misschien een kans,

946
00:56:38,190 --> 00:56:42,150
tenzij je werd achtervolgd door
mensen die net zo snel waren als jij.

947
00:56:42,150 --> 00:56:46,050
Maar het punt is dat een dal in
een hedendaagse situatie niet

948
00:56:46,050 --> 00:56:50,070
veel zal helpen voor mensen op wie
jacht wordt gemaakt om hen te doden,

949
00:56:50,070 --> 00:56:53,730
of die het gevaar lopen samen
met de stad ten onder te gaan.

950
00:56:53,730 --> 00:56:56,070
Een dal om doorheen te vluchten?

951
00:56:56,070 --> 00:56:58,950
Dit is naar mijn mening
geen letterlijk dal.

952
00:56:58,950 --> 00:57:02,610
Om te beginnen moet de beeldspraak
niet letterlijk worden opgevat.

953
00:57:02,610 --> 00:57:04,050
Hoe weet ik dat?

954
00:57:04,050 --> 00:57:07,710
Veranderingen in het landschap,
zoals bergen die splijten,

955
00:57:07,710 --> 00:57:10,230
smelten of worden weggenomen, zijn niet

956
00:57:10,230 --> 00:57:13,350
ongewoon bij de
oudtestamentische profeten.

957
00:57:13,350 --> 00:57:16,410
Zelfs eerder in Zacharia, in hoofdstuk 4,

958
00:57:16,410 --> 00:57:20,910
waar het gaat over de hindernissen waarmee
Zerubbabel te maken kreeg bij de herbouw

959
00:57:20,910 --> 00:57:24,450
van de stad en de tempel, staat in vers 7:

960
00:57:24,450 --> 00:57:26,610
Wie bent u, grote berg?

961
00:57:26,610 --> 00:57:29,970
Voor de ogen van Zerubbabel
zult u een vlakte worden.

962
00:57:29,970 --> 00:57:35,490
Hij zal de sluitsteen aandragen onder
luid geroep: Genade, genade zij hem!

963
00:57:35,490 --> 00:57:41,310
Waar gaat dat over? Welke berg werd
in de dagen van Zerubbabel weggenomen?

964
00:57:41,310 --> 00:57:44,370
Een berg van moeilijkheden, ongetwijfeld.

965
00:57:44,370 --> 00:57:47,790
Een hindernis voor vooruitgang en succes.

966
00:57:47,790 --> 00:57:52,410
Bergen verzetten is altijd een zinnebeeld
geweest voor het wegnemen van wat in

967
00:57:52,410 --> 00:57:53,730
de weg staat.

968
00:57:53,730 --> 00:57:56,610
Want in de oudheid,
tegenwoordig niet meer zozeer,

969
00:57:56,610 --> 00:58:00,330
waren bergen een ernstige
hindernis bij het reizen.

970
00:58:00,330 --> 00:58:02,730
Tegenwoordig is dat geen probleem.

971
00:58:02,730 --> 00:58:06,870
We vliegen, of we kunnen zelfs
met auto's over bergen rijden.

972
00:58:06,870 --> 00:58:09,690
Maar toen mensen te
voet of te paard reisden

973
00:58:09,690 --> 00:58:12,510
en er geen verharde wegen
door de bergen liepen,

974
00:58:12,510 --> 00:58:14,790
waren die een aanzienlijke hindernis.

975
00:58:14,790 --> 00:58:18,950
En dus zou deze berg van moeilijkheden
die vóór Zerubbabel stond,

976
00:58:18,950 --> 00:58:23,610
zo was ons al verteld, worden
weggenomen en een vlakte worden.

977
00:58:23,610 --> 00:58:27,690
In hoofdstuk 14 lezen we ook
dat er een vlakte ontstaat.

978
00:58:27,690 --> 00:58:33,510
Alle bergen rondom Jeruzalem worden een
vlakte, en deze berg splijt in tweeën.

979
00:58:33,510 --> 00:58:37,950
Het is bij de profeten heel gebruikelijk
om op een figuurlijke manier over

980
00:58:37,950 --> 00:58:41,190
bergen en veranderingen
aan bergen te spreken.

981
00:58:41,190 --> 00:58:47,010
Kijk naar Micha hoofdstuk 1, nog een
poëtische en niet-letterlijke profetie.

982
00:58:47,010 --> 00:58:49,350
In Micha 1:3 staat:

983
00:58:49,350 --> 00:58:52,890
Want zie, de HEERE komt
uit Zijn woonplaats,

984
00:58:52,890 --> 00:58:56,430
Hij daalt af en treedt op
de hoogten van de aarde.

985
00:58:56,430 --> 00:59:00,030
Nogmaals, dit is niet de
wederkomst van Christus.

986
00:59:00,030 --> 00:59:03,210
Dit is een oordeel dat komt
in de dagen van Hizkia,

987
00:59:03,210 --> 00:59:05,610
in de tijd van het Oude Testament.

988
00:59:05,610 --> 00:59:10,650
De bergen smelten onder Hem weg, de
dalen splijten als was voor het vuur,

989
00:59:10,650 --> 00:59:12,690
als water dat langs een helling vloeit.

990
00:59:12,690 --> 00:59:16,170
Dit is niet precies dezelfde
beeldspraak als in Zacharia,

991
00:59:16,170 --> 00:59:18,450
maar het is evenmin letterlijk.

992
00:59:18,450 --> 00:59:20,670
God komt om te oordelen.

993
00:59:20,670 --> 00:59:24,570
Wanneer Hij op de bergen stapt,
zullen ze smelten als was.

994
00:59:24,570 --> 00:59:28,710
Dat is niet hetzelfde als een aardbeving
waardoor ze splijten en een dal vormen,

995
00:59:28,710 --> 00:59:30,630
maar het is even verwoestend.

996
00:59:30,630 --> 00:59:33,210
Het verandert de aarde evenzeer.

997
00:59:33,210 --> 00:59:37,890
Zulke veranderingen in het landschap zijn
bij de profeten kenmerkende symbolen voor

998
00:59:37,890 --> 00:59:42,210
gebeurtenissen die de aarde
veranderen en die God teweegbrengt.

999
00:59:42,210 --> 00:59:45,810
Zijn voet op de Olijfberg
zetten, wat betekent dat?

1000
00:59:45,810 --> 00:59:49,230
Veel mensen nemen aan dat dit
vrij letterlijk bedoeld is.

1001
00:59:49,230 --> 00:59:53,370
Daarom hebben ze werkelijk gedacht dat
Jezus zal terugkomen en Zijn voet op de

1002
00:59:53,370 --> 00:59:55,170
Olijfberg zal zetten.

1003
00:59:55,170 --> 00:59:57,990
Dit vers is het enige
wat ze daarvoor hebben.

1004
00:59:57,990 --> 01:00:01,470
Soms leggen ze een verband
met Handelingen hoofdstuk 1.

1005
01:00:01,470 --> 01:00:04,650
Toen Jezus vanaf de Olijfberg
naar de hemel opvoer,

1006
01:00:04,650 --> 01:00:06,750
zei de engel daar tegen de discipelen:

1007
01:00:06,750 --> 01:00:12,270
die ook zeiden: Galilese mannen, waarom
staat u omhoog te kijken naar de hemel?

1008
01:00:12,270 --> 01:00:15,630
Deze Jezus, Die van u
opgenomen is naar de hemel,

1009
01:00:15,630 --> 01:00:19,950
zal op dezelfde wijze terugkomen als
u Hem naar de hemel hebt zien gaan.

1010
01:00:19,950 --> 01:00:23,790
En de prediker zegt: ‘Hij
vertrok vanaf de Olijfberg;

1011
01:00:23,790 --> 01:00:26,670
Hij zal terugkomen op de Olijfberg.’

1012
01:00:26,670 --> 01:00:29,790
Dat zou je niet uitsluitend
hebben afgeleid uit:

1013
01:00:29,790 --> 01:00:32,370
Hij zal op dezelfde wijze terugkomen.

1014
01:00:32,370 --> 01:00:35,850
Want dat gaat over de
manier, niet over de plaats.

1015
01:00:35,850 --> 01:00:38,790
Hij zal zichtbaar, persoonlijk terugkomen,

1016
01:00:38,790 --> 01:00:41,670
zoals Hij zichtbaar en
persoonlijk vertrok.

1017
01:00:41,670 --> 01:00:44,010
Dat is de manier waarop Hij vertrok.

1018
01:00:44,010 --> 01:00:48,390
De plaats waarvandaan Hij vertrok, kan
ook de plaats zijn waar Hij terugkomt.

1019
01:00:48,390 --> 01:00:52,230
Maar dat wordt niet specifiek aangeduid
met de uitspraak dat Hij op dezelfde

1020
01:00:52,230 --> 01:00:53,970
manier zal terugkomen.

1021
01:00:53,970 --> 01:00:57,630
De reden waarom ze zeggen: ‘Hij
zal terugkomen op de Olijfberg’,

1022
01:00:57,630 --> 01:00:59,430
is niet Handelingen 1.

1023
01:00:59,430 --> 01:01:01,530
Dat staat niet in Handelingen 1.

1024
01:01:01,530 --> 01:01:04,170
Het is vanwege dit vers in Zacharia:

1025
01:01:04,170 --> 01:01:08,070
Dan zal de HEERE uittrekken en
tegen die heidenvolken strijden,

1026
01:01:08,070 --> 01:01:11,730
zoals de dag dat Hij streed,
op de dag van de strijd.

1027
01:01:11,730 --> 01:01:16,350
Op die dag zullen Zijn voeten staan op
de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt,

1028
01:01:16,350 --> 01:01:17,910
ten oosten ervan.

1029
01:01:17,910 --> 01:01:22,770
Dan zal de Olijfberg in tweeën gespleten
worden naar het oosten en naar het westen.

1030
01:01:22,770 --> 01:01:27,450
Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de
ene helft van de berg naar het noorden zal

1031
01:01:27,450 --> 01:01:30,450
wijken en de andere helft
ervan naar het zuiden.

1032
01:01:30,450 --> 01:01:33,390
Dan zult u vluchten door
het dal van Mijn bergen,

1033
01:01:33,390 --> 01:01:36,690
want het dal tussen de
bergen zal reiken tot Azal.

1034
01:01:36,690 --> 01:01:42,090
Ja, u zult vluchten, zoals u gevlucht bent
voor de aardbeving in de dagen van Uzzia,

1035
01:01:42,090 --> 01:01:43,830
de koning van Juda.

1036
01:01:43,830 --> 01:01:48,510
Dan zal de HEERE, mijn God,
komen: al de heiligen met U!

1037
01:01:48,510 --> 01:01:51,270
Maar er wordt niet gezegd
dat Hij de Messias is.

1038
01:01:51,270 --> 01:01:55,290
Er wordt helemaal niet gezegd
dat Hij Jezus is. Het is Jahweh.

1039
01:01:55,290 --> 01:01:57,990
Het is de HEERE Die op de Olijfberg staat.

1040
01:01:57,990 --> 01:01:59,610
En wat betekent dat?

1041
01:01:59,610 --> 01:02:03,990
Daar hoeven we niet naar te raden, want
in Ezechiël hoofdstuk 11 zien we hetzelfde

1042
01:02:03,990 --> 01:02:06,630
gebeuren, maar met andere gevolgen.

1043
01:02:06,630 --> 01:02:09,630
Daar hebben we niet dezelfde
apocalyptische beeldspraak die

1044
01:02:09,630 --> 01:02:10,770
ermee verbonden is.

1045
01:02:10,770 --> 01:02:15,330
In Ezechiël hoofdstuk 8 tot
en met 11 staat een visioen

1046
01:02:15,330 --> 01:02:20,430
van alle gruwelen die er in de dagen van
Ezechiël in Jeruzalem werden bedreven.

1047
01:02:20,430 --> 01:02:24,030
Zijn profetie is dat
Jeruzalem ten onder zal gaan.

1048
01:02:24,030 --> 01:02:26,850
Jeruzalem heeft God
zozeer gekrenkt dat Hij

1049
01:02:26,850 --> 01:02:29,910
Jeruzalem door de
Babyloniërs zal vernietigen.

1050
01:02:29,910 --> 01:02:33,570
Dat gebeurde in 586 voor Christus.

1051
01:02:33,570 --> 01:02:36,090
Dat is de context van Ezechiël.

1052
01:02:36,090 --> 01:02:38,190
Daar heeft Ezechiël het over.

1053
01:02:38,190 --> 01:02:41,910
In dit hele gedeelte,
hoofdstuk 8 tot en met 11,

1054
01:02:41,910 --> 01:02:46,530
ziet hij de heerlijkheid van de
HEERE, vooral in hoofdstuk 10.

1055
01:02:46,530 --> 01:02:51,870
Die is als de Sjechinaheerlijkheid,
die Gods aanwezigheid voorstelt.

1056
01:02:51,870 --> 01:02:54,870
Eerst is die in de tempel,
maar op een bepaald moment

1057
01:02:54,870 --> 01:02:57,810
verlaat die de tempel en gaat naar buiten.

1058
01:02:57,810 --> 01:03:00,870
Dan, helemaal aan het
einde van het visioen,

1059
01:03:00,870 --> 01:03:04,650
verlaat de heerlijkheid van
de HEERE Jeruzalem helemaal,

1060
01:03:04,650 --> 01:03:10,650
gaat door de oostpoort naar buiten en
staat, kijk eens aan, op de Olijfberg.

1061
01:03:10,650 --> 01:03:15,150
Want zodra je door de oostpoort naar
buiten gaat, kom je op de Olijfberg.

1062
01:03:15,150 --> 01:03:19,110
De beeldspraak zegt dat God
Jeruzalem heeft verlaten.

1063
01:03:19,110 --> 01:03:22,350
En als Hij vertrokken is, moeten
ze zichzelf maar zien te redden

1064
01:03:22,350 --> 01:03:24,030
tegen de Babyloniërs.

1065
01:03:24,030 --> 01:03:27,450
Als God in Jeruzalem was,
zou Hij het verdedigen.

1066
01:03:27,450 --> 01:03:30,930
Als het Zijn stad was, als
het Zijn woonplaats was,

1067
01:03:30,930 --> 01:03:34,050
zouden de Babyloniërs geen
schijn van kans hebben.

1068
01:03:34,050 --> 01:03:38,610
Net zoals de Assyriërs die het in de
dagen van Hizkia probeerden in te nemen,

1069
01:03:38,610 --> 01:03:40,650
geen schijn van kans hadden.

1070
01:03:40,650 --> 01:03:45,930
Een engel van de HEERE sloeg
185.000 van hen terwijl ze sliepen.

1071
01:03:45,930 --> 01:03:47,310
Daarmee was het afgelopen.

1072
01:03:47,310 --> 01:03:51,690
Maar nu is er een andere tijd
aangebroken, een andere toestand.

1073
01:03:51,690 --> 01:03:54,750
Het volk is vol gruwelen.

1074
01:03:54,750 --> 01:03:57,750
God heeft hen aan de
Babyloniërs overgegeven,

1075
01:03:57,750 --> 01:04:01,890
en hen overgeven betekent dat
Hij de stad heeft verlaten.

1076
01:04:01,890 --> 01:04:03,690
Hij is niet ver weg.

1077
01:04:03,690 --> 01:04:09,390
Hij is naar de Olijfberg gegaan, dichtbij
genoeg om hun ondergang te aanschouwen.

1078
01:04:09,390 --> 01:04:14,430
Maar Hij staat buiten de stad, en de stad
is niet beschermd tegen haar vijanden.

1079
01:04:14,430 --> 01:04:19,770
Dat God op de Olijfberg staat, betekent
dat Hij Jeruzalem heeft verlaten.

1080
01:04:19,770 --> 01:04:24,090
We zien dit gebeuren in
Ezechiël 11, vers 23:

1081
01:04:24,090 --> 01:04:28,290
Toen steeg de heerlijkheid van de
HEERE op uit het midden van de stad

1082
01:04:28,290 --> 01:04:31,950
en bleef op de berg staan die
ten oosten van de stad lag.

1083
01:04:31,950 --> 01:04:36,570
De genoemde stad is Jeruzalem;
de berg is de Olijfberg.

1084
01:04:36,570 --> 01:04:38,970
Dat is het enige vers
dat je hoeft te lezen,

1085
01:04:38,970 --> 01:04:42,630
want daarna wordt Ezechiël
weer weggevoerd naar Babylon.

1086
01:04:42,630 --> 01:04:47,790
Maar wat er aan het einde van dit visioen
gebeurt, is dat God Jeruzalem verlaat.

1087
01:04:47,790 --> 01:04:50,430
En waar wordt Hij voor het laatst gezien?

1088
01:04:50,430 --> 01:04:53,370
Staand op de Olijfberg. Waarom?

1089
01:04:53,370 --> 01:04:58,590
Omdat Hij niet meer in Jeruzalem is, wat
betekent dat Jeruzalem onbeschermd is.

1090
01:04:58,590 --> 01:05:00,570
Ze hebben God niet meer bij zich.

1091
01:05:00,570 --> 01:05:02,430
Hij is niet meer in hun midden.

1092
01:05:02,430 --> 01:05:06,450
Hun vijanden zullen hen vernietigen,
en dat hebben ze ook gedaan.

1093
01:05:06,450 --> 01:05:11,250
Ezechiël profeteerde de verwoesting van de
tempel in Jeruzalem door de Babyloniërs.

1094
01:05:11,250 --> 01:05:14,790
Dit visioen zegt dat het komt
doordat God vertrokken is.

1095
01:05:14,790 --> 01:05:18,990
Wanneer je God op de Olijfberg ziet, is
dat niet de plaats waar je Hem wilt hebben

1096
01:05:18,990 --> 01:05:20,730
als je in Jeruzalem bent.

1097
01:05:20,730 --> 01:05:22,530
Je wilt Hem in de stad hebben.

1098
01:05:22,530 --> 01:05:24,150
Je wilt Hem in de tempel hebben.

1099
01:05:24,150 --> 01:05:27,390
Je wilt dat Hij Jeruzalem als
Zijn woonplaats beschouwt,

1100
01:05:27,390 --> 01:05:31,950
zodat Hij het tegen indringers zal
beschermen. Dat doet Hij niet meer.

1101
01:05:31,950 --> 01:05:33,270
Hij is weg.

1102
01:05:33,270 --> 01:05:39,090
Net zoals toen Jezus in Mattheüs
23 de tempel uitliep. Hij zei:

1103
01:05:39,090 --> 01:05:39,750
uw huis

1104
01:05:39,750 --> 01:05:40,470
niet:

1105
01:05:40,470 --> 01:05:42,690
Het huis van Mijn Vader.

1106
01:05:42,690 --> 01:05:47,070
Zie, uw huis wordt als een
woestenij voor u achtergelaten.

1107
01:05:47,070 --> 01:05:48,390
Ik ben weg.

1108
01:05:48,390 --> 01:05:52,890
In Ezechiël staat God op de Olijfberg,
wat betekent dat Hij hen aan

1109
01:05:52,890 --> 01:05:55,170
de Babyloniërs overgeeft.

1110
01:05:55,170 --> 01:05:57,510
Zacharia schrijft na die tijd.

1111
01:05:57,510 --> 01:06:00,030
God heeft hen overgegeven.

1112
01:06:00,030 --> 01:06:05,850
Zacharia's voorgangers zijn naar Babylon
gegaan en zijn daar zeventig jaar geweest.

1113
01:06:05,850 --> 01:06:07,650
Ze zijn teruggekomen.

1114
01:06:07,650 --> 01:06:09,630
Jeruzalem is herbouwd.

1115
01:06:09,630 --> 01:06:11,430
De tempel is herbouwd.

1116
01:06:11,430 --> 01:06:14,490
Maar hij kijkt nu vooruit
naar het einde daarvan.

1117
01:06:14,490 --> 01:06:19,530
Bedenk dat deze profetie de last is van
het Woord van de HEERE tegen Israël.

1118
01:06:19,530 --> 01:06:23,430
Dit is het moment waarop Hij
Israël niet langer zal beschermen.

1119
01:06:23,430 --> 01:06:27,090
Hij heeft Jeruzalem verlaten,
zoals Hij hen in de dagen van

1120
01:06:27,090 --> 01:06:29,010
Ezechiël heeft verlaten.

1121
01:06:29,010 --> 01:06:33,750
De dreiging kwam toen van de Babyloniërs,
maar in de periode na de dood van de

1122
01:06:33,750 --> 01:06:36,750
Messias kwam de dreiging van de Romeinen.

1123
01:06:36,750 --> 01:06:40,050
Met andere woorden, dit is een herhaling.

1124
01:06:40,050 --> 01:06:45,030
Zoals God Jeruzalem aan de Babyloniërs
heeft overgegeven om het te verwoesten,

1125
01:06:45,030 --> 01:06:48,930
zo heeft Hij hen nu aan hun
huidige vijanden, de Romeinen,

1126
01:06:48,930 --> 01:06:51,270
overgegeven om het te verwoesten.

1127
01:06:51,270 --> 01:06:53,550
God staat op de Olijfberg.

1128
01:06:53,550 --> 01:06:58,170
Er staat niet dat Jezus uit de hemel
terugkomt en op de Olijfberg gaat staan.

1129
01:06:58,170 --> 01:07:02,190
Dat is wat populaire profetieleraren
er zonder grond in lezen.

1130
01:07:02,190 --> 01:07:05,370
Dit is een herhaling van
iets wat eerder is gebeurd,

1131
01:07:05,370 --> 01:07:09,090
namelijk dat God Jeruzalem
aan zijn vijanden overlaat.

1132
01:07:09,090 --> 01:07:11,370
Dat wordt bedoeld wanneer er staat:

1133
01:07:11,370 --> 01:07:16,410
Op die dag zullen Zijn voeten staan op
de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt,

1134
01:07:16,410 --> 01:07:17,970
ten oosten ervan.

1135
01:07:17,970 --> 01:07:23,190
Dan zal de Olijfberg in tweeën gespleten
worden naar het oosten en naar het westen.

1136
01:07:23,190 --> 01:07:28,230
Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de
ene helft van de berg naar het noorden zal

1137
01:07:28,230 --> 01:07:31,230
wijken en de andere helft
ervan naar het zuiden.

1138
01:07:31,230 --> 01:07:36,150
Dat is niet waar je wilt dat God is als
je in de stad zit die wordt aangevallen.

1139
01:07:36,150 --> 01:07:40,530
Het zegt dat God de stad heeft
verlaten; ze gaat ten onder.

1140
01:07:40,530 --> 01:07:43,110
Maar een deel van het visioen is dat God,

1141
01:07:43,110 --> 01:07:48,450
op hetzelfde moment dat Hij de stad
verlaat, Zijn volk, het overblijfsel,

1142
01:07:48,450 --> 01:07:50,070
een uitweg biedt.

1143
01:07:50,070 --> 01:07:55,290
Wanneer Hij op de Olijfberg staat,
splijt daardoor de berg daadwerkelijk.

1144
01:07:55,290 --> 01:08:00,450
Niet letterlijk natuurlijk, de berg is
nooit gespleten, maar er ontstaat een dal.

1145
01:08:00,450 --> 01:08:03,450
Dat wil zeggen, Hij
neemt het obstakel weg,

1146
01:08:03,450 --> 01:08:08,730
net zoals Hij de berg vóór Zerubbabel tot
een vlakte maakte, zijn moeilijkheden,

1147
01:08:08,730 --> 01:08:10,890
zijn obstakels wegnam.

1148
01:08:10,890 --> 01:08:15,330
Zo neemt God de obstakels weg
zodat Zijn volk kan vluchten.

1149
01:08:15,330 --> 01:08:20,430
Het is alsof de berg voor hen splijt en
ze de gelegenheid krijgen om weg te komen.

1150
01:08:20,430 --> 01:08:23,550
De christenen in Jeruzalem
zijn inderdaad weggevlucht,

1151
01:08:23,550 --> 01:08:26,550
zoals we al een aantal
keren eerder hebben genoemd.

1152
01:08:26,550 --> 01:08:31,650
Volgens Eusebius ontving de gemeente
in Jeruzalem een profetie van Christus

1153
01:08:31,650 --> 01:08:36,990
die zei dat ze de stad moesten verlaten
voordat die belegerd werd. Dat deden ze.

1154
01:08:36,990 --> 01:08:41,670
Ze vluchtten naar het oosten, zo
blijkt, de Jordaan over naar Pella.

1155
01:08:41,670 --> 01:08:44,310
Dit is wat er historisch is gebeurd.

1156
01:08:44,310 --> 01:08:49,950
Gods oordeel, Zijn verlaten van Jeruzalem,
liet Zijn volk daar dus niet vastzitten om

1157
01:08:49,950 --> 01:08:53,610
hetzelfde oordeel te
ondergaan als de goddelozen.

1158
01:08:53,610 --> 01:08:58,710
In plaats daarvan bood Hij een uitweg,
en die ligt ten oosten van Jeruzalem.

1159
01:08:58,710 --> 01:09:00,930
Dat is de richting waarin ze gingen.

1160
01:09:00,930 --> 01:09:03,750
Dat is de richting waarin het dal loopt.

1161
01:09:03,750 --> 01:09:08,070
Natuurlijk is er geen letterlijk dal
ontstaan, en dat is ook niet nodig.

1162
01:09:08,070 --> 01:09:12,270
Hij waarschuwde hen van tevoren,
en ze vluchtten naar het oosten.

1163
01:09:12,270 --> 01:09:13,890
Het is symbolisch.

1164
01:09:13,890 --> 01:09:18,570
Het is alsof Hij een weg voor hen
maakte om naar het oosten te ontkomen.

1165
01:09:18,570 --> 01:09:22,410
In samenhang met Zijn oordeel
over Jeruzalem spaarde Hij Zijn

1166
01:09:22,410 --> 01:09:24,690
volk, het overblijfsel.

1167
01:09:24,690 --> 01:09:26,910
En dus vluchtte de gemeente.

1168
01:09:26,910 --> 01:09:32,190
Deze hele beschrijving van het ontstaan
van een groot dal en de vlucht daardoor:

1169
01:09:32,190 --> 01:09:36,510
Dan zal de HEERE uittrekken en
tegen die heidenvolken strijden,

1170
01:09:36,510 --> 01:09:40,230
zoals de dag dat Hij streed,
op de dag van de strijd.

1171
01:09:40,230 --> 01:09:45,390
Op die dag zullen Zijn voeten staan op
de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt,

1172
01:09:45,390 --> 01:09:47,010
ten oosten ervan.

1173
01:09:47,010 --> 01:09:52,110
Dan zal de Olijfberg in tweeën gespleten
worden naar het oosten en naar het westen.

1174
01:09:52,110 --> 01:09:56,970
Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de
ene helft van de berg naar het noorden zal

1175
01:09:56,970 --> 01:10:00,090
wijken en de andere helft
ervan naar het zuiden.

1176
01:10:00,090 --> 01:10:03,030
Dan zult u vluchten door
het dal van Mijn bergen,

1177
01:10:03,030 --> 01:10:06,570
want het dal tussen de
bergen zal reiken tot Azal.

1178
01:10:06,570 --> 01:10:12,090
Ja, u zult vluchten, zoals u gevlucht bent
voor de aardbeving in de dagen van Uzzia,

1179
01:10:12,090 --> 01:10:13,410
de koning van Juda.

1180
01:10:13,410 --> 01:10:18,990
Dan zal de HEERE, mijn God,
komen: al de heiligen met U!

1181
01:10:18,990 --> 01:10:22,110
is naar mijn mening
dichterlijke beeldspraak.

1182
01:10:22,110 --> 01:10:24,690
Wat hier wordt gezegd, is dat de gemeente

1183
01:10:24,690 --> 01:10:27,330
gespaard wordt wanneer
de stad wordt verwoest,

1184
01:10:27,330 --> 01:10:29,790
en dat is precies wat
er inderdaad is gebeurd.
